CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 24 september 2024, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verklaring van geen bedenkingen Zonneveld Nude18.684 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het hekwerk is maximaal 2 meter hoog en zal middels ronde openingen passeerbaar zijn voor diverse zoogdieren. b. De zonnepanelen worden in rijen opgesteld met een oostwest-oriëntati, met uitzondering van het Agri-PV testveld waar een beweegbare opstelling wordt toegepast. De reguliere opstellingen worden

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 32

c.

met dunne palen verankerd in de bodem. De palen en zonnepanelen hebben geen negatieve impact op de bodemkwaliteit in het gebied. De palen worden na de exploitatiefase uit de grond gehaald zonder graafwerkzaamheden te verrichten, zodat de bodem zoveel mogelijk intact blijft. Binnen het Agri-PV testveld dient meer ruimte te worden vrijgehouden dan bij een reguliere opstelling. Doordat de panelen met de zon meebewegen en er meer vrije ruimte is, is er minder sprake van schaduw en kunnen planten zich beter ontwikkelen en is er een gelijkmatige infiltratie van water. Na beëindiging van de exploitatie wordt het plangebied teruggebracht naar de huidige staat. De bijgebouwen, kabels, hekwerk, etc. worden weggehaald en op een milieuvriendelijke manier verwerkt of gerecycled.

Ad 2. Motivering bestemmingsplan a. Voorliggend document betreft een ruimtelijke onderbouwing van het initiatief. Deze ruimtelijke onderbouwing beschrijft hoe wordt voldaan aan de voorwaarden van het Rijk, de provincie, de regio Foodvalley en gemeente Rhenen. b. De beeldkwaliteit van het gebied is gewaarborgd in het Landschappelijk inrichtingsplan. Hierin zijn de streefbeelden voor beplanting, de kleurstelling van installaties en uitvoering van het hekwerk vastgelegd. Dit plan is separaat bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Een samenvatting van dit plan is te lezen in hoofdstuk 2. c. De buurt is een van de belangrijkste stakeholders met dit plan. Als buurtvereniging is de buurt nauw betrokken bij de totstandkoming van het landschappelijk inrichtingsplan. Een nadere beschrijving van het omgevingsproces en de financiële participatie is te vinden in het separate participatiedocument. Een korte toelichting is gegeven in paragraaf 2.3.8. d. De gemeente Rhenen heeft geen specifiek beleid ten aanzien van mogelijkheden voor een kavelruil. De landschappelijke structuren van het plangebied zijn aangehouden bij het ontwerp voor de landschappelijke inpassing. De kavelstructuur blijft gehandhaafd door de zonnepanelen op te delen in velden die de kavelstructuur volgen.

Hierdoor doen zich in het plangebied geen grote ruimtelijke veranderingen voor die een negatieve invloed hebben op het omliggende agrarische gebruik en de toekomstige mogelijkheden voor het realiseren van natuur. Daarnaast wordt een deel van het plangebied gebruikt voor (natuurinclusieve) landbouw, waarmee een goede landbouwstructuur.

3.3.3 Regionale Energiestrategie Foodvalley Sinds juli 2021 is de Regionale Energie Strategie (RES) voor de regio Foodvalley door alle deelnemende gemeenten, de Provinciale Staten van Gelderland en Utrecht en algemeen bestuur van het waterschap vastgesteld. In de RES is voor 2030 de ambitie gesteld om 1 TWh duurzame energie op te wekken om bij te dragen aan het landelijke doel van 35 TWh. Het uiteindelijke doel is dat de Foodvalley regio in 2050 volledig energie neutraal is. De RES stelt de volgende strategie richting 2030: • Inzetten op 1,5% energiebesparing per jaar • Zorgvuldig om gaan met de schaarse ruimte; prioriteit voor zon-op-dak en restgronden • 50% lokaal eigenaarschap bij zon- en windprojecten • Onderzoeksgebieden verkennen voor aanvullende locaties, met respect voor natuur, water, landschap en agrarische waarde Enkel zon-op-dak en restgronden zijn echter niet voldoende om de voor 2030 gestelde ambitie te behalen, er dient derhalve ook ruimte te worden geboden aan zon-op-land initiatieven. Hiervoor zijn drie gebiedstypen aan te wijzen: • Energieclusters; concentreren van duurzame opwek op beperkt aantal locaties • Gebruik landbouwgrond voor zonneweides • Natuur: beperkingen in en in nabijheid van natuurgebieden

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 33

Voor het gebruik van landbouwgronden voor de realisatie van zonneparken gaat de prioriteit uit naar de minst toekomstbestendige gronden. Zon-op-land initiatieven in of bij natuur zijn enkel mogelijk wanneer er geen beschermde soorten of gebieden worden aangetast. Voor beoogde nieuwe natuur kan gezocht worden naar mogelijkheden om duurzame opwek te combineren met natuurontwikkeling en versterking van de biodiversiteit binnen de kaders van de Wet Natuurbescherming. Aangezien de energietransitie niet de enige opgave is die beslag legt op de beschikbare ruimte zijn er in de RES-koppelkansen genoemd die meegenomen kunnen worden bij de realisatie van initiatieven voor het opwekken van duurzame energie. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het ontwikkelen van het landschap, toekomstperspectief voor agrariërs bieden, stikstofreductie, versterken biodiversiteit en het ontwikkelen gradiënt rijke natuur. Het aandeel van de gemeente Rhenen in de gezamenlijke ambitie van de Foodvalley regio is gesteld op 0,031 TWh, waarvan 0,012 TWh uit zon-op-land. De ambitie van de gemeente is om in 2040 energieneutraal te zijn. Grootschalige opwek van duurzame energie is hiervoor noodzakelijk. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Zonnepark Nude draagt bij aan de ambitie om in 2030 0,031 TWh duurzame energie op te wekken.

De eerste prioriteit voor zonne-energie ligt bij zon-op-dak en in de bebouwde omgeving. Dit is echter niet voldoende om de doelen voor 2030 te behalen. Een zon-op-land initiatief op landbouwgrond zoals voorliggend plan is derhalve noodzakelijk om voldoende oppervlakte te creëren voor het opwekken van duurzame energie. Het plangebied wordt op meerdere kaarten aangegeven als zoekgebied voor zonneparken. Tevens worden bij het realiseren van het zonnepark verschillende koppelkansen benut voor het ontwikkelen van een gradiëntrijke natuur, natuurinclusieve landbouw, het versterken van de biodiversiteit door de aanleg van bloem- en kruidenrijk grasland, struweel en mantel-zoom vegetatie. Hiermee past het voorgenomen initiatief binnen de RES 1.0

3.3.4 Conclusie provinciaal en regionaal beleid Het initiatief voor zonnepark Nude sluit aan bij het beleid gesteld in de provinciale Omgevingsvisie, de Omgevingsverordening en de RES van de regio Foodvalley. Het plan voorzet in de opwekking van duurzame energie, gekoppeld met opgave op het gebied van natuur en biodiversiteit, zonder het landschap en de natuur aan te tasten.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie: Visie op Rhenen 2035 De omgevingsvisie: Visie op Rhenen 2023 (vastgesteld op 20 november 2023) geeft helder weer waar de gemeente naar toe wil in de toekomst. De visie op Rhenen 2035 Eén van de uitgangspunten van de visie op Rhenen in 2035, voortkomend uit de ambities van het Rijk en de provincie Utrecht, is dat dat er ruimte moet komen voor voorzieningen voor het opwekken van schone energie om in 2040 energieneutraal te zijn. Voor het opwekken van duurzame energie zet de gemeente in op zon-opdak bij woningen en bedrijven. Het behouden van het dorpse en agrarische karakter van de gemeente is een groot goed. Het plangebied ligt in het Binnenveld, zie afbeelding 30, de gemeente vindt het belangrijk dat dit een landelijkgebied blijft. De primaire functie van dit gebied is agrarische activiteit op het gebied van voedselvoorziening en natuur. Het vrijkomende land van agrariërs is interessant voor natuurontwikkeling. De

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 34

randen van het Binnenveld kunnen benut worden voor duurzame energieopgave. Een van de opgave voor het Binnenveld is dat er in de Nude ruimte is voor energieopwekking.

Afbeelding 27: Deelgebied het Binnenveld, het plangebied bij rode pijl.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het plangebied ligt in het Binnenveld aan de zuidrand van het gebied. In het beleid is aangegeven dat in de randzones en bij de Nude ruimte is voor energieopwekking. Door de locatie van het plangebied sluit het aan bij het gemeentelijk beleid. Daarnaast wordt het zonnepark landschappelijk ingepast met oog voor natuur en biodiversiteit. Wanneer het zonnepark weggehaald wordt biedt dit een kans voor natuurontwikkeling gezien de bodem zich in de voorgaande jaren heeft kunnen herstellen. Ook deze natuurontwikkeling is in lijn met het beleid van de gemeente Rhenen.

3.4.2 Routekaart Energietransitie In februari 2020 is door de gemeenteraad van Rhenen de Routekaart Energietransitie vastgesteld. In deze routekaart beschrijft de gemeente hoe zij de komende periode vorm willen geven aan de landelijke doelen, maar ook het gemeentelijk doel om in 2040 energieneutraal te zijn. De routekaart geeft de (globale) route naar een energieneutraal Rhenen in 2040 en geeft aan welke stappen de komende jaren gezet moeten worden om dat te bereiken. Rhenen stelt al stappen in het opwekken van duurzame energie. Ten tijden van het opstellen van de routekaart was 2018 het uitgangspunt als jaar. In 2018 is 9 TJ aan duurzame energie opgewekt, wat circa 4% van het totale huidige elektriciteitsverbruik is. De geschatte potentie aan opwek van duurzame elektriciteit via zonnepanelen op daken is 277 TJ (bron: ETM regio Foodvalley). Uit de energiemix (zie onderstaande afbeelding) blijkt dat alleen zonnepanelen op daken niet voldoende is om in de eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. In de energiemix is namelijk opgenomen dat in totaal 464 TJ aan zonneenergie. Zonnevelden en windmolens zouden hierin een aanvulling kunnen zijn. Ten aanzien van zonnevelden heeft gemeente een eigen beleidskader opgesteld, zie daarvoor paragraaf 3.4.3.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 35

Afbeelding 28. Mogelijke energiemix 2040 Gemeente Rhenen (bron: Routekaart Energietransitie).

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Met voorliggend zonnepark wordt een bijgedragen aan de doelen van de gemeente Rhenen. Voorliggend plan met een netto oppervlak van 10,8 hectare aan pv-panelen draag bij om in 2040 464 TJ aan duurzame zonneenergie op te wekken. Gemeente Rhenen heeft voor zonnepanelen op land een eigen beleidskader opgesteld, hier wordt in 3.4.3 nader op ingegaan. Resumerend is voorliggend plan passend binnen de Routekaart Energietransitie.

3.4.3 Beleidskader zonnepanelen op land Op 23 maart 2021 is door de gemeenteraad het Beleidskader zonnepanelen op land vastgesteld. Dit beleid schetst de kaders waarbinnen zon-op-land initiatieven gerealiseerd kunnen worden. Dit betreft een vervolg op de Routekaart Energietransitie, welke in februari 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad. Uit de Routekaart Energietransitie blijkt dat het maximaal benutten van de daken in de gemeente Rhenen niet voldoende is. Om die reden zoekt de gemeente ook naar andere (grootschalige) manieren van duurzame energie opwek. Aan de hand van de zonneladder is er een volgorde gesteld voor de mate waarin de gemeente een zon-op-land initiatief stimuleert. De prioritering voor de opwekking van zonne-energie is in de zonneladder als volgt: 1. Zonnepanelen op daken 2. Zonnepanelen binnen de bebouwde kom, met multifunctioneel ruimtegebruik (o.a. overkappen parkeerplaatsen) 3. Zonnepanelen op land binnen de bebouwde kom (restgrond zonder agrarisch gebruik) 4. Zonnepanelen op erven in het buitengebied 5. Zonnepanelen op land zonder agrarisch gebruik buiten de bebouwde kom 6. Zonnepanelen op land met agrarisch gebruik buiten de bebouwde kom, zodanig dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de structuur van het landschap

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 36

De algemene uitganspunten voor projecten binnen de gemeente Rhenen zijn: • Elk project voldoet aan de bestaande wet- en regelgeving • Elk project doorloopt de hele zonne-ladder. o Wanneer er bijvoorbeeld een vraag is naar de ontwikkeling van een zonnepark, wordt er eerst beoordeeld of er op de beoogde locatie mogelijkhedenzijn voor het opwekken van zonne-energie op grote bedrijfsdaken. Daarna kijken we naar de mogelijkheden voor multifunctioneel ruimtegebruik, mogelijkheden op restgrond, etc. We kijken hierbij naar de mogelijkheden op perceel niveau. De initiatiefnemer onderbouwt in hoeverre de mogelijkheden van de voorliggende treden zijn benut. • De initiatiefnemer toont aan dat er sprake is van voldoende netwerkcapaciteit, of een mogelijkheid om de benodigde capaciteit te creëren. • Initiatieven vanuit de lokale samenleving genieten de voorkeur. • De opbrengsten van de energie die binnen de gemeente is opgewekt, blijven zoveel mogelijk binnen de gemeente.

• Wanneer zonnepanelen toegankelijk en kwetsbaar zijn voor criminaliteit, worden voldoende maatregelen genomen om diefstal en vernieling te voorkomen Voor zonneparken op land met agrarisch gebruik, buiten de bebouwde kom (trede 6) zijn er aanvullend de volgende uitgangspunten: • Er wordt geen afbreuk gedaan aan de structuur van het landschap • Zonneparken in het Binnenveld (zie bijlage 1) zijn niet toegestaan tenzij gelegen aan de randen in de directe nabijheid van percelen met een andere bestemming zodanig dat een zonnepark inpasbaar is. • Het zonnepark wordt zodanig aangelegd, dat er ook andere doelen gediend worden. Bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit of het bergen van water. • Er wordt voldoende aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen. • De panelen, hekwerken en installaties worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden door middel van (inheemse) beplanting. • Inwoners van de gemeente Rhenen krijgen de gelegenheid om (financieel) mee te doen met het project. • Het project is voor minimaal 50% in lokaal eigendom. • Er is sprake van een tijdelijk gebruik van een veldopstelling tot een maximum van 25 jaar Relatie met voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan dient geplaatst te worden in trede 6 van de zonneladder en heeft daarmee de laagste prioriteit voor stimulering door de gemeente.

Het is echter reeds vastgesteld, zoals ook in de RES benoemd is, dat zonneparken op agrarische gronden noodzakelijk zijn om tot voldoende oppervlak te komen om de gestelde ambities te behalen. Hieronder wordt ingegaan op de zonneladder van de gemeente Rhenen. Deze zonneladder betreft een aanvulling op de voorkeursvolgorde zon van het Rijk, waarmee die tevens onderbouwd wordt. Onderbouwing trede 1 Voor trede 1 gelden een aantal randvoorwaarden. Zo mogen daken van woningen vaak niet meegeteld worden voor het 35 TWh (Landelijk)/1,0 TWh(RES Foodvalley)-doel. Uit het klimaatakkoord volgt dat kleinschalige zonop-dak installaties, die vaak op woningen liggen, tot 7 TWh niet meetellen. Met de doelstellingen tot 2030 is rekening gehouden met een autonome groei van kleinschalig zon-op-dak tot circa 7 TWh. 15 kWp staat gelijk gelijk aan circa 50 pv-panelen en een netto benodigd geschikte dakoppervlakte van 80-100 m2. Hierbij kunnen alleen grote dakoppervlaktes worden meegenomen in de berekening. In het klimaatakkoord is tevens de afspraak gemaakt dat de doelen (35 TWh/1,0 Twh) voor 2030 gerealiseerd dienen te zijn. Zonnepanelen op dak kunnen enkel worden gestimuleerd en niet worden afgedwongen, waarmee de RES-regio en de gemeente

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 37

Rhenen afhankelijk zijn van gebouweigenaren, wat onwenselijk is. Daarbij geldt ook dat niet alle daken (technisch) geschikt zijn voor het plaatsen van pv-panelen, door bijv. een constructie die niet toereikend is. Naast bovenstaande heeft Gemeente Rhenen in haar Routekaart Energietransitie berekend dat bij een maximale benutting van de daken in de gemeente Rheden het nog niet voldoende is om in de eigen elektriciteitsbehoefte te voorzien. De gemeente heeft berekend dat met zon op dak circa 277 TJ opgewekt kan worden, waarmee de behoefte van in totaal 464 TJ aan zonne-energie nog niet volledig wordt gedekt. Resumerend is naast zon op dak (trede 1) ook zon op land (trede 2 – 4) noodzakelijk om de doelstellingen te halen. Onderbouwing trede 2 Binnen de bebouwde kom van Rhenen is onvoldoende ruimte om middels bijv. het overkappen van parkeerplaatsen de doelstellingen van de gemeente te behalen. Er is simpelweg onvoldoende ruimte om multifunctioneel gebruik op een goede manier toe te passen. Zo zijn parkeerplaatsen vaak te klein qua omvang en is het niet altijd mogelijk om elke parkeerplaats te overdekken. Daarmee komt trede 2 ook te vervallen. Onderbouwing trede 3 Gemeente Rhenen beschikt niet over restruimte en onbebouwde terreinen in bebouwd gebied/bebouwde kom.

Eventueel beschikbare ruimtes zijn over het algemeen ook de niet de courante restruimten, die zich niet lenen voor het plaatsen van een grondgebonden pv-opstelling. Daarbij zijn deze terreinen ook niet van de omvang dat nodig is om de duurzaamheidsdoelen te halen. Er kan gesteld worden dat binnen bebouwd terrein geen ruimte is om 61 ha. aan grondgebonden pv-opstellingen te realiseren voor 2030. Hiermee valt trede 3 ook zo goed als af Onderbouwing trede 4 Ook het aantal erven, welke qua omvang groot genoeg zijn om pv-panelen te plaatsen, zijn naar verwachting niet voldoende om doelen, waaronder circa 61 ha. aan grondgebonden zon, te halen. De gemeente kan (particuliere) eigenaren enkel stimuleren om pv-panelen te plaatsen op het erf. Ook hierbij geldt het afhankelijk is van bereidwilligheid van de eigenaar en de beschikbare ruimte op erven in buitengebied. Zo worden de agrarische erven vaak gebruikt voor de noodzakelijke werkzaamheden en biedt een erf niet altijd ruimte voor pv-panelen. Voor trede 4 dient ook geconcludeerd te worden dat grond buiten de bebouwde kom noodzakelijk is om de gemeentelijke doelstellingen te halen. Onderbouwing trede 5 Waar trede 2-4 afvalt vanwege het ontbreken van mogelijkheden, geldt dat ook voor trede 5.

In het landelijk gebied van Rhenen zijn geen tot nauwelijks beschikbare onbenutte terreinen, welke zich lenen voor de opstelling van (grootschalige) pv-panelen. De eventueel beschikbare ruimten zijn niet voldoende om te voldoen aan de duurzaamheidsdoelstellingen. Daarnaast bestaat het landelijk gebied vooral uit landbouw- en natuurgronden, waarmee een ontwikkeling al snel in trede 6 valt. Onderbouwing trede 6 (trede 4 van de voorkeursvolgorde vanuit de NOVI) De voorgenomen ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een zonnepark op land met agrarisch gebruik. Vanuit het rijksbeleid geldt dat dit enkel mogelijk is, wanneer voldaan wordt aan een van de drie uitzonderingsgronden. Voorliggend initiatief is ingediend voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024), waarmee de bestuurlijke afspraken nog niet zijn verankerd in de provinciale omgevingsverordening. Wel wordt met de voorgenomen ontwikkeling bijgedragen aan de uitzonderingsgronden. Zo wordt van het totale plangebied van 28 hectare ongeveer 17 hectare gebruikt voor de realisatie van nieuwe natuur, natuurinclusief boeren en landschappelijk inpassing. In totaal wordt 10,8 hectare gebruikt voor de opstelling van pv-panelen. Verder wordt het westelijke perceel van 0,75 ingericht als een Agri-PV testveld met oost-west ‘trackers’. In hoofdstuk 2.4 wordt daar nader op ingegaan.

Hiermee past voorliggend zonneveld binnen trede 6 van de zonneladder (en trede 4 van de voorkeursvolgorde zon).

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 38

Gemeente Rhenen hanteert een aantal algemene uitgangspunten waaraan voldaan moet worden. Voorliggend plan voldoet aan deze algemene uitgangspunten. Zo voldoet voorliggend plan aan de huidige wet- en regelgeving, zoals ook weergegeven in dit hoofdstuk. Daarnaast worden er afspraken gemaakt met de netbeheerder inzake de netaansluiting. Het initiatief wordt samen met de buurt opgepakt, zij zijn belanghebbende en mede-initiatiefnemer met het voorgenomen plan, waarmee het plan een mede-initiatief vanuit de lokale samenleving betreft. Zonneparken op land met agrarisch gebruik, buiten de bebouwde kom, zijn er aanvullende uitgangspunten. Hieronder wordt het initiatief per punt uit bovengenoemde lijst met uitgangspunten nader toegelicht. Er wordt geen afbreuk gedaan aan de structuur van het landschap In voorliggend plan wordt het zonnepark ingepast binnen de structuur van het landschap. De aanwezige verkavelingsstructuur wordt gehandhaafd en de lijnen in het landschap blijven zichtbaar. Zie hiervoor tevens paragraaf 2.4. Zonneparken in het Binnenveld zijn niet toegestaan tenzij gelegen aan de randen in de directe nabijheid van percelen met een andere bestemming zodanig dat een zonnepark inpasbaar is. Het zonnepark ligt in het Binnenveld, echter is het gelegen aan de rand van het Binnenveld in de Nude, het gebied dat aangewezen is als mogelijk locatie voor zonneparken.

Hiermee wordt voldaan aan deze voorwaarde. Het zonnepark wordt zodanig aangelegd, dat er ook andere doelen gediend worden. Bijvoorbeeld het vergroten van de biodiversiteit of het bergen van water. In voorliggend plan wordt een aanzienlijk deel van het plangebied in gebruik genomen als natuurinclusieve landbouwgrond. Verder wordt het zonnepark ingericht met bloem- en kruidenrijk grasland, wordt mantelzoomvegetatie toegevoegd en worden struweelhagen aangelegd. Dit alles zorgt voor een grotere soortenrijkdom en leefgebied voor diverse soorten vogels, zoogdieren en insecten. Geconcludeerd kan worden dat de biodiversiteit wordt vergroot. Daarnaast wordt de C-watergang ten noorden van de Afweg uitgediept, zodat deze kan dienen als waterberging bij grote regenval. Er wordt voldoende aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen. In het landschappelijk inpassingsplan (zie afzonderlijke bijlage) is er ruimschoots aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing.

Het plan voorziet in meervoudig ruimtegebruik door de ontwikkeling van natuur met kruidenrijk grasland, struweel en mantel-zoomvegetatie, beperkt het zicht op de panelen zo veel mogelijk en door het toepassen van kantelbare (tracking) panelen kan water goed infiltreren in de bodem en komt er beter verspreid licht op de bodem, vanwege het toepassen van semi-transparante panelen met bi-facial zonnecellen. De panelen, hekwerken en installaties worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden door middel van (inheemse) beplanting. Rond het zonnepark wordt een losse struweelhaag met gevarieerde inheemse beplanting toegepast. Door het reliëfrijke terrein zal er desondanks deels zicht blijven op de panelen. Met omwonenden is overeengekomen dat voorafgaand aan het plaatsen van de opstellingen met panelen de struweelhaag wordt aangeplant. Inwoners van de gemeente Rhenen krijgen de gelegenheid om (financieel) mee te doen met het project. De initiatiefnemer biedt lokale inwoners de mogelijkheid voor financiële participatie in het project door gebruik te maken van obligaties in de vorm van Zonnedelen. Zonnepanelendelen.nl is hiervoor ingeschakeld. Hierbij zal eerst de eerste ring (de leden van de buurtvereniging) de kans krijgen om zonnedelen aan te schaffen, waarnaar ook de andere inwoners van de Gemeente Rhenen de kans krijgen mee te profiteren.

Een zonnedeel kost €25,- waardoor ook mensen met een kleine beurs mee kunnen doen. De buurtvereniging zal actief betrokken zijn bij de promotie en het enthousiasmeren van deze participatiewijze.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 39

Het project is voor minimaal 50% in lokaal eigendom. Het lokaal eigendom is op een unieke manier vormgegeven. De direct omwonenden die zich verenigd hebben in buurtvereniging de Nu hechten veel belang aan hun uitzicht en de leefbaarheid van hun omgeving. Op hun verzoek brengen ze niet direct geld in, maar krijgen ze zeggenschap over het noordelijke deel (circa 50% van het totale plangebied), aangrenzend aan hun erven. Zij hechten veel waarde aan het versterken van de ecologie en biodiversiteit en willen graag dat er natuurinclusief gebruik gaat plaatstvinden. Daarnaast hebben zij meebeslist over de landschappelijke inpassingen en hebben zij toegezien dat dit op een natuurvriendelijke manier beheerd gaat worden. Als compensatie voor hun inspanningen ontvangen zij een milestonevergoeding. Zij hebben aangegeven dit bedrag tot financial close in het project te willen laten zitten. Voor dit risicodragend investeren ontvangen zij rente over dit bedrag. Er is sprake van een tijdelijk gebruik van een veldopstelling tot een maximum van 25 jaar. De looptijd van het zonnepark is conform het beleid maximaal 25 jaar.

3.4.4 Conclusie gemeentelijke beleid Voorliggend plan is passend binnen de kaders van het gemeentelijke beleid in de vorm van de omgevingsvisie en het Beleidskader zonnepanelen op land. Zo is middels de zonneladder onderbouwd waarom trede 6 van toepassing is.

3.5 Conclusie Uit voorgaande beleidstoets kan worden vastgesteld dat voorliggend plan passend is binnen het beleid van rijk, provincie en gemeente.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 40

4 Waardentoets 4.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de impact van de ontwikkeling op de waarden natuur, archeologie, cultuurhistorie en water en wat dat betekent voor het plan.

4.2 Natuur Het natuurbeschermingsrecht onder de Omgevingswet bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn in de meeste gevallen het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante regels waaraan voldaan moet worden. De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de voormalige Wet natuurbescherming. Hiertoe is een Toetsing Wet natuurbescherming uitgevoerd. De Wet natuurbescherming is in zijn geheel opgegaan in de Omgevingswet. Het onderzoek is separaat gevoegd bij deze aanvraag in bijlage 2. Aanvullend is een Activiteitenplan Wet Natuurbescherming opgesteld, bijlage 3. De belangrijkste resultaten zijn hieronder kort toegelicht.

4.2.1 Soortenberscheming Soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk en zeer beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden. Planten Rondom het plangebied komen twee beschermde plantensoorten voor van kalkrijke akkers (grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk). Binnen het plangebied is de akker potentieel geschikt voor deze soorten. Nader ecologisch onderzoek heeft aangetoond dat kleine wolfsmelk voorkomt binnen het plangebied en is een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit vereist. BRO heeft hiervoor een activiteitenplan opgesteld en reeds een verklaring van geen bedenkingen aangevraagd bij Provincie Gelderland. Broedvogels (jaarrond) De in het plangebied aanwezige kapschuur is voorzien van uilenkasten (kerk- en steenuil). De aanwezige kerkuilenkast was ten tijde van de veldbezoeken in gebruik door een broedpaar holenduiven.

Tijdens het nader onderzoek is gebleken dat de steenuilenkast in de nok van de kapschuur een vaste rust- en verblijfsplaats van de steenuil betreft. Er is besloten de kapschuur niet te slopen, waardoor er geen sprake is van het vernielen

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 41

van een verblijfsplaats van deze beschermde soort en is voor deze soort geen omgevingsvergunning voor een flora- en faunactiviteit vereist. Broedvogels (algemeen) Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen2 uit te voeren. Het wordt met klem geadviseerd om werkzaamheden werkelijk buiten het broedseizoen uit te voeren. Gedurende het broedseizoen kunnen met name grond broedende soorten als graspieper, gele kwikstaart en kievit niet worden uitgesloten op het plangebied. Werken binnen het broedseizoen is alleen mogelijk na het uitvoeren van een check door een ecologisch ter zake kundige, enkele dagen voor de start van de werkzaamheden. Bij het vinden van nesten kan dit grote consequenties hebben op de geplande uitvoering.

4.2.2 Algemene zorgplicht In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is in artikel 11.27 de specifieke zorgplicht voor activiteiten met (mogelijke) gevolgen voor in het wild voortkomende plant- en diersoorten, ook de niet beschermde soorten. Deze zorgplicht stelt dat eenieder die een dergelijke activiteit verricht en weer of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben verplicht is: A. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden verwacht om die gevolgen te voorkomen; B. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt of ongedaan te maken; en C. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden verwacht.

De zorgplicht houdt in ieder geval in dat: Er voorafgaand aan het verrichten van de activiteit onderzoek wordt gedaan naar de aanwezigheid van beschermde soorten zoals genoemd in de vogel- en habitatrichtlijnen, soorten genoemd in bijlage IX van het Bal en soorten voorkomend op de rode lijsten en voor deze soorten belangrijke leefgebieden of habitats; Als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.

2 In het kader van de Omgevingswet wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een

broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 1 maart tot 15 juli.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 42

Met het uitgevoerde ecologisch onderzoek en het nader onderzoek en de aan te vragen vergunning voor een flora- en fauna-activiteit voor kleine wolfsmelk, voorzien van een activiteitenplan, wordt aan de zorgplicht voldaan. Aanvullend wordt geadviseerd om de werkzaamheden aan de oever en watergang uit te voeren wanneer de larven zijn volgroeid, vanaf september, en voordat volwassen exemplaren zich ingraven voor de winterslaap, voor november.

4.2.3 Bescherming gebieden Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Rijntakken (Blauwe Kamer). Dit Natura 2000-gebied ligt op ongeveer 150 meter van het dichtstbijzijnde gedeelte van het plangebied. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken echter dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een stikstofberekening is noodzakelijk om aan te tonen dat de tijdelijke stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de bouwwerkzaamheden geen significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden. Daarnaast wordt de bouw van het zonnepark uitgevoerd met zo duurzaam mogelijke (indien mogelijk elektrisch) mobiele werktuigen. Hiertoe is een stikstofberekening uitgevoerd, welke separaat is bijgevoegd. Het resultaat van deze berekening is dat zowel de aanleg- als gebruiksfase geen resultaten kent voor de betreffende situatie. De ontwikkeling heeft hiermee geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van omliggende Natura-2000 gebieden.

4.2.4 Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.

4.2.5 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen begrensd NNN-gebied van de provincie Utrecht. In de provincie Utrecht kan er echter ook sprake zijn van een externe werking van een ruimtelijke ontwikkeling op omliggende NNNgebieden. Doordat het een tijdelijke ontwikkeling (aanlegfase) betreft is er geen sprake van een significant negatieve invloed op het omliggende NNN-gebied (Blauwe Kamer). Er is geen sprake van een toename van licht of veranderende hydrologische situatie. Tijdens de realisatie van het park zal er wel sprake zijn van extra geluid. Dit is slechts van korte duur, na de realisatie van het park zal het plangebied minder intensief in gebruik zijn dan in de huidige, agrarische situatie het geval is. Hiernaast zal de landschappelijke inpassing worden aangesloten op de natuurtypen in de Blauwe Kamer. Er wordt derhalve geen negatief effect verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN significant aantasten. Een toetsing aan het NNN-beleid wordt hierom niet noodzakelijk geacht.

4.2.6 Conclusie Vanuit de Wet natuurbescherming/ het Besluit activiteiten leefomgeving is het plan uitvoerbaar met betrekking tot de onderdelen gebiedenbescherming, soortbescherming, houtopstanden en het Natuurnetwerk Nederland.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 43

4.3 Archeologie Aardkundige en archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Uitgangspunt van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren, zo nodig met maatregelen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn.

Afbeelding 29: Archeologische beleidskaart Rhenen, locatie aangegeven met rode pijl.

Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het plangebied van de voorgenomen locatie ligt in categorie 4, hoge archeologische verwachting, mede hierdoor is door ArGeoBoor een archeologisch bureauonderzoek opgesteld, als afzonderlijke bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. Daarnaast is een verkennend booronderzoek uitgevoerd door Laagland Archeologie, zie afzonderlijke bijlage. Hieronder worden de belangrijkste conclusies van beide onderzoeken uiteengezet worden. Archeologisch bureauonderzoek Het plangebied is gelegen op de fossiele stroomrug van de Herveld stroomgordel, die is afgedekt met komklei. In het gebied komen hooggelegen kronkelwaarden en laaggelegen restgeulen voor. Tot op heden zijn binnen het plangebied en in de directe omgeving ervan geen archeologische vondsten bekend. Archeologische resten worden binnen 100 tot 150 cm -mv verwacht, boven en in de beddingafzettingen. De verwachting is dat archeologische resten in de geulen zijn afgedekt met een dikke kleilaag, waardoor deze resten niet door de voorziene werkzaamheden bedreigd worden. Eventuele archeologische resten ter plaatse van de kronkelwaarden worden bedreigd door graafwerkzaamheden die reiken dieper dan de bouwvoor. Dit is met name het geval bij het graven van kabelgoten die normaliter tot circa 80 cm -mv reiken en het bij aanleggen van nieuwe sloten.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 44

Het werd aangeraden om locaties waar bodemverstoring voorzien is te onderzoeken middels een verkennend booronderzoek (6 boringen per hectare). Doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemopbouw en het opsporen eventuele archeologische kansrijke lagen en de diepteligging ervan. Om de bodemopbouw in de geulen te controleren, wordt aangeraden om hier ook boringen te zetten. De dichtheid kan hier minder zijn (3 per hectare). Archeologisch verkennend booronderzoek In februari en maart 2022 heeft Laagland Archeologie archeologisch verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Nude te Rhenen in aanvulling op de conclusies uit het verkennend bureauonderzoek. Om de hoge archeologische verwachting te toetsen voor afgedekt vindplaatsen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is niet geschikt voor het opsporen van resten uit de Tweede Wereldoorlog. Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4003. Het doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de opbouw van de ondergrond en de aan- of afwezigheid van archeologisch kansrijke lagen te bepalen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied, onder een laag komklei van gemiddeld ruim 100 cm, afwisselend restgeulafzettingen of kronkelwaardafzettingen op beddingzand voorkomen. In de noorden zuidzijde, bestaat de ondergrond plaatselijk uit Pleistoceen zand.

In een aantal kleine gebieden komen hoog in het profiel zandlagen of sterk siltige kleilagen voor, deze zijn geïnterpreteerd als crevasse- respectievelijk oeverafzettingen. In een beperkt aantal boringen is in de komklei een laklaag of verlandingslaag aangetroffen, maar over het algemeen heeft er een doorgaande sedimentatie in het gebied plaatsgevonden en ontbreken archeologische kansrijke lagen. In de komklei en ook in oeverafzettingen zijn in diverse boringen houtskoolbrokken aangetroffen. Deze laten enkele clusters zien en zijn mogelijk aanwijzingen voor menselijke activiteit. Het zou kunnen gaan om kleinschalige vondstcomplexen jacht- of visactiviteiten, waarbij vuur gemaakt is. Meest voor de hand is dat dergelijke activiteiten plaatsvonden op hoge oeverzones of crevasses zoals deze zijn aangetroffen. Dit betreffen slechts kleine gebieden. Het zijn deze gebieden die een middelhoge archeologische verwachting krijgen. Voor het overige plangebied wordt de archeologische verwachting laag ingeschat. Indien bij de aanleg van het zonnepark rekening wordt gehouden met de ligging van deze hoge oever- en crevasse zones is de kans dat eventuele vindplaatsen worden geroerd door de voorziene graafwerkzaamheden zeer klein. Deze zones zijn opgenomen in een advieskaart, zie afbeelding 30.

Afbeelding 30: Archeologische advieskaart

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 45

Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in de zones met een lage archeologische verwachting uit te voeren. In de zones met een middelhoge verwachting wordt geadviseerd om geen werkzaamheden dieper dan 30 cm -mv uit te voeren. Indien dit niet mogelijk of onwenselijk is wordt geadviseerd om deze zones nader te onderzoeken middels een karterend booronderzoek. Met een karterend booronderzoek wordt gezocht naar archeologische indicatoren (aardewerk- of vuursteenfragmentjes) door middel van het versnijden en verbrokkelen van opgeboorde grond op de overgang van kom- naar oever- of crevasse afzettingen. Omdat het waarschijnlijk gaat om kleine vindplaatsen is een intensief archeologisch onderzoek noodzakelijk met een boorgrid van 13 x 15 m met een 12 cm Edelmanboor, waarbij de monsters worden versneden en verbrokkeld. Conclusie De verwachting is dat werkzaamheden dieper gaan dan 30 cm -mv. Hiertoe is een karterend bodemonderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat archeologische waarden niet worden geschaad. Dit onderzoek gaat uitgevoerd worden voorafgaand de bouw van het zonnepark om te voorkomen dat archeologische waarden worden geschaad tijdens de werkzaamheden. Voor de werkzaamheden wordt een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden aangevraagd.

Tot slot blijft te allen tijde de archeologische meldingsplicht van kracht. Dit betekent dat wanneer bij werkzaamheden archeologische vondsten worden aangetroffen waarvan kan worden aangenomen dat dit archeologische waardevolle vondsten betreffen, dit gemeld wordt bij het bevoegd gezag.

4.4 Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten, naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een afwijkingsbesluit in het kader van de Wro. De cultuurhistorische waarden zijn vastgelegd op de Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Rhenen. Het plangebied is aangeduid op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Rhenen als Agrarisch cultuurlandschap. Van oudsher zijn dit cultuurlandschappen welke ingericht zijn voor agrarisch of bosbouwkundig gebruik. Deze gebieden hebben een relatief lange historie en verschillen onderling in dynamiek. Het plangebied ligt nabij de overwal welke ontgonnen is in de late middeleeuwen, 900 – 1500 A.D. Van oudsher stagneerde het water, nabij de Gelderse Vallei, zodat veen werd gevormd en beken slingerend een weg zochten naar het noordwesten. Een kleinschalig landschap met door beplante wallen omgeven door akkers en velden was het gevolg. De agrarische erven vormden een schakel tussen de verschillende terreinen, met de schaapskooi op het erf. De heuvelrugflanken bleken geschikt voor de teelt van tabak, een cultuur die rondom Amerongen, Elst en Rhenen tot grote bloei kwam en onder andere de karakteristieke houden schuren her en der heeft nagelaten.

De Rijn werd gedwongen door de dijken, de Grebbedijk is hier een onderdeel van. Mede hierdoor ontstond een eigen landschap: de uiterwaarden.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 46

Afbeelding 31: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Rhenen

Relatie met voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarde van het landschap gezien de cultuurhistorische waarden intact worden gehouden. En de landschappelijke inpassing, zie afzonderlijke bijlage, rekening houdt met de lijnen en het reliëf van het landschap. Zo wordt door een lage opstelling de openheid en de diverse zichtlijnen behouden.

4.5 Water De toelichting van een omgevingsvergunning dient, conform artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening, te beschrijven hoe in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het voor dit plan relevante waterbeleid. Vervolgens is de huidige en toekomstige waterhuishoudkundige situatie van het plangebied beoordeeld.

4.5.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regels ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit was 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied beheerplannen opgesteld. Daarin staan de ambities en maatregelen voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

4.5.2 Rijksbeleid Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 weer, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering die een antwoord bieden op de opgaven voor de korte termijn en voldoende mogelijkheden openlaten om op langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Zo is Nederland koploper en een toonaangevend voorbeeld in de wereld.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 47

Met dit Nationaal Waterplan zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

4.5.3 Provinciaal beleid De provincie werkt nauw samen met waterschappen om haar ambities te realiseren. Hiervoor hebben de waterschappen eigen regionale waterbeheerplannen opgesteld die door Gedeputeerde Staten moeten worden goedgekeurd. Provinciale Staten stellen ook de regels vast waaraan de waterschappen moeten voldoen. De waterschappen uitvoeren het waterbeheer uit.

4.5.4 Waterschap Vallei en Velluwe Het Algemeen Bestuur van Waterschap Vallei en Veluw heeft in november 2021 het waterbeheerprogramma ‘Blauwe Omgevingsprogramma (BOP)’ 2022-2027 vastgesteld. In het BOP zijn verschillende doelen en veranderopgave geformuleerd, welke onderverdeeld zijn in subdoelen. • Waterveiligheid; op orden houden; gevolgenbeperking; op orde brengen • Watersysteem; robuust watersysteem; goede overheid; verbonden water; natuurlijk water; voldoende zoetwater • Wonen en zuiveren; waterinclusief; watertoekomst; water zuiveren • Veranderopgave circulaire economie; duurzame samenwerking; hergebruik zuiveringsslib; slim verminderen en gebruik van biomassa; schoner effluent • Veranderopgave energie transitie; energie besparen; verminderen en compenseren van uitstoot broeikasgassen; energie duurzaam inkopen; biogas; energie duurzaam opwekken Het plangebied ligt op de kaart van het BOP in het Klimaatkanaal Valleikanaal. De doelen voor het Waterschap Vallei en Veluwe hebben betrekking op het ontwikkelen van het Valleikanaal tot een klimaatkanaal, in samenhang met de Grebbelinie, Binnenveld-west en de landgoederen op de flanken van de Heuvelrug. Het Valleikanaal is een sterke, landschappelijke drager van de Gelderse Vallei.

Het doel is om het kanaal te ontwikkelen tot een regionale waterbuffer (klimaatkanaal) in een brede zone, gekoppeld aan de cultuurhistorische en recreatieve ontwikkeling van de Grebbelinie. Hierbij worden ook de aanwezige landgoederen, waterbergingsgebieden en natuurontwikkeling van Binnenveld-West met onder andere de Blauwe Hel. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 48

Afbeelding 32. Uitsnede legger Waterschap Vallei en Veluwe

Relatie voorgenomen ontwikkeling In het plangebied zijn geen waterkeringen of andere kunstwerken aanwezig. Wel zijn er A en C-watergangen aanwezig in het plangebied. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een C-watergang aangesloten op een Awatergang. Ook neemt in voorliggend plan de verharding in het plangebied niet noemenswaardig toe. Hemelwater kan over het gehele plangebied vrij infiltreren in de bodem. Door de kantelbare panelen die ’s nachts opklappen is er sprake van een betere spreiding van het hemelwater dan bij traditionele vaste opstellingen van panelen. Watertoets Binnen het plangebied is een A-watergang (in beheer van het waterschap) aanwezig met een onderhoudsstrook van 5 meter aan beide zijden van de watergang. Voor A-watergangen geldt een vergunningsplicht onder meer voor het aanpassen van de watergang. Middels het uitvoeren van de Digitale Watertoets is het waterschap Vallei en Veluwe op de hoogte gebracht van de voorgenomen ontwikkeling en zal afstemming plaatsvinden over de inrichting en het beheer van de A-watergang. Daarnaast zal de C-watergang mee worden genomen in de vergunningsaanvraag indien blijkt dat hiervoor ook een vergunningsplicht geldt. Hiermee is de voorgenomen ontwikkeling uitvoer.

4.6 Conclusie Afgaande op de voorgaande paragrafen wordt geconcludeerd dat het plan passend is binnen de kaders van het van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de Provincie Utrecht, Waterschap Vallei en Veluwe en gemeente Rhenen.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 49

5 Milieuaspecten 5.1 Inleiding Het plan kan negatieve gevolgen hebben voor het milieu. Een aantal van deze milieuaspecten zijn ruimtelijk relevant. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op: bodem; geluid; luchtkwaliteit; lichtreflectie; warmteontwikkeling; elektromagnetische straling; kabels en leidingen; externe veiligheid; bedrijven en milieuzonering; verkeer en parkeren; vormvrije m.e.r.-beoordeling.

5.2 Bodem Sinds 1 januari 2008 is in het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) vastgelegd hoe we in Nederland omgaan met het hergebruik van schone en licht verontreinigde grond en de bescherming van de bodem. Bij de verlening van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan moet worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voor het bepalen van de bodemkwaliteit binnen het plangebied is de digitale kaart van het Bodemloket (bodemloket.nl) geraadpleegd. Op deze kaarten hebben de Omgevingsdiensten gebieden aangewezen waar mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Ook is informatie van uitgevoerde bodemonderzoeken te raadplegen. Vanuit de kaart wordt er doorverwezen naar de Nota Bodembeheer van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). In deze nota is de toepassingskwaliteit van de bodem gerangschikt als ‘Landbouw/Natuur’. Via het bodemloket zijn geen onderzoeksresultaten in het plangebied op te vragen. De gronden binnen het plangebied zijn tot op het heden in gebruik geweest als akker. De aanleg van het zonnepark heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van de bodem. In de aanleg- en exploitatiefase wordt namelijk geen gebruik gemaakt van pesticiden. Het bodemleven heeft zo tijd zich te herstellen. De zonnepanelen, kabels, etc. worden uitgevoerd in niet-uitlogende materialen.

Hiertoe past de voorgenomen ontwikkeling binnen het aspect bodemkwaliteit.

5.3 Geluid Voor de beoordeling van het onderdeel geluid moet in algemene zin aan de volgende punten worden voldaan: • De normen uit de Wet geluidhinder worden in acht genomen. • Bedrijven in de omgeving worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. • Op en rond het plangebied blijft sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wet geluidhinder Per 1 januari 2007 is de gewijzigde Wet geluidhinder (Wgh) in werking getreden. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij nieuwe ruimtelijke plannen rekening gehouden dient te worden: wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij ruimtelijke ontwikkelingen, die betrekking hebben op gronden binnen een

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 50

geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen, de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Relatie voorgenomen ontwikkeling Het zonnepark is zelf geen geluidsgevoelige, te beschermen bestemming. Ook is er geen sprake van industrielawaai vanuit het zonnepark. Zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast staan er ook geen installaties die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken waarvoor nader onderzoek noodzakelijk is. De transformatoren worden op ruime afstand van de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige bestemmingen (woonhuizen) geplaatst (zie hierna onder woon- en leefklimaat. Bestaande bedrijven in de directe omgeving worden niet extra belemmerd, aangezien binnen het plangebied geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden de richtafstanden uit de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden. Voor transformatorstations met een vermogen minder dan 10 MVA geldt een richtafstand van 30 meter voor geluid. Transformatorstations met een vermogen tot 100 MVA geldt een richtafstand van 50 meter. Binnen het zonnepark worden ca. zeven transformatoren van 6 MVA, omvormers en een inkoopstation geplaatst. De dichtstbijzijnde gevoelige (woon)bestemmingen zijn gelegen aan de Nude.

Tussen de opstelling van de pv-panelen en de woningen aan de Nude wordt landschappelijke inpassing en ruimte voor natuurinclusieve landbouw gerealiseerd. De technische installaties worden op minimaal 50 meter van de woningen aan de Nude geplaatst. Hiermee wordt voldoende afstand tot de woningen gehouden, waardoor er geen sprake zal zijn van geluidshinder door de installaties in het zonnepark. Een goed woon- en leefklimaat voor het aspect geluid kan worden gegarandeerd.

5.4 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Om te berekenen of een wijziging in het aantal verkeersbewegingen een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit, is er een NIBM-tool ontwikkeld. In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op grond van de NIBM-tool is een ontwikkeling ‘in betekende mate’ bij een toename van het aantal verkeersbewegingen met ruim 800 per dag (met 5% aandeel vrachtverkeer). In de voorgenomen ontwikkeling wordt een zonnepark gerealiseerd. Dit leidt niet tot een sterke toename van het aantal verkeersbewegingen. Tijdens de bouwperiode neemt het aantal verkeersbewegingen tijdelijk toe, maar blijft ruimschoots onder de 800 per dag.

Gedurende de exploitatiefase neemt het aantal verkeersbewegingen weer af en beperkt tot het beheer en onderhoud van het zonnepark. Hiermee leidt de ontwikkeling niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit én kan de ontwikkeling niet als ‘niet in betekenende mate’ worden gezien. Op basis hiervan wordt gesteld dat nader onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit niet noodzakelijk is. Het onderdeel ‘stikstofdepositie’ is behandeld in paragraaf 4.2.2.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 51

5.5 Lichtreflectie Het zonnepark bestaat onder andere uit de realisatie van pv-panelen, welke het zonlicht opvangen. Hierdoor is het mogelijk dat het zonlicht zorgt voor schittering van de pv-panelen. Indien er sprake is van schittering door de pv-panelen, dan is dat op moment dat de zonnestralen zo erg reflecteren op de pv-panelen, dat de lichtweerkaatsing in het oog waargenomen kan worden. Voor de lichtweerkaatsing zijn er twee soorten licht die gereflecteerd kunnen worden; direct licht en diffuus licht. Direct licht wordt al meest hinderlijk ervaren doordat het bestaat uit zonlicht wat niet weerkaatst of afgebogen wordt. Bij reflecties van direct licht kan de schittering, ondanks de beperkte kans, in een uiterst geval zorgen voor verblinding. Diffuus licht is licht dat is verstrooid, doordat het bijvoorbeeld door wolken heen schijnt. Het licht komt hierbij niet uit één plek. Verblinding door diffuus licht is zeer onwaarschijnlijk. Het licht dat weerkaats wordt heeft altijd dezelfde uitgaande hoek als ingaande hoek (zie afbeelding 33). Hierdoor zijn factoren, zoals hoogte, oriëntatie en de hellingshoek van de pv-panelen van belang voor de lichtweerkaatsing. Daarnaast zijn ook de locatie van de waarnemer en de hoogte en hoek van de zon relevant voor de lichtweerkaatsing.

Afbeelding 33: Bij reflectie van zonlicht is de inkomende hoek altijd gelijk aan de uitgaande hoek, ten opzichte van een loodrechte lijn op het oppervlak van het paneel

Relatie met voorgenomen ontwikkeling In het zonnepark worden pv-panelen van de modernste generatie toegepast. Zo wordt zonlicht bij deze pvpanelen optimaal geabsorbeerd. Zodoende wordt de kans op schittering als gevolg van lichtweerkaatsing op de panelen beperkt. De panelen in de vaste opstellingen hebben een vlakke ligging met een kleine hellingshoek (10°), waarmee enige restschittering/glinstering wordt geminimaliseerd. Daarnaast wordt het zonnepark landschappelijk ingepast met o.a. struweel, waardoor het zicht (en daarmee ook mogelijke hinder van reflectie) gedeeltelijk wordt weggenomen. Door de huidige opstelling van de panelen en landschappelijke inpassing van het zonnepark op voorgesteld plangebied wordt mogelijke reflectie beperkt, waarmee naar verwachting geen sprake is van hinder voor een waarnemer op hoogte van het maaiveld. Daarnaast wordt geen hinder verwacht voor omringende woningen of omringende wegen. Hiermee vormt het aspect lichtreflectie geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 52

5.6 Elektromagnetische straling Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische (ELF-EM) velden ontstaan. Voor elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij bij woningen een grens aan de veldsterkte wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). De GGD adviseert om ook bij ander bronnen van ELF-EM velden, zoals onderstations en transformatorhuisjes, dit voorzorgsprincipe te hanteren. Vandaar het advies om dit voorzorgsprincipe ook te hanteren bij de ontwikkeling van dit zonnepark door de afstand van onderstations en transformatorhuisjes tot woningen en gevoelige bestemmingen zo te kiezen dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt. Relatie met voorgenomen ontwikkeling In het RIVM ‘Verkenning van extreem-laagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ 3 wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden door transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 meter van onderzochte transformatorstations.

In voorliggend plan wordt voor de transformatorstations, omvormers en het inkoopstation een grotere afstand aangehouden dan 7 meter ten opzichte van woningen in de omgeving. Met de gekozen afstand van al deze installaties tot de dichtstbijzijnde burgerwoningen wordt ruimschoots voldaan aan de advieswaarde van 0,4 μT. Derhalve mag redelijkerwijs worden aangenomen dat elektromagnetische straling bij Zonnepark Nude geen gezondheidsrisico vormt

5.7 Warmteontwikkeling Recente studies (o.a. Analysis of the potential for a heat Island Effect in Large Solar Farms, Columbia University) hebben onderzocht of er bij zonneparken sprake is van ‘(Urban) Heat Island Effects’. Uit onderzoeken is gebleken dat er onder bepaalde condities sprake kan zijn van een hogere temperatuur direct boven zonneparken. Direct rondom zonneparken zijn eventuele temperatuurverschillen deels, dan wel geheel te verwaarlozen, afhankelijk van de windrichting en eventuele neerslag. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Op basis van deze resultaten is het niet te verwachten dat er sprake zal zijn van significante temperatuurverschillen tussen zonnepark Nude en het omliggende gebied. Binnen het plangebied zijn groenstructuren aanwezig die zorgen voor verkoeling. De landschappelijke inpassing zorgt ervoor dat afkoeling door verdamping blijft plaatsvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14464272/1