CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE_BPLandGeb Eikenstr5Ellecom_OW_v6_27nov2023

Raadsvergadering 30 januari 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: ontwerpbestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Eikenstraat 5 Ellecom (de Turnhal)30.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In december 2019 is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie: - Verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek in bodem (Toekomstig kabelen leidingtracé aan de Eikenstraat 5 te Ellecom (AT Milieu Advies, kenmerk AR19157, december 2019). Dit onderzoek is uitgevoerd aan de zuidwestzijde van de turnhal. Het onderzoek richt zich op een toekomstig kabel- en leidingentracé, waar graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Het onderzoek is direct ten noorden gelegen van de locatie welke in 1996 is gesaneerd en maakt deel uit van de huidige onderzoekslocatie. Tijdens voorgenoemd verkennend bodemonderzoek is op de locatie een geval van ernstige bodemverontreiniging met koper en lood in de grond geconstateerd. De hoeveelheid sterk met koper en lood verontreinigde grond ter plaatse van boringen

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

56

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

02 en 05 (zie navolgende afbeelding 2.6) , binnen de grenzen van de onderzoekslocatie, wordt op basis van de onderzoeksresultaten ingeschat op circa 140 m3 (oppervlakte verontreiniging ongeveer 220 m2 x gemiddelde laagdikte 0,65 m). Bij de visuele maaiveldinspectie zijn geen stukjes asbestverdacht materiaal gevonden. In de grove bodemfractie (>20 mm) ter plaatse van alle uitgevoerde inspectiegaten zijn ook geen stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen. De zuidelijke begrenzing van de verontreinigingscontour is niet bepaald, omdat dit buiten de locatiegrenzen valt. Ten zuiden heeft de bodemsanering plaatsgevonden (afbeelding 2.3) De verontreinigingscontour is opgenomen in navolgende afbeelding 2.6.

In mei 2022 is een BUS melding ingediend voor de vermoedelijke aanleg van kabels en leidingen ter plaatse van bovengenoemde locatie (afbeelding 2.6). Het betrof het tijdelijk uitplaatsen van verontreinigde grond. Conclusies (rapport Greenhouse, 31 oktober 2023): Vooronderzoek Op basis van het historisch onderzoek en de veldwerkinspectie zijn ter plaatse de volgende deellocaties onderscheiden voor het milieutechnisch onderzoek: • Gehele locatie (bodemonderzoek conform NEN 5740 – strategie onverdacht); • Verontreinigingscontour koper en lood 2019 (verifiëren verontreiniging middels maatwerk); • Saneringscontour lood, koper en zink 1996 (verifiëren verontreiniging middels maatwerk); • Verkennend asbestonderzoek (conform NEN 5707 (asbest in grond) – strategie onverdacht);

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

57

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

•

Asbestverdacht druppelzones (asbestonderzoek conform NEN 5707, “verdachte toplaag, plaatselijke bodembelasting, duidelijke kern” ).

Veldonderzoek Over gehele locatie wordt menggranulaat aangetroffen variërend van circa 0,20 tot 0,80 m-mv. In de bodem worden tot circa 2,0 m-mv lagen klei en veen aangetroffen. Tot de maximale boordiepte van 3,5 m-mv wordt matig fijn zand aangetroffen. In de zand- en kleilagen worden veelal bijmengingen met beton en baksteen waargenomen. Tijdens de monsterneming is de grondwaterstand aangetroffen op een diepte van 1,08 m-mv. Bodemonderzoek Gehele locatie Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: • Ter plaatse van mengmonster MM2 (bestaande uit de deelmonsters 10-1, 11-2 en 11-4) zijn sterk (>interventiewaarden) verhoogde gehalten aan koper, matig verhoogde gehalten (>achtergrondwaarden, < interventiewaarden) aan zink en licht (>achtergrondwaarden) verhoogde gehalten aan kobalt en lood aangetoond. Na uitsplitsing van de deelmonsters zijn de sterk en matig verhoogde gehalten met koper en zink niet meer aangetoond; • In de overige onderzochte grondmengmonsters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden; • Conform het Besluit bodemkwaliteit worden de mengmonsters (m.u.v mengmonster 2) gekwalificeerd als ‘Altijd toepasbaar’. • In het onderzochte grondwater uit peilbuis 16 zijn maximaal licht (>streefwaarde) verhoogde concentraties aan barium zijn gemeten; • In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten van PFAS aangetoond.

Op basis van het handelingskader PFAS valt de grond binnen de bodemkwaliteitsklasse wonen of industrie. Koper en lood verontreiniging (2019) • In 2019 is de sterke verontreiniging met koper en lood in de grond ingeschat over een oppervlakte van 220 m2; • De sterk verhoogde gehalten aan koper en lood uit 2019 zijn tijdens onderhavig onderzoek niet aangetoond. Saneringscontour (1996) lood, koper en zink • Ter plaatse waar in 1996 een sanering is uitgevoerd is mengmonster MM7 genomen (bestaande uit de bovengrond van de boringen 101 en 102). Hierin zijn sterk verhoogde gehalten aan lood, een matig verhoogd gehalte aan koper en licht verhoogde gehalten aan zink, minerale olie en PAK aangetoond; • De deelmonsters zijn vervolgens uitgesplitst en geanalyseerd op lood en koper. Hierin zijn tevens sterk tot matig verhoogde gehalten aan de lood en koper aangetoond; Asbestonderzoek Grond Ter plaatse van de druppelzone en in het asbestmengmonster zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan asbest aangetoond. Puin

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

58

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

In het mengmonster van het menggranulaat en ter plaatse van een individueel asbestinspectiegat (met een asbestverdacht materiaal) zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan asbest aangetoond. De aangetoonde waarden in zowel de grond als het puin liggen ver onder de interventiewaarde (100 mg/kg ds) van asbest of onder de tussenwaarde (50 mg /kg ds) waarbij een nader asbestonderzoek wordt aanbevolen. Advies (rapport Greenhouse, 31 oktober 2023): Voor het gehele terrein is een bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd waar maximaal licht verhoogd gehalten aan gehalten aan stoffen uit het standaardpakket en asbest in grond en of puin zijn aangetoond. Ter plaatse van de ‘Saneringscontour 1996’ en ‘Koper en lood verontreiniging (2019)’ is de verontreinigingssituatie niet duidelijk beeld. De zware metalen worden zeer heterogeen (sterk verhoogd) aangetoond in de grond. Hier kan mogelijk sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Aanbevolen wordt middels aanvullende boringen en analyses de verontreinigingssituatie beter in beeld te brengen. Algemene opmerkingen (rapport Greenhouse, 31 oktober 2023): Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten.

Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Conclusie voor het onderhavige ontwerp bestemmingsplan. Op de afbeelding hierna is de ‘Saneringscontour 1996’ in roze weergegeven en het gebied met ‘Koper en lood verontreiniging (2019)’ in geel. Op deze locaties is nader onderzoek nodig. Ter plaatse van deze locaties zijn verkeer en parkeerfuncties voorzien. De woonfunctie met tuin ligt buiten deze locaties die nader onderzoek behoeven. Het vervolg onderzoek zal na de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ter hand worden genomen. Er is geen acuut gevaar voor de volksgezondheid en de verontreiniging is niet zo omvangrijk dat de haalbaarheid van het bestemmingsplan in geding is.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

59

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

4.5

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING

4.5.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze richtafstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.

Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Naast het omgevingstype 'rustige woonwijk' kent de VNG-handreiking ook het omgevingstype 'gemengd gebied'. Wanneer sprake is van het omgevingstype

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

60

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, in het bijzonder voor het aspect geluid, met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het aspect geluid is veelal het maatgevende aspect. Een 'gemengd gebied' wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan functies. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot het omgevingstype 'gemengd gebied'. In bijgaande Tabel 2 worden de verschillende richtafstanden in beeld gebracht. Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1000 m

Tabel 2 - Milieucategorieën en richtafstanden tot een rustige woonwijk en gemengd gebied (bron: Bedrijven en milieuzonering, VNG)

Functiemenging De bovengenoemde richtafstanden gaan uit van het principe van functiescheiding. Binnen gemengde gebieden – gebieden met functiemenging – is echter veelal sprake van milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Bij gebieden met een dergelijke functiemenging kan onder andere gedacht worden aan stads- en dorpscentra. Het kan gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Binnen gemengde gebieden is het daardoor niet goed mogelijk om het principe van functiescheiding toe te passen. Derhalve zijn de bovengenoemde richtafstanden in dergelijke gebieden niet altijd toepasbaar. Voor deze gebieden bevat de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ een ‘Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging’. Daarin zijn alle milieubelastende activiteiten opgenomen die in principe in een gebied met functiemenging kunnen worden toegelaten. De milieubelastende activiteiten zijn ingedeeld in categorie A, B of C. In categorie A zijn activiteiten opgenomen die zodanig weinig milieubelastend zijn voor hun omgeving, dat deze in gebieden met functiemenging aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor de scheiding tussen wonen en bedrijven zijn hiervoor voldoende.

Categorie B staat voor activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, maar een zodanige milieubelasting voor hun omgeving hebben dat ze bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden (niet-aanpandig). Categorie C bestaat uit activiteiten die vanwege hun verkeersaantrekkende werking op een goede ontsluiting op de hoofdinfrastructuur zijn aangewezen.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

61

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

4.5.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt de bouw van 2 woningen in het plangebied mogelijk. Wonen betreft een milieugevoelige functie. Ook wordt de mogelijkheid geboden voor commerciële ruimten op de begane grond van de voormalige turnhal. In de directe omgeving van de turnhal zijn al diverse functies aanwezig, waaronder wonen, sport en horeca en agrarische bedrijvigheid. Voor de beoordeling van het aspect milieuzonering wordt hier dan ook uit gegaan van een gemengd gebied, waarin uit wordt uitgegaan van functiemenging. Invloed omgeving op plangebied Omdat er 2 nieuwe woningen in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient beoordeeld te worden of de beoogde bestemmingssystematiek belemmering oplevert voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijvigheid in de omgeving. In dit kader wordt het volgende opgemerkt. Ten oosten van de turnhal is een voetbalveld aanwezig en ten noordwesten is een padelbaan aanwezig. Naar het geluid van deze functie is onderzoek gedaan. Zie daarover paragraaf 4.3.3. van deze toelichting. Door de situering van de woningen aan de westzijde (kopse kant) van de turnhal is geen sprake van lichthinder vanwege deze functies. Direct zuidelijk van de voormalige sporthal voorziet de gemeente in de (her)vestiging van een agrarisch melkveehouderijbedrijf. De afstand tot deze ontwikkeling bedraagt ca. 250 meter.

De benodigde minimale afstand van een veehouderijbedrijf tot een woning in het buitengebied bedraagt conform artikel 14 van de Wet geurhinder en veehouderij 50 m. Binnen de bebouwde kom is dit 100 meter. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. De bestaande horecagelegenheid (hotel Fletcher) in het hoofdgebouw van het landgoed, noordoostelijk van de turnhal, ligt op ca. 115 meter. Horeca valt onder “logies-, maaltijden- en drankverstrekking” in categorie A en B in de functiemengingslijst van het VNG. Deze functies zijn in het algemeen direct naast gevoelige functies, zoals wonen, mogelijk. Volgens de bedrijvenlijst valt de categorie “logies-, maaltijden- en drankverstrekking” in de categorieën 1 t/m 3.1. Laatste is overigens alleen van toepassing op kampeerterreinen / vakantiecentra e.d. (met keuken). Hiervoor geldt een richtafstand tot gevoelige functies van 50 m. In de andere gevallen is de richtafstand 10-30 meter. Aan de richtafstanden wordt ruimschoots voldaan. Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor het plan. 4.6

WATER

Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

62

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Rheden het waterschap Rijn en IJssel verantwoordelijk voor het waterbeheer. Beleidskader Eind jaren negentig vond er een omslag plaats in denken en beleid over de omgang met water. In plaats van voort te borduren op het vertrouwde denken in waterbeheersing door technische ingrepen gericht op het veilig en snel afvoeren van water, kwam de nadruk te liggen op het aansluiten op de natuurlijke potenties van het landschap en het watersysteem. Bij dit nieuwe waterdenken staat duurzaamheid voorop. Daarmee wordt bedoeld dat er zo min mogelijk inspanningen van buitenaf nodig zijn om het watersysteem in stand te houden en overlast te voorkomen. In de praktijk betekent dit dat natuurlijke processen zoals infiltratie en kwel, het zelfreinigende vermogen van waterlopen etc. worden hersteld. Externe negatieve effecten, zoals toename van verharding en riooloverstorten met afvalwater, worden voorkomen of gecompenseerd.

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren dan ook beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Waterwet. • Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) Provinciaal • Omgevingsvisie Gaaf Gelderland • Omgevingsverordening Gelderland; Regionaal / lokaal • Waterbeheerprogramma 2022-2027 (waterschap Rijn en IJssel); In dit kader is vooral het provinciaal en regionaal kader van belang. Provinciale verordening Het plangebied valt buiten het grondwaterbeschermingsgebied en intrekgebieden. Zuidelijk van het plangebied is het bestaande bosgebied aangemerkt als natte natuur.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

63

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Ligging plangebied t.o.v. grondwaterbeschermings- en intrekgebied. Bron: Provinciale verordening Gelderland

Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap zorgt voor het water in de omgeving. Vanuit het leidend principe ‘Water en mens in hun element’ draagt het waterschap bij aan ruimtelijke kwaliteit en een duurzame leefomgeving. De zorg voor waterveiligheid, schoon water en voldoende water vraagt structureel aandacht en is continu in beweging. Dat doet het waterschap door het (grond)waterpeil te beheren, rioolwater te zuiveren en te zorgen voor schoon water in beken, sloten en rivieren en te zorgen voor stevige dijken. Als belangrijkste speerpunt voor de periode 2022-2027 ziet het waterschap de opgave om zijn gebied veerkrachtiger te maken tegen klimaatverandering. Hiervoor werkt het waterschap toe naar een andere balans van vasthouden-bergen-afvoeren (voorraadbeheer), rekening houdend met de meest recente inzichten over de snelheid van klimaatverandering. In het waterbeheerprogramma 2022-2027 heeft het waterschap zijn doelen en werkzaamheden weergegeven in vier thema’s. Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst.

Onze ambitie is dat in 2050 de waterkeringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat we daarbij wendbaar inspelen op ontwikkelingen. We voeren ons beheer op een duurzame wijze uit en werken aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

64

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van zijn primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De samenhang van de wateropgaven met andere opgaven in het gebied vraagt om nauwe samenwerking met de partners (zoals gemeenten en provincies), inwoners en bedrijven. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen tijdig en goed in beeld te krijgen en mee te kunnen wegen, gebruikt het waterschap de (digitale) watertoets. Relatie tot het plangebied Het plan voorziet niet in uitbreiding van bestaande bebouwing, maar b eoogt een duurzame herontwikkeling van de voormalige turnhal mogelijk te maken. Voor de beoogde herontwikkeling worden westelijk van de voormalige turnhal 50 parkeerplaatsen aangelegd.

De omvang van de parkeerplaats is ca. 1.000 m2 en zal hoofdzakelijk in een halfverharding worden uitgevoerd. Aan de hand van het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat de bodem onder het maaiveld ter plaatse van de beoogde parkeerplaats, uit puinverharding bestaat tot 0,5 meter diepte en daaronder uit zand (matig fijn / matig grof, zwak siltig) bestaat. De grondwaterstand tijdens het uitgevoerde bodemonderzoek bedroeg 1,80 meter onder het maaiveld. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen wateroverlast op andere tijden of plaatsen veroorzaken. Het plan dient daarom "waterneutraal" ontwikkeld te worden. Dit wil zeggen dat als het verhard oppervlak significant toeneemt (> 500 m2 in het stedelijk gebied, > 1500 m 2 in het buitengebied), compenserende maatregelen worden genomen om piekafvoeren op te vangen. Deze watercompensatie dient bij voorkeur gevonden te worden binnen het plangebied. Met het voorliggende transformatieplan zal de verharding in het plangebied niet meer dan 1.000 m2 toenemen. Compenserende maatregelen zijn niet nodig. In bijgaande Tabel 3 - Watertoetstabel zijn de relevante en niet-relevante waterhuishoudkundige thema’s nog eens inzichtelijk gemaakt. Thema

Toetsvraag

REL

IT

Veiligheid

Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier?

Nee

2

Ja

2

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

65

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Riolering en Afvalwaterketen

Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan Nee 1m3/uur? Ligt in het plangebied een persleiding? Ja Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? Nee

2

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500m2? Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2? Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Nee

2

Nee

1

Ja

1

Nee

1

Oppervlaktewaterkwaliteit

Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

1

Grondwateroverlast

Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? Is in het plangebied sprake van kwel? Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? Beoogt het plan aanleg van drainage?

Ja

1

Nee Nee

1 1

Nee

1

Grondwaterkwaliteit

Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

1

Inrichting en beheer

Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in Nee eigendom of beheer zijn bij het waterschap? Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Nee

1

In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit Nee het gemengde stelsel? Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het Nee plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

1

Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? Ja Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? Ja Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor Nee natte natuur? Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000Nee gebied?

2 2 1

Verdroging

Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Nee

1

Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

2

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

1

Volksgezondheid

Natte natuur

1 1

2

1

1

# IT de intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een ‘ja’ geantwoord dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Tabel 3 - Watertoetstabel

- Thema Veiligheid: – relatie JA ; Overstromingsgebied van de IJssel. Bij zeer hoge IJsselstanden (bijv. 1993 en

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

66

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

-

-

-

-

-

-

1995) lopen de uiterwaarden onder water tot aan het plangebied. De beganegrond-vloer van turnhal is vermoedelijk om die reden hoger gebouwd dan het omliggende maaiveld. Thema Riolering en Afvalwaterketen: – relatie JA ; Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater wordt afgevoerd via het riool (vasthouden-bergen-afvoeren). De kwaliteit van geloosd of geïnfiltreerd hemelwater moet voldoen aan bepaalde eisen. De Verordening Afvoer Hemelwater en Grondwater is van toepassing. Toelichting: Uitgangspunt is dat schoon regenwater niet in het riool terecht komt. Hemelwater vanaf het dak en terrein niet aansluiten op de (gemeentelijke) riolering. In het plangebied moet minimaal 60 mm water worden verwerkt / waterberging worden gerealiseerd. Dit hemelwater mag niet rechtstreeks naar de zuidelijk gelegen bronbossen vanwege de hoge ecologische waarde van dit waterrijke bos à brongebied van de Ruitersbeek; kwetsbare waterkwaliteit. Info Waterschap Rijn en IJssel. Thema Grondwateroverlast: Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? – relatie JA. o In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn. Mogelijk kan kwel optreden in de laaggelegen gebieden.

o Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone met zeer wisselende grondwaterstanden in de bovenste grondlagen (zie paarse zone in bovenstaand kaartje). o Grondwaterstand; is periodiek hoog. Zie ook pg. 59 en 66, waarneming bij bodemonderzoek. Bovendien ligt het plangebied in de zogenaamde grondwaterfluctuatiezone. Hiermee rekening houden bij ondergronds bouwen en werkzaamheden in de grond (rioolvervanging). Info Waterschap Rijn en IJssel. Thema Natte natuur: Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? – relatie JA. Namelijk het aangrenzende zuidelijk gelegen bronbos van de Ruitersbeek. Thema Natte natuur: Ligt in of nabij het plangebied een HEN-water? – relatie JA. Het aangrenzende zuidelijk gelegen bronbos is Hoogst Ecologisch Niveau-gebied en Ruitersbeek is HEN-water. Thema Verdroging: Het aangrenzende zuidelijk gelegen bronbos is aangemerkt als (gering) verdroogd. Het plangebied ligt in de hydrologische beïnvloedingszone van dit ecologische bronbos. Thema ‘Bodemdaling’ ontbreekt. Ontbreekt in de tabel van het waterschap. Binnen het plangebied bevindt zich een (deels) zettingsgevoelige ondergrond (o.a. veenlagen in ondergrond).

Conclusie De “conclusie dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding in het plangebied en omgeving” lijkt waarschijnlijk. Voor de verwerking van minimaal 60 mm hemelwater binnen het plangebied is een geohydrologisch onderzoek nodig. Er mogen geen uitlogende materialen worden toegepast die met het hemelwater in aanraking komen. In relatie tot de bestemming voor allerlei activiteiten en de 50 parkeerplaatsen voor auto’s verdiend dit extra aandacht.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

67

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Conclusie is dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de waterhuishouding in het plangebied en omgeving. 4.7

LUCHTKWALITEIT

4.7.1 Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof ( PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) In dit besluit is bepaald in welke gevallen een ruimtelijke ontwikkeling vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet hoeft te worden getoetst aan de grenswaarden. Een project draagt ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging als de zogenaamde 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM 10) of stikstofdioxide (NO2). Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m 3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m 3 voor zowel PM10 als NO2.

Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden is het project NIBM, en hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. In de Regeling NIBM is de bovengenoemde 3%-grens uitgewerkt in concrete getallen. Zo ligt voor woningbouwplannen de grens van 3% bij 1.500 woningen of 100.000 m 2 kantooroppervlak bij één ontsluitingsweg. Besluit gevoelige bestemmingen Het besluit gevoelige bestemmingen is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide, met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, in beide gevallen gemeten vanaf de rand van de weg. Als in een onderzoekszone de grenswaarden voor fijn stof of stikstofdioxide (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Goede ruimtelijke ordening Naast hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening van toepassing.

De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: "het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk". Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de luchtkwaliteitssituatie.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

68

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

4.7.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 2 woningen, en maximaal 1.450 m2 aan commerciële ruimten. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Voor kantoren geldt een grens van 100.000 m2. Bij een combinatie van kantoren en woningen geldt het zogenaamde 3% criterium, waarin wordt uitgegaan van de regel; 3% criterium: 0,0008 *aantal woningen + 0,000012 *bruto vloeroppervlak kantoren in m2 ≤ 1,2. De voorgestane ontwikkeling blijft ver beneden die grens. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wet luchtkwaliteit gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. Vanuit het oogpunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is daarnaast gekeken naar de concentratie stikstofdioxide en fijn stof in het plangebied. Uit de Grootschalige Concentratiekaarten van het RIVM (peiljaar 2021) blijkt dat de achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide ter hoogte van het plangebied niet hoger is dan 11 μg/m³ en voor fijnstof (PM10) niet hoger dan 15 μg/m³.

Deze concentraties zijn daarmee ruim lager dan de grenswaarde van 40 µg/m 3, waardoor het plan er niet toe zal leiden dat er grenswaarden worden overschreden. De achtergrondconcentratie PM2,5 bedraagt ter hoogte van het plangebied circa 8 μg/m³ (bron: GCN-kaarten RIVM, peiljaar 2022). Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening bestaan er daarom geen belemmeringen voor het plan. Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het onderhavige bestemmingsplan. 4.8

EXTERNE VEILIGHEID

4.8.1 Beleid en regelgeving Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

69

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Wettelijk kader Het wettelijk kader met betrekking tot externe veiligheid is vastgelegd in diverse regelingen en besluiten. Besluit externe veiligheid inrichtingen Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario’s staan centraal. Activiteitenbesluit milieubeheer In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm.

Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Vuurwerkbesluit

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

70

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Dit besluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk. 4.8.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Met behulp van de landelijke risicokaart is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt (zie kaartuitsnede hierna). Risicovolle inrichtingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Buisleidingen In het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig voor het transport van gevaarlijke stoffen. Op ongeveer 450 meter afstand is wel een hoge druk aardgastransportleiding ((N-559-20) aanwezig. Maar op die afstand valt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze hoge druk aardgastransportleiding. Op ongeveer 1,2 kilometer afstand is ook nog een hoge druk aardgastransportleiding aanwezig. Vanwege deze grote afstand is een nadere onderbouwing niet nodig.

Uitsnede risicokaart, met daarin aangegeven de risicobronnen in relatie tot het plangebied (bron: risicokaart.nl)

Transportroutes gevaarlijke stoffen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen aangeduide transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg en/of water aanwezig.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

71

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Op een afstand van ongeveer 430 meter noordelijk van het plangebied is de spoorlijn Zutphen-Arnhem gesitueerd. Deze spoorlijn maakt deel uit van het Basisnet Spoor. Omdat het plangebied buiten de 200 meter zone van de spoorlijn ligt, is er geen sprake is van een veiligheidszone voor het PR. Aangezien het plangebied zich wel binnen de toxisch en brandbaar invloedsgebied van deze spoorlijn bevindt (4000 meter), dient er op basis van het Bevt wel ingegaan te worden op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Daarbij dient ook de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld te worden om advies uit te brengen over de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Uit de notitie ‘VGR voor standaard externe veiligheidssituaties’ blijkt dat wanneer het plangebied van een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter zone van een transportroute ligt en het besluit geen objecten toestaat voor verminderd zelfredzame personen, er sprake is van een standaard externe veiligheidssituatie. Voor deze situaties wordt bijgaande verantwoording van het groepsrisico gehanteerd. De Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) is door de gemeente Rheden gevraagd om een verantwoording groepsrisico op te stellen voor het ‘Bestemmingsplan Landelijk gebied, Turnhal Ellecom. Het plan voorziet in het behoud en herontwikkeling van de, cultuurhistorisch waardevolle, turnhal in Ellecom.

Er wordt voor de locatie uitgegaan van een gemengde bestemming. Binnen de gemengde bestemming moeten de volgende functies mogelijk worden gemaakt: • Cultuur en ontspanning; • Maatschappelijke voorzieningen, waaronder een bezoekerscentrum; • Horeca; • Kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid; • Toeristische voorzieningen; • Kantoren (max. 350 m 2 b.v.o.) aan de oostzijde; • Twee woningen aan de westzijde. Onderstaand treft u de verantwoording groepsrisico aan. Verantwoording groepsrisico Het ruimtelijk plan is gelegen in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem – Zutphen. Doordat de afstand tussen het ruimtelijk plan en deze risicobron groter is dan 200 meter kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze spoorlijn. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht.

Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 6 november 2023 (kenmerk: 2023-007804). Onderstaand een beschouwing van deze aspecten. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden zo dicht mogelijk bij de bron voor zover dit mogelijk is. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM is hiervoor om advies gevraagd. Uit het advies is naar

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

72

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

voren gekomen dat de VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren ten aanzien van bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.

Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: • Het plan ligt binnen de effectafstand van het scenario explosie en toxische wolk. Het handelingsperspectief bij een explosie is vluchten, dekking zoeken of binnenshuis schuilen. Ten aanzien van een toxische wolk is het handelingsperspectief binnenshuis schuilen in combinatie met het sluiten van ramen en deuren en uitschakelen van het ventilatiesysteem. Het plan leidt tot een toename van het aantal aanwezigen. Het ligt in de verwachting dat deze personen zichzelf bij een incident in veiligheid kunnen brengen ; • De VGGM adviseert toekomstige bewoners te infomeren over de aanwezige risico’s in hun leefomgeving en het aan te reiken handelingsperspectief, technische maatregelen zoals centraal afschakelbare ventilatie en zorg te dragen voor een adequate bedrijfshulpverleningsorganisatie. Ten aanzien van de risicocommunicatie is er NL-alert.

Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied, gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan via de Eikenstraat te ontvluchten mocht dit nodig zijn. De kans op voordoen van de geschetste scenario’s in het VGGM advies zijn ontzettend klein. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren. Conclusie Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem - Zutphen. Op basis van de beperkte verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op het groepsrisico, dan wel op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.

4.9

ECOLOGIE

4.9.1 Beleid en regelgeving In het kader van de uitvoerbaarheid van ruimtelijke plannen is het van belang aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. De wettelijke grondslag hiervan is per 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb).

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

73

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Gebiedsbescherming De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Gelders Natuurnetwerk Naast de bescherming vanuit de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de provincie Gelderland is dit beleidsmatig vertaald door onderscheid aan te brengen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of Groene Ontwikkelingszone (GO). Op gronden binnen het GNN mogen geen nieuwe functies mogelijk worden gemaakt, tenzij er geen reële alternatieven aanwezig zijn, redenen zijn van groot openbaar belang en negatieve effecten op het gebied worden beperkt. Uitbreiding van bestaande functies in het GNN kan alleen als de kernkwaliteiten van het gebied per saldo worden versterkt. Op gronden die deel uitmaken van het GO zijn nieuwe ontwikkelingen of uitbreiding van bestaande functies alleen mogelijk als dat niet leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van dat gebied. Soortenbescherming Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten.

De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel - en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden.

4.9.2 Ecologie in relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn van de beoogde herontwikkeling van de voormalige turnhal op de natuur, is door adviesbureau Gras advies een natuurtoets in de vorm van een quickscan 11 uitgevoerd, waarbij is gekeken naar gebiedsbescherming en naar soortenbescherming, gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. De rapportage met daarin de onderzoeksresultaten is integraal als bijlage achter deze toelichting opgenomen. De belangrijkste resultaten en conclusies worden hieronder weergegeven. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen zijn als volgt:

11

Gras advies, Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5, Ellecom. Projectcode: P05346 juli 2023, tussenrapportage

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

74

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Beschermde gebieden Het projectgebied ligt buiten zowel Natura 2000-gebieden als Natuurnetwerk Nederland gebieden. Gezien de beperkte impact van de ontwikkeling en de afstanden tussen het projectgebied en deze gebieden, wordt verstoring hiervan uitgesloten. Eventuele effecten van de stikstofemissie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de werkzaamheden en het toekomstig gebruik vallen buiten het kader van dit onderzoek. Beschermde soorten Flora Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde plantensoorten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde vegetatie en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig. Er komt Japanse duizendknoop (Fallopia japonica) voor binnen het projectgebied. Dit is een schadelijke invasieve exoot die op den duur schade kan veroorzaken aan fundering, verhardingen, infrastructuur, rioleringen en drainagebuizen (NVWA 2021). Ook ondermijnt de soort de stabiliteit van oevers, dijken en taluds door het wegconcurreren van (grasachtige) vegetatie. Het advies is daarom om deze soort te bestrijden. Zoogdieren De aanwezigheid van beschermde zoogdieren in het projectgebied kan niet worden uitgesloten. Dit betreft de aanwezigheid van steenmarter. Een nader onderzoek naar beschermde zoogdieren en/of een ontheffingsaanvraag is nodig.

Zoogdieren: vleermuizen Er is geen sprake van een essentieel foerageergebied of essentiële vliegroute binnen het projectgebied. Echter zijn er wel geschikte openingen in het pand waardoor de aanwezigheid van een verblijfplaats binnen het projectgebied niet op voorhand kan worden uitgesloten. Soorten die mogelijk aanwezig zijn binnen het projectgebied zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Verder kan het projectgebied mogelijk gebruikt worden als foerageerlocatie voor franjestaart, baardvleermuis en rosse vleermuis. Een nader onderzoek naar beschermde vleermuizen en/of een ontheffingsaanvraag is nodig. Vogels Er zijn geschikte broedlocaties voor vogels waargenomen binnen het projectgebied. De aanwezigheid van diverse uilensoorten kan niet op voorhand worden uitgesloten. Voor gebouw bewonende broedvogels, huismus en gierzwaluw, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn geldt dat het gebouw wel geschikt is als potentiële nestlocatie. Het projectgebied is (onderdeel van) het leefgebied voor o.a. zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bomen en bosschages in het projectgebied als broedlocatie (gaan) gebruiken. Verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen, globaal tussen 15 maart en 15 juli, uit te voeren.

Ook is het mogelijk vlak voor de werkzaamheden het onderzoeksgebied te laten controleren op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog. Een nader onderzoek naar beschermde vogelsoorten en/of een ontheffingsaanvraag is nodig Reptielen Er zijn geschikte habitats en verblijfplaatsen voor beschermde reptielen waargenomen binnen het projectgebied. De aanwezigheid van beschermde reptielen kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Soorten die mogelijk aanwezig zijn binnen het projectgebied zijn hazelworm, ringslang en gladde slang.

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

75

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

Een nader onderzoek naar beschermde reptielen en/of een ontheffingsaanvraag is nodig. Vissen en amfibieën In het projectgebied zijn geen relevante waterlichamen aanwezig. Echter zijn er wel geschikte verblijfplaatsen voor de rugstreeppad. De aanwezigheid van beschermde amfibieën kan daarom op voorhand niet worden uitgesloten. Een nader onderzoek/ontheffingsaanvraag voor beschermde amfibieën is nodig. Ongewervelden Er zijn geen beschermde ongewervelden, of daarvoor geschikte habitats, waargenomen binnen het projectgebied. Er kan redelijkerwijs geconcludeerd worden dat er geen beschermde insecten in het projectgebied voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde ongewervelden en/of een ontheffingsaanvraag is niet nodig NB: Op basis van deze quickscan loopt nog vervolgonderzoek. De resultaten van die vervolgonderzoeken zullen in het vervolg van deze bestemmingsplanprocedure worden toegevoegd. Dat kan omdat de Wet natuurbescherming rechtstreekse werking heeft. Dat betekent dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan duidelijk zal moeten zijn of een ontheffing nodig is en zo ja, of die kan worden verkregen. Op basis van de quickscan is er voldoende inzicht om met dit ontwerpbestemmingsplan in procedure te gaan.

Dat is ook nodig omdat alle voorbereidingen en onderzoeken voor dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd op basis van de huidige wetgeving (Wro, Wabo, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder etc.). Daarvan kan alleen gebruik worden gemaakt als het ontwerp-bestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 ter inzage is gelegd. Het vervolgonderzoek bestrijkt een langere periode om een goed inzicht te krijgen van de aanwezige soorten. Daarom zijn de complete resultaten van het vervolgonderzoek nog niet beschikbaar. Er is op dit moment wel een tussenrapportage beschikbaar. De belangrijkste bevinden daarvan zijn hierna opgenomen. Houtopstanden Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wnb is in deze situatie niet van toepassing. Soortenbescherming Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) een aantal in het kader van de Wnb beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied, danwel (nog) niet volledig zijn uit te sluiten. Het betreft de volgende soorten: Vleermuizen Er zijn twee verblijfplaatsen aangetroffen van gewone dwergvleermuizen in de nok van de voormalige turnhal. Dit betreft een zomerverblijf. De voorgenomen ontwikkelingen resulteert mogelijk in een verlies van de verblijfsplaats. Er is derhalve sprake van een negatief effect op de aanwezige vleermuizen.

Uilen Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van beschermde uilen aangetroffen binnen het projectgebied. Verder is er ook geen essentieel foerageer en/of leefgebied aanwezig binnen het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

76

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

resulteren niet in verlies van de nestlocatie en/of essentieel foerageergebied Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op beschermde uilen. Huismus Er is één foeragerende huismus waargenomen binnen het projectgebied. Deze huismus broedt onder de dakpannen van een naastgelegen woning. Het projectgebied is geen essentieel foerageergebied. De voorgenomen ontwikkeling resulteert niet in verlies van nestlocaties en/of essentieel foerageergebied en leefgebied van de huismus. Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de huismus Gierzwaluw Er zijn geen nestlocaties van gierzwaluwen aangetroffen binnen het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen resulteren niet in het verlies van de nestlocaties en/of essentieel foerageergebied. Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de gierzwaluw. Rugstreeppad Tijdens de veldbezoeken zijn geen exemplaren en/of ei-snoeren van rugstreeppadden waargenomen. Ook zijn er geen reacties gehoord na het afspelen van rugstreeppad geluiden. De aanwezigheid van rugstreeppadden in het projectgebied is uitgesloten. Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de rugstreeppad. Steenmarter Tijdens de locatiebezoeken zijn de aanwezige wildcamera’s gecontroleerd. Vooralsnog is er eenmaal een steenmarter naast de turnhal waargenomen. Het onderzoek loopt nog tot augustus.

Reptielen Tijdens de locatiebezoeken zijn geen beschermde reptielen waargenomen onder de neergelegde herpe-toplaten. Het onderzoek loopt nog tot oktober. Wet natuurbescherming Vooralsnog is er een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig voor twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, mits de werkzaamheden invloed hebben op deze gevonden verblijfplaatsen. Verder geldt voor alle soorten de zorgplicht uit de Wnb. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. 4.9.3 Resultaten Stikstofdepostie-onderzoek Gebiedsbescherming Noordelijk van de spoorlijn Deventer-Arnhem ligt het Natura 2000 gebied Veluwezoom, op een afstand van ca. 500 meter. Door de onderlinge afstand is er

Gemeente Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie eikenstraat 5 Ellecom mRO b.v./ TOE / 99.545 – v6 / 27 november 2023 - ontwerp

77

NL.IMRO.0275.BPLG61-ON01 vastgesteld d.d.

geen rechtstreekse aantasting (door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) te verwachten op soorten die voor Natura2000-gebieden zijn aangewezen.

Notitie stikstofdepositie Door mRO is stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor de gebruiks- en aanlegfase. De notitie12 met de uitgangspunten en resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage bij de plantoelichting. Uit het onderzoek blijkt dat de voorgenomen herontwikkeling van de voormalige turnhal in zowel de aanlegfase alsook in gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (>0,00 mol stikstof ha/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling heeft derhalve geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Het plan voldoet daarmee aan de Wnb. NB: Het is bekend dat op 5 oktober 2023 een nieuwe versie van Aerius Calculator beschikbaar is gekomen. Omdat alle voorbereidingen en onderzoeken voor dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd op basis van de huidige wetgeving (Wro, Wabo, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder etc.) is het noodzakelijk dit bestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 ter inzage te leggen. Het gevolg daarvan is dat er geen tijd meer is voor een nieuwe berekening + beoordeling + aanpassing van de stukken van het ontwerp-bestemmingsplan. Tegelijkertijd is er na de terinzagelegging van het ontwerp nog voldoende tijd voor een nieuwe berekening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=5410bbd4-d483-41f4-85db-d37a28dc4b8a