CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bijlagen behorende bij de toelichting bestemmingsplan Weteringsteeg 34 -34A Rhenen

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weteringsteeg 34 - 34a, Rhenen20.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Afbeelding 8: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1912 (Bron: www.topotijdreis.nl).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

17 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Afbeelding 9: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1962 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Afbeelding 10: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 1978 (Bron: www.topotijdreis.nl).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

18 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Afbeelding 11: Het plangebied, rood omkaderd, op de topografische kaart uit 2015 (Bron: www.topotijdreis.nl).

Bekende bodemverstoring Binnen het plangebied zijn voor zover bekend geen grondroeringen veroorzaakt door saneringen van munitie, bodemverontreinigingen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan.10

10

www.bodemloket.nl, http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

19 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

2.4

Archeologische waarden in en rondom het plangebied In deze paragraaf wordt gekeken of binnen en rond het plangebied archeologische en/of ondergrondse bouwhistorische waarden bekend zijn. Hiervoor is het Archeologisch Informatie Systeem (ARCHIS III) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd en in aanvulling daarop de archeologische waarde- en verwachtingskaart van de gemeente Rhenen.

Voor het plangebied geldt op basis van de archeologische waarde- en verwachtingskaart van de gemeente Rhenen voor het plangebied deels een hoge archeologische waarde (Afbeelding 12). Deze hoge verwachting komt voort uit de ligging van het plangebied op een gordeldekzandrug. Hiervoor geldt een bouwgrens van 100m2 en 30cm beneden maaiveld. Voor het oostelijk gedeelte geldt voor een groot deel een gematigde verwachting en dus een bouwgrens van 1000m 2 en 30cm. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend.

Afbeelding 12: Het plangebied, rode kader, geprojecteerd op de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Rhenen (Bron: gemeente Rhenen).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

20 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

2.4.1 Monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen in (de nabijheid van) het plangebied Er zijn in (de nabijheid van) het plangebied, binnen een straal van 500 m, in ARCHIS III gegevens bekend aangaande vondstlocaties en zaakidentificaties. Er zijn geen gegevens bekend aangaande archeologische monumenten, bovengrondse bouwhistorische waarden en waarnemingen. In de omgeving zijn een aantal onderzoeken gedaan. Hieruit is veelal naar voren gekomen dat de top van de C-horizont verstoord is. In één onderzoek is wel vervolgonderzoek aangeraden, maar dit was een BO, waar de rest een combinatie was. Verder zijn een paar losse vuurstenen artefacten in de omgeving aangetroffen, zonder dat duidelijk is wat voor soort artefacten dit betreft.

Afbeelding 13: Overzicht van de monumenten, waarnemingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m van het plangebied, (Bron:Archis3).

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

21 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Vondstlocatie

Afstand

Materiaal

1032080

450m ten Vuursteen

Type

Datering

Onbekend

Paleolithicum-

zuiden 1075909

Bronstijd

450m ten Vuursteen

Onbekend

Neolithicum

zuiden

Zaakidentificatie

Afstand

2295713100

400m

ten

Soort onderzoek

Bevindingen

IVO-V door RAAP in 2010.

Rapport

zuiden

Aanbeveling

niet

gevonden

(Ook niet in DANS).

Rapport

niet

gevonden (Ook niet in DANS).

2297544100

425m

ten

zuidoosten

BO en IVO-K door BAAC in

In het gebied is een A-C

2011.11

profiel aangetroffen. De

Gebied vrijgeven.

originele laarpodzolgrond is deels afgegraven. 2355880100

425m

ten

zuiden

BO en IVO-V door BAAC in 2012.

12

A-C profiel, waarbij de

Gebied vrijgeven.

bovenste 15-25 cm van de C-horizont verstoord is. Geen

archeologische

indicatoren aangetroffen. 4884863100

450m

ten

BO door RAAP in 2020.13

noordoosten

Mogelijk

resten

Steentijd

kampementen.

Vervolgonderzoek

van

Vervolgonderzoek: IVO-V.

is

noodzakelijk. 5068716100

450m

ten

noordwesten

BO en IVO-V door Laagland

Relatief

intact

Archeologie BV. in 2021.14

bodemprofiel,

maar

Plangebied vrijgeven.

waarschijnlijk top van de C-horizont

wel

verstoord.

deels Geen

archeologische indicatoren aangetroffen.

11

Lelivelt, 2011.

12

Pepers, 2012.

13

Kroes, 2020.

14

Theelen, L./J. Wijnen, 2021.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

22 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

2.5

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van bovenstaand bureauonderzoek is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. De essentie hiervan is weergegeven in tabel 1.

Het plangebied ligt deels op een gordeldekzandrug met eventueel oud bouwlanddek en deels op een gordeldekzandvlakte. Verder is in het gebied een laarpodzolgrond en een veldpodzolgrond te verwachten, beide met leemarm tot zwak lemig zand. Gezien de ouderdom van de te verwachte afzettingen kunnen in het plangebied vindplaatsen aanwezig zijn vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.

Op basis van de verwachte gegevens geldt er voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen een hoge verwachting. Het gebied bevindt zich op of nabij een dekzandrug. Dit betekent dat het gebied relatief hoog ligt in vergelijking met de omringende gebieden. Daardoor is er een grotendeels hoge verwachting op basis van de ondergrond en de archeologische waarde- en verwachtingskaart van de gemeente Rhenen. In het oostelijke deelgebied geldt een middelmatige verwachting voor archeologische resten uit deze periode. Bovendien zijn er sporadisch vondsten gevonden in de omgeving van het plangebied, welke uit deze perioden afkomstig zijn. Vandaar een hoge verwachting.

Voor de periode Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd geldt een middelhoge verwachting. Het gebied bevindt zich op een relatief hoog gebied. Daarnaast geldt een grotendeels hoge verwachting op basis van de archeologische waarde- en verwachtingskaart van de gemeente Rhenen. In de omgeving van het plangebied zijn echter geen onderzoeken gedaan die hierop wijzen. Verder is ook geen bebouwing bekend in het plangebied van vóór 1962 en daarna ook alleen in het westelijke deel. Vandaar een middelhoge verwachting.

Bodemgaafheid: op basis van de bekende gegevens is het de vraag of de bodem intact is. In veel van de omliggende onderzoeken is een verstoord C-horizont aangetroffen.

Periode

Verwachting

Verwachte kenmerken vindplaats

Diepteligging sporen

Laat-Paleolithicum

Hoog

Bewoningssporen: tijdelijke kampementen

Vanaf maaiveld tot in de top

Mobilia: vuursteen artefacten, haardkuilen

van het dekzand.

– Mesolithicum Neolithicum –

Bewoningssporen: (semi permanente)

Vanaf maaiveld tot in de top

Vroege

Hoog

nederzettingen, sporen van

van het dekzand.

Middeleeuwen

agrarisch/industrieel landgebruik, percelering: cultuurlaag, Mobilia: fragmenten keramiek, glas, metaal, natuursteen, bouwmaterialen

Late

Middelhoog

Middeleeuwen-

Vanaf maaiveld tot in de top van het dekzand.

Nieuwe tijd Tabel 1: Gespecificeerde archeologische verwachting.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

23 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

2.6

Advies Op basis van de verwachting zal er vervolgonderzoek moeten plaatsvinden. In dit geval wordt een verkennend booronderzoek aangeraden om de bodemopbouw te kunnen bekijken en om te kunnen kijken of het bodemprofiel hier wel intact is, of dat deze verstoord is zoals in onderzoeken in de omgeving. Hiermee kan worden bepaald of aanvullend onderzoek na het boren nog nodig is.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

24 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

3

Inventariserend Veldonderzoek

3.1

Methode Op basis van het gespecificeerde verwachtingsmodel uit het bureauonderzoek is aan de hand van de Leidraad Inventariserend Veldonderzoek 15 een verkennend booronderzoek met een boordichtheid van ten minste 10 boringen per hectare uitgevoerd. Aangezien het plangebied circa 5500 m2 groot is, zijn verspreid over het plangebied (afbeelding 14) in totaal 12 boringen gezet. Vanwege het geringe oppervlak en de terreinomstandigheden (bebouwing, verhardingen, begroeiing, kabels, leidingen, etc.) zijn de boringen zo gelijkmatig mogelijk over het plangebied verdeeld. De exacte boorlocaties zijn ingemeten met een GPS. Hiermee zijn beide delen van het plangebied goed onderzocht.

Er is geboord met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn uitgevoerd tot minimaal 25 cm in de C-horizont. Het opgeboorde sediment is verbrokkeld en versneden en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. De boringen zijn lithologisch beschreven conform de NEN 510416 en bodemkundig17 geïnterpreteerd.

Afbeelding 14: Boorpuntenkaart geprojecteerd op de meest recente luchtfoto uit 2022 (bron: www.pdok.nl).

15

SIKB 2006.

16

Nederlands Normalisatie-instituut 1989.

17

De Bakker en Schelling 1989.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

25 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

3.2

Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens De laagopeenvolging is aan de hand van de boorprofielen bepaald 18 . In totaal zijn twee profieltypen aangetroffen, met uitzondering van boring 10 in het oostelijke gedeelte, die afwijkt van de rest van de boringen.

Het eerste profieltype betreft het westelijke deel van het plangebied: boring 1 t/m 6. Hierin is op een diepte van 1 meter beneden maaiveld (gemiddeld 6,23 meter +NAP) een laag wit tot witgeel, zeer fijn, kalkloos, matig sitlig zand aangetroffen. Dit is geïnterpreteerd als dekzand (C-horizont) behorende tot de Formatie van Boxtel. Hierop volgde op een gemiddelde diepte van 60 centimeter beneden maaiveld (gemiddeld 6,65 meter +NAP) een laag donkerbruin, zwak humeus, zeer fijn, kalkloos, sterk sitlig zand. Dit is geïnterpreteerd als opgebrachte grond. Deze laag is tot aan het maaiveld aangetroffen (7,17 gemiddeld meter +NAP) behalve in boring 1 en 2. Hier volgde op de vorige laag op een diepte van 10 centimeter beneden maaiveld (7,25 gemiddeld meter +NAP) met een abrupte overgang een laag geel, matig grof, kalkloos, sterk siltig zand. Dit is geïnterpreteerd als opgebrachte grond. Deze laag liep in deze twee boringen tot aan het maaiveld (gemiddeld 7,35 meter +NAP).

Het tweede profieltype betreft het oostelijke deel van het plangebied: boring 7 t/m 12, met uitzondering van boring 10. Hierin is op een diepte van 1,5 meter beneden maaiveld (gemiddeld 5,41 meter +NAP) een laag wit tot witgeel, zeer fijn, kalkloos, matig sitlig zand aangetroffen. Dit is geïnterpreteerd als dekzand (C-horizont) behorende tot de Formatie van Boxtel. Hierop is op een gemiddelde diepte van 1,1 meter beneden maaiveld (gemiddeld 5,80 meter +NAP) met een abrupte overgang een laag donkerbruin, zwak humeus, zeer fijn, kalkarm, sterk siltig zand aangetroffen met geen tot enkele puinfragmenten. Dit is geïnterpreteerd als verstoorde laag. Deze laag is tot aan het maaiveld aangetroffen (gemiddeld 6,86 meter +NAP).

Boring 10 in het oostelijke deel van het plangebied week als enige af van de andere boringen. Hierin is op een diepte van 1 meter beneden maaiveld (5,86 meter +NAP) een laag geelwit, zeer fijn, kalkloos, matig sitlig zand aangetroffen. Dit is geïnterpreteerd als dekzand (C-horizont) behorende tot de Formatie van Boxtel. Hierop volgde op 75 centimeter beneden maaiveld (6,11 meter +NAP) met een abrupte overgang een laag donker grijsbruin, zwak grindig, matig humeus, kalkloos, matig grof, uiterst siltig zand met veel riet en wortelresten. Deze boring is gezet vlak naast een sloot. Hierdoor is deze laag geïnterpreteerd als slootvulling. Hierop is op een diepte van 50 centimeter beneden maaiveld (6,36 meter +NAP) met een abrupt overgang een laag donkerbruin, zwak humeus, zeer fijn, kalkarm, sterk siltig zand aangetroffen. Dit is geïnterpreteerd als verstoorde laag. Deze laag is tot aan het maaiveld aangetroffen (6,92 meter +NAP).

18

bijlage 2

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

26 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

3.3

Archeologische indicatoren Ondanks dat het niet het doel is bij een verkennend booronderzoek om archeologische resten op te sporen zijn de boringen toch geïnspecteerd op de aanwezigheid van eventuele archeologische reten. Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.

3.4

Archeologische interpretatie De bodem is in het gehele plangebied verstoord. In het westelijke deel is de bodem tot 60 centimeter beneden maaiveld verstoord, waarna abrupt de C-horizont volgt. In het oostelijke deel van het plangebied is de bodem tot minimaal 1 meter en maximaal 1,3 meter beneden maaiveld verstoord, waarna ook abrupt de C-horizont volgt. Doordat de bodem in het heel plangebied is verstoord is de verwachting dat er geen intacte archeologische resten meer in het plangebied aanwezig zullen zijn. Ook een sporenniveau wordt niet meer verwacht gezien de relatief diepe verstoring van het dekzand. De podzolbodem zal gezien het type bodem tot circa 30 cm -Mv hebben gereikt, het merendeel van de sporen zal vanaf dat niveau aanwezig zijn geweest. Enkel uitzonderlijk diepe sporen kunnen nog bewaard zijn maar hebben een beperkte informatiewaarde zonder een verdere context.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

27 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

4

Conclusies en aanbevelingen

4.1

Inleiding Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een (middel)hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum en nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.

4.2

Conclusies / beantwoording onderzoeksvragen •

Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? In het gehele gebied is het natuurlijke bodemprofiel verstoord. In het westelijke deel is tot een diepte van 60 centimeter beneden maaiveld een verstoorde laag aangetroffen. Ter plaatste van de bestaande bebouwing in dit gebied is de bodem ook verstoord door de onder keldering van het huis. In het oostelijke gedeelte is deze tot een diepte variërend tussen 1 en 1,3 meter beneden maaiveld aangetroffen. Hieronder volgt direct de C-horizont, in de vorm van dekzand behorende tot de Formatie van Boxtel.

•

Zijn in het plangebied archeologische vindplaatsen aanwezig of worden deze verwacht? De bodem is tot ver in de C-horizont verstoord, waardoor eventueel aanwezige resten verloren zijn gegaan. Hierdoor worden geen intacte resten verwacht in het plangebied met uitzondering van uitzonderlijk diepe sporen. Deze zullen zonder verdere context echter een beperkte informatiewaarde hebben.

Op grond van de beantwoording van de bovenstaande vraag zijn de twee onderstaande onderzoeksvragen niet meer van toepassing. •

Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden? NVT

•

Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? NVT

•

In hoeverre worden eventueel aanwezige of verwachte archeologische resten bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied.

De (middel)hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

28 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

4.3

Aanbevelingen Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd.

Bovenstaande vormt een selectieadvies. Met nadruk willen wij de opdrachtgever erop wijzen dat dit advies nog niet betekent dat in deze fase van het vergunningsverleningstraject reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek dienen vooraleerst te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rhenen). Deze neemt een definitief selectiebesluit aangaande de vrijgave van het plangebied voor verdere ontwikkeling zoals omschreven in de vergunningsaanvraag.

Er is getracht een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethoden. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Synthegra wil de opdrachtgever er daarom op wijzen dat, indien tijdens de werkzaamheden een (mogelijke) archeologische vondst wordt gedaan dan geldt de wettelijke meldingsplicht, zoals omschreven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet bij de minister. Uit praktisch oogpunt kan een dergelijke toevalsvondst bij de gemeente worden gemeld.

© Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

29 van 31

Project: Weteringsteeg 34-34a te Rhenen, gemeente Rhenen. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennend booronderzoek Projectnummer: S220072 definitieve versie

Bronnen Literatuur

Bakker, H. de en J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Staring Centrum, Wageningen.

Berendsen, H.J.A., 2004: De vorming van het land. Van Gorcum, Assen.

Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen.

Kroes, R.A.C., 2020: Plangebied De Hellen, Fortuinzicht & Achterbergse Hooilanden te Veenendaal, gemeenten Veenendaal & Rhenen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek, RAAP, Weesp.

Lelivelt, R.A., 2011: Gemeente Rhenen. Plangebied Friesesteeg 21 te Achterberg/Rhenen, BAAC, Deventer.

Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff en T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten

Nederlands Normalisatie-instituut, 1989: NEN 5104 Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters. Nederlands Normalisatie-instituut, Delft.

Pepers, K.H.J., 2012: Gemeente Rhenen. Plangebied Friesesteeg 21 te Achterberg, BAAC, Deventer.

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (aanvulling op de KNA 3.1). SIKB, Gouda.

Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. SIKB, Gouda.

Theelen, L./J. Wijnen, 2021: Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Weteringsteeg 44a - 55 te Rhenen, gemeente Rhenen (UT), Laagland Archeologie BV., Almelo.

Internet (geraadpleegd december 2022) © Synthegra B.V., Olmenlaan 6a, NL-3833 AV Leusden

30 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13278939/1