2025-03-06-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
De heer Haan: Een paar uur per week zat er een ambtenaar bij de kledingbank om mensen met vragen over de armoedehulp en schuldhulpverlening te kunnen ondersteunen. En voor zover ik begrepen heb, is dat niet meer. Klopt dit? De voorzitter: Mevrouw Van der Plaat. Mevrouw Van der Plaat: Nou, misschien dat in het verleden wel eens een klantmanager daar een aantal uren heeft gezeten, maar dat weet ik eigenlijk niet zeker. Volgens mij, ja, ik loop al een aantal jaar mee dus dat zou ik wel moeten weten. Ik weet wel dat de kledingbank zelf in het gemeentehuis spreekuur heeft. En ja, als het nodig is zijn dan de lijntjes kort om anderen daarbij te betrekken als dat nodig is. De voorzitter: Ik denk dat daarmee uw vraag voldoende is beantwoord. Mijnheer Coule, zou u uw volgende drie vragen willen stellen? De heer Coule: Dat wil ik zeker, voorzitter. De Rekenkamer geeft aan dat de informatie naar de raad onvoldoende is. In de conclusie van het college wordt gezegd dat het voldoende en volgens afspraak is.
Waar baseert u het gegeven op dat het voldoende is? De volgende vraag is, waar vinden we buiten het gemeentehuis bijvoorbeeld al informatie wat op papier staat wat aan mensen aangeboden wordt? Bijvoorbeeld in WVC of dergelijke en zijn er andere plekken waar we papieren versies van schuldhulpverlening informatie kunnen vinden? Of is dat echt alleen maar in het gemeentehuis waar we dat kunnen halen? En ja, dan eigenlijk een zijvraag is meer de stand van zaken dan van de huisvesting voor de ondersteunende partijen van kledingbank, speelgoedbank, fietsbank en social stores en dergelijke. Of we al weten waar het heen gaat in verband met de samenkomst en betere informatievoorziening? De voorzitter: Deze laatste vraag die valt buiten het Rekenkamerrapport, dus deze mag de portefeuillehouder van mij niet beantwoorden. Wethouder Piena. Ja, ik ga dit keer gewoon een keertje streng zijn. De heer Piena: Ik had u graag van een antwoord voorzien, maar het mag niet. Sorry. De voorzitter: Na de vergadering kunt u echt wellicht naar de betreffende portefeuillehouder. Want volgens mij is dat zelfs ook een andere portefeuillehouder die daarvoor verantwoordelijk is. De heer Piena: Nee, voorzitter, u heeft gelijk. De voorzitter: Dus u heeft nog twee vragen, wethouder Piena, te beantwoorden van Burger op 1.
De heer Piena: Voorzitter, ik had me er zeker makkelijk van af kunnen maken door te zeggen dat de portefeuillehouder Van Os hierover gaat en niet ik. De voorzitter: Volgens mij had ik gezegd dat u hem niet mocht beantwoorden. De heer Piena: Nee, maar ik ondersteun u even in uw aannames. Waarom vinden wij als college dat we daar voldoende informatie verstrekken? Nogmaals, wij verstrekken de informatie zoals door de raad gevraagd is, zoals afgesproken is. In al die jaren, ik zit er nu bijna drie jaar, heb ik eigenlijk daar nog nooit een opmerking over gehoord dat u die informatie niet voldoende vindt. Dus ik zou bijna zeggen, en dat mag ik niet van de voorzitter maar ik doe het toch even stiekem, de vraag weer terugleggen, vindt u dat die informatie niet voldoende geweest is en waarom heeft u dat dan niet eerder gemeld? Pagina 17 van 49
De voorzitter: Daar heeft, daar hebben wij als raads- en burgerleden onze geëigende middelen voor mocht dat zo zijn, dus die hoeft de heer Coele niet te beantwoorden. De heer Piena: Het was ook een retorische vraag, voorzitter. Waar het om gaat is, de vraag wordt, waarom vindt het college dat het voldoende is de informatie die we verstrekken? Nou, nogmaals, om de door u aangegeven redenen dat wij de informatie verstrekken zoals afgesproken is. En ik denk dat die toch aardig volledig is als u kijkt naar de twee grote rapportages die u over het sociaal domein krijgt. Informatie, waar is die vindbaar voor iedereen en allemaal? Nou, onder andere ook bij onze samenwerkingspartners. U kunt ze bij, maar ik ga zo even heel stiekem naar rechts kijken of ik geen onzin vertel, maar bijvoorbeeld bij onze welzijnspartner Facet, bij huisartsen liggen folders. Nou ja, en noem zo maar op. Dus de informatie is, ook op onze mooie website kunt u informatie vinden, dus het is niet alleen maar hier in het gemeentehuis. Maar ik kijk even naar rechts voor de aanvullende informatie. De voorzitter: Mevrouw Van der Plaat, wilt u de wethouder nog aanvullen? Het hoeft niet hoor, het mag. Mevrouw Van der Plaat: Er zijn inderdaad folders die hier en daar verspreid zijn en neergelegd worden. Dat is de minimafolder, die is onlangs weer vernieuwd.
Maar goed, daar bereik je ook niet iedereen mee dus we proberen natuurlijk ook advertenties, de website en op andere manieren. De voorzitter: Mijnheer Coule, Burger op 1, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik nu graag over naar PvdA. U had zes vragen, zijn dat er nog steeds zes? Mevrouw Ripmeester: Ik denk het wel, voorzitter. Mijn eerste twee vragen zijn, mijn eerste vraag aan de wethouder is, op welk meetbaar resultaat bent u het meest trots ten aanzien van het armoedebeleid over de afgelopen tijd? Dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag is, de toegang tot de gezondheidszorg is belangrijk. Het is moeilijk nu om een huisarts te vinden, overstappen wordt ook lastig en uit de verhalen komt naar voren dat mondzorg een aandachtspunt is. U geeft aan bij antwoord acht ten aanzien van mondzorg en acute tand- en kiespijn, in individuele dringende situaties kan bijzondere bijstand worden aangevraagd of het noodfonds worden aangesproken. Noodfonds moet aangesproken worden via het lokaal zorgnetwerk. Dat betekent vaak dat je al heel erg in de zorg zit, heb je meer dan acute tand- en kiespijn, dus dat valt eigenlijk weg.
Kunt u zeggen hoe vaak bijzondere bijstand kan … Nee, kan bijzondere bijstand worden aangevraagd voor acute tand- en kiespijn en hoe vaak of zit daar een belemmering en kunnen wij dan die belemmering wegnemen? Dat zijn mijn twee vragen. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, ik vind het altijd heel lastig om in het sociaal domein waar wij kwetsbare mensen moeten helpen om nou te vertellen waar je het meest trots op ben. Want ook al ben je ergens heel erg trots op, dan zijn er altijd mensen die in dat kader ook nog steeds ellende ondervinden. Dus ik vind dat lastig. Maar als u dan toch een antwoord, als de PvdA daar dan toch een antwoord op wil krijgen denk ik dat we als organisatie, zeker met de energieregelingen, de opvang van Oekraïners, die twee zaken, dat we die daar denk ik mooi geregeld hebben. In korte termijn heel veel mensen kunnen bereiken en dan denk ik dat daar veel waardering naar uitgaat en dat ik daar best trots op ben. Maar dat is één uit de vele zaken die hier gebeuren en soms ook buiten uw zichtveld, buiten zichtveld van de raad. Maar goed, u wilde graag een van de meest trotse resultaten horen. Toegang tot de gezondheidszorg. Het is niet de eerste keer dat de Partij van de Arbeid met deze vraag komt over tandheelkunde en tandzorg.
Ook daar hebben we veelvuldig de antwoorden op gegeven en ik blijf hetzelfde antwoord geven, hoe vervelend het misschien ook klinkt. De wet, de regelingen, Pagina 18 van 49
uw verordening geven aan op welke manier en op welke wijze wij kunnen ondersteunen in de mondzorg. In dit geval hebben we een voorliggende voorziening, dat is de aanvullende verzekering, de aanvullende zorgverzekering die iedereen kan afsluiten. Die we … Dat is een van de, niet alle gemeenten hebben dat, maar toch een mooie aanvullende zorgverzekering afgesloten met twee zorgverzekeraars waar de mensen dat kunnen doen. Met ook nog eens een keer aanvullende regelingen om het makkelijk betaalbaar te maken. Wanneer kan iemand dan een beroep doen op die bijzondere bijstand? Nou, dat is heel lastig. We hebben daar, er zijn heel veel uitspraken over, ook rechtelijk gezien. En die ruimte is echt niet groot, die is marginaal of is het eigenlijk niet eens. Zo simpel is het. En wanneer is er dan nood? Ja, dat zijn echt van die individuele gevallen, die kan ik ook nu niet zo ophoesten en ik weet ook niet of ze hebben plaatsgevonden. Ik weet ook niet hoe vaak die aanvragen afgewezen zijn, dat weet ik echt niet. Het gaat om noodgevallen, het gaat niet om tientallen keren. Maar ik ga er even van uit dat de reguliere tandzorg en als mensen zich daarvoor verzekerd hebben, dat die gewoon te bekostigen is. En mooier kan ik het gewoon niet maken. En ik kan keer op keer hetzelfde antwoord geven, maar het blijft zo.
De voorzitter: Wethouder Piena, mag ik u even onderbreken? Willen wij ons wel beperken vanavond tot het rapport van de Rekenkamer. Armoedebeleid staat in mei op de agenda. Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mijnheer Piena, op de reactie, op het antwoord acht dat we hebben gekregen waarin gesteld wordt dat dingen mogelijk zijn. Maar uit uw reactie begrijp ik dat dat eigenlijk heel moeilijk gaat. Daar gaan we nog even verder over nadenken. Er wordt veel gevraagd, we gaan weer terug naar het armoederapport en over de ondersteuning die daar wordt aangegeven en over de punten die daar zouden kunnen zijn. Ik kan mijn eigen handschrift niet lezen, jongens. U geeft aan in antwoord op vraag vier dat, wij vroegen, wat ziet u naar aanleiding van dit rapport als de grootste verbeterpunten? Daar heeft u geen reactie op gegeven. U heeft wel gesteld dat eventuele verbeterpunten worden opgenomen in het nieuwe beleid. Heeft u zelf geen top twee van punten waarvan u denkt, nou, die zouden we in ieder geval graag doorgevoerd willen hebben? Dat zou ik heel graag willen weten. En mijn volgende vraag is, in aanleiding van de opmerking die de griffier heeft gemaakt, we moeten eerst onze doelstellingen helder hebben.
Gaat het u lukken om op basis van dit rapport en uw ervaringen om bij het minimabeleid dat gaat komen duidelijke doelstellingen te maken die smart geformuleerd worden? Kunt u dat toezeggen of kunt u in ieder geval zeggen dat u daarnaar streeft? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U gaat nu vragen om een toezegging voor een rapport wat in mei gaat komen? Mevrouw Ripmeester: Nee, voorzitter, ik ga vragen of de wethouder denkt dat dat gaat lukken? In aansluiting op de opmerkingen die de heer Van Straalen heeft gemaakt. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Griffier, had u het echt nodig gevonden om wat aanbevelingen te doen? Top twee van verbeterpunten uit het rapport vind ik even lastig te benoemen. Wat ik wel een hele belangrijke vind, laat ik er dan in ieder geval één noemen, is dat de processen, dat we op elk moment van de dag moeten kijken hoe we onze processen kunnen verbeteren, hoe we het zo eenvoudig mogelijk kunnen maken en hoe we zo goed mogelijk de mensen kunnen bereiken die onze hulp nodig hebben. En dat vind ik denk ik wel een van de belangrijkste. Ik kijk even naar de heren op de achtergrond, maar volgens mij is dat een conclusie die we samen delen. Ik heb ze heel vaak horen zeggen dat het Rijk verantwoordelijk is inderdaad voor die regeling en dat daar heel veel geld blijft liggen.
In Ridderkerk volgens mij, maar ik kijk even naar rechts, wordt de begroting die we daarvoor hebben zo goed als helemaal gebruikt voor al die aanvragen. Dus wat dat betreft Pagina 19 van 49
doen we het hier niet verkeerd, maar volgens mij staat dat ook in het rapport. Maar dat blijft nog steeds een aandachtspunt, want heel vaak zien we de mensen niet die het nodig hebben. En dat maakt het ook lastig en dat is het vervolg, dus het lijntje naar de tweede vraag. Denkt u doelstellingen te gaan presenteren in het nieuwe minimabeleid die smart geformuleerd zijn? Ook vanuit de Rekenkamer heb ik net horen zeggen dat het juist in het sociaal domein zo moeilijk is om smartdoelstellingen te maken. En dus durf ik hier de toezegging te doen dat dat ons waarschijnlijk niet gaat lukken. De voorzitter: Die toezegging heeft u in ieder geval binnen. Mevrouw Ripmeester, PvdA, u heeft sowieso ook nog twee vragen dus als u nu nog een aanvullende opmerking wilt plaatsen dan kunt u ook gelijk de twee laatste vragen stellen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik ken de wethouder als een man uit het bedrijfsleven, een zakelijke man die graag zijn successen meetbaar zou willen zien. Dus ik ga er toch van uit dat die een poging gaat wagen, omdat anders kunnen we namelijk ook niet vaststellen of het succesvol is. Dus als we dan zeggen, het gaat goed, is op lucht gebaseerd. En als we zeggen, het gaat slecht, is ook op lucht gebaseerd. Dus ik hecht er toch wel heel erg waarde aan dat er enige grond of concrete cijfers onder liggen. En ik ga ervan uit dat u dat gewoon gaat lukken.
De voorzitter: Maar het gaat ook verder nog ter debat, hè, dus u kunt … Mevrouw Ripmeester: Ja, het gaat nog ter debat, maar ik wil hem alvast aanmoedigen. Mijn laatste vraag is, we hebben nu dit rapport. We hebben dit allemaal, we hebben dit op een rijtje staan. U geeft aan dat u zich gebonden voelt vanwege de regelgeving. Tegelijkertijd hebben een heleboel gemeenten veroorloven zich wel meer ruimte of die interpreteren het wel iets anders waardoor er veel meer mogelijk is. Waardoor in andere gemeenten stappen worden gezet die wij mogelijkerwijs zouden kunnen navolgen en die onder dezelfde regelgeving opereren. Kunt u aangeven of u met die ruimte ook zou willen opzoeken, omdat ik u ook ken als een ambitieus man. Ik neem aan dat u op dit terrein ook grote ambities heeft, dus zou u bereid zijn om die ruimte ook mee te nemen? Dat was mijn laatste vraag, voorzitter. De voorzitter: Nou, wethouder Piena, er wordt wat van u gevraagd. Wilt u antwoorden? De heer Piena: O, en ik vind het laatste ook zeker een hele mooie vraag. We kijken ook om ons heen, hè. We zitten niet in een koker, we zitten niet alleen in Ridderkerk, we kijken ook naar andere gemeentes.
Wat doen die nou, wat kunnen wij beter doen, wat kunnen we van ze leren? En heel vaak zie ik daar ook wel eens wethouders met hele mooie grote verhalen komen en uiteindelijk worden ze of door de rechter teruggefloten, of de regelingen kloppen niet, of is het onhaalbaar. En daar wil ik voor waken. Als ik met iets kom, dan moet het ook wel haalbaar zijn. Zoeken we de ruimte op? Jazeker, we zoeken nu al de ruimte op. We kijken in hoeverre de regelgeving ons toestaat om mensen te kunnen helpen. Ook als bij de ene regeling het niet lukt kijken we misschien bij de andere regeling of dat lukt. Daar doet ons ambtelijk apparaat echt heel veel aan. Ook hebben we de zogenaamde doorbraakmethode. Maar het is altijd wel heel makkelijk gezegd hè, de doorbraakmethode, kleur buiten de lijntjes. Maar op het moment dat wij buiten die lijntjes kleuren dan zijn er altijd weer mensen die zeggen, hoe kan dat nou? U houdt zich niet aan de regels. En dat maakt het heel erg lastig. Maar de oproep van de PvdA, van mevrouw Ripmeester, ja, neem ik zeker ter harte. En ik ben dat helemaal met u eens, voor zover wij kunnen moeten we zoveel mogelijk die regelgeving oprekken om onze kwetsbare inwoners behulpzaam te kunnen zijn. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, bent u voldoende bediend voor dit moment? Pagina 20 van 49
Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Ik heb mijn vragen kunnen stellen en antwoord gekregen. De voorzitter: Helemaal goed. Dan ga ik nu over naar mevrouw Van der Heijde-Keijzer, CDA. U had zes vragen, zijn dat er nog steeds zes? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Het zijn er vijf geworden, voorzitter. De voorzitter: Dat is echt significant minder. Zou u ze twee om twee willen stellen. En ja, ik weet niet hoe groot de vragen zijn, maar misschien anders één keer drie en één keer twee of andersom. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Ik zat dat doen. Ik zal kijken hoe ingewikkeld de vraag mogelijk is en hoe ik dan de portefeuillehouder inschat om daarop te antwoorden. De voorzitter: Het mag ook één voor één hoor, als dat nodig is. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Nou, ik zal het kijken. Laat ik bij de eerste vraag beginnen. Dat is eigenlijk een vraag naar aanleiding van een antwoord op de Rekenkamer naar aanleiding van een vraag zojuist van de PvdA. En eigenlijk dat ik graag een reflectie daarop zou willen van de portefeuillehouder. Er werd gesteld van, nou, informatie was niet eerder beschikbaar en daardoor zijn er nu dus een aantal aanbevelingen achterhaald of die hadden anders gedaan kunnen worden als die informatie er wel was of wel was overgedragen.
Hoe kijkt het college hier nu naar? En wat zou het college in het vervolg kunnen veranderen om die informatie wel beschikbaar te hebben? Laat ik daarbij zeggen, dat is niet een negatief oordeel, maar om met de woorden van de Rekenkamer te spreken, om daar nu even een gesprek over te hebben. Laat ik die even als eerste stellen. Dank, voorzitter. De voorzitter: Nou, wethouder Piena, u heeft één vraag te beantwoorden. De heer Piena: Voorzitter, de Partij van de Arbeid heeft hem ook al schriftelijk gesteld. We hebben ernaar gekeken en ik heb het de Rekenkamer net ook niet horen benoemen. Wij weten niet om welke informatie het gaat die bij hen ontbreekt waardoor zij bepaalde zaken in hun conclusies of aanbevelingen niet hebben meegenomen. Ik mocht daar net niks zeggen, maar anders had ik graag die vraag gesteld van, ja, over welke informatie hebben we het nou? Dus ik moet ook hier CDA het antwoord schuldig blijven. Ik weet niet welke informatie er ontbreekt, dus het is heel moeilijk te reflecteren. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Oké, dank. Dan hadden we misschien wat wakkerder moeten zijn net, hand in eigen boezem. Dan zal ik er vervolgens denk ik twee stellen. Naar aanleiding van de conclusie en de reactie van het college op de conclusie 2 en 3.
U geeft als reactie op die aanbeveling op pagina 7 dat het complex is zo'n complex informatievoorziening, een dashboard of wat voor woord je er ook aan geeft. En dat het mogelijk een grote financiële investering zou kunnen zijn. Nu heb ik altijd geleerd, mogelijk is geen antwoord. Dat zou je dan eigenlijk eens moeten onderzoeken of dat daadwerkelijk zo is, want mogelijk is een gedachte. Zou de portefeuillehouder daar een reactie op willen geven en of u ook bereid bent om dat bijvoorbeeld verder in kaart te brengen of te onderzoeken? De derde vraag gaat over de conclusie 4a. De Rekenkamer geeft daar aan dat er bepaalde doelgroepen zijn als laaggeletterden, verstandelijk beperkten, die weinig van de communicatie over dit onderwerp merken, meekrijgen. En er zijn een aantal communicatiemiddelen verdwenen, waaronder het tijdelijk financiële loket. Kunt u aangeven of er nog meer middelen die voorheen wel gebruikt werden nu gestopt zijn? Dank.
Pagina 21 van 49
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik vragen aan wethouder Piena om deze vragen te beantwoorden. De heer Piena: Voorzitter, de laatste vraag was een gesloten vraag, het antwoord is nee. De eerste vraag, complexe informatievoorziening en dan hebben we het over mogelijk. Nou, kan ik gewoon zeggen, dat vergt een grote investering. Daarnaast komt zo'n complexe informatievoorziening, op dit moment is er heel veel beweging door op basis, nee, sorry, op grond van het Integraal Zorgakkoord, op grond van GALA, binnen de jeugdzorg zijn heel veel monitoringszaken die in ontwikkeling zijn. Dan zou het als Ridderkerk zijnde niet erg slim zijn om daar hele grote investeringen aan te wijden. Soms is het ook niet eens mogelijk om bepaalde zaken aan elkaar te koppelen. Er zit in de aanbeveling, of in ieder geval in de teksten, zit ook van, ja, maak nou een monitoring waarbij je ook van de onafhankelijke derden alle informatie bij elkaar haalt en noem maar op. Even heel flauw gezegd, wettelijk gezien kan dat gewoon niet. We hebben al moeite om intern binnen gemeentelijke organisaties en als gemeentelijke organisaties onderling informatie uit te wisselen. Nou, daar moeten we even, daar moet deze commissie even aan denken op het moment dat we het over een complexe informatievoorziening hebben en als je daar systemen voor wil bouwen. We raden dit gewoon absoluut af om die te willen.
Dat wil niet zeggen dat we niet willen kijken naar informatievoorziening, want die is heel belangrijk, ook voor onze aansturing, ook voor onze hulp aan onze inwoners. Maar wat hier gevraagd wordt, nou, lijkt ons niet wenselijk. De voorzitter: Ik denk dat dat antwoord helder is. Ik zie dat mevrouw Horvath een stapelende vraag zou willen stellen. Mevrouw Horvath: Ja, graag. Dank u wel. Ik hoorde de wethouder daarstraks volgens mij ook zeggen van, de begroting wordt zo goed als gebruikt hier. En toch zien wij vaak de mensen niet die het nodig hebben. U zegt net ook van die complexe informatievoorziening, dat raad ik ten zeerste af. Heeft u dan misschien een ander idee waarop je die mensen die we nu niet zien toch in beeld kunt krijgen? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Ja, en daar hebben we dus nu het grote probleem, ook met het smart maken van doelstellingen. Als mensen zich niet melden, wij kunnen niet achter de deur kijken. Wij weten niet hoe een zelfstandige zijn financiën ervoor staan. Dat weet de Belastingdienst misschien wel maar wij niet. Dus wij weten niet of die mensen hulp hebben. En daarom blijft het altijd koffiedik kijken hoe groot ons bereik is dat we inderdaad iedereen bereiken. Dus ik kan wel hier straks zeggen van, nou, wij willen 100 procent van de mensen bereiken die het nodig hebben met een armoedevoorziening.
Maar als we ze gewoon niet in beeld kunnen krijgen. A, omdat mensen misschien zelf niet willen, want dat kan ook, hè. Of B, omdat ze gewoon uit schaamte of wat dan ook zich niet melden en wij niet voldoende signalen krijgen van onze partners of wie dan ook. Ja, dan hebben we een smart doelstelling waar je niks aan hebt, want je kan hem nergens aan afleiden. Je kan nergens van zeggen van, ja, we weten dat we 100 procent mensen hebben die het nodig hebben. Want die hebben we namelijk niet in zicht. En misschien hebben we hem wel in zicht, maar dat weten we dan weer niet. Vandaar. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, zou u door willen gaan met uw vragen? O, mijnheer Haan, ChristenUnie. De heer Haan: Dank u wel, voorzitter. Eén korte vraag nog even over dat dashboard. Want als ik het goed begrijp is het grootste issue om al die informatie dan bij elkaar te krijgen. Want ik kan me niet voorstellen, gezien alle besluiten die genomen worden, dat de geldissue het grootste issue moet kunnen zijn. Dus begrijp ik Pagina 22 van 49
het goed dat u zegt, de grootste moeite zit hem in privacy en alles bij elkaar te krijgen en om dat dan te bundelen? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Nou ja, ik wil niet zeggen dat financiën geen rol speelt. U kent allemaal het ravijnjaar 2026 dus u zult begrijpen dat ook financiën een belangrijke rol spelen. Ik vind als je iets maakt of iets wilt hebben moet het een toegevoegde waarde hebben. Dat is ook nog een dingetje. Heb ik ook de Rekenkamer horen zeggen, ga niet allerlei dingen verzamelen waar je niks aan hebt. Hou het concreet, hou het simpel en zorg dat je administratieve lasten niet toenemen. Dus dat is één. Ik wil de commissie er ook op wijzen, het is niet zo dat we niks hebben. We hebben sowieso al een Armoedemonitor waarin u alle gegevens kunt zien. We hebben een P&C-cyclus waar heel veel informatie staat. Want we doen nou net of we niks hebben in deze gemeente en dat heb ik de Rekenkamer ook niet horen zeggen overigens. Die heeft ook gezegd, we hebben hier heel veel. U zou er alleen beter nog kunnen naar kijken hoe het nog beter kan. Nou, en natuurlijk staan wij daarvoor open, maar het moet allemaal wel in verhouding staan. Dus ja, de complexiteit, de regelgeving en maken het moeilijk om zo'n heel groot informatievoorzieningssysteem op te richten. Is denk ik daarom niet wenselijk, daarom raden we het ook af. Maar we hebben ook heel veel.
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik ... Mijnheer Haan, ChristenUnie. De heer Haan: Een korte reactie, voorzitter. Ik heb ook niet willen zeggen dat we niks hebben. Waar u mee eindigt, dat is voor mij het belangrijkste. Het gaat dus ook om die complexiteit en om het wat willen weten. Maar dank voor uw toelichting. De voorzitter: Een hele mooie toevoeging, dank u wel. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, CDA. Zo, ik had u bijna bij een andere partij gezet. Excuus. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Nou, vooruit, voorzitter. Dat is u dan een klein beetje vergeven, maar ik stap niet over van partij, dat maar voor de duidelijkheid. Ik ben en blijf een CDA'er. De laatste twee vragen inderdaad, voorzitter. Nou, te zien is ook in het Rekenkamerrapport en ook in de reactie van het college op de aanbevelingen dat er inderdaad een integrale afstemming is. Nou, dat doet ons deugd. Er zijn goede initiatieven, mooie gerichte acties die ook resultaten geven. Zijn er nog verbeteringen in de afstemming mogelijk? En zo ja, waar denkt u dan aan? Ja. En de laatste vraag. Er wordt aangegeven door het college op pagina 7 dat de klantcontactfunctionaris verantwoordelijk is voor het leggen van deze contacten. Prima. En dat er ook ingezet wordt op periodieke overleggen. En ja, het woord, er wordt ingezet op, klinkt ons wat vaag in de oren. Want dat betekent niet dat er altijd periodieke overleggen zijn.
Maar kunt u ons daarbij helpen of die er wel zijn? De voorzitter: Wethouder Piena, zou u het CDA willen helpen, alstublieft? De heer Piena: Tuurlijk. Voorzitter, ik wil elke partij helpen, dat is geen enkel probleem. Periodieke overleggen? Ja, die zijn er gewoon, punt. Zijn er verbeteringen mogelijk binnen de afstemming? Ja, altijd. Overal is een verbetering voor mogelijk. Het is misschien een flauw antwoord, maar dat is het wél. Elk moment dat we iets besloten hebben, dat we gedaan hebben, heb je weer ontwikkelingen en moet je kijken wat je verbetermomenten zijn. Dus het antwoord ook hierop is, ja, er zijn verbetermogelijkheden. Waar ziet u ze als portefeuillehouder? Ja, even op dit moment niet. Soms kan dat zijn in een beter structureel overleg, soms kan het ook misschien inhoudelijke afstemming met een beperktere groep van partijen. Maar dat is keer Pagina 23 van 49
op keer een zoektocht en dat doen we ook weer hier in dit huis elke dag. Met alle partners ook van buiten die we hard nodig hebben daarbij stem je dat met elkaar af. Dus even een kort antwoord, ja, er zijn verbetermogelijkheden. Waar denkt u nu op dit moment concreet aan? Aan niets. De voorzitter: Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, CDA, wilt u daar nog iets op zeggen over het feit dat de wethouder aan niets denkt? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Ik ben even aan het wikken en wegen hoe ik dat nou in een goede omgangsvorm kan zeggen, want ik wil ook de wethouder niet tegen mij injagen. Maar ik hoop dat er dan toch ergens een moment komt dat dat de portefeuillehouder ineens het helder licht ziet en beseft, o, dit is misschien wel een goede verbeteractie. En dat buiten deze commissie mij dan een keer in de wandelgangen meedeelt. Dank, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena, u gaat mevrouw Van der Heijde-Keijzer vertellen wanneer het lampje bij u aangaat? De heer Piena: Nou ja, het lampje staat elke dag aan, elke seconde, voorzitter. Nee, natuurlijk heb ik daar ideeën over. Toen ik hier als wethouder begon was het eerste wat ik vond, is dat er veel te veel overlegstructuren waren en dat is ook niet goed. Dus ik moet voor efficiënte overlegstructuren zijn. En ja, natuurlijk heb ik ideeën.
En u weet dat er ook een plan van aanpak jeugdzorg ligt en ook daar wordt naar overlegstructuren gekeken. En de overlegstructuren gaan niet, die gaan buiten dit rapport om. Want het is niet alleen over armoedebeleid de overlegstructuur, maar het armoedebeleid heeft ook raakvlakken met scholen, heeft raakvlakken met de jeugdzorg en daar zitten ook allemaal overlegstructuren in. Dus vandaar dat ik me er inderdaad een beetje makkelijk van afmaakte van, ik heb niets in mijn hoofd zitten. Natuurlijk wel. Maar daar heb ik ook mijn collega's voor nodig en daar heb ik ook het werkveld voor nodig. Vandaar dat ik even heel flauw zei, niets in mijn hoofd. Maar ja, natuurlijk denken we daarover na. En voorzitter, nee, dat ga ik het CDA niet alleen in de wandelgangen melden. Als er echt iets is krijgt de hele commissie/raad dat te horen, want ik zou willen voorkomen dat het CDA een voorkeurspositie krijgt. De voorzitter: Dat is wel heel politiek correct. Zijn er nog spijtoptanten dat er nog een laatste vraag gesteld gaat worden? Want anders ga ik dit onderwerp echt afsluiten met mijn afrondende opmerkingen. Dat is niet het geval. De afspraak is dat het rapport van de Rekenkamer altijd ter debat gaat voor minimaal tien minuten. Zijn er partijen die debattijd willen hebben en zo ja, hoeveel? Ik zie drie minuten, ik zie twee minuten, twee, drie, twee, twee, één.
Eén is heel kort hoor, één minuut. Oké. Nee, prima. Ja, maar dit rekt gelijk even tijd en dan kan mijn rechterhand gelijk even kijken hoeveel tijd we nodig hebben. Dus dat, ik gebruik het nu even. Maar volgens mij bent u zover, mijnheer Slingeland? Wat denkt u dat we nodig gaan hebben? Half uurtje. Ga ik de commissie dat we met 45 minuten genoeg zouden moeten hebben? Eerste termijn, de reactie wethouder, eventueel een tweede termijn. Dan gaan we maximaal nog 45 minuten zetten. Dan wil ik wethouder Piena en mevrouw Van der Plaat met name van harte bedanken. 5.
Startnotitie Nota Onderwijs 2025 De voorzitter: Mag ik wethouder Stip en mevrouw Murat vragen hier voor mij te komen zitten. Het onderwerp is Startnotitie Nota Onderwijs. Goed onderwijs is essentieel voor de vorming en ontwikkeling van de Ridderkerkse jeugd. Om zichtbaar te maken wat er op dat gebied gebeurt wordt de raad voorgesteld een Nota Onderwijs op te stellen. In de startnotitie legt de raad de kaders en het proces vast voor het opstellen van deze nota. De instelling is ter vaststelling. Kunt u daarmee instemmen? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer. Pagina 24 van 49
Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: We willen voorstellen ter debat, omdat we ook voornemens zijn een amendement in te dienen. De voorzitter: Dan gaat het ter debat. Dat betekent ook dat u nu alleen maar technisch inhoudelijke vragen kunt stellen. Wethouder Stip, heeft u nog iets toe te voegen? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, graag. Voor ons ligt het startpunt om te komen tot de Nota Onderwijs. We werken intensief samen met het onderwijsveld en maatschappelijke partners om ieder kind zo optimaal mogelijk te kunnen laten ontwikkelen en ontplooien. Dit doen we op vele gebieden, zo werken we bijvoorbeeld samen aan het wegwerken en voorkomen van achterstanden, waarvoor de gemeente jaarlijks ruim 2 miljoen euro krijgt. Daar worden onder andere voorschoolse educatieplekken van bekostigd, maar ook verschillende initiatieven die aan dit doel bijdragen. Daarnaast zetten we in met Facet op de brede schoolactiviteiten, stimuleren we integrale kindcentra, faciliteren we voorlichtingen, hebben we de samenwerking onderwijs en bedrijfsleven, werken de schoolcontactpersonen en leerplichtambtenaren nauw met de scholen samen en zo kan ik nog wel even doorgaan, voorzitter. Met vele partners worden hier via verschillende tafels structureel overleggen over gevoerd, een veld waar veel in gezamenlijkheid gebeurt.
Daarom is er mede uit het onderwijsveld behoefte aan een nota waar dit integrale beeld geschetst wordt, wat tegelijkertijd ook waardevol is voor de ambtelijke organisatie, uiteraard de geïnteresseerde inwoner en hopelijk ook uw raad. En voorzitter, ik ben benieuwd welke vragen er nog leven? De voorzitter: Dat ga ik voor u inventariseren. Zoals ik net al heb aangegeven ter debat, dus dat betekent alleen maar technisch inhoudelijke vragen. Zijn er vragen vanuit de commissie? CDA, dat zijn er vier. EvR, drie. PvdA, vijf. Burger op 1, twee. CU, twee. Leefbaar Ridderkerk, vijf. En SGP, één. Dan mag SGP starten met één vraag. De heer Kardol: Ja, dank u, voorzitter. De vraag die de SGP heeft is van, is de verwachting ook dat het proces zeg maar gaat opleveren dat het knelpunt aan het licht zal brengen en eventueel ook een actieplan? Behalve dan de integrale of het integraal bekijken en beschrijven. De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, we zijn dus structureel heel veel in overleg met het onderwijs, dus we wachten zeker niet met deze nota tot met actiepunten aan de slag te gaan. Dus we hebben hier ook de afgelopen twee jaar veel naar aanleiding van het collegeprogramma en de samenwerking en de onderwerpen die er leven veel samengewerkt.
Zo zijn er ook overlegtafels waar we dus onderwerpen bespreken, rondetafelgesprekken waar concreet continu actiepunten uit komen die we oppakken met elkaar. Waarvan ook één onderdeel was, is eventjes wat meer integraal beeld van welke stukken hebben we nou allemaal met elkaar? Waar we van eigenlijk deze nota de paraplu willen laten vormen. Dus we willen dit wel een overkoepelend beleid laten zijn die niet te veel op die detail ingaat en die ook nog wel actueel in die zin blijft. Dus daar zal een stukje visie en samenwerking zeker in zitten, maar zullen wij ook goed in afweging tot in welke detail? Ja, even bijvoorbeeld dat wij een brief gaan sturen naar ouders van een tweeëneenhalf jarig kind om al in te schrijven op de school. Kijk, dat zijn allemaal acties die we continu oppakken. We gaan wel kijken, zet je die allemaal in een beleidsstuk? Nou, dat gaan we afwegen in het proces. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kardol, is de vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan heeft de ChristenUnie twee vragen. Mevrouw Vergunst, zou u ze allebei willen stellen?
Pagina 25 van 49
Mevrouw Vergunst: Zeker wil ik dat. De eerste sluit wel een beetje aan op de vorige vraag. Als ik het goed begrijp is het vooral een beschrijvend document van het huidige beleid. En nou staat er ook een consultatieronde gepland en we waren zeer benieuwd wat dat dan nog inhoudt als het puur een beschrijving is van het huidige beleid? Sorry, en de tweede is, wordt de uitwerking van het beleidskader leerrecht 2025, beter bekend als de thuiszittersaanpak, ook betrokken bij deze notitie? Want die staat niet genoemd. De voorzitter: Goede. Wethouder Stip, mag ik u vragen deze twee vragen te beantwoorden? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad beschrijvend van aard, maar daar komt natuurlijk wel heel veel in voor. Kijk, als wij noemen, de Brede School van Facet en dergelijke, dus het is ontzettend belangrijk om ook, nou ja, dadelijk te horen of uw raad dat ook onderschrijft wat er momenteel gebeurt en waarop ingezet wordt en waar we ook op in willen blijven zetten. Dus dat vinden we heel belangrijk om dat juist ter consultatie te leggen en dat dat integrale overzicht ook voor de raad helder is. Dus dat vinden we heel waardevol en dat doen we tegelijkertijd in het participatietraject ook met het onderwijsveld. Ook leerrecht, ik noemde net al wel volgens mij eventjes in mijn inleiding, ook dat wordt als raakvlak genoemd.
Onlangs in november heeft u inderdaad via de raadsinformatiebrief het kader ontvangen, in december van het onderwijsachterstandenbeleid. Nou, dat is ook meer geënt in de uitwerking op wetgeving en meer een uitvoeringsdocument, wil ik bijna zeggen. Maar doordat dit de paraplu wordt, worden die raakvlakken zeker hierin meegenomen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vergunst. Zijn uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan wil ik graag overgaan naar Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man, u heeft twee vragen. Wilt u ze allebei stellen, alstublieft? Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Wij vragen ons af wat de, ja, waaronder valt nou speciaal onderwijs? Want die wordt niet genoemd in de startnotitie. Hoort dat erbij of hoe wordt dat anders verwerkt? En een wat praktische vraag. Bij de financiën staat, voor het opstellen van de nota is een bedrag van 50 duizend euro beschikbaar gesteld. Dat vind ik wel heel veel. Is dat enigszins te onderbouwen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Speciaal onderwijs hebben we hier niet specifiek in genoemd, maar we bedoelen hier in alle scholen, dus ook bijvoorbeeld een SBO De Burcht zit ook aan tafel. Dus dat is zeker ook onderdeel en ook daarmee zullen we de raakvlakken gaan noemen.
De 50 duizend euro, die is inderdaad toendertijd in het collegeprogramma beschikbaar gesteld en is toen ook ingeschat op ervaring intern wat komt kijken bij zo'n proces. Nou ja, op ervaring van processen is dit bedrag zo ingeschat. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, zijn uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik nu graag naar Echt voor Ridderkerk. U had drie vragen, zijn dat er nog steeds drie? De heer Hoogendijk: Jawel, voorzitter. De voorzitter: Zou u ze alle drie willen stellen? De heer Hoogendijk: Ja, even in aansluiting van op mevrouw Van Nes-de Man, het gaat over die 50 duizend euro. Ik zie dat er ook externe expertise wordt ingeschakeld. Is die 50 duizend euro nou bestemd voor die externe expertise? De tweede vraag als ik die mag stellen, waarom hebben wij zelf niet, beschikken wij zelf Pagina 26 van 49
niet over die expertise? Dan de derde vraag is, dat gaat over die participatie. Of dat er ook nog een relatie is met het project Kansrijke Start, de eerste duizend dagen na conceptie. Dan krijgen de kinderen tot ongeveer tweeënhalf jaar, dat is voor kinderen tot tweeënhalf jaar oud. Dus zij kunnen ook al op kinderdagverblijven zijn gegaan en dat mis ik dan. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip, wilt u de vragen beantwoorden, alstublieft? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad is het bedrag bedoeld voor externe expertise. Op dit vlak onder andere hebben wij bijvoorbeeld contactfunctionarissen. Een beleidsstuk hoeft als het goed is niet elk jaar gemaakt te worden op dit vlak, dus kiezen wij er liever voor dat continu wat er nodig is hier intern belegd is. En dat we eenmalig in de zoveel jaren doen extern besteden, omdat het geen dagdagelijkse taak in deze zin is. Participatie Kansrijke Start, inderdaad, staat niet exact genoemd. Maar in het begin staat wel de nul tot achttien, met ook de gedachte dat het al bij de Kansrijke Start begint, dus ook die coalitie wordt erin betrokken. De kinderopvang is er ook sowieso in betrokken voor met name vanaf tweeëneenhalf jaar en de Kansrijke Start, dus vooral tussen nul en tweeëneenhalf jaar. De voorzitter: Dank u wel.
Mijnheer Hoogendijk, Echt voor Ridderkerk, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Hoogendijk: Ik zou dan toch nog eventjes door willen vragen. Als wij over die externe expertise, waarom wij dan zelf die expertise niet hebben? Is dat dan een kwestie van capaciteit of is dat een gebrek aan expertise? De voorzitter: Wethouder Stip? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, als je een project met een kop en een staart structureel inbedt dan is dat altijd duurder, want dan heb je structurele loonkosten. En als je dat doet bij de mensen die nu al dagdagelijks bezig zijn met hun taken, dan moet je gaan inleveren op het contact met bijvoorbeeld het onderwijsveld. En dat vinden we belangrijk om dat niet te doen en vandaar is die afweging zo gemaakt op dit gebied. De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee uw vragen nu wel voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik graag over naar het CDA. U had vier vragen, zijn dat er nog steeds vier? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Jazeker, voorzitter. De voorzitter: Zou u ze twee om twee willen stellen, alstublieft? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Dat zal ik doen. Ja, u gaf al even in een beantwoording aan de SGP aan dat er vanuit het onderwijsveld behoefte is aan een nota. En nou staat er het is een beschrijvende nota. Maar welk probleem lossen we nou eigenlijk precies dan op met deze nota? Dat is ons echt onduidelijk.
En als tweede vraag. Er worden een aantal partners en zaken voor participatie genoemd, maar wat vinden leerlingen precies van het onderwijs en kan dit ook worden meegenomen in deze startnotitie? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip, zou u willen aangeven welk probleem er opgelost gaat worden en wat vinden leerlingen ervan?
Pagina 27 van 49
Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wat ik inderdaad al eerder probeerde aan te geven is dat het onderwijsveld hier ook behoefte aan heeft om een integraal helder beeld te hebben van waar we nu op inzetten. Maar ik wil ook vooral duidelijk maken dat wij niet hebben gewacht met deze nota schrijven met knelpunten oplossen en met al acties uitvoeren die ook binnen het collegeprogramma vallen en ook met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen nodig zijn. Dus in die zin gaan we helemaal niet 180 graden draaien met deze nota en hebben we juist die nauwe band en constant kijken, wat is er nodig? Want het is een heel dynamisch veld. Maar wat lossen we op? We zetten eigenlijk in op die behoefte om die duidelijkheid op papier te zetten en die integraliteit, omdat er dus ook verschillende partners bij dit veld zijn. We hebben het nu over nul tot achttien jaar. Nou, net al even coalitie Kansrijke Start, maar ook de kinderopvang en ook het onderwijs, maar ook Facet, ook het CJG, dat ook voor het veld helder is, wat gebeurt er op dit gebied? Ook als daar persoonswisselingen zijn en daar is behoefte aan en daar spelen we met name hiermee op in. Maar deze nota gaat niet ineens een heel groot knelpunt oplossen, want we zullen hier hoogstwaarschijnlijk ook geen financiën bijvragen.
Dus ook binnen bestaande financiën kunnen wij nu heel veel knelpunten oplossen en wachten wij ook niet met die knelpunten oplossen tot deze nota er ligt. Dan wat vinden de leerlingen van het onderwijs? Nou, uiteraard ook een hartstikke belangrijk punt en dat vindt dus ook op de verschillende gebieden plaats. Net zoals de Brede School voor Facet, daar wordt ook eigenlijk jaarlijks gekeken van, wat is de behoefte in ieder geval per school? Maar ook voor de leerlingen, wat past daarbij? Dus hoe we hier de leerlingen in gaan meenemen, daar zullen we echt naar moeten kijken. Want die vinden natuurlijk ook wat van het onderwijs en hier komen inderdaad onderwerpen bij elkaar. Ik denk dat leerlingen ook heel veel vinden van waar bijvoorbeeld alleen het onderwijs over gaat. Dus ik denk dat we daar wel goed naar moeten kijken van, welke vraag zou je bij leerlingen neerleggen die gerelateerd zijn aan deze nota? Die het onderwijs of de kinderopvang, nou ja, de kinderopvang eerder bij de ouders, niet al zelf die vraag neerlegt. Want die nemen natuurlijk ook, het kind staat centraal, dus die nemen daar ook verschillende behoeftes in mee. Dus dat is in ieder geval een mooi punt om goed in ons achterhoofd te houden en mee te nemen in het proces. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, u heeft nog twee vragen als het goed is.
Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Ja, en ik heb eigenlijk nog een aanvullende vraag naar aanleiding van het antwoord. Is het doel dan ook niet om het onderwijs te verbeteren van deze nota? De voorzitter: U wilt gelijk daar antwoord op hebben begrijp ik? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Wat u voorstelt, voorzitter. Ik wil ook mijn vervolgvragen stellen. De voorzitter: Wethouder Stip, wilt u deze vraag als eerste even beantwoorden? Mevrouw Stip: Uiteraard. Ja, zoals ik eigenlijk in mijn inleiding aangaf is dat we samen intensief samenwerken met het onderwijsveld en maatschappelijk partners om ieder kind zo optimaal mogelijk te kunnen laten ontwikkelen en ontplooien. Dat is eigenlijk het doel, ieder kind zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen en ontplooien. Dat doen we met elkaar vanuit de regelgeving die we met elkaar hebben en vanuit de doelen die we met elkaar hebben. Daarop willen we blijven inzetten en waar nodig doorontwikkelen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, wilt u dan nu wel uw vervolgvraag stellen? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Zeker, voorzitter. Bij het kopje, moet ik even goed kijken, communicatie staat dat, bij de totstandkoming van de nota worden eerdergenoemde partners regelmatig geïnformeerd. Dan allereerst, wat is precies regelmatig? En dat is misschien een beetje flauw, maar ik zou graag dat wat concreter Pagina 28 van 49
willen zien. En dan eentje die daar eigenlijk aan hangt. Op welke manier volgens de participatieladder die uit de nota betrokken samenleving komt, wordt er dan ook tussentijds gecommuniceerd en afgestemd zodat we verwachtingen en kaders kunnen stellen. En ja, u geeft aan ook in de nota en ook nu weer dat de samenwerking eigenlijk goed verloopt. Ja, ik blijf eigenlijk een beetje met de vraag zitten, hoe neem je dat dan ook hier weer in mee? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, er staat inderdaad regelmatig, omdat er verschillende overlegstructuren zijn. Zo hebben we bijvoorbeeld kwart jaarlijks het LEA waar de schoolbesturen, kinderopvangbesturen, CJG-bestuur, Facet-bestuur en dergelijke aanwezig zijn. Maar zo hebben we ook de stuurgroep onderwijsachterstandenbeleid. En zo hebben we verschillende onderwijsbijeenkomsten gepland die van nul tot twaalf jaar zijn en van twaalf tot achttien. Dus op die verschillende tafels, en dan noem ik er nu enkelen, nou ja, wordt dit meegenomen. Buiten dat we ze ook nog eens los vragen om mee te denken over dit beleid. En dat is eigenlijk het een stukje regelmatig, omdat ze ons op veel vlakken regelmatig zien blijven we het daar ook in meenemen. Dus ik heb niet het exacte aantal maar vandaar die woordkeuze.
Welke participatieladder? Kijk, uiteindelijk gaan we natuurlijk, beginnen we hier met de startnotitie en leggen we daar de nota betrokken samenleving ook langs. Maar ik denk dat je het moet zien ook als een klankbordgroep waar we eigenlijk mee zitten. Kijk, wij zullen zorgen voor een concept van de nota en daar zullen wij op gaan bevragen. En tegelijkertijd, alles wat wij hiervoor al gedaan hebben is natuurlijk in die zin ook al participatie van input ophalen en dergelijke. Dus ook dat wordt nog allemaal meegenomen. Dus in die zin denk ik dat we eindigen op verschillende tredes die op verschillende manieren ingezet zijn, en dat zullen we ook uiteindelijk meenemen welke ladders dat exact zijn. Maar die samenwerking is heel goed, dus dat is fijn. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Ik zou nog één opmerking willen geven. Natuurlijk fijn dat er al acties worden gedaan überhaupt voordat deze nota er is dus laten we daar duidelijk over zijn. Maar toch nog even over dat stukje participatie. Want de nota is beschrijvend van aard en dan zal er in de loop van de tijd gekeken worden of actualisatie nodig is. Maar ja, ik krijg daar gewoon niet zo'n helder beeld van.
Want ga je dan tussentijds toch wel nog afstemmen zoals u aangeeft? Of is dit een nota die op papier komt en die, ik hoop het niet, maar in de la verdwijnt? Hoe ziet u dat? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. De nota is beschrijvend van aard over de vele acties die we al met het onderwijs uitvoeren. Dus in die zin is dat natuurlijk al waar we continu het onderwijsveld in mee laten participeren en zijn dat acties die we samen opzetten. Dat zijn geen acties die alleen door de gemeente verzonnen zijn of alleen door het onderwijsveld, dus in de gezamenlijkheid. Dus op dit moment is die beschrijvend van aard, maar daar zit wel heel veel in wat we doen. De nota is niet ineens dat we dus allemaal nieuwe dingen gaan doen, want we hebben juist dat onderwijsveld zo nabij met wat we nu hebben opgebouwd. En daarom zit het dat woord beschrijvend, maar er zit wel heel veel in wat we doen. En daarom is het zo waard om dat ook eventjes vast te leggen en dan zullen we daar ook op in willen blijven zetten. En daar is natuurlijk ook gewoon het een en ander voor nodig. Ook, nou ja, alle energie van elke partij om daar ook op in te blijven zetten. Dus dat is wel nodig, dus die valt zeker niet in de la.
En het is een paraplu, dus een paraplu die zorgt er ook nog voor dat je er als het goed is over een jaar en over twee jaar, want het veld is ontzettend dynamisch, nog steeds dat als paraplu kan behouden en daaronder dus heel veel acties kan uitvoeren. Pagina 29 van 49
De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee uw vragen nu wel voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik graag over naar de heer Ruinaard, PvdA. U had vijf vragen, zijn dat er nog steeds vijf? De heer Ruinaard: Dat zijn er nog steeds vijf ja. De voorzitter: Zou u er dan eerst twee willen stellen, alstublieft? De heer Ruinaard: Dank u wel, voorzitter. Ja, als eerst een makkelijke vraag. Voor hoeveel jaar wordt de nota opgesteld? En in de Nota Sport wordt aangegeven dat er een tussentijdse evaluatie plaatsvindt, gaat dat ook bij deze nota gebeuren? De voorzitter: En de volgende vraag? De heer Ruinaard: Ja, vraag drie gaat over het participatieproces, daarin worden de schoolbesturen meegenomen. Is het ook mogelijk om hier leerkrachten en bijvoorbeeld de ouderraad mee te nemen? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ik zat snel mee te schrijven. Voor hoeveel jaar? We hebben eigenlijk bewust het startmoment gekozen dat het 2025 is. Nou ja, ook door het dynamische veld en ook om te kijken van, ja, als we nu ‘28 zeggen maar er is pas in 2030 een nieuwe paraplu nodig of in 2027, ja, dat zal continu geëvalueerd worden. Een mooi bruggetje naar de tweede vraag over de tussentijdse evaluaties. Ja, ook hier zullen we zeker kijken, is niet bewust die woordkeuze dan waarschijnlijk in deze startnotitie gebruikt.
Maar dat zal ook dadelijk bijvoorbeeld in het raadsvoorstel terechtkomen onder het stukje evaluatie hoe we dit dus gaan evalueren met elkaar en dat zal ook onderwerp van gesprek blijven met het veld. Dan of ook leerkrachten betrokken kunnen worden en de ouderraad. Nou ja, op dit moment betrekken wij zeker niet alleen de besturen. Wij hebben ook de bijeenkomsten waar directeuren bij zijn, waar intern begeleiders bij zijn. Nou ja, en dat ook al van alle scholen in Ridderkerk, dus dat zijn al bijeenkomsten, als je van nul tot twaalf jaar zitten wij gerust met veertig man aan tafel. Dus ergens zal het ook wel zijn dat zij weer de ouderraad en de leerkrachten moeten vertegenwoordigen om ook nog wel gesprekken goed te kunnen voeren. Dus dat is ook wel weer de taak aan deze partners. De voorzitter: Dank u wel. En u had ze perfect meegeschreven hoor. De heer Ruinaard, PvdA, wilt u uw volgende vraag stellen? De heer Ruinaard: Ja, nog even verdergaan op de participatie. Het bedrijfsleven wordt ook genoemd. Hoe gaat die concreet meegenomen worden in de participatie? En kinderen uit gezinnen met financiële problemen ervaren meer uitdagingen in het omgaan met stress, gezond eten, voldoende sporten, goede schoolbenodigdheden en ondersteuning, zoals huiswerkbegeleiding en bijles.
Is het verminderen van kansenongelijkheid onderwerp van gesprek in deze nota, zodat ieder kind zichzelf zo goed mogelijk kan ontplooien? De voorzitter: Wethouder Stip, mag ik u vragen deze vragen te beantwoorden? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Wij zullen hier de stichting Samenwerking Onderwijs Bedrijfsleven bij betrekken. Daarmee niet het bedrijfsleven zelf over deze nota. Wij zullen de raakvlakken benoemen die wij met de afkorting SOB doen met het onderwijs. De financiële problemen voor ieder kind een kans om zo Pagina 30 van 49
optimaal mogelijk te ontwikkelen en ontplooien is zeker onderwerp van gesprek. Is ook altijd onderwerp van gesprek. Zo zijn er ook verschillende manieren, tenminste, verschillende dingen waar we op inzetten. Buiten de Brede School bijvoorbeeld dat voor iedereen toegankelijk is een activiteit, ook als dat een euro zou kosten. Maar ook het Jeugdeducatiefonds waar we aan gekoppeld zijn waardoor scholen heel laagdrempelig kunnen zien van, hé, deze leerling heeft een extra paar schoenen nodig en dat dat zo aangeschaft kan worden doordat we daar als gemeente op aangesloten zijn. Dus zo zijn er verschillende raakvlakken die ook een plekje krijgen in de nota. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ruinaard, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Ja? Fijn, dank u wel. Dan wil ik nu graag overgaan naar Leefbaar Ridderkerk. De heer Swarttouw, u had vijf vragen, zijn dat er nog steeds vijf? De heer Swarttouw: Er komen alleen maar vragen bij, voorzitter. Dank u wel. Maar laten we gewoon met twee beginnen, is dat misschien een goed voorstel? De voorzitter: Hoe komt u erbij? De heer Swarttouw: Ja, heb ik al eerder gehoord vanavond. De voorzitter: Ja, dat dacht ik. Gaat uw gang. De heer Swarttouw: Nou, het is in ieder geval goed dat we goed over onderwijs praten en met elkaar erover nadenken dat op een goede manier te doen.
De startnotitie begint met onder het kopje, wat willen we bereiken? Daar staat, goed onderwijs, en dan vervolgens iets over goede gebouwen en dergelijke. Goede gebouwen valt natuurlijk onder Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra, maar kunt u toelichten welke invloed de gemeente probeert uit te oefenen op goed onderwijs? Dat is mijn eerste vraag. En nog een raakvlak misschien, alleen dat komt dan niet in de startnotitie duidelijk naar voren. In het basisonderwijs is sprake van een toename van zogeheten schakelklassen. De startnotitie spreekt verder niet over de doorloop naar het VO op dit gebied. Kan de wethouder aangeven hoe dat op dit moment georganiseerd is op de VOscholen en hoe dit er, gezien de toename ervan, in de toekomst uit gaat zien? De voorzitter: Wethouder Stip, mag ik u vragen deze twee te beantwoorden? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Een voorbeeld van hoe wij eigenlijk samenwerken als gemeente om te helpen aan het goede onderwijs, dat is bijvoorbeeld de wettelijke plicht die wij hebben om in te zetten op de onderwijsachterstanden. Dat is er onder andere eentje en dat is waar bijvoorbeeld de gemeente ruim 2 miljoen jaarlijks voor krijgt waar die VE-plekken van worden bekostigd. En dat is allemaal in samenwerking natuurlijk met de kinderopvang en in dit geval de basisscholen, maar ook de schakelklassen inhoudelijk, andere initiatieven.
Dus zo is het een concreet voorbeeld hoe wij daar proberen positieve invloed op uit te oefenen, maar ook in de samenwerking daarmee. Kijk, de schoolcontactpersonen, dat is natuurlijk ook een ontzettend belangrijk onderwerp. Zij zijn onderdeel van het wijkteam, zij proberen preventief kinderen te helpen. Als je ze op sociaal gebied helpt dan kan dat ook leiden tot, tenminste, dan hoop je natuurlijk dat dat leidt op weer zich fijner voelen en daarmee beter onderwijs te kunnen genieten. Dus zo op verschillende vlakken proberen wij daar als gemeente ons steentje aan bij te dragen. En ook waar sowieso de wettelijke plicht is maar daarbovenop ook om te kijken wat wij in de samenwerking kunnen. De toename van schakelklassen en inderdaad van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Nou ja, daar zijn inderdaad, de schakelklas is natuurlijk in eerste instantie bedoeld voor twee jaar onderwijs in de schakelklas. Daarna kom je Pagina 31 van 49
terecht in de reguliere klas en dan zit je eigenlijk in hetzelfde traject als de andere leerlingen en ga je gewoon een middelbare school kiezen. Kom je pas in een leeftijd hier dat je in een schakelklas moet van het voortgezet onderwijs, hebben wij samenwerkingen met plekken buiten in Rotterdam waar de schakelklassen zijn voor de leerlingen met die leeftijd. Dus die lijntjes liggen er met onder andere het samenwerkingsverband Koers VO, maar ook ons wijkteam heeft daar lijntjes mee om zo te zorgen dat zij ook een goed plekje krijgen. Dat waren ... De voorzitter: De heer Swarttouw, zou u uw volgende twee vragen willen stellen? De heer Swarttouw: Zeker. Dank u voor de heldere uiteenzetting van de andere twee. De nota is beschrijvend van aard, dat is net ook al gezegd. Er moet natuurlijk worden geborgd dat de nota niet alleen een beleidsdocument blijft, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan verbeteringen in het onderwijsbeleid. Dus welke concrete meetbare doelen worden gesteld om de effectiviteit van deze nota te kunnen beoordelen? De tweede vraag is, hoe wordt voorkomen dat de nota overlapt of juist botst met de andere beleidsstukken, zoals het onderwijsachterstandenbeleid 2025-2026? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik vragen aan wethouder Stip om deze vragen te beantwoorden. Zou u, bent u er klaar voor? Mevrouw Stip: Ik ben er klaar voor, ik heb ze genoteerd.
De meetbare doelen, ja, dat is ook op dit onderwerp gebied een hele lastige, hoe ga je dit meten? Ik denk voor ons vooral dat het voor ons ook, en dat raakt ook een stukje aan de evaluatie, meetbaar blijft van, blijft deze nota passend in de maatschappij waarin we leven, in de behoeftes die er zijn? Waar we dus ook continu met het onderwijsveld naar kijken, dus niet alleen als gemeente, maar ook met het onderwijsveld. En ja, dan kan het zo zijn dat er over een half jaar, en daarom noemde ik het net al eventjes, de paraplu. Want je moet ook niet te gedetailleerd gaan dat je geen kant meer op kan. Het is juist die paraplu zodat je binnen bepaalde onderwerpen goed het gesprek met elkaar kan blijven aangaan om te kijken wat er, moeten we net iets schaven, moeten we net een beetje naar links of naar rechts voor het vraagstuk? Dus in die zin is het denk ik een hele uitdaging om hier meetbare doelen, maar dat het vooral continu meten is van, blijft dit ook de juiste paraplu, als het dan meten over de nota is, de juiste paraplu voor het veld? Voor onze ambtelijke organisatie ook? Nou, dat zal meten zijn of de nota actueel blijft. Dus is het inderdaad over vier jaar nodig dat de nota wordt aangepast of over vijf jaar? Natuurlijk, de Brede Schoolactiviteiten, ja, dat is iets wat bijvoorbeeld via Facet loopt, dat meten we jaarlijks en ook nog zelfs met tussenevaluaties.
Dus zo zie je dat die onderwerpen zelf continu geëvalueerd worden. Onderwijsachterstandenbeleid, nou ja, om gelijk vraag twee eventjes erin mee te nemen, die bots niet omdat dit juist de paraplu wordt. Dat zal ook met beleidskader leerrecht zijn, dit is de paraplu en die vallen daaronder als uitwerkingsdocumenten eigenlijk. Als uitvoeringsdocument moet ik eigenlijk zeggen. Dus vandaar zal dat ook niet botsen, maar die stukken die worden continu weer op hun eigen manier geëvalueerd. Dus ja, dat is onderwerp specifiek en voor de nota zal het meer overkoepelend zijn met het onderwijsveld. Dat zullen wij ook in het raadsvoorstel natuurlijk verwerken. De voorzitter: De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. De heer Swarttouw: Oké, dank u wel. Daar zat ik nog even te kauwen maar dat komt goed. In dat proces over het vaststellen van de nota, als er nou externe partijen niet op tijd input leveren, wordt dat proces dan juist vertraagd of wordt er dan zonder hun volledige bijdrage verdergegaan? Er is een budget van 50 duizend voor de opstelling van de nota, wat uiteraard een fors bedrag is. Maar wordt dit bedrag alleen gebruikt voor de
Pagina 32 van 49
externe expertise en participatie of zijn er ook middelen beschikbaar voor eventuele vervolgacties en implementatie als er iets nodig is? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben al in alle afgelopen bijeenkomsten ook aangekondigd dat dit participatietraject eraan komt. Om zo al wel, nou ja, dat het bekend is bij iedere partner. Dus wij nou hopen daarin ook dat zij binnen dit traject zullen reageren, dus daar hebben we in ieder geval zo veel mogelijk op voorhand al aan gedaan. En uiteindelijk zullen we natuurlijk ook, we hebben de persoonlijke contacten, nou ja, dan ook gewoon persoonlijk navragen als het nog niet gelukt is om te beantwoorden. Dus daar gaan we wel voor om dat zo volledig mogelijk te krijgen. Uiteindelijk kunnen we niemand verplichten, dat uiteraard, maar willen wij wel een goed bereik hebben. Het budget is inderdaad voor expertise, participatie en dergelijke. Dat gaat niet naar acties die uitgevoerd worden, dat wordt binnen bestaande budgetten gedaan. De voorzitter: Dank u wel. De heer Swarttouw, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Het is aangevraagd ter debat. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Drie? Twee, twee, twee, gemiddeld twee, eenmaal drie. O, twee mag ook. Kijk, eenmaal, andermaal.