CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-05-25-verslag-gemeenteraad-ridderkerk.pdf

Gemeenteraad RK 25 mei 2023, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag26.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Geen idee. Ik loop heel veel met mijn honden maar ik vraag het ook aan inwoners en vaak weten zij niet waar ik het over heb dan. Dus ik ben er maar over gestopt. Hoe wij verder over participatie denken. Nou, dat gaan we straks bekijken als het nieuwe voorstel voorligt, dan kunnen we daar onze mening over vormen. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, wil ik toch een poging doen, ik wil best wel graag een uitspraak. U draait al zo lang mee, dan blijf ik dat herhalen, wat vindt u dan van participatie zoals het nu ligt? Het Rekenkamerrapport, dat onderschrijft u niet, daar doet u niks mee. Dat zei ik tegen 18PLUS ook, dat mag. Maar u heeft toch een mening over hoe de participatie nu loopt hier? Slecht, goed, noem maar wat. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij ligt het Rekenkamerrapport voor en hebben we het straks over de startnotitie participatie, dan kunt u onze mening horen. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef nu het woord aan de heer Mijnders van het CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Om mevrouw Van Nes gerust te stellen, ik ga uw vraag aan het eind beantwoorden. Voorzitter, allereerst dank richting de Rekenkamer voor het rapport. Door middel van twee citaten uit het rapport willen wij twee punten ook behandelen die in het rapport staan.

Het allereerste citaat. Waar het Rekenkameronderzoek een zorgwekkend beeld rondom participatie schetst zet de bestuurlijke reactie daar wat kanttekeningen bij. Inderdaad is het aantal onderzochte participatietrajecten beperkt geweest. Einde citaat. We hebben het er al wat meer over gehad hier vanavond en allereerst begrijpen we ook wel de reactie van het college als je kijkt naar het aantal onderzochte projecten, als je kijkt naar het aantal mensen die geïnterviewd zijn. Ik ben zelf ook een van de raadsleden die geïnterviewd werd over, ja, een project wat ver voor mijn tijd was. Dat is ook lastig om daar input over te leveren. En in die zin zien we inderdaad wel dat er eigenlijk wel meer had uit mogen komen in het Rekenkamerrapport. Is de basis wel Pagina 17 van 42

voldoende? Had bijvoorbeeld het meenemen van de Botterhof niet een heel andere conclusie kunnen brengen bij dit rapport dan als je nu naar deze twee projecten kijkt? Maar toch zijn we het wel met de Rekenkamer eens dat ondanks dat deze, maar drie projecten zijn meegenomen, vijf participanten en een paar raadsleden en ambtenaren, zien we toch dertien aanbevelingen die wij als CDA ook zeker willen overnemen. Dertien goede aanbevelingen. En wat wij ons ook nu beseffen, en de heer Westbroek gaf het ook wel aan in de commissie, is dat eigenlijk naar aanleiding van deze drie projecten en dit Rekenkamerrapport geeft niet een totaal overview van de participatie hier in Ridderkerk. En onze mening is ook van, we moeten eigenlijk de Rekenkamer ook vragen, ga aan de slag met een totaal overview en maak daar rapport aan hoe het op dit moment staat van participatie. Doe dat bij wijze van spreken nu als een nulmeting. Maar we gaan ook aan de slag met een nieuw participatiebeleid, waar naar mening van het CDA heel veel goede punten al in staan. Maar doe bijvoorbeeld ook als Rekenkamerrapport over twee a drie jaar nog een keer een evaluatie van de participatie in Ridderkerk. Dan kunnen we zien of er ook verbeteringen zijn gekomen. Het tweede citaat waar we even aandacht op willen stippen. Uit de onderzochte casus blijkt dat de raad zijn rol bij participatietrajecten verschillend invult.

Over het algemeen kan worden gesteld dat de raad geen duidelijk kader stelt bij participatietrajecten. Misschien wel het meest lastige voor een raadslid, ik vind het in ieder geval wel, is wanneer ga je als raadslid juist helemaal aan de voorkant zitten en wanneer laat je het los? En zeker met de Omgevingswet die eraan komt wordt het een hele lastige. Maar de Rekenkamer geeft duidelijk aan, wij als raad geven te weinig kaders mee aan de voorkant. En dat is een punt waar de CDA-fractie ondersteunt. Wij zien ook drie punten waar we op kunnen verbeteren. Allereerst de startnotitie, dat is ook een van de dertien aanbevelingen. Waar we nu als raad al, nou, zeker de afgelopen vijf jaar ik hierin zit, heel erg mee bezig zijn van, oké, wie is erbij betrokken? Is het juiste wijkoverleg betrokken? Moet die bewonersgroep ook niet? Soms worden zelfs amendementen ingediend om de juiste participanten te benoemen.

Maar daarna laten we het los en we gaan niet meer kijken van, oké, wat willen we nou eigenlijk bereiken? Willen we bijvoorbeeld net zoals bij de rivieroevers altijd een binnen- en buitenlab of is bijvoorbeeld een enquête voldoende? En inderdaad, die vraag werd volgens mij ook al stellig door de heer Bos gezegd, wat willen we nou eigenlijk bereiken met die participatie? Wat willen we nou ophalen, wat vragen we nou eigenlijk aan de inwoners? En het is goed om dit punt op te nemen in startnotities. Het tweede, er zijn ook situaties waar wij als raad, als overheid, als college de participatie aan iemand anders overlaten. De Blaak is op dit moment denk ik het beste/slechtste voorbeeld daarvan. Waarin Wooncompas op dit moment de participatie op zich neemt, zien we uiteindelijk dat de participatie wordt gedaan door Wooncompas, het voorstel komt uiteindelijk naar de raad en eigenlijk is een groot gedeelte misschien wel heel de raad ontevreden met hoe het proces is verlopen. Daarom willen we eigenlijk net zoals bij de vragen net in het vragenuurtje ook voorstellen dat we ook participatie in de prestatieafspraken gaan opnemen met Wooncompas. Dat we duidelijk ook kaders met elkaar kunnen afspreken, oké, als Wooncompas of andere externe partijen aan de slag gaan met participatie, dat wij als een raad, als college, als overheid ook weten, oké, deze afspraken hebben wij met elkaar gemaakt.

En hopelijk kan zoiets als de Blaak dan voorkomen worden. Niet de straat maar de participatie eromheen. Het derde, we hebben het er al heel veel over gehad en het CDA heeft het de afgelopen jaar al meerdere keren aangestipt, de Omgevingswet. Dat wordt ontzettend spannend en misschien ook wel heel erg lastig voor ons als raad en als college omdat we laten de participatie voor een gedeelte los. Alleen het wordt ook wel voor die particulieren, voor de initiatiefnemer lastig als jij, nou ja, zelf aan de slag moet als inwoner en je doet het niet dagelijks, participeren, om dan toch je buurt mee te krijgen. We hebben al een paar keer aangegeven ook richting het college en de wethouder heeft al geantwoord ermee aan de slag te gaan, om daar een leidraad voor te maken. Om kaders te gaan stellen, ook tools beschikbaar te stellen voor de initiatiefnemers zodat zij geholpen kunnen worden bij de participatie die ze moeten doen. De wethouder … De voorzitter: Mijnheer Mijnders, komt u tot afronding van uw betoog. Pagina 18 van 42

De heer Mijnders: Laatste twee zinnen. We willen de wethouder vragen, hij had aangegeven dat we daar als raad ook gezamenlijk over gingen praten, wanneer zou dat kunnen? Dus kunnen we bijvoorbeeld over een leidraad van Participatie tot Omgevingswet bijvoorbeeld in Q3, Q4 van dit jaar bespreken? En als laatste, voorzitter, betreft de zeven insprekers en de vraag van mevrouw Van Nes zal ik in de tweede termijn op terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Nes anticipeert wellicht daar al iets op, van Burger op 1, aan u het woord. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u. Ik wil die tweede termijn met alle soorten van genoegen afwachten maar ik hoor mijnheer Mijnders over de initiatieven van inwoners die niet weten hoe participatie werkt. Ik ben meer bang voor initiatieven van projectontwikkelaars die heel goed weten hoe participatie werkt. Hoe denkt u dan daar ook de leidraad toe te passen waar u het over heeft? De voorzitter: Mijnheer Mijnders van het CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik denk dat het twee aspecten zijn. Eén, dat je de kaders wil meegeven van hoe wil je eigenlijk de participatie? Dat geldt zowel voor projectontwikkelaars in dit geval het voorbeeld als inwoners.

Maar waar het het CDA voornamelijk om gaat is dat wij die initiatiefnemers die in hun eentje zijn, het niet gewend zijn, ook de tools krijgen, de hulpmiddelen om bijvoorbeeld bepaalde stappen binnen de participatie te doen. Projectontwikkelaars zullen dat wel goedkomen, die hebben dat allemaal paraat. Maar om juist ook de initiatiefnemers die alleen zijn of met zijn tweeën, om die ook daarbij te helpen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie de hand omhooggaan van de heer Verweij van de SGP. Aan u het woord. De heer Verweij: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor veel sympathieke ideeën in het betoog van de heer Mijnders maar het komt op mij nog een beetje over als een aantal losse flodders. Daarom twee inhoudelijke vragen. Kan mijnheer Mijnders wat meer duiden of hij dan ook een bepaald kader ziet, een soort standaard framework waarin je bij willekeurige onderwerpen participatie kan gieten? En heeft die er ook een mening bij op welk moment in het besluitvormingstraject de participatie dan plaats zou moeten vinden? Dank u wel. De voorzitter: De heer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ja, een van mijn werkzaamheden in het dagelijks leven is onder andere met de Omgevingswet en er zijn meer dan voldoende tools op dit moment.

Al gaat het bijvoorbeeld om bepaalde zaaksystemen, om bepaalde formulieren waarbij we inwoners kunnen helpen van, oké, volg nou deze stappen. En dat is misschien al het begin. Maar ook bepaalde kaders en tips bijvoorbeeld van, oké, hoe voer je nou participatie met je buurt? Daar zijn ook wel voorbeelden van. Het tweede, wanneer de participatie moet plaatsvinden. Eén, daar geef je als gemeente volgens mij mee als, ook in de kaders wanneer je dat wil. En het zit ook gewoon in de besluiten die we hebben genomen ook van, oké, bij welke projecten moet er een bepaalde participatie gedaan worden en wanneer? Dat staat zover ik weet vast. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag de hand van mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk omhooggaan. Aan u het woord.

Pagina 19 van 42

Mevrouw Kayadoe: Dank wel, voorzitter. Ik heb bijna het idee dat we vanavond het nu nog voor te leggen participatiebeleid al gaan bespreken. Vind ik toch wel een beetje jammer van onze tijd nu. De voorzitter: Dat is een opmerking. Ik zie de hand van de heer Bos van de VVD omhooggaan. De heer Bos: Ja, voorzitter, ik vind dat een bijzondere opmerking want volgens mij schetst dit raadsvoorstel de vraag of dat wij de aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport over willen nemen in datzelfde beleid. Dus dan is het toch helemaal niet raar dat we het hebben over die adviesvraag, over die adviespunten. Ik vind het heel bijzonder. De voorzitter: Ik geef nog even het woord aan mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk en daarna aan de heer Verweij van de SGP. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Geadviseerd besluit één, kennis te nemen van het rapport van de Rekenkamer. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Bos, u mag even wachten wat mij betreft. De heer Verweij die hing al een tijdje met zijn hand in de lucht. Aan u het woord, van de SGP. De heer Verweij: Ja, dank u, voorzitter. Ik had nog één aanvullende vraag aan de heer Mijnders. Dank voor uw beantwoording, kan ik volgen. Impliceert die daarmee dan dat u eigenlijk per politiek agendapunt met de raad een debat wil hoe we de participatie gaan vormgeven? De voorzitter: De heer Mijnders van het CDA. De heer Mijnders: Nee.

Ik heb volgens mij twee voorbeelden gegeven wanneer er een startnotitie voorligt, dat we daar meer mogelijkheden hebben als raad. En ik denk ik ook moeten om een paraaf toe te voegen van, oké, op welke manier willen we dat de participatie vorm krijgt? En betreft de Omgevingswet, die kaders geven we ook mee. En ja, nee, dat hoeft niet bij wijze van spreken met elk politiek besluit dat wij van de voorkant al zeggen, o, er moet een speeltuintje plaatsen, nou, wethouder, u moet deze tool gebruiken en deze vraag stellen. Nee, het antwoord is nee. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bos van de VVD. U ziet daarvan af. Dank u wel. Dan gaan we volgens mij naar de laatste spreker in mijn indrukwekkende rij en dat is dan mevrouw De Wolff-ter Beek van de ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Twaalf aanbevelingen staan er in het Rekenkamerrapport. Het gaat dan onder andere over goed verwachtingsmanagement, transparante besluitvorming, voldoende faciliteren van initiatiefnemers en het maken van heldere toetsbare afspraken. Over het onderzoek waar deze aanbevelingen uitkwamen hebben we in de commissie lang gesproken. Het ging over de kleine onderzoeksgroep en de gekozen casuïstiek. Sommige partijen vroegen zich af, en dat hoorden we vandaag ook, of de conclusies daarmee wel valide waren.

En die twijfel mag maar we hebben hier al over gesproken en het is goed afgehecht. Daarbij mag ik me, net als de heer Westbroek, bezighouden met onderzoek en het beoordelen van onderzoek. Ik wil er dan ook op wijzen dat het afwijzen van een onderzoek op basis van de keuze van de onderzoeksgroep of de casuïstiek een veel voorkomende reflex is op resultaten die je graag anders had gezien. Ik denk dat die twijfel er dus niet voor mag zorgen dat je conclusies en aanbevelingen niet serieus neemt. Op het gebied van participatie moeten we in Ridderkerk aan de slag. Zeker met de Pagina 20 van 42

Omgevingswet in aantocht. En gelukkig ziet het college dit ook. Ondanks de scherpe wat zure toon in de reactie nemen ze alle twaalf aanbevelingen over. Twaalf aanbevelingen nemen ze over. De voorzitter: Gaat u door. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Het college geeft aan dat zij hiermee zelfs al bezig waren, dat is mooi. Maar wij nemen dan wel graag een waarschuwing over die ook in het rapport staat. Het blijkt dat ambities keurig op papier staan en dat de realiteit hard is. Het realiseren van een goed traject, een traject waar inwoners blij mee zijn en zich gezien voelen, dat is nog te vaak een uitdaging. En voordat ik dan naar het einde ga van mijn eerste bijdrage ga ik vast in op de vraag die je weet dat zou komen. Meebesluiten als hoogste treden is waar we naartoe moeten werken, zeker in de Omgevingswet. Maar ik denk dat we daar nog niet aan toe zijn. Veel doen, veel participeren, zoals Burger op 1 aangeeft, is daarbij belangrijk. En wat betreft wijkteams en participatie, ik heb er toch een beetje moeite mee dat mevrouw Van Nes-de Man het rapport van de Rekenkamercommissie telkens trekt naar een ander onderwerp. Het doet beiden namelijk geen recht. Het vraagstuk van het functioneren van wijkteams heeft meer aandacht nodig dan hier kan worden gegeven. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dat vraagt natuurlijk om een reactie.

Het komt denk dat mijn hart bij de wijkoverleggen ligt en dat ik het ontzettend belangrijk vind wat ze doen, dat ik daar zoveel mogelijk aandacht voor wil vragen. En dat ik daar dus ook dit voor gebruik omdat ze worden ook simpelweg benoemd in het rapport dus ik denk dat het alle recht heeft. Maar ik heb me wel toegespitst op de wijk en de wijkoverleggen, meer is het rapport dat klopt maar u heeft prachtig verwoord wat er met die aanbevelingen wordt gedaan. U zegt, nou, zo wordt het mooi verdeeld in de raad. Maar een vraagje aan u, u zegt, meebesluiten is wat ons betreft een stap te ver. In de Botterhof, inmiddels bijna het veel geroemde excellente voorbeeld van burgerparticipatie, want dat is het, daar hebben inwoners wel meebesloten. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Want dat liep perfect. De voorzitter: Mevrouw De Wolff-ter Beek van de ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik heb niet gezegd dat meebeslissen een stap te ver is, ik zeg dat we daarnaartoe moeten groeien. En er zullen echt situaties zijn, en de Botterhof, hij is vaak genoemd, is daar waarschijnlijk een excellent voorbeeld van. Maar we weten allemaal dat die casus niet één op één op alles kan worden geplakt. En daar moeten we dus rustig de tijd voor gaan nemen en uitproberen en elke keer een trapje hoger op de ladder komen. De voorzitter: De heer Verweij van de SGP. De heer Verweij: Ja, dank u wel, voorzitter.

Even nog één vraag aan mevrouw De Wolff. Ik meende dat u een verband legde tussen onze beoordeling van het onderzoek wat kwaliteit betreft en de uitkomst ervan. Klopt dat? De voorzitter: Mevrouw De Wolff-ter Beek van de ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik geloof niet dat ik hem helemaal snap.

Pagina 21 van 42

De voorzitter: Dan vraagt dat om een toelichting schat ik zo in. De heer Verweij: Ik ga het nog een keer proberen. De voorzitter: Aan u het woord. De heer Verweij: Ik meende dat u zei dat wij kritiek zouden hebben op de kwaliteit van het onderzoek, gerelateerd aan de uitkomst c.q. de aanbevelingen van het onderzoek. Klopt dat? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ik wil hem omdraaien. Ik gaf aan dat het een veel voorkomende reflex is dat je heel kritisch gaat kijken naar de gekozen onderzoeksgroep of de manier waarop data verzameld is als de uitkomsten je niet aanstaan. En ik denk dat wij ons daar allemaal bewust van moeten zijn. De heer Verweij: Terecht punt, ik snap hem. Dank u. De voorzitter: Dan constateer ik dat de eerste termijn vanuit de raad in ieder geval tot een levendig debat heeft geleid maar er ook een aantal vragen zijn gesteld aan het college. Daarom geef ik ook graag het woord aan de portefeuillehouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, participatie, ik weet nog dat ik voor het eerst in de raad zat en toen hadden we hier een rapport liggen over de Ridderkerkse participatie paradox. Het kwam er wel een beetje op neer, hoe meer we participeren, hoe ontevredener de participanten werden.

Maar goed, vanavond een rapport van de Rekenkamer over de participatie in het kader van de Omgevingswet en de Rekenkamer concludeert dat daar nog het een en ander te doen valt. Het college onderschrijft dat, we nemen niet voor niks twaalf van de dertien aanbevelingen over. Er zat daarnet wat verwarring meende ik te constateren over twaalf of dertien. Maar één aanbeveling is gericht aan uw raad dus nou, daar kunnen we als college niks mee maar de andere twaalf nemen wij over. Omdat de hele participatie straks in het kader van de Omgevingswet ook best wel een spannende gaat worden. PvdA-fractie vroeg of het zo erg is om te zeggen dat het beter moet? Nou, nee. Ik denk dat het ook de reden is dat we alle dertien de aanbevelingen of twaalf van dertien aanbevelingen ook overnemen. Volgens mij geven we daar volmondig toe dat we daarmee aan de slag willen omdat het inderdaad beter kan en beter moet. Tegelijkertijd neemt dat niet weg denk ik dat als de Rekenkamer op basis van een project in 2017 concludeert dat het nu niet goed gaat, dat er ook best de vinger bij gelegd mag worden. Eens even kijken welke vragen ik nog meer gedestilleerd heb. Ja, de VVD vroeg, wanneer is participatie geslaagd? Ja, dat is een lastige vraag. Ik denk dat je die ook niet langs een lijntje kan trekken.

Dus wellicht ook wel een beetje met de discussie in het achterhoofd naar het meebeslissen van bewoners als ultieme vorm van participatie. Ja, ik denk dat we ook gewoon helder moeten zijn dat er ook projecten zijn waar belangen van bewoners diagonaal tegenover elkaar staan. U heeft het allemaal recent met een geluidsscherm in West gezien, bewoners in de flat die iets heel anders willen als een werkgroep lucht en geluid. Ja, dan wordt denk ik meebeslissen in ultieme vorm een lastige want er zal toch een keer een beslissing genomen moeten worden. En wat een enkeling van u ook zegt, daar zijn we, is uiteindelijk uw raad ook voor gekozen om dan een keer de knoop door te hakken. Maar er zijn ook projecten waar het meebeslissen, nou, ik hoef de Botterhof niet nog een keer te noemen, maar ook in wat kleine speeltuintjes die genoemd zijn, projecten waar dat wel kan. Alleen dat zal van geval tot geval denk ik bekeken moeten worden. Het CDA vroeg of we nog met Wooncompas in gesprek wilden over participatie in het kader ook tot de prestatieafspraken. Ja, daar zijn we druk met Wooncompas al over in gesprek want ook die participatie in die vorm kan natuurlijk straks niet ontbreken in ons nieuwe participatiebeleid. Het daarover hebbend, een aantal van u vroeg hoe het daarvoor staat? Nou, er komt hopelijk of waarschijnlijk of kunt u op rekenen, zo na de zomervakantie een Pagina 22 van 42

startnotitie. En snel daarop zal er ook iets van beleid moeten komen om de eenvoudige reden dat we daarin ook de leidraad waar het CDA aan verwees die we willen gaan maken voor de wat kleinere initiatiefnemers, voor 1 januari als de Omgevingswet ingaat ook gereed willen hebben. En tegen die tijd willen we natuurlijk ook iets hebben wat een beetje in ieder geval richting geeft hoe wij als college maar ook hoe uw raad richting die participatie kijkt ook in het licht van die nieuwe Omgevingswet. Voorzitter, ik geloof niet dat ik nu nog andere vragen heb gemist en mocht dat wel zo zijn, dan word ik daar ongetwijfeld nog wel op geattendeerd. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb al van meerderen van u vernomen dat een tweede termijn tot de verbeelding zou kunnen spreken. Ik leg de vraag toch nog maar even in uw midden neer, is er behoefte aan een tweede termijn en wie wil daar gebruik van maken? Mevrouw Van Nes-de Man, de heer Rijsdijk, de heer Verweij, de heer Borst en de heer Mijnders. En mevrouw De Wolff. Dan geef ik als eerste het woord aan mevrouw Van Nes-de Man maar ik wil u ook in het kader van het verloop van dit boeiende debat er wel graag op willen wijzen dat we zo ongeveer een klein uurtje daarmee bezig zijn. Dus ik zou willen voorstellen dat u ook puntig en bondig uw tweede termijn vervolgt. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1.

Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, voorzitter. Dat ga ik doen. Dank voor de partijen ChristenUnie die heel helder verwoord heeft, CDA die een prachtig antwoord gaf op het rapport maar ook de SGP die zich stevig wist te weren in een misschien een eerste stevig debat. Vind het erg jammer dat 18PLUS en Leefbaar de kaken op elkaar houden in deze bijna in een soort saggerijn zoals ik dat dan aanvoel maar dat zal mijn perceptie wel zijn. Verder wil ik nog even ingaan op de participatie paradox … De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, ik wil u even vragen ruimte te geven mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk voor een interruptie. Mevrouw Kayadoe: Ik vind het toch wel heel erg jammer, voorzitter, dat mevrouw Van Nes-de Man kennelijk mijn stemming weet. Want wij hebben gewoon heerlijk een Rekenkamerrapport ter kennisneming aangenomen en daar houden we ons bij. Dat zeg ik met een hele brede smile dus misschien dat u het nu wel kunt appreciëren. De voorzitter: Waarvan akte. Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1, vervolgt u uw betoog. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, laten we het daar maar bij houden. De eerste indruk was compleet anders. Maar ik wilde even ingaan op de participatie paradox, het is zo’n tongbreekwoord, waar de wethouder het over had.

Waarvan continu wordt gezegd eigenlijk, en ik beleef dat echt heel anders, hoe meer er geparticipeerd wordt, hoe meer ontevreden inwoners worden. In mijn beleving is het elke keer zo gegaan, of heel vaak in het verleden, er wordt wel veel geparticipeerd maar inwoners krijgen geen terugkoppeling, waarom wel, waarom niet of wat er is gedaan met hun ding. En dat gaf het grote saggerijn. En ik begrijp dat dat in sommige gevallen hartstikke lastig is maar daar zullen we met elkaar aan moeten werken. En ik hoop dat daar iets mee gedaan kan worden. Dan hou ik het hierbij, dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Rijsdijk van PvdA-GroenLinks. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Er zijn een hoop kritische woorden gesproken, ook door ons. Ik denk dat het nu vooral belangrijk is dat we aan de slag gaan. Het is positief dat de wethouder aankondigt dat de startnotitie al na de zomer verwacht kan worden. Dat betekent dan dat in de tweede helft van het jaar ook, ja, het benodigde tempo gemaakt kan worden. Dat is positief. De opmerking die de heer Mijnders maakt om participatie mee te nemen in de prestatieafspraken met Wooncompas vinden we een hele goede. Die kunnen Pagina 23 van 42

we zeker steunen en we denken ook, gelet op alle ontwikkelingen, dat dat nodig is. Ik sluit me aan bij wat mevrouw Van Nes-de Man zei. Ik denk ook dat het vaak mis is gelopen in participatietrajecten omdat inwoners geen duidelijke terugkoppeling hebben gekregen. Toch het gevoel is blijven hangen, ja, waarom is er met dat idee niets gebeurd? En als je het dan uitlegt denk ik dat daar echt wel een hoop winst is te behalen. Mijn laatste opmerking waar misschien wel gelijk mee aan de slag gegaan kan worden en die in het debat nog niet echt is belicht, is de opmerking van de Rekenkamer dat binnen de ambtelijke organisatie ook te weinig bekendheid is met participatie. Dat baart me toch wel zorgen want in de negen jaar dat ik in deze raad zit hebben we ook evenzoveel jaren een wethouder participatie gehad. Dus dan denk je wel, hoe is dat mogelijk? Ik zou het college dan ook willen vragen om dan toch maar eens werk te maken van een training. Ze worden bijvoorbeeld aangeboden op de Bestuursacademie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Verweij van de SGP. De heer Verweij: Dank u wel, voorzitter. Omwille van de tijd nog een paar kleine opmerkingen. Wat mij in de eerste termijn getriggerd heeft is dat Burger op 1 echt voortdurend op de wijkoverleggen terugkomt.

En ik zou mevrouw Van Nes-de Man toch eens willen vragen om te reflecteren op haar partipicatietoolkit, om maar eens een mooi woord te gebruiken, zit daar ook nog iets anders in dan alleen een wijkoverleg? En ten tweede ga ik toch proberen om de vraag te beantwoorden, wanneer is participatie nou juist geslaagd? Zou dat dan niet zijn op het moment dat de raad in staat is om de inbreng van alle betrokkenen in representatief beleid om te zetten? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, vragen beantwoord ik altijd wel. In mijn participatietoolkit zit zeker meer maar ik denk dat de wijkoverleggen gewoon een grotere rol toebedeeld kunnen krijgen gezien hun historie. Maar we hebben recent gisteravond, eergisteravond nog een enquête besproken, er staan van die buurttenten af en toe in het dorp. Er zit wel zeker meer in maar de wijkoverleggen zijn in mijn beleving hartstikke belangrijk. Dus vandaar veel aandacht daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Ik liet een seconde stilte vallen om te zien of daarmee deze wisseling tot tevredenheid is afgerond. Dat lijkt het geval. Dan geef ik nu het woord aan de heer Borst van de VVD. De heer Borst: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil toch beginnen met te zeggen dat ik blij ben met dit debat en dat ik eigenlijk misschien nog wel zou willen spreken van het Marco Oosterwijk effect.

Maar dat … Wie weet. Ja, een grapje kan toch. Even kijken, ja, de wethouder … De voorzitter: Gaat u door voordat het een volledige consternatie wordt. Ja. De heer Borst: De wethouder noemde het al even, de participatie paradox. Ik denk dat dat klopt. En het vervelende is dan ook nog eens dat uit onderzoek blijkt dat wanneer we de participatieprocessen heel goed inrichten, dat dat eigenlijk niet leidt tot meer vertrouwen in de lokale overheid. En terwijl dat als dat participatieproces desastreus verloopt, mensen wel het vertrouwen in ons verliezen. Dat maar even als kanttekening. Jammer overigens dat een aantal partijen in deze raad dan toch niet willen reflecteren en discussiëren over de aanbevelingen die de Rekenkamer geeft. Volgens mij staat dat heel duidelijk opgenomen ook in het raadsvoorstel. En dat terwijl ook de Rekenkamer aan ons een prangende vraag stelt. Wanneer vinden wij dat participatie dan geslaagd is? En volgens mij is het juist goed om dan in het debat in deze raad met elkaar daarover van gedachten te wisselen. Voorzitter, ik verliet mijn eerste termijn met een cliffhanger Pagina 24 van 42

dus ik wil graag nog even die vijf punten noemen die wat de VVD Ridderkerk betreft echt onmisbaar zijn voor een betekenisvolle participatie. Laten we om te beginnen als gemeente de regie houden in het participatieproces. En nu weet ik dat met de komst van de Omgevingswet dat lastig wordt want we zijn als gemeente gewoon niet altijd meer als eerste aan zet. En daarom moeten we als gemeente zorgen dat inwoners bij ons altijd alle juiste informatie kunnen halen over de aanstaande ontwikkelingen en projecten. En laten we er dan voor zorgen dat ze, nou, op één vindplaats alle stukken op een voorspelbare plek terug kunnen vinden en dat die informatie dan ook altijd up to date is. Maar de behoefte op transparantie en informatie van inwoners moeten we ook weer niet overschatten. Het lijkt me niet goed en ik denk ook niet dat inwoners erop zitten te wachten als we over alles altijd hen op de hoogte houden. Een heldere brief over een kleine ontwikkeling in de buurt kan ook voldoende zijn als, en alleen als, bij grote ontwikkelingen inspraak ook gewoon goed geregeld is. We zien daarom liever minder participatie in die zin met meer impact dan nog meer inspreekavonden met lauwe koffie of ja, gemeentewater in ambtelijk jargon, waar inwoners niet op zitten te wachten.

Laten we daarom samen bepalen op basis van casussen waar we de participatie geslaagd vinden, wat voor ons de criteria zijn om te bepalen wanneer participatie geslaagd is. Het gaat er dan niet zozeer om wanneer deelnemers hun zin hebben gekregen maar des te meer is het van belang wanneer inwoners het gevoel hebben daadwerkelijk betrokken te zijn geweest en impact te hebben gehad op de planvorming. Tot slot lijkt het ons goed om aan de participatieleidraad die we aan het opstellen zijn voor de initiatiefnemers een soort quick startlijst toe te voegen. Met daarin de punten die we in Ridderkerk onmisbaar vinden voor een goede en betekenisvolle participatie en natuurlijk een aantal praktisch handvatten. Ik ga afronden, voorzitter. Juist in Ridderkerk is volgens mij de potentie groot om van participatie echt iets moois te kunnen maken. En laten we als bestuur onze inwoners serieus nemen door ons te laten overtuigen door argumenten om het anders te doen. Ook al was dat niet het oorspronkelijke plan. Want die bereidheid maakt ons geen zwakkere bestuurders maar kenmerkt juist onze kracht. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende, dat is de heer Mijnders van het CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ja, allereerst gelijk reagerend op de heer Borst, zeker de eerste drie punten die die noemde in zijn cliffhanger.

We hebben juist ook de afgelopen jaren ook een motie aangenomen voor een wijkdeskboard, mede namens de heer Van Neuren naast me. En Like je Wijk, Leefbaar deed er ook al aan. Dus daar wordt al heel hard aan gewerkt. Dus dat gaat helemaal goed komen. Betreft voordat ik nog een keer die vraag van mevrouw Van Nes ga beantwoorden, toch nog even ingaan op de SGP. Ik begrijp op een gegeven moment wel hun bijdrage, ik vind het mooi hoe dat ze hier hun standpunt neerzetten. Ik krijg hier toch wel een heel erg liberaal gevoel bij. Dat doet u misschien pijn maar juist het mooie aan de participatie ook is van, je kan zeggen van, dat ligt vooral bij de raad en dat zijn de raadsleden hebben het recht om daarop te reageren en daar besluiten te maken. Dat klopt en dat besluit gaan we ook nooit verliezen als raad. Alleen juist participatie moet je denk ik juist stimuleren met zoveel mogelijk verschillende inwoners bij elkaar omdat op die manier ook de samenleving bij elkaar komt. In plaats van dat je, nou ja, als raad het allemaal maar beslist en als inwoners niet meer bij elkaar komt. Bijvoorbeeld zo’n burgerraad wat je nu in verschillende gemeentes en steden ook ziet, vinden wij als CDA ook echt een heel goed punt om ook op te gaan pakken hier in Ridderkerk.

Betreft de vraag die mevrouw Van Nes aan iedereen gesteld heeft behalve aan mij, terwijl ik die had zien aankomen, is de huidige situatie van de wijkparticipatie. Wij als CDA begrijpen dat het over het ruimtelijk gedeelte gaat maar als we zeven insprekers hebben over de huidige wijkparticipatie, willen we daar niet zomaar aan langsgaan. En één punt viel ons wel op en dat is ook voor dit punt wel heel erg belangrijk, is dat meerdere keren wordt aangegeven van, oké, we geven heel veel punten mee en elke keer komt het weer terug op de actielijst. En dan hebben we weer geen antwoord terug en zet het weer op de actielijst en dan komt het weer terug en weer geen antwoord. En soms staan bepaalde Pagina 25 van 42

punten die inwoners of leden van het wijkoverleg hebben aangedragen soms wel meerdere jaren op een actielijst. Dat punt denken we dat juist in het nieuwe beleid ook goed opgepakt gaat worden. Want we hebben een commissiebijeenkomst gehad over het nieuwe participatiebeleid waar de eerste punten ook willen laten zien. Daar werden wij heel erg enthousiast van. En een van die punten is ook vanuit het coalitieoverleg is inzetten op een dorpsmarinier. Om even wat plat te zeggen, een ambtenaar hier binnen de organisatie die veel meer ruimte heeft binnen de organisatie om sneller die vragen op te gaan pakken. Want we hebben naar aanleiding van de inspreekbijdrages gehoord dat we daar echt ontzettend behoefte hebben in Ridderkerk maar we zijn ook blij dat we daar in het nieuwe participatiebeleid mee aan de slag gaan. Wij zijn enthousiast over het nieuwe participatiebeleid tot nu toe, de punten die we hebben gezien. Alleen als CDA hebben we ook wel eerder aangegeven dat we daar wel nog steeds een rol zien weggelegd voor het huidige wijkoverleg. Dank u wel. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. En dat viel mooi in het laatste woord van uw betoog volgens mij. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Ik ben zo netjes dat ik daar gewoon op wacht. Maar ik hoor mijnheer Mijnders van CDA zeggen dat die heel blij is met het nieuwe participatiebeleid.

Maar wat weet hij dan wat de rest van de partijen nog niet weet? De voorzitter: De heer Mijnders, CDA. De heer Mijnders: Nee, dat bespreken we allemaal heel erg geheim binnen de coalitie. Nee, natuurlijk niet. Wij hebben als raad een commissiebijeenkomst gehad een paar maanden geleden waar, hoe zeg je dat, de eerste punten van het participatiebeleid werden aangekondigd. En ook nieuwe ideeën, meer op e-participatie, nou, wijkoverleg, deskboard en Like je Wijk kwam er ook vandaan. Nou, daar zijn we heel erg enthousiast van geworden. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, voorzitter. Even reagerend op mijnheer Mijnders van het CDA. U had al aangegeven nu om antwoord te geven op de vragen die ik eerder aan alle andere partijen stelde. Heeft u keurig gedaan dus ik heb het niet nog een keer gevraagd. Ik wil nog even reageren op wat u zegt van wat naar voren kwam bij de insprekers in de commissievergadering. De reacties op de punten die in de wijk aangedragen worden, dat er weinig acties uitkwamen. Dat is waarom ook steeds, en ik heb dat ook benoemd, er lag een prachtig convenant ten grondslag aan maar dat is op een gegeven moment steeds meer losgelaten.

En daar zou, convenanten afspraken wederzijds, daar zou ook eens naar gekeken moeten worden en het liefst gewoon in een goed gesprek met elkaar, wijkoverleggen en het college en zonder vooringenomen standpunten. Dat zou mooi zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw De Wolff-ter Beek van de ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel. Puntig en bondig. Ook in Ridderkerk is papier geduldig, zorg dat vanaf nu maar zeker bij de invoering van de Omgevingswet papieren tekst, hardop gesproken woorden en daden met elkaar overeenstemmen. Zie de bewoners echt, ook als het anders gaat dan eerst verwacht. Durf te spelen met verwachtingsmanagement want dat stel je volgens mij samen op. We luisteren als laatste naar het advies van de Rekenkamer aan de raad. We zullen het te ontwikkelen participatiebeleid goed gaan volgen. Maar vooral, vooral, we bekijken de uitvoering hiervan kritisch. Dank u wel. Pagina 26 van 42

De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik de gelegenheid aan het college voor een reactie in tweede termijn. Wethouder Van der Duijn Schouten. De heer Van der Duijn Schouten: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik geloof niet dat ik nog heel veel toe te voegen heb aan wat ik in eerste termijn heb gezegd. Ik heb ook geen andere vragen meer gehoord. Voor de opmerking van de ChristenUnie me even triggerde, durf te spelen met verwachtingsmanagement. Verwachtingsmanagement is geen spelletje, maar zo bedoelt u hem waarschijnlijk niet. Want we hebben juist gezien dat het verwachtingsmanagement aan de voorkant cruciaal is in het proces. En ik neem aan dat u dat bedoelt. En dat is ook een van de punten die we nadrukkelijk mee zullen nemen in dit participatiebeleid want we hebben allemaal de afgelopen jaren gezien als verwachtingsmanagement aan de voorkant niet goed is, gaat de uitkomst eigenlijk per definitie aan het eind mis. Dus die nemen we zeker mee. En dat was het wat mij betreft, voorzitter. Ik zie zomaar een mooi resultaat voor de griffie aankomen, namelijk met een unaniem instemmen van zijn voorstel. De voorzitter: Maar eerst nog even de reactie van mevrouw De Wolff-ter Beek van de ChristenUnie. Mevrouw Wolff-ter Beek: Ja, toch nog even reageren op de wethouder. Want verwachtingsmanagement is inderdaad geen spelletje.

Tegelijkertijd wil ik er echt voor waarschuwen dat verwachtingsmanagement straks niet alleen vanuit het college of wethouders komt. Dat is het college. Maar verwachtingsmanagement maak je samen en voor je het weet wordt het een lijstje vanuit de gemeente wat er wel en niet allemaal kan en daar wilde ik voor waarschuwen. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij, beste mensen, zijn we daarmee aan het einde gekomen van een boeiende beraadslaging. En rest ons op dit onderwerp nog besluitvorming. En dat gaan we dan ook doen. En mijn vraag die ik als eerste neerleg is of iemand een stemverklaring wil afgeven? Dat is niet het geval. Dan is mijn vervolgvraag of er fracties zijn die tegen de geadviseerde besluitvorming zouden willen stemmen? Dat is ook niet het geval en daarmee is dit besluit unaniem genomen op deze manier, mijnheer de griffier. En dan mag ik een klap geven volgens mij. Bij deze dan ook. Mooi. 5.

Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Woning Waalweg nabij 1 De voorzitter: Dan gaan wij over naar het volgende onderwerp op de agenda, dat is de ontwerpverklaring van geen bedenkingen woning Waalzicht nabij 1. Een boeiende omschrijving. En u heeft aangegeven dat ter vaststelling te willen agenderen. Mijn vraag is of daar nog spijtoptanten op zijn? Ik denk het haast niet. Nee. Dan stel ik ook hier de vraag, zijn er stemverklaringen? Nee. Zijn er tegenstemmers? Nee. Dan levert ook dat een unaniem besluit op.

6.

Huisvestingsplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026 De voorzitter: Dan komen we op agendapunt 6, Huisvestingplan onderwijs en integrale kindcentra 2023-2026. Ter debat geagendeerd. Eerste termijn van maximaal drie minuten, in totaal twintig minuten. En daarvoor zou ik graag even langs willen gaan of daar sprekers zijn en zo ja, wie? Mevrouw Gerritse, mevrouw De Wolff-ter Beek van de ChristenUnie, de heer Kloos van Echt voor Ridderkerk en de heer Ros van PvdA-GroenLinks. Niemand vergeten. Mooi. Mevrouw Gerritse, aan u het woord, van Partij 18PLUS. Mevrouw Gerritse: Dank u wel, voorzitter. Ja, even schakelen hoor na het vorige stuk. Voorzitter, als leerkracht op OBS De Piramide heb ik het geluk dat ik les mag geven in een schoolgebouw die voor Pagina 27 van 42

Ridderkerkse begrippen nog vrij jong is. Veel collega-leerkrachten in Ridderkerk zitten in schoolgebouwen die tot wel 65 jaar oud zijn. De tijden veranderen, zo ook in het onderwijs en de schoolgebouwen. De ganzenveer met inktpotje heeft plaatsgemaakt voor de iPad en de coltrui voor climate control. Het is mooi dat het Ridderkerkse gemeentebestuur geld beschikbaar heeft gesteld voor nieuwbouw van meerdere gedateerde schoolgebouwen. Niet alleen de vorm van onderwijs en de samenstelling van de klas is bepalend voor een kind in het basisonderwijs, maar ook het lokaal en het gebouw waar een kind les krijgt. Partij 18PLUS is blij met het voorstel voor extra ruimte voor passend onderwijs. Dit is zeker niet overbodig. Op deze manier kunnen kinderen die net wat meer aandacht nodig hebben toch meedoen op een reguliere basisschool. Daarnaast geeft het Huisvestingsplan een mooi doorkijk naar de komende decennia. Tegen de tijd dat ik met pensioen mag is de school waar ik werk weer aan de beurt. Maar dat laat nog even op zich wachten, voorlopig mag ik nog aan de bak. Dank u wel. De voorzitter: Nou, er wordt zelfs gejuicht op een bepaalde plek. Dat klinkt van buiten naar binnen door schat ik zo in dan. Dank u wel. Dan is het woord nu aan mevrouw De Wolff-ter Beek van de ChristenUnie. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Voorzitter, ik ga drie punten noemen die ons positief opvielen aan het plan.

Uit de stukken en uit de toelichting van de wethouder tijdens de commissie blijkt dat het Huisvestingsplan de uitkomst is van goed overleg tussen gemeente, schoolbestuur en kinderopvangorganisaties. Goed gedaan. Het Huisvestingsplan biedt helderheid en planning voor de komende jaren wat betreft de investeringen in onderwijshuisvestingen en integrale kindcentra. Daardoor weten schoolbesturen en kinderopvangorganisaties waar ze aan toe zijn. Dat is fijn in een tijd waarin onderwijs en opvang zo hard moeten werken om alles rond te krijgen. Er wordt extra ruimte gecreëerd voor passend onderwijs en individuele begeleiding. Dat klinkt als bijzaak, maar is het niet. Wie in het onderwijs werkt, weet hoe ontzettend nodig dit is. Kleine ruimtes waar kinderen in alle rust extra begeleiding kunnen krijgen die ze nodig hebben, of waar belangrijke gesprekken gevoerd kunnen worden. Ook meer ruimte voor de schakelklas is heel erg nodig om ook deze kinderen alles te geven wat nodig is om goed van start te gaan. Hiervoor willen we ook een compliment geven aan wethouder Stip van wie we weten dat zij zich hier mede hard voor heeft gemaakt. Nog één opmerking. De VVD vroeg er in de commissie al naar. In het licht van het bijna gratis worden van de kinderopvang in 2025 gaat er veel op ons afkomen. Een toename van de kinderopvang is heel waarschijnlijk.

Daarom vinden wij het met de VVD verstandig om snel een compleet beeld te schetsen van de beschikbare opvangcapaciteit zodat we straks goed voorbereid zijn. Voorzitter, ik ga afronden. Het zal u niet verrassen dat wij zo van harte gaan instemmen met dit plan. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kloos van Echt voor Ridderkerk. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. De Echt voor Ridderkerk fractie denkt dat zo goed als alle politieke partijen goed onderwijs in goede schoolgebouwen als speerpunt van hun uitgangspunten beschouwen. Zo ook Echt voor Ridderkerk. Zo zullen wij dit voorstel steunen en zijn vooral verheugd dat hierdoor de integrale kindercentra extra worden gestimuleerd dan wel gemotiveerd om met kinderen aan de slag te gaan. Maar ook de aanpak van de nieuw of verbouw van onze lagere school. Naast de nieuwbouw zijn de uitbreidingen van het Gemini College is met dit voorstel geborgd. Het is goed duidelijk maken dat wij als gemeenteraad hier maar liefst 30 miljoen euro voor beschikbaar willen stellen. Echt voor Ridderkerk wenst het college veel kracht en sterkte toe dit mooie plan met alle betrokken partijen tot een mooi einde te brengen. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ros, PvdA-GroenLinks.

Pagina 28 van 42

De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Kinderen verdienen goed onderwijs, dat is een dooddoener maar daar gaan we als raad grotendeels niet over. Maar natuurlijk ook goede schoolgebouwen, en daar gaan we juist wel over als gemeente. En we hebben een inhaalslag te maken. De fractie van PvdA-GroenLinks steunt dit Huisvestingsplan voor goede integrale kindcentra. Soms kan ik mijn eigen handschrift niet zo goed lezen. Voorzitter, ik zei dat we het steunen maar wel benadrukken we het belang van duurzame schoolgebouwen. Met Gemini is de standaard gezet qua duurzaamheid. Het staat gelukkig ook in de Huisvestingsplannen dat meeste nieuwe schoolgebouwen energieneutraal of bijna energieneutraal zijn en onze kinderen verdienen dat. We complementeren het college met dit goede, heldere plan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is de raad in eerste termijn volgens mij uitgesproken en is het woord aan het college, wethouder Stip. Mevrouw Stip: Ja, dank u wel, voorzitter. Tijdens de commissievergadering maar ook vanavond hoor ik weer mooie complimenten over het Huisvestingsplan. Zelfs ook van raadsleden die zelf in het onderwijs zitten.

Dat is natuurlijk ontzettend mooi om te horen en die complimenten breng ik ook graag over aan de onderwijsorganisaties, kinderopvangorganisaties en de ambtelijke organisatie waar we inderdaad ontzettend goede gesprekken hebben gehad om tot dit stuk te komen. Tegelijkertijd hoor ik ook twee opmerkingen, de ontwikkeling in de kinderopvang. Ja, uiteraard hebben wij, voeren wij daar ook gesprekken over. Gelukkig hebben we ook hele goede contacten met kinderopvangorganisaties en zullen we daar de gesprekken ook over blijven aangaan en ons daarop voorbereiden met wat daar de toekomst in gaat bieden. Daarnaast ook een opmerking over de duurzame schoolgebouwen, inderdaad ook onderschreven in het stuk, en constant van aandacht. En ook heel erg benieuwd naar de pilot bij het nieuwe Gemini College om te kijken wat we daaruit weer kunnen leren en toe kunnen passen. Nou, voorzitter, nogmaals mooi om de waardering te horen voor het plan. En nou, ben ik zo volgens mij op alles ingegaan en heb ik verder geen vragen gehoord. En wij gaan er vooral heel graag mee aan de slag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat brengt mij tot de vraag of er behoefte aan een tweede termijn? Dat is niet het geval. Zodat we tot besluitvorming kunnen overgaan. Is er behoefte aan een stemverklaring? Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja, dank u, voorzitter.

Burger op 1 vindt dit een prachtig plan en we zien de uitvoering graag tegemoet. Dank u. De voorzitter: Dat is kort en duidelijk, dank u wel. Dan gaan we over tot besluitvorming. Is er iemand tegen het voorstel wat voorligt? Niemand? En daarmee het derde voorstel in rij wat unaniem wordt aangenomen vanavond, waarvoor dank. 7.

Programma Stedelijk Water 2023-2027 De voorzitter: Dan heb ik een onderwerp nu voorliggen rondom het Stedelijk Waterplan. Misschien is het al goed om in de geest van dat onderwerp even de vraag te stellen of er behoefte is aan een schorsing voor een kort toiletbezoek? Iemand daarop tegen? Volgens mij niet. Het is nu 21:41 uur, 21:50 gaan we verder. Ik schors de vergadering. De voorzitter: Ik heropen de vergadering en de gong duidt op het innemen van uw plaatsen zodat wij de agenda met elkaar kunnen vervolgen. Waarvoor dank. Op de agenda staat het Programma Stedelijk Water 2023-2027, geagendeerd ter debat. Eerste termijn maximaal drie minuten, totaal drie kwartier. Er zijn voor dit Pagina 29 van 42

voorstel moties ingediend of die worden ingediend aanstonds door de heer Alkmaar van de ChristenUnie en mevrouw Van Nes-de Man van Burger op 1. Zij zullen daarmee ook in die volgorde als eerste het woord krijgen. Mijn vraag is of er nog aanvullende sprekers zijn? Ik begin even deze keer aan de binnenring met de heer Borst als derde spreker namens de VVD, de heer Kloos van Echt voor Ridderkerk, mevrouw Dirks van PvdA-GroenLinks. Dan moet ik even spieken met uw welnemen, mevrouw Griep. Goed hè? Ja, kijk aan. Van Partij 18PLUS. De heer Lapaer, als ik het goed uitspreek. Ik heb geoefend. Nog even gecheckt bij de griffier. Ja. Van Leefbaar Ridderkerk. De heer Mijnders van het CDA. En volgens mij ben ik dan niemand vergeten. Ik geef als eerst het woord aan de heer Alkema van de ChristenUnie. De heer Alkema: Dank u wel, voorzitter. Wethouder Meij heeft een prachtige portefeuille en presenteert vandaag het Programma Stedelijk Water. Wederom een belangrijk beleidsstuk voor het beschermen van de natuur en onszelf. Dit programma richt zich op het verbeteren van waterkwaliteit, te anticiperen op klimaatverandering en plannen en financieel beheersen van investeringen en onderhoud aan ons rioleerstelsel. We waarderen de integrale aanpak waarbij water zoveel mogelijk op locatie wordt vastgehouden, vervolgens geborgen en daarna vertraagt afgevoerd.

Samenwerking met het waterschap is cruciaal in dit proces voor zowel waterkwaliteit als kwantiteit. We missen in het programma de aandacht die is besteed aan de tegenstrijdige belangen en een diversiteit aan verantwoordelijken voor het water. Het overleg met vissers en medewerkers van zowel waterschap als gemeente heeft ons bewust gemaakt van deze uitdaging. We geloven dat het maken van keuzes in waterfuncties het beleid overzichtelijker en uitvoerbaarder maakt. In ons rioolsysteem stroomt het water vanuit de huizen naar een pomp die het water naar de waterzuivering brengt, waarna het gezuiverde water in de sloten terechtkomt. Aan het hoogste punt van de rioolbuis bij de sloot bevindt zich een opening met een muurtje. Dit voorkomt bij overbelasting van het riool bij hevige neerslag dat het rioolwater op straat of in de huizen komt. Het waterschap en onze motie stellen voor om dit muurtje waar het moet en kan tot 25 centimeter boven het waterniveau van de sloot te verhogen, in plaats van de huidige kleine hoogteverschillen van soms maar enkele centimeters. Dit voorkomt dat bij een verhoogde waterstand onbedoeld water uit de sloot het riool instroomt, wat veroorzaakt wordt door de toenemende neerslag en sloten die hier oorspronkelijk niet op berekend zijn. De instroming heeft ook negatieve gevolgen voor het zuiveringsproces.

Met de motie, tegengaan rioolvreemd water, willen we de visie van het waterschap versterken en hun aangeboden hulp omarmen. We verzoeken de wethouder om concrete maatregelen te nemen om het indringen van rioolvreemd water in ons rioolsysteem te voorkomen en ons tijdig op de hoogte te stellen van de voortgang. Dit draagt bij aan een toekomstbestendig Ridderkerk en het voorkomen van wateroverlast. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Nes-de Man van Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Dank u, voorzitter. De naam van dit plan gaf bij onze enige verwarring, stedelijk, daar heeft Ridderkerk toch niets mee? We zijn nog steeds het dorp aan de rivier. Maar goed, we groeien en dan groeit dit blijkbaar mee. Blijven er nog maar twee dorpen over aan de rivier, dat zijn Oostendam en Rijsoord. Het plan is goed, we zijn er blij mee, maar in hoeverre wordt het ook echt uitgevoerd? We gaan inzetten op waterberging, gaan we ook inzetten op groene daken op de bedrijven? Zoals bij Cornelisland en Nieuw Reijerwaard, nieuwe bedrijven, nieuwe daken. Hoe gaan we om met waterberging in verstedelijkt gebied of op de bedrijventerreinen? Er is veel versteend daar en daar valt winst te halen, lijkt mij. Zet daar ook op in en niet alleen op die kleine druppeltjes als de natuurvriendelijke oevers. Hoewel veel druppels maken één bui.

Maar de boodschap van Burger op 1 is denk ik duidelijk, pluk niet alleen het laaghangend fruit. Zal ik gelijk op de motie ingaan?

Pagina 30 van 42

De voorzitter: Wat mij betreft. Mevrouw Van Nes-de Man: Ja? Nou, we hebben motie eendentrap bij beschoeide oevers. Het is belangrijk om bij watergangen waar een natuurvriendelijke oever niet mogelijk is, de natuur een handje te helpen door bij de beschoeiing een zogenaamde eendentrap aan te brengen. Een soort trapje waar langs onder andere jonge eendjes, kikkers maar soms ook hazen en katten uit het water kunnen komen. U kunt zich er best een voorstelling van maken. Onze buurman heeft even geleden een beschoeiing langs een van de of langs zijn kant van de sloot aangebracht en sindsdien zijn daar al twee hazen verdronken. Ze rennen vrolijk door de tuin, springen in de sloot, zwemmen die over en dan komen ze bij de beschoeiing aan en de rest kunt u wel raden. Ik weet dat dit ook al in de notitie is verwerkt, werken uit ecologie, of is opgenomen maar het is een hele kleine moeite, een groot plezier, vandaar alsnog deze motie. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. De heer Mijnders van het CDA. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ja, mevrouw Van Nes was me net voor maar het klopt inderdaad, we vonden het een hele sympathieke motie en we vroegen ons af waarom? Nou, het is ook als actiepunt 24 opgenomen in de Visie op Ecologie.

En onze vraag is, waarom gaan we een motie indienen als we dat actiepunt al hebben vastgesteld als raad? En onze vraag eigenlijk aan Burger op 1 is, we vinden het een sympathieke motie maar overbodig, zou die teruggetrokken kunnen worden? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Nee, ik wil hem gewoon laten staan in de hoop dat er een versnelling komt. Want dit is echt zo'n kleine moeite, zo'n klein ding. En als je het in die ecologie laat zitten, hoelang blijft het dan liggen? Ja, ik heb ook van de wethouder meegekregen dat het een sympathieke motie, dat die het een motie vindt. Ik heb goede hoop dat er dan gewoon actie uit volgt. De voorzitter: De heer Mijnders, CDA. Met speaker aan, dank u wel. De heer Mijnders: Dank u wel, voorzitter. Ja, als u een versnelling wil op dit punt dan moet u dat zetten in de motie en daar vraagt de motie niet om. De motie vraagt om exact hetzelfde als wat opgenomen is als punt 24 in de Visie op Ecologie dus we zijn hier dubbel werk aan het doen. Of anders moet u uw motie aanpassen. Dank u wel. De voorzitter: Een laatste reactie van mevrouw Van Nes-de Man, Burger op 1. Mevrouw Van Nes-de Man: Reagerend daarop, als ik hem aanpas, bent u dan wel bereid om hem te steunen? De voorzitter: Mijnheer Mijnders, CDA. En dan ronden we even af daarmee.

De heer Mijnders: Dan ga ik daarna aan de wethouder vragen of dat überhaupt mogelijk is, versnelling. En we hebben al aangegeven, we vinden het een hele sympathieke motie. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij door naar de volgende spreker, de heer Borst van de VVD. De heer Borst: Dank u wel, voorzitter. Ja, er komt toch maar enorm veel op onze gemeente af. Van een toename van gewelddadige incidenten, leegstand in het winkelcentrum of crisissituaties in de jeugdzorg en ook nog regen, steeds meer regen. Want volgens de waarnemingen van het KNMI nam de jaarlijkse neerslag in Pagina 31 van 42

Nederland van 1906 tot en met nu met ruim 21 procent toe. Die toename komt vooral doordat de neerslag extremer is geworden. Hevige en langdurige regen kan zorgen voor wateroverlast en daar weten we volgens mij in Ridderkerk ook al het nodige van af. In de toekomst neemt door klimaatverandering de kans op wateroverlast alleen maar toe. Dus volgens mij reden genoeg om hiermee aan de slag te gaan. En het Programma Stedelijk Water is wat klimaatadaptatie betreft dan ook echt een verbetering van het vorige plan. We gaan meer rekening houden met al dat water, bijvoorbeeld door in onze openbare groene ruimte meer rekening te houden met neerslagpieken. En daar zijn we als VVD dan ook echt enorm blij mee. Maar we zijn ook op een aantal punten kritisch. Zo zijn medicijnresten in het water voor ons een punt van zorg. We promoten het inleveren van oude medicijnen maar het wegspoelen van medicijnen is nog geen 5 procent van het totaal aan medicijnresten in ons afvalwater. Verreweg de grootste hoeveelheid komt vrij bij het gebruik van die medicijnen zelf. En daarom nemen veel waterschappen in samenwerking met de gemeente stappen tot het uitbreiden van de zuivering met een zogenaamde vierde trap.

Ik wil de wethouder daarom vragen om met het waterschap in ieder geval het gesprek aan te gaan over een aanvullende trap op onze waterzuivering? Daarnaast is de VVD van mening dat het verminderen van rioolwater, rioolvreemd water in het riool, nog onvoldoende is belegd in het Programma Stedelijk Water. Regenwater in het riool heeft namelijk negatieve effecten. Het extra water moet getransporteerd en verwerkt worden door de waterzuivering en die waterzuivering is dan ook nog eens minder effectief als dat rioolwater verdund is. Maar we willen ook weer geen water op straat en daarom bestaat er dan zoiets als een overstortdrempel. En tot vier weken geleden wist ik eigenlijk ook helemaal niet wat dat was. Maar zo'n drempel zorgt er dan voor, even kijken, dat is dan weer jammer, het ging lekker, die zorgt ervoor dat het water op straat komt te staan als de afvoer door het riool kleiner is dan de toevoer en die toevoer is dan de regen. Het riool werkt dus als een buffer. En zo technisch als de heer Alkema dat uitlegt kan ik dat niet maar u snapt het principe volgens mij. Het zoeken is dus naar een goed evenwicht tussen het voorkomen van water op straat aan de ene kant en te veel regenwater in het riool.

En daarom dien ik de motie tegengaan rioolvreemd water van de heer Alkema mede in want daarmee onderzoeken we of en waar het verhogen van zo'n overstortdrempel dan nuttig en noodzakelijk is zodat we nu maar ook in de toekomst in Ridderkerk droge voeten houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan vervolgen wij met de heer Kloos van Echt voor Ridderkerk. De heer Kloos: Dank u wel, voorzitter. De fractie van Echt voor Ridderkerk kan zich vinden in het collegebesluit want de afvoer van water gaat ons aan het hart. Maar het tegengaan van rioolvreemd water in de waterzuivering is echter nog wel een punt van aandacht. Daarom dienen wij mede met de CU de motie, tegengaan rioolvreemd water, in. Wij kijken uit naar het onderzoek en de argumenten of tegenargumenten inzake het verhogen van de overstortdrempels naar het minimale waking van 25 centimeter. Echt voor Ridderkerk kijkt ook uit naar de uitkomst van het onderzoek en de kosten om de mogelijke verhoging van de waking naar 25 centimeter. Daarom gaan we nog eens goed luisteren wat het college daarvan vindt. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Dirks van PvdA-GroenLinks. Mevrouw Dirks: Dank u wel, voorzitter. Het is zo’n leuke, GroenLinks. Nederland is een waterland. We staan erom bekend dat we een van de beste landen zijn om water tegen te houden.

Naast dat ons land voor een groot deel onder NAP ligt, moet zeker met de stijgende zeespiegel hier nog meer dan anders rekening mee gehouden worden. Met de huidige klimaatcrisis, de steeds langere droogtes en zoals al genoemd werd, de meer intensieve buien, kijken we op dit moment juist ook naar de andere kant van het spectrum. Wanneer het langere tijd droog is geweest en het plots heel hard en veel regent kan de grond het water niet goed opnemen. Van water tegenhouden geven we daarom nu ook steeds meer aandacht aan het vasthouden van Pagina 32 van 42

water. Programma Stedelijk Water houdt hier ook zeker rekening mee. Je kan er veel woorden voor gebruiken maar kortom vinden wij dit plan er gewoon goed uitzien, duidelijk en ja, compleet. En een kleine notitie over onderhoud waar nog niet genoeg capaciteit voor is om dat duidelijk nog te krijgen. Maar goed, dat zal in de toekomst hopelijk beter worden. Nagenoeg, zei ik, want er liggen bij dit agendapunt vandaag ook twee moties op tafel. En van allebei de moties vinden wij als PvdA-GroenLinks dat deze het programma goed aanvullen. Want als afvoerputje van West-Europa staat Nederland, volgens de Nederlandse criteria trouwens, ook bekend als land met de slechtste waterkwaliteit. Met het ophogen van de overstortdrempels of een alternatieve methode wordt beoogd instromend water vanuit de sloten tegen te gaan. Ja, ten behoeve van waterkwaliteit. Een prima idee en hier stemmen we dan ook mee in. Daarnaast had PvdA-GroenLinks net zoals Burger op 1 de intentie een motie in te dienen over het plaatsen van faunatrappetjes zodat dieren ook bij steile begroeiingen aan wal kunnen komen. Vandaar dat we de motie van Burger op 1 dan ook mede indienen. En nu meer concreet dan in de Visie op Ecologie, juist omdat het nu ook benadrukt wordt dat wanneer een begroeiing intact blijft, dat dit dan geïmplementeerd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/923/documents/35159