CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-06-22-verslag-commissie-samen-leven-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 22 juni 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag25.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En dat systeem gaat afhangen de hoogte van de algemene uitkering en de groei of de daling daarvan. Wat u van het Rijk krijgt aan geld, wordt afhankelijk van de groei van de economie. En dat over een langere periode, over een gemiddelde groei van het bruto binnenlands product, heet dat dan zo mooi. Maar dat is eigenlijk de ontwikkeling van de economie. Die 2 posten, die 2 miljard bezuiniging, plus in feite een stukje onzekerheid over van, hoe gaat dit dan uitpakken, die nieuwe systematiek van de hoogte van de algemene uitkering, dat wordt bij elkaar inderdaad het ravijnjaar genoemd, omdat het er inderdaad op lijkt, even volgens de perspectieven van nu, dat gemeenten vanaf 2026 minder geld van het Rijk krijgen. Ik vind overigens, dat bedoelde ik ook met innovatief en lenig, u heeft een heel sterk en solide financieel fundament. Ik vind dat u zich daar, laat ik het zo zeggen, gepast zorgen om kunt maken. Dat betekent dat u er in mijn ogen niet naïef naar moet kijken, zeker. Het vraagt om het er vast over nadenken, ook als college om daar vast over na te denken. Maar tegelijkertijd zit u wel in een positie dat u daar inderdaad ook heel goed over kunt nadenken. Het is zeker niet zo dat ik direct zeg, dan moet u heel snel met allerlei bezuinigingen gaan komen, want anders heeft u straks een probleem bij de begroting.

Nee, u bent in de positie dat u die financiële lenigheid, die soliditeit die u heeft, kunt inzetten om hier inderdaad over na te denken en, zal ik maar zeggen, rustig aan te kijken van, wat is passend bij de gemeente Ridderkerk voor ’26 en ‘27. De voorzitter: Bent u gerust met deze beantwoording? Dan gaan we naar mijnheer Rijsdijk voor zijn twee vragen, PvdA. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. Ik heb inderdaad twee vragen. Eentje die betreft sheet 16 van de presentatie. Daarin worden aangegeven dat de gemeente veel incidenteel geld overhoudt. De accountant zei daar ook iets over. Maar dat gemeenten vaak structurele gelden tekortkomen. U had het ook over financiële lenigheid. Wat kun je nu als gemeente zelf doen om dat om te buigen? Kunt u daar iets van een inkijkje in geven. En in het verlengde daarvan, dat betrof een opmerking in het einde van uw verhaal. Toen had u het erover dat de uitdaging voor de komende één, twee jaar eigenlijk vooral het realiseren van de ambities en arbeid is. En dat de financiële positie verder goed is. Wat zou u voor advies mee kunnen geven over dat realiseren van die ambities? Ook toen sprak u over lenigheid. Ik ben er wel nieuwsgierig naar. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Dank u wel voor uw vragen. Dat eerste punt is een onderwerp wat ...

Wellicht dat u dat gezien hebt, voor de raad, voor het openbaar bestuur heb ik een essay geschreven, waarin ik een heel sterk pleidooi hou voor het afschaffen van de hele strakke benadering van structurele lasten. Langdurige lasten

Pagina 16 van 39

moeten worden opgevangen met langdurige baten. Dat is het enige criterium overigens waar de toezichthouder u op kan toetsen en onder preventief toezicht zou kunnen plaatsen, als het financieel niet goed zou gaan. Dat is natuurlijk niet dat Ridderkerk. Dat begrijpt u. Want ik vind dat een methodiek, die niet meer past bij de huidige tijd. En dat komt, omdat daar wordt uitgegaan van het idee dat incidentele baten en lasten een uitzondering is in uw begroting. Dat is allang niet meer zo. De incidentele baten, maar ook incidentele lasten zijn inmiddels een heel groot bestanddeel geworden van de opgave waar u als gemeente iedere keer voor staat. Daar komt het vandaan. En deze discussie, die ik in een essay heb opgeroepen voor de raad van het openbaar bestuur, die is inmiddels wel ... Landelijk speelt deze discussie om inderdaad anders naar de financiële positie van de gemeente te gaan kijken. Ik hoop dat dat u helpt ook om op een andere manier te gaan kijken. En wat is die andere manier? Ik vind het veel essentiëler. En ik vind dat je als gemeente niet hoeft te wachten totdat de wet is aangepast of de regelgeving. Ik vind dat je ook wel kunt nadenken over van, dat je het veel meer benadert vanuit de opgave die je met elkaar moet realiseren en wil realiseren, en wil zijn dan uw eigen ambities. Vanuit die benadering, vanuit die opgavebenadering.

Dan kijken van, welke portemonnee hoort daarbij, past daarbij? Hebben wij dan een voldoende portemonnee om die opgave aan te gaan? En dan vervolgens weer de vraag te stellen, hoe wendbaar zijn wij om iedere keer bij te sturen in die opgave die de burgers en de bedrijven van ons vragen? En hoe wendbaar zijn wij dan met de financiën om daar iedere keer op bij te stellen. En als je dan veel weerbaarheid hebt, zoals de gemeente Ridderkerk, u heeft veel reservepositie, dan is die weerbaarheid een instrument, een hulpmiddel om iedere keer wel om te schakelen, om iedere keer in die wendbaarheid, in, zal maar zeggen, het bijstellen van je opgave en de portemonnee die daarbij past, om daarin te bewegen. En vanuit die manier benaderen van de financiële positie en van de begroting, veel meer vanuit die opgave in plaats van alleen maar structureel, incidenteel, maar veel meer denkend aan, wat is voor Ridderkerk goed? Wat is voor de burgers en voor de bedrijven nodig? Wat is die opgave en welke portemonnee past daarbij? En hoe snel kunnen we daarin schakelen en bewegen? Daar geloof ik in dat dat de toekomst is. En dan die tweede ... Dat vraagt een zekere lenigheid inderdaad, financiële lenigheid. Die heeft u. Vandaar dat woord solide fundament. Het tweede is, dat ik ben wel van mening inmiddels dat ...

Laat ik het zo zeggen, het is misschien een beetje ondeugend wat ik zeg, maar in het verleden was het nog weleens een keer heel erg de gedachte van, als we beleid vaststellen en het budget erbij, dan kan er taart worden getrakteerd, want dan zijn we klaar. Dat is in mijn ogen niet meer passend, want dan begint het juist. Want de spanning, de moeite zit hem juist in die uitvoering, in het gerealiseerd krijgen. En dat maakt het in mijn ogen noodzakelijk dat je ook veel meer nadenkt over, welke capaciteit hebben we eigenlijk als organisatie? Even heel plat gezegd, hoeveel uren hebben we eigenlijk als organisatie? En kunnen we inzetten om het doel en de activiteit in de opgaves te realiseren? Dat vraagt ook een veel sterkere verbinding van ambities en opgaven die je opgelegd krijgt vanuit het Rijk, met de capaciteit wat je aan kan, ook in beleidsvoorstellen, ook in beleidsnota’s et cetera. Dat je veel meer die koppeling maakt en ook veel meer durft te redeneren vanuit de vraag, en kunnen we het dan ook binnen deze planning en binnen dit tijdsbestek met elkaar waarmaken? En dat vraagt ook wel een iets andere manier van denken, in mijn ogen, in, zal ik maar zeggen, de koppeling bij de begroting al. Bij de koppeling van, hebben we wel dit begroot allemaal, maar kunnen we dat ook wegzetten, ambtelijk? Ik moet eerlijk zeggen, dat is misschien wel het laatste hierover, ik heb laatst ...

Een hoogleraar op de radio hoorde ik. Die zei, en dat vond ik wel een ... Dat zette mijn in ieder geval tot nadenken. Die zei, we praten alsmaar over spanning op de arbeidsmarkt. Bedrijven hebben moeite om mensen te vinden. U als gemeente heeft dat ook. Dat hebben we net ook laten zien, waar je dat ook in de cijfers ziet. Die zei van, maar het probleem is niet die arbeidsmarkt. Want de arbeidsparticipatie in Nederland is gigantisch hoog. Het echte probleem is, er is te veel werk. En dat is toch een wat andere manier kijken naar wat er op je afkomt. Want dat betekent dat je inderdaad eerder de vraag stelt, als het te veel werk is, moeten we dan eens niet kijken naar die hoeveelheid werk, dat die beter past bij de capaciteit, de arbeidsparticipatie die we wel beschikbaar hebben om doelen te realiseren en welke keuzes Pagina 17 van 39

maken we dan met elkaar? Ik zeg niet dat dit waar is, maar ik vond wel een ... Ik denk wel dat het goed is om over dit soort dingen wel ook bij de begroting na te denken. De voorzitter: Dank u wel. En misschien heeft de commissie vanavond ook te veel werk. Mevrouw Klaver wil een stapelende vraag stellen. Mevrouw Klaver: Stapelend graag. Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp uw verhaal. Ik hoor ook inderdaad wat u zegt. Ik denk dat die lenigheid ook wel van belang is en dat we dat moeten gaan uitproberen. Maar mijn vraag is eigenlijk, en ik weet niet of u daar antwoord op weet, in hoeverre is de raad bevoegd of verantwoordelijk voor het aantal uren wat de ambtelijke organisatie aankan? Want er is juist een scheiding tussen die twee, noem je dat machten, punten. In hoeverre kunnen wij als raad daar iets mee? De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Voorzitter, helemaal terecht dat u dit ook even aanstipt. Ik doe zeker geen pleidooi dat u op de stoel van het college moet gaan zitten, want bedrijfsvoering moet u echt lekker bij het college laten. U moet besturen, om het maar even zo het formuleren, kaders stellen. Maar ik vind wel dat hij in het domein van de raad komt op het moment dat je het hebt over beleidsambities en het stapelen van beleidsambities. En daar bent u nu ook als raad wel zelf bij.

En ik vind daar ook eerlijk gezegd wel een politiek risico inzitten, want als je namelijk veel te veel beleid stapelt, die je vervolgens niet uitvoert, niet kunt uitvoeren, omdat gewoon in die realisatiekracht dat het moeilijk is, dan wordt natuurlijk in de politiek het ook wel wat lastiger om de geloofwaardigheid te houden. Want je belooft veel bij de begroting en in plannen en in beleid, terwijl je iedere keer moet kunnen constateren, dat is ook een Rijksprobleem, want exact ditzelfde probleem speelt bij de ministeries, dan loop je er iedere keer tegenaan dat dingen niet tijdig of te laat of niet kunnen gebeuren. En daar kunt u als raad wel met elkaar over nadenken van, we stellen dit beleid vast, we stellen deze ambitieuze begroting et cetera ... En ik doe zeker geen pleidooi om ambities weg te snijden of zo, maar ik vind wel dat u met elkaar, zal maar zeggen, oog moet houden voor de opstapeling van opgaven en of je die ook met elkaar kunt realiseren binnen een tijdspanne waarin het geloofwaardig is ook naar de burgers en bedrijven. En die bedoel ik vooral. Niet hoe het op ambtelijk niveau precies concreet wordt ingevuld en hoe die organisatie wordt aangestuurd. De voorzitter: Ik zie dat het antwoord voldoening geeft bij mevrouw Klaver van de VVD. We waren in de ronde van mijnheer Rijsdijk van de PvdA. Bent u gereed zo? Dan gaan we naar mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk.

U heeft drie vragen. En u mag de eerste twee stellen. De heer Kloos: Dank u, voorzitter. Vooraf bedankt voor uw heldere uiteenzetting, dat is door ons allemaal zeker gewaardeerd. Wat wij interessant vonden, dat u dit jaar voor het eerst eigenlijk een soort resultaat- en vermogensoverzicht geeft, in die zin dat u nu aangeeft dat dat eigen vermogen stijgt op basis van inkomsten en uitgaven. En het element van vermogend, reserve mutaties nu een beetje op een andere manier presenteert. Dat is iets wat EvR in alle jaren altijd heeft gezegd, want het gaat om de inkomsten en de uitgaven en dat is wat waarmee het vermogen toeneemt. Mis ik dat dat in het verleden jaar niet op deze manier werd gepresenteerd, dat dat voor u een nieuwe vorm van presentatie is? Tweede vraag is misschien een beetje flauwe vraag. U stelt dat de onroerendzaakbelasting relatief in Ridderkerk laag is. Als wij kijken naar het percentage van tarief ozb, dan is het tarief van ozb in Ridderkerk op 0,097 ietsepietsje hoger dan het landelijke gemiddelde van 0,089. Natuurlijk, u heeft gezegd dat u naar het totaal kijkt, maar dit is toch een ontwikkeling die misschien zorgen met zich mee zou kunnen brengen. Hoe kijkt u daartegenaan?

Pagina 18 van 39

De voorzitter: Mijnheer Van Vugt, zou u deze vragen, die via de voorzitter zijn gesteld, willen beantwoorden? De heer Van Vugt: Dank u wel, voorzitter. Die eerste vraag. Nee, we hebben dat wel eerder zo gepresenteerd, dat vermogen, maar misschien heb ik het vanavond wat nadrukkelijker zo verwoord. Dat zou zeker kunnen. Maar in onze reportage van vorig jaar zat ook wel zo’n overzichtje, omdat in het bedrijfsleven is dat de gangbare manier. Wij vinden dat ook wel belangrijk om het op die manier even te laten zien. Het tweede is, dat is een beetje een ingewikkelde, maar de ozb ... Waar het landelijk om gaat, is de ozb gewoon als euro's. Daar gaat het eigenlijk om. Van hoeveel geld wil je nu aan onroerendzaakbelasting als gemeente binnenhalen? Hoeveel onroerendzaakbelasting in euro's heb je nodig om je doelen en je activiteiten te realiseren? En vervolgens ligt daar dan een rekensommetje onder. En dat rekensommetje is je WOZ-waarde vermenigvuldigd met het tarief. En in de gemeente Ridderkerk is de WOZ-waarde ruim 104.000 euro lager dan het landelijk gemiddelde. Dat betekent als je een bepaald niveau van onroerendzaakbelasting wil binnenhalen om bepaalde doelen en opgaven te realiseren, dan zul je een relatief wat hoger tarief moeten hebben. En andersom, een gemeente met een hele hoge WOZ-waarde, die zou met een lager tarief uit de voeten kunnen.

Dat tarief is eigenlijk alleen maar een rekeneenheid. Waar het uiteindelijk om gaat in de vergelijking met anderen, en wat u daar politiek van vindt laat ik uiteraard aan u, maar waar het uiteindelijk om gaat, is dat uw ozb voor een eigenaar is 336 euro en landelijk gemiddeld is dat 403 euro. Daar gaat het uiteindelijk om. Wat vindt u van die 336 euro in relatie tot het voorzieningenniveau wat de gemeente biedt? En dat rekensommetje is eigenlijk een gevolg van de keuze dat het even in de gemeente Ridderkerk 336 euro moet zijn. En dat is dan een balans tussen WOZ-waarde en tarief. Daar maak ik mij in die zin geen zorgen over. Als u zich zorgen maakt als politicus, als raadslid, dan moet u dat vooral doen over die 336 euro. Vindt u dat te laag of te hoog in relatie tot de voorzieningen die de Ridderkerker geniet? De voorzitter: Voor u zich zorgen gaat maken, mag u eerst uw derde vraag stellen, mijnheer Kloos. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. Tenslotte, uw laatste sheet over de GR BAR. U zegt dat de toepassing en naleving nog niet echt verbeterd is. Welke mogelijkheden ziet u om in het komende jaar toch stappen vooruit te kunnen maken? Dank u. De voorzitter: mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Om heel eerlijk te zijn zou ik daar in 2023 niet te veel in investeren, want in 2024 staat er echt een andere gemeente Ridderkerk in de bedrijfsvoering en een andere BAR-organisatie.

En ik denk dat dat het moment is om opnieuw de processen in te richten en opnieuw te gaan bouwen. En natuurlijk zul je op een aantal plekken een snelle win kunnen realiseren, maar ik denk eerlijk gezegd dat het ontvlechten en het opnieuw opbouwen dat dat de eerste prioriteit moet hebben. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie, vijf vragen. Stelt u eerst er twee. De heer Kooijman: Nou zit ik even te twijfelen voorzitter, want ik had hier ook een vraag over, maar dat gaat ook over de Managementletter. Zal ik die eerst even stellen, omdat dat stapelend eigenlijk op de vorige vraag? De voorzitter: De volgorde, die keuze is helemaal aan u. De heer Kooijman: Dan doe ik dat in deze toch. Over de Managementletter inderdaad, de opvolging van die acties die zijn benoemd. Een aantal acties zijn her herhalend. Die kwamen vorig jaar en het jaar daarvoor ook al voor. En zelfs, je ziet op een aantal punten, daar wordt nog te weinig op ingezet. En ik vroeg me ook wel af Pagina 19 van 39

van, hoe moet ik dat duiden? De oproep die u eigenlijk in het verslag doet van, ga ermee aan de slag. En tegelijkertijd weten we met elkaar dat die organisatie op dit moment ontmanteld wordt. Hoe moeten we dat ... Wat is uw bedoeling geweest om dat wel zo aan te geven? Dat is mijn vraag daarover. Tweede over de Managementletter. U heeft ook een opmerking gemaakt over prestatieverklaringen. Nou weet ik vanuit mijn eigen werk, ook bij een gemeentelijke organisatie, dat dat ook best wel een dingetje is. Hoe doe je zo'n prestatieverklaring? Wat is een verklaring? En ik hoor zelfs in dit huis dat mensen soms foto's maken van schalen met bitterballen, om aan te tonen dat ze inderdaad bitterballen hebben besteld. Ik kijk zo even de zaal rond. Wat is volgens de accountant een juiste manier van het aantonen van dat een prestatie is geleverd? Is dat echt ... Hoe toon je dat aan? Als iemand zegt, ik heb ... Als je een doos papier hebt ontvangen, dan kan je zeggen, die doos staat hier. Maar heel vaak gaat het natuurlijk om andere zaken, die niet zozeer fysiek zijn of wat dan ook. Hoe ziet u die prestatieverklaring? Dat waren mij twee vragen over de Managementletter. De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag.

De bevindingen die we hebben, dat zijn natuurlijk gewoon verbeterpunten in die processen, die in onze over overtuiging echt wel zouden moeten plaatsvinden. Daarom geven wij dat advies af van, heb daar aandacht voor. Doe er wat aan. Als u dan aan mij vraagt, dat was de vraag ook van uw collega van, wanneer moet je dit dan gaan doen? Dan, gelet op de huidige situatie, zou ik wel zeggen, zorg voor de juiste prioritering. En dan moet ik overigens ook eerlijk zijn, ik heb eerder een oproep gedaan om goed te kijken naar, waar zet je je arbeid op in, je capaciteit op in? Dan is natuurlijk de eerste noodzaak in mijn ogen om straks op 1 januari ‘24 er met elkaar goed voor te staan. En dat je dan daarna die verbeterpunten oppakt, heb ik alle begrip voor. Vind ik eerlijk gezegd ook heel logisch. Neemt niet weg dat die punten gewoon niet vergeten moeten worden, niet als het ware van het schip moeten vallen. Prestatieverklaring is inderdaad, klinkt een beetje zwaar, maar het gaat er in onze ogen om van, welk proces heb je in de organisatie afgesproken waarbij je gewoon zeker weet dat als een factuur wordt geautoriseerd en betaald, dat die prestatie ook door de gemeente Ridderkerk is genoten? En dat zal de ene keer om een foto gaan. Ik zou overigens van bitterballen en van dat soort dingen niet doen. Dan denk ik, spreek een bedrag af.

Dat je zegt, alles onder de X-duizend euro gaan we dit echt niet voor doen. Dat is een voorbeeld. Maar je ziet ook wel organisaties waarbij er een hele strakke scheiding is tussen degene die de bestelling plaatst en degene die vaststelt dat een dienst of een product is geleverd. Als daar een hele strakke functiescheiding is en zij kunnen ook niet onderling in elkaars systeem ergens een vinkje plaatsen, dan kan dat natuurlijk ook toereikend zijn. Want dan heb je al het vierogenprincipe toegepast. Dat is niet een soort algemene richtlijn, maar ik vind wel dat je met gezond verstand daarmee moet omgaan. En altijd die kernvraag over het op tafel moeten houden van, hoe stellen wij als organisatie in het algemeen vast dat we het product genoten hebben? En verlies je niet in details. De voorzitter: Dank u wel. We zullen in het midden laten of het om vleesbitterballen of vegetarische ging. Mijnheer Kooijman mag de volgende twee vragen stellen. De heer Kooijman: Heldere beantwoording dit. En ik zie de Managementletter voor ... In 2023 weet ik in ieder geval welke acties erin staan, want dat zullen dezelfde zijn als dat er nu in staan, vrees ik. Dan naar de jaarrekening. Mijn eerste vraag daarover gaat over de onrechtmatigheid, waar u wat over noteerde, waar we als raad inderdaad op 25 mei een besluit over hebben genomen, om die bedragen toch te accepteren.

Ik heb daar toen op dat moment ook wel een discussie met de wethouder over gehad, omdat mij opviel dat die bedragen in dit jaar een stuk hoger waren dan we voorgaande jaren gewend waren. Toen ging het meestal twee, drie ton en nu was het ruim een miljoen. Hoe kijkt u daar als accountant naar? Wat is eigenlijk is het

Pagina 20 van 39

achteraf of net op tijd of vijf voor twaalf nog even corrigeren, zodat de account kan zeggen, het is allemaal goed. Hoe kijkt u daarnaar? Tweede vraag gaat over de ... U maakte een opmerking over de SiSaverantwoording, dat dat best ingewikkeld is. En ik begreep het niet helemaal, want als ik nu zelf in de Jaarstukken kijk, dan ziet het er wat mij betreft uit als een soort van Exceldocumentje, bij wijze van spreken, waar je in een aantal voor gedefinieerde velden een getal moet invullen. Maar zit het hem juist in dat die getallen zo ontzettend lastig door de organisatie te vinden zijn, om uiteindelijk erin te zetten? Of gaat het erom dat het voor jullie heel lastig is om dan te controleren of het getal wat er staat, of dat inderdaad ook de waarheid is? En het laatste praktische vraagje. U had over de project Jong Vermogen, dat had die 105.000 euro meen ik ... Dat die in de jaarrekening van ‘22 terecht was gekomen en dat u dat heeft geaccepteerd. Dat betekent automatisch ook dat hij niet in de jaarrekening van ‘23 straks terechtkomt. En zit daar dan nog een controle op dat het niet alsnog per ongeluk ook daar wordt geboekt? De voorzitter: Ik heb drie vragen gehoord. En ik begrijp dat daarmee uw lijstje is afgewerkt. Mijnheer Van Vugt, kunt u helderheid geven op deze vragen? De heer Van Vugt: Ja, dank u wel, voorzitter. Even die vraag over die begrotingsafwijkingen.

Ik denk dat het goed ... Overigens denk ik dat het goed is dat u daar de discussie ook over voert. Volgend jaar wordt dat voor u nog wat belangrijker, want dan komt de ... De rechtmatigheidsverantwoording wordt ingevoerd. En deze afwijkingen, die van 856.000 euro en die 309.000 euro op de investeringen,, die komt volgend jaar in die rechtmatigheidsverantwoording terug. En dan heeft u daar wellicht met elkaar het debat over van, hoe heeft dit kunnen ontstaan? Hadden we dit niet eerder kunnen weten? Daar hoort hij dan ook volgend jaar thuis. Ik vind het terecht dat u daar met elkaar aandacht voor vraagt. Ik denk dat het hier ... Hoe wij hier naar kijken, is inderdaad twee dingen. Wij zien in zijn algemeenheid bij de gemeenten over 2022, met name door die toename van activiteiten, dat het ook wel wat lastiger is geweest om dat precies op de programma's te ramen en dat je ziet dat op bepaalde plekken er overschrijdingen zijn die vrij laat bekend werden, door die enorme toename van zeventien procent aan activiteiten. Dat is de ene kant. En de tweede kant, het maakt altijd wel weer alert op, melden wij de dingen, de afwijkingen tijdig bij de raad? Hoe scherp zijn wij bij onze tussenrapportages, et cetera? Ik denk dat u daar een terecht punt hebt om daar met elkaar scherp op te blijven.

En daar wordt u met de begrotings- of met de rechtmatigheidsverantwoording, wat mij betreft, ook in ondersteund volgend jaar. Dan de vraag over de SiSa-regelingen. Dat zijn er twintig bij de gemeente Ridderkerk. Dan moet u zich voorstellen, dat zijn ... De vakafdelingen krijgen in één keer vanuit het Rijk die gelden om een bepaalde opgave, een bepaalde activiteit te realiseren. Maar daar zitten ook allerlei eisen aan, met betrekking tot voorwaarden van, hoe moet dat gebeuren? Hoe moeten we het verantwoorden? Zijn dat aantallen? Et cetera. Dat vraagt wel een soort administratie, die je niet direct allemaal in je grootboek kunt vastleggen, maar gewoon in feite dossiertje die je moet aanleggen al aan de voorkant om dit te kunnen opwerken aan het eind naar de Jaarstukken. En dat speelt zich af eigenlijk bij alle afdelingen. En wat je ziet, is dat die vakafdelingen zijn heel erg gericht op de inhoud. Het realiseren van de doelen, het realiseren van die opgaven die ze vanuit het Rijk krijgen opgelegd. Je ziet dat het daar wat lastiger is om boekhouder te zijn. Naast je inhoud van je werk ook nog een soort administratie te moeten voeren. En dan zie je bij zo’n jaarrekeningproces, dan moet in één keer die twintig uit die organisatie naar boven. Allemaal documenten. Een soort archief naar boven toe opgewerkt worden.

En dan ontbreken er dingen of het is niet helemaal juist geïnterpreteerd. Dan moet dat weer terug naar de afdeling. Dat is eigenlijk de lastigheid van dit proces. En daar kun je afspraken over maken hoe je daar bijvoorbeeld een kwaliteitsfilter tussen zet of iemand die daar fulltime zich in vastbijt. Dat zijn allerlei maatregelen waar je dan over kunt denken. Daar gaan we het ook met elkaar over hebben. Het is misschien ook wel goed om te weten, ik had even over verviervoudiging. Het is ook een beetje ontspoord. Want de organisaties, maar ook de accountants kunnen het eigenlijk niet meer Pagina 21 van 39

bolwerken, die verviervoudiging. Het is eigenlijk overal best wel lastig. Dat realiseert het Rijk zich ook. En er is een wetsvoorstel in voorbereiding om dit vanaf 2000, moet ik het even goed zeggen, vanaf 2025 om die verantwoordingsdruk wat te gaan verlagen. Dan zou je minder SPUKs of minder eisen aan die SPUKs krijgen, zodat de verantwoordingsdruk die nu ontstaan is minder wordt. En dan moet ik u helaas zeggen dat ik volgens mij de derde vraag vergeten ben. De voorzitter: Die derde vraag gaat over het Jong Vermogen. De heer Van Vugt: Die vergeten wij niet. Dat is heel vaktechnisch. Maar ten eerste staat die natuurlijk in ons rapport. En ons rapport gebruiken we altijd ook als follow-up voor het jaar erop. Maar in accountantstermen, technisch gesproken, heb je hierdoor ook al een fout in ‘23 te pakken. Want in ‘23 had iets moeten zitten wat er niet inzit, want het zit in ’22. We beginnen al eigenlijk met een foutje van een ton. Dat klinkt een beetje flauw, want dan zeg je, dan word ik twee keer gepakt voor eenzelfde fout. Vaktechnisch is dat zo. Ik zal u volgend jaar er niet mee vermoeien, maar wij zullen wel opletten dat het goed verwerkt wordt. De voorzitter: Mijnheer Coule wil nog stapelen. Burger op 1. De heer Coule: U zegt dat u ons er volgend jaar niet mee wil vervelen, maar ik zou het toch graag terugzien dadelijk in het rapport dan volgend jaar.

De voorzitter: Mijnheer Van Vugt. De heer Van Vugt: Dank u wel, voorzitter. Op uw verzoek wijden we er een passage aan, dat het goed is verwerkt of gecorrigeerd. De voorzitter: Daarmee zijn we aan het eind van de beantwoording door de accountant. Ik wil u en uw collega hartelijk danken voor de uiteenzetting en voor al het werk wat verricht is. En we zien morgen met belangstelling uit naar de laatste stukken. Dan mag u plaatsnemen op de publieke tribune of u mag naar huis gaan, wat u wenst. En ik zal nog een kenschets geven van uw werkzaamheden. Ik zie dat als een solide prestatie. 4.

Bevraging college over Accountantsverslag over de controle van de Jaarstukken 2022 De voorzitter: Agendapunt 4, de bevraging van het college over het Accountantsverslag over de controle van de Jaarstukken 2022. En ik nodig portefeuillehouder, wethouder Van der Duijn Schouten uit om hier plaats te nemen. Ik begrijp dat u dat alleen doet. Mijnheer Leenderts en mijnheer Van der Waal, hartelijk welkom. En nog een derde collega, excuus. Die komt hierna. Eerst krijgt de wethouder het woord voor een toelichting, als hij daar prijs op stelt. Het gaat om het punt Accountantsverslag. Er waren eerst vragen mogelijk aan de accountant en nu is het college aan de beurt. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, alles wat ik nu nog zou zeggen, zou afbreuk doen aan het verhaal van de accountant net. Ik zou niet weten wat ik daar nog aan toe kan voegen wat u vanavond al niet gehoord heeft. Laten we kijken of er vragen over zijn. De voorzitter: Dan moet u er ook beslist niks aan toevoegen. En dan is er nu gelegenheid aan de commissie om vragen te stellen. Wie wil daarvan gebruik maken? Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk, u heeft drie vragen. En mijnheer Kooijman, ChristenUnie heeft één vraag. Dan mag mijnheer Kooijman, ChristenUnie, beginnen.

Pagina 22 van 39

De heer Kooijman: Ik weet niet of de wethouder financiën daar dan ook een antwoord op kan geven, maar goed, dat horen we dan vanzelf wel. Ik vond daarnet uiteraard een hele goede toelichting. En ook de opmerking ten aanzien van hoeveel geld we uitgegeven hebben en de druk die dat ook van de organisatie vraagt. Ik was eigenlijk wel benieuwd naar een reactie vanuit het college op dat punt. Herkent het college dat en hoe gaan ze daarmee om? Even los van dat het ook nog eens een keertje echt zo lastig is vanwege de ontmanteling van de BAR-organisatie. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Dat herkent het college zeker. En u moet ook realiseren dat, als even een voorbeeld, heel veel van dat extra geld hebben we onder andere gekregen om uitvoering te geven aan de opvang van Oekraïense asielzoekers. Daar krijg je geld voor. Dat is mooi. Maar vervolgens is het wel de organisatie die daarmee aan de slag moet. En het is leuk dat dat geback-upt wordt met de financiële middelen, maar het vraagt natuurlijk van je mensen ontzettend veel extra inspanning en werk, om dat vervolgens ook allemaal voor elkaar te krijgen. Mensen hebben zich daar ook ... In de weekenden en zo zijn ze daar continu mee bezig geweest om dat op een goede manier te regelen. Dat herkennen wij zeker. En dat heeft ook met name het afgelopen jaar wel zijn impact gehad. De voorzitter: Mijnheer Kooijman.

De heer Kooijman: Laten we dan ook de vrijwilligers niet vergeten die daar ook een heleboel tijd hebben ingestopt. En dat heeft de gemeente niets of in ieder geval weinig gekost. Maar goed, daar gaat de discussie nu even niet om. De opvang van de Oekraïners is een van de voorbeelden. Zo zijn er natuurlijk nog meer. Maar dat zijn allemaal wel hopelijk incidentele situaties. Ziet het college dat dit iets structureels aan het worden is, dat het iedere keer wel weer extra inzet vraagt? Of is het toevallig, of toevallig, is het specifiek in 2022 en misschien wel ‘23 zo geweest, maar hopen we dat we daarna weer in rustiger vaarwater komen? De heer Van der Duijn Schouten: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dat is lastig vooruitkijken. Vorig jaar zijn dingen redelijk helder te benoemen, ook dit jaar. Ik heb in andere verbanden weleens gezegd, op dit moment zie je eigenlijk gebeuren dat we structureel incidenteel geld krijgen. Ieder jaar komen er incidentele gelden. En daar liggen dan ook belangrijke zaken die gerealiseerd moeten worden. Maar om nu al de inschatting te maken dat het vanaf ‘24 wel weer mee zou vallen, dat betwijfel ik. Je ziet die bewustwording bij het Rijk ook wel. En dat er ook wel goed naar gekeken wordt. Maar vooralsnog, ik hoop het, maar ik denk het niet. De voorzitter: Dank u wel.

Dan mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk, u heeft drie vragen. Stelt u ze maar alle drie. De heer Kloos: Gaan wij doen, voorzitter. Dank u wel. In eerste instantie vragen we nog even aandacht voor het SiSa-project. Want de informatie liep, zoals hij wordt gesteld, stroef. De oorzaak kunt u waarschijnlijk wel opgeven. Maar wij hadden ook begrepen dat er een werkgroep is opgericht om dit aan te pakken. Is er al bekend hoe hun plan van aanpak eruitziet en wat we daarvan mogen verwachten? Zo ja, wanneer bent u in staat om de raad dit mede te delen als een vorm voor toezegging op deze vraag? De tweede vraag. Op basis van de door de accountant uitgevoerde controle moeten zij kosten waarover geen productieverantwoording met controleverklaring is aangeleverd, aanmerken als onzeker. Voor de Wmo is dat 220.000 euro, om het makkelijk te maken. En voor de jeugd is het 30.000 euro, als onzeker worden aangemerkt. Dit is Pagina 23 van 39

overeenkomstig voorgaande jaren, aldus de accountant. Kunt u aangeven waarom dit meer gebeurd is? En belangrijker, wat gaat u doen om het ontstaan en het voorkomen daarvan in het volgend jaar op een betere manier te voorkomen? De derde vraag. Een totaal van ruim één, twee tiende miljoen rechtmatigheidsfouten vindt EvR persoonlijk een aardig bedrag, temeer dat dat een paar ton hoger is dan verleden jaar. Wat gaat u doen of wat denkt u te kunnen gaan doen om dit bedrag toch in 2023 naar beneden te krijgen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Als u vragen stelt, wilt u dat misschien via de voorzitter doen? Want als u het woord u gebruikt, dan bedoelt u mij en niet de wethouder. Maar dat is voor de volgende ronde. Wethouder, wilt u deze drie vragen beantwoorden? De heer Van der Duijn Schouten: Jazeker. De SiSa-werkgroep, daar hopen we rond augustus, oktober duidelijkheid en afspraken over te hebben hoe dat verbeterd kan worden. Die onzekerheid zit in de aanlevering van de zorgaanbieders. En daar voeren wij met de zorgaanbieders het gesprek over. En we doen er alles aan om op het tijd ... Maar we zien eigenlijk dat dat van jaar op jaar toch voor een aantal uitgaven niet op tijd lukt. Zoals u ook hebt gezien, was het vorig jaar nog bijna het dubbele van wat het dit jaar is. Er zit wel een verbetering in.

We blijven die gesprekken voeren en erop hamer om dat op tijd te doen, maar we blijven daarin ook wel afhankelijk van die zorgaanbieders om dat tijdig aan te leveren. En wat betreft die onrechtmatigheden, daar zijn we met de ambtelijke organisatie continu op bezig om van die 1,1 miljoen, vond ik ook veel te hoog, om dat dit jaar te voorkomen. En dat betekent dat dingen tijdig gerapporteerd moeten worden. Daar zien wij op toe. En wat ik u de vorige keer ook al heb gezegd, wij kennen in onze P&C-cyclus twee momenten van een tussenrapportage. Ik kan natuurlijk op voorhand niet uitsluiten dat er tussen de laatste tussenrapportage, die zijn afsluiting ergens kent in september, en het einde jaar zich nog een keer een overschrijding voordoet. Ik bedoel, sterker nog, het is hoogstwaarschijnlijk dat dat ook wel weer zal gebeuren. Maar nogmaals, we hadden er de vorige keer ook een aantal die wel eerder gesignaleerd hadden kunnen worden. En zeker op dat punt zitten we er nu bovenop dat we in ieder geval niks over het hoofd zien op die momenten dat we u wel kunnen informeren. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Naar tevredenheid? Dan sluiten we hiermee de vragenronde af en daarmee ook dit agendapunt. 5.

Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2023 De voorzitter: En gaan we naar agendapunt 5, Meerjarenprognose Grondexploitaties Ridderkerk 2023. Dat is dezelfde portefeuillehouder, Van der Duijn Schouten. En van ambtelijke zijde mijnheer Heijen. Excuus, het is mijnheer Van Beekom. Het is een wijziging in mijn script, die ik nog niet wist. Welkom. De inzet is ter vaststelling. Kan de commissie daarmee akkoord gaan? Dat is het geval. Dan is het woord aan wethouder Van der Duijn Schouten voor een toelichting en gaan zien of u daar nu wel gebruik van maakt. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, de Meerjarenprognose Grondexploitaties is ieder jaar iets wat wij weer opstellen rond de jaarrekening, zodat ook de posities die in de jaarrekening verantwoord worden op dat punt ook goed onderbouwd zijn. U heeft hem gezien. De accountant heeft er net ook wat over gezegd. Het is redelijk summier. Het zijn er nog twee. Op driehoek Het Zand pakt het op dit moment iets voordeliger uit als dat we vorig jaar gedacht hadden, waardoor we daar een stuk van de verliesvoorziening weer konden laten vrijvallen. En de ander is Cornelisland, waar we toch wel hopen dat daar op redelijk afzienbare tijd we ook daar definitief een punt achter kunnen zetten. Volgens mij was het redelijk overzichtelijk en te behappen.

En u heeft ook gezien de risico's die wij hierop lopen nagenoeg nihil zijn op dit moment. Pagina 24 van 39

De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de commissie. Wie wil daar gebruik van maken? Niemand. Dat schiet op. Blijft u bij de inzet ter vaststelling? Dat is het geval. Dan gaat dit ter vaststelling naar de raad. En dan stel ik voor dat we met deze turbosnelheid doorgaan met de volgende agendapunten. 6.

Jaarstukken 2022 De voorzitter: Agendapunt 6, Jaarstukken 2022. De inzet is ter debat. Wilt u het daarbij houden? Dat is het geval. Dan gaan wij opnieuw naar de wethouder en zijn we weer benieuwd of hij een toelichting gaat geven. De heer Van der Duijn Schouten: Voorzitter, de Jaarstukken. Ik zou er heel veel over kunnen zeggen, maar u heeft het ook allemaal kunnen lezen. Laat ik dat niet doen. Zeven miljoen in de plus. Ene kant mooi, aan de andere kant ook uiteindelijk niet. Het doel, ik bedoel, we krijgen de gelden binnen om daar goede dingen voor te doen voor onze gemeente en onze inwoners en dan moet je het niet overhouden. Maar goed, zoals u in het stuk ook hebt kunnen zien, is het grootste deel daarvan ook gerelateerd aan onze Decembercirculaire, waar we twee dagen voor het eind van het jaar nog ruim vier miljoen binnenkregen. Dan kan je nog zoveel ambitie hebben, maar dat krijg je gewoon in die twee dagen niet meer geregeld. Ik snap dat sommigen van u dat wel zouden kunnen, maar zoals u weet hechten wij ook erg aan onze rechtmatigheid. En als we dat aspect er ook nog aan koppelen, dan zal het ook voor u heel lastig worden om daar nog iets mee te doen in die korte tijd. U heeft al de nodige vragen kunnen stellen. Maar goed, ik ben benieuwd of er nog vragen zijn.

Waarbij mijn verzoek is, als er nog vragen zijn in reactie op eerder door ons gegeven antwoorden, of u dan misschien wil refereren aan uw eerdere vraag, het nummer, zodat we ook even kunnen kijken waar die moet landen. Want wellicht dat ik een aantal van die vragen dan ook doorspeel aan de rest van het college, hier ook aanwezig. Maar ik hoor het wel. De voorzitter: Dank u wel. En voor de notulen geef ik nog even mee dat u wordt ondersteund door mijnheer Leenderts en Van der Waal, van ambtelijke zijde. Het woord is aan de commissie. Wie wil een vraag stellen? Mevrouw Kramer-Blansjaar, PvdA. Hoeveel vragen heeft u? Vier stuks. Mevrouw Van der Heijde, CDA, één vraag. Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk. Ik kan het niet helemaal zien. Als ik zo tel vier. We gaan het zo dadelijk zien. We beginnen met mevrouw Van der Heijde, CDA, voor uw ene vraag. Mevrouw Van der Heijde-Keijzer: Dank u wel, voorzitter. Onze vraag betreft nummer 7. En ik zal daar gelijk mee beginnen, dan kunt u alvast zoeken. Wij hebben daar gevraagd naar de twaalf procent laaggeletterdheid. En als antwoord wordt daar dan op gegeven dat dat een belangrijk punt is om in de gaten te houden. Maar dan wordt er geëindigd met, het is belangrijk om in te blijven zetten op een laagdrempelig en positief leesklimaat. Wat is een laagdrempelig en positief leesklimaat? Dank u wel.

De voorzitter: Wethouder, gaat u daar antwoord op geven? De heer Van der Duijn Schouten: Ik ga het even nakijken voorzitter, maar dat lijkt me onwaarschijnlijk. CDA, 7. De voorzitter: Want ik zie dat u wel hulp kunt krijgen van wethouder Stip. De heer Van der Duijn Schouten: Dat verbaast me niks. De voorzitter: Want die is portefeuillehouder. Zullen we die het woord geven? De heer van der Duijn Schouten: Ja, dat zegt mijn administratie ook.

Pagina 25 van 39

De voorzitter: Want ze kijkt alsof ze een antwoord weet. Mevrouw Stip. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Het is inderdaad een positieve uitsmijter zo in de beantwoording, als ik hem ook zo eventjes terugzie. Het gaat er vooral natuurlijk om, om te kijken, hoe kan je ervoor zorgen dat die laagdrempeligheid bereikt wordt, zodat je makkelijker binnenstapt om te werken aan basisvaardigheden. Dat kan van jong tot oud zijn. Dat is op verschillende manieren. Onlangs is ook het Taalhuis geopend. Ook dat de partners met elkaar gaan samenwerken, hoe kunnen we onze aanbod versterken? Waarbij laagdrempeligheid ontzettend belangrijk is en die positieve insteek, om mensen die laaggeletterd zijn over die grens te krijgen om er ook iets mee te gaan doen. Vandaar dat hier ook die positieve toon eigenlijk is ingezet van, die positiviteit is hierin belangrijk en laagdrempeligheid is echt een uitdaging om te zorgen dat uiteindelijk die mensen bereikt worden en die drempel over willen om hier in door te ontwikkelen. De voorzitter: Dit indrukwekkende antwoord is voldoende, zie ik. En u kunt het later nog een keer teruglezen. Mevrouw Kramer-Blansjaar, PvdA, stelt u maar uw eerste twee vragen van de vier. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Allereerst wil ik danken voor de beantwoording. Ik heb een vraag over de beantwoording van vraag 5 en een vraag over de beantwoording van vraag 20.

Dan kunt alvast gaan zoeken. Het antwoord op vraag 5, de indexering van de bijdrage aan de buurtpreventie. U geeft aan te kijken naar een ander financieringsmethodiek voor de buurtpreventies, onder meer rekening houdend met het aantal inwoners per wijk. Gaan alle buurtpreventies er met de nieuwe financieringsmethodiek op vooruit? En gaat een jaarlijkse indexatie daarvan onderdeel uitmaken? En dan de volgende vraag is het antwoord op vraag 20, de stand van zaken voor de boomgaard. U geeft aan dat het opstellen van een Startnotitie afstemming vraagt met de provincie en dat dat tijd kost. Over welke zaken stemt u af met de provincie? En kunt u een indicatie geven wanneer we de Startnotitie kunnen verwachten? Is dat nog in het derde of vierde kwartaal van dit jaar of gaat dat volgend jaar worden? De voorzitter: Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Ik zal wethouder Van Os vragen om straks de eerste vraag, PvdA 5, te beantwoorden. En als u het goed vindt, pak ik dan die van 20. De voorzitter: Dat vind ik prima. De heer Van der Duijn Schouten: Uiteraard het antwoord. De boomgaard is een beoogde ruimtelijke ontwikkeling. En voor ruimtelijke ontwikkelingen trekken wij nauw op met de provincie, al is het maar omdat we dat belangrijk vinden, maar ook omdat de provincie daar wat over te zeggen heeft.

Daar hebben wij met de provincie het gesprek over gevoerd. Maar zoals u ook weet, heeft bij de provincie ... Hebben daar verkiezingen plaatsgevonden. En deze week is het tot een nieuw college gekomen. En we vinden het ook belangrijk om daarover nog een keer het gesprek te voeren met de nieuwe gedeputeerde, wat toevallig dan ook weer de oude is, maar dat wisten wij een week terug nog niet. En daarbij ligt er nu een coalitieakkoord van de provincie, wat ook alweer de nodige, hoe moet ik het zeggen, zaken interessante ontwikkelingen geeft en dingen die ook nader geduid moeten worden. In die zin is het voor ons ook belangrijk om dit soort zaken aan de voorkant af te stemmen. En wanneer de Startnotitie komt? In ieder geval krijgt u dit jaar van ons een raadsinformatiebrief. De insteek was om dat een Startnotitie te laten zijn, maar het proces is nog redelijk in een pril stadium. Of dat dan ook nog die Startnotitie wordt, weet ik niet, maar we zullen u in ieder geval op relatieve termijn, ik denk uiterlijk het derde kwartaal, informeren over de stand van zaken. Want ik begrijp dat

Pagina 26 van 39

u inmiddels wel weer toe bent aan een updateje op dat dossier. En dan de andere vraag voor wethouder Van Os. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. De vraag met betrekking tot buurtpreventie. Ik heb gesprekken gevoerd met de voorzitters van de buurtpreventieorganisaties in Ridderkerk over allerlei onderwerpen. Maar één van de vragen die ik ook stel van, komen jullie uit met het bedrag die jullie jaarlijks ontvangen? En daar zeggen ze op één na van, we komen daar ruim mee uit. Gelukkig. Qua indexatie hebben we daar niks aan hoeven doen in het verleden, want het bedrag was toereikend. Eén buurtpreventieorganisatie doet veel meer dan buurtpreventieactiviteiten in de wijk. En die zou graag een hogere bijdrage willen ontvangen. Daarom gaan we ook kijken of we op basis van inwonersaantal daar iets in kunnen betekenen, waarbij het basisbedrag uiteindelijk minimaal die 7.200 voor al die organisaties blijft. Maar misschien dat de ene organisatie met meer inwoners dan toch een iets hoger budget krijgt om extra activiteiten te doen. De voorzitter: Mevrouw Kramer-Blansjaar, PvdA, u mag uw volgende twee vragen stellen. Mevrouw Kramer-Blansjaar: Dank u wel, voorzitter. De volgende vraag die ik wil stellen, gaat over het antwoord op vraag 24. En ik heb nog een vraag over het antwoord bij vraag 29.

Het antwoord bij vraag 24 gaat over het aantal Ridderkerkers op de wachtlijst bij een verpleeghuis. U geeft aan dat het zorgkantoor deze informatie ... Gedeeltelijk het aantal mensen op de wachtlijst voor een verpleeghuis inzichtelijk kan maken, maar niet binnen de termijn waarop die vragen beantwoord moeten worden. Kunnen wij die informatie ontvangen binnen een termijn die voor het zorgkantoor wel haalbaar is? En zo ja, wat is die termijn dan? En bij vraag 29. Die gaat over het laden en lossen, dat dat niet zonder geluid kan. Er wordt aangegeven dat het laden en lossen normaliter is toegestaan tussen zeven uur 's morgens en zeven uur ’s avonds. Zijn er ook supermarkten waar ruimere laad- en lostijden zijn in Ridderkerk? En zo ja, wat zijn die tijden dan? De voorzitter: Voor de eerste vraag kijk ik naar wethouder Piena. De heer Piena: Dank u wel, voorzitter. Deze vraag hebben we verder niet uitgezet, nogmaals, omdat die niet binnen de gemeentelijke gegevens bekend zijn. En daar gingen we eigenlijk vanuit dat daar de vraag op gestoeld was. Als u er echt op staat, wil ik dat best bij het zorgkantoor navragen, maar ik kan niet in de agenda van het zorgkantoor kijken. Ik ga u daar zeker geen termijn bij geven. Het is aan u om die navraag te laten doen, maar nogmaals een termijn ga ik er niet aan koppelen. De voorzitter: En dan de volgende vraag, wethouder van Os is van de APV.

Gaat u de beantwoording doen? Aan u het woord. De heer Van Os: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ten tijde van de coronapandemie waren er laad- en lostijden voor supermarkten voor 7 uur ’s ochtends. Daar hebben we ook de raad weleens eerder over geïnformeerd. En dat heeft alles te maken met de spreiding, ook voor personeel en klanten in de supermarkten. Naar ik weet, is het gewoon wat nu als antwoord staat gegeven bij Partij van de Arbeid, GroenLinks 28, dat dat tussen 7 uur 's ochtends en 7 uur 's avonds is voor supermarkten. Uiteraard wordt er ook laden en lossen toegepast bij andere bedrijven door heel Ridderkerk. En dat kan bijna 24 uur per dag. Op Nieuw Reijerwaard rijden ze op en aan 24 uur per dag, 7 dagen in de week om te laden en te lossen. En dit gaat echt expliciet over supermarkten, deze vraag en dit antwoord.

Pagina 27 van 39

De voorzitter: Is voor u de beantwoording zo voldoende of wilt u nog aanvullende antwoorden krijgen? Mevrouw Kramer-Blansjaar: Ik zou toch graag het antwoord op die zorgkantoren hebben. Kijk ik even naar wethouder Piena, via u. De voorzitter: Wethouder Piena heeft al aangegeven dat hij daartoe bereid is, maar dat hij er geen tijdstermijn aan kan geven. Wilt u daar nog iets aan toevoegen, wethouder Piena? De heer Piena: Voorzitter, en dat we natuurlijk niet in eigen hand hebben om die gegevens boven water te krijgen. Ik heb wel de medewerking van CZ nodig, in deze. De voorzitter: Helder. Dan zijn we door uw vragen heen en gaan we naar mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk. U mag starten met uw eerste twee vragen. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. In de eerste plaats willen we verwijzen naar, waarstaatjegemeente? Daar staat op een bepaald moment op pagina 2 dat de helft vindt dat het groen in de buurt goed onderhouden is, 55 procent. En dat de buurt netjes en schoon is, 53 procent. Dit houdt in dat bijna de helft vindt dat het niet het geval is. Dat vindt Echt voor Ridderkerk best aan de hoge kant en vraagt aan het college wat zij hieraan gaan doen om dit percentage te verbeteren. De tweede vraag betreft onze EvR vraag 8, met als titel archief en informatiebeheer.

Wanneer, mijnheer de voorzitter, verwacht het college het rapport van de archiefinspectie te kunnen ontvangen? En gebeurt daar verder iets mee richting de raad? Dank u. De voorzitter: Wethouder Meij, wilt u de vraag over het groen beantwoorden? De heer Meij: Dat wil ik doen voorzitter, maar misschien kan de heer Kloos nog even het nummer van de vraag aangeven. De voorzitter: Mijnheer Kloos. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag betrof, en dan ga ik eventjes wee terug scrollen, dat staat op pagina 2 van het rapport, waarstaatjegemeente? En de tweede vraag was onze door stapelingen op de EvR vraag 8. Dank u. De voorzitter: Misschien dat u even gelegenheid wilt om het na te zoeken. Dan gaan we eerst die vraag over het archief onder zien te brengen. Ik ben heel benieuwd welke portefeuillehouder opduikt om dit te beantwoorden. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Een wethouder archief, voorzitter. Dij deze. Klopt wat er staat hier in beantwoording op de vragen van voor Echt voor Ridderkerk, EvR 08. Maar dat is wel managementinformatie. En de vraag van de heer Kloos om dat toe te sturen, dat is echt gewoon managementinformatie, blijft intern in de ambtelijke organisatie en voor het college. Dat komt niet richting commissie of raad. De voorzitter: Stelt u maar uw derde en vierde vraag mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter.

De derde vraag is doorstapelingen op de EvR vraag 09. En dat gaat over een indicator 17 met een sterke stijging van het percentage van de inwoners dat veel of heel veel overlast ervaart van buurtbewoners. Welke controleerbare maatregelen er zijn genomen. Dank voor uw antwoord. Maar welke maatregelen zijn er zoal getroffen? En wat was of wordt daar het resultaat van tot nu toe? De Pagina 28 van 39

volgende betreft het doorstapelen op de EvR vraag nummer 11, indicator 24 ten opzichte van 2016, toen 19 procent van het huidige percentage van 90 procent van 10 procent hoge inwoners die vaak onveilige situaties ervaren. De vraag daarover was vraag 12. Welke voorbeelden inzetten op deelnemen aan kunst en cultuur indicatie kan het college hier noemen? Dank. De voorzitter: Deze twee vragen zijn mogelijk voor wethouder Stip? Burgemeester Oosterwijk, ik zie dat u een antwoord wilt geven. Aan u het woord. De heer Oosterwijk: Dank u wel, voorzitter. De vraag richt zich op interventies en maatregelen in geval van onderlinge overlast in wijken en in buurten, als ik maar eens even zo vertaal. Het is voor mij even lastig om precies een maatregelenpakket te duiden en u daar een mooi exposé over te geven. Mijn ervaring is wel, ook nog bij heel recente casuïstiek, dat we in ieder geval één belangrijk ding doen. En dat is namelijk naar de mensen toe, het gesprek voeren en te kijken of er een stukje bemiddeling kan plaatsvinden tussen buren. En onze wijkregisseurs vervullen daarbij een hele belangrijke rol. En ik denk dat dat in ieder geval een heel belangrijke factor is, het onderlinge gesprek proberen te faciliteren tussen mensen die overlast van elkaar ervaren.

En als het met zich meebrengt dat er derde partijen een rol in spelen, bijvoorbeeld Wooncompas, dan aarzelen we ook niet om op die manier hen daarbij te betrekken, om te kijken of je, ik noem het maar even, een soort rondetafelgesprek kunt organiseren waardoor normalisatie plaatsvindt. En soms hele praktische maatregelen kunnen worden getroffen, bijvoorbeeld als het gaat om een stukje isolatie waarbij Wooncompas bijvoorbeeld een rol kan spelen en een deel van de oplossing biedt. Laat ik het daar even bij houden. De voorzitter: Dank u wel. Dan wethouder Stip voor de kunst en cultuur. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad, zoals aangegeven, eerst door corona konden de cultuurpartners een stuk minder doen. Dat is weer volop op gang gekomen, gelukkig. Daar moet je denken aan bijvoorbeeld de Muziekschool die allerlei activiteiten heeft. Stichting Cultuureducatie die allerlei activiteiten heeft, zowel op de basisscholen, maar ook in samenwerking met Facet. Voor de ouderen, voor in verzorgingstehuizen. Denk aan DansMee voor de ouderen, maar ook het menu van de Brede School waar cultuur weer in geborgen is. Zo zetten we echt in de breedte op allerlei manieren in op kunst en cultuur. En is dat gelukkig weer van ... Heeft dat gelukkig weer een start kunnen vinden naar corona. De voorzitter: Dank u wel. En uw vraag vijf en misschien ook zes, mijnheer Kloos.

De heer Kloos: Dan gaan we doorstapelen op EvR 14, bestuursrapportage Sociaal Domein. Kan de wethouder het verschil daar verklaren? Er moet toch een verklaring zijn te vinden op dit terrein. Doorstapelen op EvR vraag 29. Dat gaat over ongediertebestrijding. En daar, mijnheer de voorzitter, zouden we aan het college willen vragen, houdt dat in dat in de toekomst deze kosten enorm zullen gaan afnemen, doordat de vervuilers deze kosten gaan betalen? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Piena, wilt u de eerst gestelde vraag beantwoorden? De heer Piena: Ja, wil ik best, voorzitter. Volgens mij is de schriftelijke beantwoording erg duidelijk. Ik zou daar niks aan willen toevoegen. De voorzitter: En dan gaan we naar de naastplaatsingen. Wethouder Van Os.

Pagina 29 van 39

De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Doet hij het? Ja. Ongediertebestrijding naastplaatsingen. Wij proberen echt in te zetten op het voorkomen van naastplaatsingen. Dat hebben we al met de zogeheten fleuroptuintjes gedaan. Die hebben hun dienst bewezen. Daar waar die zijn geplaatst, zien we minder bijplaatsingen. We hebben ook geprobeerd met een pilot met een paal met ogen. Dat werk voor geen meter, kan ik u vertellen. Volgens mij is het juist een sport om daar extra bij te plaatsen. Het gaat echt om communicatie. En daar treden we ook samen op met onze woningcorporaties om bewoners erop te attenderen dat ze gewoon het afval netjes in een ondergrondse container moeten deponeren. En daarnaast zijn we ook bezig om van strafrechtelijke beschikking naar bestuursrechtelijk bestraffen te gaan, zodat wij ook met toezichthouden sneller kunnen bekeuren op degenen die lak hebben aan de regels. En uw raad heeft een keer een motie aangenomen om daar ook een factor twee op te zetten als ze dat nog een keer doen. Dat wordt nu ook uitgewerkt. Ik hoop dat daarmee de bijplaatsingen voor de veelplegers in ieder geval enorm minder zullen worden, want dat gaat gewoon in de papieren lopen straks voor ze. De voorzitter: Dank u wel. Dat was de vraag over ongedierte. En dan kijk ik naar wethouder Meij of die de vraag over het vegetarische deel kan beantwoorden, de groenvoorziening.

De heer Meij: Voorzitter, wat ik kon vinden was dat 70 procent tevreden is over de groenvoorziening in Ridderkerk. Dat staat op pagina 2. Daar ben ik heel blij mee. Want als je soms ingezonden brieven leest, lijkt het weleens anders. Maar de stille groep in Ridderkerk, vroeger zou je zeggen de silent majority, 70 procent is daar tevreden over. Dat vind ik een opsteker. De voorzitter: Dank u wel. Kunnen we daarmee de vragenbehandeling als compleet beschouwen, mijnheer Kloos? De heer Kloos: Desnoods komen we op een later moment daarop terug. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dat staat u altijd vrij. Dan zijn we aan het einde van dit agendapunt. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ik heb toch nog één vraag, als het mag. Mag dat nog? De voorzitter: Het is op de valreep, maar het kan nog net. De heer Kooijman: Het is wel een belangrijke vraag, denk ik. Ik bedacht mij even dat ik met interesse de infographic burgerpeiling Ridderkerk ook heb gekeken. En daar viel mij wel wat op. En dat zou ik graag ... En misschien kan wethouder Stip daar nog op reageren. Als je kijkt naar de onderdeeltjes over elkaar helpen en vrijwilligerswerk, viel mij op dat Ridderkerk daar niet zo positief op scoort ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het gaat over, een aantal respondenten doet aan vrijwilligerswerk. Dan is het in Ridderkerk 32 procent en dat was landelijk 43 procent.

En als je kijkt van, in de nabije toekomst willen ze wat blijven doen. Dan was dat in 2020 57 procent, in ‘21 56 procent en nu wordt er 47 procent gezegd, terwijl het Nederlands gemiddelde 68 procent is. Eigenlijk gaf mij dit beeld ... Terwijl ik altijd het gevoel heb van, Ridderkerk staat bekend om zijn vrijwilligerswerk en de vele vrijwilligers. En het stelde mij ... Deze cijfers een beetje teleur. Maar ik ben benieuwd hoe de wethouder daarnaar kijkt. De voorzitter: Wethouder Stip, kunt u mijnheer Kooijman wat opbeuren?

Pagina 30 van 39

Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Als eerste kijk ik dan altijd even naar het aantal ingevulde enquêtes. En dat is hier 847. Nou hoop ik daarin dat de vrijwilligers vooral heel druk waren met hun vrijwilligerswerk en zich hier niet op hebben gefocust, want ook ik herken het beeld, en dat krijg ik ook van verenigingen terug, dat zij juist met het vrijwilligerswerk eigenlijk nog redelijk goed zitten ten opzichte van landelijk niveau. Natuurlijk hebben we met elkaar uitdagingen, want het structurele vrijwilligerswerk is gewoon een ontzettende uitdaging. Moeten we gaan kijken, hoe gaan we daar een stukje incidenteel voor maken? Ook bij mijn bezoeken heb ik het daar vaak over, maar zie ik juist weer ... Zaterdag viert SER zijn 50-jarig bestaan. Daar zijn ook weer 150 vrijwilligers aanwezig. Ik herken ook uw beeld van, is dit wel het beeld wat van Ridderkerk zo is qua vrijwilligerswerk? Ik zou dat ook niet willen bevestigen dat dit het beeld is, want qua gevoel zeg ik ook, we doen het best goed ten opzichte van het landelijke gemiddelde. En dan denk ik dat het hem in de cijfers zit met het aantal ingevulde enquêtes. En dat zullen we ook in de gaten moeten houden met de komende enquêtes die ingevuld worden. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Kooijman, wilt u nog vervolgen? De heer Kooijman: Ja, ik wil in ieder geval aangeven dat dit antwoord heeft me wel weer wat meer opgefleurd. En tegelijkertijd besef ik me dat dan wel weer wat dat dan doet met andere uitkomsten die er staan. Want daar zou diezelfde kanttekening bij geplaatst moeten worden. Maar goed, dat is een andere discussie. Maar voor nu is het goed. Dank u wel. Wethouder van Os wil hier nog op reageren. De heer Van Os: Heel even als het kan, voorzitter, omdat ik portefeuillehouder ben van waarstaatjegemeente en het balie onderzoek. En zoals de raad heeft kunnen lezen, gaan we in plaats van jaarlijks hier nog maar tweejaarlijks aan deelnemen over, waarstaatjegemeente? Omdat het aantal gemeenten wat daar ook aan deelneemt enorm is teruggenomen. Het waren maar zeventien gemeenten in 2022 die daaraan hebben deelgenomen. Dat is toch gewoon te weinig voor een representatief vergelijk met andere gemeenten. We gaan nu ook kijken naar een, ze noemen dat een realtime dashboard, waarbij je bijvoorbeeld de website en de app en andere instrumenten in kan zetten dat mensen gewoon continu hun feedback kunnen geven over allerlei beleidsstukken die we hebben. Daar zijn we nu mee aan het testen, met dat dashboard, ambtelijk, om dat straks ook gewoon in te gaan zetten, zodat we gewoon ook realtime cijfers hebben over onze dienstverlening. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Met realtime gegevens, betekent dat dan dat als er heel veel mensen of één iemand heel veel negatieve dingen gaat zitten ... Dat je dan ook dat soort dingen ... Wordt daar ook naar gekeken dat je dat soort dingen kan ondervangen? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Het beleid zal niet gebaseerd worden op één ingevulde enquête die erg negatief is. Dat zal voor sommige mensen in onze samenleving misschien wel leuk zijn om te doen, maar zo ver gaat dat niet. Er zal wel een balans in gevonden moeten worden. En te denken, wat kan nu al op onze website? Op iedere pagina is deze informatie toereikend, ja of nee? Met een duimpje omhoog en duimpje omlaag. En op dat soort interactieve manieren kan je feedback ophalen en kan je je product- en dienstverlening continu verbeteren. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we daarmee aan het eind van de vragenbeantwoording. Ik kan nog meedelen dat de definitieve concept Jaarstukken morgen worden geplaatst bij de vergaderstukken. En dat we Pagina 31 van 39

nu geen inzet vaststellen en behandeltijd. Dat doen we na de behandeling van het volgende agendapunt, de 1e tussenrapportage, want die worden namelijk gezamenlijk behandeld in één punt in de raad, maar wel met een separate, met een aparte besluitvorming. 7.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1040/documents/35262