2024-09-12 verslag-commissie-samen-leven-wonen-Ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Dan ga ik achteraan beginnen met mevrouw Ripmeester, PvdA. Er is nog een vraag. Dan gaan we eerst even, dan gaan we eerst even vragen doen. Mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel. Ja, ik heb eerst nog vragen voor ik een keus kan maken, als ik dat doe. U had het over de eigen kracht, bij hoed 3 met name. Mijn vraag is, dat kan toch eigenlijk bij elke hoed wel van toepassing zijn? Je kan er toch vanuit gaan dat je iedereen probeert eerst te kijken van wat ze in eigen kracht kunnen doen? Dat is mijn eerste vraag. Zal ik twee… De voorzitter: Doe maar even per vraag. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Tuurlijk. Alleen probeer je voor de discussie te kijken van wat springt er nou uit. Uiteraard moet je overal wel, kijk je altijd naar eigen kracht. Maar in hoed 2, dat was die minimale variant, dan is het een voorwaarde. Dus hoed 2 lukt je alleen, de minimale variant, als mensen meer benutten van eigen kracht. Waarbij ik net ook al zei, de kanttekening is wel van, in hoeverre kan je dat van iedereen verwachten? Maar dan ga je, dan zeg je wel van, maar dat is ons uitgangspunt. De voorzitter: Zijn er nog meer vragen? Mevrouw Van Vliet: Ik had er nog drie. De voorzitter: Drie nog zelfs. Oké, prima. Mevrouw Van Vliet: U sprak over hoog over en richting geven. Nou hebben wij hier in Ridderkerk een burger adviesraad.
In hoeverre is het een idee of zijn zij betrokken of worden ze op korte termijn nog betrokken in de ontwikkeling van scenario's? In die hoeden. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: De burger adviesraad kijkt nu meestal naar de daadwerkelijke stukken die er liggen, dus we hebben ze hier niet in meegenomen. Omdat dit ook vooral eens een keer kijken van, hoe valt
Pagina 34 van 43
dat nu? Want voordat we ook van de burger adviesraad krijgen van ja, maar hij moet concreter en…Dus we keken, we wilden eerst kijken hoe het hier überhaupt al valt, voordat we… Mevrouw Van Vliet: Maar ze komen nog wel in beeld dan in op enig moment hierin, begrijp ik uit uw woorden. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Dit is vooral bedoeld als informatiebijeenkomst. Nergens komt er een keer een raadsvoorstel van kies voor een hoed. Ik bedoel, ik kijk ook even twijfelend naar het college, maar dat was in ieder geval niet mijn intentie om een dergelijks raadsvoorstel. Dus het is vooral bedoeld van, als we nou hoog over kijken. Het eerste gevoel, waar zou u naartoe willen? Want dan weten wij in stukken waar we een beetje aan kunnen denken. En het is niet bedoeld als een vaste keuze en een raadsbesluit. De voorzitter: Wethouder Piena wil ook graag nog even wat woorden. De heer Piena: Zeker, voorzitter. Er komt ook zeker geen collegevoorstel over de drie hoeden. Laten we dat even heel duidelijk maken. Nogmaals, informatief, waarbij we gewoon even de gevoelens polsen van iedereen die hier is en of we op de goede weg zijn met wat we doen. De voorzitter: Mevrouw Van Vliet. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel. In de voorstellen scenario's is nog echt niet echt geen zicht op het effect van de zorg voor de gebruikers, maar er zijn wel gedachten over het mogelijke effect genoemd.
Waarop zijn die dan gebaseerd? Is daar een onderbouwing voor? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: En kan u iets nader aangeven, waar doelt u nu op? Mevrouw Van Vliet: Op de hoeden. Daar wordt aangegeven wat het effect is. Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ik zit ze nu even allemaal langs te lopen. Hier was het effect, we doen zoveel mogelijk voor Mensen. Hier gaan we naar eigen kracht en bij de laatste gaan we samenwerken. Er zit nergens in een hoed van, dit is het gevolg, omdat hij nog zo hoog over is dat het helemaal niet is uitgewerkt. Dus ik zit even welke zin u dan bedoelt? Mevrouw Van Vliet: De gevolgen die onderaan in die hoeden stond. Gevolg is bijvoorbeeld, je kan niet alles meer krijgen. Dat is ook een gevolg, is een effect van de zorg, van de keuze die je maakt. We houden geen, we zetten van alles een beetje of we schralen waar we, we schralen waar we mogen verschralen. We houden wel ruimte voor besteding op andere beleidsterreinen. Dat heeft effect op de zorg die je geeft. Dat is wat we bedoelen. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Nogmaals, dit is niet een uitgewerkte hoed waarbij de effecten van die keuzes gemaakt worden. Het gaat erom, waar zit u in? Waar zit u als fractie in? Hoe u in het sociaal domein wil zijn, hoe zien we Ridderkerk? We kunnen niet alle effecten hierop uitwerken.
Sterker nog, als we dit in dit land zo goed konden, hadden we nu een geweldig sociaal domein. Maar we weten het ook allemaal niet. We doen dingen, we doen dingen op preventie. We doen dingen inzake in de zorg en de effecten moeten daaruit voortvloeien. We weten wel, die effecten staan hier dus heel duidelijk in die hoeden, dat als we de minimale variant nemen dat een aantal mensen geen ondersteuning meer krijgt. Dan krijg je maar 101 procent van het bijstandsniveau bij de minimaregelingen bijvoorbeeld. Dat weet je dan en dan kan iedereen wel op zijn tien vingers natellen Pagina 35 van 43
wat daar eventueel het gevolg van is. Niet op individueel niveau, want dat kan ook nog eens verschillen. Dus nog een keer, echt hoog over, drie hoeden. Welke richting, welk gevoel heeft u bij een bepaalde hoed? En kijk nog niet naar al die effecten. En die kunt u zelf ook invullen, die kunt u zelf ook invullen. Op het moment dat we zeggen, alles kan, dan weten we dat we dat financieel eigenlijk helemaal niet kunnen betalen. Dat is wel een optie, alleen ja, dat is een keuze. Alleen ik denk dat het op een bepaald moment het niet meer te betalen is. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Het is aan u, als u als partij vindt dat dat wel moet of dat die richting op moet, dat is het mooie van onze democratie. We kunnen allemaal een eigen idee erover hebben. De voorzitter: Mevrouw Van vliet is klaar. Mevrouw Emmerich, u had nog een vraag? Mevrouw Emmerich: Ja, ik wilde daar eigenlijk…Dank u wel, voorzitter. Ik wilde daar eigenlijk een soort van op stapelen, op de vraag van mijn buurvrouw. Volgens dit model, zijn er andere gemeenten die daar al hun beleid op hebben gebaseerd? En zo ja, zijn daar dan ervaringen over? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Ja, dit is ook niet echt een model. Dus het ja, het klinkt veel zwaarder dan dat het is. Dit is echt een informatief verhaal. Als je kijkt naar zijn er gemeenten die meer minimaal werken? Ja, die gemeenten zijn er.
Zeker als je onder wat meer toezicht staat. Volgens mij, ik weet niet hoe het nu zit, maar eerder was Vlaardingen een van die gemeenten die onder toezicht van de provincie stond. Dan verplicht de provincie ook om naar minimale te gaan. Ja, er zijn ook gemeenten die maar weinig mensen met minima en kwetsbaar hebben. Die kunnen wat ruimer zaken doen. En er zijn heel veel gemeenten die meer doelgroepen beleidachtige zaken maken. Maar deze specifieke hoeden zijn specifiek voor Ridderkerk gemaakt om u mee te nemen van, waar kunt u ongeveer aan denken? De voorzitter: Mevrouw Emmerich. Mevrouw Emmerich: Dank u wel, dat is mij helder. Mijn vraag is nog wel, zijn er dan bij die gemeenten ook bijvoorbeeld enquêtes of peilingen onder de inwoners geweest? Wat zij dan van het beleid vonden of naar de effecten daarvan? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: Niet dat ik zo 1-2-3 heb. Natuurlijk zijn er, worden er in de meeste gemeenten wel klanttevredenheidsonderzoeken gedaan. Ik weet bijvoorbeeld, om maar een dwarsstraat te noemen, bij de toeslagenaffaire dat we heel erg kijken naar wat doet iedere gemeente. Nou zitten wij echt wel aan de kant dat we veel doen voor mensen. Daar is Almere het, de gemeente die het meeste doet voor mensen in de toeslagen, dus dat verwijt krijgen we ook wel eens. Maar er is geen enkele gemeente waar iedereen tevreden is.
Dus er wordt wel vaak, ook bij ons, gezegd in Almere doen ze dit wel of niet. Aan de andere kant, ik heb een zus, zij is wethouder in Raalte. Uiteraard spreek ik mijn zus nog wel eens, dus ik roep dan, wij zijn hier heel erg bezig met de toeslagenaffaire. Wat doen wij dan. Dan zegt zij, wij hebben maar twee gedupeerden. Ik heb ze allebei een keer uitgenodigd en uitgelegd dat wij niet zo heel veel ruimhartig doen. De een had een keer geroepen, in het westen van Nederland kan je dit allemaal krijgen. Toen had zij gezegd, hier zijn er maar twee, gaan we niet doen Die mensen waren tevreden, terwijl ze dus niet al die vergoedingen krijgen die wij wel geven. Waren weer naar huis gegaan, omdat het dan heel anders leeft.
Dus ja, dat een beetje naar aanleiding van de vraag, zijn er ervaringsonderzoeken? Je kan ook niet, de ene gemeente is de andere gemeente niet. Het ligt ook een beetje aan hoe ben je opgevoed in je gemeente. Ik kan u wel verzekeren, op het moment dat je, en dat is in iedere gemeente hetzelfde, op het moment dat je iets Pagina 36 van 43
hebt en je haalt het weg, dan heb je de eerste tijd veel klachten. Want daarin kan je het ook een beetje afmeten van hoeveel klachten krijg je. Dat is gewoon een gegeven, dat iedereen die iets gewend is en je haalt het weg een klacht indient. Maar ik denk dat wij hier wel in Ridderkerk kunnen zeggen dat wij op dit moment, natuurlijk we krijgen dingen, de klachtencoördinator van het sociaal domein zit hier ook. Het valt relatief gezien mee, het aantal klachten dat wij krijgen. De voorzitter: Ik denk dat het voor nu voldoende is. Zijn er meer vragen? Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel. Ik heb er ook een paar. Hoe wilt u ze hebben? Per stuk? De voorzitter: Ik vind altijd per stuk. En schriftelijk vooraf ingediend, dus u bent te laat. Probeert u in ieder geval gezien de tijd het kort te houden. Mevrouw Ripmeester: Ik zal ze in ieder geval verdelen over de wethouder en over mevrouw Al Mashta. Mijn eerste vraag is eigenlijk voor de wethouder. Er wordt gezegd, het is 40 procent, dat is een probleem, want dan hebben we geen geld meer voor als dat gaat stijgen. Dat wordt waarschijnlijk te duur, want dan houden we geen geld over voor die andere beleidsterreinen. Hebben we zicht op wat dat dan gaat knellen op de andere beleidsterrein of komen dan alleen maar… Goed, wat, hoezo is dat teveel? Teveel is ook maar subjectief.
Mijn tweede vraag is, we hebben nu hier een discussie over een hoed, helemaal links, helemaal rechts en een soort van redelijk midden om het zo maar te zeggen. Dan lijkt het ervoor op dat iedereen een beetje uitgenodigd wordt om dat redelijke midden te kiezen. En dan lijkt het er ook een beetje op alsof de wethouder een soort van groen licht zoekt om te gaan bezuinigen. Dus ik wilde vragen, is dat zo? Of is dat niet zo? Mijn, oh, ik zou ze per stuk doen, excuus. De voorzitter: Als het aan de wethouder is, die acht ik zo hoog dat hij er minimaal twee aankan. Maar misschien een derde ook nog wel. Mevrouw Ripmeester: Mijn derde vraag is, hoe verhouden deze potentiële bezuinigingen zich dan tot en met menselijke maat? In hoeverre kunnen wij, die we toch hoog in het vaandel hebben staan, in hoeverre kunnen we die dan nog steeds bieden? Ook omdat juist in het Rijk, bijvoorbeeld bij de Algemene Wet Bestuursrecht of alle, het hele Rijk eigenlijk beweegt zich steeds meer richting die menselijke maat. De menselijke maat meer voorop. Maak meer mogelijk om menselijk maat, op menselijke maat zaken te regelen. Hoe verhoudt zich dan dit, met de bezuiniging? Zal ik de vierde dan ook maar doen, want die hangt er wel tegenaan? De voorzitter: Ik krijg toestemming van wethouder Piena. Mevrouw Ripmeester: Omdat u naar wethouder Piena luistert, de vierde vraag.
Die hangt daarmee samen, want als we dan gaan bezuinigen en we gaan meer inzetten op die zelfredzaamheid. Hoe bepalen wij dan die grens van zelfredzaamheid? U geeft zelf al aan, we hebben heel veel leergeld betaald in de afgelopen periode. Heel veel onderzoeken zijn er gedaan over het al dan niet bestaan van zelfredzaamheid of het in...Nou ja, goed, hoe gaan wij dan in Ridderkerk bepalen waar onze grens van zelfredzaamheid ligt of hoe zou dat kunnen? De voorzitter: Wethouder Piena gaat deze vier vragen beantwoorden. Ik weet niet of u nog veel meer vragen heeft, maar…Dan bent u ook gelijk klaar. Ja, nee, want we gaan echt al richting half elf. Ik wil u toch vragen om daar rekening mee te houden. Wethouder Piena.
Pagina 37 van 43
De heer Piena: Voorzitter, volgens mij heeft niemand mij hier horen verkondigen dat ik ga bezuinigen of dat het college wil bezuinigen. Sterker nog, ik heb aangegeven dat, en van tevoren werd ook aangegeven dat deze gemeente juist niet bezuinigd en bijna 64 miljoen binnen het sociaal domein uitgeeft. Dus ja, die conclusie die maak ik niet. Het is namelijk een verzoek aan de commissie voor welke keuze ze gaan of in ieder geval het gevoel weergeven. Als de commissie zegt van, wij vinden dat het minder moet, dan is het aan de commissie die zegt dat we moeten bezuinigen. Maar de wethouder heeft dat hier absoluut niet gezegd. Daar heb ik dan eigenlijk vraag twee toch ook wel mee beantwoord en vraag 3 in principe ook. En hoe gaan we bepalen wat de zelfredzaamheid is? Ja, dat blijft nog steeds ook een stukje maatwerk en dat dat verandert ook niet. Welke hoed we kiezen, we zullen altijd moeten kijken hoe het met de mensen gesteld is en welke zorg en ondersteuning ze nodig hebben, dus dat betekent nog steeds dat we per individu moeten kijken. Ook dat verandert niet. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, een hele korte reactie graag. Mevrouw Ripmeester: Het is een antwoord, het is vast niet het laatste woord. De heer Piena: Wethouder, van mij wel. De voorzitter: Wethouder Piena, wilt u wachten tot u het woord van mij krijgt? Die had u niet.
Waren er nog andere vragen die beantwoord moeten worden? Mijnheer Haan, excuus. De heer Haan: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk een vraag aan u. Als we naar de hoeden kijken, welke hoed hebben we eigenlijk nu op dit moment? En ziet u daar dan nog ruimte in om dat anders te doen? En een vraag aan de wethouder, u wilt informatie ophalen, onze gevoelens. Stel nou dat we allemaal voor hoed 1 kiezen en u zit met uw team op hoed 3, gaat u het dan allemaal anders doen? Of wat wilt u dan eigenlijk nu ophalen en wat gaat u daar dan mee doen? De voorzitter: Ik weet niet wie als eerste. Wilt u als eerste? Mevrouw Al Mashta-Aalderink: De eerste vraag was aan mij gesteld. Waar zitten we nu? We hebben niet aan het begin ooit met hoeden gewerkt, maar wat we nu doen is zoveel mogelijk. Dus u als raad heeft al een heel aantal moties ook ingediend van, let op de kinderen met vechtscheidingen. Let op andere zaken. Alleen wat ik wel de laatste tijd daarnaast zie, dus als het op inhoud gaat, vraagt u vaak van, kunnen we zoveel mogelijk doen? Als het om financiën gaat, wordt er gevraagd, kunnen we minder doen? Dus vandaar ook een beetje dit verhaal, want even heel simpel vanuit mijn wereld, elke keuze heeft consequenties. Dus u kan niet op inhoud zeggen, u moet alles doen en op financiën niet alles. Dus daarin eigenlijk dit verhaal ook, want tot nu toe ging het ook allemaal nog.
Want het past allemaal binnen de begroting. Ook met, want dat zult u ook wel hebben gezien en daar heeft u ook echt wel vragen over gesteld, de vele tussenrapportages waarin we geld bijvragen. Daar wordt meestal wel op gevraagd van moet dat nu, is dat nodig? Waarom heeft u daar niet beter grip op? Dat soort zaken. Ja, het hangt wel samen mee. Ik weet nog dat er in, ik weet niet, dat zal nu misschien minder geweest zijn, maar de ene commissievergadering hadden we het over de jeugdzorg, u moet echt minder gaan doen. We moeten meer grip krijgen op de kosten en, beste wethouder, wat gaat u daaraan doen? En eigenlijk in de volgende maand kregen wij de motie, u moet meer doen voor kinderen. Kan u niet wat meer inzetten voor kinderen bij vechtscheidingen. Dan denk ik ja, jongens, nou...Dus dat zijn best wel zaken en dat een beetje hier van, het zijn totaalpakketten. Dus dat een beetje als antwoord van, volgens mij zitten we nog steeds in hoed 1. Maar ik zie verschijnselen dat we soms vragen stellen die meer bij hoed 3 passen.
Pagina 38 van 43
De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, volgens mij heb ik al aangegeven wat we met de informatie doen. Het was het even het ophalen ook van gevoelens in de raad om te kijken, het beleid wat wij voerden of dat goed is en of er bijzonderheden zijn die deze commissie meegeeft. Het was ook min of meer de bedoeling, als u de stukken had gelezen, dat u ook onderling met elkaar in conclaaf ging van, vinden we nou dat we dat goed hier doen? Altijd een veel gehoorde klacht is van, we zijn niet In de gelegenheid om over het sociaal domein te praten, we kunnen niet over beleid praten, we kunnen niet met elkaar over praten. Even flauw gezegd. Vanavond krijgt u een presentatie met zijn allen. Zijn er heel veel vragen aan mij en aan de presentatrice gesteld en dat is prima, vind ik ook hartstikke leuk. Dank daarvoor. Maar de vraag is even, wat vindt u nou als commissie die voor onze samenleving staat? Wat vindt u daar nou van? Welke hoed wilt u nu hebben? En dat, en even dat proef ik op dit moment niet. Er zijn heel veel gerichte vragen gesteld, wat gebeurt er dan met die hoed? Wat gebeurt er nou met dat? Maar ik krijg straks hopelijk toch wel van een aantal fracties te horen van, we zijn op de goede weg of willen we het anders.
Maar het ontbreekt een beetje wel aan u, hoe zal ik het zeggen, onderlinge discussie van, vinden wij nou dat we het goed doen hier in Ridderkerk of willen we het echt wezenlijk anders? En als u mij vraagt, verwacht ik iets dat het echt wezenlijk anders gevraagd wordt zometeen? Nee, dat verwacht ik niet, Maar ik vind wel dat wij u in de gelegenheid moeten stellen om uw mening daarover te geven. De voorzitter: Dan lijkt het…Mijnheer Verweij, wilt u echt het woord? De heer Verweij: Nou, ik begrijp de teleurstelling van de wethouder wel, Maar ik had eigenlijk de rol van de voorzitter zo begrepen dat wij straks nog een rondje zouden maken waarin wij onze mening moesten geven. De voorzitter: Ik wou dat straks verplaatsen naar nu, gezien de tijd. De heer Verweij: Moet ik beginnen dan, voorzitter? De voorzitter: Nou, als u toch aan het woord bent en de microfoon aan heeft, dan kunt u waarschijnlijk de gevoelens van de SGP heel duidelijk kenbaar maken. De heer Verweij: Dan ga ik een poging wagen om de wethouder te verblijden met de mening van de SGP. Refereer ik even aan wat mijn CDA collega eerder vanavond zei, dat er ook wel een stuk ideologie aan ten grondslag ligt hoe je over het sociaal domein denkt. Ik denk dat het voor u allen geen geheim is waaraan de SGP haar ideologie ontleent.
Ik had het net even met mijn fractiegenoot erover, het mooie van onze ideologie is dat wij het verhaal van de barmhartige Samaritaan kennen, maar ook het verhaal van woekeren met de talenten. En wij denken dat die beiden goed naast elkaar moeten kunnen bestaan en dat het juist daarom ook belangrijk is om ook op het gebied van sociaal domein de gulden middenweg te kiezen. Daar nodigen wij de wethouder graag toe uit om dat voor ons te doen. Dank u wel. De voorzitter: Dat is heel luid en duidelijk. Mag ik dan nu de fractie van het CDA vragen om hun gevoelens met ons te delen? Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Onze gevoelens en dat om half elf, het is allemaal wat, Maar ik, dank voor deze presentatie allereerst. Ik beaam ook wel wat de wethouder zegt, onder iedere sheet stond, ruimte voor discussie, het werden vooral vragen. Wij hebben het hier ook even over gehad en het zal niemand verbazen, Christendemocratie, gespreide verantwoordelijkheid. Dus ook de verantwoordelijkheid leggen bij de burgers Pagina 39 van 43
zelf, bij de kerken, bij de organisaties. Maar waar nodig zeker ook maatwerk. Als we dan naar die drie hoeden kijken, dan heb ik eigenlijk het gevoel dat er een vierde hoed bij moet. Die echt kiest voor dat maatwerk waar je, als je dan een beetje in die hoeden zou kijken, hier voorzichtig misschien een beetje denkt aan gericht sociaal en sociaal, zo'n soort van als een compromis. Waarbij ik wel dan gezegd wil hebben dat het blijft altijd gaan om mensen die hier achter dit sociale domein en dit beleid zitten. En ik knoop ook in mijn oren wat u net aangaf van, keuzes die je maakt hebben consequenties. Allerlei dingen vragen betekent ook dat er een hoop werk verzet moet worden. En als je het ene vraagt, maar vervolgens op een ander moment eigenlijk het tegenovergestelde qua financiën zegt ja, dan kom je er eigenlijk nooit. Dus ik knoop dat eigenlijk ook wel in onze oren dat we dat meenemen en dat we ook daar naar onszelf kijken, ook als raad. Ja, dat wil ik eigenlijk namens het CDA meegeven. De voorzitter: Mag ik dat nu de gevoelens van de PvdA? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Op dit moment wordt er al heel veel bij de mensen zelf neergelegd. Er wordt al heel groot beroep gedaan op eigen kracht, zelfkracht en zelfregie. We hebben daar wisselende ervaringen mee. Het gaat wisselend goed en niet goed.
Ik ben blij dat de wethouder aangeeft dat hij niet wil bezuinigen en dat hij ook wel bereid is om door te gaan op dezelfde weg. Er zijn relatief weinig klachten. We hebben hier, het gaat altijd om mensen, dat klopt. We hebben een verouderde populatie met een sociaal economische groep die echt afhankelijk is van ons. Op sommige punten scoren we goed, zoals dat bij de Wmo gaan we tegen de trend in, wij dalen en de landelijk stijgt het. Dus op sommige dingen zijn er ook minder problemen. Dus ik zou zeggen, wethouder, ga zo door. Verbeter waar het kan, maak het wat efficiënter, maar zet hem op. De voorzitter: Ik denk dat de wethouder nu wel positief naar bed gaat strak. Hoop ik tenminste voor hem. Maar we hebben nog niet alle fracties gehad, dus wie weet wat er nog gezegd gaat worden. Mag ik de gevoelens van de VVD? De heer Ringlever: Zeker, voorzitter. Ik zei net gekscherend dat ik heppie-de-peppie was, maar we maken ons wel degelijk zorgen vanwege de grote en complexe uitdagingen die nu liggen in het sociaal domein. Deze huidige en toekomstige ontwikkelingen vragen gewoon om duidelijke keuzes. Daarvan heeft de VD gewoon vier punten vanavond opgeschreven die voor ons belangrijk zijn. Met punt één, we streven naar een inclusieve samenleving waarin iedereen naar vermogen kan bijdragen, met nadruk op eigen verantwoordelijkheid.
Inwoners zorgen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor hun naasten. Voor wie het niet redt, bieden we passende zorg en ondersteuning. Het belangrijkste, we willen grip krijgen op de kosten in het sociaal domein, zodat het geld terechtkomt bij wie het meest nodig heeft. En het laatste, de gemeente biedt een effectief vangnet voor de meest kwetsbare inwoners. Wij kiezen dus ook voor de pragmatische aanpak waarin zorg en ondersteuning gericht worden geboden. Dit laat ruimte voor investeringen in andere belangrijke voorzieningen, denk bijvoorbeeld ook aan sport. De benadering van hoed 3, gericht sociaal, past daarom het best, volgens VVD Ridderkerk, bij Ridderkerk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Nog even terug op mijn allereerste vraag, we willen dat geld terechtkomt waar het echt nodig is. Dat is, dacht ik, het uitgangspunt nu ook al toch? Of doen we dat nu ook waar het niet nodig is? Dank u wel, voorzitter.
Pagina 40 van 43
De voorzitter: Ik mag toch hopen dat wij als raad controleren dat het geld ook, en kijken of het geld daar komt waar het moet zijn. Volgens mij is dat ook een van onze taken, dacht ik. Mag ik de gevoelens van Echt voor Ridderkerk? Mevrouw Van Vliet: Dank u wel, voorzitter. Wij denken dat we nu van de hoed en de rand weten na deze presentatie. Mijn collega gaat een andere kleur opzetten, hoed 4, het CDA zei dat al. Ik had het ook al op mijn papier staan. Wij zijn ook voor een inclusieve samenleving en denken dus dat we toch gaan voor alle groepen te bedienen, maar wel inzetten op het versterken, daar waar mogelijk is, op eigen kracht. Dat vinden we heel belangrijk. Maar ook de samenwerking zoeken tussen gemeenten, inwoners en de maatschappelijke organisaties waardoor je efficiënter kan werken, maar ook binnen de organisatie efficiënter werkt. En zoals het CDA eindigde, we moeten natuurlijk ook wel hand in eigen boezem steken. Niet de ene week of de ene raadsvergadering het ene roepen en andere raadsvergadering het ander willen. Wat eigenlijk tegengesteld is. Dus inderdaad moeten we daar per fractie ook wel eens naar kijken. Maar wij zijn dus eigenlijk voor een hoed 4, maar u had er 7, dus misschien zit hij in de andere vier hoeden. De voorzitter: Dank u wel. Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben toch ook moeite om een van deze hoeden te kiezen.
Allemaal hebben ze wel een punt wat juist aansprekend is, zoals het bescherming en ondersteuning van alle inwoners. Dat vinden wij heel belangrijk, dat alle inwoners gewoon dat krijgen wat ze nodig hebben. Maar ook de eigen kracht van de inwoners vinden wij heel belangrijk en dat ze minder afhankelijk zijn van de gemeentelijke ondersteuning. Dat zou ook heel prettig zijn als we dat voor elkaar konden krijgen. Vervolgens vinden wij de samenwerking tussen de gemeenten en de maatschappelijke organisaties ook heel belangrijk. Dus het is gewoon een combinatie van wat voor ons, in mijn ogen, ook heel belangrijk is, in onze ogen. De voorzitter: Er komt dus uiteindelijk nog een hele hoedenwinkel bij als ik het zo even kort formuleer. Ik wens de wethouder heel veel succes hiermee. ChristenUnie, mag ik uw gevoelens? De heer Haan: Voorzitter, dat mag. Die gaan eigenlijk heen en weer. Op basis van wat ik vanavond gehoord heb en de informatie die we hebben zou ik eigenlijk niet weten welke hoed we nu willen gaan kiezen. Dan moet ik echt nog even verder op bestuderen. En misschien laat ik het dan nog weten aan de wethouder. De voorzitter: Dat mag. U weet de wethouder te vinden, ga ik vanuit. Mijnheer Van de Waerdt. De heer Van de Waerdt: Voorzitter, ik ben een beetje verbaasd.
Moet de ChristenUnie kleur gaan bekennen als het gaat om sociaal domein? De voorzitter: Nu ben ik even met stomheid geslagen. Iedereen mag gewoon zijn of haar mening geven en dit is…Sorry. Ja, willen we nog een discussie? We hadden gezien de tijd…Mijnheer Haan, wilt u hierop reageren? De heer Haan: Ja, ik kan een hele lange discussie voeren nu, maar wat ik zeg, ik wil, zeker ook nu ik net ook dit overneem ook met mijn fractie gewoon een goede keuze maken en dat kan ik niet op basis doen van deze avond. Daar heb ik echt wat langer tijd voor nodig. De voorzitter: Dat valt te respecteren, neem ik aan, mijnheer Van de Waerdt. Leefbaar Ridderkerk, heeft u ook gevoelens?
Pagina 41 van 43
De heer Swarttouw: Ja, zat. We moeten natuurlijk een aantal dingen afwegen. Ik denk ook als we het hebben over met name de kosten die op dit moment ermee gemoeid zijn, dat hoed 1 wat ons betreft bijna niet hanteerbaar is. Aan de andere kant, het minimale sociale, dat gaat misschien ook wat kort door de bocht. Dus we zitten eigenlijk toch ook in een soort combinatie. Hoed 2 kent bijvoorbeeld best wel een aantal dingen. Alleen vinden we het stoppen met preventie bijvoorbeeld weer, best wel onhandig denk ik ten opzichte van de lange termijn. Dus in die zin, ja, hoed 2 spreekt ons aan, maar aan de andere kant zit er in hoed 3 ook iets waarbij je zegt, dat kan efficiënt zijn. Dat kan kostenverlagend zijn, als je gezamenlijk iets aanpakt. Dus in die zin zitten in beide hoeden wel degelijk sterke punten. Dus ja, dat is, dat is ons, dat zijn onze gevoelens in ieder geval. De voorzitter: In ieder geval over dit over dit vraagstuk. Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Ik moet, ik bedacht me net hoe eigenlijk wel heel, heel leuk deze presentatie in elkaar zit, maar ook wel hoe bijzonder. Ik had een ander woord, maar laat ik het leuk noemen. Je hebt zwart en wit en we kiezen nu voor grijs, omdat dat de makkelijkste keuze is. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Je hebt heel veel tinten grijs, meer dan vijftig zelfs. Om over gevoelens door te praten.
Nee, maar ik vind het wat dat betreft gewoon te makkelijk dat we nu te makkelijk als raad getrechterd worden naar een soort van middenweg, terwijl dat eigenlijk, we weinig zicht hebben over wat we nu eigenlijk besluiten. Want dat was mijn eerste vraag ook, wil de wethouder nou eigenlijk een soort van groen licht om te gaan bezuinigen? Vraag dat dan. De voorzitter: Nee, we besluiten vanavond niks. Mevrouw Ripmeester: Maar goed, hij haalt meningen op en als iedereen op de middenweg zit, dan gaat hij bezuinigen. De voorzitter: Uiteindelijk gaat de raad erover. Wethouder Piena, wilt u ook nog wat zeggen? De heer Piena: Nogmaals, deze sessie is niet bedoeld om te bezuinigen. Als we dat als college nu hadden moeten doen, omdat de situatie daartoe leidt, dan was ik gewoon daar heel open over in geweest en dan had ik u helemaal geen keuzes voorgelegd. Ik bedoel, dit is gewoon even van, op het sociaal domein werd altijd het verwijt, niks op beleid en niks op dit en niks op zus. Dit is gewoon even een open discussie met u allemaal van, wat vinden we nou, wat voelen we nou en daar komen geen besluiten uit of het college gaat bezuinigen of bezuinigingsvoorstellen komt. Want nogmaals, uw raad gaat daar over en niet het college. Maar dat is absoluut niet de intentie. Echter, we moeten ook niet blind zijn voor de toekomst.
We hebben allemaal gezien, en u heeft de begroting op uw, als het goed is in uw mailbox gehad vandaag, kunt u ook zien wat er gebeurt in ’25,’ 26. We weten dat Prinsjesdag eraan komt en daar kunnen misschien wel eens keuzes in gemaakt moeten worden. Maar dan komen we natuurlijk gewoon terug met gerichte voorstellen dat dingen niet kunnen of dingen wel kunnen. Maar voor mij is het wel prettig om nu even aan te horen dat de meeste fracties toch wel kiezen van, we doen het nog niet zo verkeerd in Ridderkerk. Er kunnen dingen verbeterd worden. Op die basis willen wij graag verder aan de slag en dat is een beetje het uitgangspunt van deze commissie. De voorzitter: Ik wou toch nog eventjes de laatste aanwezige fractie ook even vragen voordat dat helemaal ondergesneeuwd raakt, want dat zou ik jammer vinden. Mevrouw Horvath. Mevrouw Horvath: Nou, dat gebeurt ook niet gelukkig. Ik wilde u bedanken voor de presentatie en ik vond het dus juist wel aardig om door middel van die hoeden over drie richtingen na te denken. En ook fijn dat we op Pagina 42 van 43
deze manier richting mee kunnen geven. GroenLinks zou denk ik eigenlijk graag voor hoed 1 kiezen, maar het lijkt me toch in de huidige situatie waarin we ons nu bevinden met elkaar niet reëel. Vooral dat alles een beetje, dat lijkt ons niet goed. Wij zouden daarom gaan voor gericht sociaal. Wat maatwerk wel heel belangrijk maakt en wij willen wel meegeven dat wat ons betreft preventie zeer belangrijk is met het oog op de toekomst. En ja, wellicht, hopelijk dat de zorgvraag daardoor kan verminderen, Dat is mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. Dan hebben we alle aanwezige fracties gehoord. Wethouder Piena, heeft u alles genoteerd en gaat u dit meenemen? Dan ga ik u nu de ruimte geven om nog een slotwoord te formuleren. De heer Piena: Voorzitter, ik neem aantekeningen zeker mee, want dat zou een beetje slordig zijn om ze te laten liggen. Ik wil iedereen danken toch wel voor de meningen die gegeven zijn. Kunnen we ook wat mee. Ik hoop ook dat u allen er zelf wat aan gehad heeft, want het is niet alleen voor mij, maar ook voor uzelf om ook inzicht te hebben, waar zitten we nu en wat vinden we zelf dat we in het sociaal domein moeten betekenen? Ik hoop dat deze avond daar toch een beetje toe bijgedragen heeft. Het sociaal domein is heel groot, heeft u kunnen constateren.
Geeft uitdagingen, maar het is ook wel mooi om met die uitdagingen aan de slag te gaan en dat doe ik graag met u als commissie en als raad. En ik wil ook nog even Bianca danken inderdaad, bedanken voor haar presentatie en voor al het voorbereidende werk. Voorzitter, daarbij wil ik het laten, want ik begrijp dat u een matras niet heeft meegenomen, dus misschien een mooi moment om af te sluiten. De voorzitter: Beetje jammer dat u ook nog eventjes het gras voor mijn voeten heeft weggemaaid, want ik wilde ook mevrouw Almas…Brigit. Bianca. Nou, ja, het tijdstip. Mijn leeftijd gaat parten spelen. Ik ben al op zoek naar een rollator. Ontzettend bedankt voor de enthousiaste bijdrage vanavond. 11. Sluiting De voorzitter: Ik sluit hierbij de vergadering en ik wens u allen...
Pagina 43 van 43