Bijlage 1 Nader windonderzoek Wageningen-Rhenen (Pondera 7 april 2025)
Tekst van het document
Daarnaast heeft de provincie in november het Gelders Actieplan Geluid voor de periode 2024–2028 vastgesteld. 23 Dit actieplan richt zich met name op het verbeteren van de leefomgeving door geluidshinder van provinciale wegen en andere bronnen te verminderen. Voor stiltegebieden geldt echter dat er geen aanvullend beleid is om het geluidsniveau verder terug te dringen.
2.4
Provincie Utrecht
2.4.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht Het beleid van de provincie Utrecht voor de opwekking van duurzame energie is vastgelegd in de provinciale omgevingsvisie (2021) en de provinciale omgevingsverordening.24 Om de opgave van de provincie – in 2040 energieneutraal – mogelijk te maken, wordt in de omgevingsvisie en -verordening in verhouding tot het voorgaande beleid meer ruimte gegeven voor duurzame energieopwekking. In de omgevingsvisie constateert de provincie dat duurzame energie een nieuwe grote ruimtevrager is. De provincie vindt het belangrijk dat er ruimte is voor de realisatie van de duurzame energiebronnen. In de omgevingsvisie geeft de provincie aan waar duurzame energieprojecten vanuit ruimtelijk perspectief mogelijk zijn in de provincie Utrecht. Bij inpassing van duurzame energie in de omgeving wil de provincie zorgvuldig te werk gaan en rekening houden met de Utrechtse kwaliteiten. Er kunnen compenserende maatregelen nodig zijn om aantasting te beperken. De provincie realiseert zich dat gezocht moet worden naar een nieuw evenwicht tussen grootschalige opwek van duurzame energie en aanwezige kwaliteiten en functies. Bij de inpassing van grootschalige hernieuwbare energieopwekking wenst de provincie aansluiting bij belangrijke structuren in het landschap, en bij voorkeur ook bij snel- en waterwegen. Daarnaast geeft de provincie de voorkeur aan
23
https://www.gelderland.nl/nieuws/het-gelders-actieplan-geluid-is-vastgesteld-voor-2024-tot-2028 https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/202210/Omgevingsvisie%20provincie%20Utrecht%20PS%2010%20maart%202021_INTERACTIEF.pdf 24
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 25
concentratie van duurzame bronnen. Hiermee wordt spreiding voorkomen en wordt de energie infrastructuur optimaal benut. De provincie accepteert dat vanwege de omvang van de opgave haar voorkeuren niet overal gevolgd kunnen worden. In de omgevingsvisie en -verordening is opgenomen dat de voorkeur uitgaat naar een combinatie van meerdere windturbines met een vermogen van 3 MW of meer. Deze bepaling geldt alleen voor landelijk gebied met uitzondering van Natura 2000-gebieden en ganzenrustgebieden.
2.4.2
Omgevingsverordening provincie Utrecht
In de Omgevingsverordening Utrecht (maart 2024) zijn instructieregels opgenomen voor windenergielocaties (artikel 5.4) en voor windturbines in stiltegebieden (artikel 9.28)(zie paragraaf 2.4.6).25 Daarnaast is in de omgevingsverordening opgenomen dat Natura 2000-gebieden en ganzenrustgebieden een beschermde status hebben. Het is niet mogelijk om in deze gebieden windturbines te plaatsen. Daarnaast wordt ook gekeken of ‘ingrepen’ (bijvoorbeeld het plaatsen van windturbines) buiten het Natura 2000-gebied negatieve effecten kunnen hebben op beschermde soorten in het Natura 2000-gebied. Er zijn geen (instructie)regels opgenomen ten aanzien van het ontwikkelen van windenergie in Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. Wel heeft de provincie in een plan-MER aangegeven dat er (strenge) voorwaarden gelden, omdat het doel is om in deze gebieden specifieke natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en/of recreatieve waarden te behouden en te versterken.26 Artikel 5.4 instructieregel windenergielocatie 1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Windenergie (mogelijke locaties voor windenergie aangewezen door verordening)27 kan regels bevatten die de realisatie van windturbines met een vermogen van 3 MW of meer toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a.
de windturbines worden in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines opgesteld; en b.
er wordt voorzien in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit.
2.
Wanneer een omgevingsplan windturbines met een vermogen van minder dan 3 MW toestaat, wordt onderbouwd waarom windturbines met een vermogen van 3 MW of meer niet mogelijk zijn.
3.
Wanneer een omgevingsplan een solitaire windturbine toestaat, wordt onderbouwd waarom meerdere windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst van die solitaire windturbine
4.
opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving. De motivering van een omgevingsplan bevat: a.
een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan;
b. c.
een beeldkwaliteitsparagraaf; en een beschrijving van hoe de omwonenden en andere stakeholders in de planvorming zijn betrokken.
25
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR704250 https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/202309/Veelgestelde%20vragen%20over%20windenergie%20en%20het%20planMER.pdf 27 Gemeente Rhenen heeft onderzoeksgebieden voor windenergie 26
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 26
Energievisie provincie Utrecht 2024-205028
2.4.3
De energievisie van de provincie Utrecht (2024) schetst de ontwikkeling van het energiesysteem in de provincie tot 2050, met tussendoelen voor 2030 en 2040. De provincie streeft ernaar om in 2040 een klimaat neutrale energievoorziening te realiseren en in 2050 een volledig klimaat neutrale provincie te zijn. De visie geeft een verwachting van de drie belangrijkste bronnen voor energieopwekking tot 2050: wind, zon en de gascentrale die in het Provinciaal Energiehoofdstuk (PEH) is vastgesteld. Voor de periode tot 2030 wordt op basis van de drie Regionale Energiestrategieën (RES’en) een grootschalige energieopwekking van 2,4 TWh verwacht, gerealiseerd met energie uit wind en zon. Hoewel er nog geen concrete doelstelling is voor de periode na 2030, streeft de provincie naar een verdubbeling van windenergie op land, gebaseerd op de voorspellingen van het Nationaal Programma Energiestrategie (NPE). Voor windenergie betekent dit volgens modelberekeningen een opwekvermogen van 1,66 TWh aan windturbines in 2050 in de provincie Utrecht. Aanvullend onderzoek zal inzicht geven in geschikte locaties voor duurzame energieopwekking en hoe de ruimtelijke impact hiervan gecombineerd kan worden met andere opgaven. De uitkomsten van dit onderzoek zullen uiteindelijk worden verwerkt in de provinciale omgevingsvisie.
2.4.4
Plan-MER Utrecht
Voor de gemeente Rhenen, gelegen in de provincie Utrecht, is het plan-MER dat de provincie Utrecht in 2023 heeft laten uitvoeren naar aanleiding van de afspraken in RES 1.0, van belang.29 Dit onderzoek is uitgevoerd omdat de verhouding tussen plannen voor zonne-energie en windenergie niet in balans was. Bij het bepalen van de gebieden die onderzocht zouden worden, is vooral gekeken of er geen wettelijke belemmeringen waren voor windenergie. Denk dan aan landelijke en aan provinciale regelgeving. Gebieden waar windturbines hoogstwaarschijnlijk of zeker niet kunnen worden geplaatst, zoals bijvoorbeeld Natura 2000- en ganzenrustgebieden, zijn niet onderzocht. Gebieden, waar windenergie alleen onder strenge voorwaarden soms mogelijk is, zijn alleen meegenomen in het onderzoek als ze door die gemeente zijn aangedragen voor het onderzoek. Denk hierbij aan Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden en weidevogelkerngebieden.30 In dit plan-MER zijn de mogelijke milieueffecten van windenergie voor 99 onderzoeksgebieden verspreid over de hele provincie onderzocht. In januari 2024 zijn 27 van deze gebieden aangemerkt als meest kansrijk voor windenergie en deze gebieden zijn in het plan-MER verder onderzocht. De resultaten van het plan-MER hebben een belangrijke rol gespeeld bij het bepalen van de meest kansrijke gebieden voor windenergie. Andere meegewogen factoren zijn: •
Het advies van het burgerforum en de inwonersraadpleging;
28
https://stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/1-Energievisie-Provincie-Utrecht-2024-2050.pdf https://storymaps.arcgis.com/collections/a2f9c3b49080442fa80282e208da8fc6?item=3 30 In het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en weidevogelkerngebieden is de ontwikkeling van windenergie niet helemaal uitgesloten. Er gelden wel (strenge) voorwaarden, omdat het doel is om in deze gebieden specifieke natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en/of recreatieve waarden te houden en te versterken. Inpassing van windenergie in dergelijke gebieden is complex en maar heel beperkt mogelijk. 29
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 27
•
De haalbaarheid van aansluiting op het elektriciteitsnet31;
•
De mogelijkheden voor lokaal eigendom.
Voor de gemeente Rhenen is een kansrijk gebied (gebied 99) aangewezen, dat deels overlapt met een van de vier zoekgebieden die in de eerder uitgevoerde haalbaarheidsscan (zie paragraaf 2.7) zijn vastgesteld. Figuur 2.5 zoekgebied 99 uit plan-MER provincie Utrecht inzake windenergie32
2.4.5
Beleid windenergie Utrecht
De provincie Utrecht heeft doormiddel van een plan-MER kansrijke gebieden in kaart gebracht voor windenergie. Deze bevindingen zijn verder uitgewerkt in het document “Onderbouwing lijst meest kansrijke gebieden windenergie provincie Utrecht” (vastgesteld op 11-01-2024).33 Van de 99 onderzochte gebieden in het plan-MER heeft de provincie aan enkele gebieden een voorkeur gegeven , namelijk de volgende: •
Gemeente Woerden: Reijerscop (24)
•
Gemeente Vijfheerenlanden: Zijderveld (57) en Tienhovenseweg (59)
•
Gemeente Amersfoort: Amersfoortse deel langs de A28 (84), Vlasakkers (81) en Poort van Amersfoort (89)
•
Gemeente Soest: Soester deel langs de A28 (84) en Vlasakkers (81)
•
Gemeente Lopik: De Copen (23)
•
Gemeente Rhenen: Nude (99)
•
Gemeente Montfoort: Mastwijk/Linschoten (24)
Gebied (99) “Nude” ligt in de gemeente Rhenen en is daarmee van belang voor onderhavig onderzoek.
31
Er worden door Stedin mogelijkheden gezien voor het aansluiten van zoekgebied 99 in 2030. https://storymaps.arcgis.com/collections/a2f9c3b49080442fa80282e208da8fc6?item=13 33 1-Onderbouwing-lijst-meest-kansrijke-gebieden-windenergie-PUv2.pdf 32
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 28
In september 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten (GS) met de vaststelling van de Tussenbalans II aangegeven dat, indien de plannen in de Utrechtse Foodvalley-gemeenten verder geconcretiseerd worden, het niet nodig zou zijn een projectbesluit te nemen voor de meest kansrijke gebieden voor windenergie in de regio. Op 14 januari 2025 heeft het college van GS twee gebieden in de RES-regio U16 geselecteerd waarin projectbesluiten worden vervolgd. Omdat voorliggend onderzoek gepland stond in de gemeenten Rhenen heeft Gedeputeerde Staten op 14 januari 2025 besloten nog geen projectbesluit te vervolgen in Rhenen.34 In de komende periode zullen de gemeente en provincie verder onderzoeken hoe het RES-bod van de regio Foodvalley kan worden gerealiseerd, waarbij een projectbesluit een optie blijft. Na 15 mei 2025 wordt beoordeeld of aanvullende projectbesluiten in Rhenen alsnog nodig zijn. Indien dit het geval is, is de provincie voornemens hierover uiterlijk op 15 juli 2025 een besluit te nemen.
2.4.6
Beleid inzake stiltegebieden
In de Omgevingsverordening35 van de provincie Utrecht zijn regels met betrekking tot stiltegebieden opgenomen in afdeling 9.4. Er worden verschillende instructieregels, aanwijzingen en regels over activiteiten in een stiltegebied toegelicht. In artikel 9.26 staan de doelstellingen voor het geluidniveau in het stiltegebied. Het 24-uursgemiddelde geluidsniveau in de stille kern van het stiltegebied bedraagt ten hoogste 40 dB(A). In de bufferzone rondom de stille kern van het stiltegebied is de voorkeur een geluidsniveau van 40 dB(A) tot ten hoogste 45 dB(A). Artikel 9.28 is gericht op specifiek het plaatsen van windturbines binnen een stiltegebied. Artikel 9.28 Instructieregel windturbines in stiltegebied
1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stiltegebied kan regels bevatten die de realisatie van windturbines toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a. de windturbines zijn regionaal afgestemd; b.
de windturbines worden in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines opgesteld;
c.
de windturbines worden zodanig opgesteld dat de effecten op het Stiltegebied zo beperkt mogelijk zijn;
d.
er wordt voor wat betreft de effecten op het stiltegebied zoveel mogelijk aangesloten op de doelstelling voor het geluidniveau in stiltegebieden, bedoeld in Artikel 9.26; en
e.
er wordt voorzien in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit.
2. De motivering van een omgevingsplan bevat: a. b.
een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; en een onderbouwing waaruit blijkt dat de locatie binnen Stiltegebied het meest geschikt is voor windturbines.
De provincie Utrecht heeft ook een Actieplan Omgevingslawaai. Het is primair gericht op geluidbelasting van provinciale wegen. Echter zijn er ook regels opgenomen voor stiltegebieden. Dit Actieplan wordt elke
34 35
https://stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/Brief-RES-regio-Foodvalley-20250114.pdf https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR704250 Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 29
vijf jaar herzien. Momenteel (januari 2025) is er een ontwerp Actieplan geluid 2024-202936 vastgesteld. In dit ontwerp zijn de regels uit de Omgevingsverordening opgenomen en is de geluidbelasting van provinciaal wegverkeer op stiltegebieden getoetst. In 2025 zal er een uitgebreide toetsing plaatsvinden waarin er meer geluid belastende bronnen worden meegenomen. Hierna kan ervoor worden gekozen om het beleid aan te scherpen. In de provincie Utrecht is de realisatie van windturbines in stiltegebieden niet uitgesloten; wel is afstemming op regionaal niveau een vereiste. Hoe de provincie hiermee omgaat en tegen de situatie rond het stiltegebied bij Rhenen aankijkt, kan in onderling overleg verder worden besproken om hier een beter beeld van te krijgen.
2.5
Gemeente Wageningen
2.5.1
Visie buitengebied: Het land van Wageningen, Wageningen in het land 2020
In het beleidsstuk van 13 juli 2020 geeft de gemeente Wageningen aan dat zij substantieel meer grond willen inzetten voor zonne-energie dan voor windenergie.37 Tegelijkertijd wordt onderzocht of enkele windturbines haalbaar zijn, aangezien het wenselijk is om windenergie op te nemen in de energiemix. In de visie worden vijf mogelijke onderzoeksgebieden voor windenergie geïdentificeerd (zie ook paragraaf 2.5.2). De gemeente benadrukt dat geen enkele locatie voor windenergie vooraf wordt uitgesloten. De visie noemt het doel om vóór 2030 twee windturbines van elk 3 MW of één windturbine van 5,6 MW te realiseren. De gemeente hanteert daarbij de volgende harde randvoorwaarden: •
Financiële participatie: Er wordt gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap door inwoners en bedrijven in Wageningen.
•
Bijdrage aan het landschapsfonds: Windenergieprojecten moeten jaarlijks een percentage van de omzet bijdragen aan het landschapsfonds.
•
Bescherming van vogels en vleermuizen: Afhankelijk van de locatie moeten de windturbines optimaal worden uitgerust met technieken ter bescherming van vogels en vleermuizen.
In de Visie Buitengebied van Wageningen wordt met een kaart (zie Figuur 2.6) globaal geïllustreerd waar windenergie mogelijk gerealiseerd kan worden. Deze kaart dient als een eerste indicatie voor potentiële locaties.
36 37
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2024-19148.html Visie buitengebied: Het land van Wageningen, Wageningen in het land Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 30
Figuur 2.6 Globale analyse van mogelijke ruimte voor windenergie uit buitengebied visie. De gebieden buiten de rode contouren lenen zich mogelijk voor de realisatie van windenergie.38
2.5.2
Wageningse Windvisie 2022
De gemeente Wageningen heeft beleid vastgesteld voor de opwekking van duurzame windenergie, bekend als de Wageningse Windvisie (vastgesteld op 5 mei 2022).39 Dit beleid richt zich op de voorwaarden waaronder windenergie binnen de gemeentegrenzen gerealiseerd kan worden. Gezien de beperkte ruimte in Wageningen, streeft de gemeente naar de plaatsing van één tot twee grotere windturbines tegen 2030. De gemeente stelt niet op voorhand randvoorwaarden aan de hoogtes van de turbines. In de Wageningse Windvisie worden de vijf oorspronkelijke onderzoeksgebieden benoemd, overgenomen uit de Visie Buitengebied (zie paragraaf 2.5.1). De volgende voorkeursvolgorde wordt gehanteerd: 1. Bennekomse Veld 2. Rondom de haven 3. Nude/Binnenveld Zuid 4. Kern Binnenveld 5. Wageningse Berg/bos Naar aanleiding van de publicatie van de RES 1.0 zijn de oorspronkelijke onderzoeksgebieden heroverwogen bij het opstellen van de windvisie. Uit deze herbeoordeling is gebleken dat de gebieden Kern Binnenveld en Wageningse Berg/bos (plaatsen 4 en 5) niet aansluiten bij de strategische voorkeuren zoals vastgesteld in de RES 1.0. Met name Wageningse Berg/bos is tot minstens 2030 uitgesloten 38 39
Visie buitengebied: Het land van Wageningen, Wageningen in het land Wageningse Windvisie | Lokale wet- en regelgeving Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 31
vanwege de bescherming van Natura 2000-gebieden en lopend onderzoek naar de wespendief. Hierdoor richt de gemeente Wageningen zich momenteel op drie overgebleven gebieden (nummer 1 tot 3), die eveneens in de RES 1.0 als zoekgebieden zijn opgenomen (zie paragraaf 2.2).
Voorwaarden voor windenergie in de Wageningse Windvisie Naast de selectie van geschikte locaties stelt de gemeente specifieke voorwaarden aan windenergieprojecten: •
Lokaal eigendom:
Minstens 50% van de windturbine moet in handen zijn van lokale belanghebbenden, met een streven naar 100% lokaal eigenaarschap. Initiatiefnemers van buiten Wageningen worden niet uitgesloten, maar mogen maximaal 50% eigendom bezitten. Bij de verkoop van aandelen krijgen omwonenden en belanghebbenden binnen een straal van 5 kilometer voorrang. •
•
Beperking overlast voor omwonenden: •
Minimale afstand van 400 meter tot woningen.
•
Stilstandsvoorzieningen om overschrijding van slagschaduwnormen te voorkomen.
•
Compensatie bij overschrijding van slagschaduw- of geluidsnormen.
Bescherming van de natuur:
Bij voorkeur worden windturbines niet geplaatst: •
Op belangrijke trekroutes of dagelijkse routes van vogels en vleermuizen tussen slaapen foerageergebieden;
•
Direct langs bosranden en bomenlanen (waar vleermuizen vaak jagen);
•
In natuurgebieden, specifieke broedgebieden, weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden.
•
Aanpassingen aan windturbines, zoals wiekenmarkeringen, geluidssignalen voor vleermuizen en stilstand op basis van trekvoorspellingen, zijn verplicht om botsingen met vogels en vleermuizen te voorkomen.
•
Bijdrage aan een landschaps- en gebiedsfonds:
Een deel van het rendement van windturbines vloeit terug naar het in oprichting zijnde landschapsfonds. Dit fonds richt zich op de aanleg, het beheer en onderhoud van natuur-, landschaps- en recreatieve elementen. Daarnaast wordt een afdracht gedaan aan een gebiedsfonds, dat wordt ingezet voor lokale projecten in de wijk. Met deze beleidsmaatregelen streeft de gemeente Wageningen naar een duurzame en maatschappelijk verantwoorde ontwikkeling van windenergie.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 32
2.5.3
Routekaart Wageningen Klimaatneutraal 2030-2040
Dit document beschrijft de ambities en speerpunten van het klimaatbeleid van Wageningen, met als doel om via diverse tussendoelen in 2030 en 2040 tegen 2050 volledig klimaatneutraal te zijn. 40 Wageningen streeft ernaar om in 2040 al 90% van de klimaatneutraliteit te behalen. De ontwikkeling van windenergie wordt gezien als een belangrijke bijdrage aan het realiseren van deze doelstelling. Volgens de plannen produceert Wageningen in 2040 lokaal 1.847 TJ aan duurzame energie, waarbij ten minste 51% lokaal eigenaarschap is gewaarborgd. Conform de RES 1.0 zijn er voor 2030 één tot twee windturbines voorzien. Voor 2040 streeft de gemeente naar minstens drie grote, efficiënte windturbines op Wagenings grondgebied.
2.6
Gemeente Rhenen
De gemeente Rhenen heeft op dit moment geen beleid voor de realisatie van windenergie binnen haar grenzen. Wel is in gemeentelijk beleid vastgelegd dat bij onder meer windprojecten minimaal 51% van het eigendom in lokale handen moet zijn.41 In het coalitieakkoord geeft de gemeente aan terughoudend te zijn met het plaatsen van grote windturbines.42 Eind 2024 heeft de gemeente Rhenen de provincie laten weten dat een meerderheid van de gemeenteraad tegen grote windturbines is. Hoewel er nog geen concreet beleid is voor windenergie, heeft de gemeente Rhenen aangegeven open te staan voor samenwerking aan onderzoek naar de mogelijkheden voor windenergie in het Binnenveld. Dit gebied, dat is aangewezen in de RES 1.0 van de regio Foodvalley, bevindt zich deels in Rhenen en deels in Wageningen. De resultaten van dit onderzoek kunnen mogelijk bijdragen aan de ontwikkeling van toekomstig beleid rondom windenergie in de gemeente. De resultaten van dit onderzoek worden voorgelegd aan de Rhenense raad. Ook zullen de resultaten met beide provincies worden besproken. Tegelijkertijd blijft de gemeente zich inspannen om de doelen uit RES 1.0 te realiseren. Momenteel (februari 2024) ligt er een vergunning voor een zonnepark ter inzage waarmee de gemeente, samen met een groot aantal systemen op dak (groot en klein) op koers ligt om het RES doel van de gemeente te halen.
2.6.1
Routekaart Energietransitie Rhenen
De Routekaart Energietransitie is in februari 2020 door de gemeenteraad van Rhenen vastgesteld. 43 Uit deze Routekaart blijkt dat grootschalige opwekking van duurzame energie noodzakelijk is, naast het maximaal benutten van daken voor zonne-energie. Om zonnevelden onder voorwaarden mogelijk te maken, is in maart 2021 een beleidskader door de gemeenteraad vastgesteld. Hoewel dit beleidskader de aanleg van zonnepanelen op land onder strikte voorwaarden toestaat, ligt de focus van de gemeente Rhenen nog steeds op het maximaal benutten van grote bedrijfsdaken voor zonne-energie. In 2021 startte 40
De-Routekaart-Wageningen-Klimaatneutraal-2030-40.pdf https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR673731 42 https://www.rhenen.nl/fileadmin/gemeente_rhenen/Bestuur/Coalitieakkoord_voor_website.pdf 43 https://rhenen.raadsinformatie.nl/document/8170494/1/Bijlage_1_Routekaart_Energietransitie_%281_2%29?connectio n_type=1&connection_id=5136471 41
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 33
de gemeente gesprekken met inwoners en bedrijven over de mogelijkheden voor zonne- en windenergie op verschillende locaties. In de Routekaart zijn scenario’s geschetst om de ambitie van een energieneutrale gemeente in 2040 te realiseren. Voor 2030 is een scenario opgenomen waarin wordt uitgegaan van 73.040 zonnepanelen op daken en 7 hectare zonneveld. Voor 2040 wordt een scenario geschetst met 253.000 zonnepanelen op daken, 61 hectare zonneveld en één windturbine. Dit is één van de mogelijke scenario’s. Door het plaatsen van meer windturbines is minder oppervlak zonneveld nodig om de ambitie te realiseren. Hierbij wordt benadrukt dat nieuwe inzichten en de bijdrage van Rhenen aan de RES van de Regio Foodvalley verwerkt zullen worden in een geactualiseerde versie van de Routekaart. In de Routekaart is tevens opgenomen dat keuzes over de energietransitie samen met burgers en bedrijven gemaakt moeten worden. Ook wordt een communicatieplan opgesteld om de energietransitie continu onder de aandacht te brengen en om inwoners te betrekken bij het vinden van de beste oplossingen.
2.7
Eerder onderzoek: haalbaarheidsscan 2023
In 2023 heeft Pondera Consult, in opdracht van de gemeenten Wageningen en Rhenen, onderzoek uitgevoerd naar de technische mogelijkheden voor windenergie in de zoekgebieden uit de RES 1.0 binnen deze gemeenten (zie Figuur 2.7).44 Deze zoekgebieden komen overeen met de drie globale zoekgebieden die in de RES 1.0 van de regio Foodvalley en Wageningse Windvisie 2022 zijn aangewezen (zie paragraaf 2.2 en 2.5.2). In de haalbaarheidsscan uit 2023 is het Binnenveld opgesplitst in twee aparte zoekgebieden (nummer 2 en 3). Dit is gedaan omdat het Binnenveld een groot gebied betreft en er in twee -niet aaneengesloten- delen van het Binnenveld mogelijkheden voor windenenergie worden gezien met onderling verschillende aandachtspunten
44
Haalbaarheidsscan windenergie gemeente Wageningen en Rhenen is reeks in het bezit van de gemeenten. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 34
Figuur 2.7 zoekgebieden windenergie in haalbaarheidsanalyse
Voor het inzichtelijk maken van de ruimtelijke (on)mogelijkheden van het plaatsen van windturbines zijn de afmetingen van de windturbines een belangrijke factor.45 Figuur 2.8 toont de resultaten van de haalbaarheidsanalyse voor windturbines met een tiphoogte van 250 meter binnen de vier aangewezen zoekgebieden van de gemeenten. De analyse houdt rekening met de (nog in ontwerp zijnde)wettelijke afstandsnormen tot woningen (gevoelige objecten)46 en infrastructuur, zoals buisleidingen, hoogspanningsnetwerken, wegen en waterkeringen. Gebieden die op grond van wettelijke afstandsnormen niet geschikt zijn voor windturbines worden in de figuur met rood weergegeven. Daarnaast worden gebieden aangeduid in oranje die, hoewel niet wettelijk uitgesloten, niet kansrijk worden geacht voor de ontwikkeling voor windenergie. Het kan hierbij gaan om Natura 2000- of Gelders Natuurnetwerk-gebieden. Het kaartje maakt inzichtelijk welke ‘ontwikkelruimte’ er overblijft voor het realiseren van windenergie bij een referentieturbine van 250 meter.
45
In de ruimtelijke analyse is gewerkt met twee typen referentieturbines, met een tiphoogte van respectievelijk 200 meter en 250 meter. 46 In dit onderzoek is rekeningen gehouden met 500 meter afstand tot gevoelige objecten (woningen, scholen en ziekenhuizen) Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 35
Figuur 2.8 resultaten haalbaarheidsanalyse referentieturbine 250 meter
2.8
Beleid in ontwikkeling
Momenteel zijn er diverse beleidsstukken in ontwikkeling binnen de provincie, RES-regio, en de gemeenten Wageningen en Rhenen. Hoewel de uitkomsten hiervan op het moment van schrijven nog niet concreet zijn, hebben deze documenten raakvlakken met de mogelijke ontwikkeling van windenergie. Het betreft de volgende beleidsstukken die nog in voorbereiding zijn: •
Plan-MER Gelderland (verwacht tweede kwartaal 2025);
•
Provinciale energievisie (opvolging van de resultaten uit het plan-MER);
•
Doorontwikkeling RES Foodvalley;
•
pMIEK 2.0 (Programma Multifunctionele Infrastructuur Energie en Klimaat);
•
Programma Landelijk Gebied (Wageningen);
•
Randzonevisie (Wageningen);
•
Visie Bebouwde Kom (Wageningen);
•
Nieuwe Routekaart Duurzaamheid (Rhenen);
•
Programma Landelijk gebied (Rhenen);
•
Randzonevisie (Rhenen);
•
Gebiedsontwikkeling Binnenveld (Rhenen);
•
Lokaal Uitvoeringsprogramma Netcongestie (Rhenen).
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 36
De ontwikkeling van deze beleidsstukken kan in de toekomst impact hebben op de kaders en mogelijkheden voor windenergie in de betrokken gemeenten.
2.9
Overzichtstabel beleid
In dit hoofdstuk is het relevante beleid uiteengezet omtrent windenergie. Onderstaande tabel vat de belangrijkste uitgangspunten samen die relevant zijn bij de ontwikkeling van windenergie. Tabel 2.1 Samenvatting van belangrijkste uitgangspunten uit beleidskader
Wageningen (provincie Gelderland)
Rhenen (provincie Utrecht)
Niet uitgesloten. Met uitzondering van het Veluwegebied waar momenteel een tijdelijke beleidslijn geldt die de realisatie van windturbines in dit gebied verbiedt.
Niet toegestaan.
GNN/NNN gebied
Niet uitgesloten, wel compensatie vereist, onder meer dat de oppervlakte aan natuur die verloren gaat voor 200 procent wordt gecompenseerd.
Niet uitgesloten, wel (strenge) voorwaarden, omdat het doel is om in deze gebieden specifieke natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en/of recreatieve waarden te houden en te versterken. Inpassing van windenergie in dergelijke gebieden is complex en maar heel beperkt mogelijk.
Stiltegebieden
Niet uitgesloten. Provinciale afstemming is vereist.
Niet uitgesloten. Provinciale afstemming is vereist.
Natura-2000
Solitaire turbines
47
Niet toegestaan in aangewezen open gebieden zoals het Binnenveld en het Bennekomse Veld (zie ook figuur in paragraaf 2.4.1).47
Wanneer een omgevingsplan een solitaire windturbine toestaat, wordt onderbouwd waarom meerdere windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst van die solitaire windturbine opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving.
Dit heeft betrekking op zoekgebied 2, 3, 4 en 6 (zie paragraaf 3.2.1 voor een verduideliking van de zoekgebieden). Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 37
3. Uitgangspunten windonderzoek In het vorige hoofdstuk is het beleidskader voor windenergie en de eerdere onderzoeken die gedaan zijn naar windenergie binnen de gemeenten toegelicht. In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten beschreven die zijn gebruikt bij het beoordelen van de milieueffecten in dit onderzoek. In paragraaf 3.1 wordt naast een definitie van een windturbine ingegaan op de onderdelen die bij een windturbine of windpark horen. Dit is van belang voor het begrijpen van de effecten die kunnen optreden. Ook wordt ingegaan op de uitgangspunten voor wat betreft de afmetingen van windturbines in dit onderzoek, aangezien deze afmetingen veelal de effecten bepalen. Paragraaf 3.2 gaat in op de locaties die we gaan onderzoeken in dit windonderzoek. Paragraaf 3.3 gaat in op de referentiesituatie van dit onderzoek. Paragraaf 3.4 vat tot slot de belangrijkste uitgangspunten samen die zijn gehanteerd bij het opstellen van de voorbeeldopstellingen in dit onderzoek.
3.1
Definitie windturbine en referentieturbines
3.1.1
Windturbines en infrastructuur
In dit document wordt verstaan onder een windturbine: een mast, verankerd in de bodem, met daarbovenop een gondel met daaraan een drietal wieken die door middel van wind ronddraaien waardoor elektriciteit wordt opgewekt. Tot windturbines (of wanneer er meer dan twee worden gerealiseerd: het windpark) en de infrastructuur van de windturbines behoren onder andere (geen uitputtende opsomming): •
windturbines met fundering;
•
toegangswegen tot de windturbines;
• •
opstelplaats voor een kraan per windturbine voor de bouw en onderhoud; Inkoopstation ten behoeve van het leveren van de elektriciteit aan het openbare net;
•
bekabeling (inclusief kunstwerken bij kruising van watergangen en wegen) van turbines naar schakelstation en van het schakelstation naar de hoogspanningsnetaansluiting.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 38
Figuur 3.1 Turbine-aanduidingen
3.1.2
Referentieturbines
Voor het inzichtelijk maken van de (on)mogelijkheden voor windenergie zijn de windturbine-afmetingen van belang. Voor infrastructuurnetwerken zoals wegen en buisleidingen kan de grootte van de gekozen windturbine een grote invloed uitoefenen op de beschikbare ruimte in het gebied. Er zijn voor dit onderzoek daarom twee referentieturbines gekozen waarvan de afmetingen zijn gebruikt in de ruimtelijke analyses. De hoeveelheid opgewekte energie door een windturbine neemt exponentieel toe met de toename van de hoogte en de oppervlakte van de rotor. Op grotere hoogte neemt de windsnelheid namelijk toe zodat een hoge windturbine meer wind vangt en meer energie kan opwekken. Een grotere rotordiameter betekent meer oppervlakte en daarmee dat meer wind ‘gevangen’ wordt en dus meer energie wordt ‘geoogst’. De gemeenten Wageningen en Rhenen liggen in het binnenland van Nederland waar de windsnelheden lager zijn dan aan de kust. Om toch genoeg energie op te wekken is het daarom van belang dat de windturbines een grote rotor hebben en een hoge ashoogte (en daarmee een hogere tiphoogte). De ondersteuningsregeling voor duurzame energie (SDE++) van de Nederlandse overheid stimuleert het toepassen van windturbines die zoveel mogelijk energie uit de beschikbare wind halen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat turbines worden toegepast die passend zijn voor de locatie.
Met andere woorden, wordt een te kleine turbine toegepast, dan zal de subsidie niet toereikend zijn om met de geproduceerde elektriciteit de aanleg- en exploitatiekosten te dekken en zullen geen projecten gerealiseerd worden. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 39
In overleg met de gemeenten zijn voor dit onderzoek twee referentieturbines geselecteerd (zie Tabel 3.1). Referentieturbine 1 is gebaseerd op de huidige gangbare turbine-afmetingen, terwijl referentieturbine 2, met grotere afmetingen, is gekozen om een toekomstbestendig variant in de analyse mee te nemen. Tabel 3.1 Gehanteerde referentieturbines Referentieturbine48
Ashoogte
Rotordiameter
Tiphoogte
1
132 meter
136 meter
200 meter
2
165 meter
170 meter
250 meter
3.2
Locatiealternatieven
3.2.1
Zoekgebieden
In overleg met de gemeenten is besloten om in dit onderzoek verder te kijken dan de zoekgebieden die naar voren kwamen uit de eerder uitgevoerde haalbaarheidsscan (paragraaf 2.7) en de RES 1.0 (paragraaf 2.2). In de eerdere onderzoeken werden gebieden binnen Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk (GNN) niet als kansrijk beschouwd, waardoor deze niet als zoekgebied naar voren kwamen. De gemeente Wageningen wil een volledig beeld krijgen van de impact van windenergie op de omgeving op alle locaties waar windenergie niet wettelijk is uitgesloten. Daarmee wil de gemeente inzicht krijgen in de (on)mogelijkheden voor windenergie in deze gebieden. Dit geldt ook voor Natura 2000gebieden en gebieden binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Voor GNN-gebieden geldt dat de voorkeur is om in andere gebieden te ontwikkelen en dat compensatie vereist is indien wel in GNN gebied ontwikkeld wordt. Voor Natura 2000-gebieden is binnen Gelderland alleen voor de Veluwe een tijdelijke verbodsbepaling van kracht als beleidslijn. Alle Natura-2000 gebieden in de gemeente waar windenergie mogelijk is, worden daarom onderzocht. De gemeente Rhenen wil dat dit onderzoek alle mogelijk wettelijk toegestane zoekgebieden voor windenergie in kaart brengt die gelegen zijn in het grensgebied met de gemeente Wageningen.
De eerste stap in dit windonderzoek was het uitvoeren van een analyse op basis van deze uitgangspunten om de te onderzoeken zoekgebieden vast te stellen. Hierbij is gekeken naar de beschikbare ruimte voor windenergie, rekening houdend met de wettelijke beperkingen ten aanzien van de leefomgeving (zoals afstand tot woningen, scholen en zorginstellingen) en externe veiligheidsnormen. Dit heeft geleid tot de identificatie van acht zoekgebieden (zie Figuur 3.2). De provincie Utrecht staat de realisatie van windturbines in Natura 2000-gebieden niet toe (in tegenstelling tot Gelderland). Zoekgebied 5, dat deels in Utrecht en deels in Gelderland ligt, valt binnen een Natura 2000-gebied. Omdat de plaatsing van windturbines in dit gebied wél is toegestaan in Gelderland, is ervoor gekozen de mogelijkheden voor het gehele gebied in kaart te brengen. Hierbij wordt opgemerkt dat de realisatie van windturbines in het Utrechtse deel zeer complex zal zijn.
48
In het onderzoek zijn de volgende turbine doorgerekend: Vestas V136 (op 132 meter ashoogte)(200 meter tiphoogte) en Siemens SG170 (op 165 meter ashoogte)(250 meter tiphoogte). Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 40
De zoekgebieden 1 tot en met 4 komen overeen met de zoekgebieden uit de eerdere haalbaarheidsscan, de Wageningse Windvisie en de RES 1.0 (zie hoofdstuk 2). De zoekgebieden 5 tot en met 8 zijn ‘nieuw’ en bevinden zich in Natura 2000- of GNN-gebieden, waardoor deze in eerdere onderzoeken niet zijn meegenomen. De zoekgebieden worden in dit onderzoek als volgt aangeduid: 1.
Havengebied
2. 3.
Binnenveld Zuid Binnenveld Noord
4.
Bennekomse Veld
5.
Uiterwaarden
6. 7.
Kern Binnenveld Wageningse Berg
8.
Wageningse Bos Noord
Figuur 3.2 Acht zoekgebieden windonderzoek
3.2.2
Molenaarswoningen
In dit windonderzoek is geen rekening gehouden met de ruimte die vrijkomt voor windenergie wanneer gebruik wordt gemaakt van molenaarswoningen. Dit is niet meegenomen, omdat medewerking van de bewoner/eigenaar vereist is, en dit is op voorhand niet bekend. Het is echter goed om te weten dat er mogelijk meer ruimte ontstaat voor de plaatsing van windturbines, indien enkele woningen als molenaarswoning fungeren voor de windturbines. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 41
Molenaarswoningen Molenaarswoningen zijn woningen die, in tegenstelling tot andere gevoelige objecten, onderdeel uitmaken van een windenergieproject en daarmee bij de ‘inrichting’ van het windpark horen. Dit betekent dat ze, net als een boerderij waar de boer zelf woont, geen naleving van de standaard normen voor geluid en slagschaduw vereisen. Echter, er dient altijd voldaan te worden aan een goede ruimtelijke ordening, wat inhoudt dat de windturbine niet onaanvaardbaar dicht bij een molenaarswoning mag worden geplaatst. Dit biedt echter wel mogelijkheden om extra ruimte te creëren voor windenergie.
3.2.3
Onderzochte windturbine opstellingen
Om de effecten van windenergie in dit onderzoek nader te kunnen beoordelen, zijn verschillende opstellingen gekozen binnen de zoekgebieden. Deze opstellingen zijn bepaald op basis van een analyse van de harde beperkingen binnen de zoekgebieden. Met harde beperkingen worden de minimale afstanden bedoeld die in acht moeten worden genomen tot gevoelige objecten (zoals woningen, scholen en zorginstellingen)49 en infrastructuur (zoals wegen, buisleidingen en hoogspanningsleidingen) (zie ook paragraaf 4.2.1 en 4.3). Met de overgebleven ruimte na toepassing van deze beperkingen zijn mogelijke opstellingen geanalyseerd. Hierbij is het uitgangspunt geweest dat opstellingen met een zo hoog mogelijk technisch haalbaar aantal windturbines onderzocht worden.50 Dit is gedaan om op voorhand nadelige effecten niet te kunnen onderschatten. Dit proces heeft geleid tot zestien opstellingen: per zoekgebied zijn er twee opstellingen ontwikkeld, één voor elk van de twee referentieturbinetypen (zie Figuur 3.3 en Figuur 3.4). Deze opstellingen zijn gebruikt voor het ecologisch onderzoek, landschapsonderzoek, geluidsonderzoek, slagschaduwonderzoek en de opbrengstberekeningen. Voor sommige milieueffecten is een specifieke opstelling niet noodzakelijk voor de beoordeling. In die gevallen worden de milieueffecten op zoekgebiedsniveau beoordeeld.
In zoekgebied 4 is enkel voldoende plaats voor een solitaire windturbine. Op basis van het provinciale beleid (zie paragraaf 2.3.1) is dit in beginsel niet toegestaan op deze locatie. Wel biedt dit zoekgebied mogelijkheden voor aansluiting op andere zoekgebieden. Omdat het nog onduidelijk is hoe en waar in de
49
Voor deze objecten is de afstandsnorm van tweemaal de tiphoogte als uitgangspunt genomen (zie paragraaf 4 en 4.1). In het ontwerpbesluit is vastgelegd dat het bevoegd gezag gemotiveerd van deze norm kan afwijken. Dit kan in specifieke gevallen enige extra ruimte bieden voor de ontwikkeling van windenergie, mits het bevoegd gezag hier bij een concreet project toe besluit. Het is echter nog onduidelijk in hoeverre deze afwijkingsmogelijkheid kan worden toegepast. Bovendien zal de daadwerkelijk gecreëerde extra ruimte beperkt zijn, aangezien ook aan de geluidsnormen moet worden voldaan. In dit onderzoek is bij het in kaart brengen van de mogelijkheden voor windenergie geen rekening gehouden met deze afwijkingsmogelijkheid. 50 Hierbij is het uitganspunt geweest dat de minimale onderlinge afstand tussen turbines 3x de rotordiameter dient te zijn. Windturbines veroorzaken turbulentie die leidt tot verschil in krachten die op de bladen van de volgende windturbine worden uitgeoefend, waardoor de materialen snel wisselende belasting te verduren krijgen. Doordat windturbines elkaars wind afvangen, heeft de volgende windturbine in de rij een lagere energieopbrengst. Hiermee is in het ontwerp van de windturbine rekening gehouden, maar om de effecten van turbulentie te beperken worden de windturbines op een minimale afstand uit elkaar gezet.
Een optimum is projectafhankelijk, de hier gehanteerde drie maal de rotordiameter is een minimale afstand. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 42
toekomst windturbines mogelijk gerealiseerd kunnen worden, is dit zoekgebied wel meegenomen in dit onderzoek - met de kanttekening dat de ontwikkeling van een solitaire turbine op deze locatie complex zal zijn. Figuur 3.3 Zoekgebieden met voorbeeldopstellingen voor referentieturbine 200 meter tiphoogte
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 43
Figuur 3.4 Zoekgebieden met voorbeeldopstellingen voor referentieturbine 250 meter tiphoogte51
3.3
Referentiesituatie
De referentiesituatie (nulalternatief) weerspiegelt de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. Dit betekent dat er geen windturbines worden gerealiseerd. Het gebied zal zich ontwikkelen volgens vastgesteld of voorgenomen beleid, maar zonder de toevoeging van windturbines. Deze situatie dient als referentiekader voor de effectbeschrijving. In de betrokken gemeenten zijn de volgende toekomstige ontwikkelingen in beeld: • •
Nieuw onderstation van Tennet genaamd Wageningen-West. Locatie gezocht aan de oostzijde van Rhenen of de westzijde van Wageningen. Wageningen heeft een woningbouwopgave van 3500 woningen tot 2040. Daarvoor wordt naar locaties in en aan de randen van Wageningen gekeken, zoals nabij de Haarweg( Ca. 1000 woningen) en het Nieuwe Kanaal (combinatie wonen en werken).
Omdat de plannen voor woningbouw nog onzeker zijn en de exacte locaties van geluidgevoelige objecten (woningen) niet vaststaan, kan nog niet gesproken worden over een autonome ontwikkeling. In de technisch-ruimtelijke analyse is geen rekening gehouden met mogelijke woningbouwontwikkelingen.
51
Zoekgebeid 2 bestaat uit 4 turbines en zoekgebied 6 uit 8 turbines. Zij gebruiken beide een vergelijkbare turbinepositie op de grenzen van de zoekgebieden. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 44
3.4
Overzichtstabel uitgangspunten voorbeeldopstellingen
In de voorgaande paragrafen zijn de uitgangspunten van dit onderzoek toegelicht. De onderstaande tabel biedt een samenvatting van de belangrijkste uitgangspunten. Zoals beschreven in paragraaf 3.2, worden ook Natura 2000-gebieden in het onderzoek betrokken, ondanks dat het – gezien het huidige beleid – complex is om hierin windturbines te realiseren. In de figuren onder de tabel is de resterende ruimte voor windenergie binnen het onderzochte gebied weergegeven, wanneer deze uitgangspunten worden gehanteerd. Deze ruimte heeft als basis gediend voor het inpassen van zo veel mogelijk turbines binnen de zoekgebieden. Tabel 3.2 Vaste normafstanden die gehanteerd zijn bij het maken van de voorbeeld opstellingen
Norm
Aangehouden afstand in meters tot object bij referentieturbine 1 (200 meter tiphoogte)
Aangehouden afstand in meters tot object bij referentieturbine 2 (250 meter tiphoogte)
In het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving is een afstandsnorm opgenomen die bepaalt dat windturbines een minimale afstand van tweemaal de tiphoogte moeten aanhouden tot gevoelige objecten, zoals woningen, onderwijs- en zorginstellingen. Zie ook paragraaf 4.2.1.
400
500
Hoogspanningsleidingen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Buisleidingen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Risicovolle inrichtingen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Hoofdwegen
½ rotordiameter
68
85
Spoorwegen
½ rotordiameter + 7,85 meter
76
93
Vaarwegen
½ rotordiameter
68
85
Primaire waterkeringen
Ashoogte + ½ rotordiameter
200
250
Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties
Plaatsgebonden risico (PR) = 1 x 10-6
200
250
(Zeer) kwetsbare gebouwen en locaties
PR = 1 x 10-6
200
250
Object
Leefomgeving
Gevoelige objecten (woningen, onderwijsen zorginstellingen)
Externe veiligheid
Ecologie Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 45
Natura-2000
Het huidige beleid van provincie Utrecht sluit de ontwikkeling van wind in Natura-2000 gebieden uit. In de provincie Gelderland is momenteel alleen in Natura-2000 gebied de Veluwe windontwikkeling uitgesloten.
Geen afstand gehouden tot Natura-2000 gebieden.
GNN/NNN gebied
Niet uitgesloten, wel motivering vereist over waarom daar wind gerealiseerd wordt en niet op een andere locatie.
Geen afstand gehouden tot GNN/NNN gebieden.
Figuur 3.5 Ruimte die resteert in onderzoeksgebied naar toepassing bovenstaande uitgangspunten – referentieturbine 1 (200m tiphoogte)
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 46
Figuur 3.6 Ruimte die resteert in onderzoeksgebied naar toepassing bovenstaande uitgangspunten – referentieturbine 2 (250m tiphoogte)
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 47
4. De milieueffecten van windenergie In dit hoofdstuk worden de milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden nader onderzocht, met de nadruk op de exploitatiefase. De effecten tijdens de aanleg- en verwijderingsfase zijn over het algemeen beperkt in vergelijking met die tijdens de exploitatie, vooral omdat deze fasen slechts kort duren, terwijl de exploitatieperiode 20 jaar of langer kan zijn. Voor dit onderzoek zijn milieuthema’s geselecteerd die relevant kunnen zijn voor beleidskeuzes. De volgende milieuthema’s worden behandeld:
4.1
•
Leefomgeving;
•
Externe veiligheid en infrastructuur;
•
Ecologie;
•
Landschap;
•
Cultuurhistorie en archeologie;
•
Gezondheid;
•
Luchtvaart en defensie;
•
Duurzame energieopbrengst;
•
Netaansluiting en combinatiemogelijkheden met grootgebruikers, zonenergie en opslag.
Beoordelingskader
In dit onderzoek is op basis van regelgeving en beleid een beoordelingskader ontwikkeld waarmee de effecten van de zoekgebieden beoordeeld zijn. De effecten zijn per milieuaspect beschreven aan de hand van beoordelingscriteria. Tabel 4.1 geeft per milieuaspect weer welke criteria worden gebruikt en de wijze waarop de effecten worden beschreven en beoordeeld (kwantitatief en/of kwalitatief). Dit is in paragraaf 4.2 tot en met 4.10 per thema toegelicht. Tabel 4.1 Beoordelingskader
Milieuthema
Beoordelingscriteria
Effectbeoordeling Kwantitatief
Leefomgeving
Geluid: o Aantal ernstig gehinderden door geluid o Stiltegebied o Laagfrequent geluid Slagschaduw: o Aantal woningen en bedrijven van derden binnen 12 maal de rotorafstand
Externe veiligheid en infrastructuur
Ecologie
Aantal objecten binnen de toetsafstand: o (Beperkt) kwetsbare objecten o Infrastructuur o Industrie en inrichtingen o Effect op beschermde gebieden o Effect op beschermde soorten
Stiltegebied en laagfrequent geluid kwalitatief Kwantitatief
Kwantitatief
Kwalitatief en kwantitatief (soorten en gebieden, stikstof)
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 48
Kwaliteit opstelling: o Aansluiting opstelling op landschappelijke structuur o Herkenbaarheid opstelling Landschap
Kwalitatief Impact op landschap: o Interferentie o Openheid o Zichtbaarheid
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie: o Aantasting cultuurhistorische waarden
Kwalitatief
Archeologie: o Aantasting archeologische waarden
Gezondheid
Effecten van windturbines op gezondheid door veranderingen in: o Luchtkwaliteit o Elektromagnethische velden
Kwalitatief
Luchtvaart en defensie
Ligging ten opzichte van: o Laagvlieggebieden o Radar toetsingsvlakken o Beschermingsvlakken luchthaven bereikbaarheid en CNS-hulpmiddelen
Kwalitatief
Duurzame energieopbrengst
o Opbrengst in KWh
Kwantitatief
Netaansluiting en combinatiemogelijkheden
o Mogelijkheden voor netaansluiting in de omgeving o Combinatiemogelijkheden met grootgebruikers, zon en opslag
Kwalitatief
De effectbeoordeling is kwalitatief en kwantitatief: waar mogelijk en zinvol wordt het met cijfers onderbouwd. Indien het niet mogelijk of niet zinvol is om de effecten te kwantificeren, is de beschrijving kwalitatief. De effecten zijn per milieuaspect beoordeeld aan de hand van de criteria in Tabel 4.1. Soms is dit een harde parameterwaarde die wettelijk is aangewezen als een norm (getal), bijvoorbeeld de norm voor geluidhinder. Soms zijn parameters geen hard getal of norm, en zijn deze herleid uit het beleid, zoals bij landschap. Voor sommige aspecten is naast de wettelijke norm, ook naar effecten onder de norm gekeken, voorbeelden hiervan zijn geluid en slagschaduw.
Schaal voor effectbeoordeling Om de effecten van de locatiealternatieven per aspect te kunnen vergelijken, worden deze op basis van een + / - schaal beoordeeld ten opzichte van de referentievariant. Hiervoor wordt de beoordelingsschaal gebruikt, zoals weergegeven in onderstaande tabel. De beoordeling wordt gemotiveerd. Score
Oordeel ten opzichte van de referentiesituatie
++
Zeer positief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare positieve verandering
+
Positief
Het voornemen leidt tot een merkbare positieve verandering
0
Neutraal
Het voornemen onderscheidt zich niet van de referentiesituatie Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 49
-
Negatief
Het voornemen leidt tot een merkbare negatieve verandering
--
Zeer negatief
Het voornemen leidt tot een sterk merkbare negatieve verandering
4.2
Leefomgeving
Windturbines kunnen hinder voor de leefomgeving veroorzaken in de vorm van geluid en slagschaduw. De mate van hinder is van verschillende factoren afhankelijk zoals de afstand en het landschap. Voor het bepalen van de effecten van geluid en slagschaduw zijn berekeningen uitgevoerd, welke zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Voor meer informatie over de contouren die uit de uitgevoerde berekeningen naar voren zijn gekomen wordt naar deze bijlagen verwezen. Op 12 oktober 2023 is het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving gepubliceerd. 52 Met deze publicatie wordt beoogd een einde te maken aan twee jaar van onduidelijkheid over normen voor onder andere geluid en slagschaduw. Voor geluid gelden de standaardwaarden van 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Wat slagschaduw betreft, mag er niet meer dan 6 uur per jaar en 20 minuten per dag slagschaduw worden veroorzaakt. Een belangrijke nieuwe norm is de afstandsnorm, waarbij het voornemen is om een minimale afstand van tweemaal de tiphoogte aan te houden tot gevoelige objecten (woningen, onderwijs- en zorginstellingen). Het is vooralsnog onduidelijk op welke datum deze normen in werking treden. Mogelijk worden er nog enkele wijzigingen aangebracht in de normen. Vooruitlopend op de vaststelling zijn deze conceptnormen wel als uitgangspunt gehanteerd bij het beoordelen van de effecten op de leefomgeving in dit rapport.
Geluid en slagschaduw worden apart beoordeeld in dit onderzoek. De afstandsnorm van twee keer de tiphoogte is uitgangspunt geweest bij het maken van de voorbeeldopstellingen die zijn gebruikt in het geluids-, slagschaduw-, ecologisch en landschappelijk onderzoek (zie ook paragraaf 3.2.3). Zie verder de volgende paragraaf.
4.2.1
Afstandsnorm
In het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving is een afstandsnorm opgenomen die bepaalt dat windturbines een minimale afstand van tweemaal de tiphoogte moeten aanhouden tot gevoelige objecten, zoals woningen, onderwijs- en zorginstellingen. Onder woningen worden ook standplaatsen voor woonwagens en ligplaatsen voor woonschepen verstaan, voor zover deze bestemd zijn voor permanente bewoning. In onderstaande figuren is een contour weergegeven die deze minimale afstand van tweemaal de tiphoogte rondom de gevoelige objecten toont. Windturbines die buiten deze contouren worden geplaatst, voldoen aan de afstandsnorm. Voor referentieturbine 1, met een tiphoogte van 200 meter, geldt een afstandsnorm van 400 meter. Voor referentieturbine 2, met een tiphoogte van 250 meter, is de afstandsnorm 500 meter. Zoals te zien is in de figuren, blijft er binnen de aangewezen zoekgebieden beperkte ruimte over voor de realisatie van windenergie. 52
https://www.commissiemer.nl/projectdocumenten/012685_3615_3._Ontwerpbesluit_windturbines_leefomgeving_nota _van_toelichting.pdf Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 50
Figuur 4.1 De ruimte die resteert in de zoekgebieden wanneer een afstandsnorm van 400 meter wordt gehanteerd tot geluidsgevoelige objecten
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 51
Figuur 4.2 De ruimte die resteert in de zoekgebieden wanneer een afstandsnorm van 400 meter wordt gehanteerd tot geluidsgevoelige objecten
In bovenstaande figuren (zie Figuur 4.1 en Figuur 4.2) zijn de afstandscontouren van 400 en 500 meter om gevoelige objecten heen opgenomen. Te zien is dat er beperkte ruimte overblijft in de verschillende zoekgebieden. Om dit beter inzichtelijk te maken, zijn hieronder twee meer ingezoomde figuren opgenomen (zie Figuur 4.3 en Figuur 4.4).
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 52
Figuur 4.3 De afstandsnormen en mogelijkheden die er overblijven voor de plaatsing van windturbines: zoekgebied 1 t/m 6
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 53
Figuur 4.4 De afstandsnormen en mogelijkheden die er overblijven voor windturbines: zoekgebied 7 en 8
4.2.2
Geluidshinder voor de leefomgeving
Windturbines kunnen hinder voor de leefomgeving veroorzaken in de vorm van geluid. In het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving zijn standaardwaarden (45 dB Lden en 39 dB Lnight) opgesteld waar het bevoegd gezag van mag afwijken tot een bepaalde grenswaarden (47 dB Lden en 41 dB Lnight). Voor dit rapport is de mate waarin de voorbeeldopstellingen van paragraaf 3.2.3 kunnen voldoen aan deze conceptnormen (zie bijlage 1) onderzocht. Hiertoe is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Zowel de standaardwaarden als de grenswaarden zijn inzichtelijk gemaakt. Er is gerekend met gemiddelde windturbines in plaats van worst-case windturbines per turbineklasse. Op deze wijze is een realistisch beeld gecreëerd voor wat betreft de geluidcontouren, het aantal gehinderden en de eventueel benodigde mitigerende maatregelen.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 54
Mitigatie Indien niet aan de geluidsnormen kon worden voldaan, is gekeken naar hoeveel mitigatie nodig is om wel te kunnen voldoen aan de geluidsnormen. In bijlage 1 zijn de resultaten van het geluidsonderzoek opgenomen. Indien mitigatie nodig is om aan de geluidsnormen te voldoen is, is een extra figuur opgenomen met de geluidscontouren bij mitigatie. Bij mitigatie draaien één of meerdere windturbines op een lagere productiemodus waardoor er minder geluid geproduceerd wordt. Het nadeel hiervan is dat de windturbine ook minder energieopbrengsten heeft, wat een negatief effect heeft op de financiele haalbaarheid van een windpark. Aan het eind van bijlage 1 is een tabel opgenomen waarin beschreven staat welke mitigerende geluidmodi per windturbine benodigd zijn om gedurdende de dag, avond en/of nacht aan de geluidsnormen te kunnen voldoen. Naast het mitigeren doormiddel van het draaien op een lagere productiemodus, kan in een latere fase ook gekozen worden om een windpark te realiseren met minder turbines of turbines die stiller zijn. Hierdoor ontstaat er meer ruimte om de opstelling van het windpark te optimaliseren waardoor er minder geluidshinder ontstaat en mitigeren niet of minder nodig zal zijn. In het akoestisch onderzoek zijn de cumulatieve effecten van andere geluidsbronnen niet meegenomen.
Dit viel buiten de scope van dit onderzoek, maar kan wel in een vervolgonderzoek worden meegenomen. Het landschappelijke karakter, dat van invloed is op de reikwijdte van het geluid, is wel meegenomen bij het bepalen van de geluidscontouren. Zo draagt geluid bijvoorbeeld verder bij water ten opzichte van een bosgebied.
Het vergelijken van de geluidsnormen voor wind Om het geluidsniveau van een windturbine beter te kunnen relateren, is onderstaande figuur opgenomen. Deze toont een schaal waarop verschillende geluidsbronnen uit de leefomgeving zijn weergegeven ter vergelijking. In het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving zijn standaardwaarden vastgesteld (45 dB Lden en 39 dB Lnight), waarvan het bevoegd gezag mag afwijken tot vastgestelde grenswaarden (47 dB Lden en 41 dB Lnight). Deze grenswaarden worden momenteel in de praktijk als norm gehanteerd.
Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 55
Figuur 4.5 Voobeeld van anderer geluidsbronnen in de leefomgeving
Hinder en geluidsnormen Nederland is een dichtbevolkt land, waarin tal van activiteiten plaatsvinden die geluid produceren. Om geluidsoverlast te beperken, zijn geluidsnormen vastgesteld voor verschillende geluidsbronnen. Het naleven van deze normen betekent echter niet dat er geen hinder wordt ervaren. Volledige afwezigheid van hinder zou immers betekenen dat er in Nederland nog maar weinig mogelijk is. Daarom wordt bij het opstellen van geluidsnormen een afweging gemaakt: welk percentage van de mensen mag nog hinder ondervinden wanneer aan de norm wordt voldaan, en welk percentage wordt maatschappelijk aanvaardbaar geacht in verhouding tot het beoogde doel van de geluidsbron? De onderstaande tabel geeft per geluidsbron het geaccepteerde percentage potentieel ernstig gehinderden weer waarop de normstelling in Nederland is gebaseerd. Dit betekent dat, zelfs wanneer aan de geluidsnormen wordt voldaan, een bepaald (verwacht) percentage mensen in de omgeving alsnog ernstige hinder kan ondervinden. Voor windturbines ligt dit percentage bij een geluidbelasting van Lden 47 dB (de grenswaarde) op ongeveer 9%. Dit betekent dat verwacht wordt dat 9% van de mensen die binnen deze geluidscontouren woont, ernstige hinder ervaart.
Gezien het maatschappelijk belang van windenergie wordt dit als Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 56
aanvaardbaar beschouwd door de wetgever. 53 Uit de tabel blijkt bovendien dat voor andere geluidsbronnen met een vergelijkbaar maatschappelijk belang – zoals rail- of luchtvaartverkeer – hogere percentages ernstig gehinderden worden geaccepteerd dan bij windturbines. Tabel 4.2 Verwacht percentage ernstig gehinderden voor verschillende geluidsbronnen wat maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht54 Geluid veroorzakende activiteit/geluidsbron Verwacht percentage ernstig gehinderden*
*
snelwegverkeer
14 %
railverkeer
16 %
industrie/bedrijvigheid
9%
grote luchthavens
54 %
windturbines
9%55
bij het maximale toelaatbare geluidniveau
Beoordelingskader Omdat de turbinelocaties indicatief zijn en het specifieke windturbinetype in dit stadium nog niet bekend is, én er reeds een afstand van tweemaal de tiphoogte wordt aangehouden tussen de windturbinelocaties en geluidgevoelige objecten, biedt een toetsing aan de norm weinig onderscheidend vermogen tussen locaties en is deze in dit stadium minder relevant. Daarom wordt voor geluid een ander beoordelingscriterium gehanteerd: het verwachte aantal ernstig gehinderden per locatie. Hiervoor is reeds vermeld dat in Nederland een gemiddeld percentage van 9% ernstig gehinderden binnen de geluidsnorm contouren gezien wordt als acceptabel. Op basis van een dosis-effectrelatie kan dit beter bepaald worden per locatie.56 Op basis van ervaringen van omwonenden van windturbines is een dosis-effectrelatie vastgesteld. Hiermee kan op basis van de geluidbelasting in dB Lden een inschatting worden gemaakt van de kans dat iemand ernstige hinder ondervindt van windturbinegeluid. De hier gehanteerde methodiek is primair bedoeld voor het vergelijken van locaties en niet zozeer voor het exact voorspellen van het aantal (ernstig) gehinderden, hoewel er wel specifieke aantallen worden genoemd. Per locatiealternatief is voor de voorbeeldopstelling een geluidberekening gemaakt uitgaande van een voor geluid representatieve windturbine.