2021-09-03 RIB Herziening 2021 Omgevingsbeleid pZH - ontwerp.pdf
Tekst van het document
-
Behoud en versterking van het afwisselende en kleinschalige karakter van het landschap door behoud en herstel van de wallen (met begroeiing) en herkenbaar houden van de open en groene kamers. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen de kleinschalige structuur van het landschap.
In het gebiedsprofiel Goeree-Overflakkee zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities.
2. Veenlandschappen Ondergrond: Veencomplex Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn, met daarin differentiatie in het soort veen en de dikte van het veenpakket. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden afhankelijk van het soort veen en de dikte van het veenpakket gevoelig tot zeer gevoelig voor bodemdaling. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Duin- en Bollenstreek, Hollandse Plassen, Duin, Horst en Weide, Wijk en Wouden, Boskoop, Gouwe Wiericke, Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Midden-Delfland, Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas.
Veenweidelandschap
40
De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoort daarbij tot de mogelijkheid. In het oosten van de provincie is het veengebied vermengd met oeverwallen en kommen van het rivierenlandschap. In delen is het voor de oeverwallen kenmerkende fruitteelt aanwezig.
De kommen zijn grootschalig met regelmatige (cope)verkaveling, maar gaan al snel over in het veenweidelandschap. Deze overgangen zijn nauwelijks tot niet zichtbaar en staan dan ook niet op kaart. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.
-
Nieuwe agrarische bedrijven liggen aan bestaande ruilverkavelingslinten of op een zeer goed bereikbare locatie voor zwaar verkeer. Ze vormen visuele eilanden in het veenweidelandschap door stevige, passende beplanting en een ligging op ruime afstand van elkaar.
Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen.
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hollandse Plassen, Duin, Horst en Weide, Wijk en Wouden, Gouwe Wiericke, Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Midden-Delfland, Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas.
Ondergrond: Oude Zeeklei Zuid-Holland kent een aantal droogmakerijen waar (in de toekomst) verzilting optreedt en het waterbeheer steeds lastiger wordt. Bij grote diepte kan daarnaast een waterveiligheidsvraagstuk spelen. Zorgvuldige omgang met het watervraagstuk (kwalitatief en/ of kwantitatief) is in deze droogmakerijen van belang. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Ontwikkelingen in droogmakerijen leveren een bijdrage aan een duurzame waterhuishouding. 41
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hollandse Biesbosch, IJsselmonde, Voorne-Putten, Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee.
Sierteelt op veen Kleinschalig besloten landschap met boom- en sierteelt. Door intensivering van de sierteelt verandert het gebied. Er is een toename van kassen en steeds meer sloten worden gedempt. De uitdaging zit in de combinatie van een rendabele bedrijfsvoering voor de sierteelt met respect voor de gebiedseigen karakteristieken. Belangrijke kenmerken van dit gebied zijn de structurerende watergangen (ofwel zichtsloten), windakkers en doorzichten, kavelrichting en –structuur, waarbij de ontginningslinten nog steeds herkenbaar zijn als lint. Nieuwe ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen het besloten, kleinschalige karakter van de sierteelt enerzijds en het omliggende open veenweidelandschap anderzijds. Schaalvergroting wordt gebaseerd op de historische copeverkaveling. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
De structurerende watergangen (zichtsloten) worden niet gedempt en resterende windakkers blijven behouden.
-
Schaalvergroting wordt gebaseerd op de historische copeverkaveling.
Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen in de rand van het sierteeltgebied dragen bij aan goede overgangskwaliteit naar het omliggend veenweide- en droogmakerijenlandschap.
In het gebiedsprofiel Boskoop zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities.
Onverveende bovenlanden Een bovenland is een smalle strook onvergraven veengrond aan weerszijden van een veenstroom of wetering,met een scherpe overgang naar de aangrenzende droogmakerijen. Als het ware een herinnering aan het oude veenlandschap te midden van het nieuwere landschap. De bovenlanden kennen een kleinschalig en relatief besloten en groen karakter. Bebouwing en erfbeplanting bepalen het beeld net als menging van veel verschillende functies. De diversiteit en het multifunctionele karakter zijn kenmerken van de linten. Ruimtelijke verdichting is mogelijk als dit bijdraagt aan het groene karakter van de bovenlanden en geen tot nauwelijks verkeersaantrekkende werking heeft. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen dragen bij aan de contrasten tussen het (oude) bovenland (hooggelegen, besloten, kleinschalig karakter) en de aangrenzende droogmakerijen (laaggelegen, grootschalig, weids).
42
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hollandse Plassen, Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, Midden-Delfland.
Plassen Kenmerkende onderdelen van het natte veenlandschap zijn de plassen. Voor een deel natuurlijk ontstaan, voor een ander deel het gevolg van turfwinning in het verleden. Daarbij is soms het oude ontginningspatroon nog zichtbaar in de legakkers en petgaten (Nieuwkoopse Plassen), soms zijn echter na de turfwinning door de werking van wind en water grote plassen ontstaan. De plassen in het veenlandschap zijn daarmee als cultuurlandschap én als natuurlandschap te beschouwen. Ze hebben belangrijke ecologische, recreatieve en toeristische kwaliteiten en spelen een rol in de waterhuishouding van het veenlandschap. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: ·
Ontwikkelingen in of nabij de plassen dragen bij aan de ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en waterhuishoudkundige kwaliteiten van de plassen en hun omgeving.
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hollandse Plassen, Gouwe Wiericke, Bentwoud-Rottemeren, Zuidplas. Droogmakerijenlandschap (klein en veen) Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. In sommige gebieden is de (historische) relatie tussen droogmakerij en molengang (toentertijd om diepere plassen droog te malen) nog herkenbaar. Dit zijn bijzondere elementen in het Zuid-Hollandse landschap. Een aantal droogmakerijen is niet geheel uitgeveend. Ten opzichte van de droogmakerij met klei als ondergrond is de droogmakerij met veen in de ondergrond waterrijker, vaak kleinschaliger (vooral de kavelmaat) van opzet en is de bodem minder draagkrachtig.
Dit is terug te zien in het gebruik en het beeld van de droogmakerijen. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit Droogmakerijen (klei en veen) De volgende richtpunten worden in acht genomen: · Behoud van de (ring)dijk en/of vaart als herkenbare landschappelijke structuurdrager en ·
begrenzing van de droogmakerijpolders. De droogmakerij blijft als eenheid herkenbaar door het beleefbaar houden van de randen (ringdijk of –vaart) en het hoogteverschil tussen laaggelegen droogmakerij en omringend land.
Droogmakerijen (klei) 43
Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: Nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Droogmakerijen (veen) De volgende richtpunten worden in acht genomen: Bewaren verkavelingspatroon. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. -
Behoud van maat en weidsheid van de poldereenheden. Eventuele nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Duin- en Bollenstreek, Wijk en Wouden, Gouwe Wiericke
3. Rivierdelta landschappen Een aantal Zuid-Hollandse eilanden kent nog steeds een eilandkarakter: omlijst door deltawateren met beperkte verbindingen met de andere eilanden of het vasteland. Ze zijn gelegen in de luwte van de Randstad en vormen landschappelijk een geheel met Zeeland. IJsselmonde en het Eiland van Dordrecht zijn daarentegen meer onderdeel van het stedelijk netwerk. De drie eilanden Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard en Voorne-Putten hebben elk een eigen karakter. Dit karakter wordt mede gevormd door de verschillen in afstand tot en de verbinding met het stedelijk gebied, de landschappelijke opbouw van de eilanden zelf en de aard van het omringende water. Versterken van het deltakarakter en vergroten van de diversiteit van karakters van de eilanden draagt bij aan het behoud van diversiteit in de Delta. Een opgave is het om de recreatieve gebruikswaarde van de eilanden te vergroten in combinatie met een gebiedsspecifieke, in de omgeving passende inrichting. Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden dienen bij te dragen aan het versterken van het stoere deltakarakter en passen bij de maat en schaal van dijk en open wateren. Ontwikkelingen worden benaderd in het licht van het eiland als geheel, waarbij bijvoorbeeld in Voorne-Putten en Hoeksche Waard een duidelijk verschil zit tussen de ‘dynamische’ noordrand en het ‘luwe’ zuiden.
Ondergrond: Rivierdeltacomplex Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Ondergrond: Jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen.
44
Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoetzoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden.
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hollandse Biesbosch, IJsselmonde, Voorne-Putten, Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee. Rivierklei en veen De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen in het rivierengebied houden het verschil tussen komgronden en oeverwallen herkenbaar.
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hollandse Plassen, Wijk en Wouden, Gouwe Wiericke, Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas. Zeekleipolderlandschap Zeekleipolders Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders.
45
Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en
-
de deltawateren. Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke
-
structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.
· In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hollandse Biesbosch, IJsselmonde, Voorne-Putten, Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee. Zeekleipolders met veenkern Temidden van de zeekleipolders liggen ingedijkte ‘restanten’ van het oude veenlandschap. Kenmerkend zijn het kleinschalig dijkenpatroon en de relatief onregelmatige verkaveling. Dit zijn veelal de eerste bedijkte polders van de (noordelijke) eilanden. Veenrestanten bepalen het beeld Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Ontwikkelingen dragen bij aan het herkenbaar houden van het kleinschalige dijkenpatroon en de relatief onregelmatige verkaveling.
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Hoeksche Waard, Voorne-Putten. Buitendijks natuurlandschap Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Waar mogelijk kan de recreatieve toegankelijkheid van deze gebieden vergroot worden. Versterken van het contrast in de mate van natuurlijkheid tussen binnen- en Buitendijks gebied. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Behoud of vergroten van ruimte voor dynamische natuurlijke processen, waterstanden en zoetzoutovergangen.
Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen dragen bij aan het behouden of versterken van het contrast in natuurlijkheid tussen binnen en buitendijks gebied.
46
In de volgende gebiedsprofielen zijn de specifieke kwaliteiten van dit landschap benoemd en uitgewerkt in ambities: Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, Krimpenerwaard, Alblasserwaard, Hollandse Biesbosch, IJsselmonde, Voorne-Putten, Hoeksche Waard, Goeree-Overflakkee.
4. Stedelijke landschappen In dit landschap bestaat de klassieke tegenstelling tussen stad en ommeland niet meer. Woon- en werkbebouwing, parken, routes, randen, recreatiegebieden, weidegronden, natuur en wegen mengen zich in dit landschap met elkaar. De ruimte is hier gering, alles zit dicht bij elkaar en is van invloed op elkaar. Dat maakt de opgave voor de ruimtelijke kwaliteit alleen maar groter en spannender. Alles wat ontwikkeld wordt, dient in goede samenhang ontwikkeld te worden. Bij de huidige woningbouwopgave gaat het niet alleen om de woningbouw maar om ‘verstedelijking’ en dus evenzeer om de leefomgeving, het groen, het landschap en de klimaatadaptatie. Er is in Nederland geen provincie zo verstedelijkt als Zuid-Holland. Aard en karakter van de ZuidHollandse binnensteden zijn in eerste instantie bepaald door het onderliggende landschapstype waarop zij gelegen zijn. Het stedelijk gebied is als apart landschap opgenomen omdat het een eigen herkenbaar karakter heeft ontwikkeld met een duidelijk andere identiteit dan de buitengebied en medebepalend is voor de beleving en kwaliteit van Zuid-Holland. Stedelijk gebied Binnen het stedelijk gebied vallen: • De grotere stedelijke agglomeraties met aansluitend stedelijke bebouwing met meer dan 30.000 inwoners:
o
De Haagse, bestaande uit Den Haag, Delft, Delfgauw, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wateringen en Nootdorp. Rotterdamse, bestaande uit Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis,
o
Spijkenisse, Hoogvliet, Ridderkerk, Barendrecht, Krimpen aan den IJssel, Nieuwerkerk aan den IJssel en Capelle aan den IJssel. Leidse, bestaande uit Leiden, Katwijk, Oegstgeest, Leiderdorp, Zoeterwoude-
o
o •
Rijndijk en Voorschoten. Dordtse, bestaande uit Dordrecht, Zwijndrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Hardinxveld-Giessendam, Alblasserdam.
De grotere kernen in de provincie: o Alphen aan de Rijn o Zoetermeer o o o
Gouda, Waddinxveen Gorinchem Berkel en Rodenrijs
o o
Maassluis Hellevoetsluis
Richtpunten ruimtelijke kwaliteit Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: Algemene richtpunten
47
-
-
De meeste verstedelijkte landschappen zijn niet meer kenmerkend door het onderliggende landschapstype, maar door de tijdsgeest waarin de stedenbouwkundige structuur ontworpen is. Onderliggende landschapskenmerken en cultuurhistorische elementen en - lijnen in het stedelijk weefsel maken de steden uniek en ‘leesbaar’. Zij helpen bij de oriëntatie.
-
Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Het bundelen van economische kansen rondom toplocaties en tegelijkertijd het beter
-
benutten van bestaande werklocaties voor een divers portfolio aan werk- en woonmilieus met oog op functiemenging en ruimte voor bedrijvigheid in de stad. Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het tegengaan van bodemdaling
-
Specifieke richtpunten Verstedelijking (relatie met beleidskeuze verstedelijking) Verstedelijking vindt vooral binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) en binnen invloedsgebied van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) plaats.
-
Aandacht voor een koppeling met het Landschapspark versterkt het groene netwerk van Zuid-Holland waardoor de leefkwaliteit van bewoners en werknemers wordt verbeterd. Naoorlogse wijken nabij HOV-knopen bieden kansen voor verstedelijking en
-
herstructurering. Deze wijken hebben vaak nog veel potentie, zien verschillende opgaven op zich afkomen en kunnen een kwaliteitsimpuls gebruiken. De provincie stuurt daarom op meer ruimte voor betaalbare bedrijfsruimte in
-
woningbouwplannen en omgekeerd op meer woningbouw boven bedrijven in monofunctionele bedrijventerreinen. Hiermee wordt nabijheid van wonen, werken en voorzieningen gecreëerd. Dit draagt bij aan de opgave om gezondheid, veiligheid en -
ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De provincie stuurt op binnenstedelijke verdichting van de naoorlogse wijken in overleg met gemeenten, corporaties en andere partijen. Kansen voor wonen, werken en voorzieningen worden bekeken in samenhang met bereikbaarheid, het verbeteren van de leefomgeving en de ruimtelijke kwaliteit, sociale achterstanden en duurzaamheid. Door te sturen op de synergie tussen de verschillende deelopgaven kan verstedelijking een
-
integrale kwaliteitsverbetering bereiken die in deze wijken nodig is. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving.
Groenblauwe stedelijke structuur (relatie met beleidskeuze groenblauwe stedelijke structuur) Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de stedelijke groenblauwe structuur. Daarbij gaat het ook om de recreatieve kwaliteit en de bijdrage aan klimaatbestendigheid en de biodiversiteit. -
Goede groene verbindingen vanuit de haarvaten van het stedelijk gebied met het buitengebied, conform de visie van het Landschapspark Zuidvleugel, zijn essentieel voor de relatie van het stedelijk gebied met het buitengebied. Dergelijke verbindingen bieden bovendien de basis voor recreatieve verbindingen en voor woon- werkverkeer.
48
Hoogstedelijk gebied (relatie met beleidskeuze verstedelijking) Hoogstedelijk gebied kenmerkt zich door een hoge mate van ‘verstening’ en hoogbouw. Opgave hier is het aantrekkelijk en leefbaar houden van de leefomgeving. Ook klimaatadaptatie vraagt om de nodige aanpassingen om extreme neerslag op te vangen en hittestress te voorkomen. Voldoende groen in deze gebieden zorgt niet alleen voor verkoeling, maar ook voor wateropvang, de productie van zuurstof en de zuivering van lucht. De huidige verstedelijkingsopgave zal zorgen voor (nog) meer verdichting in het stedelijk landschap, dit maakt de noodzaak voor combinatie met klimaatadaptatie en
-
leefbaarheid, waaronder groen nog groter. Er is een relatie met ruimtelijke kwaliteit die niet conflicterend is maar juist ondersteunend. Ontwikkelingen in stationsgebieden dragen bij aan de versterking van de (hoog)stedelijke kwaliteit ter plaatse.
Cultuurhistorie (relatie met beleidskeuze Beleven en benutten van erfgoed) -
-
Historische binnensteden hebben een grote cultuur historische waarde met vaak hoge ruimtelijke kwaliteit. Veel van deze binnensteden zijn al vanuit het rijk en vanuit de gemeenten beschermd als beschermd stads-en dorpsgezicht. Ook voor de provincie zijn dit belangrijke delen van het stedelijk gebied. We onderschrijven de bescherming ervan door rijk en gemeenten. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd.
Stads- en dorpsranden De stads- en dorpsranden van de provincie zijn plekken met bijzondere potentie voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het zijn overgangsplekken waar de contrasten tussen de verschillende landschappen goed beleefd kunnen worden. In deze gebieden is nadrukkelijk aandacht nodig voor de doorgaande landschappelijke structuren, de recreatieve verbindingen tussen stad en land en het ontwerp en de inrichting van de
-
stads- en dorpsrand zelf. Ontwikkelingen in deze randen vragen daarom om extra aandacht voor een zorgvuldige inpassing en een optimale ruimtelijke kwaliteit. De provincie hecht grote waarde aan het open houden van waardevolle landschappen. Uitbreidingen van steden en dorpen zijn alleen mogelijk indien deze ontwikkelingen bijdragen aan het verbeteren van de belevingswaarde, de gebruikswaarde en de toekomstwaarde van de stads- en dorpsrand. o
Belevingswaarde: ontwikkelingen dragen bij aan een optimale belevingswaarde van de bebouwde kom vanuit het landelijke gebied én een optimale belevingswaarde van het landelijk gebied vanuit de bebouwde kom.
o
Gebruikswaarde: Uitbreidingen van dorpen en steden met meer dan 12 woningen in de stads- en dorpsrand, dragen bij aan het verbeteren van de gebruikswaarde van de rand. De provincie streeft ernaar om de randen zoveel mogelijk openbaar
o
toegankelijk te maken en paden en recreatieve routes tussen de bebouwde kom en het landschap te versterken. Toekomstwaarde: bij ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de toekomstwaarde van de plek in brede zin. Een ontwikkeling draagt bij aan brede opgaven zoals het versterken van de groenblauwe structuur, de biodiversiteit, klimaatadaptatie, het bieden van maatschappelijke meerwaarde en het vergroten van de sociale betekenis van de stads- of dorpsrand.
49
Bedrijventerreinen (relatie met beleidskeuze Concurrerende en toekomstbestendige bedrijventerreinen) -
Ontwikkelingen op en rond natte bedrijventerreinen sluiten aan bij het industriële en logistieke land-waterkarakter en dragen bij aan een gepaste overgang tussen terrein en omgeving
Glaslandschap Oostland en Westland. Glastuinbouwgebieden met de bijbehorende kernen • Westland, bestaande uit Naaldwijk, Honselersdijk, ’s Gravenzande, Monster, Poeldijk, •
Maasdijk, Heenweg, Kwintsheul, De Lier en Ter Heijde Oostland, bestaande uit Bleiswijk, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Pijnacker,
Richtpunten ruimtelijke kwaliteit Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: -
Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).
Zeehavenlandschap Groot industrieel complex aan de zuidzijde van de Nieuwe Waterweg en de noordzijde van het Hartelkanaal/ A15, van de Waalhaven tot Maasvlakte II •
Met daarin de kernen Heijplaat, Pernis en Rozenburg
Richtpunten ruimtelijke kwaliteit Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen in en rond de mainport sluiten aan bij het grootschalig industriële en
-
logistieke havenkarakter. Het Rotterdamse havengebied verandert van een klassieke haveneconomie naar een kennisintensief complex gebaseerd op (informatie)technologie, hernieuwbare grondstoffen
-
en innovatieve diensten. Laat die transitie de ruimtelijke kwaliteit versterken. De energietransitie zal het gebruik en aanzicht van het Rotterdamse havengebied veranderen. Laat die transitie de ruimtelijke kwaliteit versterken.
5. Landschappelijke structuurdragers Linten Linten vormen een belangrijk onderdeel van het Zuid-Hollandse landschap. De meeste linten hebben een belangrijke cultuurhistorische betekenis en worden vaak gebruikt als recreatieve route. Ontwikkelingen langs de linten dienen daarom zeer zorgvuldig ingepast te worden. 50
Definitie: Linten worden gevormd door lineaire, deels aaneengesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken en hebben een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
-
-
Behouden van de doorzichten vanaf de dijk op het achterliggende landschap. Kleinschalige nieuwe ontwikkelingen langs linten zijn mogelijk indien er sprake is van de functieverandering van de bebouwing van een perceel, bijvoorbeeld van een agrarische functie naar een woonfunctie (voorheen ‘ruimte voor ruimte’ genoemd). Linten behouden hun lineaire karakter. Individuele ontwikkelingen door de tijd heen horen bij linten. Inpassen van nieuwe bebouwing op een onbebouwd perceel, kan in een lint, met vrij staande bebouwing met behoud van doorzichten naar het achterliggende landschap. Het bestaande slotenpatroon behouden.
Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: -
Karakter: ontwikkelingen dienen te passen in het karakter van het lint. Dit betekent dat de ontwikkeling aansluit op het profiel van het lint, de maat en schaal van de bebouwing aan het lint en de inpassing van de percelen in het landschap.
-
Grootschalige ontwikkelingen: bij de uitbreiding van steden of dorpen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht.
Water en dijken Water bepaalt in hoge mate de landschappelijke identiteit van Zuid-Holland, dat voor het grootste deel beneden N.A.P. gelegen is. Het beleefbaar en toegankelijk maken van dit water vergroot dan ook de recreatieve gebruikswaarde en het vestigingsklimaat van de gehele provincie. Een terugkerend element in alle landschapstypen zijn dijken. In dit laaggelegen deel van Nederland zijn zij van essentieel belang voor onze veiligheid. De dijken manifesteren zich duidelijk in het landschap van Zuid-Holland, per landschapstype echter vaak net weer even anders. Zo zien we langs de kust vooral duinen, terwijl we elders vooral dijken of kaden zien en langs de grote rivieren zijn die dijken hoger en breder dan de kaden die we langs de weteringen in het veenweidegebied zien. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Met het volgende richtpunt wordt rekening gehouden -
Het is voor de provinciale landschapsstructuur en ruimtelijke kwaliteit belangrijk dat bij herstructurering of nieuwe ontwikkelingen rekening wordt gehouden met ‘het ruimtelijk perspectief dijken’: Bij een dijkversterkingsopgave is de waterveiligheidsfunctie van de dijk uitgangspunt, maar er moet altijd breder gekeken worden naar andere opgaven en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.
51
Zeearmen Richtpunten ruimtelijke kwaliteit Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: -
-
Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Ontwikkelingen houden rekening met hun invloed op het watersysteem als geheel en dragen bij aan een duurzame en zo eenvoudig mogelijke werking van dit systeem. Ontwikkelingen dragen bij aan het verbeteren van de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het oppervlaktewater. Ontwikkelingen versterken de samenhang en continuïteit in het watersysteem als dragende ecologische en recreatieve structuur van Zuid-Holland. Ruimte voor natuurlijke dynamiek is hierbij een uitgangspunt.
Infrastructuur De provincie werkt aan duurzame en toekomstbestendige infrastructuur ten behoeve van bereikbaarheid en veiligheid. Daarnaast dragen we bij aan het behalen van andere maatschappelijke opgaven en doelstellingen. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Buiten het stedelijk gebied worden rijks- en provinciale -wegen niet als verstedelijkingsas benut.
-
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen die een relatie met de weg hebben concentreren zich bij de op –en afritten van de weg. Nieuwe infrastructuur wordt aangelegd als een logische verbinding van A naar B die
-
bijdraagt aan het leesbaar houden van de landschapskarakteristieken. Daar waar een weg tegelijkertijd de rand van bebouwing vormt, is extra aandacht vereist voor de kwaliteit van de stads- of dorpsrand, waaronder doorgaande verbindingen tussen stad en ommeland.
Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: -
Bij nieuwe provinciale wegen beweegt de weg waar mogelijk mee met de hoofdrichting van het landschap.
-
Nieuwe of aan te passen infrastructuur wordt altijd beschouwd als een integrale gebiedsopgave inclusief inpassingsvraagstukken. Hieronder wordt naast ligging in het landschap ook verstaan; zorgvuldig omgaan met doorlopende landschappelijke structuren, logische oplossingen voor doorgaande ecologische en recreatieve verbindingen en behoud van gebruiks- en belevingswaarde van het omliggend gebied en logische verbinding met aansluitende infrastructuur.
-
Een visuele relatie tussen weg en omgeving is gewenst. Waar wegen landschappelijke hoofdstructuren kruisen, dient de landschappelijke lijn als afzonderlijke structuur zichtbaar 52
en herkenbaar te blijven. Deze ‘contactpunten’ (bijvoorbeeld tunnels, viaducten, aquaducten) worden met zorg ontworpen en de ruimtelijke kwaliteit wordt onderbouwd in -
de beeldkwaliteitsparagraaf. Ontwikkelingen in stad en land houden rekening met het zicht vanuit de trein op de omgeving.
-
Voorkomen van (nieuwe) obstakels en omwegen in het recreatief netwerk. Handreiking infrastructuur
6. Identiteitsdragers Identiteitsdragers zijn de bijzondere plekken die de wordingsgeschiedenis van Zuid-Holland vertellen. Hiertoe worden in elk geval de kroonjuwelen cultureel erfgoed gerekend. Daarnaast omvat deze categorie de historische landgoederen en kastelen, de historische molens en vaarwegen, de Neder-Germaanse Limes en uit de meer recente historie de Atlantikwall en de Deltawerken . Voor alle identiteitsdragers is instandhouding en versterking van de beleefbaarheid van belang. Daarbij is aandacht gewenst voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de gebieden. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit Met de volgende richtpunten wordt rekening gehouden: -
Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van de uitzonderlijke kwaliteit van de identiteitsdrager.
-
Ontwikkelingen dragen bij aan het leesbaar houden van het verhaal dat de identiteitsdragers als oriëntatiepunten in tijd en ruimte vertellen.
-
Kroonjuwelen cultureel erfgoed Het is voor de provinciale landschapsstructuur en ruimtelijke kwaliteit belangrijk dat bij herstructurering of nieuwe ontwikkelingen de hieronder genoemde richtpunten in acht worden genomen: Kroonjuweel Landgoed Keukenhof en omgeving Dit kroonjuweel omvat naast het Landgoed Keukenhof ook een deel van het zanderijlandschap aan de noord- en oostkant en de Lageveense Polder (nog grotendeels ingericht met hakhout en weiland). Kernkwaliteiten zijn het landgoed de Keukenhof op de overgang van hogere oude duinen naar de lager gelegen strandvlakte. Verschillende ontginningsfasen zijn in dit ensemble te herkennen: boslandschap van een landgoed, zanderijenlandschap en strandvlakten met weilanden. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Bewaren/versterken van de afleesbaarheid van het landschap en behouden/versterken van het landgoedcomplex met landhuis, bijgebouwen, tuin, parkaanleg, blikveld en zichtlijnen.
Kroonjuweel Aarlanderveen en molenviergang 53
Het gebied van de molenviergang Aarlanderveen is een karakteristiek voorbeeld van een lintdorp op oude bovenlanden, omgeven door droogmakerijen. Het hoogteverschil hiertussen is markant: op sommige plekken ligt de polder meer dan vijf meter beneden NAP. Het cultuurhistorisch waardevolle lintdorp Aarlanderveen, een oorspronkelijk in het midden van het veengebied aangelegde ontginningsas, bleef gespaard toen het omringende veen werd vergraven. Onderdeel van de ruimtelijke eenheid is de molenviergang die de droogmakerij bemaalt. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Waarborgen van de herkenbaarheid en samenhang van de open droogmakerijen, dijken,
-
bebouwingslint Aarlanderveen, molenviergang en omgeving Behouden/versterken van het contrast tussen bovenland en droogmakerijen.
Kroonjuweel Oude Hollandse Waterlinie / Wierickeschans Ter hoogte van de Wierickerschans is de Oude Hollands Waterlinie nog goed herkenbaar als ruimtelijke eenheid. Karakteristiek zijn de waterlopen van de Enkele en Dubbele Wiericke en hun kades, als prominente noord-zuid lopende lijnen in het landschap met daartussen de 17e eeuwse inundatiezone. De historische gelaagdheid is groot: de verkaveling is middeleeuws, de vaarten zijn gegraven in de veertiende eeuw en de verdedigingswerken van weer later datum. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
-
Behouden/versterken van de herkenbaarheid en samenhang tussen alle onderdelen binnen de Oude Hollandse Waterlinie (boezemvaarten met kades, bebouwingslint Langeweide, verkavelingspatroon, Fort Wierickerschans, Oukoopse wipmolen). Openhouden van de inundatiezone tussen de beide Wierickes.
Kroonjuweel Middengebied Krimpenerwaard Het middengebied van de Krimpenerwaard wordt begrensd door landscheidingskaden, vaarten en vlieten. De oude opstrekkende verkaveling en het watersysteem zijn nog grotendeels intact en bepalend voor het regelmatige en de oost-west georiënteerde nederzettingsstructuur. Erfbeplanting, rijen knotwilgen en het opgaand groen van kades en eendenkooien en geriefbosjes zijn accenten in het vlakke en waterrijke veenweidelandschap. De lange bebouwingslinten zijn rijk aan historische boerderijen en hebben door de vele open ruimtes tussen de bebouwing een sterke relatie met het landschap. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Herkenbaar houden en versterken van de kwaliteiten (ontginningspatroon met verkaveling, waterlopen, kades, monumentale boerderijlinten, beplanting, profiel van wegen en waterlopen), alsook hun onderlinge samenhang.
Kroonjuweel en werelderfgoed Kinderdijk De molens, boezems en gemalen van Kinderdijk zijn van grote betekenis als historischwaterstaatkundig ensemble en als Hollands cultuurlandschap bij uitstek. Het ensemble van 19 molens, twee lage boezems en twee hoge boezems vormen een icoon van het vernuft van 54
het Nederlandse waterbeheer door de eeuwen heen. Kernkwaliteiten van dit werelderfgoedcomplex Kinderdijk zijn naast de molens en boezems ook de zichtlijnen van en naar het complex Kinderdijk. Door een verbinding te leggen tussen historisch en hedendaags waterbeheer wordt de kwaliteit van het complex versterkt. Het watersysteem wordt zichtbaar en begrijpelijk gemaakt voor bezoekers van dit bijzondere erfgoed. Het panorama reikt in oostelijke richting langs de waterlopen. De donk van Schoonenburg wordt hier ook toe gerekend. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Behouden en versterken van de kwaliteiten van werelderfgoedcomplex Kinderdijk door het
-
in stand houden van de samenhang tussen alle onderdelen van dit ensemble en het bewaren van de openheid van het gebied en omgeving. Behouden en versterken van de zichtlijnen van en naar het complex Kinderdijk.
Kroonjuweel en werelderfgoed Nieuwe Hollandse Waterlinie / Diefdijk De Nieuwe Hollandse Waterlinie strekt zich uit over de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht.Het is een oude verdedigingslinie, zodanig ontworpen en aangelegd dat water gebruikt kon worden als afweermiddel bij vijandelijke invallen. Deze verdedigingslinie functioneerde van 1815 tot 1963 en bestaat uit de volgende samenhangende onderdelen en kernkwaliteiten: inundatiegebieden en verdedigingswerken (forten, batterijen, lunetten, kazematten en groepsschuilplaatsen) in samenhang met hun omgeving, voormalige schootsvelden en verboden kringen rondom de forten, diverse waterwerken (zoals sluizen, en dijken, in het bijzonder de Diefdijk) en overige elementen als beschutte wegen, loopgraven en tankgrachten. Binnen ZuidHolland bestaat deze linie met name uit de Diefdijk. Kenmerkend zijn de dijkwielen en forten met schootsvelden. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Behouden en versterken van de kwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie met aandacht voor de samenhang van alle onderdelen van dit ensemble.
-
Bewaren van het open zicht van de polders grenzend aan de Diefdijk. Herkenbaar houden van het profiel van de Diefdijk als historische dijk.
Kroonjuweel Schurvelingen Goeree Het schurvelingenlandschap ligt ten westen en noorden van Ouddorp. Het is gevormd in de middeleeuwen door het uitgraven en ontginnen van het oorspronkelijke duinlandschap. Hierdoor ontstonden akkertjes (haaymeten), omgeven door zandwallen(schurvelingen). In veel gevallen zijn de schurvelingen in de 19e en 20e eeuw opgehoogd toen de tussengelegen akkers werden uitgegraven voor een beter grondwaterpeil. De nieuwere zandwallen zijn 2 tot 4 meter hoog en begroeid met houtachtige elementen zoals eik, iep en brem. De hoogte van de beplante wallen in verhouding tot de afmetingen van de kleinschalige open akkers maken van de akkers een soort kamers. Het schurvelingenlandschap is sterk verweven met de lintenstructuur rondom Ouddorp. Het huidige gebruik van de kleinschalige kavels is afwisselend (agrarisch, wonen, tuinen etc.). Uitbouwen /versterken van het schurvelingenpatroon kan als basis dienen voor nieuwe ontwikkelingen. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit 55
De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Behoud en versterking van het afwisselende en kleinschalige karakter van het landschap door behouden en herstellen van de wallen (met begroeiing) en herkenbaar houden van de open en groene kamers
-
Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen de kleinschalige structuur van het landschap
Kroonjuweel Polder de Biesbosch Polder de Biesbosch is een fraai voorbeeld van een recente, planmatig aangelegde zeekleipolder (1926) met een hoge interne samenhang en ontwerpkwaliteit. De polder wordt begrensd door hoge dijken. Opvallende elementen zijn de rijen populieren en essen langs wegen en dijken. De boerderijen zijn gegroepeerd op de hoeken van een kruispunt centraal in de polder. Uit de periode vóór de inpoldering is nog een aantal restanten van getijdengeulen zichtbaar. Het zijn markante grillige lijnen in het verder rationeel verkavelde polderland. Langs de Merwededijk liggen kazematten van de voormalige verdedigingslinie uit de Tweede wereldoorlog langs het Hollands Diep. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Behouden van de herkenbaarheid en samenhang van de kwaliteiten: open zeekleipolder met gegroepeerde boerderijbebouwing, begrenzing door hoge polderdijk, contrast tussen rationele polderverkaveling en kronkelige getijdengeulen.
Kroonjuweel Kagerplassen en omgeving De bijzondere waarde van dit kroonjuweel ligt in de samenhang tussen natuurlijke veenmeren, het unieke patroon van onregelmatig verkavelde veenweidepolders en een groot aantal molens. In tegenstelling tot andere veenweidegebieden in Zuid-Holland zijn de kavels niet lang en smal, maar blokvormig. Dit duidt op een ontginning uit de vroege middeleeuwen, waarmee dit gebied de oudste veenontginning in het Groene Hart zou zijn. De vele brede poldersloten en bekade boezemwateren herinneren aan de problemen die men hier gehad heeft met de afwatering. Datzelfde blijkt uit het grote aantal - vaak nog functionerende – molens van verschillende typen dat men hier bijeen vindt. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen:
-
Behouden en versterken van de kwaliteiten en de samenhang hiertussen (veenmeren, onregelmatig verkavelde veenweidepolders, waterlopen, kades en molens). Instandhouden van de markante hoogteverschillen tussen de veenstromen en het
-
ingeklonken veenweidegebied. In standhouden van de gave vroeg-middeleeuwse blokvormige verkaveling.
-
Kroonjuweel Landgoederenzone Wassenaar-Den Haag Dit ensemble is opgebouwd uit enerzijds een groot aantal landgoederen met de groene uitlopers hiervan in de stad (o.a. het Haagse Bos), gelegen op oude en al vroeg bewoonde strandwallen. Anderzijds behoren ook enkele gave open polders in de lagere strandvlakten hiertoe (o.a. de Veenzijdse en Duivenvoordse Polder). Dit veenachtige gebied werd in de middeleeuwen in cultuur 56
gebracht. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Behouden en versterken van de kernkwaliteiten én samenhang hiertussen: de landgoederen metparkaanleg, de zichtlijnen tussen en langs de landgoederen, de open plekken ertussen (weilanden).
-
In stand houden van het contrast tussen het besloten, boomrijke karakter van de strandwallen en de open veenweidepolders van de strandvlakten. Behouden en versterken van de oostwest oriëntatie van het strandwallen- en
-
strandvlaktenlandschap, die versterkt wordt door de loop van de wateringen en het wegenpatroon. Herkenbaar houden van de markante ligging van boerderijen (tussen de Veenwatering en de Rijksstraatweg) op de overgang van de droge strandwal naar de vochtige strandvlakten.
Kroonjuweel Weipoort Weipoort is een monumentaal bebouwingslint met een zeldzame tweevoudige ontginningsas. Naast de dubbele bebouwingsstrook langs de weg ligt een ijl boerderijlint tussen de weg en de Weipoortse Vliet. Het lint loopt dood in het zuiden. Het lint van Weipoort is ontstaan op de net iets hogere gronden van een oude kreekrug. De Weipoortse Vliet is een gekanaliseerde veenstroom van waaruit omliggende polders zijn ontgonnen. Het beeld van het lint wordt bepaald door het grillige verloop van de kades en boezemwater dat ter hoogte van de weg ligt, en daarvan wordt afgeschermd door lage tuimelkades, hakhouteilandjes, cultuurhistorische bebouwing en bruggetjes over het water. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
-
Behouden en versterken van de kwaliteiten én samenhang hiertussen: het karakteristieke ‘drievoudige’ lint met zijn bijzondere profiel van wegen en waterlopen, de monumentale bebouwing en bruggen, de doorzichten naar het open achterland. Behouden en versterken van de kernkwaliteiten én samenhang hiertussen: smalle profiel en opbouwvan het historische lint met wegsloten en beplanting, de monumentale bebouwing, open ruimten hiertussen en doorzichten naar het achterland
Kroonjuweel Meije Boerderijlint langs gelijknamig veenriviertje. Kenmerkend historisch beeld van ijle lintbebouwing met monumentale boerderijen en arbeiderswoningen. Gaaf dwarsprofiel van onverbrede weg, wegsloten en beplanting. Door ontbreken van achterliggende bebouwing is sprake van sterke relatie met het omringend gebied. Bijzonder markant element is de watertoren. Vanuit dit landmark loopt een kerkepad van de Meije naar Nieuwkoop door de Nieuwkoopse Plassen. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen:
57
-
Behouden en versterken van de kernkwaliteiten én samenhang hiertussen: smalle profiel en opbouw van het historische lint met wegsloten en beplanting, de monumentale bebouwing, open ruimten hiertussen en doorzichten naar het achterland.
Kroonjuweel Kerngebied Midden-Delfland Dit kroonjuweel bestaat uit verschillende elementen (polders, boerderijlinten en, boezemgebied) die door hun gaafheid/herkenbaarheid en cultuurhistorische samenhang de historische opbouw van Midden-Delfland inzichtelijk maken. De Duifpolder is een gave poldereenheid ten zuidwesten van Schipluiden. Zowel de begrenzing, situering van boerderijen, verkaveling en waterlopen zijn sinds de ontginningsperiode vrijwel onveranderd gebleven. Het gebied rond Negenhuizen en Zouteveen bestaat grotendeels uit veenweide met enkele glooiende kreekruggen met daarop oude boerderijen. De Vlietlanden vormen het historisch afwateringssysteem van Delfland op de Maas. Dit afwateringscomplex bestaat uit drie brede weteringen met daarbinnen boezemland. Het boezemland met rietbegroeiing en nat grasland, is omstreeks de twaalfde eeuw ontgonnen en lang gebruikt als hooiland. Omdat het daarna nooit door inpoldering is ontwaterd ligt het gebied hoger dan het omringende land. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Behouden en versterken van de kernkwaliteiten én samenhang hiertussen: open polders met historische kavelstructuur, wegen, kaden en waterlopen, boerderijlinten op kreekruggen, afwateringsstelsel van de Vlietlanden.
Historische landgoederen en kastelen Zuid-Holland kent een groot aantal historische landgoederen, buitenplaatsen, kastelen en kasteelruïnes. Deze vormen een kenmerkende combinatie van cultuurhistorie, natuur en landschap. Kenmerken en waarden van deze bijzondere plekken zijn: • De (historische) buitenplaats, bestaande uit hoofdhuis met bijgebouwen en het bij behorende park of tuin, of het kasteel of kasteelterrein in de vorm van ruïne, muurrestanten, één of meer bijgebouwen, omgracht terrein, alsmede de functionele en visuele relaties tussen de verschillende onderdelen; • •
De basisstructuur waaraan het landgoed of kasteel(locatie) is gekoppeld: een weg, waterloop en/of zichtlijnen. Het blikveld: de vrije ruimte die nodig is om de historische buitenplaats of het kasteel in het landschap te herkennen.
Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Ontwikkelingen zijn gericht op verbetering en versterking van de kenmerken en waarden van het landgoed/ kasteel en het behouden of versterken van de relatie van het landgoed met zijn omgeving.
Historische molens Historische molens zijn markante monumenten en blikvangers in het landschap, zowel in het stedelijk als het landelijk gebied. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit 58
Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Behouden en versterken van monumentale windmolens in hun omgeving als ensemblewaarde.
Historische vaarwegen De historische vaarwegen hebben de uitstraling van regionale landschappelijke dragers door eenheid en samenhang in de inrichting van de oevers en begeleidende beplanting en door de vormgeving van kruisende infrastructuur. Er is aandacht nodig voor zicht op en vanaf het water. Als ontwikkelingen plaatsvinden aan kanalen en vaarten buiten het stedelijk gebied, dan dragen deze bij aan versterking van hun rustige en voorname karakter, behoud en versterking van erfgoed als identiteitsdragers en herstel van continuïteit (ook aanliggend landschap) waar nodig. De oevers van rivieren, vaarten, kanalen en plassen zijn waar mogelijk openbaar toegankelijk. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Om oevers en water openbaar toegankelijk en beleefbaar te houden is er geen ruimte voor verdere verdichting en privatisering van de oevers, direct grenzend aan het water. Ontwikkelingen aan kanalen en vaarten buiten het stedelijk gebied dragen bij aan de versterking van het karakter van de kanalen en vaarten.
Neder-Germaanse Limes De Limes is de aanduiding van de noordgrens van het voormalige Romeinse rijk, die zich in Europa uitstrekt van de Balkan tot in Engeland. In Nederland vormt de Rijn de noordgrens. In ZuidHolland wordt de Limes gevormd door een zone langs de Oude Rijn, van de grens van ZuidHolland met Utrecht tot aan de kust bij Katwijk, en door een zone langs het Rijn-Schiekanaal, vanaf Leiden naar Voorburg. De kernwaarden betreffen: verspreide, losse militaire complexen en infrastructuur (forten, wachttorens, militaire kampementen, havens, scheepswrakken en aanlegplaatsen); steden, grafvelden en (water)infrastructuur die redelijkerwijs behoren tot de militaire centra; verbindende structurerende elementen als de rivier (gereconstrueerde bedding van Beneden-, Kromme en Oude Rijn in de Romeinse tijd), de Limesweg en enkele andere stukken infrastructuur als het Kanaal van Corbulo en de weg tussen Nijmegen en Rijn. De Limes kan gebruikt worden als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze zone, waar mogelijk door een koppeling te leggen met (nieuwe) recreatieve routes. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud en de herkenbaarheid van de Limes en de elementen die daar deel van uitmaken.
Atlantikwall Dit relict van de Duitse bezetting is onderdeel van een verdedigingslinie langs de Noordzeekust van Noorwegen tot Spanje. De Atlantikwall bestond uit kustbatterijen, versperringen (o.m. tankvallen,drakentanden, muren) en ondersteuningsbunkers. Deze relicten vormen een tastbaar onderdeel van de recente wereldgeschiedenis. Aandacht is gewenst voor de beleefbaarheid van de linie als geheel, voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid. 59
Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van de elementen van de Atlantikwall.
Deltawerken De Deltawerken zijn het resultaat van de grote waterstaatkundige ingrepen na de watersnoodramp van 1953. Ze beschermen het land tegen de zee en vormen de iconen van de recente waterstaatkundige geschiedenis van Zuidwest-Nederland. Ze vervullen tevens een belangrijke rol in de ontsluiting van de eilanden in de delta en zijn landschappelijk markant aanwezig en beleenbaar. Richtpunt ruimtelijke kwaliteit Het volgende richtpunt wordt in acht genomen: -
Ontwikkelingen op of nabij de Deltawerken dragen bij aan het beleefbaar houden van de robuuste waterstaatkundige identiteit van de Deltawerken.
7. Thema’s A
Energie
Duurzame vormen van energie-opwek en uitbreiding van elektriciteits-opslag en -distributie vragen om ruimte en nieuwe locaties. De nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van hun verschijningsvorm en de locatie, enige tot grote invloed op het landschap hebben. Het is een ontwerpopgave om een eigentijds ruimtelijk beeld met kwaliteit te genereren. Zonneveld
(relatie met beleidskeuze zonne-energie)
Een zonneveld is een bouwwerk voor energie-opwek dat bestaat uit een veldopstelling van stellages of een drijvende constructie met zonnepanelen met bijbehorende voorzieningen en een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk. Een zonneveld is uitgestrekt in oppervlakte en heeft een beperkte hoogte. De ruimtelijke impact betreft vooral de technische uitstraling en het niet-locatie gebonden karakter die niet vanzelf en niet altijd passen bij de gebiedskenmerken. Door de modulaire opbouw is de omvang en vorm flexibel en kan een zonneveld zich voegen naar de beschikbare ruimte binnen bestaande structuren in het landschap. Hiervoor is de Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid Holland (link opnemen) een hulpmiddel. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Een zonneveld wordt toegevoegd aan andere bestemmingen (meervoudig ruimtegebruik). Behoud van de schaarse open ruimte in de landschappen. Een zonneveld heeft een goedgekozen locatie in de ruimtelijke opbouw van een gebied;
-
nabij energiegebruik en een aansluiting op het netwerk. Een zonneveld voegt zich naar het kavelpatroon, de structuur en schaal van het landschap.
60
-
Een zonneveld heeft een bij de gebiedskenmerken passende overgang naar de omgeving.
-
Een zonneveld benut koppelkansen met andere opgaven, bijvoorbeeld versterken biodiversiteit, landschapselementen, klimaatadaptatie, recreatieve verbindingen. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt de ruimtelijke impact op de omgeving inzichtelijk.
-
Windturbinelocaties (relatie met beleidskeuze windenergie) Een windturbine is een mast met op de wind draaiende wieken, technische installatie en aansluiting op een elektriciteitsnetwerk. In verhouding is het grondvlak klein, de verschijning ijl met een forse hoogte, boven gebouwen en beplanting uit. Een windpark is een opstelling van minimaal drie grote windturbines; solitaire turbines zijn niet gewenst vanuit het oogpunt van de ruimtelijke kwaliteit. Door de autonome maat en schaal en de bewegende wieken hebben formaties van windturbines, ongeacht de ashoogte, een duidelijke ruimtelijke impact op een wijde omgeving. Ze kunnen als landmark grote landschappelijke en infrastructurele structuren accentueren. Een ruimtelijk onderzoek op verschillende schalen, waaronder de bovenregionale schaal naar de visuele effecten hoort bij de afweging en locatiekeuze. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
Mede door de grote omvang en ruimtelijke invloed van moderne grote windturbines is het van belang om deze geconcentreerd te plaatsen in daarvoor geschikte gebieden en versnippering over de hele provincie te voorkomen.
-
Een opstelling van windturbines is gekoppeld aan grote structuren en het type landschap is hierbij richtinggevend. In het noordelijke deel van de provincie, boven de Nieuwe Waterweg en de Lek staan
-
windparken langs grote, lange infrastructurele lijnen. In het midden van de provincie, langs de as Maasvlakte-Rotterdam-DrechtstedenMerwedezone, is concentratie van windenergie gewenst. Opstellingen sluiten aan bij
-
economische en logistieke dynamiek en stedelijke bebouwing. In het zuiden, op delen van de Zuid-Hollandse eilanden, is ruimte voor het creëren van windenergie. Grote lijnopstellingen staan op plekken waar het waait: waar water en land
-
elkaar ontmoeten, op dammen en dijken. Een enkelvoudige opstelling in een lijn van minimaal drie windturbines evenwijdig aan de scheidslijn of de infrastructuur, of een cluster van minimaal vier in samenhang.
-
-
Een beeldkwaliteitsplan geeft inzicht in de ruimtelijke impact op alle schaalniveaus. Windturbines met een ashoogte tot 45 meter kunnen binnen bestaand stads- en dorpsgebied, glastuinbouwgebied en bedrijventerreinen voor zover passend bij de lokale situatie. Windturbines met een ashoogte tot 15 meter kunnen overal, mits rekening gehouden met het omringende landschap en de cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten.
Bouwwerk voor elektriciteitsopslag en/of -distributie Voor de omvorming naar een duurzaam energiesysteem zijn er meer en grotere bouwwerken nodig voor opslag en/of distributie van elektriciteit (zoals transformatorstations en batterijen) op een logische locatie in het elektriciteitsnetwerk. Vanwege de technische verschijningsvorm sluit het bouwwerk vaak als vanzelf aan bij een industriële en infrastructurele omgeving. Bij andere
61
gebiedskenmerken is de opgave groter om het bouwwerk op vanzelfsprekende wijze te plaatsen in het landschap. Richtpunten ruimtelijke kwaliteit De volgende richtpunten worden in acht genomen: -
-
B
Bij de locatiekeuze wordt afgewogen hoe dit bouwwerk de gewenste ruimtelijke structuur in een gebied kan versterken, aangezien de nabijheid van een aansluitpunt op het elektriciteitsnetwerk aantrekkingskracht heeft voor energieverbruikers en -leveranciers. Met een beeldkwaliteitsparagraaf wordt de ruimtelijke impact inzichtelijk gemaakt en een passende verschijningsvorm en zorgvuldige landschappelijke inpassing aangetoond. Bijzonder Provinciaal Landschap