CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-23-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 23 april 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag22.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En dat het vooral zal gaan om verdichten van bestaande buurten, of het transformeren van gebieden met andere functies. Dan al met al om die tweeduizend woningen in die gebieden te kunnen bouwen, redden we het niet om het in laagbouw te doen. Dan hebben we nog gewoon alle ruimteclaims die te maken hebben met de energietransitie, met klimaatbestendigheid, het belang van groen, ook de ruimte voor fietsers en voetgangers. Dat vinden we ook steeds belangrijker. Het kost allemaal ruimte. Het moet allemaal ergens een plek krijgen. Dus we moeten eigenlijk onze grond intensiever gaan benutten. En dat zou ook de aanleiding zijn om niet overal in laagbouw te bouwen. Dat is de reden waarom we wel graag een hoogbouwvisie willen maken, omdat we ook niet overal hoog willen bouwen. In die hoogbouwvisie, daar zal instaan wat voor Ridderkerk hoogbouw is. Dus vanaf hoe laag, hoe hoog, spreken we van hoogbouw. En als we dat hebben, dan kunnen we eigenlijk ook aangeven waar en waar niet ,we het voorstelbaar vinden dat hoogbouw zou kunnen. Maar dat zegt nog niet dat het er komt, want in het laatste komt een afwegingskade waarin we ook omschrijven waarin bouwplannen moeten voldoen om ook gerealiseerd te worden. Daar zal ook een participatieplan en strategie bij horen. Dus uiteindelijk is het een getrapte visie. Dus de hoogbouwvisie garandeert niet dat de hoogbouw er komt.

Het laat alleen zien waar het zou kunnen en onder welke voorwaarden denkbaar is. Ik ga u nu even het woord geven aan mijn collega. Mevrouw Batenburg: Mijn naam is Lucienne Batenburg. Ik ga het hebben over hoofdstukje 2. We hebben natuurlijk al hoogbouw en wat is nu de huidige situatie in Ridderkerk? Dan begin ik gelijk met een vraag. Hoeveel bouwlagen heeft het hoogste gebouw van Ridderkerk? Daaronder staan de antwoorden die u kunt invullen. Ik geloof dat we er een beetje zijn. Ja, er moet ook een enter komen voor het juiste antwoord. Dat is vijfentwintig. Dat zijn de meeste van u hebben dat goed. Dat is de toren aan de Ankerplaats. Op dit plaatje is ook goed te zien dat het contrast heel groot is tussen de bungalow woningen die aan de overkant staat en het hoogste gebouw van Ridderkerk. Dus dat is best wel een bijzondere situatie. Nu gaan we verder in, nu volgen ook een paar vragen, dus hou uw telefoon erbij. Wat is hoogbouw volgens u? We hebben een aantal voorbeelden die we u willen voorleggen. En dan kunt u ja of nee antwoorden bij het plaatje wat wij hierbij geven. Volgens mij Pagina 20 van 40

zitten we zo op eenentwintig als ik elke keer zie. En op dit plaatje, is dit hoogbouw, volgens u? Gaan we naar de volgende. Is dit hoogbouw, volgens u? Dit is wel een voorbeeld uit onze buurgemeente, maar dit is wel een typologie wat wij hier nog niet kennen, maar het is wel een andere vorm van gebouw. Ja, dat is één woning, zeg maar. Dit zien wij als een stadswoning. Zo noemen wij dat. Is dit een vorm van hoogbouw? Is dit hoogbouw? En ja, waar wij ons nu bevinden, is dit hoogbouw? En in Slikkerveer... Wordt dit als hoogbouw gezien? We hebben er nog twee, maar ik denk dat die wel vrij duidelijk zijn, als ik het zo zie. Dit is de een-na-laatste. Nou, dit is vrij unaniem zo. En ik denk dat deze ook wel duidelijk is. Maar even als check, is dit hoogbouw volgens u? Dan hebben we even op een kaart gezet waar die hoogbouw eigenlijk allemaal staat nu in Ridderkerk. Je ziet dat het redelijk verspreid is. De kleurtjes geven straks aan op welke locaties deze staan. Dan willen we u vragen wat u van de bestaande hoogbouw in Ridderkerk vindt? Ik zie nu al woorden waar we veel mee kunnen. Ja, hier kunnen we zeker wat mee. Dat nemen we mee. Zoals op de kaart net hebben we even een analyse gedaan waar deze hoogbouw nou eigenlijk allemaal staat. Die kunnen we definiëren op de locaties waar zij staan. Het kenmerkende gedeelte voor de hoogbouw in Ridderkerk is natuurlijk aan de rivier.

Bij de waterbus. Hier enkele voorbeelden van. Er is ook een vorm waar hoogbouw is aan de rand van de gemeente. Of langs een hoofdroute, een herkenningspunt in de wijk. Hoogbouw in of aan het groen, dus in een parkachtige omgeving. En als onderdeel van een cluster. Dus dit is waar we naar gekeken hebben wat er eigenlijk al is. Wat vindt u dan geschikte locaties voor hoogbouw in Ridderkerk? Er staat op uw telefoon ook aangegeven wat u kan aanvinken. Dus wat vindt u geschikte locaties voor hoogbouw? Je kunt ook meerdere antwoorden aanklikken. Aan de rivier wordt toch het meest genoemd. Oké, dan geef ik het woord weer aan mijn collega Annemieke. Mevrouw Punter: Dan verlaten we even het Ridderkerkse en gaan we iets breder kijken naar aspecten van hoogbouw. Ja, het gaat meer dan alleen maar hoog bouwen, het is natuurlijk ergens voor. Het levert meer woningen op, dus het kan een antwoord zijn op de grote woningbouwvraag. Maar het gaat eigenlijk heel erg bij hoogbouw ook, hoe beleef je dat nou? Dan gaat het eigenlijk ook vooral over hoe beleef je dat als mens op straat? Want dat is toch waar we zijn en dat maakt ook heel erg uit hoe je dat, of het prettig is of vervelend. Dus het maakt nogal uit hoe je zo'n gebouw ontwerpt. Het gaat ook over impact van zo'n gebouw op de omgeving. Het gaat voor schaduw zorgen. Er komen meer auto's, want er komen meer mensen.

Het gaat over privacy, mensen wonen er omheen, mensen in de toren of in de hoogbouw kijken erop uit. Maar het kan ook zijn dat het daardoor mogelijk wordt om een buurtvoorziening in zo'n gebouw te maken, omdat er dan meer gemeenschappelijke ruimtes kunnen mee worden ontwikkeld. En als laatste de vormgeving van het gebouw. Heel bepalend over, en ik las het net al in uw reactie, wat vindt u van de hoogbouw in Ridderkerk? Ja, lelijk, achterhaald, bouwstijl. Ja, dat is heel bepalend inderdaad hoe je nou naar hoogbouw kijkt. Ik ga u hier even snel doorheen laten zien dat er echt verschillen zijn. Links de flats die we toch wel hebben hier. En rechts zie je dat er toch wel veel wordt geëxperimenteerd met hoogbouw in hele andere vormen. Dat is ook hoog, maar doordat het zoveel is opgedeeld komt het kleinschaliger over en is de beleving van zo'n gebouw toch heel anders. Ja, dit is het maaiveld. Je kan het gewoon neerzetten, een parkeerplaats ervoor leggen, de bergingen in de onderste verdieping stoppen en dan heb je een toren. Als je erin woont is het heel mooi, maar als je daar op straat loopt, dan is het toch heel anoniem. Je kan er ook voor zorgen dat De Plint gewoon aantrekkelijk is voor Pagina 21 van 40

iedereen. Dus dat daar ook functies in zitten voor de buurt bijvoorbeeld. Dat het spreekt, dat er ook ogen op de straat kijken. Dat is bepalend in hoe je hoogbouw kan maken. Ja, hier gaat ook weer de vorm, de bezonning, kleinschalige gebouwen, toch wat hoger. Dat brengt toch een heel ander impact op de omgeving en op de inrichting van de omgeving met zich mee en de bezonning. Grote blokken, krijg je hele grote schaduwvlakken. Gevarieerde gebouwen, is dat toch heel anders, beleef je ook heel anders. Ja, als ik dit nou vertel en al die dingen heb gezegd, dan zou ik graag van u willen weten: wat vindt u nou positieve aspecten van hoogbouw? Ik laat het hier even bij. Nog een paar, toch nog? Ik zie heel veel woningen. Ja, dat is wel waar we voor staan. Dus dat is op zich winst. En er zijn inderdaad... De sociale buurtgevoel of binnen een sociale gemeenschap. Nou, dan daartegenover: wat vindt u nu negatieve aspecten van hoogbouw? Ik denk, soms staan er eigenlijk de tegengestelde dingen of dezelfde dingen als in de andere slide net, de andere vragen. Dat hangt er natuurlijk ook helemaal vanaf hoe die hoogbouw vorm krijgt. Dat wordt ook duidelijk. Ik ga even verder. Ja, zoals we al zeiden, en dat kwam ook heel erg terug in de wordcloud. Ja, Ridderkerk heeft gewoon heel veel hoogbouw uit de jaren 60, 70, 80. Dat is best beeldbepalend en dat is ook allemaal in een soort zelfde stijl.

Dat vind je in heel Nederland. Dat is vooral groot. En veel herhaling. Tegenwoordig wordt er op veel meer manieren gewerkt met hoogbouw, op veel vormen. Er zijn veel verschillende vormen. Je kan een soort optoppingen maken, letterlijk, op bestaande gebouwen, maar ook in het ontwerp. Het gebouw links is helemaal nieuwbouw en toch doen ze een soort onderbouw met een optopping, waardoor het eigenlijk als gebouw toch lager oogt. Ook door het materiaalverschil. Je kunt gebouwen veel meer als een sculptuur vormgeven, waardoor het niet overal hoog is, maar alleen op de plek waar het ook kan. Je kan het ook heel erg opknippen. Dus er zijn eigenlijk best veel manieren om hoogbouw eigenlijk best goed in te passen. In ieder geval anders dan de grote flats, waar je heel snel aan moet denken. Nu ga ik net als net met: is dit hoogbouw, gaan we weer een aantal voorbeelden laten zien en dan willen we van u weten: vindt u dat nou een geschikt voorbeeld voor Ridderkerk? Kunt u zich dat indenken dat, dat hier ergens in Ridderkerk kan staan of vindt u dat gewoon niet? Om het geheel. De hoogte is daar een onderdeel van, maar het gaat ook om de vorm. En deze? Hij kwam al even naar voren in de presentatie. Gevarieerd eigenlijk, hoog en laag. Ik denk de laatste die we nog hebben. Deze, een na laatste, sorry. Deze en nog eentje. De laatste. Zoiets. Ik denk dat ik deze vraag ook ga afronden.

Wat opvalt is in ieder geval de meningen zijn verdeeld. Oh nee. Allerlaatste dan. Oké. Ik ga nu weer even de microfoon aan Lucien geven voor de Ridderkerkse situatie. Mevrouw Batenburg: Wij als stedenbouwkundigen houden ons dagelijks bezig met gebouwen en ook de hoogtes daarvan. Dus we hebben ook gekeken naar hoe we in Ridderkerk een verdeling kunnen maken in de definitie van hoogbouw hier. Daar hebben we een voorstel voor gedaan. Oh, sorry. Ik heb hier nog een vraag. Ik ga iets te snel. We willen ook weten vanaf hoeveel bouwlagen u hoogbouw vindt? Is dat vanaf vier, zes, acht, tien, twaalf of hoger dan twaalf? Ja, welke het dichtst bij zit. Ik dacht dat eerst dit plaatje zou komen. Maar wij hebben dus een voorstel gedaan eigenlijk in hoe we de hoogtes kunnen definiëren in Ridderkerk. Dat is eigenlijk in de laagbouw, middelhoog, hoogbouw en landmarks. In de laagbouw gaat het dan tot drie lagen.

Pagina 22 van 40

De heer Verweij: Precies wat u nu zegt daar had onze fractie een vraag over. Als we naar deze presentatie gaan en deze slide bekijken, die hier nu geprojecteerd staat. De voorzitter: De vragen komen aan het eind, dus ik stel toch voor om gewoon eerst de presentatie af te maken. Want we zijn al over de halfuur heen van de presentatie en dan pas commentaar en vragen te stellen. Mevrouw Batenburg: Dan de middelhoog, dus tot zes lagen. Dan de hoogbouw tot tien lagen. En de landmarks, dus eigenlijk de bijzondere hoogteaccenten, of ja, hoogte, hoge gebouwen, hoger dan tien. Dat is eigenlijk wat wij als voorstel doen voor de definitie daarvan. Tot. Hier staat het goed inderdaad. Enkele voorbeelden daarvan eigenlijk wat denkbaar is in deze categorie. Middelhoog tot en met zes lagen. Hoogbouw tot en met tien lagen hoog en landmarks vanaf 10 lagen. Nou is de vraag, kunt u zich vinden in deze definitie? Dan krijgen we eerst een ja en nee antwoord, wat u kunt invullen. Dan kunnen wij ook zien hoe het verdeeld is, deze mening. Dan kunt u in de volgende vraag aangeven wat er dan anders zou moeten, eventueel. Dat is verdeeld. Precies, geloof ik. Oh, nee, niet helemaal. Oké. Heeft iedereen het ingevuld? Ja, en dan kunt u nu invullen wat er eventueel anders zou moeten. En dit is ook handig om dat even onder elkaar te zien met deze vraag. Straks kunnen we het daar nog over hebben.

Dan kunnen we deze antwoorden ook in ieder geval meenemen. We zijn er bijna, volgens mij. Dan geef ik het woord, het laatste… Mevrouw Punter: Heeft iedereen zijn input op deze vraag kunnen geven voor dit moment? Er komt straks nog weer mogelijkheid om nog weer dingen mee te geven. Dan is het volgende…Ja, doe maar even. Deze wil ik even voor het laatst bewaren. Dus ik zou graag nu willen weten of u vragen heeft over deze presentatie? Inhoudelijke vragen over hoogbouw? Vragen over de hoogbouwvisie wellicht? De voorzitter: Ik begrijp dat dit het eind van uw presentatie is. Dan dank ik u voor die presentatie. En dan stel ik vast dat als we het spoorboekje gaan volgen dat het elf uur wordt van deze vergadering. Dus misschien moeten we zo af en toe eens kijken of we daar iets aan kunnen doen. Dan bedoel ik afronden naar beneden. Er is nu gelegenheid om vragen te stellen en ik ga eerst inventariseren wie er vragen heeft en hoeveel. SGP. één stuks. Ja, ik inventariseer nu, u mag nog niks zeggen. Ik zie EvR drie vragen. Ik inventariseer even en dan komt het punt van orde. De Partij van de Arbeid heeft er drie. De VVD één. Deze kant gehad. Leefbaar Ridderkerk, één stuks. De ChristenUnie, twee. Dat heb ik, en dan krijgt de heer Kardol gelegenheid voor zijn ordepunt.

De heer Kardol: Het gaat er niet over of de ultieme vorm van hoogbouw al voorbij is gekomen, maar of we misschien een plaspauze kunnen inlassen. De voorzitter: Ik stel voor dat we vijf minuten pauzeren. En u mag zelf bepalen hoe u die vijf minuten invult. We gaan het ordevoorstel volgen en weer beginnen. Ik had de inventarisatie opgehaald. We hebben zes partijen die vragen stellen en ik begin bij de SGP voor één vraag. Dat is de heer Verweij.

Pagina 23 van 40

De heer Verweij: Sorry, maar die komt even te vervallen. Dank u wel. De voorzitter: Dat was kort, maar krachtig. Dan de VVD, mijnheer Borst. Eén vraag. De heer Borst: Ja, wij vroegen ons af waarom die... Ik moet even spieken. Ja, zeg maar, die tweede categorie in de definitie. Waarom dat nou middelhoog en niet gewoon middenbouw heet? Waarom is dat? Waarom is daarvoor gekozen? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Als u liever heeft dat we die middenbouw noemen, dan... Het gaat om het segment van vier tot zes en dat moet uiteindelijk een naampje krijgen. Ik geloof niet dat aan de naam nu per definitie... Het gaat erom dat wil je later ook kunnen differentiëren in hoger dan drie. Op sommige plekken misschien wel iets tussen vier en zes wenselijk is, maar die landmark misschien juist weer niet. En als je straks zegt: op een plek kan hoogbouw. Als je alles boven drie hoogbouw, dan wordt dat wel een hele brede. Dus daarom hebben we gezegd, laten we het nou iets meer opknippen in een aantal blokken. Nul tot en met drie, vier tot en met zes. En welk naampje je eraan geeft is dan feitelijk. Als u per se wil dat we hem middenbouw noemen, dan rillen de stedenbouwkundigen daar blijkbaar van. Maar ik denk dat het in het naam niet zozeer zit als meer in de segmentering die we aan willen brengen. De voorzitter: Waarvan akte.

Dat was een nieuwe poging voor amendering. We gaan naar Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Van Nieuwenhuizen, uw ene vraag. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel voorzitter. Wij vragen ons af: wat gaat er gebeuren met al de antwoorden die wij hebben gegeven? Er waren ja-nee antwoorden, maar ook antwoorden waar je daadwerkelijk iets neer moest zetten. Wat gaat daarmee gebeuren? Want het zijn hele uiteenlopende meningen. Ik ben eigenlijk heel benieuwd wat de uitkomst daarvan is. De voorzitter: Wethouder, heeft u een ladekast of heeft u een andere alternatief? De heer Van der Duijn Schouten: Dat gaat zeker niet de ladekast of de prullenbak in. We gaan dit allemaal meenemen als input richting, en dat het heel gevarieerd is, dat is ons ook wel duidelijk geworden. Op sommige punten was het ook redelijk eensluidend. Dus dat zijn de makkelijke. En waar het gevarieerd is, zullen we toch een beetje op zoek moeten, het lijkt soms net participatie, naar ergens de grootste gemene deler. Maar dat zijn in ieder geval wel de dingen waar we het totale draagvlak waarschijnlijk ook nooit gaan vinden. Maar zowel met die input als basis te gebruiken voor het vervolg van dit proces. Dus daar is ook deze avond voor bedoeld om wat input op te halen. Dat geeft ook wel denk ik stof tot nadenken. Maar we zijn wel blij met wat we ophalen.

De voorzitter: Voldoende mevrouw Van Nieuwenhuizen? Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Nee, nog even, krijgen wij het resultaat ook te zien? Top. Dank u wel.

Pagina 24 van 40

De voorzitter: Het antwoord is ja voor de luisteraar thuis. De ChristenUnie, twee vragen. Mijnheer Knape. De heer Knape: Dank u wel voorzitter. We hebben een aantal categorieën voorgeschoteld gekregen. Ik hoorde u daarnet ook zeggen dat op sommige plekken een combinatie ook mogelijk is. Hoe moeten we dat nou voor ons zien? Gaan we dan op een gegeven moment plekken aanwijzen waar je gecombineerde hoogbouw mogelijk gaat maken? Aan de ene kant misschien wat hoger, aan de andere kant wat lager. Ga je dat dan eigenlijk nog weer als een soort tussencategorie zien in je hoogbouwvisie? Dat vroegen wij ons af. En de tweede is: we zoomen nu, ik hoor best wel veel, hoogbouw is nodig omdat we mensen kwijt moeten en mensen moeten wonen. Aan de andere kant zou je hoogbouw ook kunnen zien als een oplossing om een leefbare openbare ruimte te creëren. Gaan we nu in de hoogbouwvisie alleen maar vanuit het oogpunt van de woningnood kijken of gaan we ook echt als een kans zien om die openbare ruimte leefbaar in te richten? De voorzitter: Wethouder. Klinkt allemaal een beetje politiek. De heer Van der Duijn Schouten: Wat u voorbij ziet komen zijn natuurlijk de meningen van uw collega's. En blijkbaar zien die hoogbouw veel als een kans voor woningen. Dat hebben wij ook voorbij zien komen.

Tegelijkertijd denk ik dat u terecht opmerkt dat op het moment dat je met de woning de hoogte in gaat in plaats van de breedte, dat dat in de openbare ruimte ook wel kansen biedt. Ik ga er vanuit dat u dat ongetwijfeld zelf bij die Mentimeter net ook heeft ingevuld, als u er zo over denkt. Dan zien we die straks, en u straks ook in het verslag natuurlijk, zien we die terug. En ook die nemen wij mee. Nogmaals, we hebben van een hele hoop aspecten positieve en negatieve punten. En wat u nu noemt, de woningen en de kant in de openbare wereld, dat zijn duidelijk, denk ik, twee positieve aspecten van hoogbouw. Die zullen wij uiteraard meenemen en wegen. Net zoals dat we alle negatieve aspecten die benoemd zijn natuurlijk daarin ook een plaatsje gaan geven. De voorzitter: Mijnheer Knape. De heer Knape: Dank u wel voorzitter. We hebben op de ene vraag een antwoord gekregen, maar die andere hebben we nog geen antwoord op gehad. Dat gaat over de gecombineerde bouw. De voorzitter: Ik ervaarde dat het hetzelfde antwoord was op twee vragen, maar u krijgt een aanvullend antwoord van mevrouw Punter. Mevrouw Punter: Dat klopt. Die hoogbouwvisie en de hoogbouwcontour die daar onderdeel van is, die gaat uit van de maximale bouwhoogte die je op een plek kan bouwen. Dat wil niet zeggen dat je daar niet ook lager kan bouwen. Dus daar maakt altijd, is daar variatie in mogelijk.

Dus het geeft een soort maximumhoogte aan voor wat wij vinden dat op die plekken toelaatbaar is. De voorzitter: Dan gaan we naar Echt voor Ridderkerk. Mijnheer Hoogendijk, drie vragen. Begint u er met twee?

Pagina 25 van 40

De heer Hoogendijk: Dank u wel voorzitter. Allereerst vinden we het een beetje moeilijk om vast te definiëren wat nou hoog, midden, landmarks zijn. Wij vinden het een beetje relatief, want als je laag- of middenbouw in Dolfijnpark gaat projecteren, is dat behoorlijk hoogbouw. En ga je een flat van zes hoog langs de waterkant neerzetten, is dat misschien wel laagbouw. Dat allereerst. Dan het kan wel in ruimte schelen, maar we hebben altijd nog een parkeerbeleid. De voorzieningen moeten er zijn, want je gaat een heleboel mensen op een hele kleine plek neerzetten. En dan speelt onder meer openbaar vervoer een belangrijke rol, denk ik. De voorzitter: Het zijn meer opmerkingen, maar daar kan eventueel op gereflecteerd worden. Doet u de derde er dan maar bij, want die is waarschijnlijk van hetzelfde karakter. De heer Hoogendijk: Kan er ook nagedacht worden over het renoveren van jaren 60 flats die plaats kunnen maken voor hoogbouw? Dan met name op de plaats waar nu ook al hoogbouw in de omgeving staat. Dank u wel. De voorzitter: Dat is een hele concrete vraag en het gaat alleen over nadenken. Wethouder, aan u het eerst het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Die definitiekwestie begrijp ik.

Je kan hem alleen ook omkeren: als de definitie zoals net gepresenteerd, dan kan de conclusie zijn dat laagbouw in het Dolfijnpark wel past, maar middenbouw niet, omdat het voor daar te hoog is. Als we de definitiekwestie afhankelijk gaan maken van de omgeving, dan wordt het een beetje een kip-ei-verhaal, dan komen we nergens. Ik denk dat met de definitie zoals we net gepresenteerd hebben, juist de afweging die u schetst heel goed gemaakt kan worden, want dan is de conclusie in het Dolfijnpark vinden we laagbouw passend, maar vinden we middenbouw al niet meer passend, omdat we het daar te hoog vinden. Dat is feitelijk wat u zegt. En dat dat aan de rivier dan weer anders is, maar dan is de definitie wel helder voor wat daar passend is. De voorzitter: En op de overige opmerkingen en vragen? De heer Hoogendijk wil ook reageren zo dadelijk. De heer Van der Duijn Schouten: U mag blijkbaar zo reageren. Ja, parkeren en al dat soort aspecten moeten natuurlijk in ieder geval dat we met een ruimtelijke ontwikkeling aan de gang gaan, moet dat een plekje krijgen. Dan is OV, parkeren, klimaatadaptatie, al dat soort zaken die bij iedere ruimtelijke ontwikkeling zijn, ook als we een visie hebben gevormd op waar hoogbouw kan, dan moet dat.

Ook wat net in de presentatie gezegd, als we vinden dat iets ergens planologisch kan landen, of stedenbouwkundig, dan moet vervolgens nog maar blijken dat het ook ingepast kan worden, want dat is niet in alle gevallen dan ook natuurlijk aan de voorkant al gezegd. We hebben net een nota parkeernormen, je kan ergens een flat van noem maar even twintig hoog, maar als er vervolgens geen parkeerplek buiten te vinden is, dan gaat het dus op dat punt al niet passen. Dat slaat natuurlijk ook per saldo, dat gaat nooit gebeuren. Kan daarover nagedacht worden? Het is misschien een beetje flauw, maar we kunnen overal natuurlijk over nadenken en goede ideeën willen we ook graag over nadenken. U stelt hem vrij algemeen. Ik zie nu dat er nu al op een aantal Pagina 26 van 40

plekken wel wat hoogbouw is in Ridderkerk. De Blaak hebben we net gehad, daar was hoogbouw. Vier hoog, hoog niet. In ieder geval middenbouw zullen het wel kunnen noemen, met z’n allen, denk ik. Daar komt wat terug, waar drie ook vier hoog is en wat hoogte gewonnen wordt. Daar kan en daar wordt over nagedacht. Die kansen willen we natuurlijk ook benutten als die zich aandienen. De voorzitter: Mijnheer Hoogendijk, u wil reageren. Helder, dan gaan we naar de Partij van de Arbeid. Drie vragen. Mevrouw Ripmeester, ik laat een beetje van u afhangen of dat u het in één keer doet of dat u het opsplitst. Mevrouw Ripmeester: Ik vind het ook lastig, omdat de vragen en opmerkingen allemaal een beetje samenhangen. Dus ik ga mijn best doen om het zo helder mogelijk te vragen. Ik wil me aansluiten bij mijn voorganger. Het lijkt wel alsof er steeds gesproken wordt over nieuwe locaties. Maar ook onze voorkeur gaat uit naar het optoppen van bestaande hoogbouw. Dus bouwen waar dat al is. Omdat hoogbouw ook relatief is en één laag erop minder voelt als hoogbouw dan een flat van vier hoog naast een patiowoning. Dus ik wilde graag weten hoe we dat gaan vormgeven, ook omdat de volgordelijkheid belangrijk is. Op het moment dat je al ergens een landmark neerzet, naast de patiowoningen, dan is middenbouw in één keer niet meer zo hoog. Want dan heb je die landmark al en daar past dat weer op.

Dus hoe gaan we dan dat gebied ontwikkelen? Dat totale gebied, dat er variatie blijft, dat het mooi blijft, dat het niet hoog voelt. Want we willen ook geen... Hoe gaan we ook hoogbouwwijken voorkomen? Want ik hoorde net het Gemini terrein. Als je dat daar nu in één keer vol gaat zetten met hoogbouw of alle hoogbouw gaat concentreren in Bolnes, dat lijkt me ook een ongewenste ontwikkeling. Dus hoe verspreiden we dan ook de hoogbouw of middenbouw over de verschillende wijken? Omdat toch elke wijk wel wat variatie kan gebruiken. Mijn tweede of mijn laatste vraag is ook datzelfde weer over de landmarks en die variatie. Als we een hele rij landmarks naast elkaar zetten, zoals aan de rivier, dan oogt dat vanaf de rivier, maar ook vanaf de dijk eigenlijk meer als een landmark muur in plaats van verschillende appartementen. Dus hoe gaan we dat gevoel voorkomen voor de rest van Ridderkerk? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder, wilt u hierop reageren? Of mevrouw Punter? Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik pak in ieder geval even de eerste vraag over ook bestaande bouw. Jazeker, dat is ook juist de bedoeling. We hebben ergens nog in een van de eerdere documenten aangegeven dat we voor de Koninginneweg ook willen kijken om wat hoger te doen. Dat is allemaal bestaand nu.

Wij denken dat het daar best wat hoger kan, maar hoe hoog dan? En wat is daar dan passend? En zo zijn er meer gebieden in Ridderkerk waar herontwikkelingen gepland zijn, waar we met u met zo'n visie willen bepalen van wat kan daar nu binnen het geheel van Ridderkerk, in een goede afweging, wat kan daar nu wel en wat kan daar nu niet landen? Hoe voorkomen we een hele rij van landmarks langs de rivier? Ik denk door in onze visie op te nemen dat we dat niet willen als we dat niet willen. Daar moet die visie, dat is een van de aspecten die ook genoemd worden, dat als er iets kan landen, onder welke voorwaarden dan? Daar zijn natuurlijk best wel wat voorwaarden, locatie gebonden te bedenken, onder welke omstandigheden iets wel of iets niet kan. En wanneer we het passend vinden. Een van de plaatjes die voorbij zich komen, was Pagina 27 van 40

een best hoog gebouw aan de ene kant, wat als het ware als een trap afloopt. Ja, dat is aan de ene kant heel hoog, aan de andere kant is het eigenlijk heel laag. En zo zijn er…Ik vond de plaatjes die de collega's erbij hadden gevonden, soms verrassend om te zien wat er ook met hoogbouw kan. En de uitstraling die dat vervolgens op de omgeving heeft, zeker als ik dat relateer aan de hoogbouw die wij nu rijk zijn. Die over het algemeen daar toch een beetje schraal bij afsteekt. Maar goed, die hebben we, dat houden we ook voorlopig nog wel even. Maar zo zijn er natuurlijk best wel randvoorwaarden te formuleren, ook in die visie, onder welke voorwaarden op een locatie iets kan. Daar proberen we ook straks in die visie straks vorm aan te geven. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Nog één aanvullende vraag. Kunnen wij dan ook…Hoe gedetailleerd moet die omgevingsvisie zijn dat we ook aan projectontwikkelaars echt een heel duidelijk beeld mee kunnen geven? Want soms lijkt het wel alsof wat de projectontwikkelaar wil bouwen, dat wij dat maar half te accepteren hebben. Hoe krijgen we dat dan voor elkaar, dat er ook gebouwd wordt wat we gewoon heel graag willen? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: We hebben straks een omgevingsvisie, die zal dat detailniveau naar ik vermoed niet hebben.

We hebben een visie op hoogbouw, die zal iets gedetailleerder zijn. En uiteindelijk moet alles daarin natuurlijk ook weer een keer landen in een bestemmingsplan. Want we kunnen een visie vormen, maar als het bestemmingsplan dat op een gegeven moment niet toestaat, zal er ook nog eens een keer een bestemmingsplan wijziging. Dus er zijn natuurlijk best nog aardig wat instrumenten om daarin te sturen. Maar het is wel de bedoeling dat in die visie op hoogbouw, wel globaal een beeld landt van wat we dan als gemeente wel en niet wenselijk vinden. Dat wordt dan uiteindelijk natuurlijk ook wel leidend voor de gesprekken die we voeren met elkaar. Tenminste, ook met ontwikkelaars. De voorzitter: Dan sluiten we hiermee de vragenronde af. Mijnheer Verweij, heeft u nog een nabrander? En misschien kijkt u eerst op uw horloge voordat u het uitvoerig maakt. De heer Verweij: Ik ga het kort houden, voorzitter. Maar daarnet had ik mijn vraag geannuleerd, omdat ik de informatievoorziening voor mijn vraag nog niet op orde had. Dat is nu wel het geval, dus ik zou hem graag toch nog stellen als het mag. Heeft betrekking op het eerste gedeelte van de presentatie die wij zojuist ontvingen. En ik heb even snel geteld. Ik zag dat er tien sectoren waren die nu nog als agrarische grond werden aangemerkt.

Nou kijken we er nu lokaal naar vanuit gemeentepolitiek, maar er is natuurlijk ook nog een provinciaal beleid in de vorm van het NPLG, het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied. Mijn vraag is: in hoeverre heeft dat programma nog invloed op wat wij hier gaan bepalen ten opzichte van de agrarische gronden? En als tweede vervolgvraag daarop: ik weet dat er ook een ambitie is vanuit de provincie om het aandeel agrarische gronden zelfs uit te breiden. Is dat ook iets waar wij nog rekening mee moeten houden als wij hier straks besluiten over gaan nemen? Pagina 28 van 40

De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, ik was net bij mijn beantwoording van mevrouw Ripmeester de vraag nog net niet helemaal klaar, want wat ik ook nog wilde meegeven is dat als u of uw raad straks op een bepaalde plek iets juist nadrukkelijk niet wil, is dit natuurlijk ook, of later als we die visie vaststellen, ook het moment wel om dat mee te geven. Dus ook die kant kan het op. Ja, ik hoor dat de heer Verweij nu een aantal vragen gaat stellen over de visie op agrarische gronden die nog komt. Volgens mij ligt op dit moment de hoogbouwvisie voor en hebben we het nu niet meer over het proces wat wij intern nog moeten lopen om tot die visie op agrarische gronden te komen. Waarbij natuurlijk alle aspecten die hij noemt relevant zijn en ook betrokken zullen worden. Maar wat nu nog niet op dit moment bij elkaar is gebracht. Want zover zijn we gewoon…Dat proces moeten we nog gaan lopen. Dus dat zal op een later moment komen. De voorzitter: Dan laten we het hierbij. Volgens het spoorboekje zouden we nog een uur te gaan hebben. Ik denk dat, dat veel te lang is. Doet u een voorstel, mevrouw Punter, via de microfoon. De vragen van de commissie zijn gesteld, maar nu zouden de ambtenaren aan de commissie vragen gaan stellen. Wat nu op de agenda stond was de ambtenaren nemen met de commissieleden hun reactie door die ze gegeven hebben via Mentimeter.

Dat was de aankondiging. Mevrouw Punter: We hebben nu al een aantal vragen of opmerkingen gehoord... Dat het misschien goed is om de afronding te doen, uw input mee te nemen. We hebben veel dingen gezien. Het is heel waardevol. Ik hoorde net ook in de vragen hele goede suggesties ook voor het maken van die contour. We komen bij u terug ook met varianten daarvoor. Dus ik weet niet of het nou nog… De voorzitter: Kunt u het via de microfoon voorstellen? Dan hoort de zaal het, maar ook heel Ridderkerk kan meeluisteren. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat is fijn voor heel Ridderkerk natuurlijk. Daarnet heeft de commissie de gelegenheid om wat verduidelijkingsvragen te stellen. Wellicht is het goed om de commissie nog even de gelegenheid te geven om, net zoals we daarnet hebben gedaan, te kijken of ze ons nog zaken mee willen geven voor het vervolg van dit proces. Ik bedoel dan, ik denk dat het goed is dat we dat nog even ophalen. Daarmee dan vervolgens ook inderdaad richting een afronding gaan. Dan houden we het allemaal nog een beetje scherp tot het eind van de vergadering. De voorzitter: Wat u voorstelt is duidelijk. Volgens mijn agenda zouden eerst de ambtenaren met de commissie de reactie doornemen. Ze hebben net aangegeven dat we dat overslaan, omdat er voldoende duidelijke input is gegeven. Het vervolg was dat van ambtelijke zijde wat verteld zou worden over het vervolg.

Dat is impliciet eigenlijk gebeurd. Maar als u daar nog iets aan wil toevoegen, zou ik zeggen, doet u dat eerst. En dan geven we, conform het voorstel van de wethouder, de commissie gelegenheid om een mening te geven en dan doe ik een rondje langs alle fracties. Mevrouw Punter aan u het woord.

Pagina 29 van 40

Mevrouw Punter: Wij gaan met deze input verder met het maken van de hoogbouwvisie, de volgende stap in. De hoogbouwvisie bestaat uit deze definitie waar we input voor hebben opgehaald vanavond. Wij zullen met een tegenvoorstel komen en dat aan u presenteren, waarin we dus natuurlijk nu de input meenemen. En vervolgens zullen wij ook die hoogbouwcontour, er zijn net ook al een aantal dingen over gezegd. Niet een muur, niet het liefst bij bestaande plekken, bij plekken met goede OV-haltes, dat soort dingen. Wij zullen een aantal varianten meebrengen over die hoogbouwcontour, waarop u dan weer kunt reageren. Dus dat gaat eigenlijk over deze locatie specifieke plekken. Daarna, als we dat hebben gedaan, dat is dan nog een stap later, gaan wij ook een afwegingskader maken waarin we dus ook zaken als parkeren…Welke voorwaarden stellen wij nou eigenlijk aan de daadwerkelijke gebouwen die er dan komen? Daar kunnen we voorstellen voor doen en ook dat afwegingskader zal weer hier terugkomen. Dus dat wilde ik eigenlijk nog zeggen en ik vroeg me af of u ons daar eventueel nog iets over mee wilde geven. De voorzitter: Dan stel ik eerst nog de vraag of u iets over de tijdlijn kan zeggen. Komt u volgende week met iets, of volgend jaar, of ergens daartussenin? Kun u daar iets over zeggen? Het komt niet op een maand aan, maar om enig gevoel mee te geven.

De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, volgens mij is het zo dat we in de startnotitie hebben aangegeven dat we ergens, en volgens mij is dat ook in de RIP genoemd, op 10 juli is er weer een commissievergadering gepland waarin we een volgende stap willen zetten, zowel in de hoogbouw, ook met iets over agrarische gronden op dat moment. Volgens mij, maar dan doe ik het even uit m'n hoofd, een plan MER of een ander deel. Maar dan zou ik de startnotitie even... Er is in juli weer een commissievergadering gepland, waarin we in het hele proces van die omgevingsvisie een volgende stap u mee willen nemen. En dan zullen een aantal zaken wat concreter worden als dat ze vanavond waren. Zoals mevrouw Punter net ook aangaf. 10 juli, noteer het in uw agenda. De voorzitter: Dat was het antwoord waar ik naar op zoek was en het woord wat u zocht was de nota reikwijdte en detailniveau. Dan gaan we nu over naar verdere meningen waar om wordt gevraagd en dan doe ik het rondje de andere kant op als daarstraks en begin ik bij de Partij van de Arbeid. Mevrouw Ripmeester, voor de notulen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Wat wij meewillen geven is dat we geen concentratie van hoogbouw willen of een concentratie van hoge flats, geen muur. We willen meer middenbouw in elke wijk.

Dus niet één wijk met alleen maar hoogbouw en de rest alleen maar laagbouw, maar gewoon elke wijk met middenbouw en meer variatie. Variatie op locatie. Dus niet meer weer van hetzelfde. Fraaie vormgeving, want sommige hoogbouw ziet eruit alsof je in een kasteel woont of in een herenhuis en dat is toch een stuk leuker wonen dan in een blokkendoos. Bouwen op bestaande locaties, dus optoppen en zo, zodat we op die manier hopelijk onze opengroene gebieden kunnen beschermen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. SGP, mijnheer Verweij.

Pagina 30 van 40

De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Wat ons betreft het allerbelangrijkste is een duidelijke visie van wat concreet hoogbouw is. Wij vinden dat hoogbouw is alles vanaf drie bouwlagen. Dat willen wij graag zo meegeven. En zoals de voorgaande spreker zei, hechten wij ook aan behoud van groen en het dorpse karakter van Ridderkerk. Daarom vinden wij dat hoogbouw, zoals ik het hiervoor definieerde, in Rijsoord en Oostendam per definitie eigenlijk geen optie zou moeten zijn. Daarentegen zien wij bijvoorbeeld in het centrum wel ruimte voor hoogbouw. In het bijzonder denken wij dan aan het combineren van hoogbouw met winkelstrips en winkelvoorzieningen, al dan niet in combinatie met ouderen die daar een goede plek zouden kunnen vinden. En wij vinden het ook belangrijk dat er wordt gedifferentieerd binnen hoogbouw. Dus we kunnen niet zeggen, alles onder drie is laagbouw en alles boven drie is hoogbouw, maar juist binnen hoogbouw zou het goed zijn om differentiatie aan te brengen, zodat we ook op wijkniveau op de juiste manier kunnen inpassen. Een voorbeeld, Slikkerveer, aan het water kun je een stuk hoger bouwen dan ergens midden in een wijk, wat niet betekent dat je in de wijk niet hoog zou kunnen bouwen. Dus daarin is balans noodzakelijk wat ons betreft.

Tot slot, wat ons opviel, er wordt over het algemeen een heel negatief waardeoordeel gegeven over architectuur uit de jaren 60, 70 en 80. Wij begrijpen dat, maar wij willen wel tot enige terughoudendheid oproepen in het slopen daarvan, want ook dat is cultureel erfgoed. En het zou toch lullig zijn als we over vijftig jaar tot de conclusie komen dat er niks meer uit de jaren 60, 70 en 80 te vinden is in ons dorp. Dus dat waren zo enige observaties vanuit onze kant. Dank u wel. De voorzitter: Uw collega van de ChristenUnie, de heer Kooijman, die wil reageren. De heer Kooijman: Ja, een vraag aan de SGP. Eerst waren ze heel stellig van alles boven die laag is hoogbouw en vervolgens doen ze de suggestie om te gaan differentiëren wat hoogbouw is. Dus ik vroeg me even af, zou dan het idee van dat je bijvoorbeeld met middenbouw, hoogbouw, landmarks, dat, dat een oplossing zou kunnen zijn? De voorzitter: Mijnheer Verweij. De heer Verweij: Ik denk even na hoe ik een diplomatiek antwoord op deze vraag kan geven. Kijk, inderdaad, middenbouw zou je zoiets kunnen noemen, maar je kunt bijvoorbeeld zeggen, een eerste groep van hoogbouw is, ik noem maar wat, drie tot en met zes lagen. Een tweede groep is zeven tot en met tien. Een derde groep is tien plus, et cetera. Maar dat de ruimtelijke inpassing in ieder geval overeenkomt met het karakter van een wijk, dat vinden wij belangrijk.

De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid. Mevrouw Ripmeester: Ik begrijp, we hebben nu de Ridderkerkse definitie van hoogbouw en we hebben nu een nieuwe definitie van lage hoogbouw en hoge hoogbouw, maar is er ook niet iets als een definitie die Woonkompas, alle woningcorporaties hanteren als hoogbouw, want ik zag dat ergens stond op Google, Dr. Google zei iets van vijf lagen.

Pagina 31 van 40

De voorzitter: Maar we zijn nu bezig met meningen inventariseren en u mag op elkaar reageren en u stelt nu eigenlijk een vraag aan de inleiders. Dus ik stel voor dat we die even opsparen tot aan het end. Dan ga ik naar de volgende spreker, dat is de heer Ros van GroenLinks. De heer Ros: Dank u voorzitter. Ten eerste denk ik niet dat we een keuze hebben qua hoogbouw. Hoogbouw is geen keuze. We moeten huizen bouwen voor onze inwoners. Een tweede constatering is die ik zag bij de presentatie en ook in de stukken. Heel veel steden en gemeentes hebben een soort piramideachtige vorm. Je hebt in het centrum heb je hoogbouw en dan loopt het zo mooi af. Bij ons ziet het eruit als een hartmonitor van een hartpatiënt, zeg maar. Het gaat een beetje zo op en neer. Het lijkt wel of er lukraak af en toe wat neer is gepland. Daarom ben ik heel blij, dat is het compliment aan deze wethouder, dat we hier nu over spreken en dat we deze visie dus hebben. Waardoor we duidelijk kunnen zeggen waar we wel en niet woningen. Ergens werd ook nog gevraagd geef voorbeelden. Ik wil graag meegeven twee goede voorbeelden die we qua hoogbouw hebben en een wat minder geslaagde. Dan noem ik het Vondelpark en De Vier Jaargetijden in Slikkerveer. Die zijn groen, mooi, autoluw, autovrij middengebied. En wat minder is De Schans, wat een stenen vlakte is.

Wat nou het grote verschil is, en ik denk dat we daar echt op moeten inzetten, is gewoon ondergronds parkeren. Waardoor je ontzettend veel kwaliteit wint in de openbare ruimte. Dus ik denk dat we daar echt op moeten inzetten. Dat kan gewoon niet anders. Dat hoeft niet alleen voor dure appartementen te zijn. In De Vier Jaargetijden is ongeveer 70% sociale huur en 30% koop. Dus het kan wel. Ik hoorde een aantal keer optoppen. Uiteraard moeten we daaraan denken. Hoogbouw biedt ook een kans om mooie architectuur toe te voegen aan onze gemeente. En qua locatie wil ik nog meegeven, in het centrum zie ik het zeker als een kans om meer hoogbouw toe te voegen. En dan denken wij niet dat je zou moeten beperken tot bijvoorbeeld zes bouwlagen vooraf. Dus je zou best eens kunnen denken: misschien kunnen we daar wel op sommige plekken wel wat daar even overheen. Daarnaast geeft GroenLinks mee: wat ons betreft groene en open gebieden, op groene en open gebieden bouwen we niet. Dat betekent automatisch dat we hoger moeten bouwen op plekken waar wel gebouwd wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Echt voor Ridderkerk, mijnheer Hoogendijk. De heer Hoogendijk: Dank u wel. Ik zou me eigen willen aansluiten bij de heer Ros, tenminste EvR wil dat.

Dan denk ik dat ik daaraan wil toevoegen dat er niet alleen ondergronds geparkeerd kan worden, maar ook bovengronds, namelijk in de eerste twee, één, twee of misschien wel drie woonlagen van zo'n flatgebouw. Dat kan in plaats van een stenen omhulsing met een hekwerk waar groen tegenaan groeit en wat een hele fraaie indruk geeft. Dat wil ik even meegeven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Borst, VVD. De heer Borst: Voorzitter, wij zijn in ieder geval heel erg blij met die vier categorieën. Ik denk dat, dat echt gaat helpen ook in de toekomst om de discussie te voeren over wat we waar passend en wenselijk vinden. Ik ga niet met zoveel woorden herhalen wat andere collega's vanavond ook al hebben gezegd, maar wat voor ons het allerbelangrijkste is, is dat het passend is. Dan komt het dus wat ons betreft niet aan op zes bouwlagen of zeven bouwlagen, maar past het in de omgeving? Pagina 32 van 40

Verder sluit ik me helemaal aan bij de twee voorbeelden die de heer Ros noemde. Dat zijn ook precies de twee voorbeelden die wij in de fractie hadden besproken. Toen hebben we ook ons, als gedachte experiment bedacht, wat nou als we dat in aantallen van woningen, de grote flats aan de Rijnsingel. Als we dat nou zouden vervangen door zulk soort woningen, wat een verschil dat zou maken. Dat is allebei hoogbouw, maar dat is wel waar voor ons het verschil in accent zit. Daar hou ik het even bij, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Leefbaar Ridderkerk, mevrouw Van Nieuwenhuizen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel voorzitter. Ik wil eigenlijk alleen maar meegeven dat met hoogbouw is vooral belangrijk hoe de uitstraling is. Zoals bijvoorbeeld inderdaad de Spuistraat, Rijnsingel, die appartementen zijn natuurlijk spuuglenig. Maar we hebben ook hele mooie hoogbouw langs de rivier. Er moet worden gekozen voor hoogbouw, je kan niet anders. We hebben huizen nodig. Bouw geen hoogbouw in de wijken. maar bouw hoogbouw langs de randen van Ridderkerk. Het dorpse karakter moet behouden blijven en bij hoogbouw zorg voor een goede uitstraling. We hebben mooie voorbeelden gezien inderdaad in de presentatie. Getrapte gebouwen, uitvallende balkons, dat is de bouw van deze tijd.

En je moet afwegen of leefbaarheid in de wijk, verkeersdrukte in de wijk en ontsluitingswegen en de privacy van omwonenden niet in het geding komen. Dat is onze bijdrage. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Ros, GroenLinks, u wilt reageren op deze bijdrage. De heer Ros: Zeker voorzitter. Mevrouw Van Nieuwenhuizen heeft het over: we moeten langs de randen van de gemeente moeten we hoog bouwen en in het centrum en in de wijken dus niet. En dat snap ik niet helemaal, want dan krijg je een soort Manhattan aan de Waal, dat is hartstikke mooi, en dan krijgen we hier dorpse woningen. Dus dat begrijp ik niet helemaal. Zou u dat nog even kunnen uitleggen? De voorzitter: Mevrouw Van Nieuwenhuizen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Dank u wel. Het is heel belangrijk, ik denk voor heel veel mensen, zeker heel veel mensen uit Ridderkerk, dat het dorpse karakter van Ridderkerk behouden blijft. En als je in alle wijken hoogbouw gaat doen, is er geen dorpse karakter meer, dan is dat volledig kwijt. De voorzitter: Eerst mag de heer Ros reageren en dan de heer Borst. De heer Ros: Dan wil ik wel heel graag weten waar dan wel hoogbouw en waar we wel gaan bouwen. Of dat u zegt van u bent tegen alle vormen van hoogbouw en laat de inwoners maar ergens anders gaan wonen. Dat is natuurlijk ook een optie. De voorzitter: Mevrouw Van Nieuwenhuizen. Mevrouw Van Nieuwenhuizen: Nee, dat is niet wat ik zeg.

We zijn zeker niet tegen hoogbouw. We kunnen niet anders dan de lucht ingaan, want we hebben woningen nodig. Heel veel woningen. Dus Pagina 33 van 40

om daaraan te voldoen, zullen we de lucht in moeten gaan. Dat is ook geen probleem. Maar kijk naar de mooie appartementencomplexen langs het water. Dat zijn mooie locaties. En dan hoeven we niet over dertig torens naast elkaar. Maar het is een voorbeeld. Dus ga kijken wat is er mogelijk aan de randen van de gemeente en niet middenin woonwijken. De voorzitter: De heer Borst, VVD. De heer Borst: Als ik de fractie van Leefbaar Ridderkerk dan goed begrijp, dan gaat het dus om hoe we het inpassen. Dus niet zozeer dat we het per definitie uitsluiten aan de voorkant, maar dat we kijken wat is waar passend? De voorzitter: Absoluut, was wat mevrouw Van Nieuwenhuizen zei zonder de microfoon aan. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Bouw niet om het bouwen. En, het is al meer gezegd, let vooral op een goede inpasbaarheid en beleefbaarheid. Waar je de hoogte in gaat om te bouwen, zorg dat de ontsluiting geregeld is. Kan je die niet regelen, waar ik in Bolnes een beetje tegenaan loop, misschien moet je dan maar minder bouwen. Moet je dan ook niet aan die woningbouwopgave van tweeduizend voldoen. Je mag ook voor kwaliteit kiezen. Beperk het, dat klinkt misschien heel egoïstisch, maar ik ga het toch zeggen, ik hoor een andere Rijsoordenaar dat ook zeggen: beperk het toch tot het noordwesten van de Rijksweg.

Gewoon om de buitengebieden en het mooie groen te ontzien. Want ook die Ridderkerkers die in die flats wonen, die willen ook daar dolgraag recreëren. Je zou langs de Rijkswegen wat hoogbouw kunnen doen, omdat het een beetje een buffer vormt naar de Rijkswegen, waar het voor het geluid aan gaat. Bouw divers. Bouw divers in hoogte en in vorm. En ook dat is al veel meer gezegd. Het moet iets toevoegen aan de omgeving. En optoppen vinden we belangrijk. Kijk naar bedrijventerreinen. Bijvoorbeeld achter de Noordenweg, dat verouderde bedrijventerreinen. Of je zegt daar kunnen we bedrijven vervangen voor woningbouw. En ik wil toch wel een oproep doen om De Plint levendig te houden. We zagen daar natuurlijk een prachtig plaatje van. Twee. Eén waar hij helemaal afgestompt is door de geparkeerde auto's en daar loop je ‘s avonds ook niet lekker meer. En die andere Plint die open was waar wat voorzieningen in zitten. Je kan ook nog woningen beneden gelijkvloers of in een flat. Dat houdt een wijk veel levendiger. Dat willen we meegeven graag. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Dank u wel voorzitter. Ik hoor Burger op 1 zeggen dat ze heel graag langs de Rijkswegen hoogbouw willen hebben. Dat is onze groene kraag. Bolnes-Zuid, Rijsoord, Oosterdam en het Oosterpark. Kunt u dat verder duiden waar u dan die hoogbouw ziet? De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man.

Mevrouw Van Nes-de Man: Ik geloof niet dat ik gezegd heb heel graag, maar het zou een optie zijn. En er zijn er wel iets meer plekken langs de Rijksweg waar dat zou kunnen. Ja, ik heb dat kaartje hier Pagina 34 van 40

voor me. Als je daarnaar kijkt, ik ben er ook niet voor om het langs de rivier helemaal vol te zetten met hoogbouw. Die clustering waar u het over had, die spreekt me dan meer. Maar het is en blijft gewoon lastig. De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Dank u wel voorzitter. Ik heb eerder Burger op 1 vaak gehoord dat ze in het centrum heel flink de hoogte in willen. Omdat ze daar…Heel vaak heeft Burger op 1 gezegd van: daar willen we niet hoogbouw, maar in het centrum, daar gaan al die appartementen. Daar gaan al die mensen kunnen wonen. Dus hoe hoog denkt u in het centrum? Wilt u dat ook beperken tot zes? Want dan gaat u uw doelstelling niet halen. Dus dan misschien vijfentwintig hoog? De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Misschien kunnen we het gemeentehuis optoppen tot vijfentwintig. Dat zou leuk zijn midden in het centrum. Als het niet kan met optoppen, met verkeer, met ontsluitingswegen, dan moeten we misschien wel minder woningen toevoegen aan Ridderkerk. Je kan ook een keer zeggen van genoeg is genoeg. We gaan voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Voorzitter, wilt u nou wel of geen hoogbouw in het centrum? De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Als je hem niet ophangt aan de definitie hoogbouw zoals die hier gedefinieerd is, mag het best tot zes, zeven hoog in het centrum.

Het zou ook af kunnen lopen naar de randen toe. De voorzitter: De heer Ros laat het hierbij. Dan gaan wij naar partij 18PLUS. De heer Westbroek. De heer Westbroek: Dank u wel voorzitter. Wat wij in ieder geval willen meegeven, het werd net ook al even gezegd, is toch dat het dorpse karakter voor ons wel heel erg belangrijk is. Wat betreft hoogbouw zou dat voor ons zijn dan tot en met maximaal zes lagen hoog. Bij voorkeur inderdaad aan die randen, zoals aan de rivier. En met uitzonderingen op sommige plekken, zoals de Koninginneweg, zou je ook nog iets kunnen optoppen. Dat was voor ons het belangrijkste. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1 wil daarop reageren. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Er is ook gezegd in plannen, vraag me even niet welke, we moeten kijken in hoeverre we de rivier meer kunnen benutten en de rivier beleven. Als je nou kijkt naar de flats, zoals ze bij de waterbus bij de ferry staan, hoogbouw langs de rivier, daar beleef je niet zoveel meer van de rivier. Vindt 18PLUS dat niet belangrijk?

Pagina 35 van 40

De voorzitter: Mijnheer Westbroek. De heer Westbroek: Of ik beleving niet belangrijk vind? Nee, beleving is ook belangrijk. Degenen die plezier hebben, dat zijn de mensen die in die flats wonen en niet de mensen die er omheen lopen voor een wandeling aan de kade. Dus dat is zeker belangrijk. De voorzitter: Vervolgens het CDA, mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Er is ook al heel veel gezegd. Behoud van groen, dat is een punt dat al heel veel partijen hebben aangegeven. En dat staat ook voor het CDA wel, is dat wel een heel belangrijk punt. Betreft de hoogbouw, andere partijen hebben het ook al aangegeven, bij ons gaat het er niet per se om van…We hebben het weleens eerder ook gezegd en we hebben er laatst ook artikel 41 vragen over gesteld, is dat we niet dat bod van tweeduizend gaan halen.

Maar inderdaad, wat is nou de impact voor Ridderkerk en kunnen we nou eens kijken van, globaler, al die puzzelstukjes waar we het toen over hadden, van wat kunnen we aan überhaupt als Ridderkerk en waar zouden goede locaties kunnen zijn? Dus het is bij wijze van spreken natuurlijk, hou je enerzijds rekening met past het bij je in een wijk, maar anderzijds is er wel aangegeven dat het ook wel meegenomen wordt, maar wat doet het bijvoorbeeld met de impact op de leefbaarheid van de wijk of de impact als het gaat om verkeersstroming? Dat zijn wel belangrijke punten die wij als CDA dan ook wel mee willen geven. Bij ons is het natuurlijk wel, het is makkelijker om inderdaad te gaan bouwen op plekken waar al hoogbouw is. Dus als er straks een Gemini gesloopt wordt, dan zou je daar wat hoger kunnen bouwen. De Koninginneweg zouden we kunnen optoppen. Alleen dan blijf je altijd inderdaad wel met het probleem zitten: hoe ga je die parkeergelegenheid regelen op zulke locaties? De Koninginneweg zouden we graag twee, drie lagen op willen toppen. Maar waar gaan we al die mensen kwijt? Waar gaan we al die auto's kwijt? En een lagere parkeernorm willen we als gemeenteraad ook niet. Dat vinden we altijd wel een uitdaging vinden we dat wel als CDA. Maar we zien er wel bijvoorbeeld kansen in, naast de Gemini, ook wel op het P.C. Hooft-gebied om daar inderdaad wel wat hoger te gaan bouwen.

Alleen het lastige is, en de heer Ros had het er ook al kort over met die Vier Jaargetijden. Dat is een voorbeeld, maar we zien wel vaak dat het lastige wordt, is, je wil eigenlijk die parkeerplaatsen in de garage. Of wat de heer Hoogendijk ook zegt, misschien wel die eerste of die tweede laags. Alleen, het kost altijd wel een stuk meer om die parkeerplaatsen onderin het gebouw te realiseren. Dus wij hebben dan als CDA wel het idee van, als je dan zoiets doet, bijvoorbeeld, pak het P.C. Hooft-gebied en je doet twee hoge torens waar je dus die parkeerplaatsen onder die toren doet. Dan zou dat gedeelte, die toren, misschien wel wat meer het duurdere segment kunnen zijn, maar probeer dan wel in je naaste omgeving te kijken of je dan daar op die locaties dan wel een wat lager segment aan woningen kan realiseren. En daarnaast... De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man wil reageren. Mevrouw Van Nes-de Man: Ik wilde wel op reageren over dat parkeerprobleem. Wat natuurlijk ook kan, is gewoon gelijkvloers parkeren, parkeerdek erboven maken, dat groen inrichten. Volgens mij is dat bij De Vier Jaargetijden ook gedaan. Dan heb je een groene... Dat ligt gewoon dan wat hoger. Pagina 36 van 40

Een groene ruimte tussen de flats in. En daaronder parkeren, of dan is het half verzonken. Maar dat vind ik ook een erg mooie oplossing. De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Ja, prachtige oplossing. Dus dat doelde ik een beetje ook op met het punt van de heer Hoogendijk. Maar inderdaad, mevrouw Van Nes, inderdaad een goede oplossing. En het laatste wat we ons afvroegen is: we moeten ook kijken denk ik of er behoefte is aan hoogbouw. Het is toch wel een andere categorie waar je…Laat ik het zo zeggen: ik ben zelf ook met een jong gezin, dan ben je eerder op zoek naar, hoe zeg je dat, in een woonwijk, dichter bij de speeltuinen en niet per se in een flat van tien hoog dat je met je kids elke keer omhoog of laag. Dus we kunnen bij wijze van spreken wel zeggen, we bouwen vijfenzeventig Riedertoren, of vijfentwintig, dat gaan we niet doen. Maar er zou ook wel een behoefte moeten zijn, ook wel binnen de Ridderkerkers, die ook op zoek is naar dit soort type woningen. En ik denk dat we dat ook wel mee moeten nemen. En dat was het, denk ik, voorzitter. De voorzitter: U krijgt twee reacties. Eerst van mevrouw Ripmeester er daarna van de heer Ros. Mevrouw Ripmeester, Partij van de arbeid. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Ik begrijp de oproep van de heer Mijnders.

Tegelijkertijd is het zo dat heel veel jongeren niet beginnen met een eengezinswoning en juist wel op zoek zijn naar de kleinere appartementen. Wanneer er op dit moment welke woning dan ook leeg staat, zijn er zoveel reacties op dat ik denk dat je nu gaat peilen naar is het nodig, meer is van welk soort mensen wij willen aantrekken, dan is de vraag is het nodig? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Mijnders, wilt u erop reageren of neemt u het voor kennisgeving aan? De heer Mijnders: Ik wil het bijna voor kennisgeving aannemen, maar ik begrijp misschien het punt van mevrouw Ripmeester en het is niet in de zin van: bepaalde doelgroepen willen we wel en bepaalde doelgroepen willen we niet. Maar je moet ook wel kijken naar een bepaalde behoefte en je kan wel zeggen: er zijn een hoop starters op zoek naar bepaald type woningen. Maar we hebben anderzijds ook heel vaak geconstateerd dat juist een groot gedeelte van de starters inderdaad wel op zoek is naar sociale koop qua laagbouw. Als dat überhaupt nog bestaat in deze tijd. Dus volgens mij moet je niet per se op dood staren dat je dan heel veel hoogbouw gaat doen. Maar inderdaad moet gaan kijken welke type woningen, wat we onder andere in de woonvisie hebben opgenomen, is behoefte aan? En dat is niet altijd hoogbouw in dit geval. De voorzitter: Eerst kreeg de heer Ros het woord en dan de heer Hoogendijk.

De heer Ros: Soortgelijk opmerking als mevrouw Ripmeester. Volgens mij hebben we heel veel jongeren en steeds meer senioren die behoefte hebben aan woonvormen die niet altijd een eengezinswoning zijn. Dus volgens mij moeten we veel meer denken aan studio's, beperkte kleinere

Pagina 37 van 40

appartementen die op één of andere manier toch betaalbaar zijn voor jongeren en voor senioren. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Nu begrijp ik denk ik de vraag beter. Dan heb ik het verkeerd gezegd. Waar ik op doelde in de zin van hoogbouw, maar dan is het misschien goed dat we die vier categorieën hebben, is echt die landmarks en die derde categorie rondom tien hoog. Dat, dat voor misschien bepaalde doelgroepen niet, wenselijk zou zijn. Maar juist bijvoorbeeld als je kijkt naar de middenhoogbouw of de middenbouw, dan zien we daar zeker wel opties. En inderdaad, een ander type woning als in studio's, maar je hebt tegenwoordig ook juist, hoe zeg je dat, mensen trouwen wat minder vaak, dat juist drie vrienden bij elkaar willen wonen. Dat je dat soort appartementen inricht, dat zou heel goed kunnen in een categorie tussen drie en zes hoog. Dus nu begrijp ik misschien de vraag van mevrouw Ripmeester ook beter. Ik doelde op die laatste twee categorieën daarnet. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat we dan toch meer op één lijn zitten dan ik eerst dacht. Daarnaast is er nog wel een opmerking van de inspiratiesessie van Woonkompas die mij bij is gebleven.

Dat is dat wij in Nederland relatief per persoon heel veel vierkante meters wensen ten opzichte van wat in de wereld gebruikelijk is en misschien ook wel ten opzichte van wat we ten aanzien van het klimaat zouden moeten kunnen vragen. Dus ik begrijp de wens van de heer Mijnders. Ik begrijp ook zijn oproep. Tegelijkertijd onderstreept de inspiratiesessie van Woonkompas wel ook juist de bouw van kleinere en gestapelde wonen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dat laatste punt is volgens mij uit mijn hoofd keurig opgenomen in de motie rondom de prestatieafspraken, punt 3, die ingediend is namens het CDA. De voorzitter: Ik geloof dat u elkaar gevonden heeft. Dan krijgt de heer Hoogendijk het woord, Echt voor Ridderkerk. Wilt u uw lampje aanzetten? De heer Hoogendijk: Dank u wel voorzitter. Ik denk ook niet dat je zozeer moet gaan kijken wat de behoefte van nu is. Want het duurt nog natuurlijk wel even voordat die hoogbouw gerealiseerd is. Maar ik denk dat je vooral demografisch moet kijken wat er in de toekomst de behoefte gaat worden. En ik denk dat je dan op een heel ander plaatje uitkomt. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie dat u daar niet meer op gaat reageren. Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Ik begrijp het punt wel. Alleen het lastige in zoiets is altijd...

Eén, volgens mij hebben we daar in de woonvisie ook wel rekening mee gehouden dat we juist ook inzetten op bijvoorbeeld tweehonderd extra zorgwoningen in Ridderkerk. Alleen het tweede wat ik lastig vind, wat wij als fractie ook lastig vinden is: je kan inderdaad kijken naar de toekomst, inderdaad Pagina 38 van 40

bepaalde vergrijzing. Maar je ziet bijvoorbeeld ook dat Ridderkerk 7% vergrijzing meer heeft dan de rest van Nederland. Dan kan je natuurlijk twee dingen zeggen: we blijven bouwen voor zo’n doelgroep. Dus inderdaad, we gaan mee met die vergrijzingen. Je kan anderzijds ook zeggen: we lopen 7-8% voor op de rest van Nederland. Misschien kunnen we juist ook wel voor die jongere doelgroepen ook wel extra gaan bouwen om het meer, misschien een gevaarlijk woord, maar om de bevolkingsdemografie meer in balans te gaan krijgen. Want uiteindelijk heb je ook vrijwilligers nodig en mensen die juist die senioren hier ook wel op een later moment, als ze wat ouder zijn, ook wel ondersteunen. Dus enerzijds zeg ik: ja, kijk ook naar de toekomst en hou ook rekening met hoe Ridderkerk groeit. Anderzijds zien wij als CDA ook wel een opdracht dat we, we zitten al heel erg hoog als het gaat om de vergrijzing vergeleken met de rest van Nederland. Dus misschien moet je dan juist ook wel de keuze maken om juist ook die demografische ontwikkeling van Ridderkerk misschien wel een beetje de andere kant op te duwen. De voorzitter: Dank u wel en ik stel voor dat we het podium nu openen voor de ChristenUnie. Mijnheer Knape. De heer Knape: Dank u wel voorzitter. Er is al heel veel gezegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1122/documents/37777