CConstaterende datRhenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2022-online klein def

Commissie Bestuur en Financiën 1 november 2021, gemeente RhenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2022-202529.701 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

deelprogramma participatie preventief

WAT MAG HET KOSTEN? Ook is er een aanpak vastgesteld voor inwoners van onze gemeente die nog onder de oude wet vallen, maar de inburgering afronden onder de nieuwe wet. In 2022 start de uitvoering. Op vijf aspecten is het van belang de ontwikkelingen te blijven volgen: • Zijn de ingekochte leerroutes adequaat en passend, is de uitvoering conform overeenkomst (met de regio). • Accountbeheer op de uitvoering door Veenendaal in proces en op resultaat. • Ontwikkeling van de samenwerking met lokale partners en inbedding in het sociaal domein. • Financiële monitoring (uitgangspunt van de gemeente Rhenen is dat de door het rijk beschikbaar gestelde budgetten taakstellend zijn). • Niet in de laatste plaats willen we weten of de inwoners die zich hier als statushouder hebben gevestigd met de door hun geleverde inspanningen om in te burgeren en de geboden ondersteuning ook daadwerkelijk hun plek in Rhenen weten te vinden.

64

(x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

0N

0N

0N

0N

Lasten

194 N

164 N

162 N

159 N

A. Saldo van baten en lasten

194 N

164 N

162 N

159 N

Onttrekking reserves

0N

0N

0N

0N

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

B. Mutaties reserves

0N

0N

0N

0N

194 N

164 N

162 N

159 N

Geraamd resultaat (A+B)

Toelichting financiën De subsidie voor het Taalhuis is structureel in de begroting verwerkt. In 2022 vindt dekking voor een deel van de subsidie plaats uit de reserve budgetoverheveling. Vanaf 2023 wordt het beschikbare budget voor de Wet Inburgering voor € 30.000 ingezet voor het taalhuis (in deelprogramma 4.3). Dit betekent dat de lasten voor de Wet Inburgering vanaf 2023 lager zijn.

4.5

4.6

Deelprogramma

PARTICIPATIE MAATWERK

WAT WILLEN WE BEREIKEN? Beleidsdoel Inwoners doen mee naar vermogen en zijn zoveel als mogelijk financieel zelfredzaam. Inwoners (dichter bij huis) helpen rondom werk en inkomen. 4.6.1 Meer inwoners verrichten betaald werk. 4.6.2 Meer inwoners zijn financieel zelfredzaam. Voor inwoners die daar niet toe in staat zijn biedt de gemeente een vangnet in de vorm van een participatiewetuitkering. WAT GAAN WE ER VOOR DOEN? Reguliere activiteiten: sociale werkvoorziening (WSW-IW4), de gebundelde uitkering (BUIG: uitkeringen in het kader van Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz2004 en loonkostensubsidie), het minimabeleid, de schuldhulpverlening en de direct betrokken medewerkers. HOE METEN WE DAT? INDICATOREN BBV 65

deelprogramma participatie maatwerk

HOE METEN WE DAT? BBV indicatoren

2017

2018

2019

2020

2021

Personen met een bijstandsuitkering Aantal per 10.000 inwoners

237,2

214,1

198,6

266,3

222,0

Trendlijn

Defintie: Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen. Toelichting: Het cijfer voor 2020 wordt door ons niet herkend. We achterhalen nog hoe dit cijfer tot stand is gekomen. Kinderen in uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar

4,0%

3,0%

3,0%

Defintie: Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Onder bijstand wordt hier uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) verstaan. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker Instituut - Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS.

WAT MAG HET KOSTEN? (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

3.892 V

3.980 V

4.070 V

4.107 V

Lasten

7.427 N

7.467 N

7.496 N

7.521 N

A. Saldo van baten en lasten

3.535 N

3.488 N

3.426 N

3.414 N

Onttrekking reserves

0N

0N

0N

0N

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

B. Mutaties reserves

0N

0N

0N

0N

3.535 N

3.488 N

3.426 N

3.414 N

Geraamd resultaat (A+B)

Toelichting financiën De daling van het saldo van baten en lasten wordt met name veroorzaakt door een daling van de WSW kosten. Vanaf 2015 vindt er geen nieuwe instroom meer plaats in de WSW en worden de kosten door uitstroom jaarlijks lager.

66

4.6

deelprogramma participatie maatwerk

WIE HEBBEN WE DAARBIJ NODIG? Gemeenschappelijke Regeling Instituut voor Sociale Werkvoorziening Zuid Oost Utrecht (GR IW4) Vestigingsplaats

Veenendaal

Doel

In het kader van de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) is de gemeente Rhenen een gemeenschappelijke regeling aangegaan met de gemeenten Veenendaal en Renswoude. Deze gemeenschappelijke regeling voorziet in de uitvoering van de wettelijke verplichtingen.

Deelnemende partijen

De gemeenten Rhenen, Veenendaal en Renswoude.

Openbaar belang en Ontwikkelingen

IW4 is het Sociaal Werkbedrijf voor de gemeenten Rhenen, Renswoude en Veenendaal. Zij begeleiden mensen met een doelgroepindicatie of een WSW indicatie naar en op het werk. De doelstelling is zo regulier mogelijk werk. Voor wie dit (tijdelijk) niet mogelijk is, is er werk bij IW4 zelf. IW4 biedt daarnaast re-integratiediensten voor inwoners van de deelnemende gemeente met een bijstandsuitkering. In 2018 is besloten tot een nieuwe opdracht aan IW4, die voldoende zekerheid biedt voor de SW-doelgroep en gericht is op het bevorderen van een inclusieve arbeidsmarkt. IW4 heeft in in 2019 een transitieplan opgesteld om aan de nieuwe opdracht vorm te kunnen geven. Dit transitieplan wordt vanaf 2021 uitgevoerd. Daarnaast is gewerkt aan een huisvestingsplan dat financieel en anderszins beter past bij het huidige IW4.

Bestuurlijk belang (incl wijzigingen)

De gemeente wordt in het dagelijks bestuur en algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling vertegenwoordigd door wethouders De Heer-Verheij en Boerkamp.

Eigen Vermogen

1-1-2022: € 2.202.000

31-12-2022: € 2.141.000

Vreemd Vermogen

1-1-2022: € 4.050.000

31-12-2022: € 4.000.000

Begrotingsesultaat GR 2022

116.000 N

Bijdrage gem Rhenen

2022: €32.460 2021:€ 68.439 2020: € 127.976

Relatie beoogd maatschappelijk effect Mensen met een arbeidsbeperking krijgen op diverse manieren begeleiding op de werkvloer. Dat kan intern bij IW4 zijn of bij reguliere werkgevers door middel van detachering. Het doel is om dit zoveel mogeljk bij reguliere werkgevers te organiseren.

67

Risico’s

Door een daling van de rijksbijdrage per deelnemer en de daling van het aantal deelnemers door het afschaffen van de Wsw is het noodzakelijk een toekomstbestendige visie op bedrijfsvoering te ontwikkelen. Deelnemende gemeenten verstrekken aanvullende subsidie. Negatieve resultaten zullen echter voor zover niet op te vangen binnen het eigen vermogen van IW4 voor rekening en risico van de deelnemende gemeenten blijven. De Coronacrisis heeft in 2020 een flinke impact gehad op de bedrijfsvoering van IW4. Het Rijk heeft hierin een financiële compensatie in geboden. Voor 2021 blijft de verdere ontwikkeling van deze crisis een risicofactor voor de prestaties van IW4.

Doelen/ontwikkelingen 2022

Verder uitvoering geven aan het transitieplan waarmee IW4 kan voldoen aan haar nieuwe opdracht om blijvende hoogwaardige uitvoering van de Wsw en een toekomstbestendige uitvoering van de Participatiewet, waarmee ook positief wordt bijgedragen aan de inclusieve arbeidsmarkt en de werkgelegenheid van mensen die nu werkzaam zijn binnen de Wsw geborgd wordt. Daarnaast speelt in 2022 de realisatie van het huisvestingsplan.

Programma

4. Sociaal Maatschappelijk

Deelprogramma

4.6 Participatie maatwerk

Begroting 2022

4.6

Inleiding Dit programma richt zich op de lokale economische ontwikkeling. Het doel is om tot een gezondere economie te komen in Rhenen. Tot deze economische ontwikkeling horen de economie, het vestigingsklimaat voor ondernemers, recreatie en toerisme, plattelandsontwikkeling en de regionale samenwerking. Het programma Economie & toerisme kent het deelprogramma economische zaken. WAT WILLEN WE BEREIKEN? Maatschappelijk doel De gemeente Rhenen streeft naar een duurzame toeristische en economische groei/ positie op zowel lokaal als regionaal niveau met inachtneming van de kwaliteit van de leefomgeving. WAT MAG HET KOSTEN? Programma 5 – Economie & toerisme

5

2022

2023

2024

2025

Baten

297 V

298 V

299 V

299 V

Lasten

1.494 N

1.431 N

1.407 N

1.406 N

A. Saldo van baten en lasten

1.196 N

1.133 N

1.108 N

1.107 N

Onttrekking reserves

85 V

42 V

19 V

19 V

Toevoeging reserves

2N

2N

2N

2N

B. Mutaties reserves

83 V

40 V

17 V

17 V

1.113 N

1.092 N

1.090 N

1.090 N

Geraamd resultaat (A+B)

Programma

ECONOMIE EN TOERISME

68

(x € 1.000)

Toelichting financiën Het college wil een extra impuls geven aan het economische herstel na corona. In de perspectiefnota 2022 heeft het college daarom geld beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de economische agenda en recreatie en toerisme (inclusief Vuelta). In 2022 gaat het om € 131.000, in 2023 om € 46.000 en vanaf 2024 om € 36.000. Dit zorgt voor een daling van de lasten. In het uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme is een aantal incidentele lasten opgenomen voor 2022 en 2023. In 2022 zijn deze incidentele lasten hoger dan in 2023. In 2022 wordt naast de structurele onttrekking aan de reserve restauratie Cuneratoren (dekking kapitaallasten) ook € 66.000 uit de reserve collegeprogramma onttrokken voor de extra impuls aan het economisch herstel na corona. In 2023 vindt naast de structurele onttrekking voor de cuneratoren een incidentele onttrekking aan de reserve budgetoverheveling plaats voor het wandelroutenetwerk.

5.1

Deelprogramma

ECONOMISCHE ZAKEN WAT WILLEN WE BEREIKEN? Beleidsdoel De gemeente Rhenen streeft naar een duurzame toeristische en economische groei/ positie op zowel lokaal als regionaal niveau met inachtneming van de kwaliteit van de leefomgeving. 5.1.1 Rhenen is een aantrekkelijke, duurzame en veilige vestigingsplaats voor kleine en middelgrote ondernemingen. 5.1.2 De gemeente geeft blijk van goed rentmeesterschap van de gemeentelijke gronden. 5.1.3 Het marktwezen in de gemeente wordt gefaciliteerd. 5.1.4 Rhenen is een aantrekkelijk toeristische bestemming met voldoende attractieve culturele, recreatieve en toeristische mogelijkheden voor alle doelgroepen. De beleidsvisie recreatie en toerisme is aangepast aan deze tijd. WAT GAAN WE ER VOOR DOEN? Reguliere activiteiten: het ondernemersklimaat, de markten, evenementen, cultuur, het monumentaal vastgoed (Cuneratoren, stadsmuren), de lokale omroep, de VVV, Kwintelooijen, de passantenhaven en de direct betrokken medewerkers.

69

Activiteiten en ontwikkelingen in 2022 Economische agenda In het najaar van 2022 bespreekt de raad de opgaven uit de economische agenda en maakt keuzes. De Economische Agenda is gevuld met thema’s waar integraal aan gewerkt wordt. Keuzes die betrekking hebben op Toekomstbestendige bedrijventerreinen, de transitie van het buitengebied voor agrarische ondernemers naar circulaire landbouw, circulariteit, de eiwittransitie (visie buitengebied, eiwittransitie) en Centrum Rhenen. Om bedrijven te kunnen laten ondernemen zijn er meer werklocaties nodig. Uitbreiding, naast intensivering van ruimte en stapelen van functies. Om Remmerden toekomst bestendig te maken als bedrijventerrein zullen we de komende jaren inzetten op klimaatadaptatie en verduurzaming. Bij ieder vrijgekomen kavel zullen aanpassingen gedaan worden. Richtlijnen om duurzaam om te gaan met ruimte zullen worden toegepast. Uit het koopstromen onderzoek bleek al dat online verkopen een groter aandeel heeft. Naar verwachting is dat online aandeel verder toegenomen. Om de binnenstad vitaal te houden, worden digitaliseringstrajecten ondersteund. Initiatieven vanuit de winkeliers, ook zoals het vergroenen van het centrum zullen worden gefaciliteerd. De keuze hoe we dat doen moet nog gemaakt worden. De keuzes bepalen ook het benodigde budget. Het budget voor 2022 uit de perspectiefnota is nu € 58.000, met

deelprogramma economische zaken

€ 15.000 extra voor de jaren daarna. Naar verwachting zijn voor de toekomstbepalende trajecten zoals landbouw transitie, extra inzet op de verduurzaming en uitbreiding bedrijventerrein en om Rhenen te versterken van dagtoerisme naar meerdaagstoerisme extra middelen nodig. Na het vaststellen van de economische agenda eind 2021 is hier meer duidelijk over, maar een grove inschatting van de benodigde middelen zijn: voor landbouwtransitie: € 250.000 aan FTE inzet voor de komende 5 jaar, voor verduurzaming en uitbreiding bedrijventerrein: € 250.000 aan FTE inzet over 5 jaar en om Rhenen te versterken van dagtoerisme naar meerdaagstoerisme: € 200.000 over 5 jaar. De dekking daarvoor moet nog worden gezocht in de begroting. Daar waar de dekking niet in de begroting zit wordt een nieuwe aanvraag gedaan in de PPN 2023. Om de ambitie voor deze complexe en meerjarige dossiers te realiseren is met name FTE inzet nodig voor projectleiding, aanjagen en onderzoek. Passantenhaven De realisatie van de vernieuwde passantenhaven, inclusief beschikbaarheid van camperplaatsen, geeft een impuls aan het lokale toerisme. De watersporters krijgen een goed geoutilleerde haven, zodat ‘watertoeristen’ met meer comfort een nacht kunnen doorbrengen.

De vernieuwing kan ook een impuls geven aan de lokale economie, met name de horecasector en detailhandel zullen profiteren van toename van watersporters en camperaars. De eerste helft van 2022 zal in het teken staan van het uitwerken van het definitief ontwerp, het versterken van het draagvlak onder omwonenden en andere lokale stakeholders en het doorlopen van de noodzakelijke planologische procedures. Daarbij zal het oordeel van Rijkswaterstaat allesbepalend zijn.

70

De vernieuwing van de passantenhaven past in een breder plaatje van gebiedsontwikkeling omdat het burgerinitiatief ook aangegrepen wordt om het aanpalende gebied, inclusief de Loswal, te vernieuwen. De planvorming rond de passantenhaven dient dus parallel te lopen met de planvorming rond het bredere gebied. Dat betekent: a. een investering in de Loswal, inclusief de aanleg van basisvoorzieningen voor de binnenvaartschippers die gebruik maken van de Loswal; b. verplaatsing van de trailerhelling aan de kant van Moeke. De vraag is wat de juiste alternatieve plek is om de overlast en verkeersdruk te verminderen; c. vergroening en verfraaiing van het gebied zodat de haven niet alleen aantrekkelijk is voor watersporters maar ook voor (lokale) passanten die willen flaneren langs de kades. Deze brede gebiedsontwikkeling vraagt interne afstemming tussen de afdelingen Economie en Ruimte, Openbare ruimte en Vergunningen. Naast een aangewezen projectleider is er ook extra fte nodig om gezamenlijk de plannen te ontwikkelen. Dat vraagt voor de begroting 2022 naast 0,3 fte projectleiding, 0,3 fte vanuit genoemde afdelingen om de planvorming in 2022 te realiseren. Naar alle waarschijnlijkheid kan de projectleiding niet opgevangen worden binnen de begroting en wordt een apart voorstel inclusief dekking gedaan. Inzet vanuit de diverse afdelingen kan worden opgevangen in de huidige formatie.

‘t Brandtweer In 2022 zal de verkoop van de panden aan de Kerkstraat 1-3 aan Stichting ’t Brandtweer daadwerkelijk gerealiseerd worden, waarmee de gelden terugvloeien naar de algemene middelen. Voorwaarde is dat het Bestemmingsplan goedgekeurd wordt en de Omgevingsvergunning

5.1

deelprogramma economische zaken

wordt afgegeven. Voorwaarde is ook dat er vanuit omwonenden geen bezwaren worden ingebracht. Er is een groep omwonenden die bezwaar zouden kunnen indienen indien het besluit over invoering van het vergunning parkeren nog niet genomen is voor ter inzage legging van de plannen. Mochten de planologische procedures in 2021 positief worden afgerond dan is 2022 het jaar dat Stichting ’t Brandtweer de verbouwing zal uitvoeren en naar verwachting zal het pand in dat jaar ook worden geopend. Daarmee is het museumkwartier een voorziening rijker ter bevordering van maatschappelijke, culturele en zakelijke ontmoetingen en ondernemerschap. Daarbij ontstaat een extra beweging in het gebied dat mogelijk ook een aanzuigende werking heeft op het museum. Zodra de verkoop van de panden definitief is, komt in 2022 ook een einde aan de projectleiding van gemeentezijde. Kwintelooijen In 2020 heeft een marktuitvraag plaatsgehad om een ondernemer te vinden die in het recreatie- en natuurgebied Kwintelooijen een horecavoorziening wil realiseren voor de groeiende groep bezoekers. In juli 2020 won de inzending van twee ondernemers, onder de naam BijQuinty, de uitvraag. Een jaar later hebben beide ondernemers een nieuwe partner gevonden die het lopende traject nieuw leven in kan blazen. Tot dusver konden de gepresenteerde plannen de goedkeuring krijgen van de Welstandscommissie.

Daarnaast ondervonden de ondernemers problemen bij het aantrekken van financiers, mede vanwege de corona crisis. De nieuwe partner, verbonden aan de Veenendaalse onderneming Ingenious Tomorrow, heeft de aandelen van BijQuinty overgenomen, inclusief alle verplichtingen die de oorspronkelijke ondernemers met de gemeente Rhenen zijn aangegaan. De nieuwe partner neemt de kennis van het bedrijf Inge-

71

nious Tomorrow mee om een impuls te geven aan de planvorming, de nieuwe partij straalt de ambitie uit om een plan te realiseren dat waarde toevoegt aan Kwintelooijen. De voorziening is niet alleen een uitspanning voor bezoekers maar zal ook betekenis hebben voor de natuurbeleving en –educatie. Het jaar 2022 zal in de eerste maanden in het teken staan van planontwerp, inclusief het doorlopen van de benodigde planologische procedures. De ambitie van de nieuwe eigenaar is om de voorziening voor de zomer 2022 te openen. Stadsmuseum Rhenen: jong museum met ambities Levendige ontmoetingsplek. Stadsmuseum Rhenen, opvolger van het gemeentelijk museum Het Rondeel, opende in december 2018 officieel zijn deuren in het Oude Raadhuis. Publiek vindt hier ook een toeristisch informatiepunt (VVV), een Museumcafé en een Trouwzaal. Een monument dat jarenlang beperkt toegankelijk was, is in enkele jaren een levendige ontmoetingsplek geworden voor geschiedenis en cultuur. Stadsmuseum Rhenen is daarmee een vaste factor in het cultuuraanbod van Rhenen, en wil in 2022-2025 haar vleugels verder uitslaan. Ambitie De stichting wil voortbouwen op het (coronaloze) eerste jaar 2019, waarin 2800 bezoekers verwelkomt konden worden. 1000 voor de horeca en 1100 voor de VVV. Na de corona-dips in 2020 en 2021 ligt de focus op 5000 museumbezoekers in 2025, 2000 bezoekers voor de VVV en 2000 voor de horeca.

Een evaluatie door een onafhankelijk adviesbureau heeft aangetoond dat het Stadsmuseum potentie heeft om uit te groeien tot een regionaal gewaardeerd museum.

5.1

deelprogramma economische zaken

Convenant/Financiën Voor de exploitatie ontving Stichting Het Oude Raadhuis van 2018-2021 jaarlijks € 238.000, waarvan meer dan de helft aan huisvestingskosten moest worden betaald. Minimaal € 60.000 moet steeds worden bijverdiend om de exploitatie sluitend te maken.

De ambities voor de komende jaren maken het noodzakelijk reserveringen te doen in de begroting. Een nieuwe meerjarige-subsidie voor 2022-2025 en het bijbehorende convenant zijn in 2021 afgesloten. Stichting het Oude Raadhuis wil aanvullende subsidies elders zien te verwerven.

HOE METEN WE DAT? BBV indicatoren Functiemenging (%)

2017

2018

2019

2020

44,5%

44,0%

44,7%

43,8%

2021 Trendlijn

Defintie: De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. Vestigingen (van bedrijven) (Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar)

149,7

151,9

157,7

166,7

84,0%

83,6%

Defintie: Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15-65 jaar.

Demografische druk (%)

83,3%

84,4%

Defintie: Het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder per 100 personen van 20 tot 65 jaar WAT MAG HET KOSTEN? (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

297 V

298 V

299 V

299 V

Lasten

1.494 N

1.431 N

1.407 N

1.406 N

A. Saldo van baten en lasten

1.196 N

1.133 N

1.108 N

1.107 N

Onttrekking reserves

85 V

42 V

19 V

19 V

Toevoeging reserves

2N

2N

2N

2N

B. Mutaties reserves

83 V

40 V

17 V

17 V

1.113 N

1.092 N

1.090 N

1.090 N

Geraamd resultaat (A+B)

72

83,5%

5.1

73

Inleiding Het programma veiligheid & handhaving bestaat uit de taken op het gebied van openbare orde en de aanpak van overlast en criminaliteit, toezicht en handhaving voor de naleving van regels en beleid en de fysieke veiligheid door brandweerzorg, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. • In het Integraal Veiligheidsplan en het Uitvoeringsplan staan de doelen en prioriteiten die de wij op het terrein van openbare orde en veiligheid nastreven, de resultaten die daartoe binnen de looptijd van het plan worden beoogd en de inspanningen die de veiligheidspartners leveren. We richten ons over het algemeen op de inzet van preventieve maatregelen en de bestuursrechtelijke aanpak. Het Openbaar Ministerie (OM) en de politie richten zich op de repressieve maatregelen en strafrechtelijke vervolging.

6

Programma

VEILIGHEID EN HANDHAVING

74

• Met toezicht en handhaving zetten we in op het vergroten van de naleving van regels en beleid. Dat is belangrijk, omdat we met de naleving van die regels en dat beleid samen met onze inwoners zorgen voor een leefbaar, gezond en veilig Rhenen. Om een leefbaar, gezond en veilig Rhenen te creëren, werken toezichthouders, boa’s en juristen samen met interne en externe partners. In ons handhavingsbeleid en ons jaarlijkse handhavingsprogramma bepalen we prioriteiten waarop we onze handhavingscapaciteit inzetten. Het gesprek aangaan met onze inwoners, ondernemers en bezoekers en daarmee het veranderen van ongewenst gedrag ons uitgangspunt. We zetten in op het vergroten van de weerbaarheid en verdraagzaamheid van onze inwoners. Elkaar aanspreken op gedrag lijkt de laatste jaren moeilijker geworden. Dat moet weer terug komen. We willen onze inwoners een helpende hand bieden en zetten daarom in bepaalde gevallen in op buurtbemiddeling. Gedragsverandering kost tijd en dat houden we dan ook in het oog. Handhavend optreden schuwen we echter niet. Ongewenste situaties moeten ook gestopt kunnen worden en handhaving kan daarvoor een goed middel zijn. • De Veiligheidsregio Utrecht waarborgt de fysieke veiligheid van burgers en bedrijven door een doelmatige en slagvaardige crisisorganisatie, brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening.

veiligheid en handhaving

WAT MAG HET KOSTEN? Het programma Veiligheid en handhaving bestaat uit de deelprogramma’s openbare orde en veiligheid en handhaving. WAT WILLEN WE BEREIKEN? Maatschappelijk doel Rhenen is een gemeente waar inwoners, bezoekers en ondernemers veilig zijn en zich veilig voelen.

(x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

26 V

26 V

26 V

26 V

Lasten

2.206 N

2.205 N

2.220 N

2.219 N

A. Saldo van baten en lasten

2.180 N

2.180 N

2.194 N

2.193 N

Onttrekking reserves

56 V

56 V

56 V

56 V

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

B. Mutaties reserves

56 V

56 V

56 V

56 V

2.124 N

2.124 N

2.138 N

2.138 N

Geraamd resultaat (A+B)

75

6

6.1

Deelprogramma

OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID WAT WILLEN WE BEREIKEN? Beleidsdoel Rhenen is een gemeente waar inwoners, bezoekers en ondernemers veilig zijn en zich veilig voelen. 6.1.1 Zorgdragen voor het vergroten van de algehele veiligheid (objectief en subjectief) van onze inwoners en aanpak van ondermijnende criminaliteit. 6.1.2 Fysieke veiligheid van burgers en bedrijven waarborgen door een doelmatige en slagvaardige organisatie van de brandweerzorg, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening.

WAT GAAN WE ER VOOR DOEN? Tot de reguliere activiteiten van het deelprogramma openbare orde en veiligheid behoren o.a. de criminaliteitsaanpak, ondermijning, buurtbemiddeling, demonstraties, brandweerzorg, crisisbeheersing en geneeskundige zorg. .

76

Activiteiten en ontwikkelingen in 2022 Nieuw Integraal Veiligheidsplan 2023 – 2026 In Rhenen staat al een goede basis voor veiligheid, dit willen we behouden en waar mogelijk nog verder ontwikkelen. In het Integraal Veiligheidsplan (IVP) leggen we op hoofdlijnen samen met de (veiligheids)partners onze prioriteiten op het gebied van veiligheid vast en maken we afspraken voor de komende vier jaar. Goede afspraken met politie, OM en andere partners zijn immers belangrijk om goed te kunnen sturen op veiligheid. In 2022 wordt er samen met de vijf gemeenten uit het basisteam Heuvelrug hard gewerkt aan een nieuw gezamenlijk Integraal Veiligheidsplan. Het huidige IVP vormt kaders tot en met 2022 en daarin ligt de focus op ondermijning, woninginbraken en jeugd op straat. In het nieuwe IVP verschuift de aandacht wellicht naar andere accenten, dit wordt in 2022 onderzocht. Nieuw Uitvoeringsplan 2023-2024 Het gezamenlijke IVP is door elke gemeente opgedeeld in een tweejaarlijks uitvoeringsplan. Een uitvoeringsplan integrale veiligheid is een doorvertaling van het IVP. Het geeft handen en voeten aan de hoofdlijnen die zijn vastgelegd in het IVP en benoemt de voorgenomen

veiligheid en handhaving

concrete inzet, actie en maatregelen rond de veiligheidsthema’s van het IVP. In 2022 zal er dus ook toe gewerkt worden naar het eerste uitvoeringsplan voor de periode 2023-2024. Taakdifferentiatie brandweer Bij de voorbereidingen voor aanpassingsvoorstellen voor de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is aan het licht gekomen dat de arbeidsvoorwaarden van brandweervrijwilligers in Nederland op dit moment in strijd zijn met Europese wet- en regelgeving, in het bijzonder met de zogenaamd deeltijdrichtlijn. De minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad laten onderzoeken hoe de brandweervrijwilligers nadrukkelijk en fundamenteel zijn te onderscheiden van de beroepskrachten zodat wordt voldaan aan de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. In de denkrichting wordt een taakdifferentiatie voorgesteld tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, waarbij het systeem van vrijwilligheid behouden blijft. Nieuw regionaal risicoprofiel VRU In 2022 wordt het regionaal risicoprofiel veiligheidsregio Utrecht opnieuw bepaald en vast-

gesteld in overleg met betrokken partijen en conform een vierjaarlijkse cyclus. In het regionaal risicoprofiel zijn de risico’s vastgelegd die relevant zijn voor de regio Utrecht. Van elk van deze risico’s is uitgewerkt wat mogelijke oorzaken zijn en welke effecten dit heeft. Het risicoprofiel vormt mede de basis voor het nieuwe beleidsplan VRU 2024-2027. Het doel is eind 2022 een ontwerp-beleidsplan VRU 2024-2027 te ontwikkelen. Wegvallen OMS-gelden VRU De regionale concessievergoeding aan de VRU voor het Openbaar Meldsysteem (OMS) gaat wegvallen. Met ingang van 2021 is een landelijke voorziening voor de ontvangst van meldingen van brandmeldinstallaties operationeel voor gebouwen die verplicht zijn tot een directe doormelding van hun brandmeldinstallatie naar de meldkamer. Er is een OMSfonds gevormd waarmee het wegvallen van de opbrengsten kan worden gedekt tot de nieuwe beleidsperiode 2024-2027. Bij de vaststelling van de begroting 2022 is toegezegd om in aanloop naar de nieuwe beleidsperiode 2024-2027 bestuurlijke keuzes ten aanzien van de taakuitvoering VRU in kaart te brengen op basis waarvan kan worden besloten over eventuele bezuinigingen om het wegvallen van de OMS-opbrengsten structureel op te vangen.

HOE METEN WE DAT? BBV indicatoren Diefstallen uit woning (Aantal per 1.000 inwoners)

2017

2018

2019

2020

3,1

3,0

2,2

1,5

2021

Trendlijn

Definitie: Het aantal diefstallen uit woning. Toelichting: Cijfer 2020 is voorlopig en zelf berekend. 31 woninginbraken in 2020 en 23 tot en met 12 juli 2021.

WAT MAG HET KOSTEN? (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

0N

0N

0N

0N

Lasten

1.578 N

1.577 N

1.592 N

1.591 N

A. Saldo van baten en lasten

1.578 N

1.577 N

1.592 N

1.591 N

Onttrekking reserves

56 V

56 V

56 V

56 V

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

B. Mutaties reserves

56 V

56 V

56 V

56 V

1.522 N

1.522 N

1.536 N

1.536 N

Geraamd resultaat (A+B) 77

OVERIGE BBV INDICATOREN

6

veiligheid en handhaving

Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Vestigingsplaats

Utrecht

Eigen Vermogen

1-1-2022: € 14.835.000

31-12-2022: € 13.098.000

Doel

Het doel van de Wet Veiligheidsregio’s is een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionaal bestuur. Het doel van de ‘Regeling Veiligheidsregio Utrecht’ is het door de Veiligheidsregio Utrecht realiseren van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau van de beheersing van rampen en crises in de Utrechtse gemeenten.

Vreemd Vermogen

1-1-2022: € 78.703.000

31-12-2022: € 84.581.000

Begrotingsesultaat GR 2022

€0

Bijdrage gem Rhenen

2022: € 1.115.000 2021: € 1.141.000

Relatie beoogd maatschappelijk effect

Door deelname aan de Veiligheidsregio Utrecht wordt de samenwerking tussen verschillende instanties bij rampenbestrijding verbeterd.

Risico’s

De minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad laten onderzoeken hoe de brandweervrijwilligers nadrukkelijk en fundamenteel zijn te onderscheiden van de beroepskrachten zodat wordt voldaan aan de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie tussen vrijwilligers en beroepskrachten significant stijgen.

Doelen/ontwikkelingen 2022

Voor 2022 staan geen grote beleidsmatige projecten op planning.

Programma

6. Veiligheid

Deelprogramma

6.1 Openbare Orde en Veiligheid

Deelnemende partijen

De VRU is op 1 januari 2006 opgericht en vormt één van de 25 veiligheidsregio’s waarin Nederland is opgedeeld. De VRU is een gemeenschappelijke regeling van de 26 Utrechtse gemeenten. De VRU heeft een Algemeen Bestuur dat bestaat uit alle 26 burgemeesters. De VRU bestaat uit een aantal organisatieonderdelen, waarvan de belangrijkste zijn: - de 26 gemeenten die samen de provincie Utrecht vormen - de brandweer met 68 brandweerkazernes - de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR)

Openbaar belang In 2019 is het regionaal risicoprofiel vastgesteld, waarin de risico’s en zijn vastgelegd die relevant zijn voor de regio Utrecht. Van elk van ontwikkelingen deze risico’s is uitgewerkt wat mogelijke oorzaken zijn en welke effecten het heeft. Het risicoprofiel vormt mede de basis voor het beleidsplan VRU 2020-2023. De Veiligheidsregio Utrecht en daarmee ook de gemeente Rhenen beschikt hiermee over een actueel regionaal risicoprofiel welke bijdraagt aan de doelstelling van de VRU om risicogericht te kunnen werken. Het regionaal risicoprofiel wordt volgens de wet eens in de 4 jaar vastgesteld. Bestuurlijk belang incl wijzigingen

78

Elk lid van het Algemeen Bestuur vertegenwoordigt zijn of haar gemeente in het bestuur en fungeert als intermediair tussen gemeente en het bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht. Dit laatste is van belang omdat, wanneer er regionale besluiten moeten genomen worden, goedkeuring van alle gemeenteraden nodig is. De burgemeester is uit hoofde van zijn functie lid van het algemeen bestuur van het openbaar lichaam. Tevens heeft hij zitting in dit districtsoverleg.

Begroting 2022

2020: € 1.112.000

6

6.2

Deelprogramma

HANDHAVING

WAT WILLEN WE BEREIKEN? Beleidsdoel Rhenen is een gemeente waar inwoners, bezoekers en ondernemers met elkaar in een schone, leefbare en veilige omgeving wonen, leven en verblijven. 6.2.1 Voldoende toezicht op handhaving van beleid, waardoor de leefbaarheid in onze samenleving wordt vergroot. WAT GAAN WE ER VOOR DOEN? Tot de reguliere activiteiten van het deelprogramma handhaving behoren o.a. toezicht, juridische en bestuurlijke handhaving en de taken van de boa’s.

Activiteiten en ontwikkelingen in 2022 Gevolgen van de coronacrisis op handhaving De druk op handhaving neemt toe. We zien dat de verdraagzaamheid naar elkaar afneemt. Dat resulteert in ergernissen naar elkaar en vervolgens veel overlastklachten bij de gemeen79

te. Een reden hiervoor kan liggen in het feit dat tijdens de lock-downs door COVID-19 minder mensen bij elkaar waren. Nu deze maatregelen zijn afgezwakt, lijken mensen opnieuw moeten te wennen aan een situatie dat er veel meer mensen op straat zijn en bij elkaar komen. De verwachting is dat deze trend voor langere tijd zal voortduren, waarbij de al groter en veelzijdiger wordende opgave voor handhaving in sneller tempo zal veranderen. De vragen die daarbij aan handhaving worden gesteld worden ook anders. In veel gevallen is sprake samenvallende complexe problematiek die vraagt om een integrale aanpak. Dat vraagt ook om een andere organisatie, training en inzet van onze mensen. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging Naar verwachting treden de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (verder: Wkb) op 1 juli 2022 in werking. Vooral de Wkb heeft effect op onze manier van toezichthouden op de bouw en op de hoeveelheid tijd die wij daaraan besteden. Het toezicht op de bouw komt voor de gemeente te vervallen. Dat toezicht moet door een private kwaliteitsborger worden uitgevoerd. De gemeente blijft wel bevoegd gezag voor de gereedmelding van een bouwproject. Daardoor ontstaat een verschuiving in het houden van toezicht

veiligheid en handhaving

vooraf naar handhaving achteraf. Onze capaciteit voor het houden van bouwtoezicht zal naar verwachting grotendeels verdwijnen, maar daarvoor in de plaats verwachten we meer juridische handhaving achteraf bij het moment van gereedmelden van een bouwproject. Het de financiële, personele en maatschappelijke consequenties van de inwerkingtreding van deze wet wordt door een projectgroep in kaart gebracht.

WAT MAG HET KOSTEN? (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

26 V

26 V

26 V

26 V

Lasten

628 N

628 N

628 N

628 N

A. Saldo van baten en lasten

602 N

602 N

602 N

602 N

Onttrekking reserves

0N

0N

0N

0N

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

B. Mutaties reserves

0N

0N

0N

0N

602 N

602 N

602 N

602 N

Geraamd resultaat (A+B)

80

6

81

Fortgens Photography / Shutterstock.com

Inleiding In dit programma zijn de middelen verantwoord die vooraf geen bepaald bestedingsdoel hebben of niet toe te rekenen zijn aan de inhoudelijke programma’s. Voorbeelden hiervan zijn: belastingen, uitkeringen uit het gemeentefonds, treasury, dividend en onverdeelde lasten (stelposten). Het programma Algemene dekkingsmiddelen is onderverdeeld in 2 deelprogramma’s: Belastingen en Overige algemene dekkingsmiddelen. De beleidsdoelen belastingen zijn opgenomen in de paragraaf lokale heffingen. WAT MAG HET KOSTEN? (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

36.115 V

35.909 V

36.394 V

37.160 V

Lasten

1.815 N

2.196 N

2.607 N

3.041 N

34.299 V

33.713 V

33.787 V

34.119 V

Onttrekking reserves

117 V

80 V

69 V

69 V

Toevoeging reserves

59 N

58 N

58 N

58 N

B. Mutaties reserves

58 V

21 V

10 V

11 V

34.358 V

33.734 V

33.797 V

34.130 V

A. Saldo van baten en lasten

7

Programma

ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

82

Geraamd resultaat (A+B)

7.1

Deelprogramma

BELASTINGEN

Inleiding Onder het deelprogramma belastingen zijn alle belastingopbrengsten opgenomen evenals de dienstverleningsovereenkomst uitvoering belastingen met de gemeente Ede. HOE METEN WE DAT? Voor een toelichting op de indicatoren over de lokale heffingen verwijzen wij u naar de paragraaf lokale heffingen.

WAT MAG HET KOSTEN? (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

5.248 V

5.369 V

5.465 V

5.582 V

Lasten

280 N

280 N

280 N

280 N

4.968 V

5.089 V

5.184 V

5.301 V

Onttrekking reserves

49 V

11 V

0N

0N

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

B. Mutaties reserves

49 V

11 V

0N

0N

5.016 V

5.100 V

5.184 V

5.301 V

A. Saldo van baten en lasten

Geraamd resultaat (A+B)

83

7.2

Deelprogramma

OVERIGE DEKKINGSMIDDELEN

Beleidsdoel In dit deelprogramma zijn alle overige baten en lasten verantwoord. Hieronder vallen de uitkeringen uit het gemeentefonds, stelposten voor onvoorziene uitgaven en de vennootschapsbelasting.

Onvoorzien De post onvoorzien is voor de begroting in zijn geheel geraamd en niet per (deel)programma. Er is onderscheid gemaakt tussen onvoorzien incidenteel en onvoorzien structureel. De post onvoorzien kan ingezet worden als de criteria van de 3-O’s van toepassing zijn: (O)nvoorzien, (O)nvermijdbaar en (O)nuitstelbaar.

WAT MAG HET KOSTEN? (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Baten

30.867 V

30.540 V

30.929 V

31.578 V

Lasten

1.520 N

1.896 N

2.301 N

2.731 N

A. Saldo van baten en lasten

29.347 V

28.644 V

28.628 V

28.847 V

Onttrekking reserves

69 V

69 V

69 V

Toevoeging reserves

59 N

58 N

B. Mutaties reserves

10 V 29.357 V

Geraamd resultaat (A+B)

2022

2023

2024

2025

Baten

0N

0N

0N

0N

Lasten

15 N

20 N

25 N

30 N

A. Saldo van baten en lasten

15 N

20 N

25 N

30 N

69 V

Onttrekking reserves

0N

0N

0N

0N

58 N

58 N

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

10 V

10 V

11 V

B. Mutaties reserves

0N

0N

0N

0N

28.654 V

28.638 V

28.858 V

Geraamd resultaat (A+B)

15 N

20 N

25 N

30 N

Overeenkomstig de verslagleggingsregels van de BBV is hierna een meer gedetailleerd inzicht gegeven in de algemene dekkingsmiddelen. 84

Onvoorzien (x € 1.000)

deelprogramma overige dekkingsmiddelen

Vennootschapsbelasting Met ingang van 1-1-2016 is de Wet op de Vennootschapsbelasting (Wet VPB) van toepassing op alle overheidsbedrijven en dus ook voor de gemeente Rhenen. Deze wet ondersteunt samen met de Wet Markt en Overheid het streven van het kabinet/ Europese Unie om een gelijk speelveld te creëren voor overheidsbedrijven en particuliere ondernemingen. De afgelopen jaren was de gemeente geen vennootschapsbelasting verschuldigd. Daarom is hiervoor in de begroting een P.M. post opgenomen.

Overhead (x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Personele overhead

4.049 N

4.084 N

4.084 N

4.084 N

Materiële overhead

2.931 N

2.929 N

2.906 N

2.894 N

Totale overhead

6.980 N

7.013 N

6.990 N

6.978 N

Doorbelast aan projecten

239 V

239 V

239 V

239 V

Overhead in exploitatie

6.741 N

6.774 N

6.751 N

6.739 N

2022

2023

2024

2025

Lokale heffing waarvan de besteding niet gebonden is

5.248 V

5.369 V

5.465 V

5.582 V

Uitkeringen uit het gemeentefonds

30.509 V

30.154 V

30.547 V

31.200 V

Dividend

125 V

150 V

150 V

150 V

Saldo financieringsfunctie

74 N

18 V

93 V

146 V

1.450 N

1.957 N

2.458 N

2.948 N

34.358 V

33.734 V

33.797 V

34.130 V

Vennootschapsbelasting (x € 1.000) 2022

2023

2024

2025

Baten

0N

0N

0N

0N

Lasten

0N

0N

0N

0N

A. Saldo van baten en lasten

0N

0N

0N

0N

Onttrekking reserves

0N

0N

0N

0N

Toevoeging reserves

0N

0N

0N

0N

B. Mutaties reserves

0N

0N

0N

0N

Geraamd resultaat (A+B)

0N

0N

0N

0N

Overige dekkingsmiddelen (x € 1.000)

Overige Totaal overige dekkingsmiddelen

85

7.2

deelprogramma algemene dekkingsmiddelen

WIE HEBBEN WE DAARBIJ NODIG? Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Vestigingsplaats

Den Haag

Doel

BNG Bank is van en voor de publieke sector waarbij het doel is om maatschappelijke impact te bereiken. Belangrijk hierbij is dat klanten de BNG beschouwen als natuurlijke partner voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, dat de bank daarin succesvol is en dat de bank haar maatschappelijke impact kan aantonen. Op basis van dit doel is in 2020 de strategie aangescherpt met het programma “Ons Kompas Naar Impact”. De strategische prioriteiten bestaan uit: 1. Focus op de publijke sector; en 2. Vergroten klantpartnerschap.

Deelnemende partijen

Aandeelhouders zijn uitsluitend overheden. De staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De gemeente Rhenen heeft als aandeelhouder zeggenschap in de organisatie.

Openbaar belang en ontwikkelingen

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Bestuurlijk belang incl wijzigingen

Per 31-12-2020 zijn er 55.690.720 aandelen in omloop. De gemeente Rhenen is in het bezit van 61.035 aandelen ( 0,11% van het totaal aantal aandelen).

Eigen Vermogen

1-1-2021: € 5.097.000

Vreemd Vermogen 1-1-2021: € 155.262.000 Resultaat deelneming

86

Dividend

In 2021 wordt van het resultaat van de deelneming uit voorgaand jaar € 101 miljoen aan dividend uitgekeerd. Dit komt overeen met een bedrag van 1,81 per aandeel. Voor de gemeente Rhenen gaat het om een bedrag van € 110.500. Dit is verwerkt in de Voorjaarsrapportage 2021.

Relatie beoogd maatschappelijk effect

De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger door een gunstig financieel klimaat te bieden aan aangesloten partijen.

Risico’s

De BNG Bank wordt als één van de veiligste banken ter wereld beschouwd en beschikt over triple A-ratings van Moody’s en Fitch en een AA+ rating van Standard & Poor’s. De risico’s die aan deze samenwerking kleven zijn daarom nihil. Medio 2021 zijn de resultaten van de Europese stresstest gepubliceerd. De BNG Bank heeft ruimschoots voldaan aan de minimum kapitaaleisen.

Ontwikkelingen 2022

De ontwikkelingen 2022 zullen in het teken staan van het vergroten van de maatschappelijke impact. De BNG Bank gebruikt hiervoor de Sustainable Development Goals (SDG’s). Hierbij kiest de BNG voor de 4 SDG’s waar zij samen met de klanten het verschil kunnen maken: 1. Duurzame steden en gemeenschappen: als partner van gemeenten bijdragen aan betaalbare en sociale voorzieningen 2. Goede gezondheid en welzijn 3. Kwaliteitsonderwijs: betaalbare onderwijshuisvesting van goede kwaliteit en verduurzamen van onderwijsvastgoed. 4. Betaalbare en duurzame energie: groter aandeel van hernieuwbare energie in de energiemix en beperken van de energievraag plus vergroten van de energie-efficientie.

Programma

7 (Algemene) dekkingsmiddelen

Deelprogramma

7.2 Overige (algemene) dekkingsmiddelen

31-12-2021: niet beschikbaar 31-12-2021: niet beschikbaar

De laatste beschikbare informatie over het resultaat van de deelneming gaat over het jaar 2020. De BNG Bank realiseerde in dat jaar een netto winst na belastingen van EUR 221 miljoen. Over de verwachte winst in 2021 is geen informatie beschikbaar. De bewegingen op de financiële markten zijn groot en dat maakt het doen van voorspellingen over het verwachte resultaat 2021 niet verantwoord (informatie op 31 maart 2021).

7.2

deelprogramma overige algemene dekkingsmiddelen

WIE HEBBEN WE DAARBIJ NODIG? Vitens Vestigingsplaats

Zwolle

Doel

Vitens is een naamloze vennootschap met een maatschappelijk belangrijk product. Het primaire doel is om vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week betrouwbaar en betaalbaar drinkwater te leveren aan iedereen in het verzorgingsgebied. Vitens wil het water winnen op een duurzame manier, met respect voor het watersysteem en in balans met de omgeving.

Deelnemende partijen

De provincies (5) en de meeste gemeenten (92) in het verzorgingsgebied van Vitens zijn de publieke aandeelhouders. Het verzorgingsgebied in Nederland bestaat met name uit de provincies Flevoland, Friesland, Gelderland, Utrecht en Overijssel.

Openbaar belang en ontwikkelingen

Vitens heeft als drinkwaterbedrijf een maatschappelijke taak en moet de leveringszekerheid van goedkoop drinkwater van goede kwaliteit garanderen. De overheid hecht grote waarde aan de publieke taak van de drinkwaterbedrijven zoals Vitens. Daarom is wettelijk vastgelegd dat de aandelen van drinkwaterbedrijven in publieke handen moeten blijven.

Bestuurlijk belang incl wijzigingen

Per 31-12-2020 is de gemeente Rhenen in het bezit van 16.461 aandelen Vitens, dat is 0,285% van het totaal aantal aandelen.

Eigen Vermogen

1-1-2021: € 557,1 mln

Vreemd Vermogen 1-1-2021: € 1.340,1 mln Resultaat deelneming

87

Dividend 2020

In 2021 wordt geen dividend over 2020 uitgekeerd, met het oog op de solvabiliteitsdoelstelling. Het resultaat 2020 is toegevoegd aan de reserves. Dit is conform het financieel beleid waarmee in de AvA van 12 juni 2019 is ingestemd om de continuïteit van het bedrijf te borgen. In de AvA van 27 november 2019 werd al aangegeven dat er naar verwachting voor aandeelhouders geen zicht bestaat op dividend voor de komende jaren.

Relatie beoogd maatschappelijk effect

Vitens is nauw verbonden met de maatschappij. De primaire opdracht is bijdragen aan de volksgezondheid door het continu leveren van betrouwbaar en betaalbaar drinkwater.

Risico’s

Geen

Doelen/ontwikkelingen 2022

Drinkwaterbedrijf Vitens wil in 2030 een 100% duurzaam drinkwatersysteem met een positieve impact op mens en natuur. Dit wil Vitens bereiken door (samen met anderen) te investeren in: 1.nieuw duurzaam waterecosysteem; 2. water en natuur, de bron van ons drinkwater 3. het zijn van een duurzaam drinkwaterbedrijf: zowel bij het winnen, zuiveren, leveren en gebruiken van drinkwater 4. duurzaam en gezond kraanwater (kraanwater is het duurzaamste drankje dat er is. Dat komt vooral doordat kraanwater niet wordt verpakt of vervoerd); en 5. het duurzaam omgaan met drinkwater: investeren in slimme innovaties die watervriendelijk wonen makkelijker maken.

Programma

7 (Algemene) dekkingsmiddelen

Deelprogramma

7.2 Overige (algemene) dekkingsmiddelen

31-12-2021: niet beschikbaar 31-12-2021: niet beschikbaar

De laatste beschikbare informatie over het resultaat van de deelneming gaat over het jaar 2020. De BNG Bank realiseerde in dat jaar een netto winst na belastingen van EUR 23,9 miljoen. Over de verwachte winst in 2021 is geen informatie beschikbaar.

7.2

H3

PARAGRAFEN

88

inleiding paragrafen

INLEIDING De paragrafen vormen een belangrijke informatiebron en beogen een “dwarsdoorsnede” van de programma’s te geven. In de paragrafen zijn beleidslijnen vastgelegd over de beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. Het doel van de paragrafen is om informatie die voorheen op meerdere plekken in de begroting stond bijeen te brengen. Hierdoor is het mogelijk om sneller en beter inzicht en overzicht te krijgen in deze onderwerpen. De raad heeft hiermee een extra instrument in handen om de beleidskaders vast te stellen en om de uitvoering te kunnen controleren. Het besluit begroting en verantwoording (BBV) schrijft de volgende zeven paragrafen verplicht voor: §1 - Lokale heffingen §2 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing §3 – Kapitaalgoederen §4 – Financiering §5 - Bedrijfsvoering §6 - Verbonden partijen §7 - Grondbeleid Naast de verplichte paragrafen zijn twee extra paragrafen toegevoegd omdat het relevant is om u als raad meer controle en inzicht te bieden op deze beleidsterreinen. §8 - Subsidieverlening §9 - Duurzaamheid

H3

§1 Lokale heffingen 90

lokale heffingen

1.0 Inleiding In het begrotingsjaar 2022 vormen de leges 22% van de totale baten van de gemeente. De lokale heffingen zijn daarmee een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. In deze paragraaf gaan we in op het gemeentelijke beleid, door de hoogte van de woonlasten voor een gemiddeld huishouden en de hoogte van de opbrengsten uit de lokale heffingen. De opbrengsten uit lokale heffingen worden vervolgens per heffingssoort uitgesplitst en toegelicht. Als laatste zijn de gegevens vanuit de Atlas van de lokale lasten 2020 en 2021 opgenomen. In 2021 is de notitie lokale heffingen van de commissie BBV gepubliceerd. Deze notitie brengt op hoofdlijnen geen aanpassing van de paragraaf lokale heffingen met zich mee. Bij het opstellen van de belasting- en legesverordening verwerken we de details waar nodig. 1.1 Beleid Gemeenten in Nederland heffen belastingen, leges en heffingen. De gemeenteraad bepaalt welke gemeentelijke lokale lasten inwoners betalen en tevens de hoogte van de tarieven. In deze paragraaf wordt het volgende onderscheid gemaakt: • Belastingen De opbrengsten uit belastingen zijn niet gelabeld en kunnen daarom voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen worden ingezet. Voorbeelden zijn de onroerendzaakbelasting (OZB) en de toeristenbelasting. • Leges Leges worden geheven voor diensten die geleverd worden aan een individuele aanvrager.

Leges worden ook wel retributies genoemd. Voorbeelden zijn het aanvragen van een rijbewijs of omgevingsvergunning. Bij het heffen van leges gelden beperkingen: er mag geen winst gemaakt worden op de diensten en voor een aantal diensten heeft het Rijk een maximumtarief bepaald. Deze uitgangspunten geldt bij het bepalen van de tarieven in de verordening. • Heffingen Heffingen worden geheven voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk alge-

91

meen belang. De opbrengsten kunnen uitsluitend besteed worden aan die specifieke taak of voorziening waarvoor de heffing is opgelegd. De heffingen worden ook wel bestemmingsheffingen genoemd. Voorbeelden zijn de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor deze heffingen geldt dat de gemeente niet meer in rekening mag brengen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Dit uitgangspunt geldt bij het bepalen van de tarieven in de verordening. Beleidsdoel bij belastingen, leges en heffingen Lastenverzwaring (onroerende zakenbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing) boven het inflatiepercentage zo veel mogelijk beperken in de collegeperiode 2018-2022. 7.1.1 Belastingen stijgen met het inflatiepercentage (gewogen nominale ontwikkeling). 7.1.2 Maximaal 100% kostendekking van de leges. 7.1.3 Maximaal 100% kostendekking van de afval- en rioleringskosten. De tarieven voor belastingen 2022 zijn ten opzichte van het voorgaande jaar verhoogd met het gewogen indexatiepercentage van 1,44%. Bij de tarieven voor de OZB geldt dat de waardeontwikkeling van de woningen en de niet woningen (WOZ-waarde) in de periode 1-1-2020 en 1-1-2021 is gecorrigeerd op het tarief. Bij een stijgende WOZ-waarde dalen de tarieven en bij een dalende WOZ-waarde worden de OZB-tarieven verhoogd. In de hiervoor genoemde periode is de gemiddelde waarde van de woningen en niet woningen toegenomen.

Dit heeft geleid tot een verlaging van de OZB-tarieven in 2022. Deze werkwijze – die door vrijwel alle gemeenten in Nederland wordt toegepast – bewerkstelligt dat de waardeontwikkeling geen effect heeft op het te betalen bedrag aan OZB. Voor de tarieven leges en heffingen geldt als uitgangspunt dat deze maximaal 100% kostendekkend mogen zijn. Daar waar de kostendekking van de leges onder 100% ligt, geldt over het algemeen dat de tarieven 2022 zijn geïndexeerd met het gewogen indexatiepercentage.

§1

§1

lokale heffingen

1.2 Ontwikkeling lokale lastendruk De lokale lastendruk geeft aan wat een gemiddeld meerpersoonshuishouden met een eigen woning in Rhenen aan woonlasten kwijt is. De stijging van de lastendruk in 2022 ten opzichte van voorgaand jaar bedraagt € 45,88. Dit is een stijging van 5,28%. In onderstaande tabel is te zien hoe de lokale lastendruk opgebouwd is. Ontwikkeling lokale lastendruk

2021 2021 2022 Begroting Verordening Begroting

OZB-eigenaren (gemiddelde woning)

€ 383,20

€ 390,69

€ 396,32

Afvalstoffenheffing (meerpersoonshuishouden)

€ 279,19

€ 365,00

€ 349,02

Demping woonlasten*

€ 0,00

€ - 59,00

€ - 6,50

Rioolheffing (aansluiting)

€ 63,20

€ 85,00

€ 87,48

Rioolheffing (gebruik, op basis van 125 m³)

€ 65,52

€ 87,50

€ 88,75

Gebruiker

€ 344,71

€ 393,50

€ 431,27

Eigenaar

€ 446,40

€ 475,69

€ 483,80

Gebruiker en eigenaar

€ 791,11

€ 869,19

€ 915,07

Totaal

* Demping woonlasten. Bij het vaststellen van de begroting 2021 heeft de raad besloten om het bedrag van € 503.000 aan te ontvangen precario kabels en leidingen in het zetten om de woonlasten over de periode 2021-2023 te dempen via de afvalstoffenheffing. In 2021 is ruim € 443.000 ingezet voor woonlastendemping, voor 2022 wordt dit bijna € 49.000.

Ontwikkeling woonlasten 2022-2025 Begroting 2022

92

€396

€403

€410

€417

OZB

€176

€186

€191

€198

Rioolrecht

€343

€352

€351

€353

2022

2023

2024

2025

Afvalstoffenheffing

1.3 Inkomsten overzicht Het totaal van de geraamde baten uit lokale heffingen bedraagt in 2022 € 10.852.457. De verdeling naar soort inkomsten is in onderstaande tabel weergegeven. Inkomsten uit lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

2020 Jaarrekening

2021 Begroting

2022 Begroting

Subtotaal belastingen

5.818

5.935

5.206

Subtotaal leges

1.041

1.512

1.487

Subtotaal heffingen

3.215

4.051

4.160

10.075

11.498

10.852

Totaal belastingen, leges en heffingen

1.4 Belastingen nader toegelicht Zoals eerder aangegeven zijn de inkomsten uit belastingen niet gelabeld. Deze kunnen voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen worden ingezet. Financiën De totale opbrengst uit belastingen is begroot op € 5.206.000. Hiermee wordt de opbrengst uit belastingen in 2022 ruim € 700.000 lager begroot dan in 2021. Dit wordt veroorzaak door het wegvallen van de heffing van precariobelasting op buizen, kabels, draden of leidingen (bijna € 992.000 in 2021). De stijging van de andere belastingen is met name een gevolg van indexeringen. Voor de toeristenbelasting is in 2022 een stijging opgenomen op geleide van concrete (bouw)plannen voor de uitbreiding van het aantal overnachtingsplaatsen in Rhenen en het beleid om recreatie en toerisme te stimuleren.

lokale heffingen

Inkomensten uit belastingen (bedragen x € 1.000)

2020 Jaarrekening

2021 Begroting

2022 Begroting

OZB eigendom woningen

3.158,5

3.219,5

3.280,5

OZB eigendom en gebruik niet-woningen

1.344,5

1.367,5

1.504,0

Eigendom roerende woon-/bedrijfsruimten

0,5

0,5

0,5

Toeristenbelasting

91,0

107,0

172,0

Hondenbelasting

161,5

171,0

171,0

Precariobelasting

24,5

26,5

25,5

Precariobelasting buizen, kabels, draden of leidingen*

990,0

991,5

0,0

Ondernemersfonds

48,0

53,0

53,0

Totaal belastingen

5.818,0

5.935,0

5.206,0

* Vanaf 2021 mag de gemeente geen precario meer heffen op kabels en leidingen.

1.5 Leges nader toegelicht Zoals in paragraaf 1.1 aangegeven worden leges geheven voor diensten die geleverd worden aan een individuele aanvrager. Denk aan het aanvragen van een rijbewijs of een omgevingsvergunning. Deze leges worden ook wel retributies genoemd. Bij het heffen van leges heeft de gemeenteraad te maken met beperkingen. Er mag geen winst gemaakt worden op de diensten en voor een aantal diensten heeft het Rijk een maximumtarief bepaald. Deze uitgangspunten gelden bij het bepalen van de tarieven in de verordening. In deze paragraaf wordt de kostendekking van de leges weergegeven zowel bij vaststelling van de tarieven in de verordening als bij de realisatie.

Tarieven In onderstaande tabel is de tariefontwikkeling van de gemeentelijke belastingen die gemeente Rhenen heft weergegeven.

De gemeente Rhenen kent vier verordeningen voor het heffen van leges. De verordeningen 2022 worden in december 2021 vastgesteld. Hieronder staan de verordeningen 2021.

Tariefontwikkeling belastingen

Verordening

Grondslag van legesheffing

Verordening leges 2021

Titel 1: algemene dienstverlening

Verordening leges 2021

Titel 3: dienstverlening vallen onder Europese dienstenrichtlijnen en niet vallend onder titel 2

Verordening leges omgevingsvergunningen 2021

Titel 2: dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Gebruik begraafplaats en verleende diensten in verband met de begraafplaats Gebruik gemeentegrond op marktdagen

2021 Begroting

2021 Verordening

2022 Begroting

OZB eigendom woningen

0,121%

0,121%

0,111%

OZB eigendom niet-woningen

0,256%

0,462%

0,471%

OZB gebruik niet-woningen

0,202%

n.v.t.

n.v.t.

€ 1,35

€ 1,35

€ 1,37

Hondenbelasting 1e hond

€ 84,00

€ 84,00

€ 85,21

Verordening lijkbezorgingsrechten 2021

Hondenbelasting 2e hond

€ 150,00

€ 150,00

€ 152,16

Verordening marktgelden 2021

Hondenbelasting 3e en volgende hond

€ 170,00

€ 170,00

€ 172,45

Hondenbelasting per kennel

€ 400,00

€ 400,00

€ 405,76

Ondernemersfonds

€ 500,00

€ 500,00

€ 500,00

Toeristenbelasting

In bovenstaande tabel zijn voor de precariobelasting geen tarieven meer opgenomen. In het verleden hingen de tarieven hangen nauw samen met variabelen zoals oppervlakte en belastingtijdvak. 93

Kwijtscheldingen Inwoners met weinig vermogen en een laag inkomen kunnen in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de geheven belasting. Voor de hondenbelasting kan alleen kwijtschelding verleend worden voor de eerste hond. In de begroting 2022 is gerekend met totaal 285 toegekende kwijtscheldingen, voor een totaalbedrag van € 96.000.

Kostendekking Zoals eerder aangegeven mogen de geheven leges niet winstgevend zijn, maar ten hoogste alle kosten voor de dienstverlening dekken. Deze kostendekking geldt per verordening. In de onderstaande overzichten is zowel de kostendekking per verordening als de kostendekking per hoofdstuk binnen de verordening weergegeven. Voor de verordening marktgelden is de mate van kostendekking niet in beeld.

§1

§1

lokale heffingen

Verordening leges titel 1

2022 Begroting (bedragen x € 1.000) Loonsom

Materiële kosten

BTW

Overhead

Totaal lasten

Totaal baten

Dekkingspercentage

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

57,0

25,0

5,5

50,5

138,0

49,0

36%

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten

39,5

48,0

5,0

35,5

128,0

59,5

46%

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

29,5

49,0

6,0

26,0

110,5

83,5

76%

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen basisregistratie personen

15,5

21,0

4,5

14,0

54,5

6,5

12%

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

23,0

19,5

2,0

20,5

65,0

21,5

33%

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

3,5

0,0

0,0

3,0

7,0

3,0

43%

Hoofdstuk 11 Huisvesting

5,0

0,0

0,0

4,5

9,5

1,0

8%

Hoofdstuk 13 Overige vergunningen

8,0

0,0

0,0

7,0

15,0

3,0

18%

Hoofstuk 16 Wet op de Kansspelen

0,5

0,0

0,0

0,5

1,0

2,5

250%

Hoofdstuk 17 Kabels en leidingen

6,5

6,5

1,5

6,0

20,0

14,0

69%

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

6,0

3,5

0,5

5,5

15,5

17,5

113%

Totaal verordening leges titel 1

194,0

172,5

25,0

173,0

564,0

260,0

46%

Verordening leges titel 3

2022 Begroting (bedragen x € 1.000) Loonsom

Materiële kosten

BTW

Overhead

Totaal lasten

Totaal baten

Dekkingspercentage

Hoofdstuk 1 Horeca

7,5

0,0

0,0

6,5

14,0

6,0

44%

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen

77,5

15,5

3,5

69,0

165,5

11,0

7%

Hoofdstuk 4 Leegstandswet

1,0

0,0

0,0

1,0

2,0

0,0

0%

Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

5,5

100%

Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet

0,0

0,0

0,0

0,0

0,5

0,0

14%

Overige hoofdstukken

0,5

0,0

0,0

0,5

1,5

0,0

0%

Totaal verordening leges titel 3

87,0

15,5

3,5

77,5

183,5

22,5

12%

Verordening leges titel 1 en 3 totaal

Totaal verordening leges titel 1 en 3

94

2022 Begroting (bedragen x € 1.000) Loonsom

Materiële kosten

BTW

Overhead

Totaal lasten

Totaal baten

Dekkingspercentage

281,5

188,0

28,0

250,5

747,5

282,5

38%

lokale heffingen

Verordening leges titel 2

2022 Begroting (bedragen x € 1.000) Loonsom

Materiële kosten

BTW

Overhead

Totaal lasten

Totaal baten

Dekkingspercentage

Hoofdstuk 2 Conceptaanvraag / principeverzoeken

45,0

0,0

3,5

16,0

64,5

17,0

26%

Hoofdstuk 3 tot en met 7 en omgevingsvergunningen exclusief Hoofdstuk 4 bouwleges

72.0

16.0

6.5

51.0

145.0

114.5

79%

Hoofdstuk 4 bouwleges

195,0

112,0

12,5

149,5

468,5

504,5

108%

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen

51,5

0,0

4,0

28,5

83,5

59,0

71%

Hoofdstuk 9 Legalisatievergunningen

18,0

0,0

3,5

2,0

24,0

2,0

9%

Hoofdstuk 10 Geluid

1,5

0,0

0,0

1,0

2,5

2,0

71%

Hoofdstuk 11 Overige aanvragen

29,5

0,0

1,5

21,0

52,0

0,0

0%

Totaal titel 2

413,0

127,5

31,0

268,5

840,0

699,0

83%

Verordening leges titel 1, 2en 3 totaal

Totaal verordening leges titel 1, 2 en 3

2022 Begroting (bedragen x € 1.000) Loonsom

Materiële kosten

BTW

Overhead

Totaal lasten

Totaal baten

Dekkingspercentage

694,0

315,5

59,0

519,0

1.587,5

981,5

62%

Het kostendekkingspercentage van de gezamenlijke titels 1 tot en met 3 stijgt met 2% ten opzichte van de primitieve begroting 2021. Het kostendekkingspercentage van de leges titel 1 en 3 daalt ten opzichte van de primitieve begroting 2021 met 3%. Dit wordt met name veroorzaakt door lagere verwachte baten van € 26.000 bij verordening titel 1- Hoofdstuk 3 Reisdocumenten. De lagere raming is het gevolg van een verlening van de geldigheidsduur in het verleden en een lagere realisatie over de afgelopen jaren. Het kostendekkingspercentage van de leges titel 2 stijgt ten opzichte van de primitieve begroting 2021 met 5%. Dit is met name het gevolg van hogere baten op basis van de (woning) bouwplanning. De opbrengsten in bovenstaande overzichten zijn inclusief de rijksleges van in totaal € 58.000. Deze zijn ook aan de lastenkant opgenomen.

95

§1

§1

lokale heffingen

Lijkbezorgingsrechten De kosten stijgen ten opzichte van 2021 door een toename van de toe te rekenen salarislasten (loonindexering) en de daarmee samenhangende overhead. De baten zijn lager begroot dan in 2021, met name door bijstelling van de verwachte aantallen graven en onderhoudsrechten op basis van de realisatie in de afgelopen jaren. In 2022 is de begrote toevoeging aan de voorziening € 276.000. Daartegenover staat een begrote onttrekking van € 34.000. Het kostendekkingspercentage daalt ten opzichte van de primitieve begroting 2021 met 10%. Een specificatie van de tarieven is opgenomen in de belastingverordening.

Verordening marktgelden De maatstaf van heffing is het aantal strekkende meters dat voor standplaatsen wordt ingenomen. De totale begrootte bate bedraagt € 8.855. Voor de marktgelden is, gelet op de beperkte omvang, de kostendekking niet in beeld gebracht.

Kostendekking lijkbezorgingsrechten (bedragen x € 1.000)

1.6 Heffingen nader toegelicht Heffingen worden in rekening gebracht voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. De opbrengsten kunnen alleen besteed worden aan die specifieke taak of voorziening waarvoor de heffing is opgelegd. Deze heffingen worden ook wel bestemmingsheffingen genoemd. Het gaat hierbij om de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor de heffingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Voor deze heffingen wordt de kostendekking daarom weergegeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10724925/1