CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-03-06-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven RK 6 maart 2025, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag30.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Denkt de commissie aan een halfuur totaal voldoende te hebben? Want het is inclusief amendement, hè? Ja? Dan zetten we hem op een half uur. 6.

Startnotitie Nota Sport 2025 De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 6, startnotitie Nota Sport 2025. Dank u wel, mevrouw Murat en mijnheer Westerveld is al onderweg hiernaartoe dus dat komt helemaal goed. Onderwerp is nog een startnotitie, de startnotitie Nota Sport. In deze startnotitie legt de raad de kaders en het proces vast voor het opstellen van de Nota Sport 2025. In de op te stellen nota wordt de visie geschetst op sport en bewegen en hoe dit verder bevorderd kan worden. De inzet is ter vaststelling, kunt u daarmee instemmen? Ik krijg een donkerbruin vermoeden dat dat niet het geval is want het CDA steekt haar vinger op. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Wij willen het graag ter debat. Het lijkt een herhaling van zetten maar het is echt zo, ook hier zijn we van plan een amendement in te dienen, voorzitter. De voorzitter: Dat is dan duidelijk, het gaat ter debat. Dat betekent ook weer nogmaals, dat had ik net ook al aangegeven, als het ter debat gaat dan betekent dat u alleen maar technisch-inhoudelijke vragen mag stellen. Wethouder Stip, heeft u nog iets toe te voegen? Mevrouw Stip: Uiteraard, voorzitter. Wederom een mooi startpunt voor een nieuwe nota, dit keer voor sport. Ook op dit gebied gebeurt er heel veel in Ridderkerk, van het verenigingsleven tot ongeorganiseerde sporten.

Het sporten bij een sportschool, de verschillende sportevenementen, het organiseren van sportdagen, activiteiten door Facet, allemaal inzet op een sportief en bewegend Ridderkerk. Ook hierin wordt voorzien van een integraal beeld van wat er op dit gebied gebeurt en waarop ingezet wordt in de vorm van een nota. Wat zowel voor de organisaties op dit gebied als voor de ambtelijke organisatie en de geïnteresseerde inwoner en wederom hopelijk ook uw raad een waardevol integraal beeld geeft. Bedankt, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen aan de portefeuillehouder voor de commissie? Dat klopt. VVD, hoeveel vragen heeft u? Dat is één. Echt voor Ridderkerk heeft er drie. CDA heeft er vijf. PvdA heeft er zes. Burger op 1 heeft er één. ChristenUnie heeft er twee. Leefbaar Ridderkerk heeft er zes. En dan ben ik er. SGP

Pagina 33 van 49

heeft geen vragen? Dat lijkt niet het geval. Dan ga ik als eerste over naar Burger op 1. Mijnheer Coule, u heeft één vraag. Zou u hem willen stellen, alstublieft? De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat wil ik zeer zeker. Ik had eigenlijk de vraag, worden de minima ook nadrukkelijk en duidelijk vermeld in de nota in verband met de sporten die er aangeboden gaan worden in Ridderkerk? De voorzitter: Volgens mij worden er niet heel veel nieuwe sporten aangeboden, we blijven sporten. Maar ik snap de vraag. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Bijvoorbeeld denk dan ook de Ridderkerkpas waar Burger op 1 op doelt, dat krijgt een plekje in de nota. De voorzitter: Dank u wel. Die vraag is voldoende beantwoord zie ik. VVD, dan wil ik u vragen ... Sorry? O, ik dacht dat ik wat hoorde zeggen. Nee, mijnheer Velthove wil ik graag het woord geven of u één vraag wil stellen? De heer Velthove: Ja, en ik had het misschien ook wel stapelend kunnen doen op Burger op 1. Ja, het zat een beetje in dezelfde lijn. Ik ga toch kijken of ik hem een andere vorm kan geven. Voor dit onderwerp hebben we, voor deze avond hebben we ook het Rekenkameronderzoek armoedebeleid doorgelezen. Daar heb ik wat aandachtspunten uit kunnen halen ook op dit gebied. Niet dezelfde vraag willen stellen.

Sport kan ook voor verbinding zorgen, dat stond ook, nou, misschien met niet zo heel veel woorden beschreven in het onderzoek naar armoedebeleid. Komt er ook een plekje in dit onderzoek, met name onder het kopje, wat willen we bereiken om te zorgen dat sport ook echt voor sociale binding en dat kan verbeteren in Ridderkerk? Is dat een onderdeel van dit onderzoek ook? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, dan is het inderdaad ook doelend bijvoorbeeld op de Ridderkerkpas die wij inzetten zodat er ook onder bepaalde armoedegrenzen ingezet kan worden op sport. Dat zal ook zeker onderdeel zijn in deze nota, het belang daarvan en ook het inzetten erop. De voorzitter: Dank u wel. Is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dat klinkt als een ja. De ChristenUnie heeft twee vragen. Mijnheer Haan, wilt u deze twee vragen stellen? De heer Haan: Ja, dank u wel, voorzitter. In de Nota Sport schrijft u, wordt de visie geschetst op sport en bewegen en hoe dit verder bevorderd kan worden. Wat u daarvoor gaat doen is een analyse maken van de huidige sportdeelname in Ridderkerk. Moet ik dan denken dat u een sociale kaart gaat maken op sportgebied. En als u dat gaat doen hoe kom je dan tot een visie daarin? En u gaat informatie ophalen bij diverse stakeholders, sportverenigingen.

En u schrijft ook, we kunnen niet alles wat men wil terugbrengen in deze startnotitie want niet alles hoort daarin thuis. Krijgen wij dat als raad wel te horen? Dat kan ook wel belangrijk zijn voor het vastgestelde Actualisatie Integraal Accommodatieplan Ridderkerk. Ja, en als daar heel veel dingen komen zou die misschien ook herzien moeten worden. De voorzitter: Wethouder Stip.

Pagina 34 van 49

De heer Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, als eerste gebruiken we verschillende onderzoeken. Dat is bijvoorbeeld een onderzoek naar ongeorganiseerde sporten in samenwerking met NOC*NSF. Dus een sport wat de sportdeelname, nou ja, ongeorganiseerd bijvoorbeeld hardloop je zelf of iets dergelijks die je niet per se in beeld hebt als verenigingslidmaatschap. Tegelijkertijd hebben we ook, maken we ook gebruik van onderzoeken waar je dus wel ziet wat het aantal leden van verenigingen zijn. En zulke cijfers brengen we bij elkaar om een beeld te schetsen, nou ja, een momentopname van de sportdeelname. Daar kan bijvoorbeeld uitkomen van, hé, die doelgroep heeft iets meer de aandacht nodig, nou ja, en daarop kan natuurlijk ook iets meegenomen worden in een visie. Dus zo kan zo'n sportdeelname wel uiteindelijk invloed hebben op de visie. Ja, en die zullen we in het verdere proces bij elkaar brengen en dan zal die in het concept aan u gepresenteerd worden. Nou ja, wat we ook bij de Nota Betrokken Samenleving heel helder hebben, tenminste ook hebben geschetst, juist het belang van heldere participatie. Hierin is echt de participatie voor de Nota Sport zullen wij ook juist wel helder aangeven op welk vlak dit is. En tegelijkertijd hebben wij een hele nauwe band met sportverenigingen, wat ook in de nota terug zal komen hoe wij daar op die banden inzetten.

Dus dat ze ons sowieso kunnen vinden voor vraagstukken en daar weten ze ook ons voor te vinden. Maar voor deze participatie willen we ook helder zijn waar de participatie dan over gaat. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Haan, zijn uw vragen voldoende beantwoord? De heer Haan: Niet helemaal want de vraag was, krijgen wij dat ook te horen als een vereniging misschien een kunstgrasveld wil of een turnhal wat niet in de nota hoort? Dat wij daar ook eventueel wat mee kunnen of houdt u dat voor zich voor uzelf? De voorzitter: Volgens mij behoort dat niet tot deze startnotitie. De heer Haan: Volgens mij wel, want er wordt informatie opgehaald en ik wil weten wat ermee gedaan wordt. De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Voor de participatie voor dit traject zal dat dus geen onderdeel van de vragen zijn. Wel kunnen sportverenigingen ons altijd die vragen stellen en dan ziet u ook op verschillende manieren dat dat bekend wordt gemaakt aan de raad. Net zoals inderdaad een OKK wat in een voorstel kwam. Dus het gaat erom dat sportverenigingen ons met vraagstukken weten te vinden en niet via deze Nota Sport zal er op maatschappelijk vastgoed ingegaan worden. Dat willen wij ook helder van tevoren juist bij de participanten ook duidelijk maken. Maar ze weten ook zeker de ingang om hun behoeftes wel aan te geven en die weten ze ook te vinden.

Dus dat zal niet in een participatieverslag hiervan terechtkomen. Nou, die verzoeken zullen los van dit proces gedaan worden. De voorzitter: Ik zie dat de heer Ipskamp een stapelende vraag zou willen stellen. Leefbaar Ridderkerk. De heer Ipskamp: Jazeker, voorzitter. Als maatschappelijk vastgoed bijvoorbeeld niet meegenomen wordt in de vraagstelling of in de startnotitie, kan dat dan geen scheef beleidsstuk worden? Bijvoorbeeld een voetbalvereniging in Rijsoord die heel graag kinderen wil laten sporten maar niet kan vanwege te weinig velden, daarmee voorkom je dus dat kinderen kunnen gaan sporten. Maar als dat dus onderbelicht blijft krijgen we dus niet helder hoeveel kinderen kunnen we laten sporten? De voorzitter: Wethouder Stip.

Pagina 35 van 49

Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Uiteraard heb je ruimte nodig om te sporten. Zo heb je een sporthal nodig, zo heb je een gymzaal nodig, zo heb je bij onderwijs onderwijshuisvesting nodig. Maar wij hebben hier wel bewust gekozen om hier op de inhoud van sport te belichten. Het AIAP is het actuele beleid op maatschappelijk vastgoedgebied voor sport. En komen daar aanvragen die naar uw raad moeten komen voor budget of iets dergelijks, dan komt dat via die portefeuillehouder hier aan tafel. Maar hier is bewust gekozen om op de inhoud in te gaan. Net zoals bij de Nota Onderwijs gaan we ook niet in op onderwijshuisvesting, maar we hebben los het onderwijs Huisvestingsplan, want we willen hier eigenlijk extra aandacht aan de inhoud besteden. Uiteraard heb je daar goede locaties voor nodig en dat wordt in andere beleidsstukken beschreven. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Heijde- Keijzer wil ook stapelend een vraag stellen. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Zeker, voorzitter. Toch nog even door op dit onderwerp over, nou, maatschappelijk vastgoed valt buiten deze nota. Wij snappen ook wel tot op zekere hoogte dat, ja, dit is opgenomen in het AIAP, dat is helemaal logisch. Alleen je gaat een visie maken en een integraal beleid schetsen, waar wij heel blij mee zijn, die als het goed is toekomstbestendig is.

En dan zou het dus zomaar kunnen zijn dat, nou, Leefbaar Ridderkerk noemde het voorbeeld van voetbalvelden, dat verenigingen eigenlijk nu misschien al die wens hebben, ja, er moet misschien een veld bij of er moet een extra tafeltennistafel of noem het maar op, en die kunnen dat dan eigenlijk niet meegeven die toekomstbestendigheid. Bent u het dan niet met mij eens dat je dan op papier iets krijgt, een visie die misschien in de praktijk eigenlijk niet meer uitvoerbaar is? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Om gelijk op het laatste te antwoorden ben ik het daar niet mee eens. De verenigingen hoeven ook niet tot deze nota … Er werd Rijsoord genoemd. Ja, die heeft die vraag al gesteld, die hoeven niet op deze nota te wachten met hun vraag stellen. Het gaat erom dat wij die nauwe samenwerking hebben. AIAP is het geldend beleid, als daar nieuwe verzoeken op komen dan worden die gedaan. En daar zie ik niet in dat de Nota Sport daarmee niet los kan bestaan dus ik zie dat zeker dat dat parallel kan lopen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Haan, ChristenUnie. De heer Haan: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil het toch nog één keer proberen om het helder te krijgen voor mij. Want u gaat informatie ophalen bij partijen.

Het enige wat ik eigenlijk bedoel is, natuurlijk snap ik dat het niet in de nota komt, maar er kan ook voor ons waardevolle informatie bij zitten waar we wat mee kunnen of wat mee willen. Zodat je dat later niet opnieuw hoeft te onderzoeken want je hebt die informatie toch al. Ik weet niet hoe de interviews gaan of hoe de gesprekken gaan maar ik begrijp dus goed dat dat niet gedeeld gaat worden? Een ja, nee, is genoeg en dan weet ik ook genoeg. De voorzitter: Wethouder Stip, u mag ja of nee zeggen. Mevrouw Stip: Nou, toch ga ik daar een vraag op inleiden. Wij gaan die vraag niet stellen aan de verenigingen voor deze nota. Dus nee, het wordt niet gedeeld. Wij gaan de vraag niet stellen aan sportverenigingen wat nu de ruimtebehoefte is want daar gaat deze nota nu niet over. We vinden juist participatie zo belangrijk dat dat helder is met elkaar. Dan moeten we nu geen vragen stellen waar dit participatieproces op dit moment niet over gaat. Hebben zij vragen over de ingangen die ze al weten te vinden, want we komen bij iedere vereniging

Pagina 36 van 49

en dergelijke langs en ik denk dat ieder vraagstuk heel snel gesteld wordt wanneer zij deze hebben. Dus nee, dat komt niet hier in een participatieverslag omdat we dat ook niet aan ze gaan vragen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu over naar Echt voor Ridderkerk. U had drie vragen, zijn dat er nog steeds drie? De heer Hoogendijk: Dat klopt, voorzitter. Als ik één vraag mag stellen? Klopt het dat inwoners in de analysefase dan niet worden geraadpleegd? Waarom niet en gebeurt dat dan in een andere fase misschien wel? Dan heb ik nog een tweede vraag en dat behelst de evaluatie. Daar staat dat het gehele beleid zal worden geëvalueerd bij de volgende nota. Wanneer komt die volgende nota dan? De voorzitter: Ik denk dat u ook gelijk de derde vraag kunt stellen. De heer Hoogendijk: Ja, daar weet ik waarschijnlijk al het antwoord op, want dat gaat weer over die expertise en het bedrag wat daarvoor beschikbaar is. Maar dat neem ik dan wel aan dat dat hetzelfde antwoord zal zijn als bij de Nota Onderwijs. De voorzitter: Ik zie dat de wethouder knikt dus ik denk dat u die vraag kunt laten vervallen. Dan heeft wethouder Stip nog twee vragen van u te beantwoorden. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, we zouden natuurlijk niet willen dat onze interne expertise nu niet meer bevraagd kan, niet meer bereikbaar is voor andere eventuele vraagstukken.

Inwoners die zijn ook in de analysefase al deels meegenomen in onderzoeken bijvoorbeeld met NOC*NSF naar ongeorganiseerd sporten. Dus ook in die onderzoeken zijn bijvoorbeeld inwoners geïnformeerd, daar is dan middels een steekproef. Wij zullen ook door al die onderzoeken bij elkaar te nemen kijken van, nou, mist daar nog een stukje, moeten we daar nog iets aanvullends doen of niet? Dus dat zal in het proces blijken. Maar de inwoners zijn dus al deels hierin meegenomen in de onderzoeken. Ja, inderdaad bij de volgende nota evalueren, wanneer komt die? Ik denk ook dat dat goed is om in het vervolgproces goed mee te nemen. Want ik gaf net al aan bij onderwijs, we hebben voor een startdatum gekozen en daarmee zal continu in de gaten gehouden moeten worden van, wanneer is de nota aan actualisatie toe? Dus ja, dat zal natuurlijk wel eerst verzonnen moeten worden voordat je de nota vernieuwt. Dus dat zullen wij ook even duidelijk aangeven in bijvoorbeeld het raadsvoorstel onder het kopje evaluatie. De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik nu graag over naar het CDA. U had vijf vragen, zijn dat er nog steeds vijf? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Ik kan u meedelen, voorzitter, het zijn er drie geworden dus dat gaat iets sneller naar beneden. De voorzitter: Ik vind u heel erg aardig vanavond.

Zou u ze dan alle drie tegelijkertijd willen stellen? Want zo knap denk ik dat u dan ook bent. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Omdat u het zo attent vraagt, voorzitter, wil ik dat zeker doen. De eerste vraag, en die komt ook een beetje terug op eerdere vragen, maar wat wordt er nu in deze startnotitie precies aan de verenigingen gevraagd? En de input van de sporters, en dan zeg ik eigenlijk daarbij dus onze inwoners, dus dat kan ook de hardloper zijn zoals u het dan noemde, hoe kan die worden meegenomen en kunt u daar concreet een toelichting op geven? Vraag twee. Nou, laat ik het zo stellen, begin 2023 hebben wij artikel 41 Pagina 37 van 49

vragen gesteld over de financiën met betrekking tot het lid worden van kinderen van verenigingen, omdat die toen naar beneden ging vanwege de kosten die ouders zouden hebben. Toen is er aangegeven dat er een onderzoek uitgevoerd zou worden onder andere door NOC*NSF om inzicht te krijgen in de redenen waarom dat dan zo zou zijn en of de inzet van de Ridderkerkpas hierbij gestimuleerd kon worden voor bijvoorbeeld contributie. Wordt dit ook meegenomen in deze startnotitie? De laatste vraag. Als we kijken naar de visie in deze startnotitie. Allereerst fijn dat er een integraal beeld geschetst gaat worden, daar zijn wij een groot voorstander van. Is in dat integrale beeld het dan ook niet noodzakelijk om te weten wat sportverenigingen en locaties, noem maar even een trimpark, nodig hebben om in de toekomst te zorgen dat ze dat goede aanbod ook kunnen blijven leveren vanuit die integrale afstemming? Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip, mag ik u vragen deze drie vragen te beantwoorden? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ik heb er vier gehoord, maar … De voorzitter: O, sorry. Excuus. Mevrouw Stip: Maar wie weet dat ik er wat meer heb gehoord. Wat wordt er precies aan de verenigingen gevraagd? Ja, inderdaad, soortgelijk als wat we net bespraken met het onderwijs.

Wij zijn sowieso eigenlijk met alle verenigingen, maar niet alleen de verenigingen, ook andere sportinstanties de afgelopen anderhalf jaar denk ik wel bij iedereen ook op gesprek geweest. Dus het is ook weer niet dat alleen vanaf dit moment, maar ook alles wat we al met elkaar besproken hebben, dat dat ook meegenomen wordt. En daarin zullen wij dus weer een aanzet doen voor een conceptnota. En daarmee aan de verenigingen hun input daarin vragen van, nou, is dit ook zo jullie beeld? Missen jullie nog bepaalde onderwerpen? Eigenlijk zoals we dat ook bij Nota Evenementenbeleid hebben gedaan met de evenementenorganisatoren. Hoe wordt de inwoner meegenomen? Nou ja, dat is inderdaad onder andere met dat bijvoorbeeld dat NOC*NSF-onderzoek wat ik net noemde. Op de vraag van de VVD waar bijvoorbeeld inwoners zijn bevraagd van, wat doe je aan sport? En aan dat stukje ongeorganiseerd sporten ook. Daarbij hebben we ook opgenomen of financiën bijvoorbeeld een belemmering zijn. Dus ook dat wordt hierin meegenomen. Waar we dus resterend nog zeggen van, hier missen nog vragen, daar gaan we dus naar kijken met als we al deze onderzoeken naast elkaar leggen. Integraal ruimtebehoefte. Ja, dat is eigenlijk dus het stukje van dat het maatschappelijk vastgoed hier dus niet onder valt. Maar een NOC*NSF-onderzoek dat kan bijvoorbeeld zeggen, als heel veel mensen hardlopen.

We hebben mooie hardlooproutes. Nou ja, kijk, daar kan je natuurlijk dan wel aan denken en het stukje maatschappelijk vastgoed valt er dus niet onder. Maar zo’n NOC*NSF-onderzoek kan wel beeld geven van hoe gebruiken ze je openbare ruimte zonder lid te zijn van een sportinstelling of vereniging? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan wil ik nu graag overgaan naar Leefbaar Ridderkerk. De heer Ipskamp, u had zes vragen, zijn dat er nog steeds zes? De heer Ipskamp: Nee, het zijn er nog maar vier. De voorzitter: Ook u vind ik dan aardig. Zou u … De heer Ipskamp: Ja. Het financiële vraagstuk was al beantwoord dus dat valt af. De voorzitter: Kijk, helemaal mooi. Zou u de, doe maar even twee om twee, alstublieft.

Pagina 38 van 49

De here Ipskamp: Ja. Als alle informatie is opgehaald en verzameld, worden er dan ook concrete en meetbare doelstellingen opgenomen in de Nota Sport? Er wordt bijvoorbeeld gestreefd naar een bepaald percentage sportdeelname of verbetering van toegankelijkheid? En hoe wordt bepaald of de nota uiteindelijk ook succesvol is, worden er specifieke evaluatiecriteria opgesteld? Dat waren de eerste twee. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga vragen aan wethouder Stip om ze te beantwoorden. Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, dat zijn natuurlijk echt onderwerpen want bij sport is sportdeelname natuurlijk een indicator die goed te berekenen is. En tegelijkertijd, wanneer ben je tevreden? Ben je tevreden bij een 80 procent sportdeelname? Bij 85 procent, ga je daarna achterover zitten? Ja, je wil eigenlijk natuurlijk tot die 100 procent gaan. En we weten ook allemaal met elkaar dat een 100 procent, nou ja, bijna onrealistisch is zogezegd. En ook dan zou je niet willen stoppen want dan wil je ook bewegen en sporten blijven bevorderen. Dus dat is best wel lastig om te kijken, wanneer ben je succesvol met elkaar? Je wil blijven inzetten op en je wilt die sportdeelname verhogen. En tegelijkertijd denk ik dat je altijd goed moet kijken, want die onderzoeken worden ook gedaan en daar worden ook bijvoorbeeld landelijke cijfers bij betrokken.

Dus zo kan je wel altijd vergelijken van, hoe doet gemeente Ridderkerk het ten opzichte van andere gemeentes? Ja, dan ga je al wat realistischer vergelijken. Maar ik zou ook willen uitkijken met van, hé, bij dat cijfer zijn we tevreden. Wat zegt dat dan? Want je gaat door met het bevorderen van de sportdeelname. Dus we gaan zeker hier meer cijfers aan koppelen maar wanneer het succesvol is, is denk ik een lastige vraag om met elkaar te beantwoorden. Ik denk ook niet dat we te snel tevreden moeten zijn hierin en vooral met elkaar moeten blijven inzetten op die doorontwikkeling en het bevorderen van sport en bewegen. Daar heb ik volgens mij een beetje beide vragen in samengenomen, als ik het goed heb. De voorzitter: Mijnheer Ipskamp. De heer Ipskamp: Ja, ik had dan nog nummer drie en vier. Maar ik zie opeens dat nummer drie was al beantwoord, dus ik heb er nog één over. Er staat ook beschreven dat er reeds afgenomen enquêtes worden gebruikt. Welke reeds afgenomen enquêtes zijn dat dan? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Dat is onder andere het NOC*NSF-onderzoek wat ik net benoemde. Dat is door middel van een steekproef naar huishoudens gestuurd dus dat is een voorbeeld daarvan. De voorzitter: Dank u wel. Zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord? Dat is het geval. Dan ga ik nu graag … Mijnheer Coule, Burger op 1.

De heer Coule: Stapelend, voorzitter. Welk onderzoek bedoelt u precies van het NOC*NSF? Welk, hoe heet dat onderzoek waar u het over heeft? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Dat onderzoek kent de raad ook nog niet. Dat nemen we mee met deze nota dus dan zal het bijgestuurd worden, nou ja, bijgevoegd worden en is die bekend. De exacte titel, die heb ik eerlijk gezegd niet. Iets met NOC*NSF sportdeelname Ridderkerk, iets in die richting zal het zijn. Maar de exacte naam heb ik niet en doordat het een steekproef is, is die niet naar iedere inwoner gestuurd.

Pagina 39 van 49

De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat deze voldoende beantwoord is? Dan ga ik nu graag over naar PvdA. U had zes vragen, zijn dat er nog steeds zes? De heer Ruinard: Dat zijn er nog steeds zes, ja. De voorzitter: Zou u ze twee om twee willen stellen, alstublieft? De heer Ruinard: Dank u wel, voorzitter. Wordt in de huidige analyse van de sportdeelname ook sportieve activiteiten in de zorginstellingen zoals ’t Ronde Sant en de activiteiten die Facet aanbiedt meegerekend? En daarbij ook denksporten bijvoorbeeld. De voorzitter: En de volgende vraag. De heer Ruinard: Ja, in welke wijze wordt het onderwijs meegenomen in de sportnota? Want kinderen die vanaf jongs af aan sporten blijven op latere leeftijd ook vaker sporten. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. Inderdaad, sportactiviteiten zoals een DansMee en dergelijke door Facet georganiseerd, die komen hier ook zeker in. En ook denksport, daar hebben we ook hele mooie kennismakingen mee gehad en dat is ook zeker een onderdeel van deze nota. Welke wijze wordt het onderwijs meegenomen? Ja, dat is eigenlijk ook indirect via Facet die daar de ingang is voor het stukje verbinding van sport met de scholen. Dus de sportdagen die georganiseerd worden, maar ook de Brede Schoolactiviteiten waar sport een onderdeel van is.

Zo hebben we volgende week is een activiteit (s)Cool on Wheels, dan gaan er acht groepen 7 rolstoelbasketbal, rolstoel zittend volleybal. Nou, Ronald van Dort, de Ridderkerker, die komt langs om over inclusie te praten. Nou ja, ook dat soort activiteiten worden mogelijk gemaakt onder het stukje sport en zulke onderwerpen nemen we graag mee. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ruinard. De heer Ruinard: Dan mijn derde vraag, kunnen basisvaardigheden zoals zwemmen ook worden bevorderd door de nota, bijvoorbeeld door middel van het schoolzwemmen? En wat zijn de mogelijkheden voor sportverenigingen om zich aan te bieden op scholen? Er is ook gesproken over een sportmarkt die door Facet gerealiseerd zou worden. Hoe staat het daar nu mee en kan die worden meegenomen in de nota? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ook het stukje zwemles, dat is geen schoolzwemmen weer, maar wel zwemles wat georganiseerd wordt. Daar hebben we de wachtlijsten al van teruggedrongen, hebben ook zeker niet gewacht met deze nota om dat te doen. Maar zwemles zal hier zeker het belang daarvan en ook om te zorgen dat daar geen wachtlijst meer komt, dat zal ook een plekje krijgen in de nota. Het door verenigingen aanbieden op scholen, daar heeft Facet verschillende ingangen voor.

Zij doen bijvoorbeeld echt workshops met verschillende verenigingen om die sport kenbaar te maken bij het onderwijs. Dat wordt ook heel veel gedaan. Er zijn sowieso heel veel mogelijkheden in, maar het is wel vaak, de verenigingen zijn wel allemaal vrijwilligers. Dus het is ook voor de verenigingen soms even zoeken van, ja, gaat dat ons lukken? Dus zo probeert Facet daar maatwerk in te leveren. O ja, de sportmarkt werd ook eventjes genoemd. Verenigingen worden inderdaad dus op verschillende manieren betrokken. Facet is momenteel aan het kijken voor het Pagina 40 van 49

organiseren van een sportmarkt. Dus wij zullen ook eventjes, nou ja, dat goed meenemen in dit verdere proces of wij dat dus ook kunnen laten landen in de Nota Sport. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ruinard. De heer Ruinard: Ja, dan mijn laatste twee vragen. In hoeverre zijn de nota's Bewegend Verbinden 2016-2020 en Integraal Beleid Sociaal Domein 2021 nog actueel bij het opstellen van deze nota? Kan in de Nota Sport en Bewegen gekeken worden naar een relatie met de Sportspullenbank? Kan dit van meerwaarde zijn? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Het IBSD is inderdaad actueel, dus de punten, de raakvlakken nemen we daarin mee met sport. Die gaat natuurlijk niet puur over sport dus dit zal een stuk breder zijn dan dat, maar daarin kijken we wel naar de raakvlakken met sport. Nou, het andere beleid wat u noemde daar zal deze nota wel echt op vervangen. Het Bewegend Verbinden zal vervangen worden door deze nota. Dan de Sportspullenbank, die nemen wij eventjes mee, ook gezien we natuurlijk via de Ridderkerkpas de mogelijkheden aanbieden om sportspullen aan te schaffen. Maar ik zal dit eventjes meenemen. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Ruinard, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Ruinard: Ja, nog een kleine vraag, of de naam van de nota eventueel kan worden aangepast naar Sport en Bewegen? Dat maakt het misschien wat overzichtelijker. De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk wel dat we nu in de fase zijn dat als een naam aangepast moet worden de raad daar haar instrumenten voor heeft. De voorzitter: Dat betekent dat er wellicht een amendement ingediend zou kunnen worden. Zegt u het maar, mijnheer de griffier, commissiegriffier. De heer Van Straalen: Nou, ik zat te denken dat een nota vaak een naam krijgt op het moment dat die er is, die dan ook beschrijft wat er in de nota staat. En dat weet je nu niet van tevoren, dus dat het misschien wat voorbarig is om nu al een titel voor de nota te bedenken. Maar het staat de raad natuurlijk vrij om dat wel van tevoren aan te geven. De voorzitter: U kunt altijd zo meteen anders nog even langslopen om nog eventjes een uitgebreidere toelichting te vragen als dat nodig is. Zijn er nog spijtoptanten dat er nog vragen gesteld moet moeten worden? Dat is niet het geval. Dan gaat het ter debat, dat was al aangegeven. Hoeveel minuten denkt u nodig te … Vier? Oké. En de overige partijen, hoeveel denkt u nodig te hebben? Vier, drie, twee, twee, twee, drie. Hoeveel tijd denkt Leefbaar nodig te hebben? Drie.

Ja, het CDA zegt vier. O, wacht even, we gaan even onderhandelen. Er wordt me gevraagd om te onderhandelen. CDA, de meeste handjes zijn nu drie, kunt u ook naar drie terug? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Nou, voorzitter, u vond mij vandaag erg aardig en ik hoop dat u dat nog steeds vindt. Dus met de hand over mijn hart zeg ik dan voor deze keer vandaag, doe dan maar drie.

Pagina 41 van 49

De voorzitter: Doe dan ... Ik vind u toch een stuk minder aardig. Dan ga ik nu even overleggen. Denkt de commissie voldoende tijd te hebben met drie kwartier om het totale onderwerp te behandelen? Drie kwartier, ja. Ja, we zitten nu met meer minuten dat u denkt nodig te hebben voor een debat. Langer nog? U wilt er een uur van maken? Korter. Ja, dan had u minder debattijd aan moeten vragen. Het is … Ja, nee, maar ... Ja. Nou, dan kunt u zelf heeft u alle ingang om het nodige eventueel te verkorten. Dan drie kwartier? Ik zie geen tegenstribbelende mensen dus we zetten hem op drie kwartier. Behalve het CDA kijkt zunig. Op zijn Zeeuws, zunig. Mijnheer Westerveld, ik wil u nog hartelijk bedanken voor uw inzet zojuist. 7.

Verordening inburgering Ridderkerk 2025 De voorzitter: Want we kunnen inmiddels overgaan naar agendapunt 7. Het is al enigszins aan de tijd. Heeft u ook nog heel kort behoefte aan een tussenstop of zegt u van, we gaan even door? We gaan even door, is het gros wat zegt. Dan ga ik naar agendapunt 7, informatie-uitwisseling besluitvorming raad inzet ter vaststelling. Voor dit voorstel heb ik wethouder Stip nodig en ze wordt ondersteund door de heer Maaroufi en de heer Mulder. Wilt u voor mij plaatsnemen? Het onderwerp is de Verordening inburgering Ridderkerk 2025. De Wet inburgering is aangepast, daarom moet ook de lokale verordening worden aangepast. De wijziging zit met name op de uitvoering van bestuurlijke boetes indien nodig. De inzet, gaf ik net al aan, is ter vaststelling. Kunt u daarmee instemmen? Dat is het geval. Dus dan mag u nu alles vragen, maar gezien de tijd zou ik u wel willen vragen u te beperken met korte vragen. Wethouder Stip, heeft u nog wat kort toe te voegen? Mevrouw Stip: Voorzitter, ik zal me er ook toe beperken. Dit voorstel is wat technischer van aard. Er zijn al een aantal schriftelijke vragen gesteld en ik ben benieuwd welke vragen er nog leven. De voorzitter: Helemaal goed. Zijn er vragen vanuit de commissie? De ChristenUnie heeft twee vragen, SGP heeft twee vragen, Echt voor Ridderkerk heeft er drie en voor de rest niet.

O, PvdA, excuus, dat zijn er ook drie. Dan ga ik beginnen met de ChristenUnie, u heeft twee vragen. Mevrouw Vergunst. Mevrouw Vergunst: Ja, dank u wel. Ook bedankt voor de antwoorden op onze schriftelijke vragen. Daar wilde ik ook over doorvragen. Allereerst over onze eerste vraag, dat gaat over de adviesaanvraag aan de Burgeradviesraad die we per mail bijgevoegd hebben gekregen. Wat ons opviel is dat die aanvraag erg algemeen geformuleerd is waardoor dus ook, logischerwijs, het advies erg algemeen is geworden. Is het in de toekomst niet beter of verstandig om een adviesvraag heel concreet te maken, waardoor er ook een toegespitst advies op de verordening gegeven kan worden? Dat is de eerste vraag. En naar aanleiding van onze vraag vijf is mijn tweede vraag, dat is misschien een beetje een juridisch technische vraag. De juridische grondslag wordt aangegeven in het artikel 5.46 van de Algemene wet bestuursrecht en een uitspraak die ik niet zal herhalen, maar die genoemd wordt. Maar mijns inziens gaan die over iets anders. Die gaan erover hoe hoog een boete eventueel wordt vastgesteld en artikel 19 in onze verordening gaat over het verrekenen van een boete en dus niet over de hoogte. Volgens mij zijn dat twee verschillende dingen, dus ik heb één concrete vraag.

Moet ik het nou zo lezen dat artikel 19 stelt dat wij altijd 5 procent van de bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag, verrekenen met de uitkering? Ook als iemand door bijvoorbeeld schulden ergens anders geen aflossingscapaciteit heeft? De voorzitter: Wethouder Stip, wilt u allebei de vragen beantwoorden of geeft u één vraag door? Mevrouw Stip: De eerste vraag pak ik even zelf op en de tweede vraag geef ik voor de zekerheid eventjes door. Ik ben nog wel even aan het zoeken. Een verordening is best wel concreet, omdat het juist wetgeving is. En dat is denk ik ook een uitdaging in het advies. Dus hoe wij deze vraag concreter hadden kunnen maken Pagina 42 van 49

doordat een verordening van zichzelf eigenlijk concrete wetgeving is, nou ja, ben ik van mening dat de vraag eigenlijk al concreet is. Is het inderdaad een beleidsstuk, dan ga je, dan stel je de vraag iets uitgebreider. Over vraag twee over de boete of die dan altijd 5 procent is kijk ik even naar rechts. De heer Maaroufi: Ja, want er is een rechtszaak geweest en daar heb ik ook het zaaknummer bij vermeld. En daar had de rechter dus aangegeven dat de beslagvrije voet 95 procent is, dus dat de draagkracht van degene die dan de boete opgedragen krijgen 5 procent is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Maaroufi. Mevrouw Vergunst, zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord? Mevrouw Vergunst: Nou, ik zou nog twee aanvullende vragen kort willen stellen, als het mag? Bij de eerste vraag, u gaf bijvoorbeeld zelf al aan in uw hele korte inleidend stukje van, het gaat vooral om die verrekening van de boete die mogelijk te maken. Dat staat al niet opgenomen in de verordening, in de adviesaanvraag. Dus dat soort concrete dingen denk ik dat je het dan beter kan benoemen, ook richting de Burgeradviesraad. Daar wilde ik graag uw reactie op. En die tweede. Ja, ik heb de uitspraak gelezen, ik kende die uitspraak ook. Alleen die 95 procent waar het daarover gaat, dat gaat erover dat je die hanteert bij het vaststellen van een hoogte van een boete.

Als ik het goed begrijp zeggen wij nu dat ten alle tijden we die 5 procent ook gaan verrekenen. Dat kan voor mensen die, om wat voor reden dan ook, geen aflossingscapaciteit hebben hele nare financiële gevolgen hebben. Dus vandaar nogmaals mijn vraag, ja, ik heb echt het idee dat we twee verschillende dingen aan elkaar koppelen. Misschien anders dat ik nog schriftelijk een verdere toelichting geef als dit nu niet duidelijk is mijn vraag maar ik hoop dat u het nu begrijpt. De voorzitter: Ik ga eventjes vragen of het voldoende duidelijk is of dat het misschien handiger is als u een schriftelijke toelichting geeft? Want het is inderdaad behoorlijk technische kost, als ik het even zo mag benoemen. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. Nee, daar kan ik nog wel iets verder op ingaan. Ik begrijp nu ook iets meer de verdieping over de vraag over de verordening. Kijk, wij hebben inderdaad die vraag zo neergelegd bij de Burgeradviesraad. Gelukkig zijn de contacten ook heel warm dus als er vragen zijn vindt dat ook plaats. Maar ik neem uw aandachtspunt daar ook in mee met het concrete voorbeeld, dat verhelderde voor mij ook iets. Die 5 procent, uiteindelijk is het ook maatwerk. Het gaat erom, het is hierin geland omdat het dan pas juridisch standhoudt als je daadwerkelijk wil uitvoeren.

Ik denk dat het ook nog wel belangrijk om te zeggen is dat we het gelukkig ook nog helemaal niet hebben in hoeven zetten. Dus het staat nu wel in de verordening geregeld, maar we doen er natuurlijk alles aan dat het überhaupt niet tot die boete komt en dan is er ook nog maatwerk mogelijk. Dus dan kijk je altijd naar de situatie van iemand, want we helpen ons ook niet … Nou ja, uiteindelijk staat de inwoner hierin centraal, maar hebben we dit wel nodig in de verordening als wij dit in willen zetten. Vandaar dat dat erin is verwerkt, maar gelukkig is het in de praktijk nog niet nodig geweest. De voorzitter: Mevrouw Vergunst. Mevrouw Vergunst: Heb ik toch nog één korte vervolgvraag. U geeft bij het laatste aan van, het is maatwerk. Maar dan denk ik toch dat we naar de formulering moeten gaan kijken. Want zoals ik hem nu begrijp dan staat er, wij gaan uit van een fictieve verrekening. En als je fictief zegt dat staat vast en die bijstandsnorm staat ook vast. Dat kan iedereen gewoon opzoeken. Dus wat je nu, als u zegt van, nee, in de praktijk kijken we naar maatwerk, dan klopt denk ik de tekst van de verordening niet. Of ik begrijp hem verkeerd maar volgens mij gaan er dan twee verschillende dingen langs elkaar. Pagina 43 van 49

De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: De keuze blijft nog steeds bij ons liggen om de boete op te leggen, dus daarin is de hoogte van het bedrag. En dat is dan maatwerk, leg je de boete op, ja of nee? De voorzitter: U mag een slotvraag stellen, mevrouw Vergunst. Mevrouw Vergunst: Dat begrijp ik, over die ... Even nog een keer om het heel scherp te krijgen. Maatwerk zit hem dus in de of we een boete opleggen. Die begrijp ik. Alleen dit artikel stelt, als ik hem goed begrijp, dat we uitgaan van een situatie dat we een boete opleggen en dat we in die gevallen te allen tijde, zo lees ik hem althans, die 5 procent hanteren. En als dat zo is, dat is dus mijn vraag, is dat zo? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Ja, en dat is denk ik de verduidelijking, het maatwerk zit dus meer in de keuze van het opleggen van de boete, ja of nee. Dus daarmee kan je de financiële situatie meenemen. Maar als je hem oplegt, maak je deze keuze, om die 5 procent te hanteren. Dus leg je de boete niet op, nou ja, in die fase kan je kiezen voor maatwerk. Leg je hem wel op, kies je voor de 5 procent. De voorzitter: Ik begrijp dat u er inderdaad schriftelijk verder op terugkomt. Ik denk dat dat, want ik zie de verwarring bij u alleen maar op dit moment even groter worden. Dat lijkt me niet handig.

Mevrouw Ripmeester, u wilt daar even stapelend op vragen? Mevrouw Ripmeester: Waarom is er, wanneer we praten over maatwerk, waarom is er dan gekozen voor een vast bedrag van 5 procent en niet maximaal 5 procent in de verordening? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Nou ja, dit is ook op extern advies gebaseerd. Zoals genoemd in de stukken zijn er regionale overleggen geweest, onder andere met VNG, waarop deze 5 procent is gehanteerd. Maar ik wil tegelijkertijd wel in perspectief stellen dat wij dus deze boetes nog geeneens hebben hoeven geven. Want hiervoor kon je ook boetes geven, maar was het dus jurisprudentisch gezien niet houdbaar, omdat het niet goed in een verordening was vastgesteld om het op deze manier te doen. Daarom staat het nu in een verordening, maar we hopen natuurlijk nog steeds dat we dat gewoon niet nodig hebben. Dat eventjes wel voor de relativering. Maar op advies en daar ook in regionale overleggen is dit percentage gekozen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu over naar de SGP. De heer Kardol, u heeft twee vragen. De heer Kardol: Ja, dank, voorzitter. De verordening die wordt in overeenstemming gebracht met de Wet inburgering 2021. Dan is de vraag van, waarom hebben we dat niet eerder zeg maar in lijn gebracht met die wet? Een andere vraag is dat in het PIP afspraken gemaakt worden over arbeidsparticipatie.

Nou is het zo, bijvoorbeeld iemand zit in de bijstand maar heeft geen werk. En dan zijn er omstandigheden dat die werk moet aanvaarden als het gaat bijvoorbeeld plantsoenendienst of werk in de zorg. In hoeverre zeg maar als je het dan over deze afspraken hebt, over arbeidsparticipatie, is het zo dat zo'n persoon verplicht kan worden om werk te doen bijvoorbeeld binnen de gemeente, of is dat op vrijwillige basis? Hoe moet ik dat stuk zien? De voorzitter: Wethouder Stip. Pagina 44 van 49

Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, die eerste vraag is natuurlijk ook heel begrijpelijk van, waarom wordt het nu opgesteld? Dat hebben we ook getracht een beetje in het raadsvoorstel te willen formuleren want de nieuwe Inburgeringswet die is al met ingang van 1 januari 2022. Maar al die tijd paste binnen de huidige landelijke wetgeving ons uitvoeringsbeleid. Eigenlijk past die regionale overleg over die bestuurlijke boete heeft ertoe geleid het advies naar de gemeentes van dit in je verordening op te nemen, waardoor we het in één keer helemaal hebben aangepast. Maar hiervoor konden wij dus alles binnen de bestaande wetgeving doen. De tweede over de afspraak over de arbeidsparticipatie, ik kijk even naar rechts. De voorzitter: Mijnheer Mulder. De heer Mulder: Ja, aangaande de arbeidsparticipatie, ze krijgen allemaal een PIP, een persoonlijk inburgeringsplan en participatie. Daarin gaan ze een leerroute doen, dus wij sturen ze naar een leerroute. En in die leerroute zit ook een stukje participatie. In eerste instantie is dat stage maar naarmate zeg maar de taal toeneemt zul je ook zien dat het … Ons doel is uiteindelijk dat ze natuurlijk betaald aan het werk gaan. Dus als dat mogelijk is zetten wij een duaal traject in zodat wel participatie en taal hand in hand gaan. De voorzitter: Dank u wel.

Zijn uw vragen daarmee voldoende beantwoord? De heer Kardol: Nou, voorzitter, nog een aanvullende vraag. Als het gaat dan om die stage, is het dan de huidige praktijk zo dat dat binnen de gemeente wordt ingevuld of wordt dat op een andere manier gedaan? En zijn er als dat niet gebeurt wel mogelijkheden om dat ook binnen de gemeente te organiseren? De voorzitter: Mijnheer Mulder. De heer Mulder: Ja, we hebben dat ingekocht bij partijen bij de taalscholen, dus daar krijgen ze zoveel uur taal en zoveel uur participatie. We zijn er wel mee bezig om het steeds meer ook naar Ridderkerk toe te trekken. En dat vergt ook wel wat van ons Werkgeversservicepunt. De voorzitter: Dank u wel. De vragen zijn voldoende beantwoord zie ik. Echt voor Ridderkerk, u had twee vragen. Sorry, excuus, drie vragen. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag. Wij hadden eerlijk gezegd verwacht dat ook vreemdelingenwerk Ridderkerk een visie over deze inburgering zou hebben gehad. Zijn zij in de gelegenheid gesteld die te geven en of hadden ze daar geen behoefte aan? Wat natuurlijk ook zou kunnen. De tweede vraag. Bij de eerste intake onder de PIP, onder dat mooie persoonlijke Plan Inburgering en Participatie, bij het eerste gesprek wordt de desbetreffende inburgeraar uitgenodigd ondersteuners en of een tolk mee te nemen zodat hij of zij het hele proces goed begrijpt.

De derde vraag is in het verlengde van het PIP-verhaal, zal een inburgeraar dus een bepaald onderwijstraject moeten gaan volgen om een bepaald taalniveau te bereiken. Is het duidelijk wie voor welke kosten wanneer opdraait? Die laatste vraag stel ik nou bewust omdat ik uit het veld regelmatig hoor dat men een zekere angst heeft om op te draaien voor de kosten, al zou dat eventueel door DUO kunnen worden opgepakt. Want de angst is dat men een schuld gaat maken, dat is misschien meer psychologisch, maar is wel een punt om aandacht aan besteden. En of op welk moment men het dan eventueel zou moeten aflossen, wellicht niet zou kunnen aflossen, wellicht in aanmerking komt voor kwijtschelding? Dank u wel. De voorzitter: In hoeverre staat dat, moet dat in de verordening verwerkt worden?

Pagina 45 van 49

De heer Kloos: Wij stellen die vraag omdat in het kader van de PIP wel deze verplichting van cursussen volgen wordt aangegaan. Dus we willen graag weten wie wat betaalt? Ja. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. VluchtelingenWerk is niet concreet gevraagd om naar deze verordening te kijken. Maar zoals ik net aangaf is de nieuwe Inburgeringswet natuurlijk al vanaf 1 januari 2022 in werk getreden. Daar hebben we nauwe samenwerking met VluchtelingenWerk in het uitvoeringsproces, dus in die zin zijn ze wel betrokken. Maar nu het stukje van hoe de verordening vorm is gegeven, dat is bij de Burgeradviesraad neergelegd. Dan kijk ik even naar mijn rechterkant voor de vraag over de tolken, nou ja, wat ook deels genoemd staat in de verordening. De heer Mulder: Ja, als de PIP opgesteld wordt mag de klant op eigen verzoek iemand meenemen naar het gesprek. Daar aanvullend, wij zetten bij het eerste gesprek bijna altijd een tolkentelefoon in. Maar soms gaat de voorkeur uit naar een bekende van de klant zelf. Dus dat de klant zelf zegt van, nou, ik neem liever mijn zus mee of mijn, ja, voor het vertrouwen. Maar er is altijd de mogelijkheid om een externe tolk in te zetten. En dan de derde vraag was aangaande de verschillende niveaus. Zodra iemand hier in de gemeente komt krijgen ze eerst een taaltoets.

Die taaltoets is onafhankelijk en daaruit blijkt de leerbaarheidstoets eigenlijk, dus in hoeverre is de klant leerbaar? En dat bepaalt welke route ze uiteindelijk gaan doen. En ja, er was ook nog de vraag, wie draait op voor de kosten? En uiteindelijk is het een wettelijke verplichting en vanuit die wet doen wij de Inburgeringswet. En uiteindelijk wordt dat betaald vanuit DUO en ook de boetes worden door DUO zelf opgelegd als niet aan de termijn voldaan wordt. Ja, DUO gaat ook over de kwijtschelding dus ook er zijn een aantal mogelijkheden om kwijtschelding te krijgen. Maar ja, die kunt u opzoeken en dat kan de klant, indien hij daarvoor in aanmerking komt, daar aanspraak op doen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk, zijn de vragen voldoende beantwoord? De heer Kloos: Ja, en nee. Bij de eerste intake zou ik toch willen bevorderen dat de klant, zoals u hem noemt, nadrukkelijk wordt verzocht iemand mee te nemen. Juist omdat zijn taalgevoeligheid toch al op een heel laag niveau ligt en of hij middels een tolk-vertaler een duidelijker beeld krijgt wat er wordt bedoeld. Het is een advies, ik zou het willen bevorderen. Voor wat financiering betreft, ik heb het eigenlijk al een beetje aangegeven, neem die gevoeligheid mee voor de angst om schulden te maken zodat men zich over die drempel heen neerzet.

Want we horen het te vaak dat men daarom niet de vervolgstappen wil nemen en dat zou jammer zijn, want dat is niet ons doel. Dus hier is het een kwestie van gevoeligheden proberen weg te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Stip, wilt u hier nog op reageren? Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wil benadrukken dat daar belangrijke punten worden aangestipt. En ook nog even als toevoeging net, als daar dus iets nodig is met een kwijtschelding voor DUO, daar leggen wij ook de verbinding in waar nodig. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu over naar de PvdA, u heeft drie vragen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde mijnheer Mulder geloof ik net zeggen dat de klanten krijgen een PIP. Mijn vraag was dan ook, hoeveel invloed heeft de klant op de PIP? Want taal, cultuur, schaamte, trots kunnen nogal van invloed zijn op de afspraken die gemaakt worden op de realiteitswaarde van Pagina 46 van 49

de afspraken die gemaakt worden. Dus dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is, klanten krijgen een taalcursus, maar veel ook in Rotterdam. Dan is er altijd een mobiliteitsprobleem. Hoe komen ze daar? Hoe komen ze op tijd bij de taalcursus. En dat, nou ja, ze hebben geen fiets. Ze kunnen er niet komen omdat het ergens is waar ze niet met ov kunnen komen. Dus hoe wordt dat meegenomen? En mijn laatste vraag is, de verordening is niet aangepast naar aanleiding van het advies van de Burgeradviesraad. Maar ze hebben er wel lang over nagedacht en ze hebben wel goede punten ingebracht. U heeft aangegeven, dat is de vraag aan de wethouder, u heeft aangegeven, ja, het wordt meegenomen met de uitvoering. Maar gaat u dan ook zeg over een jaar met de Burgeradviesraad in gesprek of inderdaad hun punten die zij hebben meegegeven nu voldoende meegenomen worden in de uitvoering? Of moeten we dan wachten op een klacht? Ik heb liever dat dat proactief gebeurt in de positieve sfeer. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. Pak ik die laatste vraag eventjes op. Inderdaad heeft het niet geleid tot een tekstuele aanpassing in de verordening, maar is er zeker waardevol advies opgehaald voor de uitvoering.

En gelukkig spreken we de Burgeradviesraad ook regelmatig, dus in die zin zoeken we elkaar ook op om ook te voorkomen dat dat alleen op klachtniveau is dat we bij elkaar aankloppen. En dan voor vraag één en twee zal de heer Mulder eventjes antwoord geven. De heer Mulder: Ja, aangaande vraag één, hoeveel invloed heeft een klant daarop? De klant doet een leerbaarheidstoets maar er wordt ook in de PIP uitgevraagd in een brede intake van, wat is je vooropleiding, wat is je achtergrond? En al die dingen samen vormen uiteindelijk een advies voor de leerroute. Het is niet altijd zo dat de leerbaarheidstoets leidend is. Ja, we hebben allemaal weleens een slechte dag en dat kan ook gebeuren bij een inburgeraar. En dan neem je natuurlijk ook de opleiding uit het thuisland mee in je advies. En dan de tweede vraag, wie betaalt? Ja, wij vergoeden dan de reiskosten naar Rotterdam. Als een klant met de onderwijsroute en zit een klant bijvoorbeeld vijf dagen op school, dan wordt er een maandabonnement verstrekt. Gaat de klant enkele dagen, dan wordt het een enkele en dan moet die een declaratie indienen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ripmeester, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Ripmeester: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn als het goed is alle vragen gesteld. Kan dit voorstel nog steeds ter vaststelling? ChristenUnie.

Mevrouw Vergunst: Ja, dat vind ik een lastige. Ik wil naar aanleiding van eventuele schriftelijke vragen misschien toch willen we een amendement indienen. Dus dan bij voorbaat dan voor de zekerheid maar niet, want volgens mij mag je het niet meer wisselen tijdens de raad dus dan maar niet. De voorzitter: Dus dat betekent dat u zegt van ter debat? Mevrouw Vergunst: Ter debat. Ja, in principe wel. De voorzitter: Het amendement zou dan wellicht gaan om een tekstuele aanpassing van de verordening eigenlijk zeg maar gezien de vragen die u gesteld heeft? Mevrouw Vergunst: Ja, een tekstuele, ja, inhoudelijke verordening die we dan tekstueel aanpassen. Pagina 47 van 49

De voorzitter: Ja, dus dat betekent dat er niet heel uitgebreid gedebatteerd hoeft te worden. Het gaat er mij even om, omdat ik dan toch even moet kijken hoeveel tijd we nodig zouden hebben. Zouden daar nog mensen voor de rest een uitgebreid debat willen voeren dan of kunnen we zeggen van, nou, met een kwartier moeten we er kunnen zijn? We gaan niet … Ik zou toch willen vragen aan de wethouders om zich niet te bemoeien met de tijd. U zit daar met zijn drieën. Even voor alle luisteraars, er zitten daar drie wethouders op een rij en die denken dat ze zich kunnen bemoeien met de debattijd, maar dat gaan we dus niet toestaan. We zetten hem op een kwartier. Tenzij de ChristenUnie drie kwartier wil natuurlijk maar … Dan houden we het op een kwartier. Dan zien we het verder. Nou, komt er geen amendement, valt het mee. Als het niet komt dan houdt u een kwartier over. 8.

Mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen De voorzitter: Dan kan ik nu overgaan naar agendapunt 8. Ik wil ook heel graag de heer Mulder en de heer Murat bedanken. Wethouder Stip, idem dito. Agendapunt 8, mededelingen Gemeenschappelijke Regelingen. Zijn er mededelingen van college of raadsleden over Gemeenschappelijke Regelingen? Dat is niet het geval.

9.

Mededelingen college De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 9, mededelingen college. Zijn er vanuit het college mededelingen? Is dat van één collegelid of is dat van alle vier? U spreekt met één mond. Nou, dat … De heer …: Zeker, voorzitter. Daar zit ik heel de avond al op te wachten tot dit agendapunt. Maar aan de Rijksstraatweg 101 bevindt zich een voormalig schoolgebouw waar 85 jaar geleden een gebeurtenis heeft plaatsgevonden met een hele zwarte bladzijde in de vaderlandse geschiedenis. U allen wel bekend want u heeft het ook aangekocht als gemeente. Daar heeft een participatiemoment plaatsgevonden waar veel bezoekers op af zijn gekomen, zeker vanuit de wijk Rijsoord. Overigens heb ik daar zelf ook nog even het idee vanuit deze raad voor een vlasschuurgeschiedenis gebracht. Dus die toezegging is bij deze dan ook gelijk even afgedaan, heb ik dat ook gelijk meegenomen. Maar het mooie is dat we daar voortvarend mee aan de slag zijn met een bureau dat een aantal scenario's aan het uitwerken is. En over een week of drie hebben we een gesprek met de Rijksdienst Cultureel Erfgoed om te kijken of er mogelijkheden zijn om het een Rijksmonument te laten worden. Alles bij elkaar brengt dat we na de zomervakantie met een raadsvoorstel naar de raad komen, en niet voor de zomervakantie. De voorzitter: Na de zomervakantie, dat is een rekbaar begrip. De heer …: Kwartaal drie.

De voorzitter: Het blijft wel in 2025 dan ook? De heer …: Kwartaal drie, 2025. De voorzitter: Kijk, kwartaal drie, een keiharde toezegging van de wethouder. Althans, het hele college.

10. Rondvraag leden De voorzitter: Dan ga ik nu over naar agendapunt 10, rondvraag leden. Zijn er vragen onderling? Dat is niet het geval. Pagina 48 van 49

11. Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 11, ter kennisneming: raadsinformatiebrieven. U heeft raadsinformatiebrieven ontvangen. Zijn er commissieleden die een raadsinformatiebrief zouden willen agenderen? Burger op 1, u wil een raadsinformatiebrief agenderen? De heer Coule: Jawel, voorzitter, dat wil ik zeker. De rib beleids- en nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2025. De voorzitter: Dan moet de gespreksnotitie uiterlijk binnen zijn bij de griffie op dinsdag 10 maart 2025 als u het in de vergadering van 27 maart ingebracht wil hebben. En anders woensdag 16 maart voor de vergadering van 8 mei. Ja, ik lees op wat mij opgedragen wordt. Is het niet 16 april, Maarten? O, nou, de griffie is heel vriendelijk voor ons, we maken er 16 april van. Dat stond ook voor de overige stukken stond ook 16 maart, dus daar houden we dan voor nu ook even 16 april aan om het duidelijk te maken. Verder geen informatiebrieven die geagendeerd moeten worden? Dat is niet het geval. 12. Ter kennisname: overige stukken De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 12, ter kennisneming: overige stukken. Zijn er nog overige stukken die geagendeerd moeten worden voor gespreksnotitie? Dat is niet het geval. 13. Ter afdoening: actiepunten Rekenkamer De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 13, ter afdoening: actiepunten Rekenkamer Ridderkerk.

Het college heeft de raadsinformatiebrief gestuurd over de afdoening van besluitvorming naar aanleiding van een Rekenkameronderzoek. De acties zijn wat het college betreft afgedaan. Bent u het ermee eens dat dat zo is? Dat is het geval. Nou, dan kan ik u zeggen dat u allen na een terugreis uw bed op mag zoeken. En dan hoop ik dat u heerlijk slaapt na deze vergadering. Dan is bij deze de vergadering ...

Pagina 49 van 49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1146/documents/40374