CConstaterende datRidderkerk
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-03-04-verslag- commissie-samen-wonen.pdf

Commissie Samen leven RK 4 maart 2021, gemeente RidderkerkBij agendapunt: 0.: Besluitenlijst en verslag29.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Woordelijk verslag commissie Samen leven 4 maart 2021 1.

Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Goedenavond allen, bij deze commissie Samen Leven. Nou ja, u kent inmiddels de spelregels wel ongeveer, denk ik, want we doen het niet voor het eerst op deze manier. Alle fracties zijn vertegenwoordigd en namens het college zijn wethouder Franzen en wethouder Van Os aanwezig. U heeft ook allen een agenda gehad. Bij punt 2 hebben wij één inspreker, dat is mevrouw Everts namens OZHW en die komt inspreken over agendapunt 5, ‘Nieuwbouw IKC De Noord’. Met het oog daarop zou ik voor willen stellen om de agendapunten 4 en 5 te wisselen deze avond, zodat mevrouw Everts niet naar het zich aan laat zien een hele lange tijd moet wachten voordat het IKC aan de beurt komt. Dus ik neem aan dat u zich daarin kunt vinden. Zo niet, wilt u dat dan laten weten? Daar lijkt iedereen het mee eens te zijn. Als u niet aan het woord bent, wilt u dan de microfoon uit laten en ook uw handje opsteken als u het woord wilt, dan houden we het nog enigszins beheersbaar vanavond. Daarmee is de agenda ook vastgesteld.

2.

Spreekrecht voor hen die zich hebben aangemeld De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 2. Het spreekrecht, zoals ik al heb aangegeven, heeft mevrouw Everts namens OZHW zich daarvoor aangemeld. Dus ik wou mevrouw Everts graag het woord geven voor haar inspreekbijdrage. Mevrouw Everts u bent voor mij nu ook zichtbaar. Gaat uw gang. Mevrouw Everts-van Driel: Mooi, hartelijk dank. Fijn dat ik hier mag inspreken. Geachte voorzitter, geachte commissieleden, hartelijk dank voor het bieden van deze gelegenheid tot inspreken. Mijn naam is Jenny Everts en ik ben voorzitter van het college van bestuur van Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden voor primair en voortgezet onderwijs. Ik spreek hier mede namens Yes! Kinderopvang, omdat wij samen met nog een aantal andere betrokkenen actief betrokken zijn met dit nieuwbouwproject. In 2019 is in de gebiedsontwikkeling rondom basisschool De Noord en de daar gesitueerde gymzaal vanuit een breed perspectief onderzocht. De uitkomst van dat onderzoek heeft inmiddels geleid tot het voornemen om het eerste Integrale Kind Centrum voor Onderwijsgroep Zuid-Hollandse Waarden te gaan bouwen in Ridderkerk. OZHW en Yes! zijn daar heel blij mee. Natuurlijk werken wij, zoals u bekend is, inhoudelijk al lang samen om samen de mooie, kwalitatieve leer- en ontwikkellijnen en waar nodig aangevuld met zorg voor kinderen samen te stellen.

Met het vaststellen van de Integrale Kind Centra visie van de gemeente Ridderkerk heeft de gemeenteraad eerder laten zien dat zij de ontwikkeling van kinderen in de breedste zin van het woord erg belangrijk vindt. Het is voor ons natuurlijk erg fijn om aan de doorontwikkeling van dat concept in IKC De Noord te werken in een gebouw dat met die visie in het achterhoofd ontworpen wordt. Door de school, de kinderopvang en de gemeente wordt onder regie van de gemeente al geruime tijd een goed overleg gevoerd over alle bouwgerelateerde zaken, het proces daaromheen en de communicatie. Ook bestuurlijk gaat dat constructief. We hebben er vanuit het traject in de voorbereiding naar dit raadsvoorstel dat ook gelopen is dan ook alle vertrouwen in dat we er onder het bouwheerschap van de gemeente goed gaan uitkomen met elkaar. Om de nieuwbouw op de huidige plek mogelijk te maken is tijdelijke huisvesting elders nodig. Ook in dit traject heeft een goede verkenning plaatsgevonden waarbij de belangen van alle betrokken partijen zorgvuldig gewogen zijn. Wij kunnen dan ook instemmen met het voorliggende plan voor de tijdelijke huisvesting. Over de huisvesting in het Trefpunt en de noodlokalen is al flink wat overleg geweest met de huidige gebruikers van het Trefpunt en daar komen we goed uit met elkaar.

Onder leiding van de gemeente zoeken we samen met het bestuur van PCPO en de verkeersdeskundige van de gemeente naar mogelijkheden om de verkeersbelasting in het gebied zo gering als mogelijk te houden en ook zo kort mogelijk te laten duren voor de wijkbewoners gedurende de

aanwezigheid van de noodlokalen en tijdens de bouw van zowel De Wingerd als De Noord. Beide scholen zijn bijvoorbeeld van harte bereid om afspraken over wisselende schooltijden te maken om daarmee onze bijdrage aan de spreiding van het verkeer te leveren. Tot slot, wij zijn meer dan tevreden over de prettige en constructieve wijze van samenwerken samen met de wethouder en de ambtenaren van de gemeente Ridderkerk en zien dan ook positief en met veel plezier uit naar de voortzetting ervan in de periode nadat u erover besloten heeft de plannen gerealiseerd gaan worden. Ik dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Everts, dank voor uw bijdrage. Dat klonk mij als een positief verhaal in de oren. Mevrouw Everts-van Driel: Zo is dat. De voorzitter: Ik wil graag de commissieleden nog de gelegenheid geven om waar nodig verduidelijkingsvragen te stellen. Ik weet niet of die er zijn? Die blijken er te zijn, dus ik ga dat even noteren. Ik zie de heer Kooijman van de ChristenUnie, ik zie mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk en dat lijkt het te zijn. Kunt u beiden uw handje weer intrekken? Dan krijgt als eerste de heer Kooijman van de ChristenUnie het woord. De heer Kooijman: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Everts, bedankt voor de bijdrage. Ik had één vraag.

U gaf in uw bijdrage ook al aan dat er nagedacht wordt over de mogelijke verkeersdrukte en dat u als twee scholen bereid bent om daar heel wat afspraken met elkaar over te maken over schooltijden. Ik vroeg me even af: in hoeverre denkt u dat het mogelijk is om ook met de ouders juist afspraken te maken over het halen en brengen? Bijvoorbeeld afspraken dat er veel meer gebruik wordt gemaakt van fiets of te voet naar school kunt gaan. Welke mogelijkheden ziet u daar om daar ook gezamenlijk deze verantwoordelijkheid te nemen? De voorzitter: Mevrouw Everts. Mevrouw Everts-van Driel: Dank u wel, voorzitter. Ja, daar zie ik alle gelegenheid toe, mijnheer Kooijman, omdat wij hebben de afgelopen tijd helaas wegen de nare reden, de coronamaatregelen, echt intensief met ouders contact gehad over halen, brengen, afgeven van kinderen, dat op een georganiseerde manier doen. Daarmee zijn we weliswaar door een nare reden, maar wel eraan gewend geraakt om met elkaar in goed overleg het vervoer, het halen en het brengen in goede banen te leiden. De oudere kinderen kunnen uiteraard met de fiets komen en daarmee zullen we zeker ook ons steentje bijdragen om het proces daar in de locatie goed te laten lopen. De voorzitter: Mevrouw Kayadoe, Leefbaar Ridderkerk. Mevrouw Kayadoe: Dank u wel. Eigenlijk mijn vraag sluit naadloos aan op de vraag van mijnheer Kooijman.

Ik woon vlakbij De Noord, ik zie nog steeds dat er dikke file staat als er gehaald en gebracht wordt. Dus in die zin helpt het nog niet. Ik heb ook een beetje de vraag: met de ouders andere haal- en brengtijden. Ouders hebben over het algemeen ook het zodanig ingeregeld met hun baan dat het allemaal, met hun eigen werktijden. In hoeverre gaat dat echt een haalbare kaart worden voor de ouders dan om de schooltijden anders in te regelen om die verkeersdrukte te zien verminderen? En hoe zou u er tegenover staan om eventueel noodlokalen in het Oosterpark te hebben? De voorzitter: Mevrouw Everts, ja, gaat uw gang. Mevrouw Everts-van Driel: Dank u wel, voorzitter. Ja, mevrouw Kayadoe, wij hebben daar natuurlijk over nagedacht en gekeken wat mogelijk is. Als het gaat om de huidige situatie bij de huidige locatie van De Noord,

daar is de afvoer van verkeer ingewikkeld. Dat weet u ook als u daar in de buurt woont. Dus daardoor krijg je ook ophopingen in de buurt van de school en dan moet er gedraaid worden enzovoorts. Dat geeft extra overlast. Met de commissie die zich aan het oriënteren is op hoe die verkeersveiligheid goed geborgd kan worden, wordt er onderzocht of bijvoorbeeld het inregelen van eenrichtingsverkeer door een aantal straten mogelijk is rondom de haal- en brengplek waardoor in ieder geval de doorstroom van het verkeer veel beter is. Dat lijkt positief uit te pakken, maar daar zal de wethouder ongetwijfeld meer over vertellen. Dat wordt echt op dat niveau onderzocht om het zo optimaal mogelijk in te regelen. Als het gaat om dat halen en brengen, dat gaat natuurlijk om een korte tijdspanne. Daar heeft u terecht een punt, want we gaan dat niet over de hele ochtend verspreiden. Maar door iets eerder te beginnen en iets later door te gaan kun je dat toch binnen een behapbaar traject organiseren. Dat willen de scholen in ieder geval met elkaar borgen en ook door – en dan sluit ik weer aan op het antwoord net wat ik aan mijnheer Kooijman gaf – bijvoorbeeld de oudere kinderen georganiseerd per fiets te laten komen en echt te proberen campagne te voeren, het zo verkeersluw als maar mogelijk is te maken. Wij gaan daar zeker stevig mee aan de slag en vinden dat ook een mooi project.

Uw tweede vraag was, huisvesting eventueel bij het Oosterpark. Dat zou heel ingewikkeld zijn voor de school, dus we gaan het onderzoeken, want de vraag is gesteld. We kennen hem ook en we zullen zeker ook weer constructief meekijken in hoeverre daar oplossingen in zitten. Maar u snapt ongetwijfeld dat het voor een school en zijn bemensing heel ingewikkeld is als die school over twee locaties, die behoorlijk toch wel weer een stukje uit elkaar liggen, gespreid worden. Dus het is zeker niet ons optimale scenario, vandaar dat ik ook blij ben met het voorliggend plan, maar dat zult u begrijpen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Everts, voor uw antwoorden en uw bijdrage. Want daarmee lijken ook de aanvullende vragen, of tenminste, de vragen vanuit de commissie gesteld beantwoord. 3.

Vaststellen besluitenlijst commissie Samen Leven en Samen Wonen van 28 januari 2021 De voorzitter: Dan gaan wij door met voor nu agendapunt 3, dat is het ‘Vaststellen van de besluitenlijst van de commissie Samen Leven en Samen Wonen van 28 januari’. De besluitenlijst zoals u die heeft gekregen, zijn daar op- of aanmerkingen op, inhoudelijk of tekstueel? Dat lijkt niet het geval, dan zijn die vastgesteld. Dan hebben we een lijst met toezeggingen, die zullen wij even doorlopen. Toezegging 1 en 2 staan voor het tweede kwartaal van dit jaar en zover is het nog niet. Toezegging 3, wethouder Franzen heeft toegezegd om de raad zodra het besluit genomen is informeel te informeren. Daar heeft u in de weekmail van 29 januari een bericht over gekregen en op 19 februari bent u daar middels een raadsinformatiebrief over geïnformeerd, dus daarmee lijkt dit punt afgedaan. Nummer 4 staat voor 9 juni, zover is het nog niet. Doelgroepenvervoer staat voor mei van dit jaar, ook dat komt nog. Jeugdhulp voor een keer een commissievergadering met mensen vanuit de jeugdhulp, dat blijft nog even op het to-do-lijstje van mevrouw Ripmeester en de griffier staan. En de laatste, de raadsinformatiebrief over de rechtsvorm van de BAR-organisatie, daarvan heeft partij 18PLUS laten weten dat het gespreknotitie niet meer komt, dus daarmee is ook dat punt afgedaan.

5.

Nieuwbouw IKC De Noord De voorzitter: Dan brengt ons dat bij agendapunt 4 en in de gewijzigde opzet voor vanavond is dat ‘Nieuwbouw IKC De Noord’. Inzet daarvan is ter vaststelling, kan uw commissie zich daarin vinden? Is er iemand die dat niet vindt? Mijnheer Rijsdijk, gaat uw gang. De heer Rijsdijk: Ja, ik zou hem wel graag ter debat willen, voorzitter.

De voorzitter: Oké. Zijn er ook nog andere partijen die dat willen? Dat lijkt niet het geval, dan is de inzet voor nu dat het ter debat gaat. Dat betekent dat we voor deze commissie ons ook beperken tot technische vragen. Wethouder Van Os, wilt u nog iets met ons delen met betrekking tot dit agendapunt? De heer Van Os: Jazeker, voorzitter. Ik dacht tijdens agendapunt 4 lekker van de warme hap te genieten, maar die laat ik met alle liefde afkoelen voor dit mooie onderwerp nu de agenda is omgewisseld. Voorzitter, bij de actualisatie van het integraal accommodatieplan kwam nieuwbouw voor OBS De Noord in combinatie met een gymzaal als slimme oplossing uit de hoge hoed om voor een goede dekking te zorgen voor sporthallen en gymzalen in Ridderkerk. De school en het schoolbestuur zijn hier heel erg blij mee. Samen met Yes! Kinderopvang vormt De Noord een Integraal Kind Centra. Conform de recent vastgestelde beleidsregels IKC bouwen we nu ook voor de kinderopvang en ontvangen we hier een kostprijsdekkende huur voor. Eerder heeft de raad al een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld waardoor we al enkele maanden aan de slag zijn met alle partijen. Wanneer de raad instemt met het voorliggende voorstel en het voorstel voor nieuwbouw De Wingerd, zal er gestart kunnen worden met de realisatie van twee schitterende voorzieningen voor Ridderkerk.

Uiteraard hebben we nadrukkelijk aandacht voor de drukte in de wijk die tijdens de werkzaamheden ongetwijfeld toe zal nemen. Zowel OZHW als PCPO zijn goed in overleg met elkaar, met de gemeente en met de wijk om ervoor te zorgen dat tijdens de bouw de overlast beperkt wordt en de verkeersveiligheid hoog in het vaandel staat. Tot zover, voorzitter. Mocht u iets zeggen, voorzitter, uw microfoon staat gemutet. De voorzitter: Ja, ja ja, ik zat nog met mijn gedachten bij uw warme hap, mijnheer Van Os. Dank voor uw betoog. Er zijn al wat vragen gesteld die inmiddels ook beantwoord zijn, maar wellicht dat er vanuit de commissie nog andere of aanvullende vragen zijn? Dat lijkt het geval, dan ga ik dat even noteren. Dat is de heer Piena, mevrouw Weijers zag ik, de heer Nugteren en de heer Rijsdijk. Dat was het? Wellicht dat u uw handje dan weer wilt laten zakken en dan geef ik allereerst het woord aan de heer Piena van de VVD. De heer Piena: Dank u wel, voorzitter. Ik had één technische vraag voor de wethouder. Er wordt 600.000 euro vrijgemaakt vanuit de algemene reserve voor noodlokalen en dergelijke. Mijn vraag is: kan dit ook op een andere wijze bekostigd worden? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Die 600.000 euro voor tijdelijke noodlokalen, die kwamen ook wel als een verrassing voor ons als college.

Dat heeft te maken dat we echt met een overspannen markt te maken hebben. Met de covidmaatregelen en de covidcrisis wordt er veel beroep gedaan op tijdelijke noodlokalen voor vaccinatielocaties, ook nu voor de Tweede Kamerverkiezingen. Dus de markt is wat overspannen en de prijzen zijn gewoon erg hoog op het moment. Met OZHW hebben we de afspraak gemaakt dat we gaan kijken hoe we de tijdelijke opvang goed in kunnen regelen en daar ook op kunnen besparen, dus de 600.000 euro die we in het raadsvoorstel vragen, dat is nu ook conform de marktprijzen, maar we hopen daar lager uit te komen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Piena. De heer Piena: Dank u wel, voorzitter. Misschien heb ik mijn vraag niet duidelijk genoeg gesteld. De 600.000 euro is afkomstig uit de algemene reserve. Mijn vraag is of het niet door middel van een bepaalde afschrijving kan gebeuren. Ik weet dat het niet bij een schoolgebouw kan, maar om het zomaar weer uit de algemene reserve te halen en niet een onderdeel te laten zijn gewoon van onze normale begroting, dat is wel weer heel

makkelijk. Er zijn heel veel grote bedragen al uit onze algemene reserve uitgegeven de laatste tijd, er staan er nog wel wat op stapel, dus mijn vraag is eigenlijk: zijn er andere wegen te bewandelen om die 600.000 euro over een aantal jaren uit te spreiden? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Zo wordt die inderdaad wel erg technisch. Het maakt ook onderdeel uit van de gebiedsvisie Plein Oost en omgeving. Dit is fase 1, de nieuwbouw van de scholen. In fase 2 verdwijnt de huidige gymzaal daar en zou je wellicht daar een grondexploitatie kunnen verwezenlijken en dan zou je deze kosten mee kunnen nemen. Alleen, dat is nog zo ver in de toekomst dat je de kosten die nu gemoeid zijn met die tijdelijke huisvesting, zoals de grond geschikt maken, kan je niet toebedelen aan die grondexploitatie op dit moment. Dus we hebben wel naar slimme mogelijkheden gekeken om het ergens anders te laten landen, maar die hebben we tot op heden niet kunnen vinden. De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van mevrouw Weijers van Burger op 1. Mevrouw Weijers: Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal vragen aan de wethouder.

De voorzitter: Kunt u aantal specificeren? Mevrouw Weijers: Ik heb zeg maar drie vragen over ongeveer het ene onderwerp en drie vragen over een tweede onderwerp – of onderdeel, laat ik het zo zeggen – en dan nog twee andere vragen. De voorzitter: Misschien is het verstandig om met de eerste drie over het eerste onderwerp te beginnen, om het enigszins behapbaar te houden. Mevrouw Weijers: Daarom geef ik het ook zo aan aan u, voorzitter. De voorzitter: Prima. Mevrouw Weijers: Ik zou graag willen weten wanneer de plannen voor De Wingerd op de agenda komen te staan. Vervolgens heb ik gelezen over het bouwheerschap wat de gemeente Ridderkerk op zich neemt. En ik zou het heel fijn vinden als de wethouder nog een keer zou kunnen uitleggen waarom we het op die manier doen, waarom Ridderkerk, de gemeente bouwheer worden en wat de consequenties zijn van het bouwheer zijn. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen genoteerd. Een dezer dagen komt het voorstel voor De Wingerd in het college en daar zal het dan ook binnen korte tijd bij de raad komen en ook in de commissie uiteraard eerst. Dus dat is voor het zomerreces, dus dat komt al snel uw kant op. Het tweede is, waarom wij bouwheer zijn in dit plan is omdat er ook een gymzaal mee gemoeid is en daarom is de gemeente bouwheer in deze.

Het zou op zich niet veel uit moeten maken wie er bouwheer is, alleen aangezien er nu ook een accommodatie bij komt voor de gemeente zelf, zijn we zelf bouwheer. Zo is dat ook het geval bij het Gemini College, daar zit ook een gymzaal bij, daar zijn wij ook bouwheer. Maar dat kan ook zomaar zijn dat het schoolbestuur bouwheer is bij een ander project.

Mevrouw Weijers: En wat zijn de consequenties daarvan dat wij bouwheer zijn, dat de gemeente bouwheer is? De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Vooralsnog zie ik daar geen consequenties in. Het zou niet veel uit moeten maken wie er bouwheer is. Het voordeel is denk ik dat wij direct zicht hebben op de uitgaven in deze en niet achteraf. De voorzitter: Mevrouw Weijers, uw volgende serie van vragen dan maar? Mevrouw Weijers: Dank u wel, voorzitter. De volgende serie vragen gaat over de overlap die er is in de bouwperiode van De Noord en De Wingerd. Zou de wethouder kunnen zeggen welke periode dat betreft en hoelang dat dan duurt? En kan hij ook al ongeveer aangeven echt gewoon in welke maanden zeg maar dat dan verwacht zou kunnen worden? En waarom vindt er een overlap plaats, is het niet mogelijk om dit na elkaar in te plannen? En ik heb begrepen dat beide scholen het Trefpunt als uitwijklocatie hebben, hoe wordt dat dan opgelost in die overlapperiode? Daar zou ik graag antwoord op willen. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. De exacte data dat er overlap is heb ik niet paraat. Daar kan ik uiteraard schriftelijk op terugkomen, maar dat is ook natuurlijk afhankelijk van aanbesteding en wanneer het allemaal gestart gaat worden, dus dat is heel dynamisch, dat document.

Ik denk ook dat het weinig zin heeft om dat nu te verstrekken en dat we de raad daarvan gewoon op de hoogte moeten brengen als de bouw eenmaal gaat starten. Waarom tegelijkertijd? Dat is een uitdrukkelijke wens van de raad geweest bij de actualisatie van het AIAP om De Wingerd ook naar voren te halen. Dus daarom hebben we ervoor gekozen om beide projecten tegelijkertijd te doen. Dat levert extra druk op in de wijk, dat weten we. En zoals de inspreekster al heeft laten weten zijn wij in goed overleg met elkaar om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat die drukte toch te doen is en dat de verkeersveiligheid hoog in het vaandel staat. De laatste vraag ben ik even kwijt, voorzitter. De voorzitter: Het Trefpunt. De heer Van Os: Ja klopt, het Trefpunt. Nou, het voorstel van De Wingerd moet nogmaals eerst in het college behandeld worden voordat die naar de commissie en de raad gaat. Maar even een kijkje in de keuken is dat het erop lijkt dat De Wingerd gewoon op de huidige locatie gehuisvest kan blijven tijdelijk, terwijl er daar een nieuw onderkomen gebouwd gaat worden. Dus De Wingerd lijkt vooralsnog geen gebruik te gaan maken van het Trefpunt, dus alleen De Noord voor een paar lokalen en zal er ook tijdelijke huisvesting voor de overige lokalen gerealiseerd moeten worden. De voorzitter: Mevrouw Weijers. Mevrouw Weijers: Dank u wel zover.

Het laatste wat ik nog zou willen vragen, in de antwoorden die de wethouder heeft gegeven op de vragen van de Partij van de Arbeid staat over het overleg met de omwonenden, dat deze geïnformeerd zullen worden. Ik zou graag de wethouder mee willen geven dat informeren en participeren niet hetzelfde is. Dus ik haal hoop uit de mededeling dat de goede tips van de wijkbewoners worden meegenomen, maar informeren en participeren is niet hetzelfde. Dat was het, dank u wel.

De voorzitter: Voorzitter, uit dat laatste heb ik niet echt een vraag gedestilleerd, maar misschien dat de wethouder dat wel heeft gedaan? Wethouder Van Os. De heer Van Os: Nou, geen vraag, voorzitter. Dank u wel, voorzitter. Geen vraag, maar informeren maakt zeker wel deel uit van participeren en we zijn gewoon in een goed overleg ook met het wijkoverleg, de gebruikers van het Trefpunt, de WAVO. We zullen zeker alle goede ideeën die de wijkbewoners aandragen meenemen in de realisatie van het project. De voorzitter: Dan is nu de beurt aan de heer Nugteren van Leefbaar Ridderkerk. De heer Nugteren: Dank u wel, voorzitter. Wij als Leefbaar hebben één vraag en dat gaat over die 600.000 euro aan huurkosten tijdelijke huisvesting. Is er ook gekeken om deze noodvoorzieningen te kopen en wellicht na twee jaar door te verkopen? Dat zou wellicht in de kosten schelen. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Een hele goede tip vanuit Leefbaar Ridderkerk, die hadden we zelf ook inderdaad bedacht en naar gekeken. Het lijkt er toch op dat huren nog steeds het goedkoopst is. We hebben ook gekeken – en dat is zeker niet naar de zin van de school – om te kijken of de school gehuisvest kan worden in het huidige Gemini College als dat leeg staat.

Nou, dat is een hele andere wijk, ver weg van de huidige locatie en dan hadden we bedacht: laten we ze dan met een bus anderhalf jaar vervoeren. Maar dat komt nog duurder uit dan de 600.000 euro die we nu vragen aan de raad. Dus we zoeken echt naar manieren om die 600.000 euro omlaag te krijgen, want het is veel gemeenschapsgeld wat tijdelijk gebruikt gaat worden voor tijdelijke huisvesting. Daar zijn we ons zeer van bewust en we zoeken naar mogelijkheden om dat bedrag naar beneden te krijgen, maar vooralsnog is hetgeen wat we aan de raad vragen. De voorzitter: Dan de heer Rijsdijk, PvdA. De heer Rijsdijk: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor het beantwoorden van de vragen die we schriftelijk hebben gesteld. We zijn ook blij dat er nieuwbouw komt voor De Noord. Wel hebben we nog vier aanvullende vragen. Zal ik die allemaal maar tegelijk stellen, voorzitter? Of twee om twee? De voorzitter: Ik heb de heer Van Os hoog zitten, dus ik denk dat vier wel lukt. De heer Rijsdijk: Ik ook. Dan moet het goedkomen. In de antwoorden op de vragen werd aangegeven, de inspreekster zei er ook al iets over, dat er voor de noodlokalen zijn ook locaties bij het Oosterpark in beeld. Maar ik heb begrepen dat er ook nog gekeken wordt naar het basketbalveldje bij de Klooslaan voor het plaatsen van de noodlokalen, dat wordt ook niet zoveel gebruikt.

Kan de wethouder aangeven of dat inderdaad in beeld is? Dan vroeg ik mij ook nog af, er werd ook al gezegd over het verkeer en de verkeersbewegingen die toenemen, dat er gekeken wordt naar verschillende start- en eindtijden en dat de scholen daaraan een bijdrage willen leveren. Er wordt ook gezegd in de antwoorden op onze vragen dat ouders gevraagd wordt minder vaak eventueel met de auto te komen, maar als dat niet lukt, dan worden er bepaalde parkeerplaatsen kunnen er dan gebruikt worden. Maar ik hoor wel van wijkbewoners dat ze zeggen: die ruimte is er eigenlijk niet, omdat er bij De Genestetstraat nu al een nota is waardoor het gedoogd wordt dat auto’s op de stoep parkeren. Welke mogelijkheden zijn er nog meer zeg maar om het verkeer wat te temperen of te spreiden? Want anders creëren we, ja, straks mogelijk wel een groot probleem tijdelijk. Mijn derde vraag, die sluit eigenlijk aan bij de vraag die mevrouw Weijers ook stelde. Aangegeven wordt dat

wijkbewoners worden geïnformeerd. Tegelijkertijd worden er wel goede tips meegenomen, zei de wethouder. Is het dan toch niet meer dan informeren, kunt u daar wat over zeggen? Want informeren is natuurlijk de laatste trede op de participatieladder, maar zitten we dan toch niet iets hoger? Maar laatste vraag, die raakt aan de partijen waarmee overleg is gevoerd. Daar wordt Taveri genoemd, maar niet To-Uchi. Kan de wethouder aangeven waarom er niet met de judovereniging is gesproken in dit verband? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. De locaties die aangedragen zijn vanuit de wijk voor de tijdelijke huisvesting, die hebben we scherp en die nemen we ook mee. Maar De Noord is een grote school die een hoop lokalen nodig hebben. Daarvoor willen we ook gebruik maken van een aantal lokalen in het Trefpunt. Als we dan het Trefpunt als tijdelijke huisvesting gaan gebruiken en verder in de wijk andere tijdelijke huisvesting, dan is dat natuurlijk niet optimaal voor de school. Daarom is in eerste instantie de locatie bij het Trefpunt, de tijdelijke huisvesting aldaar in het Trefpunt en via noodlokalen heeft dat de voorkeur. Nou, we kijken samen met OZHW en andere partners of elders, inderdaad basketbalveldje is aangedragen of het Oosterpark, of dat haalbaar is voor tijdelijke huisvesting.

Als dat betekent dat we daar twaalf of dertien lokalen moeten realiseren, dan komen we ook met die 600.000 euro niet meer uit straks. Dat is het andere risico wat we lopen, dan wordt dat nog duurder gezien de huidige marktprijzen. De mogelijkheden met verkeer, er zijn net al een aantal mogelijkheden benoemd ook door de inspreekster. Er wordt gekeken naar eenrichtingverkeer, je zou een soort kiss & ride kunnen doen. We hebben dat echt wel hoog in het vaandel staan die verkeersveiligheid, want we weten dat de ene school met 300 leerlingen en de andere school met 300 leerlingen een hoop verkeersbeweging met zich meeneemt. Dus daar hebben we echt nadrukkelijk aandacht voor. Wat betreft het informeren van de wijkbewoners. We zijn echt in overleg met ook het wijkoverleg, we zijn met de WAVO in overleg en de individuele bewoners van de wijk die ons informeren en daar wat meer aan de voorkant willen zitten, die zullen we nadrukkelijk betrekken, maar het is niet dat ze mee besluiten over het voorstel. Dus we gebruiken de juiste informatie en de nuttige tips die ons gaan helpen om de zaken zo efficiënt mogelijk in te richten daar. En de judovereniging, daar zijn zeker wel gesprekken mee gevoerd, maar niet met betrekking tot de gymzaal die bij De Noord wordt gesitueerd aangezien we de mattenclubs bij elkaar willen brengen op een andere locatie.

Deze locatie bij De Noord, die is inderdaad voor de tafeltennisvereniging als gebruiker bestempeld. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee lijken de vragen gesteld en beantwoord. Mijnheer Rijsdijk. De heer Rijsdijk: Dank u, voorzitter. Ik wilde nog even op de antwoorden van de wethouder reageren. Dank daarvoor. Mijn opmerking over die andere locaties, die had echt betrekking op de noodlokalen. Ik realiseer me dat er ook een gedeelte van de school in het Trefpunt zal worden gehuisvest. Wat de verkeersoplossing betreft, ik ben blij dat het de aandacht heeft. De wethouder noemde ook een aantal oplossingen, die kwamen nog niet in de antwoorden op de vragen naar voren. Daar ben ik heel blij mee, maar daarmee is het punt zeg maar van het parkeren nog niet echt beantwoord. Is daar dan wel de ruimte voor? En de wethouder noemde het eenrichtingsverkeer. Op zich snap ik die gedachte wel, maar je hoort ook wel en je leest ook wel dat als er eenrichtingsverkeer wordt ingesteld, dat verkeer zich dan soms ook roekelozer gedraagt en dat dat de verkeersveiligheid niet altijd ten goede komt. Hoe ziet de wethouder dat? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Van Os. De heer Van Os: Dank u wel, voorzitter. Om op die laatste vraag gelijk even te reageren, hebben we gezien dat eenrichtingsverkeer bij De Reijer toch wel bij heeft gedragen aan een verkeersveiligere situatie aldaar. Ik ben

geen verkeersdeskundige, dat zal ik gelijk maar eerlijk opbiechten in deze, dus ik durf niet te zeggen wat de beste oplossingen zijn. Daar hebben wij mensen voor in dienst die daarover nadenken samen met de partijen. En inhoudelijk de vraag met betrekking tot parkeerplaatsen, daar heb ik nu ook geen antwoord op. We zullen dat meenemen, er zal bij situatie aldaar gekeken worden wat de parkeerproblematiek zal zijn als de werkzaamheden gaan starten. Dank u wel. De voorzitter: Dan, de heer Rijsdijk had aan het begin aangegeven dit stuk ter debat in de raad te willen behandelen. Dat is nog steeds zo, neem ik aan? De heer Rijsdijk: Ja, het is meer een uitgebreide stemverklaring. Dat moet dan ter debat, maar ik heb aan twee minuten meer dan genoeg, voorzitter. Maar dat is de insteek, een uitgebreide stemverklaring. De voorzitter: Zijn er nog andere partijen die ook spreektijd wensen? Dat lijkt niet het … O, kijk eens aan. Mevrouw Weijers, hoeveel tijd denkt u nodig te hebben? Mevrouw Weijers: Voorzitter, ik krijg hier vanzelfsprekend instructies voor. Petra heeft gevraagd om drie minuten, maar met twee minuten kunnen we akkoord gaan. De voorzitter: Oké. De heer Ros. De heer Ros: Een korte stemverklaring, een minuutje. De voorzitter: Dan, nou ja, goed. Een drietal korte bijdragen lijkt het, maar er zal wellicht vanuit het college nog een reactie op komen, of zelfs verwacht worden.

Dus ik denk dat we hem dan inzetten voor een behandeltijd van twee minuten in eerste termijn en totaal vijftien minuten, lijkt een haalbare kaart in deze. Ik zal dat even ook noteren voor onze griffie, dan kan die daar rekening mee houden. 4.

Nota Integraal Beleid Sociaal Domein De voorzitter: Dat brengt ons dan nu alsnog bij agendapunt 4, ‘Nota Integraal Beleid Sociaal Domein’. Ook daar zijn al de nodige vragen gesteld. Er zijn een hoop antwoorden gekomen, maar dat is allemaal in de middag c.q. begin van de avond van deze dag geweest, dus we moeten zo maar even kijken hoe we daarmee om willen gaan. Inzet is ter debat, ik neem aan dat er niemand is die dat niet vindt. Nee. Dan zou ik allereerst nog het woord willen geven aan wethouder Franzen. Gaat uw gang. De heer Franzen: Dank u, voorzitter. Van de ambtelijke ondersteuning is mevrouw Laurs aangeschoven en ja, dit is ook de tweede keer dat we dit stuk gaan bespreken. De vorige keer was het ontwerp waar al heel veel in stond, dus ik zou graag dat ontwerp nog een keer willen toelichten en vervolgens ook willen toelichten hoe dat verdere proces tot nu is verlopen en wat de wijzigingen zijn ten opzichte van het ontwerp. Belangrijkste doelstelling met het Integraal Beleid Sociaal Domein is het meer integraal werken, dus echt kijken naar het probleem in plaats van naar de aanvraag. Daarnaast willen we anders gaan meten, anders gaan benaderen, echt in de vorm van maatschappelijke effecten: wat willen we bereiken? In plaats van: wat willen we verlenen? Die maatschappelijke effecten hebben we er een vijftal geformuleerd in het ontwerp.

Dat waren: Ridderkerkers ontwikkelen zich optimaal; iedereen heeft gelijke kansen om mee te doen; inwoners kunnen voor zichzelf en elkaar zorgen; Ridderkerkers zijn vitaal en gezond; inwoners kunnen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Tot slot is ook echt nieuw in deze nota dat we middels overlegtafels langdurig in gesprek willen gaan met de partners die we nodig hebben om die maatschappelijke effecten te bereiken. Dat zijn in ieder

geval zorgaanbieders, maatschappelijke organisaties, maar ook de vertegenwoordigers van doelgroepen. Allen hebben ze verstand van de onderwerpen en nieuw in deze nota is dat we echt met elkaar de schouders eronder willen gaan zetten en die transformatie langdurig vorm willen gaan geven. Dat is in het kort de nota. De vorige keer heb ik ook aangegeven dat over een paar punten ik nog bij de raad terug zou komen. Over de Wmo is dat inmiddels gebeurd, daar heeft de raad zich uitgesproken om eigenlijk te gaan voor keuzevrijheid en open house-constructie te gaan doen in de aanbesteding. Voor jeugd, inzet wijkteams bent u geïnformeerd en de aanbesteding voor lokale jeugdhulp volgt volgend jaar pas, dus daar komen we tegen die tijd bij u op terug. Dat is in het kort het Integraal Beleid Sociaal Domein zoals we het de vorige keer ook besproken hebben. In de commissie zijn diverse opmerkingen en vragen gesteld, die hebben we verwerkt in deze nota. Parallel daaraan hebben we de inspraak doorlopen. Veel inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties hebben meegepraat over de thema’s en we hebben in die sessies echt gemerkt dat mensen en organisaties over hun eigen belang heen kunnen denken. Dat geeft ons echt hoop dat ook die overlegtafels straks goed gaan werken. Nieuw voor u zijn een tweetal dingen.

De indicatoren in hoofdstuk 9, daar heeft u in de commissie destijds nog geen kennis van kunnen nemen. Inmiddels hebben we die op papier gezet en als u straks de nota vaststelt, zullen we die dingen gaan meten. Daarnaast is ook nieuw de visual, het overzicht en de storytelling is toegevoegd in het stuk om ook, ja, de ogen van de inwoner te bedienen en goed weer te geven waar die nota nou echt over gaat, over wat voor kleine dingen het verschil kunnen maken hier buiten op straat in Ridderkerk. Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Ik denk dat u qua ondersteuning rijkelijker bedeeld bent dan u zelf weet, want volgens mij is mevrouw Flaten er ook nog voor dit agendapunt, naast mevrouw Laurs. Dus dat moet goed komen dan. Zoals al eerder aangegeven, er zijn al behoorlijk wat vragen gesteld, die zijn ook recent beantwoord. Maar desalniettemin kan ik me voorstellen dat er nog andere vragen zijn, of dat commissieleden de antwoorden ook nog niet helemaal tot zich hebben kunnen nemen, dus ik wil iedereen maar de gelegenheid geven om nog aanvullende vragen te stellen, of vragen die al gesteld zijn misschien nogmaals te stellen als de antwoorden nog niet helemaal zijn doorgedrongen.

Dus wie vanuit de commissie heeft vragen? De heer Coule van Burger op 1, mevrouw Verdiesen van de VVD, mevrouw De Wolff van de ChristenUnie, mevrouw Kleiker van het CDA, mevrouw Fräser van D66, mevrouw Kayadoe van Leefbaar Ridderkerk – en dan loop ik uit mijn scherm – de heer Ros van GroenLinks, mevrouw Ripmeester van de PvdA, de heer Kranendonk van de SGP. Nog spijtoptanten? Dat lijkt niet het geval. Dan kunt u allen uw handje weer laten zakken, intrekken, of hoe u het ook maar wilt benaderen. Ik zal ze ook in deze volgorde denk ik even afwikkelen, waarbij ik aan de voorkant even wil kijken hoeveel vragen eenieder van u heeft, om dat dan vervolgens ook in enigszins behapbare brokken te knippen, mocht dat nodig zijn. Dus allereerst de heer Coule, Burger op 1. Mijnheer Coule, hoeveel vragen heeft u? De heer Coule: Ik heb er zeven. De voorzitter: Sorry? Ik hoorde … De heer Coule: zeven De voorzitter: Nou hoop ik dat u voor de wethouder beter te verstaan bent dan voor mij, want anders wordt dit een hele lastige exercitie. Maar ik hoorde denk ik drie vragen, dus stelt u de vragen. De heer Coule: Zeven vragen. De voorzitter: Zeven. Laten we dat dan maar eens beginnen met vier.

De heer Coule: Ik ben wat verder weg gaan zitten en ik hoop dat het werkt. Allereerst, bij de vorige commissie hebben we hierover gesproken, de verharding van de samenleving hebben we het over gehad. De verharding van de samenleving, er wordt heel erg veel verwacht van de samenleving dat die meewerkt, maar ik zie niet eigenlijk echt in een document terug dat de verharding van de samenleving, dat daar ook rekening mee wordt gehouden. Dat is één. Vervolgens heb ik een tweetal vragen over de rol van het MBR. Het advies van het MBR was goed onderbouwd en gedegen. Uit de reactie erop blijkt dat adviezen niet leiden tot aanpassing van de uitgangspunten of nota. Gaat u met het platform in overleg over de ontvangen adviezen? Dan de vraag van het MBR, volgens het MBR worden de vijf doelen van de drie decentralisatiewetten onvoldoende gerealiseerd en geeft hiervoor een onderbouwing. Bent u het met hen eens? Ik wou het even bij deze vragen eerst even laten en dan ga ik zo door naar de volgende. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, de microfoon, hij doet het. Wat betreft verharding van de samenleving, ja, de samenleving verhardt, maar we hebben ook gekeken naar wat er wel mogelijk is.

We zien met name op welzijnsgebied, vrijwilligers, dat er echt nog mogelijkheden zijn en dat er echt mensen zijn die nog niet meehelpen, maar wel daartoe bereid zijn en die willen we gaan betrekken. Wat betreft het advies van het MBR. Het MBR heeft een zeer uitgebreid advies gegeven. Het MBR heeft zowel haar visie op het IBSD gegeven, maar ook suggesties voor de uitvoering. Dus ja, waar het beleid gaat, hebben we gekeken: staat dat ook in het IBSD verwoord? Op sommige punten is dat inderdaad het geval, op andere punten adviseren ze over de uitvoering. Daarom heb ik ook in het bestuurlijk overleg met het MBR aangegeven dat ik graag nog een keer langskom om een en ander toe te lichten, want ze hebben er erg veel werk van gemaakt en ja, een en ander is verwerkt. En waar dat niet direct in het beleid verwerkt is, maar bijvoorbeeld in de uitvoering, licht ik dat graag toe in dat bestuurlijk overleg met MBR. En uw laatste vraag is mij even ontschoten. De voorzitter: De heer Coule. De heer Coule: Dat betreft de vijf doelen van de decentralisatiewetten, dat die onvoldoende gerealiseerd worden volgens het MBR, en of u het daarmee eens bent. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Decentralisatie heeft ineens plaatsgevonden.

Alles is geland destijds, maar er zijn ook dingen minder goed gegaan met die decentralisatie vanwege het feit dat die decentralisatie vanuit Den Haag ingestoken is met minder middelen. Tijdens het ontwikkelen van het Integraal Beleid Sociaal Domein hebben we gekeken naar landelijke rapporten: wat zijn nou de knelpunten? Dat soort informatie hebben we meegenomen in deze beleidsnota, dus daar hebben we ons zeker rekenschap van gegeven. De voorzitter: Mijnheer Coule, zou u dan de volgende vier vragen willen stellen? De heer Coule: Gaarne, mijnheer de voorzitter, dank u wel. Het gaat even om de rol van de raad. De opgavetafels vanuit de voetnoot op pagina 44 focussen op het bereik betreffende maatschappelijk effect. De maatschappelijke effecten zijn echter zeer ruim en breed gedefinieerd. Welke rol en sturing ziet u hiervoor voor de raad? Dan wil ik het even over inkomen hebben. De gezondheidskloof groeit in Nederland. Mensen met een structureel geldgebrek krijgen vijftien jaar eerder te maken met ziekteklachten. Een stabiel en voldoende inkomen voorkomt dus zorgkosten en gezinsleed. Dit stuk blijft onderbelicht in deze nota. Hoe ziet u dit? Dan het wijkteam, is de integrale toegang naar hulp en zorg. Er is extra inzet richting scholen en

huisartsen. In welke mate wordt de capaciteit van het wijkteam uitgebreid qua uitvoeringscapaciteit en expertise? Dan mijn laatste vraag die ik graag wil stellen is: hoeveel procent van de uren van het wijkteam gaan nu naar de vijf verschillende taken? Zoals informatie en advies, en preventieactiviteiten, de kortdurende hulp en de verwijzing van de tweedelijns, nazorg en beëindiging, en tweedelijns zorg. Hoe worden die uren dadelijk verdeeld? Dat zijn op dit moment mijn vragen. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Even kijken, voor wat betreft die opgavetafels. Ja, die opgavetafels worden voor een langere tijd georganiseerd, dus het is ook vanzelfsprekend dat wij als college de raad informeren bij de start van die tafels en tussendoor de raad op de hoogte houden van de vorderingen die gemaakt worden. Dan, even kijken, dan zegt u bij ziekte … Laat ik het zo zeggen, mensen met een laag inkomen hebben de hoogste kans om ziek te worden. Is dat onderbelicht in de nota? Nee, dat is niet onderbelicht in de nota. Het uitgangspunt positieve gezondheid gebruiken we en wellicht dat mevrouw Laurs daar nog even een toelichting op kan geven. De voorzitter: Mevrouw Laurs. Mevrouw Laurs: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad maken we gebruik van het uitgangspunt positieve gezondheid.

Daarin geven we aan dat alle inwoners mee kunnen doen, ongeacht of ze een vraag hebben, een probleem hebben of niet. Dat willen we stimuleren door het inzetten van sport, deskundigheidsbevordering, allerlei activiteiten, ontplooiing van met name onze kinderen. Dat zullen we ook meenemen in het kader van de Brede School ontwikkeling, dus doorgaande leer- en ontwikkellijn. Dus het begint al vanaf nul jaar in ieder geval tot het voortgezet onderwijs en dat loopt natuurlijk verder door, want jong geleerd is oud gedaan en zullen we ook voor onze oudere inwoners verder gaan ontplooien en ontwikkelen. Positieve gezondheid is een belangrijke kapstok waarin we uitgaan van het feit dat mensen mee kunnen doen, in plaats van kijken naar de kwaal die iemand heeft. Maar wat kan wel, in plaats van wat kan niet. De heer Franzen: Dan wat betreft de wijkteams, worden die uitgebreid? Met de raadsinformatiebrief bent u geïnformeerd over de aanbesteding … O. De voorzitter: De heer Coule. De heer Coule: Ik wou daar heel graag even op door, want het gaat over de financiële achtergrond van een aantal bewoners waar op dit moment in mijns inziens in de nota veel te weinig, of tenminste, dat het onderbelicht is. Dat daar veel meer naar gekeken moeten worden, waardoor je dus veel meer ook al proactief kan zijn, ook qua de schuldhulpverlening en dergelijke, dat je daar eerder op kan zitten.

Dat daar veel meer signalen gehaald moeten worden, dat daar veel meer naar gekeken moet worden en op geacteerd moet worden. Dat mis ik eigenlijk een beetje. De heer Franzen: Voorzitter, in de nota spreken we uit die integrale benadering en blijven we een beetje op de hoofdlijnen wat dit onderwerp betreft. Het detailniveau waar de heer Coule op doelt zal terugkomen in de uitwerking van dit onderwerp, namelijk in het plan Voorkomen van problematische schulden. Dat ziet echt specifiek op dit onderwerp, dat gaat ook veel meer de diepte in en als zo’n element in zo’n nota zit als deze, dan zit er gewoon een orderverschil in die nota en dat maakt het lastig lezen. Dus vandaar dat we ervoor kiezen om wel die basis in deze nota te zeggen, maar die uitvoering, die specifieke technische uitvoering waar u het over heeft, die is heel belangrijk en daarom komen we ook met een nadere uitwerking op dat punt en die zal voor de zomer ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd als de raad akkoord gaat met deze

uitgangspunten. Wat betreft de wijkteams, daar is met de raadsinformatiebrief het een en ander richting de raad gegaan qua informatie. Daarin staat ook hoe we denken de uitbreiding van de wijkteams te kunnen doen. We denken echt door meer regievoering betere zorg te kunnen gaan verlenen. Dat betekent ook dat we de functies van initiëren en hulpverlenen gaan scheiden. Daarmee hopen we ook dat het werk wat de wijkteammedewerker gaat doen ook dichter bij de roeping van de hulpverlener ligt. De hulpverlening wil vooral hulpverlenen en regie voeren en zorgen dat dat kind de juiste hulp krijgt. Als ze niet diezelfde hulp kunnen verlenen, maar het kind zit bij een regionale instelling, dan willen ze toch graag dat kind al zien, zodat ze weten als dat kind straks naar het wijkteam komt, wie is diegene? Dus door die scheiding … De voorzitter: Sorry, wethouder, even … Mevrouw Ripmeester heeft aangegeven daar nog een aanvullende vraag of een stapelende vraag bij te hebben. Mevrouw Ripmeester: Ja graag, dank u wel, voorzitter. De wijkteams staan al tijden onder druk, die zijn zwaar belast. De wachttijden lopen enorm op, de administratieve last loopt enorm op. Er wordt veel over geklaagd, dat zag u ook in die nota van reacties die u bij de stukken heeft gedaan, over wachttijden, wisseling van personeel, heel veel punten worden aangegeven.

Nu geeft u aan: we gaan eigenlijk niks doen aan de capaciteit. Als ik uw goed be… Nou goed, ik heb de RIB gelezen van 2 maart en daar staat in ieder geval niks duidelijk in: we gaan het uitbreiden. U zegt: we gaan het anders inrichten. Dat vind ik echt een heel ander verhaal. We gaan het weer efficiënter doen, we doen het elk jaar efficiënter. Nu gaan we het weer efficiënter doen, maar mijn vraag is echt: wanneer pakken we nu echt het probleem aan? En mijn idee is dat er echt capaciteit bij moet, al was het maar om de wachtlijsten nu weg te werken, of wachttijden heet dat geloof ik, bij de wijkteams. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, dit is een van de middelen die we willen inzetten om de werkdruk te verlagen van het wijkteam. Aan de andere kant zetten we ook in op extra capaciteit bij het wijkteam om schoolmaatschappelijk werk te gaan doen. Daarmee verlichten we ook indirect de werkdruk. Daarnaast hebben we de schoolcontactpersonen op de scholen, die vangen veel af voor het wijkteam. Die schoolcontactpersonen gaan we ook uitbreiden naar nul tot vier jaar, zodat op dat punt ook nog het een en ander wordt afgevangen voor het wijkteam. Het klopt dat de wachttijden toenemen bij het wijkteam, maar dat is eigenlijk een hele positieve ontwikkeling, want we zien dat de wachttijden bij de regionale jeugdhulp afneemt.

Dus dat betekent dat kinderen direct de juiste zorg krijgen en vaker zorg dichtbij huis. We denken dat het op dit moment dus nog niet nodig is om in ieder geval de hulp voor opvoeden en de core business van het wijkteam uit te breiden. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Terugkomend op de opmerking van de wethouder. Hij zei: we gaan inderdaad het wijkteam uitbreiden met de stap richting de scholen en de stap richting de huisartsen. Kan de wethouder dan ook aangeven hoeveel mensen erbij komen, of er mensen bij komen? Want die vraag hebben wij gesteld en daar is geen antwoord op gekomen. Er werd verwezen naar een RIB, een raadsinformatiebrief waar dat antwoord niet in staat. En u geeft aan dat de wachttijden toenemen en dat positief is. Ik vind dat een hele mooie duiding van wat er gebeurt, maar feit blijft natuurlijk dat er nu mensen zijn die nog steeds wachten op een reactie en die hebben al eind november, begin december hebben die, zij denken, een aanvraag ingediend bij het wijkteam. Dat is heel lang in coronatijd en dat is heel lang als het gaat over jouw kind wat in de problemen raakt. Dus mijn vraag nogmaals is: u ziet dat positief, die wachttijden, ik weet niet in hoeverre dat ook zo ervaren wordt door de wachtenden. Kunt u daarop reageren?

De heer Franzen: Nou goed, in … De voorzitter: Sorry, de heer Coule. Uw microfoon staat uit, mijnheer Coule. Dan bent u helemaal niet te verstaan. De heer Coule: Nee, dat blijkt. Bij deze staat hij aan. Aansluitend daarop heb ik de vraag: vooral ook de expertise hoor ik uit den velde, dat er ook nog wel eens het een en ander aan expertise ontbreekt in de wijkteams, of dat daar ook dan naar gekeken wordt bij de mensen die erbij moet komen, dat er echt wel expertise moet komen? De voorzitter: Willen degenen die hebben geïnterrumpeerd hun handje weer laten zakken als dat gedaan is? Anders is niet duidelijk of u dat opnieuw doet, of dat het … Dank u. Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, zoals ik daarnet zei, schoolmaatschappelijk werk is een uitbreiding van formatie. De POH is ingevoerd, dat is eigenlijk een indirecte uitvoering en vergroting van de formatie. En ook de schoolcontactpersonen is een uitbreiding van de formatie in die zin en ook de uitbreiding van de schoolcontactpersonen van nul tot vier jaar is ook een uitbreiding van de formatie. Dus zo wordt er wel gekeken naar wat meer kan en we denken ook dat het niet alleen een kwestie van formatie is, maar ook een kwestie van anders doen.

Wat betreft die wachttijden, als iemand op de wachtlijst staat bij het wijkteam, wordt elke week bekeken: hoe gaat het met die casus? Daar zijn gewoon medewerkers hard mee bezig, dus als een zaak ineens urgentie krijgt, dan zijn we er ook vroeg bij en wordt die ook met voorrang boven andere zaken opgepakt. Dan wat betreft de vraag: hoeveel procent van de tijd gaat naar welke taken? We weten nu alleen bij het wijkteam wat het wijkteam doet en die gegevens staan in de bestuursrapportage. Daar staat monitoren, plan opstellen, behandelen, plan afsluiten, dat soort gegevens weten we. Dat was het antwoord op de vragen. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Daarmee zijn de vragen van Burger op 1 gesteld en beantwoord, als ik het wel heb. Dan gaan wij door met mevrouw Verdiesen van de VVD. Mevrouw Verdiesen, hoeveel vragen heeft u in totaal? Mevrouw Verdiesen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb in totaal drie vragen. De voorzitter: Nou, dat moet in één keer kunnen. Mevrouw Verdiesen: Dat hoop ik. De eerste is vrij kort. De eerste twee gaan over het raadsvoorstel. Daar staat op pagina 4 iets over de Ridderkerkse opgavetafels. De wethouder gaf net al aan dat vertegenwoordigers van alle doelgroepen betrokken worden. Nog een korte verduidelijkende vraag: houdt dat dan ook in dat zorgafnemers of cliënten daarbij betrokken zijn? Dat is de eerste vraag.

De tweede vraag gaat over de paragraaf op pagina 4 die daaronder staat, ‘Prioriteren, plannen en realiseren’. Daar staat genoemd dat ten aanzien van omvangrijke aanbestedingen er overleg wordt gepleegd met de commissie Samen Leven alvorens een beslissing wordt genomen. Wat wij graag willen weten is: wie bepaalt wat omvangrijk is, en wat is de grens daarvoor? Dus welk bedrag denkt de wethouder aan? Dan de derde vraag gaat over bijlage 1, dus het beleid zelf. Op pagina 40 staat ruimte voor leren en experimenteren. Daar is al een vraag van het CDA over gesteld, maar die vond ik, ik zou toch wel graag wat nader specificaties willen hebben over welke instrumenten daarbij worden bedoeld. Dus welke instrumenten denkt de wethouder aan als hij innovatie wil stimuleren? Tot zover, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verdiesen. Dan is het woord aan wethouder Franzen. De heer Franzen: Wat betreft die Ridderkerkse opgavetafels, daar sluiten vertegenwoordigingen van cliënten en doelgroepen op aan. Dus daar zitten ook niet alleen zorgpartijen op, maar dat zijn ook maatschappelijke organisaties kunnen dat zijn, maar ook vertegenwoordigers van doelgroepen die gewoon echt praktijkervaring hebben. Op tafel zullen we echt die verbindingen gaan leggen en samen van elkaar gaan leren en werken aan betere kwaliteit. Wat betreft de tweede vraag, wat is omvangrijk? De omvangrijke aanbestedingen, dat waren de Wmo-aanbestedingen, huishoudelijke hulp, begeleiding en dagopvang. Die is met de commissie besproken. De wijkteams, daar bent u over geïnformeerd en kan op gereageerd worden in deze commissie. Die nog komt is de aanbesteding lokale jeugdhulp. Daar moet bij vooral aan gedacht worden aan de basis-GGZ, maar ook de hulp voor jeugdigen met een stoornis of een beperking. Voordat onderwerp komen we over ongeveer een jaar denk ik bij de commissie terug, want dat contract loopt gewoon wat langer. Wat betreft de laatste vraag, ruimte om te leren en experimenteren, kijk ik mevrouw Laurs even aan. De voorzitter: Mevrouw Laurs. Mevrouw Laurs: Dank u wel, voorzitter. Er zijn verschillende mogelijkheden qua innovatie.

In het kader van de nota weten we dat er al drie maatschappelijke partners elkaar onder andere gevonden hebben om te kijken wat er voor mogelijkheden zijn. Daar is de gemeente ook bij betrokken. Wat u nog meer aan instrumenten kunt zien is gezamenlijk e-health ontwikkelen, innovatiesubsidie daarvoor aanvragen. Wat we in de vragen ook hebben beantwoord is bijvoorbeeld de Buurtcirkel, “Buurman, buurvrouw”, dat zijn voorbeelden waar u aan kunt denken. De voorzitter: Mevrouw Verdiesen, uw vragen daarmee beantwoord? Mevrouw Verdiesen: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik door met de vragen van de ChristenUnie, mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Dank u wel, voorzitter. Ik had vooral … De voorzitter: Hoeveel … Mevrouw De Wolff-ter Beek: Sorry, vier vragen. De voorzitter: Ook dat zou in één keer moeten lukken. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Ja, het zijn vooral doorvragen op vragen die we al eerder hebben gesteld, dus ik weet niet of het handig is om die vragen er nog bij te pakken, maar ik ga het proberen en anders hoor ik het wel. De eerste vraag, daar vragen wij waarom het niet gelukt is om streefcijfers aan te dragen. Ik wil even checken of het klopt: door corona heeft het meer tijd gekost om de juiste indicatoren aan te leveren, maar is het niet gelukt om de streefwaarden te bepalen.

Nu wordt aangegeven dat die streefwaarden in de eerste bestuursrapportage staan. Ik wil weten of dat klopt en wanneer die bestuursrapportage dan precies is. Tweede vraag gaat over de vele vragen die we hadden gesteld. Daarin wordt aangegeven dat de raad gaat beoordelen of de streefwaarden juist zijn gesteld. Als ik het goed begrijp staan die dan straks in de bestuursrapportage, of moeten wij als raad daar nog andere stappen in nemen? Dus staan de streefwaarden, gaan we daar als raad op dat moment over in debat, of gaat dat anders? Volgende vraag, dat was bij vraag

vier, daar ging het over het goed kunnen meten en analyseren van de datagegevens. Dan wordt er aangegeven: er zijn genoeg systeembeheerders. Maar dat was mijn vraag niet, mijn vraag was: zijn er genoeg mensen om bepaalde cijfers te combineren en om trends te ontdekken en om uit die datagegevens de juiste informatie te vinden? Volgens mij is dat echt een nieuwe kunde en ik vraag me af of daar voldoende expertise voor in huis is. Dat zou mijn vraag zijn. Dan de laatste bij vraag acht, ook daar hebben we geen antwoord gekregen op de vraag. Wij vroegen of er uitdagingen waren en daar gaat u niet op in. Uitdagingen inzake van het samenwerken binnen de BAR. Misschien helpt het om een voorbeeld te geven. Stel dat we nou in Ridderkerk meer aandacht willen geven aan één bepaalde opgave en dat gaat meer kosten dan in de twee andere gemeentes, of we hebben een hogere ambitie – denk even aan het doelgroepenvervoer. Is er dan wel of geen uitdaging? Daar zou ik graag een antwoord op willen. Nou, tot zover even mijn vragen. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Wat het eerste betreft, ja, het klopt dat we door corona die hoofdstuk 9 later hebben gerealiseerd, op hebben kunnen leveren en dat is jammer. De reden is als volgt: onze deskundige medewerkers zijn ingezet op de TONK ‘…’ systemen voor geïmplementeerd moest worden.

We hebben overwogen om in te huren, maar het nadeel van inhuren is aan de ene kant dat je iedereen werkt thuis, iemand is nieuw, die kent de organisatie niet en moet die organisatie vanuit huis leren kennen. Dat betekent ook dat bestaande medewerkers die nieuwe medewerkers zouden moeten begeleiden. Dus uiteindelijk hebben we gewoon binnen bestaande middelen voor deze constructie gekozen. Niet ideaal, maar het was het maximaal mogelijke. Het klopt dat eind van het jaar de eerste waardes van de indicatoren uit hoofdstuk 9 bekend zijn, die zullen we dan met de bestuursrapportage meesturen. Wat betreft de vragen over de BARorganisatie. Wacht even, ik vergeet er één, voldoende mensen, … De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: De wethouder geeft aan dat we eind van dit jaar een terugrapportage krijgen over die streefwaarden. Maar is er op dat moment ook echt al een ambitie gesteld door de wethouder, dus of we hoger of lager gaan? Ik hoor dat daar een nulmeting komt, maar ik mis nog de ambitie daarin. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, we zullen zeker onze eigen doelen stellen als college, maar uiteindelijk is het ook aan de raad om een politieke afweging te maken: met welk doel is welke partij wanneer tevreden? Dat zal voor de ene partij anders uitpakken dan voor de andere, maar we zullen daar zeker een voorzet in doen tegen die tijd.

Maar het is eerst vooral van belang om die nulmeting te doen zodat we weten hoe de vlag er nu bij hangt. Dan, … De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Toch nog één keertje. We krijgen dus eind van dit jaar indicatoren met de nulmeting en daarbij is er een voorstel voor een ambitie, en daar gaan wij als raad over in gesprek. Is dat wat u zegt? De voorzitter: Wethouder Franzen.

De heer Franzen: Hoofdstuk 9, daar staat in wat we willen gaan meten. Dat gaan we komend jaar meten. Welke cijfers daaruit komen, die zetten we in de bestuursrapportage sociaal domein. En wij zullen aangeven wat onze ambitie is, waarmee we tevreden zijn, maar uiteindelijk is het ook aan de raad om in het debat daarover iets te vinden en een bepaalde richting uit te spreken. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Oké, nou ja. De heer Franzen: Is er voldoende capaciteit, was nog een vraag. Ja, er is op dit moment voldoende capaciteit om wat we nu willen uit te kunnen voeren. Dan de vraag over de ambitie. Stel, Ridderkerk heeft een grotere ambitie dan bijvoorbeeld Barendrecht, hoe gaan we daarmee om? Dan komen we in de discussie over maatwerk. We hebben er ook bewust voor gekozen om Ridderkerkse overlegtafels in te gaan richten zodat de Ridderkerkse opgave besproken kan worden. Ik denk dat dat ook goed is, want de inhoudelijke thema’s zijn op bepaalde punten ook echt anders dan in andere gemeenten. De voorzitter: Mevrouw De Wolff. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Het laatste stukje is helder, eerste stukje nog niet.

U geeft aan: ja, er is genoeg – ik weet niet wat voor woorden u gebruikte – bezetting, of … Dat ging eventjes over analysevaardigheden, maar is er ook genoeg expertise? Is er genoeg expertise om die bepaalde cijfers allemaal te combineren en de juiste informatie weer aan alle zorgverleners te delen? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, die is er en het aantal mensen dat dat kan is ook toegenomen de afgelopen jaren in de organisatie. Er zijn ook nieuwe mensen voor aangenomen op bestaande functies. Mevrouw De Wolff-ter Beek: Helder. De voorzitter: Mevrouw Ripmeester. Mevrouw Ripmeester: Dank u wel, voorzitter. Bij het duiden van de cijfers die gegenereerd worden, wordt daarbij ook gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigen? Dit naar aanleiding van de opmerking over die wachtlijsten die toenemen die positief zijn. Je kunt alles duiden, maar wordt er ook gebruik gemaakt van ervaringsdeskundigen die misschien een andere kijk hebben op de ontwikkeling van bepaalde cijfers? De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ja, als daar aanleiding toe is, wordt daar gebruik van gemaakt. Als wij iets niet kunnen duiden als college, dan doen we daar onderzoek naar, dus dan komt dat in beeld. De voorzitter: Mevrouw De Wolff, uw vragen zijn hiermee gesteld en beantwoord? Mevrouw De Wolff-ter Beek: Klopt.

De voorzitter: Dan gaan wij door met de vragen van het CDA, mevrouw Kleiker. Mevrouw Kleiker: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen naar aanleiding van de vragen die we gesteld hebben. De eerste vraag is, ondersteuning na het overlijden van een familielid die een partner of broertje of

zusje, of zoals genoemd in onze vraag, is dit aanbodgericht of vraaggericht? Hoe weet de bewoner waar hij naartoe moet als hij een vraag heeft? En de tweede vraag is betreffende de 75-plus huisbezoeken. Er wordt gezegd: iedere vijf jaar doen we een huisbezoek. Wij hebben aangegeven dat zeker als de leeftijd van 80 gepasseerd is en helemaal als de leeftijd van 85 gepasseerd is, is vijf jaar erg lang. Er is veel vraagverlegenheid. Hoe monitort u nu dat mensen echt vragen als het nodig is, en zou het een optie kunnen zijn om tussentijds te telefoneren? Dus na tweeënhalf, drie jaar de telefoon te pakken en mensen te bellen. De voorzitter: Wethouder Franzen. De heer Franzen: Ik kijk voor beide vragen even naar mevrouw Laurs, zij kan even aangeven of dat aanbod- of vraaggericht is en bij wie inwoners terechtkunnen. Ook zal zij ingaan op die vijfjaarlijkse huisbezoeken die door Facet worden uitgevoerd. De voorzitter: Mevrouw Laurs. Mevrouw Laurs: Dank u wel, voorzitter. Ten aanzien van de eerste vragen, de ondersteuning van het overlijden bij een familielid. Bijvoorbeeld bij onze oudere inwoners zijn deze mensen vaak bekend, bij bijvoorbeeld onze welzijnsstichting Facet voor de mantelzorgondersteuning. Wanneer een van de partners overlijdt is dat in beeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.ridderkerk.nl/api/v1/meetings/792/documents/28217