2023-11-30-verslag-commissie-samen-leven-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
De heer Rambharos: Nee, die aanname is niet juist, want ongevraagde adviezen kunnen ook naar de raad toe komen. De voorzitter: Ik wilde eerst even vragen of de wethouder andere twee vragen ook dit ... U gaat echt meteen stapelen. Nou, mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Ja, want het wordt maar niet duidelijk. De vraag is: als er adviezen gegeven worden, wanneer komen ze naar de raad? Komt dat als het college vindt dat het naar de raad mag of komen ze sowieso naar de raad? En als het advies gegeven wordt, komt het dan ook op korte termijn naar de raad of wordt het advies gegeven in januari en krijgt de raad het in december? Ja, ik weet het ook niet hoe ik het helderder moet vragen dan dit. Krijgt de raad alle adviezen van het nieuwe platform? De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat ik even het woord ga geven aan wethouder Piena. De heer Piena: Dank u wel voorzitter. Ook de ongevraagde adviezen zullen uiteindelijk wel bij de raad komen, alleen die komen niet eerder bij de raad dan nadat het college zijn reactie op dat ongevraagde advies heeft gegeven. Ik mag aannemen dat dat duidelijk genoeg is, dat antwoord. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Soms komt, het kenmerk van ongevraagd advies is dat het niet gevraagd is.
Het college heeft er dus niet om gevraagd, het college is daarom niet altijd bereid om daarop te reflecteren, omdat het een ongevraagd advies is. Dus als wij als raad gaan wachten tot het college heeft geantwoord op een ongevraagd advies zou dat wel eens heel lang kunnen duren. Dus vandaar dat ik mijn vraag misschien wat bij herhaling stel maar ik heb nu het idee dat er ook adviezen komen die in een bekende la gaan verdwijnen en wij als raad in ieder geval nooit gaan zien. De voorzitter: Dus eigenlijk wilt u dat het der debat gaat technisch inhoudelijke vragen, u wilt gewoon weten: als een ongevraagd advies komt, komt hij naar de raad. Dat is de vraag. De heer Piena: Ja voorzitter, volgens mij heb ik dat antwoord net gegeven. Pagina 18 van 46
De voorzitter: Dan is daar … De heer Piena: Nee, dat is niet waar. Ik hoor het daar fluisteren van dus komt het er niet. Nee, dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat het ongevraagde advies niet eerder naar de raad komt voordat het college daar een reactie op heeft gegeven. Dat heb ik gezegd. De voorzitter: Verder kunt u als u daar verder nog een mening over wil reflecteren, mag u dat tijdens het debat doen in de raad. De andere twee vragen die openstaan, zou u die nog kunnen beantwoorden, wethouder Piena? De heer Piena: Dat ga ik proberen. De cliëntenraad is volgens mij een aantal jaren geleden ondergebracht of in de verordening meegenomen in de platfora die we nu hebben. Het is daar ondergebracht, dat is tijdens volgens mij de verordening toen zo geregeld. En hoe gaan we dat nu doen? De ombudsman heeft het surrogaat genoemd. Nou, dat wil ik zeker niet maar dat is ook alweer besproken dat we gaan kijken, de mensen die nu gebruikmaken van bepaalde dienstverlening of we die kunnen betrekken bij het nieuwe adviesorgaan of zij inderdaad ook lid daarvan willen worden zodat we ook rechtstreeks op die manier, nou, ook een beetje weer tegemoetkomen aan de motie die u volgens mij afgelopen raadsvergadering heeft neergelegd over ervaringsdeskundigheid om daarin in te bedden. En dan, nou ja, heb ik eigenlijk ook indirect al het surrogaat van de ombudsman hopelijk weerlegt.
De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Het gaat ter debat, dus ik zal mijn mening nog even opzouten tot die tijd. De voorzitter: Dat lijkt me een uitermate goed plan. Dan wil ik graag het woord geven aan mevrouw De Wolff, ChristenUnie. U had drie vragen, zijn dat er nog steeds drie? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik ga u verrassen, alle vragen zijn beantwoord. De voorzitter: U heeft mij stil gekregen. Is de commissie nog steeds van mening dat het ter debat gaat? Ik denk gezien de reactie van mevrouw Ripmeester dat dat zo is. En hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Ik zie wat, vier, ik zie een drie, twee, twee, drie twee. Drie mag ook. Dan doen we drie minuten en dan ga ik eventjes naar mijn rechterhand kijken. Zullen we hem op een uur inzetten? Nee, mag korter. Dan zetten we hem op drie kwartier, 45 minuten. Dan is dat zo vastgesteld. 7.
Verordening Re-integratie, Loonkostensubsidie en Tegenprestatie Ridderkerk 2023 De voorzitter: Dan wil ik de heer Rambharos bedanken voor de hulp aan de portefeuillehouder. Wethouder Piena mag blijven zitten. Ik wil graag de heer Maaroufi hier vragen voor mij te zitten en de heer Breedveld, maar volgens mij heb ik die niet gezien in de zaal. Onderwerp is de verordening re-integratie, loonkostensubsidie en tegenprestatie Ridderkerk 2023. Ter uitvoering van het breed offensief om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen zijn er wetten gewijzigd. Als gevolg daarvan moeten ook de lokale verordeningen worden aangepast. Het college heeft de voorliggende verordening aangepast om weer overeen te komen met de wetgeving. De inzet is ter vaststelling, kunt u daarmee instemmen? Mevrouw Ripmeester, PvdA.
Pagina 19 van 46
Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Is afhankelijk van de beantwoording van de vragen. Dus ik weet niet of u wil inzetten eerst op debat of ... De voorzitter: Nee nee, het is helder. Wethouder Piena, heeft u nog wat toe te voegen aan datgene wat ik net vermeld heb? De heer Piena: Nee voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen vanuit de commissie? En hoeveel vragen heeft u? Leefbaar heeft er een, GroenLinks heeft er twee. PvdA heeft er drie. Dan wil ik, ik zie het en Echt voor Ridderkerk een. Dan wil ik graag Leefbaar Ridderkerk het woord geven om de ene vraag te stellen. De heer Swarttouw: Dank u wel voorzitter. Drie verordeningen in een. Nou ja, hopelijk wat meer overzicht in ieder geval maar ook met een aantal wijzigingen. Is heel mooi instrument wat de laatste keer, laatste tijd vaak voorbij zien komen, zo’n was-wordt lijst. En onze vraag eigenlijk of we hier dat wellicht ook zouden kunnen krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, dat kost best wel even tijd. En als u kijkt naar de verordeningen die we intrekken, het zijn twee verordeningen van drie artikelen. Er is een overzicht in het raadsvoorstel welke artikelen er gewijzigd zijn en wat er toegevoegd is en de rest is eigenlijk niets anders dan wat we al hadden met de participatiewet.
Maar nogmaals, als u er echt op staat, ja, dan doen we dat maar als u zegt: nou ja, in het overzicht dat wat er staat dat is het, dan zou ons dat welkom zijn. Ik laat dat even aan u over. De voorzitter: De heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk. De heer Swarttouw: Oké, dank u. Ja, ik snap dat heel goed natuurlijk, zeker ten aanzien van de tijd. Is het anders prima als we daar later dan nog bij u op terugkomen, is dat ook een goed voorstel, als we dat nodig vinden als Leefbaar? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Uiteraard, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat de vraag daarmee voldoende is beantwoord. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw Van Vliet, Echt voor Ridderkerk. Mevrouw Van Vliet: Dank u wel voorzitter. Ik heb even een vraag: is het mogelijk om over de resultaten van deze verordening, dus dat je weet hoeveel mensen waar iets hebben gedaan, daar een rapportage over te krijgen en dat ook op te nemen in de verordening? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, dit is een verordening, dit gaat niet over resultaten, dit gaat alleen hoe dingen moeten gebeuren. Resultaten die vanuit deze verordening of welke regeling dan ook voorkomen, die hebben we al volgens mij in overvloed, even heel flauw gezegd. We hebben een reportage al die jaren van het sociaal
Pagina 20 van 46
domein, daar staan heel veel van deze zaken in, hoeveel werklozen we hebben en wat we allemaal niet doen. Dus ik, nee, vanuit deze verordening gaan wij dat niet doen. De voorzitter: De vraag is voldoende beantwoord, zie ik. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Horvath, GroenLinks. U had twee vragen, zijn dat er nog steeds twee? Mevrouw Horvath: Ja, dat zijn er nog steeds twee. Ik zou graag terug willen komen op twee antwoorden die op onze schriftelijke vragen zijn gekomen. Vraag één ging over de verplichte tegenprestatie en onze vraag was: moet die ook, wordt dat ook verwacht bij mensen die gedeeltelijk zijn afgekeurd en gedeeltelijk aan het werk zijn? Het antwoord was ja en wij vinden dat best veel gevraagd en kunt u uitleggen waarom u dat wel een goed idee vindt? En onze tweede vraag ging over, even kijken hoor, ja, of er andere gemeentes bekend zijn bij wie die tegenprestatie ook gedaan wordt of gevraagd wordt en hoe dat bevalt.
En toen kwam er een antwoord over de gemeente Rotterdam en dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, dat dat best lastig is om die tegenprestatie in te zetten, dat ze dat moeilijk vinden van op welke manier kan dat dan? En dan zijn wij benieuwd: hoe bent u dan van plan daarmee om te gaan? De voorzitter: Wethouder Piena, mag ik u het woord geven? De heer Piena: Ons uitgangspunt is voor mensen die geen werk hebben om ze zoveel mogelijk aan het werk te helpen. Mensen met een beperking die niet volledig aan de slag kunnen proberen we zoveel mogelijk naar hun vermogen aan het werk te brengen en dat lijkt ons niet te veel gevraagd. En uiteraard vragen wij niet het onmogelijke van mensen maar we kijken wel welke mogelijkheden ze hebben. En dat is maatwerk want daar werd ook een beetje op gaan gerefereerd. Ja, we kijken per persoon hoe dat zit. Dat is een. Het tweede was de vraag die GroenLinks stelde: kent u, heeft u ervaring of kent u andere gemeentes waar ze dit ook doen? Nou, we hebben Rotterdam als voorbeeld genoemd en bij Rotterdam komt ook naar voren dat het gewoon heel lastig is, gezien de situatie van deze mensen, om een succesvol traject met ze te bewandelen. Maar we doen daar alles aan. Ik hoop dat ik daarmee uw vraag een beetje beantwoord heb. Ik ben ook een beetje zoekende wat u precies bedoelt, maar ... De voorzitter: Ik ga het voor u vragen, wethouder Piena.
Mevrouw Horvath, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Mevrouw Horvath: Gedeeltelijk. Wat ik er vooral mee bedoel is: mensen die al, die gedeeltelijk zijn afgekeurd en gedeeltelijk werken die doen volgens mij al wat ze kunnen. En dan is onze vraag: hebben wij het dan goed begrepen dat voor dat deel wat ze niet kunnen werken dat ze daar toch een tegenprestatie voor moeten leveren? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter, voor dat deel dat ze niet kunnen werken, waarschijnlijk zit het er ook bij dat dat deel voor niet aan vrijwilligerswerk nog besteed is. Ook dat is weer maatwerk. Kijk, kan iemand dat wel, ja, dan is het niks anders dan iemand die volledig, die helemaal niet kan werken. Dus in verhouding zullen we ook daar wel naar kijken, ja. De voorzitter: Mevrouw Horvath.
Pagina 21 van 46
Mevrouw Horvath: Ik ben blij dat ik een aantal keer het woord maatwerk hoor en dat vinden wij ook heel belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: Kijk, dank u wel. Daarmee zijn uw vragen voldoende beantwoord. Ja. Dan ga ik nu graag over naar mevrouw Ripmeester, PvdA. U had drie vragen, zijn dat er nog steeds drie? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Mijn eerste vraag is: waarom stellen we dit nu vast? Want het platform heeft nog niet de tijd gehad om dit te kunnen beoordelen en advies uit te kunnen brengen en we stellen het toch vast met terugwerkende kracht. Dus waarom dan deze maand en waarom niet drie maanden later zodat het platform nog de tijd heeft om zijn expertise in te zetten, dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is ook een beetje getriggerd door de opmerking van de wethouder net: het is moeilijk om deze mensen succesvol door een traject te helpen. Wij hebben ooit afgesproken dat we mensen inspraak geven in de manier waarop zij een tegenprestatie gaan leveren of hoe zij ingezet gaan worden. Ik zie nergens, ook niet bij 1.o, bij het plan van aanpak, zie ik ook maar enigszins een rol voor de cliënten in deze, het is allemaal top down en sturend. Dus ik vroeg mij af, misschien staat het in een ander artikel, dan heb ik het gewoon niet gelezen, misschien kunt u aangeven of de cliënt überhaupt nog inspraak heeft of dat het puur gestuurd is.
Dat was mijn tweede vraag. Mijn derde vraag gaat over de proefplaatsing. U geeft daar beperkingen aan zoals een persoon mag niet twee keer bij dezelfde organisatie, maar wat ik mis is een beperking ten aanzien van organisaties die een soort van draaien op dit soort proefplaatsingen, die dus vaker mensen proefplaatsen. Nee helaas, na drie maanden gratis werken voldoet die toch niet, we nemen een nieuwe en we nemen nog een nieuwe. En die beperking vind ik niet terug in artikel 7 waar u het heeft over de proefplaatsingen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Piena, mag ik u het woord geven? De heer Piena: Ja, ik ga ook zo meteen uiteraard weer een vraag doorschuiven want anders zitten mensen hier ook voor niks en dat is ook niet leuk. Even de inspraak. Er wordt gevraagd de inspraak van degene, de cliënt, laat ik hem dan zo even noemen, of die inspraak heeft. Jazeker, dat is ook maatwerk. Je gaat met elkaar in gesprek, dan wordt er een plan van aanpak gemaakt en je hebt, ja, dat wordt niet alleen maar top down neergelegd, nee, je gaat kijken naar de mogelijkheden van iemand, daar komt, ja, een gesprek uit en op basis daarvan wordt bepaald waarvoor iemand geschikt is of waar je hem naartoe kan begeleiden. Dus het zit er wel degelijk in en misschien niet zo hard neergezet, maar het is wel de praktijk.
En nogmaals, ja, ik zie daar ook geen reden voor om dat helemaal expliciet hier in deze veroordeling op te nemen, het is gewoon de dagelijkse praktijk dat het zo gebeurt. Proefplaatsingen. Ja, dat moet voorkomen, het is wel zo dat degene niet die een proefplaatsing heeft gehad, dat hij er weer even uit moet en dat dezelfde persoon dan weer terugkomt onder dezelfde voorwaarden, ook daar worden met werkgevers afspraken over gemaakt. Maar ik denk dat u meer zinspeelt of meer bedoelt dat een werkgever zegt: ik pak eerst de ene proefplaatsing en dan de volgende. Knikken. Ik moet u daar even het antwoord schuldig op blijven welke maatregelen we daartegen hebben. Weet je het antwoord? Anders moet ik erop terugkomen. Wacht even, anders … De voorzitter: Wilt u even via de microfoon spreken. De heer Maaroufi: Ja, sorry. Wat we doen is als iemand een proefplaatsing krijgt dan worden ook afspraken gemaakt met de werkgever dat die na de proefplaatsing wel iemand die dus een proefplaatsing bij hem krijgt in dienst neemt voor een contractduur van zes maanden. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Pagina 22 van 46
Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Ja, ik weet dat die afspraak er is en maar er wordt gezegd deze persoon voldoet niet na vier maanden of vijf maanden gratis werk. Dat is demotiverend voor die persoon en daar zitten soms een verdienmodel bij, bij een organisatie. En ik zou heel graag willen dat de gemeente alert is op dit soort organisaties die vaak mensen aannemen en iets voorspiegelen en dan al die mensen voldoen niet. En dat vind ik voor die mensen heel beschadigend. De voorzitter: Wethouder Piena. Mijnheer Maaroufi. De heer Maaroufi: Wat wij ook doen is: we zetten iemand van de WSP, dus een consulent van de WSP, zetten we erop die dus ook regelmatig op bezoek gaat bij de werkgever en ook in gesprek gaat met de inwoner om te kijken of alles goed gaat. En als het dus niet goed gaat dan zijn we wel op tijd om in te grijpen. Dus het is niet zo dat degene die daar geplaatst wordt aan zijn lot wordt overgelaten, er komt regelmatig iemand langs om te kijken hoe het gaat. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Piena. De heer Piena: Ja en aanvullend daarop want ik begrijp de vraag wel want die is meer gedoeld van die ene persoon voldoet niet en dan neem ik de volgende persoon en dat, daar kijkt het WerkgeversServicepunt natuurlijk ook naar. Dat is niet een oneindige iets, dan wordt zo'n werkgever of niet meer gebruikt of die wordt erop aangesproken.
Dat is inderdaad, het is niet de bedoeling dat de werkgever een goedkope kracht heeft en dan zo jaar in en jaar uit door kan gaan. Dat kan niet. De voorzitter: Ik zie twee handjes maar het is nu de termijn van mevrouw Ripmeester. Ik kom zo bij u, mijnheer Coule. Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Betekent dit dat het beleid recent is veranderd of de inzet van de WerkgeversServicepunt recent is veranderd? Of is dit bestaand beleid dat nu geactiveerd is of is er iets veranderd het laatste jaar? De voorzitter: Volgens mij hebben we het nu over de verordening, maar wethouder Piena, kunt u hierop reageren? De heer Piena: Ja hoor. Volgens mij is het beleid daarin niet veranderd de afgelopen tijd. De voorzitter: Mijnheer Coule, u had ook nog een opmerking, vraag? De heer Coule: Was vooral opstapelend vragen. Is er een tool in plaats die daar overzicht ophoudt of een werkgever meerdere werknemers in dienst heeft achter elkaar. Is daar een tool in plaats van alleen maar een gesprek en een oplettende ambtenaar? De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Nou voorzitter, ik verwacht niet dat daar een tool voor is, maar er zijn natuurlijk afspraken die individueel met die werkgevers gemaakt worden, dus dat is echt wel inzicht als een werkgever twee of drie keer als elkaar dit doet. Maar daar hebben we niet een aparte tool voor.
Gelukkig in het leven hebben we niet overal tools voor nodig. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ripmeester. Pagina 23 van 46
Mevrouw Ripmeester: Ik heb nog geen antwoord op mijn eerste vraag, op mijn waarom nu vraag. De voorzitter: Waarom nu vast te stellen deze verordening en wordt er niet gewacht tot ... Wethouder Piena, mag ik u het woord geven? De heer Maaroufi. De heer Maaroufi: We hebben het voorgelegd aan maatschappelijke adviesraad en die heeft ook aangeven dat ze op dit moment geen professionele of iemand in dienst hebben die daar goed advies op kan geven. En het breed offensief dus dat is waardoor de re-integratie verordening is aangepast, die werkt terug per 1 juli en als wij hem later uitstellen dan, ja, we wilden hem graag voor de ontvlechting van de BAR wilden we hem laten vaststellen. Dus vandaar dat we een beetje, ja, haast achter hebben gezet. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Ja, ik had, ik vroeg of uw vraag voldoende beantwoord was. Mevrouw Ripmeester: De vraag is beantwoord, maar onduidelijk is waarom dat dan zou moeten voor 1 januari, wat daar nu de handigheid van is. En ik … De voorzitter: Ik zie dat wethouder Piena hierop wil reageren. De heer Piena: Ja voorzitter, die wet is natuurlijk al met ingang van 1 juli ingegaan en dan wil je zo snel mogelijk dat je ook je verordeningen daarop aangepast hebt. Het heeft al vertraging opgelopen door de Eerste en de Tweede Kamer, nu is het er eindelijk doorheen.
Vandaar ook dat we hier gewoon spoed achter zetten. En het adviesorgaan heeft inderdaad aangegeven: joh, al hebben we nog drie weken, dan nog zijn wij niet in staat om hier een gedegen advies over te geven. Vandaar dat we het gewoon doorzetten en de vraag voorleggen aan de raad. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel voorzitter. Ja, het pleit voor een cliëntenraad maar ik zou het graag voor debat laten gaan. Kort debat à één twee minuten. De voorzitter: Wie heeft er nog meer behoefte aan een termijn, ter debat? Ik zie twee drie, allemaal één à twee minuten? Twee minuten, één minuut is wel erg kort. ChristenUnie. Dat is bij mij hetzelfde. Ja, mevrouw Horvath. Mevrouw Horvath: Wij zouden ook een uitgebreide stemverklaring willen geven. De voorzitter: Dus dan kunnen we hem op vijftien minuten zetten. Ik denk dat dat dan voldoende zou kunnen zijn. U bent het daarmee eens. Prima, dan gaat hij ter debat, vijftien minuten is nu vastgesteld. Dan wil ik graag de heer Maaroufi ontzettend bedanken voor het bijstaan van de portefeuillehouder. U bent ook, ja, u mag naar uw andere zetel vertrekken. 8.
Nota Evenementenbeleid 2023 De voorzitter: Dan ga ik graag over naar agendapunt 8, wethouder Stip en mevrouw Jochims, mag ik u uitnodigen om voor mij plaats te nemen? Onderwerp is de nota evenementenbeleid 2023. Wethouder Stip heeft gevraagd of zij hem zelf toe mag lichten en dat sta ik haar natuurlijk graag toe. Dus mevrouw Stip, mag ik u gelijk het woord geven? Pagina 24 van 46
Mevrouw Stip: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, in het collegeprogramma staat bij punt 107 dat we een evenementenbeleid op gaan stellen en dat doe je als gemeente uiteraard niet alleen. Ondanks dat de gemeente Ridderkerk zelf enkele evenementen organiseert zoals Veteranendag, worden verreweg de meeste evenementen georganiseerd door zeer betrokken vrijwilligers. En deze vrijwilligers maken Ridderkerk een fantastische plaats om in te wonen of te bezoeken. En het voorliggende evenementenbeleid is dan ook tot stand gekomen met de vele organisaties die evenementen organiseren en wordt ook door hen omarmd. Het vormt tevens de uitgangspunten die we met elkaar als belangrijk achten voor het organiseren van een evenement. We hopen dat dit nieuwe evenementenbeleid nog meer mensen enthousiasmeert om een evenement te organiseren in ons mooie Ridderkerk. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De inzet is ter debat. Is de commissie van mening dat het ter debat gaat? VVD Ridderkerk, mijnheer Ringlever. De heer Ringlever: Ja, mag ter vaststelling namens ons. De voorzitter: SGP zegt ook ter vaststelling. Ik heb hier ook staan dat Partij 18PLUS twee minuten ter debat wil dus het gaat dan sowieso ter debat, hoeven we daar eigenlijk ook geen discussie meer over te hebben. Dat betekent dat u … Mevrouw Ripmeester: Maar die zijn er niet, voorzitter.
De voorzitter: Ik heb een opdracht meegekregen, mag dat, telt dat niet dan? Dat telt niet. Mevrouw Ripmeester: Dus we hoeven ons daar niet aan te houden. De voorzitter: U hoeft zich maar … Maar is, ik zag mijnheer Kooijman die zag ik twijfelen, ChristenUnie. Wat vindt u? De heer Kooijman: Ja. Ja, niet ingefluisterd door 18PLUS maar ik overweeg om het toch ter debat ook afhankelijk van de vragen, of de beantwoording van de vragen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Ja, wij willen hem ook ter debat, maar het hoefde niet op basis van 18PLUS. De voorzitter: Nou ja, dan dankzij u gaat hij dan nu zeker ter debat. Dan mogen zij u dankbaar zijn, zullen we dat zo? Nou, staat nu wel genotuleerd strakjes dus dat is dan ook wel weer leuk. Zijn er vragen vanuit de commissie voor de portefeuillehouder? Ik zie VVD twee vragen, Burger op 1 één, GroenLinks twee. Zijn er verder … ChristenUnie twee. Dan ga ik als eerst het woord geven aan Burger op 1, de heer Coule. U heeft een vraag dus dan mag u echt als eerste. De heer Coule: Dank u wel voorzitter. Ik wou de wethouder bedanken voor het beantwoorden van mijn vragen ook al heb ik een klein rijm probleempje met het antwoord op vraag drie en vraag vier. Bij vraag drie wordt gezegd, de vraag is dan wanneer iemand een vrijwilliger is, die iemand is een vrijwilliger als die onbetaald onverzekerd werkzaamheden verricht.
Het is niet nodig om vooraf aangemeld of geregistreerd te zijn. Vervolgens komt dan de vraag wanneer een VOG aan te vragen is, wanneer zijn mensen kwetsbaar en als mensen, als vrijwilligers niet geregistreerd worden, hoe willen we dan een VOG regelen voor die mensen? En wanneer vinden we dat nodig dan? Pagina 25 van 46
De voorzitter: Wethouder Stip, mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Ja inderdaad, ik denk dat het goed is om de verzekering en de VOG los van elkaar te zien. Nou ja, die vrijwilligersverzekering geldt voor de vrijwilligers als een vangnet die we als gemeente hebben en de VOG die is aan te vragen maar die is niet per se verplicht. Dus een organisatie kan aangeven: de vrijwilligers voor dit evenement hebben met kwetsbare mensen te maken dus is het belangrijk dat iedereen een VOG heeft en dan kan deze aangevraagd worden. Dit gaat ook niet via de gemeente, dat kan een vrijwilligersorganisatie los van ons doen. Natuurlijk laten wij wel weten waar het allemaal kan maar dan kunnen ze dat zelfstandig een VOG aanvragen en dat is juist fijn dat het ook landelijk geregeld is, dat een vrijwillige bijvoorbeeld die in Rotterdam woont maar in Ridderkerk wel als vrijwilliger optreedt ook gratis diezelfde VOG kan aanvragen. De voorzitter: Mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Maar als ik dan de antwoorden begrijp dan kan iemand gewoon van een vrijwilligersorganisatie een VOG aanvragen voor iemand die niet geregistreerd staat als vrijwilliger. De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dat klopt, je hoeft niet geregistreerd te staan in een systeem als vrijwilliger. De voorzitter: Dank u wel. Ik neem aan dat uw vraag daarmee voldoende beantwoord is.
Dan ga ik nu over naar VVD. De heer Ringlever, u heeft twee vragen. De heer Ringlever: Ja, dank u wel voorzitter. Ten eerste complimenten voor het stuk, het leest goed weg. Ja, twee wat vragen over wat meer inhoudelijk. Ten eerste had bij 2.Z veiligheid spreek je over evenementen kennen toenemende mate hoge risico's. Zijn er signalen vanuit vorige evenementen dat er andere risico's zijn of toenemende risico's en welke risico's zijn er dan? En bij punt 4, ondersteuning gemeente Ridderkerk, worden er een aantal doelstellingen geformuleerd en daar staat de eerste doelstelling snelle en efficiënte afhandeling van aanvragen voor een evenementenvergunning. Ik ben benieuwd: hoe wordt dit bereikt vanuit de gemeente? De voorzitter: Wethouder Stip, mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, inderdaad hebben we te maken met een veranderende maatschappij. Ook zijn we wel en dat is denk ik ook heel belangrijk, steeds scherper geworden op veiligheid met de jaren. Maar je ziet bijvoorbeeld ook dat, om een voorbeeld te nemen, verkeersveiligheid hier een heel belangrijk aandachtspunt in is. Zo zie je dat ook met bijvoorbeeld een avondvierdaagse. Er zijn voorbeelden waar het verkeer heel erg belangrijk is en dat we ook zien dat gewoon vrijwilligers zoals verkeersregelaars daar de veiligheid van soms iets meer in het geding komt.
En daarmee zie je dat toenemen, dat hoor je ook, ook de veiligheid gewoon voor vrijwilligers zelf. Dus daar zijn we heel hard mee bezig en ook om te zorgen dat het goed ingedekt wordt want dat is ontzettend belangrijk. Dan de tweede vraag over de snelle en efficiënte afhandeling. Dat heeft veel verschillende aspecten waar we dan ook mee bezig zijn. Nou ja, dat is onder andere het vereenvoudigen van de vergunningaanvraag zelf. Dat begint al op de website waar wij aangeven wat is er nodig voor een vergunningaanvraag, in welke categorie valt je evenement? Daar vallen veel stappen in te zetten waar we dus ook mee bezig zijn om dat inhoudelijk nog vriendelijker te maken en nog duidelijker. Dan kom je in het vergunningaanvraagproces zelf, dus echt even als je ingelogd bent met de DigiD en de hele Pagina 26 van 46
aanvraag gaat doen. Ook daar zijn nog veel stappen in te zetten om dit te vereenvoudigen en dat komt ook omdat de veiligheidsregio van ons, nou, van de organisatie veel antwoorden, veel vragen stelt en daar antwoorden op wil en dat gaan wij nu proberen meer te matchen. Want de veiligheidsregio verandert daarin maar als wij als gemeente dezelfde vragen gaan stellen als de veiligheidsregio, is dat natuurlijk dubbel werk en dat willen we al zeker niet van een vrijwilliger vragen. Dus in dat systeem zijn we ook bezig om dat te vereenvoudigen. Tegelijkertijd ook om plattegronden te tekenen en dergelijk hebben zelfs vrijwilligers weer aangeboden om daar anderen mee te helpen, dus dat zijn hele mooie dingen waar we aan werken. Tegelijkertijd ook maken we het mogelijk om bijvoorbeeld nu ook fysieke afspraken te hebben als je moeite hebt met je vergunningaanvraag. Dat is voor de aanvrager fijn, dat is voor ons fijn, om zo middels een fysieke afspraak, nou ja, goed te begeleiden wat er allemaal nodig is. Dus dat zijn een aantal voorbeelden voor deze vraag. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is aan de orde. Dan wil ik nu graag het woord geven aan mevrouw Horvath, GroenLinks. U heeft twee vragen. Mevrouw Horvath: Ja, dank u wel voorzitter. Eens even kijken hoor.
Mijn eerste vraag is ook een vervolgvraag op een beantwoording van een schriftelijke vraag van ons en gaat over het stimuleren van duurzaamheid tijdens een evenement. En onze vraag is: bent u bereid na te denken over wat de gemeente Ridderkerk boven op het wettelijk geregelde deel over weggooimaterialen nog meer zou kunnen doen om duurzaamheid bij de organisatie van een evenement om daar goed over na te denken, te stimuleren. Er zijn bijvoorbeeld diverse gemeentes die hebben op hun website hebben ze tips staan voor organisatoren van een evenement hoe je dat zo duurzaam mogelijk zou kunnen doen. En de tweede vraag is: vindt u dat u op een bepaalde manier invloed zou moeten uitoefenen op de programmering van de evenementen om zo eigenlijk tegemoet te komen aan inclusiviteit of aan culturele achtergrond van mensen, zodat zoveel mogelijk bevolkingsgroepen in Ridderkerk zich ook aangesproken voelen tot de evenementen. De voorzitter: Wethouder Stip, mag ik u het woord geven? Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Ja, met de eerste kan ik gelijk ook een voorbeeld geven. Wij vinden het heel belangrijk ook, de duurzaamheidstips en dergelijke. Mooi is ook om te zien dat organisaties daar zelf al ook mee bezig zijn dus dat motiveren we ook vooral.
Maar we gaan ook een nieuwsbrief in het leven brengen voor de organisatoren en daar willen we eigenlijk ook gewoon een kopje in opnemen van tips voor duurzaamheid. Ook een tip van de één naar de ander zodat je het ook niet altijd oplegt als het ware van als gemeente, maar ook gewoon kijkt elders in het land, maar ook vooral elders in de gemeente: hebben we nou goede tips met elkaar die we uit kunnen wisselen op het gebied van duurzaamheid. Dus nou, onder andere op die manier willen we daarmee aan de slag gaan. Het invloed hebben op programmering. Nou, in eerste instantie is denk ik echt belangrijk om te noemen dat wij zoveel organisatoren hebben die de vrije tijd besteden aan het organiseren van evenementen, waar we heel dankbaar voor zijn en die hebben we ook hard nodig en die kunnen dat ook zelfstandig. Dus ik denk niet dat we moeten willen om daar een programmering in op te leggen maar we hebben wel bijvoorbeeld verschillende subsidierelaties, zoals met onze eigen welzijnsorganisatie Facet waar we een samenwerking mee hebben, waar je wel weer bijvoorbeeld over programmering aan het praten bent.
En nou ja, wat we ook wel belangrijk vinden is die brede doelgroep, daarvoor evenementen en ik denk dat dat ook wel heel mooi is als je naar de ene kant kijkt dat we een winterfeest hebben op de voetbalvereniging Rijsoord voor, nou ja, een bepaalde doelgroep dat je ook bij de avondvierdaagse een mix ziet van doelgroepen, maar dat we ook merken, daar hebben we de eerste City Run bijvoorbeeld georganiseerd dit jaar samen met de welzijnsorganisatie, dat het G-team van KCR zei: kan er ook Pagina 27 van 46
misschien volgend jaar een afstand voor ons in de middenweg. Dan gaan we daar ook weer mee aan de slag. Dus zo proberen we wel signalen die we krijgen te delen met de organisatoren. En als het dan bijvoorbeeld Facet is, dan hebben wij meer invloed op die programmering omdat we daar een subsidierelatie mee hebben. Als het zelfstandig georganiseerd is dan hebben we dat minder en iedereen is welkom om een evenement te organiseren dus daar staan we zeker voor open. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Horvath, zijn daarmee uw vragen voldoende beantwoord? Dat is aan de orde. Dank u wel. Dan ga ik het woord geven aan de heer Kooijman, ChristenUnie. U had twee vragen. De heer Kooijman: Ja klopt en dus, voorzitter, wat doorvragen op twee vragen die ik schriftelijk had gesteld en waarvan dank voor de beantwoording daarvan. Eerst, ja, een beetje technisch hoor. Waarom neemt het college al een besluit voordat het stuk in de raad is vastgesteld? Maar, ja, het is, nou, gewoon een praktische vraag eigenlijk. En het tweede gaat over de vraag twee, thema inclusiviteit. Ik snap het antwoord niet helemaal want in het antwoord geeft u aan: ja, we vragen aandacht voor evenementen voor uiteenlopende doelgroepen maar het gaat er natuurlijk juist om dat ieder evenement geschikt is voor alle mensen, welke beperking je eventueel dan ook hebt.
En ja, wij missen dat in de nota en er wordt wellicht misschien wel bij de toegankelijkheid van een evenement getoetst bij een vergunningaanvraag maar dit is toch juist een wezenlijk onderwerp wat dan ook in een evenementenbeleid een aparte plek zou moeten krijgen. Ik ben benieuwd hoe de wethouder daarover denkt. De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Over de eerste, dat is inderdaad een technische. Het vorige evenementenbeleid dat is een collegebesluit geweest dus dan moeten we ook als college het beleid intrekken en dat gaat dus samen wanneer wij het in het college bespreken met het raadsbesluit. Maar dit wordt wel pas geldend als de raad dit aanneemt, anders gaan wij gewoon nog het oude beleid volgen. Op vraag twee, of het nou ja, elk evenement toegankelijk moet zijn voor eenieder. Ik denk dat dat echt maatwerk is want gewoon een voorbeeld, de mountainbikewedstrijd in de Gorzen, daar kan gewoon niet iedereen aan deelnemen, dat is niet voor iedereen geschikt. Het winterfeest is bijvoorbeeld juist weer voor een bepaalde doelgroep georganiseerd. Dus zo heb je ook met een hele, ja, gevarieerd aanbod aan evenementen te maken waarbij je dus ook kan afhangen voor welke doelgroep is dit daadwerkelijk? Maar bijvoorbeeld een RadioNL hier op het plein moet het toegankelijk zijn voor eenieder en dat toetsen we dus bijvoorbeeld in een vergunningaanvraag.
Buiten dat ook gewoon de organisatie wil dat iedereen daar een plekje krijgt zit dat nog eens extra geborgen in het aanvraagproces. Ook de veiligheidsregio kijkt er ook nog eens extra naar, zodat we wel rekening houden: de trappen, waar moeten dan eventueel platen liggen? Nou ja, dat zit dan allemaal praktisch zogezegd in het vergunningsproces. En daarnaast zijn wij dus, ook eventjes net aangegeven bij GroenLinks, staan we ook open voor alle organisatoren en is denk ik ook, tenminste voor allemaal mensen die opstaan om nog meer evenementen te organiseren. Maar is het denk ik ook juist mooi dat je weer een avondvierdaagse ziet waar dan ook weer verschillende doelgroepen plek voor is en waar dan ook de organisatoren weer in meedenken. En net zoals dat bijvoorbeeld een G-team van het KCR dat we dat weer in de City Run mee kunnen nemen. Dus ik denk dat je het zo niet, nou ja, dat dat ook wel maatwerk is, dat dat evenement afhankelijk is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja, een mooi warm pleidooi volgens mij van de wethouder wat ik nu hoor. Overigens, het voorbeeld van de mountainbiketour in de Gorzen, ik kan me wel voorstellen dat mensen met een beperking of Pagina 28 van 46
een bepaalde beperking misschien niet mee kunnen doen, maar misschien wel willen kunnen kijken. Dus alsnog zou er bij ook zo'n evenement best nagedacht kunnen worden om een stukje inclusiviteit. Maar dit pleidooi, precies wat de wethouder aangeeft, dat had toch gewoon een plekje moeten krijgen als, weet ik veel, paragraaf 2.9 in deze nota? De voorzitter: Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Ja voorzitter, misschien zijn we zover dat we er al van uitgaan, dus heeft het in het raadsvoorstel een extra aandacht gekregen en dat is denk ik net zoals andere onderwerpen die we hebben besproken. We hebben ook voor een compact evenementenbeleid, nou ja, gekozen omdat het ook juist voor de evenementenorganisator heel belangrijk is om het toegankelijk te houden. Dit onderwerp vinden we heel belangrijk, hebben we niet zo gedetailleerd opgenomen maar meer in het stukje van de brede doelgroepen wat we hierin hebben genoemd en het raadsvoorstel waar we dat in hebben verwerkt. De voorzitter: Dank u wel. U heeft als instrument de mogelijkheid om een amendement in te dienen want de raad gaat het vaststellen. Dus u kunt de suggestie wellicht in uw achterhoofd meenemen. Blijft, alle vragen zijn gesteld en beantwoord. PvdA, mevrouw Ripmeester, ik had u niet genoteerd maar u mag wel vragen stellen.
Mevrouw Ripmeester: We hebben afgesproken middels een motie dat we in elk raadsvoorstel de inclusiviteitstoets zouden benoemen. Die mis ik in dit raadsvoorstel. Misschien dat we die standaard kunnen opnemen zoals we hebben afgesproken, maar het is meer een algemene opmerking. We zijn ... Oh, die staat er wel in, maar goed, het is niet meegenomen in het beleid dan, dan is dat nog jammer. We hebben, in Ridderkerk willen we inzetten op een gezonde bevolking zeg maar, we doen, we willen preventie doen maar ik mis in het evenementenbeleid dat wij reclame of promotie van niet gezondheid bevorderende zaken zeg maar niet willen toestaan of als je het positief wil formuleren dat we juist de gezondheid bevorderende zaken graag wat meer aandacht zouden willen hebben. Is dat een bewuste keuze? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is naar aanleiding van de discussie die we net hadden met het nieuwe platform zeg maar over belangenverstrengeling en over waarom wordt iets ingezet en commercieel en niet commercieel. Hoe voorkomen we of hoe toetsen we belangenverstrengeling van organisatoren van evenementen? Zit dat erbij of is dat gewoon buiten de scope? Dat zou ook kunnen. En we willen graag inzetten op een brede doelgroep.
Hoort daarbij dat we ook burgers gaan vragen welk type evenementen zij missen of zouden willen hebben of houden we het aanbod gestuurd als we enthousiaste groep organisatoren hebben, die gaan dan een evenement doen en dan is het gewoon wat het is. Of willen we ook iets vraag gestuurd doen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel voorzitter. Net zoals dat wij met duurzaamheidstips aan de slag gaan is dat iets wat we niet de organisatoren opleggen. Je hebt gewoon de ruimte om een evenement te organiseren, als dat bijvoorbeeld een foodtruckfestival is en er staat een patatkraam dan gaan wij dat niet verbieden. Het is natuurlijk heel belangrijk een goede gezondheid met zijn allen te hebben maar ik denk dat we het dan ook vooral veel over preventie hebben en een stukje bewustzijn wat we onder andere met de welzijnsorganisatie ook oppakken en met onder andere ook Vet Gezond. Dan ga ik eerst eventjes op de laatste in. Vraag gericht evenementen organiseren. Ik heb het al eventjes in mijn introductie benadrukt, is dat de gemeente nauwelijks evenementen organiseert. Wij hebben organisatoren nodig om een evenement te organiseren. Dus wij kunnen hier zeggen dat wij over drie maanden een heel groot festival willen, maar als er niemand opstaat om dat te organiseren dan komt dat er niet.
Dus we hebben eigenlijk heel hard dan organisatoren nodig die dat Pagina 29 van 46
oppakken. En wat wij wel proberen vraaggericht te doen is bijvoorbeeld met onze welzijnsorganisatie activiteiten en evenementen te organiseren. En dat zijn er natuurlijk wel meer, dat proberen wij nu ook met Stichting Cultuureducatie, daar zijn wij bijvoorbeeld bezig om een cultuurfestival mee te gaan, nou ja, dat in een subsidieaanvraag hebben zij dat meegenomen. Dus op die manier kan je wel in relaties kijken naar wat behoeftes die er zijn. Maar ja, dat zal niet compleet zijn dus daar zullen altijd weer een organisator voor op moeten staan. Voorzitter, dan ben ik nog op zoek naar belangenverstrengeling organisatoren wat hierin dan belangen, daar heb ik even duiding nodig met welke vraag ik hier precies moet beantwoorden. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Ja, bijvoorbeeld op het moment dat er een coalitie van patatboeren, ik noem het, ik verzin het nu ter plekke, een evenement wil doen op het Koningsplein voor iedereen en lekker inclusief want we gaan, weet ik veel, in ieder geval iets vieren. Maar de doel is dat natuurlijk gewoon promotie van je friet en hebben we daar dan iets van een beleid op of kijken we daarnaar of? Soms worden dingen georganiseerd onder een mooie vlag maar de in… ja, er zit een raar kantje aan. De voorzitter: We hebben het dan over patat. Mevrouw Stip: Dan hou ik ook eventjes het voorbeeld van patat.
Nou ja, in dit geval als zo'n evenement georganiseerd wordt dan wordt het georganiseerd om er geld mee te verdienen dus dan valt het in de categorie commercieel evenement, dan is het een commerciële partij die dit evenement organiseert. Dan zullen zij ook een lege moeten betalen voor een vergunningaanvraag en dan kunnen zij gewoon een vergunning aanvragen om dit evenement te organiseren en hun bedrijf daarin te promoton. Als zij daarmee veel inwoners op de been krijgen en, nou, daar een mooi evenement van maken is dat mogelijk alleen dan betalen ze wel een lege om de vergunning aan te vragen. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dan zijn nu wel alle vragen gesteld. Blijft de commissie van mening dat het ter debat gaat? En hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Gemiddeld twee. Dan zetten we hem op vijftien minuten. Twintig, mijn rechterhand zegt doe maar twintig, we stellen hem vast op twintig minuten. Dank u wel mevrouw Jochims en wethouder Stip. 9.
Zienswijze ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond De voorzitter: Dan ga ik naar agendapunt 9, burgemeester Oosterwijk en mijnheer Limmen, mag ik u vragen voor mij plaats te nemen? Onderwerp is de zienswijze ontwerp gewijzigde gemeenschappelijke regeling veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Zoals u inmiddels bekend is, is de wet gemeenschappelijke regeling gewijzigd onder andere om de positie van de gemeenteraden te versterken, daarom moet de regeling worden aangepast. Sommige veranderingen zijn wettelijk bepaald, voor andere veranderingen hebben de deelnemende gemeenten een keuze. Ik zie dat u alleen bent, burgemeester Oosterwijk. Dat klopt? De heer Oosterwijk: Ja, dat heeft u goed gezien. Nee, de heer Limmen die is vanwege omstandigheden vanavond afwezig en verhinderd. De voorzitter: Ik was al bijna van mijn à propos maar dan is dat zo. De raad stelt de definitieve versie vast en als u wijzigingen in de zienswijze wilt dan kunt u deze in de commissie voorstellen, zodat we als commissie een advies aan de raad kunnen geven of een raadslid kan deze in de vergadering als amendement indienen. De inzet is ter debat, kunt u hiermee instemmen? Ter debat. De heer Kardol, SGP. Pagina 30 van 46
De heer Kardol: Ja, dank u voorzitter. Ik dacht al even, nee, ter vaststelling wat ons betreft. De voorzitter: De heer Kooijman, ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek6: Ja, weten natuurlijk niet wat Partij 18PLUS van plan is maar van ons mag hij ter vaststelling, voorzitter. De voorzitter: Ik durf überhaupt niet eens meer te zeggen wat hij zei … Leefbaar Ridderkerk, de heer Swarttouw. De heer Swarttouw: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, wat ons betreft ook ter vaststelling, dank u wel. De voorzitter: Ik zie meer inderdaad, dan gaat hij vooralsnog ter vaststelling dus dan kunt u alle vragen stellen aan burgemeester Oosterwijk. Burgemeester Oosterwijk, heeft u aan datgene wat ik net heb aangegeven nog iets toe te voegen? De heer Oosterwijk: Nee hoor voorzitter, ik denk dat er nu iets voorligt met een duidelijke lijn rondom afwegingen om te komen tot de zienswijze die is opgesteld. En ik ben benieuwd of daar nog vragen over zijn. De voorzitter: Dat ga ik voor u controleren. Zijn er commissieleden die vragen willen stellen? Leefbaar Ridderkerk heeft een vraag, ChristenUnie ook een, verder geen vragen. Nee, dan geef ik de heer Swarttouw, Leefbaar Ridderkerk, als eerste het woord om de vraag te stellen. De heer Swarttouw: Dank u wel voorzitter. Enerzijds wordt gesteld dat gemeentes voldoende worden geïnformeerd en anderzijds beraadde men zich nog op adviescommissies.
Adviescommissies zouden instrumenten moeten zijn om voldoende te informeren en betrokken te houden. In de aanbiedingsbrief van VRR zienswijze staan twee instrumenten die niet worden aangeraden. Wat we ons eigenlijk een beetje afvroegen: waar zit eigenlijk nou de crux? Want enerzijds heeft het voordelen natuurlijk om zo’n commissie in te stellen, anderzijds zien we die twee instrumenten beschreven en worden ze eigenlijk afgeraden. Wat is nou eigenlijk nog de crux? Dat vroegen we ons eigenlijk af. Dank u wel. De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Volgens mij is de lijn dat en zo hebben we het met elkaar ook van tevoren bedoeld in samenspraak met uw griffie en in het presidium, om nog geen definitief standpunt in te nemen over van welk instrument zoals zeg maar door u verwoord nou het beste zou zijn, of je er überhaupt toe over zou willen gaan. Duidelijk is in ieder geval dat niet zozeer de positie wordt ingenomen om het zeg maar nu al aan te geven er geen gebruik van te willen maken, maar daar ook zo nodig en zo mogelijk ook afstemming met andere raden over te hebben. Ik denk dat het gewoon echt arbitrair is hoe uw raad ertegenaan kijkt met zoveel woorden. Het is denk ik ook goed om daar zelf ook een stukje gedachtevorming over te laten plaatsvinden, al of niet tussen fracties hier in het Ridderkerkse.
Op deze manier houdt u in ieder geval alle ruimte voor u om daar op een later moment alsnog toe over te willen gaan. En ook in de regeling die voorligt biedt het op zich maar daar ook ruimte om daar toekomstig ook invulling aan te gaan geven. U ziet op een aantal lijnen dat de positie van de raad met zoveel woorden denk ik prima geborgd is omdat er op allerlei thematiek, vooral ook langs de lijn van de P&C-cyclus, ook zaken komen voor liggen waarop u desgewenst ook in kunt gaan in de vorm van een zienswijze. Er is ook aangemerkt in de zienswijze die voorligt om op basis van de informatiepositie van de raad een toevoeging te doen zodat u ook dichter nabij bent op datgene wat in het Pagina 31 van 46
AB van de veiligheidsregio besproken wordt. Ik denk dat het ook van waarde is om dat op deze manier te doen. En als er desondanks of in aanvulling daarop op enig moment nog een aanleiding zou zijn om de positie van de raad te willen versterken en u bent dat er met elkaar ook over eens, ja, dan kun je vervolgens ook nog een extra stap opzetten. Maar ik denk dat het vooral daarin doorklinkt om u te verhouden tot hetgeen wat uw positie op dit moment al is en hoe het er straks langs de lijn van uw zienswijze ook wellicht een versterking op kan plaatsvinden. En dan met elkaar nog daarover van gedachten te wisselen of er behoefte is om een aanvullende stap te maken. De voorzitter: Dank u wel. De heer Swarttouw, is daarmee uw vraag voldoende beantwoord? Dat is het geval, dan wil ik graag het woord geven aan de heer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ja voorzitter, ik had een vraag alleen door het lange antwoord of dankzij het lange antwoord van onze burgemeester heb ik, zat ik nog zelf te lezen en ik heb het antwoord zelf al gevonden dus ik hoef de vraag niet meer te stellen. De voorzitter: Dan ga ik vragen of burgemeester Oosterwijk voortaan altijd lange antwoorden wil geven. De heer Oosterwijk: Ja, als dat een soort methodiek moet zijn dan ben ik daartoe graag bereid. Dat begrijpt u. De voorzitter: Zijn er verder vragen? Alsnog, zijn er nog spijtoptanten.
Dat is niet het geval. Blijft de commissie van mening dat het ter vaststelling kan? Dat is ook het geval, dan gaat deze ter vaststelling. 10. Startnotitie Integraal Veiligheidsbeleid 2025-2028 'Vanuit veerkracht samenwerken aan een leefbaar en veilig Ridderkerk' De voorzitter: Dan gaan wij over naar agendapunt 10. Nou, u mag blijven zitten en dan wil ik graag de heer De Nijn vragen om plaats te nemen. Onderwerp is de startnotitie integraal veiligheidsbeleid Ridderkerk 2025 2028. De raad gebruikt de startnotitie bij het opstellen van belangrijke beleidsstukken. In een startnotitie stelt de raad de kaders vast hoe een nota tot stand komt. Daarbij wordt bijvoorbeeld vastgelegd wie er betrokken worden en wanneer. De op te stellen nota integraal veiligheidsbeleid beschrijft de prioriteiten op het gebied van veiligheid voor een periode van vier jaar en deze prioriteiten komen in samenspraak met de gemeenschap tot stand. Om dit proces voldoende tijd te geven wordt de gemeenteraad gevraagd het huidige veiligheidsbeleid met een jaar te verlengen. De inzet is ter debat. Kunt u daarmee instemmen? Dat lijkt het geval. Dat betekent dat u alleen maar technisch inhoudelijke vragen kunt stellen.
Burgemeester Oosterwijk, heeft u nog wat toe te voegen? De heer Oosterwijk: Nou, ik denk dat heel veel wat vooral de visie achter de totstandkoming van toekomstig integraal veiligheidsbeleid zit, denk ik heel goed doorklinkt in de startnotitie die voorligt. En één ding wil ik graag nog even stipuleren aan de voorkant, dat het onze oprechte bedoeling is om in het proces wat voorligt datgene wat misschien wel kenbaar objectief in cijfers naar voren komt vooral te willen spiegelen op de subjectiviteit, oftewel de beleving van veiligheid in Ridderkerk. En daarom gaan we op zoek naar dat deel van de waarheid, zelfs als dat zeg maar een wat ongemakkelijke waarheid in zou kunnen houden, waardoor de cijfers wat mij betreft meer een spiegel gaan zijn dan een koersbepaler. Dank u wel. De voorzitter: Ik moet dit even op me in laten werken. De heer Oosterwijk: Ja, dat is ook een trigger. Pagina 32 van 46
De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vanuit de commissie vragen? Zo ja, hoeveel? ChristenUnie een, VVD drie, SGP een. Verder? PvdA. Dat waren er drie zag ik. Twee, twee. Dan ga ik eerst het woord geven aan de ChristenUnie, de heer Kooijman. De heer Kooijman: Ja, dan ga ik niet vragen of de burgemeester nog een keertje wil toelichten wat hij met zijn introductie bedoelde want ik denk het te snappen. Nee, we hadden een aantal vragen al schriftelijk ingediend en bedankt voor de beantwoording daarvan. Nog even op doorvragend over vraag en antwoorden een, wat ging over de koppeling tussen het integraal veiligheidsbeleid en het IBSD, het beleid sociaal domein. In het antwoord wordt in ieder geval de link gelegd tussen zorg en veiligheid als het gaat bijvoorbeeld over verwarde personen. Nou, die herken ik uiteraard en ik denk dat het heel goed is om dat goed bij de kop te pakken en daar goed over na te denken en de cijfers straks als spiegel te gebruiken. Maar zit er ook niet juist een relatie, bijvoorbeeld met het IBSD, maar misschien ook met onderwijs et cetera, over de positie bijvoorbeeld van jeugdigen, nou ja, overlastplegers in een gezin, opvoeding, opgroeien, et cetera. En zouden we vanuit het integraal veiligheidsbeleid ook niet juist aan die kant moeten kijken: wat kunnen we aan die kant doen om Ridderkerk weer een stukje veiliger te krijgen.
En ik was benieuwd of dat ook meegenomen gaat worden. De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Oosterwijk. Ik zie de heer Kardol zijn hand opsteken, gaat uw gang. De heer Kardol: Ja, dank u voorzitter. Ik dacht gelijk: dan kan ik mooi mijn vraag stapelen want wordt in dat kader ook het onderzoek jeugdproblematiek Ridderkerk waar we de uitkomsten nog niet van hebben gezien, maar ook meegenomen? De voorzitter: Dat betekent ook dat u zo meteen niet meer de gelegenheid krijgt om vragen te stellen, want dit is hem. Burgemeester Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, dank u wel. Dan is natuurlijk de vraag of ik de vraag van de ChristenUnie met zoveel woorden ook goed begrepen heb, maar daar ga ik een poging toe doen. Laat één ding duidelijk zijn, als het gaat om de aanvliegroute om te komen tot integraal veiligheidsbeleid, dan zijn we ons daar zeer van bewust dat veiligheidsbeleid natuurlijk niet een cocon of een eiland op zich is, maar dat het dus een aantal dimensies heeft waarbij omliggende beleidsterreinen gewoon nadrukkelijk zich tot veiligheid verhouden. Dan heb je het over de relatie tussen veiligheid en zorg, u heeft er een voorbeeld van gegeven. Maar dat gaat ook over de positie van veiligheid richting economie, het gaat over de positie van veiligheid richting onderwijs, het gaat misschien ook wel over de positie van veiligheid richting buitenruimte.
Kortom, zo zou je best wel even door kunnen gaan en het is juist de bedoeling en dat is ook in de beantwoording van de vragen proberen door te laten klinken, dat we dat interne gesprek om die verschillende domeinen goed op elkaar te positioneren rondom veiligheid gewoon nadrukkelijk gaan opzoeken en dat we daar intern het gesprek over willen voeren maar ook juist aan de externe kant met partijen die zich in die domeinen begeven willen ophalen wat daar dan uiteindelijk de beïnvloeding onderling of de relatie onderling daadwerkelijk ook is en wat we daarmee kunnen. Want omliggende terreinen kunnen ook heel nadrukkelijk de veiligheid beïnvloeden in positieve als negatieve zin. Daarom ook de opmerking die volgens mij ook in de beantwoording van die vragen terugkwam om ook het lokale zorgnetwerk vooral daarbij te betrekken, met alle vraagstukken die daaraan verbonden zijn. De vraag van de heer Kardol, SGP, die kan ik heel kort beantwoorden met ja, want het onderzoek waaraan wordt gerefereerd, dat zal naar verwachting en ik denk dat de griffie dat ook al aangegeven heeft, in februari ook onderwerp van ons gesprek zijn en past daarmee prima binnen de route die voorligt om te komen tot integraal veiligheidsbeleid.
Pagina 33 van 46
De voorzitter: Dank u wel. Kijk even naar de beide heren of de vragen voldoende zijn antwoord. Ik zie dat de heer Kooijman, u wilt nog even reageren. De heer Kooijman: Ja, nog even een klein stukje doorvragen. Goed dat er natuurlijk gesprekken met allerlei domeinen plaatsvinden. En waar ik nou benieuwd naar ben, kijk, we kunnen in straks de eindnota integraal veiligheidsbeleid kunnen we natuurlijk niet de hele wereld gaan beschrijven want daar zitten gewoon andere domeinen die daar ook een eigen beleid op hebben. Maar ik ben juist op zoek naar juist die dingen als het gaat met de bril op van verkeersveiligheid, veiligheid, verkeersveiligheid ook zo’n dingetje, in het integraal veiligheidsbeleid kijkend naar bijvoorbeeld de inrichting of het onderwijs of opvoeding of sociaal domein, et cetera. Als uit die gesprekken hele nuttige dingen komen: dat is echt belangrijk maar dat zit in die domeinen nog niet helemaal goed geborgd, komt er dan ook een soort aanjaagfunctie om dat ook vanuit het veiligheidskant juist in die domeinen ook te laten landen zonder dat die worden gezegd van, nou, we hebben wel gesproken, goede dingen gezien, maar ja, wij focussen ons nu op het integraal veiligheidsbeleid en daar is dat slimme wat we hebben bedacht, ja, dat krijgt daar geen plekje in. Want dat zou jammer zijn als dat dan weer verloren gaat. De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk.
De heer Oosterwijk: Ja, laat ik in de meest algemene zin zeggen: wij gaan natuurlijk niet voor heel specifiek beleid alleen maar op domein A, B, C, of D. Nee, ik denk dat de integraliteit vooral zeg maar ook het vraagstuk van de toekomst zal gaan zijn. En dus ja, daar waar het als er zeg maar zaken worden geadresseerd waarbij bijvoorbeeld op het domein van zorg echt een stap gemaakt zou moeten worden op het gebied van zorg in relatie tot de veiligheid dan wel andersom, ja, dan zullen we dat natuurlijk met elkaar wel concreet moeten maken in de zin van of dat moet leiden tot bijvoorbeeld een addendum op een bestaand beleid of een aanpassing van bestaand beleid in een ander domein, dan wel dat vanuit het veiligheidsdomein een stap wordt gemaakt ten dienste van het aanpalende domein. Dus zo moet je er met elkaar denk ik naar kijken en zo zou ik er ook graag over in gesprek willen zijn als wij later volgend jaar een aantal zaken aan u voorleggen om te consulteren. Laten we daar met elkaar ook het moment pakken om te bezien of daar aanleiding toe bestaat. En nou, u kennende weet u mij daar wel aan te herinneren. De voorzitter: Dank u wel. Uw vraag is daarmee voldoende beantwoord. Dan ga ik nu over naar mevrouw Ripmeester, PvdA. U had twee vragen. Mevrouw Ripmeester: Dat gaat lukken om er twee vragen van te maken.
Ik ben heel blij met de vragen van de ChristenUnie die denk ik wel de vinger bij een zere plek heeft neergelegd, dus daar ben ik heel blij mee. Ik ben ook heel blij dat er gezocht wordt naar de verhaal achter de cijfers. Wij vroegen ons af of we niet rekening moeten houden met wanneer er foto's gemaakt worden voor, of de, ja, of alles nog wel in verhouding is. Wanneer we jeugdproblematiek gaan benoemen dan kunnen we natuurlijk dat verhaal grootmaken, waardoor er een beeld ontstaat dat alle jeugd niet goed gaat, maar kunnen we dan ook steeds aandacht blijven houden aan het feit dat er maar een deel van Ridderkerk niet goed gaat? Dat is een verzoek. En ook als we een foto maken van wijken, dan denken we dat we op meer dingen moeten letten dan alleen op veiligheid, inderdaad ook op andere kenmerken. Daar zit wel weer het mogelijke zorg in dat je gaat stigmatiseren, een wijk gaat stigmatiseren. En daar vragen wij aandacht voor, of is daar aandacht voor, dat is eigenlijk de vraag. Wij zagen dat er met heel veel partijen wordt overlegd. In sommige wijken speelt wel wat, maar dat speelt rond drie personen. Als je met heel veel mensen gaat overleggen weet iedereen over wie het gaat. Dus hoe waarborgen we dan de privacy van deze mensen of hoe doen we dat sowieso? Dat zijn mijn vragen. Dank u wel voorzitter. Pagina 34 van 46
De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Ja, dank u wel. Ik denk dat het heel belangrijk is om met elkaar op een aantal lijnen gewoon ook misschien wel als paraplu boven uw vragen het woord zorgvuldigheid te formuleren. En zorgvuldigheid heeft denk ik een aantal gezichten. Zorgvuldigheid heeft te maken met het feit dat je de balans weet te vinden tussen wat een probleem is en wat vooral ook misschien wel helemaal geen probleem is. En als je bijvoorbeeld hier en daar eens een column leest dan probeer ik daar in ieder geval ook altijd wel heel nadrukkelijk de vinger bij te leggen. Ja, er is jeugdproblematiek in Ridderkerk, komma maar en komma maar ook met hoofdletters, het gaat gelukkig met zoveel mensen en zoveel jeugd ontiegelijk goed. Dus laten we ons ook niet verleiden om er zeg maar allerlei te donkere wolken boven de plakken. Maar de weersverwachting moet natuurlijk ook wel zijn dat er zeg maar donkere wolken zijn. Dus je moet het met elkaar aan de andere kant ook niet bagatelliseren en we moeten met elkaar denk ik ook best durven noemen en dat heeft te maken ook denk ik met volwassenheid op de rol die we allemaal hebben om datgene wat de problemen zijn ook daadwerkelijk problemen te noemen. Want anders vervallen we misschien wel in reflexen waar we uiteindelijk gewoon geen stap verder mee komen.
En altijd met respect voor degene over wie het gaat door balans aan te brengen en tegelijkertijd ook altijd te borgen dat anonimiteit of de al nadrukkelijke herleidbaarheid, de anonimiteit te waarborgen en de herleidbaarheid vooral te voorkomen. En ik denk dat dat best kan, juist ook omdat we elkaar als het gaat om methodiek van het in gesprek zijn met mensen nooit moeten laten verleiden om het te hebben over persoon X of groep Y of plek Z. Dus daar moet je denk ik met elkaar ook aan de kant van de techniek een deel van de oplossing in vinden. En als het gaat om de zogenaamde foto of de scan van wijken, ik heb geen aanleiding en misschien u wel, maar ik denk het ook niet, om wijken op voorhand een bepaald beeld mee te geven, van het zal daar wel erg zijn of ergens anders minder erg, verre van dat. Ik denk dat we met elkaar juist proberen door het goede gesprek te voeren gewoon een stuk objectiviteit op de beleving te creëren, waar ook herkenning op plaatsvindt. En als dat op een bepaalde plek net een tikje erger is hier dan daar dan gaat het daar denk ik ook om, en daar vragen inwoners ook vaak om, om het beestje wel bij zijn naampje te noemen, zonder daar een verkeerde reuk van af te laten gaan. En zo zou ik het vooral ook voor me willen zien in de gesprekken die we voeren: eerlijk, open, transparant, maar vooral ook zorgvuldig. De voorzitter: Dank u wel.