Toelichting Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg
Tekst van het document
3.4 Inrichtings- en beheerplan bosgebied Ten behoeve van de realisatie van de natuurbegraafplaats binnen het bosgebied is een inrichtings - en beheerplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in de bijlagen, Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan. Het inrichtingsplan beschrijft uitgebreid de inrichting van de natuurbegraafplaats en de te nemen beheermaatregelen. In deze paragraaf volgt een beknopte toelichting. Belangrijk is dat voor het voorliggende bestemmingsplan, alleen het zuidelijke deel van het plangebied voor natuurbegraven (het deel in de gemeente Rhenen) onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Het beheerplan is opgenomen in hoofdstuk 4 van het inrichtings- en beheerplan.
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 34
Figuur 21: Overzichtstekening (met legenda) inrichtings- en beheerplan Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg. Een goed leesbare versie van de overzichtstekening en de legenda, is opgenomen in het inrichtings- en beheerplan, zoals bijgevoegd als Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan Visie op de toekomst Natuurbegraven kan bijdragen aan het ontwikkelen van een gebied waarin het aangenaam vertoeven is en een interessante beleving vormt voor de bezoeker. De inrichting van Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg maakt optimaal gebruik van de natuurlijk potentie om de plek zowel voor mens als plant en dier optimaal in te richten. Ingrepen zijn subtiel, maar effectief en bedoeld om eeuwigdurende waardevolle natuur te realiseren met behoud van archeologische en cultuurhistorische relicten. Een gemengd bos waar ruimte is voor zowel naald- als loofhout. Met doeltreffende inrichtings- en beheermaatregelen wordt de potentie van de bestaande natuurbeheertypes en landschap optimaal benut. Hierdoor ontstaat een zonering in zowel natuur, beleving als ontsluiting van de begraafplaats. Het centrale deel in Rhenen is met name bestemd voor natuur en rust, en aan de zuidkant zijn met name de cultuurhistorische relicten te vinden en wordt de aansluiting gezocht met het landgoed.
Aan de noordzijde in Veenendaal (buiten het plangebied van dit voorliggende bestemmingsplan) is meer ruimte voor natuurbegraven en wandelpaden.
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 35
Ondergrond nodigt uit tot variatie in het bos In hoofdzaak worden en maatregelen getroffen om de natuurlijke ondergrond herkenbaarder en beleefbaarder te maken met ecologische meerwaarde. De inrichting voor de gehele natuurbegraafplaats is gebaseerd op de natuurlijke variatie die in de ondergrond aanwezig is. De bodemopbouw bepaalt de beplantingskeuze en het bosbeheer waardoor variatie in de bosopbouw en de beleving van het bos ontstaat. Hierdoor wordt het oriënteren van de recreant ook gemakkelijker. In hoofdzaak wordt ingezet op een soortenrijker inheems (loof)sortiment wat past op de zandige ondergrond in het grootste deel van het plangebied. Hierin worden nuances aangebracht op basis van het reliëf wat aanwezig is. De locaties van de verschillende maatregelen zijn ook op de inrichtingstekening (figuur 17) weergegeven en worden hierna toegelicht. Droog productiebos: met natuurbegraven In het grootste deel van het plangebied is droog productiebos aanwezig. Deze delen worden gevarieerder gemaakt met ecologisch meerwaarde. Dit wordt gedaan door nieuwe bomen en struiken aan te planten. Oude bomen blijven staan en de bosbessen als onderlaag vormen een waardevol groen tapijt van het bos. Hierdoor ontstaat een halfopen bos met doorzichten op korte afstand. Op langere afstand ontstaat een dicht en divers bos.
Deze maatregelen hebben als doel de natuur te versterken en bieden deze delen ruimte voor natuurbegraven. Droog productiebos: versterken herkenbaarheid en beleefbaarheid relief (hoogtes). In het plangebied is nog kenmerkend microreliëf aanwezig. Deze delen van het plangebied worden versterkt met nieuwe bomen en struiken om lokaal een gemengd dicht bos te creëren. Hier is zowel ruimte voor (bestaand) naaldhout als loofhout. Op de hogere delen wordt het bos juist zo beheerd dat het dichter wordt en de hoogtewerking van de zandkoppen versterkt. Hier worden tevens heestersoorten aangeplant die wintergroen zijn of al vroeg in het jaar een dicht beeld hebben. In de zones met opgaand reliëf is het niet gewenst om te begraven. De zones voor begraven liggen er juist tussenin wat een geborgen effect geeft. In het gebied met het meeste reliëf liggen daarnaast de dassenburchten waardoor hier alleen op plekkenkan worden begraven als dit echt ecologisch mogelijk is. Droog productiebos: versterken herkenbaarheid en beleefbaarheid relief (laagtes) Het streefbeeld van het bostype in de laagtes kent bijna alleen maar onderbegroeiing om een divers karakter voor de natuur en recreant te realiseren. Hier is het juist de bedoeling om de bosopslag te verwijderen. Deze delen zullen van nature ook natter zijn dan het hogere reliëf.
Droog productiebos: versterken beleving open plekken De open ruimtes zijn momenteel al gekoppeld aan de paden en wandelaars kunnen deze zien vanaf de paden. Ze liggen ook in de buurt van de natste en laagste delen. Deze drie ruimtes dienen open te blijven voor een diverse bosbeleving en ecologische meerwaarde. Het beheer zo ingesteld dat oude bomen mogen blijven staan en de bosbes blijft zo tapijt van deze ruimte. Rondom deze open zones ontstaan geleidelijke overgangen van bos naar openheid met heesters (mantel-zoom) en grassen die weer goed leefgebied geven voor levendbarende hagedissen. Vochtige heide: versterken herkenbaarheid en beleefbaarheid De twee natste en meer open heidedelen (gemeente Rhenen) van het terrein zullen nog meer versterkt worden volgens het geldende beheertype. Dit door de bosopslag te verwijderen en slechts enkele berken te laten staan ten behoeve van het Groentje. Het heideblauwtje en heidesabelsprinkhaan profteren van de aanwezigheid van deze heide. Daarnaast is het van
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 36
belang om kleinschalig en handmatig te gaan plaggen. Hierdoor ontstaan schrale situaties en verschillende successiestadia van heide naast elkaar. Door het plaggen te faseren ontstaan er verschillen in vegetatiestructuur, hetgeen waar de heidesabelsprinkhaan van profiteert. Deze soort heeft namelijk zowel lagere als hogere vegetatie voor overleving nodig.
Figuur 22: Zoneringskaart Cultuurhistorie als inspiratie beheer en inrichting Heesterranden rationele bospercelen De percelen bos zijn van oudsher rationeel en rechtlijnig opgezet in tegenstelling tot het organisch ontworpen deel van het landgoed. Op deze voormalige perceelsgrenzen en aan de buitenste randen van het plangebied wordt deze structuur weer versterkt. Door de randen (overgangen) te gaan beheren ontstaan lange rechte lijnen van struweel die het plangebied laten aansluiten op de omgeving en meer beschutting en privacy bieden voor mens en natuur. Het zijn als het ware landschapselementen in het bos die meerwaarde voor mensen en natuur bieden. Dit doordat ze een variatie herbergen aan soorten en structuren met een gradiënt van kruiden (zoom) naar heesters (mantel) en het aanliggende bos. Rabattenstructuur beheren: ecologische meerwaarde In het noorden van het plangebied in de gemeente Veenendaal (buiten het plangebied van dit bestemmingsplan) zijn nog rabatten aanwezig. Deze worden (net zoals de heesterranden) zo beheerd dat er rechtlijnige beplantingselementen ontstaan. Deze hebben binnen het bosvak een ecologische meerwaarde en verhogen de dichtheid van het bos en daarmee privacy.
WOII-relicten beter herkenbaar en beleefbaar maken De aan het maaiveld (zichtbare) resten van het artilleriesteunpunt en de Flakstellung worden beter beschermd, herkenbaar en beleefbaar gemaakt. Door lage begroeiing (inclusief opschot bomen) te verwijderen worden deze relicten onderdeel van de beleving van de natuurbegraafplaats en WOII. Hierdoor ontstaat een gevarieerder bos met meerwaarde voor biodiversiteit.
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 37
Routing bezoekers Houtrillen als nieuw element in het bos Op houtrillen wordt het overtollige dode hout verzameld. De houtrillen worden gerealiseerd voor tal van reptielen en bijvoorbeeld de hazelworm. De elementen worden op locaties gelegd die bijdragen aan de beleving van het bos. Daarnaast voorkomen deze takkenrillen dat wandelaars de kwetsbaarste delen betreden. De open delen en delen met dassenburchten, laagtes, hoogtes en natte heide. Deze natuurlijke sturing zorgt ervoor de open plekken en het reliëf wel beleefd kunnen worden maar niet kunnen worden verstoord. De impact op de natuur is hiermee minimaal. Er is geen bewegwijzering aanwezig in het bos zelf, enkel in de entreezone. Entreezone Rhenen Het plangebied kent meerdere entrees omdat het verbonden is met het landgoed en andere natuur in de omgeving door middel van wandelpaden en openbare wegen. Aan de zuidzijde in Rhenen is het de bedoeling dat het meeste bezoek zal arriveren. Al dan niet vanuit de tuin rond het hoofdhuis. In deze zone is ruimte voor twee kleinschalige houten elementen bij de entree zodat bezoekers even kunnen rusten en merken dat ze een speciaal stukje natuur betreden. In deze entreezone liggen ook de meeste resten van WOII. In maximaal twee kleinschalige houten elementen c.q.
informatieborden wordt stilgestaan bij deze extra laag in het plangebied met bijvoorbeeld een routebeschrijving, doelsoorten en achtergrondinformatie. Deze elementen worden met natuurlijke materialen gebouwd in de stijl van de bijgebouwen van het landgoed met een referentie naar de ligging van het gebied in de Grebbelinie. Denk hierbij aan natuurlijke materialen zoals zandzakken, hout en het gebruik van gestutte grond zoals in de loopgraven. Ceremonies en bijeenkomsten vinden plaats in het koetshuis bij het hoofdhuis. Twee bestaande schuurtjes op het terrein van het landgoed kunnen worden gebruikt als kantoor, ontvangstruimte en voor opslag van materiaal. Rondom deze zone zijn nog bestaande lanen van het landgoed die daarmee de aansluiting vormen en een meer formeel karakter hebben. Bij plechtigheden zal rond de zonnepanelen, in de weide, worden geparkeerd. Dit gebeurd maximaal 2 keer per week (maximaal 40 auto's). Fasering in gebruik name De natuurbegraafplaats wordt in fases in gebruik genomen. De eerste fase ligt in zuiden (gemeente Rhenen) van het plangebied (en betreft het plangebied van voorliggend bestemmingsplan) en is eenvoudig ontsloten dichter bij de entree. Hier bevinden zicht tevens de bestaande tweee houten schuurtjes die gebruikt worden voor ontvangst en als kantoor.
De tweede fase ligt meer naar het noorden (gemeente Veenendaal) waar ook meer ruimte is voor daadwerkelijk begraven in iets groter grafvelden. In de planvorming is uitgegaan van 250 graven per hectare. Dit is lokaal afhankelijk van bodem, water, reliëf, actuele en potentiële natuurwaarden. De exacte invulling van de grafvelden met individuele graven is dus een resultaat van de vraag naar begraafplaatsen. De zones met grafvelden zijn wel indicatief al aangegeven op kaart (zie figuur 22). Deze zones c.q. grafvelden waar hoofdzakelijk wordt begraven liggen niet in de meest kwetsbare gebieden met dassenburchten en archeologie. Bestaande natuur behouden en versterken De voorgaande inrichtingsmaatregelen bieden in zijn geheel een betere beleving van het bos en een meerwaarde voor de biodiversiteit. Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt lokaal verbeterd en meer divers wat het bos tevens klimaatbestendig maakt. Met name voor de doelsoorten: Geelgors, Appelvink, Groentje, Heideblauwtje en Specht. Daarnaast bieden de inrichtings- en beheermaatregelen kansen voor andere soorten en de verhoging van de biodiversiteit. Dit zijn bijvoorbeeld de das, levendbarende hagedis, sikkelsprinkhaan, spaansgroene zomervlinder en
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 38
zandhagedis. De maatregelen worden niet specifiek voor één doelsoort genomen maar voor meerdere waardoor andere soorten ook profiteren zoals insecten. Op deze manier wordt binnen de bestaande beheertypes de potentie zoveel mogelijk benut.
3.5 Natuurbegraven op om te vormen agrarische gronden Met het voorliggende plan wordt ook op enkele agrarische percelen natuurbegraven planologisch mogelijk gemaakt. Deze agrarische percelen, gelegen ten oosten van het bosgebied waar begraven gaat worden en ten zuidwesten van dit bosgebied, worden daarbij omgevormd naar natuur en krijgen de bestemming 'Natuur'. Het betreft in totaal 4,5 hectare aan gronden waar begraven mag worden, met een maximale dichtheid van 500 graven per hectare. De gronden worden deels omgevormd naar heide (waar vroeger het meeste heide aanwezig was) en deels naar kruidenrijk grasland. Op het oostelijk gelegen deel van de gronden worden daarbij ook enkele boomgroepen gerealiseerd en op het zuidoostelijke deel wordt gemengd aangeplant struweel met een sterk aandeel heesters gerealiseerd. Het uitgewerkte plan is opgenomen in Bijlage 5 van de regels van dit bestemmingsplan.
3.6 Verkeer en parkeren Met de realisatie van de natuurbegraafplaats, en het mogelijk maken van ceremonies in het koetshuis, is er sprake van een toename van verkeersbewegingen. Tevens ontstaat er een toename in de parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. Parkeren Om parkeerbehoefte te bekijken is gebruik gemaakt van de parkeerkencijfers van het CROW (CROW notitie 381). Gezien het relatief recentelijk bestaan van natuurbegraafplaatsen, is uitgegaan van de parkeerkencijfers voor begraafplaatsen. Uit de volgende tabel blijkt dat voor het buitengebied, niet stedelijk, een maximum aantal parkeerplaatsen van 36,6 wordt gehanteerd tijdens plechtigehden (zie figuur 23). De overige functies van het koetshuis, de voormalige Schapenschuur en de Zondagsschool brengen ook behoefte aan parkeerplekken met zich mee. Echter, is deze behoefte minder, en in het Koetshuis vinden geen andere activiteiten tegelijkertijd met ceremonies m.b.t. natuurbegraven plaats. Bij de Schapenschuur en de Zondagsschool betreft de parkeerbehoefte een enkele auto die geparkeerd moet worden, wat bij de gebouwen zelf kan plaatsvinden. Het parkeren kan bij de bestaande parkeerplaats 'Groene Entree Prattenburg' plaatsvinden.
Daarnaast is, indien noodzakelijk, ruimte om rond de zonnepanelen te parkeren (maximaal 40 auto's, maximaal tweemaal in de week), onder andere ten behoeve van plechtigheden bij natuurbegraven.
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 39
Figuur 23: Parkeercijfers begraafplaats (bron CROW) Verkeersgeneratie De ontwikkeling van de natuurbegraafplaats zal extra verkeersbewegingen veroorzaken. Om te bekijken hoeveel extra verkeersbewegingen dit zijn, worden de cijfers van het CROW als uitgangspunt gebruikt. Bij een reguliere ceremonie wordt uitgegaan van 37 voertuigen. Dit betekent dat er 37 voertuigen van en naar de parkeerplaats zullen rijden (in de weide rond de zonnepanelen). Van daaruit gaat men wandelend naar het koetshuis toe. Dit levert een totaal van 74 verkeersbewegingen per plechtigheid op. Dit aantal gehanteerde verkeersbewegingen is hoger dan het aantal dat het CROW per ceremonie hanteert. Het CROW hanteert namelijk een maximum van 51,4 verkeersbewegingen per ceremonie. De overige functies van het koetshuis, de voormalige Schapenschuur en de Zondagsschool brengen ook verkeersbewegingen met zich mee. Betreffende verblijfsrecreatie in de Zondagsschool en de voormalige Schapenschuur zijn deze verkeersbewegingen zeer beperkt. Voor de functies van het koetshuis zal dit per activiteit (zoals een vergadering of een huwelijk), niet meer bedragen dan de gehanteerde norm bij begrafenissen en de activiteiten vinden niet tegelijkertijd plaats. Het parkeren van de enkele auto bij de Zondagsschool en de Schapenschuur kan bij de gebouwen zelf. Deze zijn goed bereikbaar.
Er ligt een openbare parkeerplaats ('Groene Entree Prattenburg') direct aan de Rondweg-West, bij de afslag met de Cuneraweg (zie figuur 24). Deze parkeerplaats is ook goed en veilig bereikbaar. Het incidenteel parkeren in de weide rond de zonnepanelen is ook goed bereikbaar, en het wegenstelsel is hierop berekend
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 40
Figuur 24: Ligging openbare parkeerplaats 'Groene Entree Prattenburg' (bron google.com/maps)
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 41
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid. Het voorgenomen plan wordt getoetst aan dit beschreven beleid.
4.2 Rijksbeleid 4.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn regels opgenomen om het beleid uit de SVIR te verwezenlijken. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 14 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken.
Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het onderhavige plan, gericht op het verduurzamen en het herbestemmen van Rijksmonumenten, betreft een relatief kleinschalige ontwikkeling die geen inbreuk maakt op nationale belangen. Het plangebied is wel gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. Hier wordt in paragraaf 5.2 van de voorliggende toelichting nader op ingegaan.
4.2.2
Barro en Bro
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro, beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn een aantal nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het gaat om Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het Barro is gericht op doorwerking van deze nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Per onderwerp worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 42
rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, Natuurnetwerk Nederland (NNN), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, en maximering van het de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) bepaalt dat voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Het voorliggende plan voorziet in het toevoegen van de functie natuurbegraven, het bouwen van een kapschuur, het geven aan nieuwe functies aan bestaande gebouwen, en het ontwikkelen van natuurwaarden. Een dergelijke kleinschalige ontwikkeling wordt niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Bro. Een verdere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet noodzakelijk.
Bij provinciale verordening worden de gebieden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden is geometrisch vastgelegd. De bescherming van deze gebieden in relatie tot bestemmingsplannen gebeurd op provinciaal niveau, zo stelt het Barro in artikel 2.10.4. Het plangebied waar wordt begraven is wel gelegen in het Natuurnetwerk Nederland. Hier wordt in paragraaf 5.2 van de voorliggende toelichting nader op ingegaan. Het onderhavige plan heeft geen betrekking op overige onderdelen in het Barro.
4.2.3
Nationale Omgevingsvisie
Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3.
Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI wordt gesteld dat de klimaatdoelstelling in lijn is met de Parijse klimaatdoelstelling:
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 43
in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal. De ambitie is dat de omslag naar 100 procent circulair in 2050 gerealiseerd is en dat een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving is. In 2050 is Nederland erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen of nieuwe landschappen te creëren, met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen. De opgave is dan ook om de broeikasgassen ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030 en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het onderhavige plan betreft een relatief kleinschalige ontwikkeling die geen inbreuk maakt op nationale belangen. Ook voldoet het plan aan de prioriteit voor toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Zo krijgt het bosgebied een natuurlijke impuls, en is, door het toekennen van een dubbelfunctie natuurbegraven, duurzaam beheer naar de toekomst toe gegarandeerd. Ook het toekennen van vervolgfuncties voor monumentale gebouwen, past binnen het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied en sluit aan bij het afwegingsprincipe 'combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies'.
Het toekennen van nieuwe functies biedt voor het landgoed nieuwe inkomstenbronnen, waarmee het landgoed in stand kan worden gehouden. Voorliggend plan draagt tot slot bij aan de (inter)nationale doelstellingen om in 2050 klimaatneutraal te zijn.
4.2.4
Klimaatakkoord
Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. In het Klimaatakkoord staat dat in 2030 het aandeel duurzame stroom op gemiddeld 70 procent moet liggen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De realisatie van zonnepanelen voor de verduurzaming van het kasteel en koetshuis draagt bij aan de doelstellingen in het vastgestelde klimaatakkoord. Ditzelfde geldt voor de zonnepanelen die op het dak van de nieuwe kapschuur worden geplaatst.
4.2.5
Wet op de lijkbezorging
In de Wet op de lijkbezorging zijn alle regels omtrent de lijkbezorging opgenomen. De wet regelt de lijkbezorging in ruime zin. Hierin is vastlegt wat er met een lichaam van een overleden persoon moet gebeuren na het overlijden, maar ook de locatie en beheer van een begraafplaats. Een natuurbegraafplaats is een bijzondere begraafplaats. De wet geeft aan dat een bijzondere begraafplaats kan worden aangelegd en in stand kan worden gehouden door een privaatrechtelijke rechtspersoon. Deze regels hebben betrekking op de feitelijke lijkbezorging. Hieraan zal in dit geval ook worden voldaan. Het beleid rondom natuurbegraven wordt vastgelegd in een Algemeen Reglement door de initiatiefnemer. De wet regelt voorts dat de gemeenteraad bevoegd gezag is in het aanwijzen van de locatie van de begraafplaats. De wet schrijft voor dat: 'De houder van een begraafplaats houdt een register van alle daar begraven lijken, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn'. In de administratie van de Natuurbegraafplaats zal een register worden bijgehouden van de exacte locatie van de begravingen op de begraafplaats, omdat na verloop van tijd geen zichtbare
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 44
herkenningspunten meer aanwezig zullen zijn op de plek van het graf. Hiermee zal initiatiefnemer voldoen aan de Wet op de lijkbezorging.
4.2.6
Besluit op de lijkbezorging
Het Besluit op de lijkbezorging is een nadere uitwerking van de Wet op de lijkbezorging. In het besluit worden zaken, zoals de wijze van begraven en cremeren, het vervoer van lijken en de inrichting van een graf nader gespecifiseerd. Zo regelt dit besluit dat bij het begraven enkel een kist of ander omhulsel wordt gebruikt indien deze vervaardigd is met toepassing van biologisch afbreekbare materialen die het doel van begraving niet belemmeren. Dit sluit aan bij natuurbegraven, waarbij alleen gebruik gemaakt mag worden van materialen die makkelijk afbreken en vergaan in de bodem. Initiatiefnemer zal hier op toezien.
4.2.7
Inspectierichtlijn Lijkbezorging, 3e herziene druk
De Inspectierichtlijn lijkbezorging kan worden gezien als een advies van de Inspectie van de Volksgezondheid voor de milieuhygiënische aspecten van de lijkbezorging. In de inspectierichtlijn worden adviezen gegeven over het tegengaan van bodem- en grondwaterverontreiniging, onvolledige lijkvertering en hinderaspecten. In de inspectierichtlijn is verder aangegeven dat de afstand tussen de begraafplaats tot een woning, 20 tot 30 meter dient te bedragen en er een erfafscheiding dient te zijn die de privacy waarborgt. In het voorliggende plan liggen geen woningen op minder dan 20 meter afstand van de plekken waar begraven mag worden. Ook is sprake van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing en inrichting, waarbij ook de omliggende woningen zelf al goed zijn ingepast. De invloed van natuurbegraven op grond en grondwater is verwaarloosbaar, blijkt onder andere uit onderzoek van Alterra (zie ook paragraaf 2.6). De afstand tot woningen van derden bedraagt in het voorliggende plan minimaal 30 meter. De begraafplaats is gelegen in een bos, waardoor deze niet zichtbaar is voor de omgeving. Er wordt voldaan aan de Inspectierichtlijn.
4.2.8
Conclusie
Het voorgenomen plan, zoals opgenomen in voorliggend bestemmingsplan, voldoet aan het beleid en de regelgeving vanuit het Rijk.
4.3 Provinciaal beleid 4.3.1
Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening
De provincie Utrecht werkt vanaf 1 april 2021 met de Omgevingsvisie en de interim Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie worden de integrale langere termijnambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Met zeven beleidsthema's wil de provincie Utrecht richting geven aan de ontwikkeling en bescherming van hun gezonde en veilige leefomgeving. Voor het voorliggende plan zijn met name de volgende drie beleidsthema's relevant: 1.
In 2050 heeft de provincie Utrecht een levend landschap, erfgoed en cultuur;
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 45
De provincie beschermt en benutten landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. Daarbij stimuleert de provincie de inzet van creatieve verbeeldingskracht. Dit doet de provincie om de kwaliteit en identiteit van de fysieke leefomgeving te versterken. In de landschappen ontwikkelt de provincie met de kernkwaliteiten van het landschap mee en stimuleren anderen dat ook te doen. Binnen de Cultuurhistorische hoofdstructuur legt de provincie de focus op historische buitenplaatszones, militair erfgoed, agrarische cultuurlandschappen, archeologisch waardevolle zones en historische infrastructuur. Het voorliggende plan sluit hier op aan. Door de dubbelfunctie natuurbegraafplaats krijgt het bosgebied een natuurlijke impuls, en is, door het toekennen van een dubbelfunctie natuurbegraven, duurzaam beheer naar de toekomst toe gegarandeerd. Cultuurhistorie is als inspiratie gebruikt bij het opgestelde inrichtings- en beheerplan (zie Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan). De aan het maaiveld (zichtbare) resten van het artilleriesteunpunt en de Flakstellung worden beter beschermd, herkenbaar en beleefbaar gemaakt. Door lage begroeiing (inclusief opschot bomen) te verwijderen worden deze relicten onderdeel van de beleving van de natuurbegraafplaats en WOII.
Hierdoor ontstaat een gevarieerder bos met meerwaarde voor biodiversiteit. De percelen bos zijn van oudsher rationeel en rechtlijnig opgezet in tegenstelling tot het organisch ontworpen deel van het landgoed. Op deze voormalige perceelsgrenzen en aan de buitenste randen van het plangebied voor natuurbegraven, wordt deze structuur weer versterkt. Het toekennen van nieuwe functies (ook van het monumentale koetshuis) biedt voor het landgoed nieuwe inkomstenbronnen, waarmee het landgoed (inclusief monumentale bebouwing) in stand kan worden gehouden. De monumentale bebouwing en de historische tuinen parkaanleg blijven behouden en worden niet aangetast. Tot slot wordt met het voorliggende plan bijna 5 hectare aan nieuwe natuur gerealiseerd, aansluitend aan de gebiedkenmerken, en circa 14,5 hectare bestaand bosgebied verbeterd/opgewaardeerd. 2. In 2050 heeft de provincie Utrecht een toekomstbestendige natuur en landbouw. De provinciale ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen. Bestaande natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland) worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden met grote natuursystemen. Het voorliggende plangebied maakt onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland.
Uitvoering van het inrichtings- en beheerplan voor de natuurbegraafplaats (zie Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan), waarbij is ingezet om de doelsoorten (zie paragraaf 5.2 van de toelichting van dit bestemmingsplan), leidt tot een verhoging van de natuurkwaliteit, die hiermee ook voor de lange termijn wordt geborgd. 3. Duurzame energie De provincie wil in 2040 energieneutraal zijn. Voor zonne-energie heeft de provincie de voorkeur voor plaatsing van zonnepanelen op daken, gevels en infrastructurele werken boven veldopstellingen. Dit omdat zonnepanelen op deze plekken normaal gesproken minder invloed hebben op de kenmerken of identiteit van een gebied. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen zijn ook zonnevelden nodig. Dit bij voorkeur op gronden met een andere functie dan landbouw of natuur, zoals waterzuiveringsinstallaties, vuilnisbelten, binnenwateren, langs van spoor- en autowegen en kanalen. Ook hierbij gaat onze voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties met creatieve toepassingen, zodat de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Daarnaast ziet de provincie kansen om zonnevelden te combineren op locaties. Denk aan plaatsing bij sommige waterplassen, als buffer rondom natuurgebieden en in combinatie met recreatie. Toch is met al deze voorkeurslocaties binnen de provincie Utrecht onvoldoende oppervlak beschikbaar om de energieambities te behalen.
Het is nodig om zonnevelden te plaatsen op agrarische grond, of deze samen te laten gaan met agrarische doeleinden. Maar
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 46
ook om de zonnevelden te plaatsen op gronden met een lage natuurkwaliteit. De structuren in landschap moeten herkenbaar blijven en er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing. De randen en afscheidingen van de zonnevelden moeten passen in het landschap. Tijdens de aanleg van de zonnevelden zijn het voorkomen van bodemverdichting, erosie en verslemping specifieke aandachtspunten. Erosie en verspoeling van de bodem kunnen een probleem zijn als panelen vlak liggen en de ruimte tussen rijen panelen nauw is. Vooral als de vegetatie slecht ontwikkeld is en het zonnepark op een helling gebouwd is, kunnen deze problemen ontstaan. Het is van belang het bodemleven en de waterkwaliteit in stand te houden en bodemdaling zo veel mogelijk te voorkomen. Uitlogen van materialen die via de bodem of rechtstreeks in het (grond)water kunnen komen, moet tegengegaan worden. Ook het wegnemen van licht of inbreng van chemische stoffen kan negatieve effecten hebben, die vermeden moeten worden. Wanneer de zonnepanelen niet meer gebruikt worden, moeten ze worden opgeruimd Landgoed Prattenburg wil verduurzamen. Met het voorliggende plan wordt een nieuwe kapschuur gerealiseerd (welke inmiddels reeds is vergund binnen de regels van het hiervoor geldende bestemmingsplan) , inclusief zonnepanelen voor het landgoedbedrijf, in de voormalige boomkwekerij van het landgoed.
Deze zonnepanelen dragen tevens bij aan de verduurzaming van de rijksmonumenten Cuneraweg 426 (tuinmanswoning) en de oude werkschuur (monumentnummers 506995 en 507004). Daarnaast worden (beperkt) zonnepanelen gerealiseerd binnen de bestaande parkaanleg, ten behoeve van het kasteel en het koetshuis, op agrarische gronden. Dit zonnepanelenveld is ook reeds vergund (onherroepelijke vergunning). In paragraaf 2.11 van deze toelichting is onderbouwd dat andere maatregelen voor verduurzaming van deze gebouwen er niet meer zijn, dan de al reeds genomen maatregelen. Het betreft een beperkt aantal panelen in een zuidopstelling, waarbij niet uitloogbare materialen worden toegepast. Ook blijft er voldoende lichtintreding mogelijk, en infiltratie van regenwater. Verstedelijkingsverbod In de Interim Omgevingsverordening is in artikel 9.2 van de IOV opgenomen dat een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen landelijk gebied, geen verstedelijking toelaat, tenzij de verordening anders bepaald. In artikel 7.8 IOV staan drie voorwaarden genoemd waarbij verstedelijking wel is toegestaan: 1.Kleinschalig: Het totale landgoed heeft een omvang van ongeveer 450 hectare. De gronden waarop de natuurbegraafplaats ligt heeft een totale oppervlakte van ongeveer 19 hectare. Het percentage van natuurbegraafplaats bedraagt 4,2 % van het landgoed.
Daarbij wordt er geen nieuwe bebouwing gerealiseerd (naast de vergunde zonnepanelen en kapschuur), vinden er maximaal 90 begravenissen per jaar plaats en vinden de begrafenissen helemaal natuurlijk plaats. De functie is ondergeschikt aan de historische bebouwing op het landgoed en tast de cultuurhistorische waarden niet aan. 2. Gericht is op het creëren van economische kostendragers De natuurbegraafplaats is één van de kostendragers voor het landgoed. Initiatiefnemer heeft een totaalvisie voor de periode 2024-2035 opgesteld. In de totaalvisie wordt de waarde van het landgoed geschetst, waarna de huidige exploitatie met de al genomen maatregelen om te besparen en alternatieve inkomstenbronnen wordt weergeven. Daarnaast worden de plannen geschetst waarmee het landgoed op termijn een positief exploitatieresultaat wil behalen zodat het landgoed nog honderden jaren zijn maatschappelijke rol in de omgeving kan blijven vervullen. Een van de plannen die hierbij essentieel is, is de natuurbegraafplaats. Ook in
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 47
paragraaf 1.1 van de toelichting van dit bestemmingsplan is dit onderbouwt. De 'Totaalvisie Familielandgoed Prattenburg' (nadrukkelijk een 'levend document') is opgenomen in Bijlage 14 van de toelichting van dit bestemmingsplan (zonder de financiële paragraaf). En tot slot zit een onderbouwing opgenomen in de 'Natuurvisie Landgoed Prattenburg' (zie Bijlage 12 van de toelichting van dit bestemmignsplan). 3. Zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving. De kapschuur en zonneveld (reeds vergund) zijn zorgvuldig ingepast in de omgeving. Zie de nadere toelichting in hoofdstuk 2 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Ook de natuurbegraafplaats gaat gepaard met een verbetering van het landschap en de natuur. In totaal wordt ongeveer 14 hectare bos omgezet naar natuur waarbij de kwaliteitsdoelstelling van het bestaande bos wordt vastgelegd. Daarnaast wordt ongeveer 5 hectare agrarische gronden omgezet naar natuur waarvan bijna 5.190 m2 alleen natuur wordt zonder natuurbegraven. Dit alles vormt zowel voldoende compensatie voor de natuurbegraafplaats, het zonneveld, het parkeren als de kapschuur. Hiermee zijn de stappen van artikel 7.8 IOV, om gemotiveerd af te wijken van het verstedelijkingsverbod, doorlopen. Daarnaast is in het provinciale beleid een zonering opgenomen. Voor het voorliggende plan is de ligging in de volgende zones van belang.
Landschap Het plangebied is onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug. Een bestemmingsplan hierbinnen dient regels te stellen ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. Er mag geen sprake zijn van aantasting van de voorkomende kernkwaliteiten. In de toelichting dient te worden aangegeven op welke wijze er met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Voor het landschap Utrechtse Heuvelrug wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden: robuuste eenheid; reliëfbeleving; extreme historische gelaagdheid. Bij ontwikkelingen in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug vraagt de provincie aandacht voor het in stand houden van het reliëf en voor het in stand houden van het samenhangend boscomplex. Het het voorliggende plan wordt kenmerkend reliëf niet aangetast en blijft het boscomplex behouden, welke kwalitatief wordt verbeterd. Tevens wordt met het voorliggende plan ook 14,56 hectare aan bosgebied aan de zuidoostkant van het landgoed kwalitatief verbeterd. Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen initiatiefnemer en de provincie Utrecht. Historische buitenplaats en archeologisch waardevolle zone De historische buitenplaatszones staan onder hoge druk, zowel door ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, als door ontwikkelingen op de buitenplaatsen zelf.
De provincie biedt in de Interim Omgevingsverordening ruimte voor ontwikkeling, gericht op het creëren van economische dragers voor het behoud van de cultuurhistorische waarden van buitenplaatsen. Met name artikel 7.7 van de Interim Omgevingsverordening is van toepassing. Daarbij is behoud van de specifieke kenmerken van de zone waarin de buitenplaats ligt en van de buitenplaats zelf het uitgangspunt. Het bosgebied aan de westkant van de kern van Landgoed Prattenburg krijgt een natuurlijke
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 48
impuls. Door de realisatie van de natuurbegraafplaats, wordt het bosgebied (voornamelijk productiebos) kwalitatief verbeterd en is duurzame instandhouding gegarandeerd. Het toekennen van nieuwe functies aan monumentale gebouwen biedt voor het landgoed nieuwe economische dragers, waarmee het kwalitatief verbeteren van het bosgebied mogelijk wordt en het landgoed (inclusief monumentale bebouwing) in stand kan worden gehouden. De monumentale bebouwing en de historische tuin- en parkaanleg blijft behouden en wordt niet aangetast. Behoudens de nieuw te bouwen kapschuur en de te realiseren zonnepanelen, welke zorgvuldig landschappelijk ingepast worden in aansluiting op de bestaande heggen en zichtlijnen, worden er geen nieuwe gebouwen gebouwd. Het provinciale beleid voor de archeologisch waardevolle zones richt zich op het bevorderen van duurzaam behoud en beheer van de archeologische resten in de bodem (‘in situ’). Als ruimtelijke ingrepen onvermijdelijk zijn, vraagt de provincie aandacht voor het op goede wijze uitvoeren van archeologisch onderzoek. Ook richt de provincie zich op het versterken van de zichtbaarheid en de beleefbaarheid van archeologisch erfgoed, ook als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkeling. Hier is met het voorliggende plan op aangesloten (zie hiertoe paragraaf 5.3 van de toelichting van dit bestemmingsplan).
Natuurnetwerk Nederland De provincie ontwikkelt, beschermt en verbindt natuurgebieden van voldoende omvang en samenhang tot aaneengesloten gebieden van hoge kwaliteit die tegen een stootje kunnen. Het NNN is een belangrijk leefgebied voor onze bedreigde en beschermde soorten. Met name artikelen 6.2, 6.3, 6.5, en 6.6 van de Interim Omgevingsverordening zijn van toepassing. Voor de ligging in Natuurnetwerk Nederland, de effecten en de relatie met de Interim Omgevingsverordening wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Stiltegebied Stiltegebieden vervullen een rol in die behoefte. Behalve voor de rustzoekende inwoner, is stilte ook van belang voor de beleving van het landschap en natuur. In de provincie Utrecht zijn 14 stiltegebieden aangewezen. In deze gebieden handhaaft de provincie de rust die aanwezig is. Ook wil de provincie waar mogelijk bijdragen aan behoud van gebieden waar de geluidsbelasting relatief laag is in de nabijheid van steden. Met name artikelen 9.22 t/m 9.28 van de Interim Omgevingsverordening zijn van toepassing Met het voorliggende plan is geen sprake van significante negatieve beïnvloeding van de geluidsbelasting binnen stiltegebied. Op dit moment is het landgoed toegankelijk voor wandelen op wegen en paden. Dit is toegestaan op basis van de huidige bestemmingsplannen.
Daarnaast is het openstellen van het landgoed een verplichting voor de landgoedeigenaar. Reguliere werkzaamheden ten behoeve van het onderhoud van het bos en de natuur gebeurt nu ook machinaal. In de kern van het plangebied worden enkele openbare paden wel afgesloten (zie afbeelding 39 uit het inrichtings- en beheerplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan). Deze paden blijven alleen toegankelijk voor bezoekers van de begraafplaats. Dit om rust te creëren, ook voor de das. Natuurbegraven vindt enkel in alle rust plaats. Er is geen versterkt geluid toegestaan bij ter aardestellingen. Het graven gebeurt met een elektrische minigraver en/of handmatig. Al het materieel is elektrisch en er is slechts sprake van één natuurbeheerder die actief is met dit materieel. Er worden ter plaatse geen uitvaartdiensten gehouden op het landgoed. Deze vinden buiten het landgoed plaats. Wel is het mogelijk om in het koetshuis een relatief kleine ceremonie te houden. Dit koetshuis ligt echter buiten het stiltegebied (op bijna 100 meter van de bufferzone van het stiltegebied). Ook de herbestemming van de Zondagsschool, schapenschuur (net buiten de bufferzone gelegen), en de twee schuurtjes die gaan dienen als opslag, ontvangst en kantoor, leiden
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 49
betreffende het aspect geluid niet tot significante wijzigingen ten opzichte van de vorige en huidige functies. Deze gebouwen krijgen geen functies die zorgen dat het geluidsniveau redelijkerwijs gaat toenemen boven de gestelde normering. Er is rekening gehouden met de ligging in/dichtbij stiltegebied door te kiezen voor functies waarbij, buiten de bebouwing zelf, geen geluid waarneembaar zal zijn. De erfgoedlogies hebben een karakter dat past bij het landgoed. Rust en ruimte zijn de kernwaarden. De nieuwe functies vinden alleen intern plaats. Mogelijke klanten en bezoekers parkeren bij 'de groene entree' en wandelen naar de natuurbegraafplaats (ook voor ontvangst) of worden opgehaald met elektrice golfkar. Matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad en kwaliteit grondwater In de Interim Omgevingsverordening zijn in artikel 3.1 regels opgenomen ten behoeve van de bescherming van de kwaliteit van het grondwater. Het plangebied is daarnaast aangeduid als 'matig kwetsbare strategische grondwatervoorraad'. Hiervoor geldt met name artikel 3.11 van de Interim Omgevingsverordening. Er geldt dat rekening moet worden gehouden met de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de drinkwaterwinning.
Met betrekking tot natuurbegraven zijn 2009 door Wageningen Environmental Research verschillende grondonderzoeken gedaan op natuurbegraafplaatsen die uitwijzen dat de invloed van schadelijke stoffen vanuit het lichaam in feite verwaarloosbaar is. In 2017 is onderzoek gedaan bij Natuurbegraafplaats Heidepol, waaruit dezelfde conclusie getrokken werd. Bij het natuurbegraven wordt alleen gebruik gemaakt van niet schadelijke en biologisch materialen voor de kist/ het omhulsel. Deze eisen zijn vastgelegd in de Wet op de lijkbezorging. Op het landgoed is overigens ook reeds al een familie-begraafplaats aanwezig. Het voorliggende plan voldoet aan artikelen 3.1 en 3.11 van de Interim Omgevingsverordening. Er worden geen functies mogelijk gemaakt, of ingrepen uitgevoerd, die de kwaliteit van het grondwater aantasten. Ter borging is op de verbeelding van dit bestemmingsplan de aanduiding 'Milieuzone Grondwaterbeschermingsgebied matig kwetsbare strategische grondwaterkwaliteit' opgenomen. In de regels van dit bestemmingsplan is in deze aanduiding geborgd dat de kwaliteit van het grondwater wordt beschermd. Kernrandzone Vanwege de kwaliteiten en mogelijkheden van de kernrandzones vraagt de provincie de gemeenten om specifiek beleid gericht op het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit.
Als dit nodig is voor de realisatie van ruimtelijke kwaliteitsversterking kan met dit beleid ook nieuwe verstedelijking mogelijk worden gemaakt. Met name artikel 9.8 van de Interim Omgevingsverordening is van toepassing Het voorliggende plan gaat in op de realisatie van een kapschuur en de aanleg van een zonneveld. Deze zijn ook al reeds vergund. In paragrafen 2.10 en 2.12 van de voorliggende toeliching is weergeven waarom de kapschuur en het zonneveld worden gerealiseerd. De nieuw te bouwen kapschuur en de te plaatsen zonnepanelen worden/zijn zorgvuldig landschappelijk ingepast in aansluiting op de bestaande heggen en zichtlijnen. De zonnepanelen zijn noodzakelijk voor de verduurzaming van de monumentale gebouwen. Zoals in paragraaf 2.12 van deze toelichting is onderbouwd, zijn er geen andere opties voor verdere verduurzaming van het kasteel en het koetshuis. De kapschuur (een relatief kleinschalig gebouw op het landgoed) krijgt een functie die past bij de historie van deze plek. De schuur (maximaal 15x10 meter) is vervaardigd van duurzaam hout van eigen landgoed. Een nieuwe kapschuur heeft ook belangrijke effecten op de verduurzaming van het park en de bedrijfsvoering van het bosbouwbedrijf (meer elektrische machines) door het uitvoeren van het dak met zonnepanelen.
Deze zonnepanelen zullen worden aangesloten op de naastliggende tuinmanswoning (Cuneraweg 426) hetgeen eveneens een rijksmonument is. Ten behoeve van de realisatie van het zonneveld is een inrichtingsplan opgesteld. Dit inrichtingsplan is geborgd in een voorwaardelijke verplichting, opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan (artikel 3.4.3).
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 50
Met het voorliggende plan blijft de ruimtelijke kwaliteit behouden en deze wordt zelfs versterkt. Zo wordt het landgoed op deze wijze verduurzaamd, wat ook bijdraagd aan de instandhouding, en kan goed onderhoud worden uitgevoerd. De realisatie van de kapschuur zorgt ervoor dat machines niet buiten opgeslagen hoeven te worden en vrijwilligers die werken op het landgoed krijgen een passende plek. Met het plan worden omliggende functies niet onevenredig geschaad.
4.3.2
Visie recreatie en toerisme 2020
Met de Visie recreatie en toerisme 2020 wil de provincie het recreatieve aanbod in de toekomst beter aan laten sluiten op de vraag. Randvoorwaarde hierbij is de toeristisch-recreatieve sector moet bijdragen aan de versterking van kwetsbare natuur, een aantrekkelijk landschap en waardevol erfgoed. Er is een verdeling gemaakt van recreatieprofielen die passen bij de gebieden binnen de provincie. Er zijn vier grote gebiedsgerichte, thematische opgaven benoemd: Versterken en bewaken van het recreatief hoofdnetwerk; Recreatiedruk accommoderen; Vernieuwing in de natuur (EHS); Landschap beter beleven. Voor de omgeving van Rhenen, onder andere het voorliggende plangebied, is aangegeven dat het recreatieprofiel 'ingetogen' het meest voorkomt. Met het voorliggende plan blijft het bos opengesteld, en de wandelpaden blijven behouden. Het bosgebied wordt daarbij kwalitatief verbeterd, waarbij het beheer voor de lange termijn (door het toevoegen van de functie natuurbegraven) wordt geborgd. Enkele monumentale gebouwen krijgen een bredere bestemming, waarmee ook verblijfsrecreatie mogelijk wordt en er in het koetshuis ceremonies gehouden kunnen worden (binnen de bebouwing). Hiermee krijgen deze monumenten duurzame vervolgfuncties, wat bijdraagt aan het recreatieve aanbod en aan het behoud van waardevol erfgoed.
4.3.3
Conclusie
Het voorgenomen plan van de Natuurbegraafplaats Landgoed Prattenburg past binnen de beleidskaders en regelgeving van de provincie Utrecht.
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 51
4.4 Regionaal beleid 4.4.1
Structuurvisie WERV
De regio omvat bestuurskundig de gemeenten Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal. De regionale structuurvisie WERV omvat een structuurbeeld voor 2015 en één voor 2030. Beide houden rekening met de landschappelijke onderlegger. Tot 2015 wordt stedelijke uitleg gezien in reeds vastgelegde gebieden en door inbreiding in bestaand stedelijk gebied. Tot 2030 zijn zoekgebieden wonen/werken aangegeven in gebieden die nu nog tot het buitengebied behoren. Voor 2030 zijn er groene contouren getrokken rond waardevolle groengebieden. Deze geven de maximale bandbreedte voor verstedelijking aan geredeneerd vanuit het landschap. Het is niet de bedoeling het gebied buiten de groene contouren volledig te bebouwen, maar goed ingepaste kleine ontwikkelingen met behoud van landschappelijke waarden zijn mogelijk. Op de Utrechtse Heuvelrug ligt voor wat betreft verblijfsrecreatie het accent op kwaliteitsverbetering, diversificatie en herschikking van functies, waarbij ook sanering of uitplaatsing naar minder kwetsbaar gebied aan de orde kan zijn. Nieuwe accommodatie of uitbreiding van bestaande wordt voornamelijk voorbehouden aan de gemeente Rhenen. Binnen het WERV-verband moet Rhenen zich verder kunnen profileren als recreatiegemeente met een divers en hoogwaardig aanbod.
Het voorliggende plan past binnen de Structuurvisie WERV, waarbij door het toevoegen van de functie natuurbegraven, het bosgebied kwalitatief kan worden verbeterd en het landgoed een nieuwe economische drager krijgt. Ditzelfde geldt voor het verbreden van de functies van de monumentale gebouwen, waarbij deze functies (zoals verblijfsrecreatie en het houden van ceremonies) alleen binnen bestaande gebouwen plaatsvinden.
4.4.2
Gebiedsvisie regio FoodValley
Regio FoodValley streeft naar een regio die concurrerend, bereikbaar, leefbaar en inspirerend is. Regio FoodValley wil met de Gebiedsvisie Regio FoodValley laten zien hoe de regio zich in de toekomst op het vlak van ruimte en economie wil ontwikkelen. In de Gebiedsvisie Regio FoodValley staan de gezamenlijke ambities en opgaven beschreven. Het vertrekpunt van de beleidsvisie richt zich op zes focusthema’s: faciliteren van bedrijven; relatie onderwijs en arbeidsmarkt; mobiliteit en bereikbaarheid; afstemmen regionale woningmarkt; vernieuwing landbouw; leefomgeving; Naast deze door het regiobestuur vastgestelde focusthema’s kwam uit het brede proces naar voren dat de volgende onderwerpen niet mogen ontbreken in de Gebiedsvisie, te weten: duurzaamheid; recreatie & cultuurhistorie. Ten aanzien van recreatie en cultuurhistorie zet de regio in op het realiseren van nieuwe recreatieve verbindingen en routes op de recreatie te stimuleren. Het inzetten van cultuurhistorie om de identiteit van de regio zichtbaar en beleefbaar te maken hoort daar onlosmakelijk bij. Het voorliggende plan sluit op een aantal focusthema's aan. Door het toevoegen van de functie natuurbegraven, kan het bosgebied kwalitatief kan worden verbeterd (en het beheer op lange
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 52
termijn worden geborgd) en krijgt het landgoed een nieuwe economische drager. Ditzelfde geldt voor het verbreden van de functies van de monumentale gebouwen, waarbij deze functies (zoals verblijfsrecreatie en het houden van ceremonies) alleen intern plaatsvinden. De nieuwe kapschuur heeft belangrijke effecten op de verduurzaming van het park en de bedrijfsvoering van het bosbouwbedrijf (meer elektrische machines) door het uitvoeren van het dak met zonnepanelen. Deze zonnepanelen zullen worden aangesloten op de naastliggende tuinmanswoning (Cuneraweg 426) hetgeen een rijksmonument is. De te plaatsen zonnepanelen op agrarische gronden maken het mogelijk om het kasteel en het koetshuis te verduurzamen. Het voorliggende plan geeft daarmee een impuls aan de recreatie, cultuurhistorie en de kwaliteit voor de leefomgeving.
4.5 Gemeentelijk beleid 4.5.1
Bestemmingsplan Consolidatieplan Buitengebied Rhenen
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Consolidatieplan Buitengebied Rhenen' (10 februari 2015). De geldende bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven in paragraaf 1.3 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Ook is hierin reeds geconcludeerd dat het voorliggende plan niet past binnen deze geldende bestemmingen en aanduidingen. Hiertoe is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 53
Cultuurhistorie In de toelichting van dit bestemmingsplan wordt het belang van cultuurhistorie benadrukt. Cultuurhistorische elementen hebben een belangrijke plek in het huidige en/of toekomstige gebruik van het buitengebied. De monumenten in het buitengebied bevinden zich aan de rand van de heuvelrug, langs wegen en verspreid rondom Achterberg. Clusters van rijksmonumenten zijn te vinden bij landhuis Remmerstein, Buitenplaats Prattenburg en Cunerahoeve, alle gelegen op de grens van de Utrechtse Heuvelrug naar de Vallei. De monumenten zijn in het bestemmingsplan aangegeven door middel van de aanduiding 'Waarde – Cultuurhistorie’ (zoals ook voor Landgoed Prattenburg geldt). Panden met deze aanduiding hebben iets meer mogelijkheden met betrekking tot functieverandering ten behoeve van het behoud van deze panden. Dit geldt onder meer voor het koetshuis, de voormalige Schapenschuur en de Zondagsschool. In het bestemmingsplan zit concreet een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee het planologisch mogelijk kan worden gemaakt dat gebouwen, zoals het koetshuis, de voormalige Schapenschuur en de Zondagsschool, kunnen worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen, een kantoor, recreatie, kleinschalige horeca of kleinschalige conferentieaccommodatie.
Hierbij geldt dat: deze functies moeten bijdragen aan de instandhouding van het landgoed en daardoor de cultuurhistorische waarden van het landgoed; in ruimtelijk en milieuhygiënisch opzicht geen blijvend ongunstiger gevolgen mogen ontstaan voor de omgeving, in vergelijking met de gevolgen van de oorspronkelijke functie van het betreffende gebouw; geen onevenredige grotere verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden plaatsvindt, in vergelijking met de gevolgen van de oorspronkelijke functie van het betreffende gebouw, en voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; wijziging niet leidt tot nadelige gevolgen voor de natuurwaarden. Het voorliggende plan voldoet hieraan. De realisatie van de natuurbegraafplaats vormt een nieuwe economische drager van het landgoed. Daarbij kan het bestaande bosgebied kwalitatief worden verbeterd, en wordt het beheer van dit bosgebied voor de lange termijn geborgd. Ook wordt nieuwe natuur gerealiseerd. Ceremonies zullen plaatsvinden in het monumentale koetshuis, die hiermee een nieuwe functie krijgt. Met het voorliggende plan worden hier meer functies mogelijk gemaakt (waaronder verblijfsrecreatie), wat de flexibiliteit in bedrijfsvoering voor het landgoed vergroot. Het gebouw hoeft hierbij niet aangepast te worden.
Het mogelijk maken van erfgoedlogies (verblijfsrecreatie) en kleinschalig vergaderen in de voormalige Schapenschuur en in de Zondagsschool draagt hier ook aan bij. Hiermee worden nieuwe economische dragers voor deze monumentale gebouwen gerealiseerd. In ruimtelijke en milieuhygiënisch opzicht ontstaan er geen ongunstige gevolgen. Het plan leidt niet tot nadelige gevolgen voor de natuurwaarden (zie paragraaf 5.2 van de toelichting van dit bestemmingsplan). Utrechtse Heuvelrug De bos- en natuurgebieden op de Utrechtse Heuvelrug hebben een belangrijke dagrecreatieve functie, voor mensen in en buiten de regio. De bossen en landgoederen zijn goed toegankelijk voor wandelaars. Over de heuvelrug zijn diverse fiets- en wandelroutes uitgezet. Als uitwerking van het Beheer- en Inrichtingsplan van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug wordt gewerkt aan het optimaliseren van de routestructuren in het Nationaal Park. Er wordt een routenetwerk gerealiseerd, dat aansluit op de poort Kwintelooijen en de groene entrees Prattenburg en Plantage Willen III. Daarnaast wordt gezorgd voor een optimale aansluiting op de kern Rhenen en het NS station. Dit netwerk voorziet in het aanbieden van voldoende recreatiemogelijkheden voor de inwoners van de regio en het opvangen en reguleren van bovenregionale bezoekersstromen en het zoneren van de kwetsbare gebieden.
Verduurzamen en herbestemmen Landgoed Prattenburg | Eelerwoude | 54
Met het voorliggende plan wordt het bestaande bosgebied kwalitatief verbeterd, blijft het bosgebied openbaar, en worden dan ook geen wandelpaden afgesloten.
4.6 Conclusie Uit de voorgaande beleidstoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling voor de ontwikkeling van een natuurbegraafplaats past binnen het rijks, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid.