2023-08-31-verslag-commissie-samen-wonen-ridderkerk.pdf
Tekst van het document
Ik bedoel, als er iemand aan het begin van de avond komt en die komt een aanpassing overeen en een half uur later komt iemand die weer wat anders wil, dat gaat ook niet op zo'n avond. Uiteindelijk kan iedereen daar een inspraakreactie op geven. Daar zijn er 37 van gekomen. Die zijn nog niet van een antwoord voorzien. Daar wordt nu hard aan gewerkt. Maar die antwoorden worden natuurlijk in samenspraak met gemeente en Aafje en Wooncompas... Wordt er naar die inspraakreacties gekeken. Daar komt vervolgens ook een terugkoppeling op. Ook uw raad gaat dat uiteindelijk zien, want de nota inspraak en reactie erop wordt straks gewoon onderdeel van de bestemmingsplanprocedure. Ook dat zou op termijn bij u komen. U heeft ze inmiddels al gedeeltelijk voorbij zien komen. Op dit moment wordt er aan die beantwoording gewerkt. Naar het zich laat aanzien, gaan die inspraakreacties ook leiden tot aanpassingen van het plan. Dat is op dit moment nog niet afgerond. Dat betekent ook dat er op dit moment nog geen definitief plan ligt. Dat betekent ook dat vragen over het plan op dit moment gewoon nog niet beantwoord kunnen worden, omdat er nog geen definitief plan is. Naar het zich laat aanzien, ik zeg niet dat het gebeurt, ik zeg, naar het zich laat aanzien, gaan er een aantal wezenlijke aanpassingen gebeuren. Dan bent u allemaal natuurlijk ontzettend benieuwd wat dat dan betekent.
Ook dat is nog niet definitief. Maar ik wil vanavond wel een tipje van de sluier oplichten. Met de nadrukkelijke kanttekening dat wat ik vanavond noem straks anders kan zijn. Ik ga niet zeggen wat er aangepast wordt. Ik ga zeggen waar nu mogelijk aan gedacht wordt. Een van die mogelijke aanpassingen is om het woongebouw met de sociale woningen van Wooncompas enigszins te verlagen. Tegelijkertijd willen we wel dat die 60 woningen gerealiseerd worden. Dat betekent naast een Pagina 17 van 45
verlaging waarschijnlijk ook een kleine verbreding en kleinere appartementen. Dan wil u natuurlijk weten, hoeveel lagen wordt het dan? Dat weet ik nu nog niet. Tegelijkertijd kunt u zich beseffen dat één laagje eraf, iedereen beseft dat dat niet voldoet aan de verwachtingen. Tegelijkertijd moet u ook beseffen dat halveren zulke kleine appartementen worden of zo breed dat dat ook geen optie is. Dan zal het wellicht ergens daartussen zitten. Een andere aanpassing waar naar gekeken wordt, is om het parkeren wat nu bedacht is op het binnenterrein te verplaatsen tussen de woningen aan de Stevinstraat en het nieuw te bouwen zorgcomplex. Dat betekent tegelijkertijd dat het zorgcomplex een meter of 5, 6 op kan schuiven weg van de Stevinstraat, waardoor de afstand tot die huizen op 26 meter, 5 meter erbij, toch groter wordt. Maar ook dit heeft weer nadelige gevolgen, want het betekent wel dat het groen wat daarbuiten bedacht wordt daar niet meer komt. Er kan aan de binnenkant niet net zoveel groen terugkomen. Dit valt overigens bij met name Aafje zwaar. Maar er wordt wel naar gekeken om in ieder geval de afstand tot de Stevinstraat, waarvan men ook ziet dat dat een belangrijk punt is voor de bewoners aan de Stevinstraat, zwaar weegt.
Een andere aanpassing die nog gedaan moet worden om het laden en het lossen, zoals dat nu bedacht is, wat meer naar binnen op het terrein te doen, zodat daar ook meer afstand wordt gecreëerd. Er zullen her en der nog wat aanpassingen hier zijn, maar dat zijn wel een aantal zaken waar nu aan gedacht wordt. Dat gaat straks meegenomen worden in de reactie op alle inspreekbijdrages. Daar komt een reactie op. Dat leidt uiteindelijk tot een aangepast plan, wat ook een uitwerking van die reactie zal zijn. Daarnaast wil ik nog even schetsen, de situatie nu. Op dit moment zijn er 60 zorgplaatsen binnen Aafje, maar dat zijn 30 tweepersoonskamers. Dat past in het huidige zorgbestek niet meer. Als dat blijft wat het is, zijn er straks geen 60 zorgplaatsen meer beschikbaar, maar nog maar 30. Even los van de staat en het onderhoud van het gebouw en het feit dat ook 30 zorgplekken tijdelijk vergund zijn en wat van rechtswege niet meer vergund kan worden. Het gaat niet om een toevoeging van maar 14 zorgplekken. Het betekent dat er heel veel meer zorgplekken verloren gaan als dit plan niet gerealiseerd gaat worden. Wat ik als laatste nog even wil benoemen, is het parkeren. Ik zag daar de schrijvers van de gespreksnotitie daarstraks uw commissie ook iets over vragen. We zien met name de 34 parkeerplaatsen in het buitengebied een aantal keer genoemd worden.
Bij het Binnenrijk zijn die plaatsen juist toegekend aan de toekomstige zorgwoningen. Dat is ook wat er in de tabellen staat. Daar is zelfs een rechtszaak over geweest. Daarin heeft ook de rechter aangegeven dat die 34 plaatsen voor de toekomstige zorgwoningen zijn en niet voor Binnenrijk. Dan de vragen. Het principe is ook ingediend. Dat was op 3 februari vorig jaar. Is daar vooraf over gesproken? Ja, daar wordt vooraf over gesproken. Uw tweede vraag. Of de plannen zijn aangepast na de informatieavonden? Wat volgens mij insprekers ook al hebben gezegd, er hebben wat marginale aanpassingen plaatsgevonden. Het antwoord daarop is ja. Er is ook in bouwlagen geschoven van vier naar drie en drie naar vier. Ook dat. Maar net wat ik zeg, de inspraakreacties gaan tot andere aanpassingen leiden van het plan. Die zullen wat substantiëler zijn als de wijzigingen die in het voortraject zijn gebeurd. Waarom is de keuze voor het bouwen van de woontoren op deze locatie gevallen? Zijn er ook andere locaties in beeld? De locatie is eigendom van Wooncompas en Aafje. Die hebben een plan ingediend voor hun gronden. Dat is van hen. Zij komen daar met een plan voor. Het is niet aan ons om Wooncompas en Aafje op andere of iets anders... Die mogelijkheid is er niet. Dat initiatief ligt toch echt bij hen.
Welke beslismomenten er nog zijn voor de raad en het college om de plannen bij te stellen? Dat is de procedure die voorloopt. Mevrouw Van Nes en mijnheer Rijsdijk hebben samen twintig jaar raadservaring. Ik denk dat ze ook wel een beetje weten hoe die procedure loopt. Er ligt nu een inspraakreactie. Daar komen zienswijzen op. Dat leidt tot een aangepast voorontwerpbestemmingsplan. Dat ontwerpbestemmingsplan kunnen zienswijzen op worden ingediend. Met die zienswijzen leidt het uiteindelijk tot een bestemmingsplan waar uw raad iets van gaat vinden. Als uw raad daarmee in zou stemmen en mensen die een zienswijze hebben ingediend zijn het daar nog steeds niet mee eens, kunnen die naar de Bezwaarschriftencommissie en het juridische traject wat daarachter ligt, indien dat zij daar gebruik van willen maken. Indien de woontoren niet op de locatie wordt gebouwd, is er dan ruimte om de zorgwoningen te verplaatsen? Dit zijn geen twee Pagina 18 van 45
losstaande projecten. Hier is door Wooncompas en Aafje een totaalplan neergelegd, waarbij... Het hele plan is noodzakelijk, ook om het financieel rendabel te maken. Er kunnen niet zomaar even zestig zorgwoningen uitgehaald worden. Op welke wijze de bewoners zijn geïnformeerd die in het Binnenrijk komen wonen over deze plannen? Er zijn twee inloopavonden en er is een informatieavond hier in het gemeentehuis geweest. Daarin zijn omwonenden uitgenodigd. In Binnenrijk woont nog niemand. Wij als gemeente als initiatiefnemer weten ook niet wie mogelijk toekomstige bewoners zijn. Voor die woningen is contact opgenomen met de ontwikkelaar en de makelaar daar, met het verzoek om de mensen waar zij mee in gesprek zijn over het kopen van een woning hierover te informeren en ook bekend te maken dat die avonden er zijn. Op welke wijze zijn omwonenden verder betrokken? Is het mogelijk dat ze invloed kunnen uitoefenen op de plannen? Bewoners hebben de mogelijkheid gehad om een inspraakreactie te geven. Daar is goed gebruik van gemaakt. Zoals u vanavond heeft gehoord, sommige inspraakreacties behelzen 82 pagina's. Gelukkig niet allemaal, maar eentje wel. In die zin, daar wordt nu serieus naar gekeken. Dat hoop ik dat ik dat daarnet ook duidelijk heb gemaakt door de aanpassingen waar nu aan gedacht wordt om in het plan te verwerken.
Wat dat uiteindelijk concreet oplevert, dat zal duidelijk zijn als er geantwoord wordt op die inspraakreacties en er een voorontwerpbestemmingsplan wordt gepresenteerd. Dan is uw laatste vraag. De toekomstige bewoners van het appartementengebouw bij de woontoren waren niet op de hoogte van de bouwplannen toen ze de woning kochten. Dit werd daarna bekend. Kunt u zich voorstellen dat ze nooit hadden gekocht? Ja, daar kan ik me iets wel bij voorstellen. Ik kan ook me voorstellen dat sommige mensen met die informatie het nog steeds wel hadden gedaan. Dan als laatste, er is vanavond ook een paar keer de planschade gevallen. Laat het helder zijn, als blijkt dat er voor omwonenden door deze ontwikkeling planschade ontstaat, dan worden die gewoon gecompenseerd. Daar hoeft u zich niet druk over te maken, want dat gaat de gemeente niet betalen. Dat is gewoon een verplichting die de ontwikkelaars van deze locatie hebben te voldoen. Ik weet dat zij er op dit moment ook naar kijken in hoeverre dat ook nog meeweegt in hun financiële plaatje voor dit hele project. Want dat is gewoon zo geregeld in Nederland. Dat gaan we natuurlijk ook zo doen. Dat waren wat mij betreft de antwoorden, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder, voor deze beantwoording. Zijn er commissieleden die willen reageren op deze beantwoording of die daar vragen over willen stellen? Ik ga eerst inventariseren.
Ik zie vier handen. Ik heb ze in beeld. Ik begin met mijnheer Ros van GroenLinks. Ik ga vragen, hoeveel vragen u heeft. De heer Ros: Aan de wethouder één A en B. De voorzitter: U heeft twee vragen. Ik heb één klein foutje gemaakt, want de indieners gaan voor. Die krijgen als eerste het woord. Mijnheer Kooijman? De heer Kooijman: Voorzitter, ik heb hard meegeschreven met de beantwoording van acht vragen, maar ik ga nu snel om te kijken waar ik een vervolgvraag op heb. Maar ik heb in ieder geval vervolgvragen. De voorzitter: Dan komt u als laatste aan bod. Dan gaan we beginnen met mevrouw Van Nes-de Man. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. De wethouder geeft aan dat het eigendom van het geheel, van de grond neem ik dan aan, van Wooncompas en Aafje is. In het verleden was er een koppeling tussen zorgwoningen en de woningbouwcorporaties. Die is losgelaten. Moet ik dan nu zien dat het een gezamenlijk project van Aafje en Wooncompas is? De voorzitter: Zijn dit al uw vragen die u heeft? Want anders zou ik zeggen, stelt u er drie tegelijk.
Pagina 19 van 45
Mevrouw Van Nes-de Man: Dat zijn even alle vragen die ik heb. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Ik heb gelezen dat u daar in De Combinatie vandaag ook iets over schrijft. Het is heel eenvoudig, hier zijn Aafje en Wooncompas samen eigenaar van de gronden en van de gebouwen. Het is misschien wel grappig als u De Combinatie twee pagina's verder slaat, dan ziet u dat Wooncompas en de Riederborgh vandaag een huurovereenkomst voor twintig jaar hebben getekend voor de huur van het gebouw, waar het gebouw eigendom is van Wooncompas en Lelie Zorggroep in de Riederborgh de zorg verleent. Dat u vindt dat het niet meer samen of dat het losgekoppeld is, staat partijen natuurlijk volledig vrij, in dit geval Aafje en Wooncompas, als die denken dat ze in gezamenlijkheid waarin Wooncompas de expertise heeft op wonen en woningen en Aafje de expertise heeft op zorg... Als ze denken dat ze daarin samen iets moois voor Ridderkerk en de Ridderkerkse inwoners kunnen regelen, dan staat dat partijen natuurlijk volledig vrij om dat initiatief aan de dag te leggen en daarmee aan de slag te gaan. Ik denk dat u dat zo moet zien. De voorzitter: Is het antwoord zo voldoende voor u? Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Er zijn overigens mensen die De Combinatie altijd pas op vrijdag krijgen.
Zover was ik nog niet met dat bladeren. Ik ga dat morgen zeker doen. Maar dat zegt toch verder niks over de uitvoering van het hele project? Dan kan je net zo goed losknippen als dat je het nu aan elkaar koppelt, Wooncompas en Aafje. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dat zou kunnen. Tegelijkertijd heb ik er geen enkel probleem mee als Wooncompas en Aafje hier gezamenlijk optrekken en een plan met elkaar willen realiseren. Net zoals dat Wooncompas en Siloah in West met een plan komen en Wooncompas en de Lelie groep iets aan de Riederborgh doen. Ik vind het mooi als meerdere partijen in Ridderkerk, met name op het woonzorgaspect, waar ontzettend veel behoefte en tekorten aan zijn, samen optrekken en iets moois realiseren. Het kan, maar het hoeft wat mij betreft niet uit elkaar. Sterker nog, ik vind dit wel mooi. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Rijsdijk, Partij van de Arbeid. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een paar vragen, ook naar aanleiding van de antwoorden die de wethouder gaf. Het was veel informatie. Wellicht dat ik ook een beetje van de hak op de tak ga, maar dat moet u me dan maar vergeven. U gaf aan dat het formele plan op 3 februari 2022 is ingediend. Maar daarvoor natuurlijk ook al een principeverzoek. Wat ik me dan afvraag, dan wordt er een principeverzoek gedaan.
Daar komt dan waarschijnlijk een principebesluit ook op. Vindt er dan ook informeel overleg plaats en geeft de gemeente dan ook al haar visie op het plan aan? Daar bedoel ik mee, als er een hele hoge woon... Zegt de gemeente dan bijvoorbeeld, je kan beter voor iets lagers kiezen? Kunt u iets van inzicht geven hoe die gesprekken dan lopen en hoe de gemeente daar dan op dat moment al op stuurt? Of partijen daar dan ook iets mee doen? Of dat er een plan wordt ingediend, gewoon zo groot en zo hoog mogelijk en dat de gemeente het daar dan ook maar mee moet doen? Dat als eerste vraag. U gaf aan, dat is mijn tweede vraag, dat er bij de informatieavond... Naar aanleiding daarvan zijn er wat marginale aanpassingen gedaan. U geeft aan dat er nu wordt nagedacht over substantiële aanpassingen. Mijn vraag zou zijn, waarom dan nu wel? Er is nu al een traject gekomen waar best wel veel spanning op staat. Waarom is dat niet gelijk al in het begin gedaan? Mijn Pagina 20 van 45
derde vraag, dan pauzeer ik maar even. U zegt, er wordt nu gewerkt aan die reacties op die zienswijzen die zijn ingediend. Er blijkt toch nog nu van alles mogelijk. Voordat je dan een heel juridisch traject ingaat, zou het dan ook niet goed zijn, is er dan nog ruimte om ook met mensen in gesprek te gaan om te kijken van, hoe kunnen we toch nog wat meer draagvlak creëren? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Het vooroverleg. Initiatiefnemers melden zich hier in dit huis. Natuurlijk wordt er dan aan de voorkant gekeken of plannen realistisch zijn en haalbaar en of dat past in visies die er liggen. U heeft volgens mij een aantal jaar terug of een aantal maanden, vorig jaar, volgens mij, stond er opeens in De Combinatie, iemand had zijn plan opgestuurd voor Bolnes-Zuid. Die had zich totaal niet gemeld. Dan loopt het zooitje ook spaak. Het is ook gewoon verstandig om aan de voorkant te beginnen. Dat begint met een ambtelijke toets. Dan gebeurt bestuurlijk nog niets. Op het moment dat daar lijkt dat iets tot een principeverzoek en dat het haalbaar is. Want er is niemand bij gebaat om een principeverzoek neer te leggen wat bij voorbaat niet haalbaar is. Het gebeurt weleens dat iemand in die gesprekken denkt van, wat jullie zeggen is wel leuk, maar ik wil wat anders, ik doe het toch. Dat is vaak dan geen erg vruchtbaar traject.
Dat wordt aan de voorkant, omdat wij het goed vinden dat zaken die eenmaal in procedure komen ook een kans van slagen hebben. Die informatieavond. Waarom eerst niet en later wel? Dat is ook een proces wat zich ontwikkelt. In de eerdere brief van vorig jaar is ook aangegeven dat die eerste informatieavond qua aanschrijving niet erg gelukkig was. Er is een tweede geweest. Wat aanpassingen. Nu een derde. Dan krijgt het plan ook wat meer voor body en wat meer vorm. Komen er ook de formele reacties en wordt daar serieus naar gekeken. Als er straks een voorontwerpbestemmingsplan ligt, gaan we wederom een informatieavond organiseren, voordat er een voorontwerpplan komt. Ook dan is er weer een mogelijkheid om elkaar te ontmoeten, naar de plannen te kijken, daarover van gedachten te wisselen en input te leveren. Die komt nog een keer. Uw derde vraag heb ik niet opgeschreven. De voorzitter: Die gaat over of er een gesprek mogelijk is tussentijds. De heer Van der Duijn Schouten: Dat had ik wel beantwoord. Want er komt straks weer een informatieavond. Ik had hem niet opgeschreven, maar het antwoord al wel bedacht. De voorzitter: Dat hadden we gehoord. Wil mijnheer Rijsdijk hierop reageren, want mevrouw Van Nes wil gaan stapelen. Dan krijgt u eerst het woord en dan mevrouw Van Nes. De heer Rijsdijk: Dat is mooi.
Mijn vraag zag er eigenlijk op van, dit is dan een procedure en dan gaat het proces verder, dan komt er nog een avond voor iedereen. Maar omdat mensen ook in de inspreekbijdrages hebben aangegeven toch graag mee te willen denken en ook wel het belang zien van de woningen, maar op zoek zijn naar de balans, of er in het informele traject dan toch al niet iets mogelijk is? Voorzitter, dan pak ik ook maar de ruimte om gelijk even mijn laatste vragen te stellen. U vindt het goed. Laat ik mijn vraag over het... De voorzitter: Eerst maar even die stapelende vraag van mevrouw Van Nes. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Moet ik met een hele nieuwe inleiding komen. Het ging net even over het voorontwerpbestemmingsplan. Wij hebben een raadsinformatiebrief gekregen van juni dit jaar. Daar staat klip en klaar, lees ik even voor, bestemmingsplan is vrij gedetailleerd van opzet. Daar is bewust voor gekozen, gezien de bezorgdheid van de toekomstige omwonenden. Wij willen aan omwonenden meegeven Pagina 21 van 45
dat de plannen die zijn gepresenteerd ook de plannen zijn die worden gerealiseerd. Dat klopt dan niet met het verhaal wat de wethouder nu net zegt. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat lijkt niet, want de plannen die op eerdere avonden zijn gepresenteerd zullen naar het zich laat aanzien niet straks de plannen zijn die gerealiseerd gaan worden, omdat, nogmaals, wat mij betreft de participatie ook wellicht niet dat ieder helemaal wat wil hebben, maar wel zijn werk doet, omdat ook die die inspraakavonden tot aanpassingen van de plannen gaan leiden. Om dan even door te prakken op de vraag van de heer Rijsdijk, nog een keer een informeel overleg... Iedereen die wil, die heeft aan kunnen geven wat hij wil en hoe hij ertegenaan kijkt in die inspraakreacties. Daar wordt nu op gereageerd. Ik denk dat het goed is als dat weer tot een volgende stap in het proces leidt. Dan komt er ook weer een informatieavond, om daar de volgende stap... Daarin is iedereen weer vrij om door te participeren, of wie dat nog niet gedaan heeft, het wel wil, kan aanhaken. Om daar nog eens een keer een informeel overleg over in te plannen, ik denk niet dat dat veel toegevoegde waarde zal hebben in dit proces. De voorzitter: Mijnheer Rijsdijk, u kan uw vervolgvragen stellen. De heer Rijsdijk: Ik heb er nog drie, voorzitter. Nog even terug naar dat principeverzoek en besluit.
Ik snap natuurlijk dat daar dan overleg over is. Maar om de vraag dan maar wat scherper te stellen, heeft de gemeente dan bijvoorbeeld daarin ook gestuurd op een lagere woontoren of is dat bijvoorbeeld niet gedaan in dat traject? Dat wilde ik nog weten. Eén van de insprekers zei ook, dat is mijn tweede vraag, dat er nagedacht was om de woontoren op het voormalig HAK-terrein te plaatsen. Klopt dat? Zou dan ook die koppeling er geweest zijn met ‘t Ronde Sant, of niet? Omdat nu gezegd werd van, die koppeling is noodzakelijk om ook het plan rendabel te maken. Mijn laatste vraag was eigenlijk de laatste vraag ook uit onze gespreksnotitie. Dat mensen die net een woning hadden gekocht toch wel heel kort daarna werden overvallen door dat nieuws. Is dat ook een leermoment voor de gemeente om dat een volgende keer anders te doen? Ook al is een plan dan nog niet definitief, om daar dan toch maar over te communiceren, zodat mensen een veel bewustere keuze kunnen maken. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Mijnders wil stapelen. Dat mag hij doen zo na de beantwoording. Dat had ik over het hoofd gezien. Waarvoor excuses. Wethouder, u mag antwoorden geven op de drie vragen van mijnheer Rijsdijk. De heer Van der Duijn Schouten: Even heel concreet uw eerste vraag. Voor zover ik weet was het originele plan van Wooncompas al een woontoren met tien lagen.
Wat nu in de plannen zit, waar inmiddels anders over gedacht wordt, dat is bij mijn weten, vanaf de start het idee geweest. Er is mij niets bekend over dat dit liever op het HAK-terrein of eerder op het HAK-terrein geplaatst zou moeten worden. Nogmaals, dit is nu een gebouw in gezamenlijk eigendom en gebruik bij Aafje en Wooncompas. Volgens mij hebben Aafje en Wooncompas altijd al het idee gehad om daar te gaan herontwikkelen. Ze wisten ook dat het moest gebeuren, want die tijdelijke woningen die er nu staan, die dertig, zijn vergund tot 2026. Die kunnen we van rechtswege ook niet vergunnen. Partijen weten ook al een tijd dat ze daar iets moeten doen. Dat plan is altijd op deze plot bedacht. Wat hebben we geleerd? Ik hoor wat u zegt. Het lastige, dat heb ik daarnet ook proberen te duiden, is dat het voor ons, maar ook voor de initiatiefnemers met betrekking tot Binnenrijk niet... Wij weten niet wie daar gaat wonen. Ik bedoel, mensen schrijven zich in een gemeentelijke basisadministratie. Dan wordt dat bekend op het moment dat ze het huis betrekken. Dat weten we niet. Ik heb de afgelopen dagen weleens bedacht, misschien moeten we in dat soort gevallen met een makelaar en een ontwikkelaar er nog een keer Pagina 22 van 45
op aandringen dat ze het ook echt doen, want zoals dat nu gelopen is... Nogmaals, ik snap dat als mensen een woning kopen en twee weken later te horen krijgen dat die flat daar komt dat dat slecht valt. Ik ben ook van mening dat het op die manier niet had moeten gebeuren. Dat mensen dat hadden moeten weten en dat in de afwegingen hadden moeten kunnen betrekken. Want op het moment van koop was bekend dat het ging gebeuren. Of in ieder geval, we weten niet of het gaat gebeuren, maar dat er plannen in die richting zijn. De voorzitter: Tevreden zo met de antwoorden? Dan gaat mijnheer Mijnders stapelen. Misschien dat u nog even wil zeggen waarop? CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ik wil stapelen op de participatieavonden en de impact ervan. Omdat als ik op na ruimtelijkeplannen.nl bijlage 10A en10B lees, dan zie ik dat de eerste avond van 9 maart 2022 zijn er minimaal 37 reacties geweest. Waarvan ik ook heel veel opmerkingen zie over de hoogte en alles erop en eraan. Ik ben wel benieuwd van, wat is daar dan mee gedaan? Wie was daarvoor verantwoordelijk? Ik ben blij om te horen dat er nu aan de slag wordt gegaan om te kijken om dingen aan te passen.
Maar waarom had dat niet op een eerder moment gekund? Want ik heb het idee ook van wat ik van de insprekers, maar ook via de mail heb gehad dat eigenlijk hetgeen wat op 9 maart is gezegd exact hetzelfde is als wat nu binnenkomt. Wat is er in die periode mee gebeurd? Wie was daar dan verantwoordelijk voor? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat is een lastige. Ik kijk even naar opzij, want ik was er 9 maart en de tweede avond ook niet bij. Of de heer Verhoeven daar enig licht over kan laten schijnen wat het verschil tussen die avond is en of hij kan duiden waarom de derde avond wel tot aanpassing heeft geleid, waar de en twee dat niet hebben gedaan. De voorzitter: Mijnheer Verhoeven. De heer Verhoeven: Dank u wel, voorzitter. De eerste twee avonden zijn georganiseerd door de initiatiefnemers. In dit geval Wooncompas en Aafje. Als we kijken naar de Omgevingswet die eraan komt, die schrijft ook voor dat de initiatieffase ligt echt bij de initiatiefnemers. Die moeten ook echt gaan participeren. Die moeten de omgeving gaan betrekken. Het is ook aan hen of ze aanpassingen doen. Vervolgens is het voorontwerp ter inzage gelegd. Dat is echt een verantwoordelijkheid van de gemeente. Daar hebben we die inloopavond voor georganiseerd. Op basis daarvan hebben wij gezegd van, het zijn dusdanige inspraakreacties dat wij ook echt hebben meegegeven van, doe er iets mee.
Vandaar dat er waarschijnlijk aanpassingen komen. De voorzitter: Mijnheer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Een verhelderend antwoord. Korte vraag nog. Heeft de gemeente al deze inspraakreacties van onder andere 9 maart wel meteen ontvangen? Of is het iets wat jullie dan niet binnenkrijgen? De voorzitter: Mijnheer Verhoeven. De heer Verhoeven: Ja, die hebben wij ontvangen. Die hebben wij gezien. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Ros voor zijn vraag 1A en 1B. Mijnheer Ros is van GroenLinks. Pagina 23 van 45
De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Ten eerste, goed om te horen dat veel inspanningen en inspraak en zienswijzen toch geleid hebben tot aanpassing in het plan. Ik heb een tweetal korte vragen aan de wethouder. Eén, is er overwogen om ondergronds parkeren te realiseren? Ik snap dat dat qua kosten minder interessant is, maar wel misschien een hele aardige, zeker onder die toren. Wat is precies de parkeernorm voor zorgwoningen en voor die seniorenwoningen? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik neem vraag één voor mijn rekening, voorzitter. Vraag twee speel ik door naar links of naar rechts. Ik weet eigenlijk niet precies naar wie, maar wie steekt zijn vinger op? Lies of Bart? Lies. Die komt van ene kant. Ondergronds parkeren. Dat is overwogen. U geeft aan, het is misschien kostentechnisch niet interessant. Het is kostentechnisch dramatisch duur. Het is gewoon niet financieel realiseerbaar om daar ondergronds parkeren in mee te nemen. Wat de parkeernorm betreft, komt de heer Coomans. De voorzitter: Mijnheer Coomans. De heer Coomans: Dank je wel, voorzitter. Ik word vanzelf aangevuld, waar nodig. Sociale huur is de norm 1.3. De zorgwoningen een norm van 0.5. De voorzitter: Mijnheer Ros, bent u zo tevreden? De heer Ros: Niet helemaal, voorzitter.
Ik zou willen weten hoeveel het dan zou kosten en wat niet realiseerbaar is en of dat toch een optie is en of de raad daar dan over zou kunnen gaan, als we dat dan toch zo met zijn allen zo belangrijk vinden. Ik heb nog eigenlijk een aanvullende vraag, als dat mag. Is het mogelijk dat de raad, want de wethouder sprak over diverse scenario’s die ze aan het uitwerken zijn, om het zomaar eens te zeggen, ook die scenario's krijgt bij het bestemmingsplan? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, wat ik net al aangaf, daar is echt wel serieus aan de voorkant naar gekeken, want we snappen ook wel dat parkeren daar een probleem is. Maar de initiatiefnemers geven aan, dan is het plan financieel niet te realiseren. Ik weet op dit moment niet of u als raad dat zou kunnen amenderen, maar daarmee amendeert u het plan naar de prullenbak. Want dan gaan ze het gewoon niet uitvoeren, omdat ze er dan financieel niet uitkomen. De voorzitter: De vraag over de scenario's. De heer Van der Duijn Schouten: Ik weet niet precies welke scenario's dat dan zijn. De voorzitter: Mijnheer Ros. De heer Ros: Eerst even over dat eerste. Dan amendeert u het naar de prullenbak. Dat betekent gewoon dat er een X-bedrag bij moet misschien wel, als wij dat zo belangrijk vinden. Als dat zo is, dan kunnen we daar een afweging op maken. Dat zou één van de scenario's kunnen zijn.
Daarnaast ligt er nu een deelplan voor, met tien lagen en drie lagen. U schetste net, of de wethouder schetste net van, we zijn bezig met een ander plan met zeven lagen. Bijvoorbeeld, dan komt er weer wat minder groen, maar dan gaat die groenstrook Pagina 24 van 45
veranderen. Al dat soort dingen. Dan hoor ik al twee scenario's. Dat is toch een keuze die de raad dan zou kunnen maken? De voorzitter: U noemt zeven lagen. Ik heb dat niet gehoord, maar misschien heb ik dat gemist. Voordat daar misverstand over komen. Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik ben blij dat u het zegt voorzitter, want daar trek ik ook op. Ik heb genoemd, één eraf is niet beperkt, maar meer dan de helft gaat het niet worden. Dat u dan gemiddeld op zeven uitkomt, dat snap ik ook wel weer, maar ik heb die zeven niet genoemd. Uiteindelijk komen de initiatiefnemers met een plan. Die komen met een plan, gehoord en gelezen en gezien hebben al die inspraakreacties. Wat ik net schets, zijn niet scenario's, dat zijn aspecten die allemaal onderdeel uitmaken van het gewijzigde plan straks. Dat is en-en-en. Dat heeft voor- en dat heeft nadelen. Als u straks een ander scenario in gedachten heeft, dan staat het u natuurlijk vrij om daar, als het bestemmingsplan hier voorligt, iets van te vinden. In die zin wil ik nog wel een keer even kijken wat het grofweg kost om het parkeren ondergronds te brengen, zodat u weet dat als u met een amendement komt voor ondergronds parkeren en daar vijftig miljoen bij doet, dat u dat ook gelijk dan toezegt aan de ontwikkelaars als raad om dat gat te dichten. Ik wil dat wel een, wat ze in goed Nederlands, een ballpark figure noemen.
Maar nogmaals, ik denk dat u en ik beiden weten dat dat geen realistisch scenario is. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. Hoeveel vragen kunnen we ongeveer verwachten? De heer Kooijman: Ik had er vijf of zes staan, maar gaandeweg zijn er een aantal dingen al de revue gepasseerd. Dat scheelt weer. Ik wil een aantal dingen nog eventjes... De voorzitter: Als u dan begint met drie vragen. De heer Kooijman: Drie. De voorzitter: Dan zien we hoeveel het er daarna nog zijn. De heer Kooijman: Precies. Als u me helpt met tellen. Het ging al eventjes over het proces van het principeverzoek. Dat komt op een gegeven moment binnen. Dan gaat het college beoordelen. De wethouder gaf al aan van, dan kijken we naar, past dat in de visie zoals we als raad ook hebben vastgesteld? Op een gegeven moment denk je, dit moet passen. Dit heeft misschien kans van slagen. Initiatiefnemers, ga maar aan de slag. Ik was benieuwd, welke boodschap geeft u hen dan mee op dat moment ten aanzien van participatie? Op welke manier zegt u van, ga alvast met inwoners om tafel als de eerste ideeën er zijn? Dat is vraag één. Het tweede. We merken gegeven moment, dan komen de initiatiefnemers met een plan. We hoorden één van de insprekers al zeggen van, dan krijg je in één keer een definitief plan. Misschien is dat toch niet zo definitief als lijkt.
Maar wat is ook daarin een goede wijze van communiceren? Want ik kan me ook voorstellen dat als je zegt, we hebben alleen een idee, we gaan daar iets doen, je gaat daar een inloopavond voor organiseren, dan zegt iedereen, maar wat wordt het dan? Dat weten we nog niet. Ergens moet je daar ook een balans in zoeken van... Ik vraag me af, heeft u daar een beeld van, van is nu die goede balans gezocht daarin of hebben ze misschien al een stap te ver gedaan met het plan wat ze bij de eerste inloopavonden hebben voorgelegd? Derde vraag. De Omgevingswet gaat natuurlijk komen. De collega had het er al eventjes over het. Het proces zoals nu, loopt dat al via de Omgevingswet of oefenen we daar een beetje mee? Hoever zijn we daarin, als we naar dit proces kijken? Dat waren mijn eerste drie vragen.
Pagina 25 van 45
De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Participatie gaf u aan en wat wij daar opleggen. Wij gaan natuurlijk niet zeggen, u moet op dat tijdstip, zo en zo laat... Ik bedoel, we geven de initiatiefnemers aan, dit heeft impact in de omgeving. Daar moeten we rekening mee houden. Gaat u nu in gesprek met die omgeving. U schetst net, kom je met een plan, dan is het misschien al in kannen en kruiken, maar ligt er niks, moet je daaraan beginnen? Dat is een afweging. Ik persoonlijk denk dat het goed is dat in ieder geval de initiatiefnemers met een idee over hun plan komen, want dan kan je ergens over praten. Dan wordt ook al een beetje zichtbaar wat de impact daarvan is. Dan weet je in ieder geval waar je het over hebt. Qua Omgevingswet, die komt eraan. Maar dit project wordt nog uitgevoerd onder de oude wet- en regelgeving. Maar qua participatie hebben we wel gekeken van, hoe gaat dit nu straks onder de Omgevingswet lopen en hebben we het participatieproces op die manier ingericht? Er zijn twee avonden, wat net ook de heer Verhoeven al aangaf richting de heer Mijnders, door de initiatiefnemers... Uiteindelijk in het reguliere proces krijgt de gemeente ook weer een rol. Die pakken wij dan ook op. Dat hele participatie proces leren we ook nog steeds met zijn allen van, zowel wij als de initiatiefnemers.
Maar ik geloof dat ik dat al eerder deze avond ook gezegd heb. De voorzitter: Dank u wel. Eventuele reactie en uw volgende vragen. De heer Kooijman: Dan even over die inloopavonden. Eerst vanuit de initiatiefnemers georganiseerd en later ook vanuit de gemeente. Ik weet niet of de gemeente ook bij die eerste aanwezig is en of de initiatiefnemers ook bij die derde aanwezig zijn. Ik neem aan van wel. Maar wordt dan ook helder aangegeven wat de status is van zo'n overleg, wie aan zet is, wie de regie heeft op dat moment in het plan? Want ik kan me voorstellen dat inwoners ook denken van, ik heb toch tegen de gemeente gezegd van dit en de gemeente deed er niks mee. Zegt daarmee, maar daar waren wij op dat moment nog niet van. Wordt dat duidelijk aangegeven? Mijn laatste vraag gaat over het parkeren. Daar zijn ook heel veel klachten over gekomen. De wethouder heeft ook aangegeven hoe dat zit met dat rekensommetje met Binnenrijk met die 34 plaatsen. Maar ik kan me voorstellen, zeker ook als je daar 's avonds door de wijk heenrijdt en je ziet daar al die auto's nu al staan, dat mensen zich daar zorgen over maken. Hoe weten we nu zeker dat het rekensommetje, wat volgens de normen en zo wordt gemaakt, dat dat ook straks gaat kloppen? Dat we straks kunnen zeggen, het paste of het is net zo druk of het is...
Welke zekerheid bieden die normen, zoals het nu in het plan wordt verwerkt? De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Ik denk dat ik even hulp nodig heb voorzitter, want ik zat zo aandachtig te luisteren. Laat ik even met de laatste beginnen, van het parkeren. U zegt, hoe weet u dat het straks klopt? Als u met kloppen bedoelt dat er straks geen parkeerdruk meer is, dan gaat dat natuurlijk niet het geval zijn, want die parkeerdruk is er nu ook al. Dat hebben we vanavond ook al een paar keer gehoord. Wij verwachten niet van de initiatiefnemers dat zij de parkeerdruk in de wijk op gaan lossen. De parkeerdruk die ze creëren met hun ontwikkeling, daar moeten ze een oplossing voor zoeken. Daar zijn normen voor. Die normen hanteren we ook. Dat doen we overal. Weet je dan op voorhand dat het klopt? Nee. Ik bedoel, we hebben hier aan de Coosje Ayalstraat ook een norm gehanteerd. Die bleek veel te hoog, want daar staan iedere avond massa's vakken leeg. Ook die norm wil weleens anders uitpakken ten opzichte van de werkelijkheid. Maar dat is wel hetgeen wat we aan de voorkant meegeven en waar we het ook mee doen. Uw andere vraag was? De voorzitter: Die ging over de inloopavonden en of helder gecommuniceerd wordt wat dan wel en niet de bedoeling is. Pagina 26 van 45
De heer Van der Duijn Schouten: Dat is ook wel een van de leerpunten. We zijn er als gemeente altijd bij, maar ook wij hebben in dit huis de afgelopen week tegen elkaar gezegd, we moeten nog weleens kijken dat we ook helder zijn over de rolverdelingen op die avonden. Nogmaals, we zijn erbij, maar ook daar is verbetering mogelijk over de communicatie, over wie waar op welk moment op aan te spreken is. De voorzitter: Dank u wel. Bent u zo tevreden, mijnheer Kooijman? Dan kunnen we dit gedeelte van de vragenbeantwoording afronden. Dan gaan we naar het volgende blok. Dat zijn de vragen die de indieners aan de commissie hebben gesteld. Ik wil vragen wie van de commissieleden op die vragen in wil gaan. Maken we een inventarisatie. Dat is ongeveer iedereen. Dan gaan wij een rondje maken en kom ik iedereen langs, behalve dan de opstellers van de notitie zelf. Begin ik met mijnheer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Voorzitter, er moet eigenlijk wel iets van het hart. We moeten bedenken, even heel kort, waarom we dit doen? Ik denk dat dat wel essentieel is. We willen namelijk goede huisvesting voor onze ouderen. We willen een mooie woning voor onze senioren. We willen goede zorg voor onze ouderen. Laten we dat in ieder geval vooropstellen, ten alle tijden. Ik loop vaak langs die tijdelijke seniorenwoningen. Dat is niet precies mijn droomplek om daar oud te worden, om het netjes te zeggen.
We moeten wel iets doen met zijn allen, uit respect voor onze senioren, om onze ouders, grootouders en later onszelf ook goed te huisvesten. Dat wil ik even van tevoren schetsen. Daarmee wil ik niks afdoen aan alle bezwaren van de omwonenden, maar dat is wel het uitgangspunt. De eerste vraag. Even kijken. Ik pak even de vragen erbij, als u het goed vindt. Ik had voornamelijk op vraag twee... De eerste vraag ging voornamelijk over de omgevingsvergunning, Omgevingswet. Dat gaat eigenlijk meer over de rol van de raad bij bestemmingsplannen in het algemeen. Ik denk dat we daar in het licht van de Omgevingswet nog verder over moeten praten, maar ik weet niet of dit de juiste plek is om deze algemene discussie nu op dit tijdstip te voeren. Tenminste, ik vind van niet. Inhoudelijk over het plan wil ik wel wat zeggen. Ik heb al gezegd dat het belangrijk is dat de zorgwoningen en seniorenwoningen komen. Maar daar zie ik ook een spanning, voorzitter. Tegelijk wordt Ridderkerk heel erg gewaardeerd als groene gemeente hier midden in de Randstad. Daar zit ook gelijk de spanning. Hoe breder we gaan, hoe minder groen. Dat is ook wat we allemaal willen. Ik zie daar wel een spanning. GroenLinks staat niet negatief tegenover deze ontwikkeling in het algemeen, ook omdat er zorgwoningen en omdat er sociale huurwoningen komen op dat gebied.
Ik snap heel erg dat we het samen met de omwonenden wel zo goed mogelijk moeten realiseren. Volgens mij heeft de wethouder daar al wat handreikingen over gedaan. De parkeerdruk, dat is de derde vraag. Ik heb al gezegd van, wat mij betreft ondergronds. Volgens mij op Binnenrijk heeft de wethouder ook heel duidelijk aangegeven dat die parkeerplekken speciaal bij dit plan horen en niet bij Binnenrijk. Volgens mij heb ik daarmee de vragen beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Westbroek, Partij 18PLUS. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft het eerste punt ben ik het met de heer Ros eens. Ik denk dat we het al best wel vaak over de Omgevingswet hebben gehad. We gaan nog een paar casussen behandelen. We gaan nog een keer evalueren. Daar is wat mij betreft nu de avond niet voor. De tweede vraag over dit onderwerp. Partij 18PLUS heeft haar handtekening gezet onder een coalitieakkoord waarin staat dat wij woningen willen realiseren die passen binnen het dorpse karakter. Dat we bij nieuwbouw inzetten op maximaal dertig procent sociale woningbouw en maximaal zes woonlagen hoog. Partij 18PLUS voelt dan ook niets voor dit voorontwerpbestemmingsplan. Dat kan dan ook niet op onze steun rekenen als het verder wordt gebracht. Nu gaf de wethouder net al aan, we zijn aan het kijken naar eventuele aanpassingen naar aanleiding van de inspraakbijdragen.
Om te voorkomen, hoe zou je het dan als 18PLUS wel willen zien, geef ik Pagina 27 van 45
nu aan, één van de insprekers zei het ook al, ik kan niet overzien wat bepaalde wijzigingen tot gevolg hebben. Wat-als-situaties kan ik ook niet op ingaan. Ik kan wel de initiatiefnemers adviseren om dan in ieder geval met ons in gesprek te gaan. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mijnheer Kooijman, ChristenUnie. Mijnheer Mijnders, ik kijk te veel die kant op. U krijgt het woord om te stapelen. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. U moet meer mijn kant opkijken. Een vraag richting de heer Westbroek. Partij 18PLUS is duidelijk dat tien lagen niet kan, maar wat hij dan wel zou willen daar geeft hij dan geen antwoord op. Bent u met vijf lagen tevreden? Moet het laagbouw zijn? Wilt u wel zestig sociale huurwoningen terug hebben? Wilt u totaal geen woningen terug hebben? Wilt u dat ‘t Ronde Sant wel gaat uitbreiden of niet? Want u bent heel erg tegen dit, maar wat zou u dan wel willen? De voorzitter: Mijnheer Westbroek, Partij 18PLUS. De heer Westbroek: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik net ook al aangaf, ik vind het lastig om te zeggen, doe dit en dan is het wel in orde. We vinden dat het niet binnen het dorpse karakter past. We snappen dat het ‘t Ronde Sant uitbreiding nodig heeft. We snappen ook wel dat Wooncompas iets wil.
Maar het hele totaalplaatje bij elkaar zeggen wij van, dit is iets wat wij niet zullen steunen als het op deze manier wordt verder gebracht. Ik nodig de initiatiefnemers zeker uit om met ons in gesprek te gaan, omdat die het beste kunnen overzien wat de gevolgen zijn als ze minder zouden bouwen qua sociale woningbouw of zouden schuiven, maar ik kan het niet overzien. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Lapaer van Leefbaarheid Ridderkerk, als u wilt stapelen. De heer Lapaer: Ik wil graag even stapelen. Wij gaan inderdaad mee met het standpunt van de collega’s van 18PLUS. Wel wil ik nog even aandacht vragen over een stukje in het collegeprogramma. Want daar staat namelijk in geschreven, dan citeer ik het stukje even. “Dat de ruimte in Ridderkerk om woningen te bouwen is schaars. Bij herontwikkelingen van gestapelde woningen, zoals bijvoorbeeld aan de Koninginneweg, staan we positief tegenover een woningbouw voor maximaal zes woonlagen.” Wordt hier ook rekening mee gehouden in dit plan? De voorzitter: U stelt een vraag, maar u heeft nu gelegenheid om antwoord te geven op vragen van anderen. Ik laat het even bij wat u gezegd heeft, want er gaat niemand een antwoord geven. Gaan we naar mijnheer Kooijman, ChristenUnie, om antwoord te geven op de vragen die door de indieners van de gespreksnotitie zijn gesteld.
De heer Kooijman: Ik was al even bang dat ik antwoord moest geven op de vraag van de heer Lapaer, maar gelukkig. Ik wil graag antwoord geven op de vragen. Fijn dat we er in deze fase met elkaar over van gedachten kunnen wisselen, ook al heb ik wel het gevoel dat het tegelijkertijd weer richting onze inwoners tot wel een soort van reactie kan leiden van, waar staan we nu in het proces en wat betekent dit nu, et cetera? Maar dan gaat het ook om dat wij het met elkaar goed uitleggen. Hoe zien wij de rol van de raad? Ik denk dat het juist wel een goede vraag is voor nu ook, nadat we... Dit specifieke voorbeeld, omdat we hier ook wel weer zien, dat waren ook de vragen die ik aan de wethouder heb gesteld, dat alles staat en valt met een goede communicatie. Waar staan we nu in het proces? Wat is de status van een plan wat we voorleggen? Wat is de mogelijkheid om te reageren? Wat doen we met die input? Et cetera. Het is communicatie, communicatie,
Pagina 28 van 45
communicatie. Dat zal een aantal coalitiepartijen ook aan moeten spreken, denk ik. Dat als eerste. Het tweede. Ik mag doorgaan. Mooi. De voorzitter: Mijnheer Kooijman mag gewoon doorspreken. Als hij klaar is, krijgt mijnheer Borst gelegenheid om te stapelen. De heer Kooijman: Hoe kijken we inhoudelijk tegenover deze plannen? Laat ik vooropstellen, de reactie van de omwonenden, of ze aan de Stevinstraat, Palladio, misschien Binnenrijk, als die mensen al bekend zijn of daarbuiten, ik snap het echt allemaal. Dat gaan we ook echt niet bagatelliseren. We moeten ook echt kijken op welke manier we aan hun bezwaren tegemoet kunnen komen. Tegelijkertijd, dan sluit ik me aan bij wat mijnheer Ros van GroenLinks ook al aangaf, we hebben ook wel een opgave met elkaar te doen als het gaat om sociale woningvoorraad, het behoud van groen. Dan moet je soms ook de hoogte in. We hebben niet zo heel veel ruimte in Ridderkerk, ook niet in ons buitengebied. Dan is het keuzes maken. Volgens mij is het dan van belang om te kijken, past het binnen de beleidskaders zoals wij die als raad ook aan het college hebben meegegeven? Als het college nu denkt van, goed plan, wij steunen de initiatiefnemers en wij zeggen, maar volgens dat en dat beleidsplan kan het helemaal niet, dan hoor ik ook graag van initiatiefnemers of ze daar een mening...
Of de initiatiefnemers van deze gespreksnotitie daar ook een visie op hebben van, maar op die punten past het gewoon echt niet. Dat is misschien een vraag terug. Ik wil dan ook even reageren op de opmerking die werd gemaakt over wat het college zou kunnen doen richting de toekomstige bewoners van Binnenrijk. De wethouder geeft aan, misschien moeten we toch nog een keertje wat dringender richting de makelaar aangeven dat ze die communicatie doorgeven wanneer er inloopavonden zijn. Ik vind dat hartstikke mooi dat de wethouder dat toezegt. Tegelijkertijd denk ik van, het is ook de verantwoordelijkheid van zo'n projectontwikkelaar om helder te communiceren naar de mogelijke kopers wat ze te wachten staat. Als er plannen zijn en die projectontwikkelaar denkt, vertel ik maar niet, want dan verkoop ik het misschien minder snel of voor een lagere prijs, dat is zijn risico. Mensen die het dan wel kopen daarvan denk ik dan in eerste instantie ook van, ik zou naar die projectontwikkelaar stappen en zeggen, ik heb een kat in de zak gekocht of wat dan ook. Volgens mij is dat de eerste weg waar ze dan naartoe moeten en niet naar het college van, wat gaan we nu weer doen? Gaan we opeens een toren bouwen daar. Dan de derde vraag over de parkeerdruk. Toename van parkeerdruk. Dat is de vraag. Daar had ik ook al een vraag over gesteld.
Is het echt toename of is het een blijvende parkeerdruk? Ik vind de vraag ook alweer wat ergens suggestief misschien. Ik weet niet of de parkeerdruk toe zal nemen. Ik kan me wel voorstellen dat dat inderdaad druk blijft. Dat is ook de reden waarom wij als ChristenUnie bijvoorbeeld vaak zeggen van, openbaar vervoer, fiets et cetera, want dat zou weer kunnen betekenen dat we juist die parkeerdruk weer kunnen verminderen. De heer Ros geeft dan aan van, misschien moeten wij als gemeente ook gaan bijbetalen aan een ondergrondse parkeergarage. Ik ben benieuwd naar het rekensommetje, maar dat zal inderdaad een fors bedrag worden. Ik zie het eerlijk gezegd niet echt voor maar dat wij als gemeente dit soort zaken gaan financieren, want dan staat iedere projectontwikkelaar straks bij ons op de stoep van, kunnen jullie mijn ondergrondse parkeergarage even financieren? Dat zie ik eigenlijk niet zozeer gebeuren. Maar als de heer Ros straks met een amendement wil komen, dan staat hij daar vrij in natuurlijk. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Borst, VVD, u wil hierop reageren. De heer Borst: Dank voorzitter. Uitvoerig betoog van de heer Kooijman. Op hoofdlijnen ben ik het ook zeker met hem eens. Zeker ook over het stukje van de parkeergarage. De eerste vraag in de gespreksnotitie gaat over hoe de commissie de rol van de raad ziet bij een bestemmingsplanwijziging.
Dan noemt de heer Kooijman dat communicatie belangrijk is. Dat snap ik en dat ben ik helemaal met hem eens, maar ik vind dat niet de rol Pagina 29 van 45
van de raad. Dat is juist, dat is ook het lastige in dit hele proces, het ligt bij de initiatiefnemer, een deel ligt bij de ambtelijke organisatie. Ik wil even scherp krijgen, wat bedoelt de heer Kooijman dan precies, als het gaat om de rol van de raad. Want volgens mij zijn wij aan zet helemaal aan het einde van dit proces. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, wilt u de rol van de R=raad ten aanzien van de communicatie uitleggen, vraagt mijnheer Borst? De heer Kooijman: Nee en ja, want ik heb me vooral gefocust op het tweede deel van de vraag, wat gaat er goed in het huidige proces en wat kan beter? De heer Borst reageert van, maar wat als de vraag is, wat is de rol van de raad? Dan ben ik het helemaal met hem eens. Wij zitten op dit moment... Dat zit gewoon in de huidige wetgeving en straks ook in de Omgevingswet, wat de rol van de raad exact is. Alleen wat kan er in het totale proces worden verbeterd? Dan denk ik, dat staat bovenaan en zeker in de fase dat we nu straks naar de Omgevingswet gaan, communicatie. Dat is naar ons allemaal toe gericht, ook naar de raad. Ook als wij met onze inwoners praten over situaties, ik denk dat dat zeker ook voor ons van belang is. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Borst is tevreden met dit antwoord. Gaan we naar mijnheer Lapaer van Leefbaar Ridderkerk. Wilt u nog iets toevoegen aan wat u al heeft gezegd? Dat is niet het geval.
Wil Echt voor Ridderkerk reageren? Mijnheer Kloos. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Misschien wilt u de microfoon wat dichterbij halen of naar voren buigen. De heer Kloos: Zo beter? Ik sluit me in de eerste plaats aan bij de woorden van de heer Ros inzake ouderenhuisvesting, net zoals jongerenhuisvesting van groot belang. Maar natuurlijk voor alle partijen vinden we ook die ouderenhuisvesting, waarbij een toenemend aantal ouderen Ridderkerk gaat bevolken, van groot belang dat dat een voldoende plaats krijgt. Voor wat betreft de eerste vraag aan de commissie, hoe we dat zien binnen dat kader van de Omgevingswet. Eigenlijk zijn er nog een hoop vragen van hoe we die inspraakprocedures gaan organiseren. Maar als ik het goed begrepen heb, komt het college binnenkort met een verhaal hoe die inspraakprocedure kan worden opgezet. Wij zijn reuzebenieuwd hoe ze dat binnen dat kader van de Omgevingswet normen en waarden gaat geven. Dan gaat het wellicht op wat middellange termijn ook... Welke stappen hebben mensen binnen de verschillende procedures in de Omgevingswet om in te haken? Voor wat betreft de tweede vraag, we twijfelen enorm, gelet op de reacties die we hebben gehad, ook vanavond. Hoogbouw op die plek, het is voor ons nog geen uitgemaakte zaak dat dat de ideale plek is.
Misschien is het een suggestie voor het college om ook die inspraakbijdrage van mevrouw Van Gameren nog eens een keer goed door te lezen, want zij is een van de vele insprekers geweest die ook heeft gezegd, zijn er alternatieve plekken waar dit soort hoogbouw beter kan worden neergezet? Eerlijk gezegd, de suggestie in de buurt van het GOED vond ik nog helemaal niet zo onaardig om er eens over na te denken. Als dat geen goede suggestie is, waarom dan niet? Voor wat betreft de derde vraag, de parkeernorm, is het voor ons in ieder geval duidelijk dat we aan de norm die we nu hebben niet moeten gaan tornen en ervoor dienen te zorgen dat iedere auto op een of andere manier een plek weet te krijgen. Of dat een parkeergarage de beste oplossing is, zou kunnen, maar ik wil er ook even op letten dat door de groei van elektrische auto's parkeergarages wel in een steeds verdere discutabele situatie komen. Ook hier graag onderzoek naar. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kloos. Gaan we naar de VVD, mijnheer Borst.
Pagina 30 van 45
De heer Borst: Voorzitter, dank u wel. Ik loop ook even kort de drie vragen langs. Ik wil niet te lang stilstaan bij de eerste vraag, ook omdat we natuurlijk uitvoerig nog die nieuwe Omgevingswet gaan evalueren. Wat ik in ieder geval wel wil meegeven over de rol van de raad bij de bestemmingsplanwijziging, is dat hij helemaal aan het einde zit. Op het moment dat de wijziging van het bestemmingsplan door het college hier wordt ingebracht in de raad, dan gaan we erover stemmen. Dat is het. Dan de tweede. Wat er goed ging. Wat ik positief vind, is dat we bij dit proces vroeg zijn begonnen met inspraakavonden, informatieavonden, dat soort dingen. Ik denk dat dat heel goed is. Wat daar natuurlijk lastig bij is, gaan we dan aan de slag met een plan en een tekening en een schets of is dat gesprek volledig open en gaan we alleen zeggen dat er misschien iets te gebeuren staat. De heer Kooijman stelde daar eerder al, wat mij betreft, een hele goede vraag bij. Die legde de vinger op de zere plek, want dat is nogal een dilemma. Als er helemaal niks ligt, kunnen we ook geen gesprek voeren. Wat er in dit geval is gebeurd, is dat er in de communicatie dusdanig iets mis is gegaan dat bewoners het gevoel hebben gehad dat de tekening die er lag al het definitieve plan was of dat dat zou gaan gebeuren. Naar blijkt, is dat helemaal niet het geval.
We moeten als gemeente zorgen, dat is wat er beter kan, dat inwoners bij ons altijd in ieder geval de juiste informatie kunnen halen over aanstaande ontwikkelingen. Ik heb daarom al eerder weleens gepleit voor een duidelijke vindplaats voor alle informatie op een voorspelbare plek. Dat gaat dan niet alleen over de inhoud van die plannen, maar in dit geval dan ook over het proces van besluitvorming. Want inwoners willen gewoon weten waar in het proces we zitten en welke mogelijkheden er dan nog zijn voor inspraak. Dan de tweede vraag. Daar voel ik enig ongemak bij, voorzitter, om die te beantwoorden, want de plannen die er nu liggen, die zijn helemaal niet definitief. Ik wil niet zeggen dat deze schets, die hier nu voorligt, dat ik die dan wel of niet goed vind. De zienswijzeprocedure is nog niet eens begonnen. Het plan is gewoon nog niet klaar. We zijn als raad nog niet in beeld. Ik denk, maar dat is mijn gevoel, dat we het proces ingewikkelder maken door ons nu bij voorbaat al uit te spreken over het plan wat nu voorligt in plaats van te wachten op onze beurt en ons straks te buigen over de kaders die we meegeven in het bestemmingsplan. Dat is waar wij als raad uiteindelijk over gaan. Dan tot slot nog even het laatste stukje, want wat natuurlijk wel zo is, is dat alle bezwaren en zorgen die inwoners tot op heden hebben geuit, dat we daar iets mee moeten.
Ik denk dat dat evident is. Dat geldt zowel voor het parkeer als ook voor andere problemen. Ik vind op voorhand die problemen niet een reden om te zeggen dat we helemaal die ontwikkeling niet mogelijk moeten maken. Want mijn fractie en deze raad als geheel, we zullen uiteindelijk een afweging maken over het algemeen belang voor alle Ridderkerkers, de omwonenden, maar ook de mensen die een woning zoeken, mensen die zorgwoningen nodig hebben. Daarmee bedoel ik te zeggen dat er waarschijnlijk niet een parkje komt, dat had misschien voor inwoners het beste geweest daar, maar er komt ook geen gebouw van twintig verdiepingen, geen kolos. Volgens mij heeft de wethouder met zoveel woorden dat ook al aangegeven in zijn beantwoording van de vragen. Daar wil ik het bij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Er zijn twee leden die willen reageren hierop. Ik begin met mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. Om te beginnen zegt mijnheer Borst op een gegeven moment van, er ligt hier een schetsplan voor waar nog van alles aan gebeurt. Dat blijkt nu lopende deze vergadering. Dat wisten wij vooraf niet bij het schrijven van de gespreksnotitie. Tegen inwoners is gezegd klip en klaar, bij de eerste inloop, dit is het plan en zo gaan we het uitvoeren. Hetzelfde staat in de raadsinformatiebrief die wij als raad in juni kregen.
Dat heb ik geciteerd net. Prima dat u dat nu concludeert, maar dat wisten we natuurlijk vooraf allemaal niet. Dat is nieuwe informatie. Verder ben ik toch wel benieuwd naar, u zegt van, wij zitten als raad bij het bestemmingsplan aan het einde van de procedure. Ik heb al een paar keer getracht aan het eind van die procedure als het bestemmingsplan in de raad komt om iets te amenderen of te kijken of je tegen kan zijn, dan kan het allemaal niet, wordt alles afgewezen. Want als je een bestemmingsplan amendeert, dan Pagina 31 van 45
moet hij helemaal opnieuw ter inzage. Je hebt misschien wel gelijk, dingen zijn onhandig, maar dat gaan we niet doen. Punt. Hoe ziet u die rol van de raad dan? Want in mijn beleving is dat een hele theoretische dat de raad uiteindelijk nog ja of nee zegt tegen het bestemmingsplan. Dat is gewoon ja of ja. U zegt, wij geven de kaders aan in het bestemmingsplan .In welke fase geven wij dan nog kaders aan in een bestemmingsplan als raad? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Mijnheer Borst, VVD. De heer Borst: Dat zijn behoorlijk wat vragen. Ik dacht, het zijn er twee. Dan hoef ik niet mee te schrijven. Maar ik ben nog jong, misschien laat mijn geheugen me nog niet in de steek. De eerste vraag. Dat wordt nu al moeilijk. Sorry, Petra, wil je de vragen nog even... De voorzitter: Ik zal een poging doen. Als ik mis ben, dan mag mevrouw Van Nes-de Man aanvullen. De vraag ging over van aan het eind van het proces, of je dan eerder niks moet meegeven. Dat zijn eigenlijk de twee vragen. De eerste vraag ging meer over van, kun je dan nog iets veranderen aan het eind? Het andere is van, doe je dan in een eerder stadium helemaal niks? De heer Borst: Het klopt inderdaad dat het lastig is om zo'n bestemmingsplan te wijzigen op het moment dat het hier voorligt, omdat dat iets doet met de juridische houdbaarheid van dat plan. Dat klopt.
Wat natuurlijk wel zo is, is als het plan vraagt om een toren van dertig meter en wij zouden zeggen, op dat stukje land daar, daar willen we geen dertig meter toestaan, doe maar twintig of driehonderd, dan kan dat. Dat kan. Dat is waar we het kader aan kunnen passen. Die tweede, dat is wat we aan de achterkant doen. Op het moment dat wij beleidsstukken maken en aan visievorming doen en dat soort zaken, dat is wat uiteindelijk ook invloed heeft op de ambtelijke toets die plaatsvindt bij het bestuur, op het moment dat iemand met zijn plan bij de gemeente komt en zegt, ik wil hier iets ontwikkelen. In die zin heeft het beleid wat de raad maakt natuurlijk al effect aan de voorkant. Het is niet zo dat we helemaal pas aan de achterkant nog een keer bij de raad een vinkje komen zetten. Het beleid is natuurlijk leidend. Dat heeft deze raad natuurlijk ook vastgesteld. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. De raad heeft beleid vastgesteld, maar er wordt nu gevraagd om een wijziging op het bestemmingsplan, een wijziging op dat vastgestelde beleid van de raad. Als wij aan het eind van die pijplijn het bestemmingsplan hier op de desk krijgen, dan kunnen wij zo ongeveer niks meer. Dan kunnen wij geen nieuwe kaders aangeven, want dat is dan wat het is.
In de praktijk is het heel simpel, bestemmingsplan wordt niet meer gewijzigd als het in de raad is, want er zitten allerlei haken en ogen aan procedures. Extra geld kosten, vertragingen, opnieuw de hele ter intervisielegging, moet allemaal opnieuw. Dat gebeurt. Die kaders kunnen wij als raad bij het bestemmingsplan al niet meer meegeven. Die geven wij in een veel eerder stadium mee. Dan moeten we daar misschien meer alert op zijn. Maar wat u zegt, je geeft als raad kaders mee als het bestemmingsplan hier op tafel ligt, in mijn beleving kan dat niet. De voorzitter: Ik hoor min of meer een herhaling van de vraag die u al gesteld had. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie, wil ook nog reageren. De heer Kooijman: Deels zal ik mevrouw Van Nes-de Man een klein beetje helpen, want wij hebben bijvoorbeeld als raad geen hoogbouwkader vastgesteld. In dat opzicht is dat inderdaad geen kader wat we vooraf hebben meegegeven en is het aan het college om te zeggen van, dit lijkt ons goed, we gaan daarmee door. Maar aan de andere kant is het ook wel, mevrouw Van Nes zegt van, eigenlijk kan je alleen maar aan het Pagina 32 van 45
eind ja of ja zeggen. Het is natuurlijk de afweging van ieder individueel raadslid of je uiteindelijk ja of nee zegt. Als de meerderheid hier in de raad nee zegt tegen een bestemmingsplan, dan gaat het bestemmingsplan niet door en zal het moeten worden aangepast. Wat dat betreft is er altijd een mogelijkheid voor de raad om nee te zeggen. Alleen de praktijk is dat veel raadsleden misschien kiezen uiteindelijk van, is het het mij waard om nee te zeggen of het is misschien niet optimaal, maar ik kies er toch voor om ja te zeggen. Dat is natuurlijk iedere individuele afweging. De voorzitter: Mijnheer Borst, wilt u daar nog op reageren? Dan gaan we naar mijnheer Verweij, SGP. De heer Verweij: Voorzitter, dank u wel voor het woord. Ik moet eerlijk zeggen, wij waren aanvankelijk wat verrast over de gespreksnotitie. Ik werd daarom wel even getriggerd door de bijdrage van collega Borst van de VVD. We zijn hier nog in een premature fase van dit plan Ik denk dat het onze taak hier in dit huis ook is om nu alle belangen te wegen. Dat zijn niet, zeg ik er nadrukkelijk bij, alleen de belangen van de omwonenden, maar bijvoorbeeld ook waar terecht GroenLinks en de ChristenUnie naar verwezen, onze opgave om voldoende sociale huurwoningen, maar ook zorgplekken te genereren.