CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

Geerpolder Rijsoord - BP TOELICHTING.pdf

Gemeenteraad RK 13 april 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 5: Vaststelling bestemmingsplan Geerpolder Rijsoord29.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In het Beeldkwaliteitsplan zijn de randvoorwaarden bij realisatie van een Gaardewoning nader uitgewerkt en weergegeven in figuur 3.11. Aansluitend is in figuur 3.12 een artist-impression van een Gaardewoning opgenomen. Figuur 3.11: Randvoorwaarden Gaardewoning (Bron: Beeldkwaliteitsplan Geerpolder).

28

Figuur 3.12: Gaardewoning: inspiratievoorbeeld (Bron: Ingenieursburo AKM).

Coulissewoning De langgerekte polderstructuren bieden plaats aan langgerekte schuurvolumes ofwel coulisse woningen. De woning bestaat uit een niet-samengesteld bouwvolume en heeft geen aan- of uitbouwen. Het bijbehorende bouwwerk van de woning is volledig geïntegreerd (en dus als eigen volume niet zichtbaar) in het bouwvolume van de woning zelf. De coulissewoningen staan vrij op de kavel in een afwisselende positie ten opzichte van elkaar. Tussen de woningen door ontstaan er korte en langere zichtlijnen op de open polder. Erfafscheidingen (ook tussen kavels onderling) en tuinen zijn groen. De Coulissewoningen refereren in hun vorm naar agrarische schuren en hebben eenvoudige hoofdvorm (A-frame) van één laag met kap. In het Beeldkwaliteitsplan zijn de randvoorwaarden bij realisatie van een Coulissewoning nader uitgewerkt, zie figuur 3.13. Aansluitend is in figuur 3.14 een artist-impression van een Coulissewoning opgenomen. Figuur 3.13: Randvoorwaarden Coulissewoning (Bron: Beeldkwaliteitsplan Geerpolder

29

Figuur 3.14: Coulissewoning: inspiratievoorbeeld (Bron: Ingenieursburo AKM).

Hofwoning De essentie van het hof is traditioneel dorps wonen met de woningen rondom een gezamenlijk hof. Het is een meer besloten woonomgeving, nog steeds met een groen karakter maar verhoudingsgewijs minder landelijk. De woningen staan vooraan op de kavel, gericht naar het hof, in een informele setting. Om de samenhang van het hof te versterken wordt het geheel omzoomd door een hoge haag met daarachter een rondlopende sloot. Voor de eenheid aan het hof zijn alle voorerfgrenzen voorzien van een lage haag. Aan de achterzijde van de woningen, wordt de erfgrens ingeplant met een hoge haag. Deze zorgt voor privacy aan de achterzijde. De hoofdvorm van de Hofwoningen is eenvoudig of op een heldere manier samengesteld uit twee volumes waarbij de lengterichting van het slotenpatroon niet benadrukt hoeft te worden. De woningen zijn één laag hoog en voorzien van een kap. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn bij dit type wel toegestaan, maar zijn duidelijk ondergeschikt. In het Beeldkwaliteitsplan zijn de randvoorwaarden bij realisatie van een Hofwoning nader uitgewerkt en weergegeven in figuur 3.15. Aansluitend is in figuur 3.16 een artist-impression van een Hofwoning opgenomen. Figuur 3.15: Randvoorwaarden Hofwoning (Bron: Beeldkwaliteitsplan Geerpolder).

30

Figuur 3.16: Hofwoning: inspiratievoorbeeld (Bron: Ingenieursburo AKM).

Ter volledigheid zijn in figuur 3.17 impressies opgenomen van de beoogde rijwoningen en appartementengebouwen. Figuur 3.17: Appartementengebouwen voor starters en senioren (links) en NHG rijwoningen (rechts)

Bron: Ingenieursburo AKM.

3.4.2

Kavelpaspoorten Voor de 16 vrije kavels binnen het plan Geerpolder, waarop vrijstaande woningen zijn voorzien, zijn kavelpaspoorten opgesteld. Hierin zijn de voor deze kavels belangrijkste c.q. meest sturende ruimtelijke aspecten, afkomstig uit het beeldkwaliteitsplan, nader geconcretiseerd. Het gegeven dat de betreffende 16 vrijstaande woningen als vrije kavels worden verkocht brengt met zich mee dat de koper zelf de woning mag ontwerpen en bouwen. Om te kunnen borgen dat deze kopers voldoen aan hetgeen is gesteld in het beeldkwaliteitsplan, zijn de kavelpaspoorten gemaakt. Uitvoering van de in de kavelpaspoorten benoemde aspecten is geborgd doordat deze paspoorten zijn opgenomen in de (juridisch bindende) regels van dit bestemmingsplan.

3.4.3

Planologisch-juridische aspecten Het plan Geerpolder is opgezet met als doel om via de regeling Ruimte voor Ruimte (RvR) een kwalitatief hoogwaardig woonlandschap te creëren in polder Oud Reijerwaard. Uitgangspunt bij de vorming van het beoogde woonlandschap is dat er een samenhangend herkenbaar gebied ontstaat met landelijk wonen als het belangrijkste kenmerk. Het bieden van een kwaliteitsimpuls aan de landschaps- en natuurwaarden komt in het plan tot uiting middels een ontspannen verkaveling in het landschap, waaraan de woningen ondergeschikt zijn oftewel waarbinnen de woningen ‘te gast’ zijn.

31

Tegen deze achtergrond en ter borging van de ruimtelijke kwaliteitsambities en -doelstellingen is het op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verboden om zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk respectievelijk het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met (onder meer) het bestemmingsplan. Uit artikel 2.1, derde lid, van de Wabo volgt echter dat in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) categorieën van gevallen kunnen worden aangewezen waarvoor dit verbod niet geldt. Deze AMvB is het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 2.3, eerste lid, van het Bor stelt dat geen omgevingsvergunning voor het bouwen benodigd is voor de gevallen, genoemd in artikel 3 in samenhang met artikel 5 van bijlage II bij het Bor. Artikel 2.3, tweede lid, van het Bor stelt dat geen omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken in strijd met het bestemmingsplan nodig is voor de gevallen in artikel 2 in samenhang met artikel 5 van bijlage II bij het Bor. Het voorgaande brengt met zich mee dat het bestemmingsplan (of een beheersverordening) voor de gevallen van artikel 2 van bijlage II bij het Bor in beginsel niet relevant is, omdat geen omgevingsvergunning benodigd is voor het afwijken van het bestemmingsplan.

Met andere woorden: de in het genoemde artikel opgenomen bouwactiviteiten mogen in beginsel worden verricht in strijd met de regels van (in dit geval) het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan (of een beheersverordening) biedt daarentegen ook de mogelijkheid om het vergunningvrij bouwen, zoals genoemd in het Bor, tegen te gaan. Deze mogelijkheid volgt uit het gegeven dat in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor het begrip erf is gedefinieerd als: ‘Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden’. Als het bestemmingsplan de inrichting als erf verbiedt, dan is geen sprake van een erf in de zin van artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Bor. Dit begrip ‘Erf’ komt ook terug in de begrippen ‘Achtererfgebied en ‘Voorerfgebied’. Tegen deze achtergrond en ter borging van de gewenste ruimtelijke kwaliteit is in het voorliggende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied, Partiële herziening GeerpolderRijsoord’ vastgelegd dat vergunningvrij bouwen op de gronden, bestemd als ‘Tuin’, is uitgesloten. Dit betekent dat het bepaalde in artikel 2 van bijlage II bij het Bor hier niet van toepassing is.

Anders gezegd: de gronden met de bestemming ‘Tuin’ dienen in dit bestemmingsplan niet te worden beschouwd als ‘Erf’ in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Bor, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. Deze bepaling geldt voor alle gronden binnen het plan ‘Geerpolder’ en met de bestemming ‘Tuin’, aangezien deze gronden zodanig ruimtelijk met elkaar samenhangen dat ze in ruimtelijk opzicht een eenheid vormen.

3.5

Verkeer en parkeren Verkeersontsluiting plangebied Geerpolder De ontsluiting van het plangebied Geerpolder voor auto’s zal plaatsvinden via de Geerlaan. Specifiek voor langzaam verkeer en hulpverlenende diensten (politie, brandweer, ambulance) is in de zuidwesthoek van het plangebied voorzien in een tweede ontsluiting op de Rijksstraatweg. Aan deze ontsluiting is tevens de realisatie van 12 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen verbonden. De twee nieuwe aansluitingen op bestaande wegen zijn weergegeven in figuur 3.18.

32

Figuur 3.18: Nieuwe aansluitingen (in oranje cirkel).

Bron: dgmr.

Ontsluiting op de Geerlaan Het plan Geerpolder voorziet in een wijkontsluiting met een rondweg door de wijk, die wordt aangesloten op de kruising Geerlaan-Mauritsstraat. Om deze aansluiting te realiseren, wordt de kruising Geerlaan-Mauritsstraat fysiek aangepast door verlegging van de rijbanen en fietspaden. Concreet worden op de doorgaande Geerlaan 2 vluchtheuveltjes gerealiseerd en komt er aan de zuidzijde van de kruising een oversteekplaats voor voetgangers. In figuur 3.19 is de huidige en toekomstige situatie van de kruising weergegeven. Figuur 3.19: Huidige (links) en indicatie toekomstige (rechts) situatie ontsluitingspunt Geerlaan (Bron: dgmr)

Uit figuur 3.19 is op te maken dat alleen de Geerlaan een fysieke wijziging ondergaat. De westelijke rijstrook wordt daarbij in westelijke richting verschoven. Ontsluiting op de Rijksstraatweg In de zuidwesthoek van het plangebied Geerpolder wordt aan de Rijksstraatweg een ontsluiting voor langzaam verkeer, met een specifieke toegangsmogelijkheid voor hulpverleningsdiensten gerealiseerd. Concreet heeft initiatiefnemer hiertoe het perceel Rijksstraatweg 102 verworven en zullen de aanwezige opstallen worden gesloopt. Aansluitend zal op de vrijgekomen gronden de beoogde ontsluiting worden aangelegd in combinatie met 12 openbare parkeerplaatsen. Er vindt géén fysieke wijziging (ligging) ten behoeve van de nieuwe ontsluiting c.q. inrit plaats. In figuur 3.20 is de huidige en toekomstige situatie ter hoogte van de locatie Rijksstraatweg 102 weergegeven. De te slopen panden zijn oranje omcirkeld.

33

Figuur 3.20: Huidige (links) en toekomstige (rechts) situatie ontsluiting op Rijksstraatweg.

Calamiteitenontsluitingen Op drie locaties worden specifieke toegangsmogelijkheden c.q. calamiteitenontsluitingen gecreëerd voor hulpverleningsdiensten gerealiseerd, zodat deze adequaat kunnen optreden bij incidenten. Naast de eerder genoemde ontsluiting op de Rijksstraatweg worden aan de noordoost- en zuidoostzijde van het plangebied twee calamiteitenontsluitingen gerealiseerd op de Geerlaan. Verkeersgeneratie Realisatie van het plan Geerpolder betekent een wijziging van de verkeersaantrekkende werking van het plangebied. Om voor de verschillende typen wegen de wegcapaciteit te kunnen bepalen heeft het CROW diverse richtlijnen opgesteld om ontwerpers van wegen een houvast te bieden. Deze richtlijnen beschrijven de maximale verkeersintensiteiten die, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en leefbaarheid, op verschillende wegcategorieën acceptabel worden geacht. Ontsluiting van het plangebied Geerpolder voor auto’s vindt plaats via de Geerlaan, een en ander met inachtname van de reconstructie van het beoogde aansluitingspunt. De Geerlaan is te typeren als ‘Gebiedsontsluitingsweg 2x1 rijstrook’, waarvoor - in algemene zin een – een wegcapaciteit geldt van 1.400 tot 1.600 pae (PersonenAutoEquivalenten) per rijstrook per uur. Gerekend over een volledig etmaal komt dit neer op een gedimensioneerde capaciteit 33.600 tot 38.400 pae per rijstrook.

Als basis voor de verkeersgeneratie per (nieuwe) woning in het plan Geerpolder wordt uitgegaan van de kencijfers van het kennisplatform CROW. Gekoppeld aan verschillende gebiedsfuncties, zoals ‘Wonen’, zijn deze kencijfers daarin afgestemd op specifieke omgevingskenmerken, zoals verstedelijkingsgraad en ligging ten opzicht van centrumgebieden. De meest actuele kencijfers zijn opgenomen in de CROW-publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’, uitgebracht in december 2018. Gelet op de stedelijkheidsgraad van de gemeente Ridderkerk ligt het aantal adressen per vierkante kilometer tussen de 1.500 en 2.500. Binnen de CROW-systematiek is Ridderkerk hiermee te schetsen als een ‘sterk stedelijke’ gemeente. Binnen deze stedelijke omgeving is het plangebied Geerpolder gelegen in het CROW-omgevingstype ‘Buitengebied’. Op grond van het voorgaande is de verkeersgeneratie van de 76 (koop)woningen in het plan Geerpolder berekend, zoals weergegeven in figuur 3.21.

34

Figuur 3.21: Verkeersgeneratie plan Geerpolder. Woningtypen Geerpolder

Woningtypen CROW

Type

Aantal

Starters/Senioren

26

Rijwoning

12

Vrijstaand

Verkeersgeneratie/woning/etmaal CROW

Verkeersgeneratie Geerpolder

Minimum

Maximum

Minimum

Maximum

Appart./goedkoop

5,2

6,0

135,2

156,0

Tussen/hoek

7,0

7,8

84,0

93,6

16

Vrijstaand

7,8

8,6

124,8

137,6

2^1 kap

22

2^1 kap

7,4

8,2

Totaal

76

162,8

180,4

506,8

567,6

Op grond van bovenstaande gegevens kan worden herleid dat de verkeersbijdrage van het plan Geerpolder aan de wegcapaciteit van de Geerlaan in de ordegrootte ligt van 1% á 2%. Ten opzichte van de verkeersgenererende werking van het huidige kassengebied is het niet aannemelijk te veronderstellen dat het plan Geerpolder zal leiden tot een significante toename van (de kans op) stagnatie van het wegverkeer in dit deel van Ridderkerk. Verkeerstellingen Geerlaan Op 12 en 14 april 2022 heeft de gemeente Ridderkerk verkeerstellingen uitgevoerd ter hoogte van het aansluitingspunt van het plan Geerpolder op de Geerlaan. Deze tellingen zijn per genoemde dag uitgevoerd tussen 00:00 uur en 24:00 uur. Gemiddeld over deze twee teldagen rijden er 7.347 motorvoertuigen over de Geerlaan, zoals kan worden herleid uit figuur 3.22. Aangezien de Geerlaan niet bekend staat als een drukke weg, kan uit deze tellingen eveneens worden herleid dat er ruimte zit in de capaciteit van de Geerlaan en dat de verkeersgeneratie van het plan Geerpolder inpasbaar is binnen de nog beschikbare wegcapaciteit. Figuur 3.22: Verkeerstellingen Geerlaan (Bron: gemeente Ridderkerk).

35

Parkeerbalans Als basis voor haar parkeernormen kiest de gemeente Ridderkerk voor de meest recente parkeerkencijfers van het CROW. Gekoppeld aan verschillende gebiedsfuncties, zoals ‘Wonen’, zijn de parkeerkencijfers daarin afgestemd op specifieke omgevingskenmerken, zoals verstedelijkingsgraad en ligging ten opzicht van centrumgebieden. De parkeerkencijfers vormen vervolgens de basis voor concrete parkeernormen voor concrete gebiedsfuncties op concrete locaties. De meest actuele kencijfers zijn opgenomen in de CROW-publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren’, uitgebracht in december 2018. Afgestemd op de functies die worden gerealiseerd, met inachtname van de hiertoe vastgestelde parkeernormen, wordt vervolgens een parkeerbalans opgesteld. Een parkeernorm is daarbij een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen voor de betreffende functie benodigd zijn per 100 vierkante meter of per functionele eenheid (hier: woning). Met als basis dat Ridderkerk te schetsen is als een ‘sterk stedelijke’ gemeente en het plangebied Geerpolder gelegen is in het CROW-omgevingstype ‘Buitengebied’, is het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de 76 (koop)woningen in het plan Geerpolder als volgt berekend: Figuur 3.23: Parkeerbalans plan Geerpolder. Woningtypen Geerpolder

Woningtypen CROW

Parkeerplaatsen/woning CROW Minimum

Aantal parkeerplaatsen Geerpolder

Type

Aantal

Maximum

Minimum

Maximum

Starters/Senioren

26

Appart./goedkoop

1,2

2,0

31,2

52,0

Rijwoning

12

Tussen/hoek

1,6

2,4

19,2

28,8

Vrijstaand

16

Vrijstaand

2,0

2,8

32,0

44,8

2^1 kap

22

2^1 kap

1,8

2,6

39,6

57,2

Totaal

76

122,0

182,8

Op grond van bovenstaande gegevens kan worden herleid dat voor het plan Geerpolder minimaal 122 parkeerplaatsen benodigd zijn. In haar systematiek hanteert het CROW een (algemene) norm van 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers aan die woning. Afgestemd op de 76 woningen komt dit neer op (afgerond) 23 parkeerplaatsen. Kort samengevat betekent het voorgaande dat voor het plan Geerpolder (minimaal) 122 parkeerplaatsen nodig zijn, waarvan in beginsel 99 voor de bewoners van de 76 woningen en 23 voor hun bezoekers. Het plan Geerpolder voorziet in de aanleg van 159 parkeerplaatsen op zowel het (eigen) perceel van de woningen als in de directe nabijheid van deze woningen (parkeerkoffers). Aansluitend is voorzien in een (openbare) parkeerplaats aan de zuidzijde van het plangebied Geerpolder. Concreet is bij de ontsluiting van het plangebied op de Rijksstraatweg voorzien in ruimte voor 12 auto’s. Daarmee komt het totale aantal parkeerplaatsen, aangelegd in het kader van de planvorming voor Geerpolder, uit op 171 parkeerplaatsen. Ruim voldoende om te voldoen aan het creëren van een evenwichtige parkeerbalans.

3.6

Planbeschrijving Rijksstraatweg locaties derden De planvorming voor de locaties Rijksstraatweg 52, 54, 60 en 100 betreft in alle gevallen het functioneel omzetten van een agrarische bestemming in een reguliere woonbestemming, met inbegrip van de mogelijkheid tot het uitoefenen van een beroep aan huis een en ander binnen bestaande bebouwing. Het toevoegen van woningen of het uitvoeren van andere bouwactiviteiten is in voorliggende procedure niet voorzien.

36

4

BELEIDSKADER

4.1

Het Rijk Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In maart 2012 is de landelijke Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Hierin schetst het Kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot de essenties van de SVIR kunnen worden gerekend dat de Rijksoverheid zich vooral richt op nationale belangen en dat meer bewegingsvrijheid geboden wordt aan provincies en gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening. Het Rijk stelt hierbij dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de situatie in hun regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Zij kunnen dan ook beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. De visie van ‘decentraal wat kan en centraal wat moet’ vormt dan ook een essentieel beleidsaspect binnen de SVIR. • Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk de volgende drie rijksdoelen gesteld om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): ˗ Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland. ˗ Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid. ˗ Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving, waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

De Rijksdoelen zijn in de SVIR uitgewerkt tot nationale opgaven, die regionaal neerslaan. De gemeente Ridderkerk maakt in dit opzicht deel uit van de MIRT1-regio Zuidvleugel. Opgaven van nationaal belang in deze regio betreffen vooral de hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond rijksvaarwegen), de waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen), de elektriciteitsvoorziening en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ten aanzien van het NNN geldt dat vanaf 2014 de provincies verantwoordelijk zijn voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot de concrete opgaven voor de regio Zuidvleugel behoren onder andere het verbeteren van de Stad/Mainport Rotterdam, het oppakken van het nationale programma Rotterdam-Zuid en het faciliteren van de woningbouwopgave. Ten aanzien van het laatstgenoemde aspect geldt voor deze regio een grote opgave. Tot 2040 moeten er in de Zuidvleugel namelijk nog ongeveer 270.000 woningen worden bijgebouwd en dienen er ongeveer 220.000 woningen te worden vervangen. De vraag naar extra woningen concentreert zich voor circa 25% in de deelregio Rotterdam, waartoe ook Ridderkerk behoort. Gelet op de woningmarkt is, naast dit kwantitatieve aspect, in deze regio tevens sprake van een kwalitatieve mismatch tussen gevraagde en beschikbare woningen en woonmilieus.

Onderzoek van ABF Research2 toont aan dat er een verhoudingsgewijs grote vraag is naar de woonmilieus ‘Groen-stedelijk’ en ‘Landelijk perifeer’. Planvorming Geerpolder Het plan Geerpolder draagt bij aan de invulling van de woningbouwopgave voor de regio Zuidvleugel, waarbij het transformeren van een kassencomplex naar een woonlandschap, met woningen in een groene omgeving, tevens invulling geeft aan een veel gewenst woonmilieu. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties 1 2

MIRT: Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland, 2019.

37

aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen strijdigheid met het ruimtelijk beleid op nationaal niveau. • Duurzame verstedelijking Duurzame verstedelijking wordt binnen het Rijksbeleid gezien als doelstelling én belangrijk instrument bij het toetsen van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als instrument doelt men dan op toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel van deze Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang, gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In april 2017 is het Bro gewijzigd in verband met de aanpassing van deze Ladder.

Concreet is vanaf dat moment ten aanzien van de Ladder het volgende in het Bro (artikel 3.1.6) opgenomen: ˗ De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. ˗ De eerder (tot april 2017) van toepassing zijnde «actuele regionale behoefte» wordt vervangen door «behoefte». Planvorming Geerpolder Planvorming buiten bestaand stedelijk gebied Het plangebied bevindt zich niet binnen, maar wel grenzend aan de contouren van het bestaand stedelijk gebied (BSD), zoals door de provincie vastgesteld op 20 februari 2019 (zie figuur 4.1). Figuur 4.1: Bestaand stads- en dorpsgebied (Bron: Staat van Zuid-Holland).

Voorliggend bestemmingsplan maakt daarmee een ontwikkeling buiten BSD mogelijk. Concreet betreft deze ontwikkeling de sanering van een kassencomplex in het buitengebied van de gemeente Ridderkerk, gevolgd door de vorming van een woonlandschap op de vrijkomende gronden. Realisatie van deze ontwikkeling vindt plaats op grond van de RvR-regeling, door de provincie Zuid-Holland ingesteld met als doel om de ruimtelijke kwaliteit van het (landelijk) buitengebied te vergroten. Het beoogde plan Geerpolder is daarmee op voorhand gekoppeld aan een ligging buiten het bestaand stedelijk gebied. Woningbehoefte Conform Rijksbeleid (SVIR) geldt voor de regio Zuidvleugel een grote woningbouwopgave. Tot 2040 moeten er in deze regio nog ongeveer 270.000 woningen worden bijgebouwd en dienen er

38

ongeveer 220.000 woningen te worden vervangen. De vraag naar extra woningen concentreert zich voor circa 25% in de deelregio Rotterdam, waartoe ook Ridderkerk behoort. Op provinciaal beleidsniveau vormt de Woningbehoefteraming (WBR) een belangrijke basis voor de verschillende regionale woonvisies. In paragraaf 2.2 van deze Toelichting is reeds aangegeven dat de gemeente Ridderkerk - conform trendraming - de komende jaren een sterk stijgende lijn vertoont in de gewenste woningtoename. Ten opzichte van peiljaar 2019 bedraagt de geprognosticeerde toename in de periode 2020-2025 circa 135%, een toename die zich daarna substantieel doorzet. Aanvullend geldt dat de gemeenten binnen de regio Rotterdam, waaronder Ridderkerk, verenigd in het Samenwerkingsverband Wonen regio Rotterdam (SvWrR), zich sterk maken om het aantal woningen in deze regio met 54.000 uit te breiden. Concreet dient er conform het Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam, vastgesteld op 23-012019, in 2030 een streefvoorraad te zijn van 638.300 woningen. Hierdoor staan de gemeenten voor de uitdaging een netto groei van 53.700 woningen te bewerkstelligen in de periode 20182030. Als deelnemende gemeente van de SvWrR stelt de gemeente Ridderkerk in haar brief aan het SWrR d.d.

21 september 2018, voorafgaand aan de vaststelling van het Regioakkoord, dat onderzoek heeft aangetoond dat Ridderkerk tot 2030 een tekort aan niet-sociale voorraad heeft van in totaal 1.170 woningen. Getoetst aan de actuele Staat van Zuid-Holland (mei 2022), waarin de toegestane groei van de woningvoorraad en plancapaciteit in de woonregio is opgenomen voor de periode 2021 t/m 2030 (een en ander op basis van de Woningbehoefteraming 2021), kan worden geconstateerd dat in de Regio Rotterdam – en impliciet daarbinnen de gemeente Ridderkerk – de eerder bepaalde woningbehoefte in de periode 2020-2030 in 2 jaar tijd is toegenomen met circa 37%. De onmiskenbaar toenemende vraag naar woningen wordt hiermee bevestigd. Conclusie Ladder voor duurzame verstedelijking Het plan Geerpolder is impliciet verbonden aan een kwaliteitsverbetering van het buitengebied van Ridderkerk en komt daarbij op efficiënte wijze tegemoet aan een structurele vraag naar woningen. De planvorming is daarmee in lijn met de opzet en doelstellingen van de ‘Ladder’.

Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming heeft geen impact op de Ladder voor duurzame verstedelijking. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het Barro is een van de uitvoeringsinstrumenten die kunnen worden ingezet om het Rijksbeleid te laten implementeren in het beleid van lagere overheden. Net als de SVIR is het Barro vooral gekoppeld aan hoofdinfrastructuur, elektriciteitsvoorziening en waterveiligheid. Ten aanzien van het NNN omvat het Barro de randvoorwaarden die het Rijk stelt aan de ruimtelijke bescherming van het dit natuurnetwerk, nader te verwezenlijken door de provincies in hun ruimtelijke verordeningen. Planvorming Geerpolder Het plan Geerpolder raakt geen nationale belangen, zoals opgenomen in de SVIR en nader geregeld c.q. concreet benoemd in het Barro.

Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming

39

raakt geen nationale belangen, zoals opgenomen in de SVIR en nader geregeld c.q. concreet benoemd in het Barro. Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid werkt momenteel aan een nieuwe Omgevingswet, welke alle huidige wetten over de leefomgeving bundelt. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. Op 11 september 2020 is de NOVI naar de 2e Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Het gaat daarbij om grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. De NOVI richt zich vooral op ontwikkelingen, waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes tussen die belangen in samenhang moeten worden gemaakt. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in de volgende 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Ten aanzien van de woningvoorraad is in de NOVI als uitdaging opgenomen dat in heel Nederland deze voorraad verduurzaamd, vernieuwd en getransformeerd moet worden. Transformatie van bestaand leegstaand vastgoed in woningen heeft in het algemeen de voorkeur. De transformatieen sloopopgave van woningen is daarbij vooral een regionaal vraagstuk. Planvorming Geerpolder De planvorming anticipeert op de toekomstige omgevingsvisie van het Rijk door via sloop en nieuwbouw, gekoppeld aan de vorming van een nieuw woonlandschap, op een passend antwoord te creëren op een structureel aanwezige vraag naar woningen. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen strijdigheid met het toekomstige ruimtelijk beleid op nationaal niveau. Conclusie Rijksbeleid Zowel het plan Geerpolder-Rijsoord als de planvorming voor de locaties van derden aan de Rijksstraatweg zijn inpasbaar binnen de ambities en doelstellingen van het Rijksbeleid.

4.2

Provincie Zuid-Holland Omgevingsvisie Zuid-Holland Versterking ruimtelijke kwaliteit De Omgevingsvisie omvat het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving, gericht op een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede kwaliteit van de leefomgeving. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk als in het landelijk gebied, beoogt dit kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits’ benadering: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, mits er sprake is van behoud of versterking van ruimtelijke kwaliteit. Het beleid richt zich daarbij op het behoud of het vergroten van de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde van het buitengebied.

40

Planvorming Geerpolder Het ‘ja, mits’-beleid betekent voor het plan Geerpolder: ja, er is ruimte voor de bouw van woningen, mits deze bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van landschap, natuur en water. Voor het plan Geerpolder is deze kwaliteitsimpuls in basis geborgd via de RvR-regeling, waarvan het hoofdprincipe is om door middel van woningbouw de omgevingskwaliteit, met name landschap en natuur c.q. de groene omgeving, te versterken. Het RvR-principe is vanaf het begin van planvorming sturend geweest in de vorming van het woonlandschap ‘Geerpolder’. Als eerste richt de planvorming zich op een kwaliteitsverbetering, zowel kwantitatief als kwalitatief, van de water- en groenstructuur van het huidige polderlandschap. Meer concreet is de planvorming gericht op het creëren van een coulisselandschap, waarbij de beoogde RvR-woningen ‘te gast’ zijn in een aantrekkelijk landschap met een toegankelijke natuur. Getoetst aan de provinciale kwaliteitskaarten en de hieraan gekoppelde richtpunten kan op grond van de planbeschrijving (zie hoofdstuk 3 van deze Toelichting) worden gesteld dat het plan Geerpolder aan elk van de vier onderscheiden gebiedslagen een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit. Impliciet wordt hiermee een kwaliteitsimpuls geboden aan zowel de belevingswaarde, gebruikswaarde als de toekomstwaarde van het plangebied en omgeving.

Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen strijdigheid met het ruimtelijke kwaliteitsbeleid op provinciaal niveau. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met onder meer gemeenten en marktpartijen, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. Als streven geldt daarbij het creëren van een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied, waarbij de provincie in beginsel het meeste belang hecht aan bouwen binnen het bestaand stadsen dorpsgebied (BSD). De provincie stelt echter ook dat niet alle vraag naar wonen en werken opgevangen kan en hoeft te worden binnen het BSD. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen BSD gerealiseerd kunnen worden, kunnen in landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op het BSD of in bebouwingslinten.

Planvorming Geerpolder In lijn met de toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan worden gesteld dat realisatie van deze ontwikkeling plaats vindt op grond van de provinciale RvR-regeling, ingesteld met als doel om de ruimtelijke kwaliteit van het (landelijk) buitengebied te vergroten. Het plan Geerpolder sluit in beginsel niet aan bij het provinciale beleid, gezien de ligging buiten BSD. Het plangebied grenst overigens wel aan het BSD en vormen de concentraties van bebouwing langs de Rijksstraatweg en het dorpsgebied langs de Geerlaan aanleiding om deze binnen het plangebied door te zetten middels een accentuering c.q. verdichting van woonfuncties aan die zijde. Het hierdoor ontstane verloop van verdichting naar verdunning richting de noordzijde van de polder, die meer open is, vormt een bijdrage aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen strijdigheid met het ruimtelijke ontwikkelingsbeleid op provinciaal niveau.

Groene buffers tussen stedelijk en landelijk gebied De provincie wil in alle overgangszones van stedelijk gebied naar open landschap het contrast behouden tussen de dynamiek en dichtheid van de stad enerzijds en de luwte van aangrenzende groene ruimte anderzijds. Dit contrast wordt gezien als een belangrijke kwaliteit. Daarom heeft

41

de provincie deze gebieden aangewezen als ‘Groene buffer’ en als zodanig beschermd. Meer concreet zijn de groene buffers opgenomen in categorie 2 van het beleid voor ruimtelijke kwaliteit, ofwel ‘gebieden met een specifieke kwaliteit’. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen hier mogelijk zijn, maar is extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling van belang om schaal en karakter van deze gebieden in stand te houden. Planvorming Geerpolder Voor groene buffers geldt als richtpunt bij ruimtelijke ontwikkelingen dat een bijdrage wordt geleverd aan de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied. Het plan Geerpolder anticipeert in dit opzicht op het gegeven dat een aantrekkelijk landschap en toegankelijke natuur nabij stedelijk gebied belangrijk zijn voor een goed woon- en leefklimaat. Het verbeteren van de recreatieve kwaliteit vindt plaats middels het opnemen in de planvorming van een informele padenstructuur, zowel binnen het plangebied als in aansluiting op de nabije omgeving. Niet onbelangrijk is ook de opheffing van barrières door de sanering van glas, waardoor de toegankelijkheid en daarmee de beleving van het landschap nabij stedelijk gebied op voorhand wordt verbeterd.

Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen strijdigheid met het ruimtelijke ontwikkelingsbeleid op provinciaal niveau. Omgevingsverordening Zuid-Holland Ruimtelijke kwaliteit Gebiedsgericht sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van ‘ja, mits’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene als de bebouwde ruimte. De provincie hanteert hier het handelingskader ‘Ruimtelijke kwaliteit’: een benadering die enerzijds onderscheidt maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie.

Vanuit deze achtergrond zijn in de omgevingsverordening drie scenario’s opgenomen, volgens welke een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Het betreft de volgende mogelijkheden: 1.

Inpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet niet in een wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.

2.

Aanpassen: de ruimtelijke ontwikkeling past wel binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar voorziet in een wijziging op structuurniveau. In dat geval wordt deze ontwikkeling uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door een zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen.

3.

Transformeren: de ruimtelijke ontwikkeling past niet bij de bestaande gebiedsidentiteit. In dat geval wordt deze ontwikkeling uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart.

Verstedelijking en grote buitenstedelijke bouwlocaties (3-hectare kaart) Uitgangspunt van de strategie voor de bebouwde ruimte is betere benutting van het bestaand

42

stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen dienen daarom primair binnen BSD plaats te vinden. In de omgevingsverordening is in de artikelen 7.46 en 7.47 het volgende vastgelegd: Artikel 7.46 (aanwijzing en geometrische begrenzing grote buitenstedelijke bouwlocaties) Grote buitenstedelijke bouwlocaties zijn de locaties benoemd in bijlage IX, onder B, en waarvan de geometrische begrenzing indicatief is vastgelegd in bijlage II. Artikel 7.47 (grote buitenstedelijke bouwlocaties) Een omgevingsplan voorziet alleen in een nieuwe stedelijke ontwikkeling groter dan 3 hectare die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien op een grote buitenstedelijke bouwlocatie.

Op de kaart met grote buitenstedelijke bouwlocaties, oftewel de ‘3 hectare-kaart’, zijn stedelijke ontwikkelingen buiten BSD aangegeven met een omvang van 3 hectare of meer. Het gaat daarbij onder meer om woningbouwlocaties. De 3 hectare-kaart maakt deel uit van de Omgevingsverordening (bijlage II, kaart 19). In de verordening is bepaald dat een bestemmingsc.q. omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten BSD met een omvang van 3 hectare of meer, mogelijk kan maken als die ontwikkeling is opgenomen op de 3 hectare-kaart. Daarmee ligt het eindoordeel over deze grote stedelijke ontwikkelingen bij Provinciale Staten. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft echter binnen BSD te worden opgevangen. Als een stedelijke ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 3 hectare en buiten BSD wordt gerealiseerd, kan dit alleen als deze locatie is opgenomen als grote buitenstedelijke bouwlocatie. Planvorming Geerpolder De planvorming betreft de sanering van kassen en bijbehorende agrarische bedrijfsgebouwen in het buitengebied van de gemeente Ridderkerk, gevolgd door de vorming van een woonlandschap op de vrijkomende percelen. Het initiatief kan daardoor worden beschouwd als een aanpassing van het plangebied, die zal worden uitgevoerd vanuit de basisgedachte om ruimtelijke kwaliteit toe te voegen aan dit deel van polder Oud Reijerwaard.

Behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied als zodanig wordt in de planvorming ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving. Het saneren van kassen c.q. het opheffen van barrières en de nieuwe water- en groenstructuur vormen in dit opzicht de basis voor een passend netwerk van ontsluitingswegen en (meer) informele paden. Hiermee wordt de toegankelijkheid van dit nieuwe landschap voor de bewoners van de omliggende woonkernen (Rijsoord en Ridderkerk) verder verbeterd. In het kader van bestuurlijk vooroverleg heeft de provincie in oktober 2021 een terugkoppeling gegeven van het overleg betreffende het ‘plan Geerpolder 2022’ met de verantwoordelijk gedeputeerde. De gedeputeerde heeft daarbij aangegeven dat de voorliggende planlocatie aan de Geerlaan te Rijsoord geschikt is om woningen te compenseren in het kader van Ruimte voor ruimte, ondanks dat deze locatie in de Groene Buffer ligt. Dit is ook omdat ruimte voor groen en inpassing belangrijke kwaliteiten zijn in het huidige plan, en er veel aandacht is voor de relatie met ruimtelijke kwaliteit en Mooi IJsselmonde. Het plan Geerpolder en het bijhorende plangebied aan de Geerlaan is in de vigerende omgevingsverordening niet benoemd als Grote buitenstedelijke bouwlocatie en opgenomen op de bijbehorende 3-hectare kaart, een en ander conform de artikelen 7.46 en 7.47.

Om het voorliggende plan mogelijk te maken is het dan ook nodig dat de planlocatie wordt opgenomen op de 3-hectare kaart. In haar terugkoppeling d.d. oktober 2021 gaf de provincie onder meer aan dat de initiatiefnemer de eerdere plannen aanzienlijk heeft bijgesteld en ruimte heeft ingebouwd voor 36 extra woningen in meer betaalbare segmenten. Hoewel er dan nog steeds sprake is van een relatief dun en duur woonmilieu neemt de provincie hierbij in overweging dat het plan voortvloeit uit en bijdraagt aan een ander doel, namelijk het realiseren van ruimtelijke kwaliteitswinst in een veel groter gebied. Daarmee meent de provincie dat met het bijgestelde plan, zoals dat momenteel is voorgelegd, een acceptabel compromis wordt gevonden tussen de

43

ambities betaalbaarheid, woningdichtheid en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Niet alleen wordt nu ruimtelijke kwaliteitswinst behaald in het Deltapoortgebied, door het op verzoek van de provincie bijstellen van de plannen met betaalbare woningen, wordt ook de actuele woningbehoefte in Rijsoord beter bediend. Om die reden is Provinciale Staten voorgesteld om de ontwikkeling Geerlaan op de 3-hectare lijst van het te actualiseren Omgevingsbeleid te plaatsen. Provinciale Staten hebben op 12 oktober 2022 ingestemd met dit voorstel door de module Ruimte en Wonen 2022, met inbegrip van de herziene 3 hectare-kaart, vast te stellen. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming valt buiten de beleidskaders van verstedelijking en grote buitenstedelijke bouwlocaties.

Klimaatadaptatie De omgevingsverordening geeft in artikel 6.35a ‘Risico’s van klimaatverandering’ aan dat in een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, droogte alsmede de effecten van voornoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen dient rekening te worden gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Planvorming Geerpolder Het plan Geerpolder draagt middels de realisatie bouw van gasloze en energiezuinige woningen in een nieuw woonlandschap met meer ruimte voor water en groen dan voorheen, in positieve zin bij aan het aspect Klimaatverandering. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming heeft geen significante impact op het aspect Klimaatverandering.

Herziening Omgevingsbeleid: Module Ruimte en Wonen Het provinciale Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening. In 2020 is de provincie gestart met het actualiseren c.q. verbeteren van haar omgevingsbeleid, een nieuwe strategie voor de langere termijn. Het actualisatieproces betreft onder meer de thema’s ‘Verstedelijking’ en ‘Grote buitenstedelijke bouwlocaties’, waarbij het provinciale streven gericht is op het beter benutten en het verder verbeteren van de kwaliteit van bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Het provinciale belang daarbij is om voldoende woningen en voorzieningen te bieden aan haar inwoners en in het bijzonder om voldoende sociale en betaalbare woningen binnen de regio te hebben en te realiseren. Daarnaast is de kwaliteit van het landschap van regionaal belang. Om hiertoe te komen zet de provincie in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen BSD. De volgende uitgangspunten worden in dit kader gehanteerd: ˗ Bouw naar behoefte; ˗ Bouw primair binnen bestaand stads- en dorpsgebied; ˗ Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid.

versterk de langzaam vervoersrelaties ˗ Bouw voldoende betaalbare woningen; ˗ Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; ˗ Bouw toekomstbestendig; houd rekening met bodemdaling, klimaatadaptatie en -mitigatie, vitale dorpen en verstedelijking, functiemenging, economische toplocaties, gezonde verstedelijking, energietransitie, circulair en natuurinclusief bouwen;

44

˗

Realiseer in samenhang met het stedelijk netwerk robuuste en klimaatadaptieve recreatieen natuurgebieden.

In het proces tot actualisatie zijn enkele nieuwe grote buitenstedelijke bouwlocaties aan het provinciale bestuur voorgelegd om te worden toegevoegd aan de 3-hectare kaart. Dit zijn een aantal woningbouwlocaties aan de rand van bestaande dorpen, op locaties waar een bijdrage kan worden geleverd aan andere opgaven zoals de vitaliteit van de desbetreffende kernen en het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit. Een en ander door (bijvoorbeeld) oude structuurlijnen te herstellen, het woonklimaat te verbeteren door integraal goede voorzieningen mee te ontwerpen en met het ontwerp de identiteit van de plek te versterken. Planvorming Geerpolder De planlocatie aan de Geerlaan is bij de Herziening Omgevingsbeleid Module Ruimte en Wonen als nieuwe grote buitenstedelijke bouwlocatie toegevoegd aan de 3-hecare kaart en als zodanig vastgesteld door Provinciale Staten op 12 oktober 2022. Figuur 4.2: Geactualiseerde 3-hectare kaart met specificatie locatie Geerlaan, provinciaal Omgevingsbeleid.

Plan Geerpolder

Ridderkerk: Geerlaan Uitleglocatie ten westen van de kern Rijsoord op een deel van het gebied tussen Rijksstraatweg, Lagendijk en A15. Deze ontwikkeling vloeit voort uit de Gebiedsvisie Deltapoort, waarin de ambitie is vastgesteld om in een gebied verspreid over vier gemeenten tot 50 hectare verspreid glas te saneren. Dit gebeurt onder meer via de voormalige Ruimte voor Ruimteregeling waarbij gesaneerd glas en bedrijfsbebouwing wordt gewaardeerd met bouwrechten. Deze 34 verworven bouwrechten worden nu gecombineerd in één woningbouwontwikkeling op een vanuit ruimtelijke kwaliteit 49 acceptabele locatie In totaal worden 76 woningen gebouwd op een oppervlakte van 8,5 hectare. 33% is voor starters en senioren. 16% betreft betaalbare rijwoningen. Conclusie: De locatie Geerlaan wordt op kaart 19 gezet in bijlage II en toegevoegd in bijlage X, tabel 1 woningbouwlocaties, oppervlakte 9 hectare, gemeente Ridderkerk, kern Rijsoord.

45

Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming valt buiten de beleidskaders van verstedelijking en grote buitenstedelijke bouwlocaties. Conclusie provinciaal beleid Zowel het plan Geerpolder-Rijsoord als de planvorming voor de locaties van derden aan de Rijksstraatweg zijn inpasbaar binnen de ambities en doelstellingen van het provinciale beleid.

4.3

Regio IJsselmonde Gebiedsvisie Deltapoort 2025 De gemeenten Ridderkerk, Barendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht hebben onder de paraplu van Deltapoort samengewerkt aan de opgave om verspreid liggend ‘glas’ binnen IJsselmonde te saneren. In februari 2012 is hiertoe onder meer de Gebiedsvisie Deltapoort 2025 (IJsselmonde-Oost) vastgesteld. Deze visie biedt het ruimtelijk kader waarbinnen verschillende gebiedsopgaven binnen Deltapoort, waaronder de sanering van bedrijven binnen de sector glastuinbouw, kunnen worden uitgevoerd met als doel het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het betreffende gebied. In het buitengebied van Deltapoort zijn in basis c.q. ten tijde van vaststelling van de gebiedsvisie circa 90 glastuinbouwbedrijven aanwezig en bedraagt het gezamenlijk oppervlak aan glas van deze bedrijven in totaal circa 104 hectare. Figuur 4.3: Bestaande kassen binnen Deltapoort, met in de uitsnede het plangebied ‘Geerpolder’.

Bron: Handreiking Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit (2014).

In de gebiedsvisie is als ambitie uitgesproken dat Deltapoort zich ontwikkelt tot een aantrekkelijk gebied waar met plezier en naar tevredenheid gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Om invulling te kunnen geven aan de gewenste situatie benoemt de omgevingsvisie zowel de aanwezige gebiedskenmerken als de gewenste ontwikkelingsrichtingen, afgestemd op verschillende themagebieden. De gebiedsvisie onderscheidt daarbij vijf themagebieden. Het plangebied ‘Geerpolder’ bevindt zich in het themagebied ‘Tuin van Deltapoort’, gelegen in het hart van Oost-IJsselmonde. Tuin van Deltapoort Binnen de Tuin van Deltapoort wordt in de gebiedsvisie een coulisselandschap voorgestaan. Dit gewenste landschap met een groene geleding moet vervolgens het ruimtelijk decor bieden voor ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld woningbouw en recreatie. Er wordt in de visie geen behoud van de openheid van het huidige (polder)landschap nagestreefd, maar juist een verandering van dit themagebied. Meer concreet wordt een bijzonder en gemengd milieu

46

nagestreefd van diverse woon-, werk- en recreatiefuncties, gevat in een groen raamwerk. Bij dit alles krijgen kassen in het gebied niet meer de mogelijkheid om uit te breiden en wordt juist gestimuleerd dat deze kassen via de RvR-regeling op vrijwillige basis worden gesaneerd. Voor de financiering van de sanering speelt de realisatie van RvR-woningen een cruciale rol. Figuur 4.4: De Tuin van Deltapoort (Bron: Gebiedsvisie Deltapoort 2025).

Planvorming Geerpolder Het realiseren van de RvR-woningen binnen het plan Geerpolder volgt op de sanering van het aanwezige glas, waarmee de basis wordt gelegd voor de beoogde kwaliteitsverbetering van het plangebied en omgeving. Deze kwaliteitsimpuls komt tot uiting via een coulisselandschap, opgebouwd vanuit een robuuste water- en groenstructuur, dat vervolgens het ruimtelijk decor vormt voor de beoogde woningbouw. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen strijdigheid met Gebiedsvisie Deltapoort 2025. Ruimte voor ruimtelijke kwaliteit In de Gebiedsvisie Deltapoort 2025 is opgenomen dat de belangrijkste voorwaarde voor een RvRontwikkeling is dat de ruimtelijke kwaliteit van het betreffende gebied wordt verbeterd. Om hier meer richting aan te geven, hebben de samenwerkende gemeenten in april 2014 de handreiking ‘Ruimte voor Ruimtelijke kwaliteit voor Oost-IJsselmonde’ vastgesteld. Als vertrekpunt is daarin opgenomen dat de RvR-regeling niet voor alle glastuinbouwbedrijven reële mogelijkheden beidt om op de eigen locatie woningen terug te bouwen.

Ook kan het zijn dat de gewenste impact van de sanering van glas op de ruimtelijke kwaliteit niet op iedere locatie even groot is. Er zijn locaties waar de kassen de beleving van het landschap niet of nauwelijks in de weg staan, op andere plekken blokkeren ze het zicht en is het glas juist wel een doorn in het oog. Vanuit deze achtergrond is in de handreiking de kansrijkheid van kasgebieden voor RvR-ontwikkelingen nader in kaart gebracht, zie figuur 4.5.

47

Figuur 4.5: Impact van en mogelijkheden voor toepassing van de RvR-regeling.

Planvorming Geerpolder Het kassencomplex binnen het plangebied Geerpolder wordt door de samenwerkende gemeenten binnen Deltapoort als geschikt geacht voor verandering c.q. aanpassing; een RvR-ontwikkeling is in dit deel van polder Oud Reijerwaard gekwalificeerd als ‘goed mogelijk’. Bij de gewenste ontwikkeling spelen RvR-woningen een essentiële rol. Het belang om ruimtelijke kwaliteit te bieden wordt benadrukt door de ligging van het plangebied in de Tuin van Deltapoort. In dit deel van Oost-IJsselmonde wordt via RvR en de bijbehorende woningen, ingebed in een raamwerk van water en groen, een verbetering van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van het landschap nagestreefd. In lijn met de analyse van de provinciale beleidsaspecten kan ook hier worden gesteld dat het plan Geerpolder zich richt op de vorming van een landschap waar het goed wonen en recreëren is.

Als medeondertekenaar van de gebiedsvisie Deltapoort heeft de provincie in haar bestuurlijke terugkoppeling in oktober 2021 aangegeven de ambitie om verspreid glas in het gebied te saneren te ondersteunen Vanuit het provinciale belang inzake ruimtelijke kwaliteit heeft de provincie in haar communicatie met de gemeente Ridderkerk geoordeeld dat de compensatielocatie aan de Geerlaan voldoende rekening houdt met de betreffende richtpunten en dat daarmee een doelstelling van de gebiedsvisie wordt gerealiseerd, namelijk een ruimtelijke kwaliteitswinst in het gebied. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming kan als een positief verlengstuk worden gezien van het RvR-plan Geerpolder. Conclusie regionaal beleid Het plan Geerpolder is inpasbaar binnen de ambities en doelstellingen van het regionale beleid.

4.4

Gemeente Ridderkerk Omgevingsvisie Ridderkerk 2035 De gemeenteraad van Ridderkerk heeft in september 2017 de ‘Omgevingsvisie Ridderkerk 2035’ vastgesteld. Hiermee is de gemeente voorbereid op mogelijke ontwikkelingen die in de toekomst

48

kunnen plaatsvinden. De omgevingsvisie betreft alle terreinen van de fysieke leefomgeving en gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. In de omgevingsvisie geeft de gemeente aan dat het buitengebied van Ridderkerk niet uit één groot aaneengesloten open agrarisch gebied bestaat, maar gekenmerkt wordt door relatief kleine, besloten agrarische gebieden met ieder een afzonderlijk karakter en potentie. Planvorming Geerpolder Specifiek voor het deelgebied ‘Rijsoord/Geerlaan-West’, waarbinnen het plangebied ligt, geeft de visie aan dat de hier aanwezige glasopstanden deels verouderd zijn en deels niet meer in gebruik. Hierop aansluitend schetst de omgevingsvisie het beeld dat de agrarische bedrijven weinig tot geen ontwikkelingsmogelijkheden hebben. De gemeente is dan ook van mening hier kansen zijn voor een meer stedelijke ontwikkeling met woningbouw. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming kan als een positief verlengstuk worden gezien van het RvR-plan Geerpolder.

Groenvisie Ridderkerk De gemeenteraad van Ridderkerk heeft op 18 juni 2020 de integrale visie op groen in de openbare ruimte vastgesteld. De ‘Omgevingsvisie Ridderkerk 2035’ vormt het belangrijkste kader voor de Groenvisie. Gekoppeld aan het beleidsaspect ‘Groen’ ligt in deze omgevingsvisie de nadruk op de betekenis voor wandelaars en fietsers van een aaneengesloten netwerk van groenblauwe verbindingen en wordt tevens het belang benoemd van het vergroten van biodiversiteit. Aansluitend op de Omgevingsvisie zoomt de Groenvisie verder in op de aanwezige mogelijkheden en doet hierin voorstellen tot op wijkniveau. Vanuit deze achtergrond zijn in de Groenvisie de volgende ambities en doelstellingen benoemd: ˗ Ridderkerk als groenste gemeente van IJsselmonde. Binnen deze ambitie gaat het erom dat groen altijd een volwaardige component vormt bij een ruimtelijke ontwikkeling. ˗ De grote variatie aan samenhangende natuur in de gemeente zorgt voor een rijke biodiversiteit. Binnen deze ambitie gaat het erom dat met iedere ruimtelijke ontwikkeling de biodiversiteit wordt vergroot. ˗ Het groen in de gemeente beschermt de gezondheid en stimuleert gezond gedrag. Deze ambitie impliceert dat de bruikbaarheid en toegankelijkheid van het groen van groot belang zijn voor de gezondheid en het welzijn van een gemeenschap.

Dit omdat hiermee een reden ontstaat om naar buiten te gaan en verbinding aan te gaan met de woonomgeving. ˗ Voldoende groen tegen extreme hitte en voldoende waterbuffer voor de opvang van extreme neerslag. Planvorming Geerpolder Binnen het plan Geerpolder is de karakteristiek van het (openbaar) groen onlosmakelijk verbonden met het stedenbouwkundige plan. De in het plan opgenomen hoofdgroenstructuur is bij uitstek geschikt om te fungeren als netwerk van ecologische corridors en schakel tussen de woningen en de grotere groenpercelen. Hier is ruimte voor grote bomen en ruimte voor grotere vlakken aan groen, al dan niet aan het water. Deze inrichting bepaalt in grote mate de groenbeleving van de bewoners. Naast meer variatie in beplanting anticipeert het plan tevens op de wens om meer (inheemse) plant- en/of boomsoorten te gebruiken, die kunnen voorzien in eetbare vruchten en noten. Voor vogels, maar ook voor bewoners en recreanten. Planvorming Rijksstraatweg locaties derden Het functioneel omzetten van bestaande bedrijfswoningen dan wel een reeds aanwezige plattelandswoning, een en ander met inbegrip van de eveneens op de afzonderlijke locaties

49

aanwezige bijgebouwen, van een agrarische bestemming naar een reguliere woonbestemming vormt geen strijdigheid met de gemeentelijke Groenvisie. Woonvisie Ridderkerk 2021-2026 Op 1 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Ridderkerk de Woonvisie 2021-2026 vastgesteld. Met deze actuele woonvisie komt de gemeente onder meer tegemoet aan de woningmarktafspraken, die begin 2019 in de regio Rotterdam zijn gemaakt. In die afspraken is de woningbouwopgave tot 2030 voor Ridderkerk geraamd op ongeveer 1.150 woningen. Tegelijkertijd worden er regelmatig nieuwe initiatieven bij de gemeente ingediend door marktpartijen. Met de Woonvisie 2021-2026 wil de gemeente dan ook een passend kader bieden voor woningbouwplannen: de juiste woningen toevoegen aan wat er al staat. Daarbij vraagt de gemeente speciale aandacht voor het feit dat er binnen de gemeente weinig grote ontwikkellocaties zijn en dat zij zelf ook weinig locaties heeft. Binnen het thema ‘Voldoende woningen’ stelt de gemeente dat zij ruimte wil geven aan goede plannen die in de behoefte voorzien. Daarbij formuleert de gemeente een ondergrens die zij in ieder geval wil halen: minimaal 900 woningen erbij in de periode 2021-2030. Het gaat hierbij om uitbreiding van de woningvoorraad: sloop moet getalsmatig gecompenseerd worden om voldoende woningen te houden. De gemeente staat open voor een groei met meer dan 900 woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/930/documents/34380