CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-04-16-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen wonen RK 16 april 2024, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag34.479 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast is dat ook gekoppeld aan het kwaliteitsniveau, want daar kun je natuurlijk een bepaalde gradatie in aanbrengen. En dat maakt dat we die nauwkeurigheid kunnen behalen die ik nu benoem. Dat is natuurlijk gekoppeld aan nogmaals die kwaliteitsniveau en uitgangspunten die we hebben opgeschreven. Dus dat is dan ook wel iets waar we ons op zullen gaan richten in de nadere uitwerking, in een programma van eisen van de verschillende scenario's. De voorzitter: Dank u wel. Ook de heer Rijsdijk, Partij van de Arbeid heeft een stapelende vraag. Ga uw gang. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Tegelijkertijd staat er wel in de stukken dat de bedragen indicatief zijn. Dat is in deze fase natuurlijk ook niet onlogisch maar we hebben wel al met een aantal andere bouwprojecten Pagina 15 van 52

gezien dat kosten snel stijgen en dat er naar de raad gekomen wordt voor extra budget. In hoeverre is daar hier rekening mee gehouden, met stijgende prijzen of als besluitvorming toch langer duurt? Is dat bijvoorbeeld ook opgenomen in de post onvoorzien? Of zegt u, dan zou een situatie kunnen ontstaan dat het toch duurder wordt en dat wethouder terug moet naar de raad? Dank u wel. De voorzitter: Ik wil graag ook nog het woord geven aan mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk met ook een stapelende vraag. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel. Ik hoorde ook een opmerking met betrekking tot de investeringskosten renovatie. Zijn die hoog of laag gebudgetteerd? De voorzitter: Mijnheer Onder, mag ik aan u het woord geven? Ja? Gaat uw gang. De heer Onder: Zal ik het in die volgorde beantwoorden? De kans of het nog hoger zal gaan worden, de bedragen. Kijk, er is geraamd op basis van de huidige prijzen. Het prijspeil is op dit moment vastgesteld. Het klopt inderdaad dat de afgelopen jaren de bouwkosten behoorlijk zijn- Nou, behoorlijk, echt exorbitant zijn gestegen. Dat hebben we niet eerder gezien in die mate. We hebben het over ruim dertig tot soms vijftig procent in de afgelopen drie tot vier jaar. Corona heeft daar een invloed in gespeeld. Misschien op dit moment dat die prijzen weer enigszins omlaag zijn gegaan en op dit moment redelijk stabiel zijn.

Er vindt nog steeds een heel lichte stijging plaats. Maar dat is eigenlijk in lijn met de normale stijgingen zoals we die afgelopen decennia altijd hebben gezien. En de normale- De inflatie eigenlijk die op dit moment plaatsvindt. Wat het in de toekomst gaat doen is, dat blijft natuurlijk een beetje koffiedik. We kunnen daar op basis van allerlei indexen een zo goed mogelijke benadering van geven. Dat is dan prognose. Maar ik heb er natuurlijk geen invloed op als er morgen ergens oorlog uitbreekt of er komt een nieuw virus en alles gaat weer de lucht in qua prijs. Ja, dan is dat wat het is. De prijspeil is van dit moment. Als je dat verder plant, kun je daar nog een post voor opnemen met prijsstijgingen die gaan plaatsvinden. Ik wil ook nog heel even reageren op- Want ik werd getriggerd door het woord indicatieve raming. Met indicatie bedoelen wij dat wij die zaken hebben gekoppeld aan deze scenario's. Maar we realiseren ons ook dat er bij al de scenario's nog dingen kunnen wijzigen. Of de locatie kan anders worden. Dat heeft allemaal invloed op de ramingen. Dus de bedragen die u hier in beeld ziet en in die vergelijking zijn weergegeven, zijn in die zin flexibel. Niet in de zin van, het kan nog heel veel hoger of lager worden, omdat dat verandert. Maar de keuzes die gemaakt worden die kunnen daar invloed op hebben. Dat is wat wij bedoelden.

De voorzitter: Voordat u overgaat naar het beantwoorden van de vraag van mevrouw Kayadoe, wil ik eerst wethouder van Os nog even het woord geven. Wethouder van Os: Dank u voorzitter. Extra toelichting daarop op de vraag van de heer Rijsdijk. Het is zo dat wij voor de zomer met een raadsvoorstel gaan komen naar de raad, met daarin op prijspeil rond de zomer het investeringsbedrag. Dan gaan we aan de slag. En dan gaan we aan de slag in de projectgroep. Daar zit dan onder andere Poseidon bij, daar zitten de partners hierbij, de gemeentelijke organisatie zit erbij, zij zitten erbij. Dan ga je aan de slag met een schetsontwerp. Dan ga je naar een voorlopig ontwerp. Dan ga je naar het definitief ontwerp. Het technisch ontwerp. Een aanbestedingsontwerp. Dan ben je zomaar een paar maanden verder. En inderdaad wat aangegeven wordt door de heer Onder, ja, dan kan er van alles gebeuren dat ineens blijkt dat de marktprijs op dat moment een stuk hoger is. En dat kennen we vanuit allerlei verschillende projecten, dat we dan terug moeten komen naar de raad. Tenzij de raad aan de voorkant zegt nou, dat hebben we bijvoorbeeld met onderwijshuisvesting gedaan, pak maar het prijspeil van de bouwkosten kompas op het moment van aanbesteding. Ja, dan zitten we veilig. Maar dan weet je als raad aan de voorkant ook niet, wat je Pagina 16 van 52

helemaal weggeeft. Dus dat zijn twee smaken. En dat is maar net waar de raad de voorkeur aan geeft. Of we komen gewoon weer een keer terug als het echt zover komt tot de aanbesteding en er zit een fikse overschrijding aan te komen. Of we hopen het allemaal binnen het gebudgetteerde bedrag te kunnen doen. Of net zoals bijvoorbeeld met het Gemini College of met De Wissel. We hebben een financieel voordeel bij de aanbesteding. Die smaken zijn er allemaal en dat weten we pas op het moment als we daar zijn. De voorzitter: Dank u wel wethouder. De heer Kooijman, wilde u nog stapelen op de vraag van de heer Rijsdijk? Ja? Ga uw gang. De heer Kooijman: Maar met name op het antwoord wat de heer Onder gaf. Ik snap wat u aangeeft over van, de scenario’s zijn- De prijzen zijn nu gebaseerd op de scenario’s zoals ze nu voorliggen. Maar we gaan in verdere uitwerking, kan het natuurlijk zijn als er een aanvullende wensen et cetera komen, dat de prijs dan ook gaat wijzigen nog. Maar dat betekent toch eigenlijk dat je in dit stadium, als wij nu wel een richting zouden moeten geven over welk scenario gaat het worden, dat je dan met een met een zes procent onvoorzien misschien aan de erg zuinige kans zit. Omdat je weet dat er nog van alles en nog wat kan veranderen. De voorzitter: Dank u wel de heer Kooijman van de ChristenUnie. Mevrouw Kayadoe uw vraag wordt zo beantwoord.

En we zitten nog steeds in het termijn van de heer Bontenbal, maar nu allereerst het woord aan mijnheer Onder. De heer Onder: Die zes procent onvoorzien is bedoeld voor het moment dat we beginnen met het project wat ik net aangaf, dat wijzigingen nog invloed kunnen hebben op de investeringskostenramingen. Dat krijgt u gewoon meteen aan de voorkant te horen en te zien in een volgende vergadering of volgende fase dat we de stukken voorleggen. Dus als je een keuze maakt voor een scenario en er komen daar opmerkingen of u wilt het op een andere plek hebben of u wil er dit en dit er wel of niet bij hebben. Dan gaan wij die raming opnieuw maken, actualiseren en dan krijgt u de cijfers wederom met nogmaals die zes procent onvoorzien erbij. Dus die zes procent is gereserveerd voor later en niet voor nu. Ik moest nog een vraag beantwoorden van u, in het kader hoe de renovatievariant was begroot. Die is op dezelfde manier begroot als de nieuwbouwscenario's. Wel geldt voor de renovatievariant dat er gewoon meer risico’s zijn, omdat we gaan werken met een bestaande fundering, bestaande kelders en dergelijke. En je weet op voorhand dat de kans groot is dat als je daaraan begint, je meer zaken gaat tegenkomen die op dit moment niet zichtbaar zijn. Je kunt het pas maken op het moment dat je gaat slopen.

En dat is de reden geweest dat wij voor de renovatie variant niet zes procent maar twaalf procent overzien hebben meegenomen. De voorzitter: Dank u wel de heer Onder. We zitten nog in termijn van de heer Bontenbal. Zijn uw eerdere vragen voldoende beantwoord? Ik zie de heer Bontenbal al ja knikken. Dan gaan we over naar de vragen van Burger op 1. De heer Coule, u heeft er als goed is nog drie en ik wil u vragen of u er eerst twee wil stellen. Dank u wel. De heer Coule: Ik heb er tot nog toe op dit moment nog maar eentje echt over, nee twee over, sorry. De eerste vraag is, we hebben het 16 januari hebben we er ook al een keer naar gevraagd. Ik heb er helaas niks meer over terug gehoord nu. Maar ik was heel erg nieuwsgierig naar, is er ook nog gedacht aan deel renovatie en deel nieuwbouw? Dus een deel slopen. Daar hebben we toen over gehad en dat is niet meer teruggekomen, ben ik tegengekomen. En de andere vraag is aan de wethouder. Is er naar de bezettingsgraad van de sporthal gekeken of die daadwerkelijk ook hier in dit project er echt nog bij moest?

Pagina 17 van 52

De voorzitter: Dank u wel, de heer Coule van Burger op 1. Aan wie mag ik de eerste vraag voorleggen? De heer Onder. De heer Onder: Een scenario waarbij je kijkt naar een deel renovatie en een deel nieuwbouw is natuurlijk ook mogelijk. Dat is een uitbreiding van het aantal scenario's. Maar waar je daarbij tegenaan loopt is eigenlijk het feit dat je behoorlijk wat nadelen van beide varianten combineert. Op het moment dat wij zeggen van, we gaan een deel renoveren, dan is natuurlijk de vraag van, ga ik dan de bassins laten zoals ze zijn met die afmetingen? Eigenlijk willen we naar meer water toe, daar is behoefte aan en dat vergroten. Dat betekent dat je dus zelfs aan een bassin van het bestaande zwembad moet gaan verbouwen en dan ben je eigenlijk op slopershoogte van het bassin. Dus waar we dan eigenlijk tegenaan lopen is het feit van, wat blijft er dan nog over van het huidige zwembad? Als je het combineert, zou eigenlijk op voorhand de keuze moeten maken ik blijf af van hetgeen er nu staat, qua bassins en water. En ik bouw daar een deel nieuwbouw tegenaan. Maar dan krijg je eigenlijk een heel onlogisch scenario met een combinatie die niet heel goed past bij de behoefte aan zwemwater. De voorzitter: De heer van Os voor de tweede vraag. Wethouder van Os: Jazeker voorzitter.

Die bezetting is hartstikke nodig voor sporthal De Fakkel, vandaar ook dat er een scenario bijstaat met frictiekosten voor een tijdelijke sporthal. Mocht deze sporthal gesloopt worden, dan moeten we gewoon echt een tijdelijke sporthal neerzetten om aan de behoefte van bewegingsonderwijs kunnen voldoen. En nog even los van alle verenigingen die er samen gebruik van maken. De voorzitter: Dank u wel wethouder. De heer Onder, ik wil u vragen uw microfoon iets meer naar u toe kan halen. En de heer Coule, Burger op 1, zijn bij vragen voldoende beantwoord? Ik zie u ja knikken. Dan gaan we over naar GroenLinks, u had ook drie vragen de heer Ros. De eerste twee alstublieft. De heer Ros: Dank u wel voorzitter. Eerste was aan de heer Beers. Voordat de voorzitter heel wijselijk zei om het iets langzamer te doen, toen ging u als een trein over het feit lineair versus annuïteit heen. En daarbij gaf de heer Beers aan dat over het algemeen, als ik het- Eventjes in mijn woorden hoor en beperkt kennis ook hierover, zeg van over het algemeen schrijven lineair af, maar nu gaan we dat annuïtair doen. Heb ik dat goed begrepen? En zou u nog even kunnen zeggen waarom we dat dan gaan doen? De voorzitter: Had u nog een tweede vraag? De heer Ros: Zeker, sorry. Ik had nog twee vragen aan de wethouder. Die kan ik eigenlijk wel op één vraag maken. Op De Fakkel liggen nu zonnepanelen.

Ik snap dat dat nu nog niet aan de orde is. Maar omdat er natuurlijk nu in de publiciteit gezocht werd, kwamen er mensen van De Groene Stroom bij ons aankloppen, zo van joh, hoe zit dat met die zonnepanelen? Die zijn namelijk van De Groene Stroom en die zijn van particulieren in Ridderkerk. Dus die denken van hé, wat gaat er gebeuren met mijn zonnepaneeltjes die ik daar gekocht, gehuurd, geliefd of zoiets heb? En misschien kan u daar duidelijkheid in geven. En datzelfde geldt misschien ook met dat u wat inkijkje wil geven in wat het plan is voor het clubhuis van Poseidon. De voorzitter: Dank u wel de heer Ros van GroenLinks. Dan wil ik allereerst het woord geven aan mijnheer Beers voor de eerste vraag. De heer van Beers: Prima. Excuus dat ik net zo snel heb gesproken. Probeer het nou even wat langzamer proberen toe te lichten. Je hebt twee methodes van afschrijvingen. Meerdere moet, twee in hoofdlijnen. Pagina 18 van 52

Lineaire afschrijving en annuïteitenafschrijving. En het grote verschil tussen die twee is dat bij annuïteitenafschrijving het kapitaallast bedraagt, dus de afschrijvingskosten en de rentelasten jaarlijks aan elkaar gelijk zijn. Dat is een methodiek die we voor dit soort scenario's vaak toepassen, omdat dan sprake is van gelijkblijvende kapitaallast over de hele periode. Bij lineaire afschrijving is er dus sprake van hogere kapitaallaten de beginperiode en dat glijdt langzaam maar zeker af. Omdat goed in beeld te brengen met dit soort scenariostudies, krijg je eindeloze lange tabellen met lineaire afschrijvingsmethodieken, waardoor het niet echt transparant wordt. Als je jaar één zou pakken, dan zou je je ook verrekenen, want dan heb je heel hoge aanvangslast terwijl dat in de loop van de tijd afneemt. En dat is eigenlijk de redenen, puur om het inzicht zo groot en goed mogelijk te maken, dat er voor deze studie is uitgegaan van annuïtaire afschrijving. De voorzitter: Zeker. Er zijn drie mensen die vervolgvragen willen stellen. De heer Ros, de heer Kooijman en de heer Rottier. Allereerst de heer Ros. De heer Ros: Klopt het dan dat het dus heel gebruikelijk is om dat te doen? Of kiezen we hier? Is er werkelijk een bewuste keuze op dit moment? Want ik snap dat je dan in begin anders een heel forse kapitaallast krijgt.

Maar heeft dat dan ook nog maken met je boekwaarde die daar tegenover staat? Dat is eigenlijk een vraagje. De voorzitter: De heer Beers. De heer van Beers: Boekhoudkundig heeft hij gelijk. Op het moment dat je op een andere wijze gaat afschrijven, heeft dat ook zijn effect op de boekwaarde. Uiteindelijk is die in beide scenario’s nog vijftig jaar nul. Alleen een manier waar die er naartoe komt wijzigt. En betekent dat dat het na enkel cohort is van vijf of tien jaar zit er wel verschillen tussen beide methodieken. Maar na vijftig jaar of twintig jaar, als het de installatie betreft, kom je uiteindelijk allebei op de boekwaarde nul uit. De voorzitter: Voordat de heer Ros mag, wil eerst wethouder van Os nog iets zeggen. Wethouder van Os: Dank u wel voorzitter. We hebben het nu op deze manier inzichtelijk gemaakt, maar uiteraard komt daar ook de nota activabeleid van de raad om de hoek kijken. Reguliere afschrijvingsmethoden, dat nemen we niet in de raadvoorstel op. Maar stel dat onze financiële medewerkers zeggen van, dit is een goede zet door andere afschrijvingsmethode te kiezen, zal dat ook een beslis punt worden in het raadsvoorstel. De voorzitter: De heer Ros, wilt u nog een verduidelijkingsvraag stellen? De heer Ros: Allerlaatste. Dan is het dus eigenlijk een politieke keuze denk ik, uiteindelijk. Welke afschrijving methode we gaan gebruiken? Dat vraag ik aan de wethouder.

De voorzitter: De heer van Os. Wethouder van Os: Ik heb het staartje van de lineaire afschrijving er niet naast staan, dus ik weet niet of het een politieke keuze gaat worden. Het is wel uiteindelijk een raadbevoegdheid om een andere afschrijvingsmethodiek te kiezen, maar dat geldt ook voor de afschrijvingstermijn van vijftig jaar. Voor ons activabeleid staat een gebouw op veertig jaar. Wij kiezen nu voor vijftig jaar en misschien is dat ook goed om daarbij aan te geven, zoals de heer van Beers aangaf, we schrijven af naar nul. Alleen wij hebben zelfs het idee dat over vijftig jaar, stel dat we het zwembad weer af zouden breken, dan zei- De bouwmaterialen hebben nog een restwaarde. We zien houtprijzen stijgen, ijzen prijzen stijgen. Noem maar op. Dus eigenlijk hadden we het Pagina 19 van 52

er in het begin over, we durven er zelfs nog een restwaarde tegenover te stellen en nog eens op vijftig jaar afschrijven. We hebben nu voor de veiligheid maar gekozen, nou, circulair hard deze wethouder, maar we hebben voor de veiligheid er maar voor gekozen om het op vijftig jaar te zetten. En niet vijftig jaar en nog eens een restwaarde. Dus vijftig jaar nu, afschrijven naar nul. Dat is het voorstel. Anders zouden de kapitaallasten nog lager worden, als we er een restwaarde tegenover zetten. De voorzitter: Dank u wel wethouder van Os. De heer Kooijman, ChristenUnie. U had een stapelende vraag. De heer Kooijman: Je zou na dit antwoord haast gaan denken dat we nieuw soort Bitcoin hebben ontdekt. Maar goed. Ik snap die die annuïtaire afschrijving om scenario’s met elkaar te vergelijken. Die begrijp ik. Maar mijn vraag gaat dan wel even over het staartje wat we daarnaast daarna ook zagen in de presentatie, van wat betekent dit voor de gemeentebegroting? Daar staan een aantal bedragen in genoemd. Maar dat is dan ook gebaseerd op die annuïtaire afschrijving. Wat mij dan betekent dat als we daar niet voor zouden kiezen, dat we de komende jaren een veel hogere last voor onze rekening moeten nemen.

Wat uiteindelijk dan wel steeds minder gaat worden, maar dat betekent dat we de komende jaren niet- Volgens mij was het even uit mijn hoofd iets tussen drie en de acht ton voor de nieuwbouwscenario's. Maar dat dat de eerste jaren een stuk hoger zou kunnen zijn. Klopt dat? De voorzitter: De heer Rottier, SGP. U had ook nog een stapelende vraag? De heer Rottier: Nou ja, eigenlijk dezelfde vraag. En ik begrijp dan dat we afwijken van ons gebruikelijke manier van begroten dat we lineair afschrijven, gaan we nu annuïtair doen. Dat maakt het visueel goedkoper. En we gaan ook van veertig naar vijftig jaar, wat het ook goedkoper maakt. Ja. De vraag is of het realistisch is. Om bijvoorbeeld als je die installaties in twintig jaar afschrijft, dan moet je dat dus tweeënhalf keer doen. Dus dan matcht het al niet meer, bij veertig jaar is het precies twee keer. We hebben ook bij renovatie houdt het na dertig jaar op, is het nul. Dus ik krijg wel de indruk dat we nu voor de vergelijking een goede methode hebben, maar dat wat het werkelijk gaat kosten, dat we dat nog niet weten. Want dat is nog maar de vraag welke kant het op valt en dat kan dus aanzienlijk duurder worden. Als we onze huidige regels zouden toepassen. Klopt dat? De voorzitter: Wie mag ik hiervoor het woord geven? Wethouder van Os.

Wethouder van Os: Voorzitter, misschien goed om dat nog een keer duidelijk aan te geven, dat is inderdaad een raadsbesluit. We hebben nou de nota activabeleid, daar staan afschrijvingstermijnen in. Vanuit de Rijksoverheid moeten wij ook circulair gaan bouwen straks. Dus dat betekent ook dat het gebouw, als je dat sloopt, dan moet dat een restwaarde hebben. Circulair gebruikt kunnen worden. Daar kiezen we nu niet voor. Vanuit de adviseur wordt gezegd, vijftig jaar, daar durven wij gewoon echt onze hand voor in het vuur te steken. Het huidige zwembad, het oudste gedeelte, staat er ook al meer dan vijftig jaar. En dan hebben we de machines ook twee keer in twintig jaar afgeschreven en komen nu ook niet evenredig uit met de levensduur van dit bad. Dan hadden we misschien tien jaar geleden al moeten renoveren, dan nieuwbouw moeten doen. Dus dat zullen we over vijftig jaar met elkaar meemaken. Nou, ik hoop het. De voorzitter: De heer Kooijman had ook nog een vraag, misschien kunt u hem nog een keer herhalen. De heer Kooijman: Dat ging met name over afschrijving, maar het lineaire annuïtaire gedeelte van de vraag. De voorzitter: Wethouder van Os. Pagina 20 van 52

Wethouder van Os: Wat ik aangaf voorzitter, ik heb staartje drie ernaast gehad. Maar wat ik hoor, dat klopt inderdaad. Dat aan het begin lineair een hogere kapitaallast met zich meebrengt. En uiteindelijk schrijven beide af naar nul, dus ergens- Wat we al aangeven, op jaar X levelt dat een keer uit. En dan is het een keuze van de raad, trekken we dat over de komende vijftig jaar gewoon gelijk die kapitaallasten? Of zeggen we van nee, wij willen de pijn in het begin pakken, de begin jaren en we kiezen ervoor om gewoon het huidige nota activabeleid te volgen in deze. En uiteraard is daar dus ook advies op ingewonnen op onze afdeling financiën. Dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. Dus ook zij kijken en lezen mee om uiteindelijk de raad aan te geven wat daarin het beste is, ook voor de begroting de komende jaren. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Nog een stapelende vraag van de heer Rottier, SGP. Ga uw gang. De heer Rottier: Ik hoor de wethouder zeggen dat er niet circulair gebouwd gaat worden. We zetten dat gebouw voor vijftig jaar neer. Ik ben enigszins verbaasd. Is er een indicatie wat het meer zou kosten als we wel circulair zouden bouwen? De voorzitter: Wethouder van Os.

Wethouder van Os: Voorzitter, dan moet ik het zelf terugluisteren, maar heb ik het op die manier gezegd dat we niet circulair gaan bouwen? Volgens mij is mijn bedoeling geweest om te zeggen, er komt een circulair gebouw en de Rijksoverheid die verplicht ons ook straks om circulair te gaan bouwen. Maar daar kiezen we nu al voor, door te zeggen van we gaan circulair bouwen. En wij zijn van mening dat over vijftig jaar, stel dat het zwembad afgebroken worden, de bouwmaterialen dan nog een restwaarde hebben, daar kiezen we nu niet voor. Dus we kiezen nu voor- We kunnen- Het gebouw dat gaat gewoon vijftig jaar mee. Wat ik zeg, het huidige gebouw staat er ook al vijftig jaar, dit gebouw, het nieuw gebouw, gaat ook vijftig jaar mee. En dan heeft het materiaal, stel dat een raad over vijftig jaar zegt we gaan het slopen, en er komt geen nieuw zwembad, dan heeft dat een restwaarde. Circulair gebouw, het heeft een restwaarde. Daar kiezen we gewoon niet voor nu. Om ook, toch maar om het zo maar even te zeggen, de begroting niet al te rooskleurig te maken, door de kapitaallasten nog lager te maken. Door ook een restwaarde van misschien wel tien procent er tegenover te stellen. De voorzitter: Opnieuw misschien de laatste vraag van de heer Rottier, SGP. Stapelend. De heer Rottier: Ik begrijp nu waar de verwarring vandaan komt, want dat zit in de woorden.

We kiezen niet voor en dat vat ik op als niet voor circulair bouwen, maar u kiest niet voor een restwaarde aan het eind. Is dat correct begrepen? De voorzitter: Wethouder van Os. Wethouder van Os: Ja voorzitter. Dat is daarmee dan gelijk ook opgehelderd. We kiezen er nu niet voor, in de berekening zoals die nu is, om een restwaarde te hangen over vijftig jaar aan het materiaal wat uit de sloop van het zwembad over vijftig jaar gehaald wordt. Maar met alles wat de Rijksoverheid en wet- en regelgeving gaat opleggen, moeten we straks en dan gaan we dus ook doen, circulair bouwen. En dan kan je er echt van uitgaan dat de materialen die over vijftig jaar uit het zwembad komen als hij gesloopt is, een restwaarde hebben. En misschien nog wel veel hoger dan we nu durven inschatten met elkaar. Voorzitter. Dan neem ik gelijk nog even de vraag van de heer Ros voor mijn rekening. De beantwoording daarvan dan. Met De Groene Stroom, inderdaad, dat is bekend. Daar komen gewoon bij het raadsvoorstel op terug, omdat we ook nog even alle overeenkomsten goed juridisch laten checken, van welke rechten en plichten hebben zij en wij in deze. Pagina 21 van 52

Dus daar komen we op terug. En met Poseidon zijn gesprekken gevoerd met betrekking tot het clubhuis. En straks en die handreiking hebben we al gedaan, maar dat hoort er ook wat mij betreft gewoon bij. Welke keuze er ook gemaakt gaat worden, in welk scenario. En er komt renovatie dan wel nieuwbouw, dan gaan we met het projectteam aan de slag met een stuurgroep. En daar zit Poseidon bij. En dan gaan we het ook gewoon over, nou, wij wijze van spreken tot de tegeltjes in de douches hebben met elkaar. Dus dan gaan we het ook over het clubhuis hebben. De voorzitter: Dank u wel wethouder van Os. Richting de heer Ros van GroenLinks. Als het goed is had u nog één vraag en u kan ook reageren als uw vragen voldoende beantwoord zijn. De vragen zijn beantwoord. Dank u wel daarvoor. Dan gaan we over naar de VVD en de VVD had vier vragen. Ik wil de heer Borst vragen om de eerste twee te stellen. De heer Borst: Voorzitter, dank u wel. Een heleboel financiële vragen, dus vier vragen zijn er drie geworden. Want de vraag over de frictiekosten is eigenlijk al wel beantwoord. Voorzitter, wij werden toch wel gegrepen door het combineren van het recreatief en doelgroepenbad. Heel ander onderwerp. En daar hebben we nog een aantal vragen over.

Want gaat zo'n gecombineerd bad nou niet voor knelpunten zorgen, als het gaat om het geven van zwemles en dan in combinatie met recreatiewater? En is het überhaupt wel verstandig om dan de hoeveelheid zwemwater voor recreatief gebruik te verminderen? Tel het aantal inwoners hier in Ridderkerk, nou in ieder geval niet gaat afnemen, de temperatuur buiten juist gaat stijgen, mensen dan juist meer verkoeling willen opzoeken. Dus dan hebben we volgens mij wel behoefte aan dat zwemwater. En is overwogen om in dat scenario dan dat wateroppervlak in scenario vier uit te breiden? Of is dit dan het maximum? De voorzitter: Dank u wel de heer Borst. Aan wie mag ik deze drie vragen voorleggen? De heer van Beers. De heer van Beers: Het gaat dan om scenario vier, recreatief water en doelgroepenwater. Het is een variant die eigenlijk voortgevloeid is uit keuzes die wij in beeld hebben willen brengen voor aanbod recreatief zwemwater. In scenario nieuwbouw één, scenario twee eigenlijk, zijn we uitgegaan van het volledig programma recreatief water. Om de verschillen goed in beeld te brengen, hebben toen als tussenstudie een variant in beeld gebracht van de helft van het recreatief water.

Maar dat stuit ook op een aantal dilemma's, want op het moment dat je zwembad hebt met binnen buitenwater en je hebt een bezoek, een bereik, wat je nu hebt, dan heb je dat op dat moment eigenlijk te weinig vierkante meter zwemwater. Hoe kun je dat dan creatief oplossen? Dan hebben we gekeken naar het openstellingsrooster, kunnen jullie je herinneren dat we toen hebben laten zien? Met witte vlekken waarop het recreatiebad gesloten is. Of met heel beperkt bezoek. En op momenten dat juist het doelgroepenbad gesloten was. Dat zijn verschillende tijdstippen. Daarvan kwam de creatieve gedachte, als we nou een openstellingsrooster en een bezetting dusdanig gaan formuleren dat je op piektijden recreatief zwemmen alle twee de tweede banen voor het zwemmen inzet. En op de daluren kun je die publieksstromen gescheiden houden. Dus recreatief zwemmen blijft dan recreatief zwemmen in het subtropisch gedeelte. En instructie zwemmen, verenigingszwemmen en alle andere activiteiten vinden plaats in het doelgroepenbad. En dat is de gedachtenlijn achter scenario vier. De voorzitter: Dank wel de heer van Beers. Als het goed is, waren er nog twee vervolgvragen. Ik weet niet of iemand die nog wil beantwoorden? Wethouder van Os. Wethouder van Os: Dat gaat volgens mij meer om of we dan meer recreatief water in scenario vier voor ons zien. Het doelgroepenbad, dat heeft afmeting twintig bij tien meter.

En het recreatie bad is elf, genomen nu voor gemakshalve voor dit scenario van de helft van die 380 vierkante meter. En het peuterbassin is gelijk Pagina 22 van 52

gebleven op 52 vierkante meter. Dus dat is nu het uitgangspunt. Ja, of dat bij de uiteindelijke uitwerking uiteindelijk een recreatiebad ietsjes groter wordt dan nu is aangeven. Maar dat zal niet het dubbele worden, want dan zou u warm worden, mijnheer Borst, van scenario twee denk ik. Want dat is die 380 vierkante meter aan recreatiebad. De voorzitter: Dank u wel wethouder van Os. De heer Borst, VVD. Zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? De heer Borst: Ik heb nog een vraag over duurzaamheid. Want ik realiseer me dat ik inderdaad een soort derde vraag bij mijn eerste twee naar binnen heb gesmokkeld. Waarvoor excuses. Mag ik mijnDe voorzitter: Ga uw gang. De heer Borst: 3b nog stellen? Want bij het vaststellen van de startnotitie vorig jaar maart, toen hebben we ook gevraagd of er op verschillende manieren naar bijvoorbeeld de zuivering van het zwemwater gekeken kon worden of het verwarmen van het zwemwater. Nu zien we in de presentatie eigenlijk alleen maar terug dat die scenario's gericht zijn op duurzaamheid en energiebesparing. En we vroegen ons af, wat houdt dat dan precies in? En is er ook gekeken naar alternatieven van zuivering en het verwarmen van het water? Hoe zit dat precies? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder van Os. Wethouder van Os: Dank u wel voorzitter.

Ja, dat kan ik me nog levendig herinneren, want die toezegging heb ik ook gedaan richting de VVD, over naar alternatieve vormen van zuivering kijken. En dat gaan we dus ook voor onze rekening nemen als we straks er een raadsvoorstel geaccordeerd wordt door de raad. En we gaan verder uiteindelijk naar een technisch ontwerp. Dan kunnen we ook kijken wat er allemaal aan zuiveringsmethodieken in de landen beschikbaar is. Wellicht heeft u als commissie mee kunnen kijken op sociale media bij ons bezoek aan een zwembad, waar alternatieve manieren van zuiveren worden toegepast. Met infrarood onder andere, mooie techniek. En daarnaast gaan we binnenkort op bezoek bij een zwembad die gebruik maakt van de restwarmte van het drinkwaterleidingbedrijf wat daar tegenover zit. Nou, laat nou heel toevallig op de locatie waar wij zitten ook een drinkwaterleidingbedrijf op een steenworp afstand zitten. Dus ook daar willen we uiteraard straks de gesprekken mee gaan voeren, om te kijken of restwarmte bijvoorbeeld van oase gebruikt kan worden voor het verwarmen van ons zwembad. De voorzitter: Dank u wel. Stapelende vraag van de heer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Dat gaat over, de wethouder geeft aan nou, als we straks een scenario hebben, dan gaan we bijvoorbeeld kijken naar dat infrarood of allerlei opties.

Maar dan ben ik wel weer benieuwd naar waar we het eerder vanavond hadden, over de kosten en de raming. Want waar hebben we dat nou op gebaseerd? Daar moet ook al iets over zuivering inzitten. Hoe zit dat? De voorzitter: Mijnheer Onder. De heer Onder: Ja, daar kan ik wel antwoord opgeven. Wij zijn uitgegaan van een heel duurzaam zwembad in alle scenario's. Als we het hebben over waterzuivering, zijn we op dit moment uitgaan van zoutelektrolyse. Dus dat betekent dat er geen chloor naar het zwembad getransporteerd wordt, maar dat het in het zwembad door middel van zout wordt verwerkt naar chloor. Zo vindt die zuivering plaats van het water. Met nog een Pagina 23 van 52

stuk UV-sterilisatie, dat zit er ook in. En qua duurzaamheid is ingestoken op een zogenaamde EPC 0,0. Dat betekent dat we met de zonnepanelen en dergelijke op het op het dak net zoveel energie willen opwekken als dat we gebruiken. Betekent wel, voor alle duidelijkheid, dat we niet onafhankelijk zijn van het elektriciteitsnetwerk. Dat blijft. Want er zit een verschil tussen momenten waar we het opwekken en momenten waarop we dat nodig hebben, met name in de in de winter. Maar dat zijn de uitgangspunten die zijn vastgesteld en meegenomen in de raming ook. De voorzitter: Dank u wel de heer Onder. Heeft u nog vervolgvraag, de heer Kooijman? Ik zie u twijfelen. De heer Borst. Zijn u vragen voldoende beantwoord of heeft u nog een vervolgvraag? De heer Borst: Ja. Eigenlijk wilde ik exact dezelfde vraag stellen als de heer Kooijman. En nu ik het antwoord zo hoor, misschien is het ook wel gewoon een soort ja of nee vraag. Stel nou dat we straks dan tot de conclusie komen dat we een andere manier van zuiveren willen, of we willen een andere manier van verwarmen. Dan ziet dat er niet bij in en dan komen daar meer kosten bij, want daar kunnen we nu geen rekening mee houden. Dat klopt dan, neem ik aan. De voorzitter: Ik zie de vinger van de heer Onder en de wethouder. Wie gaat er als eerst? De heer Onder. De heer Onder: Ik kan er wel heel even op opengaan inderdaad.

Kijk wij hebben op dit moment meegenomen in die ramingen, de meest uitgebreide en innovatieve vorm van waterzuivering. Los van de systemen waarbij je helemaal geen chloor meer gebruikt. Dat hebben we in Nunspeet toegepast, dat was een wereldprimeur. Dat zit hier nu niet in inderdaad. We hebben het op basis van ander soort zuivering gedaan. Maar hij is wel heel erg hoogwaardig ingestoken, dus op het moment dat wij zo meteen een volgende fase die definitie nader gaan doen, komt op een gegeven moment een programma van eisen. Ja, dan kunnen al die zaken- Kan dat komen aan de orde en kan dat gedefinieerd worden. Dat betekent niet per definitie dat bij elke wijziging de prijs hoger zal worden. Want ik kan me ook voorstellen dat er dingen inzitten die dan toch anders of goedkoper worden. De voorzitter: Wethouder, wilt u nog reageren? Wethouder van Os: Flauw om te zeggen dat ik exact hetzelfde wilde beantwoorden. Maar nee, mijn antwoord was inderdaad, het kan ook zo uitpakken dat er inderdaad een zuiveringsmethodiek, dat die misschien wel kostenbesparend is ten opzichte wat we nu hebben meegenomen in deze berekening. Dus dat zou helemaal mooi zijn. Maar die toezegging staat om dat uiteindelijk mee te pakken bij de uiteindelijke uitwerking, om te kijken wat er op het gebied van zuivering beschikbaar is in den lande. De voorzitter: Dank u wel wethouder van Os.

De heer Borst, VVD, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Ik zie u ja knikken. Dan gaan we over naar de vragen van Echt voor Ridderkerk. U had er vier, zijn het er nog steeds vier? En wie mag het woord geven? Ik zie drie en de heer Kloos. Wilt u de eerste twee stellen de heer Kloos? De heer Kloos: Dank u wel voorzitter. In de nieuwbouwscenario's wordt er uitgegaan ook van een nieuwe sporthal. Het is bekend dat de huidige sporthal goed gebruikt wordt. We vroegen ons af of in de overwegingen is meegenomen of er ruimte is bij het Gemini College, Farelcollege, de KCR sporthallen, of daar eventueel de huidige bezettingen in kan worden ondergebracht? Tweede vraag. We gaan uit voor een geëlektrificeerd zwembad. Logisch. Is het in deze wereld ook mogelijk om naar een hybride toepassing te groeien, zodat mocht de elektrificatie uitvallen, we middels gas of olie toch de verwarmingen op pijl kunnen houden? Dank u wel. Pagina 24 van 52

De voorzitter: Dank u wel de heer Kloos. Aan wie mag ik het woord geven? Wethouder van Os. Wethouder van Os: Dank u wel voorzitter. Eigenlijk ook een beetje op antwoord op de vraag van de heer Coule, de bezetting van sporthal De Fakkel is keihard nodig, dat aantal vierkante meters. Dus als we die slopen die sporthal, als we voor renovatie gaan en we gaan hem slopen, dan moeten we een tijdelijke sporthal met dezelfde oppervlakte neerzetten om te kunnen voldoen aan bewegingsonderwijs voor in dit geval voortgezet onderwijs. We hebben uiteraard gekeken van, ook om een investering te besparen, zou dat passen bijvoorbeeld in de Reijerhal? Die van Farel is en van Saturnus en van de Donk. Of zou het passen in De Wissel? Het antwoord daarop is gewoon heel kort nee. We hebben gewoon die sporthal keihard nodig. Dus ook bij renovatie moet er een tijdelijke sporthal komen om aan bewegingsonderwijs te voldoen. Hybride variant bij volgens mij, maar dan kijk ik even naar de heer Onder, bij renovatie ontkom je daar niet aan. Dan moet je ook nog een hybride variant met gas aanhouden. Bij nieuwbouw is daar naar mijn weten geen rekening mee gehouden nu, want dan willen we gewoon van het gas af. Dat is volgens mij ook gewoon een verplichting straks. Wat de toekomst zal brengen met misschien alternatieve bronnen naast elektriciteit, dat dat durf ik nu niet te zeggen.

Misschien komt er wel een heel groot waterstof netwerk door het land heen, geen idee. Maar daar is nu geen rekening mee gehouden. Dus zover ik weet, maar kijk nog even voor de zekerheid, is bij drie, vier- Twee, drie en vier geen hybride variant. De voorzitter: De heer Onder. De heer Onder: De hybride variant die kan ook bij de nieuwbouw toegepast worden. We gaan nu uit inderdaad van all-electric. Als het nodig is, kan dat altijd kan omgeschakeld worden naar een hybride systeem. Dat zal zelfs een kostenbesparing opleveren ten opzichte van de full-electric systemen die we nu hebben meegenomen. Dus een redelijk eenvoudige omslag die te maken is. De voorzitter: Dank u wel de heer Onder. De heer Kloos, of u kan reageren op de vorige twee vragen, het antwoord erop. En of u gelijk derde vraag wil stellen. De heer Kloos: Dank u voorzitter. Ik heb er nog één. In hoeverre is bij de toekomstige exploitatie rekening gehouden met inderdaad enerzijds een verouderde samenleving, anderzijds minder jongeren. Enerzijds meer recreatief zwemmen, anderzijds minder mogelijk belangstelling voor schoolzwemmen dan wel wedstrijdzwemmen. Maakt het voor u wat uit voor de exploitatie? En zo ja, in welke mate? De voorzitter: Dank u wel de heer Kloos van Echt voor Ridderkerk. Wethouder van Os. Wethouder van Os: Ja, voorzitter. Dat maakt zeker uit voor exploitatie.

En dat is juist het mooie aan de gedrevenheid bij de mensen bij SSR. Die willen natuurlijk ieder uur en iedere vierkant met zwemwater zo optimaal mogelijk benutten voor de Ridderkerkse samenleving. Dus dat is niet alleen maar zwemlessen en verenigingszwemmen. Maar dat is ook bijvoorbeeld fit voor ouderen en andere mooie programma's. Daar waar doelgroepenbad voor gebruikt worden. En daarnaast ook gewoon het recreatiewater zoals we dat nu kennen, dat daar optimaal gebruik van gemaakt kan worden. En vanuit het college hebben we wel het gevoel dat welk scenario er ook gekozen wordt, als er straks gerenoveerd wordt dan wel nieuwbouw staat, dat er ook veel meer nieuwe energie is. En ook mensen die misschien niet zo bekend zijn met De Fakkel ook deze kant op zouden komen voor gebruik te maken van dat zwembad. Dus daar is natuurlijk alle inzet op vanuit SSR om de exploitatie zo hoog mogelijk te krijgen van het zwembad.

Pagina 25 van 52

De voorzitter: Dank u wel wethouder. De heer Kloos, zijn hiermee uw vragen voldoende beantwoord? Ik zie u ja knikken. Dan gaan we over naar Leefbaar Ridderkerk. U had vijf à zes vragen. Mevrouw Kayadoe. Hoeveel heeft u er? Mevrouw Kayadoe: Nou, ik ga u hartstikke verblijden. Dat zijn er eigenlijk min of meer maar twee. De voorzitter: Dan mag u ze beiden stellen. Mevrouw Kayadoe: Goed, hè? Er is een motie aangenomen. Door alle partijen aangenomen en daarin staat ook verzoekt het college om creatief en out of the box te denken. Nou, dat creatief had ik nog niet gevonden, maar ik heb nu gehoord net dat dat min of meer in vier zit. Waar ga ik dat uit of the box denken vinden? En dan zou ik dan meer denken van een multifunctioneel centrum bijvoorbeeld, zodat de exploitatietekort naar beneden gaat. Waarom zijn dat soort varianten niet meegenomen? En de tweede vraag is eigenlijk ook wel een beetje in vervolg daarop, optie keuze drie met SEC familiezwemmen. Waarom is die optie niet meegenomen? Dus zonder die whirlpool en extra luxe. Dus dat we meer voor de basisbehoefte en niet voor de luxe gaan. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk. Aan wie mag ik de vragen voorleggen? Wethouder van Os. Wethouder van Os: Ik word altijd vrolijk als ik de term out of the box zo hoor.

En dat staat inderdaad ook in die motie, dat creatief is om te kijken, kan je dat doelgroepenbad nou functioneel gebruik als recreatiewater? En dan toch maar even een klein kijkje in de keuken van toen ik klein was. Vond ik het hartstikke leuk om op dat wedstrijdbad, op zo'n grote mat een beetje te surfen. Vervolgens door een van mijn maten met zo'n andere rubber stang ervan afgeslagen te worden. Nou, het is hartstikke recreatief kan ik iedereen vermelden. Hartstikke leuk. Maar je zou dat doelgroepenbad natuurlijk mooi dubbel in kunnen zetten voor recreatief zwemmen. We hebben daar voorbeelden van gezien de vorige keer in de presentatie. Dat kan met, om toch maar even zo te noemen, de bedriegertjes, ook wel bekend in deze raadzaal in zo’n doelgroepenbad. Het kan met beamers, projectoren, met bewegende beelden op het water. Van alles om een recreatief element toe te voegen aan het doelgroepenbad. Dus ik denk dat dat echt wel een beetje creatief dan wel out of the box denken is. Ik kan de commissie ook wel vertellen dat het geen geheim is dat als wij meer maatschappelijk gebruikers in zo'n pand gaan huisvesten, dat we daar geen commercieel voordeel bij gaan halen. We gaan alleen commercieel voordeel halen als we daar commerciële partijen ook gaan huisvesten, die daar een commerciële huurprijs voor betalen.

Dus ik noem maar wat, als naast Poseidon vereniging X daar ook gehuisvest moet worden, dan gaan die daar een maatschappelijke prijs voor betalen, die lange na niet genoeg is om de kostprijs dekkende huur daarvoor te betalen. Dus des te meer partijen erin komen, des te slechter wordt de business case sluitend. Zo simpel werkt het. Tenzij daar een commerciële uitbater inzit. Sport Services Ridderkerk heeft de horeca overgenomen. Misschien wordt het wel zo'n mooie uitnodigende plek, dat de horeca omzet sky high wordt en dat ze met horeca omzet misschien wel het exploitatietekort kunnen dichten. Ik hoop het van harte. Dat noem ik een beetje out of the box denken. Dus wie weet komt dat eruit. Maar als we meer maatschappelijke functies gaan toevoegen, dus we maken er een nog groter maatschappelijk complex van. Wat natuurlijk hartstikke mooi is, maar dan moeten we niet illusie hebben dat dan daarmee de kostprijs dekkend wordt. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk.

Pagina 26 van 52

Mevrouw Kayadoe: Dank u wel. Ik snap nu ook hoe je out of de box ook uit kan leggen. Ik had meer fantasie verwacht, gehoopt. Gedacht ook. Ik had ook nog de vraag openstaan van bij optie keuze drie met SEC familiezwemmen. Dus zonder die luxe van een whirlpool. Waarom is dat niet meegenomen? De voorzitter: Dank u wel mevrouw Kayadoe. Wie mag ik het woord geven? Ook de wethouder? Gaat uw gang. Wethouder van Os: Die opdracht lag er ook niet direct om die zo op die manier mee te nemen. Het zou out of the box denken kunnen zijn. Daar is inderdaad geen gebruik van gemaakt. En dat ligt hier ook niet voor in een scenario. Ik probeer daarbij ook even te verbeelden wat we dan voor ons zien, wat dan familie zwemmen zou zijn, anders dan een rechttoe rechtaan bad, zoals we dat al vanuit wedstrijdbad en doelgroepenbad kennen. Voor mij, bij familiezwemmen denk ik toch een beetje mooi, Aqua Mundo wil ik het niet noemen, maar toch een beetje bochten en krochten in een recreatief bad. Ja, dat neemt gewoon een extra kostenstijging met zich mee ten opzichte van een rechttoe rechtaan bad. Dus als dat met familiezwemmen wordt bedoeld, dan denk ik dat scenario vier daar toch aardig in de buurt bij komt. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Mevrouw Kayadoe, zijn daarmee uw vragen voldoende antwoord? Ik zie mevrouw Kayadoe ja knikken. Dan gaan we over naar de Partij van de Arbeid.

Daar waren er nog zes vragen. Zijn het er nog steeds zes, mijnheer Rijsdijk? De heer Rijsdijk: Het zijn er nog steeds zes voorzitter. De voorzitter: Wilt u beginnen met de eerste twee alstublieft? De heer Rijsdijk: Dat is prima. Die hebben betrekking op het renovatiescenario. Zijn een veelheid in argumenten aangedragen waarom renovatie geen aantrekkelijke optie is. Daar wordt ook best wel op gestuurd. Hoewel ik het ook wel begrijp als de argumenten worden aangedragen. Maar wat ik me afvroeg om er zelf nog wat meer gevoel bij te krijgen. Wanneer had de renovatie voor het zwembad wel een aantrekkelijke optie geweest? Is het bijvoorbeeld de betonrot die dat maakt? De verouderde installaties? Kan daar iets van inzicht in gegeven worden? En mijn tweede vraag die betreft de sluiting van anderhalf jaar, als er voor renovatie gekozen zou worden. Er worden heel veel redenen gegeven waarom dat niet goed kan zijn. Ik begrijp die redenen ook wel. Tegelijkertijd zie ik dat er ook gemeenten in het land zijn die wel voor renovatie hebben gekozen. Wat zijn er- En ik heb dat schriftelijk ook al gevraagd, maar ik vond dat antwoord niet echt afdoende. Dus ik vraag het eigenlijk dan ook aan de deskundige.

Heeft u ook meegewerkt aan renovaties en heeft u daar slimme oplossingen gezien om die negatieve effecten daar te ondervangen? Of zegt u, nou ja, de gemeenten die voor renovatie hebben gekozen, die hebben daar eigenlijk spijt van? Omdat de effecten dermate negatief waren dat als ze dat geweten hadden, ze voor nieuwbouw hadden gekozen. Kunt u daar iets over zeggen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel de heer Rijsdijk. Allereerst wil de wethouder van Os het woord. Wethouder, gaat uw gang. Wethouder van Os: Dank u wel voorzitter. Ja inderdaad, de inhoudelijke beantwoording laat ik graag aan de heer Onder, maar ik hoorde de heer Rijsdijk zeggen dat erop gestuurd gaat worden. Ik denk dat we daar wel van weg moeten blijven, dat we in ieder geval als college sturen op niet kiezen voor scenario renovatie. Er ligt gewoon een rapport van twee partijen die in het land heel veel ervaring hebben op dat gebied. Dus erop gestuurd worden, dat hoorde ik volgens mij de heer Rijsdijk zeggen. Daar blijf ik graag van weg. Pagina 27 van 52

De voorzitter: Dank u wel wethouder. Mijnheer Onder. De heer Onder: Misschien is het goed dat ik even wat diepgaander inga op die renovatievariant, van wat dat inhoudt. Als je een zwembad renoveert, een zwembad van deze leeftijd en je wil hem duurzaam maken, dan moet je dat grootschalig aanpakken. Je komt niet weg met een lichte renovatie. Dat betekent in dit geval dat je het gebouw eigenlijk volledig ontmantelt. Het dak gaat eraf, de gevels gaan er volledig uit. Er blijft een constructie over. Je fundament en je bassins. Maar je installaties gaan er volledig uit, al je tegelwerk gaat er volledig uit. En we hebben ook te maken met kolommen die zijn aangetast door roest. Dus zelfs je dragende constructie zul je op een vrij vergaande wijze moeten gaan renoveren. Dus heel eerlijk gezegd blijft er niet heel veel van over. En dat is denk ik de reden dat die kosten ook zo hoog uitvallen, omdat je voor een groot deel toch allemaal nieuwe elementen aan het toevoegen bent aan een bestaande fundamenten. Daar komt dat nog bovenop dat we te maken hebben met betonrot, dus dat we herstelwerkzaamheden moeten gaan doen aan de fundering en de bassins van het zwembad. En daar komt dan bij dat we niet volledig kunnen zien hoever dat betonrot nu gaande is. En dat we de onzekerheid hebben, of misschien wel de zekerheid, dat we nog andere zaken gaan tegenkomen op het moment dat het gesloopt is.

Dus dat maakt die renovatievariant zo kostbaar en moeilijk en levert dat alle nadelen op die we benoemd hebben. Als we kijken naar de afgelopen tien, vijftien jaar bij zwembaden waarbij er wel renovatie is uitgevoerd, valt mij op dat bij die zwembaden men na tien of vijftien jaar toch weer een nieuwe renovatie uitvoert of het gewoon niet voldoet en men uiteindelijk weer voor nieuwbouw kiest. Dat heeft er denk ik mee te maken dat de eisen omtrent duurzaamheid zijn heel erg veranderd, sterk verhoogd. En bij zwembaden komt dat vertaalt zich dat nog specifieker in de uitkomsten die we met jullie hebben gedeeld. De voorzitter: Dank u wel de heer Onder. De heer Rijsdijk voor uw volgende twee vragen eventueel een reactie op de antwoorden hierop. De heer Rijsdijk: Dank u wel voorzitter. Het is natuurlijk niet de plek voor debat, maar toch even in reactie op de wethouder. Ik zei dat ik het gevoel had dat erop gestuurd werd en dat was ook mede ingegeven doordat bij de programmabegroting van het afgelopen jaar stond, we kijken uit in 2024 naar de ontwerp en de locatiekeuze voor het nieuwe zwembad. Daar las ik in ieder geval geen renovatie in. Mijn vraag over de sluiting van anderhalf jaar en de slimme oplossing, die heb ik nog niet echt gehoord. Wellicht dat daar nog antwoord op gegeven kan worden. En mijn andere twee vragen.

Die betreffen de scenario's twee en vier, waarin de ene variant beperkt- Nou ja, het subtropisch gedeelte volledig is, in scenario twee en in scenario vier is dat iets beperkter. Waar zit het verschil in? Wat verliezen we van het subtropisch zwemmen aan functies noem ik het maar, in scenario vier ten opzichte van scenario twee? Of zit het hem vooral alleen in het oppervlaktewater? En zou er duidelijk aangegeven kunnen worden voor mij, als er voor scenario vier gekozen zou worden, wanneer er dan niet van het subtropisch gedeelte gebruik gemaakt kan worden, waar dat in scenario twee wel zou kunnen? Om dat goed tegenover elkaar te kunnen afwegen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel de heer Rijsdijk. En wie mag ik het woord geven? Mijnheer van Baars. Van Beers, excuus. De heer van Beers: Nee, goede vragen. Ik heb een van de beantwoording vanmiddag ook de richting aangegeven door de vierkante meters goed te duiden. Ik doe het even uit mijn hoofd, maar ruim vierhonderd vierkante meter recreatief zwemwater, subtropisch zwemwater als je wilt, in scenario twee. In scenario vier, stand alone, is dat de helft recreatief water, maar wordt door toevoeging van het doelgroepenwater toch ruim die vierhonderd vierkante meter zwemwater op die piekmomenten dat je het nodig hebt voor recreatief zwemmen gewaarborgd.

Dat betekent ook dat je op de witte vlekken plannen, dat is afhankelijk van natuurlijk Pagina 28 van 52

ook het openstellingsrooster wat je straks nastreeft, dat op piekmomenten buitenbaden, beide baden worden gebruikt voor recreatief zwemmen. En op daluren of momenten dat je het voor instructiezwemmen nodig hebt, is het doelgroepenwater in gebruik voor het instructiezwemmen, verenigingszwemmen voor andere activiteiten. Dus dat openstellingsrooster, dat is inderdaad wel een variabele in scenario vier ten opzichte van scenario twee. Betekent dat je op afweging- Op momenten dat je zegt het is geen piekmoment, ook geen dal moment als je begrijpt wat ik bedoel, een keuze moet maken, joh, dan stem ik voor totaal alles open voor recreatief zwemmen of toch die noodzakelijk keuze instructiezwemmen. Dat is dan het nadeel van scenario vier. Maar daar staat tegenover dat je in scenario vier een hogere bezettingsgraad hebt en een hoger bereik bij vierkante meter. Dat zijn keuzes die scenario twee en vier met zich meebrengen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer van Beers. Er was als het goed is nog een vraag over de sluiting van anderhalf jaar. Ik zie de heer Onder. Ga uw gang. De heer Onder: De sluiting van anderhalf jaar, als we kijken naar de renovatievariant, waarom duurt dat zolang en kan dat niet sneller? Dat lukt niet, omdat dat nogal een arbeidsintensief proces is. In eerste instantie moet er dus gesloopt gaan worden, waarbij het dak en de gevels en dergelijke worden verwijderd.

Dat kun je niet met een bulldozer doen. Dat moet voorzichtig gebeuren, omdat je zoveel mogelijk van de constructie in ieder geval in stand wil houden. Dus dat gaat wat langzamer. En vervolgens moet dat deel voordeel weer helemaal opgebouwd gaan worden. Daar kunnen we niet omheen. Dat dat duurt nu eenmaal anderhalf jaar, wat we op basis van de vierkant meters en alles hebben ingeschat. Dat kunnen we niet veranderen. Hij zal echt dicht moeten voor die periode. De voorzitter: Dank u wel de heer Onder. De heer Rijsdijk, u had als het goed is nog twee vragen. De heer Rijsdijk: Ja, twee vragen nog voorzitter. En nog twee vragen naar aanleiding van de antwoorden die gegeven werden. Dan begin ik even met het subtropisch gedeelte. Helder nu ook voor mij. Maar heb ik het antwoord dan zo goed begrepen, dat buiten dat de bezetting dan een variabele wordt, er geen functies van het subtropisch zwemmen verloren gaan? Dat je in principe wel hetzelfde kan als in scenario twee. Dat is nog een vraag voor mij. En ik begrijp dat die anderhalf jaar dat dat blijkbaar niet sneller kan, maar de vraag was eigenlijk zijn- Dat heeft dan negatieve effecten, die sluiting van anderhalf jaar, inkomstenverlies, er moet uitgeweken worden naar andere zwembaden. Maar zijn er gemeenten die daar toch slimme oplossingen voor hebben bedacht om die effecten te dempen? Dat zou ik toch nog graag willen weten.

Of zegt u, de ervaring leert als gemeente voor renovatie kiezen en het moet voor anderhalf jaar dicht, dat ze daar toch eigenlijk wel spijt van hadden. En als ze dat geweten hadden, hadden ze voor nieuwbouw gekozen. Dan mijn tweeDe voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, ik stel voor dat we eerst deze twee vragen doen. Als het goed is, zag ik de hand van de heer van Os. Wethouder van Os. Wethouder van Os: Even voorafgaand aan de beantwoording denk ik door de heer van Beers en de heer Onder. Zoals ook in de presentatie staat bij de scenario’s twee en vier, komt daarvoor terug een peuterbad, een glijbaan, een whirlpool en een stoomcabine in beide varianten met recreatief water. Dus ook in scenario vier met de combinatie doelgroepenbad recreatief water, krijgen we nog steeds een glijbaan zoals we dat nu kennen. Krijgen we nog steeds een peuterbad zoals we dat nu kennen. Komt er weer een whirlpool toe en een stoomcabine. Dat is er al mee meegenomen. Alleen u moet het zich zo voorstellen als commissie dat, zoals we dat nu kennen met een mooie ronde vorming allemaal in het subtropisch zwemgedeelte van De Fakkel. Dat wordt dan gewoon de helft kleiner dat bad. Dus daar hoeven we niet met hetzelfde aantal personen op een mooie zomerse dag in te zitten. Of een winterdag moet eigenlijk zeggen, zomers zitten we buiten. En ik werd Pagina 29 van 52

toch nog even getriggerd door de opmerking van mevrouw Kayadoe over out het of the box denken. Dat hebben we ook gedaan, alleen dat zien we niet in het voorstel. Want wij dachten ook heel slim te zijn door te zeggen, nou, weet je wat? Als we dan de huidige opstelling gaan slopen, dan kunnen we toch het buitenbad benutten voor zwemlessen? Doen we daar gewoon een overkapping overheen, dan is het in de winter ook nog prima om dat te doen. Dat gaat gewoon niet lukken met de programmering en de diepte en het formaat van het van het zwembad. Dus ook als gemeente Ridderkerk hebben we samen met adviseurs gekeken van, zijn er nou geen slimme manieren om die sluiting, die pijn daarvan te dempen, door sowieso ervoor te zorgen dat mocht het renovatiescenario gekozen worden of dat er nieuwbouw komt op de huidige locatie, dat in ieder geval de zwemlessen in Ridderkerk door kunnen gaan. Maar ook daar was het antwoord uiteindelijk nee op. Dus dat is nu ook niet in de presentatie meegenomen. Maar we hebben er wel over nagedacht. Dus dat vond ik wel even belangrijk om nog toe te voegen. De voorzitter: Dank u wel. Er waren nog twee vragen over dat er of geen functies verloren gaan en of er nog slimme oplossingen zijn voor eventuele anderhalf jaar sluiting. Aan wie kan ik die twee vragen voorleggen? Mijnheer van Beers. De heer van Beers: Ook deze splitsen we dan even in tweeën.

Ik denk dat jij even terugkomt op die sluitingsperiode. Ik heb even de juiste bedragen erbij gezocht. In beide scenario’s, zoals de portefeuille net al zei, heb je in scenario twee en vier aanbod van recreatieve elementen. Een peuterbad, stroomversnelling, een glijbaan, whirlpools en stoomcabines. Die zitten in alle twee de scenario’s opgenomen. In het tweede scenario heb je het uitgebreid programma met 432 vierkante meter subtropisch zwemwater, wat je bij wijze van spreken van zeven uur 's ochtends tot twaalf uur ’s avonds open zou kunnen stellen. Dat ga je niet doen, want zijn natuurlijk altijd dal momenten bij, maar om even een beeld te schetsen. In scenario vier is dat de helft. Dus dan heb je permanent ter beschikking 242 vierkante meter subtropisch zwemwater. Wat je uitbreidt met tweehonderd vierkante meter piekmomenten dat je nodig hebt. In de zomerperiode, op zondagen en zaterdagen. Daar zit hem de creatieve ingeving in. En tot slot wil ik ook meegeven dat recreatief zwemwater binnen ook best wel verbonden is met het recreatief zwemwater buiten. Dat is een kruisbestuiving. Als het bloedheet is buiten, ga je buiten zwemmen. Als het stortregent, ga je binnen zwemmen. Maar ons Nederlandse weer zit er ook vaak tussenin.

Dus er zijn heel veel bezoekers, dat geldt voor alle combibaden in Nederland die zeggen, ik ga lekker zwemmen en ik zie wel als het wisselend weer is of ik buiten ga zwemmen, binnen ga zwemmen. Dat is het grote voordeel van een combi bad, wat ik nog even wil meegeven in dit keuzescenario. De voorzitter: Dank u wel mijnheer van Beers. De heer Onder over de tweede vraag. De heer Onder: Wat betreft dat sluiten en slimme oplossingen, dat is de vraag of je dat een slimme oplossing moet noemen. Het is natuurlijk gewoon een probleem waar je het hoofd aan moet bieden op het moment dat je daartoe besluit, dus is het verminderen van een probleem. Dat is eigenlijk wat er gebeurt. Als je nu terugkijkt en me vraagt van, zijn daar voorbeelden van? Het is echt wel eens een keer gebeurd. Ik kan mij bijvoorbeeld nog een voorbeeld herinneren waarbij inderdaad een beslissing is genomen om te renoveren, uit nood ingegeven moet ik zeggen. Had te maken met de locatie en inpassing en dergelijke. Dat heeft ertoe geleid dat het zwembad wat gesloten werd inderdaad twee jaar lang niet gebruikt is. De mensen zijn uitgeweken naar een buurgemeente. Daar is een zwembad gehuurd, zwemwater gehuurd. Er is vervoer geregeld. De vereniging moest uitwijken. Dat heeft ertoe geleid dat na oplevering van het nieuwe zwembad er heel veel is veranderd.

Dat heeft een behoorlijke aanloop gehad en nog steeds niet op het niveau wat het

Pagina 30 van 52

voorheen was. De vereniging heeft een behoorlijke klap gekregen en dat heeft uiteindelijk dus ook veel geld gekost om die tijdelijke voorzieningen en huur te betalen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rijsdijk, u had nog twee vragen. De heer Rijsdijk: Ja, dat klopt voorzitter. De wethouder die gaf aan in antwoord op de vragen van mevrouw Kayadoe dat het toevoegen van maatschappelijke functies de business case niet per se rendabeler maakt. Ik vroeg me af of er bijvoorbeeld ook is nagedacht om straks als de renovatie of de nieuwbouw heeft plaatsgevonden, om er bijvoorbeeld ook flexibele werkplekken aan toe te voegen? Die zou je bijvoorbeeld wel commercieel kunnen verhuren en daar is ook best wel behoefte aan. Wordt er op die manier ook out of the box gedacht? En mijn laatste vraag die betreft de energierekening. Die was over 2023, heeft de raad toen bijgepast en kwam die op 900 duizend euro uit. Dat is ook aangegeven op onze schriftelijke vragen. Voor dit jaar zou hij dan 670 duizend euro bedragen. En ik begreep dat daar nog gesprekken over lopen met sportservice Ridderkerk. Maar kan de wethouder aangeven of daar nog een probleem zit, wat opgelost moet worden voor dit jaar? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel de heer Rijsdijk. Wethouder van Os. Wethouder van Os: Dank u wel voorzitter.

In het programma wat nu voorligt, willen we natuurlijk naar een duurzaam en daarmee ook compact gebouw. Dus we gaan geen extra functies toevoegen, zoals overbodige kantoorruimte, om het zomaar even te benoemen, op wat voor voorgesteld wordt. Dus flexibele werkplek als business case is daarin niet meegenomen. Daar is inderdaad behoefte aan. Of dit nou de uitgelezen locatie is, dat durf ik zozeer niet te zeggen. Want aan de overkant aan de Kastanjelaan zien we juist dat er aardig wat leegstand is op het gebied van kantoren. En ik denk met de huidige bouwprijzen als wij iets bouwen en uiteindelijk commercieel gaan verhuren, vraag ik me af of er dan niet regulier aanbod binnen Ridderkerk is op het gebied van kantoren, wat een stuk interessanter is voor commerciële partijen. Er zit nog een uitdaging aan te komen met betrekking tot de begroting van SSR. Hetgeen wat we hier allemaal zien, dat zijn cijfers voor het zwembad en de sporthal bij De Fakkel. Maar SSR beheert natuurlijk veel meer accommodaties, waar ook gewoon stroom gebruikt wordt en gas gebruikt wordt. Dus daar zit nog een uitdaging waar we hoogstwaarschijnlijk bij de jaarrekening op terug gaan komen richting de raad. De voorzitter: Dank u wel. De heer Rottier, SGP, u had een stapelende vraag. De heer Rottier: Ja. Misschien kan de wethouder nog eens helder zeggen wat er nu aan kantoren is bedacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1120/documents/37764