CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen behorende bij de toelichting bestemmingsplan Weteringsteeg 34 -34A Rhenen

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weteringsteeg 34 - 34a, Rhenen20.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het plangebied wordt niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt er geen amfibie gedood en wordt er geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. De functie van het plangebied als foerageergebied voor amfibieën wordt niet aangetast.

19

Te beoordelen activiteit in het kader van de Wnb: - Geen; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.

6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels Als gevolg van het rooien van beplanting tijdens de voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd en vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. De betekenis van het plangebied als foerageergebied is voor de voorkomende soorten niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridische beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Rooien beplanting buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren); Vleermuizen • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen tijdelijk af. Het plangebied betreft echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; •

Essentiële Vliegroute 20

Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Grondgebonden zoogdieren Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘doden’ en `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats’. Initiatiefnemer dient echter alles in het werk te stellen om het onnodig doden van beschermde dieren te voorkomen. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden, dient gepoogd te worden de dieren weg te jagen of om ze te vangen (om elders los te laten). De betekenis van het plangebied als foerageergebied is, voor de in het plangebied voorkomende soorten, niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties.

De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen, mits er geen beschermde zoogdieren onnodig gedood worden; Amfibieën Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen vaste (winter)rustplaats of voortplantingsplaats beschadigd en/of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. De betekenis van het plangebied als foerageergebied voor amfibieën neemt niet af. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - Geen; Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

1

Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 21

In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep

Functie

Beschermde soorten planlocatie

Verbodsbepalingen (Wet natuurbescherming)

Aandachtspunt

Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Geen

Vaste rust- en voortplantingsplaats Doden van dieren

Huisspitsmuis

Foerageergebied

Diverse soorten

Vogels

Diverse soorten Niet aanwezig

Niet van toepassing

Geen bezette nesten negatief beïnvloeden Geen

Diverse soorten Niet aanwezig

Art. 3.1 lid 1 Niet van toepassing

Geen vogels doden Geen

Vleermuizen

Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren Rust- of voortplantingsplaats Foerageergebied

Niet van toepassing; functie is niet beschermd Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing; functie is niet beschermd Art. 3.1 lid 2

Diverse soorten

Geen

Vleermuizen Vleermuizen Amfibieën

Vliegroute Doden van dieren Foerageergebied

Niet aanwezig Niet aanwezig Diverse soorten

Amfibieën Amfibieën Amfibieën

Vaste rustplaats Voortplantingsplaats Doden van dieren

Niet aanwezig Niet aanwezig Diverse soorten

Overige soorten

Dieren en overige functies

Niet aanwezig

Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing; er worden geen amfibieën gedood Niet van toepassing

Vogels Vogels Vleermuizen

Huisspitsmuis

Geen Geen zoogdieren onnodig doden Geen

Geen Geen Geen Geen Geen Geen Geen

Samenvatting van de wettelijke consequenties. Soortgroep

Vaste rust- Voortplanplaats tingsplaats

Vliegroute Essentieel (vleermuizen) foerageergebied

Wettelijke consequenties

Nader onderzoek vereist

Ontheffing vereist

Grondgebonden zoogdieren Vogels

Ja

Ja

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

n.v.t.

Nee

Ja

Nee

Vleermuizen Amfibieën

Nee Nee

Nee Nee

Nee n.v.t.

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Nee, tenzij vogels gedood, bezette nesten verstoord, beschadigd of vernield worden Nee Nee

Vereenvoudigde samenvatting van de wettelijke consequenties per diergroep.

6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.

22

HOOFDSTUK 7

CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Utrecht een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’, en het opzettelijk ‘verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Utrecht. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen.

Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien beplanting wordt gerooid tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren die een vaste (winter)rust en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘doden’ en `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats’. Initiatiefnemer dient echter alles in het werk te stellen om het onnodig doden van beschermde dieren te voorkomen. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden, dient gepoogd te worden de dieren weg te jagen of om ze te vangen (om elders los te laten).

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende diersoorten tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

23

Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:

24

Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -

-

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 25

Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

26

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

27

Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie

28

Legenda ‘Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie’.

29

Bijlage 3. Fotobijlage

30

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/

31

230414x1 Rapportage Beoordeling Stikstofeffecten Weteringsteeg 34 Rhenen

Rapportage Beoordeling Stikstofeffecten ten behoeve van de realisatie van een woning en staluitbreiding aan de Weteringsteeg 34 te Rhenen

Initiatiefnemer:

V.o.f. Roseboom de Wetering

Initiatieflocatie:

Weteringsteeg 34 3911VN Rhenen

Datum:

14 april 2023

Rapportage:

Definitief, versie 1

Kenmerk:

WW23041411

INHOUDSOPGAVE Rapportage beoordeling stikstofeffecten voor de realisatie van een woning en staluitbreiding aan de Weteringsteeg 34 te Rhenen. 1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER ...................................................................... 2

2.

INLEIDING .......................................................................................................................... 3

3.

LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN........................................... 4

4.

TOEGEPASTE METHODE.................................................................................................... 4

5.

REALISATIEFASE................................................................................................................. 5 5.1.

VERVOERSBEWEGINGEN .............................................................................................................................. 5

5.2.

EXTERNE VERVOERSBEWEGINGEN, MANOEUVREREN EN STATIONAIR DRAAIEN WEGVOERTUIGEN OP

TERREIN....................................................................................................................................................................... 5

6.

5.3.

INTERNE VERVOERSBEWEGINGEN ............................................................................................................... 6

5.4.

AERIUS REALISATIEFASE ............................................................................................................................ 6

CONCLUSIE ......................................................................................................................... 7

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Weteringsteeg 34 te Rhenen 1

1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER

Initiatiefnemer:

V.o.f. Roseboom de Wetering Weteringsteeg 34 3911VN Rhenen

Initiatieflocatie:

Weteringsteeg 34 3911VN Rhenen

Activiteit:

Realisatie van een woning en staluitbreiding

Adviseur:

VanWestreenen B.V. Scherpenzeelseweg 11 6741LX Lunteren T: 0342-474255 Mail: wabo@vanwestreenen.nl

Contact:

Dhr. S. van Westreenen Tel.: 06-50280015 E: westreenen@vanwestreenen.nl

Auteur:

Dhr. W.E. Westerbeke Tel.: 06-57160754 E: westerbeke@vanwestreenen.nl

Rapportage:

Definitief, versie 1 14 april 2023

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Weteringsteeg 34 te Rhenen 2

2.

INLEIDING

Middels onderhavige rapportage wordt inzicht gegeven dat het bouwproject op het perceel ‘Weteringsteeg 34’ geen gevolgen heeft waarbij significante negatieve effecten op Natura 2000gebieden optreden. Het doel van onderhavig voornemen is de realisatie van een woning en een staluitbreiding Op 1 juli 2021 is een wijziging van de Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierbij is onder artikel 2.9a van deze wet de zogeheten “bouwvrijstelling” opgenomen. Hieruit volgde dat bouwprojecten met een tijdelijke beperkte toename van stikstofdepositie van maximaal 0,05 mol per hectare per jaar vrijgesteld waren van vergunningsplicht op grond van de Wet natuurbescherming. Echter heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de “Porthos-uitspraak” d.d. 2 november 2022 aangegeven dat deze bouwvrijstelling in strijd was met de Europese Habitatrichtlijn. Gevolg hiervan is dat bij bouwprojecten dan ook geen sprake meer mag zijn van enige significante toename van stikstofdepositie gedurende de realisatiefase van een bouwproject. Gelet op voornoemde zijn de stikstofemissies van onderhavig bouwproject dan ook in onderhavige rapportage nader inzichtelijk gemaakt, waarbij geen gebruik gemaakt is van voornoemde bouwvrijstelling.

Afbeelding, bouwlocatie Weteringsteeg 34 (Bron: Street Smart, 9 maart 2022)

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Weteringsteeg 34 te Rhenen 3

3.

LIGGING BOUWLOCATIE T.O.V. NATURA 2000-GEBIEDEN

Afbeelding, ligging beoogde locatie t.o.v. N2000 gebieden (Bron: AERIUS Calculator).

De betreffende locatie is gelegen aan de Weteringsteeg 34 te Rhenen, op een afstand van ca. 2255 meter van het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied, betreffende Binnenveld . Gelet op de forse afstand tot het eerste beschermde Natura 2000-gebied (circa meter) is reëel te veronderstellen dat uitsluitend het aspect stikstof relevant is. Er zal geen sprake zijn van overige effecten. Activiteiten met betrekking tot geluid, trillingen, licht, enzovoorts, hebben een verwaarloosbare invloed op het Natura 2000-gebied.

4.

TOEGEPASTE METHODE

De stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden is berekend met het programma AERIUS® Calculator. Hierbij is de meest recente versie gebruikt, daterend van 26 januari 2023. AERIUS Calculator dient gebruikt te worden om de stikstofdepositie van een bouwplan of project te bepalen op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden. Het toepassingsbereik van het programma erkend het gebruik van het programma voor onderhavige situatie. De AERIUS-berekeningen kunnen als worst case-situaties beschouwd worden. De ingevoerde emissies zijn namelijk ruim aangehouden en zullen in de praktijk derhalve naar verwachting lager uitvallen.

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Weteringsteeg 34 te Rhenen 4

5.

REALISATIEFASE

In de realisatiefase zal de realisatie van een woning en een uitbreiding van de stal plaatsvinden. Daarnaast zijn de grondwerkzaamheden opgenomen. Er zal vervoer van personen plaatsvinden (o.a. timmermannen, metselaars, elektriciens) alsmede aanvoer van bouwmateriaal (o.a. spanten, stenen) en werktuigen (o.a. hijskranen, graafmachines). De rijroute van het verkeer is opgenomen vanaf de projectlocatie tot waar het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. 5.1.

Vervoersbewegingen

Conform de Instructie gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator 2022 dienen de emissies met betrekking tot wegvoertuigen uitgesplitst te worden in vier categorieën. Deze worden navolgend beschreven en geïllustreerd aan de hand van een vrachtauto: I: II: III: IV:

Externe vervoersbewegingen / heen- en terugrit (Vrachtauto rijdt naar het terrein) Manoeuvreren op terrein (Vrachtauto rijdt naar de plaats waar lading gelost dient te worden) Stationair draaien wegvoertuig (Vrachtauto staat stil, motor draait en chauffeur is bezig met de administratie) Interne vervoersbewegingen (Vrachtauto is aan het lossen m.b.t. motor en dient op dat moment gemodelleerd te worden middels de categorie mobiele werktuigen.)

Alle overige mobiele werktuigen (o.a. minikraan, trilplaat/stamper etc.) welke op het terrein gebruikt worden voor werkzaamheden, vallen ook onder categorie IV: interne vervoersbewegingen. 5.2.

Externe vervoersbewegingen, manoeuvreren en stationair draaien wegvoertuigen op terrein

Ten aanzien van de externe vervoersbewegingen geldt dat één voertuig gelijk staat aan twee bewegingen, er is namelijk telkens een heenrit en een terugrit. In navolgende tabel zijn de externe vervoersbewegingen verband houdende met de realisatiefase weergegeven. Deze zijn uitgesplist naar type transport. De externe vervoersbewegingen betreffen de volgende bewegingen: - Aanvoer beton: 20 vrachtwagens - Aanvoer beplating: 10 vrachtwagens - Aanvoer spanten/gordingen: 5 vrachtwagens - Aanvoer stenen: 5 vrachtwagens - Aanvoer betonwanden: 5 vrachtwagens - Aanvoer stalvloer: 10 vrachtwagens - Aanvoer stalinrichting: 5 vrachtwagens - Aanvoer overige bouwmaterialen: 10 vrachtwagens en 20 auto’s - Afvoer grond/puin: 70 vrachtwagens / tractoren met kiepers - Aankomst mobiele werktuigen: 10 keer - Vervoer van personen: 200 keer Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Weteringsteeg 34 te Rhenen 5

Externe vervoersbewegingen · realisatiefase Type Licht wegverkeer

Draaitijd stationair (u/j)

Emissiefactoren stationair

Emissie stationair draaien

NOx (g/u)

NH3 (g/u)

NOx (kg/j)

NH3 (kg/j)

440

11

4,02

0,20

0,04

0,00

0

0

69,72

0,71

0,00

0,00

300

7

79,04

0,91

0,55

0,01

Totaal:

0,60

0,01

(pers onena uto's , bes tel bus jes , etc.)

Middelzwaar wegverkeer Zwaar wegverkeer

Bewegingen per jaar

(ba kwa gens , etc.)

(tra ctoren, vra chtauto's , etc.)

Een voertuig veroorzaakt twee vervoersbewegingen, er is steeds sprake van een heenrit en terugrit. Echter, niet elke dag is er een beweging van ieder type voertuig. Het verkeer rijdt vanuit twee richtingen naar de inrichting.

De locatie is gesitueerd aan een erftoegangsweg. Naar verwachting zal 50% van het verkeer linksaf slaan, en 50% rechtsaf. Het verkeer is dan ook middels deze verdeelsleutel gemodelleerd. Het manoeuvreren van de wegvoertuigen binnen de inrichting is ingevoerd met een lijnbron met 100% file over het erf. Voor het stationair draaien van de wegvoertuigen op het erf is ongeveer 1,5 minuut per voertuig aangehouden. 5.3.

Interne vervoersbewegingen

Naast de transportbewegingen naar de bouwplaats toe, zullen er ook mobiele werktuigen op de locatie zelf in gebruik zijn. Verder zullen er vrachtwagens laden en lossen op de bouwplaats (b.v. bouwmaterialen en bouwafval). De inzet van de mobiele werktuigen alsmede de verkeersbewegingen van het bouwverkeer zijn berekend conform navolgende waarden. Navolgend zijn de emissies van de betreffende voer- en werktuigen weergegeven: Interne vervoersbewegingen, realisatiefase Werktuig

Totale emissie per jaar (in kg): Brandstof

STAGEklasse

AUBtype

Draaitijd totaal (u/j)

Brandstofverbruik (l/j)

AdBlue verbruik (l/jaar)

23,13

0,74

NOx-emissie (kg/j)

NH3-emissie (kg/j)

graafmachine 200 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

D

40

782

47,00

4,39

0,19

hijskranen 200 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

D

80

1563

94,00

8,74

0,38

laadschoppen op banden 30 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

A

80

271

n.v.t.

5,82

0,00

hoogwerker 80 kW, bouwjaar 2020

Diesel

Stage-V

D

40

326

20,00

1,76

0,08

betonstorter 200 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

D

20

391

23,00

2,42

0,09

Totaal:

260

3333

184,0

23,13

0,74

Tabel berekend m.b.v. de AUB-methode, conform de AERIUS factsheet m.b.t. de emissie van mobiele werktuigen. Zie ook: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-stage-klassecategorieën/

5.4.

AERIUS Realisatiefase

Navolgend zijn de belangrijkste resultaten uit de uitvoer van de AERIUS-calculatie van de realisatiefase weergegeven:

Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Weteringsteeg 34 te Rhenen 6

De volledige AERIUS-berekening is weergegeven in bijlage 1. Uit de berekening van de realisatiefase blijkt dat er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/j verkregen worden op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De verkeersbewegingen en mobiele werktuigen verband houdende met de realisatiefase zullen dan ook geen significante toename van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden tot gevolg hebben. Negatieve significante effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de realisatiefase zijn dan ook uitgesloten.

6.

CONCLUSIE

Gelet op de forse afstand van ca. 2255 meter zijn er geen factoren die leiden tot een negatief effect op het dichtstbijzijnde, en daarmee maatgevende, Natura 2000-gebied. Uit de calculatie uit hoofdstuk 5 en de bijbehorende AERIUS-berekening blijkt dat in de toegepaste ‘worst-case’ benadering de stikstofdepositie niet leidt tot significant negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Derhalve kan op voorhand worden uitgesloten dat er bij onderhavig voornemen sprake zal zijn van significant negatieve effecten.

Bijlagen Bijlage 1:

AERIUS-berekening Realisatiefase Rapportage beoordeling stikstofeffecten – Weteringsteeg 34 te Rhenen 7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

VOF G.M. & A.C. Roseboom Weteringsteeg 34, 3911VN Rhenen Wijzigen bedrijf - te Rhenen realisatiefase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

S5mPgCimnm86 14 april 2023, 12:21 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

realisatiefase - Beoogd realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

S5mPgCimnm86 (14 april 2023)

2023 -

0,8 kg/j

24,5 kg/j

2/8

Projectberekening

realisatiefase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 4 Anders... | Anders... | III: Stationair draaien van wegvoertuigen op terrein - Realisatiefase 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | IV: Interne vervoersbewegingen - Realisatiefase  Verkeersnetwerk

S5mPgCimnm86 (14 april 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

8,5 g/j 0,7 kg/j 18,6 g/j

0,6 kg/j 23,1 kg/j 0,8 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S5mPgCimnm86 (14 april 2023)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "realisatiefase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

S5mPgCimnm86 (14 april 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

realisatiefase, Rekenjaar 2023 1

Wegverkeer | Weg

Naam 1a: Externe vervoersbewegingen linksaf (50%) - Realisatiefase Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Locatie X:169414,08 Y:443688,25 Type scherm - - NO₂ 42,7 g/j Lengte 272,95 m Hoogte - - NH₃ 4,9 g/j Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0m Verkeer Max. snelheid Voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

220,0 p/jaar 0,0 p/jaar 150,0 p/jaar 0,0 p/jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Wegverkeer | Weg

Naam 1b: Externe vervoersbewegingen rechtsaf (50%) - Realisatiefase Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j Locatie X:169272,21 Y:443951,7 Type scherm - - NO₂ 40,2 g/j Lengte 256,75 m Hoogte - - NH₃ 4,6 g/j Wegtype Buitenweg Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte 0m Verkeer Max. snelheid Voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

II: Manoeuvreren op terrein - Realisatiefase X:169430,13 Y:443878,36 Type scherm 234,80 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

S5mPgCimnm86 (14 april 2023)

220,0 p/jaar 0,0 p/jaar 150,0 p/jaar 0,0 p/jaar

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Voertuigbewegingen

440,0 p/jaar 0,0 p/jaar 300,0 p/jaar 0,0 p/jaar

0,5 kg/j 0,1 kg/j 9,0 g/j

In file

100,0 % 100,0 % 100,0 % 100,0 %

6/8

Projectberekening

4

Naam

Anders... | Anders...

III: Stationair Uittreedhoogte draaien van Warmteinhoud wegvoertuigen op Spreiding terrein Realisatiefase Locatie X:169392,19 Y:443856,28 Oppervlakte 0,47 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Transport 5

Naam

4,0 m 0,000 MW 4m

NOₓ NH₃

0,6 kg/j 8,5 g/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Locatie Oppervlakte Naam

IV: Interne vervoersbewegingen - Realisatiefase X:169392,6 Y:443856,58 0,47 ha

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

graafmachine 200 kW, bouwjaar Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 782 l/j 2019 diesel, SCR: ja hijskranen 200 kW, bouwjaar 2019

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 1563 l/j diesel, SCR: ja

laadschoppen op banden 30 kW, Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, bouwjaar 2019 diesel, SCR: nee

23,1 kg/j 0,7 kg/j

Draaiuren AdBlue Stof Emissie verbruik

40 u/j

47 l/j

80 u/j

94 l/j

271 l/j

80 u/j

hoogwerker 80 kW, bouwjaar 2020

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 326 l/j diesel, SCR: ja

40 u/j

20 l/j

betonstorter 200 kW, bouwjaar 2019

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, 391 l/j diesel, SCR: ja

20 u/j

23 l/j

NOₓ

4,4 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 8,7 kg/j NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 5,8 kg/j NH₃ 2,0 g/j NOₓ 1,8 kg/j NH₃ 78,2 g/j NOₓ 2,4 kg/j NH₃ 93,8 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

S5mPgCimnm86 (14 april 2023)

7/8

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

S5mPgCimnm86 (14 april 2023)

8/8

Weteringsteeg 34-34a te Rhenen gemeente Rhenen Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek

Opdrachtgever

Projectleider

Van Westreenen BV.

T. van Essen, archeoloog BSc.

Definitieve versie

Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde

Projectnummer

Autorisatie

Datum

Synthegra Rapport S220072

drs. F. Stevens

05-04-2023

Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden Telefoon +31 (0)88 81 81 981, Internet: www.synthegra.nl

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

COLOFON

Opdrachtgever

: Van Westreenen BV. te Lichtenvoorde

Project

: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen.

Projectnummer

: S220072

Titel

: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureau- en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennend booronderzoek

Datum

: 05-04-2023

Projectleider

: T. van Essen, archeoloog BSc

Auteurs

: T. van Essen, archeoloog BSc

Autorisatie

: drs. F. Stevens

Druk

: Synthegra B.V., Leusden

Afbeeldingen

: Synthegra B.V., tenzij anders vermeld

ISSN

: 1874-9771

Synthegra B.V. is gecertificeerd voor de BRL 4000 protocollen 4001 t/m 4004 (landbodems)

Synthegra B.V. Olmenlaan 6a NL-3833 AV Leusden T: +31 (0)88 81 81 981 E: www.synthegra.nl

© Synthegra B.V., 2022

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

2 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

INHOUD ADMINISTRATIEVE GEGEVENS

4

SAMENVATTING

5

1 1.1 1.2 1.3 1.4

INLEIDING Onderzoekskader Onderzoeksdoel en vraagstellingen Ligging en huidige situatie plangebied Toekomstige situatie plangebied

7 7 8 9 10

2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

BUREAUONDERZOEK Methode Landschapsgenese Historische ontwikkeling Archeologische waarden in en rondom het plangebied Gespecificeerde archeologische verwachting Advies

12 12 12 16 20 23 24

3 3.1 3.2 3.3 3.4

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK Methode Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens Archeologische indicatoren Archeologische interpretatie

25 25 26 27 27

4 4.1 4.2 4.3

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Inleiding Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen

28 28 28 29

BRONNEN

30

Bijlagen: Bijlage 1: Overzicht van de relevante geologische en archeologische tijdvakken Bijlage 2: Boorprofielen

Afbeelding voorblad: Foto van deel van het plangebied

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

3 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Administratieve gegevens Toponiem

Weteringsteeg 34-34a

Plaats

Rhenen

Gemeente

Rhenen

Provincie

Utrecht

Projectnummer

S220072

Bevoegde overheid

Gemeente Rhenen. Deskundige namens de bevoegde overheid drs. M. van der Glind (ODRU)

Opdrachtgever

Van Westreenen BV.

Uitvoerende instantie

Synthegra B.V.

Datum uitvoering veldwerk

15-12-2022

Uitvoerders veldwerk

T. van Essen

Onderzoeksmelding (ARCHIS)

5317207100

Datum onderzoeksmelding

09-12-2022

Kaartblad

39E

Periode

Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd

Oppervlakte

Circa 5500 m2

Perceelnummer(s)

Kadastrale gemeente Rhenen, sectie K, perceelnummer: 152 (gedeeltelijk)

Grondgebruik

Deels bebouwd, deels grasland

Geologie

Formatie van Boxtel

Geomorfologie

Gordeldekzandrug (+/- oud bouwlanddek) en gordeldekzandvlakte

Bodem

Laarpodzolgronden. Leemarm tot zwak lemig fijn zand en Veldpodzolgronden; Leemarm en zwak lemig fijn zand

Depot

Documentatie en vondsten zullen worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot van Utrecht te Utrecht

De onderzoekslocatie wordt omsloten door de volgende coördinaten: Noord:

x 169505

y 443983

Oost:

x 169541

y 443930

Zuid:

x 169353

y 443814

West:

x 169341

y 443839

Centrum:

x 169367

y 443840

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

4 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Samenvatting Inleiding Synthegra B.V. heeft in opdracht van Van Westreenen BV. een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Weteringsteeg 34-34a te Rhenen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande woning, bouw van een nieuwe woning, uitbreiding van de bestaande stal en uitbreiding van het bouwvlak om toekomstige ontwikkelingen aldaar mogelijk te maken. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt voor beide delen 5500 m2 met een diepte van 1,5 meter beneden maaiveld. De bodem kan tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.

Specifieke archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld.

Het plangebied ligt deels op een gordeldekzandrug met eventueel oud bouwlanddek en deels op een gordeldekzandvlakte. Verder is in het gebied een laarpodzolgrond en een veldpodzolgrond te verwachten, beide met leemarm tot zwak lemig zand. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.

Op basis van de verwachte gegevens geldt er voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen een hoge verwachting. Het gebied bevindt zich op of nabij een dekzandrug. Dit betekent dat het gebied relatief hoog ligt in vergelijking met de omringende gebieden. Daardoor is er een grotendeels hoge verwachting op basis van de ondergrond en de archeologische waarde- en verwachtingskaart van de gemeente Rhenen. In het oostelijke deelgebied geldt een middelmatige verwachting voor archeologische resten uit deze periode. Bovendien zijn er sporadisch vondsten gevonden in de omgeving van het plangebied, welke uit deze perioden afkomstig zijn. Vandaar een hoge verwachting.

Voor de periode Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd geldt een middelhoge verwachting. Het gebied bevindt zich op een relatief hoog gebied. Daarnaast geldt een grotendeels hoge verwachting op basis van de archeologische waarde- en verwachtingskaart van de gemeente Rhenen. In de omgeving van het plangebied zijn echter geen onderzoeken gedaan die hierop wijzen. Verder is ook geen bebouwing bekend in het plangebied van vóór 1962 en daarna ook alleen in het westelijke deel. Vandaar een middelhoge verwachting.

Bodemgaafheid: op basis van de bekende gegevens is het de vraag of de bodem intact is. In veel van de omliggende onderzoeken is een verstoord C-horizont aangetroffen.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

5 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Veldonderzoek Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 10 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 5500 m2 groot is, zijn verspreid over het plangebied in totaal 12 boringen gezet. Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing, kabels, leidingen, etc.) zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een GPS. Hiermee zijn beide delen van het plangebied goed onderzocht. Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 5104 en bodemkundig geïnterpreteerd.

Archeologische interpretatie veldonderzoek De bodem is in het gehele plangebied verstoord. In het westelijke deel is de bodem tot 60 centimeter beneden maaiveld verstoord, waarna abrupt de C-horizont volgt. In het oostelijke deel van het plangebied is de bodem tot minimaal 1 meter en maximaal 1,3 meter beneden maaiveld verstoord, waarna ook abrupt de C-horizont volgt. Doordat de bodem in het heel plangebied is verstoord is de verwachting dat er geen intacte archeologische resten meer in het plangebied aanwezig zullen zijn. Ook een sporenniveau wordt niet meer verwacht gezien de relatief diepe verstoring van het dekzand. De podzolbodem zal gezien het type bodem tot circa 30 cm -Mv hebben gereikt, het merendeel van de sporen zal vanaf dat niveau aanwezig zijn geweest. Enkel uitzonderlijk diepe sporen kunnen nog bewaard zijn maar hebben een beperkte informatiewaarde zonder een verdere context.

Aanbeveling Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.

Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rhenen). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

6 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader Synthegra B.V. heeft in opdracht van Van Westreenen BV. een archeologisch bureauonderzoek1 in combinatie met een verkennend booronderzoek2 uitgevoerd op een terrein aan de Weteringsteeg 34-34a te Rhenen. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen sloop van de bestaande woning, bouw van een nieuwe woning, uitbreiding van de bestaande stal en uitbreiding van het bouwvlak om toekomstige ontwikkelingen aldaar mogelijk te maken. De oppervlakte van de toekomstige bodemverstoring bedraagt voor beide delen 5500 m2 met een diepte van 1,5 meter beneden maaiveld. De bodem kan tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan.

Door de voorgenomen graafwerkzaamheden, kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verloren gaan. Daarom is op basis van het bestemmingsplan, met daarin verwoord het gemeentelijk beleid, in het kader van een omgevingsvergunning voorafgaand aan de graafwerkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan Consolidatieplan Buitengebied Rhenen dat is vastgesteld door de gemeente Rhenen op de datum 02-10-20153. Voor het plangebied geldt deels een dubbelbestemming Waarde Archeologie en deels een dubbelbestemming Waarde Archeologie 2. Voor terreinen met een Waarde Archeologie (2) geldt, dat een rapport dient te worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld bij plangebieden groter dan 100 m2 en verstoringen die dieper reiken dan 30 centimeter beneden maaiveld. Dit geldt als het gebied valt onder een hoge archeologische waarde op de verwachtingskaart (wat voor een groot deel het geval is, zie hoofdstuk 2.4). Voor een klein deel geldt een grens van 1000m2 en 30cm (gematigde archeologische waarde, zie hoofdstuk 2.4). Deze grens wordt echter ook overschreden. De bevoegde overheid, de gemeente Rhenen, heeft geen specifiek archeologisch beleid vastgesteld en beschikt over een Archeologische waarde- en verwachtingskaart. Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 4 en de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek.5

De bevoegde overheid, gemeente Rhenen, zal de resultaten van het onderzoek toetsen en een selectiebesluit nemen aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

1

BO, protocol 4002

2

IVO, protocol 4003

3

www.ruimtelijkeplannen.nl

4

SIKB 2018.

5

SIKB 2006.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

7 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

1.2

Onderzoeksdoel en vraagstellingen Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte landschappelijke, historische en archeologische waarden.

Het doel van het verkennend booronderzoek is het vervolgens toetsen van het opgestelde verwachtingsmodel door de intactheid van de bodemopbouw vast te stellen en de eventuele aanwezigheid van archeologische resten te inventariseren.

De volgende onderzoeksvragen zullen worden beantwoord: •

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact?

•

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? Indien ja (dan zijn de volgende twee subvragen van toepassing)? o

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de (verwachte) archeologische waarden?

o

•

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de (verwachte) archeologische resten?

In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

8 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

1.3

Ligging en huidige situatie plangebied Het plangebied beslaat een oppervlak van circa 5500 m2 en is gelegen aan de Weteringsteeg 34-34a te Rhenen (afbeelding 1). Het plangebied is deels in gebruik als woongebied en is bebouwd met een aantal gebouwen (westelijk deel) en deels als grasland (oostelijk deel). Het gebied wordt in het westen begrensd door een weg, de Weteringsteeg, en in alle andere windrichtingen door gebouwen die op hetzelfde perceel staan (westelijk deel). Het andere gedeelte wordt begrensd door grasland in alle winrichtingen (oostelijk deel).

Afbeelding 1.: Het plangebied, rood omkaderd, op de Open Topografische Kaart van Nederland (Bron: www.Pdok.nl).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

9 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

1.4

Toekomstige situatie plangebied De huidige inrichting zal worden gewijzigd. Het bouwvlak wordt in het noorden uitgebreid en in het zuiden zullen een aantal ingrepen plaatsvinden (afbeelding 2.1). Het bestaand woonhuis zal worden gesloopt. Dit huis is onder keldert. Hierdoor zal de bodem ter plekke van de bebouwing in ieder geval verstoord zijn. Op de locatie van het oude woonhuis zal een nieuw huis worden gebouwd (afbeelding 2.2, waar de zwarte pijl naar wijst). Daarnaast zal de stal die ten oosten van het plangebied ligt worden uitgebreid (afbeelding 2.2, het donker grijs gekleurde stuk is de uitbreiding, het aansluitende licht grijs gekleurde stuk is de bestaande schuur).

Afbeelding 2.1: Locatie van de bouw werkzaamheden en de uitbreiding van het bouwvlak (Bron: Van Westreenen BV.).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

10 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Afbeelding 2.2: de toekomstige situatie in het gedeelte waar de bouwwerkzaamheden zullen plaatsvinden.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

11 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Tijdens het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Dit is gedaan door het raadplegen van voor de archeologie relevante (schriftelijke) bronnen. Voor het bureauonderzoek zijn met name gegevens over bekende archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied verzameld. Dit is aangevuld met historisch en fysischgeografisch onderzoek, waarbij informatie over vroeger grondgebruik is verkregen door de analyse van historische kaarten en tevens gegevens over de geologie, geomorfologie en bodem zijn bestudeerd.

2.2

Landschapsgenese Voor het bepalen of, waar en uit welke periode archeologische resten kunnen worden verwacht, zijn de volgende bronnen met betrekking tot de landschapsgenese geraadpleegd: •

Geomorfologische Kaart 1:50.000 (Afbeelding 3)

•

Bodemkaart 1:50.000 (Afbeelding 4)

•

Digitaal hoogtemodel, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) (Afbeelding 5)

•

Relevante achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst)

Voor de geologische beschrijving is gebruik gemaakt van de Lithostratigrafische Indeling van de Ondiepe Ondergrond.6 Zie voor een overzicht van de geologische en archeologische perioden bijlage 1.

Geo(omorfo)logie en landschap Op basis van de geomorfologische kaart bevindt het gebied zich deels op een gordeldekzandrug met eventueel een oud bouwlanddek en deels op een gordeldekzandvlakte. Gedurende het Pleistoceen (2,5 miljoen jaar tot 10.000 jaar BP) zijn er verscheidene zeer koude perioden geweest (glacialen/ijstijden), afgewisseld met warmere perioden (interglacialen). In de voorlaatste ijstijd, het Saalien (200.000 – 130.000 jaar BP), was Nederland gedeeltelijk met een dik pakket landijs bedekt. In deze periode werden als gevolg van het zich verplaatsende landijs in verschillende stadia de in de ondergrond aanwezige rivierafzettingen opgestuwd. Door de druk van het ijs werd het materiaal zijdelings tot aanzienlijke hoogte opgeperst. Onder deze omstandigheden werden vooral in Midden- en Oost-Nederland stuwwallen gevormd. In de laatste ijstijd, het Weichselien, bereikte het landijs Nederland niet. Wel heerste er een poolklimaat, waardoor de vegetatie verdween en op grote schaal zand (dekzand) kon verstuiven. Dit dekzand bestaat uit goed gesorteerd, fijn zand en werd onder andere rond de aanwezige stuwwallen afgezet en dus ook in het onderzoeksgebied als dekzandruggen of vlaktes. In een boring in het plangebied (het westelijke deel) is vanaf het maaiveld tot 2 meter beneden maaiveld fijn zand aangetroffen behorende tot de Formatie van Boxtel.. 7

6

De Mulder et al. 2003 en via www.dinoloket.nl: Dinoloket, Standaarden, Lithostratigrafische Nomenclator van de Ondiepe

7

www.dinoloket.nl identificatienummer: B39E1736.

Ondergrond.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

12 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Afbeelding 3: Het plangebied, rood omkaderd, op de Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

13 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Bodem Op basis van de bodemkaart ligt het westelijke deel van het plangebied deels op een laarpodzolgrond met leemarm en zwak lemig fijn zand. Dit zijn gronden met een A-B-C opbouw. Hierbij is de A-horizont erg humeus, donker van kleur en 30-50 cm dik. Hierna volgt een eveneens donker kleurige B-horizont waarbij de zandkorrels huidjes van ingespoelde humus hebben. Hierna volgt de C-horizont, in dit geval dekzand. Het oostelijke gedeelte van het plangebied ligt op een veldpodzolgrond met leemarm en zwak lemig fijn zand. Bij veldpozolgronden is sprake van een mineraalarme A-horizont met sterk gebleekte zandkorrels. Hierna volgt eventueel een lichtgrijze tot witte E-horizont. deze wordt opgevolgd door een humeuze B-horizont, waarna het dekzand volgt.

Afbeelding 4: Het plangebied, rood omkaderd, op de Bodemkaart van Nederland 1:50.000. (Bron: www.Pdok.nl).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

14 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

AHN De hoogte van het maaiveld varieert van circa 6,0-7,0 m +NAP.8 Het westelijke deel ligt iets hoger dan de westelijker gelegen weg en de percelen hier direct naast. Dit houdt waarschijnlijk verband met de ligging van het gebied op een gordeldekzandrug. Het oostelijke deel ligt lager. Dit houdt weer verband met de ligging in een gordeldekzandvlakte.

Afbeelding 5: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (Bron: www.ahn.nl).

8

Hoogteligging van het plangebied op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) in m NAP (Normaal Amsterdams Peil)

geraadpleegd op www.ahn.nl © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

15 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

2.3

Historische ontwikkeling Voor de historische ontwikkeling is divers kaart- en beeldmateriaal (Afbeelding 6 t/m 11) en relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd (zie literatuurlijst). 9 In het plangebied zelf is geen bebouwing te zien tot 1962. Hiervoor is sinds 1880 wel al bebouwing zichtbaar in de omgeving van het plangebied. Daarnaast ligt het westelijke deel van het gebied aan een weg die minimaal uit begin 19e eeuw komt. De bebouwing beperkt zich tot het westelijke deel van het plangebied. Het oostelijke deels is niet bebouwd geweest.

Afbeelding 6: Het plangebied, rood omkaderd, op het kadastrale minuutplan uit het begin van de 19e eeuw. (Bron: beeldbank van de RCE Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Rhenen, Utrecht, sectie C, blad 01 (MIN06061C01)).

9

Kadastrale Minuutplans zijn ten behoeve van de belastingheffing vervaardigde kaarten. De opnames zijn gestart in 1811, ten tijde van Frans bestuur en gecontinueerd tot 1832 (vanaf 1815 onder Nederlands bewind. Het zijn grondbeschrijvingen van de gemeenten met hierop aangegeven de percelen, perceelnummers en gebouwen.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

16 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Afbeelding 7: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1870 (Bron: www.topotijdreis.nl).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13278939/1