Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
5.8 Kabels en leidingen In het kader van de veiligheid bij de werkzaamheden en voorkomen van schade aan kabels en leidingen wordt in voorbereiding op de aanleg van het zonnepark een KLIC-melding gedaan. Indien blijkt dat in het plangebied kabels of leidingen aanwezig zijn worden de werkzaamheden afgestemd met de beheerder van die leidingen.
5.9 Externe Veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat hierbij dodelijke slachtoffers vallen. In het geval van een ruimtelijk plan dient het milieuaspect externe veiligheid onderzocht te worden. Het kan bronnen van
3
RIVM-rapport 609300011/2009
Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 53
veiligheidsrisico’s mogelijk maken en of bestaande risicobronnen beïnvloeden. Er moet worden onderzocht of het plan voldoet aan de geldende normen. Beleidskader Er zijn verschillende besluiten en regelingen voor de verschillende typen risicobronnen: • Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). • Voor transportroutes over de weg, het water en het spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). • Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). • Daarnaast is in sommige gevallen het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of het Vuurwerkbesluit van toepassing. Toetsingskader Externe veiligheid (geldt voor Bevi, Bevt en Bevb) maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. • Waar het plaatsgebonden risico groter is dan 1*10^-6 per jaar mogen bijvoorbeeld geen woningen of kantoren worden gebouwd. • Kunnen door een ongeval grote groepen personen overlijden, dan moet worden verantwoord waarom dat aanvaardbaar is. In de verantwoording van dit groepsrisico motiveert het bevoegd gezag wat er wordt gedaan om dat risico in de hand te houden.
Relatie met voorgenomen ontwikkeling Om in beeld te brengen of er in het plangebied, of in de nabijheid daarvan, risicobronnen (productie, opslag, transport en gebruik van gevaarlijke stoffen) zijn, is de kaart externe veiligheid geraadpleegd, hierop is in een straal van 1 km geen object waargenomen, zie afbeelding 34. Een zonnepark is verder geen gevoelig object of inrichting dat formeel een veiligheidscontour kent. Ook is een zonnepark geen risicobron in het kader van externe veiligheid. Tevens is het plan geen kwetsbaar object conform het Bevi. Dit betekent dat toetsing aan de regels voor externe veiligheid niet aan de orde is.
Afbeelding 34: Uitsnede kaart Veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten (Atlas Leefomgeving), rode pijl is locatie zonnepark
Wel is een zonnepark een inrichting die elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Voor de veiligheid komt rondom het zonnepark een hek van 2 meter. Tussen de afscheiding en de zonnepanelen wordt voldoende afstand gewaarborgd, zodat onbevoegde personen niet bij de zonnepanelen kunnen. Om de panelen en installaties te beveiligen en in het kader van veiligheid voor de omgeving wordt het zonnepark afgesloten voor onbevoegden. Toegang tot het terrein voor beheer, onderhoud en calamiteiten wordt gefaciliteerd met een afgesloten poort. Met hulpdiensten, zoals de brandweer, worden afspraken gemaakt voor toegang in geval van nood.
Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 54
5.10
Bedrijven en milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Relatie met voorgenomen ontwikkeling De realisatie van zonnepark Nude levert geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. De transformatorstations en het inkoopstation hebben een bronvermogen van maximaal 14 MVA.
In de VNGuitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10-100 MVA', milieucategorie 3.1. Voor deze activiteit bedraagt de grootste richtafstand 50 meter (geluid). Dit betekent dat wordt geadviseerd om, voor een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 50 meter aan te houden met gevoelige functies. Aan deze voorwaarde voldaan, zoals te lezen in het plan voor de de landschappelijke inpassing wordt aan de noordzijde van het zonnepark een ruime strook vrijgehouden van opstellingen met panelen om een buffer te vormen tussen de gevoelige functies (de woningen) en het zonnepark. Deze zone blijft op natuurinclusieve wijze in agrarisch gebruik. Het plan past binnen de geldende regelgeving en richtafstanden uit de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’.
5.11
Verkeer en parkeren
De realisatie van zonnepark Nude heeft geen significante invloed op de verkeers- en parkeerbelasting. Het plangebied dient hoofdzakelijk in de aanleg- en ontmantelingsfase bereikt te worden. In deze perioden is er tijdelijke meer verkeer en extra parkeerbelasting. Gedurende de exploitatie zijn een te verwaarlozen aantal verkeersbewegingen en parkeerplekken nodig. Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande ontsluitingsweg. De overlast voor omwonenden of andere weggebruikers wordt hierdoor beperkt. Binnen het plangebied wordt ruimte gecreëerd voor het parkeren van voertuigen.
5.12
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in de ‘D-lijst’ van het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Het komt erop neer dat voor elk besluit of plan over activiteiten die voorkomen op de D-lijst beoordeeld moet worden of er een milieueffectrapport gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:
Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 55
• •
Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project; • De kenmerken van de potentiële effecten. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Het project maakt een (tijdelijke) functiewijziging naar een zonnepark mogelijk. Dergelijke ontwikkelingen zijn geen onderdeel van de D-lijst van het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. is niet nodig voor het voorgenomen plan. Uit jurisprudentie is gebleken dat een zonnepark niet kan worden aangemerkt als een ‘industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water’ (cat. D 22.1), omdat een zonnepark geen thermische (verbrandings)installatie is. In een zonnepark wordt immers geen thermische energie opgewekt of gebruikt voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water, maar wordt stralingsenergie (zonlicht) rechtstreeks omgezet in elektrische energie. Daarnaast is uit diezelfde uitspraak gebleken dat een zonnepark evenmin kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (cat. D 11.2).
Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Een zonnepark kan naar het oordeel van de Afdeling niet gelijk worden gesteld met dergelijke ontwikkelingen. Daarbij is van belang dat de gevolgen voor het milieu van een zonnepark in de kern beperkt zijn tot visuele hinder en landschappelijke aantasting. Om dit te voorkomen is een Landschappelijk Inrichtingsplan opgesteld door BRO (nadere toelichting in paragraaf 2.4). Uit de beschrijving van de milieuaspecten in dit hoofdstuk en het vorige blijkt dat het zonnepark geen milieugevolgen of hinder veroorzaakt. Het zonnepark wordt aangelegd met respect voor de bodem. De constructie wordt zodanig aangelegd dat er geen schade ontstaat en het systeem makkelijk demontabel is. De ecologische waarden zijn in beeld gebracht. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 september 2018 4, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D van het Besluit m.e.r. en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State5. De conclusie is dat er geen belangrijke nadelige gevolgen ontstaan voor het milieu.
Een nadere analyse in de vorm van een aanmeldnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling is vanwege het ontbreken van de activiteit in de D-lijst van het Besluit m.e.r. niet noodzakelijk.
5.13
Conclusie
In dit hoofdstuk zijn alle relevante milieuaspecten beschreven. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen milieubelemmeringen met zich meebrengt.
4
ECLI:NL:RBOVE:2018:3422
5 ECLI:NL:RVS:2019:2770
Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 56
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan. De ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid worden omschreven.
6.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In de voorgaande hoofstukken is omschreven op welke manier het voorgenomen plan past binnen het relevante overheidsbeleid. Hieruit is gebleken dat er voor de uitvoering van het project geen ruimtelijke en milieukundige belemmeringen zijn. Op dit aspect is het project dan ook uitvoerbaar.
6.2.1 Omgevingsproces Er is een omgevingsproces gevoerd doormiddel van gesprekken met direct omwonenden. Deze overleggen hebben mede geleid tot dit uiteindelijke plan. Verslaglegging van het participatieproces is te raadplegen in de separate bijlage.
6.2.2 Vooroverleg Het Rijk Geoordeeld is dat dit ruimtelijke plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Utrecht Het plan wordt voor vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro, toegezonden aan de provincie Utrecht. Waterschap Vallei en Veluwe Er heeft reeds afstemming plaatsgevonden tussen initiatiefnemer en Waterschap Vallei en Veluwe. Hierbij is enkel de in het plangebied aanwezige A-watergang aangemerkt als ecologische verbindingszone en werden verder geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling benoemd
6.2.3 Zienswijzen De ontwerp omgevingsvergunning wordt voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. Na deze termijn wordt het resultaat van de terinzagelegging in deze ruimtelijke onderbouwing weergegeven.
6.3 Economische uitvoerbaarheid 6.3.1 Kostenverhaal gemeente Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin onder andere het verhalen van eventuele planschade wordt geregeld. De vaststelling van een exploitatieplan is niet noodzakelijk.
Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 57
6.3.2 Financiering Zonnepark De realisatie van het zonnepark doen de initiatiefnemers voor eigen rekening en risico. Daarnaast kan voor de realisatie van het zonenpark een SDE++ worden aangevraagd nadat de omgevingsvergunning voor de realisatie van het zonnepark is verleend.
6.4 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar is. De voorgenomen ontwikkeling kan dus worden gerealiseerd.
Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 58
Bijlagen
Zonnepark Nude, Rhenen | Eelerwoude | 59