CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3: Motivatie wijziging Omgevingsplan Rhenen - ontwikkellocatie Damkro Elsterstraatweg;

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente RhenenBij agendapunt: Wijziging omgevingsplan Damkro Elsterstraatweg Elst25.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Het rijk stelt voor een aantal gebouwen specifieke regels. Deze instructieregels van het Bkl voor geluid zijn gericht op aangewezen geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl). In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Voorliggend plan In het kader van voorliggend plan is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen het geluidaandachtsgebied van de N225 Elsterstraatweg en Vissersweg. De conclusies uit dit onderzoek zijn hieronder opgenomen. Het volledige rapport van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Provinciale wegen

Damkro Elsterstraatweg

29 van 62

• • • • •

De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de provinciale weg is maximaal 58 dB. Bij de gemeente Rhenen dient aan de hand van voorliggend onderzoek een afweging te maken om het geluid boven de voorkeursgrenswaarde toe te staan. In de voorliggende situatie kan als uitgangspunt worden aangedragen dat de woningen een open plaats opvullen/bestaande bebouwing vervangen. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding is in deze situatie niet doelmatig, gezien de Elsterstraatweg al voorzien is van een geluid reducerend wegdek. Het verder naar achteren verplaatsen van de woningen om de geluidbelasting verder te reduceren leidt er niet toe dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Zou de afstand tot de weg bijvoorbeeld worden verdubbeld, van 20 naar 40 meter, dan zal de geluidbelasting op de voorgevel met circa 3 dB afnemen, een verschil wat nauwelijks hoorbaar is.

•

Het plaatsen van scherm is akoestisch niet verder onderzocht. Om de geluidbelasting op de gevels te verlagen is een geheel gesloten scherm benodigd. Een geheel gesloten scherm is in de praktijk niet uitvoerbaar gezien de inritten van de woningen dan niet te bereiken zijn. Een scherm langs een oprit realiseren brengt de verkeersveiligheid in gevaar, het uitzicht op de weg wordt namelijk belemmerd, ook met een glazen scherm.

Gemeentewegen • De standaardwaarde wordt wel, maar de grenswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten • • • •

gevolge van de gemeentewegen is maximaal 56 dB. Bij de gemeente Rhenen dient aan de hand van voorliggend onderzoek een afweging te maken om het geluid boven de standaardwaarde toe te staan. In de voorliggende situatie kan als uitgangspunt worden aangedragen dat de woningen een open plaats opvullen/bestaande bebouwing vervangen. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding is in deze situatie niet doelmatig, gezien de Elsterstraatweg al voorzien is van een geluid reducerend wegdek. Het verder naar achteren verplaatsen van de woningen om de geluidbelasting verder te reduceren kan ertoe leiden dat wordt voldaan aan de standaardwaarde voor gemeentewegen. Zou de afstand tot de weg bijvoorbeeld worden verdubbeld, van 20 naar 40 meter, dan zal de geluidbelasting op de voorgevel met circa

•

3 dB afnemen. Het plaatsen van scherm is akoestisch niet verder onderzocht. Om de geluidbelasting op de gevels te verlagen is een geheel gesloten scherm benodigd. Een geheel gesloten scherm is in de praktijk niet uitvoerbaar gezien de inritten van de woningen dan niet te bereiken zijn. Een scherm langs een oprit realiseren brengt de verkeersveiligheid in gevaar, het uitzicht op de weg wordt namelijk belemmerd, ook met een glazen scherm.

Gecumuleerd geluid De maximale gecumuleerde geluidbelasting is 63 dB. Mede aan de hand van het gecumuleerde geluid kan het bevoegd gezag beoordelen of en in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te benutten. Om een beoordeling van het gecumuleerd geluid te kunnen maken zou gebruik gemaakt kunnen worden van de beoordeling geluidkwaliteit gecumuleerd geluid. Binnen deze methode wordt de optredende geluidbelasting ingedeeld in verschillende classificaties. In onderstaande tabel is de methode opgenomen.

Damkro Elsterstraatweg

30 van 62

In navolgende figuur is middels een kleurcodering de kwalificatie per gevel aangegeven.

Beoordeling geluidkwaliteit gecumuleerd geluid

Gezamenlijk geluid en Besluit bouwwerken leefomgeving Het gezamenlijk geluid is maximaal 63 dB. Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering. Wanneer de standaardwaarde wordt overschreden, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in artikel 4.103 van het Bbl. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in het gezamenlijk geluid en 33 dB. Geluidluwe zijden en buitenruimte Bij het overschrijden van de standaardwaarde dient het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel te worden betrokken. Door de gemeente Rheden wordt aangegeven dat de aanwezigheid van een geluidluwe zijde en buitenruimte belangrijke aspecten zijn. In onderstaande figuur wordt aangegeven waar de geluidluwe zijden zich bevinden.

Damkro Elsterstraatweg

31 van 62

Situering geluidsluwe zijden

Doorgaans wordt uitgegaan van een geluidluwe gevel of buitenruimte indien de geluidbelasting lager is dan de standaardwaarde, tenzij dit anders aangegeven wordt door de gemeente. Uit het onderzoek blijkt dat op enkele gevels van 21 woningen de standaardwaarde wordt overschreden. Gelet op de beperkte overschrijding van de standaardwaarde, de aanwezigheid van geluidluwe gevels en buitenruimte en de mogelijkheid tot het nemen van bouwtechnische maatregelen zijn de geconstateerde overschrijdingen van de standaardwaarde acceptabel. Om te borgen dat bij de kwaliteitsborging rekening wordt gehouden met voldoende geluidwering is het gezamenlijk geluid vastgelegd in de regels van voorliggend omgevingsplan. De gevelweringsmaatregelen zullen in het kader van de kwaliteitsborging nader uitgewerkt worden. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het plan is in lijn met de geluidbepalingen van het Bkl. Wel zal bij de bouwtechnische uitwerking voor de geconstateerde overschrijdingen van de standaardwaarde een gevelweringsonderzoek uitgevoerd moeten worden om te bepalen welke maatregelen nodig zijn om een binnenniveau van 33 dB te garanderen.

5.2 Bedrijfshinder Voorheen werd vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een goede ruimtelijke ordening beoogd bij het ontwikkelen van nieuwe ruimtelijke plannen. Deze goede ruimtelijke ordening is gericht op het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. In dat kader is een systematiek ontwikkeld die door middel van richtafstanden voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) op voorhand regelt om hinder en gevaar te voorkomen: De VNGbrochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Deze milieuzonering dient twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; • het bieden van voldoende ruimte en zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen

Damkro Elsterstraatweg

32 van 62

Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt een nieuwe werkwijze geïntroduceerd, waarbij het werken met milieucategorieën voor bedrijven komt te vervallen. De regeling wordt vervangen door direct milieuregels in het omgevingsplan op te nemen: 'Milieuzonering nieuwe stijl'. Ook onder deze nieuwe regeling blijven beide doelen die met milieuzonering worden nagestreefd gelden. Het toepassen van de 'milieuzonering nieuwe stijl' is echter vrijwillig. Er kan ook op een andere wijze getoetst worden aan de milieunormen. In de motivering voor een wijziging van het omgevingsplan dient in ieder geval te worden onderbouwd dat sprake is van een evenredige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Een ETFAL kan door voldoende afstand tussen de milieubelastende en de woonactiviteiten aan te houden. Wat voldoende is, hangt af van de aard en omvang van de milieubelastende activiteiten in de directe omgeving van de projectlocatie zijn toegelaten. De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' kan hierbij nog steeds een basis bieden voor een indicatie voor de inpasbaarheid van de activiteit en kan nog steeds worden gebruikt. Systematiek De VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) geeft handreikingen voor een verantwoorde inpassing van bedrijvigheid in haar fysieke omgeving en voor de inpassing van gevoelige bestemmingen nabij bedrijven.

Het is geen wet, maar een gangbare manier om milieuzonering toe te passen. In de VNG-brochure worden per bedrijfssoort en per milieuaspect indicatieve afstanden gegeven tot gevoelige objecten. Indien aan de VNGafstand wordt voldaan, kan gesteld worden dat hinder niet te verwachten is. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Milieucategorie

Richtafstand tot gevoelige functies in een rustige woonwijk

Richtafstand tot gevoelige functies in gemengd gebied

1

10 meter

0 meter

2

30 meter

10 meter

3.1

50 meter

30 meter

3.2

100 meter

50 meter

De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Het plangebied grenst aan de Elsterstraatweg, een relatief drukke ontsluitingsweg en oud lint in de dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. In voorliggende situatie is derhalve geen sprake van een 'rustige woonwijk', maar een 'gemengd gebied'. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap verkleind worden. Voorliggend plan Aan de noordoostzijde van het plangebied is op het perceel Elsterstraatweg 28A een autobedrijf gevestigd. Op het betreffende perceel is een (auto)bedrijf tot de categorie 2 toegestaan. Het perceel Elsterstraatweg 30 heeft de bestemming ‘Gemengd – 3’ waarbij bedrijven tot de categorie 2 zijn toegestaan. Op grond van de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ geldt hiervoor een richtafstand van 30 meter voor een rustige woonwijk. Aangezien er sprake is van een 'gemengd gebied' wordt deze richtafstand met 1 afstandsstap verkleind naar 10 meter. De afstand tot deze bedrijfslocaties bedraagt minimaal 23 meter. Daarmee wordt ruimschoots aan deze richtafstand voldaan. Daarnaast is aan de Elsterstraatweg 32 een winkel voor gereedschappen en ijzerwaren gelegen. Dit perceel heeft een bedrijfsbestemming waarbij een constructiewerkplaats is toegestaan (categorie 3.2). De richtafstand binnen

Damkro Elsterstraatweg

33 van 62

‘gemengd gebied’ bedraagt daarbij 50 meter voor het aspect geluid. De afstand tot deze bedrijfslocaties bedraagt 38 meter. Daarmee wordt niet voldaan aan deze richtafstand. Op het betreffende perceel is aan de voorzijde de winkel gelegen met daarachter de hal/werkplaats. Vrachtwagens rijden aan de rechter zijde over het terrein. Zowel de ligging van de werkplaats als het rijden van de vrachtwagens is akoestisch gezien gunstig, vanwege de aanwezige afscherming door bebouwing. Bovendien zijn meerdere woningen op kortere afstand gelegen, waardoor de te realiseren woningen het bedrijf niet kunnen inperken. Daarbij ondervinden de te realiseren woningen een verhoogde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai (N225), waardoor een hogere eis wordt gesteld aan de karakteristieke geluidwering van de gevel. Dit werkt ook gunstig voor een eventuele verhoogd geluidniveau op de geluidgevoelige bebouwing vanwege activiteiten. Aan de eisen voor het binnenniveau vanuit het Omgevingsplan zal dus worden voldaan, al wordt gezien de ligging van de werkplaats en de daarbij aanwezige afscherming redelijkerwijs geen overschrijding van de standaardwaarde op de nieuwe geluidgevoelige bebouwing verwacht. Op basis van bovenstaande kan gesteld worden dat sprake is van ETFAL voor het aspect. Op een afstand van ca.

75 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich het recreatie bedrijf Chaletpark & Camping de tabaksschuur. Voor kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken) geldt op grond van de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ een richtafstand van 50 meter voor een rustige woonwijk. Bij een 'gemengd gebied' wordt deze richtafstand met 1 afstandsstap verkleind naar 30 meter. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Aan de zuidwestzijde grenst het plangebied aan gronden met een agrarische bestemming, waar de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan. Op de betreffende gronden is geen bedrijfsbebouwing toegestaan, waarmee deze gronden geen richtafstanden kennen waaraan voldaan moet worden. Verder zijn er in de ruimere omgeving geen agrarische bedrijven gelegen waarvan de richtafstanden reiken tot het plangebied. Spuitzone De agrarische gronden zijn bestemd voor -onder meer- de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, extensief recreatief medegebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en groenvoorzieningen. Bij de teelt van gewassen op agrarische gronden worden geteelde producten mogelijk bespoten met gewasbeschermingsmiddelen. Dergelijke middelen kunnen effecten hebben op de gezondheid van omwonenden.

Om die reden dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met een spuitzone waarbinnen gevoelige objecten alleen onder voorwaarden kunnen worden toegestaan. Uit rechtspraak volgt dat in het algemeen een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk wordt geacht. Dit brengt echter niet reeds met zich dat een kortere afstand in dit geval niet redelijk zou kunnen zijn. Dit hangt mede samen met de hoogte van de gewassen, windrichting, soort bestrijdingsmiddelen en frequentie van spuiten. Alleen bij het agrarisch perceel aan de zuidwestzijde reikt de zone van 50 meter over het plangebied. De afstand van 50 meter is gebaseerd op gewasbehandeling bij boomteelt en in boomgaarden. Bij dergelijke teelten is het risico op drift groter, omdat dan opwaarts en zijwaarts kan worden gespoten en bepaalde behandelingen ook plaatsvinden buiten het volbladseizoen, waardoor bladeren in het gewas zelf geen aanvullende driftreductie bieden.

Damkro Elsterstraatweg

34 van 62

Het vigerende bestemmingsplan Kern Elst 2012 (onderdeel tijdelijk omgevingsplan) kent binnen de bestemming 'Agrarisch' een vergunningstelsel voor het aanleggen van boomgaarden binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen. Dit betekent dat er niet zonder meer boomgaarden, waarbij bijna alleen maar omhooggerichte spuittechnieken als gewasbescherming gebruikt kunnen worden, zijn toegestaan waar dit nou nog niet is en dat een aanlegvergunning slechts verleenbaar is indien is gebleken dat voornoemde functies hiervan geen onevenredige hinder zullen ondervinden. In situaties waarin enkel rekening behoeft te worden gehouden met neerwaartse gewasbehandelingen is de kans op drift kleiner. Alhoewel de Afdeling op dit vlak geen specifieke afstanden noemt, is er steun te vinden in uitspraken dat in situaties waarin enkel rekening moet worden gehouden met neerwaarts spuiten mag worden uitgegaan van een kortere afstand qua mogelijke driftblootstelling. Uit de Basisregistratie Gewaspercelen blijkt dat op het betreffende perceel de afgelopen jaren geen gewassen zijn geteeld. Ook de in de nabijheid van het projectgebied gelegen agrarische percelen in de uiterwaarden van de Nederrijn zijn in gebruik als grasland.

Gelet op het bekende agrarische gebruik door de jaren heen alsook het feit dat er in de omgeving evenmin sprake is van boomgaarden en deze ook niet zonder aanlegvergunning kunnen worden gerealiseerd, wordt grasland of teelt in de vorm van akkerbouw en vergelijkbare eenjarige/laagblijvende teelt als representatief beschouwd voor dit perceel.

Uitsnede Basisregistratie gewaspercelen 2024

Op betreffende landbouwpercelen worden gewassen geteeld die zich laag boven de grond bevinden. De regels waaraan een agrariër zich dient te houden (75% driftreductie door naar beneden gericht te spuiten en driftarme spuitdoppen, zoals ook is opgenomen in artikel 4.723c (water en gezondheid: driftreducerende technieken bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen) van het Besluit activiteiten leefomgeving) heeft tot gevolg dat al het spuiten naar beneden gericht is, zodat drift kan worden voorkomen.

Damkro Elsterstraatweg

35 van 62

Bij het spuiten bij zuidwesten wind (spuiten is toegestaan bij een windsnelheid van maximaal 5 m/s) zou er dus drift over het projectgebied kunnen plaatsvinden. Bij voorliggend plan wordt het plangebied opgehoogd tot circa 9.90 meter + NAP waarmee de woningen circa 0,8 tot 1,8 meter hoger komen te liggen dan het agrarisch perceel. Hiermee wordt drift verder gereduceerd. Daarbij zorgen het aanwezige talud, woonpad en groenzone voor een afstand tussen de 6 en 17 meter tot de teeltzone. Na realisatie van het plan ligt het agrarisch perceel ingeklemd tussen de zomerdijk, het nieuwe, opgehoogde woongebied en de tuinen van de bestaande woonbebouwing aan de Elsterstraatweg. Daarbij vindt de ontsluiting van het perceel plaats via het nieuwe woonpad langs de westelijke grens van het plangebied. Gezien de ligging, de ontsluiting en de omvang van het perceel (circa 0,7 hectare) is gebruik van het perceel als grasland of weide zeer aannemelijk. Gebruik van het perceel als akkerland wordt onwaarschijnlijk geacht.

Gelet op de representatieve teeltvorm van het agrarisch perceel, de daarbij behorende wijze van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de waarschijnlijkheid van het gebruik van de gronden als grasland, de aanwezige afstand tussen de woonfunctie en de teeltgronden en de afschermende werking van de verhoogde ligging van het plangebied, is ten aanzien van de beoogde ontwikkeling voldoende gemotiveerd dat gezondheidsrisico’s als gevolg van drift tot een minimum worden beperkt waardoor er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Met het onderhavige project wordt geen milieubelastende functie opgericht. In de (directe) omgeving van de voorgenomen woningen bevindt zich één bedrijf waarbij niet wordt voldaan aan de richtafstand. Gezien de hogere eis die reeds gesteld wordt aan de karakteristieke geluidwering van de gevel van de woningen vanwege wegverkeerslawaai zal aan de eisen voor het binnenniveau vanuit het Omgevingsplan worden voldaan. Daarnaast is er ten aanzien van de gezondheidsrisico’s als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijfshinder vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: - er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; - het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; - het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL met de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook komen te vervallen. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project

Damkro Elsterstraatweg

36 van 62

niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Huidige jaargemiddelde concentraties 2021 Uit de kaarten van de Atlas voor de Leefomgeving volgt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de directe omgeving van het plangebied lager liggen dan de grenswaarden die voor deze stoffen zijn vastgesteld (voor PM10 en NO2 40 μg/m³ en voor PM2,5 20 μg/m³). De concentratie NO2 bedraagt minder dan 14 μg/m³, de concentratie PM10 bedraagt minder dan 18 μg/m³ en de concentratie PM2,5 minder dan 9 μg/m³. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in de huidige situatie voldoende wordt geacht en er geen normen worden overschreden. Niet in betekenende mate (NIBM) Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die binnen de getalsmatige grenzen vallen en daardoor niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit worden uitgevoerd.

Onderhavig plan behoort tot de in de lijst opgenomen categorieën van gevallen en mag derhalve gerangschikt worden als een activiteit welke in niet betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Desondanks is volledigheidshalve voor de ontwikkeling de bijdrage aan een verslechtering van de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Hiervoor is gebruikt gemaakt van de NIBM-tool van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu. In deze tool dient het extra aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie te worden ingevoerd, waarbij dient te worden uitgegaan van het weekdaggemiddelde. Dit omgevingsplan maakt het mogelijk dat er 27 woningen worden gebouwd. Conform de kengetallen uit de CROW-publicatie ASVV 2021 genereert één woning binnen het woonmilieu Centrum-dorps gemiddeld zo’n 6,3 ritten per dag. De maximale mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt, leiden daarmee tot zo’n 170 ritten per dag. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2023 Jaar van planrealisatie

2026

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

170

Aandeel vrachtverkeer

4,0%

NO2 in μg/m3

0,13

3

0,02

Maximale bijdrage extra verkeer

PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie

1,2

De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig

Damkro Elsterstraatweg

37 van 62

Uit deze berekening kan worden geconcludeerd dat de bijdrage van het extra verkeer in niet betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging en er geen nader onderzoek noodzakelijk is. De luchtkwaliteitseisen zoals aangegeven in paragraaf 5.1.4.1 Bkl leveren derhalve geen beperkingen op voor de ontwikkeling. Gezondheid GGD’en adviseren onafhankelijk van het wel of niet overschrijden van de normen, dat geen nieuwe gevoelige bestemmingen worden gerealiseerd: - binnen 50 meter van de rand van een drukke binnenstedelijke weg (wegen waar meer dan 10.000 motorvoertuigen per etmaal rijden) - binnen 300 meter van de rand van een snelweg -

binnen 50 meter van de rand van een provinciale weg.

Conform de verkeersgegevens afkomstig van de provincie Utrecht bedragen de etmaalintensiteiten voor het jaar 2035 op de Elsterstraatweg ca. 8.600 mvt/etmaal. Daarmee blijft de etmaalintensiteit van deze weg onder de 10.000 motorvoertuigen per etmaal. Voorliggend plan kent daarmee geen strijdigheid met het GGD-advies. Conclusie: Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4 Bodem Algemeen Bij een omgevingsplanplanprocedure of bij een functiewijziging (bij een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik) moet het bevoegde gezag voldoende inzicht hebben om de vraag te kunnen beantwoorden of de bodem geschikt is voor de toe te kennen functie. Daarvoor dient een bodemonderzoek dat voldoet aan de Nederlandse norm (NEN). Voor dit project is in 2022 een bodemonderzoek uitgevoerd conform de volgende protocollen: - NEN 5725, vooronderzoek naar activiteiten in het verleden die mogelijk hebben geleid tot -

bodemverontreiniging. NEN 5740, veld- en laboratoriumonderzoek naar:

-

verontreinigende stoffen in de bodem die het gevolg kunnen zijn van activiteiten in het verleden; de meest voorkomende verontreinigende stoffen in de bodem.

- NEN 5707, veld- en laboratoriumonderzoek naar het voorkomen van asbest in de bodem. De rapportage van dit bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 4. Voorliggend plan Uit het vooronderzoek volgens NEN 5725 blijkt dat de milieukwaliteit mogelijk negatief is beïnvloed door vroegere bedrijfsactiviteiten. Na beëindiging van deze activiteiten zijn begin 2020 alle bestratingen, funderingen en puinhoudende bodemlagen van de locatie verwijderd. Bij de graafwerkzaamheden die daarmee gepaard gingen, zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op bodemverontreiniging. De resultaten van het bodemonderzoek volgens NEN 5740 en NEN 5707 bevestigen dat menselijke activiteit effect heeft gehad op de bodemkwaliteit. Op grond van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat de toplaag op de locatie heterogeen verontreinigd is, waarbij plaatselijk ook sterke verontreinigingen

Damkro Elsterstraatweg

38 van 62

voorkomen. Aangezien de locatie formeel waterbodem betreft is het saneringscriterium uit de Wet bodembescherming niet van toepassing. Er wordt niet verwacht dat eventuele verontreinigingen die aanwezig zijn op het deel van het plangebied dat agrarisch blijft en dat zich bevindt buiten onderhavige onderzoekslocatie, van invloed zijn op de bodemkwaliteit op onderhavige onderzoekslocatie (de toekomstige woonlocatie). Dit omdat verdachte deellocaties zich stroomafwaarts bevinden, de nog aanwezige asbestverdachte puinverharding op het agrarische deel zal worden afgedekt en het agrarisch deel niet publiek toegankelijk wordt. Maatregelen Bij de ontwikkeling wordt het terrein opgehoogd tot circa 9,90 m +NAP. Daarbij wordt ter plaatse van de tuinen voorzien in een leeflaag van 1,0 meter die geen bodemvreemd materiaal (puin, afval, e.d.) bevat en waarvan de bodemkwaliteit voldoet aan de waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem bij bodemgevoelig gebouw of bodemgevoelige locatie. Er zijn geen voorwaarden gekoppeld aan het gebruik van de leeflaag en de onderliggende bodem. Conclusie Het plan voorziet in de realisatie van 27 woningen met bijbehorende wegen, parkeren en groenvoorzieningen.

Gezien de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek en de hierboven beschreven maatregelen voor het geschikt maken van de locatie, bestaan er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.5 Geur De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Het is daarbij niet toegestaan om zonder meer nieuwe geurgevoelige objecten te bouwen binnen de geurcontour van een bestaand bedrijf. Deze verplichting vloeit voort uit de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Voorliggend plan In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen met een geurcontour die tot het plangebied reiken. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan gronden met een agrarische bestemming, waar de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan. Mede door het ontbreken van een bouwvlak zijn op deze gronden geen activiteiten toegestaan die tot geurhinder leiden. Er zijn geen andere (agrarische) activiteiten aanwezig die tot geurhinder leiden. Gelet op vorenstaande vormt het aspect geur geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6 Omgevingsveiligheid De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crisissen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten:

Damkro Elsterstraatweg

39 van 62

-

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit

-

activiteiten leefomgeving. Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico's is een manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Het externe-veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van activiteiten voor de omgeving (mens en milieu). Het gaat hierbij onder meer om de risico's die verbonden zijn aan de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen.

Zoals in het NMP4 (Vierde Nationaal Milieubeleidsplan) is aangegeven, is de basis van het huidige risicobeleid dat het gevaar van een activiteit acceptabel is wanneer: - het plaatsgebonden risico niet hoger is dan is genormeerd; - De kans op een groot ongeluk met veel slachtoffers kan worden verantwoord (het groepsrisico). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor de omgeving aan te geven: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het plaatsgebonden risico werd voorheen ook wel individueel risico genoemd. De norm voor het plaatsgebonden risico ligt in principe op 10-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde. Voor bestaande situaties met een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6, geldt deze norm als streefwaarde. In zulke situaties geldt een standstill-beginsel totdat aan de norm van 10-6 per jaar wordt voldaan. Voor kwetsbare bestemmingen die zich binnen een gebied bevinden met een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-5 per jaar is eerst sprake van een dringende sanering.

Het groepsrisico (GR) is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een transportroute in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde vastgesteld die afhankelijk is van het aantal dodelijke slachtoffers per kilometer transportroute: 0,01/N2, waarbij N gelijk is aan het aantal dodelijke slachtoffers. Dus: • Voor tien of meer dodelijke slachtoffers is de oriëntatiewaarde gelijk aan 1/10 -4, oftewel een kans van •

één op tienduizend per jaar; Voor honderd of meer dodelijke slachtoffers is deze kans 1/10-6, oftewel één op een miljoen per jaar;

•

Voor duizend of meer dodelijke slachtoffers is deze kans 1/10-8.

Damkro Elsterstraatweg

40 van 62

In tegenstelling tot de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico mag van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico door het bevoegd gezag worden afgeweken, mits er een goede reden toe is. Hierbij moet een verantwoording van het groepsrisico worden afgelegd. Regionaal beleid externe veiligheid De ODRU-gemeenten hebben als gezamenlijk doel om mensen die binnen het ODRU-gebied wonen, werken en recreëren zo goed als mogelijk tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen en windturbines te beschermen. Dit is samengevat in de ‘Regionale beleidsnotitie Externe Veiligheid ODRU-gemeenten’, d.d. 16 april 2024.

Damkro Elsterstraatweg

41 van 62

Voorliggend plan In het kader van voorliggend plan is door Kragten een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van het voornemen een woningen te realiseren aan de Elsterstraatweg te Elst. Het volledige rapport is bijgevoegd in de bijlage 5. Binnen het plangebied is het voornemen om woningbouwplan te ontwikkelen, bestaande uit 27 woningen. In de huidige situatie is het plangebied onbebouwd. Als gevolg van de planvorming nemen de personenaantallen binnen het plangebied toe. Uit een inventarisatie is gebleken dat het plangebied binnen het brandaandachtsgebied van buisleiding W-526-06 is gelegen alsook binnen het explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied van de Corridor Nederrijn. In de onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied ten opzichte van deze risicobron

Plangebied (rode omlijning) ten opzichte van risicobron (bron: Atlas Leefomgeving)

weergegeven.

Te verwachten risico’s Op ruim 170 meter van het plangebied is de waterweg Corridor Nederrijn gelegen. Deze waterweg kent geen PR10-6 risicocontour, waardoor dit aspect geen aandachtspunt vormt voor de planvorming. Het plangebied is deels binnen het explosieaandachtsgebied en volledig binnen het gifwolkaandachtsgebied gelegen van deze waterweg. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan hogedruk aardgasleiding W-526-06. Ter hoogte van het plangebied kent deze buisleiding geen PR10-6 contour, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor de planvorming. Het plan ligt deels (zuidelijke deel) binnen de PR10-8 contour.

Damkro Elsterstraatweg

42 van 62

In de voornoemde regionale beleidsnotitie is ten aanzien van kwetsbare gebouwen nabij buisleidingen het volgende weergegeven:

Ruimtegebruik nabij buisleidingen (bron: Regionale beleidsnotitie Externe Veiligheid van ODRU-gemeenten)

In het rode kader is weergegeven welke voorschriften binnen tabel 2-5 van toepassing zijn op het voorliggende plan. De term “100% letaliteit” die in de bovenstaande tabel wordt genoemd, wordt onder de Omgevingswet niet meer gebruikt en is vervangen door de term PR10-8 contour. De “oude” 100% letaliteitsgrens bedraagt op grond van de diameter en de werkdruk van de leiding, 50 meter. De PR10-8 contour is iets grilliger van vorm en komt daarom niet geheel overeen, maar beide contouren geven wel een gelijkaardig beeld weer van de heersende risico’s. Uit de tabel blijkt dat binnen de 100% letaliteitsgrens geen kwetsbare gebouwen (woningen) zij toegestaan tenzij: -

de personendichtheid beperkt wordt er bronmaatregelen bij de risicobron getroffen worden

-

bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van de risicobron op orde is de bestaande omgeving voldoende bescherming biedt tegen de effecten van een ongeval

Gebleken is dat twee woningen binnen de 100% letaliteitsgrens liggen. Het betreft de twee woningen in het zuidoostelijke deel van het plangebied welke refereren aan de historische locatie van ‘het Hoge Huis’, een boerderij die tot halverwege vorige eeuw hier heeft gelegen. Bij de planopzet is de woningbouw geconcentreerd is langs de Elsterstraatweg waarbij, in het kader van het aspect luchtkwaliteit, tevens voldoende afstand te behouden van de woningen ten opzichte van de Elsterstraatweg. Het is niet mogelijk is om de woningen buiten deze 100% letaliteitsgrens te projecteren. De personendichtheid binnen dit gebied is beperkt, aangezien het slechts twee woningen betreft. In de navolgende afbeelding is de ligging van het plan ten opzichte van de 100% letaliteitsgrens/PR 10-8 contour weergegeven.

Damkro Elsterstraatweg

43 van 62

Ligging PR10-8 contour (groene lijn) en 100% letaliteitsgrens (blauwe lijn) ten opzichte van plan

De toevoeging van twee woningen leidt tot een toename van het aantal personen van 2,4 in de dagperiode en 4,8 in de nachtperiode, uitgaande van het kengetal voor wonen van 2,4 personen per woningen, met een aanwezigheid van 50% in de dagperiode en 100% in de nachtperiode. Op de personendichtheid heeft dit geen invloed. Daarnaast wordt in de beleidsvisie genoemd dat bronmaatregelen getroffen moeten worden. Dit ligt buiten de scope van dit onderzoek. Wel wordt opgemerkt dat de werkzaamheden voor het onderhavige plan op circa 40 meter of meer van de hogedruk aardgasleiding worden uitgevoerd. Hiermee worden de 20 meter die gerespecteerd moeten worden bij grondwerkzaamheden ruim behaald. Ten aanzien van de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van de risicobron kan gesteld worden dat deze verbetert als gevolg van de planvorming. In de huidige situatie is binnen het plangebied sprake van een onbebouwd terrein waar ook geen infrastructuur is. Door de planontwikkeling wordt infrastructuur toegevoegd, waardoor de locatie van de hogedruk buisleiding beter bereikbaar wordt. Ten aanzien van de bluswatervoorzieningen dient advies ingewonnen te worden bij de Veiligheidsregio. Bij een calamiteit biedt de bestaande bebouwing onverminderd bescherming tegen vluchtende personen in de vorm van afscherming van hitte, waardoor uit het zicht van de fakkel gevlucht kan worden.

Door de toevoeging van het onderhavige bouwplan ontstaat tevens een extra strook die afscherming biedt bij een calamiteit aan de aanwezigen binnen de reeds bestaande bebouwing. Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat op grond van de ligging en inrichting van het plangebied invulling wordt gegeven aan stap 3, waardoor de stappen 4 tot en met 6 niet van toepassing zijn. Naast het feit dat twee woningen binnen de PR10-8 contour liggen, liggen 13 woningen van het plan hierbuiten, maar wel binnen het brandaandachtsgebied (zie tabel “Brandaandachtsgebied 99%-1% letaliteit). Dit is in de navolgende afbeelding weergegeven (rode arcering).

Damkro Elsterstraatweg

44 van 62

Ligging brandaandachtsgebied (rode arcering) ten opzichte van plan

Ook binnen deze zone wordt in de beleidsvisie geadviseerd om de personendichtheid te beperken. Als gevolg van de nieuw te realiseren woningen vindt wel een toename van de personendichtheid plaats van 7 pers./ha naar 11 pers./ha, echter ook na planvorming is sprake van een lage personendichtheid binnen het brandaandachtsgebied. In stap 7 van de beleidsnotitie wordt geadviseerd zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid te creëren. Dit geldt voor alle aanwezigen binnen het brandaandachtsgebied als gevolg van de buisleiding. Bij een calamiteit ontstaat een fakkelbrand. Op grond van het scenarioboek van het NIPV is het handelingsperspectief voor personen buiten vluchten. Concreet betekent dit uit het zicht van de brand dekking zoeken. Voor personen binnen, dichtbij de bron, waar gebouwen ontbranden, is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. Op grotere afstand, waar gebouwen niet ontbranden, is het handelingsperspectief binnen blijven. Ten aanzien van de bereikbaarheid kan gesteld worden dat het plangebied goed bereikbaar is via de Elsterstraatweg (N225). Voor de bluswatervoorziening dient advies ingewonnen te worden bij de Veiligheidsregio. Gifwolkaandachtsgebied (waterweg) Het plan ligt volledig binnen het gifwolkaandachtsgebied als gevolg van de Corridor Nederrijn. Onderstaand worden de aspecten beheersbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid nader beschouwd.

Bestrijding calamiteit Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen op het water kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobronnen, in dit geval de waterweg, maatgevend. De inrichting van het plangebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron.

Damkro Elsterstraatweg

45 van 62

Zelfredzaamheid Reeds gebleken is dat het plan woningbouw omvat. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn, is het uitgangspunt dat zij met hulp van valide personen in veiligheid gebracht worden. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis, die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (PGS 3). Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident bij een waterweg is te schuilen, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Om personen goed te kunnen beschermen tegen de effecten van een giftige gaswolk dienen ramen en deuren dan ook goed gesloten te kunnen worden. Aangezien het nieuwbouw betreft, is het uitgangspunt dat op grond van de vigerende bouwregelgeving voldoende aandacht geschonken wordt aan naad- en kierdichting, zodat de ruimten zo goed als mogelijk luchtdicht zijn.

Gezien de ligging binnen het gifwolkaandachtsgebied dient op grond van artikel 4.124 van het Besluit bouwwerken leefomgeving een mechanisch ventilatiesysteem toegepast te worden dat handmatig uitgeschakeld kan worden. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn, die van de bron af gericht zijn. Deze wegen zijn aanwezig. Brandaandachtsgebied (buisleiding) Het plangebied ligt deels binnen het brandaandachtsgebied van buisleiding W-526-06. Ook voor een incident met een buisleiding worden onderstaand de aspecten beheersbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid nader beschouwd. Bestrijding calamiteit Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen.

De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten ‘bereikbaarheid calamiteit’ en de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol. Zelfredzaamheid Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. De belangrijkste bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden van de

Damkro Elsterstraatweg

46 van 62

aardgastransportleiding. In het omgevingsplan dient opgenomen te worden dat binnen het belemmeringengebied van 4 meter aan weerszijden van leiding W-526-06 een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van de bebouwing tot de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid groter. Vluchten kan alleen maar via een route buiten het ´zicht´ van de fakkel. Aangezien het plangebied grotendeels buiten de 100% letaliteitszone van de relevante buisleidingen ligt, is vluchten bij een calamiteit goed mogelijk. Via het bestaande wegennet kan afzijdig van de leiding gevlucht worden.

Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op de eerder genoemde scenario’s). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen. Conclusie Vanuit het aspect externe veiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

5.7 Archeologie Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valletta tot stand gekomen. Het Verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In 1992 ondertekende Nederland het 'Verdrag van Malta'. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer en sinds september 2007 is de Archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De essentie is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Volgens de wettelijke verplichting wordt in bestemmingsplannen rekening gehouden met bekende en verwachte archeologische waarden. De Erfgoedwet juncto Monumentenwet 1988 geeft een vrijstelling van onderzoeksplicht voor projecten kleiner dan 100 m2, maar geeft de gemeente de vrijheid deze vrijstelling aan te passen. Die afwijking kan zowel naar boven als naar beneden. Voor de diepte van bodemingrepen bevat de wet geen grens.

Damkro Elsterstraatweg

47 van 62

Voorliggend plan Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente zijn recente archeologische en historische onderzoeksgegevens gecombineerd met de fysisch geografische verwachting ter plekke. Ook bekende verstoringen zijn weergegeven op de archeologische verwachtingskaart. De gemeente Rhenen heeft de archeologische verwachtingskaart doorvertaald naar dubbelbestemmingen in het bestemmingsplan "Kern Elst 2012". Op basis van het dit bestemmingsplan zijn de gronden in het plangebied voorzien van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie -3’. Binnen deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld én de omvang van de bodemingreep groter is dan 100 m2. In 2008 is door BILAN een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven uitgevoerd ter plekke van het plangebied. Hieruit is gebleken dat in het plangebied een vindplaats aanwezig is met sporen van bewoning en activiteiten uit de late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Het volledige rapport van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 6. De vindplaats met bewoningssporen en activiteiten uit de late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is als behoudenwaardig gewaardeerd.

De archeologische resten zullen behouden moeten worden, dat kan in situ, waarbij de archeologische waarden ter plaatse worden beschermd of ex situ, waarbij de archeologische waarden worden opgegraven. De wegresten in het zuidoostelijke deel van het plangebied hebben een historische waarde voor Elst en geadviseerd wordt deze resten te behouden of op te nemen/visualiseren in de planontwikkeling. Conclusie Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat in het plangebied een vindplaats aanwezig is met sporen van bewoning en activiteiten uit de late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Deze archeologische resten moeten in situ dan wel ex situ behouden worden. Ter planologische bescherming van de archeologische waarden behoudt het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie’. Voorafgaand aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de nieuwe bebouwing en bijbehorende infrastructuur dient de wijze waarop de archeologische resten behouden worden te worden afgestemd met de gemeente Rhenen.

5.8 Natuur Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld.

5.8.1 Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of NNN-gebied. Wel ligt in de directe nabijheid, ten zuiden van het plangebied, het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Op een afstand van ca. 3,3 kilometer ligt in

Damkro Elsterstraatweg

48 van 62

westelijke richting ligt Natura 2000-gebied ‘Kolland & Overlangbroek’. Op een afstand van ca. 6,3 kilometer in oostelijke richting het Natura 2000-gebied ‘Binnenveld’ en op 13,0 kilometer het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Op een afstand van 24,0 kilometer in zuidwestelijke richting ligt het Natura 2000-gebied ‘Lingegebied & Diefdijk-

Ligging van het plangebied t.o.v. nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’.

Zuid’. Licht: Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. Bij het plan is kunstmatige verlichting te verwachten van de woningen en van de openbare verlichting. De afstand van de woningen en de openbare verlichting tot het Natura2000-gebied bedraagt circa 50 meter. Daarbij zal gerichte verlichting worden toegepast bij de openbare verlichting om lichthinder te voorkomen. Bij het plan zijn dan ook geen verstorende effecten te verwachten ten aanzien van licht. Geluid: De ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een nieuw woongebied tussen bestaande woongebieden langs de Elsterstraatweg. Daarbij concentreert de (auto)ontsluiting zich aan de noordzijde van het plangebied. Bij het plan is sprake van een rustige woongebied waarbij, gezien de functies en afstand tot het Natura2000-gebied, de geluidsbelasting van het plan dus dusdanig beperkt zal zijn dat er geen verstorende effect ten aanzien van geluid te verwachten zijn. Trillingen: Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een woongebied met bijbehorende voorzieningen. Daarbij concentreert de ontsluiting van het autoverkeer zich aan de noordzijde van het plangebied. Bij dergelijke functies zijn geen verstorende effecten te verwachten ten aanzien van trillingen.

Damkro Elsterstraatweg

49 van 62

Hydrologie: Bij het plan worden de verhardingen afgekoppeld waarbij het regenwater binnen het plangebied wordt geïnfiltreerd. Ten gevolge van het plan zijn geen veranderingen te verwachten ten aanzien van het grondwater (kwaliteit en kwantiteit). Bij het plan zijn dan ook geen hydrologische effecten te verwachten die tot in het Natura2000-gebied reiken. Verstoring door mensen: De aanwezigheid van mensen (eventueel in gezelschap van honden of andere huisdieren) kan tot verstoring van het normale gedrag van soorten leiden. De (wandel)voorzieningen binnen het plangebied zijn op minimaal 50 meter gelegen van het Natura2000-gebied. Daarbij bevindt zich ter hoogte van het projectgebied aan de zuidzijde van de zogenoemde zomerdijk een afrastering om te voorkomen dat voetgangers de uiterwaarden betreden. Er zijn dan ook geen verstorende effecten te verwachten door de aanwezigheid van mensen. Gezien de beoogde functies van het plan en de ligging van het plangebied buiten het Natura 2000-gebied zijn directe effecten uitgesloten. Stikstof Ten behoeve van het planvoornemen is onderzocht of sprake is van een stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Daartoe is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd. De stikstofdeposities in zowel de realisatie- als de gebruiksfase zijn berekend voor de relevante Natura 2000-gebieden.

Op grond van de uitgevoerde Aerius-berekeningen blijkt dat zowel in de aanlegfase als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op het Natura 2000 gebied Rijntakken (en/of andere gebieden). Ook cumulatief is er bij gedeeltelijke oplevering van woningen en afronding van de werkzaamheden geen sprake van significante effecten. De rapportage van dit stikstofonderzoek is bijgevoegd als bijlage 7.

Natuur Netwerk Nederland Direct grenzend aan de zuidzijde van het plangebied ligt een gebied van het Natuurnetwerk Nederland. Door de ligging van het plangebied buiten het NNN zijn negatieve effecten ten gevolge van de ingreep uitgesloten. Houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig.

5.8.2 Soortenbescherming In het kader van voorliggend plan is door Geonius een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd omdat de werkzaamheden mogelijk tot nadelige gevolgen voor beschermde soorten leiden (flora- en faunaactiviteit) en daarmee vergunning plichtig is in het kader van de Omgevingswet onderdeel soortbescherming. De rapportage van deze quickscan is opgenomen in bijlage 8. Uit deze quickscan is gebleken dat er mogelijk functies van huismus, haas, konijn, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en rugstreeppad (kunnen) zijn in het plangebied en dat nader onderzoek noodzakelijk is om een volledige effectbeoordeling en toetsing mogelijk te kunnen maken. Het nader onderzoek is uitgevoerd in de periode april tot september 2024 naar huismus, haas, konijn, hazelworm, levendbarende hagedis, ringslang en rugstreeppad. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is beoordeeld voor welke soorten sprake is van nadelige gevolgen. Aan de hand daarvan is bepaald of een

Damkro Elsterstraatweg

50 van 62

omgevingsvergunning in het kader van soortbescherming (flora- en fauna-activiteit) moet worden aangevraagd of dat de voorgenomen ingreep kan worden vrijgegeven al dan niet met aanvullende maatregelen en vervolgstappen. De rapportage van het nader soortenonderzoek is opgenomen in bijlage 9. Uit deze natuurtoets is gebleken dat het onderzoeksgebied functies biedt voor: • Vogels zonder jaarrond beschermd nest, verblijfplaats en foerageergebied en in de directe omgeving voor vogels met jaarrond beschermd nest: huismus; • Vleermuizen, mogelijke vliegroute en foerageergebied; • Haas, functioneel leefgebied: Verblijfplaatsen en foerageergebied; • Konijn, functioneel leefgebied: Burcht en foerageergebied; • •

Rugstreeppad: komt voor in directe omgeving met kans op kolonisatie in plangebied; Algemeen voorkomende amfibieën en grondgebonden zoogdieren.

De voorgenomen woningbouw kan door de aanwezigheid van het konijn en de haas leiden tot schadelijke handelingen zoals genoemd in artikel 11.54 Lid 1b uit het Bal. Deze overtreding is niet te voorkomen met maatregelen. De overige te verwachten nadelige gevolgen voor broedvogels, vleermuizen, rugstreeppad en algemeen voorkomende amfibieën en grondgebonden zoogdieren kunnen worden voorkomen met maatregelen. De maatregelen die noodzakelijk zijn om overtreding te voorkomen hebben een effect op de wijze van, planning en doorloop van uitvoering. Conclusie: Als gevolg van de beoogde ontwikkeling vindt aantasting van beschermde soorten plaats. De ingreep leidt tot schadelijke handelingen ten aanzien van haas en konijn. Hiervoor is een omgevingsvergunning onderdeel soortbescherming aangevraagd voor overtreding van artikel 11.54 Lid 1b uit van het Bal, voor zover deze van toepassing is op het vernietigen van functioneel leefgebied van de haas en het konijn. Deze vergunning is op 23 april 2026 door het bevoegd gezag – de provincie Utrecht – verleend.

5.9 Trillingen Voor het aspect trillingen vallen alle activiteiten die trillingen veroorzaken onder de afdeling '2.3 Milieubelastende activiteiten bruidsschat omgevingsplan'. De uitzonderingen hierop staan in artikel 22.41 van de bruidsschat. De Omgevingswet beschermd trillinggevoelige gebouwen tegen trillingen van activiteiten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan hiervoor instructieregels. Voor de activiteiten wonen, wegen, vaarwegen en spoorwegen zijn er geen instructieregels voor trillingen. De gemeente kan hier eigen regels voor opstellen. Trillinghinder is met name een aandachtspunt indien de afstand tot het spoor van minder dan 250 meter bedraagt. Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor Voorliggend plan Het plangebied ligt op een afstand van ruim 5 kilometer vanaf de dichtstbijzijnde spoorweg. Met het oog op het aspect trillinghinder kan worden voldaan aan de gewenste afstand van 250 meter. Er hoeven geen extra maatregelen worden genomen. Vanuit het aspect trillingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Damkro Elsterstraatweg

51 van 62

5.10 Water 5.10.1 Beleidskaders Nationaal Beleid Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) De KRW is in 2000 in werking getreden en is bedoeld om te zorgen voor een goede chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem. De KRW-doelstellingen zijn gericht op het voorkomen van achteruitgang (standstill) en het streven naar verbetering van de ecologische (verbetering tot aan GEP, Goede Ecologische Potentieel) en chemische toestand (verbetering tot aan GCT, Goede Chemische Toestand). De KRW-opgave voor een goede chemische waterkwaliteit gaat over het terugdringen van de verontreinigde stoffen zoals zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen. De KRW-opgave voor een goede ecologische waterkwaliteit betreft maatregelen zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, het aanleggen van vispaaiplaatsen, het vis passeerbaar maken van kunstwerken en het voorkomen van verontreiniging. Gemeenten leggen de kansen vast in onder meer structuurvisies en bestemmingsplannen. In de landelijke ’Handreiking Ruimtelijke planprocessen en waterkwaliteit‘ is een beslisboom met toelichting opgenomen, waarmee kan worden bepaald hoe in ruimtelijke planprocessen waterkwaliteit kan worden meegenomen. Waterwet De Waterwet regelt sinds 22 december 2019 in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17055615/1