CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-12 verslag-commissie-samen-leven-wonen-Ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 12 september 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag27.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dus er komt een nieuwe bijeenkomst en daar roep ik ook iedereen op om zich daarvoor wel voor aan te melden. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog mededelingen te doen? Dan heb ik alleen zelf. Gisteravond heb ik de adviescommissie, gecombineerde adviescommissie, economisch vestigingsklimaat en vervoersautoriteit voorgezeten. Dit ging met betrekking tot de evaluatie of de adviescommissies eens zijn met de geformuleerde evaluatie. Er komt nog een kleine, er zijn wat kleine toevoegingen gesuggereerd gisteren, die worden toegevoegd en daar krijgt u later een afschrift van. Dat was wat betreft de gecombineerde commissie MRDH.

7.

Mededelingen college De voorzitter: Dan ga ik over naar agendapunt 7, mededelingen college. Zijn er mededelingen vanuit het college? Dat is niet het geval.

8.

Rondvraag leden De voorzitter: Rondvraag leden. Zijn er vragen onderling? Agendapunt 8. Dat is niet het geval.

9.

Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven De voorzitter: Ter kennisneming: raadsinformatiebrieven. De gemeenteraad ontvangt regelmatig raadsinformatiebrieven van het college. Deze worden altijd onder de aandacht gebracht bij de betreffende commissie. Zijn er commissieleden die een van de raadsinformatiebrieven in een toekomstige vergadering zou willen bespreken? Ik zie de hand van de heer Van Neuren, Partij 18PLUS. Pagina 18 van 43

De heer Van Neuren: Dank u wel, voorzitter. Partij 18PLUS is voornemens een gespreksnotitie te schrijven over de RIB veiligheidsrisicogebieden Ridderkerk. De voorzitter: Dank u wel. Staat genoteerd. Dat betekent dat de gespreksnotitie uiterlijk 28 oktober binnen moet zijn als u hem behandeld wil hebben in de commissie van 14 november en anders 11 november voor de vergadering van 28 november. Verder geen stukken die gegarandeerd moeten worden? Dat is niet het geval. 10. Ter kennisneming: overige stukken De voorzitter: Dan ga ik over een agendapunt 10, ter kennisneming: overige stukken. Zijn er overige stukken die geagendeerd moeten worden? Dat is niet het geval. 5.

Overleg over 'De hoeden van het sociaal domein' De voorzitter: Dan gaan wij nu over naar agendapunt 5. Is er nog behoefte aan een hele kleine sanitaire stop of zeg men, zeggen jullie van, ga maar door. We gaan door. Agendapunt 5. Wethouder Piena en mevrouw Al Mashita. Ik hoop dat ik het. Al Mashta, sorry. Ik wou al zeggen, ik hoop dat ik het correct uitspreekt. Dat was dus niet het geval. Die zou ik willen vragen om voor mij plaats te nemen. Onderwerp is overleg over de hoeden van het sociaal domein. Het college heeft overleg gevraagd over de hoeden van het sociaal domein Ridderkerk. U heeft een korte toelichting over het doel van het overleg ontvangen in de vorm van een memo. De luisteraars wil ik erop wijzen dat de presentatie is toegevoegd aan de vergaderstukken. Als u deze downloadt dan kunt u meekijken. De sprekers die zullen hun best doen om te vermelden welke dia wordt getoond. Ik word gelijk ook eventjes in het licht gezet, zie ik nu. Wethouder Piena, wilt u nog iets toelichten? De heer Piena: Voorzitter, niet te lang, want dan doet dat alles teniet aan datgene wat er verteld gaat worden.

Maar in navolging van de vorige commissie waarbij we een uitleg hebben gegeven over wat er op het integraal zorgakkoord gebied gebeurt en met gala, vonden wij het ook wel van belang om te kijken hoe we lokaal konden kijken naar de toekomstige vraagstukken op het gehele sociale domein en wilden ook de commissie onderling in de gelegenheid stellen om te kijken wat men nou vindt, hoe we in Ridderkerk tegen het sociaal domein aankijken. Het is niet de bedoeling, niet omdat ik u, dat ik geen vragen voor u wil beantwoorden, dat ga ik zeker doen, maar het is wel de bedoeling dat u onderling daar af en toe In de gelegenheid wordt gesteld tijdens de presentatie om met elkaar even daar gewoon over van gedachten te wisselen. Het is zeker niet de bedoeling dat wij hier gaan bepalen, want het gaat over drie hoeden, dat we bepalen welke hoed er komt, maar het is voor ons als college wel belangrijk om te kijken of we de goede richting en de goede weg zijn ingeslagen wat betreft onze activiteiten op het gebied van sociaal domein. Daarbij wil ik het even later, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Voorzitter, kunnen we constateren dat niet alle fracties meer vertegenwoordigd zijn? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat klopt, dat is inmiddels aan de orde. Partij 18PLUS is niet aanwezig. Het is een overleg.

Normaal gesproken doen we in een commissie dat er één persoon per fractie een vraag mag stellen. Ik heb dat vanmiddag even overlegd met mijn rechterhand en u bent in de gelegenheid allemaal om een vraag te stellen. Daarbij ga ik wel een beetje op de tijd letten dat wij niet gierend uit de bocht vliegen. Dus dat eventjes, het kan zijn dat ik streng doch rechtvaardig op ga treden. Ja, dat kan hoor, wethouder Piena. U kunt u nog Pagina 19 van 43

verbazen wellicht. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw Al Mashta, u zal de presentatie verzorgen. Als ik het goed begrepen heb, dat heeft wethouder Piena net ook aangegeven, mag er tussendoor een vraag gesteld worden. Dan ga ik opletten wie er zijn hand opsteekt. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Als het goed is, doet de microfoon het, want ik sta altijd graag als ik wat vertel. Ik vind het heel leuk dat we hier iets mogen, of dat ik iets mag vertellen over het sociaal domein, want er gaan heel veel ontwikkelingen komen en eigenlijk het sociaal domein is nooit saai. Daar zijn altijd veel ontwikkelingen, dus ik van, dat is mooi een keer een gelegenheid om er wat over te vertellen. En ik hoor dan in het begin van, is het besluitvorming. Nee, dit was echt volledig informatief. En ja, ik zou bijna zeggen, vrijblijvend. Even kijken of hij werkt, dan ga ik naar dia 2. Ja, waar willen we u vanavond in meenemen? Dat is in vooral ontwikkelingen, degene die het, nou social media, het Journaal, de kabinetsformatie een beetje volgt, zou al heel veel kunnen weten, want die volgen wij natuurlijk ook gewoon allemaal. Heel erg leuk is dat wij een medewerker die ondertussen hier weg is, heel creatief drie hoeden heeft gemaakt en die hebben wij de hoeden van het sociaal domein genoemd.

En dan zou ik het leuk vinden als er iets van discussie ontstaat over ja, wat zou dan de gewenste hoed zo op het eerste oog voor Ridderkerk kunnen zijn? Ga ik door naar de volgende en stel gerust vragen als ze er zijn, of opmerkingen of iets. Wat zijn nou de vraagstukken waar wij tegenaan lopen? De grootste zaken. De eerste is, want we krijgen heel veel vragen vaak van, waarom is dat sociaal domein nu zo duur? Ik zei eerder tegen de wethouder van, we zijn ongeveer een derde van de begroting, maar ondertussen is de begroting vandaag naar u gestuurd en kunt u zien dat we bijna naar 40 procent van de begroting gaan als sociaal domein. Ja, de eerste is, onze belangrijkste wetten binnen het sociaal domein, en dat zijn de Jeugdwet, Wmo en de Participatiewet, zijn allemaal open einde regelingen. Iedereen die voldoet aan de voorwaarden heeft er recht op. Het is niet zoals in de supermarkt vaak staat, op is op, maar als je recht hebt of als je aan de voorwaarden voldoet, dan heb je daar gewoon recht op. Dus dat is een belangrijke om te onthouden dat daar de wet gewoon…Daar heeft u als gemeenteraad niks over te zeggen. De wet zegt gewoon van, als iemand er recht op heeft, dan krijgt hij dat. Een ander vraagstuk waar we mee te maken hebben in de kader is dat we steeds zien dat er meer schaarste aan middelen ontstaat.

Dan is middelen niet alleen financiële middelen, maar ook middelen in personele zin. Degene die een beetje volgt, die ziet dat we binnen de jeugd, binnen de zorg eigenlijk op alle terreinen veel personeel missen. Zijn veel vacatures, zien wij ook. We waren bij het begin van de organisatie helemaal blij dat we de Wmo op orde hadden en na korte tijd waren er alweer vacatures. We hebben ze nu weer ingevuld. Althans de arbeidsvoorwaarden gesprekken moeten nog worden gevoerd, maar ik ga ervan uit dat we weer compleet zijn. Maar ik zeg al, het is drie keer knipperen en er is er weer eentje weg. Is ook leuk. Zijn wat van mijn collega’s mee gekomen, een van de dingen is ook de toeslagenaffaire, want daar zit ook een, ik had erbij gezet paradox. Toeslagenaffaire vraagt eigenlijk, en het wordt ook heel veel gezegd van, jullie moeten zorgen voor een vaste contactpersoon. Ook daar gaan mensen weg. We kunnen ze niet vasthouden, mag gewoon niet, dus dat maakt het heel moeilijk. Want wij krijgen echt wel eens klachten dat er iemand ontslag heeft genomen en dan wordt gezegd, ik heb mijn vaste contactpersoon niet meer. Nee, we doen, we doen heel erg ons best om te werken met vaste contactpersonen, maar het lukt niet altijd. Je ziet dat mensen als ze denken van, ik heb hier nu een tijdje gezeten, ik wil wat anders.

Dan komen ze vrij makkelijk aan een andere baan, dus daar zit echt wel een vraagstuk op. We zien een heel groot vraagstuk vanuit de maatschappij. Veel meer vragen na corona. Vandaag stond er nog een stuk In de krant, jongeren hebben veel meer mentale problemen als gevolg van corona. Dat is nog onderschat indertijd. Die zijn echt groter geworden. De toeslagenaffaire heeft ons geleerd dat mensen veel mondiger zijn geworden en veel meer vragen stellen. Dus op alle fronten, we zien vergrijzing in Ridderkerk. Dat heeft weer gevolgen voor de Wmo. Dus op alle fronten zien we meer vraag. Daardoor zien we ook wel landelijk dat de preventie onder druk komt te staan, want waar moet je je geld vandaan halen? In de wettelijke taken lukt het niet zo goed, dus dan kijken we naar preventie. Dat heeft ook Pagina 20 van 43

weer tot gevolg dat de druk op de wettelijke onderdelen groter wordt. Want je krijgt natuurlijk dat iemand dan denkt van, dit preventieve deel kan niet meer, dus dan ga ik maar naar de wettelijke kant kijken. Het voordeel is wel dat er een grote lobby richting de, vanuit de VNG naar het Rijk gaat van, jongens breng taken en middelen met elkaar in balans. Dus doe of iets aan het takenpakket of doe iets aan de middelen kant en dan de financiële kant. Het is een lobby waar ook de gemeente Ridderkerk hard aan heeft meegewerkt, want die wilde ik ook niet onvermeld laten, de motie van vorig jaar was unaniem aangenomen. Daar wordt ook op teruggevraagd. Daar is de VNG ook hard mee bezig om die richting de deskundige panel te brengen om daar iets van te zeggen. Maar tot op heden heeft het kabinet nog geen sjoege gegeven. Dus we doen ons best, maar er zit nog geen beweging in. Ja, ze zijn ook nog druk bezig aan alle kanten. Maar zoals het er nu naar uitziet, ziet het er, kunnen we niet zeggen van, er komen meer middelen of iets bij, of er gaan taken vanaf. Ja, en wat dan het meest… De voorzitter: Mevrouw Horvath. Mevrouw Horvath: U zei net iets over de preventieve kant lukt niet, dan kijken we maar naar de wettelijke kant en ik begreep niet helemaal wat u daarmee bedoelt. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ik zei niet de preventieve kant lukt niet.

Ik zei, wat je nu ziet in, dan kijk ik even niet naar Ridderkerk, maar landelijk, is dat er verschillende gemeenten zeggen van, we zien dat de kosten steeds verder stijgen. We moeten bezuinigen. Wettelijk gezien kan je niet bezuinigen. Dus je kan niet zeggen van, dan doen we vanaf morgen geen bijstandsuitkering meer, daar stop ik gewoon mee. Dan wordt er vaak gezegd, waar kan je dan wel op bezuinigen? De niet wettelijke taken, dat is preventie. Maar wat, wat daar dan het gevolg van is, is dat mensen als ze niet meer daar terecht kunnen, vervolgens naar de wettelijke kant gaan. Dus het lijkt voor de korte termijn een bezuiniging, maar het is voor de lange termijn vaak nog duurder. Dus zo bedoelde ik hem. Dat zijn dus echt de vraagstukken. En wat voor ons in de uitvoering en dan kijk ik echt even... De voorzitter: Er komt weer een vraag. De heer Velthove: Ik vind dit een interessant deel, want ik wil dit ook begrijpen, over de waar iemand dan heen moet. Dan ga ik hem plat slaan, doe ik graag, want u zei ook, jongeren hebben veel schade nog van corona en u heeft het ook over preventie. Dat hadden we dan niet, geen preventie op kunnen doen, maar heb je nu waarschijnlijk preventie erop. Maar concreet gezien, wat gebeurt er dan? Nee, ja, ik moet hem echt even goed samenvatten.

Een jongere die gaat dan naar een loket, die kan ergens komen, maar waar vraagt die persoon dan naar of waar heeft die persoon dan behoefte aan? Beetje dat procesbeeld probeer ik te begrijpen via een praktisch voorbeeld en in dit geval pak ik even een jongere die bijvoorbeeld corona naschade heeft of last heeft van de coronaperiode. De voorzitter: Ik had net uw naam niet genoeg, mijnheer Velthove, VVD. Maar dan is het ook voor de luisteraars duidelijk wie het gezegd heeft. De heer Velthove: Ik heb u niet bedankt voor het woord. De voorzitter: Ook dat nog. Mevrouw, gaat u maar verder. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Is een goede vraag. Wat we zien bij jongeren, er is niet een vast punt waar jongeren naartoe gaan. Dus de ene valt het op school valt de leraar op van, hier is iets mee. En dan heb je binnen de meeste scholen een IB’er, een intern begeleider, die dan gaat kijken. Vaak zijn er dan IB’ers die zelf Pagina 21 van 43

een aantal gesprekken kunnen voeren, maar als het zwaarder is, dan ga je toch richting de GGZ. Iemand kan naar de huisarts gaan, dat kan het kind zelf zijn of de ouders die met kind komen en zeggen van: nou, ik zie problemen bij mijn kind. Dan heb je, zeker bij ons in Ridderkerk, de POH-GGZ Jeugd. Dat is een ondersteuner die daar zit, die kan zaken zelf doen, maar die kan ook zeggen van: het is me te zwaar. Dan krijg je ook weer zo'n advies van de GGZ om te kijken van wat is er zwaarder nodig. Iemand kan zeggen: ik kom hier bij het wijkteam. En ook daar hebben wij onze eigen gezinscoaches en jongerenwerkers, jongeren die met jongeren omgaan, mensen. Soms verwijzen wij ook naar Facet, waar we jongerenwerkers hebben, maar ook daar kan zijn dat ze zeggen van, dit is te zwaar, je moet richting de GGZ. Nu heb ik heel vaak volgens mij GGZ ondertussen genoemd. Ja, je zult ook begrijpen dat daar dus wachtlijsten zitten. De voorzitter: Mijnheer Ringlever, VVD. De heer Ringlever: Ik ga maar heel even stapelen. Aan wat voor cijfers moeten we denken in stijging, in procentpunten of in hoeveel procent is het toegenomen sinds corona? Ik ben daar gewoon even benieuwd naar, praktisch.

Of is dat een hele specifieke… Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Is een hele specifieke vraag, maar ik kijk even naar de achterkant of daar, want daar zitten mensen van het wijkteam en beleid, of daar iemand…Nee, het wordt niet, weten we niet uit ons hoofd. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Een beetje aangrijpend op de vragen die eerder werden gesteld, we hebben wel als fractie wel behoefte aan meer inzicht van hoe het nu hier in Ridderkerk gaat. En ik stel de vraag mede namens EvR. Er is was ooit besloten dat we een evaluatie zouden doen van wat werkt wat niet werkt. Hoeveel, wat doen we nu? Wat doen we goed? Wat doen we minder goed? Zouden we dat niet ook als onderlegger moeten hebben bij deze presentatie om te weten wat welk scenario wel goed is of niet. Hebben we ook de cijfers van de jongeren, hoeveel instroom en wat de toename is, waar ze naartoe gaan? We hebben, nu gaan we scenario's bespreken zonder dat we die onderlegger hebben. De voorzitter: Mevrouw Al Mashata. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Al Mashta, geeft niet hoor. Ik zeg dan altijd, ik luister overal naar. Ik zit even te bedenken welke evaluatie bedoelen we? Kan dat integraal beleid sociaal domein zijn. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Er is een motie aangenomen, ChristenUnie, over het integraal evaluatie integraal beleid sociaal domein.

Dus ik neem aan dat daarmee aan de slag gegaan is. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Klopt. Daarom zei ik ook van, kan dat die integraal beleid sociaal domein zijn, dus dat klopt dan wel. Ja, daar zijn we wel mee bezig. Alleen volgens mij hebben we in die brieven komen, dan kijk ik even met een schuin oog naar de wethouder, al gezegd toen van, we gaan hem evalueren. We gaan zoveel mogelijk kijken. Alleen alle cijfers die we in dat, in die monitoring destijds hadden zitten, kunnen we niet allemaal opleveren. We hebben toen te enthousiast gedacht van, dat gaan we allemaal meten. Toen waren wij ons ook nog niet bewust dat, het stuk was net uit voordat corona kwam en toen zag de wereld er

Pagina 22 van 43

ineens heel anders uit. Hadden we andere prioriteit ook. Dus ja, die evaluatie komt en die staat ook zeker in de planning en er wordt hard aan gewerkt, maar daar zal niet helemaal 100 procent alles in staan. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel. Ik hoor mevrouw…Ik ben even uw naam kwijt. De voorzitter: Mevrouw Al Mashta. Ik zit heel hard te oefenen om het nu alleen nog maar goed te zeggen. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ik wou zeggen, Bianca mag ook. Dan hebben we misschien een wat makkelijkere naam. Mevrouw Van Vliet: Ik hoor u zeggen, we hebben nog niet alles boven water, van cijfers. Maar dan is het toch eigenlijk alleen maar moeilijker en lastiger om juist te kiezen welk scenario het beste is, omdat je niet weet op welk basis je nu keuzes gaat maken. Je hebt de cijfers, je hebt niet alle gegevens helder. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Mag ik daar, en ik ben niet politiek onderlegd, dus ik doe gewoon heel erg ambtelijk een... De voorzitter: U mag gewoon antwoorden en als het echt politiek gaat worden, dan ga ik gewoon de wethouder inschakelen als joker. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Wat deze presentatie vooral beoogd is wat hoger te kijken, want wat we vaak zien is dat we ons verliezen in allerlei details.

Dat we pre precies willen weten van hoeveel jongeren waren het dan? Hoeveel ouderen waar het dan? Hoeveel mensen in armoede hebben we dan? Terwijl ik denk dat het op hoofdlijnen heel goed is om een richting te kiezen. Beetje vergelijkbaar van, we willen naar vakantie. We gaan richting de zon. Als we allemaal eens zijn dat we richting de zon gaan, dan verder te kiezen van, daarop gaan we dan de onder, de nadere inrichting doen. Dus vandaar dat er ook bewust is gekozen voor een prestatie op hoofdlijnen. De voorzitter: Mevrouw Al Mashta, ik heb gezien dat de heer Piena ook graag even wat wil zeggen. Ik heb uw hand gezien, maar ik laat eerst even wethouder Piena wat zeggen. De heer Piena: Voorzitter, even ter aanvulling. Het gaat hier niet om individuele gevallen. Het gaat hier niet om de kleinschaligheid. Het gaat hier om de grote lijnen. Hoe zien wij onszelf in Ridderkerk in het sociaal domein? Hoe gaan we met onze inwoners om. Even los gezien van welke cijfers daaraan ten grondslag liggen. Wat vinden we belangrijk? Vinden we belangrijk dat er veel geld gaat naar onze jeugd, naar onze jeugdzorg, of vinden we belangrijk dat er meer geld gaat naar onze ouderen of naar de jeugd of willen we een gewoon evenredig verdelen? Dus daar moeten we even naar kijken.

Over de inhoud kunt u, straks bijvoorbeeld het minimabeleid komt straks in het eerste kwartaal 2025, dan kunnen we misschien meer de inhoud in gaan als u zegt van, dat vinden wij in kleinschaliger veel belangrijker dan dat. Maar hier gaat het, even heel flauw gezegd, hoog over. Wat zien we aan de hand van de financiën die er zijn? Aan de hand van de vacatures die gewoon opdoemen, ook de komende jaren door de vergrijzing? Hoe zien we dat nou? Dus eigenlijk een beetje het verzoek aan de commissie, laten we het ook even op dat wat hogere niveau houden. En laten niet helemaal de diepte in gaan.

Pagina 23 van 43

De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, met het verzoek om niet helemaal de diepte in te gaan, heeft u dan toch een vraag? Mevrouw Ripmeester: Een vraag en een opmerking. We blijven natuurlijk op hoog niveau, maar je moet wel weten waar je het over hebt. En daarvoor heb je ook bouwstenen nodig. De evaluatie die gepresenteerd gaat worden die wordt echt niet zwaar op detailniveau. Die blijft ook op hoog niveau om dan, want dan wordt er weer gezegd, we gaan niet zo diep, u krijgt een generaal beeld en dat missen we. Dus mijn eerste vraag aan de wethouder of nee, mijn eerste vraag aan de wethouder is, wanneer kunnen we dan de evaluatie die tot zover gevorderd is tegemoet zien, zodat we in ieder geval die basis hebben? En dan gaan we daarna kijken met of we inderdaad die scenario's kunnen kiezen als we inderdaad een basis hebben. Want er is al wel wat af, dus stuur die gewoon. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Ripmeester. Het is een informatieve bijeenkomst, dus laat ik dat even vooropstellen. Wethouder Piena, wilt u dit nog even bevestigen? De heer Piena: Voorzitter, aan het begin al aangegeven, het gaat hier niet om keuzes. Het gaat aan de richting die we met zijn allen, of in ieder geval de verschillende fracties, kunnen geven wat er is. Er wordt geen keuze gemaakt vandaag.

We zijn hard bezig met een bestuursrapportage, waarin ook heel veel, ook weer cijfers zitten over jeugdzorg en dergelijke. Wij verwachten daarmee het eerste kwartaal 2025, maar hang me er niet even aan op, want ik weet hoe u bent, dan zegt u, de wethouder heeft een toezegging gedaan, maar daar streven wij naar, het eerste kwartaal 2025 om daar een stukje van te kunnen presenteren. Die bestuursrapportages zal overigens een document zijn dat voortschrijdend inzicht kunnen we dat allemaal aanpassen. Dan misschien wel het belangrijkste u allemaal dat integraal sociaal beleid dat ooit vastgesteld is. Ik meen uit mijn hoofd 2021, aan het eind van 2021. Dat is net ook al gerefereerd. Daar is aan gerefereerd door Bianca. Daar staan heel veel zaken in die beloofd zijn, maar die gewoon niet uit te voeren zijn om dat in rapportages weer te geven. Daar zullen we ook bij u op terugkomen. Zullen we ook netjes aangeven wat wel kan wat niet kan en nogmaals dat zal eerste kwartaal 2025 zijn. De voorzitter: Mijnheer Haan, ChristenUnie, ik zag uw hand ook. De heer Haan: Dank u wel, voorzitter. Voor een groot deel is alles al beantwoord. Ik vind het fijn dat u ons meeneemt in het grote geheel van deze moeilijke materie. Maar richtingen en keuzes, richtingen, ik vind het een beetje hetzelfde, vind ik nog wel te vroeg om nu te maken.

Ik wil wel die motie die we hebben ingediend en de antwoorden daarop afwachten voordat we echt er dieper op ingaan. Dus fijn dat we de hoeden gaan horen en het grote gedeelte. Maar nog niet de diepte in wat mij betreft. De voorzitter: Wethouder Piena, kunt u hier kort op reageren, want anders… De heer Piena: Voorzitter, dat is mogelijk. Gaat u even mee in de verdere presentatie, dan zult u vanzelf zien welke vragen er voorleggen waar u over kunt discussiëren. En dan zult u al gauw merken dat wat u nu vraagt, dat dat eigenlijk niet aan de orde is, dat het toch echt op een hoger niveau is. De voorzitter: Mijnheer Hulman, ik zie uw…Hulhoven. Het gaat goed vanavond met mij met achternamen. De heer Hulhoven: Dank u, voorzitter, ik wil even…Hulhoven, dat klopt. Ik wil even aangeven dat wij als CDA dit meer zien als een soort ideologische discussie. Van wat zie jij als partij als je ideologische uitgangspunt en van daaruit ga je kijken naar welke keuzes je wilt maken. Daar zijn geen details voor nodig, dus dan kun je Pagina 24 van 43

meer...Dat is mijn gedachte bij deze discussie, dat je dus vanuit je ideologie gaat kijken welke van de voorliggende varianten jouw keus zou zijn. Dat wilde ik even meegeven. De voorzitter: Zullen we eerst maar even vragen of mevrouw Al Mashta ons mee wil nemen in de verdere voortgang van de presentatie. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ja, wilde ik toch nog even bij de laatste bullet stilstaan. Wat je ook maatschappelijk heel erg ziet, is dat iedereen roept over, we willen het vertrouwen in de overheid terugkrijgen. Dus dat is ook een taak die bij ons nu zwaar weegt. Niet alleen in de toeslagenaffaire, maar ook bij andere onderdelen. We wachten nog op de Participatiewet in balans. Dat gaat ook veel vergen van ons. Dus ja, daar zitten echt wel wat paradoxen in van, we moeten veel en het liefst voor zo weinig mogelijk geld en met zo min mogelijk personeel. Dus ja, het Rijk stelt ons leuke, nou ja, moeilijkheden, hoe noem je dat, uitdagingen. Dan ga ik door naar de volgende sheet, dat is nummer 4. Dit is niet bedoeld om allemaal precies te lezen, maar wel bedoelt om te laten zien, waar hebben we nou dagelijks mee te maken. En niet alleen wij, maar ook…Waarom gaat hij nu helemaal weer naar het begin? Geen idee. Dan gaat het me niet zozeer om wij als medewerkers of u als raad of het college, maar onze inwoners.

Als je inwoner bent van een willekeurige gemeente in Nederland, maar dus ook van Ridderkerk, dan kun je te maken hebben met gezondheidszorg, maatschappelijke participatie, maatschappelijke opvang, de gezonde leefstijl, werk en inkomen, veiligheid, vrijetijdsbesteding. Ja, en net werd al gevraagd door u van, als jongere, waar ga je naartoe? Kijk even wat voor palet we allemaal hebben, we ook vaak moeten hebben, omdat de helft grondt op andere wetgeving. Ik snap best dat een heel aantal inwoners gewoon niet weet waar we naartoe moeten. Want als ik hem nu wegdraai en ik vraag aan u, wat voor mogelijkheden hadden we bij de gezondheidszorg, zal u het ook niet meer weten. Dus dit is echt wel ingewikkeld voor onze inwoners. Ik hoor soms, laten we kijken of we één loket kunnen doen. Het is bijna niet te doen. Er is gewoon heel erg veel. Hier wel even de kanttekening bij, het is een algemeen overzicht, dus het is niet specifiek een Ridderkerks overzicht. En in één adem bij het sociaal domein worden ook zaken genoemd die wij hebben verdeeld onder welzijn en openbare orde en veiligheid, omdat we dat qua wetgeving gewoon netjes knippen. Maar als je inwoner bent, het vaak allemaal met elkaar samen hangt. Want als je je onveilig voelt en je hebt weinig te besteden, dan knip je niet precies je vragen allemaal heel netjes op.

Dus dat even op inzicht te wekken, waar hebben we het allemaal over en waar heeft onze inwoner mee te maken? Dan kom ik bij de volgende dia, dat is nummer 5. Wat is dan de centrale vraag die wij op ons af zien komen? Dus niet een vraag die u nu ter plekke moet beantwoorden, maar wat we in de komende ’25, ’26 op ons af zien komen, van denk mee alstublieft. Want we zien toch een risico dat met alle ontwikkelingen, alle taken die op ons afkomen, alle maatschappelijke wensen die er leven van inwoners, van de regering, de schaarste in middelen, de bezuinigingen en dan een tekort aan arbeidskrachten op de arbeidsmarkt. Waar laat je dan als eerste schaarste ontstaan? Dus waar zeg je als eerste, als het echt niet anders kan, dan doen we dat maar niet of minder. En wat ik dus net in het begin al zei, je ziet dat sommige gemeenten, en dan mogen we ons als Ridderkerk gelukkig prijzen, hier hoeft die keuze à la minuut niet gemaakt te worden. Maar kijk even naar onze buurgemeente, die een tijdje terug hele discussies had over het welzijn, gaan we dat afschalen? Gaan we minder doen op sport? Gaan we minder subsidies verstrekken? Net ook al iets gezegd over hoe we daar dan naar kijken. De volgende vraag is, ik zou niet alleen nadenken van waar laat je schaarste ontstaan, maar waar mag absoluut niet aan gekomen worden? Op het moment dat het kabinet niet over de brug komt.

Er wordt geen compensatie geboden, we kunnen niets in balans brengen. Waar zou u dan als eerste van zeggen, die absoluut niet, die doen we als laatste. En dat is zo’n punt waar de wethouder net van zei, daar zou een eerste gedachte over kunnen zijn, of daar zouden wellicht vragen over zijn, of daar zouden we eens over met elkaar in gedachten kunnen gaan. Ik vond het wel mooi zoals de heer

Pagina 25 van 43

van het CDA dat zei, hoog over, dus op je idealen. Waar zou je wel, waar zie je de eerste kans, dat kan wel wat minder. Waar zeg je, wat er ook gebeurt, dat in ieder geval niet. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, wat wel van belang is, we hebben het hier over het sociaal domein, dus in de keuzes maken wat nu 40 procent bijna van onze begroting, dat we binnen die 40 procent de keuze moeten maken. Dus even, het staat wel in de dia's, de andere beleidsterreinen. Maar waar het sec om gaat is, nee, sociaal domein, bijna 40 procent van onze begroting. Meer dan dat we in stenen stoppen. Er wordt wel eens gezegd van, we stoppen alles in stenen. Dat is niet waar. Stenen vind ik af en toe ook wel heel belangrijk met scholen voor de opvoeding en de leerkracht van kinderen, maar dat is een andere discussie waarschijnlijk. Maar denk erom, het gaat even om het sociaal domein, 40 procent van onze begroting. Waar zouden wij de keuzes in maken? Waar gaat het uit, vanuit ideologie? Vanuit pragmatisme? Waar zouden de keuzes liggen? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ik had nog wel voor mezelf even opgeschreven van, we zien een heleboel dingen wat er allemaal gebeurt. Eén van de zaken die wij nu bijvoorbeeld in onze regeling en alles hebben staan, wij hebben bij zowel Wmo als bij jeugd heel veel, hoe noem je dat, ik wou bijna zeggen, partners, maar zorgpartijen ingekocht.

En dan hebben we echt al een heel, ik geloof even bij de Wmo een stuk of zeventig aanbieders die we hebben ingekocht en bij jeugd ook echt heel erg veel, want daar hebben we zowel lokaal als regionaal van alles ingekocht. En als een inwoner bij ons zegt van, maar mijn kind moet ergens anders naartoe, want ik vind niet dat de ingekochte zorg door jullie voldoende is. Dan zeggen wij, oké, dan gaan we een maatwerkovereenkomst daarvoor opstellen. Daarin zien wij nu dat andere gemeenten zeggen, dat gaan we niet meer doen. Dus we hebben heel veel ingekocht en daarmee moeten we het doen. Het is net als in de supermarkt, als je daar binnenkomt, dan heb je te kiezen tussen de producten die er liggen. Dat zouden dingen kunnen zijn, ik noem maar iets, wat u als raad kan zeggen van, we doen alleen maar die ingekochte hulp bij die partijen die we hebben. En dan uiteraard zegt u tegen ons van, en u zorgt maar dat u zoveel mogelijk variëteit daarin aanbiedt. De voorzitter: Ik zie een hand van de heer Velthove, VVD. De heer Velthove: Dank u, voorzitter. U zegt, er komt een ouder en die vindt dat hij bepaalde hulp nodig heeft. Dat klinkt heel vrijblijvend. Daar gaat denk ik iets meer aan ten grondslag. Daar ben ik even ook weer benieuwd naar.

Hoe zit dat dan, hoe werkt dat? Daar zijn ook, net als de openeinderegeling, als je ergens recht op hebt, moet je aantonen dat je er recht op hebt en dan kan het? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Want u gaat dan in op de jeugdzorg. Daar komt een ouder bij ons. Die doet een aanvraag, die zegt dan van, weet ik veel, mijn kind heeft extra hulp nodig. Dan wordt er eerst gekeken, en dat staat gewoon zowel in de wet als in onze verordening, is het gebruikelijke zorg? Dus mag ik van iedere ouder verwachten in Ridderkerk dat zij dit zelf doen? Dan volgt er een nee, dan gaan we dat niet apart vergoeden of daar hulp in bieden, want ja, dat is gewoon nou eenmaal, als je kinderen hebt, heb je daar bepaalde zorg voor. Dat heeft iedereen, maar op het moment dat het nou, ik zou bijna zeggen boven normaal of boven gebruikelijke zorg is, dus wat je van een gemiddeld kind niet hoeft te verwachten. Dus waar je als gemiddeld niet hoeft op in te zetten, maar in jouw geval wel gezien de beperkingen of wat jouw kind dan ook heeft, dan kan je daar hulp voor krijgen. En daar hebben wij allerlei soorten hulp is er beschikbaar. Je kan dyslexie hebben, je kan geestelijke problematiek hebben, en dan heb je bij geestelijke problematiek ook nog een heel scala aan soorten problematiek. Maar er wordt dus eerst wel gekeken van, hoe noodzakelijk het is.

Dus op het moment dat het iets is van, maar dat heeft ieder kind. Ik zal maar iets zeggen, wil graag naar de Pagina 26 van 43

voetbal en ik kan daar zelf niet naartoe rijden. Ja, iedere ouder heeft daarmee te maken, en dan kan het voetbal zijn of de korfbal of hockey of weet ik veel, maar daar moet je dan als eerste, is dat ons eerste criteria. De voorzitter: Ik zag nog twee handjes, en dat is van mevrouw Van der Heijde, CDA. Het is ook aan die kant inderdaad en daarna de heer Van de Waerdt, SGP. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Ja, ik werd een klein beetje getriggerd en ik weet niet of de vraag aan u is of ook misschien een beetje aan de wethouder, maar dat mag de wethouder dan bepalen. Want u zei, tuurlijk, als iemand naar een sportvereniging wil, dan is het misschien niet meer dan logisch dat een ouder of dat je daar netwerk voor bouwt dat iemand het kind daarheen kan brengen. Maar ik werd ook een beetje getriggerd. Ja, we hebben natuurlijk leerlingenvervoer, gaan we dan een soort idee krijgen, omdat het dan de taak van de ouders is, moet je maar ook je kind zelf naar school brengen met een beperking, want ja, dat hoort bij het ouderschap of… Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Volgens mij werd er net gevraagd naar een voorbeeld over jeugdzorg. Hetzelfde geldt, en daar hebben wij gewoon een verordening voor, voor het jeugdvervoer. Daarin staat precies wanneer je daar recht op hebt.

Dus even het hele simpele geval, als jij zegt, het is allemaal heel moeilijk, maar het kind woont 1 kilometer, er zit 1 kilometer verschil tussen waar jij woont en waar de school staat, dan zegt onze verordening gewoon, dat moet je zelf regelen. Dus daar zit, dat is een ander soort situatie. De voorzitter: Mijnheer Van de Waerdt, u had ook een vraag. De heer Van de Waerdt: Meer de vraag die mevrouw Al-Mashta stelde te beantwoorden, de centrale vraag. Dat wil ik eigenlijk doen aan de hand van drie punten die ik snel getypt heb. Allereerst wat we als SGP-fractie willen zeggen, waarmee we willen beginnen, is, er wordt ontzettend veel goeds gedaan in Ridderkerk. Het kan altijd beter, maar er is veel ter beschikking voor de inwoners. Er wordt al veel goed gedaan, ook als je kijk naar de financiële situatie van de gemeente en de hoeveelheid zorg die we bieden. Vanmiddag ben ik even aan het zoeken geweest bij de gemeente Rotterdam, et cetera. Dan staan we er bij ons gewoon goed voor en wordt er ook goed werk geleverd. Punt twee van de drie punten is ook een oproep, blijf vooral kritisch kijken, wat kan efficiënter en hoe kunnen we, ga mee met de ontwikkeling. Hoe kunnen we het geld efficiënter verdelen? Dus ook goedkoper. Maar ook dat is een beetje de grijze olifant, zal ik maar zeggen, hier in deze ruimte, wat nog niet benoemd is, is de regeldruk van zorgmedewerkers.

We hebben het net over 40 procent van onze begroting gaat naar het sociaal domein. Zorgmedewerkers zitten, 40 procent zijn de afvinkcultuur, afvinken van dingen, regeltjes bij te houden, cijfertjes bij te houden. Ga daar ook actief mee aan de slag, want hoe minder de zorgmedewerker achter de tablet of computer moet zitten, hoe meer tijd ze kunnen besteden aan het werk waarvoor ze gekozen hebben en waar ze sterk in zijn, dat is namelijk zorg verlenen. Dus ga daar ook actief mee aan de slag. Dat is niet zozeer een bezuiniging, ja, een bezuiniging van regels. Ik zou bijna willen zeggen, hanteer de lijn, waar een regel bijkomt, schrap er juist weer twee. Maar dat is makkelijk gezegd. Ook de vraag van, die gaan we vanavond niet concreet beantwoorden, zijn al die beleidsterreinen essentieel? Hoe gaan we dat indelen? Dat is wel een goede vraag om die als gemeente mee te geven. En daarmee heb ik het ook gelijk over punt drie, gaat ook het geld ook echt naar de mensen die het echt nodig hebben? Dat blijft ook wel de vraag. Het geld kan je maar één keer uitgeven. Zorg ervoor dat het daar terechtkomt waar het, het hardst nodig is. Ja, het is een hele oude opmerking die eigenlijk een beetje verjaard is, maar de overheid is geen hangmat, maar een vangnet. Eigenlijk mag ik hem niet meer gebruiken, maar ik heb hem nu toch gebruikt. Ergens is het ook een bepaald soort mindset.

Ik heb wel hem weleens, dit voorbeeld heb ik weleens vaker gebruikt volgens mij, als je als jong gezin een kind mag krijgen, dan ga je naar de winkel en koop je een kinderwagen. Maar hetzelfde als je ouder wordt, klop niet gelijk bij de gemeente aan, ik word ouder, ik krijg Pagina 27 van 43

een beperking, ik heb een rollator nodig. Nee, dan ga je ook gewoon kijken op Marktplaats of een kringloop voor een rollator. Ik denk ook dat een stukje besef ook bij de inwoners moet komen. En natuurlijk, er zijn mensen die echt zorg nodig hebben en die moeten hulp blijven krijgen. Maar blijven wij ons als gemeente wel de kritische vraag stellen, zorg dat het geld gaat naar de mensen die het echt nodig hebben. De voorzitter: Wethouder Piena wil graag als eerste even reageren en daarna zag ik ook nog hand van de heer Ringlever. U mag na wethouder Piena. De heer Piena: Dank u wel, voorzitter. Wat efficiënter werken betreft absoluut, daar zijn we ook mee bezig. Maar dat zie je ook vanuit ISA en Gala en alles, daar moet je efficiënter gaan werken willen we alle uitdagingen voor de toekomst het hoofd kunnen bieden. De regeldruk, dat vind ik een hele mooie. Ben ik het ook helemaal mee eens. Het zou met veel minder regels moeten toe komen, maar laat ik even wel zijn en ik kom ook zelf uit de raad, maar ook als ik nu hier zit. Wij zelf doen er ook wel hard aan mee, want een regeldruk betekent dat mensen dingen moeten registreren en wat wordt hier steeds gevraagd? Wat heeft u geregistreerd, hoeveel mensen hebben we nodig? Hoeveel mensen komen er in de jeugdzorg, et cetera et cetera? Dus ook dat is weer een uitdaging voor ons allemaal.

Zo ook als uit ISA komt jongens, we zijn er als samenleving en laten we elkaar dan ook niet de maat nemen. Maar laten we kijken of we inderdaad efficiënt met onze geldmiddelen om kunnen gaan. Komt het geld bij de juiste mensen terecht? In grote mate denk ik van ja, want de mensen komen niet voor niks. Ze hebben een probleem en moeten hulp. Als we straks keuzes moeten maken, kunnen er natuurlijk wel gradaties erin aanbrengen of mensen het echt nodig hebben in die zin, of het niet beter is om mensen die het veel harder nodig hebben om het daar terecht te laten komen. En ik denk, zeker als er wat krapte op de arbeidsmarkt komt, als minder financiën toe kunnen, ja, dan zullen we daar die keuzes in moeten maken en dat is waar we vanavond ook een beetje bij zitten. Hoe zien we ons nu als Ridderkerkse samenleving? Hoe willen we, en u als raad, hoe kijkt u daar nou naar? Welke richting zou u opgaan? Dat is een beetje, denk ik toch wel een mooi bruggetje wat u net geslagen heeft weer naar de presentatie. De voorzitter: Ondanks dat het wel mooi zou zijn als we naar de presentatie terug zouden kunnen, heb ik nog drie handjes die op gingen. Mijnheer Ringlever, nee, een momentje, want de heer Van de Waerdt die stak als eerste gelijk naar aanleiding van de reactie van de wethouder zijn hand op en daarna mevrouw Ripmeester. Dus u bent wat naar achter geschoven weer. Mijnheer Van de Waerdt.

De heer Van de Waerdt: Voorzitter, bedankt voor het antwoord, wethouder en ook als u het niet zo kan, snap ik het ook, maar kunt u op dit moment concreet aangeven wat voor vragen, verzoeken wij als raad hebben, waardoor de regeldruk toeneemt? Volgens mij moeten we dan als raad heel snel achter ons oren gaan krabben en met elkaar gaan praten van, hoe kunnen we als raad dat of versoepelen of verminderen. Want dat wij als raad schuldig zijn aan extra werkdruk van zorgmedewerkers, moeten we echt niet willen. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, dan kijk ik voornamelijk even naar de twee Ridderkerkse Wijkteams. U vraagt, u stelt, en terecht, u mag als raad zijnde mag u elke vraag stellen die u wilt. Echter elke vraag die u stelt betekent voor onze wijkteams, als we het over sociaal domein hebben, werk. Dat betekent ook heel vaak registratie en de vraag is wel eens, datgene wat…Wij zijn er ook weer reactief in. Als u iets vraagt, dan gaan wij het weer noteren, dan gaan wij het weer bijhouden en dan komen we weer keurig met de cijfertjes terug. Dan denk ik altijd bij mezelf, nu hebben we de cijfers en wat gaan we ermee doen? We hadden het net over kritisch kijken en efficiënt met geld omgaan. Ik denk dat de raad, maar ook een college, de hele samenleving

Pagina 28 van 43

hier gewoon kritisch naar moet kijken. Welke gegevens hebben we nu echt nodig om zaken te verbeteren en onze inwoners te helpen? Ik hoop dat dat voldoende uitleg is op uw vraag. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester wilde nog even reageren, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Nee, dank, ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag was eigenlijk hetzelfde en ik hoor dus dat het eigenlijk wel meevalt. Dat merendeel Rijksgebonden is. Dank u wel. De voorzitter: Dan zijn we nu aangekomen bij de heer Ringlever, VVD. U mag. De heer Ringlever: Het is een beetje mosterd na de maaltijd, want ik had ook dezelfde vraag, Maar ik wil wel benadrukken dat ik de heer De Waerdt wel een erg goed liberaal verhaal hoor zeggen waarin de nadruk is op eigen verantwoordelijkheid. Dus dat dat vind ik mooi om te horen. En ik hoor van de wethouder dat ze ook graag grip willen krijgen op de kosten in het sociaal domein, zodat het geld terechtkomt bij wie het meest nodig heeft. Dus ik ben helemaal heppie-de-peppie vanavond, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringlever. Mevrouw Al Mashta, u mag weer doorgaan als u wilt. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ga ik meteen snel door naar dia 6, de hoeden. Deze hebben wij specifiek bedacht voor Ridderkerk, dus dat…Ik licht ze straks nog verder toe, maar eigenlijk gewoon, en dat is dat hoogovenverhaal.

Wil je meer een sociale ridder zijn? Dus iedereen die het nodig heeft, krijgt. Wij gaan niemand beperken. Alles moet en als daardoor het deel nog groter wordt, het zij zo, maar waar nodig springen wij in. De tweede, en dat is eigenlijk de grootste tegenstelling, is minimaal sociaal. Dus wij doen alleen maar wat wettelijk is en de financiën zijn ons uitgangspunt. Dus daar, ik hoorde net iemand zeggen van, volgens mij u zei van, welke beleidsterreinen hebben we allemaal? Wij hebben er echt heel veel en dat maakt ook dat we als Ridderkerk, als Ridderkerkse inwoner echt wel op veel dingen een beroep kan doen. Is het allemaal wettelijk? Nee, we hebben er in de loop van de tijd, ook door verschillende moties, van alles bij bedacht qua regelingen die we hebben. Dus daarin zou je kunnen zeggen van, als het nijpend wordt en we moeten binnen die 40 procent blijven, of liever dat nog weer wat terugbrengen, dan worden we minimaal sociaal. Of, en dat is een beetje de tussenvariant, gericht sociaal. Dus we willen het wel enigszins in de hand houden qua kosten en we gaan kiezen voor specifieke doelgroepen, bepaalde inzet. Ik ga ze toelichten alle drie en dan verklap ik alvast, dan zal de vraag vooral zijn van, waar voelt u zo in eerste instantie het meest bij? De voorzitter: Mevrouw Horvath, GroenLinks.

Mevrouw Horvath: Als u zo gaat toelichten, misschien kan hij nog even naar de dia met de hoeden. Als ik zo snel kijk, dan staat bij de gevolgen bij alle hoeden eigenlijk negatieve gevolgen genoemd. Kunt u misschien ook per hoed een positief gevolg erbij noemen? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ja hoor. Als u ze goed helemaal van boven naar beneden leest, dan staat overal aan het begin het positieve deel en eindigt hij met, wat is dan het gevolg? Het positieve bij de sociale ridders is natuurlijk dat je hele blije inwoners krijgt. Niemand, ik heb hem ook wel eens hier gehoord, niemand buiten de boot. Dat heb je bij die eerste, niemand buiten de boot, liever eentje te veel dan eentje te weinig. Alleen het negatieve gevolg is, dat is met alles, als je veel doet, kost het je veel geld. Dus die zit daar vooral op. Zeker met, er is onderzoek geweest, de kosten van jeugdzorg stijgen al sinds jaar en dag met 6 procent per jaar. Dus als je niks doet en je zegt van, we houden het gewoon zoals nu is, dan weet je ook dat je met 6 procent per jaar gaat stijgen qua kosten. Dus dat is de eerste. Dus je doet het heel goed voor de inwoners, Pagina 29 van 43

niemand buiten de boot. Daar krijg je de rekening voor. Bij minimaal sociaal is het eigenlijk het omgekeerde, je doet wat wettelijk verplicht is. Dus niemand kan je iets maken. Beetje, we kennen bijvoorbeeld de individuele inkomenstoeslag. Even kijken hoe goed we allemaal nog wakker zijn, die mag je officieel op 101 procent zetten, want dan doe je net iets meer dan de bijstandsnorm, want die is 100 procent. Met 101 procent zit je er net boven en dan doe je het minimaal sociale. Wij hebben hem hier hoger vastgesteld, en ik kijk even achterin, 120? 110, bij ons zit hij op 110. Dus ja, je kan 9 procent omlaag, dan zit je bij minimaal sociaal. Je kijkt... De voorzitter: Er zijn inmiddels twee handjes, maar ik denk, ik ga u niet onderbreken, want ik wil niet dat u de hoed kwijtraakt. Maar mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk, was als eerste aan de beurt. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Dat had u goed gezien. Ik wilde nog even reageren op die eerste hoed, de sociale ridders. U zeg dan, hoe zei u dat nou? In ieder geval, niemand valt buiten de boot en iedereen is dan tevreden. Maar er staat ook een zin onder van, alles maar een beetje. Dat wil helemaal niet zeggen dat als je iemand recht heeft of voor zijn of haar gevoel op 100 procent en hij krijgt maar 25, krijgt hij wel iets. Maar dat wil niet zeggen dat je dan een tevreden inwoner hebt.

En ook niet op de lange termijn. De voorzitter: De vraag is dus, is men dan tevreden? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Dat is natuurlijk moeilijk zeggen. Dus sowieso is nooit iedereen altijd tevreden. Hetzelfde als dat ik thuis, ik noem maar wat, eten kook, dan is de ene heel tevreden en de andere niet, en omgekeerd ook. Dat kan, maar ja, 100 procent tevreden krijg je nooit iedereen. Maar bij het sociale doen we als gemeente ons uiterste best om voor iedereen zoveel mogelijk, mogelijk te maken. Dat is even in globale zin, want daar ging het nu om, het ding van we doen zoveel mogelijk voor iedereen, zodat zoveel mogelijk inwoners hopelijk tevreden zijn. De voorzitter: Dan denk ik dat, dat voor nu helder is. Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik zit hem, ik worstel een beetje met het voorbeeld dat je grenzen naar beneden kunt stellen. Dat kan. In Ridderkerk zijn we niet echt heel ruimhartig, maar we zitten wel soms boven 100 procent. Alleen, als je dat naar beneden schroeft, dan krijg je vaak een probleem aan de andere kant, die dan weer kosten met zich meebrengt. We kunnen natuurlijk iedereen op de nullijn zetten. Nibud heeft al gezegd, dan heeft eigenlijk iedereen constant geld tekort. Dan komen we dus weer, moeten we meer geld bij de schulddienstverlening gaan doen, want dan komt iedereen met pakken schulden weer naar de gemeente toe.

Dat is ook duur. Dus hoe ga je dan die afweging maken? We hebben nog geen week geleden, of twee weken geleden, een presentatie over preventie gehad, dus ik denk dan, ja, als we nu zo een beetje aan knoppen vanwege het geld gaan draaien zonder zicht te houden op waar het dan anders weer op gaat poppen? Dat vind ik een lastige. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Het gaat hier ook om een keuze. Dit zijn weer de gevolgen die eruit voortvloeien. Het is de keuze, hoe zien we ons als samenleving? Nemen we het minimale, nemen we dus ook voor lief dat er ergens anders problemen komen, of nemen we het maximale, waar we ergens anders weer in de problemen komen? Dat kan in de financiën zijn, of andere beleidsterreinen waar we dan aan komen. Daar zouden we het vandaag dus niet over hebben, maar dat is wel het gevolg, want je kan maar één keer je geld uitgeven. Dus even, ja, zeker als je bepaalde knoppen draait, dan kan dat ook zijn negatieve effecten hebben. Maar in het begin is ook al gezegd, sommige gemeenten knabbelen nu al aan hun preventiebudget. Waarom? Omdat ze het gewoon Pagina 30 van 43

niet meer kunnen bolwerken. En dat zal zeker, in mijn overtuiging, op sommige gebieden op de lange termijn een negatief effect hebben. Maar dat is even de keuze dus die we hier voorleggen met die drie hoeden van, accepteren we dat minimale met alle gevolgen van dien, of het maximale met alle gevolgen van dien, of zeggen we, in Ridderkerk hebben we een gulden middenweg gevonden, waar je altijd wat van kan vinden, maar dat is wel de richting die we willen vasthouden. Dat is een beetje de uitgangspunten van vanavond. De voorzitter: De heer Verweij stak als eerste de hand op. De heer Verweij: Dank u wel, voorzitter. Helder verhaal wel van de wethouder omtrent die keuzes. Wat me wel opvalt, in elk van de drie hoeden die je hier ziet, is het gevolg eigenlijk een negatieve. Zou de wethouder kunnen duiden of er nog meer keuzes zijn dan de drie die hier worden gepresenteerd? Zit hier eigenlijk al een politieke keuze achter, is dan mijn diepere vraag? De voorzitter: Wethouder Piena, gaat uw gang. De heer Piena: Voorzitter, ik heb begrepen dat dat wij, deze presentatie is mooi gemaakt met drie hoeden, maar oorspronkelijk, maar ik kijk even recht voor me, bestaat hij zelfs uit zeven hoeden meen ik, of zes hoeden. Je kan een aantal hoeden kan je mee uitbreiden. Alleen dan hebben we vanavond een discussie.

Dan ben ik bang dat u even het thuisfront moet gaan bellen, dan bent u echt niet thuis vannacht. Dus het gaat even om de globale keuzes. En ja, uiteraard heeft iedereen zijn eigen gedachtegang, ook vanuit zijn partijpolitiek, vanuit zijn levensovertuiging, welke keuzes hij voor staat. Dat is hartstikke goed om dat vanavond ook naar voren te brengen. Maar dat geeft ons ook wel een beetje in het gevoel daar waar we mee bezig zijn of dat prima is en of dat past binnen de financiën. Maar u in ieder geval dat we niet helemaal de plank misslaan. En nee, ik hang niemand van de partijen er vanavond op als ze een bepaalde keuze maken. Dat ik zeg, maar u heeft toen gezegd dat, daar gaat het vanavond niet om. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Ik vergeet u niet gauw. Mevrouw Ripmeester: Dat is fijn. Ik wilde nog even terug op de opmerkingen van de wethouder. Die stapt vrij makkelijk heen over de gevolgen die het zou kunnen hebben van de hoed die we kiezen. Maar ik wil ook niet het idee hebben dat we ons rijk rekenen. Wanneer we kijken naar de effecten die sommige dingen kunnen hebben op andere termijn of kosten die ergens anders vandaan gaan komen of maatschappelijke weerstand die ook heel veel capaciteit en tijd kosten in dit huis, dan vind ik dat je daar zeker rekening mee moet houden.

Dus ik wil daar, nogmaals, ik vind het soms leuk die grote lijn, maar zo plat is hij nou ook weer niet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan zag ik ook gelijk de hand van de heer Verweij, SGP. De heer Verweij: Dank u. Ik was nog even aan het nadenken over het antwoord van de wethouder en dat er nog andere hoeden ook zijn. Maar is het dan wel zo dat iedere hoed waaruit gekozen zou kunnen worden dan ook met een negatief gevolg eindigt of zijn daar ook nog positieve gevolgen te benoemen? De voorzitter: Wethouder Piena, mag ik u het woord geven? Oh, nog mooier. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ik vind dit een hele leuke en ik ben van de ambtelijke organisatie. Wat ik hier heb geprobeerd is vooral de uitersten. De sociale hoed is het meest links zou ik dan zeggen. Dan probeer je het meeste te doen, en minimaal, dan zit je het meest aan de rechterkant. En eigenlijk die anderen, al die Pagina 31 van 43

andere hoeden, die zitten allemaal daartussen. Dus ik heb nu voor de middenweg gekozen, maar die kan allemaal een beetje naar links en rechts. Ik zou bijna zeggen, zoals met zoveel dingen in het leven, maak je een keuze voor iets, dan heeft dat altijd gevolgen. Iedere keuze heeft consequenties en betekent dat je een aantal dingen wel kunt doen en een aantal dingen niet. Dus ja, dat hoort erbij. Geen enkele keuze is dus alleen maar met positieve gevolgen. Dat is niet in het leven, volgens mij. De voorzitter: De heer Verweij mag als eerst even reageren, omdat het een antwoord is op zijn vraag. Daarna bent u aan de beurt, mijnheer Coule. De heer Verweij: Afsluitende opmerking hoor, voorzitter. Maar dan zou ik ook wel namens de SGP mee willen geven dat het heel belangrijk is dat we integraal naar het sociaal domein kijken en juist ook zorgen dat de gevolgen van het beleid waar mogelijk natuurlijk maximaal positief zijn, ook in economisch opzicht. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Voordat het een complete hoedenwinkel gaat worden, ben ik heel erg nieuwsgierig, hoeveel impact heeft ons advies vanavond? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Volgens mij heb ik aan het begin kenbaar gemaakt wat wij proberen op te halen, hoe de verschillende fracties in het sociaal domein zitten en welke richting ze op moeten.

En als hier straks een meerderheid komt, laat ik zeggen dat het hoed 1 is, dan moeten wij even gaan kijken met alles waar we mee bezig zijn hoe dat zit. En dan zal ik ook naar het collegeprogramma uiteraard kijken. Maar we wegen dat wel mee, want nogmaals, we doen het met zijn allen voor de samenleving en het gaat ook om de meerderheid. Dus wat dat betreft is het echt het ophalen van, wat zijn de gevoelens en welke richting voelt u zich goed bij? De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA, ik zag uw hand net ook. Mevrouw Ripmeester: Ja, ik wilde reageren op dat integraal kijken naar het sociaal domein. Dat moeten we natuurlijk ook. Maar we hebben niet alleen het sociale domein. Als we besluiten een heleboel dingen niet meer te doen, bijvoorbeeld voor ouderen, een heleboel voorzieningen niet meer te doen, dan zullen we ook moeten zorgen dat ze wel normaal kunnen blijven leven waar ze leven. Dus als we dan niet tegelijkertijd goede woningen hebben, dan pak je ze eigenlijk aan...Ja, dat is misschien de verkeerde keuze of de verkeerde woordkeus, maar dan komen ze aan twee kanten komen ze in de knel. Dus het is niet alleen integraal sociaal domein, er zit ook de link met, wat voor Ridderkerk willen we zijn? Willen we een sociaal Ridderkerk zijn, willen we een minimaal liberaal Ridderkerk zijn? Dat pakt natuurlijk op alle terreinen uit.

Dus integraal, maar zelfs ook met die dwarsverbanden van iemands leven. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van de Waerdt, SGP. Nee, u trekt uw hand terug. Ja, zit ik goed op te letten. Wethouder Piena. De heer Piena: Ik weet niet of het minimaal liberaal is. Ik weet niet of liberalisme met minimalisme moet vergeleken worden. Ik denk het persoonlijk niet, maar oké. Ik wil het als wethouder verder niet politiek maken. En nee, helemaal gelijk natuurlijk. Alles hangt aan elkaar samen. Echter, daarom heb ik het ook bewust gekaderd, vandaag hebben we het even sec over het sociaal domein. En in het verlengstuk ook van die keuzes Pagina 32 van 43

zal, denk ik, iedereen wel meenemen wat het voor gevolgen heeft op andere gebieden. Uiteraard, ja, dat is eigenlijk mijn antwoord. Nogmaals, dat wordt meegenomen, maar het is even niet de discussie van vanavond of we voldoende woningen hebben, of we voldoende groen hebben, of de straten niet scheef liggen dat de mensen vallen. Nee, het gaat echt even om het idee, waar kijken we nou naar? Echt die hele rechterkant van, we doen alleen maar het wettelijke, en voor de rest interesseert het ons niet wat er met de mensen gebeurt, even heel plat geslagen. Of we gaan de andere kant op en we doen alles, en dat kost zoveel geld, dan gaan mijn collega’s koeren, want die hebben dan niks meer over om andere dingen te doen. Of zeggen we nog steeds, wat we in Ridderkerk op dit moment doen en al die jaren gedaan hebben, daar voelen we ons goed bij? Dat is een beetje, daar blijf ik op hameren, daar gaat het vanavond om. De voorzitter: Mogen we eerst verder gaan met de presentatie? Ik zie daar nog een hand omhooggaan, maar ja, we kunnen verder. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ja, dan ga ik gauw door naar 7, want ik denk dat er in het vervolg best wel wat dingen zitten.

Hoed 1 heeft dus als grootste voordeel, bescherming en ondersteuning van alle inwoners die dat nodig hebben, met de beperking die net al werd gezegd, je kan nooit altijd voor iedereen goed doen, maar hier probeer je dat wel zoveel mogelijk. Je geeft dus prioriteit aan de basisvoorzieningen en veiligheid voor mensen. Je zegt dan eigenlijk: bezuinigingen op het sociaal domein is niet onze prio. Ja, en dan als gevolg, die hebben we net al gehad. Hoed 2, dat was die minimale variant. Ja, wat je dan moet gaan doen, want dat was ik wel met mevrouw Ripmeester eens, dan moet je andere dingen gaan doen. Dus dan moet je gaan inzetten op eigen kracht van inwoners. Kan ik wel als kanttekening meegeven dat uit allerlei onderzoeken blijkt dat eigen kracht op het moment dat je het al heel moeilijk hebt, een hele ingewikkelde is. Maar dat zou dan wel je gedachtegang zijn, we zetten in op eigen kracht, mensen moeten minder afhankelijk worden van gemeentelijke ondersteuning. Die hoorde ik net ook al ergens gaan: waar kunnen we inzetten op…Ik zou bijna zeggen, ik kom uit het Oosten van het land, we gaan weer terug naar het noaberschap van dat soort onderdelen. Je kan dan zeggen, de beschikbare financiën die we van het Rijk krijgen, dat zijn ons uitgangspunt. Dus daarmee moeten we zoveel mogelijk proberen te doen.

Ja, en dat… De voorzitter: Ik zie weer wat handen omhooggaan, maar ik wil toch echt even, gezien de tijd, ook vragen of we eerst verder kunnen gaan met de presentatie, dat u uw vragen even voor aan het einde bewaart. Anders moet ik ook nog wat matrassen aan laten slepen. Ik denk niet dat u daarop zit te wachten. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Oké, dank u wel. Dan gaan we door naar dia 9. Dat is hoed 3. Net al werd gezegd, dat is een beetje een combi-hoed waar je nog over de hele lijn heen kunt schuiven tussen die andere twee. Wat dan eigenlijk de gedachte daarachter is van, we gaan samenwerken met inwoners en onze maatschappelijke organisaties. We kijken naar zoveel mogelijk aanpak van problemen en uitdagen, samen met elkaar. Dus niet alleen als gemeente. Je bent niet als gemeente overal verantwoordelijk voor, maar wat kunnen we ook in gezamenlijkheid met de Facets en dat soort organisaties doen? En je gaat kijken van welke specifieke groepen willen we gaan ondersteunen en welke dan misschien ook wat minder. Ja, en we hebben al een beetje gekeken van, want dan moet je met criteria gaan werken. Dit is gewoon een conceptje, even snel gekeken, waar zou je dan aan kunnen denken? Dus het is niet van, dit is het, of daar zitten we dan aan vast.

Maar dan kan je dan keuzes maken op het gebied van doelgroepen of, ik hoorde hem vanavond ook al voorbij komen, we gaan vooral kijken naar de bewezen effectiviteit. Dus we zetten in op die zaken die ook echt uit onderzoek blijken dat ze goed. Of we pakken daar toch ook mee van, we vinden belangrijke doelgroepen waar we ook geld voor krijgen, dus dan kijken we naar de GALA onderdelen, daar willen we vooral op inzetten. Dan kan je een aantal criteria verzinnen waarbij je zegt, daar gaan we vooral op inzetten en de rest wat minder. En Pagina 33 van 43

nogmaals, daarin kan nog heel veel geschoven worden, maar dan probeer je eigenlijk tussen die twee te bewegen van, we willen wel veel doen, we beseffen dat niet alles kan en we moeten daar goede criteria voor maken van wat wel en wat niet. Dus dat is eigenlijk... De voorzitter: Ik heb net aangegeven dat we de vragen bewaren tot aan het einde van de presentatie, dus als u uw vraag even zou willen onthouden, graag. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ik kan die laatste 10, 11 en 12 wel bij elkaar pakken om het wat korter te maken, want dat zegt eigenlijk allemaal hetzelfde van, misschien is er discussie over tussen u ook onderling over van, ik voel het meest voor hoed 1, 2 of 3, wetende dat alles consequenties heeft. Dan nog even met wat in het begin gezegd is, we stevenen af op 2026, waarin we, als het Rijk niet gaat bewegen, zien dat er echt een disbalans komt binnen het sociaal domein tussen de taken die we krijgen en de middelen die we ervoor krijgen. Dus dan zou ik eigenlijk meteen door kunnen gaan naar, oh, sorry, nou, dat was wel heel snel, naar 12, want dan zou ik willen voorstellen om niet te kijken van de beste keuze is hoed 3, maar wat vindt u als u er in eerste instantie naar kijkt op gevoel de beste keuze? Gaan we voor het minimale, het maximale of de tussenvorm? De voorzitter: Ik denk dat het de bedoeling is dat een ieder dit gaat beantwoorden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1155/documents/39012