CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-03-04-verslag- commissie-samen-wonen.pdf

Commissie Samen leven RK 4 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag29.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ouderenadviseurs ondersteunen deze inwoner die helaas alleen achterblijft en de mogelijkheden bestaan om een cursus rouwverwerking te volgen, maar ook in contact te komen met gelijkgestemden, dus met andere inwoners waarbij dit gebeurd is. Dus daar is wel degelijk aanbod voor, maar is in beeld. Ten aanzien van de tweede vraag, mocht blijken uit een huisbezoek die gepleegd is voor 75-plus en er zijn signalen, dan zijn deze mensen en blijven deze mensen in beeld bij stichting Facet en ook daar zijn de ouderenadviseurs aan zet en kan er eens in de zoveel tijd een telefoontje gepleegd worden bij deze mensen om te vragen hoe het gaat. Dus het is inderdaad wel ondersteuning in die periode, maar na vijf jaar kan het natuurlijk ook weer anders zijn, kunnen mensen wederom deelnemen aan een huisbezoek en kunnen nog dieper op bepaalde vragen ingegaan worden. Maar monitoring is er wel degelijk. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, staat uw vraag nog, of is dat niet meer nodig voor nu? Voor nu niet. Mevrouw Kleiker, uw vragen daarmee beantwoord? Mevrouw Kleiker: Ja, dank u wel. De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van D66, mevrouw Fräser. Mevrouw Fräser: Dank u wel, voorzitter. Ik heb één vraag en het is een stapelende, of aanvullende vraag op de beantwoording die ik vanmiddag heb ontvangen. Hartelijk dank daarvoor overigens. Mijn vraag gaat over de wijk Bolnes.

We zien dat de bevolkingssamenstelling in relatie tot de sociale factoren, dat Bolnes daarin relatief zwak scoort. Ik heb daarover de vraag gesteld aan het college en volgens mij is dit al jaren het geval overigens, het is geen nieuwe ontwikkeling. Ik heb daarover de vraag gesteld of het college bereid is onderzoek te doen om toch die wijk op de een of andere manier op te krikken, of op welke manier we kunnen kijken of we iets extra’s kunnen doen voor de wijk Bolnes. Ik denk dat dat ook heel erg belangrijk is, want Bolnes is ook gewoon een heel belangrijke wijk in de gemeente Ridderkerk. Maar we hebben daar eigenlijk geen antwoord op gehad, vandaar dat ik de vraag nu opnieuw stel. Is de gemeente net als D66 van mening dat de wijk Bolnes het verdient om in te investeren en is het college bereid onderzoek te doen naar mogelijkheden om die verschillen die we nu zien tussen de wijken, en dan met name in Bolnes, om dat te verbeteren?

De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Voorzitter, het antwoord is iets genuanceerder. Ik kan zeggen: ja, dat doen we. Maar die ja geldt ook voor andere wijken waar hetzelfde aan de hand is. Er zijn in Ridderkerk een aantal wijken waar toch een bepaalde ontwikkeling aan de gang is. Ik noem ook West en Centrum, daar zijn vergelijkbare ontwikkelingen gaande, dus die zullen voor al die wijken worden opgepakt. Het is niet zo dat de ene wijk voorgaat op de andere, ze zijn allemaal even belangrijk. Mevrouw Fräser: Als ik daarop mag reageren, voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Fräser, ja, ja. Als u uw handje op had gestoken, had ik dat gezien. Maar nu begrijp ik het ook, dus gaat uw gang. Mevrouw Fräser: Nee, dat klopt ook en dat heb ik ook gezien in de cijfers dat er inderdaad ook andere wijken zijn die op punten relatief slecht scoren. Maar waar het hier om gaat is dat u ook ziet dat het in Bolnes op alle punten slechter gaat. Ze staan elke keer in het slechte rijtje en vandaar dat ik aangeef en vraag: kunt u daar extra aandacht aan besteden, omdat juist Bolnes op al die punten slechter scoort? En als het gaat om Oost, of West, of Centrum, dan zie je dat het niet op alle punten is, dus dat is het verschil. De voorzitter: Wethouder Franzen.

De heer Franzen: Voorzitter, wij hebben daar oog voor en ook als wij met pilots beginnen, dan kijken we ook naar Bolnes om te kijken of we daar een pilot kunnen doen, gelet op de ontwikkelingen die daar gaande zijn. Maar er is niet altijd een samenwerkingspartner beschikbaar. Soms proberen we het, bijvoorbeeld met de pilot voor de samenwerking huisarts/wijkteam. Die hebben we geprobeerd in Bolnes, maar is niet gelukt, maar in andere wijken wel. Maar we blijven proberen. De voorzitter: Ik meen uit uw reactie te zien dat uw vraag daarmee voor nu afdoende is beantwoord, mevrouw Fräser? Mevrouw Fräser: Het antwoord is helder, ja. De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van Leefbaar Ridderkerk, mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Voorzitter, ik heb er, als ik het goed bij heb gehouden, nog zes over. Voor nu zal ik die in twee keer stellen, dat is misschien wel handig? De voorzitter: Ja, twee keer drie is zes, dus dat is mooi, ja. Mevrouw Kayadoe: Ja, daarom, zover was ik ook al gekomen. Op pagina 19 van het beleidsstuk staat dat meer dan tot nu toe wordt gesignaleerd, ligt een licht verstandelijke beperking ten grondslag aan sommige problemen. Dan zijn wij nog benieuwd: over welke problemen hebben we het dan en wat voor soort beperking? Vraag twee, sociale factoren.

De wijken Oost en Bolnes grootste aantal mensen met een beperking, over wat voor soort beperking hebben we het dan? En de derde vraag: het VN-manifest ‘Iedereen doet mee’ is volgens mij in onze vorige raadsperiode al getekend, is die toegankelijkheid dan niet allang onderzocht en aangepakt? De voorzitter: Wethouder Franzen.

De heer Franzen: Voorzitter, ik probeer even mee te schrijven. Bij twee is het gelukt, bij de middelste niet, maar we gaan even kijken hoever we komen. Allereerst, wat betreft die problematiek. En ja, bij LVB is de manier van uiten soms iets anders, dat is een van de dingen die anders kan zijn. Doordat iemand zich minder goed kan uiten, krijgt die net de verkeerde hulp. Wij willen erop inzetten dat onze medewerkers die signalen eerder signaleren, zodat er meer met de klant meegedacht kan worden in die gevallen. Wat betreft het VNmanifest over die toegankelijkheid, is die dan nu al niet voldoende? Ja, Ridderkerk blijft veranderen, dus er moet ook blijvend aandacht zijn voor dat VN-manifest, dus ook bij nieuwe situaties moeten gewoon die eisen uit dat VN-manifest gevolgd worden. En via de voorzitter zou ik graag de tweede vraag herhaald zien worden. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, misschien wilt u de tweede vraag nog een keer stellen, en dan misschien gelijk de andere drie er achteraan? En dan even rekening te houden met het schrijftempo van de wethouder, dan zou dat mooi zijn. Mevrouw Kayadoe: Ik zal iets langzamer praten, voorzitter. Sociale factoren, de wijken Oost en Bolnes zouden het grootste aantal mensen met een beperking hebben. De vraag was: over wat voor soort beperking hebben we het dan? Dat was de herhaling van de vraag.

We blijven ook nog een beetje worstelen, ondanks de beantwoording over de vergrijzing, eens in de vijf jaar een huisbezoek afleggen vanaf 75 jaar en ouder. Worden daar ook naar innovatieve ideeën gekeken om dat toch te verkorten? Er zijn plaatsen in Nederland bekend waarbij de huisarts met de praktijkassistenten ingezet wordt om halfjaarlijks even te kijken hoe de toestand in de wereld is, want ik heb toevallig aan wat mensen in mijn kennissenkring die 75 jaar en ouder zijn, die worden dan gebeld en die hebben dan zoiets van: ja, wat moet ik daarmee? Dus dan kom je nog niet achter de voordeur, om het maar even zo te stellen. Dan, het CDA had een vraag gesteld over samen met onze inwoners bekijken welke vraag er ligt en welk probleem er moet worden opgelost. Thans is nu de werkwijze: welke mogelijkheden heb je recht op? Dus in plaats van wat heb je nodig, waar heb je recht op? De mensen die nu aankloppen en op sommige zaken geen recht op hebben, moeten die dan even wachten tot deze beleidsnota aangenomen worden en worden dan wel hun problemen opgelost, moeten wij dat zo zien? Dan als laatste vraag, gaat over schulden opkopen jongeren. Daar heeft de PvdA al jaren aandacht aan besteed, dus een compliment voor hun dat het nu eindelijk erin komt.

Maar onze vraag is nog even: gezien de huidige crisis, wordt er overwogen om dit breder te gaan trekken dan alleen jongeren? Ik hoop dat het over is gekomen, anders ga ik weer herhalen. De voorzitter: We gaan het zien. Wethouder Franzen. Of horen. De heer Franzen: Wat betreft de sociale factoren in die twee wijken kijk ik even mevrouw Laurs aan, wellicht kan zij daarop reageren. En wellicht kan ze ook meteen de vergrijzing … Sorry, de huisbezoeken eens in de vijf jaar meenemen. De voorzitter: Mevrouw Laurs. Mevrouw Laurs: Dank u wel, voorzitter. We moeten eventjes, we komen daar later op terug wat voor beperkingen het zijn. Ik heb eventjes meegekeken, maar die zijn niet uitgeschreven, dus die heb ik nu niet voorhanden, dus ik denk dat het goed is om daar later op terug te komen. De heer Franzen: Daar komen we dan schriftelijk op terug. Mevrouw Laurs: Ja, schriftelijk. En ten aanzien van de preventieve huisbezoeken zijn we aan het kijken of er andere mogelijkheden zijn om … Eventjes goed kijken, in het kader van preventie worden onze inwoners ook

geïnformeerd … Sorry hoor, over … Ik moet u het antwoord heel even schuldig blijven, mijn excuus, ik kom er even niet uit. Ik zoek het eventjes voor u op en ik kom er later op terug, want ik heb het antwoord wel. In principe ten aanzien van de huisbezoeken 75-plus zijn er geen innovatieve ideeën. Wel op andere manieren, maar daar kom ik zo eventjes op terug, daar geef ik zo antwoord op. De voorzitter: Wethouder Franzen, wellicht dat u de andere vragen kan doen. De heer Franzen: Ja, de andere, de laatste twee. Inderdaad, met deze nota willen we in ieder geval uitspreken dat we integraal naar de problemen van mensen gaan kijken en ook naar de vraag achter de aanvraag, om echt mensen verder te helpen en echt integraal te gaan kijken naar de problemen van mensen. Dus (niet hoorbaar). De voorzitter: Mevrouw Kayadoe. Mevrouw Kayadoe: Mijn microfoontje aan, dat is ook weer gelukt. Mijn vraag was dus, ik ken wat mensen met problemen die nu een keukentafelgesprek hebben gehad, waarbij nu gezegd is: u heeft nergens recht op. Dus als deze beleidsnota aangenomen zou worden, zouden zij hun hulpvraag opnieuw dan in kunnen dienen? Want dan gaat er gekeken worden: wat heb je nodig, in plaats van waar heb je recht op. Heb ik het dan goed begrepen? De voorzitter: Wethouder Franzen.

De heer Franzen: Door deze nota, kijk, als iemand op een voorziening echt geen recht heeft, is het de bedoeling in een keukentafelgesprek ook de andere mogelijkheden voor die oplossing te verkennen met de inwoner. Dat wordt het nieuwe element met die integrale benadering en ik denk dat op die manier ook mensen echt het beste geholpen worden, door niet alleen naar die aanvraag te kijken, maar gewoon naast iemand te gaan zitten en samen te spreken over het probleem, bij voorkeur thuis, dat onze medewerker ook kan zien: hoe woont iemand, wat is hier nog meer aan de hand, klopt wat meneer of mevrouw zegt met wat ik hier zie? Om zo echt achter de aanvraag te komen, echt achter dat probleem en iemand daarin mee te nemen, dat te benoemen en dan samen aan de oplossing te werken. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, en dan geven we zo even mevrouw Laurs de gelegenheid om de nog openstaande vragen te beantwoorden, want ik vermoed dat u het antwoord inmiddels paraat heeft. Maar eerst even mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik snap niet helemaal het nieuwe in het feit dat we nu integraal gaan werken aan de keukentafel en gaan kijken naar iemands persoonlijke omstandigheden.

Dat deden we toch sinds 2015 al? Wat is dan precies het nieuwe aan deze aanpak? Dat er gezocht wordt naar een oplossing, dat was de hele insteek van de decentralisatie, dat we niet meer gingen kijken waar iemand recht op had, maar wat had iemand voor nood? Dus ik snap de vraag van mevrouw Kayadoe heel goed. Als er nu iemand, of over twee maanden aan tafel gaat, krijgen ze dan een wezenlijk ander gesprek? Maar volgens mij niet, want u zegt: wij hanteren dezelfde uitgangspunten. Dat staat in uw nota. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Kijk, eerst werd het gesprek vanuit … Bijvoorbeeld, stel er was een Wmo-aanvraag huishoudelijke hulp, dan werd er meegedacht: welke andere Wmo-oplossingen zijn er? Dat willen we nu echt

met deze nota breder gaan trekken, dat stel, het ligt in opvoedondersteuning, dat ook die oplossing direct boven tafel komt. Dat is de verruiming van het integraal denken die nu gemaakt gaat worden. De voorzitter: Mevrouw Laurs. Het lijkt wel Twee voor Twaalf, u heeft het antwoord gevonden, begrijp ik? Mevrouw Laurs: Ja, dat klopt, dank u wel, voorzitter. Ik wil dat heel eventjes opzoeken, maar wat ik bedoelde, dat is het preventief gezondheids- en leefstijlprogramma wat wordt ingezet. Dat is het doel om senioren zich voor te laten bereiden op wat er gaat komen op latere leeftijd, dus dan ga je al eerder zitten dan de 75-jarige leeftijd. En waar gaan we dan inzetten? Dat is op het aspect van gezonde voeding, meer bewegen, er worden bepaalde proeflessen aangeboden, fittesten worden aangeboden zodat men al van tevoren weet: nou, hoe ben ik eraan toe, en is het nodig om wat extra beweging te krijgen zodat ik me fitter voel? Maar ook een slaapconsulent, een vitaliteitscoach kan daarin bijdragen, en met name ook veiligheid in en om het huis, een stukje weerbaarheidstrainingen en eventuele woningscans die uitgevoerd kunnen worden. Dus daarmee zetten we al op een jongere doelgroep in ten opzichte van de preventieve huisbezoeken 75-plus. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe en daarna de heer Coule. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel.

Op zich klinkt dat heel mooi, maar het is net zoiets als op leeftijd komen en dan op een gegeven moment een leesbril nodig hebben, dan blijf je ook nog heel lang in de ontkenningsfase zitten. Hoe gaan we die mensen dan echt bereiken? De voorzitter: Mijnheer Coule. Mijnheer Coule, u stak uw hand op. De heer Coule: Ja klopt, ik was hem even vergeten aan te zetten, neem me niet kwalijk. Mijn vraag is, met betrekking tot zodra er een cliënt een vraag heeft gesteld en daar is een hulpmiddel uitgekomen, of een hulpvraag en daar is een hulpoplossing voor gekomen, of dan het dossier blijft bestaan en dat ze niet elke keer opnieuw de aanvraag moeten gaan doen wat nu op dit moment het geval is. De voorzitter: Dat heeft even betrekking op het andere punt. Ik denk dat eerst mevrouw Laurs nog even de vraag van mevrouw Kayadoe wellicht kan beantwoorden en daarna wethouder Franzen dan de stapelende vraag van de heer Coule. Mevrouw Laurs. Mevrouw Laurs: Dank u wel, voorzitter. Via verschillende kanalen wordt hier bekendheid aan gegeven. Dus mensen hebben de mogelijkheid om zelf daar actief aan deel te nemen, maar Facet heeft natuurlijk heel veel van onze inwoners in beeld en vanuit de begeleiding die er al is kan inderdaad aangegeven worden dat we hiermee gaan starten en dat mensen daaraan kunnen deelnemen. Dus hij is tweeledig.

De voorzitter: Wethouder Franzen, zou u dan de vragen van de heer Coule nog willen beantwoorden? De heer Franzen: Ja, dan doe ik even de vraag van de heer Coule en dan ga ik naar de laatste vraag van mevrouw Kayadoe. Wat betreft die herhaalde aanvragen voor hetzelfde, herinitiëren wordt het ook wel genoemd. Ja, ons beleid is erop ingericht dat we zo min mogelijk herinitiëren en uitgaan van zo lang mogelijke indicatietermijnen. Dat is een beweging die vorig jaar in gang is gezet, mede naar aanleiding van de aangenomen motie in uw raad. Wat betreft het opkopen van schulden, ziet dat alleen op jongeren? Ja, dat ziet alleen op jongeren en niet op ouderen, en wel om de volgende reden. De problematiek waar jongeren mee te maken hebben is gewoon net iets anders dan iemand van rond de veertig of vijftig. Deze pilot ziet vooral echt op de begeleiding van die jongeren, zet ook jongerenwerk in en voert ook de opvoedkundige gesprekken over:

hoe ga je met geld om? Dat is echt anders dan als je het voor mensen op een andere leeftijd hebt, dan voer je echt andere gesprekken en die pilot is daarom ook echt gericht op jongeren in de hoop dat je ook het grootste maatschappelijk effect hebt. Omdat iemand die vaardigheden die hij dan niet vanuit huis meegekregen heeft, misgelopen is, toch nog meekrijgt en dat is denk ik winst voor zowel diegene als de maatschappij. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe en daarna mevrouw Ripmeester. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel, voorzitter. Ik denk, ik ga ook gauw mijn handje blijvend opsteken, want anders is mevrouw Ripmeester mij voor. Wat ik mij kan herinneren van de periode die ik nu in deze raad zit, is dat het meermalen is ontraden om de schulden van jongeren op te kopen. Ontraden aan de PvdA om daar überhaupt wat mee te willen doen. Maar dat standpunt is gewijzigd, we leven nu in een crisis die zijn weerga niet kent. Ook de financiële problemen worden steeds groter van velen. Zou het eventueel op termijn een optie kunnen zijn? Want ik snap dat het vanuit jongeren een ander uitgangspunt is, die snap ik, maar ja, de tijden veranderen nu ook wel heel snel. Zou het eventueel op termijn een optie zijn? De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. We zijn ontzettend blij dat die pilot in ieder geval van het schulden opkopen bij jongeren nu start.

Echt super, die hebben ook nog een heel leven voor zich en een verdienpotentieel. De gemeente is nooit happig geweest, maar tegelijkertijd zegt u: we slaan een nieuwe koers in, we gaan nu meer in op preventie. Preventie is zeg maar het sleutelwoord en integraliteit is het sleutelwoord, en u zet meer in op licht verstandelijk beperkten. Maar juist licht verstandelijk beperkten zijn ook oververtegenwoordigd of mensen in de schulden, bij de schulddienstverlening. Is het dan niet logischer om juist vanuit het kader van preventie en in het kader van die extra aandacht voor licht verstandelijk beperkten, om juist ook hen die mogelijkheid te bieden om schulden te laten opkopen, zodat zij niet meer veertien schuldeisers hebben, maar nog maar één zeg maar, dat ze terugbetalen aan de gemeente. Is dat juist niet een voortzetting van uw plan? Het is misschien een iets andere doelgroep dan mevrouw Kayadoe voor ogen heeft, maar ik kan me wel voorstellen dat die pilot wel uitgebreid zou kunnen worden. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Wij denken dat die aanpak voor licht verstandelijk beperkten echt zoden aan de dijk zet, echt een verandering teweeg kan brengen en we willen graag eerst die verandering meemaken voordat we aan de vervolgstappen denken.

Ook die groep is echt anders dan de groep van jongeren en ja, voor de zomer komen we met dat actieplan Voorkomen problematische schulden bij de raad terug. Niet alleen, zoals ik net tegen de heer Coule heb gezegd, dat detailniveau is echt anders dan deze nota, maar daar zijn ook middelen mee gemoeid. Die pilot is echt gewoon, het kost heel veel geld. Die schulden zijn niet het probleem, maar als je die begeleiding wil leveren en wekelijks voor iemand er wil zijn en echt die hulp wil bieden, ja, dan moet je ook die begeleiding leveren richting diegene. En ja, aan die uren hangt een fors prijskaartje. Dus ik zou echt willen voorstellen het hierbij voorlopig toch te houden en als u daar verder in discussie over wilt, dan denk ik dat voor de zomer het geëigende moment is. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, uw vragen daarmee beantwoord? Dan gaan we door met de vragen van de heer Ros van GroenLinks. Mijnheer Ros, hoeveel vragen heeft u? Mijnheer Ros is (niet hoorbaar), ik zie alleen nog een muur met een bord. Ah, daar is mijnheer Ros weer.

De heer Ros: Beter? Oké. Mijn laptop viel even dicht. Nou, ik heb een drietal vervolgvragen op alle antwoorden en vragen die ik vandaag heb proberen te lezen. Dus ik hoop dat ik niet vragen stel die inmiddels al een keer gesteld zijn, maar ik zal mijn best doen. De voorzitter: Nou, als dat zo is, dan zal de wethouder u daar ongetwijfeld op attenderen. Maar gaat uw gang met drie vragen. De heer Ros: Dank u wel. Mijn eerste vraag gaat over onze vragen die we hadden gesteld over het primaat verhuizen. Een verhuizing is voor veel mensen natuurlijk een best wel ingrijpende, zeker voor ouderen. De vraag is eigenlijk: is of wordt het beleid van Ridderkerk, van de gemeente nu om eerst te kijken of de woning waar ze al in wonen aangepast kan worden, en pas wanneer dat niet kan, er dan een traject richting een nieuw huis wordt ingezet? Een tweede vraag is, op vragen van mevrouw Ripmeester van de PvdA werd gezegd dat er nog geen nulmeting is gedaan. Eigenlijk is het antwoord niet helemaal duidelijk waarom dat niet is gedaan.

De vervolgvraag is: in Barendrecht is dus een motie aangenomen om dat wel te doen, of een motie in voorbereiding, en wat zou het gevolg zijn als we in Ridderkerk eerst een nulmeting willen hebben en dat deze nota op dit moment dus nog niet wordt aangenomen, of dat er uitstel komt? Zijn er dan directe gevolgen, vooral voor onze inwoners? Dat zijn mijn vragen, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Wat betreft die woonvoorzieningen en het primaat van verhuizen. Als iemand een woonvoorziening nodig heeft of aanvraagt bij ons, kijken we naar een, uit mijn hoofd gezegd, elftal factoren. En ja, beschikbare woningen is een optie, de uitvoerbaarheid van een woningaanpassing is ook een element en daaruit wordt dan een beslissing gemaakt. Als al die factoren op nee staan en het beste is voor die inwoner om daar te blijven wonen met die woonvoorziening en dat is technisch mogelijk, dan wordt het die kant. Maar stel het betreft iemand die al slecht ter been is en verhuisd is naar een eengezinswoning en niet meer boven kan wonen, ja, dan komt daar een andere beslissing uit. Dan zeggen we: u bent niet verhuisd naar een woning die passend is bij uw huidige situatie. Dus zo wordt er aan de hand van ik dacht een elftal factoren onderscheid gemaakt en een maatwerkoplossing geboden. Als u weer daar interesse in heeft, kan ik die factoren schriftelijk doen toekomen.

Wat betreft geen nulmeting. Ja, zoals ik net al zei, vanwege corona is er extra inzet op de Tozo-systemen geweest en de TONK. Dat heeft ertoe geleid dat wij die nulmeting nog niet hebben kunnen doen. En ja, ik denk dat het vaststellen van die nota en deze indicatoren uit hoofdstuk 9 een goede zet is, omdat we dan echt een verandering in Ridderkerk teweeg kunnen gaan brengen, ook voor die inwoners die nu extra hulp nodig hebben door corona. Zijn er gevolgen als we hem nu niet vaststellen? Ja, er zijn gevolgen, want dat betekent dat we de dingen die we nu voor ogen hebben niet gaan doen. En er zijn ook gevolgen voor de raad, want ook de aanbestedingen zijn gebaseerd op het Integraal Beleid Sociaal Domein en dat zou betekenen dat ook die aanbestedingen niet tijdig gestart kunnen worden en dat je in de financiële onrechtmatigheid komt. Dus dat zou ik met klem willen afraden. De voorzitter: Mijnheer Ros heeft nog een vraag. Gaat uw gang. De heer Ros: Dank u wel, voorzitter. Ten eerste, hartelijk dank voor de toezegging om die elftal factoren voor dat maatwerk toe te zenden over het primaat van verhuizen. Ja, en ik kom er verder in de raad op terug, denk ik. Ik vind het jammer dat er … Ik snap de reden misschien wel waarom er geen nulmeting is gedaan, maar ik vind het wel jammer, omdat je dan een soort van direct begin hebt. Daar wilde ik het bij laten, voorzitter, dank u wel.

De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van de PvdA, mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester, hoeveel vragen heeft u? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik heb er uiteindelijk nog zeven. De voorzitter: Nou, zullen we dan eens beginnen met vier maar eens? Mevrouw Ripmeester: Vier? De voorzitter: Ja. Mevrouw Ripmeester: Oké. Mijn eerste vraag is eigenlijk: wie is verantwoordelijk voor de hulp die de inwoner ontvangt? Eindverantwoordelijk, zeker nu al die opgavetafels in de gemeente, dus wie is er nu eindverantwoordelijk voor de hulp die de inwoner ontvangt? Dat is mijn eerste vraag. Mijn tweede vraag is … Nee, ik wil nog eerst beginnen met een opmerking. Dank u wel voor de hele snelle beantwoording van alle vragen. Dat vond ik echt een enorme klasse en ik ben heel blij met alle vragen die andere fracties hebben gesteld, want daar heb ik ook weer heel veel informatie uitgehaald. Dus ook dank aan alle collega’s bij dit grote stuk. Maar goed, mijn tweede vraag gaat over de wijkteams. Of nee, er zijn heel veel aanbestedingen dit jaar. De wijkteams, de huishoudelijke hulp, de jeugd, maatschappelijk wonen, ik weet niet wat er allemaal niet is. Ik vraag mij af hoeveel ruimte – u zegt: die lopen eigenlijk al – hoeveel ruimte is er dan nog voor de raad om iets aan te passen? Wij vinden dat armoedebestrijding echt onvoldoende belicht wordt in de nota.

Het hebben van een stabiel en voldoende inkomen, dat is zo belangrijk, ook in relatie met de problemen in Bolnes, ook in relatie tot de psychosociale problemen bij de jeugd, dat zie je bij de sociaal-emotionele weerbaarheid. Dus ik zou echt willen weten: is er nog een mogelijkheid om dat intensiever in deze nota te krijgen? Of zegt u: nou nee, want de aanbestedingen lopen eigenlijk al, dat lukt niet meer. Dat is mijn tweede vraag. Mijn derde vraag gaat over het wijkteam. U zegt: het wijkteam wordt uitgebreid. Maar u zegt niet hoeveel fte dat zal zijn. Dus ik ben heel benieuwd toch naar een concreet antwoord: wordt het nou wel of niet fysiek uitgebreid? Want de caseload van de wijkteamleden is heel erg hoog, we hebben te maken met oplopende wachttijden en die zijn echt fors, we hebben te maken met heel veel wisselingen in het personeel, heel veel organisaties klagen daarover. En er zitten mensen mee te luisteren en die appen ook dat de indruk bestaat dat dossiers veel sneller worden gesloten, dus dat het eigenlijk te snel wordt gesloten, dat ze eigenlijk meer op een waakvlam heet dat, hè, opengehouden zouden moeten worden. Dus mijn vraag is echt: wanneer wordt het wijkteam wel of niet uitgebreid? Zodat ze ook de kracht kunnen hebben om hun rol te vervullen. Mijn vierde vraag gaat over de re-integratie. De SGP stelde er al vragen over.

Werk is belangrijk, dat geeft u ook aan, dat heeft waarde. Maar u zegt: wij gaan uit van duurzame uitstroom bij een contract van zes maanden. Maar ik denk toch dat dat een vergissing is, want zes maanden is gewoon een kort contract en daar is niks duurzaams aan. Dus mijn vraag aan u is: is dat werkelijk duurzaam? En dan gekoppeld ook aan het granieten bestand, we hebben zoveel mensen die van ver moeten komen zeg maar. Nee, dat … Sorry, voorzitter, dat is eigenlijk een extra vraag, dus dan heb ik er acht. Mag ik deze er nog bij stellen? Ik verstond u niet. De voorzitter: Ja, stelt u die er nog bij, dan kan de wethouder daarna dat … Ik neem aan dat die ook min of meer gelinkt is hieraan. Mevrouw Ripmeester: Ja, dat gaat over die re-integratie. Wanneer we uitgaan van re-integratie, wij hebben in Ridderkerk te maken met een granieten bestand, mensen die van ver komen, en dan is het heel erg belangrijk dat er goed contact is met organisaties, met goede samenwerking, open communicatie en zicht op de sociale

omgeving van de cliënten. Dat moeten we vooral makkelijker maken en niet lastiger. Dat vind ik ook niet terug in de nota. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Allereerst dank voor de complimenten, die geef ik graag door richting onze ambtenaren die echt heel hard hebben gewerkt vandaag en ook al hun reguliere werk uit hun handen hebben laten vallen om tijdig de juiste antwoorden – althans, wat ons betreft – richting u te kunnen sturen. Wie is eindverantwoordelijk voor de hulp die inwoners ontvangen? Wat mij betreft is de eindverantwoordelijke de gemeente. Er is wel een gedeeltelijke verantwoordelijkheid ook met de zorgaanbieder die de hulp levert, maar er is een zekere relatie toe en wij lopen als gemeente niet weg voor die eindverantwoordelijkheid, want mensen moeten gewoon goed geholpen worden. En als de hulp niet goed is, dan gaan we graag, als we daarop geattendeerd worden, in gesprek met de inwoner of misschien een andere zorgaanbieder het beter kan voor die inwoner. Wat betreft armoedebestrijding, voor armoedebestrijding is reeds al het minimabeleid vorig jaar vastgesteld en daarmee is een wisselwerking ontstaan tussen dit beleidsstuk en het minimabeleidsstuk. Bij het minimabeleid en plan Schulddienstverlening wat vorig jaar is vastgesteld is ook al echt fors ingezet door de raad op armoedebestrijding en mensen met schulden beter te faciliteren.

En wat dat laatste betreft gaan we voor de zomer nog een extra slag maken. Wat betreft de wijkteams, ja, er komt dus extra formatie bij voor de schoolcontactpersonen. Ook de POH is extra formatie in die zin. En even kijken, de schoolcontactpersonen, schoolmaatschappelijk werk en de POH, dat is de extra formatie die tijdelijk is ingezet en als de ervaringen goed zijn, wordt dat verlengd. En ook in antwoord op eerdere vragen zien we ook dat de uitgaven aan wijkteams fors zijn toegenomen afgelopen jaren, terwijl het aantal cliënten stabiel was. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. De uitbreiding van POH en het schoolmaatschappelijk werk, POH is in ieder geval in het kader van die pilot, dus die is tijdelijk, en dat schoolmaatschappelijk werk is ook tijdelijk? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Dat zal waarschijnlijk in het begin tijdelijk voor een aantal jaar zijn en daarna wordt het op basis van de resultaten bekeken of het permanent moeten worden, of anders gedaan moet worden. Diezelfde constructie geldt bij de POH, die is tijdelijk voor twee jaar. Het derde jaar zit er inmiddels ook wel tijdelijk in, omdat we regionale gelden krijgen daarvoor, maar als de ervaringen zo positief blijven als die nu zijn, dan ligt het wel voor de hand naar een structurele oplossing te kijken, want dan moeten we ermee door.

De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer het nog één keer. Hoeveel fte is dat, of hoeveel medewerkers komen er nu bij? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, ik ken alleen de financiële bedragen, die hebben we eerder verstrekt. Dan moet ik dat om gaan rekenen naar fte, dat zal een aantal fte zijn. Het exacte aantal heb ik niet bekend.

De voorzitter: Wellicht dat mevrouw Laurs wat licht in de duisternis kan geven. Mevrouw Laurs: Dank u wel, voorzitter. Deels kunnen we inderdaad wat informatie verstrekken. De wethouder gaf het al aan, voor de samenwerking met pilot POH-GGZ, daar zit vier uur per week aan gekoppeld. In de beantwoording hebben we aangegeven dat wij ook de samenwerking met de kinderopvang willen intensiveren en dat is op weekbasis achtenhalf uur. En naar aanleiding van de motie die eerder is ingediend voor de inzet van de schoolcontactpersonen gaat het om bijna 58 uur op weekbasis. Wat u in de raadsinformatiebrief rondom de aanbesteding wijkteams heeft gelezen gaat het om één fte voor de samenwerking met het VO, dat is 36 uur. Dat zijn een beetje grosso modo de getallen waaraan u kunt denken op weekbasis voor de inzet in de wijkteams. De heer Franzen: Dat zijn echt extra formatieplekken waar extra budget mee gemoeid is, wat toch mogelijk gemaakt moet worden. Even kijken, dan de duurzame uitstroom. U zegt – via de voorzitter: een zesmaandencontract is niet duurzaam uitstromen. Maar voor duurzame uitstroom kijken we niet naar de duur van het contract, maar de mogelijkheden. Onze ervaring is als iemand een zesmaandencontract krijgt, of een contract voor minimaal zes maanden, als ik het goed zeg, dan is de kans groot dat iemand uit de uitkering blijft.

Die duurzaamheid, die duurzame uitstroom, dan hebben we het vooral over dat iemand kansen krijgt om gewoon weer normale contracten aan te gaan. Dat hoeft niet één vast contract te zijn tot pensioenleeftijd, maar dat kunnen ook meerdere contracten zijn bij een werkgever. Het gaat er echt om: is iemand uit de bijstand? Dat is het doel, dat is duurzame uitstroom. Wat betreft re-integratie, ik zou eigenlijk willen aanvullen, juist nu is re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt belangrijk, zeker nu er heel veel nieuwe mensen, nieuwe instroom te verwachten is die wat theoretischer geschoold is of een relatief kleinere afstand tot de arbeidsmarkt heeft en kansen heeft. Daardoor lijken mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, die met minder kansen, minder talent hebben, onderbelicht te raken. Daarom hebben we naar aanleiding van de commissie behandeling en de inspraak als college één wijziging doorgevoerd die niet te herleiden is tot de commissiebijeenkomst of de inspraak, en dat is juist voor deze groep. Wij hebben een passage opgenomen in de derde paragraaf om ook deze groep aandacht te geven. Dat is ook echt, ja, ik denk een groep die het echt verdient en niet vergeten moet worden. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, zou u de volgende vragen nog willen stellen? Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Volgens mij heeft u er nog drie.

Mevrouw Ripmeester: Ja, ja, ik heb er nog een aantal, ik wilde reageren op dat voorgaande, dat dat vooral ook in samenwerking met de organisaties moet. Daar had ik een vraag over gesteld dat die samenwerking moet verbeteren. Maar goed, daar kom ik nog wel later op terug. Mijn volgende vraag is: in hoofdstuk 9 staat wat we gaan meten, en wanneer is het moment om andere indicatoren toe te voegen dan deze? Of kan dat niet meer en zitten we hier in het kader van de aanbesteding, is dit wat het is? Is dit al het aantal vastgestelde indicatoren, of kunnen we als raad daar nog iets aan wijzigen? Dat is één vraag. Mijn andere vraag is, de ChristenUnie begon daar al over, dat de storytelling wel heel ideaal is zeg maar weergegeven. Is het een idee om ook storytelling door ervaringsdeskundigen te laten doen, zodat we ook andere verhalen krijgen over: hoe ga je om met de wachttijd en hoe ga je om met het feit dat een gemeente bijvoorbeeld jouw aanvraagformulier niet ziet als een aanvraagformulier, maar een melding, waardoor termijnen niet gelden. Weet je, dat je ook een beetje de realiteit daarin brengt, dus daar kun je de expertise van de platforms heel goed bij gebruiken. Mijn laatste vraag gaat over de nota zelf en dat is: is het nu één Integrale Nota Beleid

Sociaal Domein voor drie gemeenten, of is het de Ridderkerkse nota? Ik zag dat D66 daar al vragen over had gesteld en daar heeft u enkele verschillen in benoemd, maar dat zijn kleine verschillen waarbij vooral de praktijkondersteuner uit springt, maar dat is een pilot, dus dat is niks structureels. Dus mijn vraag is dan: is het nu één plan, of een Ridderkerks plan? Ook een beetje in het licht van bijvoorbeeld dat doelgroepenvervoer waarover gezegd werd: ja, we kunnen het niet veranderen, want we doen het eigenlijk met zijn drieën. Dus zijn we nu bezig met een BAR-plan, of zijn we bezig met een Ridderkerks plan? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Even kijken, indicatoren toevoegen. Nou ja, dit is wel het moment als u zegt: er ontbreekt iets. Dan is dit wel het moment dat dat kenbaar gemaakt moeten worden, want het zou zonde zijn als dat pas volgend jaar kenbaar wordt gemaakt en we zijn nu bezig met het inrichten en het meten van deze indicatoren uit hoofdstuk 9. Dan is het wel handig om dat nu mee te geven, want dan kunnen we ze ook inregelen nu, dat u daar gewoon op dezelfde tijd de eerste nulmeting van ontvangt. Even kijken, dan de storytelling.

Ook in de schriftelijke beantwoording richting de ChristenUnie hebben we daarop geantwoord en uw oproep sluit eigenlijk aan bij wat de ChristenUnie daarover heeft … Althans, het is een andere invalshoek, maar het is wel, combinaties zijn mogelijk. Wat betreft de nota zelf. Is het een Ridderkerkse nota? Ja, het is echt een Ridderkerkse nota. De opzet van de nota is echt anders, wij werken met vijf maatschappelijke effecten en per effect hebben we een drietrap en die drietrap is echt Ridderkerks. Dus dat is, ja, ik kan het niet Ridderkerkser maken dan dat. Het is echt anders dan de andere nota’s en op bepaalde punten lopen we echt voor qua ontwikkelingen en pilots op de andere gemeenten, dus dat is ook Ridderkerks. En ik moet toch zeggen, het welzijnswerk, ja, dat is het niet-wettelijk verplichte, of het wettelijk minimale wat je kan doen en Ridderkerk kiest er gewoon opnieuw voor, althans in de nota, om dat hele welzijnswerk en die preventiekant goed neer te zetten en Facet is ook een organisatie die dat heel goed voor ons kan. Dus dat is echt een wezenlijk verschil met andere gemeenten. Dan heb ik de hoofdverschillen echt weergegeven en daarmee is het ook echt anders dan het doelgroepenvervoer, waarbij er echt gewoon één bestek is voor drie gemeenten.

De voorzitter: Oké, mevrouw Ripmeester, daarmee zijn uw vragen beantwoord? Dat brengt ons nog bij de vragen van de SGP, de heer Kranendonk. Mijnheer Kranendonk, hoeveel vragen heeft u nog? De heer Kranendonk: Ik heb één opmerking en een vraag. De voorzitter: Opmerkingen, maar het gaat ter debat naar de raad. Dus als u er een vraag van kan maken, dan prima, maar stelt u vooral vragen. De heer Kranendonk: De opmerking was meer het compliment van mevrouw Ripmeester, daar wilde ik me bij aansluiten bij de ambtelijke organisatie. Ik denk dat ik die nu wel mag geven, … De voorzitter: Ja, dat mochten anderen ook, dus dat zal ik u niet ontnemen. De heer Kranendonk: Dat is fijn. Ik wilde even terugkomen op een van de vragen die wij gesteld hebben. Mevrouw Ripmeester ging daar ook al even op in, dat ging over het onderwerp re-integratie. U geeft ook aan, die snelle bemiddelbare cliënten, die begrijp ik, die zijn ook relatief makkelijker misschien terug te plaatsen – of, terug te plaatsen, verkeerde woord. Maar het gaat ons ook vooral om die mensen die echt heel lang al in ons bestand staan. Op dat onderwerp vond ik dat uw antwoord, maar ook in de nota, niet echt laten we maar zeggen iets in stond waarvan ik dacht: ja, dat is nou iets wat we anders en beter gaan doen – om een oudpoliticus een keer te citeren. Kunt u misschien daar nog even iets meer … Op reflecteren wil ik niet zeggen,

maar kunt u iets aangeven, een voorbeeld misschien – het moet ook technisch blijven vanavond, anders gaan we meer in debat – maar een voorbeeld te geven wat u nu echt anders wil gaan doen om die mensen ook terug te kunnen plaatsen in werk. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Allereerst hebben we de definities echt anders gedaan dan hiervoor. We hebben drie definities van doelgroepen waarmee we zeg maar de job-ready kandidaten hebben die direct naar werk kunnen; de job-ready met een afstand, maar wel naar werk kunnen uitstromen; en de mensen waar het accent gewoon ligt op meedoen, meedoen in de samenleving. Door die groepen scherper te omschrijven hopen we ook beter dan voorheen de trajecten die nodig zijn om het meedoen te faciliteren, om naar werk te begeleiden of de functie te vinden beter van de grond te krijgen. Dus concreet betekent dat voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt die niet het talent hebben om winst te maken, deze gaan we gewoon echt meer dan voorheen inzetten op bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. De voorzitter: Mijnheer Kranendonk, uw vraag is daarmee beantwoord? De heer Kranendonk: Ja, hij is beantwoord, maar goed, we zullen er in de raad wel even op verder terugkomen, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter: Ik vermoed dat daar alle ruimte voor gaat zijn in de komende raadsvergadering, want dat is het punt waar we nu bij zijn aangeland. Inzet was ter debat, dat zal ongetwijfeld zo blijven. Qua spreektijd, laat ik even de partijen maar even aflopen, want ik neem aan dat de inzet is om dit ter vaststelling te laten gaan, dus. Mijn lijstje dat ik niemand vergeet. Mijnheer Coule, Burger op 1, hoeveel tijd wilt u hieraan besteden? De heer Coule: Mijn fractievoorzitter zou graag twee minuten willen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Twee minuten, goed zo. Mevrouw Stip, was uw handje voor iets anders dan de spreektijd? Dan gaat uw gang. Mevrouw Stip: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de commissie. Allereerst wil ik toch ook nog even de wethouder en ambtenaren bedanken voor de antwoorden op onze schriftelijke vragen. Maar op onze vraag 6 en 7 is aangegeven dat de formulering van twee onderdelen niet kloppen. Mijn vraag is of we als commissie voor willen stellen om de tekst op die punten te wijzigen. De voorzitter: Als de formulering inderdaad niet klopt, is dat ook wel een logisch voorstel denk ik. Dan is de vraag: is er iemand in de commissie die het daar dan niet mee eens is? Dat lijkt niet het geval, dus dan zullen we als commissie op dat punt het voorstel doen om de tekst inderdaad juist te formuleren.

Maakt wel dat ik nu niet meer heb doorgekregen hoeveel spreektijd Burger op 1 hiervoor dacht nodig te hebben, dus mijnheer Coule, wellicht dat u dat alsnog aan kunt geven. De heer Coule: Ik zal het nogmaals doen. Ik zou graag twee minuten willen, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Twee, dat is genoteerd. Mevrouw Verdiesen, VVD. Mevrouw Verdiesen: Twee tot drie minuten. De voorzitter: Tweeënhalf noteren wij. Mevrouw De Wolff, ChristenUnie.

Mevrouw De Wolff-ter Beek: Vijf minuten. De voorzitter: Vijf, dat is bijna net zoveel als dat u vragen had. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Daarom, dat past er wel goed bij, denk ik. De voorzitter: Mevrouw Kleiker, CDA. Mevrouw Kleiker: Drie minuten. De voorzitter: Drie. Mevrouw Fräser, D66. Mevrouw Fräser: Drie minuten, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe: Vier minuten, voorzitter. De voorzitter: De heer Ros, GroenLinks. De heer Ros: Twee, drie minuten. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester, PvdA. Mevrouw Ripmeester: Het gaat om veertig procent van de begroting, dus laten we vijf minuten doen. De voorzitter: Ik dacht dat u dit altijd juist niet financieel aanvloog. Mijnheer Kranendonk, SGP. De heer Kranendonk: Ja, zonder het financieel aan te vliegen, ook vijf minuten, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Stip, denk ik, Partij 18PLUS. Mevrouw Stip: Drie minuten is voor ons prima. De voorzitter: Drie minuten. De heer Los, Echt voor Ridderkerk. De heer Los: Twee minuten is voldoende, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: U weet dat er dan voor u maar eentje resteert, hè? De heer Los: Ja. De voorzitter: Oké. Nou goed, dan varieert het van twee tot vijf.

Goed, dat brengt sowieso met zich mee dat in principe iedereen in eerste termijn vijf minuten heeft, want ik denk niet dat het recht doet aan de zaak om mensen hun spreektijd op voorhand al te bekorten. Maar het laat zich aanzien dat niet iedereen die vijf minuten nodig heeft, dus ik denk dat een behandeltijd van negentig minuten … Ik kijk even of ik niet een hele kwade blik van opzij krijg. Negentig minuten is … Ja, ook de griffier is van mening dat dat haalbaar zou moeten zijn, en anders lost de heer Piena dat maar op.

6.

Erfpacht Nieuw Reijerwaard Renes / ENGIE De voorzitter: Dan brengt ons dat voor nu bij agendapunt 6, dat is de erfpacht voor Renes/ENGIE. Inzet daarvan is ter vaststelling. Iemand van mening dat het anders moeten? De heer Ros. De heer Ros: Voorzitter, ik wil daar toch iets over zeggen in de raad, vooral over … Niet over deze specifieke case, maar het feit dat we dat doen voor Nieuw Reijerwaard en wat de gevolgen daarvan zijn. De voorzitter: Dus u heeft zeg maar straks een stemverklaring die zowel voor 6 als agendapunt 7 kan gelden, begrijp ik? De heer Ros: Dat klopt, voorzitter. De voorzitter: Dan is vooralsnog even de inzet ter debat. Wethouder Van Os, wilt u nog wat delen met ons met betrekking tot dit voorstel? De heer Van Os: Jazeker, voorzitter. De voorzitter: Kunt u dat zo aankleden dat het dan gelijk van toepassing is op agendapunt 7? De heer Van Os: Jazeker, voorzitter, dat was ik voornemens net zoals de heer Ros om dat te doen. Nou, vanavond staan er inderdaad twee voorstellen op de agenda voor de aankoop van gronden van de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard, om deze vervolgens in erfpacht uit te geven. Een voorstel gaat over de komst van een groengasinstallatie, een samenwerking tussen Renes en ENGIE, en het andere voorstel gaat over de komst van AFL Barendrecht, een internationaal transportbedrijf in groente en fruit.

Vorig jaar hebben we grond in erfpacht uitgegeven aan ACH, een partij die momenteel ook aan het bouwen is op Nieuw Reijerwaard. Er is wel een flinke som geld mee gemoeid met de voorstellen, daar staat echter wel weer een structurele erfpachtcanon tegenover die bestaat uit de renteomslag uit onze begroting plus een opslag daarop. Dat levert de gemeente ook nog eens een structureel voordeel op. Zoals de voorstellen aangeven, staat er voldoende geld op de rekening om de gronden aan te kopen en hoeven wij er geen aanvullende leningen voor af te sluiten. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Zijn er vanuit de commissie nog vragen? O, dat is nog aardig wat. Dan gaan we het even noteren. De heer Overheid van het CDA, de heer Nugteren Leefbaar Ridderkerk, de heer Kooijman van de ChristenUnie, de heer Los EvR en de heer Rijsdijk van de PvdA – ik zie handjes aan en uit gaan – en de heer Rottier van de SGP. Dan heb ik volgens mij iedereen gehad, of u uw handje dan weer in wil trekken en dan allereerst het woord aan de heer Overheid van het CDA. De heer Overheid: Dank u wel, voorzitter. De wethouder noemde het net al terecht, voor deze investering worden geen leningen afgesloten, dus dat wordt dan uit eigen middelen betaald. Dan ga ik er even van uit dat het uit de algemene middelen, uit de algemene reserve wordt gehaald.

Dat betekent ook dat er een beslag op gaat leggen, dat we het ook niet aan andere doelen kunnen besteden. Dus ik vraag me af of dat een terechte constatering is van mij dat we daar dus een beslag op leggen op de algemene reserve, en wat dan de overweging is om dat dan toch zo te doen en dat we toen niet een lening hebben afgesloten om je vrije middelen vrij ter beschikking te houden voor eventueel andere doeleinden. Maar daar hoor ik graag een antwoord op. Mijn tweede vraag, laatste vraag is, bij het erfpachtcanon zit een 1,3 procent renteopslag. Terecht dat de wethouder aangeeft, zit daar nog een opslag, daar zit dus een winstmarge op. Stel dat de rente

gaat stijgen, zit daar dan een link tussen dat dat meestijgt, of gaan we er dan opeens geld op toeleggen op deze constructie? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Het wordt wellicht wat financieel-technisch en wat boekhoudkundige termen her en der, maar onze algemene reserve, u moet het eigenlijk vergelijken … Of, voorzitter, de heer Overheid moet dat eigenlijk vergelijken met een investering zoals het bouwen van een gymzaal. We vragen aan de raad een krediet voor een investering en dat krediet halen wij niet uit onze algemene reserve. Wij doen dat vanuit onze middelen betalen, die zijn toereikend op het moment en hetgeen wat u terugziet in de begroting, dat zijn de structurele lasten. Normaal gesproken bij een gymzaal zou dat dan ook afschrijving zijn, echter dit is grond, dat schrijf je niet af, dus hebben we alleen maar het rentecomponent als last. Daartegenover staat dus een erfpachtcanonopbrengst en zo moet u dat zien inderdaad. Dus die algemene reserve gaat niet naar beneden doordat wij grond in Nieuw Reijerwaard aan gaan kopen. Het is heel technisch, heel boekhoudkundig technisch, u zult straks ook in de jaarrekening zien met de balansrekening en dergelijke waar dat allemaal terechtkomt met activa en passiva, maar daar zal ik de commissie niet mee gaan vermoeien.

Ik zie de voorzitter ook enigszins lachen, dus die is bekend met de termen, veel meer dan ik daarmee bekend ben. En de rente inderdaad, bij het voorstel van ik meen Renes/ENGIE zit ook de algemene voorwaarden erfpacht Ridderkerk erbij en de wijzigingen daaromtrent. Daar ziet u ook gewoon een indexatie met betrekking tot de canon voor de erfpacht, dus zo wordt dat risico gedekt daarin waar u op doelt als de rente stijgt, onze omslagrente in de begroting. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Overheid, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Overheid: Ja hoor, dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we door met de heer Nugteren, Leefbaar Ridderkerk. De heer Nugteren: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af waarom deze manier van erfpacht eigenlijk gekozen is. Daarnaast vroeg ik me af, aangezien Renes een afvalbedrijf is, of er ook stankoverlast kan ontstaan voor de omgeving. Mijn laatste vraag: is er ook gekeken naar een ander soort bedrijf dan ENGIE, of waarom heeft ENGIE de voorkeur gekregen? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. We hebben het hier over de aankoop van gronden om in erfpacht uit te geven voor de komst van bedrijven die passen in het label van Nieuw Reijerwaard. Dus of de biovergister stankoverlast gaat veroorzaken, daar heb ik direct geen antwoord op.

Ik weet wel dat Renes een bijeenkomst heeft belegd met de omwonenden al enige tijd geleden en aan heeft gegeven dat de techniek van de biovergister zo goed is tegenwoordig dat er geen sprake is van stankoverlast in deze, dus daar ga ik dan maar even van uit vanuit het verkooppraatje van Renes in deze. Wij hebben een concessieovereenkomst, wij zijn in de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard met ENGIE. Dat betekent dat ENGIE te allen tijde onze eerste partner is als het gaat om duurzaamheidsmaatregelen, dus vandaar dat ENGIE de partner is in deze constructie. En waarom is deze manier gekozen van erfpacht? En dan ga ik er een beetje van uit dat dat eeuwigdurende erfpacht is wat Leefbaar Ridderkerk bedoelt en niet een erfpacht voor een korte termijn. Dat is dat we eeuwigdurende erfpacht, aardig kunt u het vergelijken met de verkoop van grond gewoon. Het is eeuwigdurend, we geven het eeuwigdurend in erfpacht uit en in de tussentijd ontvangen wij een

erfpachtcanon. Maar mochten partijen toch geïnteresseerd zijn om na verloop van tijd de grond te kopen, dan kan dat ook te allen tijde tegen de dan geldende marktprijs. Volgens mij zijn dat de antwoorden op de vragen, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Nugteren, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Nugteren: Jazeker, voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we door met de vragen van de ChristenUnie, de heer Kooijman. De heer Kooijman: Dank u wel, voorzitter. We hebben nu vanavond twee voorstellen voorliggen over hetzelfde onderwerp. Ik begrijp de tekst die eruit staat, maar wat ik me op een gegeven moment afvroeg: het zijn er nu twee en stel nu, het is nu positief, dus we houden er geld aan over is het mooie plaatje, maar kunnen we dit oneindig doen? Oftewel, alle gronden die nog verkocht moeten gaan worden, komen die dan ook hiervoor in aanmerking? Of zit er ergens op een gegeven moment een grens aan onze financiële mogelijkheden, en moeten we dan nee gaan verkopen? Of kunnen we het dan beter niet doen? En de vraag daaraan gekoppeld is, kunnen we dat dan doen of zitten we dan in eerder bepaald stramien of, hoe zeg je dat, dat er een soort … Dat mensen er vanuit mogen gaan dat ze hier ook gebruik van kunnen maken? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, wethouder. Nee, dit kunnen we niet oneindig doen.

Onze financiële huishouding is dusdanig goed dat we het wel kunnen doen op dit moment. Maar het is niet zo dat we de honderd hectare van Nieuw Rijerwaard allemaal in erfpacht uit kunnen geven, als Ridderkerk zijnde. Ik denk dat we dan een probleem gaan krijgen met de Bank Nederlandse Gemeenten, omdat we dan gewoon te veel uit hebben staan aan leningen. Want dat eigen vermogen hebben we ook niet in deze. En we kunnen ook gewoon nee zeggen tegen deze constructie. Het is natuurlijk in eerste instantie prioriteit vanuit de gemeenschappelijke Nieuw Reijerwaard om grond te verkopen aan toekomstige bedrijven die op Nieuw Reijerwaard willen vestigen. Alleen we hebben erfpacht als instrument ingeregeld, zodat het wat interessanter is voor bedrijven die niet direct de grond aan kunnen kopen, maar wel het gebouw willen realiseren en het kapitaal meer in de bedrijfsvoering willen stoppen dan in de grond. ACH heb ik aangegeven, dat hebben we vorig jaar in erfpacht uitgegeven. Die heeft nu al een verzoek bij ons neergelegd om te kijken of zij de grond alsnog kunnen aankopen. En dat betekent ook weer dat dat bedrag wat toentertijd door ons besteed is voor de aankoop van de grond, weer vrij komt, ja, in onze eigen boekhouding, noem ik het maar even. De voorzitter: De heer Piena en daarna de heer Rijsdijk. De heer Piena: Ja. Dank u wel, voorzitter.

Even getriggerd ook door de laatste opmerking van de wethouder. Ik zag dat ook in de stukken. Hoe zeker is het dat die 12,5 miljoen weer terugkomt voor de aankoop door ACH voor die aangekochte gronden? En wat mij een beetje bevreemde is, kijk, wij hebben nu zat financiën zelf, dat we het geld niet hoeven te lenen. Maar daar staat een rentecomponent tegenover. Die rente hoeven we in principe niet te betalen, maar die brengen wij uiteraard wel in rekening. Waarom zou het niet zo kunnen zijn dat wij bij de bank geen geld kunnen lenen tegen hetzelfde rentepercentage om ook gronden aan te kopen, en als dan ook erfpachtconstructies te doen met meerdere partijen. Nogmaals, ik zeg niet dat ik er een voorstander van ben. Maar ik vraag mij even af waarom dat niet zou kunnen.

De voorzitter: De heer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Ja. Dank u, voorzitter. Stapelend op de vraag van de heer Kooijman en het antwoord wat de wethouder daarop gaf. De wethouder die zei, we kunnen niet alle grond van Nieuw Reijerwaard in erfpacht uitgeven, daar zit ook een einde aan. Dat begrijp ik. Maar heeft de wethouder ook een bovengrens? Dat hij zegt, nou ja, tot dat bedrag aan leningen of aan uitgaven willen we gaan? Kan hij daar iets over zeggen? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel. De voorzitter: En zou u beiden uw handje weer willen … Dank u. Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Nee, een bovengrens hebben we niet. Vooralsnog zijn dit de twee partijen die om een erfpachtconstructie hebben gevraagd, en is de interesse in Nieuw Reijerwaard heel groot voor bedrijven die gewoon de grond aan willen kopen. Dus we hebben helemaal niet na hoeven denken aan de bovengrens. En waar ik op doelde in antwoord op de vraag van de heer Kooijman, en waar de VVD nu om vraagt, is dat, stel dat we de honderd hectare in erfpacht uit zouden geven, dan redden we dat niet met eigen middelen en dan moeten we dus gaan lenen op de kapitaalmarkt. En ik denk dat dat een uitdaging wordt voor als je kijkt naar de omvang van Ridderkerk. Want dan heb je het over honderden miljoenen euro’s wat je moet gaan lenen. En daar zal iemand wat van gaan vinden.

Of de rijksoverheid of de provincie, hou me even ten goede. Iemand zal daar wat vinden. Maar stel dat wij inderdaad deze of een aantal voorstellen in erfpacht uit zouden geven, dan kunnen we dat gewoon ook op de kapitaalmarkt tegen een gunstige rente zeker gaan lenen. Alleen dat hoeven we nu niet te doen, omdat wij in de plezierige omstandigheid zijn dat we het zelf hebben het geld. En hoe zeker is het dat ACH inderdaad het bedrag gaat betalen wat wij ervoor betaald hebben? Ja, dat hebben we met elkaar afgesproken. Volgens mij staat er nu twee jaar voor, nadat wij het voorstel zijn overeengekomen met ACA, dat zij het tegen de prijs kunnen kopen wat wij er nu voor betaald hebben. En na die twee jaar komt daar ook nog eens een inflatie op die prijs. Dus die twaalf miljoen krijgen we zeker. En des te langer dat ze wachten, des te meer het waard zal worden. En ze hebben nu al bij de notaris de vraag neergelegd van, ga het maar regelen voor ons, zodat we het aan kunnen kopen. De voorzitter: De heer Piena. De heer Piena: Ja nou, het laatste deel dat stelt mij tevreden. Ik heb niet gevraagd … Ik ken de contracten, want die hebben we natuurlijk mogen zien. Dus ik weet welke prijzen er tegenover staan. Maar het ging mij meer om de zekerheid dat die grond inderdaad gekocht ging worden. Nou, de interesse is duidelijk, de notaris is al om raad gevraagd. Dus we gaan er dan even van uit.

Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kooijman, uw vragen daarmee beantwoord? De heer Kooijman: Ja, voorzitter, met hulp van de VVD en de Partij van de Arbeid zijn de antwoorden nog beter geworden van de wethouder, dus dank daarvoor. De voorzitter: Wat wil je nog meer. Dan komen we bij de vragen van Echt voor Ridderkerk. De heer Los. De heer Los: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, ik heb gezien dat het geheel niet zonder risico is. Er zit ook een risico-opslag in. En mijn vraag werd eigenlijk getriggerd van, er komen drie bedrijven naar Ridderkerk

toe om een erfpachtconstructie op te zetten. Maar er zitten drie gemeentes in de GRNR. Waarom komen ze allemaal naar Ridderkerk? Hebben wij zoveel centen? Of doen we zulke verschrikkelijk goedkope voorstellen? Ik kan me toch voorstellen dat andere gemeenten ook benaderd zouden kunnen worden om erfpacht te doen met gemeentes. Waarom bij ons? De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Ja, dat is een zeer legitieme vraag. Waarom komen ze nou bij Ridderkerk voor erfpacht? We hebben in de gemeenschappelijke regeling met elkaar bedacht dat de erfpacht een goed instrument zou zijn. Alleen daarvan heeft Ridderkerk gezegd, dan gaan wij het zelf doen als gemeente. Want wat wij niet willen, is dat andere gemeenten, andere overheden, grond in eigendom krijgen op Ridderkerks grondgebied. Rotterdam zou ook de grond aan kunnen kopen en erfpacht uit kunnen geven. Maar dat betekent dat Rotterdam grondbezitter is in Ridderkerk. En Barendrecht zou dat ook kunnen doen, en dat betekent dat Barendrecht grondbezitter is in Ridderkerk. En we hebben ervoor gekozen om zelf grondbezitter te blijven als we erfpachtsystemen in het leven gaan roepen. De heer Los: Baas in eigen huis. Dank u wel, voorzitter, ik vind het prima. Dank u wel. De voorzitter: Dan kom ik bij de vragen van de PvdA. De heer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog vier vragen.

De raad is, ja, in de RIP van 18 juni 2019 over deze erfpachtconstructie in zijn algemeenheid geïnformeerd. Ja, toen werd er gezegd, dit is bedacht voor bedrijven, ik citeer even, die moeilijk financiering kunnen aantrekken voor nieuwe projecten. Is dat nog steeds zo? Of kan in principe ieder bedrijf, ja, wat van deze constructie gebruik wil maken dat ook doen? Of is het echt tot die specifieke groep beperkt? En als dat zo is, zit daar dan ook nog een soort toets aan vast? Wellicht dat de wethouder, ja, dat kan toelichten. Dan vroeg ik mij ook nog af, er is ook eerder afgesproken dat de OZBgronden, dat de OZB-opbrengsten, wij waren daar geen voorstander van, dat die terugvloeien naar het bedrijventerrein zelf, naar investeringen daarin, zodat Barendrecht en Rotterdam daar ook van profiteren. De OZB zeg maar die de erfpachtconstructie oplevert. Althans, de gronden die in erfpacht zijn uitgegeven, komt die wel alleen aan Ridderkerk ten goede? En kunnen we die dan ook naar eigen goeddunken aan Ridderkerkse zaken besteden? Dat was mijn tweede vraag. En mijn derde vraag is, Renes en ENGIE gaan met elkaar samen die installatie neerzetten. Sluit de gemeente de overeenkomst met Renes of met ENGIE, of met allebei? Of is er voor een specifieke rechtsvorm gekozen? Kan de wethouder daar iets over zeggen? En mijn laatste vraag is, er wordt ook gesproken over de risico’s.

In de stukken staat dat misschien niet de hele canon geïnd zou kunnen worden in het geval, ja, het mis gaat. Dat risico zie ik ook wel. Er wordt ook gezegd, in geval van faillissement neemt de curator het over. Alleen je hebt wel te maken met hele specifieke opstallen en installaties, die voor een curator ook niet zo makkelijk te verhandelen zijn. Voor wie is dan uiteindelijk dat risico? Als je dat niet kwijt raakt, komt dat dan uiteindelijk toch ten laste van de Ridderkerkse begroting? Dan u wel. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Ja. Dank u wel, voorzitter. In principe kan ieder bedrijf in aanmerking komen voor een erfpachtconstructie als zij willen vestigen op Nieuw Reijerwaard. Maar wat ik net al aangaf, de meeste bedrijven die nu interesse tonen, die willen gewoon ook de grond zelf aankopen. En een snelle rekenaar voor de voorstel kan zien, door de prijs voor de gronden te delen door het aantal vierkante meters, wat de huidige vraagprijs zo’n beetje is. Dus dat is ook gewoon openbaar. En die interesse voor die vraagprijs is er ook

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/792/documents/28217