2024-04-23-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Woordelijk verslag vergadering commissie Samen wonen 23 april 2024 1. Opening en vaststelling agenda De voorzitter: Goedenavond, ik open deze extra vergadering van de commissie Samen Wonen en ik heet u allemaal hartelijk welkom. Zowel de commissieleden als de portefeuillehouder, alle ambtenaren en de raadsleden op de publieke tribune en van ambtelijke zijde. En als het nog publiek komt, op voorhand. De meeluisteraars thuis. Ik heb geconstateerd dat alle fracties vertegenwoordigd zijn, met uitzondering van Burger op 1. Het onderwerp vanavond dat staat op de agenda en dat is dat is participatie en hoogbouw. Ik wil u een raadseltje meegeven. Dat ga ik aan het eind van de avond beantwoorden. Dat is: wat is de ultieme vorm van hoogbouw? De agenda is uitgereikt van tevoren en heeft iemand daar nog opmerking of commentaar op? Dat is niet het geval, dan is die bij deze vastgesteld. 2. Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Gaan we naar het spreekrecht. Van het recht wordt hedenavond geen gebruik gemaakt. 3. Concept Participatiestrategie Omgevingsvisie De voorzitter: Gaan we naar het agendapunt concept participatiestrategie. Dat is voor meningsvorming en er zal eerst een toelichting gegeven worden door wethouder Van der Duijn Schouten. Die wordt aan beide zijden bijgestaan. Aan de ene kant mevrouw Bos en aan de andere kant de heer Verhoeven.
De overige ambtenaren zal ik bij het volgende agendapunt welkom heten. Mijnheer Van der Duijn Schouten, aan u het woord. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter. Uw raad heeft een tijdje terug de startnotitie voor de actualisatie voor de omgevingsvisie vastgesteld. Daarin zijn een aantal stappen benoemd en de eerste stap is…Er is ambtelijk een hoop werk gezet, maar de stap die we met u zetten is vanavond dus dat wij met u de participatiestrategie zoals we die opgesteld hebben bespreken. Althans, concept heeft het college vastgesteld en vanuit die strategie gaat straks de aanbestedende partij, samen met ons ambtelijk apparaat een participatieplan maken. Maar voordat we als college die participatiestrategie definitief maken vinden we het fijn om te horen hoe u daarnaar kijkt en of u nog aanmerkingen, suggesties heeft die wij wellicht dan ook mee kunnen nemen. Een ander onderdeel van die, dat is dan gelijk agendapunt 4, maar dat voorkomt dat ik straks weer een toelichting moet houden en omdat die dingen zo nauw met elkaar verweven zijn, allebei die kader van de actualisatie van de omgevingsvisie, een visie op hoogbouw. Daarin willen we graag vanavond met name bij u wat informatie ophalen in het kader van: hoe vindt u nou dat we met hoogbouw in Ridderkerk om moeten gaan? U heeft daar een stuk van de presentatie al meegekregen.
U heeft ook aan de voorkant gezien dat we een aantal vragen hebben geformuleerd waar we hopelijk deze avond een antwoord op kunnen krijgen hoe een deel of een groot deel of een Pagina 1 van 40
meerderheid van u daarnaar kijkt. Zodat wij dat ook straks mee kunnen nemen op het moment dat we die visie op hoogbouw verder uit gaan werken. Maar eerst nu de participatiestrategie. Die heeft u gehad en ik ben wel benieuwd hoe u daarnaar kijkt en of er nog zaken zijn die u als commissie mee wil geven aan het college voordat we die straks definitief gaan maken. Dat was het wat mij betreft voor nu voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder en inmiddels is Burger op 1 ook aangeschoven. Dus alle fracties zijn vertegenwoordigd. Hartelijk welkom mevrouw Van Nes-de Man. Dan is er nu gelegenheid om vragen te stellen vanuit de commissie. Ik ga inventariseren wie het woord wil en hoeveel vragen u heeft. De partij van de Arbeid drie, de VVD vier, Echt voor Ridderkerk één. Mevrouw…Burger op 1 twaalf stuks. Mijnheer Kooijman twee ChristenUnie, CDA twee. Dat is het dan. Dan heet ik hartelijk welkom mevrouw Hanneke Emmerich. U bent niet voor het eerst in de commissie, maar wel voor het eerst in de commissie Samen Wonen en u krijgt als eerste het woord voor uw ene vraag. Mevrouw Emmerich: Dank u wel voorzitter. Allereerst vind ik de concept participatiestrategie een duidelijk stuk.
De enige vraag die wij als fractie hebben is of na inspraakbijeenkomsten het mogelijk is als raad om daar ook verslag of dan wel een samenvatting van te krijgen? De voorzitter: Voor ik de wethouder het woord geef wil ik nog zeggen dat dit dus de vragenronde is en dat hierna een ronde komt voor meningen. Om vergissingen te voorkomen. Het woord is aan de wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Van al die participatie bijeenkomsten worden verslagen gemaakt en die zullen uiteindelijk ook deel maken van het eindproduct wat aan u wordt opgeleverd. Dus daar komt dat allemaal weer in samen. We willen dat natuurlijk ook voor onszelf inzichtelijk hebben, ook richting de deelnemers om daarin enigszins ook te toetsen of we dat op een goede manier meenemen. Dus ja, die verslagen komen er en die worden uiteindelijk ook met u gedeeld. De voorzitter: Met dat antwoord zal u vast tevreden zijn. Gaan we naar de heer Kooijman, ChristenUnie. Twee vragen. De heer Kooijman: De eerste vraag dat ging over even de participatieladder die hier ook weer in genoemd staan. Het kan zijn dat ik er overheen gelezen heb, maar het was me niet helemaal helder welke treden we nu beogen. Er stond wel in ieder geval een zinnetje in van: doorgaans geldt hoe hoger dat participatieniveau, hoe meer tijd en aandacht er voor nodig is.
Ik was benieuwd of dat wel zo is? Want uiteindelijk bovenaan is het zelf organiseren, dan hoef je als gemeente weinig te doen volgens mij. Maar misschien daar nog een toelichting op? Het tweede waar ik een vraag over had, met name richting inwoners, maar dat kan voor meerdere belangenorganisaties gelden. Ik denk aan de aan de BIS of wat dan ook. Op welke manier denkt het college die mensen te kunnen betrekken hierbij? Want stel dat ik aan mijn buren ga vragen van: joh er komt een bijeenkomst over de omgevingsvisie actualisatie, misschien ook wat voor jou. Dan denk ik dat mijn buren, en niks ten
Pagina 2 van 40
nadele van hen, maar dat ze zeggen van: wat moet ik daarmee? Dus op welke manier denkt het college toch mensen te kunnen enthousiasmeren om in deze fase mee te praten? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Uw eerste vraag: die niveaus die variëren. Daarachter zit een bijlage bij waarvan van een hele hoop stappen de participant staat en de wijze en het participatieniveau zeg maar even. Heel veel , informeren. Dus dat dat is niet één sec niveau. Uiteindelijk zal het niet meebeslissen worden, want dat staat ook in het stuk. Uiteindelijk stelt uw raad stelt die omgevingsvisie vast, dus daar ligt die beslissingsbevoegdheid. Het zelf organiseren wordt het dus ook niet. Met alle respect, ik denk dat we uw raad daar niet mee moeten belasten, maar dat wij dat beter voor u kunnen doen. Vervolgens voor die andere stappen staat dat eronder. Hoe we die buurt gaan enthousiasmeren om te participeren? We gaan mensen natuurlijk niet aan de haren bijtrekken, maar er komt wel een participatieplan waar we ook daarin wat meer concreter dat hopen te maken. Dat gaan we ook met u delen. Maar dat is op dit moment natuurlijk nog niet helemaal uitgewerkt.
De voorzitter: Heeft u zo voldoende advies gehad om te gaan met uw buren, mijnheer Kooijman? De heer Kooijman: Ik heb net gehoord dat ik nog op een plan kan wachten waar het dan iets nader staat weergegeven, dus dat wacht ik dan nog maar eventjes af. Misschien moet dat eerst even afwachten en misschien is daarmee mijn vraag wel beantwoord. De voorzitter: Helder. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1 wil stapelen. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, scheelt er straks weer eentje. Even doorborduren op wat de heer Kooijman zei wat inderdaad in het stuk staat: hoe hoger in het participatieniveau, hoe meer tijd en aandacht. Ik vind dat eigenlijk wel een redelijk negatieve insteek. Het is eigenlijk van hoe hoger…Ik lees het een beetje dan af en toe met een negatieve bril op waarschijnlijk van: dat is alleen maar lastig dus dat doen we niet. Dat kan toch de insteek niet zijn. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Klinkt als een mening... De voorzitter: Dat klinkt als een mening. Kunt u uw vraag nog iets neutraler formuleren, want dan kan u straks uw gevoelens daarover uiten. Mevrouw Van Nes-de Man: Ik ben benieuwd hoe de wethouder daar tegenaan kijkt. Ik vind een negatieve insteek, maar ziet de wethouder het ook zo? Want dan krijg je natuurlijk een vervolgstap van: kan je het dan anders gaan formuleren straks? Dus ik ben benieuwd of de wethouder dit ook zo ziet.
De voorzitter: We gaan kijken hoe de wethouder hiermee omgaat. De heer Van der Duijn Schouten: Wij hebben hem zeker niet negatief bedoeld. We hebben getracht de strategie neer te zetten en een aantal feitelijkheden daarin te verwoorden. Ik zou iedereen toch Pagina 3 van 40
vooral op willen roepen om dit vooral als een positief stuk te bejegenen, want wij hebben het niet negatief bedoeld. We willen juist die participatie goed doen en de mensen er goed bij betrekken. Maar ook aan onze verwachtingsmanagement kan daar wel helder in zijn wie, wat, wanneer kan verwachten om aan het eind die teleurstelling te voorkomen. De voorzitter: Tot zover. Dan gaan we naar de heer Mijnders, CDA. Twee vragen. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Ik heb het niet kunnen terugvinden, dus vandaar dat ik de vraag nog een keer stel. Mijn twee vragen gaan over de visie op agrarische gronden. De eerste is: wat houdt precies de visie op agrarische gronden in en wat is het doel daarvan? De tweede is: op welke manier, wat verwacht u als college bij de participatie rondom agrarische gronden? Is het dan voornamelijk, wat ook genoemd is, de agrariërs en hun toekomstbeeld en alles eromheen of is het meer dat mensen zien van op agrarische grond zouden we deze ontwikkelingen kunnen doen? Ben even benieuwd van…Voordat je gaat participeren heb je ook vaak al een doel, een richting waar je graag naartoe zou willen, welke input je zou willen halen. Welke input zou het college nou graag willen hebben of horen bij de visie agrarische gronden? Dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Ik zit even een beetje of dit wel de agenda is, want het is nu participatie in het algemeen en we hebben niet over de visie op agrarische gronden. Dus ik heb het idee dat we deze vraag beter kunnen parkeren tot later, tenzij u er iets algemeens van maakt. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, op zich snap ik hem wel, want ik heb toen dit stuk bij mij in het PO kwam dezelfde vraag gesteld: hoe zit…Want we gaan nu met die hoogbouw visie aan de gang en daar ligt vanavond wat voor en met die visie op agrarische gronden niet. Dat komt omdat wij voor hoogbouw, dat komt later op de avond ook nog, maar is het echt wel zoeken van wat vindt u nou eigenlijk hoog? De één vindt drie hoog, de ander vindt zes hoog, de ander vindt het bij twaalf pas hoog. Dus daar zijn we echt wel ook nog met elkaar straks op zoek naar een stukje definitie. Voor agrarische gronden is het wat ons betreft aan de voorkant redelijk helder, want we hebben in het bestemmingsplan is iets agrarisch of het is niet. We weten ook wel waar we in Ridderkerk op dit moment agrarische gronden hebben. Hoe dat qua participatieplan er straks uit gaat zien, dat moet in het plan ook weer landen. Alleen wij zeggen wel: het is natuurlijk een beetje raar als je een visie op agrarische gronden gaat ontwikkelen en daar agrariërs zelf niet bij betrekt.
Maar vervolgens zal in die bredere participatie ook wel aan omwonenden en dergelijke gevraagd worden om input daarop als ze die willen geven. Maar dat zal meer concreet straks in het participatieplan moeten landen. Dan is de bedoeling dat u straks ergens in juli, dan gaan we weer gezellig met zijn allen bij elkaar komen en dan zal er wat concreters liggen richting hoogbouw waar u vanavond de input voor gaat leveren. En zal er ook iets concreters al liggen voor die agrarische gronden met daarin ook de eerste resultaten van de participatie. Maar ook daarin is het, we willen met elkaar een beeld vormen: wat willen wij als Ridderkerk met de agrarische gronden die we hebben? Dat zal ook niet voor ieder agrarisch plekje hetzelfde zijn, dus daar hopen we informatie over op te halen. En uiteraard hebben we daar zelf ook weleens gedachten bij.
Pagina 4 van 40
De voorzitter: De heer Mijnders mag reageren en daarna gaat mevrouw Ripmeester stapelen. Mijnheer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Ik begrijp uw opmerking voorzitter. Alleen inderdaad wat de wethouder ook aangeeft: we hebben het niet eerder over deze visie gehad, maar we gaan wel een participatiestrategie opstellen hoe we met deze visie aan de slag gaan. Dus dan willen wij als CDA-fractie weten: leuk zo’n participatiestrategie, maar wat houdt eigenlijk die visie in waar we het over gaan hebben? Dank aan de wethouder voor de reactie. Het is wel wat helderder. Willen we nog één vervolg vraag stellen, toch ook nog over die visie op agrarische gronden. Wordt dan onder andere ook betrokken bij de toekomst van de agrariërs zelf? Dus als je als college met agrariërs gaat spreken, dat je ook in gesprek gaat met agrariërs van: hoe ziet uw toekomst eruit en hoe kunnen we het bedrijf rendabel houden? Ook richting de toekomst. Er zitten natuurlijk een hoop agrariërs ook in Ridderkerk met zorgen over de toekomst. Wordt zoiets dan ook bij de visie op agrarische gronden betrokken? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Wethouder, u mag eerst het antwoord geven. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, wij zullen eerst met elkaar kijken waar we omgevingsvisie technisch vinden wat waar moet landen.
Als wij denken dat ergens een agrariër op een plek is, omdat dat ook vooral agrarisch moet blijven. Als dan vervolgens die agrariër ermee wil stoppen, dan volgt dat daar weer uit. Maar we gaan dat niet leidend maken bij onze visie. De volgorde zal andersom zijn. Het is niet zo dat waar de tuinder weg wil wij per definitie ook iets anders gaan doen en andersom. Als een agrariër het op een gegeven moment niet meer rond geborduurd krijgt…We doen best een hoop om ondernemers in de gemeente te stimuleren, te faciliteren. Maar die vraag kan natuurlijk zo divers zijn dat ik op voorhand niet weet of wij daar iets mee kunnen en of dat aan de gemeente is om die agrariër dan ook weer in zijn bedrijfsvoering vooruit te helpen. De voorzitter: Mijnheer Mijnders, u mag nog één keer reageren als u wilt. Anders gaan we naar mevrouw Ripmeester. De heer Mijnders: Ik kom er op een later moment op terug. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we naar mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Ik heb geen stapelende vraag, ik heb een verduidelijkende vraag. De wethouder gaf net aan van de participatie rond de visie. Als er plannen zijn, dan praten we natuurlijk met de agrariërs en dan gaan we in later stadium de omwonenden daarin betrekken.
Heb ik dat goed begrepen? Zit er een soort volgordelijkheid in? Als dat zo is, betekent dit dan ook wat voor de prioritering of voor de weging? Of is er een plan en gaan we dan tegelijk met alle stakeholders in gesprek? Dat is me niet duidelijk. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. Pagina 5 van 40
De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter. Zoals eerder aangegeven, er ligt nu een strategie voor en daar staat in met wie we allemaal in gesprek willen. Dat betekent dat ook voor de agrarische gronden we uiteraard met de agrariërs in gesprek gaan en met de omgeving. En dat is niet per se in die volgorde of volgordelijk of rangordelijk. Ik heb ook aangegeven dat het concrete plan daarvoor nog uitgewerkt moet worden op een later moment. Het gaat er voor nu om wie we daarbij willen betrekken en hoe die volgorde zal zijn. Daar heb ik nu nog geen mening bij. Zoals eerder aangegeven is het denk ik logisch, als je een visie gaat vormen op agrarische gronden, dat je daar in ieder geval ook de agrariërs bij betrekt. Ieder ander die in heel dat uitgebreide strategische plan staat, die mee mag participeren. Ik bedoel, niemand wordt daarin ook ontzegd om ergens mee te doen. De voorzitter: U mag reageren en anders mag u doorgaan met uw vragen die u wilt stellen. Dat mag mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen als we met een visie komen en een agrariër zit daar goed, dan is dat best.
Maar als wij nou met de visie komen van dat is een prachtige plek voor woningbouw en er zit een agrariër, gaan we het dan ook niet omdraaien dat we naar de agrariër gaan van eigenlijk willen we hier woningen bouwen, terwijl hij zegt ik zit hier goed? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat kan natuurlijk gebeuren, maar als vervolgens die agrariër een stuk grond heeft en daar wil blijven, dan blijft hij daar zijn ding doen. Tot we het zo noodzakelijk vinden, misschien richting onteigening, maar daar is natuurlijk totaal geen sprake van. Ik bedoel, wij gaan niet iemand dwingen om daarmee te stoppen. Het zijn hun gronden. En ja, dat wij ergens woning willen, de agrariër wil het niet. We kunnen allemaal hypothetische situaties nu gaan bedenken van wat als, wat dan. Er ligt nu een participatiestrategie voor waarin wij met u delen hoe wij heel Ridderkerk in zijn breedte ergens bij willen betrekken. Daar is waar het nu over gaat. Dus ik ga ook niet vanavond met allerlei als dan situaties over wat mogelijk straks in die omgevingsvisie gaat landen. Daar kunnen we allerlei speculaties gaan doen wat weer allerlei ideeën en beelden opleveren, dat vanavond helemaal niet waar sprake van is. Dus ik zie niet in hoe uw vraag in deze bijdrage of wat dat voor u dan zou moeten betekenen in de participatie, dan hoor ik het graag.
De voorzitter: Dan gaan we terug naar mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid. U had drie vragen, stelt u maar de eerste twee. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. De doel van de Omgevingswet is om burgers vroegtijdig te betrekken bij de planvorming in de gemeente. Wij zitten met dat woord vroegtijdig. Wanneer gaat u dan mensen betrekken bij de planvorming? Is dat als het plan al ongeveer definitief is of vormgegeven is? Wanneer gaat u de mensen informeren en daarbij betrekken? Ook dat hoort bij de vroegtijdigheid. Inwoners hebben de meeste invloed wanneer ze zich verenigen, wanneer ze zich als groep een beetje massa hebben, wanneer ze gaan inspreken. Daar is dus wat tijd voor nodig. Pagina 6 van 40
Hoe zorgt u dat mensen zich kunnen organiseren? Dat is één ding. Tweede vraag. En daaraan gekoppeld... O nee, de derde vraag komt later. Sorry. Twee vragen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, hoe gaan we dat tijdig doen? De eerste stap die we nu in deze actualisatie van de omgevingsvisie zetten, is dat we met onze strategie voor die participatie komen en de volgende stap is dat er een participatieplan komt. Dus veel eerder dan dit had denk ik ook niet gegaan met betrekking tot die actualisatie zoals die nu voor ligt. Ja, hoe wij ervoor gaan zorgen dat inwoners zich verenigen? Ik denk dat, nogmaals we hebben een strategie, er komt straks een plan en dat iedereen die het nodig vindt om zich in dat kader te verenigen daar de ruimte voor heeft. Sterker nog, u ziet ook dat de partijen die wij hierbij betrekken heel vaak al verenigde inwoners zijn in de lijst die er staat. Er staat geen individuen in. Dat zijn allemaal organisaties of verenigingen. Dus ik denk dat daar al in een ruime mate aan wordt voldaan. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. De mening komt later. De derde vraag is over hoe gaan we de verschillende dingen wegen bij deze omgevingsvisie? We zetten verschillende methodes in. Maar goed, we hebben ook de opdracht als democratisch orgaan om de minderheden te beschermen.
Dus hoe gaan we dan de verschillende middelen wegen? De verschillende methodes en middelen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Methodes en middelen wegen. Wij gaan participeren en wij gaan uiteindelijk de opbrengst van die participatie wegen. En dan gaan wij een afweging maken. We gaan dat uiteindelijk in onze omgevingsvisie, wat ik net al heb gezegd, er komen participatie verslagen. Daar komt in hoe wij daar een afweging hebben gemaakt. Uiteindelijk gaat u als raad die actualisatie vaststellen. En als uw raad vindt dat er een andere afweging in gemaakt moet worden, dan staat u daar uiteraard vrij in. De voorzitter: Voldoende? Mevrouw Ripmeester: Er is antwoord gekomen, dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Borst van de VVD. U had vier vragen, twee om twee. De heer Borst: Dank voorzitter. Wij kunnen ons heel erg vinden in die verschillende mate van intensiteit in deelname. Want wat ons betreft vragen verschillende groepen nu eenmaal om een andere benadering in participatie. En dat wordt gereflecteerd in het stuk. Maar die intensiteit moet dan wel passen bij wat nodig is om zo'n doelgroep gehoord te laten voelen. En betrokken te laten voelen.
En wij vroegen ons af: hoe passen die doelgroepen nou op die verschillende mate van intensiteit, als dat al op die manier op elkaar te passen is? En wat vraagt dat nou van ons als Pagina 7 van 40
gemeente in de manier van toepassen van zo'n intensiteit? En is dat in de praktijk straks ook goed mogelijk? Dat waren de eerste twee. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: U heeft gezien, we hebben dat in die strategie ook opgedeeld in verschillende intensiteit in deelname. En dat is natuurlijk met name aan de deelnemer hoe die daarin wil opteren. En het is uiteindelijk aan de participant of die dat als geïnteresseerde een keer meedenkt of dat hij wat zwaarder erbij betrokken wil zijn of dat hij er bovenop wil zitten. We zien dat in andere participatieprocessen ook. De een wil van voor tot achter continu, ander vindt het prima om een keer wat mee te geven en daarmee is klaar. Dus dat zal heel sterk afvangen van hoe men dat wil en daar zullen we dan ook de mensen de ruimte voor gaan bieden in ons uiteindelijke participatieplan. De voorzitter: Mijnheer Borst. De heer Borst: Dan is dat zover helder. Ik vraag me dan wel even af, en dat vloeit eigenlijk heel natuurlijk over in mijn derde vraag, hoe we dat dan terugzien in dat overzicht? Dus dat valt onder kopje 7, zeg maar, die fases die daarin zijn uitgewerkt. En dan voegen wij ons af op pagina 2, bij fase 2. Daar zien we raadplegen en adviseren. Dat zijn volgens mij twee verschillende intensiteiten of uitwerkingen daarvan.
En dan zagen wij dat bij wat we vragen van inwoners, dat is de tweede kolom, daar staat eigenlijk bij zowel raadplegen als adviseren exact hetzelfde. En dat konden wij niet helemaal plaatsen. Dus klopt het nou dat dan de vragen die we stellen aan inwoners, en misschien meer in bredere zin, wat je vraagt van een inwoner. Dus niet de vraag die je stelt, maar wat je vraagt aan inzet, is dat dan ook bij zowel raadplegen als adviseren altijd hetzelfde? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter. Waar u naar verwijst, dat is het onderwerp waarover het gaat. Daarvoor op nummer 6, daar ziet u de manier waarop en daar staat ook de wijze van. Dus daar verschilt dat wel in. Dus we zullen in die fase, zowel bij de incidentele als de intensieve medewerkers, informatie ophalen over die onderwerpen. De intensiteit dus waarmee dat gebeurt, die is met name onder punt 6 beschreven. En die varieert dus per groep. De voorzitter: Mijnheer Borst? De heer Borst: Oké, helder. Dat helpt om het te begrijpen. Klopt het dan dat, zeg maar, onder fase 3, bij ontwerp omgevingsvisie en plan MER, dat dan bij de laatste rij van die fase, dat raadplegen daar adviseren zou moeten zijn? Want volgens mij had ik in de tekst daarboven gelezen dat we eigenlijk steeds opteren voor dat diabolo-model. Dus we beginnen breed, het wordt smal en het wordt weer breed.
En bij de fase van het ontwerp omgevingsvisie we eigenlijk al breed beginnen. Klopt het dan dat raadplegen daar adviseren moet zijn? Of heb ik het dan toch nog niet helemaal begrepen?
Pagina 8 van 40
De heer Van der Duijn Schouten: Ik geloof dat ik die vraag doorspel aan mevrouw Bos, want die probeert mij wat duidelijk te maken, maar dat lukt niet zo goed. Dus wellicht is het beter als zij gelijk uw vraag beantwoordt. De voorzitter: Mevrouw Bos, de heer Borst die probeert de tabel te amenderen. Ik ben benieuwd naar uw antwoord. Mevrouw Bos: Dank u wel voorzitter. Op de eerste bladzijde staat uitgelegd wat adviseren en raadplegen is. Adviseren is zeg maar het genereren van ideeën en oplossingen voor. Een raadplegen gaat over de mening. Bij de ontwerp omgevingsvisie ga je mening vragen en niet oplossingen genereren. Dat doe je eigenlijk eerder. Dat is het verschil waarom er daar raadplegen staat en geen adviseren. De voorzitter: Mijnheer Borst. De heer Borst: Dan was dus mijn aanname dat die intensiteiten, zo één op één op raadplegen of adviseren, pasten, dus niet helemaal correct. Maar dan dank voor die verhelderende toelichting. Voorzitter, dan heb ik nog één vraag. Dat was mijn vierde vraag. Mag ik die nog stellen? Is dat oké? Ik zie de voorzitter knikken. Bijlage één, die lijst met stakeholders. Die vonden wij wat verwarrend en dat had te maken met de orde van grootte. Dus daar staat zowel portefeuillehouder als college, als raad, maar ook inwoners, woonvisie. Wat is nou precies het doel van die bijlage? Want dat werd ons nou niet helemaal duidelijk.
De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Doel van die bijlage is u een indruk te geven van wie wij allemaal bij de participatie in ieder geval willen betrekken. Maar als u het idee hebt dat daar instanties, personen of wat missen, dan horen we dat uiteraard graag. En als u vindt dat er iemand of wat iets geschrapt moet worden, nou ja, dan zijn we er ook wel benieuwd naar. Of we dat dan doen, weet ik nog even niet. Wij hebben deze natuurlijk niet voor niks opgezet, maar daar is die lijst voor bedoeld. De voorzitter: Mijnheer Borst. De heer Borst: Dan hou ik het even feitelijk, even los wat ik daarvan vind, want dat komt dan eventueel nog bij de meningsvorming. De portefeuillehouder heeft, zoals die hier gedefinieerd staat in het bestuursrecht, natuurlijk geen positie. Dus dat vind ik wel ingewikkeld om die dan op te nemen als losse stakeholder. Het is of het college, of misschien de burgemeester, dat zou nog kunnen, maar de portefeuillehouder kan dan eigenlijk niet. En dat was hem dan eigenlijk, voorzitter. De voorzitter: Wil de portefeuillehouder hierop reageren? De heer Van der Duijn Schouten: We kunnen daar natuurlijk best het college van maken. Ik snap dat de portefeuillehouder in het bestuursrecht geen positie heeft, maar volgens mij hebben jongeren dat ook niet en kerken ook niet. Dus er staan natuurlijk meer instanties op.
Maar ik begrijp wat u Pagina 9 van 40
zegt en het is wat mij betreft prima om portefeuillehouder te wijzigen in college. Oh, die staan er al bij. Nou ja, dan heeft het college automatisch alle portefeuilles ook te pakken. Dus in die zin. Ik begrijp toch dat er iets komt om te schrappen. Dat had ik aan de voorkant niet gedacht. De voorzitter: Goed, het humoristische moment was er ook. Dan gaan we naar de heer Verweij van de SGP, die wil stapelen. Waarschijnlijk op de voorlaatste vraag. De heer Verweij: Ja, dat klopt, voorzitter. Dank u wel. Ik werd door de uitleg van mevrouw Bos even herinnerd aan toch nog een vraag die bij ons leeft in de fractie. Dus ik maak even van de gelegenheid gebruik om als spijtoptand nog een vraag te stellen. En die heeft betrekking op het concept participatiestrategie, als we dat document nemen. Dan de tweede paragraaf met titel participatieniveaus. Dat was ons niet helemaal duidelijk. Daar wordt gezegd: voor de actualisatie omgevingsvisie onderscheiden we vijf participatieniveaus. Daaronder staat dan echter een tabel en daar dachten wij toch zes verschillende onderdelen te kunnen vinden. Namelijk achtereenvolgens zelf organiseren tot en met informeren. Kan iemand ons dan duiden hoe dat zit en of wellicht één van die zes dan geen participatie is? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Bos, een nieuwe poging om iets te amenderen.
De heer Van der Duijn Schouten: Ik denk dat ik die wel kan beantwoorden. Deze hadden we er bewust ingestopt om te kijken of iemand het op zou vallen, maar het moet inderdaad zes zijn in plaats van vijf. De voorzitter: Goed, dat is de eerste wijziging in de nota. Dan gaan we naar mevrouw Van Nes-de Man van Burger op 1. U had eerst twaalf vragen, er was er één vervallen en dan hebben we er elf over. Misschien zijn er nog een paar vervallen. Als u het per twee doet en dan ik ga ervan uit dat er niet meer dan tien zijn. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, daar zit u aardig in de richting. Wat ik mij afvraag is: waarom wordt hier nou de participatie uitgebreid besproken en wat is nou de relatie met de nota betrokken samenleving waar we dan 4 april jongstleden uitgebreid over gesproken hebben? Wat mij dan ook opvalt, is dat deze participatiestrategie niet voor instemming naar de raad gaat, maar instemming van het college behoeft. Die andere gaat wel ter instemming naar de raad. Kunt u dat uitleggen? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dat komt omdat u als raad de nota betrokken samenleving gaat vaststellen en dat het college de participatiestrategie vaststelt. Dus daarom komt die andere nog een keer bij u in de raad. Is er inmiddels een consultatie geweest. Consulteren we deze u ook en zal het college uiteindelijk deze vaststellen.
En de relatie, dat hebben we volgens mij hier ook aangegeven dat we de indeling zoals die in die nota betrokken samenleving wordt gehanteerd hier ook in hebben overgenomen. De voorzitter: U mag reageren en u mag uw twee volgende vragen stellen. Pagina 10 van 40
Mevrouw Van Nes-de Man: Nee, dat is me wel duidelijk. Dan moeten ze dus gewoon in ieder geval bijna één op één overeenkomen. De één misschien wat uitgebreider dan de ander. Kom ik bij mijn volgende vraag. Er staat ook in het stuk: participatie is niet voor absoluut draagvlak, maar om kennis te benutten om zelf tot een besluit te komen. Ik zou dat wat breder willen trekken en de burgers toch wat meer graag willen geven. Want burgerparticipatie is volgens ons, het vraagt om vroegtijdige participatie waarmee overheden op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel kunnen krijgen. Vindt de wethouder dat ook belangrijk om vooral die zaken op tafel te krijgen en behalve alleen maar een beetje kennis benutten en er vervolgens zelf de nota maken? Dan heb ik er nog twee over. Het valt wel mee. De voorzitter: Het laatste klonk ook erg als een mening, dus u mag dat ook straks gaan vertellen. De wethouder kan er dan nog op reageren wat hij daarvan vindt. Ik had ook het idee dat de wethouder daarnet wilde reageren. De wethouder krijgt het woord of hij al dan niet iets wil zeggen. De heer Van der Duijn Schouten: Wat mevrouw Van Nes nu doet is... Een beetje informatie ophalen. U kunt het natuurlijk allemaal kleiner maken en min of meer een beetje denigrerend wegzetten zoals het opgeschreven is.
Wij zeggen dit omdat we informatie op willen halen in de maatschappij, wat daar leeft, zodat we dat mee kunnen wegen. En of iemand dat creatief brengt, of op een andere manier, dat willen we graag ophalen. Uiteindelijk gaat dit niet om absoluut draagvlak, omdat je ziet dat we heel vaak met tegenstrijdige belangen te maken hebben, dus dat, dat absolute draagvlak er niet komt. Dan willen wij weten wat er leeft, bij wie, en uiteindelijk zullen we dat moeten wegen om tot een besluit te komen. Maar wat ik al eerder heb gezegd: we willen daarin aan de voorkant wel reëel zijn. Ook hier zal het niet zo zijn dat iedereen zijn zin krijgt. Dus daarom is het wat ons betreft ook goed dat we hier geschetst hebben dat, dat absolute draagvlak niet het ultieme doel is, omdat als je dat als ultieme doel stelt, je op een hele hoop zaken die je wil doen gewoon helemaal nergens meer komt, omdat je nooit tot dat absolute draagvlak komt. U zei daarnet nog dat dit dan straks één op één overeen gaat komen met onze nota betrokken samenleving. Nee, we hebben een nota betrokken samenleving en we hebben een participatiestrategie. Dat zijn twee totaal verschillende documenten die wel raakvlak hebben en overlap hebben, maar die straks niet één op één hetzelfde zijn, want dan hadden we dat andere wel een participatiestrategie genoemd of dit een nota betrokken samenleving.
Dat zijn verschillende onderwerpen Dat is ook dat de besluitvorming erover verschillend loopt, die wel raakvlakken hebben. En die raakvlakken hebben we ook benoemd en aangegeven waar die liggen. Maar dit zijn straks niet twee stukken die je één op één op elkaar kan leggen en die dan nagenoeg identiek zijn. De voorzitter: Uw volgende twee vragen mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Er staat iets over incidentele meedenkers en iets over intensieve meedenkers. Hoe ziet u dat? De voorzitter: Dat klinkt als één vraag. Stelt u nog maar een vraag. Mevrouw Van Nes-de Man: Ik ben er doorheen. Pagina 11 van 40
De voorzitter: Wethouder. Incidentele en intensieve meedenkers. De heer Van der Duijn Schouten: Hoe we dat zien? Volgens mij staat dat eronder beschreven, hoe we dat zien. En wat ik net al schetste. Er is een groep die een keer iets wil meegeven en het daarmee genoeg vindt. Die denkt dus incidenteel mee. Er zijn ook inwoners die willen meerdere keren bij een heel proces betrokken zijn. Die denken intensief mee. Dus daar is verschil in en we willen niet voor iedereen dat in een keurslijf gieten. Vandaar dat we die verschillen hebben benoemd en ook, net als ik zeg, volgens mij vrij helder uitgeschreven, hoe we dat onderscheid zien. De voorzitter: Voldoende zo mevrouw Van Nes-de Man? Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, het is me duidelijk. Het is wat ik hoopte dat het zou zijn, dus dat valt mee. De voorzitter: Dan zijn we bijna aan het einde van de vragenronde. De heer Kooijman, ChristenUnie, wil nog stapelen. De heer Kooijman: Ja, ik was eigenlijk al een beetje aan het voorbereiden over wat ik straks als mening ging geven en toen schoot mij toch wel een vraag te binnen. Het heeft ook wel een beetje te maken met de vraag die ik al eerder stelde, over de betrokkenheid van inwoners. Ik kan me voorstellen, het college doet hun best om via de strategie en straks participatieplan aan de voorkant goed te borgen dat iedereen zijn zegje kan doen en mee kan denken en mee kan praten.
Maar het zou zomaar kunnen gebeuren, laat ik een voorbeeldje noemen, hoogbouwvisie gaan we het straks nog over hebben, maar dat er ergens uiteindelijk in het plan terecht komt van, ik noem maar wat, Gemini locatie. Dat is een mooie locatie voor zo'n hoge toren straks. En dat dan mensen die daar in de omgeving wonen denken: wacht even, wat is dat nou? Hadden ze dat niet even van tevoren kunnen zeggen? En waar had ik mij mee kunnen melden? Ik ben er een beetje bang voor dat het college dan zegt: we hebben aan de voorkant zo goed nagedacht over participatie, allemaal mogelijkheden gehad om mee te denken, mee te praten, we hebben informatie avonden gehad, etc. En toch ontstaat er dan een situatie waar mensen zeggen: ik krijg nu pas te horen dat hier een toren komt, of zou kunnen komen, dat wil ik niet. Hoe kijkt het college daar tegenaan? En hoe kunnen we dat dilemma voorkomen? Of misschien kunnen we het niet voorkomen, dat zou kunnen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat er straks ergens in de omgevingsvisie iets staat wat iemand misschien toch liever niet heeft, dat gaan we denk ik niet voorkomen. Ik denk dat best wel een aantal inwoners van Ridderkerk ook niet weten wat er in onze huidige omgevingsvisie staat. Dat, dat plan er vervolgens komt is natuurlijk een ander verhaal, want met een visie is dat ruimtelijke proces natuurlijk niet doorlopen.
Dat betekent vervolgens dat een initiatiefnemer daar ook weer…Natuurlijk ligt er dan een globale visie en dat betekent wel dat u als raad heeft gezegd: wat ons betreft zou daar best iets hogers kunnen landen. Maar vervolgens zou een initiatiefnemer met dat plan natuurlijk nog wel daar in de buurt moeten gaan participeren en ophalen wat... Dus Pagina 12 van 40
daarmee is het niet zo gezegd dat daar ook per definitie dan die toren van twaalf hoog, of ik weet niet wat u zei, dat die daar ook komt. Maar nogmaals, dat er straks in die omgevingsvisie iets landt waar een individuele inwoner misschien ook uiteindelijk geen weet van heeft en achteraf over jaren blijkt niet blij mee te zijn. Ja, ik denk dat we dat... En nogmaals, we gaan de Blauwkai, we gaan al onze instrumenten inzetten om het bekend te maken en mensen de kans te geven daarin mee te denken. We hebben straks een raadsbehandeling waarbij we er bewust voor hebben gekozen om ook die visie op hoogbouw en die visie op agrarische gronden niet als een programma door het college vast te stellen, maar door u als raad als onderdeel van onze omgevingsvisie. Dat betekent dat er een commissiebehandeling en een raadsbehandeling aan ter grondslag gaat. Dat hebben we ook bewust gedaan om u erbij te trekken, maar ook dat breder te trekken. Dus ik denk dat we er op die manier alles aan doen om inwoners de kans te geven ermee te denken. Of dat we er uiteindelijk iedereen mee bereiken? Waarschijnlijk niet. De voorzitter: Mijnheer Kooijman. De heer Kooijman: Bedankt voor het uitgebreide antwoord, maar de kern van mijn vraag, die proef ik nog niet helemaal in het antwoord terug.
De kern gaat niet zozeer over, ik geloof best dat de mensen ontevreden zijn, die hebben gezegd: ik wil het niet en uiteindelijk kwam het er toch in. Ook al staat er straks in een omgevingsvisie iets, dat wil niet zeggen dat het plan er daadwerkelijk komt. Die stappen snap ik allemaal. Alleen de kern van mijn vraag duidt erop dat er aan de voorkant wel is gezegd: u mag meedenken met iets globaals, ik heb daar geen behoefte aan. En dat dan uiteindelijk in het uiteindelijke plan iets staat wat misschien in mijn directe woonomgeving toch een verandering is, waar ik dan misschien toch niet zo tevreden mee ben. En dan toch aan het eind opeens daarmee geconfronteerd wordt. De voorzitter: Het klinkt als herhaling wat u net gezegd heeft, maar de wethouder krijgt het woord om eventueel nog iets te zeggen. De heer Van der Duijn Schouten: Nogmaals, we gaan dit doen, we proberen het zo breed mogelijk. Maar als iemand in dat proces niet mee wil doen en er uiteindelijk hier in commissie en raad een visie ligt waar iemand iets, dan kan hij nog steeds hier in komen spreken. Maar ja, dan is dat wel gebeurd. Dat ga ik ook niet voorkomen. Ik zou tenminste niet weten hoe, want ik ga natuurlijk niet iedereen aan zijn haren erbij sleuren. We zullen ons best doen om dat zo breed mogelijk te doen en iedereen die mogelijkheid te bieden. Er wordt straks nog een uitgebreid participatieplan voor gemaakt.
Ik denk dat ook onze lijst die we nu in die strategie hebben opgenomen redelijk uitgebreid is. En nogmaals, als u denkt dat er iemand mist, zegt u het vooral, want dan kijken we of we die toe kunnen voegen. Nogmaals, ook na vanavond, iedereen kan meekijken. Ik wil mensen vooral, als u mee wilt denken en doe het vooral, ook om die visie op hoogte. Volgens mij communiceren we vrij breed dat, dat onderdeel wordt van die omgevingsvisie. Maar nogmaals, als iemand dat wel gelooft en uiteindelijk daar iets landt. Kan gebeuren. De voorzitter: Dan gaan we de vragenronde afsluiten en gaan we naar een rondje meningsvorming. Elke fractie krijgt gelegenheid om een reactie te geven. U mag ook op elkaars bijdrage reageren. Aan Pagina 13 van 40
het eind zal de wethouder nog gelegenheid krijgen om te reageren. Ik begin even rechts achterin vanuit mijn zijde gezien met de heer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Dank u wel voorzitter. De ChristenUnie die denkt dat het in basis een goede strategie is om het op deze manier aan te pakken. Maar wel, en dat sluit aan bij mijn vorige vraag, wij maken ons wel wat zorgen over hetgeen wat je misschien denkt aan de voorkant met deze uitgebreide participatie dichtgetimmerd te hebben of in ieder geval vastgelegd te hebben versus straks ligt er een conceptplan en dan pas wordt het voor heel veel mensen concreet en dan pas vinden mensen er wat van. Dus ik denk dat met name juist aan de achterkant of eigenlijk bij het conceptplan dat dan de participatie wellicht het hevigst zal zijn en dat we daar ook goed rekening mee moeten houden. Dus dat we niet alles aan de voorkant misschien vastgelegd kunnen hebben. Dat is het voor nu, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA, mijnheer Mijnders De heer Mijnders: Dank u wel voorzitter. Ook het CDA vindt het in de basis een goede strategie. We hebben daarop eigenlijk geen opmerkingen. Op twee punten willen we allemaal wat aandacht vestigen.
Dat is namelijk opnieuw op die agrarische visie, omdat wij ons een beetje zorgen maken dat als je met het idee van we gaan het hebben over de agrarische gronden met agrariërs, juist in deze tijd, dat het ook op een verkeerde manier opgevat van worden van: kijk eens, ze gaan naar mijn grond kijken en ik moet al weg, er moet op gebouwd worden. En daarom missen wij als CDA ook, maar dan ga ik teveel denk ik op de visie, juist ook het gesprek met die agrariërs, van: we willen juist ook meedenken hoe jullie daar in de toekomst kunnen blijven eventueel als jullie willen. Alleen ik begrijp dat de visie agrarische gronden natuurlijk alleen over de gronden gaat, maar ik zou het college wel willen meegeven ook dit soort signalen in het achterhoofd te nemen wanneer ze met agrariërs in gesprek gaan over hun bedrijf, over hun gronden. Het tweede punt dat we mee wilden geven is, een paar weken geleden zaten we hier met basisscholen die hier les kwamen over de democratie en over de gemeenteraad en er worden ook een paar keer jongeren in genoemd. Het betrekken van jongeren is natuurlijk altijd lastig, het kan natuurlijk wel via enquêtes, sociale media.
En we zouden daarmee als ook advies willen geven, zeker omdat er geen jongerenraad is in Ridderkerk, is van kijk ook eens of bijvoorbeeld de maatschappijleerlessen bij de middelbare scholen bijvoorbeeld ook een moment zou kunnen zijn waar je over dit soort visies met een klas zou kunnen praten. Natuurlijk de vrijheid ligt altijd bij de school zelf. Op die manier zou je misschien wel op een leuke manier jongeren kunnen betrekken. Dat was het voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. Gaan we naar partij 18PLUS. De heer Westbroek: Dank u wel voorzitter. Wij kunnen ons vinden in wat voor ons ligt. En ik zou zeggen: ga zo door college. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Westbroek, Gaan we naar Burger op 1, mevrouw Van Nes-de Man.
Pagina 14 van 40
Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u voorzitter. Het ziet er best goed uit, maar wij zouden toch graag mee willen geven: probeer vooral wel draagvlak te creëren. Het ultieme draagvlak of draagvlak bij iedereen, dat gaat inderdaad niet lukken. Maar als je een breed draagvlak hebt, dan is een nee ook veel beter uit te leggen. Investeer in participatie en informeren, want dat gaat dan hand in hand samen vooraf. Informeer vooral goed vooraf. Zo bereik je mensen die mee willen doen en dat geeft uiteindelijk gewoon een goed beleid. Daar komt een mooi beleid uit en een verantwoordelijkheidsgevoel voor hetgeen gedaan wordt, gebouwd wordt, neergezet wordt en alles. En met een verantwoordelijkheidsgevoel willen mensen zich ook wel inzetten om het in stand te houden, om het te onderhouden. Participeren moet je vooral gewoon doen. Ga dat open aan en vat het alsjeblieft niet in te veel documenten en maak er geen papieren tijger van. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Leefbaar Ridderkerk, mijnheer Ipskamp. De heer Ipskamp: Dank u wel voorzitter. Leefbaar Ridder Kerk vindt het in de basis een goed plan. Het is goed om te lezen en vooral ook om te horen van de portefeuillehouder dat de gemeente alle inwoners probeert te betrekken in alle participatiefases.
Onze fractie zou het ook enorm waarderen als de raadsleden ook uitgenodigd gaan worden bij de openbare sessies, zoals beschreven staat in hoofdstuk 8. Zodat ook die betrokken kunnen zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de VVD, mijnheer Borst. De heer Borst: Ik sluit me eigenlijk helemaal aan bij de voorgaande sprekers. Ook wij vinden het in de basis dit kader gewoon hartstikke goed. We zijn met name heel erg blij met die verschillende intensiteiten van deelnemen, omdat wij denken dat verschillende doelgroepen nu eenmaal gewoon op een andere manier benaderd moeten worden en daar moet je je participatie instrumenten op aanpassen. Wij hebben bij voorgaande discussies, als het ging om participatie, steeds heel erg gehamerd op het verwachtingenmanagement. Wat hier in het stuk genoemd staat, over dat niet iedereen zijn zin krijgt, maar dat het juiste bedoeling is dat je gehoord wordt. En dat, dat ons gaat helpen om een gecompletiseerde belangenafweging te maken dat onderschrijven we helemaal, dat had onze eigen tekst kunnen zijn. Tot slot merk ik nog wel op, het is nu natuurlijk nog globaal, dus we kijken ook wel echt met smart uit naar de verdere uitwerking. Tot slot wil ik er nog eenmaal op wijzen dat wij als gemeente er wel echt voor moeten zorgen dat inwoners altijd alle juiste informatie over dit soort processen bij ons kunnen vinden.
Dus laten we er ook nu voor deze communicatie en participatiestrategie nou voor zorgen dat we een duidelijke vindplaats hebben voor alle informatie op een voorspelbare plek en dat die informatie ook gewoon altijd up-to-date is. Dat was hem. De voorzitter: Dank u wel en ik herinner de commissie er nogmaals aan dat u ook mag reageren op de bijdrage. We gaan naar mevrouw Emmerich, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Emmerich: Dank u wel voorzitter. Al mijn voorgangers hebben het gras van mijn voeten weggemaaid. Wij sluiten ons inderdaad als Echt voor Ridderkerk ook aan. Wij vinden het in concept een goede strategie. En wij sluiten ons ook wel aan bij de zorgen die de heer Kooijman net heeft uitgesproken. Dank u wel. Pagina 15 van 40
De voorzitter: Dan GroenLinks, mevrouw Horvath. Mevrouw Horvath: Dank u wel voorzitter. GroenLinks ziet en begrijpt dat processen die binnen de omgevingsvisie gaan plaatsvinden spanningen kunnen, dat daardoor spanningen kunnen oplopen of spanningen kunnen oproepen. Mensen willen bijvoorbeeld wel hoogbouw, maar niet in hun eigen achtertuin. Dus goed en nodig dat het college nadenkt, heeft nagedacht en beschrijft hoe participatie hierin een belangrijke rol speelt. De wethouder zei daarnet dat iedereen mee mag en kan doen. Dus wij zeggen: doe er dan ook echt alles aan dat mensen weten dat ze mee kunnen doen. En spanningen en verschillen van meningen die zullen er altijd blijven, ook al heb je de participatie prachtig mooi beschreven. We vinden het net zoals we benoemd hebben bij de nota betrokken samenleving goed en zeer belangrijk dat van tevoren bij alle participanten bekend is wat de mate van invloed is. Daar zal die verschillende manieren van intensiteit naar ons idee ook bij helpen. En liefst gedurende het proces, maar zeker na afronding vinden wij het ook belangrijk dat er een terugkoppeling naar de participanten plaatsvindt. Dat wordt gelukkig hier ook beschreven. Bij de nota betrokken samenleving hebben we gevraagd om die vormen van terugkoppeling ook te beschrijven.
En wellicht kan dat in deze strategie ook worden opgenomen bij de verschillende fases of is dat te gedetailleerd? En tot slot denken wij, net als het CDA, dat scholen kunnen worden toegevoegd aan het rijtje stakeholders. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor uw bijdrage. SGP, mijnheer Verweij. De heer Verweij: Dank u wel voorzitter. Na al deze loftuitingen kan de SGP natuurlijk niet achterblijven om ook instemming aan dit plan te betuigen. Wat wij nog mee willen geven aan het college is, daar hebben wij eigenlijk nog in geen één van de stukken iets over gezien, doorloopsnelheid van de projecten. Wij vragen ons namelijk af als we een zo omvangrijk participatietraject aangaan welke invloed dat heeft op de doorlooptijd van een traject. Wij horen nu ook wel uit de achterban dat bijvoorbeeld een wijziging aan een straat, om maar iets te noemen, door alle inspraakmogelijkheden een enorm langdurig traject kan worden. En daarom kan het misschien goed zijn om ook dat onderdeel nog aan het proces toe te voegen, zodat we ook de tijdsduur van participatie op een bepaalde wijze wat in kunnen kaderen, zodat project niet eindeloos kunnen gaan duren. Dus dat nog als input vanuit de SGP. Voor de rest instemming. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. En de doorlooptijd van uw bijdrage was in orde. We gaan naar mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid.
Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Wij vinden het ook belangrijk dat inwoners vooraf weten welke vorm van participatie er is en wij vragen de moed toch maar, of de tijdsbeslag om daar steeds de hoogste treden voor in te zetten waar mogelijk. Wij vragen nogmaals aandacht voor de vroegtijdigheid en de compleetheid van de informatie. Laten we vooral ook vroegtijdig mensen betrekken. Die diabolo-strategie, die begrijpen wij. Zo breed mogelijk werven en raadplegen en dan later weer smal. Maar laten we het vooral niet te smal maken en ook daarin wel de breedte blijven behouden. Wij vinden het heel belangrijk dat het mogelijk blijft dat er georganiseerde bewonersgroepen per wijk zijn die niet alleen ad hoc, maar ook structureel en frequent kunnen Pagina 16 van 40
blijven adviseren. Wij onderschrijven de zorg van de ChristenUnie met betrekking tot de participatie die pas gaat leven op het moment dat het plan concreet wordt. Wij ondersteunen de zorg van het CDA ten aanzien van de agrarische gronden. De agrariërs willen daar hun toekomst hebben, maar er wordt verlekkerd naar gekeken, ofwel door de provincie, ofwel door de projectontwikkelaars die en masse zich daar ook op gestort hebben. Dus ook dat vinden wij een belangrijk punt. Wij missen de projectontwikkelaars niet bij de stakeholders en daar ben ik heel blij om dat die er niet tussen staan. Wij missen wel de ouderen, want de jongeren staan ertussen, maar de ouderen zijn net zo'n belangrijke groep. Wij zouden ook graag de minima, want die zijn afhankelijk van bepaald type woningbouw en de voorzieningen, daarbij willen betrekken. En wij ondersteunen de oproep van het CDA ten aanzien van de participatie van de scholen. De participatie is een heel belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. En het is de kunst om ook op te halen wat er buiten je eigen bias zit of je gewenste uitkomst. En wij hopen van harte dat dat ons met deze strategie gaat lukken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer Verweij, SGP wil reageren. De heer Verweij: Ik begreep van u dat we ook mogen reageren op elkaar. Dus daar maak ik maar even gebruik van.
Ik moet eerlijk zeggen, ik schrik eigenlijk een beetje van wat collega Ripmeester nu zegt om een bepaalde bevolkingsgroep, in dit geval de minima, als aparte categorie nog op te nemen in zo'n beleidsstuk. Want volgens mij is het juist, artikel 1 noem ik maar even, de bedoeling dat iedere burger gelijk behandeld wordt in ons dorp. Dus ik zou aan mevrouw Ripmeester graag willen vragen: waarom moet dan specifiek die ene groep als zodanig apart benoemd worden als stakeholder? Volgens mij is er maar één burger stakeholder en dat zijn alle burgers van Ridderkerk zonder onderscheid en aanzien des persoons. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Ja, op het moment dat je jongeren noemt, dan kun je ook ouderen noemen, dan kun je ook elke dwars doorsnede van de samenleving noemen. Dus dan noemen wij de groepen die wij belangrijk vinden. En aangezien er bij deze groep ook specifieke aandachtspunten zijn, brengen wij die onder de aandacht. Nu we het toch weer over de stakeholders hebben. Ik zag dat de Oudheidskamer ertussen stond en die begreep ik niet helemaal. Voor mijn part staan ze ertussen, maar als stakeholder begrijp ik hem niet, maar wellicht dat, dat iemand anders wel duidelijk is. De voorzitter: Mevrouw Emmerich, echt voor Ridderkerk wil reageren. Mevrouw Emmerich: Om ook nog even terug te komen op de stakeholders.
Ik hoorde mevrouw Ripmeester net noemen de ouderen. Wellicht is het een idee om de oudere bonden daarin bij op te nemen, zoals de KBO, de ANBO, de PCOB. De voorzitter: Goed samengevat. Van jong tot oud. Zullen we het daarmee afronden? Krijgt de wethouder als laatste het woord om te reageren.
Pagina 17 van 40
De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel voorzitter. In het lijstje staan de inwoners. Volgens mij is daarmee iedere inwoner betrokken. Tijdens het opstellen van de startnotitie is door uw raad specifiek gevraagd om jongeren apart te benoemen, ook extra aandacht te geven. Volgens mij ook destijds met een beetje het idee, dat is een groep die zich waarschijnlijk niet als vanzelf hiervoor meldt. Dus kunt u nou kijken hoe u die daar nog wat meer bij kan betrekken. Daarom hebben we ze hier apart benoemd. Dat was ook het verzoek van uw raad. En heb ik vanavond ook nog een aantal suggesties gehoord hoe we daar dan concreet vorm aan kunnen geven. Ik hoor vandaag ouderen, maar nogmaals, onze inwoners staan erop, dus niemand is uitgesloten. En ik wil dan ook niet de bijna stigmatiserende kant op door bepaalde bevolkingsgroepen op basis van inkomen of wat dan ook hier apart te gaan benoemen. Iedereen mag meedoen. Ik heb een paar keer voorbij horen komen, eigenlijk vrij breed voorbij horen komen in basis een goede strategie. Dat doet mij ergens ook wel weer goed. Want dat betekent dat we volgens mij redelijk de goede lijn te pakken hebben. Ik heb ook een aantal zorgen gehoord. De zorg dat inwoners zich pas gaan melden als het plan concreet is.
Ja, nogmaals, ik heb al eerder gezegd dat zou voor mij ook wel een beetje een donker scenario zijn, dat we aan de voorkant proberen mensen bij te betrekken dat, dat niet lukt en als het plan concreet is dan wel mensen zich gaan melden omdat ze er iets van vinden. Dat zal dan vaak geen steunbetuiging zijn, want dat zien we natuurlijk op concrete plannen met inwoners vaak komen, omdat ze het dan ergens toch niet zo'n goed plan vinden. We gaan er alles aan doen om dat te voorkomen, maar goed dat heb ik vanavond al een paar keer gezegd denk ik. Onze visie op agrarische gronden moet niet een soort oproep tot exit-strategie worden. Het is natuurlijk met name ingegeven op een stukje behoud van agrarische gronden en niet op het: hoe komen we er vanaf. Dat is denk ik ook destijds in uw raad toen we het hierover hadden toegezegd om juist op een aantal agrarische gronden in ieder geval tot die visie er is niets te gaan doen. Dat betekent ook eventueel voor een tuinder die er wel wat anders wil, of een agrariër, dat we dat nu dus even niet doen. En volgens mij hebben we dat ook juist nog in de RIB die we hierbij gezet hebben, dat we dat op dat soort punten juist pas op de plaats maken, omdat het wat ons betreft niet kies is dat, dat er moet komen, dat we dan dingen nu gaan doen.
Maar nogmaals, het zou niet de bedoeling zijn dat agrariërs hierdoor het idee hebben: laten we met het college even in gesprek gaan over hoe we hier wat anders kunnen gaan doen, want dat is niet de insteek die we hiermee voor ogen hebben. Voor de rest heb ik de input opgeschreven. Dat is naast mij ook nog een keer gebeurd. We hebben het in drieën gedaan. Ze zeggen wel eens: een drievoudig snoer wordt niet licht gebroken. Dus ik denk dat we hiermee alle opmerkingen ook wel verzameld hebben met elkaar. Dus daar gaan we mee aan de slag. En uiteindelijk krijgt u van ons de definitieve strategie nog een keer toegestuurd. En dan kunt u zien wat daarmee gebeurd is. Dus dat was het wat mij betreft, voorzitter. De voorzitter: Dank voor uw reactie wethouder. Dank aan de ambtenaren mevrouw Bos en de heer Verhoeven voor de aanwezigheid en het bijdragen aan de antwoorden en het noteren van alle input. Dan ronden we hiermee dit agendapunt af en gaan we naar het volgende.
Pagina 18 van 40
4. Analyse en definitie hoogbouw De voorzitter: Dan nodig ik mevrouw Punter en mevrouw Batenburg uit om plaats te nemen of te blijven zitten waar u zit, naar keuze wat u wilt. Wethouder Van der Duijn Schouten is ook voor het volgende punt de portefeuillehouder en die heeft zijn toelichting al gegeven. Het agendapunt is analyse en definitie hoogbouw en het is ter meningsvorming. We beginnen met een presentatie door de twee genoemde ambtenaren en zij gaan ook vragen aan u stellen via Mentimeter. Na afloop van die presentatie mag u vragen stellen als commissie. En hierbij geef ik het woord aan, ik denk mevrouw Punter. Mevrouw Punter: Ik heb de microfoon aangezet. Ik neem aan dat hij het doet. Ik hoor het zelf niet zo goed. Ja, dichtbij, hè? Ja, zo. Het kan zijn dat ik hem af en toe een beetje laat vallen, maar ik zal mijn best doen. Ik ga samen met Lucienne Batenburg, mijn collega, u een presentatie geven. Wij willen u graag meenemen in de analyse en definitie van hoogbouw voor Ridderkerk, als opmaat naar de hoogbouwvisie die wij gaan maken. Voordat wij aan de presentatie beginnen willen we eigenlijk als een vorm van ijsbreker alvast twee vragen aan u stellen. De eerste vraag komt een beetje uit het coalitieprogramma zoals we dat ooit onder onze ogen kregen. Dat ging over de maximale bouwhoogte van zes lagen die voorstelbaar wordt geacht bij nieuwbouw.
En daarna het voornemen van het college om te onderzoeken waar we eventueel hoger kunnen bouwen. Dat is de aanleiding voor deze hoogbouwvisie ook. Nu wil ik u vragen om uw mobiele telefoon erbij te pakken en te gaan naar menti.com en dan in te loggen met de code die u daarboven aan de dia ziet. Ja, altijd. Kunnen we dat zien? Bent u inmiddels in de Mentimeter en ziet u deze dia ook op uw telefoon, deze vraag? Is er iemand die nog niet daarin zit? De vraag wordt al beantwoord, ja. Wij vroegen ons af hoeveel gebouwen boven de zes lagen staan er al in Ridderkerk. Ik weet even niet hoeveel mensen er in de Mentimeter zitten. Negentien, twintig, eenentwintig. Ik houd het een beetje in de gaten. Heeft iedereen een schatting gemaakt? Dat kan dus toch niet met deze afstandsbediening. Hier ziet u een kleine postzegelbladzij. Maar we hebben vijfenveertig gebouwen, individuele gebouwen, soms staan ze naast elkaar, die hoger zijn dan zes lagen. Ja, het gaat alleen maar over woningen. Dan wil ik u graag nog een andere vraag stellen en dan beginnen we met de presentatie die u van tevoren ook heeft gezien.
En dat is de vraag, het is een wordcloud, maar waaraan denkt u spontaan als het gaat over hoogbouw? Wat voor woorden komen dan bij u naar boven? Ik denk dat we het hier even bij laten, maar u ziet nu al hoe divers het woord hoogbouw, wat het oproept en wat voor verschillende onderwerpen er eigenlijk naar boven poppen. En we gaan u daarom ook meenemen in deze presentatie over de hoogbouw in Ridderkerk. We hebben een analyse gemaakt. Dit heeft net de voorzitter aan u uitgelegd. Wij gaan graag eerst de presentatie geven en u de vragen stellen, zoals net. En dan heeft u na afloop van de presentatie ruimte om ons daar vragen over te stellen, over de inhoud van de presentatie of over de hoogbouwvisie. Daarna willen we aan de hand van de antwoorden die u heeft gegeven eigenlijk het gesprek voeren. En dan kijken we aan het eind nog even verder hoe we verder gaan. We hebben het verdeeld in vijf blokjes om het een beetje overzichtelijk te houden. We beginnen even met het waarom van de hoogbouwvisie. Dan de situatie, dus dan borduren we even voort op die vijfenveertig gebouwen die er nu al staan. Dan gaan we even wat breder kijken naar verschillende aspecten van hoogbouw. Die heeft u net eigenlijk al in Pagina 19 van 40
de wordcloud ook kunnen zien. Dan geven wij u een voorstel over wat in Ridderkerk hoogbouw is. Dus hoe definiëren we dat? Aan het einde dan willen we graag u nog vragen wat u ons verder nog mee wil geven voor het vervolg. Waarom maken we nou een hoogbouwvisie? Wij zijn niet de enige gemeente waar dit onderwerp speelt. Het is een actueel thema, er worden allerlei dingen over geschreven, over nagedacht, er wordt enthousiast op gereageerd, maar ook behoudend. De meningen erover liggen uiteen, dat weet u ook. Werd net ook al gezegd: prima hoogbouw, maar misschien niet in de achtertuin. Het is een spraakmakend thema, maar het is gewoon nodig. Het gaat eigenlijk over de woningbouwopgave die er ligt. Het gaat over de beschikbare ruimte, die er nauwelijks is. En het gaat over ruimteclaims voor andere onderwerpen, die er ook zijn. Tweeduizend woningen, in Ridderkerk erbij. Dat zijn vijfentwintig Riederborgh torens. Dus u kunt een beetje voorstellen hoeveel woningen dat zijn en wat de impact daarvan zou kunnen zijn. Dan even een overzicht van onze gemeente. Daar ging het ook al over de visie op agrarische gronden. U ziet hier eigenlijk de gemeente. U ziet ook de snippers aan agrarische gronden die wij nog hebben. U ziet vooral eigenlijk al een behoorlijk verstedelijkt gebied. Dat betekent dat de ruimte die er is om die woningen te bouwen, nou niet legio is.