2025-01-23-verslag-gemeenteraad-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Als het aan de Partij van de Arbeid Ridderkerk ligt, grijpen we als Raad de mogelijkheden om meer grip te krijgen op de woningen die in Ridderkerk worden gebouwd met beide handen aan en slaan we daarvoor de eerste piketpaaltjes door het voorstel van de griffie aan te nemen in het belang van alle Ridderkerkse woningzoekenden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Rijsdijk. Dan gaan wij naar het CDA. Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Allereerst dank richting de Rekenkamer voor het opstellen van dit rapport. Het geeft naar mening van onze fractie goed weer welke uitdagingen wij als Raad hebben om te kunnen sturen op woningdoelen. Daarnaast biedt dit rapport een goede mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan over op welke manier we als Raad willen sturen op de woondoelen hier in Ridderkerk. Naar mening van onze fractie worden we over woningbouwontwikkelingen goed geïnformeerd en biedt dit ons de mogelijkheid om, wanneer nodig, hierop te anticiperen. Het is de afgelopen periode meer dan genoeg ook gebeurd. Aan de hand van onder andere gespreksnotities, maar ook bijvoorbeeld artikel 41 vragen, denk maar aan onze artikel 41 vragen over het woningaanbod vanuit het college, hebben we verschillende moties behandeld. Denk maar aan de motie over prestatieafspraken over de motie voor starterswoningen op de Beverbol.
Of in het uiterste geval ook een amendement en denk hierbij aan het amendement over ‘t Ronde Sant. Alleen wat het rapport en de verschillende fracties tijdens de commissies al aangaven, is soms door de hoeveelheid van informatie door de bomen het bos niet meer te zien. We missen hierbij als fractie een actueel overzicht van alle projecten en alle initiatieven, waarin in beeld wordt gebracht in welk stadium een project zich bevindt, maar ook welke type woningen hier gerealiseerd gaan worden. De Rekenkamer heeft dit ook grotendeels verwoord in aanbeveling vijf richting het college, waarbij het college aangeeft dat de huidige pagina Wonen, Leefomgeving en Verbouwen op de website van de gemeente verder ontwikkeld gaat worden. Daarnaast laat het rapport naar mening van onze fractie zien dat het voor ons als gemeenteraad belangrijk is dat we een actuele Woonvisie vaststellen, waarin ook duidelijke doelen beschreven staan. Naar mening van onze fractie lijkt ons wenselijk om de doelen vanuit de Woonvisie duidelijker op te stellen en dat we hier ook jaarlijks op kunnen toetsen. Dit geldt bijvoorbeeld niet alleen voor de aantallen woningen of de woningtypen, maar ook bijvoorbeeld voor het opleggen van zelfbewoningsplicht.
Hoe vaak willen we dit überhaupt als Raad toepassen en hoe vaak is zelfbewoningsplicht nou de afgelopen jaren ook toegepast hier in Ridderkerk? We zullen ons als fractie hierop ook richten bij het nog op te stellen volkshuisvestingsprogramma, maar ook bij Pagina 16 van 35
Visies over andere onderwerpen, zoals de Ridderkerkse Klimaatvisie. We zullen als fractie waar nodig nog vaker beschikbare instrumenten gebruiken om te kunnen sturen op de woondoelen, met als doel dat we voor onze Ridderkerkers voldoende en passende woningen gaan bouwen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Mijnders. Dan gaan we nu naar de SGP en ik dacht dat dat de heer Verweij was. Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Dat klopt, voorzitter. Dank u wel. Op 25 mei 2023 debatteerden wij in deze Raad over het Rekenkamerrapport Participatie en de Omgevingswet. Inmiddels ligt een nieuwe pennenvrucht van de Rekenkamer voor en voeren we vandaag het debat over het rapport Sturen op woondoelen. Het is een goed gebruik dat de rapporten van de Rekenkamer per definitie ter debat gaan. Immers, een kritische blik op zowel het functioneren van college als Raad draagt bij aan de kwaliteit van bestuur. De SGP-fractie hecht er daarom aan om aan dit debat deel te nemen. U kunt zich wellicht nog herinneren dat de SGP-fractie zich bij het vorige debat, waar ik zojuist al aan refereerde, kritisch heeft uitgelaten over de kwaliteit van het toen voorliggende rapport. Onze bezwaren waren destijds vooral gericht op de kwaliteit van het onderzoek. Het wetenschappelijk niveau was bedenkelijk, onder meer vanwege de zeer beperkte steekproefomvang en representativiteit van het onderzoek.
Ook andere fracties deelden deze kritiek. Zo kwamen we te weten dat de heer Westbroek van Partij 18PLUS scriptiebegeleider is aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en hij in die rol de Rekenkamer onvoldoende zou hebben gegeven. De SGP-fractie is nu wel erg benieuwd of de Rekenkamer deze keer een voldoende zou krijgen van mijnheer Westbroek. De voorzitter: Ik zie dat er behoefte is aan een reactie. Dat noemen we ook wel interruptie. Maar gaat uw gang, mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Ja, dat kon ik niet laten, voorzitter. Het is overigens de Hogeschool Rotterdam, maar goed, dat volstaat ook ongetwijfeld. Nee, ze zouden er hier ook niet met voldoende vanaf komen in dit geval. De voorzitter: Goed. Mijnheer Verweij, gaat u door. De heer Verweij: Dank voorzitter. Ik vervolg. Ook bij het nu voorliggende rapport van de Rekenkamer wil de SGP-fractie van de gelegenheid gebruikmaken om haar teleurstelling uit te spreken. Tot onze spijt is er weinig tot niets gedaan met opbouwende kritieken vanuit het vorige debat. Er ligt wederom een rapport van een twijfelachtige kwaliteit voor, beperkt qua representativiteit en zelfs met feitelijke onjuistheden. Om met dat laatste te beginnen: er wordt een aanbeveling gedaan om de inzet van startersleningen te overwegen in Ridderkerk en gesteld wordt dat dit instrument nu nog niet in gebruik is.
De realiteit is echter dat startersleningen al jaren worden verstrekt in Ridderkerk. Wat betreft de representativiteit van het onderzoek het volgende: het Rekenkamerrapport meent conclusies te kunnen trekken en aanbevelingen te kunnen doen over het beleid binnen de gehele gemeente Ridderkerk. Het onderzoek heeft zich, wat nadere verdieping ten opzichte van het oriënterende onderzoek betreft, echter vooral gericht op twee casussen: het Knarrenhofje in Het Zand en de Blaak. Ter vergelijk: de totale woningvoorraad van Ridderkerk bedroeg op 1 januari 2023 circa 21,5 duizend woningen. De ontwikkeling van het Knarrenhofje betreft 27 seniorenwoningen en die op de Blaak 7 rijwoningen en een woonblok van 30 woningen. De SGP-fractie heeft er moeite mee dat het functioneren van het Ridderkerkse grondbeleid, de woondoelen, de woningbouwontwikkelingen en de sturingsmogelijkheden van de gemeenteraad aan de hand van zo een beperkt verdiepend onderzoek gekwalificeerd worden. Wij kunnen ons dan ook goed vinden in de bestuurlijke reactie van het college die stelt dat het bestuderen van twee casussen …
Pagina 17 van 35
De voorzitter: Interruptie. Interrupties zelfs, twee. Van mevrouw Van Nes-de Man en daarna mijnheer Rijsdijk. Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u voorzitter. Ik hoor wat de SGP zegt, ernstig teleurgesteld in de casussen de, omvang van de casussen of de keuze van de casussen. Dan is mijn vraag, waar had volgens de SGP de Rekenkamer dan wel zijn onderzoek op moeten doen? De voorzitter: Eerst even mijnheer Verweij. De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Waarop men het onderzoek had moeten doen, dat had gerust het onderwerp kunnen zijn wat het onderzoek nu betreft ook. Alleen het probleem is dat het niet representatief is om het gehele beleid in deze gemeente te beoordelen op basis van twee zulke summiere projecten, die bovendien ook nog niet representatief zijn voor onze woningvoorraad. Want we hebben het over 27 seniorenwoningen, 7 rijwoningen en een woonblok van 30 woningen. Maar er is wel meer wat we hier in de gemeente hebben en zodoende zijn wij teleurgesteld in de representativiteit van het onderzoek. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Ik heb nog geen antwoord gehoord van welke projecten had dan volgens de SGP dan wel representatief geweest. De voorzitter: Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Ik hoef niet op de stoel van de Rekenkamer te gaan zitten.
Maar een goed voor verkennend onderzoek geeft volgens mij gerust aanleiding om een goede selectie te maken. Laten we zeggen een soort longlist van waar je onderzoek naar zou kunnen doen en dan een shortlist te maken van wat representatief is. En ik stel vast dat wat nu onderwerp van onderzoek is geweest, niet representatief is voor de totale woningvoorraad in Ridderkerk en dat we daarom ook op basis van dit onderzoek naar mijn mening geen oordeel over het totale beleid zouden kunnen vellen. De voorzitter: Dank u wel. Er was volgens mij nog een stapelende opmerking vanuit de heer Kooijman. Daarna gaan we naar mijnheer Rijsdijk. De heer Kooijman: Ik heb een andere vraag, dus misschien … De voorzitter: Dan is het inderdaad zo galant om die Rijsdijk voorrang te geven. Waarvan akte. Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u voorzitter. De Rekenkamer heeft in de commissie aangegeven dat het onderzoek wel representatief is. Maar ik hoor de SGP zeggen: de woningbouwprojecten die onderzocht zijn, die zijn te klein of het zijn er te weinig. Maar wanneer was het dan wel representatief geweest? Dat is mijn eerste vraag. En het is goed gebruik dat de Rekenkamer een of twee keer per jaar met alle partijen spreekt. Dan kan er ook input voor onderzoeken gegeven worden. Dan kunnen de kaders worden meegegeven.
Waarom heeft de SGP bij die gesprekken niet gestuurd op een onderzoek dat qua omvang dan meer aan hun verwachtingen voldoet? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Verweij. Pagina 18 van 35
De heer Verweij: Voorzitter, dank u wel. Wat betreft de eerste vraag van mijnheer Rijsdijk, wanneer het wel voldoende was geweest: als we een aantal hadden onderzocht wat de toets van de kritiek van de wetenschap kan doorstaan. Dit is veel te weinig. En ook als we een sample hadden gehad, laat ik het maar even zo noemen, wat aan de totale woningvoorraad van Ridderkerk voldoet. En dat is nu ook niet aan de orde. Dus ik vind echt dat de basis van de basis hier niet op orde is. En betreffend uw tweede vraag zou ik willen vragen of die nog eenmaal herhaald kan worden voor mij. De heer Rijsdijk: Dat kan, voorzitter. Ik heb ook nog wel een reactie op dit antwoord zal ik die eerst geven om het dan overzichtelijk te houden? De voorzitter: Ik zou dat denk ik best wel goed kunnen volgen, dus gaat uw gang. De heer Rijsdijk: Dan doe ik dat. Er wordt aangegeven: het zou een aantal moeten zijn wat de toets der wetenschap kan doorstaan. Dat klinkt natuurlijk hartstikke interessant. Maar op het moment dat je dat stelt, neem ik aan dat er ook een concreet aantal in gedachten is. Ik heb dat hier niet zo paraat, dus ik ben daar wel benieuwd naar. Kan daar nog wat meer duidelijkheid over gegeven worden? Dank u. De voorzitter: Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Ja, dat kan wel hoor. Dan denk ik toch wel dat we aan 5 of 10 procent van het totaal moeten denken.
Het is in ieder geval orde van grootte. Maar het is natuurlijk eigenlijk te gek voor woorden dat wij hier aan de Rekenkamer zouden moeten gaan voorschrijven hoe zij onderzoek moeten gaan doen. Ik denk ook niet dat het zinvol is om daar een eindeloos debat over te gaan voeren. Ik stel alleen vast dat ik het niet opportuun vind om op basis van zo'n kleine groep woningen als nu is gekozen het volledige beleid in onze gemeente van een oordeel te voorzien. Dat is wat ik heb gezegd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan de tweede vraag. De heer Rijsdijk: Dank u voorzitter. Dat geeft iets meer van richting, al blijft natuurlijk staan dat de Rekenkamer heeft gezegd dat het wel representatief is, maar dat terzijde. De tweede vraag wat ik eerder aangaf, het is goed gebruik dat er met de Rekenkamer wordt gesproken één of twee keer per jaar. Dan kan er input voor onderzoeken worden gegeven. Waarom heeft de SGP-fractie toen niet aan de voorkant meer gestuurd en aan de Rekenkamer kenbaar gemaakt wat haar verwachtingen zijn ten aanzien van een onderzoek? Dat was een moment denk ik geweest om dat te kunnen bespreken. Dan had er nu misschien onderzoek gelegen wat meer aan de verwachtingen van die fractie had voldaan. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Ja, mijnheer Rijsdijk, ik wil daar op twee punten op reageren.
Ten eerste wat ik al reageerde op mevrouw Van Nes-de Man: het onderzoeksvraagstuk wat voorligt is helemaal niet verkeerd. De onderzoeksvraag die wordt gesteld is goed. Onze kritiek heeft ook geen betrekking op de vragen die voorliggen, onze kritiek heeft betrekking op de uitvoering ervan en dat dat niet representatief is. Dat is punt één. En punt twee fluisterde mijn fractievoorzitter mij net al even in, dat die invloed wel degelijk is uitgeoefend, maar dat dat ook niet allemaal in het openbaar is gebeurd. En dat dat bijvoorbeeld ook in presidiumverband plaatsvindt, waardoor we hier ook niet over uit kunnen wijden. Dus dat als antwoord op uw vraag. Dank u.
Pagina 19 van 35
De voorzitter: Dank u wel. Dan mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Voorzitter, ik zit het zo een tijdje aan te luisteren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik echt wel teleurgesteld ben in de houding van de SGP richting het rapport van de Rekenkamer. En wel om een aantal punten. Allereerst, volgens mij heeft de Rekenkamer voor zover ik weet nog nooit een wetenschappelijk verantwoord onderbouwd onderzoek laten uitvoeren. Dus met deze argumentatie zouden we misschien met terugwerkende kracht alle rekenkamerrapporten naast zich neer moeten leggen. Al zijn het maar twee kleine casussen, dan nog komen daar een aantal leerpunten uit. En SGP begonnen de bijdrage zo mooi. Het is goed om een kritische blik te hebben, om zelf scherp te worden. En wat ik nu zie en dan zag ik de vorige keer ook, dat vervolgens als die kritiek er komt of de tips, de aanbevelingen komen, dat de SGP dan in een enorme kramp schiet om het dan te gaan uitleggen. Waarom het onderzoek niet goed genoeg is, waarom het niet wetenschappelijk representatief is, waarom het maar twee kleine casussen waren, et cetera. En mijn vraag aan de SGP is: zijn jullie niet bereid om, ondanks dat het misschien niet wetenschappelijk verantwoord is, wel te kijken naar de conclusies om te kijken: kunnen we daar wat mee? Al was het maar één casus, al ging het maar om één woning. Het gaat uiteindelijk om het proces wat hier gevolgd wordt.
En ik heb ook heel veel op te merken op het rapport, maar ik kan daar ook heel veel uithalen. En ik vind het echt jammer dat de SGP die kant niet kiest. De voorzitter: Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Ik kan wel volgen wat u zegt, maar mijn betoog is ook nog niet klaar, dus daar begint het mee. U interrumpeert halverwege en er komen ook nog wel andere dingen ter sprake. Maar wat misschien een belangrijk punt is om op te reageren wat u zegt: het gaat niet primair om of iets wetenschappelijk verantwoord is of niet. Wat wel een probleem is, is dat het rapport best wel forse woorden in de mond neemt en het beleid en de gang van zaken hier ook behoorlijk kritisch bejegent. En daar kunnen wij ons ook niet in vinden. Want de realiteit is wel dat ondanks de moeilijkheid van de markt er nog straf doorontwikkeld wordt in Ridderkerk en er een wethouder ook aan het werk is om oplossingen te bedenken voor de woningnood die geledigd moet worden. En dat is primair ons punt. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Dan toch even de vraag terug. Want er wordt dus gesteld dat er forse opmerkingen worden gemaakt en dat het niet gaat om het wetenschappelijke gehalte van dit rapport. Dan denk ik ook: SGP, waarom noemen jullie dit dan zo expliciet in jullie bijdrage? Dat zou ik dan ook forse woorden kunnen noemen.
Ga dan op de kern richten van waar jullie probleem dan zit. En ik zie het rapport niet als zijnde dat ze dat ze heel veel kritiek hebben, maar dat ze een aantal punten geven: hier zou het beter kunnen, hier zou de Raad beter in hun recht kunnen worden gesteld, hier zou beter gekeken kunnen worden hoe de doelen vanuit de woonvisie behaald kunnen worden, gemonitord kunnen worden. Je kan het ook echt positief bekijken en ik vind het jammer dat de SGP het met zo'n negatieve bril bekijkt. De voorzitter: Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Voorzitter, dan stel ik toch voor dat ik mijn betoog eerst voortzet en dat mijnheer Kooijman daarna eens kan beoordelen of die nog steeds van mening is wat hij zojuist heeft gezegd. De voorzitter: Ik heb daarbij wel op te merken dat u nog 15 seconden heeft.
Pagina 20 van 35
De heer Verweij: Dat is minder prettig. De voorzitter: U moet het er wel mee doen. De heer Verweij: Dan ga ik straks in de tweede termijn toch wel verder, maar dan maak ik deze alinea nog even af, voorzitter. Wij kunnen ons dan ook goed vinden in de bestuurlijke reactie van het college die stelt dat het bestuderen van twee casussen te beperkte informatie biedt om conclusies en aanbevelingen op te baseren. De inhoudelijke reactie van het college op de vijf aanbevelingen aan haar gedaan hebben wij ter kennisgeving aangenomen en onderschrijven we. Ik zal de rest van mijn betoog in de tweede termijn doen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verweij. Dan gaan we naar de VVD. Mijnheer Ringlever. De heer Ringlever: Dank u wel voorzitter. De VVD Ridderkerk neemt kennis van het Rekenkamerrapport Sturen op woondoelen. Het is goed dat we als Raad stil blijven staan bij onze rol in het behalen van woondoelen en hoe we effectief kunnen sturen. Toch moeten we ons afvragen of dit rapport voldoende breed is om als basis te dienen voor verdere gesprekken over dit onderwerp. Het gesprek over het benutten van bestaande instrumenten en de rol van de Raad in besluitvormingsprocessen blijft belangrijk. Als VVD hebben we oog voor een evenwichtige aanpak.
Enerzijds moeten we beschikbare instrumenten optimaal benutten, anderzijds kritisch blijven kijken naar onze betrokkenheid in de besluitvorming. Het is daarom belangrijk dat we als Raad gezamenlijk bespreken hoe we onze rol beter kunnen invoelen, zeker in het licht van complexe wetgeving zoals de Omgevingswet en de Wet versterking regie volkshuisvesting. Wat ons betreft vormt dit rapport echter niet de juiste onderlegger voor dat gesprek. Daarom steunen wij het amendement. Het voorstel om de tweede helft van 2025 een bijeenkomst te organiseren over de Wet versterking regie volkshuisvesting, vinden wij waardevol. Uiteraard hangt de exacte planning af wanneer de wet wordt aangenomen. Tot slot willen wij benadrukken dat het nadenken over woondoelen belangrijk is, maar dat actie nog belangrijker is. Zoals we al vaker hebben gezegd: minder praten, meer bouwen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar Echt voor Ridderkerk. En dat is mijnheer Kloos. Gaat uw gang. De heer Kloos: Dank u wel voorzitter. In de eerste plaats danken we nogmaals de Rekenkamer voor dit uitgebreide rapport. Maar daardoor zijn we ook blij met het commentaar van burgemeesters en wethouders daarop. Dus die informatie aan de Raad is redelijk goed geborgd. Verder merken we op dat we weinig grond hebben waar een heel groot aantal van de kritiekpunten van de Rekenkamer op zijn gebaseerd.
Daarom vinden we het belangrijker ons te richten op wat nog wel kan, minimaal te bouwen woningen neerleggen in de omgevingsplannen bijvoorbeeld. De Boomgaard. We hebben het al eerder gezegd we vinden het te vroeg daar nu een oordeel over te vormen, maar voor ons is het duidelijk dat het nog niet duidelijk is dat daar gebouwd mag worden. Integendeel. Zijdelings, wethouder, hebben we ergens ook gelezen dat het zeven jaar duurt voor het verstrekken van een bouwvergunning. Heeft u creatieve mogelijkheden of ideeën om die periode in minderjaren te realiseren dan nu? De voorzitter: En dan nu de interruptie van de heer Mijnders De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Twee vragen aan de heer Kloos van Echt voor Ridderkerk. Het is nu nog te vroeg volgens de heer Kloos om iets over De Boomgaard te zeggen. Is EvR eventueel bereid om volgende week donderdag daar wel iets over te gaan zeggen? En de tweede vraag is: de heer Kloos vraagt aan
Pagina 21 van 35
het college om nieuwe ideeën om die zeven jaar te verkorten. Vraag aan Echt voor Ridderkerk: heeft Echt voor Ridderkerk zelf ideeën om die aantal jaren te gaan verkorten? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kloos De heer Kloos: Dank u wel voorzitter. Zeker gaan we over De Boomgaard hier volgende week wat over zeggen, maar we geven een voorschot dat we met zoals het nu geformuleerd is ongelukkig zijn. De tweede vraag of het echt veel korter kan. Wij zijn geen expert. Het is een redelijk bureaucratisch proces van overleg en wederoverleg. Dus ik zou eerlijk als het kan binnen het kader van al dan niet de nieuwe Omgevingswet, toch willen nagaan of zeven jaar, het gemiddelde, nou echt noodzakelijk is. Misschien heeft de wethouder daar wel creatieve ideeën over. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, een vraag voor Echt voor Ridderkerk: gaat u het ook nog hebben over het Rekenkamerrapport Sturen op woondoelen? De voorzitter: De heer Kloos. De heer Kloos: Dank u wel voorzitter. In ieder geval niet in deze bijdrage. Voor de rest sluiten we ons vrij aardig aan bij wat de griffier ook al eerder heeft gezegd. De komende maanden gaan we verder de diepte in naast het omgevingsplan ook de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Dus we komen elkaar nog regelmatig op dit terrein tegen.
Inzake het amendement, daar komen we in de tweede periode op terug, want we horen graag even de visie van het college hierop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kloos. Dan gaan we naar GroenLinks. Mevrouw Dirks. Mevrouw Dirks: Dank u voorzitter. De Rekenkamer is een belangrijk instrument van de Raad. Het is van groot belang dat de positie van zowel de Raad als het college voor iedereen helder is en dat hiermee een zo sterk mogelijke positie hebben, beide partijen en dat we ook gezamenlijk achter deze uitgangspunten staan. We willen aangeven dat we de toelichting door de Rekenkamer tijdens de commissievergadering als minder sterk hebben ervaren, zeker gezien het scherp geformuleerde rapport dat voorlag. Maar ook in dit rapport zagen wij slordigheden, zoals eigenlijk al door meerdere fracties benoemd vanavond. Dit rapport verdient een duidelijke en zorgvuldige toelichting om vervolg keuzes makkelijker te maken. Ook wij zijn nog zoekende in welke rol wij als Raad ten aanzien van het woonbeleid willen hebben. We nemen daarom graag juist kennis van deze ter kennisnemen punten in het raadsvoorstel. En eigenlijk hebben we dat al gedaan als voorbereiding voor de commissie. Het is nooit fout om dingen ter kennisneming te geven. We hopen in de toekomst met de Rekenkamer en met elkaar in gesprek te gaan om samen deze raadspositie sterk mogelijk te maken. Dank u.
De voorzitter: Dank u wel mevrouw Dirks. Dan gaan we naar de ChristenUnie. De heer Kooijman. De heer Kooijman: Dank u wel. Een Rekenkamerrapport over het sturen op woondoelen. Veel actueler kun je ze niet krijgen, de Partij van de Arbeid gaf het ook al aan. Allereerst dank aan de Rekenkamer voor het uitvoeren van dit onderzoek op dit moment, want meer dan ooit is het van belang dat er in de Ridderkerk wordt gewerkt aan voldoende en de juiste type woningen voor onze inwoners. Daarnaast is het van belang dat de bestaande woningvoorraad verduurzaamt, het aanbod voor ouderen en zorgbehoevenden verbetert en de kwaliteit van de leefomgeving verbetert. De vijf doelen uit onze Woonvisie 2022-2026, zoals u weet. En de Pagina 22 van 35
vraag is dan: zijn we goed op weg? De conclusie uit het Rekenkamerrapport is echter: we weten het eigenlijk niet. Het schort aan een goede monitoring van de zojuist genoemde vijf doelen, en dan met name op de doelen met betrekking tot de hoeveelheid en type woningen. Ja, per project worden we via raadsinformatiebrieven of soms via benodigde bestemmingsplanwijzigingen, tegenwoordig zogenaamde BOPA’s, de Raad goed geïnformeerd. Echter, ontbreekt het aan een kwalitatief afwegingskader voor woningbouw initiatieven. Deze is nog in ontwikkeling, hebben we laten horen. Dit kader is echter essentieel om plannen objectief te beoordelen op kwaliteit en passendheid bij onze Woonvisie. Want met elkaar willen we toch ook als Raad kunnen blijven monitoren of we op schema liggen, of de juiste typen worden gebouwd, op de juiste locaties, in de juiste hoeveelheid. Het Rekenkamerrapport geeft aan waar verbeteringen mogelijk zijn. En ja, je kunt er best over gaan discussiëren of het gerechtvaardigd is om op basis van twee casussen conclusies te trekken. Ik ga daar echt een heel eind in mee, ook met het college en wat hier al vanavond besproken is.
Maar wel vinden de ChristenUnie het erg jammer dat het college en inmiddels begrijp ik ook een aantal fracties, zich erg verdedigend opstelt in de beantwoording en weinig lijkt te kijken naar de leerpunten die er echt wel te maken zijn, ook op basis van deze twee casussen. En één opmerking van de wethouder tijdens de afgelopen commissievergaderingen stak daarbij wel. Eerder op die avond had de vertegenwoordiger van de rekenkamercommissie naar aanleiding van een vraag vanuit de commissie aangegeven dat de door hen ingehuurde onderzoeker, die toch ook wel een expert op het gebied van dit soort onderzoeken mag worden genoemd, toch problemen had om vanuit alle cijfers en getallen die in verschillende documenten stonden chocolade te maken. De reactie vanuit de wethouder was dat hij nog niet eerder vragen daarover had gehad vanuit de Raad, dus de Raad moest het dan waarschijnlijk wel snappen. En daar gaat het volgens mij precies mis in dit verhaal. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, ik ben een groot fan van chocolade maken, want dat vind ik heerlijk. Alleen als een onderzoeker niet kan vinden dat wij al geruime tijd startersleningen verstrekken, vind ik dat toch wel heel bijzonder. Of dan is die waarschijnlijk bij de verkeerde chocolademachine geweest. De voorzitter: Is dat een vraag? Mevrouw Kayadoe: Dan zet ik er een vraagteken achter.
Is hij misschien bij de verkeerde machine geweest? De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: De relevantie van deze interruptie die ontgaat mij volledig. Maar dat zal aan mij liggen. Ik ga gewoon verder met mijn verhaal. Het gaat dus precies mis in dat deel van het verhaal. De houding van: als er geen vragen zijn dan gaat het vast goed, is geen juiste. En al helemaal niet wanneer er, als er aanbevelingen voor verbeteringen worden gedaan, alleen maar in de verdediging wordt geschoten. En dan wil ik nog even kort reageren op het amendement. Ik vind het eigenlijk wel gênant, want de indieners kiezen er hiermee voor om het Rekenkamerrapport gelijk diep de bureaulade in te stoppen, zonder zelfs de moeite te nemen om zelf te reflecteren op de eigen controlerende taak en de eigen grip op de doelen uit de Woonvisie. Maar wellicht zien zij het wel heel duidelijk en daarom mijn vraag aan de indieners van het amendement: hoe staat het nu volgens u met de woondoelen zoals gesteld in onze Woonvisie? Gaan we die doelen halen? En hoe beoordeelt u iedere nieuwe ontwikkeling in relatie tot die Woonvisie? De voorzitter: Mevrouw Kayadoe.
Pagina 23 van 35
Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, dan raad ik de heer Kooijman van de ChristenUnie aan om toch nog eens even mijn eerste termijn na te luisteren. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, die toezegging die wil ik doen. Dat ga ik ook gerust doen. Maar dan tegelijkertijd toch ook de vraag aan Leefbaar om het hier nog expliciet dan even te benoemen. Dan hebben we het dubbel gehoord. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Als u goed geluisterd had u het nu al geweten, had u de vraag niet gesteld. Dus ik ga hem niet nog een keer herhalen. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Dit is een trucje wat mevrouw Kayadoe wel vaker doet in de Raad, maar ik vind het een beetje vervelend worden. Of ze geeft gewoon aan waar het op staat of ze geeft aan: ik weet eigenlijk niet meer wat ik heb aangegeven in de eerste termijn. De voorzitter: In zekere zin zeg ik toch maar even heel voorzichtig: de Raad gaat over zijn eigen woorden. Maar mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, ik vind het prima dat de heer Kooijman dit heel vervelend vindt, maar misschien moet hij ook eens even in zijn eigen spiegel gaan kijken. De voorzitter: Mijnheer Verweij, u had nog uw hand omhoog. De heer Verweij: Ja. Ik had het idee dat de vraag ook indirect aan mij gericht was.
Maar ik zegt de heer Kooijman toe dat ik daar zo meteen in de tweede termijn op terugkom, want de vraag die hij stelt wordt beantwoord in het restant van mijn bijdrage. Dank u wel. De voorzitter: Duidelijk. Dan zijn wij volgens mij zover dat al de fracties het woord hebben gevoerd die het woord wensten te voeren. Het is natuurlijk een voorstel met een bijzonder karakter, in die zin dat de Rekenkamer het rapport aanbiedt aan uw Raad bij tussenkomst van uw griffier. En toch wil ik ook even de wethouder vragen of hij enige behoefte heeft om nog een opmerking te maken. Wethouder Van der Duijn Schouten: Jazeker, voorzitter. Ik heb geprobeerd om er preek van drie punten van te maken, maar het worden er even twee. Ik heb wat algemene opmerkingen en de aandachtige luisteraar in de commissie zal daarin wat herkennen wat ik toen ook wellicht heb gezegd. Er zijn vanavond door de diverse fracties een hoop dingen gezegd en daar zit ook een enkel punt in waar ik nog wel even de behoefte heb om op te reageren. Eerst even wat in het algemeen betreft. Ik heb dat in de commissie ook aangegeven, wij herkennen echt wel de worsteling die de Raad heeft met: hoe kunnen we nou invloed uitvoeren op plannen, zeker op het moment dat die als een bestemmingsplan of nu als een BOPA hier liggen, dat er eigenlijk geen kant meer op kan.
Dat herken ik en we herkennen ook wel die worsteling vanuit het Rekenkamerrapport. Dat is ook de reden dat we ons best doen om de Raad zo veel mogelijk aan de voorkant mee te nemen waar dat kan. In die zin denk ik ook dat het onderzoek, zonder nou heel kritisch naar de Rekenkamer te zijn, in essentie wat mist dat u als Raad wel degelijk die rol heeft en die rol ook pakt. Ik heb dat in de commissie ook gezegd. Pagina 24 van 35
We hebben hier met elkaar het gesprek gevoerd over de Blaak, over ‘t Ronde Sant. Wij hebben u bijvoorbeeld in januari geïnformeerd over een intentieovereenkomst voor de ontwikkeling aan de Kievietsweg. In maart is er een fractie geweest, die heeft gezegd: daar willen we een gespreksnotitie over voeren. Dat is dan twee maandjes later. En in oktober van vorig jaar is uiteindelijk die BOPA hier geweest. Dat die gespreksronde niet is gekomen, dat zal met de inhoud van het plan, dat er uiteindelijk blijkbaar niks te bespreken viel. Maar dat heeft niet te maken dat u als Raad de instrumenten niet heeft en de mogelijkheden niet heeft en die ook niet gebruikt. En ik denk dat dat toch onvoldoende naar voren komt in het rapport. De voorzitter: Interruptie van de heer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Het is natuurlijk waar wat de wethouder zegt, dat de Raad ook echt wel gestuurd heeft. Maar tegelijkertijd constateer ik wel dat dat sturen vaak heel ad-hoc is gebeurd. Ik had ook niet altijd het idee als we met een gespreksnotitie kwamen, ik heb dat eerder met mevrouw Van Nes-de Man gedaan, dat dat altijd als het goede moment ervaren werd. Wel door ons, maar zeker niet door het college.
Maar als de wethouder daar dan op reflecteert, vindt hij dan ook niet dat we met elkaar het gesprek zouden moeten voeren hoe we tot een meer algemene procedure komen hoe de Raad betrokken wil worden? Nu is het allemaal heel erg ad-hoc. Dat kan ook voor het college prettig zijn om bijvoorbeeld amendementen als bij ‘t Ronde Sant te voorkomen. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. Wethouder Van der Duijn Schouten: Voorzitter, ik denk niet dat het ad-hoc is. Ik denk dat er een procedure ligt dat zodra het college een intentieovereenkomst sluit, zij u daarover informeert en dat over grote ontwikkelingen u al ver voor een intentieovereenkomst geïnformeerd wordt. Ik denk dat die procedure … Die intentieovereenkomst dat is min of meer standaard, dat we u meenemen in ontwikkelingen rond Trelleborgterrein, Koninginneweg. U bent al een aantal keer geïnformeerd over de ontwikkelingen op Westdonck in Bolnes, waar Wooncompas bezig is. Volgens mij loopt dat prima en uiteindelijk gaat u, daar heeft de voorzitter net al wat over gezegd, als commissie en Raad zelf over uw agenda, over de zaken die u agendeert of die u niet agendeert. Sterker nog, daar hebben wij als college formeel geen eens iets over te zeggen. En voorzitter, een laatste algemene opmerking.
Wat je ook moet zien is dat je op een waarneming van de onderzoekers, die wij ook doen, soms ook gewoon tot een andere conclusie komt. Waar de onderzoekers concluderen dat met name vanwege de motie rond de prestatieafspraken bij Wooncompas het proces niet functioneert, is toch de voorzichtige conclusie van het college dat juist met die motie waar u, Raad, aan de voorkant bent gaan zitten, uw input heeft kunnen geven, het proces juist heel erg goed functioneert. Dus dan zie je dat op een exact eenzelfde waarneming, want die waarneming bestrijden wij echt niet, er een hele andere conclusie kan komen. Voorzitter, dan nog een enkel punt uit de opmerkingen gemaakt zijn. Mevrouw Van Nes die vroeg om het bod bij te stellen. Misschien dat ze in tweede termijn dan nog wel even wat duidelijkheid geven. We zijn het overigens niet van plan, hoor. Maar of ze dan omhoog of omlaag wil, dan hebben we daar een beetje een beeld bij. De P van de A … De voorzitter: Volgens mij wordt u op uw wenken bediend, wethouder. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, ik denk ik doe dat maar gelijk. Dat woningbouw bod mag wat ons betreft omlaag bijgesteld worden. De voorzitter: Wethouder.
Pagina 25 van 35
Wethouder Van der Duijn Schouten: Dat kan maar duidelijk zijn, hoe Burger op 1 daarin zit, ook richting al die woningzoekenden in Ridderkerk. Dus daar was ik een beetje benieuwd naar. De PvdA-fractie geeft aan en het is vandaag daar meer over gegaan, dat het prematuur is om nu iets te doen met of iets te vinden van de Boomgaard. Voorzitter, op een gegeven moment raak ik dan als wethouder ook een beetje spoor bijster. Want de Raad wil aan de voorkant betrokken worden en het gesprek erover voeren. En als we dan in bouwsteen twee van een Visie op buitengebied, wat nog een tussenproduct is om naar een Visie te komen die uiteindelijk moet leiden naar een omgevingsplan, daarin iets opnemen zodat we met uw Raad daar het gesprek over kunnen voeren, dan is het prematuur. Nogmaals, hij komt erin. U heeft hem inmiddels gehad. En juist kan daar binnen de Raad en de Raad met het college kan er het gesprek over gevoerd worden. En dan is het weer prematuur. Dus soms proberen we juist u mee te nemen aan de voorkant en dan is het weer te vroeg, dus dat is ook wel eens lastig. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Die Boomgaard die wordt dan in verschillende stukken genoemd. Het wordt daar eigenlijk al gepresenteerd dat het bebouwd wordt, eigenlijk toch al in dat stuk als een soort voldongen feit.
Terwijl heel veel mensen in de Raad, de wethouder ook, de geschiedenis van dit dossier kennen met alle rechterlijke uitspraken, de discussie die al jarenlang loopt. Dan mag ik toch eigenlijk wel hopen dat dat gesprek op een betere manier gevoerd wordt dan dat het op een avond waarin er gepraat moet worden over een toekomstvisie, een Visie op het buitengebied waar veel onderwerpen op de rol staan, dat het daar dan ingefietst wordt. Dat vind ik dan wel prematuur. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Wethouder, gaat u door. Wethouder Van der Duijn Schouten: Voorzitter, allereerst is het op geen enkel feit een voldongen feit. Want ik geef aan: het is fase twee van de bouwsteen, waar die bouwsteen nog een derde fase kent en uiteindelijk nog op raadsagenda komt. En ook de Omgevingsvisie is nog verre van een voldongen feit. Dus het is gewoon pertinent onwaar dat dit een voldongen feit is. Het is een ontwikkeling die wij presenteren om met u het gesprek over te voeren. Zo hebben we met u het gesprek gevoerd in drie transities over een Visie over hoogbouw, voeren we nu het tweede gesprek over de Visie buitengebied, komt er een derde gesprek. En als we dan het gesprek met u erover voeren, is het prematuur. Nogmaals, het is juist bedoeld om uw Raad in positie te brengen om er het gesprek over te voeren.
Vanavond een paar keer gevraagd, de Gemini locatie, om daar ook het gesprek over te voeren. Die wordt in ieder geval nog tot 2028 gebruikt. In 2026 staat een update van de Woonvisie op het programma en het lijkt mij nou een schitterend moment om die update van de Woonvisie ook eens te kijken wat u in het kader van die Woonvisie nu een geschikte invulling vindt voor het Gemini terrein. Dus ik denk dat dat qua procesgang en dingen die op de agenda staan naar de toekomst toe ook prima in te passen is. Zeven jaar voor een bouwvergunning. Ik weet niet waar die informatie vandaan komt, maar dat dat is gewoon pertinent onwaar. Bouwvergunning duurt geen zeven jaar, want er zijn tal van initiatieven die ik, toen ik hier als eerst als wethouder begon, voor het eerst op mijn bureau kreeg en waar inmiddels de bouwvergunning voor gestrekt heeft. En ik weet één ding zeker: ik zit hier nog geen zeven jaar, al voelt het soms wel zo. En dan de ChristenUnie, die geeft aan dat mijn reactie naar de Rekenkamer onbehoorlijk was omdat er vanuit de Raad geen vragen op zijn en dat wij daarmee een soort aanbeveling niet omarmen, maar gelijk in de verdediging duiken. Er staat in het rapport van de Rekenkamer geen enkele aanbeveling over die cijfers. Dat kwam die avond ter sprake. En ik heb niet gezegd dat er vanuit deze Raad geen vragen over zijn geweest.
Ik heb dat misschien wel gezegd, maar ik heb in ieder geval ook gezegd dat dit cijfers zijn die uit een regionaal systeem komen die aan 13 gemeenten … En dat er vanuit die 13 gemeenten de Pagina 26 van 35
afgelopen drie jaar nog nooit een opmerking is geweest. Dus het feit dat het duiden van de cijfers breder gaat dan uw Raad, maar dat dat heel breed leeft en dat er al die tijd geen opmerkingen over zijn gemaakt. De Rekenkamer maakt er vervolgens zelf ook geen aanbeveling over. Voor mij een conclusie geweest dat ik het niet helemaal kon rijmen met hun conclusie, dat die cijfers zo dramatisch slecht waren. Is dat in de verdediging schieten? In ieder geval is het niet om een aanbeveling te ontduiken, want een aanbeveling op dat punt is niet gedaan. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Om iets recht te zetten, voor mij bedoelde ik het niet zozeer dat ik vond dat de wethouder dat onbehoorlijk had gezegd, maar dat ik juist dit als voorbeeld gebruikte om aan te geven: je kan informeren door cijfers weer te geven of cijfers te delen naar de Raad. En dat hebben we allemaal netjes gedaan in alle regio, iedereen heeft die cijfers gekregen. En er kan op een gegeven moment iemand bedenken: ik vond het toch best wel ingewikkeld om nou te snappen, wat is nou de actuele stand? En welke getallen kan ik nou wel bij elkaar optellen en welke niet? En daar gaat het juist om, het zenden van informatie wil nog niet betekenen dat de ontvangers het altijd snappen. En ja, inderdaad, het is ook jammer dat daar misschien niet een concrete aanbeveling in het rapport zit.
Maar ik las hem er wel tussen, van: we moeten goed nadenken op welke wijze worden de raadsleden geïnformeerd en is dat dan ook te begrijpen? Of moeten we het maar iedere keer, nou, dat zal … Nieuwe cijfers, het zal wel, ik neem het maar even voor kennisgeving aan. Of kunnen we dat matchen met eerdere cijfers? Daar ging mijn zorg over. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder. Wethouder Van der Duijn Schouten: Mijn opmerking ging daarover dat ik wilde spiegelen hoe de opmerking van de onderzoekers ik die relateerde aan de praktijk van alledag over de laatste drie jaar in een hele brede regio. En dan was mijn conclusie dat ik dat slecht met elkaar kon rijmen. En dat heb ik die avond even willen benoemen. Maar ik heb ze ook bedankt voor sommige gevallen cijfers wat te verduidelijken. Voorzitter, als laatste vroeg de EvR fractie nog een visie van het college op het amendement. En die vind ik wat lastig. Ik heb in de commissie aangegeven dat wij prima konden leven met het raadsvoorstel. Wij kunnen ook prima leven met het amendement, dus ik laat dat graag aan uw Raad om daar in alle wijsheid een besluit over te nemen. Dat was het wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Dan gaan wij een eventuele tweede ronde doen. Althans, we gaan een tweede ronde doen en er zal blijken of er behoefte is om daar nader invulling aan te geven.
En ik denk dat dat het geval is, want ik heb daar al een paar vooraankondigingen op gehoord. We gaan het rijtje langs zoals we het ook in eerste ronde deden. Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Nee, niet nodig. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u voorzitter. Burger op 1 is niet tegen woningbouw, om nog even terug te komen op de opmerking van de wethouder net. Maar als we naar de leefkwaliteit en de bereikbaarheid in en van Ridderkerk kijken, zullen we het aanbod voor extra woningen zoals gedaan in het regioaanbod, naar onze stellige overtuiging naar beneden bij moeten stellen. College, ga aan de slag met … Stop met praten en ga bouwen, hoorde ik de VVD net zeggen. Dat sprak ons wel aan. Maar doe dat dan op de plekken die al jarenlang leegstaan en die om woningen schreeuwen. Daar kunt u uw gang gaan en doe daar iets mee. Pagina 27 van 35
Informeer ons daarover op tijd. Informeren gaat de laatste tijd beter, dat wil ik ook gezegd hebben. Maar ga bouwen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Van Nes-de Man. Mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Ik had nog een vraag openstaan van de heer Mijnders. Daar zal ik dan nog gelijk op reageren. Het is natuurlijk prima dat we bij de Koninginneweg betrokken worden. En ik heb ook aangegeven in de eerste termijn dat er ten opzichte van vorige raadsperiodes echt wel stappen in het betrekken, in het informeren worden gezet. Tegelijkertijd vind ik het nog wel redelijk ad-hoc en worstelen we er als fractie wel mee hoe je nu op zulk soort avonden kan sturen, ook voor inwoners. Het zijn toch vaak avonden dat mensen in groepjes uit elkaar gaan. Het is heel moeilijk om daar uit op te halen de gemeenschappelijke deler. We vinden dan eigenlijk een proces zoals dat gaat bij bijvoorbeeld de Visie op hoogte veel prettiger en zoals dat eerder gedaan is bij het veiligheidsbeleid, waar je als Raad veel meer aan de voorkant mee kan geven. En dan ook in volgende versies, als het goed is, wat van die input terugziet. Dat gezegd hebbende kunnen we ons prima vinden in het voorstel van de griffie en lijkt het ons echt wel belangrijk dat de informatie meer inzichtelijk gemaakt wordt.
En buiten dat, dat het college ook aan zal gaan geven hoe ze de Raad bij al die belangrijke keuzes die gemaakt moeten gaan worden zal gaan betrekken. Dat is wat ons betreft echt wel essentieel. En wat de keuze van de casussen betreft. Je kan er dan over discussiëren, is het veel, is het weinig. De Rekenkamer zei: het is representatief. Maar de keuze voor de casus van de Blaak die begrijp ik wel. Als er ergens veel gedoe over is geweest, is het wel de Blaak. Dus ik kan me voorstellen dat dat voor een Rekenkamer heel interessant is om te onderzoeken. Wat de heer Kooijman aangaf namens de ChristenUnie over het inzichtelijk maken van informatie, dat onderschrijf ik. Want de Rekenkamer heeft ook aangegeven dat er heel veel verschillende definities worden gehanteerd. Eenduidigheid daarin is natuurlijk ook wel belangrijk. En voorzitter, ik vraag me wel af wat we nu met dit amendement bereiken. Want beslispunt twee over het toesturen van een evaluatie en de wijze waarbij de Raad betrokken wordt bij al die belangrijke keuzes, dan kunnen we dat rapport in een hele diepe la stoppen, maar het is wel belangrijk dat de Raad in positie wordt gebracht. De Rekenkamer doet er een voorzet voor, de griffier heeft dat doorvertaald. En eerlijk gezegd, de ChristenUnie die noemde het gênant.
Ik zou willen zeggen: we slaan in Ridderkerk echt een modderfiguur op het moment dat we dit rapport zo naast ons neerleggen. Het is onze eigen adviseur. Ik kan me voorstellen dat het voor sommige partijen wat schokkend is als je de ronkende teksten leest in de Blauwkai, maar als je daar doorheen kijkt zijn het echt wel hele nuttige aanbevelingen. Wat ons betreft gaan we daarmee aan de slag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rijsdijk. CDA, mijnheer Mijnders De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Van de twee punten preek van de portefeuillehouder naar de vier punten preek in mijn tweede termijn. Allereerst vinden we het verhaal van Burger op 1 toch wel echt heel lastig te volgen. Er wordt eerst gezegd: dat woningbod van 1710, waarvan er dus 800 renovaties zijn, dat moet omlaag. En echt twee seconden later citeert ze de VVD met de bekende leus: bouwen, bouwen, bouwen. Naar onze mening rijmt dat niet helemaal. Maar dat terzijde. Het tweede … De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u voorzitter. Ik wil mijnheer Mijnders wel helpen met rijmen. Ik heb er achteraan gezegd: kijk naar de locaties die ik eerder benoemd heb in mijn eerste termijn die al jarenlang braak liggen, leegstaan of op andere plannen wachten. Gaat daar bouwen, bouwen, bouwen en staar je niet blind op die aantallen. Pagina 28 van 35
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Dan vind ik die locaties altijd nog wel heel erg lastig, want alle locaties die zogenaamd braak zouden liggen die hebben op dit moment nog wel een functie. Of er zijn op dit moment projecten bezig om daar te realiseren. Maar als mevrouw Van Nes hele nieuwe gebieden in Ridderkerk weet die ik nog niet ken, dan hoor ik het ook altijd graag. Als tweede, voorzitter, wil ik nog even reageren op de Partij van de Arbeid. Want de Partij van de Arbeid heeft het over mijn vraag over de Koninginneweg over ad-hoc. Het lastige is dat wij als CDA-fractie juist het tegenovergesteld hebben en daarmee worstelen. Want wij zijn als CDA-fractie bezig met een gespreksnotitie over het Trelleborgterrein, het P.C. Hooftgebied en een gespreksnotitie over de Koninginneweg. Alleen het juiste moment om de juiste vragen te stellen is best wel lastig. Want als je kijkt nu naar de Koninginneweg, daar zouden we als fractie een grote gespreksnotitie over kunnen schrijven met een hele gedetailleerde vragen.
Wat voor type woningen komen er? Komt er een zelfbewoningsplicht? Hoeveel starterswoningen komen er? Maar je ziet juist dat er op dit moment ook nog avonden gepland staan waar dus in gezamenlijkheid met omwonenden, met Ridderkerkers in gesprek wordt gegaan, überhaupt welke invulling willen we daaraan geven? Dus wij als CDAfractie hebben juist het tegenovergestelde, dat het proces juist zorgvuldig en op een rustig tempo wordt gevoerd. En we vinden het juist heel erg lastig om dus op het juiste moment een gespreksnotitie in te schrijven. Dus we delen in ieder geval niet de mening van de Partij van de Arbeid dat het allemaal ad-hoc is. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. De heer Mijnders die raakte eigenlijk wel een interessant punt. Ook wij hebben met de gespreksnotities die we hebben geschreven geworsteld, van wanneer kom je er dan mee? Maar ik hoor de CDA-fractie ook zeggen: wanneer vraag je dan welke typen woningen en zo er komen? Ik ben het met hem eens dat het belangrijk is om informatie uit de samenleving op te halen. Juist als Partij van de Arbeid staan we daar ook voor.
Maar wat ik me dan wel afvraag, moeten we op een gegeven moment als Raad aan het college vragen: welke type woningen gaan er komen? Of zijn we als Raad zo volwassen dat we het gesprek voeren en ook aangeven wat wij daar zouden willen? Hoe kijkt de heer Mijnders daartegenaan? De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. We hebben als CDA-fractie in de commissie ook … Dezelfde vraag hebben we eigenlijk de heer Verweij ook tijdens de commissie gesteld aan de CDA-fractie. Als het goed is doen mij als gemeenteraad een actuele Woonvisie vaststellen, waar ook duidelijk in staat welke wensen wij als gemeenteraad hebben voor Ridderkerk. Dus hoeveel type sociale huurwoningen, hoeveel starterswoningen, hoe vaak zouden wij zelfbewoningsplicht willen toepassen? Alleen, de heer Kooijman van de ChristenUnie gaf het ook al aan, er is op dit moment geen duidelijke KPI, geen duidelijke doelen in onze Woonvisie vastgesteld, waarbij we duidelijk ook kunnen zeggen en het college kunnen controleren hoeveel er de afgelopen jaren is bereikt. En naar mening van de CDA-fractie hebben we echt heel snel, dat zal in 2026 gebeuren, een actuele Woonvisie nodig, een actueel volkshuisvestingsprogramma. Maar waar we ook als Raad echt scherp gaan zijn op dit soort vragen.
En als het goed is als wij als Raad een goede Woonvisie opstellen, als er een goed volkshuisvestingsprogramma wordt opgesteld, dan hoeven wij als het goed is als Raad ook minder aan de voorkant met gespreksnotities te komen, omdat we ook duidelijke doelen en duidelijke richtlijnen hebben meegegeven richting het college welk beeld wij hebben hier zo hebben van Ridderkerk. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Verweij.
Pagina 29 van 35
De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Ik wil wel instemming betuigen aan wat de heer Mijnders hier nu inbrengt in het debat. En dat is denk ik ook tegelijk het antwoord op de grote woorden die net door PvdA en ChristenUnie werden gebruikt, als dat we dit rapport in een laatje zouden schuiven met het aannemen van het amendement wat voorligt. Dat is verre van het geval. We zien alleen, zoals mijnheer Mijnders terecht al aangeeft net, andere momenten en een ander instrumentarium wat veel geschikter is om dat gesprek te voeren dan het Rekenkamerrapport wat nu voorligt. En daar komt nog bij, wat ik net al in de eerste termijn heb aangetoond, dat we denken dat de onderbouwing en de wijze waarop het rapport tot stand is gekomen niet helemaal je van het is en dat er dus betere gesprekken mogelijk zouden zijn. Daarom wil ik hier echt stellig afstand nemen van al die grote woorden die u bezigt, want dat doet helemaal geen recht aan de intentie van wat we hier aan het doen zijn. Dank. De voorzitter: Dan gaan we nu naar mijnheer Rijsdijk nog eventjes. En ik wil u er wel op wijzen, als het gaat om een interruptie, dat dat enigszins bondig is en allerlei andere betogen vooral uw eigen termijn daarvan te voorzien. De heer Rijsdijk: Dat zal ik doen, voorzitter. Ik ben toch even in verwarring na de opmerking van de SGP-fractie dat het rapport niet in een diepe la zal belanden.
Want toen mijn collega aan de overkant van de ChristenUnie die opmerking maakte, zag ik de eerste indiener van het amendement heel hard knikken. Dus ik ben daar toch wel over in verwarring. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Mijnheer Mijnders, u was volgens mij bij puntje twee aangekomen van uw betoog, zal ik het maar noemen. U noemde het zelf een preek, maar volgens mij was het wat anders. Maar uw tijd is eigenlijk ook wel zo ongeveer voorbij en dat heeft natuurlijk te maken met alle gesprekken die daarover zijn gegaan. U krijgt van mij nog een half minuutje. En dan ben ik soepel. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Dan ga ik niet meer vragen aan mevrouw Kayadoe of ze wel of niet geknikt heeft. Die twee laatste punten. We horen een hoop fracties kritisch zijn op het rapport. Een paar opmerkingen daarvan delen we ook, maar wij als CDA-fractie hebben juist het rapport echt als waardevol ervaren. Het is juist een heel mooi document waar je als fractie, als Raad, als Ridderkerk over in gesprek kan gaan hoe wij nou onze woningdelen juist in Ridderkerk zouden willen sturen. En we kunnen elke komma aangrijpen om kritisch te zijn, maar wij als CDA-fractie hebben meer positieve dingen gezien dan negatieve punten en wij zouden het rapport toch minstens een zes geven.
En als laatste, voorzitter, hopen wij ook echt dat het college echt ermee aan de slag gaat, zoals ze zelf ook in één van de aanbevelingen hebben meegegeven, met de websitepagina. Dat we ook als Raad duidelijk overzicht gaan krijgen: welke projecten lopen er, wat is het stadium van het project en wat is ook de invulling uiteindelijk van het project? En we hopen dat daar college gehoor aan geeft. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Mijnders. Dan gaan we naar de SGP, mijnheer Verweij. De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. In de eerste termijn kwam ik aan twee elementen van mijn betoog niet meer toe. Allereerst de aanbevelingen aan de Raad uit het rapport en ten tweede nog kort het amendement, dus daar wil ik nu nog even op ingaan. Wat betreft de aanbevelingen aan de Raad verwonderen wij ons wel wat, met name over de eerste aanbeveling. Die stelt namelijk dat de raad het college opdracht moet geven om een procedure te ontwikkelen, waarbij na de initiatiefase van ontwikkelingsproject voor woningbouw de gemeenteraad de programmatische en stedenbouwkundige kaders vaststelt. Is dat echter niet juist wat het college en Raad op dit moment in gezamenlijkheid aan het doen zijn met de actualisatie van de Omgevingsvisie? Zoals ik namens mijn fractie ook heb verwoord in de commissievergadering van 16 januari Pagina 30 van 35
jongstleden, waarderen wij de huidige aanpak zeer en is het absoluut onjuist te stellen dat de Raad de genoemde kaders nu niet vast zou stellen. Want ook de actualisatie van de Omgevingsvisie moet immers door de Raad vastgesteld worden. Kortom, wij zien ons genoodzaakt om het raadsvoorstel te amenderen en zijn blij dat we hierin samen konden optrekken met mede-indieners Leefbaar Ridderkerk en Partij 18PLUS. Het doel van ons amendement is om slechts kennis te nemen van de aanbevelingen aan het college en de eerste twee aanbevelingen aan de Raad. Dit zijn de aanbevelingen één tot en met zeven uit het rapport. Voorts wordt het college opgeroepen uiterlijk in de tweede helft van 2025 een bijeenkomst te organiseren om de Raad te informeren over de Wet versterking regie volkshuisvesting en over een aantal instrumenten die in het kader van het woonbeleid gebruikt zouden kunnen worden. Tot slot wil ik nog benadrukken dat wij de inzet van de wethouder Wonen in deze tijd van woning schaarste zeer waarderen. Met beperkte ruimtelijke mogelijkheden in ons dorp slaagt hij toch voortdurend in om te blijven bouwen voor Ridderkerkers en zo, waar mogelijk, letterlijk een steentje bij te dragen aan het ledigen van de woningnood. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verweij. Dan gaan we naar mijnheer Ringlever van de VVD. Die wenst daar geen gebruik van te maken.
Echt voor Ridderkerk, mijnheer Kloos. De heer Kloos: Dank u wel voorzitter. Rekenkamerrapport hebben we wel degelijk wat over gezegd. We hebben onder andere bij punt twee vermeld dat de vele punten over gebrek aan informatie door het college duidelijk is aangekaart en becommentarieerd en waaruit blijkt dus dat er wel degelijk informatie aan de Raad redelijk goed geborgd is. We hebben het gehad over eigen grond waar heel veel van de punten van de rekenkamercommissie op terugkomen. Heel goed, maar we weten dat we in Ridderkerk niet al te veel eigen grond hebben. En ten slotte hebben we gezegd: met alle punten die we hebben, we zullen in de toekomst in de omgevingsplannen, in de Omgevingsvisie, in de Omgevingswet op heel veel mogelijke punten die de rekenkamercommissie wellicht kunnen terugkomen. Gemiddeld zeven jaar, zegt men, is de duur die het kost van aanvraag tot het begin van bouwen. Maar als het geen zeven jaar zou duren, hoe zou de wethouder dan inschatten dat de duur zou kunnen zijn als het allemaal heel snel achter elkaar kan? Voor wat betreft het amendement gaat het fractie van Echt voor Ridderkerk mee en zullen het dus ondersteunen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kloos. Dan nog mevrouw Dirks van GroenLinks. Mevrouw Dirks: Dank u voorzitter. Het gaat er vanavond om of wij kennisnemen van het rapport van de rekenkamercommissie en de geadviseerde punten.
Wie zijn wij als Raad als we advies in de wind slaan? We zijn juist het orgaan om kennis nemen van adviespunten en daar onze mening over te vormen en vervolgens iets te beslissen. Dus het feit dat het college achter het amendement staat, dat snap ik wel vanuit het oogpunt van het college. Maar ik snap niet waarom raadsleden een amendement indienen om bepaalde adviespunten in de wind te slaan, eigenlijk. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel voorzitter. Volgens mij heb ik gehoord dat de wethouder het aan de Raad overlaat en zegt hij geen nee en zegt hij geen ja. De voorzitter: Mevrouw Dirks. Mevrouw Dirks: Hij staat in ieder geval niet negatief tegenover. Maar ik snap dus niet waarom raadsleden een amendement indienen om bepaalde adviespunten juist in de wind te slaan. Maakt niet uit of het aantal casussen toereikend genoeg is of niet. Dus, voorzitter, wij zullen dan ook tegen het amendement stemmen. Pagina 31 van 35
De voorzitter: Dank u wel. Dan nog mijnheer Kooijman van de ChristenUnie. De heer Kooijman: Veel is al gezegd ook door mij vanavond over dit onderwerp. Ik ben het voor een heel groot deel eens met bijvoorbeeld de reactie van de wethouder op het rapport. Dus ik kan echt een heel eind daarin meegaan. Maar wat ik zoek, wat onze fractie zoekt, is zoals eigenlijk de titel van het Rekenkamerrapport al aangeeft, het sturen op onze woondoelen en dus niet het sturen op individuele woningbouwprojecten. Want vanavond gaan daar heel veel voorbeelden over. En ja, daar worden we als Raad ook goed over geïnformeerd. Al ben ik het wel met de Partij van de Arbeid eens dat de timing om invloed te houden over die individuele projecten soms best wel lastig is. Maar dat is sowieso met de Omgevingswet helemaal anders, dus daar moeten we ons als Raad ook echt op gaan ontwikkelen. Maar het gaat juist om dat we het ene woningbouwproject kunnen vergelijken met het andere woningbouwproject, om uiteindelijk te kunnen zeggen: gaan we onze woondoelen die we hebben gesteld, die bepaalde mix die wij als Raad hebben vastgesteld, van dit willen we in Ridderkerk, dit willen we toestaan, dit is het woningbod wat is gedaan. Dit zijn de projecten die op de korte termijn spelen en op de wat langere termijn, tot 2030.
Zijn we daar op de goede weg? En als er dan een nieuw project zich aandient, moeten we het niet alleen hebben over: is dat een passend project, past dat daar en wat voor type woningen komen daar? Maar ook: zijn dat dan de juiste woningen waar we op dit moment behoefte aan hebben? Om niet straks in 2030 achter onze oren te krabben van, O, we hebben eigenlijk alleen maar starterswoningen gebouwd of we hebben zijn helemaal vergeten om seniorenwoningen te bouwen. Of we hebben alleen maar grote woningen gebouwd. Dus juist daarom, het sturen op de woondoelen, daar gaat het ons om. En volgens mij geeft het Rekenkamerrapport daar duidelijk wel inzicht in, dat kan nog beter. En zoals de vertegenwoordiger ook aangaf, wij kunnen op dit moment niet beoordelen of Ridderkerk de woondoelen gaat halen. Dat is … De voorzitter: Interruptie van de heer Verweij. De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Kooijman, want de vragen die hij stelt die zijn zeer terecht. En volgens mij kan hij het antwoord op die vragen ook zelf geven. Dan heeft hij zelfs een mogelijkheid om daar invloed op uit te oefenen, namelijk in de actualisatie van de Omgevingsvisie die nu gaande is.