CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nader windonderzoek Wageningen-Rhenen (Pondera 7 april 2025)

Raadsvergadering 27 mei 2025, gemeente RhenenBij agendapunt: Niet behandeld - Raadsvoorstel Geen vervolgonderzoek windenergie29.581 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Score

Zoekgebied 1 Havengebied

Lage archeologische verwachtingswaarden en geen overlap met archeologische monumenten.

0

Zoekgebied 2 Binnenveld Zuid

Lage tot hoge verwachtingswaarden voor archeologie en minimale overlap met een archeologisch monument.

-

Zoekgebied 3 Binnenveld Noord

Lage archeologische verwachtingswaarden en geen overlap met archeologische monumenten.

0

Zoekgebied 4 Bennekomse Veld

Lage archeologische verwachtingswaarden en geen overlap met archeologische monumenten.

0

Zoekgebied 5 Uiterwaarden

Lage archeologische verwachtingswaarden en geen overlap met archeologische monumenten.

0

Zoekgebied 6 Kern Binnenveld

Lage archeologische verwachtingswaarden en geen overlap met archeologische monumenten.

0

Zoekgebied 7 Wageningse Berg

Hoge verwachtingswaarden voor archeologie en overlap met archeologisch monumenten.

--

Zoekgebied 8 Wageningse Bos Noord

Hoge verwachtingswaarden voor archeologie.

-

4.7

Gezondheid

Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met gezondheidsproblemen. Voordat ingegaan wordt op gezondheidseffecten, moet een onderscheid gemaakt worden tussen hinder en gezondheidseffecten. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen wat tot gevolg kan hebben dat gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk) optreden. Wanneer windturbines in of nabij bewoonde gebieden worden geplaatst, kunnen omwonenden hinder ondervinden van deze aspecten. De invloed van windturbines op omwonenden -waardoor hinder kan ontstaan - is globaal in drie aspecten te verdelen: •

Geluid en trillingen;

•

Visuele aspecten (zichtbaarheid en slagschaduw);

•

Veiligheid.

Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 91

Het aspect gezondheid maakt impliciet deel uit van eerdere paragrafen in dit hoofdstuk, aangezien de normen die zijn opgesteld voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid het doel hebben mensen te beschermen tegen onaanvaardbare hinder en veiligheidrisico’s. Bij het vaststellen van die normen speelden gezondheidsaspecten een rol. Voor het aspect gezondheid op zich bestaat er geen wettelijk toetsingskader. In bijlage 4 is een nadere toelichting opgenomen met een overzicht van de stand van zaken van onderzoeken naar de relatie tussen hinder bij windenergie en gezondheidsproblemen. In het vervolg van deze paragraaf wordt voor dit thema dieper ingegaan op mogelijke gezondheidseffecten als gevolg van veranderingen in de luchtkwaliteit en elektromagnetische velden. De opzet van deze paragraaf wijkt af van die van de andere milieuthema’s. Dit hoofdstuk biedt voornamelijk een kwalitatieve toelichting op deze gezondheidsaspecten. Zoals hieronder wordt beschreven, gaat het niet om onderscheidende effecten, en blijven de windturbines binnen de aanbevolen normen. Daarom wordt er geen beoordeling gegeven op het thema gezondheid.

4.7.1

Luchtkwaliteit

Met fijnstof worden alle stofdeeltjes in de lucht bedoeld. Het is een verzamelnaam van deeltjes van verschillende grootte, tot maximaal 10 micrometer (µm) doorsnede. Deeltjes bestaand uit zwaveldioxide, stikstofoxiden en ammoniak vormen het grootste deel, ook elementair koolstof en koolstofverbindingen dragen bij aan fijnstof.71 Windturbines stoten uiteraard zelf geen fijnstof uit. Fijnstof is vooral afkomstig van wegverkeer en industrie. Tijdens de aanleg en de exploitatie van het windpark zal tijdens het gebruik van fossiel aangedreven wagens en machines, net zoals vanuit de snelweg, fijnstof vrijkomen. Dit geldt overigens voor ieder bouwwerk dat wordt gebouwd en geëxploiteerd. Het aantal verkeersbewegingen tijdens de exploitatieperiode is gering en daarmee is de hoeveelheid fijnstof die tijdens de exploitatieperiode vrijkomt ook geringer dan tijdens de aanleg van het windpark.

Windturbines hebben (mogelijk) een effect op de verspreiding van fijnstof doordat de wind in het zog achter de windmolen een hogere mate van turbulentie bevat, waardoor het verspreidingsgebied vergroot kan worden. Voor de onderzoeksgebieden is er gezien de afstand tot grote luchtverontreinigende bronnen zoals verkeer en industrie en de afstand tot woningen geen sprake van een significant effect door windturbines op de verspreiding van uitstoot van fijnstof.

4.7.2

Elektromagnetische velden

Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen hiervan zijn UV-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. Elektromagnetische velden ontstaan ook door huishoudelijke apparaten, zoals magnetrons en stofzuigers, en bij het transport van elektriciteit over lange afstanden via hoogspanningsverbindingen. De sterkte van elektromagnetische velden neemt snel af naarmate de afstand tot de bron groter wordt. Rondom de gondel en de kabels die de windturbine verbinden met het hoogspanningsnet kunnen ook magnetische velden voorkomen.

71

Bron: Infomil Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 92

Het Landelijke Centrum Medische Milieukunde (LCM) 72 adviseert om situaties te vermijden waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een jaargemiddelde veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla. Dit advies geldt voor alle bronnen van magnetische velden die verband houden met de elektriciteitsvoorziening. Hoewel de gondel van een windturbine (boven op de mast) een hoge veldsterkte kan hebben, bevindt deze zich op een grote verticale afstand van plekken waar mensen langdurig verblijven, zoals woningen, scholen, crèches en kinderopvanglocaties. Recht boven de kabels is de veldsterkte doorgaans niet hoger dan 1 microtesla, maar deze kabels liggen nooit onder gebouwen waar mensen langdurig verblijven. Over een afstand van enkele meters is de veldsterkte doorgaans al minder dan 0,4 microtesla. Vanweg de afstand tot dergelijke gebouwen, veroorzaken windturbines geen veldsterkten boven 0,4 microtesla op locaties waar mensen langdurig verblijven. Er zijn dan ook geen aanwijzingen dat elektromagnetische velden in de nabijheid van windturbines een gezondheidsrisico vormen. Het Kennisplatform EMV bevestigt deze conclusie in een memo.73 Bovendien wordt op basis van de normen voor windturbinegeluid, slagschaduw en externe veiligheid al een minimale afstand tussen windturbines en bebouwing gehanteerd.

Hierdoor is er geen sprake van elektromagnetische hinder of effecten voor omwonenden door de elektromagnetische velden van een windpark. Wel zal bij de ligging van de kabels tussen de windturbines en de aansluiting op het hoofspanningsstations rekening gehouden dienen te worden met afstand tot gevoelge bestemmingen waar mensen verblijven. In de praktijk is er voldoende afstand te vinden tussen kabels en plekken waar mensen zich bevinden, zodat dit niet leidt tot gezondheidsrisico’s.

4.8

Luchtvaart en defensie

4.8.1

Radar

Binnen een straal van 75 km rond een radarpost is voor bouwwerken hoger dan 113 meter een verklaring van geen bezwaar vereist van het Ministerie van Defensie.74 Zoals weergegeven in Figuur 4.11 liggen de zoekgebieden binnen het toetsingsgebied van de Defensie-radarposten in Soesterberg, Herwijnen en Nieuw Millingen. Daarnaast bevinden zoekgebieden 2, 3, 4, 5 en 6 zich ook binnen het toetsingsgebied van TAR Schiphol West. Wanneer een locatie binnen het bereik van meerdere radarposten valt, kunnen eventuele verstoringen door andere radarposten worden opgevangen. Omdat zoekgebieden 2, 3, 4, 5 en 6 binnen meerdere radarzones liggen, is de kans iets groter dat een negatief effect wordt gecompenseerd dan bij zoekgebieden 1, 7 en 8. Echter, omdat de zoekgebieden grotendeels op de grenzen van de radartoetsingsgebieden liggen, is het positieve effect van deze overlap beperkter. Er is in dit onderzoek geen radarverstoringsanalyse uitgevoerd, omdat resultaten van een dergelijke analyse afhankelijk zijn van

72

LCM Landelijk Centrum Medische Milieukunde, (2006) Standpunt ELF-EM velden elektriciteitsvoorziening en gezondheid Hoogspanningslijnen - Onderstations - Transformatorhuisjes. Definitieve versie, 21 juni 2006. 73 Kennisplatform Elektro Magnetische Velden (2014) Elektromagnetische velden van windturbines. 10 juni 2014. Bron: https://www.kennisplatform.nl/media/original/20140610_Memo_Windturbines.pdf, referentie KP EMV 20140610 74 Artikel 5.155 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl). Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 93

specifieke factoren als materiaalgebruik van de masten (verschil tussen staal of beton kan al een andere uitkomst geven), exacte locaties (een paar meters verplaatsen kan al een andere uitkomst geven) en afmetingen. In een volgende fase kan TNO een radarverstoringsonderzoek uitvoeren om de verstoringsgraad te bepalen en te beoordelen of het effect op de radars aanvaardbaar is. Bij de plaatsing van windturbines moet een minimale radar-dekkingsgraad van 90% gewaarborgd blijven. Indien TNO vaststelt dat deze eis wordt gehaald, kan het Ministerie van Defensie op basis hiervan een verklaring van geen bezwaar afgeven. Met de huidige beschikbare informatie over de Defensie-radar is het niet mogelijk om een oordeel te vellen over de impact. Daarom wordt dit aspect in dit onderzoek niet beoordeeld. Het is wel een belangrijk aandachtspunt voor de verdere ontwikkeling van windenergie. Figuur 4.25 Ligging zoekgebieden ten opzichte van radar toetsingsvlakken

4.8.2

CNS-hulpmiddelen

Een CNS-hulpmiddel is een systeem of technologie binnen Communicatie, Navigatie en Surveillance (CNS) die wordt gebruikt om het luchtverkeer te beheren en de veiligheid te waarborgen. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op: •

Radar- en navigatiesystemen (zoals VOR, ILS, of GPS-systemen) die door luchtverkeersleiding en piloten worden gebruikt.

•

Communicatiesystemen (zoals radiofrequenties of satellietverbindingen) voor de coördinatie tussen vliegtuigen en luchtverkeersleiding. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 94

•

Surveillance-systemen (zoals secundaire radar en ADS-B) die de locatie en beweging van vliegtuigen volgen.

Windturbines of hoge bouwwerken kunnen deze signalen verstoren. In een volgende fase kan LVNL (Luchtverkeersleiding Nederland) beoordelen wat de impact is van de geplande windturbines op CNShulpmiddelen. In sommige gevallen is aanvullend onderzoek door TNO vereist. Een eerste analyse wijst uit dat deze toetsing nodig is voor alle zoekgebieden, met uitzondering van zoekgebied 1 (zie Figuur 4.26). Windturbines aan de randen van deze beschermingsvlakken veroorzaken meestal geen onaanvaardbare verstoringen. Met de huidige beschikbare informatie is het niet mogelijk om een oordeel te vellen over de impact. Daarom wordt dit aspect in dit onderzoek niet beoordeeld. Het is wel een belangrijk aandachtspunt voor de verdere ontwikkeling van windenergie.

4.8.3

Vliegvelden en laagvlieggebieden

Windturbines kunnen de oefenmogelijkheden in laagvlieggebieden en de aanvliegroutes van luchthavens beïnvloeden. Er bevinden zich echter geen zoekgebieden binnen de beschermde laagvlieggebieden of de aangewezen aanvliegroutes van luchthavens (zie Figuur 4.26). Bij de eerste verkenning worden daarom geen beperkingen voor windenergie op deze grond verwacht. Er wordt geen beoordeling gegeven aan dit criteria in dit onderzoek.

Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 95

Figuur 4.26 Ligging zoekgebieden ten opzichte van laagvlieggebieden, beschermingsvlakken CNS-hulpmiddelen en aanvliegroutes van luchthavens

4.9

Duurzame energieopbrengst

Op basis van de mogelijkheden voor windenergie kunnen ook uitspraken worden gedaan over de verwachte indicatieve opbrengsten. Met de keuze voor referentieturbine(s), het aantal turbines en de gegevens over het lokale windklimaat75, kan een eenvoudige opbrengstberekening worden gedaan voor de verschillende voorbeeldopstellingen.76 In Tabel 4.19 is de scoringsmethodiek voor dit thema opgenomen. Tabel 4.19 Beoordelingskader duurzame energieopbrengst

Beoordeling

Score

Energieopbrengst per zoekgebied < 15 GWh

+

15- 55 GWh

+/+ +

> 45 GWh

++

75

https://www.rvo.nl/sites/default/files/2022-04/Windkaart-windsnelheid-per-gemeente-SDE-plus-plus-2022.pdf Er is een eenvoudige opbrengstberekening gedaan door Pondera. De onderzoeksresultaten hiervan zijn gedeeld met de gemeenten. 76

Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 96

Effectbeoordeling In Tabel 4.20 is de beoordeling van de verschillende zoekgebieden opgenomen. Om de energieproductie in perspectief te plaatsen is het aantal huishoudens vermeld die hiermee van stroom kunnen worden voorzien. Ter vergelijking zonne-energie op land levert circa 1 GWh/jaar op per hectare.77 De energiedoelstellingen voor 2030 van de gemeenten die onderdeel zijn van de RES-regio zijn in de RES 1.0 vastgesteld. De gemeente Wageningen streeft ernaar om in 2030 111 GWh energie op te wekken.78 De gemeente Rhenen heeft een energiedoelstelling van 31 GWh.79 Dit willen zij niet alleen met windenergie opwekken, maar vooral ook met zon.80 Het plaatsen van een aantal turbines extra kan ervoor zorgen dat er veel minder of geen zonne-energie op land nodig is om de doelstelling te behalen. Tabel 4.20 Scoringstabel duurzame energieopbrengst81

Elektriciteit Zoekgebied

sproductie82

Aantal

(GWh/jaar)

huishoudens

Elektriciteitsprod Score

opstelling 2

opstelling 1 1. Havengebied 2. Binnenveld Zuid 3. Binnenveld Noord

uctie (GWh/jaar)

Aantal huishoudens

Score

12.6

4.500

+

20.4

7.300

+/+ +

50.4

18.100

+/+ +

81.6

29.300

++

50.4

18.100

+/+ +

61.2

22.00

++

12.6

4.500

+

20.4

7.300

+/+ +

63.0

22.600

++

40.8

14.600

+/+ +

4. Bennekomse Veld 5. Uiterwaarden

77

https://www.nvde.nl/zon-en-windenergie-kans-voor-onzeeconomie/#:~:text=Zonne%2Denergie%3A&text=Veiligheidshalve%20gaan%20hier%20uit%20van,jr%20aan%20zonne stroom%20te%20produceren. 78 79

Deze wil zij realiseren door de ontwikkeling van 10 hectare zon op land, 4 hectare overige zon en 9 hectare zon op daken. 80 Om dit doel te bereiken, zet de gemeente Wageningen in op de ontwikkeling van twee windturbines, 60 hectare zon op land, 3 hectare overige zon en 11 hectare zon op daken voor 2030. De gemeente Rhenen zet momenteel in op de ontwikkeling van 10 hectare zon op land, 4 hectare overige zon en 9 hectare zon op daken. 81 De energieopbrengst per scenario is berekend met de gemiddelde windsnelheid op 100 m van het dichtstbijzijnde ERA5 punt. Op basis van deze windsnelheid, de bijbehorende Weibull factoren, een aangenomen shear factor van 0.3 en de power curve van de desbetreffende windturbine is de energieopbrengst per windturbine bepaald. Echter, de energieopbrengst per windturbine zal verschillen op basis van de precieze positie en het lokale windklimaat. De berekende opbrengsten zijn dus indicatieve waardes met een hoge mate van onzekerheid. Deze methodiek is toereikend voor het analyseren van het onderlinge verschil in op te wekken duurzame energie. 82 Uitgaande van een verbruik van 2.785 KWh per huishouden. Op basis van data van Planbureau voor de Leefomgeving over het jaar 2024.

Geraadpleegd via: https://www.pbl.nl/downloads/pbl-2023-scenario-gemiddeldenergieverbruik-per-woning-in-2022-en-2023-5157pdf Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 97

Elektriciteit Zoekgebied

sproductie82

Aantal

(GWh/jaar)

huishoudens

Elektriciteitsprod Score

uctie (GWh/jaar) opstelling 2

opstelling 1

Aantal

Score

huishoudens

6. Kern Binnenveld

113.4

40.700

++

163.2

58.600

++

7. Wageningse Berg

88.2

31.700

++

61.2

22.00

++

8. Wageningse Bos Noord

50.4

18.100

+/+ +

40.8

14.600

+/+ +

Het is belangrijk om te vermelden dat de gepresenteerde aantallen geen rekening houden met opbrengstverliezen. Verliezen kunnen ontstaan door verschillende factoren, zoals niet-beschikbaarheid van turbines, elektrische verliezen door lange afstanden tussen windturbines en het hoogspanningsnet, en stilstand als gevolg van mitigerende maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van slagschaduw en geluid. In het algemeen kan worden uitgegaan van een gemiddeld verlies van circa 14%. Daarnaast kunnen zog-effecten83 optreden wanneer meerdere windturbines in elkaars windschaduw staan. Deze additionele verliezen variëren doorgaans tussen de 2% en 10%, afhankelijk van het aantal turbines en de onderlinge afstanden.84 In deze studie zijn berekeningen uitgevoerd voor geluid en slagschaduw. Voor geluid is niet onderzocht wat de impact van eventuele mitigerende maatregelen is op de energieopbrengst; dit kan worden meegenomen in vervolgonderzoek. Voor slagschaduw is berekend welke mate van mitigatie nodig is om tot 6 uur slagschaduw per jaar te komen in lijn met de wettelijke normen. Het is op dit moment lastig om exacte opbrengstverliezen per opstelling te bepalen, mede omdat zogeffecten nog niet zijn doorgerekend. Dergelijke verliezen zijn sterk afhankelijk van de specifieke opstelling en het aantal windturbines.

Opstellingen waarbij uit dit onderzoek blijkt dat meerdere turbines gemitigeerd moeten worden op het gebied van geluid en/of slagschaduw, zullen naar verwachting een groter opbrengstverlies kennen. Ook opstellingen met een groter aantal turbines zullen doorgaans hogere verliezen laten zien.

83

Zogeffecten bij windturbines verwijzen naar de verstoringen in de luchtstroom achter een draaiende turbine, wat leidt tot een vermindering van de windsnelheid en verhoogde turbulentie. Dit kan een impact hebben op de opbrengst van een andere windturbine die onderdeel is van het windpark. Deze effecten kunnen worden verminderd door geoptimaliseerde turbineplaatsing en geavanceerde besturingssystemen. 84 Bij een aantal opstellingen zijn de onderlinge afstanden relatief klein met als doel om zo veel mogelijk windturbines te kunnen inpassen. In deze gevallen zouden deze verliezen ook iets boven de 10% kunnen uitvallen. In vervolgonderzoek kan dit volledig doorgerekend worden. Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 98

4.10

Netaansluiting en combinatiemogelijkheden

De mogelijkheden voor netaansluiting worden voor de verschillende zoekgebieden onderzocht. Hiervoor wordt gekeken naar mogelijke netaansluitingen in de omgeving. De aanwezigheid van grootgebruikers in de regio die wellicht direct elektriciteit kunnen afnemen, wordt ook beschouwd.

4.10.1

Netaansluitingen

Om de opgewekte stroom van een windturbine bij huishoudens te krijgen moet het eerst naar een onderstation geleid worden. Hier wordt het binnengebracht op een laag voltage (10 à 20 kV) en omgezet naar een hoger voltage (110 kV) dat vervolgens het elektriciteitsnet opgaat.85 Om zowel verliezen van stroom als hoge kosten te voorkomen, is het aantrekkelijk een zo kort mogelijke afstand tot een netaansluiting te realiseren. In Figuur 4.27 zijn de onderstations en hoogspanningsstations weergegeven in de omgeving van de zoekgebieden in de gemeenten Rhenen en Wageningen. De hoogspanningsstations in Gelderland — Wageningen-Nude, Renkum en Dodewaard — vallen onder het beheer van Liander. De stations in Utrecht — Veenendaal Wageningselaan en Veenendaal ’t Goeie Spoor — worden beheerd door Stedin. Bij alle genoemde hoogspanningsstations is het op dit moment niet vanzelfsprekend om een aansluiting te verkrijgen. Op de websites van de netbeheerders is de actuele wachtlijst in te zien. 86 Er is een tekort aan transportcapaciteit, en er bestaat een wachtrij voor zowel afname als teruglevering van elektriciteit. In het plan-MER Gelderland 2025 is specifiek navraag gedaan bij Liander over de mogelijkheid om in 2030 een windpark aan te sluiten op een van de onderstations in Gelderland (zie paragraaf 2.3.3).

Liander ziet mogelijkheden voor aansluiting in 2030, met name op het nog te realiseren nieuwe onderstation van TenneT in het grensgebied tussen Wageningen en Rhenen (zie ook paragraaf 3.3).87 Ook in het plan-MER Utrecht 2023 is hierover navraag gedaan bij netbeheerder Stedin (zie paragraaf 2.4.4). Ook toen werd aangegeven dat er in 2030 mogelijkheden voor aansluiting worden voorzien. In een latere fase kan nader worden onderzocht waar en onder welke voorwaarden een windpark op termijn kan worden aangesloten. Dit hangt onder meer af van het aantal windturbines, de lengte van de wachtlijst en de geplande werkzaamheden aan de hoogspanningsstations. In deze fase wordt uitsluitend gekeken naar de afstand tot het dichtstbijzijnde hoogspanningsstation. Omdat er op dit moment geen zekerheid is over aansluitcapaciteit, is netaansluiting voor een windpark een groot punt van aandacht. Dit is voor een windpark in elk van de zoekgebieden momenteel een probleem, zoals dat vrijwel overal in Nederland een probleem vormt. Er zal dus gewerkt moeten worden aan oplossingen, zoals verzwaring van het net. Omdat bij elk van de zoekgebieden wel een station in de nabijheid ligt van hooguit enkele kilometers (maximaal 4 km, zie Tabel 4.21) maar onduidelijk is waar mogelijk wel of niet in toekomst kan worden aangesloten, worden de zoekgebieden op het aspect netaansluiting niet beoordeeld in deze fase.

85

Dit is afhankelijk van de aansluiting en bij kleinere windparken vaak niet noodzakelijk. Voor meer informatie zie ook: https://www.liander.nl/grootzakelijk/capaciteit-op-het-net/capaciteit-per-regio#provincie ; https://www.stedin.net/zakelijk/energietransitie/beschikbare-netcapaciteit/wachtlijst 87 Er gaat een extra onderstation gebouwd worden door Tennet. Hiervoor wordt momenteel een locatie gezocht aan de oostzijde van Rhenen of de westzijde van Wageningen. De verwachte inwerkingtreding is circa 2030-2032. Dit plan is nog in een vroeg stadium maar hier kan wellicht in de toekomst op aangesloten worden. 86

Nader windonderzoek Gemeente Wageningen en Rhenen 724189 | Gemeente Wageningen en Rhenen | V6.0 | 7-4-2025 Pagina 99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15455504/1