2024-02-01-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Wij gaan ervan uit van wel, maar er zal altijd een slimme jurist zijn die daar anders over denkt. De voorzitter: De heer Kooijman, ChristenUnie, wil stapelen. De heer Kooijman: Ja graag, dat scheelt er straks weer eentje. We moeten inderdaad misschien afwachten of het achteraf dan juridisch inderdaad echt houdbaar blijkt te zijn. Maar wordt dat aan de voorkant wel getoetst door de gemeente? Hebben wij de mogelijkheid om te kijken, wat staat er nou in de contracten tussen wat een ontwikkelaar afspreekt met de nieuwe bewoners? De Voorzitter: De heer Arslan. De heer Van Straten bedoel ik. De heer Van Straten: Dat is een lastige vraag, maar wat je in een contract zet, dat wordt ondertekend. Dus als je normaal een huis koopt, dan onderteken je een contract. In dat contract staat de overeenkomst en die wordt door de notaris vastgesteld. Dat is een bindende overeenkomst. Als er in die bindende overeenkomst staat dat je de kosten gaat verhalen, dan is dat gewoon bindend. Het wordt lastiger als je huurwoningen hebt. Want dan zou je ook afspraken moeten maken met bijvoorbeeld Woonkompas. Dat kan ook en dat is natuurlijk dan geen overeenkomst meer, maar dan zou je het op een andere manier moeten regelen. De voorzitter: De heer Kooijman. De heer Kooijman: Ik bedoel juist … Want de gemeente gaat een contract aan met de ontwikkelaar.
En de ontwikkelaar die gaat een contract aan met de koper van de woning, in het geval van koopwoningen. En het is dus onze wens of onze eis, dat in die overeenkomst tussen de ontwikkelaar en de koper van de woning wordt meegenomen, jij bent ook verantwoordelijk voor straks de kosten, Pagina 19 van 41
mocht er toch een parkeerplaats nodig zijn. En wellicht als die koper later zijn huis weer doorverkoopt aan iemand anders, dan willen we ook weer dat dat wordt meegenomen in de volgende. Maar daar hebben wij als gemeente toch helemaal geen zicht in of dat in dat soort contracten daadwerkelijk komt te staan en of dat wordt meegenomen? De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Dat heet juridisch een kettingbeding. In die kettingbeding staat heel duidelijk dat als je een koop hebt, dat je die voorwaarden door moet geven. Dus die kettingbedinging is bindend, die kan je niet zomaar eenzijdig zeggen dat het niet rechtsgeldig is. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik twee stapelaars. De heer Rijsdijk en de heer Mijnders. In die volgorde even uw stapeling. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp dat bewoners dan moeten tekenen voor de mogelijk toekomstige aanleg van die parkeerplaatsen. Maar staat op dat moment de prijs ook al vast, want waar teken je anders voor? Wordt er dan een concreet bedrag opgenomen in die bepaling, wat bij je in rekening gebracht wordt? Kunt u daar iets over zeggen? Dank u wel. De voorzitter: De heer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Is het bekend hoe duur zo'n contract per jaar is voor een koper? Als er dan de extra gelden bijkomen voor deelmobiliteit.
En welke impact kan het hebben op de hoogte van de hypotheek die een koper kan krijgen? Want als je een contract hebt en je moet daar jaarlijks voor betalen, heeft het ook impact op de hypotheek die je kan krijgen? Dank u wel. De voorzitter: Misschien een tip. Dit type vragen leent zich uitstekend voor schriftelijk indienen. Maar mijnheer Van Straten, u mag een poging doen. De heer Van Straten: Het is heel lastig om wel aan te geven wat de kosten zijn. Wij weten dat een parkeerplaats in open ruimte ongeveer 3000 euro kost, maar dat is nu, op dit moment. Wij weten niet wat het over misschien 10 jaar is. Is de inflatie, zoals nu, hoog of wordt hij laag? Wij gaan het ook niet opnemen. Als die ontwikkelaar dat vraagt en het is 3000 euro, maar over 10 jaar is het een veelvoud ervan, dan is dat niet handig, want iemand moet die kosten dragen. Dus wij kunnen dat niet zeggen in ieder geval. De hoogte van de hypotheek, als je kijkt naar de vereniging van eigenaren, dan betaalt iedereen een gedeelte van de vereniging van eigenaren. De projectontwikkelaar zal in zijn aanbieding richting de nieuwe bewoners onderzoek moeten doen naar een aanbieder van deelauto's. Als hij de kosten daarvan weet, dan kan hij aangeven dat die kosten in de vereniging van eigenaren zit. En daar heeft een koper, die kan dat verwerken in wat hij kan betalen en dat heeft inderdaad gevolgen voor de hypotheek.
Hij kan daar ook in aangeven dat dat jaarlijks geïndexeerd zal gaan worden. En dat is inderdaad van invloed op de hypotheek. De voorzitter: Wethouder Meij. Pagina 20 van 41
De heer Meij: Je probeert met die deelauto die tweede auto mogelijk zomaar weg te faseren, omdat er dan een deelmobiliteitsauto is. Dus je moet bedenken, je kosten voor een nieuwe of tweedehands auto heb je niet en een deelauto, daar een onderdeel van zijn met heleboel andere mensen, zal natuurlijk aanzienlijk goedkoper zijn dan dus. Natuurlijk, het is een plus, maar de min is dat je dus geen tweede dure eigen auto met alle kosten hoeft te betalen. De voorzitter: Mijnheer Mijnders, u mag doorgaan met stapelen en u mag ook gelijk aan uw eigen ronde beginnen. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Soms kan er ook een spontane vraag oppoppen, dankzij een vraag van een ander raadslid. Dus vandaar deze niet schriftelijk. Doorgaand stapelend. Dat begrijp ik, wat wethouder zegt en de heer Van Straten. Maar zijn er voorbeelden van, in andere gemeentes, waar deze constructie werkt en hoeveel het dan kost? Dan hebben we beetje een beeld van wat de impact zou zijn voor een koper. Daarnaast heb ik nog drie vragen, voorzitter, maar ik zal er nu al eentje stellen.
Even voor de zekerheid, we hebben het in de commissiebijeenkomst en ik ben het eens met de heer Ros, een goeie commissiebijeenkomst ook gehad over de winkels en voor de zekerheid vroeg me af, als we deze parkeernota vaststellen en de parkeerplaats rondom de Albert Heijn op het centrum wordt op dit moment vernieuwd, heeft deze parkeernota dan invloed op het aantal keer plaatsen bij de herontwikkeling van de parkeerplaats bij Albert Heijn? Of blijft het aantal, zover we nu weten, hetzelfde? Volgens mij gaan er wel een paar af, maar heeft deze parkeernota wel of geen invloed op het aantal parkeerplaatsen rondom de Albert Heijn? Dat waren de eerste twee, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: We gaan proberen om te kijken voor de raadsvergadering of we een voorbeeld van een prijs kunnen achterhalen. Dat kan ik niet toezeggen, maar als het er is dan zal ik dat in de raadsvergadering noemen. Wat ik ervan weet, van de herontwikkeling van het parkeerterrein Albert Heijn, is dat daar volgens mij een vastgesteld aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd straks. In mijn beleving is het niet afhankelijk van deze nota. De voorzitter: De heer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u wel. Ik hoop dat u het kan achterhalen. Ik ben wel heel nieuwsgierig.
Ik heb nog twee vervolgvragen en dat gaat over de drie opties die we in deze parkeernota hebben om het aantal parkeerplaatsen te verlagen met de huidige situatie. Dat is de parkeernorm zelf, dat is hoe dichtbij het zit, die 10 procent bij een HOV en deelmobiliteit. En als fractie vroegen we ons af, wat nou als we deze parkeernota vaststellen met deze normen en er gaat en 10 procent af als het dicht bij een HOV zit en ook nog eens tot max 25 procent van de parkeerplaatsen. En dan vier parkeerplaatsen, daar gaan de drie van af, daar komt een voor de deelmobiliteit. Ik hoop dat jullie me nog kunnen volgen. Maar als fractie vroegen ons af, is een opstapeling van drie dingen ook mogelijk en zou dat dan niet eventueel ook te veel zijn? Dat je moet zeggen, we doen deze parkeernota, deze normen en max alleen de HOV of max alleen deelmobiliteit. En niet alle drie bij Pagina 21 van 41
elkaar. En we vroegen ons daarna af in de schil rondom het centrum. Stel wordt deze parkeernota voorgesteld om sowieso de parkeernorm omlaag te doen. Even afgezonderd van HOV en deelmobiliteit. En jullie hadden in de commissiebijeenkomst aangeven ook regelmatig tellingen te houden in het centrum. Klopt dan de redenering dat dus nu in het centrum nu al te zien is, bij veel woningbouw , waar veel woningen zijn, dat daar eigenlijk nu al heel veel ruimte is. Want dat zeggen we eigenlijk met deze parkeernota. We kunnen omlaag, maar zien we dan eigenlijk in het centrum op dit moment nu eigenlijk al voldoende parkeerplaatsen, want dat is ook de reden waarop onder andere de parkeernorm omlaag wordt gesteld in deze parkeernota. Dat waren ze, voorzitter. De voorzitter: Wethouder en de heer Kooijman mag zo nog stapelen. Maar laten we eerst maar naar het antwoord luisteren. De heer Meij: Even op uw laatste vraag. Volgens mij staat het ook, dacht ik, wel in de toelichting van deze nota parkeernormen, deze nota en die nieuwe ontwikkelingen. Die ontwikkelaar kan je nooit opzadelen met parkeerdruk die er nu al is. Hij moet zorgen dat er voldoende parkeerplaatsen zijn volgens de parkeernorm, zoals we die dan afgesproken hebben.
Maar natuurlijk, overal speelt nu wel de druk van parkeren, maar dat is niet de verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar, dus die hoeft daar geen rekening mee te houden. En uw andere vraag wil ik graag even aan de heer van Straten doorgeven. De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Wij hebben met die vraag zelf ook gezeten, wordt het stapelen, noem ik het maar eventjes. Het is een ander stapelen dan we hier doen. Wordt dat niet te veel? Als wij kijken naar de norm dan is bewust gekozen voor die 10 procent en bewust gekozen voor een afstand. En het adviesbureau Spark heeft gezegd, maak die afstand nou niet te groot. Want het feit dat mensen die tweede deelauto wel of niet houden, is wel van invloed. Of die gebruikmaken van het OV, laat ik het zo zeggen. En als je de deelauto bekijkt dan zie je, dat een op vier dat dat landelijk wel een reële waarde is. Je ziet ook dat mensen daar dan gebruik van gaan maken. En dat is ook de doelstelling. Dus het is alleen een probleem als OV niet zal functioneren. Men gaat gewoon lekker in die auto zitten en die deelauto gaan ze niet gebruiken, alleen dan een probleem. Wij gaan ervan uit dat beiden gewoon functioneren en dat mensen inderdaad de keus maken om met het openbaarvervoer te gaan. Dan heb je die reductie van die tweede auto. En die deelauto, die wordt vaak gebruikt. Je ziet ook landelijk dat die echt gebruikt wordt.
De voorzitter: Meneer Kooijman mocht nog stapelen. Maar misschien dat we dit maar afmaken en dan gaan we heel het riedeltje maar doen. De heer Mijnders. De heer Mijnders: Dank u, voorzitter. Duidelijk verhaal bij vraag twee. Om op vraag één nog terug te komen. Ik begrijp wat de wethouder bedoelt. Mijn vraag doelde meer op van, met deze nieuwe normen, het is een gemiddelde norm, dat lijkt in de parkeernota realistisch. En ik vroeg me af, als we dus nu in het centrum in de schil gaan rondlopen, zien we dus dat deze parkeernorm wel of niet realistisch is. In de zin van, als het een redelijk realistische parkeernorm zou zijn, als het is, dan Pagina 22 van 41
zouden we nu eigenlijk al in het centrum moeten zien dat er dus ook al eigenlijk te veel parkeerplaatsen zijn. Dat dat eigenlijk het bewijs is van dat de parkeernorm omlaag zou kunnen. Ziet de wethouder dat ook? De voorzitter: De vraag is helder. Wethouder Meij. De heer Meij: Even vanuit mijn beperkte kennis en dan de echte experts. Die keren dat ik met de auto naar het centrum rij, dat is maar heel beperkt, kan ik eigenlijk altijd parkeren. Of je nou bij de Albert Heijn gaat staan op de … Je kan betaald parkeren. Dus ik denk op dit moment, in mijn optiek, kan daar op hele korte afstand overal geparkeerd worden maar... De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Er moet onderscheid gemaakt worden in het type woningen. Als je kijkt naar de schil dan zien wij dat er een heleboel woningen zijn die in de jaren ’70, ’80, misschien ’60, jaren ‘30 gebouwd zijn. Destijds was er nog geen norm voor die woningen. Als je kijkt naar de straten die destijds ingericht zijn, dan zie je dat daar de problemen zijn, want de straat is niet ingericht met een parkeernorm. Dus je ziet met name daar dus de druk. Dus wij gaan nu een nieuwe ontwikkeling doen en we zien bij nieuwe ontwikkelingen dat, als wij de nieuwe norm gaan toepassen. dat de druk daar gewoon past bij de functie die je wil voor de woningen.
Alleen bij de bestaande wijken is het een probleem, want daar is gewoon geen norm vastgesteld in het grijze verleden. En we hebben met een projectontwikkelaar afspraken gemaakt dat die niet dat probleem hoeft op te lossen. Staat ook uitdrukkelijk in de parkeernota. De voorzitter: Dank u wel. Mag mevrouw Van Nes-De man nog stapelen. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Is het dan zo dat, er worden van die wijk in de schil geherstructureerd. Dat staat allemaal op de planning van woonkompas. Zou het dan zelfs kunnen, als de parkeernorm toegepast wordt en er is nu veel te weinig parkeerruimte, dat blijkt dat daar qua oppervlak bouwen minder gebouwd geworden om aan die parkeernorm te voldoen? Of werkt het zo niet? De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: In West zijn we nu bezig met nieuwe plannen om de wijk te herinrichten. In die plannen kijken wij welke parkeerplaatsen er nu zijn, waar kunnen we eventueel nog parkeerplaatsen extra maken en wat doen we met het groen? Wij kijken niet naar de normen die er nu zijn, want die passen helemaal niet bij die woningen. Dus wij gaan alleen … De parkeernota gaat in dit geval alleen over nieuwbouw en niet over bestaande. Maar bij de ontwikkeling, herontwikkeling gaan wel kijken waar we een parkeerprobleem hebben.
We weten op basis van het onderzoek, waar de druk is en als die druk dus te hoog is, dan gaan we wel onderzoek doen, waar kunnen we extra parkeerplaatsen waarmaken? Alleen geldt dat wel voor de legale parkeerplaatsen. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Kooijman, ChristenUnie. Pagina 23 van 41
De heer Kooijman: Ik had er vier en er vielen er twee vanaf en er komt eentje bij naar aanleiding van de vraag van de CDA. Nog even terug op het huidige parkeerterrein bij de Albert Heijn, die straks opnieuw bestraat gaat worden. En ik dacht dat de wethouder toen zei, naar mijn gevoel blijft dat dan. We hebben bepaald hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn en naar mijn gevoel blijft dat gelijk. En ik denk dat het wel belangrijk is dat we daar wat een concretere uitspraak over hebben. Niet zozeer over die situatie, dat geloof ik ook wel, dat inmiddels de tekeningen liggen al bij de aannemer denk ik. Ik hoop dat de stenen al besteld zijn. Maar met name, neem bijvoorbeeld Dillenburgplein als uitgangspunt. Daar komt ook nog wel een keertje een voorstel in de Raad, we gaan het opnieuw inrichten. En wordt dan deze nota ook gebruikt om te kijken van, uiteraard weten we hoeveel parkeerplaatsen er nu zijn, maar laten we eens aan de hand van de nieuwe parkeernormen kijken hoeveel hebben we er dan straks nodig? Nou misschien komen we op die berekening uit op een fictief aantal 50 en er waren er 55, dan kunnen we op 50 uitkomen. Of zeggen, nee, parkeernorm passen we alleen toe op nieuwbouwontwikkelingen of nieuwe ontwikkelingen en dit is gewoon bestaande winkels. Dus we kijken niet naar deze norm. We kijken echt alleen wat past er in het gebied. Dat is vraag één.
De wethouder werd knikt, dus die snapt de vraag, dat is mooi. Vraag twee en dat is eigenlijk doorvragen op de vraag die ik al schriftelijk had ingediend. Overigens dank voor de heldere antwoorden, daar was ik erg blij ook mee. Ik had bij vraag vier iets gesteld over de kader stellende rol die wij als Raad hebben. Wij stellen hier de normen vast en het college mag daar gemotiveerd van afwijken, zo werd ook aangegeven. Mijn vraag ging vooral de situatie waarbij de ontwikkelaar zegt, maar ik zie wel ruimte om binnen mijn project nog wel extra parkeerplaats te realiseren. Dat lijkt mij handig of wenselijk of wat dan ook, met bepaalde motivatie. En dan kan het college zeggen, logische verklaring, dat gaan we doen. Toen dacht ik, maar wij stellen hier als Raad ook een norm bij. We willen bijvoorbeeld ook het autobezit terugdringen. Dus hoe … Waar zit dan, aan die kant, onze kader stellende rol? Naar de bovenkant, moet we niet bijvoorbeeld een plafond of een bandbreedte meegeven of zoiets? En mijn laatste vraag die ik dan nog heb, dit gaat over een doorvraag op vraag zes, die ik had, over de kracht van het instrument. Maar eigenlijk gaf de wethouder in zijn inleiding net ook al iets aan van, we hebben een instrument nodig om enerzijds, iedereen wil netjes kunnen parkeren bij nieuwe projecten, maar we willen ook extra woningen, we willen extra groen, et cetera.
En wij zijn nog een beetje zoekende naar, is dit nou een nieuwe veel gedetailleerdere technische berekening om precies op dat juiste getalletje uit te komen. Maar uiteindelijk in de praktijk blijft de opgave nog steeds even groot. Of gaan we dankzij dit instrument, draagt het instrument wel degelijk echt bij aan die opgave en kunnen we misschien meer woningen realiseren, meer groen et cetera. De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: Ik wil vooral dan met even de laatste vraag op ingaan, want dat is denk ik wel een politieke vraag. De kracht van het instrument. Ik gaf in mijn inleiding eigenlijk al aan dat de provincie vindt dat we te hoog zitten. Dus dat is, dat wijkt dan inderdaad af van, is het dan een heel krachtig instrument? Toch denk ik dat we een eerste stap zetten. Ik zie al aan toch aan alle kritische vragen, we gaan de parkeernorm wel omlaag brengen, dus dat is een stap. Je kunt altijd zeggen, had het niet meer gekund, moeten we niet op die laagste norm gaan zitten? Maar dat zijn die afwegingen die je Pagina 24 van 41
dan politiek met elkaar maakt. Dit is dan denk ik een redelijk gemiddelde voor de gemeente Ridderkerk, zoals die hier functioneert. Erg open minded, ook omdat natuurlijk alle andere dingen ontbreken. We hebben geen metro, we hebben geen treinstation. Dus ik denk dat we hier een mooie mix hebben, waarbij we tegelijkertijd ruimte creëren voor nieuwe woningen, voor groen en voor leefbaarheid. Dus dat er toch een norm komt aan de bovenkant. Die is dan eigenlijk wel nieuw, dat het nu op sommige plekken gewoon niet meer kan. Natuurlijk had die stap ook groter kunnen zijn, maar daar hebben ook bewust niet voor gekozen. Maar het is wel een stap. Net zo goed als met de fiets parkeernorm. Je kunt zeggen, die is minimaal. Maar die is wel nu voor het eerst. En ik ga ervan uit dat als over vijf jaar verder zijn en we zien alles dichtslibben, dat we dan allemaal ook wel weer met een andere mindset naar zo’n parkeernorm kijken. Uw andere vragen begrijp ik helemaal. Daar zat ik te knikken, maar de antwoorden daar waag ik me niet aan. De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten. Het is een lastige discussie, want wil de Raad bij elk bouwplan betrokken worden? Als je ervan uitgaat dat je een parkeerplaats, dan als college zegt, die mag je extra maken of minder maken of verzin het allemaal maar.
Volgens mij en dan ga ik niet op de stoel zitten van wat het bestuurlijk orgaan is, maar volgens mij hebben jullie de uitvoering altijd bij het college neergelegd. En de stukken die het college behandeld zijn voor jullie altijd zichtbaar. Daarin kunnen jullie natuurlijk altijd kijken, er is nu een bestemmingsplan, een omgevingsvergunning afgegeven en wij hebben daar vragen over. En jullie kunnen natuurlijk altijd daar jullie bedenking bij hebben en dat in de Raad of waar dan ook, ter discussie stellen van, jullie hebben nu vastgesteld vijf parkeerplaatsen extra, maar wij zijn het hier niet mee eens, kunnen jullie dat toelichten? En ik denk dat je heel voorzichtig moet zijn, jullie in ieder geval, en ik zit niet op jullie stoel, ik mag dat eigenlijk ook niet zeggen, maar wat wil je bereiken met één parkeerplaats? Of wil je, als er 100 parkeerplaatsen zijn en je gaat er honderd bij maken, dan heb je een andere discussie. Maar ik zou, als jullie, wel voorzichtig zijn om bij elk bouwplan betrokken te willen zijn. De voorzitter: U stelde zelf al vast dat u het niet mocht zeggen. Maar we hebben de boodschap ontvangen. De heer Kooijman. Het Dillenburgplein komt nog aan de orde. De heer Van Straten. De heer Van Straten: Dillenburgplein is een ontwikkeling die er al is.
Als wij daar, om wat voor reden dan ook, extra woningen toe gaan passen en wij gaan kijken naar nieuwe winkels, dan gaat de parkeernota gelden. Wij gaan niet, als we dat dat plein gaan herinrichten, kijken of de norm die er nu zit of die klopt, want dat is ook heel erg ingewikkeld, want wat neem je dan voor de supermarkt voor norm? Is het een discounter, is het een groenteboer die daar zo zit? Wat ga je dan daaraan voor normen? En welke woningen heb je, welk type? We weten het oppervlak, dat zou je theoretisch kunnen bekijken. Hoeveel ga je dat dan … Dat wordt een hele ingewikkelde berekening. Wat wij doen? Bij elke ontwikkeling kijken of de parkeerplaatsen voldoen aan de richtlijnen zoals ze nu in het ASVV staan. Want we willen niet daten die parkeerplaats die er nu zijn, nog steeds te smal zijn of tekort zijn. Dus wij gaan altijd bij de herontwikkeling kijken, kunnen wij die parkeerplaatsen
Pagina 25 van 41
volgens de norm aanleggen? En ja, in sommige gevallen houdt dat in dat we meer of minder parkeerplaatsen hebben. De voorzitter: Dan de heer Kooijman. Ik wil eigenlijk verder. De heer Kooijman: Een kleine geruststelling richting de heer Van Straten. Misschien als er een parkeerplaatsje extra gemotiveerd door het college wordt toegekend, dan gaan we niet gelijk aan de bel trekken. Maar ik ken inderdaad instrumenten. Dus dank nog daarvoor. De voorzitter: Dan gaan we naar de VVD. Mijnheer Borst, stelt u ze maar alle drie. De heer Borst: Dat gaan we doen. Wij vroegen ons af op basis van welke cijfers en feiten, die gebiedsindeling uit bijlage 1, precies tot stand is gekomen. In de bijeenkomst van vorige week is daar al kort even iets over gezegd. Maar ik wil de wethouder toch vragen om daar nog iets uitgebreider op te reflecteren. De tweede vraag, die lage parkeernormen in delen van Ridderkerk die al heel druk zijn of heel vol, dat vind begrijpelijk, vind ik logisch. Zijn er dan niet ook andere gebieden Ridderkerk waarvan we kunnen zeggen, van zo’n zelfde situatie is daar ook sprake. En tot slot, hoe kan de wethouder nou garanderen dat bewoners van nieuw te bouwen woningen straks, in ieder geval één auto in de buurt van hun huis kunnen bouwen en zijn er dan nog kansen voor het parkeerbeleid, wat we opnieuw gaan vaststellen over een tijdje. Zijn daar koppelkansen.
Dank u, voorzitter. De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Over die gebiedsindeling. Dat zijn inderdaad drie onderscheiden gebieden. Het centrum, heel direct bij alle winkels en alle voorzieningen. Dan de schil er dicht op. En dan de rest van Ridderkerk, waar gewoon gewoond wordt en waar je dus enige afstand hebt. Dus zo is er gekeken en zo gebeurt het in heel Nederland. Dus dat is een manier van denken. De dorpsring, de centrumring, eigenlijk de dorpsring, Vondellaan en dan de woonwijken. Dus dat kan ik daarvan zeggen. Daar is natuurlijk wel over nagedacht en dat is een logische driedeling. Uw tweede vraag probeer ik even duidelijk te krijgen. U zegt, er is een parkeernorm van 1,4. Dus die ene auto kan geparkeerd worden. Die tweede is natuurlijk afhankelijk van hoeveel mensen er in die straat wonen en hoeveel auto's die mensen hebben. Maar ik weet niet precies wat u nou precies aan de wethouder vroeg. De voorzitter: Hij vroeg of er een soort garantie was voor één auto te kunnen parkeren. De heer Van Straten. De heer Van Straten: Als je kijkt naar de normen die het ASVV voorschrijft, dan zit daar een gemiddelde in. Wat ze van uitgaan is dat de ene woning misschien nul auto’s heeft, de ander heeft er misschien drie. En gemiddeld is dan bijvoorbeeld 1,4. Het geeft niet de garantie dat je voor je deur altijd die ene auto kwijt kan.
Het is wel zo, dat gemiddeld er 1,4 in dat hele bouwplan zitten. Dus kan ik mijn auto kwijt? Ja, het is een gemiddelde. Het kan best wel zijn dat je iets verder moet Pagina 26 van 41
lopen. En dus niet je auto voor je deur kwijt kan. En toevallig geeft de buurman een feestje en dan zou je iets verder moeten parkeren. De voorzitter: De heer Borst. De heer Borst: Dat laatste, dat is in ieder geval duidelijk. Dat was vorige week ook al heel duidelijk, dus die begrijp ik. Waar ik even naar op zoek ben, er zijn natuurlijk ook bouwprojecten en categorieën waar de normering lager dan één is. En we gaan over een tijdje dat parkeerbeleid, dus de vergunningen en dat soort zaken, gaan we nog herijken. Ik ben op zoek naar, zijn er nou koppelkansen vanuit dat nog te ontwikkelen, te herzien beleid, om ervoor te zorgen dat mensen ook bij dat soort ontwikkelingen, waar de norm lager is dan één, we kunnen garanderen dat die mensen daar gewoon kunnen parkeren. Dat was even mijn laatste vraag. Dus nog even ter verduidelijking en ik wil nog even reageren op het antwoord van de wethouder op mijn eerste vraag. De voorzitter: Gaat dat tot een vraag leiden? De heer Borst: Dat gaat zeker tot een vraag leiden, want ik begrijp dat de tekening dorpsring, centrumring die snap ik dat die logisch is. Maar er is dus geen enkele feitelijke of cijfermatige gedachte geweest om tot die beredenering, om tot die tekening te komen. De voorzitter: Wethouder. Ja ik denk dat ik nog even aan meneer van straat... De heer Meij: Ik denk dat ik nog even aan de heer Van Straten kijk.
Mijn andere buurman, de heer Arslan, die is net vader geworden, die zal ik ook nog een keer een vraag willen toespelen, want anders zit hij er helemaal voor niks bij. De voorzitter: Mijnheer Arslan, gaat u beginnen? De heer Arslan: Dank u wel. Ik wilde eerst beginnen met de vraag de norm lager dan één. De norm lager dan één wordt natuurlijk gekozen met een reden. Dat betekent dat niet iedereen met de auto komt. En dat blijkt ook uit de gemiddelde cijfers. Dus dan gaan we er vanuit dat er ook mensen zijn die lopend komen of met de fiets. Een norm die wel lager dan één is, zien we ook vaak, ik noem maar eens iets, in de buurt van een huisarts. En dat wij zien dat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van een fiets of van dat mensen voet komen. Dus daar gaan we er wel van uit dat je ook die auto wel kwijt zou kunnen. Maar uiteraard kunnen we nooit die garantie geven. Maar we gaan er wel vanuit, dat in het geval met de auto komt, dat het wel zo is berekend dat je wel auto kwijt kunt. De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Bij het bepalen van de gebieden hebben wij gekeken van, wat zou nou logisch zijn? En met name bij het centrum hebben we gekeken, als je nu ontwikkelingen zou hebben, waar kan je dat nou realiseren? Je kan dat realiseren boven de Hema. Ik noem maar iets, boven de andere supermarkt, daar zou je iets kunnen realiseren.
Bij de Geerlaan heb je ook nog zo'n klein stukje waar je het één en ander zou kunnen realiseren. Daar zit nu een autohandelaar. Als je het gebiedje daar Pagina 27 van 41
neemt, is dat nou logisch om er vanuit te gaan dat je daar vrijstaande woningen behoudt of maak je appartementen daarvan? Wij hebben dus gekeken, wat zou nou een logische plek zijn om het centrum te stoppen? Als je kijkt naar de voorzieningen, dan zitten die heel erg dichtbij. Dus we hadden zoiets van, waar moeten we stoppen? En wat is nou logisch? Als je kijkt naar het betaald parkeren in het gebied, dan is dat ook een soort drempel die er voor zorgt dat je eigenlijk minder parkeerplaatsen kan realiseren. Dus het centrum van Ridderkerk was heel logisch. We zeggen, hier is het betaald parkeren, het is logisch om die ring als centrum te nemen. Vervolgens hebben we gekeken naar de … en de schil hebben we een gebied wat aangewezen is als vergunninghoudersparkeren. In de oude nota staat dat. Alleen dat gebied, dat vonden wij niet helemaal logisch. Het moet wel logisch zijn voor een projectontwikkelaar, ook van, waar stopt het nu en waar eindigt het nu? Wij hadden discussie intern over, moet je nou dit gebied bij de Sportlaan, als je daar überhaupt nog iets zou willen ontwikkelen, moet je dat nu een schil benoemen. Of noem je dat rest bebouwde kom? Als je kijkt naar wat daar vlakbij ligt, dan is het wel logisch om te kijken, zou het nou rest of schil zijn? Wij hebben ervoor gekozen om een logische route te nemen en die als schil te functioneren.
Er is ook gevraagd aan Spark, als wij kijken naar deze schil, zou dat voor jullie ook logisch zijn en het antwoord was daarop ja. De voorzitter: Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid. De heer Rijsdijk. Vier vragen, twee keer twee en als het er drie zijn geworden in één keer. De heer Rijsdijk: Voorzitter, ik moet u teleurstellen, het zijn nog steeds vier, dus ik zal het twee om twee doen. Dank voor de beantwoording van onze schriftelijke vragen. In één van de antwoorden wordt aangegeven dat, als er minder parkeerplaatsen gerealiseerd worden en er dan met het concept van deelauto's gewerkt wordt, dat dat net het verschil kan maken of een woningbouwproject wel of niet rendabel is. Wat ik mij daar wel bij afvroeg en daar is nog niet zo'n duidelijk antwoord op gekomen, is dat nu uiteindelijk goed voor de projectontwikkelaar, die dan het project goedkoper kan realiseren? En dat de parkeerplaatsen die kunnen dan later eventueel verhaald worden op de kopers. Of profiteren die daar toch op de één of andere manier nog van, met lagere huizenprijzen? Daar ben ik nog naar op zoek. Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag die betreft, op het moment dat het concept met de deelauto's niet blijkt te werken, dan kunnen er extra parkeerplaatsen gerealiseerd worden. U gaf aan dat het dan op basis van klachten gebeurt.
Begrijp ik het dan goed dat dat een soort piepsysteem is? En dat het uiteindelijk de gemeente is die dan na twee onderzoeken bepaalt of er extra parkeerplaatsen komen? Dank u wel. De voorzitter: Uw eerste vraag klinkt als een herhaling van uw schriftelijke vraag. Maar het woord is aan de wethouder. De heer Meij: Uitgangspunt is dat hier ruimte schaars , dus die willen we zo efficiënt mogelijk benutten. Heb ik net ook in mijn inleiding gezegd. Dat betekent dat we ook ruimte willen hebben voor spelen, ruimte willen hebben voor groen. Dus niet al die ruimte rondom zo'n nieuwbouwproject is ook dan beschikbaar voor parkeren. Dus daar is die parkeernorm ook op voor bedoeld, dat die niet oneindig groot kan zijn als er allemaal mensen komen die met twee of drie Pagina 28 van 41
auto’s komen. Dus of je dat meteen kan doorzetten naar een lagere huizenprijs, dat is de vraag. Want uiteindelijk die ruimte krijg je niet, want als openbare ruimte zeggen we als gemeente, daar gaan we andere dingen doen, dus dan is de ruimte beperkt die die krijgt en daar heeft het dan mee te maken. Het kan ook wel zo zijn dat die inderdaad ook in de kwaliteit van de woningen iets meer kan doen. Maar dat zijn natuurlijk allemaal markttechnische dingen. Als de rente opeens sterk daalt dan gaan de huizenprijzen weer omhoog. Dus daar is niet één op één iets van te zeggen, maar wel dus dat we die ruimte die schaars is maar beperkt willen inzetten voor parkeren. En uw vraag over dat concept deelauto, hoe bepalen we nou wanneer dat niet werkt? Piepsysteem? Ja, zo is het volgens mij net schriftelijk beantwoord en zo kijken we er ook nu naar. Als er echt terechte klachten komen over parkeren, dan houden we die parkeerdrukmetingen en dan zien we dat het tegen de 100 procent zit, dan gaan we echt wel kijken wat daar moet gebeuren . Want uiteindelijk die auto moet toch ergens staan. Maar ik weet niet of de heer Van Straten nog een aanvulling heeft? De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Wij hebben nu gezegd dat we in ieder geval twee keer onderzoek willen doen.
Als het noodzakelijk is om een derde onderzoek te doen, omdat de bewoners aangeven, je hebt nu geteld maar toevallig waren er wegwerkzaamheden in omgeving, dan doen we gewoon een derde onderzoek. Het moet alleen niet zo zijn, dat we in lengte vandaag onderzoek gaan doen, want dat is ook wel gemeenschapsgeld wat we dan uit gaan geven? Op een gegeven moment is het een momentopname en die momentopname dat is altijd een discussiepunt. Of het nou 10 procent te veel is of 20 procent, er zit altijd een marge in. Dus als verkeerskundige houden wij daar altijd rekening mee bij het bepalen welke functies en welke maatregelen we gaan doen voor een bepaald probleem. De Voorzitter: De heer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. Soms is een antwoord wat schriftelijk gegeven is niet altijd duidelijk en dan vraag je daar nog even op door. Ik ben zeker geen voorstander van oneindig onderzoek. Het ging er mij met name om, is het uiteindelijk de gemeente die dan het besluit neemt dat die extra plaatsen er komen? Dat is helder. Mijn andere twee vragen, om toch nog even door te gaan op dat concept van die deelauto's. Wordt het dan uiteindelijk … Komt dat volledig bij de projectontwikkelaar te liggen of speelt de gemeente daar ook nog een rol in.
En de achtergrond van die vraag is dat bijvoorbeeld Goudappel die ook het onderzoek naar het verkeer in Bolnes hebben gedaan bijvoorbeeld aangeeft dat, als je deelauto’s zomaar in de openbare ruimte neerzet, dat het niet zo goed werkt, maar dat daar nog een hele strategie achter moet zitten, ook qua communicatie, eventueel qua prijsmechanisme. Ik zal niet al die argumenten herhalen, maar kan daar wat over verteld worden hoe dat dan aangepakt zou worden? En mijn laatste vraag, is het concept van de deelauto's is dat voldoende bewezen? Zou het bijvoorbeeld niet effectiever zijn om een extra inspanning te leveren op het verbeteren van het openbaar vervoer? Er worden nu twee HOV-lijnen beoogd, maar zouden we daar niet nog veel meer een stapje extra in moeten doen? Door
Pagina 29 van 41
bijvoorbeeld nog een derde verbinding of een andere verbinding dan Kralingse Zoom of Zuidplein, om mensen te verleiden. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: Even om te beginnen met uw laatste vraag, concept deelauto bewezen? We zien wel, we hebben, geloof ik, nu al drie of vier deelauto's in Ridderkerk staan. Ook één of twee zelfs in Bolnes die goed gebruikt worden. Dat gebeurt dus helemaal zonder dat de gemeente, natuurlijk die heeft daar toestemming voor gegeven, maar blijkbaar is daar is een goeie businesscase op te maken, waardoor die uitbreiding nu al plaatsvindt. Maar u vraag suggereert eigenlijk een stapje extra. Met andere woorden, als ik wat harder, als ik het even op mezelf betrek als wethouder Verkeer, als ik maar wat harder bij de RET aan de bel trek of bij MRDH, dat we dan een extra halte of een extra HOV-lijn krijgen. Ja, zo werkt het niet. We moeten nu al ontzettend ons inspannen om de huidige lijnen overeind te houden, door allerlei omstandigheden. Die kent u, die ga ik nu niet toelichten. Ik zal ook alles doen. We hebben net die waterbushalte ook gehad, daar gaan we ook ons voor inzetten. De toekomst wordt dat al die modaliteiten een rol gaan spelen en soms heb je er twee nodig om op je plaats te komen. Dat je eerst met de fiets gaat en dan met het OV.
Dus al die zaken helpen, want we hebben ook bij corona gezien, als je zo’n zeven, acht procent van de weg afhaalt in de filetijd, dan is er geen file meer. Dus het gaat niet om duizenden auto's, het gaat net om die aantal auto's waardoor je niet meer kan invoegen en allemaal gaat stilstaan. Dus op het gebied van … zullen we echt ons best doen. Ik denk nog even aan maatwerk bij de buurtbus, waar we nu echt op inzetten, ook om de MRDH daar medeverantwoordelijk voor te maken, dat het niet helemaal verantwoordelijkheid van de gemeente is. Dus op al die gebieden proberen we actief te zijn. Ja, ik weet niet wat. Ik was even in mijn eigen verhaal. De voorzitter: Mijnheer Van Straten, heeft u nog iets aan te vullen? De heer Van Straten: Nee, volgens mij heeft Peter alles wel genoemd wat de vraag was. De voorzitter: Meneer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: De wethouder wilde volgens mij nog aanvullen, maar ik had nog een andere vraag. Wellicht kan wethouder eerst dan de aanvulling doen. Dan zal ik de andere vraag stellen. Als u het goed vindt, voorzitter? De voorzitter: Dat is akkoord. De heer Meij: Het ging nog even over die prijsmechanisme. Ik denk, daar gaat de gemeente zich niet mee boeien. Dat is natuurlijk ook allemaal die businesscase die natuurlijk een deelauto-aanbieder zelf moet regelen. Of er een stukje communicatie zal plaatsvinden, dat kan natuurlijk best.
We kunnen best natuurlijk mensen wijzen op al die alternatieven voor de auto. Dat zal misschien mogelijk zijn, maar we gaan echt niet financieel bijdragen aan dit soort concepten. De voorzitter: Gaan we naar 18PLUS, zes vragen, twee keer drie. Dank u wel. Pagina 30 van 41
De heer Sluimers : Dank u wel. Het zijn er wat minder geworden. Even kijken hoor. Wij hadden ook schriftelijke vragen gesteld en die zijn ons ook niet helemaal duidelijk. Bij vraagt twee, vraag over een inpandige berging en dan krijgen we een antwoord eerst, nee, punt. En dan einde van het antwoord, staat er opeens dat een inpandige berging ook gebruiken kan worden om fietsen te stallen. Dus wat is het nu? Wat is een inpandige berging dan? Bij vraag drie vragen we over de Drierivierenlaan, als we dat nu zouden bouwen met de nota die we nu gaan vaststellen wat heeft het dan voor effect? Wij zijn dan op zoek naar, levert het dan meer woningen op of juist minder woningen. En nu hebben we alleen antwoord gekregen op de parkeerplekken. Dus is het ook mogelijk dat we antwoord krijgen op de woningen? Bij vier, de deelmobiliteit, wortelstelen wij ook nog steeds met wat levert de projectenontwikkelaar op, als hij hiervoor kiest? Kant hij dan meer woningen bouwen of heeft dat helemaal geen verschil, als hij voor deelmobiliteit kiest? Dat waren de eerste drie. De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: Op uw laatste vraag, wat levert het de projectontwikkelaar op. Inderdaad dat hij minder parkeerplaatsen hoeft aan te leggen, dus minder kosten hoeft te maken. Want die deelauto daar kan hij een aantal andere parkeerplaatsen niet voor aanleggen, dus daar zit voor hem de winst.
Uw vraag over de inpandige berging en met name die vraag over het aantal woningen, is natuurlijk heel moeilijk in te schatten. We hebben nu aangegeven wat het voor de parkeerplaatsen uitmaakt. Uiteindelijk blijft natuurlijk altijd een afweging van een projectontwikkelaar om te kijken hoe dat zich verhoudt. Dus ik denk dat dat nu achteraf, denk ik, ook niet meer door te rekenen valt. Had hij daar nu meer woningen kunnen bouwen? ik weet in ieder geval het antwoord daar niet op. Inpandige berging, ik hoor dat de heer Arslan dat wel misschien kan aanvullen, een inpandige berging zou je ook misschien mee kunnen nemen. Als u dat goed vindt? De voorzitter: De heer Arslan. De heer Arslan: Om even te beginnen met, wat de heer Meij net aangaf over de ontwikkeling of we daar nou meer of minder huizen ontwikkelen. Op het moment dat de ontwikkelaar minder parkeerplaats hoeft te ontwikkelen, betekent dat er wel meer ruimte overblijft voor woningen. We kunnen nu niet terugkijken op die ontwikkeling, hoe het was geweest met de nieuwe nota, maar je zou in theorie wel kunnen oordelen, je houdt meer ruimte over, dus in principe kan je of hoogwaardiger woningen, groter woningen of meer woningen. Theoretisch gezien. Ik hoop dat daarmee die vraag is beantwoord. En dan over de inpandige bergingen. Daar was, volgens mij, de vraag of nou zo'n bijkeuken wel telt als inpandige berging of niet.
In dit geval niet, want een inpandige berging moeten wel echt kunnen functioneren als een berging voor een fiets. Dus die moet toegankelijk zijn. Denk hierbij aan gangen die breed genoeg zijn of dat het niet een steile helling is, dat je met de fiets naar binnen kan. Dus als het een bijkeuken is, dan moet je in het bouwplan wel aangeven dit is een bijkeuken, dus dat telt dan niet als inpandige berging. De voorzitter: De heer Sluimers. Pagina 31 van 41
De heer Sluiter: Maar als er dus in de bouwtekening wel rekening wordt gehouden met brede deuren en et cetera, al die voldoende, dan zou het wel mogelijk mogen zijn dat de bijkeuken gaat gelden als een fietsenstalling? De voorzitter: De heer Arslan. De heer Arslan: Dat zou in principe wel kunnen, maar dan moet het wel door de ontwikkelaar ook zo op de tekening ingetekend zijn, dat dat dus gaat dienen als berging. Dan wordt dat dus wel zo ingediend, snapt u, in de vergunning. Maar wat iemand daar uiteindelijk zelf mee doet, dat kunnen wij natuurlijk niet controleren. De voorzitter: De heer Sluimers. De heer Sluimers: Nee, het gaat erom of hij dan ook nog in de kelder een berging heeft of alleen dat zijn berging is? Als het aan de regels voldoet en dat mag, dan oké. Als hij voor deelauto’s kiest en er komen geen extra woningen bij, dan vraag me af waarom we dan minder parkeerplekken zouden kunnen mogen laten bouwen. En als er wel meer woningen gebouwd worden, dan gaat die parkeernorm toch ook weer omhoog? Dan moeten ze alsnog weer meer parkeerplekken gaan bouwen, meer huizen. Mijn laatste vraag was nog wel, deze nota gaan we herschrijven, met name door Woonkompas, want die kon niet met de parkeernorm overweg. Die had het liefst 0,7. We komen uit op 0,9.
Maar hoe gaan we nu dan controleren of waarborgen bij Woonkompas dat ze daadwerkelijk mensen in die woningen doen, die geen auto gebruiken of geen auto bezitten. De voorzitter: De heer Arslan. De heer Arslan: Hoe wij dat … De vraag is of wij kunnen controleren of er daadwerkelijk mensen gaan wonen die geen gebruik maken van de auto. Wij gebruiken dit meer als sturingsmiddel. Dus op het moment dat wij aangeven dat er OV is en een deelauto, dan proberen wij toch te sturen om mensen uit die auto te halen en die tweede auto weg te doen. Maar het is niet te eisen. Maar wij proberen het wel te motiveren, dat mensen dan toch die stap zetten. Maar je kan het natuurlijk nooit uitsluiten. De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Woonkompas geeft aan dat de mensen die daarin wonen, bijvoorbeeld sociale huur, dat die echt heel weinig geld hebben. En die geven aan dat de mensen die daar wonen eigenlijk ook geen geld hebben voor een auto. Zij geven dus bewust aan, dat de nieuwe bewoners, bijvoorbeeld van de eerste aftoppingsgrens of liberalisatiegrens, dat zij echt kijken, hoeveel verdienen die mensen nou. Want anders mogen ze niet in die woning wonen. En vervolgens weten ze ook wat die mensen dus verdienen en op basis daarvan kunnen zij een inschatting maken of zij wel of niet die tweede of weet ik veel auto’s hebben.
En zij geven dus bewust aan, wij vinden dus daarom die norm te hoog. Want wij zien op andere plekken dat die 0,7. Dat kan wel, maar wij zijn Ridderkerk en wij zien ook dat er leaseauto’s zijn, dat iemand die ergens werkt en die krijgt een auto Pagina 32 van 41
van zijn baas. Die is niet in die norm meegenomen, dus die norm van 0,7 die hun graag zouden willen, die is dan in dat geval dus veel te laag. Plus ze houden geen rekening met bezoek, want er komt altijd wel iemand op bezoek. Vandaar dat wij een iets hogere norm gedaan hebben. En je kan zeggen van, is dat gegarandeerd? Ja, doordat die normen voor de liberalisatiegrens en de eerste aftoppingsgrens bekend zijn, weet Woonkompas wie daar ongeveer gaat wonen en weet ze ook uit ervaring hoeveel auto's die hebben. De voorzitter: Dank u wel. De heer Sluimers. De heer Sluimers: Maar er wordt … Vanuit de gemeente gaat er dan niet expres specifiek nog gecontroleerd worden of er ook echt gehandhaafd wordt op die parkeernormen? Want we gaan het wel bijstellen, maar we gaan niet controleren. De voorzitter: De heer Van Straten. De heer Van Straten: Nee, dat gaan we niet. Wij hebben in een andere beantwoording aangegeven dat op basis van klachten en meldingen wij gaan controleren, bijvoorbeeld naar deelauto. Op het moment dat wij heel veel klachten krijgen, dan gaan we wel aan Woonkompas vragen, jullie hebben aangegeven dat er die en die mensen wonen, maar wij merken nou dat de druk heel erg hoog is, kunnen jullie aangeven hoe je dat op gaat lossen? Dan bijvoorbeeld als ze …, wij kunnen dat niet oplossen, dan blijft de druk hoog en kunnen wij dat ook zelf niet oplossen.
De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het einde van de vragenronde. De vragenronde is bedoeld om te komen tot standpuntbepaling voor de stemming en voor het debat. U bent ruimschoots bediend. Nu één uur en tweeënhalf uur commissiebijeenkomst. Dus het lijkt mij dat dat voldoende moet zijn om nu te weten wat het wordt. En dit is een stille hint voor de hoeveelheid die we benutten. Agendapunt. En ik dank alle ambtenaren en wethouder Meij. En we gaan over naar het volgende agenda... Nee, we gaan nog niet over. We gaan eerst de inzet en de behandeltijd. We blijven bij het ter debat, denk ik. Wie biedt? Ik zie één keer vier en verder zie ik drie en twee. Kunnen we weer een deal maken voor drie? Dan is het drie minuten, gaan we kijken of het weer 75 wordt. Het wordt een drukke tijd. Dus we zetten erop in en we zien wat het wordt. Dan nogmaals dank aan de wethouder en de ambtenaren.
6. Financiële verordening gemeente Ridderkerk 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar de financiële verordening gemeente Ridderkerk 2024. En wethouder Van der Duyn Schouten mag uit de parkeerstand komen en aanschuiven voor de centen en ook heten we de heer Van der Waal hartelijk welkom. De inzet is ter debat. Willen we daarbij blijven? De heer Ros, GroenLinks. Pagina 33 van 41
De heer Ros: Van mij mag deze ter vaststelling, voorzitter. Van ons, sorry. De voorzitter: De heer Schop, Echt Voor Ridderkerk. Dat komt zo meteen. We gaan eerst kijken of het ter debat gaat of niet. Is er iemand die zegt van niet? Mijnheer Borst? De heer Borst: Nee, juist steun om er het ter vaststelling te laten gaan. De voorzitter: Is er iemand die toch het ter debat wil? Dat is niet het geval, dan gaat hij ter vaststelling. Dat kunnen nu alle mogelijke vragen en meningen worden gegeven. Het woord is aan wethouder Van der Duijn Schouten voor een toelichting. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, ik denk dat het stuk op zich voor zich spreekt. Een nieuwe financiële verordening. Er zijn wat updates vanuit het BBV, maar dat is in het voorstel allemaal toegelicht, welke ook wat de belangrijkste wijzigingen zijn dus ik denk dat het verder niet heel veel toelichting behoeft. Dus ik ben benieuwd of daar nog vragen zijn. De voorzitter: Wie heeft er vragen? Behalve De heer Schop van Echt Voor Ridderkerk? Zijn ene vraag. ChristenUnie, twee. GroenLinks, één. Dat zijn ze. Beginnen we met De heer Schop van Echt Voor Ridderkerk. De heer Schop: Dank u, voorzitter. In het raadsvoorstel bij artikel 6.3 wordt over een verhoging gesproken van 25.000 naar 100.000. Vanwaar die verhoging? De voorzitter: Wethouder.
De heer Van der Duijn Schouten: Dat is om in eerste instantie wat meer aan te sluiten bij de omvang van onze begroting. Dit was 25.000. Maar misschien is goed er een beetje historie bij te geven. In 2013 was het voor de gemeente Ridderkerk 50.000. Toen zijn we in BAR-verband samengegaan en toen kwam er een kleine broeder bij. En toen hebben wij ons allemaal geconformeerd aan de richtlijn voor die kleine, in dit geval Albrandswaard, die op 25.000 zat, maar was het voor organisatie ook praktischer omdat overal hetzelfde te doen. We hebben nu gekeken, we hebben ook even overlegd met de accountant. Er zijn ook wat richtlijnen voor, welke norm zouden daar nou passen bij een omvang van de gemeente Ridderkerk? En daarin is het advies om nu naar die 100.000 te gaan. En eigenlijk als je terugrekent naar 2013 van 50.000 met de inflatie die we inmiddels achter de rug hebben, ben je ook ongeveer weer op dat bedrag uitgekomen. Dus dat is de reden dat we hebben gezegd, het is gewoon een stuk praktischer om nu weer te kijken wat hierin voor Ridderkerk en we hoefden dat niet meer af te laten hangen van andere gemeenten, zijn we op die 100.000 gekomen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat het antwoord helder is. Gaan we naar de heer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag die gaat over artikel 5, negende lid.
En dat is het artikel wat gaat over strategische aankoop door het college en het college bevoegd maakt om strategische aankopen, bijvoorbeeld op grond, maar ook brandbrieven te doen. En we hebben dan Pagina 34 van 41
natuurlijk in corona een aantal keer meegemaakt, die brandbrieven en ook strategische aankopen. Snappen wij dat er inderdaad snel gehandeld moet worden, na het presidium gesproken te hebben, in mijn eigen woorden. Ik zoek een beetje naar hoe oprekbaar is dat? Kan een volgend college of een college daarna zeggen, wij vinden bijvoorbeeld dit allemaal strategische aankopen dus wij doen deze aankopen nu en dan hebben we het presidium in vertrouwen gehoord. Misschien zijn ze het eens misschien niet, maar dat is vertrouwelijk en we doen dat toch, even in het slechtst denkende geval. En hoever gaat die reikwijdte? Daar ben ik een beetje naar op zoek, voorzitter. De voorzitter: De heer Ros zoekt naar de elasticiteit van de wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik begrijp het. Ik begrijp die vraag wel en zo hebben we recent natuurlijk onderzoek laten doen naar de brandzaken van, is dat nou conform de regels gegaan? Daar hebben we de accountant gevraagd van, kijk daar eens even naar. Nou daar heeft u ook de terugkoppeling gekregen, dat het allemaal goed is gegaan. En de brandzaken, dat gaat met name om dingen waar snel gehandeld moet worden. Er moet iets aangekocht worden, concurrentiepositie kan in beding zijn, dat het toch van belang is en dat we het reguliere proces, maar daar komt achteraan natuurlijk altijd wel weer een keer het moment van verantwoording.
Om daar, als u daar behoefte aan heeft of wij daar behoefte aan hebben, nog een keer met de Raad van gedachten over de wisselen. Als u natuurlijk een keer ervaart dat dat presidium in voltalligheid zegt, dit moet u niet doen, het college doet het wel, dan kan ik me voorstellen dat u als Raad vervolgens ook weer eens kijkt of deze financiële verordening nog voldoet aan het … Maar daar gaat het niet uit. Maar het moet wel een zekere ruimte zijn om in geval van nood snel te acteren en daar is dit voor opgenomen. En soms is iets geheim, maar dat is dan toch altijd maar tijdelijk en kan daarna altijd weer een keer het gesprek over gevoerd worden in de openbaarheid. De voorzitter: De vraag aan de accountant die was op verzoek van de auditcommissie. De heer Ros. De heer Ros: Ik weet het, voorzitter, ik mag lid zijn van deze commissie. Er zijn twee dingen natuurlijk, een brandzaak en je hebt een strategische aankoop. En ik weet dat dat door dit college en het vorige volgens mij ook niet, vaak is gebruikt, die strategische aankoop. Ik kijk een beetje naar de reikwijdte van het artikel. Zo bedoel ik hem eigenlijk.
In hoever is het college nou bevoegd om, gehoord hebbende het presidium, maar er staat niet bij of ze het ermee eens zijn en moeten instemmen of niet, toch bijvoorbeeld strategische aankopen te doen? Laten we iets heel lullig zeggen, stel, of vervelend, laat ik het dan zo zeggen. Stel, een volgend college zegt, dat stuk grond vinden wij een strategische aankoop en daar moet dus gehandeld worden en dat dat ligt gevoelig. Hoever gaat die reikwijdte dan? Kan het college dat altijd doen of en moeten we dat altijd achteraf verantwoorden of kan dat ook vooraf en zit er een limiet aan? Dat is eigenlijk mijn vraag. De voorzitter: De heer Mijnders wil stapelen. Gaan we maar gelijk doen. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ikzelf zit niet in het presidium en ik vroeg me af, vanuit het presidium mag er ook niks verteld worden, dus ik als niet fractievoorzitter krijgt er ook niks over te
Pagina 35 van 41
horen. En ik vroeg me af, is het dan ook niet een idee om het met het presidium te spreken, maar wel alle 29 raadsleden over dit soort gevallen op de hoogte stellen? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten : Als u niks uit het presidium te horen krijgt, moet daar in uw fractie misschien nog eens keer van gedachten over wisselen. Maar dat terzijde. Dit gaat juist om die gevallen. Normaal gesproken wil je voor dit soort aankopen bevoegdheid van de Raad ook gewoon de voltallige Raad daarbij betrekken en een raadsbesluit. Het gaat om die zaken dat er ook snelheid geboden is. En dat het dus niet kan wachten op collegevoorstel, raadsvoorstel, behandeling, commissiebehandeling, Raad en dan nog een keer door gaan. Het is wel eens dat er snel geacteerd moet worden op iets strategisch. Ik kan me de laatste 13, 14 jaar, volgens mij is zoiets één keer gebeurd of twee keer, maar meer dan dat ook niet. En nogmaals, er vindt altijd weer achteraf een verantwoording plaats, maar soms kan het proces wat wij als bestuur met elkaar lopen, vraagt dan gewoon te veel tijd en moet er snel gehandeld worden. En als u denkt dat een college hier misbruik van maakt of hiermee aan de haal gaat, dan denk ik ook dat een heel andere discussie hebben met college en Raad. De voorzitter: De heer Ros. De heer Ros: Afsluitend, voorzitter, omdat het geen vraag hoeft te zijn.
Het is absoluut niet dat het over dit college gaat of wat dan ook. Het was meer een vraag van in de toekomst, hoever en waar staat de Raad ten opzichte van de bevoegdheid. De voorzitter: Dat is helder en u hoeft zich niet te verontschuldigen, want u mag alle vragen stellen die u wilt. De ChristenUnie, de heer Alkema, twee vragen. De heer Alkema: In de was-wordt lijst, daar hebben we in gekeken? Daar staat, in de artikelen worden verschillende malen de twee namen voor de BAR-organisatie genoemd, de GR BARorganisatie en de bedrijfsvoeringspartner. Wij vragen, waarom? En ook in dezelfde was-wordt lijst, artikel 3, daar staat een opzet van wat in de opzet van de begroting wordt opgenomen. En onze vraag is, wordt hiermee afscheid genomen van een opzet van de begroting, gereduceerd tot alleen het collegeprogramma, wat wij de afgelopen keren hebben gezien en waar we ook wel wat commentaar op hadden. Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten : Met die eerste beginnen. Dat zal te maken hebben dat de organisatie op dit moment in transitie is. Het is nu nog de BAR-organisatie, vanaf 1 juli wordt het de bedrijfsvoeringspartner. Als die termen hier nog door elkaar heen lopen is dat ongelukkig, maar gaat het feitelijk over de dezelfde organisatie. We hebben dus een BAR in afgeslankte vorm nu en dat wordt straks de bedrijfsvoeringspartner.
Meer dan dat is het ook niet. En wij nemen qua jaarstukken en begroting, nee, dat is niet alleen een collegeprogramma omdat, heel eenvoudig, dat het BBV Pagina 36 van 41
voorschrijft dat er veel meer dingen in een jaarrekening en een begroting moeten landen. En die gaan er uiteraard ook in terugkomen. En de opmerkingen, die met name vanuit uw fractie zijn gemaakt, over de afgelopen begroting en de wat zaken die u wenst om dingen wat duidelijker bij elkaar te krijgen, daar hebben we het tijdens de begroting over gehad en ook aangegeven dat we dat mee gaan nemen in de nieuwe opzet voor de komende jaren. De voorzitter: Dan zijn we aan het einde van de vragenbeantwoording. Blijft de commissie bij inzet ter vaststelling? Dat is het geval. Dan sluiten we dit agendapunt af en danken we de wethouder en de heer Van der Waal. 7. Zienswijze op de ontwerpwijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Natuur- en recreatieschap IJsselmonde De voorzitter: Agendapunt 7. Zienswijze op de ontwerp wijziging van de gemeenschappelijke regeling natuur- en recreatieschap IJsselmonde. De inzet is ter debat. Blijven wij bij debat? Dat is het geval. Dan zijn technisch inhoudelijke vragen mogelijk en heten we wethouder Meij weer welkom terug. En de heer Breedveld is ook hartelijk welkom. Wethouder Meij mag gelijk aan de bak met het geven van een toelichting. De heer Meij: Dank u, voorzitter. We hebben een zienswijze op de nieuwe regeling voor de gemeenschappelijke regeling voor de NRIJ.
Daar is een redelijk unicum bijgekomen, dat er nu ook een zienswijze van Barendrecht bij zou komen waar de Raad op wordt gevraagd te reageren. We hebben daar in de weekmail een eerste reactie opgegeven. Dus ik wil eigenlijk nog misschien deze inleiding gebruiken om te benadrukken hoe belangrijk het is dat die NRIJ-gebieden, die groengebieden, die recreatiegebieden, dat die structureel goed bediend worden en dat die ook aaneengesloten blijven. Het is natuurlijk zoveel jaar geleden echt een strategische keuze geweest om het zo in te richten, om ze te beschermen, om dat ook intact te houden. Natuurgebieden en recreatiegebieden houden ook niet op bij de gemeentegrens. Afgelopen zaterdag heb ik een wandeling gemaakt, wat begon bij de Rhoonse Grienden en helemaal langs de oude Maas, Barendrecht in. Daar als wandelaar merk je niks van gemeentegrens en NRIJ-grens hier. Je wil gewoon in een aaneengesloten gebied wandelen en ontspannen en recreëren. En die GR zorgt er ook voor, want dat is een zware regeling, die GR zorgt er ook voor dat je ook niet als gemeente, als je dat in eigen beheer hebt, dat je zomaar een impulsbeslissing kan nemen. Laat ik even een casus, theoretische casus, noemen. We hebben nu een nieuwe spreidingswet en moeten allerlei, ook de gemeente Ridderkerk moet natuurlijk een aantal meer asielzoekers en statushouders opnemen. Dan ga je opeens zoeken naar gronden.
Dan zou er in zo'n drukke fase opeens kunnen worden gedacht, dat gaan we daar doen. Zo’n GR maakt je dat heel lastig. Want je moet … Je hebt elkaar nodig om zo'n besluit te maken. Dus dat even over het belang van die GR en het belang van die aaneengesloten gebieden voor recreatie en voor groen. En er is een mogelijkheid om uit te treden. Dat zit er ook in, een uitbreidingsplan, op het op voorhand meegeven van gronden, dat is denk ik dus helemaal niet wenselijk, want je moet gaan weten wat er met die gronden gebeurt. En dat kan je niet op voorhand weggeven. En nog een heel belangrijk aspect, die gronden zijn niet allemaal in Pagina 37 van 41
bezit van de NRIJ. Er zitten echt meerdere eigenaren, provincie, waterschappen privézaken, de staat. Ook het rijk heeft bepaalde gebieden. Dus iets al op voorhand meegeven, die grondposities, dat is echt een hele kostbare, ingewikkelde zaak. Een hele complexe zaak. Dus dat moet je echt, als het al zover komt, in een uittredingsbesluit moet je het echt goed overdenken wie daar eigenaar is, hoe het allemaal zit. Dus zo'n zienswijze honoreren, denk ik, zou echt een hele slechte zaak zijn voor onze groen- en recreatiegebieden. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de commissie, voor het stellen van vragen. Ik zie de Partij van de Arbeid, twee vragen. ChristenUnie, drie en Echt Voor Ridderkerk, één. Dan krijgt de heer Kloos van Echt Voor Ridderkerk het woord. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Het is misschien ook gelijk een vraag waar iedereen wel in geïnteresseerd is. Dit voorstel is voorzien van een advies van onze eigen griffie. We vroegen ons even af wordt dat automatisch meegenomen of heeft het college daar nog behoefte iets over te zeggen? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: De griffie die heeft een memo geschreven waar al die gemeenschappelijke regelingen even tegen het licht worden gehouden. Daar hebben we rekening mee gehouden, dus dat zit allemaal in die aanpassingen van die gemeenschappelijke regeling.
Hier gaat het over een heel specifiek punt, namelijk omdat op te nemen dat je op voorhand je gebieden mee mag nemen als je uittreedt. Daar hebben we het nu over, daar heb ik net een inleiding over gegeven. Die andere zaken die zijn … Het college heeft dat besluit genomen om dat ook te honoreren en dat in te brengen bij NRIJ. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Veerman, Partij van de Arbeid, voor uw twee vragen. Mevrouw Veerman: Dank u wel, voorzitter. Ik had twee vragen. Een van de vragen is, waarom wordt er in de zienswijze voorgesteld om op verzoek van de Raad en het college de gemeenschappelijke regeling te evalueren en wordt er niet ingezet dat er na een bepaalde periode sowieso een evaluatie plaatsvindt. Dat is mijn eerste vraag. De andere vraag is, het college is duidelijk over het verzoek van Barendrecht, bij uittreding van de gemeente de gronden die dan van de gemeenten zijn automatisch over te dragen. Is bekend bij u hoe de andere deelnemers tegenover het verzoek van Barendrecht staan? De voorzitter: Wethouder. De heer Meij: Het college vindt het belangrijk dat je zo'n gemeenschappelijke regeling na enige tijd weer evalueert. Dus ik weet niet, dat is gewoon belangrijk, want we zien nu opeens zo'n nieuwe zienswijze van Barendrecht. Op die manier kan je er ook beter naar kijken.