CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-09-04-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 4 september 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag37.052 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dus ja, daar waar het concreet gaat over een weg en een voetpad denk ik, dat we daar eerder wellicht te concreet zijn geworden waar dat wellicht niet had gemoeten als dat het nu wenselijk is om op tal van punten zo concreet te worden, want het waren nu 298 pagina's. Dan worden het misschien wel 2800. En dat dat willen we met elkaar, denk ik ook niet. Maar de lijn die u voorschrijft, die onderschrijft het college ook die nemen we op en de visie geeft, denk ik, meer dan

Pagina 15 van 51

voldoende handvaten om daarin het vervolg en de uitwerkingen, wat we ook gaan even, gaan met programma's en dergelijke, aan de slag om dan dit punt wel degelijk concreet te maken. De voorzitter: U zou heel wat kopjes koffie nodig hebben om die 2800 pagina's te lezen. De heer Mijnders, heeft u nog een vervolgvraag? Dan is hij hiermee afgehandeld. Gaan we naar de heer Bakker van de VVD, ook voor een vraag. De heer Bakker: Dank u wel. En de vraag is voor zowel de Koninginneweg als Bolnes Zuid wordt aangegeven dat een gebiedsprogramma plan-MER wordt opgesteld. Dat is heel goed, want ik denk dat met name voor de Koninginneweg en dat dat een hele goede ontwikkeling is, maar blijft onduidelijk welke concrete, eerstvolgende stappen daarin gezet worden en ook wanneer de raad daarover geïnformeerd wordt. Dus er staat wel van ja, op het moment dat er stappen gezet worden, wordt u daarover geïnformeerd. Maar is dat een maand, een jaar, tien jaar of vijfentwintig jaar. Dus wat zou de eerst vervolgende stap zijn? En wanneer gaan we daar iets van horen van u? De voorzitter: Wethouder van Duijn Schouten.

De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat dat is voor een aantal gevallen… Kijk een plan-MER is natuurlijk een onderdeel van het proces om te komen tot en bijvoorbeeld voor de polder Bolnes Zuid die daar nu in staat, daar wordt nu met partijen die, waar we willen dat ze meedoen, waterschap en provincie, worden gesprekken gevoerd om überhaupt daar stappen te gaan zetten. Dat moet eerst tot iets leiden voordat een plan-MER aan de beurt is. Dus wanneer dat dan komt, daar kunnen we op dit moment ook nog niet zo heel veel over zeggen. Koninginneweg, daar bent u al eerder over geïnformeerd, daar loopt een proces en op een gegeven moment komen we daar op het moment dat als die plannen verder uitgewerkt worden een plan-MER nodig is om die milieueffecten in beeld te brengen. Wanneer dat concreet is, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat zowel gemeente als Wooncompas met die Koninginneweg wel vaart willen maken. We vragen er nu ook budgetten voor aan, en dat betekent wel dat we, zeker voor de Koninginneweg wel op afzienbare tijd verwachten dat die komt en dat we daar ook op door kunnen pakken. Maar heel concreet aangeven van u kunt die in die maand van dat jaar verwachten. Dat kunnen we op dit moment nog niet. De voorzitter: Dit is voldoende voor de heer Bakker zie ik. De heer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk. De heer Hoogendijk: Dank u wel, voorzitter.

U moet mij even verontschuldigen want mijn computer laat me in de steek die… Ik weet niet of die gehackt is, want die doet allerlei gekke dingen. De voorzitter: Als dat ertoe leidt dat u uw vragen nog bij elkaar moet doen, u mag ook even nog tijd nemen. En dat u zo dadelijk aan de beurt komt. Mag ook direct, want het is uw keus. De heer Hoogendijk: Uit mijn hoofd. Dat sluit een beetje aan bij de vraag van mijn buurman. En het gaat erom dat het op pagina 3.2 of 3.2 pagina 8 staat dat de omgevingsvisie zelf bindend voor de gemeente en het een dynamisch document is. Kunt u dat begrip dynamisch wat nader omschrijven, want eigenlijk is het gebaseerd op een cycli en op thema's, maar wat is nu de cyclus? Het is een heel ingewikkeld document en misschien snap ik dat niet helemaal, maar kunt u daar wat meer duiding dan aan geven? Dan zie ik ook dat er bij een revisie of een evaluatie van zo’n Omgevingsrapport dat er wel een milieu evaluatie plaatsvindt, maar niet een effectenrapport is of komt over hetgeen wat je nu nieuw gaat inbrengen in het proces en dat snapte ik even niet. Misschien kunt u dat wat beter uitleggen voor mij. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten.

Pagina 16 van 51

De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Daar gaat de heer Kazen even op de techniek in, voor u. De voorzitter: De heer Kazen. De heer Kazen: Dank u wel. Om even op de eerste vraag te reageren, dynamische facet van de omgevingsvisie. Ik denk dat een aantal raadsleden die al wat langer meedraaien ook wel gewend zijn dat de omgevingsvisie een keer in de zoveel jaar wordt aangeboden. En dan of een nieuwe omgevingsvisie is of een herziening in de vorige benaming structuurvisie. Onder de omgevingswet is dat dynamisch maken eigenlijk ook meer volgend maken aan het beleidsproces. Er is natuurlijk een omgevingsvisie. We werken met Omgevingsprogramma’s en er komt straks een omgevingsplan en er komen niet meer allemaal losse beleidsstukken, waar eigenlijk al die aspecten in zitten. Normaal kwam er een beleidsstuk waar al die aspecten in zitten, dus een stukje ambities, doelen, een stukje programma van wat willen we aan onze doelen bereiken, hoe gaan we dat doen en op welke termijn en een stukje vertaling naar de regels in het oude bestemmingsplan. Dat soort documenten gaan niet meer bestaan.

Als we nu zien dat we bijvoorbeeld een programma moeten maken waarin ook doelen komen te staan dan moet eigenlijk de omgevingsvisie, de doelen in die omgevingsvisie meteen aangepast worden, of in ieder geval in het cyclisch dynamisch proces, dus het kan zijn dat we een keer per jaar of een keer per halfjaar met een aanpassing van de omgevingsvisie komen om doelstellingen, bijvoorbeeld op thema opnieuw te gaan verwerken. Dat kan zijn thema klimaat waar nog verdere uitwerking nodig is, waar bijvoorbeeld een programma in de maak is. Maar waar dan ook de doelen aangescherpt moeten worden in die omgevingsvisie, waardoor we een nieuwe omgevingsvisie of een herziene of geactualiseerde omgevingsvergunning moeten aanbieden. Dat als meer dat dynamische volgend aan het beleidsproces. De tweede vraag was mij niet helemaal duidelijk. Ik weet niet of u nog iets kan aanschuiven? De voorzitter: De heer Hoogendijk. De heer Hoogendijk: Dat gaat eigenlijk over dat je dan wel een evaluatie doet van die omgevingsvisie, maar dat staat hier niet omschreven. Dus elke bijsturing, daar volgt geen evaluatie op, zie ik hier staan, maar wel op het gebied van milieu. Daar vindt dan wel weer een evaluatie plaats, maar misschien lees ik dat dan verkeerd hoor. De voorzitter: De heer Kazen. De heer Kazen: Evaluatie en monitoring, dat wordt ook steeds belangrijker onder omgevingsvisie.

We zijn ook wel aan het nadenken hoe we gaan monitoren. Zeker in het OER staan heel veel indicatoren die hebben we nu eenmalig verzameld. Maar eigenlijk wil je dat ook dynamisch in beeld houden, met name om te kijken of dat we onze doel ook halen. Dus je kan een keer die gegevens verzamelen. Maar als je dat halfjaarlijks doet, of jaarlijks kun je ook zien wat er bijvoorbeeld gebeurt op luchtkwaliteit, op mobiliteit. En als dat maakt dat we op basis van die monitoring doelen moeten aanpassen of doelen niet halen, dan kunnen we dat ook meenemen in evaluatie en herziening van de visie. Ik weet niet of dat het iets duidelijker maakt? De voorzitter: De heer Hoogendijk, is het zo duidelijk of wilt u nog iets zeggen? Want dan wordt dit de laatste ronde. De heer Hoogendijk: Dat is wel duidelijk. Ik had nog eigenlijk een vraag als ik zo vrij mag zijn en dat gaat over het kaartje van het wat geschetst is in het document en daar zie ik nog steeds de Boomgaard als bestemd voor woningbouw of voorgenomen bestemming van woningbouw. Is dat dan nog, kan dat wel, want er is nog geen verandering. Het heeft nog steeds geen bestemming voor woningbouw. Er moet nog een hele procedure over gevoerd worden. Desondanks staat het hier dan wel in de gebiedskaart ingetekend als zodanig.

Pagina 17 van 51

De voorzitter: U bent eigenlijk een beetje ondeugend, want u stelt een tweede vraag, terwijl u zei er maar één te hebben. Dat zal ik deze keer nog door de vingers zien. En dan krijgt nu de wethouder gelegenheid om antwoord te geven. De heer Van der Duijn Schouten: Ik begrijp uw vraag, maar dat kan juist heel goed. Sterker nog dat moest want de raad heeft een visie agrarische gronden vastgesteld waarin is aangegeven dat een woningbouwontwikkeling daar mogelijk zou kunnen zijn. Maar als wij hem in onze omgevingsvisie nu niet mogelijk maken dan zouden we handelen in strijd met de visie op agrarische gronden, dus juist om die beleidsstukken in lijn te laten zijn en door te vertalen wat eerder is besloten, is ook hier aangegeven dat dat een mogelijkheid zou kunnen zijn. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Dirks. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1, wil stapelen. Mevrouw Van Nes-de Man: Ik wil nog even stapelen op de vraag van of de reactie van de wethouder op de vraag van De heer Hoogendoorn. Het staat inderdaad al in de Boomgaard staat al als woningbouwlocatie in die visiekaart getekend. Wat nou als de provincie blijft zeggen van we gaan er niet mee akkoord. Dan ligt er omgevingsvisie waarvan mensen kijken. O, dat is leuk. Dan kunnen we woningen bouwen. En dan komen ze bij de wethouder en is het toch van ja, sorry, maar het kan geen doorgang vinden.

Waarom zit er gen soort voorbehoud bij? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: De provincie heeft in zijn zienswijze aangegeven hoe ze daartegen aankijkt en waar hebben daarop gereageerd en als gemeente Ridderkerk vinden wij dit nog steeds de wenselijke ontwikkeling en het is helaas zo in Nederland dat de verschillende overheden het soms niet altijd met elkaar eens zijn op de vraag wat wenselijk is, maar dat betekent natuurlijk niet dat wij onze wensen daarmee gelijk loslaten. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Dat begrijp ik wel. Maar in mijn beleving moet daar dan een soort voorbehoud in staan. Als iemand nu die visiekaart bekijkt van de omgevingsvisie dan denk je van o, dat is leuk, daar kunnen woningen gebouwd worden, terwijl dat nog lang niet zeker is dat dat zou kunnen. Dan moet er toch een voorbehoud bij zijn? Dat vlakje zou toch van mij betreft een andere kleur moeten krijgen? De voorzitter: Het is een beetje dezelfde vraag, maar wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Maar nogmaals, dit is de visie hoe wij als gemeente ernaar kijken. Dit is niet de visie van de provincie of voor wie dan ook, en in de visie op agrarische gronden hebben we heel helder uitgezet onder welke voorwaarden dat dan kan.

En het is natuurlijk aan een initiatiefnemer om verder te kijken dan alleen het visiedocument op moment dat ze met plannen komen. Ik bedoel, dat hebben we in het verleden met meerdere bouwplannen gezien. We hebben de Geerpolder in een wat recenter verleden gehad, waar visie van provincie en gemeenten in eerste instantie ook niet parallel liepen. En uiteindelijk blijk je daar toch wel uit te komen, dus wellicht gebeurt dat hier ook. En misschien gebeurt het ook een keer niet, maar dat dat komt vaker voor. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Het zal u niet bevreemden dat wij hopen dat het niet gebeurt. Maar dat is wat anders. Kunnen er rechten ontleend worden aan die visiekaart van de omgevingsvisie van Ridderkerk.

Pagina 18 van 51

De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Hij is zelf bindend voor de gemeente dus in die zin dat je ergens recht op hebt, nee. Want het moge duidelijk zijn dat in sommige gevallen er ook andere processen gelopen moeten worden en wat we eerder ook al hebben aangegeven op de visie agrarische gronden. We schetsen hiermee in sommige gevallen wat ons betreft wenselijk is en waar we aan mee willen werken. Maar het wil in alle gevallen nog niet zeggen dat het ook gaat lukken en er ook daadwerkelijk komt. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Dirks, GroenLinks, een vraag. Mevrouw Dirks: Dank u, voorzitter. Onze vraag heeft betrekking tot bladzijde 19 van de omgevingseffectrapportage, gaat over zonne-energie. En onze vraag is hoe staat het eigenlijk met de plaatsing van zonnepanelen langs de weg op maatschappelijke gebouwen, op parkeergarages? En welke rol speelt onze Ridderkerkse energie corporatie De Groene Stroom hier nog bij? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter, dit is natuurlijk een vraag die totaal buiten de scope van de omgevingsvisie staat. Ik bedoel, als u een update wil over hoe het met de zonnepanelen in Ridderkerk staat, dan is het misschien goed om daar een keer schriftelijke vragen over te stellen.

Maar een omgevingsvisie gaat niet over de update van de zonnepanelen in Ridderkerk en hoe op dit moment de zaken met De Groene Stroom lopen. Dus dat dat antwoord heb ik op dit moment niet paraat en nogmaals dat is denk ik ook niet helemaal de scope van de omgevingsvisie zoals die nu voorligt. De voorzitter: Mevrouw Dirks. Mevrouw Dirks: Volgens mij staat de OER, de omgevingseffectenrapportage er als een stuk bij, dus vandaar onze vraag. Maar we zullen hem schriftelijk stellen dan. De voorzitter: Het punt is mevrouw Dirks, ik denk a dat het een andere wethouder is die hierover gaat en b dit is een visie en het gaat niet zozeer over de voortgang van allerlei dingen. En als u daar vragen over heeft, bent u vrij om in te dienen en die zullen dan door de betreffende portefeuillehouder van een antwoord worden voorzien. De heer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Voorzitter. Dan ga ik proberen een technische vraag, want ik begrijp… Ik hoor u wel, maar ik versta u niet. Laat ik het zo zeggen. Want ik begrijp de vraag van mevrouw Dirks wel want als je kijkt bijvoorbeeld naar mobiliteithubs of zo, dan gaat de visie bijvoorbeeld wel weer heel erg op in, terwijl ik best wel begrijp dat in zo'n omgevingsvisie als daar duurzaamheid in voorkomt dat je daar ook kan zeggen van we hebben bepaalde acties of bepaalde doelen of bepaalde ambities rondom het plaatsen van zonnepanelen in Ridderkerk.

Dus dan is de technische vraag waarom, dat is een beetje het lastige, waarom er soms heel concreet op iets ingegaan wordt en soms dus iets niet? De voorzitter: Het punt is dat alle onderwerpen die genoemd staan die kunnen aan bod komen. Maar als het gaat over hoever is nu iets, dat valt buiten de scope van deze visie. Een visie is iets wat ergens aan het begin van iets staat. En hoever het met iets is, is heel concreet over uitvoering van dingen. En dat is wat nu niet aan de orde is. Maar de vragen die kunnen gesteld worden. Maar buiten de scope van dit agendapunt, dat is wat de wethouder bedoelde te zeggen. En als u op een andere manier, dat het wel binnen het kader valt, want over de visie kan u van alles vragen, dus als u zegt ik wil een andere visie inbrengen of iets vragen over hoe de visie… Dat kan. Denkt u er nog even over en anders kom ik aan het eind bij u terug. Mevrouw Dirks.

Pagina 19 van 51

Mevrouw Dirks: Maar als ik nog even stapelend op wat de heer Mijnders zegt, als ik nu vraag van wat is de visie op het gebruik van zonnepanelen, de zonne-energie, die wel dus wordt genoemd, en de visie die misschien De Groene Stroom hierbij gaat spelen, zou dat dan dus wel een redelijke vraag zijn waar antwoord op kan komen? De voorzitter: Wethouder, wilt u daar iets over zeggen? De heer Van der Duijn Schouten: Die visie daarop is en dat staat denk ik ook in het stuk benoemd. Het doel is dat wij denken dat de opbrenging van zonne-energie kan bijdragen aan het behalen van milieudoelstellingen. Dat is onze visie. En daar wordt ook op ingezet en daar wordt ook bij tijd en wijle over geïnformeerd hoe het op die programma's gaat. Maar als u nu vandaag aan mij vraagt hoe staat het heel concreet met zonnepanelen langs de A15, A16 op het OER en hoe loopt de relatie met de corporatie? Ja, ik bedoel dat heb ik gewoon niet paraat. En daar gaat de visie… Ik bedoel dan gaat u mij vragen hoe het met de uitvoering van de visie staat en dat weet ik op dit moment gewoon heel concreet op dit punt niet. De voorzitter: Volgens mij zijn we er nu uit. De ChristenUnie is aan de beurt. De heer Alkema, drie vragen. Begint u met twee. De heer Alkema: Ja, voorzitter. Laat ik ook over zonne-energie beginnen. Maar een hele concrete vraag. Er is namelijk iets veranderd in de omgevingsvisie.

Dat staat op pagina 13 van de noten van zienswijzen dat de knooppunt Ridderkerk-Zuid geen potentiële locatie meer is voor zonne-energie. En onze nieuwsgierige vraag, zal ik maar zeggen, is waarom ziet Rijkswaterstaat dat zo? En wat is de reden dat de locatie van een Noordtunnel, gaat dat ook weer over zonnepanelen, waarom die bestuurlijk onwenselijk is? Vraag twee ook gelijk. Dat gaat dan zeg maar over advies van de MER van de commissie MER. Die geven als advies van maak de boodschap scherper, de hoofdboodschap scherper en toegankelijker. Ook gaf de commissie aanbeveling op ondersteunend beeldmateriaal en tabellen. Ons inziens is het advies niet ingevuld zoals bedoeld is, zeg maar door de commissie. En daarom is onze vraag eigenlijk van ja, waarom is er geen verhalende samenvatting gemaakt, die toegankelijk is voor de inwoners van Ridderkerk en niet te technisch van of komt het misschien nog in een andere vorm? Dat zou misschien ook kunnen. Moest ik eigenlijk ook bij denken aan het laatste aan hoe wij onze begroting in één oogopslag bijvoorbeeld hebben. Maar goed, dit waren mijn twee vragen. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten.

De heer Van der Duijn Schouten: De eerste vraag waarom Rijkswaterstaat afziet van de zonnepanelen? Soms is het voor hun ook gewoon de businesscase, levert het wel of niet op, maar ik weet niet waarom, wat soms de overwegingen bij Rijkswaterstaat zijn. Misschien dat… En ook voor de… De voorzitter: Mevrouw Bos. Mevrouw Bos: Nee, Rijkswaterstaat heeft inderdaad uitgezocht, zeg maar, waar binnen de knooppunten of in ieder geval binnen gronden die van hen zijn, zeg maar, mogelijkheden waren om zonnepanelen te plaatsen. En je hebt Rijkswaterstaat, de directie die bezig is met dit onderzoek en Rijkswaterstaat directie West-Nederland Zuid en die hebben te maken met beheer en onderhoud en die geven aan dat ze liever op die percelen geen belemmeringen willen hebben. De voorzitter: Dat is dan Bolnes Zuid, of geldt dat ook voor… Mevrouw Bos: Ridderkerk Zuid, knooppunt… De voorzitter: Herstel Ridderkerk Zuid en dan de tunnel.

Pagina 20 van 51

De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat is dus de bestuurlijke afweging van de gemeente Ridderkerk dat wij het op die plaatsen onwenselijk vinden langs de ene kant het Oosterpark of de andere kant in de polder. En wat betreft de opmerking van de commissie MER ja, die hebben wij gezien. We hebben juist aan de voorkant speciaal omdat wij, toen ik hem als wethouder de eerste keer las toen dacht ik jongens, waar ben ik mee bezig? Dus toen hebben we juist ook een leeswijzer en een samenvatting gemaakt. Om die leesbaarheid juist wel vorm te geven. Met name die leeswijzer heeft daar in mijn optiek goed aan bijgedragen. Dus wij zaten daar van mening dat waar de commissie om vroeg, we wel degelijk invulling aan hadden gegeven en daar dus verder niet meer nog dingen op veranderd. De voorzitter: De heer Alkema. De heer Alkema: Ja, voorzitter. Dank voor de antwoorden richting wethouder en ambtenaren. Net gaf de heer Kazen, als ik het goed uitspreek, aan dat u over dat monitoren, het gaat over monitoring en evaluatie van omgevingsvisie. Daar worstelen wij als ChristenUnie een beetje mee van hoe gaan we dat doen? Wanneer en hoe kunnen we dat, zeg maar, de visie, omgevingsvisie bij gaan stellen? Hij had het over een plan opstellen, staat ook in de stukken.

Maar wanneer gaan we starten met het plan voor de monitoren en waar gaan we dan op bijstellen? Hoe gaan we dat dan doen? Daar zijn wij benieuwd naar. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Daar zijn we al mee gestart in huis om te kijken hoe we daar vorm aan willen geven, en na vaststelling van de omgevingsvisie zullen we daar ook mee richting uw raad komen met een plan. Dat zal nog wel wat uitwerking vragen. Maar we zien gewoon dat die continue monitoring dat die belangrijk is. Ook wat de heer Hoogendijk al eerder had, wil je dynamisch kunnen doen, moet je ook continu in de gaten houden wat er gebeurt. Alleen dat moet echt nog uitgewerkt worden, want dat hebben we op dit moment gewoon nog niet. Maar het is wel belangrijk dat het er komt. Vandaar ook dat die zodanig is benoemd. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Ripmeester. Herstel. Mevrouw Veerman, Partij van de Arbeid, vijf vragen. Stelt u ze per twee. Mevrouw Veerman: Dank u wel, voorzitter. Er zit hier er een naast me, die schrok ervan. We hadden er een hoop aan gedaan, maar dat… De voorzitter: Dat was gewoon niet de bedoeling. Mevrouw Veerman: Oké, bij dezen. Op pagina 7 staat er ook sterke wijken goed verbonden. De gemeente wil dat de wijken en de dorpen in Ridderkerk vitaal en goed verbonden zijn.

Maar ja, dan ga ik me toch afvragen hoe gaat u dit oplossen zeker als het ov in sommige wijken gewoon minder gaat worden, zoals de 144 of in dit geval helemaal of deels gaat verdwijnen. Die gaat 's avonds al laat niet meer. En hoe gaat dat dan geregeld worden? En zeker voor omdat er bedrijven zijn die je hier in Ridderkerk wil laten vestigen. Hoe gaat u dat dan doen als er minder ov is? Dat is toch iets waarvan ik dan denk van en hoe gaat het met het aanbod van de huizen? Hoe gaat dat geregeld worden? Dat is dan vraag één. De tweede vraag is en gaat over pagina 8 tot met 10 en hebben ze het over de leefomgeving, die is zeer belangrijk. Dat is voor iedereen. Maar dat hangt ook samen met de luchtkwaliteit. Maar die is op dit moment ook niet echt goed. Dus wat gaat de gemeente dan hier verder aan doen? De voorzitter: Wethouder Van Der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Daar schetst mevrouw Veerman een aantal uitdagingen, die volgens mij de omgevingsvisie ook aangeeft en waar de commissie MER ook de vinger bij legt en ik kan ze in die zin ook wel

Pagina 21 van 51

beide pakken. Want bereikbaarheid wordt geduid als, volgens mij zegt de commissie dat de ambities in Ridderkerk goed zijn, maar dat het best lastig is om het te realiseren. Dat geldt ook voor luchtkwaliteit en tegelijkertijd zie je ook dat een aantal zaken waar we allemaal ambities op hebben, uiteindelijk ook elkaar gewoon in de weg zitten. Je kan meer huizen bouwen, want inwoners vragen daarom, we hebben ze nodig. Tegelijkertijd betekent meer huizen vaak ook meer vervoersbewegingen. Dat is weer slecht voor de luchtkwaliteit. Gaan we dan niet bouwen? Ik bedoel dat dat zijn hele lastige afwegingen. Meer huizen betekent dat je meer elektriciteit nodig heeft betekent meer trafo stations. Een trafo station heeft een negatief effect op onze omgevingsveiligheid. Dus zo zien we dat waar we de ene kant het veiliger willen maken en we tegelijkertijd meer huizen willen bouwen. Sommige dingen gewoon elkaar in de weg zitten. Dat betekent dat we keuzes moeten maken. En dat betekent ook en dat heeft onze OER geconstateerd en dat constateren wij ook.

En dat constateert de commissie MER ook dat je waarschijnlijk niet al je ambities waar kan maken en de commissie MER geeft ook aan dat we hier in Ridderkerk in een hele lastige omgeving zitten als we wat aan de luchtkwaliteit willen doen, maar al die rijkswegen die hier doorheen gaan… Ooit eens in een allereerste begin, wellicht herinnert u zich nog, heeft er nog eens een idee geweest om de rijkswegen te overkappen. Die is er uiteindelijk uitgegaan. De commissie MER zegt was best een goed idee. Maar ja, die kijken dan niet naar de financiën en tegelijkertijd zie je en en u heeft het ook kunnen lezen dat in het kader van de luchtkwaliteit zegt de commissie MER u zou eens naar eenrichtingsverkeer moeten kijken. Ja, dat hebben we gedaan. Maar volgens mij heeft uw raad daar ook een helder signaal over afgegeven. Dus zo zie je dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat het niet allemaal te realiseren is, maar dat is wel de ambitie waar we op inzetten en voor sommige zaken gaan er ook nog programma’s uitgewerkt worden om dat nader vorm te geven en concreet te maken. De voorzitter: Mevrouw Veerman. Mevrouw Veerman: Dank u, voorzitter. Maar dan heb ik nog steeds het idee niet van over de ov. Want ja, dan denk ik bij mezelf tegenwoordig met de elektrische bussen. Dat is ook weer beter voor de luchtkwaliteit.

Maar ja, als die ook al minder worden dan denk ik ook toch wel dat er problemen komen. En dat is ook wat er op pagina 21 en 22 staat. Er wordt alleen gesproken over HOV haltes en dat ze daar in die omgeving gebouwd gaan worden of blijven die haltes ook allemaal bestaan of komen er andere lijnen, want dat heb ik ook een bepaald stuk gezien, dat er meerdere HOV lijnen komen. Dan denk ik bij mezelf van ja, wat gaat er nu wel gebeuren? Gaan er nu wel HOV lijnen komen? Is het er maar één, komen er meer haltes? Ik vind het een heel verwarrend stuk dat is in ieder geval iets. De voorzitter: Heeft u nog meer vragen? Mag u nog een vraag stellen en dan doen we weer een nieuwe ronde. Mevrouw Veerman: Het gaat over de visiekaart. Daar komt in de legenda een zoekcorridor voor een kabel van 380 kv. Dit kan niet ondergronds. Dus het moet ook bovengronds. Maar ja, dat heeft ook weer een bepaalde impact op de leefomgeving. Dan denk ik, dan is het zo van de elektromagnetische velden rondom deze velden, zal ik maar zeggen, die kunnen pacemakers ontregelen of zelfs een verhoogd risico op leukemie geven bij kinderen. Ik vind het als je het zo leest allemaal heel erg verwarrend. Op het ene moment zeg je er moet er meer elektriciteit komen. Er moet zo'n kabel komen. Maar aan de andere kant is het voor de leefomgeving ook weer niet goed dat er zo'n kabel komt.

Dus ja, onze vraag is dan wat voor impact heeft dat dan op de leefomgeving? En wat wordt daarvoor geregeld? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dat is precies wat ik net schetste. Het een conflicteert soms met het ander. Vanuit het rijk is aangegeven dat er hier een zoekcorridor voor een 380 kv leiding ligt. Dus wij hebben die in die kaart gemarkeerd omdat dat gewoon een werkelijkheid is waar je rekening mee moet houden, ook in je visiekaart. Is dat wenselijk of niet? Kijk, we kunnen natuurlijk in deze kaart de Rijksweg weghalen. Want we Pagina 22 van 51

vinden het eigenlijk helemaal niet fijn, maar daarmee is die niet weg en blijft hij er nog en is het een beetje je kop in het zand steken. Dus ik snap dat het voor u verwarrend is als u op deze manier naar, tegelijkertijd als u ook in deze omgevingsvisie op zoek bent naar de uitwerking van HOV. Ja, dan snap ik dat het verwarrend is, want de visie schrijft de ambities die we voor ogen hebben en waar wij naartoe willen werken. De uitwerking komt op een later moment. Dus als u hier iets zoekt over welke lijnen 144, 146? We gaan het er straks nog over hebben, denk ik. Ja, dat dat gaat u hierin niet terugvinden. En dat dat die ambities uitdagingen met zich meebrengen. Ja, dat dat is klip en klaar. Maar ja, dat is het hele leven. En ik denk dat voor Ridderkerk in deze omgeving die uitdagingen extra groot zijn. En dat komt in het visiedocument komt dat ook tot uiting. En nogmaals als al die uitdagingen samenkomen, kan ik me soms zorgen dat dat een beetje gaat duizelen van hoe krijgen we het hier überhaupt nog voor elkaar? Daar werken we heel hard aan. Op basis van die visie die hier nu voorligt. De voorzitter: U mag doorvragen en uw laatste vraag stellen. Mevrouw Veerman: Die is inmiddels gesteld. Dat ging over de Koninginneweg, hoe het daarmee stond.

Die is ook inmiddels al… De voorzitter: Dan zijn we erdoorheen wat uw ronde betreft en gaan we naar mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1, u zei er acht te hebben, per twee. Mevrouw Van Nes-de Man: Daar is al het nodige af inmiddels. Ik heb ieder geval vragen over het visiedocument. Bij sterke wijken goed verbonden vind ik dat de wijken niet allemaal even gelijkwaardig omschreven zijn. En dan denk ik het is een document wat tot 2050 geldig is. Dat heel lang blijft liggen. Zo is bijvoorbeeld bij Plein Oost en bij Slikkerveer en bij Bolnes zijn even goed wijkcentra, waar heel veel activiteiten worden georganiseerd en daar bij de ene wordt het niet genoemd en bij de andere wordt het wel genoemd. Dat is net al dat bij Oostendam wordt ook niet genoemd, terwijl die daar toch de korenbloemen de speeltuinverenigingen hebben die in dat kleine wijkje ontzettend veel doen. Bij Rijsoord worden dan opeens concreet en dat is zoals CDA eigenlijk ook zei de ene keer is het heel gedetailleerd, de andere keer is het hoog over. Dan wordt er opeens aangegeven dat wat er georganiseerd wordt aan activiteiten en dan noem je een deel wel en een ander deel, wat de Oranjevereniging uitgebreid doet, noem je dan niet. Dus waarom is dat niet meer eenduidig. Het klinkt lullig, maar het is een document wat gewoon heel lang blijft liggen. En ja, denk als ik me eraan stoor, dan storen anderen zich daaraan.

Dus dat is een vraag. Een tweede vraag is kloppend hart van Ridderkerk dat is pagina 15, er wordt alleen maar aangegeven dat Ridderkerk bekend zat om zijn agrofoodsector Dutch Freshport. Maar Ridderkerk heeft heel veel andere activiteiten en bedrijventerreinen en bedrijvigheid. Ik vind dat, ook dat vind ik bijzonder eenzijdig benoemd. Waarom is dat zo gedaan? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Om bij die eerste te beginnen, we hebben van alle wijken getracht die wat kernachtig en kort te benoemen. Ja, daar zijn deze keuzes in gemaakt. In die zin is het natuurlijk ontzettend jammer dat wij hebben deze in exact dezelfde vorm in het voorjaar met u besproken. Had u toen de opmerking gemaakt dat u er nog iets bij had gewild, gezien, hadden we dat prima kunnen verwerken. Ja. Nu is dit wat er voorligt. Dus en nogmaals de keuzes die zijn gemaakt is we hebben getracht een aantal dingen te benoemen, dan kan je ook niet alles en dan had je wellicht ook andere keuzes kunnen maken. Alleen dit zijn de keuzes die daarin gemaakt zijn. Ridderkerk bekend om Dutch Freshport. Ja. Als je op de Rijksweg rijdt staan er tegenwoordig zelfs borden Dutch Freshport.

Dus dat is echt wel iets wat de Ridderkerk op dat punt in de omgeving kenmerkt, maar volgens mij hebben we ook andere zaken genoemd die bijdrage aan dat economisch hart van Ridderkerk en is dat niet alleen Dutch Freshport. De voorzitter: U mag doorvragen en de volgende twee vragen stellen. Pagina 23 van 51

Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Ja, ik had ik had dit antwoord verwacht. Ik vind het erg jammer. Mijn andere vragen en dan kom ik bij de nota van beantwoording uit moet ik zelf ook even opzoeken. De voorzitter: U bent vragen aan het stellen. De heer Mijnders, die wil ineens gaan stapelen. Maar dat mag dan nadat u uitgesproken bent. Mevrouw Van Nes-de Man: Ik moet even de nota van beantwoording opzoeken. Dus laat maar stapelen. De voorzitter: Nou, mijnheer Mijnders. Komt u maar. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Nee. Ik hoor mevrouw Van Nes zeggen wat jammer. Volgens mij kan mevrouw Van Nes ook de vraag stellen aan het college, volgens mij wordt de omgevingsvisie komt echt nog een paar keer ooit weer terug om vernieuwd te worden op bepaalde punten. De heer Kazen sprak erover om de doelen aan te passen. Is misschien het idee, vraag ik aan het college, om gewoon de eerstvolgende keer als ooit aangepast wordt om gewoon dit stukje eens aan te vullen bij al deze wijken in plaats van alleen maar te zeggen dat het jammer is. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten en ik wijs erop, er komt ook nog een debat dus op allerhande manieren kunnen we dat kwijt. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, voorzitter. Volgens mij doet de heer Mijnders een suggestie aan mevrouw Van Nes dus ik weet niet wat ik daar nu van moet vinden.

De voorzitter: Ik kreeg het idee dat de suggestie aan het college was. Maar dan heb ik misschien niet goed geluisterd. Mevrouw Van Nes, bent u inmiddels zover om door te gaan met uw vragen? Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Voorzitter. Ik kan de wethouder wel adviseren. Het is een goed idee wat de heer Mijnders… Van mij mag u het overnemen. En tegen de tijd dat er een aanpassing is, dan hoop ik dat ik zo alert ben. Maar wij verzuipen in de vergaderstukken op het moment ook weer dus af en toe is het een beetje lastig. Ik kom bij het visiedocument, dan begin ik even op pagina 9. Er wordt over participatieronden gesproken. Kunt u daar een toelichting op geven? Dan komt hij bij sterke wijken breed aanbod activiteit, bij pagina 14. Het gaat een beetje chaotisch want ik heb niet het document voor me wat ik zoek denk ik. De voorzitter: Op pagina 9 gaat het over participatie. Maar dan wilt u misschien zeggen wat u dan niet helder is. Want ik kon zelf de vraag niet echt begrijpen, want het gaat dan namelijk over rondes die gehouden zijn. Mevrouw Van Nes-de Man: De vraag is dan welke participatieronden zijn er dan gehouden? De voorzitter: Ik ga bijna zelf het antwoord geven. De data, die staan erbij. Mevrouw Van Nes-de Man: Ik heb denk ik in een ander document zitten markeren als waar ik mijn aantekeningen van gemaakt, dus het is een beetje rommelig.

Ik ga naar pagina 14 kijken of ik het beter op kan pakken. Sterke wijken… Ik denk dat ik de vraag even schriftelijk stel. Ik kom er zo niet uit. Ik loop vast met mezelf. Ze komen alsnog achteraf. Dank u. De voorzitter: Alle vragen komen achteraf, begrijp ik nu? En die moeten dan nog voor de raad beantwoord worden. Mevrouw Van Nes-de Man: Anders moeten ze nu ad-hoc beantwoord worden. Dus volgens mij moet dat wel lukken. Als ik vandaag of zorg dat ze morgen bij de griffie liggen. Ik heb ze wel, maar ik haal, ik zit nu met twee documenten door elkaar te goochelen. Dus het wordt heel onduidelijk, ga ik niet doen. Pagina 24 van 51

De voorzitter: De wethouder wil iets zeggen. De heer Van der Duijn Schouten: Wij vinden het heel fijn als ze schriftelijk, want dan kunnen we daar ook gewoon zorgen dat het kwalitatief goede antwoorden worden en anders ja, ook nu die vraag over ronden. Dan kan ik volgen, lezen wat er staat. Dat is vast niet waar u naar op zoek bent, want dat heeft u ook gelezen. Dus laten we het inderdaad schriftelijk doen. Dat komt zowel de vraag als de kwaliteit van de antwoorden, denk ik, in dit geval erg ten goede en wij zien ook kans om dat voor de, als we ze deze week nog krijgen, heeft u zeker voor de behandeling in de raad antwoord. De voorzitter: Dan zijn we door alle vragen heen. Ik kijk voor de zekerheid nog even rond of er geen nabranders zijn. Dan is de vraag is de inzet nog steeds ter debat? Ik denk dat de vraag stellen de vraag beantwoorden is. Hoeveel minuten? Ik zie een paar keer drie, een keer twee. Nog een keer twee. Ik zie een aantal tweetjes een aantal drieën. We gaan even in beraad. Het voorstel is drie minuten, waarbij we weten dat er sommigen twee minuten doen. Ik zie echt heel veel mensen drie, dus als Burger op 1. Ik heb geen vier gezien. We gaan nog even opnieuw in beraad. Het voorstel is vier minuten. Totaal zestig. Bij deze is dat dan vastgesteld. Het is inmiddels ongeveer 21.45 uur. We hebben nog twee raadsinformatiebrieven te behandelen.

De vraag is of u behoefte heeft aan een korte pauze. Dan stel ik voor dat we om 21.55 uur weer verder gaan en schors ik nu de vergadering en ik dank alle aanwezigen die voor mij zaten voor hun inbreng. 6.

Gespreksnotitie van raadslid Alkema over raadsinformatiebrief Afval van 30 mei 2025 De voorzitter: Ik heropen de vergadering weer. Wij gaan dus weer verder. Aan de orde is de raadsinformatiebrief afval van 30 mei 2025.Op verzoek van de heer Alkema van de ChristenUnie spreken we vanavond over de raadsinformatiebrief over het onderwerp afval. Wethouder Van Os en mevrouw Krol zijn aanwezig voor de bespreking. Er zijn vandaag nog schriftelijke vragen gesteld. De wethouder zal deze ter vergadering beantwoorden. We gaan het behandelen, zoals gebruikelijk bij een gespreksnotitie. Eerst krijgt de heer Alkema het woord voor een inleiding en daarbij de vragen zijn bekend dus dat hoeft u allemaal niet te herhalen, maar als u nog iets wil zeggen kan dat. Dan zal het college de vragen beantwoorden. Vervolgens krijgt de heer Alkema en daarna de andere commissieleden gelegenheid voor vervolgvragen. Daar geeft het college weer antwoord op. Dan is het woord aan de heer Alkema om de vragen aan de commissie in te leiden, kan de commissie de vragen beantwoorden en mag de heer Alkema aan het eind ook nog iets zeggen. We beginnen met De heer Alkema voor een inleiding. De heer Alkema: Dank u wel.

10 jaar na de motie inzake zo heette toen afvalinzameling en scheiding hebben ons fijn restafval gereduceerd van 215 kilogram per inwoner in 2019 naar nog maar 98 kilo per inwoner in 2024, en dat is, voorzitter, een geweldig resultaat van alle inspanningen. Maar nu lijken we op het punt te komen, te bereiken dat verder reduceren niet mogelijk lijkt te zijn of te langzaam gaat. Daarom deze gespreksnotitie. Hoe gaan we richting de 30 kilogram per inwoner, de ambitie en de ambities die daar nog op volgen. Dat zal niet meer lukken in 2025, maar verlangt wel meer of andere inzet of zelfs een beleidswijziging en dat allemaal voor onze onverminderde zorg voor de milieu, dus ik ben benieuwd wat daarvoor antwoorden komen. Voorzitter. De voorzitter: Uw voorzitter is net zo benieuwd en dan vraag ik aan de wethouder of hij de vragen wil noemen, eventueel in samenvattende vorm, en ik neem aan dat u ook de vragen van Partij 18PLUS dan in dat riedeltje meeneemt. Aan u het woord. De heer Van Os: Zal ik zeker doen, voorzitter. Dank. En ook dank aan de heer Alkema van de ChristenUnie voor het agenderen van deze gespreksnotitie en deze raadsinformatiebrief. En inderdaad, er zijn grote mooie stappen gezet de laatste jaren in het beter scheiden van ons afval bij huishoudens.

Daar hebben we ook een beleidsstuk voor aangenomen in de gemeenteraad wat er zeker heeft aan bijgedragen en daar zijn we ook Pagina 25 van 51

echt trots op. Dus die complimenten zijn ook richting de inwoners, die zich ook goed aan dat beleid houden om zoveel mogelijk afvalstromen afzonderlijk van elkaar te scheiden. We hebben natuurlijk in de openbare ruimte bij de laagbouw en de hoogbouw hebben wij papier, OPK. Wij hebben GFT, hebben we daar glas. De insprekers hebben het over glas gehad. Kledingbakken hebben we staan. Daarnaast hebben we het restafval en PMD, dat is een afvalstroom wat ingezameld wordt, want we hebben ervoor gekozen om naar aanleiding van het beleidsstuk in 2020 met een nieuwe aanbesteding over te gaan tot nascheiding, dat doet Omrin voor ons. Omrin is ook een organisatie die fantastische resultaten behaald. Ik zag op de website bij het jaarverslag, duurzaamheidsverslag van Omrin dat ze 77,1 procent nascheiden van datgene wat ze inzamelen, dat is echt hartstikke mooi en hun beleidsdoel is om over 5 jaar 85 procent van de hetgeen zij inzamelen te recyclen. Dus dat zijn mooie waarden waar wij ook op leunen als Ridderkerk omdat ons huishoudelijk afval die kant op gaan. Dus inderdaad hele mooie doelen bereikt. Maar zeker zijn we er nog niet, want in hetzelfde beleidsstuk waar ik aan refereerde en ook de heer Alkema in zijn gespreksnotitie staat de ambitie van 30 kilogram in 2025 aan restafval.

In diezelfde beleidsnota staat daar nog wel iets voor dat dat gebaseerd is op de ambitie van het rijk, van de rijksoverheid met VANG, van afval naar grondstoffen. En diezelfde rijksoverheid is tot de conclusie gekomen een paar jaar geleden dat het wel erg ambitieus was wat ze op hadden geschreven en daarmee voor Ridderkerk dus erg ambitieus was om voor dat kilogram te gaan. Tegelijkertijd zijn er wel een aantal gemeenten in Nederland die het halen. Als je op de website van het CBS kijkt, kan je dat heel goed zien. En ja, van de 342 gemeenten heb ik er 4 geconstateerd die het gehaald hebben. Dus dat is niet heel veel. Maar er zijn gemeenten die het lukken. Dus ik ben zelf ook even gaan analyseren van hoe krijgen die dat dan voor elkaar? En waarom wij niet? En dan is het, dat is mijn persoonlijke analyse zijn er wel wat verschillen met Ridderkerk. Zo zijn Reusel-De Mierden, de gemeente en Boekel en Bronckhorst gemeenten met nagenoeg alleen maar laagbouw en heel weinig hoogbouw en wat daar opvalt, is dat wellicht kennen commissieleden dat nog uit Barendrecht, is dat je daar een afvalzak moet kopen bij een winkel voor je restafval en die kost iets van 12 euro per stuk en daar mag je dan je restafval en doen. Dus als je dat ja, net als in Ridderkerk 104 keer zou aanbieden, dan begint hij aardig aan te tikken.

Dus ik snap wel in die gemeente dat het aanbod van restafval zo laag is, maar dat kan in de praktijk dus wel, maar in Ridderkerk zijn we daar nog niet. En om daarnaartoe te komen in Ridderkerk moeten er nog stappen gezet worden. In de raadsinformatiebrief staat ook het een het ander over wat wij nog aantreffen naar aanleiding van een sorteeranalyse in het restafval en PMD. We merken op dat daar toch aardig wat kleding nog in die bakken terechtkomen. En dat is enorm zonde, want kleding, goede kleding, maar ook kapotte kleding gewoon prima gebruikt worden voor recycling en andere doeleinden. Daar hebben we nu Opnieuw & Co als aanbieder in de openbare ruimte met blauwe kledingcontainers wel bekend bij iedereen, ga ik van uit. En we hebben een aanbesteding uitgedaan waarbij er een nieuwe partij is die aanbesteding heeft gewonnen, die per 1 januari aanstaande de kledinginzameling in Ridderkerk gaat verzorgen. En die heeft daar ook wel mooie ambitieuze communicatieplannen mee om daar zoveel mogelijk kleding op te halen, waarbij wij de overtuiging hebben dat met deze aanbieder, het aanbod van gerecycled kleding echt gaat stijgen en dat daardoor het aantal kilogram in het restafval af zal nemen. Een ander fragment wat we daar nog heel veel in tegenkomen, echt heel veel, is GFT en dan voornamelijk GFT etensresten. Dat zien we ook heel veel bij de hoogbouw.

Die hebben nu, hoogbouw die hebben weinig planten waarschijnlijk wellicht wel binnen, maar een tuin hebben ze niet. Maar ze hebben zeker wel etensresten. En we zien gewoon dat daar de moeite te weinig wordt genomen vanuit die huishoudens om dat apart in de gifgroene cocons in de buitenruimte te deponeren. En dat is jammer. Dat verdwijnt dus bij al het restafval. En ja, restafval bestaat uit verschillende afvalstromen. Waaronder plastic. En als dat toch enigszins met natte smurrie bedekt is doordat mensen het in het restafval gooien, is dat lastiger te gebruiken. Tegelijkertijd zeg ik daarbij dat Omrin echt hun scheidingsinstallaties zo geoptimaliseerd hebben, is dat ze ook de organische stoffen met het nascheiden apart kunnen houden en daar biogas onder andere van maken. Maar het mooiste zou zijn schone afvalstromen, die heel makkelijk te scheiden zijn, dus daar willen we met de campagnestrategie aan de slag om mensen echt ervan te overtuigen, omdat GFT afval apart in te zamelen. Voor laagbouw is dat makkelijk, want mensen hebben als het goed is zo goed als allemaal een kliko met een groene deksel in de tuin staan, dus daar kan dat gewoon in. Maar voor hoogbouw betekent dat echt gewoon even apart houden. En uiteindelijk beneden in de gifgroene container deponeren. En dat is toch een stukje Pagina 26 van 51

gedragsverandering, wat we proberen te beïnvloeden. En dat ja, dat komt echt bij de inwoners zelf vandaan. Een andere fragment wat we nog steeds aantreffen is glas. We hebben de insprekers ook gehoord, maar glas was volgens mij ook wel een van de eerste soorten die we wilden recyclen met de openbare beschikbare containers. En als ik naar mezelf kijk, waar ik woon en waar de eerste glasbak container staat, dan moet ik toch echt een stukje voor lopen, fietsen dan wel tuffen. Maar ik neem wel de moeite om gewoon mijn boodschappentas te vullen met de lege glazen daar te deponeren. Dus ik roep iedereen in Ridderkerk op om dat ook te doen. Bij ieder wijkwinkelcentra staat er een glasbak en op sommige plekken in de wijk staat ook gewoon een glasbak. Tegelijkertijd wil je ze niet overal bij woningen hebben staan of bij appartementencomplexen, want er zijn ook mensen die 's nachts nog wel eens een glas willen deponeren en dat is niet bevorderlijk voor de slaaprust. Dat ter inleiding, voorzitter. Maar volgens mij heb ik daar wellicht al een paar vragen mee beantwoord over de doelstellingen, denk ik, en de volgende stappen die daarin nog te zetten zijn. De sorteeranalyse inderdaad en wat we daarin voorstellen om te gaan doen met die communicatiecampagne en dan dat huidige beleidsplan afval en grondstoffen, evalueren en vernieuwen.

We kijken natuurlijk continu naar datgene wat wij uitvoeren op het gebied van afvalinzameling en dat proberen we altijd te optimaliseren. Ik denk niet dat het in deze raadscollegeperiode gaat gebeuren dat wij dit beleid gaan herzien. Dat zal aan een volgend gemeentebestuur zijn. Tegelijkertijd zien we ook dat VANG hun doelstellingen hebben veranderd en dat ook Europa bepaalde doelstellingen hebt opgelegd van een verplicht scheidingspercentage wat opgelegd moet worden. Dus een volgend beleidsplan zal ook veel meer daarop gericht zijn, op percentages dan op kilogrammen. En tegelijkertijd zien we ook gewoon dat in Ridderkerk, maar Nederland en ik denk heel Europa consumptiegedrag gewoon nog heel hoog is. De verpakkingsindustrie in Nederland georganiseerd in de Verpact. Die doen er alles aan om de verpakkingen uit zoveel mogelijk herbruikbaar materiaal te laten bestaan en de verpakkingen zo klein mogelijk te houden voor datgene wat ze vervoeren of moeten verpakken. Maar als wij veel blijven consumeren, ja, dan blijven veel verpakkingen gebruiken en weggooien. Dus daarom willen ze ook uiteindelijk hier ook bij VANG af van de kilogrammen, telt nog wel mee, maar meer naar de percentages gaan dat het materiaal wat gebruikt wordt voor verpakking of andere soorten materiaal, dat dat goed recyclebaar is. Ik denk dat daar de grootste winst te behalen is.

Pak zelf maar het voorbeeld of je een blikje cola hebt of een petflesje cola. Blik is oneindig recyclebaar. En een petflesje dat. Dat is een paar keer recyclebaar. Maar kunststof, die verliest op den duur kwaliteit bij recycling. Dus daar maak je ook een keuze, maar een blikje cola is weer duurder dan een flesje cola, dus uiteindelijk telt de portemonnee ook weer mee. Zo even, voorzitter, denk ik vragen beantwoord. De voorzitter: En de vragen van 18PLUS, gaat u die ook nog beantwoorden? Of heeft u er een ander moment voor in gedachten? De heer Van Os: De vragen van 18PLUS heb ik inderdaad gezien en ik denk dat een deel van het antwoord al in de raadsinformatiebrief staat, maar dat is niet compleet. We zien in de raadsinformatiebrief dat we daar constateren dat een aantal huishoudens de pas niet gebruikt voor het aanbieden van GFT afval en een percentage daarvan is hoogbouw, maar dat is niet alle hoogbouw, dus we willen even nog een keer opnieuw analyseren wat dat dan precies voor hoogbouw inhoudt. Van die hebben allemaal een pas om iets aan te bieden en hoe vaak een huishouden die pas gebruik bij de GFT cocon en daar de raad nader over informeren. En die andere vraag, die zoek ik er gelijk even bij. Volgens mij waren twee vragen.

De voorzitter: Die gaat over of het gevoel klopt dat een beperkt aantal locaties verantwoordelijk zijn voor het overgrote gedeelte van de bijplaatsingen. De heer Van Os: Die constatering, die doen wij ook in Ridderkerk. En ik denk dat we dat allemaal wel kunnen zien dat, we noemen dat helaas hotspots in Ridderkerk. Een aantal plekken zijn voornamelijk bij hoogbouw, voornamelijk bij sociale huurwoningen, waarbij de ondergrondse containers van alles wordt bijgezet. En veelal zonder het eerst aan te melden om weg te laten halen door NV BAR afvalbeheer en degenen die het wel netjes aanmelden en 20 euro daarvoor betalen en die het netjes neerzetten, die hebben nog wat buurtjes die Pagina 27 van 51

er nog wel bijzetten. En dat is ook gewoon een gedragsverandering die we graag willen doorbreken. Maar daar proberen we van alles voor, ook qua handhaving en dergelijke. Maar het is nog steeds een doorn in het oog op sommige plekken dat er zoveel wordt bijgeplaatst. En voornamelijk bij ja, renovatieprojecten waar er een leegstandsbeheer er in zit en mensen tijdelijk een woonhuis ingaan en als die eruit moeten binnen een paar maanden dat alles heel snel het huis uit wordt gegooid en aan de kant wordt gezet. En dan toch wel de complimenten voor onze nieuwe buitendienst die met de meldingen, openbare ruimte heel snel aan de slag gaan en het echt binnen liefst dezelfde dag, maar uiterlijk de volgende dag allemaal opgeruimd wil hebben. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording en dan houden we het antwoord op vraag een nog te goed. Dan is het woord aan de heer Alkema. In eerste instantie en daarna andere commissieleden voor vervolgvragen aan het college. De heer Alkema: Ja, voorzitter, dank u wel. Ook richting de wethouder voor zijn antwoorden. En eigenlijk worstel ik nog… Nee, niet worstel. Ik ga gewoon de vraag een, zeg maar in de gespreksnotitie, die vind ik eigenlijk niet heel duidelijk beantwoord, wat ik eigenlijk daar wel zou willen weten. Ik heb er een conclusie uitgetrokken en ik wil iets weten.

Staat de wethouder nog achter de ambities die nu in het plan staan, in het beleidsplan afval. En de conclusie die ik en check ik dan, de conclusie die ik daaruit trek, is eigenlijk dat die al een beetje afstand doet van de getallen en zoals verwoord in het beleidsplan afval en grondstoffen, dat hij zegt van ja, dat zijn niet kilo's, maar we moeten meer naar de scheiding kijken. En daar komt het eigenlijk een beetje vandaan dat we nu onze ambities niet halen. En ik wil weten of ik hem dan goed begrijp. En voor mij zou dat dan tegelijk ook een reden zijn om misschien maar heel snel toch maar het beleidsplan te gaan aanpassen, want dan wordt het ook gewoon helder voor de raad waar we wel en niet op controleren en hoe we gaan bijsturen. Zal ik het hier eerst bij laten of mag ik ook mijn extra vragen stellen? Of doe ik dan mee met de ronde van de ... De voorzitter: Stelt u nog maar een extra vraag. Dan gaan we dit ook gewoon per twee vragen doen. Als u dan nog meer heeft, dat komt dan daarna. De heer Alkema: Mijn extra vragen zijn eigenlijk, na de vakantie kwam nog een heldere uit onze fractie en ook door de insprekers heb ik een vraag, twee vragen zelfs. Die glasbakken, die worden nu allemaal vernieuwd. Dat zien wij. En eigenlijk gaat, vraagt de inspreker die hiervoor was van komen er extra glasbakken en dat zouden wij als fractie ook wel willen weten.

En de tweede vraag die ik dan heb, is het mogelijk dat naast dat je een afvalpas gebruikt dat ook de Ridderkerk app, zeg maar de telefoon gebruikt kan worden om zo'n container te openen? Derde vraag nog? Mag dat of wordt het te veel? De voorzitter: Laten we het eerst maar daarbij laten. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, voorzitter. Natuurlijk staat het college achter het beleidsplan, geldende beleidsplan. En natuurlijk staan we achter de ambitie die daarin staat. Alleen hij is gewoon niet meer realistisch voor 2025. Als we nu op 98 kilo zitten in 2024, dan acht ik het niet realistisch dat in 2025 ineens daar nog eens 60 kilo vanaf is gehaald. Dat gaat hem gewoon niet worden. Dus we staan achter de ambitie, zeker achter de ambitie van 2050 om gewoon helemaal circulair te zijn. Dat is ook nog steeds de ambitie vanuit de rijksoverheid, alleen we moeten wel realistisch zijn dat we dat gewoon niet halen en dat dat is een constatering, maar het jaar is nog niet voorbij, maar dan toch maar even een kijkje in de toekomst, dat gaan we gewoon niet halen. Hetgeen wat als ambitie is opgenomen. Rijksoverheid heeft die conclusie al enige jaren geleden getrokken en ik durf die conclusie ook nu al te trekken dat wij dat ook in Ridderkerk niet gaan halen. Maar die ambitie blijft zeker. We willen zo veel mogelijk afvalstromen scheiden.

Van afval naar grondstof, dus eigenlijk zoveel mogelijk nieuwe grondstoffen halen uit afval, dat is ons streven. Het liefst helemaal circulair zijn, zo snel mogelijk, maar uiterlijk 2050 en uiteraard willen we ook dat er zo min mogelijk afval wordt aangeleverd. Maar dat heeft wel met consumptiegedrag van onze inwoners te maken en dat doorbreken dat gaat ons gewoon niet lukken. Dus ik Pagina 28 van 51

denk dat het goed is dat we het beleidsstuk in de volgende collegeperiode, raadsperiode zeker gaan herzien en dan meer gaan zitten op de percentages, zoals de VANG nu ook doet en zoals de Europese commissie ook verlangt nu van lidstaten om dat percentage daarin te behalen. Maar de ambitie blijft staan, want het is heel mooi ambitieus. De voorzitter: En de glasbakken? De heer Van Os: Ze gaan naar een recyclepercentage en geen scheidingspercentages inderdaad. Een goede aanvulling. En dan komen er extra glascontainers was de vraag. En even in deze vergadering is er nog even contact geweest, ook vanuit NV BAR afvalbeheer met insprekers en daar wordt zeker naar gekeken of er extra glasbakken kunnen komen of moeten komen. En tegelijkertijd, insprekers hebben ook aangegeven waar ze wonen, om daar nou onder die galerijflat glasbakken te zetten en iemand die loopt daar om 23.30 uur nog even zijn tasje te leggen, dan wordt heel Oost wakker, verwacht ik zo. Dus ze staan ook niet voor niets op bepaalde plek. En er staan dan ook niet voor niets een bepaald aantal in Ridderkerk. Heeft allemaal met de graad te maken van waar behoefte aan is, maar we nemen hem zeker mee. Dat is al toegezegd richting de insprekers ook dat er naar gekeken wordt.

De app of de afvalpassen eigenlijk als een soort app op de telefoon, dat staat volgens mij ook in het coalitieakkoord en collegeprogramma om de mogelijkheden daarvoor te onderzoeken en die mogelijkheden zijn ook onderzocht. Alleen niet beide besturingssystemen kan het op het moment. Android is wat verder dan Apple. Dat heeft allemaal te maken met toestemming voor in de app store, volgens mij, dus daar is NV BAR afvalbeheer wel mee bezig op dit moment om te kijken of dat kan, maar zijn wel afhankelijk van ja, bedrijven zoals Apple in dezen. De voorzitter: En uw laatste vraag, mijnheer Alkema. De heer Alkema: Dat gaat om een toezegging. En ik hoop dat de wethouder nog kan herinneren anders sturen we het nou ja, dan horen we het later wel. Dat was namelijk als antwoord op een schriftelijke vragen bij de begroting 2025. Dat gaat over huishoudens met extra minicontainers en ik citeer even, het antwoord is dan 591 adressen hebben momenteel meer dan een minicontainers voor PMD plus restafval. BAR afvalbeheer heeft geen inzicht in de samenstelling van het huishouden dat op het object woont en tot op heden heeft de gemeente Ridderkerk geen analyse gemaakt voor type huishoudens met meer dan een minicontainers. En dan sluit het af met in 2025 zullen we hiervoor een project opzetten.

En wij zijn benieuwd is het project al gestart en zijn er resultaten te melden? Want het zou wellicht helpen natuurlijk in het verminderen van restafval als we weten waarom mensen zomaar, zal ik maar zeggen, een tweede container erbij willen. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel. Sowieso zitten er kosten aan een tweede container als men hem al niet heeft, volgens mij naar aanleiding van een amendement, ook van de ChristenUnie nog, dus dat is in ieder geval in de afvalstoffenverordening geregeld. Dat project is nog niet gestart, maar het is goed dat de heer Alkema van de ChristenUnie ons daar even aan herinnert op dit moment, zodat we daar ook naar kunnen kijken om die analyse te maken met de gegevens vanuit NV BAR afvalbeheer en vanuit onze eigen basisadministratie om dat naast elkaar te leggen om te kijken of dat inderdaad grote huishoudens zijn die zo'n tweede PMD restafval minicontainers hebben of dat er gewoon een iemand woont, die bij wijze van spreken het wel makkelijk vindt om alles in de oranje deksels te gooien. Dank. De voorzitter: Wie van de andere commissieleden heeft nog vragen aan de wethouder. Ik gaan weer inventariseren net als anders met aantallen. Ik begin met mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid, twee vragen. Burger op 1, twee vragen. CDA, twee vragen. GroenLinks een, EVR een. Dat is hem. Mevrouw Dirks, GroenLinks.

Pagina 29 van 51

Mevrouw Dirks: Dank u, voorzitter. Ik hoorde wethouder net zeggen van ja, heel gericht van de grootste vervuiler, grootste probleem is, zeg maar de productie van restafval… Nou, ik kan niet op mijn woorden komen. Verpakking, de verpakkingsindustrie. Hoe staat de wethouder tegenover als we als Ridderkerk aansluiten bij een beweging, grotere beweging die echt opstaat tegen die verpakkingsindustrie. Inderdaad pleit voor verduurzaming daarvan, meer natuurlijke materialen of gewoon vermindering daarvan? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Voorzitter. Ik zou de commissieleden willen adviseren om eens even op de website van Verpact te kijken en welke wet- en regelgeving er nu al geldt voor het gebruik van bepaald percentage herbruikbare verpakkingsmaterialen in een verpakking en daar scoren we in Nederland echt gewoon heel hoog mee. Nederland loopt echt wel voorop wat dat betreft in het reduceren van verpakkingsmateriaal voor producten om te verpakken. Dus ik denk niet dat wij ons ergens bij aan hoeven te sluiten. Het heeft wel alles met consumptiegedrag te maken. Ik bedoel als de economie lekker draait en mensen verdienen goed geld en ja, ze kopen, ze kopen, ze kopen, dan zit er altijd een verpakking omheen. En ja, dat dat zorgt ervoor dat er gewoon meer kilo's aan afval is.

Maar als die verpakking gebruikt wordt of geproduceerd wordt met herbruikbare materialen, dan heb je een circulaire economie te pakken. Dan zou het niet eens zo heel veel uit moeten maken. Kijk eens op de website van Verpact. Daar staan de percentages op die gebruikt worden door de verpakkingsindustrie. Of het hout is, of blik is of plastic is of wat voor materiaal dan ook. En dan zie je dat Nederland gewoon echt heel hoog scoort op het gebruik van hernieuwbare materialen in die verpakkingen ten opzichte van andere Europese landen, en daar mogen we als Nederland ook wel een beetje trots in zijn dat we daarin voorlopen. Dus ik zie geen reden voor Ridderkerk om aan te sluiten bij wat voor organisatie dan ook richting de verpakkingsorganisaties. De voorzitter: Mevrouw Dirks. Mevrouw Dirks: Dank voor de beantwoording. Oké. We doen het goed als Nederland met verpakking, dat is sowieso goed maar dat blijft dus een probleem en dat benoemde de wethouder het zelf ook al. Dat mensen blijven kopen. Maar hoe ziet de wethouder daar dan een oplossing, hoe we dat dan kunnen verminderen? Misschien met meerdere gemeenten bij elkaar? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja, voorzitter. Daar zie ik voor Ridderkerk geen doel anders dan dat we mensen proberen te enthousiasmeren om gebruik te maken van tweedehands goederen. Dat is natuurlijk hartstikke mooi.

We hebben een aantal kringloopwinkels in Ridderkerk, die daar een mooi assortiment voor hebben. Tegelijkertijd ben ik ook wethouder economische zaken en als ik mensen alleen maar zou wijzen naar kringloopwinkels, dan kunnen andere bedrijven in Ridderkerk hun deuren wel sluiten. Dus dat ga ik zeker niet toejuichen. Zo werkt het in Nederland en ik denk ook in Europa, dat dat een consumptiemaatschappij is. Het is uiteindelijk aan de inwoners en de mens zelf, om daar keuzes in te maken om daar in te minderen. De voorzitter: Echt voor Ridderkerk, de heer Kloos, een vraag. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Het is eigenlijk een beetje een zijvraag met betrekking totdat grondstoffenbeleid. We zien op dit moment een ontwikkeling, vooral bij supermarkten, dat de verpakkingen voor appels, peren en dat soort aanverwante artikelen de richting naar plastic gaat en de papieren zakken steeds meer worden teruggedrongen. Is dat wijs of hoe ziet u dat? Wat zou het advies kunnen zijn op dit terrein? Want een groot aantal mensen hebben daar toch wel vragen over. Dank u. De voorzitter: Wethouder Van Os. Pagina 30 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1184/documents/41661