Bijlage 1 Nader windonderzoek Wageningen-Rhenen (Pondera 7 april 2025)
Tekst van het document
Voor alle woningen die tussen de 37dB57 en 47dB Lden aan geluidhinder ondervinden is het percentage van te verwachten ernstig gehinderden bepaald aan de hand van een dosis-effectrelatie.58 Vervolgens is dit percentage van te verwachten ernstig gehinderden vermenigvuldigd met het gemiddelde aantal inwoners van 2,2 per woning en het aantal woningen in de geluidcontour. Door alle verwachte ernstig gehinderden bij elkaar op te tellen per locatie kunnen de diverse locaties met elkaar worden vergeleken. Omdat locaties met meerdere windturbines logischerwijs meer geluid produceren en daardoor meer hinder kunnen veroorzaken, is het mogelijk het aantal te verwachten ernstig gehinderden te delen door het aantal windturbines op die specifieke locatie. Op deze
53
Zie o.a. Kamerbrief Staatssecretaris van EZK, 9 juni 2021; DGKE-WO / 21119163. Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 55 Dit percentage zal lager liggen in het geval de conceptnormen de standaard geluidsnorm worden. 56 Hinder door geluid van windturbines, TNO, 2008-D-R1051/B. 57 Voor woningen die minder dan 37 dB aan geluidhinder ondervinden, bedraagt de kans op ernstige hinder binnenshuis minder dan 0,5%. Dit wordt verwaarloosbaar geacht. 58 Hinder door geluid van windturbines, TNO, 2008-D-R1051/B. 54
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 57
manier worden de nadelen van geluidshinder in verhouding geplaatst tot de duurzame energieopbrengst van die locatie. In Tabel 4.3 is het beoordelingskader voor geluidshinder opgenomen. Tabel 4.3 Beoordelingskader geluidshinder
Beoordelingscriterium
Beoordeling
Score
Aantal ernstig gehinderden
Aantal ernstig gehinderden per turbine minder dan 2
0
Aantal ernstig gehinderden per turbine tussen 2 en 4
0/-
Aantal ernstig gehinderden per turbine tussen 5 en 7
-
Aantal ernstig gehinderden per turbine tussen 7 en 9
-/--
Aantal ernstig gehinderden per turbine meer dan 9
--
Referentiesituatie De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkeling. In deze situatie worden geen windturbines gerealiseerd en is er dus geen sprake van geluid van windturbines.
Effectbeoordeling De onderstaande tabel betreft het aantal ernstig gehinderden per zoekgebied voor beide opstellingen. Het totaal aantal ernstig gehinderden is de som van alle ernstig gehinderden per geluidniveau (tussen de 37 dB en 47 dB).59 Vervolgens is het aantal ernstig gehinderden uitgedrukt als het aantal gehinderden per windturbine. Opstelling 1 – 200 meter tiphoogte
Opstelling 2- 250 meter tiphoogte
Aantal ernstig gehinderden totaal
Aantal ernstig Score gehinderden per turbine
Aantal ernstig gehinderden totaal
Aantal ernstig Score gehinderden per turbine
Zoekgebied 1 Havengebied
26
26,0
36
36,0
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
7
1,8
9
2,3
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
50
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
16
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
14
2,8
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
2
0,2
Zoekgebied
-0
12,5
0/40
13,3
-16,0
-21
-0/0
--
21,0
4
2,0
6
0,8
-0/0
59
Voor woningen die minder dan 37 dB aan geluidhinder ondervinden, bedraagt de kans op ernstige hinder binnenshuis minder dan 0,5%. Dit wordt verwaarloosbaar geacht. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 58
Opstelling 1 – 200 meter tiphoogte
Opstelling 2- 250 meter tiphoogte
Aantal ernstig gehinderden totaal
Aantal ernstig Score gehinderden per turbine
Aantal ernstig gehinderden totaal
Aantal ernstig Score gehinderden per turbine
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
18
2,6
18
6,0
Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
0
Zoekgebied
4.2.3
0/0,0
3
1,5
0
0
Stiltegebieden
De gemeenten Wageningen en Rhenen delen een stiltegebied. Voor stiltegebieden gelden geluidsnormen, waar het geluid dat veroorzaakt wordt door windturbines, ook aan moet voldoen. Er lijken mogelijkheden te zijn om voor windturbines af te wijken van de geluidsnormen die gelden voor stiltegebieden (zie paragraaf 2.3.5 en 2.4.6). Hiervoor is wel medewerking op provinciaal niveau vereist. Wat in dit stiltegebied wel of niet is toegestaan, dient in overleg met de provincies te worden afgestemd. Het wordt aanbevolen om met de provincies te bespreken hoe er moet worden omgegaan met het stiltegebied.
Beoordelingskader Provincies hebben de zorgplicht om stiltegebieden zoveel mogelijk in stand te houden. Daarom heeft de realisatie van windturbines in een stiltegebied niet de voorkeur. Dit aspect wordt meegenomen in deze milieueffectenbeoordeling. Daarbij wordt gekeken naar de aanwezigheid van stiltegebieden binnen of nabij het zoekgebied en wordt een kwalitatieve inschatting gemaakt van de kans op effecten door het geluid van de windturbines. Tabel 4.4 Beoordelingskader stiltegebieden
Beoordelingscriterium
Beoordeling
Score
Geluidsbelasting op stiltegebieden (kwalitatief)
Niet in stiltegebied gelegen of in nabijheid daarvan.
0
Gedeeltelijk in stiltegebied gelegen of in nabijheid daarvan – kans op effect.
-
Volledig in het stiltegebied gelegen – er is kans op een groot effect
--
Referentiesituatie De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkeling. In deze situatie worden geen windturbines gerealiseerd en is er dus geen sprake van geluid van windturbines. In Figuur 4.6 is de ligging van de zoekgebieden weergeven ten opzichte van het stiltegebied.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 59
Figuur 4.6 Stiltegebied ten opzichte van stiltegebied
Effectbeoordeling Zoekgebied 6 ligt volledig en zoekgebied 3 vrijwel volledig in het stiltegebied en krijgen daarom een zeer negatieve score (--). Zoekgebied 2 en 4 liggen gedeeltelijk in het stiltegebied. Deze zoekgebieden krijgen een negatieve (-) score op stiltegebieden. De overige zoekgebieden krijgen een neutrale (0) score. Tabel 4.5 Socringstabel stiltegebieden
Zoekgebied
Effectbeoordeling stiltegebieden
Score
Zoekgebied 1 Havengebied
Niet in stiltegebied gelegen of in nabijheid daarvan
0
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
Gedeeltelijk in stiltegebied gelegen. Effecten worden verwacht.
-
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
Vrijwel volledig in stiltegebied gelegen. Effecten worden verwacht.
--
Zoekgebied 4
Gedeeltelijk in stiltegebied gelegen. Effecten worden
-
Bennekomse Veld
verwacht.
Zoekgebied 5
Niet in stiltegebied gelegen of in nabijheid daarvan.
0
Uiterwaarden
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 60
Zoekgebied
Effectbeoordeling stiltegebieden
Score
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
Volledig in stiltegebied gelegen. Effecten worden verwacht.
--
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
Niet in stiltegebied gelegen of in nabijheid daarvan.
0
Zoekgebied 8 Wageningse Bos
Niet in stiltegebied gelegen of in nabijheid daarvan.
0
Noord
4.2.4
Laagfrequent geluid
Windturbines produceren geluid over het hele spectrum van lage en hoge tonen, net als andere geluidbronnen. Het lage deel van het spectrum, frequenties van 20 tot en met 125 Hz, worden doorgaans aangeduid als laagfrequent geluid (LFG). Er is geen afzonderlijke Nederlandse wettelijke norm voor laagfrequent geluid van windturbines of andersoortige geluidbronnen, maar vaak wordt voor de beoordeling van LFG gebruik gemaakt van de zogeheten Vercammen-curve60 bij een toelaatbaar geluidniveau van 25 dB(A) voor de nachtperiode. Deze curve beschrijft het geluidniveau waarbij hinder kan optreden. Ten behoeve van het planMER voor de windturbinebepalingen leefomgeving heeft Peutz onderzoek gedaan naar de verwachte hinder bij diverse normstellingen (in dB Lden). Uit dit onderzoek61 blijkt dat bij een geluidnorm van 47 dB Lden of lager sprake kan zijn van hoorbaar laagfrequent geluid, maar dat de hinder als gevolg van laagfrequent geluid beperkt zal zijn, omdat de Vercammen-curve niet wordt overschreden, ook niet bij toepassing van de grenswaarde van 47 dB L den.
Effectbeoordeling Om LFG te berekenen is een situatie bepaald met twee turbines relatief dichtbij een woning. Voor een maatgevend toetspunt, waarbij de 2 windturbines op respectievelijk 500 en 600 meter afstand zijn gesitueerd van de woning62, is het binnenniveau bepaald voor de twee referentieturbines en getoetst aan de Vercammen-curve (bij 25 dB(A)). Omdat het detailniveau van de geluidgegevens van het in de eerder beoordeling beschouwde turbinetype 2 niet voldoende is, is gerekend met een ander (luider) windturbinetype.63 In plaats van de SiemensGamesa SG170 is gerekend met Nordex N163/6.X windturbines. Er is daarbij uitgegaan van het maximale geluidniveau zonder eventuele mitigatie. Omdat de geluidbelastingen ter plaatse van het maatgevende toetspunt 46 en 48 dB Lden voor respectievelijk turbinetype 1 en 2 zijn zullen er voorzieningen dienen te worden getroffen om aan een normstelling van 45 dB Lden te voldoen. Het geluidniveau, zeker in de nachtperiode, zal derhalve lager zijn, waardoor er sprake is van een overschatting van het laagfrequente geluidniveau. De resultaten van de LFG-berekening zijn hieronder weergegeven in Figuur 4.7. Hoewel windturbinetype 1 zorgt voor lagere niveaus, is er in geen van de gevallen sprake van overschrijding van de Vercammen60
Rapport Peutz nr. R 548-3 d.d. 8 juli 1990, "Grenswaarden voor laagfrequent geluid in de woning" Onderzoek naar laagfrequent geluid ten gevolge van windturbines, F 22656-2-RA-001, 20-1-2023 62 Bij deze maargevende woning is de geluidbelasting het hoogst. 63 De Nordex N163, die eveneens een tiphoogte van 250 meter heeft, produceert meer geluid en genereert meer laagfrequent geluid (LFG) dan het in dit onderzoek gehanteerde referentieturbinetype 2, een turbine van Siemens. Om een worst-case scenario te hanteren voor de LFG-berekening, is daarom de Nordex N163 als uitgangspunt genomen. 61
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 61
curve. Deze voorbeeldberekening laat eenzelfde uitkomst zien als het onderzoek van Peutz ten behoeve van het planMER voor de windturbinebepalingen leefomgeving, namelijk dat de Vercammen-curce niet wordt overschreden. Figuur 4.7 Vercammen-curve en binnenniveaus tgv Nordex N163 en Vestas V136
Zelfs wanneer er geen geluidmitigatie wordt toegepast en bij een windturbinetype wat veel laagfrequent geluid produceert (N163) is er geen overschrijding van de Vercammen-curve. Hinder specifiek als gevolg van laagfrequent geluid wordt derhalve niet verwacht voor beide windturbinetypes voor alle opstellingen, dit effect is dan ook niet onderscheidend voor de zoekgebieden.
4.2.5
Slagschaduw
De draaiende rotorbladen van windturbines werpen een bewegende schaduw op hun omgeving. Deze zogenaamde slagschaduw kan onder bepaalde omstandigheden hinderlijk zijn doordat ze ervaren worden als ‘flikkering’. De mate van hinder is onder meer afhankelijk van de frequentie en de intensiteit van de ‘flikkering’. De afstand van de blootgestelde locatie tot de windturbine, de stand van de zon, de weersomstandigheden en het al dan niet draaien van de windturbine zijn daarbij bepalende factoren. Voor het inzichtelijk maken van de slagschaduweffecten is een technische berekening naar slagschaduw gedaan voor de voorbeeldopstellingen van paragraaf 3.2.3 (zie bijlage 2 voor de slagschaduwcontouren). Voor het slagschaduwonderzoek zijn alle gevoelige objecten binnen 12x rotordiameter afstand tot de windturbine opstelling geanalyseerd. Buiten deze afstand is er geen sprake van invloed. Dit is conform de conceptnormen. Met deze uitgangspunten zijn de slagschaduw contouren en eventuele opbrengstverliezen indien stilstandvoorziening nodig is, berekend. In de conceptnormen wordt 6 uur per jaar en 20 minuten per dag voorgesteld als norm. Er is berekend wat de benodigde stilstand is om tot maximaal 6 uur slagschaduw te komen te komen voor alle relevante gevoelige objecten in de omgeving.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 62
In dit onderzoek wordt voor het beoordelingscriterium slagschaduw beoordeeld hoeveel mitigatie per opstelling nodig is om de slagschaduw op gevoelige objecten tot 6 uur te reduceren (norm slagschaduw). Door deze mitigatie wordt hinder door slagschaduw voor gevoelige objecten voorkomen en voldaan aan de geldende normen. De stilstandsvoorziening heeft echter wel impact op de businesscase. Het beoordelingskader voor slagschaduw is opgenomen in Tabel 4.6. Tabel 4.6 Beoordelingskader slagschaduw
Beoordelingscriterium
Score
Er is weinig mitigatie nodig voor slagschaduw <1%.
0
Er is mitigatie nodig voor slagschaduw 1-2%.
0/-
Er is relatief veel mitigatie nodig voor slagschaduw >2%.
-
Effectbeoordeling In Tabel 4.7 is de gemiddelde jaarlijkse stilstand voor elk van de verschillende opstellingen opgenomen en de daarbijhorende score. Een kanttekening bij deze berekening is wel dat deze is gebaseerd op de voorbeeldopstellingen. Een windturbine minder plaatsen of op een andere plek kan tot een andere hoeveelheid slagschaduw leiden. De berekening laat in elk geval zien dat mitigatie nodig is om tot 6 uur slagschaduw te komen bij elke locatie. Het gaat om hooguit enkele procenten opbrengstderving. Tabel 4.7 Scoringstabel slagschaduw
Opstelling 1= 200 m tiphoogte 2= 250 m tiphoogte
Gemiddelde jaarlijkse stilstand [uu:mm]
Gemiddelde jaarlijkse stilstand [%]
Score
Zoekgebied 1 Havengebied
1
208:40
2.38%
-
2
362:38
4.14%
-
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
1
123:26
1.41%
0/-
2
192:38
2.20%
-
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
1
107:12
1.22%
0/-
155:46
1.78%
0/-
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
1
146:48
1.67%
0/-
234:29
2.67%
-
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
1
142:20
1,62%
0/-
2
137:19
1,57%
0/-
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
1
59:31
0,68%
0
2
115:05
1,31%
0/-
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
1
186:48
2,13%
-
2
243:36
2,78%
-
1
86:03
0,98%
0/-
Zoekgebied
2
2
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 63
Zoekgebied Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
4.2.6
Opstelling 1= 200 m tiphoogte 2= 250 m tiphoogte
Gemiddelde jaarlijkse stilstand [uu:mm]
Gemiddelde jaarlijkse stilstand [%]
2
139:31
1,59%
Score
0/-
Trillingen
Er zijn geen normen opgenomen ten aanzien van trillingen door windturbines in de wet. Op grond van ervaringen op land blijkt dat fundaties van windturbines, mits goed gedimensioneerd, geen hinderlijke trillingen doorgeven aan de ondergrond en de omgeving. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in een brief het volgende laten weten (2013)64: "de bewering in enkele literatuurbronnen dat ook overdracht door de grond plaats vindt is ongegrond, hetgeen blijkt uit nauwkeurige metingen van trillingsniveaus in de bodem rondom windturbines". Het Geo-Consultancy bureau Fugro heeft in het verleden bij een aantal windturbines verspreid over Nederland trillingsmetingen uitgevoerd met als doel het inzichtelijk maken van de optredende trillingsintensiteiten tijdens de regulier in bedrijf zijn van de windturbine. Over de bevindingen van destijds heeft Furgo in briefrapportage gerapporteerd. Fugro heeft metingen verricht bij de volgende locaties: •
Afrikahaven te Amsterdam. In oktober/november 2008 zijn metingen bij een drietal opgestelde 3 MW windturbines uitgevoerd;
•
Noordland (eiland Neeltje Jans/ Roompot). In januari/februari 2009 zijn metingen bij een tweetal 3 MW turbines uitgevoerd;
•
Eemshaven. In de periode januari - mei 2013 uitgebreide metingen (25 meetlocaties) bij een opgestelde 6 MW windturbine uitgevoerd.
Op basis van de resultaten van de hierboven beschreven metingen concludeert Fugro dat de invloed van trillingen bij het in gebruik zijn van de windturbines binnen een afstand van circa 15 tot 20 meter uit de windturbine nog enige invloed kan hebben, daarbuiten is deze invloed verwaarloosbaar.65 De effecten van trillingen door windturbines zijn minimaal en vormen geen onderscheidende factor tussen de verschillende zoekgebieden. Daarom wordt in dit onderzoek geen verdere analyse gedaan of score gegeven ten aanzein van trillingen.
4.3
Externe veiligheid en infrastructuur
Voor de ruimtelijke inpassing van windturbines speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel de kans erop klein is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Het effect van windturbines op de veiligheidssituatie van de omgeving is beoordeeld aan de hand van een aantal criteria, dat is afgeleid
64
Brief van Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33 612, nr. 22 Het gaat in deze context over hinderlijkheid en waarneembaarheid van de trillingen door mensen. Over het algemeen zijn trillingen pas schadelijk voor gebouwen en infrastructuur wanneer ze boven de waarneembaarheidsgrens zitten, dus ze zijn dan ook niet schadelijk. 65
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 64
uit wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders van infrastructurele werken. De criteria hebben betrekking op externe veiligheid en leveringszekerheid. Bij het maken van de voorbeeldopstellingen van paragraaf 3.2.3 is al rekening gehouden met de wettelijke toetsafstanden. Voor de afstanden van windturbines en windparken tot infrastructuur en overige externe veiligheidsrelevante objecten, is uitgegaan van de richtlijnen uit de Handreiking Risicozonering Windturbines (HRW66) en bijbehorende Handleiding Risicoberekening Windturbines.67 Daarnaast is het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving geraadpleegd met betrekking tot de veiligheidsafstanden die gelden voor (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. In Tabel 4.8 zijn per aspect de toetsingsafstanden weergegeven op basis van de gekozen turbineafmetingen. De afstanden betreffen generieke toetsingsafstanden. Buiten de genoemde afstand is er in principe geen sprake van een (aanvullend) veiligheidsrisico, binnen de afstand moet het risico nader worden onderzocht. De praktijk leert dat windturbines soms geplaatst kunnen worden op kortere afstand dan de toetsingsafstand van objecten op basis van nader (veiligheids)onderzoek, mitigerende maatregelen en overleg met de eigenaar of beheerder van het object of de infrastructuur.
Tevens dienen risicovolle installaties binnen de identificatieafstand (dit betreft de maximale effectafstand, de werpafstand bij overtoeren, geschat op basis van de eigenschappen worst-case windturbinetypes binnen de bandbreedte) onderzocht te worden, om te beoordelen of er al dan niet sprake kan zijn van domino-effecten. Voor installaties gelegen buiten tiphoogte-afstand geldt dat er in de regel geen problemen ontstaan, en is derhalve enkel een aandachtspunt en geen harde belemmering. In Figuur 4.8 en Figuur 4.9 is weergegeven welke ruimte binnen de zoekgebieden beschikbaar blijft voor de ontwikkeling van windenergie met de verschillende referentieturbines, rekening houdend met de toetsafstanden. Omdat met het bepalen van de posities reeds rekening is gehouden met (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties en relevante infrastructuur zijn er weinig knelpunten met betrekking tot het aspect externe veiligheid. Daarom wordt op het thema externe veiligheid geen score toegekend aan de opstellingen en zoekgebieden.
Tabel 4.8 Externe veiligheid toetsafstanden waarmee rekening is gehouden bij voorbeeld opstellingen
66 67
Infrastructuur
Minimale adviesafstand tot windturbines
Afstand in meters bij referentieturbine 1 (200 meter tiphoogte)
Afstand in meters bij referentieturbine 2 (250 meter tiphoogte)
Hoogspanningsleidingen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Buisleidingen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Risicovolle inrichtingen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Hoofdwegen
½ rotordiameter
68
85
Versie januari 2020. Versie oktober 2019. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 65
Infrastructuur
Minimale adviesafstand tot windturbines
Afstand in meters bij referentieturbine 1 (200 meter tiphoogte)
Afstand in meters bij referentieturbine 2 (250 meter tiphoogte)
Spoorwegen
½ rotordiameter + 7,85 meter
76
93
Vaarwegen
½ rotordiameter
68
85
Primaire waterkeringen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Plaatsgebonden risico (PR) = 1 x 10-6
200
250
(Zeer) kwetsbare gebouwen en locaties
PR = 1 x 10-6
200
250
Figuur 4.8 Externe veiligheid toetsafstanden gevisualiseerd bij referentieturbine 200 meter tiphoogte
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 66
Figuur 4.9 Externe veiligheid toetsafstanden gevisualiseerd bij referentieturbine 250 meter tiphoogte
Buiten de voornaamste infrastructuur waarmee rekening is gehouden bij het opstellen van de voorbeeldopstellingen, zijn er nog andere aandachtspunten op het gebied van externe veiligheid die bij verdere ontwikkeling nader onderzocht moeten worden. Deze aandachtspunten zijn opgenomen in Tabel 4.9 en geillustreerd in de figuren daaropvolgend. Het grootste aandachtspunt lijkt bij zoekgebied 1 te zijn: de niet-primaire waterkering. Om hier een windturbine te realiseren zal afstemming met het bevoegd gezag nodig zijn (waterschap Vallei en Veluwe), waarbij mogelijk trefkansen en overstromingskansen moeten worden berekend. In de overige gevallen betreft het minder stringente aandachtspunten zoals: een eventuele propaanopslagtank binnen de maximale effectafstand, maar buiten tiphoogte-afstand of rotoroverdraai over een fietspad. Echter zullen deze kleine aandachtspunten de realisatie van een of meerdere windturbines waarschijnlijk niet verhinderen.
Tabel 4.9 Aandachtspunten externe veiligheid bij verdere ontwikkeling
Zoekgebied
Aandachtspunten externe veiligheid bij verdere ontwikkeling
Zoekgebied 1 Havengebied
Nabij waterkering (niet primair), Varo Energy Tankstorage (Seveso-inrichting) binnen identificatieafstand
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 67
Zoekgebied
Aandachtspunten externe veiligheid bij verdere ontwikkeling
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
Fietspad (Bisschop Davidsgrift) langs Valleikanaal binnen rotoroverdraai68
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
Windturbines type 2 (250m tiphoogte) hebben rotoroverdraai met Slagsteeg en Nieuwe Steeg
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
-
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
Mogelijk 2 propaanopslagtanks binnen identificatieafstand (Marsdijk 3a en Blauwe kamer)
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
Fietspad (Bisschop Davidsgrift) langs Valleikanaal binnen rotoroverdraai
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
-
Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
-
Figuur 4.10 Aandachtspunten zoekgebied 1 (beide turbinetypes, hier type 2 weergegeven): waterkering en aanwezigheid Seveso-inrichting
68
Overdraai op een fietspad of weg kan als storend ervaren worden, omdat het echter gaat om passanten en het zich op enkele plekken voordoet is de hinder hiervan beperkt. In vervolgonderzoek kunnen de eventuele veiligheidsrisico’s hiervan nader onderzocht worden. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 68
Figuur 4.11 Aandachtspunten zoekgebied 2 (beide turbinetypes, hier type 2 weergegeven): overdraai over fietspaden (individueel passantenrisico, ijsval/ijsworp)
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 69
Figuur 4.12 Aandachtspunten zoekgebied 3 (enkel turbinetype 2): overdraai over lokale wegen (individueel passantenrisico, ijsval/worp)
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 70
Figuur 4.13 Aandachtspunten zoekgebied 5 (turbinetype 1) : mogelijke aanwezigheid propaantank binnen max. effectafstand
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 71
Figuur 4.14 Aandachtspunten zoekgebied 5 (turbinetype 2): mogelijke aanwezigheid propaantank binnen max. effectafstand
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 72
Figuur 4.15 Aandachtspunten zoekgebied 6 (beide turbinetypes, hier type 2 weergegeven) : overdraai over fietspaden (individueel passantenrisico, ijsval/ijsworp)
4.4
Ecologie
Windturbines kunnen invloed hebben op de ecologische waarden van natuurgebieden en op specifieke flora en fauna. De bescherming van deze waarden is geregeld via de Omgevingswet (voorheen de Wet natuurbescherming), waarin onderscheid wordt gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming richt zich op de bescherming van ecologisch waardevolle gebieden, zoals Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming heeft betrekking op het behoud van specifieke, vaak kwetsbare planten- en diersoorten. Voor dit onderzoek is door Antea een bureauonderzoek uitgevoerd, waarvan de rapportage is opgenomen in bijlage 5. Deze paragraaf geeft een samenvatting van de belangrijkste bevindingen. Het onderzoek brengt in kaart in hoeverre ecologisch waardevolle gebieden zich in of nabij de zoekgebieden bevinden, en in hoeverre effecten op de waarden van deze gebieden te verwachten zijn. Voor soortenbescherming is op basis van het bureauonderzoek bekeken welke soorten in het gebied voorkomen en is een inschatting gemaakt van de mogelijke negatieve effecten van windturbines op deze soorten.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 73
Om meer zekerheid te verkrijgen over de ecologische effecten zijn veldonderzoek en een ecologische beoordeling noodzakelijk. Deze kunnen in een vervolgonderzoek worden uitgevoerd, gericht op (een selectie van) de zoekgebieden.
Referentiesituatie Onderstaande figuur geeft de ligging van Natura 2000-gebieden en NNN- gebieden in en rondom de zoekgebieden weer. De referentiesituatie voor natuur is de huidige situatie waarin nog geen windturbines gerealiseerd zijn. Figuur 4.16 Ligging van zoekgebieden ten opzichte van aangewezen natuurgebieden
Beoordelingskader De zoekgebieden worden afzonderlijk beoordeeld op zowel gebiedsbescherming als soortenbescherming. Positieve effecten op de natuur zijn niet aan de orde. In het onderzoek van Antea is gebruikgemaakt van een stoplichtmethode. Deze methode sluit niet één-op-één aan op de scoringssystematiek die in dit onderzoek wordt gehanteerd. Het volgende wordt aangehouden hierin: • Groen: Er worden hooguit geringe effecten verwacht, waarvoor mitigerende maatregelen mogelijk zijn. Dit vertaalt zich naar een neutrale score (0).
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 74
•
Oranje: Grotere effecten kunnen niet worden uitgesloten en zijn mede afhankelijk van de
•
uitkomsten van aanvullend onderzoek. Dit leidt tot een negatieve score (-). Rood: Zeer grote effecten zijn niet uit te sluiten; plaatsing van windturbines wordt in deze gevallen nadrukkelijk ontraden. Dit resulteert in een zeer negatieve score (--).
De laagste score is bepalend voor de totaalscore van een zoekgebied op het aspect gebiedsbescherming dan wel soortenbescherming. Beoordelingscriterium
Score
Kleine effecten worden verwacht ten aanzien van gebieds- dan wel soortbescherming waar mitigerende maatregelen voor genomen kunnen worden.
0
Grotere negatieve effecten kunnen niet worden uitgesloten. Er is nader onderzoek nodig om de omvang en daarmee de ernst van de effecten te kunnen bepalen. Zeer grote effecten kunnen niet uitgesloten worden. Nader onderzoek wordt sterk aangeraden om de ernst van de effecten te bepalen en daarmee de mogelijkheden voor windenergie in het gebied. Plaatsing van windturbines op voorhand wordt ontraden.
4.4.1
--
Effectbeoordeling gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden Gezien de ligging van de zoekgebieden ten opzichte van Natura 2000-gebieden zijn mogelijk effecten aan de orde (zie ook Figuur 4.16). Effecten op Natura 2000 kunnen op verschillende manieren optreden. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen directe en indirecte effecten. Afhankelijk van de bron, betreffen dit tijdelijke of permanente effecten. In het natuuronderzoek wordt ingegaan op verschillende Natura 2000-gebieden in de omgeving en de aangewezen beschermde soorten binnen deze gebieden. Dit betekent dat deze soorten in het betreffende Natura 2000-gebied beschermd zijn. Per soort en gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. In Figuur 4.17 zijn de scores opgenomen voor de verschillende zoekgebieden waarmee een inschatting wordt gemaakt in de mogelijke impact op de Natura 2000-doelstellingen. In Tabel 4.10 zijn deze scores vertaald naar de systematiek die in dit onderzoek wordt gehanteerd. Zoekgebieden 1, 5, 7 en 8 liggen in Natura 2000-gebied waardoor voor deze gebieden de kans op negatieve effecten groter is.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 75
Figuur 4.17 Scoringstabel Natura 2000-gebieden door Antea
Tabel 4.10 Scoringstabel Natura-2000 gebieden
Zoekgebied Zoekgebied 1 Havengebied
Score --
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
-
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
-
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
-
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
--
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
-
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
--
Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
--
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 76
Natuurnetwerk Nederland gebieden (NNN-gebieden) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 nationale parken; •
gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd;
• •
landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de
Waddenzee; •
alle Natura 2000-gebieden.
Voor gebieden die zijn begrensd binnen het Natuurnetwerk Nederland, ecologische verbindingszones en gebieden met agrarisch natuurbeheer, geldt een beschermingsregime. Ingrepen in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op deze gebieden, of als negatieve effecten kunnen worden tegengegaan door het nemen van mitigerende maatregelen. Heeft een ingreep wel een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied dan moet de resterende schade door de initiatiefnemer worden gecompenseerd. Indien windturbines in NNN worden geplaatst, is sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Dit dient nader te worden beoordeeld wanneer de locaties van de windturbines zijn bepaald. Om een eerste beeld te geven per zoekgebied is in Figuur 4.18 – indicatief – een inschatting gegeven op de kans op negatieve effecten. In Tabel 4.11 zijn deze scores vertaald naar de systematiek die in dit onderzoek wordt gehanteerd. Zoekgebied 5, 7 en 8 maken volledig deel uit van NNN-gebied. Zoekgebied 1 en 6 maken grotendeels deel uit van NNN-gebied. Omdat voor zoekgebied 1 de enige mogelijke locatie voor windenergie gelegen is in NNN-gebied krijgt dit zoekgebied ook een zeer negatieve score op dit thema. Figuur 4.18 Scoringstabel NNN-gebieden door Antea
Tabel 4.11 Scoringstabel NNN-gebieden
Zoekgebied Zoekgebied 1 Havengebied
Score --
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
0
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
0
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
0
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
--
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
-
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
--
Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
-Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 77
Overig provinciaal beleid Zoekgebied 5 ligt deels binnen de begrenzing van ganzenrustgebied. Als gevolg van het planvoornemen kunnen er effecten optreden indien de windturbines binnen het ganzenrustgebied worden geplaatst. Deze effecten dienen dan nader beschouwd te worden. Voor de overige zoekgebieden zijn geen vervolgstappen aan de orde. De scores voor overig provinciaal beleid zijn opgenomen in Figuur 4.19. en Tabel 4.12. Figuur 4.19 Scoringstabel overig provinciaal beleid door Antea
Tabel 4.12 Scoringstabel overig provinciaal beleid
Zoekgebied Zoekgebied 1 Havengebied
Score 0
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
0
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
0
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
0
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
-
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
0
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
0
Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
0
4.4.2
Effectbeoordeling soortenbescherming
Bij de realisatie van het project windpark moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van beschermde soorten planten en dieren in het projectgebied. De wet kent een drietal relevante beschermingsregimes; beschermingsregime soorten vogelrichtlijn (paragraaf 11.2.2. Bal), beschermingsregime soorten habitatrichtlijn (paragraaf 11.2.3 Bal) en beschermingsregime andere soorten (paragraaf 11.2.4 Bal). Daarnaast zijn landelijk van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, zal moeten worden nagegaan of een vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen. Het onderzoek kijkt vooral naar vliegende soorten. Voor vogels en vleermuizen kunnen zowel tijdens de aanlegfase als de gebruiksfase effecten optreden. Vogels en vleermuizen kunnen aanvaringen hebben met de windturbines en er kan verlies en verstoring van leefgebied plaatsvinden (incluis barrièrewerking op vliegbewegingen tussen verschillende onderdelen van het leefgebied (verblijf- en rustplaatsen, foerageergebieden)). Voor overige soortgroepen, zoals zoogdieren, worden effecten voornamelijk verwacht in de aanlegfase.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 78
In Figuur 4.20 en Tabel 4.13 zijn de scores weergegeven voor de zoekgebieden met betrekking tot soortenbescherming. Het is in dit stadium echter lastig om de verschillende zoekgebieden eenduidig te beoordelen op dit thema. In de zoekgebieden komen verschillende beschermde soortgroepen voor. Voor zoekgebieden 7 en 8 geldt dat er voor minder soortgroepen een risico op negatieve effecten wordt verwacht. Tegelijkertijd kunnen de effecten op de soortgroepen waarvoor wél risico’s zijn, in deze zoekgebieden juist groter zijn dan in andere gebieden. Omdat er nog geen veldonderzoek is uitgevoerd, is het aantal en de aanwezigheid van soorten binnen deze soortgroepen nog onvoldoende in beeld. Daardoor is het op dit moment moeilijk om de impact van windturbines op deze soortgroepen nauwkeurig te beoordelen. Nader ecologisch onderzoek is noodzakelijk om de mogelijke effecten van windturbines op soortenbescherming binnen de zoekgebieden beter te kunnen inschatten. Figuur 4.20 Scoringstabel soortenbescherming door Antea
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 79
Tabel 4.13 Scoringstabel soortenbescherming
Zoekgebied Zoekgebied 1 Havengebied
Score -
Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
-
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
-
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
-
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
-
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
-
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
-
Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
-
4.5
Landschap
Voor het thema landschap is een landschapsonderzoek uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in bijlage 3. Deze paragraaf is te zien als samenvatting. In het lanschapsonderzoek zijn ook enkele visualisaties gemaakt van de voorbeeldopstellingen. De effectbeoordeling per zoekgebied is op meer gebaseerd dan alleen deze visualisaties. Per zoekgebied is met een kaartje aangegeven vanaf waar de fotopunten gemaakt zijn. In dit kaartje zijn ook de opstellingen indicatief opgenomen. De precieze locaties van de turbineposities zijn te vinden in paragraaf 3.2.3 van dit onderzoek en zijn ook opgenomen in slide 4 van het landschapsonderzoek. Landschap heeft betrekking op de onderlinge samenhang tussen de elementen in een bepaald gebied en op de samenhang tussen een gebied en het gebruik daarvan. Landschap heeft ook te maken met de leesbaarheid van die samenhang (het beeld). Landschap bestaat bij de gratie van waarneming en beleving door mensen én bij de gratie van verandering. Landschap is geen statisch begrip. In feite is verandering de enige constante factor binnen het planaspect landschap. De landschappelijke effectbeoordeling vindt plaats aan de hand van de methodiek waarbij de waarnemer centraal wordt gesteld en waarbij beoordelingscriteria, schaalniveaus en standpunten worden gehanteerd.
Beoordelingskader De effectbeoordeling op het planaspect landschap betreft een kwalitatieve beoordeling die op een deskundigenoordeel is gebaseerd. Het is geen kwantitatieve beoordeling. Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van fotovisualisaties die door het programma Windplanner zijn gegenereerd. Verder wordt nadrukkelijk gesteld dat het hier gaat om een beoordeling op hoofdlijnen (niet om een volledig landschapsonderzoek, zoals passend bij en milieueffectrapportage).69 De twee opstellingen van de 8 zoekgebieden zijn elk beoordeeld op onderstaande 5 landschappelijke thema’s.
69
Bij een milieueffectrapportage worden doorgaans meer visualisaties gemaakt, wordt uitgebreider onderzoek gedaan naar cumulatieve effecten tussen gebieden en vindt mogelijk ook een beoordeling plaats van landschappelijke alternatieven en opstellingsvormen. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 80
•
Aansluiting op landschappelijke structuur (kwaliteit van de opstelling)
Naarmate een windturbineopstelling waarneembaar beter aansluit bij de bestaande landschappelijke structuur wordt dit positiever beoordeeld dan wanneer een opstelling daar minder goed bij aansluit. Deze structuur is in hoofdstuk 3 van bijlage 3 per zoekgebied beschreven en bestaat uit een beschrijving van de huidige (ruimte-)maat, schaal en inrichting, de voorkomende verkavelingsrichtingen op hoofdlijnen, de ruimtebegrenzingen en de in en om het gebied voorkomende infrastructurele lijnen. •
Herkenbaarheid van de opstelling (kwaliteit van de opstelling)
Is een opstelling herkenbaar als zelfstandige én samenhangende opstelling, dan is de beoordeling neutraal tot positief. Naarmate een opstelling minder als zelfstandige, samenhangende opstelling herkenbaar is, is de beoordeling negatiever. •
Interferentie (impact op landschap)
Interferentie met andere hoge landschapselementen betreft het ‘lijken over te lopen’ van de opstelling in die andere elementen. Ook intern kan er (vooral in onregelmatige opstellingen) tussen de turbines onderlinginterferentie optreden. Vuistregel bij dit criterium is dat grotere interferentie negatiever wordt beoordeeld dan kleinere. Is er geen sprake van interferentie dan is de beoordeling neutraal. •
Invloed op de openheid (impact op landschap)
Het criterium (invloed op de) openheid heeft betrekking op de ’vulling’ van het beeld dat de waarnemer heeft. De regel wordt hierbij aangehouden dat naarmate een opstelling het beeld minder vult en daarmee de openheid of weidsheid minder aantast, deze opstelling minder negatief wordt gewaardeerd dan een opstelling die het beeld meer vult. Vooral het aantal turbines is hierbij van belang. Voor dit criterium geldt dat op zeer grote afstand (5 km en meer) het effect over het algemeen gering is, met name omdat windturbines op deze afstand en in deze landschappelijke context (zie de referentiesituaties) enkel bij helder weer goed zichtbaar zijn en de verticaliteit van de turbines op die afstand gering is. Op kleinere afstanden is de negatieve invloed op de openheid in het algemeen groter. De afstand tot de waarnemer is dan klein, waardoor turbines groter ogen en het beeld van de waarnemer als het ware meer vullen. •
Zichtbaarheid (en verlichting) (impact op landschap)
Het criterium zichtbaarheid heeft betrekking op de mate waarin een opstelling van windturbines voor een willekeurige waarnemer zichtbaar is. Hier wordt de regel gehanteerd dat hoe meer waarnemers de opstelling kunnen zien, hoe negatiever de beoordeling is. Dit effect kan op verschillende afstanden zeer verschillend zijn. Als een opstelling zichtbaar is vanaf een bepaald standpunt waarvandaan relatief veel waarnemingen plaatsvinden scoort die negatiever dan wanneer er minder waarnemingen vanaf dat standpunt plaatsvinden. Voor de zichtbaarheid bij nacht, geldt dat hoge turbines voorzien dienen te worden van obstakelverlichting of van een naderings-detectiesysteem70, dat de verlichting aanzet als er vliegverkeer nadert. Afhankelijk van de situatie en de toe te passen turbine-types dient deze overdag of ’s avonds en ’s nachts gevoerd te worden. Geen verlichting scoort neutraal, het toepassen van verlichting scoort negatiever. De hier beoordeelde turbines zijn dusdanig hoog dat zij ‘s nachts ofwel verlichting zullen voeren of dat zij voorzien moeten zijn van een naderings-detectiesysteem.
70
Dit systeem is geen vereiste voor windparken en voor kleinere windparken momenteel te kostbaar. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 81
Deze beoordeling op deze thema’s kan variëren van zeer negatief (--), negatief (-), neutraal (0), positief (+) tot zeer positief (++). Aansluiting op de landschappelijke structuur en herkenbaarheid van de opstelling kunnen van (zeer) positief, tot (zeer) negatief scoren, de andere drie criteria alleen neutraal tot (zeer) negatief. Neutraal betekent een niet of nauwelijks waarneembare verandering ten opzichte van de referentiesituatie. Sommige effecten kunnen tegengesteld aan elkaar zijn. Daar waar verschillen klein zijn of nuancering op zijn plaats is kunnen ook tussenwaarden worden gebruikt zoals licht negatief (0/-). De bovenstaande beoordelingscriteria kunnen worden onderverdeeld in criteria die betrekking hebben op de kwaliteit van de opstelling (aansluiting op de landschappelijke structuur en herkenbaarheid van de opstelling) en criteria die de effecten op bestaande landschappelijke waarden beschrijven (interferentie, openheid en zichtbaarheid). De beoordeling is gebaseerd op expert judgement, aangezien er geen eenduidige methode is om de scores te duiden. Figuur 4.21 Beoordelingskader landschap
Beoordelingscriterium
Score
Kwaliteit van de opstelling •
Aansluiting op de landschappelijke structuur
•
Herkenbaarheid opstelling
Impact op landschap •
Interferentie
•
Openheid
•
Zichtbaarheid
Wordt bepaald op basis van expert judgement
Referentiesituatie De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie. In deze situatie worden geen windturbines gerealiseerd en is er dus geen sprake van een impact op het landschap door windturbines. De zoekgebieden liggen in verschillende landschappen. Er zijn wel een aantal clusters aan te wijzen. De landschappen waarbinnen deze clusters van zoekgebieden liggen die dienen als referentiesituatie worden hieronder beschreven. Rivierenlandschap (zoekgebied 1 en 5) In de Gelderse Streekgids Betuwe en Tielerwaard vallen de zoekgebieden 1 en 5 binnen deelgebied Neder-Rijn en Lek. De volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden daarin onderscheiden: • •
Weidse rivier, grootse openheid, panorama’s; Slingerend kleinschalig dijklint;
•
Afwisselende brede en smalle uiterwaarden;
•
Relicten van oude rivierlopen, afwisselend natuurlijke en agrarische delen;
• •
Landschappelijke bakens in de vorm van oude steenfabrieken en het waterfrontvan Wageningen; Historische forten, schootsvelden en inundatievelden van de Grebbelinie en zichten vanaf de dijk(-en) en de stuwwallen.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 82
De rivier de Neder-Rijn vormt de belangrijkste landschappelijke drager binnen dit deel van het Wageningse grondgebied. Samen met de uiterwaarden aan weerszijden en opgesloten tussen kronkelige winterdijken betreft het hier een open gebied, afgewisseld met groene ‘eilanden’ (ooibossen-en – bosschages) en landschappelijke bakens (oude steenfabrieken met hun bijgebouwen), zonder een eenduidige verkaveling(-richting). Her en der liggen oude rivierarmen en klei-winputten. Zoekgebied 1: Een drietal hoogspanningslijnen kruisen zoekgebied 1 en de Neder-Rijn. De havenarm van Wageningen vormt de verbinding tussen de rivier en het industriegebied ten westen van de oude binnenstad, die zich met zijn groen-omrande gracht tegen de dijk aan vlijt. Naar het zuiden toe ontvouwt zich de openheid van de Betuwe. Het havengebied vormt een dissonant in een verder gaaf landschap. Zeokgebied 5: Natuurgebied Blauwe Kamer beslaat een groot deel van dit gebied. Het is een ruig en nat gebied, afwisselend open en weer besloten, met grote grazers. Oude kleiputten liggen rond de oude steenfabriek. Onder de dichtbeboste Grebbeberg ligt een nog gave reeks bastions van de Grebbelinie. En aan de zuidzijde van de rivier ligt de grotendeels ontgraven Maneswaard.
Gelderse Vallei/ Binnenveld (zoekgebied 2, 3 en 6) In de Gelderse Streekgids Gelderse Vallei vallen de zoekgebieden 2, 3 en 6 (en 4) binnen deelgebied Veluweflank Zuidwest. Ook het Gebiedskatern Gelderse Vallei (onderdeel van de Kwaliteitsgids Utrechtse landschappen) doet uitspraken over deze gebieden. De volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden onderscheiden in en rond zoekgebied 2, 3 en 6: • Binnenveld als grootschalig veenlandschap, zeer waardevol open gebied tussen Veluwe en Utrechtse Heuvelrug, stille oase; •
Grift en Grebbelinie vormen een samenhangende linie met inundatievelden, vrije schootsvelden
•
en verdedigingswerken; Weidevogelgebied van natte hooilanden en veenmoerassen;
•
Contrast-en gradiëntrijke overgang van hoge dichte stuwwal naar laag open veengebied, herkenbare valleivorm;
• •
Afwezigheid van doorgaande wegen en verstedelijking; Uniek panorama van twee stuwwallen die bijna bij elkaar komen met daartussen open gebied.
Zoekgebied 2, 3 en 6 zijn een onderdeel van een veel groter aaneengesloten landschap; Het natuurlijke lage en juist binnen het Rhenense en Wageningse grondgebied lege en natte Binnenveld, als meest oorspronkelijke en gave onderdeel van de veel grotere Gelderse Vallei. Het gebied is opgedeeld in smalle min of meer oost-west gerichte kavels die haaks op de autoluwe ‘stegen’ liggen, die op hun beurt in de lengterichting van de Vallei liggen. De verstedelijking is in dit gebied beperkt tot een tweetal doorgaande hoogspanningslijnen en enkele erven van boerderijen langs de randen. De Grift (het Valleikanaal) vormt de belangrijkste landschappelijke drager van dit weidse gebied en fungeert tegenwoordig vooral als recreatieroute, met slechts hier en daar enkele voorzieningen (uitkijkpunt, picknickplek). Het verscholen karakter (een ‘onzichtbare’ verdedigingslinie) is nog altijd behouden; Pas als je er vlakbij bent zie je de Grift liggen. Het centrale gebied ademt stilte, leegte en natuurlijkheid uit, meer langs de oost-en westrand verandert het karakter in dat van een meer agrarisch hooi-en graslandgebied.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 83
Overgang Kampenlandschap (zoekgebied 4) Zoekgebied 4 valt in de Gelderse Streekgids Gelderse Vallei binnen deelgebied Veluweflank Zuidwest. Met name de volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden onderscheiden in en rond zoekgebied 4: •
Kleinschalig landschap op de overgang van stuwwal naar veengebied, restanten van paraboolduinen (langgerekte dekzandruggen in de Gelderse Vallei);
• •
(Restanten van) landgoederen, zoals Nergenaen Huis Harslo; Met lanen beplante en vrij kronkelige wegen op de ruggen;
•
Haakse stegen vanaf de ruggen, ontginningsbases van nabij gelegen natte heide, broek-en veengebieden;
•
Kwetsbaar voor verrommeling(onder meer door verspreid-liggende kleinschalige pluimveehouderijen).
Zoekgebied 4 ligt op de overgang van het Binnenveld naar de westelijke stuwwalflank van het Veluwemassief. Het gebied is opgedeeld in vrij vierkante kavels, met aan de noordkant een meer mozaïekachtige verkaveling rondom de Kraatsen aan de westzijde de strokenverkaveling van het Binnenveld. Ook hier lopen enkele noord-zuidgerichte autoluwe ‘stegen’. Zoekgebied 4 is vrij leeg, met name aan de zuidkant is even buiten het gebied de verstedelijking opgerukt (Wageningen Noordwest en de campus van de Wageningen Universiteit (WUR). Het gebied is in agrarisch gebruik en dient ook als onderzoeksgebied (proefvelden van de WUR). Veluwe (zoekgebied 7 en 8) In de Gelderse Streekgids Veluwe vallen de zoekgebieden 7 en 8 binnen deelgebied Veluwezoom. De volgende landschappelijke kernkwaliteiten worden daarin onderscheiden: •
Steile gradiëntrijke flank van de stuwwal;
• •
Achterland van bossen (en heidevelden en -ontginningen); Verspreidliggendelandgoederen, buitenplaatsen en bijzondere plekken (Oranje Nassau’sOord, Oostereng, Nol in ‘t Bosch);
•
Wageningse Eng en RenkumseBeekdal als waardevolle open gebieden, kwalitatieve
•
stadsrandzonelangs Wageningse Eng; Panorama’s vanaf de stuwwallen, o.a. bij Belmonte.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 84
Effectbeoordeling De effectbeoordeling van de verschillende opstellingen op landschap is in bijlage 3 opgenomen. In Tabel 4.14 is een samenvatting van de scores weergeven. Tabel 4.14 Scoringtabel landschap
Zoekgebied
Kwaliteit van de opstelling
Impact op het landschap
Aansluiting op Herkenbaarlandschappe- heid van de lijke structuur opstelling
Interferentie
Invloed op de openheid
Ref. 1
Zichtbaarheid
Ref. 2
Ref. 1
Ref. 2
Ref. 1
Ref. 2
Ref. 1
Ref. 2 Ref. 1
Ref. 2
Zoekgebied 1 0 Havengebied
0
+
+
-
-
0/-
-
-
--
Zoekgebied 2 Binnenveld -Zuid
--
-/--
-/--
--
--
--
--
--
--
Zoekgebied 3 Binnenveld 0/+ Noord
0/+
+
+
-/--
--
--
--
--
--
Zoekgebied 4 Bennekomse 0 Veld
0
0/+
0/+
0/-
0/-
0/-
-
-
-/--
Zoekgebied 5 -Uiterwaarden
-
--
0
--
0/-
--
-/--
--
--
Zoekgebied 6 Kern + Binnenveld
+
++
+
-/--
--
--
--
--
--
Zoekgebied 7 Wageningse 0/+ Berg
0/+
+
++
-
0/-
-
0/-
--
--
Zoekgebied 8 Wageningse 0 Bos Noord
-
+
0/+
-
0/-
-
0/-
-
-
4.6
Cultuurhistorie en archeologie
4.6.1
Cultuurhistorie
Bij de realisatie van windenergie is het belangrijk om de cultuurhistorische waarde van verschillende objecten zoveel mogelijk te behouden. Hierbij speelt niet alleen de fysieke bescherming van cultuurhistorische gebouwen een rol, maar ook het zicht op en vanuit deze gebouwen kan van belang zijn. In dit onderzoek is voor het aspect cultuurhistorie gekeken naar de aanwezigheid van UNESCO Werelderfgoed, rijksmonumenten en rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten in en rondom de onderzoeksgebieden. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) adviseert een afstand van 1.800 meter aan te houden tussen windturbines en een beschermd dorpsgezicht, om het contrast tussen de windturbines en het beschermde dorpsgezicht te verminderen. Dit advies is echter geen bindende norm en vormt daarom geen harde beperking voor de realisatie van windenergie. In of nabij de zoekgebieden bevinden zich geen beschermde dorpsgezichten. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 85
Bij de beoordeling van de onderzoeksgebieden is kwalitiatief gekeken in hoeverre met het initiatief aansluiting gevonden wordt bij, of juist afbreuk gedaan wordt aan de vastgelegde cultuurhistorische kenmerken en waarden. De zichtbaarheid van windturbines alleen geldt in dit onderzoek voor deze kenmerken en waarden niet als een negatief effect. In dit onderzoek zijn nog geen gebieden met cultuurlandschappelijke waarden geïnventariseerd. Dit is een stap die in vervolgonderzoek nog kan worden gedaan, net als een verdere analyse naar de daadwerkelijke negatieve effecten die de windturbines hebben op de Rijksmonumenten. Er wordt voor dit thema gekeken naar de zoekgebieden in zijn totaliteit en niet naar de voorbeeldopstellingen. Tabel 4.15 Beoordelingskader cultuurhistorie Beoordelingscriterium
Score
Geen of neutraal effect op cultuurhistorie. Geen bijzondere cultuurhistorische waarden aanwezig of geen significant negatief effect
0
Potentieel negatief effect op cultuurhistorie. Onderzoeksgebied doet afbreuk aan de cultuurhistorische waarden binnen een beschermd gebied vanwege (visuele) verstoring, doorsnijding of aanwezigheid van een monument. Of het onderzoeksgebied heeft een negatief effect op cultuurhistorische kenmerken en waarden buiten de bijzonder beschermde gebieden
-
Sterk potentieel negatief effect op cultuurhistorie. Onderzoeksgebied ligt binnen/op de begrenzing van beschermd gebied of doet sterk afbreuk aan de cultuurhistorische waarden op grond waarvan dit gebied als te beschermen is aangemerkt vanwege (visuele) verstoring, doorsnijding of vernietiging
--
Referentiesituatie Onderstaande figuren (zie Figuur 4.22 en Figuur 4.23) geven de aanwezigheid van Rijksmonumenten, rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten en rijksmonumenten terreien (onder meer UNESCO werelderfgoed) in en rondom de zoekgebieden weer.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 86
Figuur 4.22 Rijksmonumenten en rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten in en rondom de zoekgebieden
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 87
Figuur 4.23 Uitsnede Rijksmonumenten en rijksbeschermde dorps- en stadsgezichten in en rondom de zoekgebieden
Effectbeoordeling De gemeenten Wageningen en Rhenen kennen een aantal cultuurhistorische waarden. Voor rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten geldt een geadviseerde afstandscontour van 1.800 meter. In de zoekgebieden bevindt zich geen rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Aan de westzijde van het de gemeentegrens met Rhenen ligt een rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. De afstand vanuit de kern van het dichtstbijzijnde zoekgebied, zoekgebied 6, bedraagt circa 9.7 kilometer tot het beschermde stadsen dorpsgezicht. De afstand tot de overige meest westelijke zoekgebieden, zoekgebieden 2 en 5, en dorps-gezicht is ongeveer 11 km. Er worden geen negatieve effecten verwacht op rijksbeschermde stadsen doprsgezichten. Voor wat betreft de zoekgebieden die in dit onderzoek worden onderzocht, hebben alleen zoekgebied 1 en 5 raakvlakken met deze Rijksmonumenten. In zowel zoekgebied 1 als zoekgebied 5 liggen twee Rijksmonumentale gebouwen. Voor zoekgebied 5 gaat het om een Rijksmonumentaal terrein, een onderdeel van de Grebbelinie, en een aantal monumentale gebouwen die hier verband mee houden (bastions, open verdedigingswerken en een onderdeel van een voormalig Kazemat). De schaal van deze monumenten en het zicht op de Nederijn vanaf deze locatie kan negatief worden beïnvloed wanneer een windturbine in de omgeving wordt geplaatst.
Dit zoekgebied wordt daarom negatief (-) beoordeeld op cultuurhistorie.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 88
Bij zoekgebied 1 gaat het om buiten gebruik gestelde steenfabriek de Plassewaard waarvan inmiddels een wooncomplex is gemaakt. Het andere Rijksmonument betreft een woonhuis genaamd de Rijnschans. Gezien de minimale afstand die tot deze woningen gehouden moet worden in verband met de afstandsnorm, aangevuld met het feit dat deze monumenten geen externe bescherming hebben die windturbines in de nabijheid niet mogelijk maken, wordt ervan uitgegaan dat er door de bouw van windturbines op minimaal twee keer tiphoogte afstand geen effecten ontstaan voor deze cultuurhistorische waarden. Buiten het zoekgebied ligt nog een tweede oude steenfabriek genaamd de Bovenste Polder, ook de afstand hiertoe is voldoende om ook hier geen effect te hebben op deze cultuurhistorische waarde. Zoekgebied 2 grenst aan de zuidwestzijde aan enkele gebouwen en een terrein dat als Rijksmoment is aangewezen, onder meer het Instituut voor Plantenveredeling. Deze liggen echter niet in het zoekgebied. Tabel 4.16 Scoringstabel cultuurhistorie
Zoekgebied
Effectbeoordeling cultuurhistorie
Score
Twee Rijksmonumenten in zoekgebied waar vanuit de wetgeving ten aanzien van woningen voldoende afstand tot wordt gehouden. Er worden geen effecten verwacht op deze cultuurhistorische waarden.
0
Zoekgebied 1 Havengebied Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid
Geen beschermd gebied en/of Rijksmonumenten dichtbij.
0
Zoekgebied 3 Binnenveld Noord
Geen beschermd gebied en/of Rijksmonumenten dichtbij.
0
Zoekgebied 4 Bennekomse Veld
Geen beschermd gebied en/of Rijksmonumenten dichtbij.
0
Zoekgebied 5 Uiterwaarden
In de nabijheid van een Rijksmonumentaal terrein en twee Rijksmonumentale gebouwen. Er worden negatieve effecten verwacht.
Zoekgebied 6 Kern Binnenveld
Geen beschermd gebied en/of Rijksmonumenten dichtbij.
0
Zoekgebied 7 Wageningse Berg
Geen beschermd gebied en/of Rijksmonumenten dichtbij.
0
Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord
Geen beschermd gebied en/of Rijksmonumenten dichtbij.
0
4.6.2
Archeologie
Bij archeologie gaat het om de aanwezigheid van fysieke sporen in of op de bodem die informatie verschaffen over vroegere menselijke samenlevingen. Eventuele gevolgen voor archeologie zijn gerelateerd aan grondroerende werkzaamheden (omvang en diepte van graafwerkzaamheden). Voor de windturbines gaat het om de plaatsing van het fundament en de aanleg van de benodigde infrastructuur (kabels, opstelplaatsen en wegen). De beoordeling van de effecten wordt gedaan op basis van de archeologische verwachting van de locaties volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) en de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De onderzoeksgebieden zijn beoordeeld op de kans op het vinden van archeoloigsche sporen op de locatie. In de uitvoeringsfase kan doorgaans goed rekening worden gehouden met eventuele archeologische waarden. Dit kan bijvoorbeeld door aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren of Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 89
door de positie van een windturbine met enkele tientallen meters te verplaatsen, zodat eventuele unieke archeologische waarden niet worden aangetast. Er is dan ook alleen sprake van een zeer negatieve beoordeling (--) bij archeologie indien er sprake is van hoge verwachtingswaarden en er overlap is met archeoloigshce monumenten. Tabel 4.17 Beoordelingskader archeologie
Beoordelingscriterium
Score
Lage tot gemiddelde verwachtingswaarden voor archeologische vondsten
0
Gemiddelde tot hoge verwachtingswaarden voor archeologische vondsten
-
Hoge verwachtingswaarden voor archeologische vondsten en/of er overlap is met archeoloigshce monumenten
--
Referentiesituatie De IKAW geeft aan in welke gebieden de kans op archeologisch waardevolle resten in de bodem hoog (rood), middelhoog (oranje), laag (geel) of zeer laag (wit) is in de gemeenten (zie Figuur 4.24). De AMK geeft de locaties aan van archeologische monumenten (terreinen)(zie Figuur 4.24). Voor terreinen die als archeologisch monument zijn aangeduid, geldt geen instandhoudingsplicht, maar wel specifieke regels bij wijzigingen of aanpassingen. Zo is voor het verstoren van een archeologisch rijksmonument (ook onder water) altijd een monumentenvergunning vereist, bijvoorbeeld bij bouwplannen. Figuur 4.24 Archeologische verwachtingswaarden
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 90
Effectbeoordeling Zoals weergegeven in Figuur 4.24 komen er verschillende archeologische verwachtingswaarden voor in de onderzoeksgebieden. In de zoekgebieden 1, 3, 4, 5 en 6 geldt voornamelijk een lage trefkans (geel) op archeologische waarden. De kans op het vinden van archeologische waarden in deze gebieden is klein, deze zoekgebieden worden daarom neutraal (0) beoordeeld. In zoekgebied 2 varieert de trefkans van laag tot hoog (rood). Er is een minimale overlap met archeologische monumenten, het zoekgebied krijgt daarom een negatieve score (-). Zoekgebieden 7 en 8 hebben voor het merendeel een hoge verwachtingswaarde. Zoekgebied 7 kruist daarnaast met verschillende archeologische monumenten en wordt daarom zeer negatief (- -) beoordeeld. Zoekgebied 8 krijgt een negatieve beoordeling (-). Tabel 4.18 Scoringstabel archeologie
Zoekgebied
Effectbeoordeling archeologie