Bijlage Beleidsinventarisatie gemeente 2020
Tekst van het document
31 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
5. Materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken. Ontwikkelingslocaties Zodra een (her-)ontwikkelingslocatie aan de orde is, kan de gemeenteraad aanvullende gebiedsgerichte welstandscriteria daarvoor vaststellen, als aanvulling op deze welstandsnota. Dat geldt ook voor locaties waar particulieren worden uitgenodigd zelf aan de slag te gaan met woningbouw, zoals bedoeld in de vastgestelde gemeentelijke beleidsnota Particulier Opdrachtgeverschap en Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Het gaat in dat verband om een vijftal gebieden: hoek Achterbergsestraatweg/Lijsterberg en het Schuilenburgterrein aan de Buitenomme in Rhenen, Het Bosje fase 2 en/of 3 en omgeving voormalige gymzaal Irenestraat 37/Oranjestraat 24 in Elst en Achterberg West fase 2 in Achterberg. Het opstellen van deze welstandscriteria kan een onderdeel vormen van de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria worden opgesteld in overleg met de welstandscommissie. Tegelijk kunnen afspraken worden vastgelegd over de werkwijze bij eventuele planbegeleiding en bij de welstandsbeoordeling. Excessenregeling Bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor bouwen hoeft te worden aangevraagd, moeten desalniettemin aan minimale welstandseisen voldoen.
Op grond van artikel 13a van de Woningwet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om de strijdige situatie ongedaan te maken. Volgens datzelfde wetsartikel moeten de criteria hiervoor in de welstandsnota zijn opgenomen. Deze 'excessenregeling' is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan.
32 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Economie Actualisatie centrumvisie Rhenen 2025 Datum vaststelling: September 2016 Horizon: 2025 Visie ‘Rhenen moet een gezellig centrum krijgen met een stevig ‘boodschappengehalte’ aangevuld met eigen speciaalzaken. Rhenen moet zich onderscheiden door een aangenaam verblijfsklimaat waarbij er synergie is tussen winkelen, cultuur, horeca en toerisme. Het historisch centrum, de rijke cultuurhistorie, de unieke ligging en de diverse toeristische kwaliteiten worden goed benut. Door middel van ‘verknoping’ en ‘samenwerking’ worden interessante (fysieke) verbanden gelegd tussen recreatief winkelen, cultuur, horeca, toerisme in relatie tot het historisch centrum’. Randvoorwaarden • een compact centrum met een goede routing: ⇒ creëren van een boodschappencluster in Oost, ⇒ een stevige verbinding via de Herenstraat, ⇒ een heringericht Frederik van de Paltshof als gezellig verblijfsplein en ⇒ een kwalitatieve verbinding vanuit het centrum via het historische centrum naar de Rijn. • een compleet dagelijks aanbod en een onderscheidend niet-dagelijks aanbod; • comfort: goede ontsluiting, gemakkelijk parkeren, gezellig verblijven: ⇒ betere verkeersafwikkeling; ⇒ geconcentreerde parkeerplaatsen; ⇒ herinrichting winkelgebied, nadruk op verblijfsklimaat. • kwaliteit en uitstraling centrum verhogen. Acties Een aantal concrete maatregelen wordt voorgesteld.
Enkele speerpunten: • aanstellen centrumontwikkelaar • herontwikkelen locaties • kwalitatieve en kwantitatieve versterking aanbod • verbeteren bereikbaarheid en parkeren • verstevigen horeca en warenmarkt • versterken toeristisch en cultuurhistorisch klimaat • verbeteren samenwerking en promotie We concluderen dat met de herinrichting de binnenstad Rhenen aan de vooravond staat van een grootschalige transformatie in de openbare ruimte.. Dit initiatief van de gemeente wordt afgestemd met de betrokken ondernemers, eigenaren en bewoners, nu gelijktijdig met de actualisatie van de centrumvisie. Dit zal mogelijk bijdragen aan het inzicht dat de betrokkenen ook zelf gaan anticiperen door de winkels en overige panden te vernieuwen of door nog meer en beter te gaan samenwerken. Hierop zal in de centrumvisie en de uitvoeringsstrategie ingegaan worden. Het is goed om na te denken over hoe de binnenstad van Rhenen er over 5 tot 10 jaar uit zou kunnen zien. Het wensbeeld luidt nu: In 2025 beschikt Rhenen over een aantrekkelijk en multifunctioneel centrumgebied in de stijl van de Wederopbouw. Er is in kwalitatieve zin sprake van passende winkel- en andere centrumfuncties verdeeld over het kernwinkelgebied en de aanloopgebieden.
Het centrum is daarmee compact en compleet in de zin dat het aanbod aansluit op de behoeften: van enerzijds de eigen en regio-inwoners, en anderzijds de toeristen-recreanten en de overige passanten. Er is sprake van synergie tussen de sectoren detailhandel, horeca, cultuur en evenementen. Er zijn
33 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
meer en langer verblijvende bezoekers bij een hogere omzet en een geringe leegstand. Om deze doelen te behalen wordt er intensief samengewerkt tussen de verschillende sectoren en betrokken partijen zoals ondernemers, pandeigenaren en gemeente. Omdat de ruimte in het centrum beperkt is wordt de openbare ruimte op verschillende momenten voor meerdere doeleinden gebruikt: voor uitstalling, terras, evenementen en activiteiten, de weekmarkt en voor parkeren (auto, fiets). Het verkeer is te gast in het centrumgebied, er is altijd reuring en de belevingswaarde sluit op die dynamiek aan: het centrum heeft een prettig woon-, werk- en verblijfsklimaat. Dit wensbeeld komt grotendeels overeen met de visietekst in de samenvatting van 2009. Nu ligt er een sterker accent op het realiseren van een compact centrum, met de laatste inzichten in het aanbod waar de huidige (en toekomstige) klant om vraagt. Er is de noodzaak tot een intensieve samenwerking tussen de ondernemers, de eigenaren en de bewoners waarbij gezamenlijke doelen worden nagestreefd.
34 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Gevelreclame- en Uitstallingenbeleid centrum Rhenen Datum vaststelling: 19 november 2013 Horizon: In deze, in 2011 door het adviesbureau MTD Landschapsarchitecten opgestelde visie ‘is een uitwerking gegeven van de in de visie van Seinpost beoogde doelen met betrekking tot het verbeteren van het verblijfsklimaat in het centrum. Ook in de visie en inrichtingsschets voor de openbare ruimte zijn de volgende knelpunten in het winkelgebied genoemd: • rommelig beeld van het gebruik van de openbare ruimte; • onveilige situaties voor het gebruik; • ruimte voor voetgangers, verblijfsmogelijkheden en de toegangen naar winkels zijn te veel ondergeschikt aan andere functies (verkeer en reclame- uitingen); • er is een overdaad aan reclame, zowel in de straat als aan de gevel; • er moet meer evenwicht ontstaat tussen commerciële functies en algemeen belang. Dit document gaat in op de toekomstige herinrichting van het Rhenense centrumgebied. De in het document opgenomen inrichtingsschets is voorzien van de boogde (beeld-)kwaliteit van verhardingen, straatmeubilair en dergelijke door middel van referenties en richtbeelden van vergelijkbare herinrichtingsprojecten van ander stads- en dorpscentra. De herinrichting van het centrumgebied Rhenen wordt de komende jaren in fasen uitgevoerd.
De doelstelling van het opstellen van het Gevel- en reclamebeleid is de verhoging van de kwaliteit en de uitstraling van de openbare ruimte. Dit moet bereikt worden door: • verbetering van het rommelige beeld van de openbare ruimte; • veiliger maken van de situatie voor het gebruik; • betere afstemming van de ruimte voor voetgangers, verblijfsmogelijkheden en de toegangen naar winkels met andere functies (verkeer en reclame- uitingen); • meer in evenwicht brengen van het totaalbeeld van de huidige overdaad aan reclame, zowel in de straat als aan de gevel; • meer evenwicht brengen tussen commerciële functies en het algemeen belang. Voor het algemeen gevelbeleid wordt van de volgende criteria uit de welstandsnota uitgegaan: • Aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen, zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Parcellering blijft in gevelbeeld herkenbaar. • Parcellering is ook op de begane grond herkenbaar. • Er dient een relatie te zijn in vormgeving tussen de onder- en bovenverdieping. • Oorspronkelijke gevelindeling blijft herkenbaar. • Gevelgeleding is verticaal. • Gevelopeningen zijn zoveel mogelijk met elkaar uitgelijnd. • Het gebouw ‘staat’ op de grond, geen volledige transparante begane grond verdieping. • Bij ingrijpende renovatie terugbrengen van oorspronkelijke architectuur, met name het gebruik van baksteen op de begane grond terugbrengen.
• Baksteen wordt in een rood/bruin spectrum passend bij de originele baksteen uitgevoerd. Er wordt geen gebruik gemaakt van ander materiaal. • Gevelornamenten en karakteristieke details blijven behouden. (gevelankers, speklagen, rollagen, plinten, betimmerde dakranden) • De typische bebouwingskenmerken van de Delftse School (bruinrode baksteen, rode en antraciete dakpannen, meervoudig metselwerk) worden gerespecteerd. • Schilderen en stuken van de gevel is niet toegestaan. • Airco’s zijn uitsluitend aan van de (winkel)straat afgekeerde gevels mogelijk.
35 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Natuur / landschap Groenvisie Datum vaststelling: 2009 Horizon: 2019 Deze groenvisie is een beleidsinstrument waarin wordt aangegeven op welke wijze het gemeentelijk groen in de komende jaren verder beheerd, ontwikkeld of aangepast moet worden. Hoe gaan we om met het openbaar groen binnen de gemeente Rhenen? Deze ‘groenvisie’ geeft daarop een helder antwoord voor de komende 10 jaar. De groenvisie dient een beleid- en beheerinstrument te zijn waarin wordt aangegeven op welke wijze het gemeentelijk groen in de komende jaren verder ontwikkeld en beheerd kan worden. Dit met de huidige inzichten en wet- en regelgeving. Hierbij worden de te bereiken streefbeelden weergegeven, dit alles binnen heldere kaders waarbij het groen optimaal kan worden beheerd voor een economisch verantwoorde prijs. Dit plan is opgesplitst in vier verschillende delen: 1. een groenkader, waarin de abiotische en biotische kwaliteiten van het plangebied in kaart worden gebracht 2. een groenstructuur, waarin de potenties van het plangebied en de ecologische relaties met de omgeving in kaart worden gebracht en de huidige situatie en het planologische kader worden geschetst 3. een groenvisie, waarin op basis van het gebruik van de diverse groenelementen en de wensen van de betrokken partijen, streefbeelden worden opgesteld voor de inrichting en het beheer van het groen in de wijk, de zogeheten groenvisie 4.
een groenbeheer, waarin op basis van de in de visie gemaakte keuzen een beheerplan wordt opgesteld. In dit beheerplan worden de plannen uitgewerkt en tevens de beoogde doelen nader uiteengezet. Visie Het openbare groen in een stad en haar omgeving is van groot belang voor de leefbaarheid, recreatieve mogelijkheden, het woongenot en het vestigingsklimaat van de stad. Met name het groen dat dagelijks door veel bewoners en bezoekers wordt beleefd en gebruikt voor recreatie, is van essentieel belang voor de stad. Hoe, hoe vaak en door wie het groen beleefd en gebruikt wordt, hangt af van de ligging van het groen en de kwaliteit ervan. Bijvoorbeeld het groen langs hoofdwegen wordt door bewoners en bezoekers met zekere regelmaat gezien en gebruikt. Ook het groen in de dagelijkse leefomgeving van de bewoners en het groen op sport- en recreatieterreinen speelt een belangrijke rol. Routes van en naar het winkelcentrum, recreatiegebieden, de school of het werk worden dagelijks afgelegd. De belevings- en gebruikswaarde voor de bewoners en bezoekers wordt vergroot wanneer deze routes door groen worden begeleid of door een parkachtige omgeving lopen. Dit is zeker het geval wanneer de routes aantrekkelijk en verzorgd zijn en daardoor als prettig en aangenaam ervaren worden. Het groen in Rhenen heeft een hoge waarde.
Daarom is het belangrijk om het te behouden, te beschermen maar stilstand is achteruitgang daarom moet het ook versterkt en ontwikkeld worden. Groenbeheer De keuze voor ecologisch groenbeheer heeft een tweetal belangrijke redenen. Enerzijds meer ruimte bieden aan flora en fauna en anderzijds de kostenbesparing, al is dat laatste alleen mogelijk wanneer de juiste werkzaamheden op het juiste tijdstip worden uitgevoerd. Maar ook dan zal de winstmarge minimaal zijn omdat ook extensief beheer hoge kosten met zich mee kan brengen. Deze groenvisie dient als leidraad om de juiste balans te vinden tussen kosten en verantwoord beheer. Ecologisch groenbeheer is gebaseerd op een aantal principes. De groene benadering van een stad, dorp maar ook van afzonderlijke begroeiingen als ecosysteem vormt hierbij een belangrijk 36 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
uitgangspunt. Ecologisch groenbeheer dient een onderdeel te zijn van een natuurlijk systeem. Het bijzondere van een natuurlijk systeem is dat het kan functioneren zonder grootschalig ingrijpen van de mens; het kan op zich zelf voortbestaan. Ecologisch groenbeheer is natuurgericht, met oog voor de natuurlijke principes en moet dus kunnen functioneren zonder extreem ingrijpen van de beheerder. Ecologisch groenbeheer is niet niets doen, het is gericht locatie en periode specifiek beheer. Hierbij moet er rekening mee worden gehouden dat een andere vegetatieontwikkeling ontstaat die tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen. In de beginfase kan het noodzakelijk zijn om extra in te grijpen. Een goede kennis van de flora is daarbij belangrijk. Binnen de gemeente Rhenen worden de bermen en de bosplantsoenen al diverse jaren op ecologische wijze beheerd. Het extensieve beheer van vakken die versnipperd liggen in de wijken bieden nauwelijks meerwaarde voor flora en fauna en roepen eerder ergernis op bij de bewoners. In overleg met de afdeling Beheer Openbare Ruimte is daarom een nieuwe inventarisatie gemaakt en hebben de groenvakken een nieuwe status gekregen. De nieuwe keuze zal in deze plannen worden beschreven en weergegeven op tekeningen.
Voor deze omschakeling zullen extra handelingen moeten worden verricht hetgeen eenmalige extra kosten met zich meebrengt maar daartegenover staat een grotere meerwaarde voor de flora- en fauna en de belevingswaarde door bewoners.
37 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Beeldkwaliteitsplan (bkp) Binnenveld Datum van vaststelling: Maart 2010 Horizon De WERV-gemeenten, Wageningen, Ede, Rhenen en Veenendaal, koesteren de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het Binnenveld. Bovendien herbergt het Binnenveld op een relatief kleine oppervlakte een grote diversiteit aan landschappen. Kenmerkend is de open ruimte. Om het landschap van het Binnenveld te koesteren en verder te ontwikkelen hebben de gemeentebesturen in 2007 het Landschapsontwikkelingsplan Binnenveld vastgesteld. Het plan geeft richting aan een gezamenlijke inspanning van de vier gemeente voor de kwaliteit van het Binnenveld. Dit beeldkwaliteitsplan (bkp) moet zich richten op de ruimtelijke kwaliteit van alle nieuwe bebouwing en landschappelijke inpassing als handvat naast of aanvullend op de Welstandsnota. Het bkp is dus vooral bedoeld als begeleiding van bouwaanvragen op de erven in het Binnenveld. Er zijn zes deelgebieden. Per deelgebied zijn vervolgens richtlijnen opgenomen op de drie verschillende schaalniveaus: het landschap, het erf en de bebouwing. Op basis van de richtlijnen moet per geval een maatwerk oplossing worden gevonden voor de betreffende ontwikkeling op die locatie. Kwaliteit ontstaat niet alleen door het stellen van regels in een bkp. Minsterns zo belangrijk is dat er een helder proces wordt doorlopen. Proces 0. Contact met de gemeente 1.
Principe beoordeling 2. Randvoorwaarden erfinrichtingsplan 3. Opstellen erfinrichtingsplan 4. Bespreken erfinrichtingsplan 5. Uitwerking bouwplannen 6. Formele bouwaanvraag
38 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
RO breed inhoudelijk Stedenbouwkundige structuurvisie Rhenen Datum van vaststelling: September 2008 Horizon: 2020 Deze visie levert een bijdrage aan de nieuwe prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties. Het is een toetsingsinstrument voor individuele bouwaanvragen, basis voor het opstellen van gebiedsvisies met beeldkwaliteitsplannen en basis voor het opstellen van (herziening) bestemmingsplannen en projectbesluiten. Daarnaast is het een gespreksdocument om met de provincie te overleggen over de bouwproductie en de rode contour. De opdracht was te komen tot een structuurvisie die: samen met de inwoners van de gemeente Rhenen geschreven is. Samen met de inwoners van de gemeente Rhenen werken aan een gedragen visie betekent dat er hoge eisen zijn gesteld aan de manier waarop er meegedaan kan worden aan het proces van participatie. Belangrijkste aandachtspunten • Zicht op het silhouet van Rhenen • Meervoudig ruimtegebruik • Zuinig met cultuurhistorie • Gevarieerde woonmilieus • Parkeeroplossingen • Het kapitale landschap • Imago van de entrees • Projectmatige aanpak • Relatie wonen en weren
39 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Stedenbouwkundige structuurvisies deelgebieden Veeneind - De oude Trekpot Maart 2017 Het plan is gemaakt in de vorm van een afzonderlijk domein, evenals al eerder gerealiseerde domeinen aan het Veeneind zoals de ‘Engelenweide’, de ‘Elisabethweide’ en de ‘Brinkersweide’. De naam ‘De Oude Trekpot’ komt al voor op de topografische kaart van 1908 en is mogelijk de naam van een woonhuis of boerderij. Het woord betekent min of meer hetzelfde als ‘theepot’. Het ontwerp vormt een uitwerking van het ‘Stedenbouwkundig Plan Veeneind Rhenen’ van december 2004 (aangepast oktober 2005) en het bijbehorende ‘Beeldkwaliteitplan Architectuur + Kwaliteit Handboek Buitenruimte Veeneind Rhenen’ van oktober 2005. Beide stukken zijn opgesteld door VHP in opdracht van de gemeente Rhenen. Oorspronkelijk waren er op de locatie ‘De Oude Trekpot’ twee rijtjes van elk vier woningen gedacht en een relatief hoog percentage onbebouwde ruimte. Er werd van uitgegaan dat deze gronden aan de bewoners verkocht zouden worden als een soort gemeenschappelijke gronden. Omdat inmiddels nieuwe inzichten zijn ontstaan omtrent het ruimtegebruik en aantal woningen per domein, is voor ‘De Oude Trekpot’ een flexibel ontwerp gemaakt dat uitgaat van maximaal 20 woningen. Minder woningen mag ook, afhankelijk van ontwikkelingen in de markt.
Veeneind – Beeldkwaliteitsplan Oktober 2005 Het beeldkwaliteitsplan voor de architectuur (BKP) en de buitenruimte (KHB) behorend bij het stedenbouwkundig plan Veeneind te Rhenen. Dit BKP en KHB is ook van toepassing op alle toekomstige bouwplannen direct aan de Cuneraweg binnen het plangebied Veeneind. Het beeldkwaliteitsplan voor de architectuur en het kwaliteit Handboek Buitenruimte dienen als toetsingskader voor de Welstandscommissie. Het stedenbouwkundig plan is in 2004 tot stand gekomen en aanvullend op de ontwikkeling van de verschillende locaties aan het Veeneind worden voorschriften betreft materialisatie, hoofdvormen, groenstructuur, erfscheidingen en bestrating in dit boekwerk omschreven. Het doel van deze omschrijvingen is te komen tot een hoogwaardige ontwikkeling van de lintbebouwing aan de Cuneraweg; zodanig dat de toekomstige bebouwing en de buitenruimte voldoen aan de beoogde kwaliteit zoals bedoeld in het stedenbouwkundig plan. De diversiteit aan bebouwing, met een verschillende korrelgrootte in combinatie met open stukken grasland, houtwallen en bomenrijen zijn zeer kenmerkend voor de Cuneraweg. Alleen een zorgvuldige invulling van de bebouwing die samengaat met ‘openheid’ en ‘doorzicht’ kan zorgen voor een verdicht lint met een hoogwaardige uitstraling.
Dit boekwerk vormt een richtlijn voor de ontwikkeling van het plangebied en daarmee een garantie voor een goed kwaliteitsniveau. In het stedenbouwkundig plan is het gebied Veeneind opgevat als een unieke locatie tussen de suburbane woonwijk Petenbos (gemeente Veenendaal) en de Cuneraweg. Ruimtelijk als onderdeel van het lint (strekken van het veenlandschap), landschappelijk verbonden met Petenbos door het doortrekken / herstellen van de lineaire structuur van houtwallen en bomenrijen. Een op maat gesneden plan wat zich soms richt op de Cuneraweg, soms meer in zichzelf gekeerd is en soms een ‘afbouwen’ van het Petenbos is.
40 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Visie Bovenstad Vaststelling: Maart 2007 Gezien de lopende initiatieven en ter actualisering van het bestemmingsplan ontstond de behoefte aan een visie voor de Bovenstad. Deze start bij de drie hiervoor onderscheiden deelgebieden welke hiernaast zijn vertaald in een kaartbeeld. In hoofdlijnen geeft dit kaartbeeld de gewenste ontwikkelingsrichting weer met een ontwerpthema als leidraad voor de vormgeving van bebouwing en openbare ruimte. Ter verduidelijking hiervan zijn de gewenste functies en een sfeeraanduiding van het straatbeeld opgenomen. In het Plantsoenkwartier en het Hofkwartier staan de wat grotere en hogere bouwmassa's, waarbij dit langs het park losse elementen betreft en langs het hof een aaneengesloten bebouwingslijn. De ruimere hoogte bestaat langs het park uit een eventueel hogere verdiepingshoogte, terwijl dit aan het hof in bouwlagen tot uitdrukking komt. Naast wonen bevinden zich in beide kwartieren eveneens de meer grootschalige functies zoals de winkels in het Hofkwartier en maatschappelijke voorzieningen in het Plantsoenkwartier. In de tussenliggende straten is het beeld kleinschalig en gevarieerd met voornamelijk woonpanden. Ook hier is sprake van aaneengesloten bebouwing.
Functioneel gezien is er geen directe noodzaak dat bedrijvigheid en voorzieningen uit het plangebied verdwijnen, er van uitgaande dat geen sprake is van overlast voor de omliggende woningen. De menging van functies draagt bij aan de charme van wonen, werken en voorzieningen in een historisch centrum. Een zorgvuldige onderlinge afstemming is noodzakelijk, met de wettelijke bepalingen als formeel toetsingskader. Visie Centrumgebied Rhenen
Visie Achterbergsestraatweg December 2019 Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van uitbreidingsplannen van het bedrijf De Jong Hout en Staalhandel BV, gelegen aan de Achterbergsestraatweg 130a in de gemeente Rhenen. Deze onderneming wil graag uitbreiden op een naastgelegen onbebouwd perceel. Het college is voornemens om medewerking te verlenen aan dit plan, maar wil gelijktijdig toekomstige ontwikkelingen beter kunnen beoordelen. De locatie aan de Achterbergsestraatweg heeft zich namelijk stap voor stap ontwikkeld, zonder een vooropgezet plan voor het gebied als geheel. De vraag reist dus, wanneer de locatie waar de bedrijven zich hebben gevestigd ‘af’ is. Zijn mogelijke uitbreidingen nog gewenst en zo ja, waar. Rhenen Achterberg Om toekomstige verzoeken beter te kunnen beoordelen, wil de gemeente Rhenen een gedegen stedenbouwkundige visie voor de locatie. Het doel van de stedenbouwkundige visie is om een ruimtelijk afwegingskader op te stellen waaraan bestaande en toekomstige ontwikkelingen getoetst kunnen worden. Er worden geen concrete ontwikkelingen integraal afgewogen. De gemeente verbindt zich wel aan de inhoud van de visie bij de beoordeling van nieuwe en bestaande ontwikkelingen. Bij de uitwerking van de plannen in bijvoorbeeld een bestemmingsplan of omgevingsvergunning moet een integrale afweging worden gemaakt.
Tot slot is het is belangrijk om te benadrukken dat de bedrijvenlocatie aan de Achterbergsestraatweg niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van het omliggende landschap. De directe omgeving wordt daarom meegenomen in dit rapport. Plangrens met aanduiding locatie bedrijven N233. Dit document omvat een stedenbouwkundige visie in woord en beeld, waarin richtlijnen voor toekomstige ontwikkelingen worden weergegeven
41 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Recreatie & Toerisme Beleidsnotitie Permanente bewoning van recreatieverblijven Datum vaststelling: September 2008 Horizon: Het doel van deze beleidsnotitie is uitwerking te geven van het Rijks- en provinciaal beleid om vervolgens te kunnen beslissen hoe er in de gemeente Rhenen dient te worden omgegaan met de huidige permanente bewoning van recreatieverblijven en ter voorkoming van nieuwe gevallen van permanente bewoning van recreatieverblijven. Daarnaast voorziet deze beleidsnotitie in een calamiteitenregeling. Het formuleren van gemeentelijk beleid hieromtrent is het uiteindelijke doel van deze beleidsnotitie. Het bestemmingsplan “Buitengebied 1987” geeft geen begripsomschrijving van permanente bewoning. Wel is een omschrijving van het begrip recreatie-woonverblijven opgenomen Recreatie-woonverblijven: 1. een vakantiehuisje, zijnde een gebouw, bestemd om uitsluitend te worden bewoond door personen die hun hoofdverblijf elders hebben; 2. een stacaravan, zijnde een gebouw, bestemd om uitsluitend te worden bewoond door personen die hun hoofdverblijf elders hebben en welke volgens de bepalingen van het Wegenverkeersreglement, zoals dit luidde ten tijde van het rechtskracht verkrijgen van het plan, niet achter een personenauto over de openbare weg mag worden voortbewogen.
Omvang problematiek in de gemeente Rhenen De gemeente Rhenen heeft in haar bestemmingsplan Buitengebied 1987 bepaald dat ook (permanent) geïnstalleerde stacaravans als een recreatiewoning moeten worden aangemerkt: het gaat om verblijven die zijn ontdaan van de wielen, ingegraven en waarbij bovendien vaak twee delen aan elkaar zijn gekoppeld. Dergelijke verblijven zijn niet eenvoudig (en zonder demonteren) te verplaatsen. De permanente bewoning van geïnstalleerde stacaravans valt daarom ook onder dit beleid. Niet iedere permanente bewoner van een recreatieverblijf laat zich inschrijven in de GBA, al is hij of zij daartoe wel verplicht op grond van artikel 65 lid 1 van de wet GBA. Dit artikel bepaalt dat degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derden van de tijd in Nederland verblijf zal houden, is verplicht zich binnen vijf dagen na de aanvang van zijn verblijf in persoon te melden bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn woonadres heeft om daarbij schriftelijk aangifte van verblijf en adres te doen. Indien hij geen woonadres heeft, is hij verplicht een briefadres te kiezen en dient hij zich binnen de gestelde termijn te melden bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn briefadres heeft om de bedoelde aangifte te doen.
Sommige permanente bewoners van recreatieverblijven hebben een ‘schijnadres’ als hoofdverblijf, maar wonen desondanks permanent in een recreatieverblijf. Hierdoor is de werkelijke omvang van de permanente bewoning in de gemeente Rhenen moeilijk vast te stellen. Op een aantal locaties in de gemeente Rhenen is sprake van permanente bewoning van recreatiewoonverblijven. Er kan daarbij onderscheid worden gemaakt in recreatiecomplexen en solitaire woningen. Gedoogbeleid Opgemerkt moet worden dat de gemeente Rhenen al sinds 2003 middels een brief (nieuwe) bewoners bij inschrijving op een recreatieterrein nadrukkelijk op de hoogte stelt van het feit dat permanente bewoning van het recreatieverblijf niet is toegestaan. De gemeente Rhenen geeft tevens aan wat haar beweegredenen zijn om permanente bewoning van recreatieverblijven tegen te gaan. Ook geeft zij aan dat zij zo nodig zal handhaven. Wel is er in de brief een paragraaf 42 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
opgenomen met uitzonderingen wanneer permanente bewoning van recreatieverblijven voor een aaneengesloten periode van een aantal maanden is toegestaan, de zogenoemde overbruggingsperiode. hoofdlijnen van beleid: • tegen situaties van onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen die na 31 oktober 2003 zijn ontstaan wordt onverkort opgetreden; • aan een woonbestemming van recreatiewoningen in de ecologische hoofdstructuur, Vogel/ en Habitatrichtlijngebieden, Natuurbeschermingswetgebieden, de huidige bufferzones en (delen van) Nationale Landschappen) wordt in geen geval meegewerkt; • voor de recreatiewoningen complexen vindt geen algemene omzetting naar de bestemming Wonen plaats; • bestaande gevallen van illegale permanente bewoning die aangevangen zijn voor 31 oktober 2003 krijgen de gelegenheid krijgen om een persoonsgebonden gedoogbeschikking of –ontheffing aan te vragen. Door het afgeven van persoonsgebonden gedoogbeschikkingen of –ontheffingen kan de recreatieve bestemming worden gehandhaafd en kan de recreatieve functie op termijn weer worden geoptimaliseerd. Hierbij gelden de voorwaarden zoals die door het Ministerie in de brief van 11 november 2003 zijn geformuleerd. • Voor de gevallen die ontstaan zijn vóór juli 1988 zal in het kader van de herziening van het bestemmingsplan buitengebied afzonderlijk worden bezien hoe hiermee wordt omgegaan.
• Het college heeft de voorkeur voor een persoonsgebonden ontheffing ingevolge de WRO art 3:23/art 4.1.1. onder j. Bro (nieuw) boven een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Dit waarborgt de rechten het beste. Een tijdelijke gedoogbeschikking is weliswaar een besluit, maar tegen de weigering een gedoogbeschikking te nemen bestaat géén mogelijkheid van bezwaar en beroep. Met het verlenen van een (tijdelijke, persoonsgebonden) ontheffing is bovendien de strijdigheid met het bestemmingsplan opgeheven, terwijl het op dit moment onduidelijk of dat ook het geval is bij een persoonsgebonden gedoogbeschikking. Niet duidelijk is wat de gevolgen zijn als een belanghebbende om handhaving van het bestemmingsplan vraagt in geval er een persoonsgebonden gedoogbeschikking is afgegeven. Hoewel de minister deze mogelijkheid expliciet in haar beleid heeft genoemd, blijft het een feit dat een wettelijke basis ontbreekt. Het is de vraag of de burger hiermee niet in een lastig pakket wordt gebracht. Bovendien zal het college als eis hanteren dat aanvragers/initiatiefnemers zorgen voor een adequate onderbouwing van hun verzoek. Dit betekent dat de bewijslast dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor het verlenen van de wettelijke vrijstelling ligt bij aanvrager/initiatiefnemer.
Het nadeel van de persoonsgebonden ontheffing is dat dit gedurende zes weken ter inzage moet worden gelegd, terwijl dit niet het geval is bij een persoonsgebonden gedoogbeschikking. De beleidskeuze leidt tot drie vervolgacties. Allereerst moet bepaald worden of er nog sprake is van recreatieverblijven die vallen onder de werking van het overgangsrecht. Ten tweede zullen er persoonsgebonden ontheffingen moeten worden verleend aan bestaande gevallen van permanente bewoning van recreatieverblijven die ontstaan zijn na 30 juli 1988, maar voor 31 oktober 2003. Ten derde dienen nieuwe gevallen2 Daarnaast wordt in dit hoofdstuk aangegeven onder welke omstandigheden het college tijdelijke en incidentele gedoogbeschikkingen afgeeft. van permanente bewoning van recreatieverblijven actief te worden gehandhaafd.
43 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Beleidsvisie Recreatie & Toerisme 2021-2025 Datum vaststelling: September 2020 Horizon: 2025 Ambitie: inzetten op kwaliteitstoerisme Voor de gemeente is groei geen doel op zich. Rhenen wil profiteren van de positieve effecten van toerisme door te sturen op kwaliteitstoerisme. Kwaliteitstoerisme kent drie sturende principes: 1. Het versterkt in de eerste plaats het DNA van de gemeente zodanig dat de bezoekers (gaan) komen voor het verhaal van Rhenen. 2. Ten tweede betekent kwaliteitstoerisme dat elke vorm van ontwikkeling in balans is. Dus in evenwicht is met de draagkracht van de leefomgeving en rekening houdt met het draagvlak van inwoners. 3. Kwaliteitstoerisme betekent tot slot dat iedereen meeprofiteert van toerisme, dus ondernemers, inwoners en de leefomgeving. Op die manier blijven inwoners trots op hun omgeving, profiteren ze van voorzieningen en werkgelegenheid, dragen ze bij aan een gastvrij onthaal van bezoekers en krijgen ze zeggenschap bij toeristische ontwikkelingen. Doelen Wat wil Rhenen de komende vijf jaar bereiken? De gemeente werkt aan de onderstaande doelen: • Kansen voor toeristische ontwikkeling worden benut. Rhenen ontwikkelt zich van dagrecreatieve bestemming naar een bestemming om ook langduriger te verblijven. Rhenen stelt zich een groei van verblijfrecreatie met 20% ten doel.
• Het toeristisch profiel van Rhenen wordt ontwikkeld en ‘het verhaal van Rhenen’ beleefbaar gemaakt voor bezoekers. Beleefbaar betekent dat dit verhaal kan worden ervaren door speciaal voor de bezoeker ontwikkelde producten en diensten. • Rhenen zorgt ervoor dat ontwikkeling in balans met de leefomgeving plaatsvindt en dat initiatieven zich kenmerken door kwaliteit en passende schaalgrootte; • Rhenen zorgt ervoor dat toerisme en recreatie bijdragen aan de leefbaarheid voor inwoners; • Het beleid wordt uitgevoerd in samenwerking met het toeristisch-recreatieve veld, maatschappelijke organisaties en (regionale) marketingpartijen.
Omvang toerisme en recreatie Rhenen is vooral een dagjes bestemming. Trekpleisters als Ouwehands, Kwintelooijen en de horeca trekken veel dagbezoekers. Er zijn relatief weinig overnachtingen in de gemeente, vergeleken met de rest van de Utrechtse Heuvelrug. Vergeleken met het landelijke gemiddelde levert de sector 2x zo veel banen op (7% in Nederland en 14% in Rhenen). De horeca is een belangrijke banenmotor. Voor bezoekers van de Utrechtse Heuvelrug is buitenrecreatie één van de belangrijkste motieven voor een recreatieve activiteit. Buitenrecreatie is daarmee voor Rhenen ook belangrijk en kansrijk, denk aan wandelen en fietsen op de Utrechtse Heuvelrug, of struinen in de uiterwaarden. Bezoekersprofiel • In de gemeente Rhenen vormen de leefstijlen rustzoeker, stijlzoeker en plezierzoeker de grootste groepen onder inwoners. Er is sprake van een significante oververtegenwoordiging van de inzichtzoeker en een significante ondervertegenwoordiging van de avontuurzoeker (ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde). • Onder vakantiegangers van de Utrechtse Heuvelrug zijn de groepen rust- en plezierzoekers het grootst, samen 50%. De leefstijlen inzicht- en stijlzoeker zijn de kleinste groepen, samen 13%, en zijn daarbij ook significant kleiner ten opzichte van het gemiddelde leefstijlprofiel van de Nederlandse vakantieganger. Speerpunten 1.
Rhenen gaat een éénduidig toeristisch profiel opstellen. 2. Rhenen heeft aantrekkelijk vrijetijdsaanbod en beleefbare iconen. 3. Gerichte promotie brengt het profiel van Rhenen onder de aandacht. 44 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
4. Organiseren synergie en samenwerking in de vrijetijdsector. 5. Sturen op kwaliteitstoerisme en balans. Doelgroepen 1. Inzichtzoeker 2. Stijlzoeker 3. Plezierzoeker Op basis van de voorafgaande analyse is helder geworden dat de gemeente vijf speerpunten centraal stelt in haar beleid. Dit betreft uitdagingen waar met prioriteit aan gaat worden gewerkt. De randvoorwaarden die hiervoor nodig zijn, zijn: • Gezamenlijk uitwerking toeristisch profiel. • Kaders en uitgangspunten voor initiatiefnemers. • Sturen op balans • Mobiliteit en bereikbaarheid
45 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Energie Routekaart Energietransitie Datum vaststelling: Oktober 2019 Horizon: 2025 De definitie voor energieneutraal die de gemeente Rhenen hierin hanteert is: “er wordt net zoveel duurzame energie op eigen grondgebied opgewekt als er aan energie in Rhenen wordt verbruikt”. De energieneutrale ambitie staat in Rhenen niet op zich. Duurzaamheid is breder. In het Bestuursprogramma 2018- 2022 van de gemeente Rhenen is de bestuurlijke opgave: “Een duurzamer en klimaatbestendiger Rhenen” verwoord. Hieraan zijn drie doelen gekoppeld te weten: • Energieneutraal Rhenen 2040; • Rhenen circulair in 2050 • Rhenen klimaatbestendig (het aanpassen van de omgeving om de gevolgen van klimaatverandering zoals hitte- en wateroverlast terug te dringen) in 2050 Om als Rhenen in 2040 energieneutraal te worden, is een verschuiving nodig van het gebruik van fossiele energie naar het gebruik van duurzame energie. De hierboven genoemde energiemix zal er in 2040 heel anders uit komen te zien. Uiteraard is energiebesparing daarbij ook erg belangrijk. Immers energie die niet gebruikt wordt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Wat de mogelijkheden zijn, is natuurlijk in een belangrijke mate afhankelijk van de opbouw van de gemeente. Zo ligt een groot warmtenet voor de verwarming van veel woningen en gebouwen in Rhenen niet voor de hand.
(er zijn vele grondgebonden woningen en er is geen bron voor een warmtenet, zoals restwarmte van industrie). En liggen er in het oosten van Rhenen meer mogelijkheden voor eventuele zonnevelden dan in het bosrijke gebied aan de westkant van de gemeente. Transitie naar duurzame warmtevoorziening Waarin neemt de gemeente het initiatief? • Energieloket Rhenen Het energieloket Rhenen is het onafhankelijk informatiepunt voor inwoners. • Samenwerking met Rhenam Wonen • Aardgasvrije nieuwbouw • Transitievisie warmte • Wijkuitvoeringsplannen • Onderzoek naar aardwarmte • Communicatie Transitie naar duurzame elektriciteitsvoorziening Waarin neemt de gemeente initiatief? • Zon op dak • Beleidskader grootschalige duurzame elektriciteit • Regionale energiestrategie FoodValley • Energieopslag Transitie naar duurzame mobiliteit Waarin neemt de gemeente het initiatief? • Aanpak verduurzaming mobiliteit • Laadpalenbeleid en infrastructuur • Autodelen • Verduurzaming mobiliteit bij bedrijven • Verbeteren van OV
46 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Het goede voorbeeld Waarin neemt de gemeente het initiatief? • Duurzaam meerjaren onderhoudsplan. • Gemeentelijke gebouwen aardgasvrij • Duurzaam gemeentelijk mobiliteitsbeleid • Verduurzamen wagenpark • Duurzame en circulaire inkoop • Goede voorbeeld • Communicatie
47 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Water / Klimaat Klimaatbestendig en waterrobuust Rhenen in 2050 Datum vaststelling: Horizon: 2050 Het klimaat verandert. De kans op wateroverlast, overstromingen, droogte en hittestress nemen toe. Dit brengt risico’s mee voor onze leefomgeving. Om Nederland hierop voor te bereiden heeft het Rijk het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie opgesteld (DPRA). Afgesproken is om sneller en gerichter aan de slag te gaan om Nederland klimaatbestendig in te richten. Er worden zeven ambities geformuleerd in het DPRA. Om deze ambities te verwezenlijken hanteert het DPRA de stappen ‘weten’, ‘willen’ en ‘werken’. Het implementeren van ruimtelijke adaptatie vergt voldoende kennis (weten) om maatregelen en aanpassingen te verankeren in beleid (willen) zodat ruimtelijk adaptatief gewerkt kan worden (werken). De gemeente Rhenen heeft de gevolgen van weersextremen ervaren. Wateroverlast, droogte en hitte hebben in al onze kernen voor materiële en immateriële schade gezorgd. Jaarlijks ziet Rhenen de gevolgen van deze weersextremen terugkomen en toenemen. Hierop heeft Rhenen gereageerd door zich op een actieve wijze voor te bereiden en de ambitie te bepalen om de stad een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te geven. De processtappen ‘weten’, ‘willen’ en ‘werken’ worden hierbij gevolgd en de ambities van het DPRA overgenomen.
Dit alles op een manier dat bij Rhenen past: open, transparant en vanuit de bedoeling werkend. 1. Samenwerken met durf: Wij werken samen aan een klimaatbestendig en waterrobuust Rhenen en zien dit als vanzelfsprekend. Alle partners zijn betrokken en zijn zich bewust van de klimaatveranderingen en de gevolgen hiervan. 2. Balans: Wij wensen en staan voor een goede evenwichtige balans tussen landbouw en natuur/landschap. De gevolgen van wateroverlast, droogte en hitte creëren problemen die vragen om structurele oplossingen. 3. Waterberging op de berg: Rhenen ligt op een prachtige heuvelrug met een goed doorlaatbare bodem. Wij blijven inzetten op infiltratie van regenwater. Er is echter meer nodig gezien de toename van hevige hoosbuien en de lange periodes van droogte. Het is ons streven om water langer vast te houden. 4. Hergebruik maakt water tot vriend: De wateroverlast die Rhenen ervaart in het voorjaar door heftige hoosbuien is inmiddels standaard geworden. De gevolgen zijn bekend. Wij zien dit water als een bron voor hergebruik en willen het circulair toepassen. 5. Groen Leeft!: Een groene leefomgeving zorgt mede voor een vitale en gezonde samenleving. Meer groen in bewoond gebied leidt onder andere tot meer verkoeling, verbetering van de luchtkwaliteit en verhoogd het welzijn van mens en dier. Verkoeling is hard nodig tijdens hete dagen. 6.
Ontstenen en vergroenen: Ook inwoners zijn aan zet om bijvoorbeeld hun tuin natuurlijker in te richten met veel groen en minder verharding. Wij stimuleren klimaat adaptief gedrag onder inwoners. Dit geldt ook voor onze ondernemers. 7. Rust en verkoeling: Iedereen is welkom in Rhenen en mag genieten van de unieke Heuvelrug, de mooie uitzichten op de Neder-Rijn en onze rijke cultuurhistorie. Wij willen rust, natuur en het (fiets) toerisme als profiel voor Rhenen versterken. 8. Bewust: Extreem weer brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. De gevolgen van een overstroming zijn desastreus en zorgen voor een ontwrichtende werking van de gehele maatschappij. Hier zijn wij ons niet altijd van bewust. 9. Voorbereid op noodsituatie: Wij willen goed voorbereid zijn op noodsituaties en stil staan bij de gevolgen die overstromingen of een hittegolf met zich mee kunnen brengen.
48 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Onderwijs Beleidsnotitie gesubsidieerde peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (vve) Datum van vaststelling: September 2016 Door harmonisatie worden de verschillen tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven weggenomen en wordt gezorgd voor een betere afstemming tussen kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en basisonderwijs. Het huidige peuterspeelzaalwerk worden omgevormd tot peuteropvang. De harmonisatie rust op drie pijlers: • Het versterken van de pedagogische kwaliteit; • Eén kwaliteitskader voor peuterspeelzalen en kinderdagverblijven; • Eén financieringsstructuur voor tweeverdieners. In Rhenen stellen we het belang en de ontwikkelingsbehoefte van het kind centraal. We zijn verantwoordelijk voor de lokale peuteropvang en zorgen voor een toegankelijke, betaalbare en thuisnabije voorziening in elke kern. Daarbij maken peuteropvang en voor-en vroegschoolse educatie (vve) deel uit van een integrale (preventieve) aanpak waardoor alle kinderen in staat zijn om vaardigheden te ontwikkelen waardoor zij in de toekomst actief participeren in onze complexe en veranderlijke samenleving. Streven is een aanbod peuteropvang en vve aan te bieden dat aansluit bij wat peuters in Rhenen nodig hebben en aansluit bij de behoefte van de ouders. Er moeten voldoende keuzemogelijkheden zijn. We zetten ons in om ouders actief te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind.
Vanuit de visie dat dit het beste is voor de ontwikkeling van kinderen wordt uitgegaan van gemengde groepen (dat wil zeggen kinderen met en zonder vve-indicatie in één groep). Het is goed als kinderen met een (risico op) achterstand spelen met kinderen die al verder zijn in hun ontwikkeling. Spelenderwijs wordt veel geleerd. Dit heeft tot gevolg dat peuters zonder achterstand ook het vve-programma krijgen aangeboden. Hierdoor wordt segregatie voorkomen. Momenteel is er een grote groep peuters die geen gebruik maakt van voorschoolse voorzieningen. Bezoek aan een voorschoolse voorziening is goed voor de cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling van het kind. Landelijke trend is dat er steeds meer Integrale Kind Centra (IKC) worden opgericht. Kern van het kindcentrum is een sterke alliantie tussen onderwijs en peuter- en kinderopvang. Een kindcentrum komt tot stand op basis van vrije partnerkeuze. Het is aan de partijen zelf om de samenwerking aan te gaan. De gemeente denkt mee en kan desgewenst bemiddelen of in de randvoorwaardelijke sfeer meewerken. Grote lijnen van de gezamenlijke visie zijn de volgende: • Gestreefd wordt naar minimaal in elke kern een Integraal Kind Centra (IKC). • Peuteropvang, primair onderwijs en buitenschoolse opvang zijn in ieder geval deelnemers.
• Kinderdagopvang, sport, cultuur, bibliotheek en andere instellingen kunnen mede onderdeel vormen van een IKC. • Het realiseren van effectieve samenwerking is in eerste instantie belangrijker dan het realiseren van gezamenlijke huisvesting. • Verwacht wordt dat de continuïteit en kwaliteit van de peuteropvang, inclusief de uitvoering van vve-programma’s voor doelgroepkinderen, op langere termijn beter geborgd kan worden binnen deze clusters door integratie met het binnen de clusters aanwezige aanbod buitenschoolse opvang en/of kinderdagopvang. Enerzijds omdat daarmee het aantal betrokken organisaties minder is, anderzijds omdat daarmee een doorgaande ontwikkelingslijn van 2 tot 12 jaar in zowel het voorschoolse als het naschoolse aanbod beter afgestemd kan worden met het basisonderwijs binnen elk IKC.
49 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Cultuur Samenvatting Cultuurnota, Cultuurrijk Rhenen (2019) Vastgesteld: 2019 Horizon: ?? Inleiding In het Bestuursprogramma 2018 – 2022 staat het voornemen om in 2019 een nieuwe visie op Cultuur op te stellen, mede als basis voor het te ontwikkelen accommodatie- en vastgoedbeleid. Met de voorliggende nota schetsen we de algemene lijnen van het nieuwe beleid. Bij lezing zal duidelijk zijn dat nog niet alle voorstellen volledig zijn uitgewerkt. Dat vraagt de komende periode nog verdere invulling. De nota is tot stand gekomen in dialoog met betrokkenen uit het culturele veld, waarbij input is opgehaald tijdens de recente Cultuurconferentie in februari en tijdens twee aparte dialoogsessies met een selecte groep deelnemers. Ter afsluiting van de inleiding merken we op dat het cultureel erfgoed, dus het geheel aan monumentale gebouwen, uitdrukkelijk geen onderdeel uitmaakt van deze nota. De cultuurnota geeft een beeld van : 1. trends weer die van invloed zijn op de cultuursector van vandaag, zowel landelijk als lokaal (belang voor vestigingsklimaat, belang van eigenwaarde, veranderende publieksvoorkeuren, kansen voor recreatie en toerisme, veranderende relatie overheid/burger, kwetsbaarheid vrijwilligersbestand, 2.
de drie grote opgaven uitgewerkt in maatschappelijke effecten en doelstellingen • Rhenen, een gemeente met een helder en pakkend cultuur-historisch profiel • Rhenen, een gemeente met een cultureel aanbod dat bruist en verbindt • Rhenen, een gemeente met een krachtige en eigenstandige cultuursector 3. de aanpak, inclusief de rol van de gemeente bij het versterken van de cultuursector • De gemeente voert Cultuurbeleid en monitoort de uitvoering en voortgang. Sinds 2012 draagt het Cultuurplatform bij aan de uitvoering van het beleid, dat in samenspraak met de sector is vormgegeven. De gemeente stelt jaarlijks ambtelijkecapaciteit en een bedrag beschikbaar voor de coördinator van het Platform. De gemeente verleent sinds 2012 geen subsidies meer beschikbaar voor individuele culturele aanbieders. • De gemeente opereert aanvullend als partner, verbinder en facilitator. 4. de middelen die ingezet worden om de beleidsdoelen te realiseren • Ingezette middelen zijn het cultuurplatform, de coördinator, de website cultuurinrhenen, het cultuurpact, het cultuurfonds, de cultuurprijs (nw), kunst in de publieke ruimte (nw) en het culturele hart (nw) 5. de accommodatiewensen die geïnventariseerd zijn samen met de culturele aanbieders • Een theater – podium voorziening • Een cultureel centrum voor de Cultuur • Expositie- en atelierruimtes voor de beeldende kunstenaars. 6.
het financieel kader • Er is een bedrag geraamd van ruim 400.000,- dat grotendeels via de regulier begroting beschikbaar moet komen.
50 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Sociaal Domein Beleidsplan Minimaregelingen 2020 – 2021 Datum vaststelling: 2020 Horizon: 2021 We willen dat alle inwoners van Rhenen, Achterberg en Elst een kans hebben om deel te nemen aan de samenleving en dat cultuur in de breedte bereikbaar is voor alle inwoners, in het bijzonder voor kinderen. Het minimabeleid is gericht op het bevorderen van participatie en bevat daarom verschillende participatie bevorderende regelingen voor jong en oud. De brede doelgroep heeft de vrijheid om mee te doen op de manier die bij hem of haar past - van sport tot cultuur, in de vorm van een lidmaatschap of door het bezoeken van evenementen6 . Het minimabeleid is meer dan inkomensondersteuning, het is een instrument binnen het bredere sociaal domein en maakt onderdeel uit van de integrale aanpak die we voorstaan. Deze aanpak zal de komende jaren verder worden uitgewerkt in het Integraal beleidskader sociaal domein. De integrale aanpak tussen armoede en schulden heeft reeds een start gemaakt met het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2018-2022 op het onderdeel vroegsignalering. We werken vanuit lokale kracht samen met maatschappelijke partners zoals het Noodfonds, de Schuldhulpmaatjes, de Voedselbank en het Netwerk tegen armoede, om armoede te bestrijden.
Speciale aandacht gaat daarbij uit naar ZZP-ers, personen die al langere tijd zijn aangewezen op een laag inkomen, kinderen uit minimagezinnen en personen met hoge zorgkosten (chronisch zieken en gehandicapten). Daarbij willen we een armoedeval voorkomen. De gemeente Rhenen heeft een uitgebreid minimabeleid voor diverse doelgroepen. In vergelijking met andere gemeenten zijn er veel ondersteunende regelingen beschikbaar met een brede focus en vergoedingsmogelijkheden. Naast de algemene minimaregelingen kennen we bijzondere bijstand voor individuele gevallen. Bijzondere bijstand wordt verstrekt als betrokkene wordt geconfronteerd met uit bijzondere omstandigheden voorvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan die naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het reguliere inkomen, en waarvoor geen voorliggende voorziening is. Dit wordt altijd individueel beoordeeld. Deze regeling zetten we ongewijzigd voort. Ook voeren we geen drempelbedrag in. Wel zullen we de uitgaven scherp in de gaten houden. Op dit moment wordt een groot gedeelte van het budget besteed aan beschermingsbewind en inrichtingskosten. Dit is een landelijke trend. Om te voorkomen dat mensen in een schrijnende situatie terecht komt er een maatwerkbudget.
Dit budget kan door gemeentelijke professionals (klantmanagers, consulenten sociaal Team, medewerkers schuldhulpverlening en Jeugdteammedewerkers) ingezet worden voor vergoedingen voor mensen die zonder deze vergoeding in te problemen zouden raken of juist om (financiële) problemen duurzaam op te lossen en de spiraal van armoede te doorbereken. Wij hebben een prognose van de verwachte kosten gemaakt en deze afgezet tegen de in de begroting beschikbare dekking. Hieruit blijkt dat het beleid dekkend is. Hierbij stellen wij een aantal keuzes voor: • De reserves bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur voor Sport en voor Cultuur samenvoegen. Hierdoor is het voor de komende jaren naar verwachting niet nodig om aanvullend te financieren. Als dat toch nodig is in de Reserve Armoedebestrijding voldoende ruimte • Aan Jobhulpmaatje wordt een incidentele subsidie toegekend voor de komende twee jaar, waarvoor wij dekking vinden in de Reserve Armoedebestrijding. Wij blijven met Stichting Schuldhulp in gesprek over structurele financiering na 2021. • Met de Reserve Armoedebestrijding verwachten wij budgetoverschrijdingen op te kunnen vangen. 51 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Beleidsplan Participatie Datum vaststelling: 26 augustus 2014 Horizon: 2020 Voor de in- en uitvoering van de Participatiewet hanteren we de volgende doelstellingen: 1. We streven naar een budgetneutrale uitvoering van de Participatiewet; dat houdt in dat uitgaven zoveel mogelijk binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten moeten blijven. Deze budgetten, het inkomensdeel voor verstrekking van uitkeringen en het participatiedeel voor de uitvoering van participatie-instrumenten, moeten in samenhang bezien worden. Uitgaven op het participatiedeel moeten zoveel mogelijk zorgen voor daling van uitgaven op het inkomensdeel. 2. De huidige Wsw-populatie moet zoveel als mogelijk bij reguliere werkgevers aan de slag. Dit voorkomt dat een groot deel van het inkomensdeel besteedt moet worden aan deze doelgroep die haar huidige rechten behoud. 3. Op het participatiebudget wordt flink bezuinigd. We kiezen er daarom voor de beschikbare middelen in te zetten voor mensen die wel arbeidsvermogen hebben, maar die nog niet direct zelf in een volwaardig inkomen kunnen voorzien. Voor de groep die (nog) geen arbeidsvermogen heeft, wordt aansluiting gezocht bij de decentralisatie van de AWBZ en het buurtgericht werken binnen de drie kernen van Rhenen. Ook voor deze groep blijft perspectief op maatschappelijke activering aanwezig. 4. Werk staat voorop en daarmee de werkgever.
De werkgever is onze belangrijkste partner bij het aan het werk krijgen van mensen met (en zonder) een arbeidsbeperking. We moeten er dus voor zorgen dat we die mee krijgen door middel van werkgeversbenadering. De huidige arbeidsmarkt heeft behoefte aan flexibele arbeidskrachten. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat mensen vanuit tijdelijk werk sneller doorstromen naar een vast dienstverband. Tijdelijk werk zorgt er bovendien voor dat mensen maatschappelijk actief blijven. De samenwerking met uitzendbureaus moet daarom nog meer aandacht krijgen. 5. We verwachten van mensen met een uitkering dat ze er alles aan doen om deze zo kort mogelijk nodig te hebben. Daarnaast vragen we een tegenprestatie in de vorm van maatschappelijke participatie. Dit biedt structuur en geeft mensen een doel. Daarbij zijn zowel de betrokkenen als de maatschappij als geheel gebaat. 6. Binnen de keten van Werk en Inkomen werken we met twee sporen: we maken onderscheid tussen de uitkeringsgerechtigden die (op termijn) hun arbeidsvermogen kunnen benutten (Werkspoor) en mensen waarvoor dit niet of niet direct tot de mogelijkheden behoort (Participatiespoor). 7. We streven naar één werkgeversbenadering die aansluit bij het principe, dat we te maken hebben met één doelgroep.
Hiervoor moeten afspraken gemaakt worden tussen de afdeling Economie en Werk van de gemeente Veenendaal, het cluster economische zaken van het team economie en ruimte in Rhenen, de regio FoodValley, IW4 en commerciële partijen. 8. Naast de werkgeversbenadering op regionaal niveau gaan we inzetten op aansluiting bij de lokale ondernemers. Hiervoor werken we nauw samen met het cluster economische zaken in Rhenen. Concrete resultaten In lijn met het hanteren van het hoofdproces in de nieuwe sociale infrastructuur zien we op de korte termijn de volgende resultaten voor ons: • ‘Lokale toegang’ via de gemeente Veenendaal tot de benodigde dienstverlening met zicht op een regionaal aanbod; • Regie op de multi-problematiek vanuit; één gezin, één plan, één regisseur; • Lokaal integraal activeringsaanbod voor kwetsbare groepen; • Arbeidsmatige dagbesteding AWBZ als vervanger voor beschut werk Wsw; • Inzet “Wwb-ers” voor belangrijke Wmo- activiteiten; • CJG/ Jeugdzorg in combinatie met de jongerenaanpak Werk en Inkomen; • Scholing (transitie- overstijgende gezamenlijke scholing van professionals in “eigen kracht gedachte”). 52 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
Beleidsplan Schuldhulpverlening 2018-2022 Datum vaststelling: 2018 Horizon: 2022 De afgelopen jaren is het beleid schuldhulpverlening uitgevoerd door de gemeente Veenendaal. Dit is ingekocht als een onderdeel van de dienstverleningsovereenkomst sociale zaken en werkgelegenheid (DVO). De gemeente Rhenen heeft een regierol uitgevoerd over het door Veenendaal uitgevoerde beleid. Wij dragen als gemeente de verantwoordelijkheid om te zorgen voor de goede naleving van de Wgs. Hierin staan onder andere minimale eisen gemeld over de wachttijden voor een meldgesprek en over de behandeling van gezinnen met kinderen. Wij voeren zelf geen schuldhulpverlening uit, maar laten dit doen door een professionele schuldhulpverlenende organisatie met wie wij goede afspraken maken. Wij nemen als gemeente Rhenen een faciliterende en controlerende regierol in bij de organisatie van schuldhulpverlening waarbij gestuurd wordt op de kwaliteit van de uitvoering. Wij stimuleren de samenwerking tussen de professionals en de vrijwilligers en versterken het netwerk op het gebied van schuldhulpverlening. Daarnaast versterken wij het netwerk door deze actief te ondersteunen met huisvesting, financiële middelen en kennis.
Door de rol van de beleidsmedewerker duidelijk af te kaderen en te beschrijven onderzoeken wij ook de mogelijk om binnen de grenzen van de wet op de bescherming van de privacy gegevens te delen met andere instanties. Wij intensiveren de samenwerking tussen de verschillende afdelingen van de gemeente. De medewerkers van de gemeente die in hun werkzaamheden contact hebben met inwoners worden opgeleid en moeten in staat zijn om (verborgen) armoede te herkennen, schulden bespreekbaar te maken en de inwoner te helpen de juiste hulp te vinden. Zo creëren wij een integrale schuldhulpverlening. Visie In principe is iedereen zelf voor zijn of haar schulden verantwoordelijk. Als een inwoner door omstandigheden de verantwoordelijkheid voor zijn of haar schulden (tijdelijk) niet aankan dan ondersteunen wij de inwoner totdat deze zelf weer in staat is om zijn financiële huishouden te beheren. Naast onze gemeentelijke taak vragen wij aan de inwoners van Rhenen om te helpen iemand te ondersteunen op materieel en immaterieel gebied. Doel Het doel van het beleid 2018-2022 is dat iedere inwoner van de gemeente Rhenen op eigen kracht de verantwoordelijkheid kan dragen over diens financiële huishouden, en als er sprake is van schulden dat deze geen belemmeringen vormen om deel te nemen aan de maatschappij.
Uitvoering • Schuldhulpverlening organiseren we voor alle inwoners, integraal, op een manier die het minste ingrijpt op de zelfredzaamheid van de inwoner en tegelijkertijd de kracht van de inwoner duurzaam versterkt. • Schuldhulpverlening wordt uitgevoerd door een betrouwbare, professionele schuldhulpverlenende organisatie die een actieve rol inneemt binnen de keten van vrijwilligers en professionals. De uitvoering van het schuldhulpbeleid en de hulpverlening (professioneel en vrijwillig) is van goede kwaliteit, lokaal georganiseerd, laagdrempelig, afgestemd op de persoonlijke situatie van de hulpvrager, houdt rekening met de positie van de schuldeiser en richt zich op het duurzaam versterken van de zelfredzaamheid van de inwoner. • De controle op de kwaliteit van de uitvoering, het verbeteren van de integrale uitvoering, het bereiken van specifieke doelgroepen, de versterking van het lokale netwerk en de verbetering van de lokale uitvoering van het schuldhulpverleningsbeleid wordt gedaan door een
53 Werkdocument, alleen voor intern gebruik gemeente Rhenen
•
• •
• •
medewerker van de gemeente Rhenen. Waar mogelijk wordt samengewerkt met omliggende gemeentes. We stimuleren een gevarieerd aanbod van betrouwbare, goed opgeleide vrijwillige schuldhulpverleners, die vanuit hun eigen kracht, identiteit en werkwijze de inwoners kunnen bijstaan om een duurzame oplossing te vinden voor een gezond financieel huishouden. We zetten maximaal in op preventie. Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat preventie begint met bekendheid van de mogelijkheden en makkelijk vindbare, lokale en laagdrempelige hulp. We werken preventief aan het voorkomen van problematische schulden door de grens op te zoeken tussen een actief aanbod van hulp en bemoeizorg om oplopende kosten (incasso- en proceskosten) en crisissituaties te voorkomen. Preventief willen wij ook door middel van voorlichting en educatie de kracht van onze organisatie en inwoners duurzaam versterken. We ontwikkelen (nieuwe) rapportages en sluiten aan bij landelijke benchmarks om meer inzicht te krijgen in de resultaten van ons beleid en om beter te kunnen sturen en evalueren.