CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-06-22-verslag-commissie-samen-leven-wonen-ridderkerk.pdf

Commissie Samen leven en Samen wonen RK 22 juni 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0: Besluitenlijst en verslag25.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1e Tussenrapportage 2023 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 7, de 1e Tussenrapportage 2023. De inzet is ter debat. Wilt u dat zo houden? Dat is het geval. Dan is het woord aan wethouder Van der Duijn Schouten en van ambtelijke zijde is dezelfde ondersteuning als bij het vorige punt. De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Ook hier heb ik eigenlijk niet zo heel veel aan toe te voegen. U heeft hem allemaal gekregen. U heeft er al de nodige vragen over kunnen stellen. Die hebben we getracht zo goed mogelijk te beantwoorden. Ik ben benieuwd of dat nog tot nieuwe of aanvullende vragen heeft geleid. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dan gaan we gelijk kijken wat dat oplevert. Wie wil vragen stellen? Mevrouw Ripmeester, Partij van de Arbeid, aan u ook het woord. Mevrouw Ripmeester: Dat is lekker rustig. Ik heb 3 vragen. 1 vraag is naar aanleiding van vraag 40. Daar staat, de kwaliteitsslag wordt geborgd door het inslijten van de nieuwe werkwijze. En dan is mijn vraag eigenlijk, hoe en wanneer wordt getoetst dat dit voldoende is gebeurd? Want dit is vrij algemeen. Vraag 42 gaat over loonkostensubsidie. En ik vraag mij af of er bedrijven zijn waar mensen herhaaldelijk geplaatst worden met loonkostensubsidie of dat er bedrijven zijn die een verdienmodel hebben op de loonkostensubsidie.

Kunt u misschien aangeven hoeveel cliënten een bedrijf maximaal mag laten werken met loonkostensubsidie bij hen thuis? Via de voorzitter. En mijn laatste vraag is, dat is vraag 57, er zijn maar 2 daklozen in beeld en 30 thuislozen. Er slapen meer mensen op straat dan 2. En hoe staat het college dan menselijkerwijs hiertegenover? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena, ik vermoed dat u alle drie vragen kunt beantwoorden. En als het anders is, dan horen we dat van u. De heer Piena: Laten we het hopen, voorzitter. Even kijken. PvdA, vraag 40. Ik pak hem er even bij. 40, de kwaliteitsslag. We zijn natuurlijk continu bezig om de kwaliteit te verbeteren. U heeft zelf ook al gehoord dat we natuurlijk met een ontmanteling van de BAR bezig zijn. Ook daar zit wat druk op. Maar het wordt continu gemonitord met wat we doen en met de verbeterslagen. En wat met dat insluiten wordt bedoeld, dat die verbeterpunten, die ook daadwerkelijk bewezen zijn, dat we die gaandeweg het proces gewoon inbedden in de normale bedrijfsvoering. Dat wordt met inslijten bedoeld. En anders zou ik uw vraag even niet helemaal kunnen plaatsen, wat uw achterliggende gedachte erbij is. Loonkosten, die vraag kan ik niet halen à la minuut beantwoorden.

U heeft daar ook al schriftelijke vragen over gesteld voor wat met de BAR-organisatie? Daar heeft u inmiddels, als ik het goed heb, al een antwoord op gekregen. Dat zouden we moeten uitzoeken. Ik zou dat echt niet weten, op dit moment. Dat is zo'n feitelijke vraag. En mijn vraag is dan ook even, is het echt noodzakelijk dat u hier het antwoord op krijgt? Wat zou u met de achterliggende vraag bedoelen, zodat wij ook een beetje weten wat we ermee kunnen. En dan, even kijken, de mensen die op straat verblijven. Zodra wij dat weten en de wijkteams en de mensen van Facet en noem maar op, dan krijgen we al voldoende signalen van binnen als er iets is. Die mensen spreken we aan, die kunnen we eventueel ... Als ze dakloos zijn, hebben we daar plaatsen voor in Rotterdam. En dan worden de mensen daar opgevangen, want ze hoeven niet op straat te slapen. Er zijn, voor zover ik even weet uit mijn hoofd, en u heeft er ook schriftelijke vragen Pagina 32 van 39

over gesteld, twee mensen op dit moment die echt op straat zijn en dakloos zijn. Daar wordt veelvuldig mee gesproken. We kunnen die mensen niet dwingen om ergens onderdak te krijgen. En dat vinden we heel vervelend, want we willen eigenlijk dat niemand op straat slaapt en dat iedereen een veilig en fijn dak boven zijn hoofd heeft. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, uw eerste vraag ging eigenlijk over de Jaarstukken van het vorige agendapunt, maar geeft u maar aan wat of u met deze antwoorden wil doen of dat u het hierbij laat. Mevrouw Ripmeester: Excuus dat die vraag ... Was de enige J nog tussen alle T's. Ik dacht dat dat ook een T was. Daarvoor excuses. Dat inslijten, ik begrijp het antwoord van de wethouder, maar nog steeds niet wanneer hij meet of dat succesvol is gebeurd. Maar goed, ik denk ook dat hij dat antwoord mij schuldig zal blijven. De vraag over de loonkostensubsidie, dat is een technische vraag en toch wil ik er graag antwoord op. Dat hoeft niet à la minuut. De Jaarstukken zullen daar niet van afhangen, maar ik wil daar zeker wel antwoord op. En mijn vraag over de mensen die niet in beeld zijn en volgens u niet op straat hoeven te slapen, maar dat wel doen. Daar zie ik een mismatch tussen vraag en aanbod, maar misschien dat we daar op een ander moment over door kunnen praten.

Want menselijkerwijs zijn we het er in ieder geval over eens dat niemand in de winter in Ridderkerk in de bosjes zou hoeven liggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: Voorzitter. De voorzitter: U kwam alweer in het groen terecht van mijnheer Meij. De heer Piena: En dat wordt toch wel goed beoordeeld, heb ik begrepen. Maar ook ik zou zelfs mensen niet in de zomer op straat willen laten slapen. Ik vind dat mensen altijd een dak boven hun hoofd moet hebben. Ik zou dat niet willen koppelen aan de winter. Maar ik mag aannemen dat mevrouw Ripmeester dat ook zo vindt. En nogmaals, over dat inslijten, want dat heb ik al aangegeven, dat is een continu proces. Elke keer proberen wij dingen te verbeteren in onze dienstverlening. En dat gebeurt gewoon regelmatig, gebeurt periodiek. Ik hoop dat ik daar dan toch nog enige verduidelijking heb kunnen geven op die vraag. De voorzitter: Mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde graag nog wel even stapelen. De wethouder had het over, we spreken de daklozen aan. We willen ze graag onderdak bieden in Rotterdam en dergelijke. Ik ben erg nieuwsgierig wie we zijn. Ik weet dat er in het Lohmanpark bijvoorbeeld lopen er één à twee mensen geregeld rond die niet aangesproken worden. Dat weet ik heel zeker. Ik vraag mezelf af bij wie we dan terecht kunnen om ze die kant op te krijgen.

De voorzitter: De wethouder geeft antwoord namens het college. En op de tweede vraag wil wethouder Piena misschien het antwoord geven. De heer Piena: Voorzitter, we, daar bedoelen we uiteraard de gemeente en daarbij bedoelen we onze wijkteams en de mensen die gewoon op het welzijnsvlak werken. We bedoelen daarmee boa's, ook politie. Eigenlijk iedereen die in dat veld werkt. Dat bedoelde ik met we.

Pagina 33 van 39

De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we aan het eind van de vragenbeantwoording. Dan zijn we toe om te spreken over de inzet en behandeltijd. Maar ik wil eerst het woord geven aan de griffier. Die wil iets zeggen over de moties. De heer Van Straalen: Sinds twee weken weten we bij de griffie dat we voor de raad volgende week toch redelijk wat moties mogen verwachten. In ieder geval één amendement. Ik heb daar ook met de raadsvoorzitter over gesproken. Een aantal moties heeft direct betrekking op de Kadernota en het volgend jaar. Die zullen behandeld worden bij de Kadernota. En het restant, de link met de Jaarstukken is niet altijd even duidelijk, maar inderdaad het voorstel is dat we het restant van de moties betrekken bij de Jaarstukken en de 1e Tussenrapportage. En niet bijvoorbeeld aan het eind nog een apart agendapunt moties vreemd aan de orde van de dag. Dat volgend heeft dat natuurlijk consequenties voor de spreektijden en de totale tijd die nodig is. Ik kan op dit moment nog niet aangeven welke moties horen bij de Kadernota en welke bij de Jaarstukken. Dat hoop ik morgen of maandag wel te doen. Nu is het natuurlijk zo, als u nu tijden adviseert, dat wordt ook nog even aan het presidium voorgelegd en die kan daar ook natuurlijk nog iets over vinden. Maar als u het zo over de tijden gaat hebben, neemt u mee dat ook de moties behandeld gaan worden. De voorzitter: Dank u wel.

De inzet ter debat. Baar blijft u bij. Dat is ook handig vanwege de moties. Dan het aantal minuten. Wie denkt er de meeste nodig te hebben? Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk, hoelang? Mevrouw Kayadoe: Ik denk niet de meeste tijd nodig te hebben, maar ik heb een beetje gevoegd hoeveel moties er verwacht worden. Ik denk dat toch wel dat we aardig aan de vier minuten gaan komen. De voorzitter: Is er iemand die daar nog overheen biedt? Mevrouw Kayadoe: Nee. De voorzitter: Dat mogen anderen beantwoorden, mevrouw Kayadoe. Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ik zou me kunnen voorstellen, maar het is maar een suggestie, dat we ... Vanuit mijn fractie zou ik voldoende hebben aan drie minuten, waarbij ik dan wel in tweede termijn nog even wil reageren op de moties die er zijn. Misschien dat we dan rekening ermee moet houden met een wat langere tweede termijn. Dat zou mijn idee zijn. De voorzitter: Maar er is vier minuten gevraagd. Dat betekent dat we het in ieder geval vier minuten gaan doen. En dan gaan we even rekenen aan de totaaltijd. We komen zo bij u terug. We beginnen het eerst met tien te vermenigvuldigen. En dan trekken we er één minuut af. We doen het bod vier minuten en anderhalf uur. Dat zie ik dat het wel goed valt. Dan gaan we het daarmee doen. 8.

Kaderbrief begroting 2024 De voorzitter: Het volgende agendapunt, de kaderbrief begroting 2024. Agendapunt 8. Inzet is ook ter debat. Gezien de moties lijkt mij dat ook weer logisch. Ik zie dat u dat ook vindt. Het woord is aan wethouder Van der Duijn Schouten. En ik heb een andere naam op gekregen als ambtenaar, maar ik zie dat u dezelfde houdt. De heer Van der Duijn Schouten: Dat bevalt goed. De voorzitter: En u krijgt weer gelegenheid om een toelichting te geven. En u mag zelf de lengte kiezen.

Pagina 34 van 39

De heer Van der Duijn Schouten: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, een Kadernota waarin wij hebben getracht een aantal kaders te schetsen. Dat is op zich niet zo verwonderlijk bij een Kadernota. Wat daarin wel opvalt, en de accountant ... Daar werd net ook een vraag over gesteld, het ravijnjaar van 2026-2027. U ziet dat de Kadernota daar nog een fors tekort laat zien. Vijf miljoen voor ‘26 en vier miljoen voor ‘27. Dat is een beeld wat landelijk geldt bij eigenlijk alle gemeenten. Daar wordt op dit moment ook druk over gesproken, met name ook vanuit het VNG met het Rijk. Ik heb begrepen dat ze bij financiën op dit moment VNG al zien als Vereniging Nooit Genoeg. Maar goed, we zien het wel op ons afkomen. Daar zijn we mee bezig. Op dit moment vinden we het als college nog te prematuur om daar al maatregelen op te nemen, want de discussie loopt nog. Maar we zijn ons wel aan het beraden op een proces, dat mocht dit beeld richting de begroting van ‘25 ongewijzigd blijven, hoe wij dan het proces in gaan steken om ook voor de jaren daarna toch tot een sluitende begroting te komen. We hebben er oog voor, maar om nu al beleid te gaan schrappen of voorzieningen af te waarderen, is wat ons betreft nog een beetje te prematuur. Leek me goed om dat nog even te melden. Dat u niet denkt dat we het toevallig over het hoofd gezien zouden hebben. De voorzitter: Dank u wel.

Het woord is aan de commissie. Wie wil er vragen stellen? Mijnheer Kloos, Echt voor Ridderkerk, hoeveel vragen heeft u? Vier stuks. Mijnheer Coule, Burger op 1, één stuks. Mevrouw Ripmeester, PvdA, twee stuks. Mijnheer Coule, Burger op 1, u mag starten. Mevrouw Klaver, u twijfelt nog. Eén vraag. Mijnheer Coule, Burger op 1, stelt u uw ene vraag. De heer Coule: Dank u wel, voorzitter. Ik heb alleen de vraag, die heb ik doorgekregen, waarom wordt er geen Kadernota meer opgesteld, alleen een kaderbrief? Dit geeft minder details. De voorzitter: Wethouder. De heer Van der Duijn Schouten: Omdat het beleid voor de komende jaren is uitvoerig uiteengezet in ons collegeprogramma. De kaderbrief schetst de financiële kaders waar wij mee te maken hebben en waar we ook niets aan kunnen doen. En als er eventueel dingen afwijken ten opzichte van wat we eerder hebben gepresenteerd, vermelden wij dat hier. Maar voor de rest verwijzen we u voor de details van wat de plannen zijn voor volgend jaar ... Kunt u dat allemaal teruglezen in het collegeprogramma, want dat blijft onverminderd van kracht, tenzij anders vermeld. Maar goed, u zult niet zoveel van die tenzij zijn tegengekomen. De voorzitter: U weet waar u terechtkunt nu. Mevrouw Klaver, VVD. Mevrouw Klaver: Dank u wel, voorzitter. Stiekem toch eentje.

Ik hoor de wethouder zeggen dat op het moment dat het lijkt vanaf 2025 dat we toch het ravijn naderen, dat de wethouder binnen het college, zo vertaal ik hem even, scenario's gaat maken van, hoe kunnen we ermee omgaan? Wat ik daar nog aan zou willen toevoegen als vraag, is of u dan ook nadenkt over de manier waarop u daar de raad over informeert? Want in de antwoorden op de vraag van de VVD, vragen 13 en 14, gaf u aan, u wordt op de hoogte gehouden tijdens de reguliere P&C-cyclus. Maar ik denk dat het op dat moment wel handig is misschien om de raad ook nog op een andere manier te informeren. Vraagteken. De voorzitter: En ook u mag uw vragen via de voorzitter stellen. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Als het straks blijkt dat het business as usual blijft, dan blijft het ook business as usual en via de P&C-cyclus. Als straks zou blijken dat we inderdaad met een gat van vijf miljoen zitten en daar fors op moeten bezuinigen, dan komen we uiteraard eerder bij uw raad terug. Want dat zou ingrijpend zijn en dan moeten er ook ingrijpende keuzes gemaakt worden. Maar een logisch moment om daar nader naar Pagina 35 van 39

te kijken zou bijvoorbeeld bij de Kadernota van volgend jaar kunnen zijn. En als het beeld dan nog ongewijzigd is, dan zullen wij u in ieder geval procesmatig meenemen hoe we daarmee om willen gaan en ook hoe we dat dan inhoudelijk met u zullen doen. Want richting een begroting van ‘26 zijn wij nog steeds van mening dat we voor een structureel sluitende begroting willen gaan. En in het proces daarnaartoe, net wat ik zeg, het zal ook een beetje afhangen van of het Rijk nog beweegt en hoe de financiële ontwikkeling verder zal zijn. Maar als dat ingrijpend is, uiteraard gaan we dat met uw raad samen doen. De voorzitter: Het antwoord is naar tevredenheid. Gaan we naar mevrouw Ripmeester, PvdA, twee vragen. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Een aanvullende vraag naar aanleiding van onze vraag 61. We hebben gevraagd naar of er een visie is op historisch openbaar groen. Er is nog geen integrale visie. En vooral dat woordje nog vonden we heel interessant. Betekent dit dat er alsnog of dat u dat van plan bent om wel te gaan ... U, via de voorzitter, betekent dat dat het college dat wel van plan is? Of hoe moet ik dat woordje nog duiden? Dat was mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag gaat over vraag 63, waarin gesteld wordt dat er een nieuw meerjarig minimabeleid komt.

En de vraag is dan ook, op welke termijn en wordt voorafgaand input gevraagd aan de maatschappelijke partners over de knelpunten in het huidige aanbod van minimaregelingen? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Meij, kunt u de vraag over historisch groen en het woordje nog, wat overigens tussen haakjes staat, beantwoorden. De heer Meij: Ik denk het antwoord duidelijk is, voorzitter. We hebben het niet. En er staat nog niet. En dat betekent dat we daarover nadenken. Betekent niet dat we het gaan doen, maar gaan we kijken, zit daar relevantie in om dat nog een keer apart te bekijken. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Piena, u mag de volgende. De heer Piena: Voorzitter, we hebben natuurlijk al wel een minimabeleid, maar we gaan zeker nog een nieuw minimabeleid weer een keer opstellen. Echter, het zal u niet verbazen dat we daar even de tijd voor willen nemen tot onze ambtelijke capaciteit in dat opzicht weer ... Dan weten we wie er voor Ridderkerk komt te werken, zodat we ook een mooi Ridderkerks minimabeleid kunnen opstellen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen antwoord gekregen op beide vragen. Niet op welke termijn was de vraag en worden de maatschappelijke partners daarbij betrokken om de knelpunten inzichtelijk te maken van het huidige aanbod van de minimaregelingen? Dank u wel.

De voorzitter: U had het over beide vragen. Mevrouw Ripmeester: De twee deelvragen bij deze vraag. De voorzitter: Wethouder Piena. De heer Piena: De zogenaamde ABCDE-vragen, voorzitter. Nogmaals, de termijn heb ik aangegeven. De nieuwe organisatie zal, denk ik, ik kijk even ook naar mijn collega's, 1 januari hopen we toch een mooi beeld te hebben en dat alle vacatures goed opgevuld zijn of de plekken die we nodig hebben. En vanaf dat moment

Pagina 36 van 39

zullen we ons daarmee bezig gaan houden. En uiteraard gaan wij ook met de maatschappelijke partners en iedereen die daar wat zinnigs over te zeggen heeft in conclaaf om te kijken om een goed beleid vast te stellen. De voorzitter: Zijn uw drie vragen daarmee beantwoord, mevrouw Ripmeester? Dat is het geval. Dan gaan we naar mijnheer Kloos. Vier vragen. Stelt u maar de eerste twee. De heer Kloos: Dank u, voorzitter. Ik denk dat ik even moet corrigeren, want ik was iets te vroeg. Die vier vragen hadden betrekking op de Meerjarenprognose Grondexploitaties. Dank u wel. De voorzitter: Maar dat agendapunt hebben we al gehad. Dan vrees ik dat u die vragen op een andere manier moet stellen. Blijft u erbij dat u dan geen vragen heeft bij dit agendapunt? De heer Kloos: Daar blijf ik inderdaad bij. Dank u wel. De voorzitter: Dan zijn we ook aan het eind van de vragenbeantwoording. Gaan we weer bieden, tegen elkaar op. Mevrouw Kayadoe wil niks zeggen. Wie denkt er nu de meeste tijd nodig te hebben? Ik zie drie minuten, vijf minuten, drie. Goed zo. Drie? Gaan we even rekenen. En ons punt is aan deze tafel dat we niet precies kunnen inschatten hoelang die moties gaan duren, maar we willen ook niet tot in de nacht vergaderen. We zien dit ook een beetje samen. We gaan nog even nadenken. Het voorstel is om een uur te kiezen.

En dat als er beter zicht is op de moties, het presidium daar eventueel een correctie op te laten toepassen. Drie minuten en een uur, tot nader order. 9.

Ontheffing woonplaatsvereiste burgemeester De voorzitter: Agendapunt 9, ontheffing woonplaatsvereiste burgemeester. De inzet is ter vaststelling. Is dat akkoord? Dat is het geval. Dan is degene die vragen kan beantwoorden onze griffier, Van Straalen. En mogelijk zijn er ook vragen voor de burgemeester. Wil de griffier nog een toelichting geven? Dat is niet het geval. Dan is het woord aan de commissie. Wie wil er een vraag stellen? Mevrouw Ripmeester, PvdA, heeft u één vraag of meer vragen? Stelt u de vraag. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de burgemeester. De vorige periode dat hij wethouder was, hadden we elk jaar de rituele dans van de ontheffing, waarop iedereen zijn vrij voorspelbare stemverklaring uitsprak. Mijn vraag aan u is, u bent nu burgemeester, we doen natuurlijk een ontheffing, want dit was heel korte termijn. Maar denkt u dat het u binnen een jaar lukt om een geschikte woning te vinden in Ridderkerk? Dank u wel, voorzitter. Via de voorzitter. De voorzitter: Burgemeester Oosterwijk. De heer Oosterwijk: Dank u wel, voorzitter. Drie hele korte noties op een heldere vraag. Mijn gezin, inclusief mijzelf, kijkt er heel erg naar uit om naar Ridderkerk te komen verhuizen. Dat is één. Twee, Funda.nl is zo ongeveer de meest bezochte site op dit moment in huize Oosterwijk. En drie, ons huis komt binnenkort te koop in Krimpen aan den IJssel.

En daarmee verwacht ik invulling te kunnen geven aan de vraag van mevrouw Ripmeester. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Ripmeester, die dankt voor dit antwoord. Dan zijn we daarmee aan het einde van de vragenbeantwoording. Blijft de commissie bij inzet ter vaststelling? Dat is het geval.

Pagina 37 van 39

Ingelast agendapunt: Mededelingen college De voorzitter: Dan gaan we naar het laatste agendapunt. De heer Meij: Voorzitter. De voorzitter: Wethouder Meij. De heer Meij: Mag ik een ordevoorstel doen? Normaliter staat er ook altijd mededelingen college. Dat staat er deze keer niet op. Ik zou graag toch nog even een mededeling aan de commissie willen doen, als dat mag. De voorzitter: Dat had eigenlijk bij de agenda aan de orde moeten komen, maar we gaan deze keer de uitzondering maken omdat het qua tijd nog meevalt. En dan stel ik voor dat u maar gelijk die mededeling gaat doen. U bent toch met de microfoon bezig. De heer Meij: Voorzitter, u bent goed op dreef, maar dat is al weken zo. Waarom vraag ik dit? Omdat het ook, vind ik wel ... Het is serieus genoeg om het met de commissie alvast te delen. Afgelopen dinsdag heeft de RET op de website gezet dat ze hun dienstverlening, hun frequenties verder gaan afschakelen. En dit nu in het kader van de zomerregeling. Het was natuurlijk al minimaal, de frequenties en de lijnen, en vanwege personeelstekort gaan ze nu nog verder afschalen. En dat betekent ook voor Ridderkerk ... Het heeft een hele forse impact. Dan vervalt de lijn ... Twee uursdiensten worden één uur. Dat vinden wij eigenlijk als college onacceptabel. We hebben ook als MRDH trouwens er niet mee ingestemd.

En we hebben toen gehoord van de RET dat ze toch gaan doen, omdat ze inderdaad geen personeel hebben. Daarmee is tevens de consequentie dat ze voor die uren en voor de ritten die ze niet rijden ook niet worden gecompenseerd, geen subsidie krijgen. Toch doen ze het. En we gaan de komende dagen een brief opstellen waar we het collegestandpunt, dat we dit eigenlijk onacceptabel vinden, dat ze eigenlijk zo snel als mogelijk het moeten herstellen. En dan denk ik, als het college dat dinsdag besluit, dat we dan ook meteen u als raad een raadsinformatiebrief ... Maar dat we ook de RET op de hoogte stellen van het standpunt van het college. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel voor deze mededeling. Dat was dan bij het ingelaste agendapunt mededelingen college. Het is niet echt gebruikelijk om daar vragen over te stellen. Maar mijnheer Kooijman wil het woord. De heer Kooijman: Toch één vraag. Ik kan me herinneren dat we in het verleden weleens met soortgelijke acties, dat er dan niet alleen een brief vanuit het college werd gestuurd, maar dat we ook namens de raad dezelfde zorgen uiten. En is dat nog een idee om dat gewoon als raad ook breed kenbaar te maken, dat wij diezelfde zorgen delen. De voorzitter: Dat kan de commissie beoordelen, maar ik kan bevestigen wat wethouder Meij zei over de MRDH.

U kunt u afvragen wat het toevoegt aan de actie die al plaatsvindt, maar de commissie beslist erover. Wie wil er iets over zeggen? Mijnheer Coule, Burger op 1. De heer Coule: Ik ben het helemaal met mijnheer Kooijman eens dat we vanuit de raad denk ik ook nog wel iets kunnen sturen. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, gaat u dat opstellen en dan voorleggen? De heer Kooijman: Ik zou willen voorstellen dat het coproductie wordt dan met college en raad. Pagina 38 van 39

De voorzitter: En bedoelt u dan iets zeggen dat het college in de brief die ze schrijven, zeggen dat de raad daar ook achterstaat? Is dat uw voorstel? De heer Kooijman: Dat kan me herinneren dat we dat in het verleden ook weleens gedaan hebben, maar ik weet de exacte vorm daarvan even niet meer. Ik kijk de griffier ook even aan of die dat nog kan herinneren. De voorzitter: Ik denk dat hij geen actieve herinnering heeft. Het woord is aan griffier Van Straalen. De heer Van Straalen: Voorzitter, er zei al iemand in de zaal dat u erg op dreef was. Even, het punt is natuurlijk als u als raad een brief ... Dat betekent dat de brief ook in de raadsvergadering aan de orde moet komen. U kunt nu ook aangeven, college, wilt u opnemen dat wat u gaat schrijven ook ondersteund wordt door de raad. Dat u dat als gezamenlijke commissie, want het is Samen Leven, Samen Wonen ... Dat signaal zou u nu natuurlijk al kunnen geven, dat het college het meegeeft, want dat is denk ik ook het snelst. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, ChristenUnie. De heer Kooijman: Ik ga graag voor de praktische weg in deze. Is een prima voorstel. De voorzitter: Het wordt gedeeld door de commissie. En bij deze leggen we de vraag bij het college. Wethouder Meij. De heer Meij: Dank u, voorzitter. Ik denk inderdaad dat de brief van het college eigenlijk nog sterker wordt en nog duidelijk wordt als het ook namens de raad is.

Ik vind het een prima toevoeging. Ben ik ook blij mee. En ik denk dat de vorige keer betrof over de mogelijke brug en daar was ik ook toen heel blij mee. En die is er ook niet gekomen. De voorzitter: Successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, zal ik er maar aan toevoegen. We gaan dit ingelaste agendapunt afsluiten. 10. Rondvraag leden De voorzitter: En gaan naar het laatste agendapunt, nummer 10, rondvraag leden. Hebben de leden aan elkaar nog vragen te stellen? Dat is niet het geval. Dan wordt u weer bedankt voor de medewerking vanavond en wensen we u nog een fijne avond verder.

Pagina 39 van 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/1040/documents/35262