Bijlage 2 Ombuigingen voor een sluitende begroting 2026 1 (nieuwe versie, 7 juli toegevoegd - verwerkte correctienota)
Tekst van het document
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Opleidingsbudget beperkt verlagen Het advies is om het opleidingsbudget in 2026 met maximaal 25% te verlagen. Daarmee ontstaat een besparing van maximaal € 56.750.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
0.4
Bestuur en Ondersteuning Overhead
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Wat levert papierloos werken op?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Minder printen Als we minder gaan printen, besparen we op printerlicenties en papier. Voor printen is nu een budget van € 24.800 per jaar. De printerlicenties kosten ongeveer € 20.000 per jaar. Papier kost rond de € 1.000 per jaar. De licenties lopen nog tot 2028. Daarna moeten we opnieuw aanbesteden. Minder drukwerk Afgelopen jaar gaven we € 14.000 uit aan extern drukwerk. Minder papiergebruik kan ook deze kosten verlagen.
OMBUIGING
Ombuiging:
C59 We werken minder met papier: we stoppen met het printen van stukken en drukken 50% minder folders.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 7.500
2027 7.500
2028 14.167
2029 14.167
Toelichting: Vanaf 2026 kunnen we € 7.000 besparen door minder drukwerk. Halvering van papiergebruik levert € 500 per jaar op. Vanaf 2028 komt daar € 6.700 bij door minder te printen. In totaal kan papierloos werken dus een besparing opleveren van € 14.200 per jaar. Minder drukwerk Extern drukwerk kost ons nu ongeveer € 14.000 per jaar. Door slimmer te werken met digitale middelen, zelf te printen en kleinere oplages te gebruiken, kunnen we deze kosten halveren. Dat levert vanaf 2026 een besparing op van € 7.000 per jaar. Minder printen We zijn wettelijk verplicht om inwoners de mogelijkheid te geven om op papier te communiceren. Volledig stoppen met printen kan dus niet. Wat wel kan: minder printers gebruiken. Dat kan zodra de huidige printercontracten in 2028 aflopen. - Door van 15 naar 5 printers te gaan, besparen we op aantallen. - De kosten per printer worden waarschijnlijk hoger, maar we besparen alsnog netto zo'n € 6.700 per jaar. Halvering van papiergebruik kan nu al. En levert nog eens € 500 per jaar op.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting: De bodes hebben minder werk aan het bijvullen van inkt en papier. Daarvoor komt waarschijnlijk deels ander werk terug, zoals meer opdrachten voor drukwerk.
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: De besparing is structureel, omdat het nu om jaarlijkse kosten gaat die door minder drukwerk en printen omlaag kunnen.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Printen blijft nodig We zijn verplicht om inwoners per brief te informeren als zij daarom vragen. Daarom is volledig papierloos werken niet mogelijk. We hebben dus altijd een printvoorziening nodig, al kan dat wel in kleinere vorm. Drukwerk blijft belangrijk We gebruiken extern drukwerk op verschillende manieren, zoals in de hal van het gemeentehuis en via huis-aan-huisverspreiding. Volledig stoppen met drukwerk is daarom niet haalbaar. Risico op te kleine oplage Als we het drukwerk halveren, is er een risico dat niet iedereen bereikt wordt. Dat is vooral een probleem bij voorlichting aan inwoners. Inwoners kunnen dan belangrijke informatie missen.
3. Op welke termijn? Toelichting: We kunnen op korte termijn minder drukwerk gebruiken door uitgaande bestellingen te controleren en een maximum in te stellen. Het aantal printers kunnen we pas vanaf 2028 verminderen.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot X X Toelichting: Printen: geen impact op inwoners Zolang we blijven voldoen aan de wettelijke plicht om te communiceren via het kanaal dat de inwoner kiest (zoals papier), heeft minder printen geen gevolgen voor inwoners. Drukwerk: risico op gemiste informatie Als drukwerk niet beschikbaar is, kunnen inwoners belangrijke informatie missen. Daardoor weten ze bijvoorbeeld minder over hun rechten, plichten of mogelijkheden binnen de gemeente.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet
Redelijk X
Groot
Toelichting inhoudelijk: Minder werkgemak voor medewerkers Als printen sterk wordt verminderd, kunnen medewerkers geen papieren stukken meer gebruiken. Dit kan het werk lastiger maken en het werkplezier verminderen, vooral voor collega’s die graag met papier werken. Andere taken voor bodes Als we minder printen en meer laten drukken, hebben de bodes minder werk aan het bijvullen van printers. Tegelijk krijgen ze juist meer taken rond het verwerken en verspreiden van drukwerk.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Niet besparen op printen, wel op extern drukwerk Voer de besparing op printen niet uit, de opbrengst is te klein. Halveer wel het extern drukwerk en gebruik waar mogelijk de interne voorzieningen. Volledig stoppen is wettelijk niet toegestaan We moeten inwoners de keuze geven om informatie op papier te ontvangen. Dat zal over drie jaar, wanneer het printercontract afloopt, waarschijnlijk nog steeds zo zijn. Zelfs als we alleen nog printen als het echt nodig is, blijven printers dus noodzakelijk. Door het gunstige huidige contract en de verwachte hogere kosten bij een nieuwe aanbesteding, levert minder printen maar ongeveer € 7.000 per jaar op. Die besparing weegt niet op tegen het ongemak voor medewerkers, college en raad. Extern drukwerk kan wel omlaag Voor de helft minder extern in te kopen en vaker gebruik te maken van de interne drukvoorzieningen, besparen we naar verwachting ook € 7.000 per jaar. Leg vast dat bij nieuw drukwerk altijd eerst wordt gekeken of we het intern kunnen doen.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
0.4
Bestuur en ondersteuning Overhead
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging:
C61 We stellen een casemanager verzuim aan.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
2025 €
nvt
2026
2027 -
nvt
2028 -
2029 -
Toelichting: Het aanstellen van een casemanager verzuim levert geen besparing op. Preventie kost eerst geld Preventieve maatregelen vragen eerst om een investering, voordat ze zichtbaar effect hebben. Wel helpen ze om uitval vroeg te signaleren en te voorkomen. Vanaf 2025 is er voor drie jaar een vitaliteitsbudget van €25.000 per jaar beschikbaar. Dit budget ondersteunt acties van het P&O-team, dat de juiste kennis en ervaring in huis heeft. In de afgelopen acht maanden is het ziekteverzuim al met 3% gedaald. Casemanager is niet nodig De inzet van een aparte casemanager verzuim is niet nodig. De expertise is al aanwezig binnen P&O en het management. Bovendien kost het extra geld, terwijl het verzuim al afneemt. Kosten Arbo en bedrijfsarts Voor 2024 waren de Arbokosten, waaronder die van de bedrijfsarts, begroot op €70.000. Er is uiteindelijk €75.000 uitgegeven. Voor 2025 is €60.000 begroot. Tot april 2025 is hiervan €23.000 uitgegeven. De tarieven van de bedrijfsarts stijgen elk jaar, ook in 2025.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting:
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk x
Groot
Toelichting: Als er minder aandacht is voor preventie, kan het verzuim toenemen of langer duren. Dit heeft direct gevolgen voor de dienstverlening: sommige taken worden dan niet, niet op tijd of niet volledig uitgevoerd.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet
Redelijk x
Groot
Toelichting inhoudelijk: Als er minder wordt gedaan aan preventie, kan het verzuim toenemen of langer duren. Dat heeft gevolgen voor medewerkers: de werkdruk stijgt en dat vergroot de kans op verloop of nieuwe uitval.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Stel geen casemanager verzuim aan Benoem geen aparte casemanager verzuim. Deze taak ligt al bij P&O, waar voldoende kennis, ervaring en opleiding aanwezig is. Extra inhuur of tijdelijke inzet kost geld en is, gezien het dalende verzuim, niet nodig. Aanbevelingen Bepaal duidelijk welke taken wel en niet meer uitgevoerd worden Zorg voor heldere verwachtingen en communicatie over rollen en verantwoordelijkheden. Dit draagt bij aan minder werkdruk. Investeer in strategisch personeelsbeleid Richt beleid op het behouden van medewerkers en op tijd nieuwe mensen aantrekken. Een goede arbeidsmarktstrategie is daarbij belangrijk. Zet in op leren en ontwikkelen Zorg dat duidelijk is welke kennis en vaardigheden op welk moment nodig zijn. Stel opleidingsjaarplannen op. Leg budget en beleid rond leren en ontwikkelen bij P&O. Voorkom verloop door verbondenheid Medewerkers die zich thuis en gewaardeerd voelen, blijven langer. Zet daarom in op verbinding tussen medewerkers en organisatie. Stimuleer slimmere samenwerking binnen de organisatie en in de regio Zo blijft de werkdruk beheersbaar, wordt uitval voorkomen en kan kennis worden opgehaald zonder extra inhuur.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
0.4
Bestuur en Ondersteuning Overhead
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D9
We geven structureel minder uit aan communicatie.
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 10.000
2028 10.000
2029 10.000
Toelichting: Vanaf 2027 kunnen we incidenteel €10.000 per jaar besparen, voor een periode van 2 of 3 jaar. In het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen is deze besparing niet mogelijk. Daarna weer wel. Vanaf 2024 is het communicatiebudget 75.000 euro Om een structurele ombuiging te berekenen, kijken we naar de besteding in de afgelopen jaren en beoordelen we of een besparing structureel kan worden doorgezet: 2022: Geen onderbesteding. 2023: € 2.974 onderbesteding. 2024: € 23.997 onderbesteding, deels incidenteel door minder grote projecten en deels structureel door goedkopere contracten (gemeentepagina). Goedkoper contract Het nieuwe contract voor de gemeentepagina valt goedkoper uit. Dat is gemiddeld € 10.000 euro sinds 1 januari 2024. Het communicatiebudget is daar dit jaar op aangepast. Incidentele kosten verwacht voor incidentele projecten In het communicatiebudget zit een flexibel budget voor incidentele projecten. Het is niet te verwachten dat er minder grote projecten zijn de komende jaren.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Vanaf 2027 kan er voor 2 of 3 jaar incidenteel worden bespaard. In het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen is besparen niet mogelijk.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Meer vraag naar communicatie door ombuigingen Als activiteiten stoppen of veranderen, moet dit goed worden uitgelegd. Zonder heldere communicatie kunnen inwoners, medewerkers of andere betrokkenen ontevreden raken. Dit kan het effect van de bezuiniging verminderen. Geen ruimte voor incidentele projecten In het huidige budget is ruimte voor incidentele projecten. Deze blijven nodig, ook de komende jaren. Als dit deel wordt geschrapt, is er geen geld meer voor communicatie bij onverwachte of tijdelijke projecten. Budget sluit niet aan op jaarlijkse schommelingen Campagnes en projecten zorgen elk jaar voor andere kosten. Een vaste verlaging houdt daar geen rekening mee. Bij piekmomenten, zoals verkiezingen of grote projecten, kan geld tekort ontstaan. Minder middelen in verkiezingsjaren In verkiezingsjaren zijn extra campagnes en informatie nodig. Door een structurele ombuiging is er dan mogelijk te weinig budget om inwoners goed te informeren en te betrekken. Minder ruimte voor extra inzet Er is soms extra inzet nodig, zoals animaties of ontwerpwerk. Minder budget betekent dat dit minder vaak kan. De boodschap richting inwoners wordt dan mogelijk minder duidelijk of minder sterk.
3. Op welke termijn? Toelichting: Vanaf 2027.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk
Groot X
Toelichting: Minder duidelijke informatie voor inwoners Inwoners krijgen mogelijk minder heldere en tijdige informatie over beleid, veranderingen of gemeentelijke diensten. Dit kan leiden tot verwarring, minder betrokkenheid en minder vertrouwen in de gemeente. Ondernemers missen informatie Ondernemers worden minder goed geïnformeerd over regels, subsidies of ontwikkelingen. Minder steun voor maatschappelijke partners Organisaties zoals verenigingen en welzijnsinstellingen krijgen mogelijk minder zichtbaarheid en steun. Dit maakt samenwerken moeilijker en verkleint het bereik naar inwoners. Gevolg: minder transparantie en betrokkenheid Minder communicatie kan zorgen voor minder openheid, minder contact met onze inwoners en uiteindelijk een lagere kwaliteit van dienstverlening.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet
Redelijk
Groot X
Toelichting inhoudelijk: Teams moeten hun communicatie dan zelf regelen. Dat kost extra tijd en moeite. Als later toch extra geld nodig is, moet opnieuw budget worden aangevraagd. Ook dat kost tijd en inzet. De vraag is dan: levert dit nog wel de besparing op die was bedoeld?
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Communicatiebudget niet verlagen Een structurele verlaging van het communicatiebudget is onwenselijk. Het budget is nodig om goed te kunnen communiceren over belangrijke onderwerpen, zoals de ombuigingen, andere veranderingen, calamiteiten of grote gebeurtenissen. Ook is het nodig om flexibel om te gaan met wisselende kosten en de kwaliteit van de communicatie te bewaken. Het is niet praktisch om voor elk extra middel budget te moeten aanvragen. Incidentele projecten vragen ruimte In het communicatiebudget zit ook geld voor incidentele projecten. De verwachting is dat het aantal grote projecten de komende jaren niet afneemt. Daarom is het niet verstandig om dit deel van het budget te schrappen. Het kan technisch gezien wel, maar dan is er geen ruimte meer voor communicatie over losse of onverwachte projecten.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Bestuur en ondersteuning Overhead
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D11 We geven de komende jaren niks uit aan organisatieontwikkeling.
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 60.000
2027 60.000
2028 60.000
2029 60.000
Toelichting: Vanaf 2026 kan mogelijk €60.000 per jaar worden bespaard. Dit bedrag is het volledige budget voor organisatieontwikkeling. Dit budget wordt nu gebruikt voor teamontwikkeling, management development, trainingen organisatieprincipes, het uitvoeren van de organisatievisie, de quick scan en invulling geven aan de aanbevelingen van de accountant.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel, omdat het een jaarlijks terugkerend budget is.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Minder kennis en vaardigheden Medewerkers kunnen hun werk minder goed doen omdat er minder aandacht is voor opleiding en ontwikkeling. Grotere kwetsbaarheid De organisatie wordt kwetsbaarder. We investeren dan niet genoeg in talentontwikkeling, teamontwikkeling en zelforganisatie. Adviezen worden minder snel opgevolgd Aanbevelingen uit controles (audits) worden minder snel uitgevoerd. Minder aantrekkelijk als werkgever Zonder ontwikkelmogelijkheden willen minder mensen bij ons werken. Slechter inspelen op veranderingen We kunnen moeilijker inspelen op (maatschappelijke) ontwikkelingen en trends.
3. Op welke termijn? Toelichting: Vanaf 2026.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet
Redelijk X
Groot
Toelichting: Niet.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk: Zie risico's.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Niet het volledige budget voor organisatieontwikkeling schrappen Gezien de risico’s is het wel verantwoord om in 2026, 2027, 2028 en 2029 incidenteel € 10.000 te besparen.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
0.4
Bestuur en Ondersteuning Overhead
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D13 We verlagen de ICT-kosten.
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 20.000
2027 20.000
2028 20.000
2029 20.000
Toelichting: We kunnen vanaf 2026 ongeveer €20.000 besparen op ICT-kosten. Grote structurele besparingen zijn nu niet mogelijk, omdat veel kosten vastliggen of juist stijgen. Wat valt onder ICT-kosten? Onder ICT-kosten vallen licenties en software, kantoorautomatisering, informatiebeveiliging, operationele kosten (zoals datacenter, back-up, hardware) en personele inzet. In totaal gaat het om 2 tot 3 miljoen euro per jaar. We kunnen €20.000 besparen op enkele licenties, maar de rest wordt duurder Op korte termijn kunnen we een paar licenties opzeggen, wat een besparing van €20.000 oplevert. Tegelijkertijd stijgen de meeste licentiekosten. Dat komt door de overstap naar cloudsystemen, nieuwe koppelingen en strengere wetgeving. Leveranciers rekenen uitbreidingen sneller door, soms tot wel €10.000 per licentie. In totaal verwachten we voor sommige softwarepakketten een stijging van €25.000. Meer medewerkers zorgen voor hogere automatiseringskosten Doordat het aantal medewerkers is toegenomen, zijn ook de kosten voor laptops, telefoons en licenties gestegen. Of deze kosten dalen, hangt af van toekomstige keuzes. Als we minder mensen nodig hebben, kunnen de kosten omlaag. Maar als het alleen om minder uren gaat, blijft het aantal apparaten waarschijnlijk gelijk.
Informatiebeveiliging kost meer en blijft duurder worden De kosten voor digitale beveiliging zijn toegenomen en zullen verder stijgen. Dat komt door nieuwe dreigingen en strengere regels vanuit de overheid. Hier kunnen we op korte termijn niet op besparen. We hebben tijdelijk minder operationele kosten In 2023 lagen de kosten hoger vanwege de ontvlechting van onze ICT. Nu zijn die tijdelijk lager, doordat we hardware hebben gekocht in plaats van geleased. Dit voordeel van ongeveer €40.000 is al verwerkt in de begroting. Samenwerken of uitbesteden Als we willen samenwerken met andere partijen of taken willen uitbesteden, vraagt dat tijd. We moeten dit dan goed voorbereiden en eerst contracten opzeggen en nieuwe afspraken maken. Soms is daar eerst een investering voor nodig. Daarom verwachten we dat dit soort keuzes op z’n vroegst vanaf 2028 effect hebben.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting:
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Problemen met dienstverlening Er kunnen storingen of uitval ontstaan in onze systemen. Daardoor lopen processen vast en kunnen we inwoners en bedrijven tijdelijk niet goed helpen. Niet voldoen aan de wet Als systemen niet op orde zijn, kunnen we mogelijk niet voldoen aan wettelijke eisen. Dat kan leiden tot toezicht door de provincie of zelfs tot boetes. Kans op cyberaanvallen Minder goede beveiliging maakt ons kwetsbaarder voor cyberaanvallen. Daardoor kunnen belangrijke gegevens of persoonsgegevens worden gestolen of verloren gaan. Meer druk op de organisatie Als we werken met verouderde of niet-passende software, kost het meer tijd en moeite om processen goed uit te voeren. Dat zorgt voor extra werkdruk en inefficiëntie.
3. Op welke termijn? Toelichting: 2026.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting: Er kunnen storingen of uitval ontstaan in onze systemen. Daardoor lopen processen vast en kunnen we inwoners en bedrijven tijdelijk niet goed helpen. Minder goede beveiliging maakt ons kwetsbaarder voor cyberaanvallen. Daardoor kunnen belangrijke gegevens of persoonsgegevens worden gestolen of verloren gaan.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot X Toelichting inhoudelijk: Als we licenties willen opzeggen, moeten we ons goed voorbereiden. Vaak is een datamigratie nodig en moeten processen anders worden ingericht.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Licenties behouden, geen besparing op ICT Het is niet verstandig om licenties in te leveren. Zonder de dienstverlening te verslechteren of (bewust) af te wijken van wettelijke regels, is er op korte termijn geen ruimte voor besparing binnen ICT. Op enkele licenties kan wel worden bespaard, maar dit kan ertoe leiden dat bij de perspectiefnota extra budget nodig is voor de totale licentiekosten. Slim contract- en leveranciersmanagement kan helpen om beter te sturen op de inhoud en looptijd van contracten.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
0.4
Bestuur en Ondersteuning Overhead
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D14 We geven minder uit aan contributies en abonnementen.
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 23.200
2027 23.200
2028 23.200
2029 23.200
Toelichting: Door alle niet essentiële abonnementen en contributies te stoppen, kan vanaf 2026 een besparing van € 23.200 worden gerealiseerd. We gaan onderzoeken wat echt nodig is De afgelopen jaren is niet goed gekeken of alle abonnementen nog worden gebruikt of nodig zijn. Soms is een medewerker uit dienst of wordt het blad niet gelezen. Afgelopen jaar is een kleine controle gedaan. Daarbij is gevraagd of een abonnement of lidmaatschap nog relevant is. Dat leidde al tot een verlaging en een opzeggingen. We willen dit nu breder aanpakken. Wat weten we al? Ongeveer € 30.000 aan abonnementen is essentieel. Deze geven toegang tot belangrijke actuele informatie, zoals normen en cijfers (bijvoorbeeld CROW-richtlijnen). Dat is 60% van het totaal. We verwachten dat 40% van de abonnementen en contributies technisch kan vervallen. Het totale bedrag aan abonnementen en contributies is dit jaar € 50.000. Een besparing van 40% komt neer op € 20.000. Ook abonnementen van raad en college bekijken Voor raad en college is er ongeveer € 8.000 beschikbaar voor abonnementen en lidmaatschappen (exclusief verplichte VNG-lidmaatschap). Ook hiervan nemen we 40% mee in het onderzoek. Dat komt neer op een mogelijke besparing van € 3.200.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel, omdat de licentiekosten jaarlijks betalen.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Medewerkers missen actuele kennis Zonder de juiste abonnementen kunnen medewerkers minder goed op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen in hun vakgebied. Geen toegang meer tot bepaalde diensten Sommige diensten zijn alleen beschikbaar als we een abonnement of lidmaatschap hebben. Die zouden dan vervallen. Geen toegang tot belangrijke cijfers In sommige gevallen geeft een abonnement toegang tot technische informatie of actuele cijfers. Dat is vergelijkbaar met een licentie. Zonder deze toegang kunnen we ons werk minder goed doen.
3. Op welke termijn? Toelichting: Vanaf 2026.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet x
Redelijk x
Groot
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk: Eenmalige tijdsinvestering: 20 tot 50 uur Het kost eenmalig 20 tot 50 uur om alle abonnementen goed te bekijken. Ze vallen onder één centrale budgethouder, maar worden gebruikt door veel verschillende teams. Daardoor zijn er veel betrokkenen en is afstemming nodig. Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Voer een ombuiging door van 20% van het abonnementenbudget Op basis van een eerdere steekproef lijkt het realistisch om 20% van het totaalbudget te schrappen. Dit komt neer op een ombuiging van € 11.600. Deze inschatting houdt rekening met het behoud van essentiële abonnementen die nodig zijn voor actuele kennis en technische toegang tot cijfers.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
0.4
Bestuur en Ondersteuning Overhead
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D15 We vergoeden dienstreizen niet meer.
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 60.400
2027 60.400
2028 60.400
2029 60.400
Toelichting: Vanaf 2026 kan er een structurele besparing van €60.400 worden gehaald op reis- en verblijfskosten. Deze kosten zijn gebaseerd op lokale regelingen, die niet wettelijk verplicht zijn. Beschikbaar budget voor reis- en verblijfskosten Voor 2025 is er € 75.000 begroot. Tot nu toe (maart) is er € 11.000 uitgegeven. In 2024 was er € 75.000 begroot. Uiteindelijk is er €73.000 uitgegeven aan reis- en verblijfskosten. Waar wordt het geld aan uitgegeven? De grootste kostenposten in 2024 waren: Kilometervergoeding onbelast/dienstreizen met eigen vervoer Bedrag: € 13.200 Lokale regeling, niet wettelijk verplicht Reiskosten woon-werkverkeer met de auto Bedrag: € 37.500 Lokale regeling, niet wettelijk verplicht Reiskosten woon-werkverkeer met de fiets Bedrag: € 9.700 Lokale regeling, niet wettelijk verplicht Openbaar vervoer (dienstreizen en woon-werkverkeer) Bedrag: € 4.800 Gedeeltelijk verplicht volgens de cao (alleen dienstreizen met OV, 2e klasse) en deels ook lokaal geregeld. Vergoeding volgens cao en lokale regels De cao verplicht werkgevers om dienstreizen met het openbaar vervoer te vergoeden op basis van het tarief voor de tweede klasse. Andere vergoedingen, zoals woonwerkverkeer per auto of fiets, zijn lokaal afgesproken en niet wettelijk verplicht. Deze lokale regelingen zijn vastgesteld in overleg met de vakbonden.
Kanttekening: thuiswerkvergoeding en reiskosten sluiten elkaar uit Volgens de cao krijgen medewerkers bij thuiswerken een vergoeding van €3,00 per dag. Er wordt of een thuiswerkvergoeding of een reiskostenvergoeding uitgekeerd, niet allebei tegelijk.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Minder aantrekkelijke werkgever Als de reiskostenvergoeding lager wordt, kiezen mensen sneller voor een andere werkgever die dit beter geregeld heeft. Slechter beeld van de organisatie Het beeld als goede werkgever kan verslechteren. Dit maakt het moeilijker om nieuw personeel aan te trekken. Vertrek van medewerkers en openstaande vacatures Bestaande medewerkers kunnen vertrekken als de vergoeding minder wordt. Tegelijk blijven vacatures langer openstaan of zijn ze moeilijk te vervullen.
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet
Redelijk x
Groot x
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk: Minder aantrekkelijke werkgever Als de reiskostenvergoeding lager wordt, kiezen mensen sneller voor een andere werkgever die dit beter geregeld heeft. Slechter beeld van de organisatie Het beeld als goede werkgever kan verslechteren. Dit maakt het moeilijker om nieuw personeel aan te trekken. Vertrek van medewerkers en openstaande vacatures Bestaande medewerkers kunnen vertrekken als de vergoeding minder wordt. Tegelijk blijven vacatures langer openstaan of zijn ze moeilijk te vervullen. Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Reiskostenvergoeding behouden Het is niet verstandig om de vergoeding voor woon-werkverkeer of dienstreizen af te schaffen of te verlagen. De huidige vergoedingen zijn al beperkt. Verlaging maakt het moeilijker om nieuwe medewerkers aan te trekken en vergroot het risico dat huidige medewerkers vertrekken. Aanbevelingen voor zorgvuldige omgang met reisvergoedingen Beoordeel nut van elke dienstreis Bestuur en medewerkers kunnen bij elke afspraak kritisch kijken of fysiek reizen nodig is. Soms is een overleg via Teams of telefoon ook voldoende. Controleer declaraties goed Bij het goedkeuren van declaraties moet worden gecontroleerd of de reis voldoet aan de voorwaarden. Dit geldt voor dienstreizen én woon-werkverkeer. Regeling kan worden aangescherpt Als dat nodig is, kan de regeling voor reis- en verblijfskosten worden aangescherpt. Overweeg gebruik van een business card Een zakelijke OV-kaart (business card) kan een praktische oplossing zijn voor dienstreizen.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Bestuur en ondersteuning Diverse
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging:
D26 We stoppen met het VVV-punt, de kinderburgemeester, externe ondersteuning voor lintjes en naturalisatiebijeenkomsten en met de inzet van een deskundige voor het begeleiden van ambassadeurs- en moderatorenbijeenkomsten.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 5.000
2026 14.036
2027 18.036
2028 18.036
2029 18.036
Toelichting: Door een aantal kleine maatregelen te bundelen, kan vanaf 2026 een structurele besparing van €18.036 per jaar worden gerealiseerd. Een klein deel start al in 2025. Verzamelde maatregelen bedrijfsvoering Dit is het verzamelformat Bedrijfsvoering. Hierin zijn voorstellen met een lage opbrengst per maatregel samengevoegd tot één totaalvoorstel. Het gaat om de volgende onderwerpen: Stoppen met het VVV-punt Voorstel om te stoppen met VVV-punt. Besparing: €1.500 vanaf 2026 (C50) Stoppen met de kinderburgemeester Voorstel om te stoppen met deze functie. Besparing: €2.572 vanaf 2026 (C60) Stoppen met inhuur voor Koninklijke onderscheidingen en naturalisatiebijeenkomsten Het zelf uitvoeren van deze bijeenkomsten bespaart geld. Besparing: €4.000 structureel vanaf 2026 (C55) Zelf boetes innen via bestuurlijke boete In 2026 levert dit naar verwachting €964 op. Vanaf 2027 kan dit oplopen tot maximaal €4.964 per jaar. Opbrengst: vanaf 2026 (C52) Minder kosten bij waarderend vernieuwen Zonder het principe van waarderend vernieuwen ter discussie te stellen, kunnen we kunnen stoppen met de externe deskundige voor de voorbereiding en begeleiding van de bijeenkomsten met ambassadeurs en moderatoren. Besparing: €5.000 vanaf 2025 (C43) Totaal structurele besparing vanaf 2026: €18.036 per jaar Toepassing van al deze maatregelen samen levert dit bedrag op.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Stoppen met het VVV-punt Als de VVV sluit, verdwijnt een bekend en zichtbaar punt voor toeristen en recreanten. Ze kunnen dan geen vragen meer stellen en minder makkelijk activiteiten boeken. De informatie voor bezoekers wordt daardoor minder goed, wat slecht is voor hun beleving van onze gemeente. Stoppen met de kinderburgemeester Zonder kinderburgemeester verliezen we het vaste contact met kinderen en scholen. We horen dan minder wat kinderen belangrijk vinden en betrekken hen minder bij projecten. Ook leren kinderen dan minder over hoe de politiek en de gemeente werken. Stoppen met inhuur voor Koninklijke Onderscheidingen en naturalisatiebijeenkomsten Als we stoppen met de inhuur, moeten we het werk zelf doen. Maar we hebben nu niet genoeg kennis in huis. Het gaat om een wettelijke taak, dus we moeten het uitvoeren. De hoeveelheid werk wisselt per jaar, afhankelijk van het aantal lintjes en predicaten. Zelf boetes innen via bestuurlijke boete De invoering van deze nieuwe werkwijze kost veel tijd en geld. In een andere gemeente duurde de voorbereiding 7 maanden. Meerdere mensen waren toen bezig met de aanpak, werkprocessen en privacyregels. We moeten een nieuw systeem kopen voor het verwerken en innen van boetes. Boa’s moeten daarvoor worden opgeleid.
Ook is extra capaciteit nodig voor het opstellen van boetebesluiten, het innen van boetes en het behandelen van bezwaar en beroep. Minder kosten bij waarderend vernieuwen Collega’s krijgen minder begeleiding en training in waarderend vernieuwen. Inwoners, ondernemers en andere partijen kunnen dat merken in gesprekken en participatie. Als we minder investeren in deze manier van werken, verdwijnt de organisatievisie langzaam. Het risico is dan dat er weinig van overblijft.
3. Op welke termijn? Toelichting: Stoppen met het VVV-punt Vanaf 2026. Stoppen met de kinderburgemeester Vanaf 2026/2027. Stoppen met inhuur voor Koninklijke Onderscheidingen en naturalisatiebijeenkomsten Vanaf 2026. Zelf boetes innen via bestuurlijke boete 2026. Minder kosten bij waarderend vernieuwen Vanaf 2025.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot X Toelichting: Stoppen met het VVV-punt De VVV richt zich vooral op bezoekers, dus de impact lijkt klein voor inwoners en ondernemers. Toch merken sommige ondernemers en organisaties wel gevolgen. Rondleidingen en andere activiteiten worden nu via de VVV geboekt. Vrijwilligers van de VVV geven ook persoonlijke tips aan recreanten en wijzen hen zo op lokale winkels, horeca en activiteiten. Zonder de VVV valt die steun weg. Stoppen met de kinderburgemeester Voor scholen en kinderen is de kinderburgemeester een herkenbaar contact met de gemeente. Kinderen leren zo over de politiek en denken mee over wat zij belangrijk vinden. Ook openen kinderburgemeesters soms activiteiten of spreken ze bij verenigingen en maatschappelijke organisaties. Zonder kinderburgemeester verdwijnt dit contact. Stoppen met inhuur voor Koninklijke Onderscheidingen en naturalisatiebijeenkomsten Geen impact. Zelf boetes innen via bestuurlijke boete Nu betaalt de inwoner een boete via het CJIB, dan via de gemeente zelf. Voor de inwoner verandert er bijna niets. Minder kosten bij waarderend vernieuwen Collega’s krijgen minder begeleiding en training in waarderend vernieuwen. Inwoners, ondernemers en organisaties kunnen dit merken in gesprekken en bij participatie.
Die worden dan minder open en betrokken. 5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot X Toelichting inhoudelijk: Stoppen met het VVV-punt Als de VVV sluit, blijft het gemeentehuis de enige plek waar bezoekers informatiemateriaal kunnen krijgen. Het personeel aan de balie krijgt dan waarschijnlijk meer vragen van bezoekers. Stoppen met de kinderburgemeester We hebben dan geen stem van de kinderen. Daardoor missen we hun ideeën en perspectief bij plannen en beslissingen. Dat maakt onze aanpak minder compleet en minder goed afgestemd op wat jonge inwoners belangrijk vinden. Stoppen met inhuur voor Koninklijke Onderscheidingen en naturalisatiebijeenkomsten Als we stoppen met de inhuur, moeten we het werk zelf doen. Dit vraagt om keuzes in andere taken. Zelf boetes innen via bestuurlijke boete Voor het innen van boetes en het gebruik van het systeem is extra specialistische kennis nodig. We moeten meer tijd besteden aan boetebesluiten, het innen van boetes en het behandelen van bezwaren. Veel mensen gaan in bezwaar bij een parkeerboete, dus het risico is groot dat dit veel extra werk oplevert. Minder kosten bij waarderend vernieuwen Als we minder aandacht geven aan opleiding en ontwikkeling in waarderend vernieuwen, raakt de organisatievisie op de achtergrond. Het risico is dat die visie een 'lege huls' wordt en niet meer zichtbaar is in hoe we werken.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Stoppen met het VVV-punt Voer deze maatregel niet uit De besparing van 1.500 euro per jaar is te klein vergeleken met de nadelen voor Rhenen als toeristische bestemming. De VVV zit in het Stadsmuseum en werkt volledig met vrijwilligers. De kosten zijn daardoor al minimaal en niet verder te verlagen. Stoppen met de kinderburgemeester Voer deze maatregel niet uit De kosten zijn laag, terwijl de kinderburgemeester veel bijdraagt aan de betrokkenheid van kinderen bij de gemeente. Het is goed voor de band met jonge inwoners. Stoppen met inhuur voor Koninklijke Onderscheidingen en naturalisatiebijeenkomsten Besteed deze taak niet uit Het is een specialistisch vakgebied waar je ervaring voor nodig hebt. Het aantal lintjes en predicaten verschilt per jaar. Als het maar af en toe gebeurt, bouw je die ervaring niet op. Zelf boetes innen via bestuurlijke boete Voer deze maatregel niet uit De investering is hoog, terwijl de opbrengst laag is. De verwachting is bovendien dat er de komende jaren minder boetes worden uitgeschreven. Daardoor vallen de inkomsten waarschijnlijk nog lager uit. Minder kosten bij waarderend vernieuwen Voer deze maatregel niet uit Er wordt al weinig extern advies ingehuurd voor waarderend vernieuwen. Verder schrappen brengt de kwaliteit van deze pijler van de organisatievisie in gevaar.
Zonder ondersteuning voor opleiding en verdieping verdwijnt de betekenis ervan in de praktijk.
EINDE FORMULIER
4b. Individuele voorzieningen jeugd
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
6.72b
Individuele voorzieningen Jeugd Jeugdzorg behandeling
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses n.v.t.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses
OMBUIGING
Ombuiging: Toelichting
D8
Welke besparing levert de pilot ‘Inloop ADHD/Autisme’ op?
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 30.000
2026 52.775
2027 52.775
2028 52.775
2029 52.775
Toelichting: De pilot 'Inloop ADHD & autisme' is dit jaar gestart. Deze inloop is onderdeel van het versterken van het voorliggend veld: een indicatievrij aanbod op autisme en ADHD, wat zorgt voor minder instroom en een grotere uitstroom van geïndiceerde zorg. Hierdoor kunnen we inwoners laagdrempelig en sneller helpen tegen lagere kosten. Dit voorstel is onderdeel van het actieplan om de kosten jeugdhulp te verlagen. Het betreft collegevoorstel Z-1192064. Volgens de business case kan deze pilot een netto besparing opleveren tussen de € 37.150 en € 68.400. Het gemiddelde bedrag van het verwachte resultaat van € 52.775 wordt in eerste instantie aangehouden voor deze ombuiging vanaf 2026. Voor 2025 wordt een lager bedrag aangehouden in verband met de benodigde opstarttijd voor deze pilot, het bekend maken bij o.a. inwoners, huisartsen en onderwijs en het doorlopen van de huidige casussen met autisme en ADHD problematiek op afschalingsmogelijkheden).
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel, omdat als de pilot succesvol blijkt te zijn, het inloopspreekuur als voorliggende voorziening wordt gehanteerd. Hierdoor hoeft geen tweedelijns (duurdere) jeugdhulp ingezet te worden.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Het gaat om een pilot van een jaar om inzicht te krijgen of de verwachtingen ook realistisch blijken. Het goed vastleggen van het aantal afschalingen van ambulante jeugdhulp naar het inloopspreekuur moet nauwkeurig door het jeugdteam worden vastgelegd om de resultaten van deze pilot te kunnen berekenen. Als deze succesvol is, wordt deze structureel.
3. Op welke termijn? Toelichting: Start van de pilot was op 6 maart 2025.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Doorzetten pilot inloopspreekuur Autisme/ ADHD als structurele ombuiging Zet de pilot voor het inloopspreekuur door. De uitvoering is al gestart. Als de pilot succesvol blijkt, kan het inloopspreekuur worden ingezet als voorliggende voorziening. Daarmee wordt duurdere tweedelijns jeugdhulp voorkomen. Dit levert een structurele besparing op.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Individuele voorzieningen Jeugd 6.73a Pleegzorg
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Er zit tussen de 15 en 20 euro per inwoner verschil in uitgaven in vergelijking met alle referentiegroepen. De beleidsvrijheid in dit taakveld is 35%. - Waarom zijn de kosten voor zowel pleegzorg als crisis hoger in onze gemeente? - Wat is de huidige stand van zaken bij pleegzorg en crisis? - Zijn er maatregelen rond pleegzorg die andere gemeenten al toepassen en waar wij van kunnen leren? - Welke maatregelen kunnen we nemen om zwaar verblijf te voorkomen?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Pleegzorg biedt kinderen ‘een zo thuis mogelijke’ omgeving en voorkomt dat zij terechtkomen in duurder en vaak minder passend verblijf. Het aantal pleegzorgplaatsingen is niet te beïnvloeden. Er zijn daarom geen maatregelen om pleegzorg terug te dringen. Wel zijn er voorzieningen die helpen om kinderen zo lang en stabiel mogelijk bij pleegouders te laten wonen. Kinderen krijgen een crisisplek om tot rust te komen en te bepalen welke jeugdhulp nodig is. Vanuit een crisisplek wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een kind in verblijf terechtkomt. In 2023 waren er: - Crisis pleegzorg: 0 - Crisis verblijf: 2 - Crisis ambulant: 1 In 2024 waren er: - Crisis pleegzorg: 2 - Crisis verblijf: 2 - Crisis ambulant: 5 In 2025 zijn er tot nu toe: - Crisis pleegzorg: 0 - Crisis verblijf: 0 - Crisis ambulant: 1
Maatregelen om zwaar verblijf te voorkomen Om te voorkomen dat kinderen in zwaar verblijf terechtkomen, worden de volgende maatregelen ingezet: - Ambulante begeleiding thuis - Inzet van pleegouders of gezinshuizen - Licht of middelzwaar verblijf, gecombineerd met ambulante hulp of jeugd-GGZ - In sommige gevallen: de ouder uit huis plaatsen in plaats van het kind
OMBUIGING
Ombuiging:
A16
We besparen op pleegzorg en crisisopvang.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 -
2028 -
2029 -
Toelichting: Er zijn geen mogelijkheden om te besparen op pleegzorg en crisiszorg. Een kind wordt niet zomaar in pleegzorg of crisiszorg geplaatst. Dit gebeurt volgens vaste wetten en regels.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting:
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk
Groot
Niet
Redelijk
Groot
Toelichting:
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging?
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting:
EINDE FORMULIER
KERNTAAK+B2:Q39 Kerntaak Taakveld
Individuele voorzieningen Jeugd Alle
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Welke mogelijkheden zijn er om vanaf 2028 een eigen bijdrage te vragen voor jeugdhulp? Op dit moment staat de wet dit niet toe. Dit betekent dat gemeenten op dit punt afhankelijk zijn van het Rijk.
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Het Rijk is van plan om vanaf 2028 een eigen bijdrage voor jeugdhulp in te voeren. Hiervoor moet de Jeugdwet worden aangepast.
OMBUIGING
Ombuiging:
C2
We vragen een eigen bijdrage voor jeugdhulp.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 -
2028 -
2029 -
Toelichting: Het Rijk is van plan om vanaf 2028 een eigen bijdrage voor jeugdhulp in te voeren Hiervoor moet de Jeugdwet worden aangepast. Het vragen van een eigen bijdrage vanaf 2028 levert geen besparing op Omdat gemeenten vanaf 2028 ook gekort worden op de algemene uitkering. Aan de ene kant is er opbrengst door het innen van een eigen bijdrage voor jeugdhulp. Aan de andere kant is er een vermindering van de algemene uitkering. Het totale effect is waarschijnlijk neutraal. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting:
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting:
3. Op welke termijn? Toelichting:
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet X
Redelijk
Groot
Toelichting: Ouders kunnen door het opleggen van een eigen bijdrage afzien van jeugdhulp. Dit kan impact hebben op het welzijn en de gezondheid van het kind als jeugdhulp noodzakelijk is.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet X Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief: Het vraagt meer ambtelijke uren om een eigen bijdrage te innen.
6. Advies Toelichting: Dit is geen besparingsmogelijkheid.
EINDE FORMULIER
Redelijk
Groot
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Individuele voorzieningen Jeugd Alle
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses In 2022 gaven we op jeugd (onderdelen 6.72 en 6.82) €14 meer per inwoner uit dan vergelijkbare gemeenten. In 2023 was dat bijna €100 meer. Ook in de begroting voor 2024 en 2025 is dit verschil te zien. Wat is de oorzaak van deze hogere uitgaven?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Er kunnen verschillende redenen zijn: een hogere vraag naar jeugdhulp, complexere problematiek (wat leidt tot meer uren en duurdere zorg), meer verblijfskosten, weinig voorliggende voorzieningen of een te ruime toekenning van zorg. We zien deze stijging ook ten opzichte de FoodValley gemeenten. In het najaar van 2024 is een actieplan voor jeugdhulp opgesteld Dit plan bevat onder andere het versoberen van de uitvoering van de Jeugdwet via de nieuwe Verordening Jeugdhulp en het aantrekken van een teamleider voor het jeugdteam. Ook zijn we gestart met een pilot voor een inloopspreekuur Autisme en ADHD als voorliggende voorziening.
OMBUIGING
Ombuiging:
C3
We indexeren het budget voor Jeugdhulp en Jeugdzorg niet. Als het budget op is, stellen we voor een aantal zorgvormen een wachtlijst in.
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -
2026 -
2027 385.000,00
2028 385.000,00
2029 385.000,00
Toelichting: Als we het budget voor Jeugdhulp en Jeugdzorg niet indexeren besparen we ongeveer € 385.000 op de zorgkosten. Als het zorgbudget is uitgenut, stellen we een wachtlijst in voor een aantal zorgvormen. Besparing door niet indexeren De indexering van de tarieven voor 2025 is 4,91% en 5,71% voor de landelijke tarieven, zoals jeugdbescherming. Als deze percentages worden toegepast op de zorgbudgetten, kan dit een besparing van ongeveer € 385.000 kunnen opleveren. Let op: ombuiging A12 moet eerst worden uitgevoerd en geëvalueerd Pas daarna kan deze ombuiging starten. De evaluatie van ombuiging A12 gebeurt bij de perspectiefnota in 2027. Dit is vergelijkbaar met de aanpak van A9 en C4. 1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Structureel.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Geen wachtlijst mogelijk bij onveilige situaties Voor zorg waarbij de veiligheid van een kind in gevaar is, mag geen wachtlijst worden ingesteld. Deze zorg moet altijd direct beschikbaar zijn. Gemeente heeft weinig invloed op verwijzingen via de huisarts Ouders en jongeren gaan vaak naar de huisarts voor een verwijzing naar jeugdhulp. De gemeente betaalt deze hulp, maar heeft geen invloed op het aantal of soort verwijzingen. Ook is er dan geen kans om lichtere hulp in te zetten. Huisartsen zijn overbelast Huisartsenpraktijken zijn meestal al vol. Door extra druk op de huisarts zal de samenwerking met de gemeente waarschijnlijk verslechteren. Wachtlijsten lopen op Door het instellen van wachtlijsten groeit de kans dat jongeren langer moeten wachten op hulp. Geen realistische begroting mogelijk Het grootste risico is dat ongeveer 70% van de kosten voor jeugdhulp gaat naar ongeveer 20% van de jongeren (data: Rhenen). Dit zijn kwetsbare kinderen die in verblijf zitten, jeugdbescherming krijgen of met complexe ambulante/GGZ-problematiek. Deze kinderen blijven ook in 2025 hulp nodig hebben. Voor hen gelden de hogere tarieven die in contracten zijn vastgelegd. Daardoor is de begroting voor 2025 en daarna niet realistisch. Waarschijnlijk moet het budget later in het jaar alsnog worden verhoogd.
3. Op welke termijn? Toelichting: In 2027.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet
Redelijk
Groot x
Toelichting: De maatregel om met wachtlijsten te werken heeft gevolgen voor de inwoners. Jeugdhulp kan dan niet op korte termijn worden gegeven. Ouders kunnen de gemeente omzeilen door naar de huisarts te gaan voor een verwijzing naar jeugdhulp. Dit verhoogt de werkdruk voor huisartsen. Door de drukte bij huisartsen wordt waarschijnlijk sneller doorverwezen naar de 2e lijns jeugdhulp, waardoor de besparingen op ambulante jeugdhulp waarschijnlijk niet worden gehaald.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet Redelijk Groot x Toelichting inhoudelijk: Door een budgetplafond in te stellen en wachtlijsten te laten oplopen bij een open-einde regeling, kunnen ouders bezwaar maken. Bezwaarprocedures kosten veel tijd en beleidscapaciteit.
Toelichting formatief:
6. Advies Toelichting: Voer deze ombuiging niet door Er zitten grote risico’s aan het niet indexeren van het jeugdhulpbudget en het instellen van wachtlijsten.
EINDE FORMULIER
4c. Individuele voorzieningen WMO
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Individuele voorzieningen Wmo 6.71b Begeleiding (Wmo)
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Er zit tussen de 36 en 41 euro per inwoner verschil in uitgaven in vergelijking met alle referentiegroepen. De beleidsvrijheid in dit taakveld is 35%. Waarom zijn onze begeleidingskosten per inwoner zoveel hoger dan die in de referentiegemeenten?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses De vraag is, of als alle maatwerkvoorzieningen samen nemen, de verschillen met referentiegemeenten ook zo groot zijn. Dit is niet het geval. Een nadere analyse van de referentiegemeenten levert op dat de gemeente Rhenen een gemiddelde waarde heeft betreffende de SES-WOA (sociaal economische status gebaseerd op welvaart, opleiding en arbeid). Alle referentiegemeenten hebben een hoog (5) tot heel hoge (5) SES-WOA waarde, waardoor er minder ondersteuning nodig is. Dit is ook de ervaring vanuit de praktijk: een plattelandsgemeente met stadse problematieken. De SES waar naar verwezen wordt, wordt gebruikt in het ‘wmo voorspelmodel – VNG’ en heeft een net andere invulling en betekenis dan de SES gebruikt in het model begrotingsanalyse BZK waar de referentiegemeentes uit voortkomen. In dit laatste model is de ses opgebouwd met maatstaven zoals gebruikt in het gemeentefonds en is het doel meer financieel analytisch gericht. Bij het ‘Wmo voorspelmodel – VNG’ is de ses opgebouwd met de maatstaven welvaart, opleiding en arbeid en is het doel meer beleidsmatig gericht. Voor het sociaal domein gaat de vergelijking vanuit de SES in het model begrotingsanalyse BZK met de referentiegemeenten dan ook mank en lijkt er vooral naar het aantal inwoners gekeken te zijn.
OMBUIGING
Ombuiging:
A9
Hoe en met hoeveel kunnen we de kosten verminderen op begeleiding Wmo?
Toelichting
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 -42.800
2026 55.608
2027 45.578
2028 45.578
2029 45.578
Toelichting: Let op: omdat maatregel A9 onderdeel is van het raadsvoorstel taakstelling SD 2025, wordt eerst geevalueerd en wordt de maatregel C4 pas onderdeel van de perspectiefnota 2027. De volgende maatregelen kunnen we verder uitwerken: A. Toegang kritischer beheren B. Formuleren en sturen op realisatie clientdoelen C. Herbeoordelen van 30 meest complexe/dure casussen begeleiding/dagbesteding Uitwerking maatregelen A. Toegang kritisch beheren Deze maatregel vraagt meer formatie bij de toegang, die mogelijk gecompenseerd wordt doordat er minder meldingen opgepakt en onderzocht hoeven te worden. Daarbij is het belangrijk dat het toegangsproces integraler wordt. Deze maatregel is moeilijk te kwantificeren. Dit is een randvoorwaarde om de bezuinigingen die je aan de achterkant doet, niet teniet laat gaan door hoge instroom. Dit vraagt een investering in 2025 en 2026 (€45.000, waarvan €25.000 in 2025 en €20.000 in 2026). Het is moeilijk hieraan een besparingsbedrag te koppelen, op dit moment. Op basis van de investering in 2025 en 2026, verwachten we voor de Perspectiefnota '27 e.v. wel een uitspraak te kunnendoen. B. Formuleren en sturen op realisatie clientdoelen Op basis van een stappenplan (o.b.v.
de Wmo en de Centrale Raad van Beroep) wordt bij een onderzoek (of herindicatie) scherper: '-of de benodigde ondersteuning onder de Wmo valt, '- wat iemand zelf kan doen of zijn huisgenoten of netwerk, '- of de zorgvraag bij een andere wet hoort , '- of er een voorliggende voorziening beschikbaar is. Zo wordt duidelijk wat overblijft aan maatwerk en of er kan worden afgeschaald bij bestaande ondersteuning (b.v. in uren of van specialistisch naar regulier). Deze maatregel nodigt uit om de hulpvraag aan de voorkant kritischer te benaderen en de voortgang op de doelen actiever te monitoren en een voorziening duurzaam in te zetten als deze doel- en rechtmatig is. Onderzoek dat bureau Berenschot bij verschillende gemeenten heeft gedaan, geeft aan dat er een besparingspotentieel kan worden gerealiseerd van naar schatting 5% - 10%. Voor Rhenen wordt dit geschat op 5%, omdat er nu al regelmatig geevalueerd wordt en er geen langdurige indicaties worden afgegeven. Iedere client (begeleiding en dagbesteding) wordt jaarlijks gezien. Daarnaast zit er een dubbeling in met maatregel C, waarbij de 30 duurste casussen worden herbeoordeeld. Voor begeleiding individueel staat een bedrag van € 1.311.953 op de begroting. Wanneer het bedrag van maatregel C hiervan wordt afgetrokken, resulteert dit in 5% van € 911.556. De potentiele besparing is € 45.578 in 2026. Dit is de maximale besparin.
In 2025 kan deze besparing nog niet worden gerealiseerd, omdat de nieuwe werkwijze veel tijd vraagt van de consulenten. Ook is een training noodzakelijk voor het duidelijker stellen van de doelen van € 2.500. C. Herbeoordelen van 30 meest complexe/dure casussen begeleiding De consulenten van het sociaal team geven nooit langdurige indicaties of voor begeleiding en dagbesteding. Gemiddeld worden deze voor een jaar afgegeven en soms korter. Toch kan het zinvol zijn om de 30 duurste/meest complexe casussen voortijdig te herbeoordelen. De aanname is dat van 50% van de onderzochte casussen kan leiden tot een lichter ondersteuningaanbod. Daarbij verwachten we een besparing van gemiddeld 15%. De totale uitgaven van de 30 duurste casussen was de afgelopen drie jaar: € 1.201.191. € 1.201.191 : 3 jaar = € 400.397 x50% = € 200.199 x 15% = € 30.030. Er is extra formatie nodig om dit uit te voeren (in 2025: € 15.300) en zal dan effect hebben in 2026.
1b. Opbrengst in anders: Toelichting:
1c. Incidenteel of structureel? Toelichting: Maatregel A: structureel vanaf 2027. Maatregel B heeft een structureel effect omdat de maatregelen niet eenmalig worden doorgevoerd, maar als nieuwe werkwijze, zodat er doorlopend effect is. In eerste instantie wordt een groter eenmalig effect verwacht. Het onderzoek naar de 30 duurste casussen (C) heeft een incidenteel effect. Je kunt dit niet structureel doorzetten, omdat niet bekend is hoelang de zorg nog duurt.
2. Wat zijn de belangrijke risico's bij realisatie van bij deze ombuiging? Toelichting: Er kunnen meer bezwaren komen als er meer wordt afgewezen en dat kost tijd en geld.
3. Op welke termijn? Toelichting: Het zal een jaar duren voordat de maatregelen zijn effect krijgen en kunnen worden verondersteld als reguliere werkwijze.
4. Wat is de impact van deze ombuiging op inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen? Niet Redelijk Groot x Toelichting: Er wordt kritischer beoordeeld of iemand ondersteuning nodig heeft: het kan zijn dat mensen minder ondersteuning krijgen of helemaal niet meer. Zij moeten meer zelfredzaam zijn.
5. Wat is de organisatie impact van deze ombuiging? Niet
Redelijk
Groot x
Toelichting inhoudelijk:
Toelichting formatief: Het herstructureren van de toegang moet projectmatig worden opgepakt. Hiervoor is tijdelijk formatie nodig (0,5 fte): € 45.000. Het formuleren en sturen op realistie clientdoelen is sinds februari 2025 al in gang gezet. Dit vergt nog een nadere training van de consulenten van het formuleren en evalueren van doelen (2.500 euro). Het herbeoordelen van de 30 duurste/complexe casussen is een project, dat alleen opgepakt kan worden met tijdelijk extra formatie. Inhuur van een exra tijdelijke kracht van 180 uur x € 85 = € 15.300.
6. Advies Toelichting: Pak alle maatregelen (verder) op en werk ze verder uit Toegang kritischer beheren, formuleren en sturen op realisatie van cliëntdoelen en herbeoordelen van de 30 meest complexe of dure casussen in begeleiding en dagbesteding.
EINDE FORMULIER
KERNTAAK Kerntaak Taakveld
Wmo Alle 6.6, 6.7, 6.8
ONDERZOEKSVRAAG Onderzoeksvraag vanuit de data-analyses Is er een kostenbatenanalyse i.r.t. rechtmatigheid van de zorg? Zo nee: is deze te maken? Levert deze een besparing op?
Antwoord onderzoeksvraag data-analyses Jeugd Rechtmatigheid Jeugd wordt regionaal uitgevoerd. Door dit gezamenlijk uit te voeren met 6 andere gemeenten zijn we goedkoper uit, dan dit als gemeente zelf te organiseren. Ook wordt handhaving regionaal uitgevoerd. Wmo Voor wat betreft de Wmo wordt samenwerking gezocht met een buurgemeente in de regio. De gesprekken hierover verlopen positief. Als dit slaagt, is de inschatting dat de taak kan worden uitgevoerd voor de kosten van 0,5 Fte. Terwijl nu 1 Fte is begroot.
OMBUIGING
Ombuiging:
C1
Is er een besparing te realiseren op het rechtmatigheidstoezicht in de zorg? Zo ja, welk bedrag?
Toelichting:
1. Wat is een aannemelijke opbrengst (euro's of anders) 1a. Opbrengst in euro's: 2025 wordt apart genoemd omdat er wellicht kosten in 2025 gemaakt worden die resulteren in opbrengst later.
€
2025 75.000
2026 50.000
2027 50.000
2028 50.000
2029 50.000
Toelichting: Jeugd Toezicht op de rechtmatigheid in de Jeugdwet een verantwoordelijkheid van gemeenten (artikel 2.9, onder d. Jeugdwet). Geen ombuiging mogelijk. Wmo De wettelijke grondslag voor de toezichthoudende taak van de gemeente op de Wmo 2015 is neergelegd in artikel 6.1, eerste lid van de Wmo 2015. Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet. Voor het rechtmatigheidstoezicht Wmo is 1 Fte schaal 10 begroot. De kosten voor schaal 10 zijn ongeveer €100.000 per jaar. Hier is nog niemand op aangenomen. Op dit moment wordt onderzocht of we kunnen samenwerken met een regiogemeente. Als dit kan, verwachten we een 0,5 Fte nodig te hebben, om dat er dan efficiëntievoordelen zijn. De samenwerking start waarschijnlijk op 1 juli 2025, waardoor het budget in de eerste helft van dat jaar niet wordt gebruikt. Voor 0,5 FTE is dat €50.000. Omdat het budget in de eerste helft van 2025 onbenut blijft, is de beparing €75.000. Eind Q2 2025 wordt duidelijk of de samenwerking doorgaat. Bij succes kan de besparing structureel worden ingeboekt.