Programmabegroting 2022-2025 (21.50)
Tekst van het document
De weerstandsratio is ten opzichte van de jaarrekening 2020 (laatste actualisatie) op hetzelfde niveau gebleven: een ratio van 1,9. In de hierna volgende onderdelen geven we hierover een nadere toelichting.
Risicoprofiel Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is het profiel geactualiseerd. In onderstaande tabel zijn de risico's weergegeven.
74
Risico-inventarisatie PB2022 nr.
Risico
Kans
Financieel gevolg
Invloed
1
Kosten implementatie Omgevingswet *
50%
1.000.000
17%
2
Gezien de hoeveelheid maatregelen en het zachtere karakter van een aantal maatregelen, bestaat het risico dat niet alle ombuigingen worden gerealiseerd.
25%
1.000.000
17%
3
Herverdeling gemeentefonds
50%
870.000
14%
4
Mogelijke hogere uitgaven voor jeugdzorg. De budgetten hiervoor zijn bijgesteld, maar de kans bestaat dat een nadere bijstelling nodig zal zijn.
50%
500.000
8%
5
Kosten voor klimaatadaptatie (DPRA) *
50%
500.000
8%
6
Aanvullende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen i.v.m. mogelijke negatieve exploitatie.
50%
500.000
8%
7
Het betreft hier een standaard risico met betrekking tot de P-wet: 1. Hogere lasten dan begroot omdat het aantal uitkeringsgerechtigden minder hard daalt dan het landelijk gemiddelde. 2. Tegenvallende inkomsten van het Rijk.
50%
500.000
8%
8
Beheer openbare ruimte: mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen.*
25%
250.000
4%
9
Door nieuwe, vaak meer flexibele taken, is huidige personele inzet vaak niet voldoende.
50%
250.000
4%
10
Hogere bijdrage Scalabor*
25%
100.000
2%
11
COVID-19
25%
50.000
1%
12
Overige risico's (stelpost)
10%
500.000
8%
13
Nog te kwantificeren risico's (pm-ramingen)*:
6.020.000
100%
Korting loonkostensubsidie en budget beschut werk Nationaal plan onderwijs en IHP Digitalisering Werk & Inkomen Nieuwe economische visie en uitvoeringsprogramma Invoering nieuwe woonplaatsbeginsel Jeugdwet Wegbeheer en ICT: kosten voor landelijke dataportals SUVIS regeling (mogelijke meerlasten van cofinanciering) Onvoldoende regionale samenwerking in ODRA-verband Onvoldoende voorbereid op de Omgevingswet Mogelijke kosten opvang statushouders Onvoorziene ontwikkelingen (zoals de Corona-pandemie) Mogelijke verliesgevende grondcomplexen Totale inschatting risico's: * Nieuw risico tov vorige inventarisatie (jaarstukken 2020) 75
Toelichting op de kolommen De kolom “risico” bevat de omschrijvingen van het risico (gebeurtenis) die kan leiden tot een (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk voordoen wordt getoond in de kolom “kans”. Voor risico's die zich herhaaldelijk voor kunnen doen, geeft de kans een indicatie van de frequentie waarmee risico's zich voordoen. Deze indicatie van de frequentie van voordoen wordt in onderstaande tabel getoond: Omschrijving < 1 keer per 10 jaar 1 keer per 5–10 jaar 1 keer per 2-5 jaar 1 keer per 1-2 jaar > 1 keer per jaar
Percentage 10% 30% 50% 70% 90%
Via de kolom “financieel gevolg” wordt getoond wat de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is een inschatting van het maximale financiële effect van het betreffende risico. De kolom “invloed” geeft aan welk aandeel het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 10 risico's 91% uitmaken van alle mogelijke risico's. Ten opzichte van de jaarrekening 2020 (laatste bijstelling) is de omvang van het risicoprofiel verlaagd van afgerond € 6,1 miljoen naar € 6 miljoen. De top vijf posten lichten we hierbij kort toe. Onderaan deze paragraaf zijn beheersingsmaatregelen opgenomen. 1. Omgevingswet Na diverse signalen uit het veld heeft KPMG in opdracht van de VNG dit voorjaar een onderzoek verricht naar de daadwerkelijk te verwachten invoeringskosten. Deze blijken landsbreed 3 tot 4 keer hoger uit te komen dan de aanvankelijk ingeschatte invoeringskosten van € 300 tot € 400 miljoen. De VNG is hierover inmiddels met het Rijk in gesprek om tot een herijking van de tegemoetkoming in de implementatiekosten te komen. Vorig jaar hebben we gemeld dat de verwachtte implementatiekosten voor Rheden rond de € 1,2 miljoen zouden kunnen liggen. Deze raming was gebaseerd op de VNG rekentool. Mede naar aanleiding van het KPMG rapport hebben we deze zomer een nieuwe raming gemaakt t.a.v.
de te verwachten implementatiekosten in de jaren 2022 tot en met 2025. Hierbij zijn nu ook de kosten meegenomen voor het opstellen van het permanente Omgevingsplan (de kosten hiervoor waren nog niet meegenomen in de eerdere berekening). We schatten de totale kosten nu in op € 2,7 miljoen. Ervan uitgaande dat het Rijk nog extra zal bijdragen ramen we vooralsnog een risicobedrag van € 1 miljoen. 2. Ombuigingen Conform eerdere inventarisatie houden we er rekening mee dat we mogelijk niet alle bezuinigingsmaatregelen kunnen realiseren. Het risicobedrag stellen we bij van € 1,2 naar € 1 miljoen. 3. Herverdeling gemeentefonds In voorliggende begroting is, conform de uitgangspunten van de kadernota, rekening gehouden met een nadelig effect van € 15 per inwoner in 2023 en € 25 per inwoner in 2024 en 2025. Op basis van recente uitwerkingen van de herverdeling zou het nadeel voor Rheden in jaarschijf 2025 kunnen uitkomen op € 45 per inwoner (en € 50 in 2026). Dit is afgerond € 870.000. Aangezien er nog geen definitieve uitspraak is over de herverdeling gemeentefonds hebben we de ramingen van de algemene uitkering gebaseerd op de uitgangspunten zoals vermeld in de kadernota. 4. Hogere uitgaven jeugdzorg 76
De afgelopen jaren hebben de kosten van jeugdzorg het beschikbare budget overschreden. We hebben daarop de betreffende budgetten opgehoogd, meest recentelijk bij de zomer- en herfstrapportage 2021 en kadernota 2022. In voorliggende begroting verhogen we het budget 2022 conform het niveau van de herfstrapportage 2021. Zoals gemeld in de jaarstukken 2020 hebben we een aantal aanvullende beheersingsmaatregelen genomen, die naar verwachting hun effect gaan krijgen in de loop van 2021 en verder. Hiertoe behoren met name lumpsumafspraken met zorgaanbieders en een overeenkomst voor de Sociale Basis. Daarnaast investeren we in sturingsinformatie om op termijn meer inzicht in de kosten te krijgen en eerder in staat zijn om bij te sturen. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat er altijd een restrisico blijft bestaan, omdat onze invloed door autonome ontwikkelingen beperkt is. Die ontwikkelingen kunnen betrekking hebben op aantallen, duur en aard van de zorgbehoefte. Feit blijft dat er sprake is van zorgplicht en als er recht is op zorg dan hebben we die te leveren. 5. Klimaatadaptatie Bij programma 4 Duurzaamheid maken we melding van diverse werkzaamheden die nodig zijn in het kader van klimaatadaptatie. Hiervoor zijn op dit moment nog onvoldoende middelen beschikbaar. Hoeveel de hiermee gemoeide kosten zullen bedragen is nu nog niet bekend, maar deze zullen wel substantieel zijn.
We ramen hiervoor een risicopost van € 500K. In deze inventarisatie is een stelpost van € 500K opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningstekorten, kosten van niet geraamde lasten voor inventaris van het nieuwe gemeentehuis en mogelijk meerkosten voor ziektevervanging. We constateren dat het budget voor ziektevervanging te beperkt is, waar tijdelijke waarneming van kritieke functies door inhuur tot een overschrijding van het personeelsbudget leidt. We passen dit budget toe bij tijdelijke waarneming van functies waarbij de dienstverlening in gevaar komt of het risico bestaat dat anders andere medewerkers uitvallen a.g.v. te hoge werkdruk. Beheersingsmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels door ons niet te beheersen zijn omdat ze buiten onze invloedssfeer liggen, dat geldt vooral voor de risico's 1, 3, 4, 6 en 8. Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel invloed op hebben, dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen. Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing.
Dit groeiproces moet het mogelijk maken om bewust om te gaan met risico's en hiervoor in gesprek te gaan welke maatregelen we treffen en welke risico's we accepteren. Goede risicobeheersing start met inzicht in de risico's en de reeds getroffen maatregelen. Daartoe bieden we u in deze begroting al meer inzicht hierin. In de komende P&C-documenten zullen we de raad nader informeren over de ontwikkelingen in de risico's en de effectiviteit van de beheersingsmaatregelen. In onderstaande tabel geven we een eerste aanzet op welke wijze getracht wordt ze te beheersen. Beheersmaatregelen Nr.
Maatregelen
2
Bij de definitieve afweging over de ombuigingen vooral inzetten op haalbare maatregelen en bij maatregelen in bijvoorbeeld werkwijzen actief monitoren op de (financiële) effecten.
4
Met het Transformatieplan 2.0 "Begrenzen van de zorg" streven we naar een compacte, efficiënte en effectieve uitvoering in het zorgdomein en het stabiliseren van de personeelsformatie. Er is een Taskforce ingesteld en er wordt o.a. een systeem van budgetplafonds ingevoerd om de beheersbaarheid van de uitgaven te vergroten.
77
6
Binnen het beleidsveld Jeugd hebben we een viertal doelstellingen geformuleerd gericht op de afname van de benodigde Jeugdzorg. Dit zijn een aantal knoppen waar we aan kunnen draaien. U leest deze doelstellingen terug bij het onderdeel "Wat zijn de doelen (voor 20222025)?" binnen begrotingsprogramma 2 Welzijn. Zorgen voor een realistische begroting en tijdige tussentijdse rapportages. Continue monitoring van de dienstverlening om knelpunten tijdig te signaleren en op te lossen.
7
Aanvullende inspanningen om de instroom te beperken en uitstroom te verhogen.
9
Gelden beschikbaar stellen uit andere stelposten in de begroting, prioritering van taken.
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit: Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen Risicoreserve (stand PB 01012022)
Omvang € 3.293.210
Algemene reserve (stand PB 01012022)
€ 8.197.543
Resultaat 2021 (HR2021)
- € 256.000
Incidentele begrotingsruimte Totale weerstandscapaciteit
€ 25.000 € 11.259.753
Algemene reserve De algemene reserve is meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Om die reden komt ook de (vrij te besteden) algemene reserve in aanmerking voor de berekening van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar100% kostendekkendheid wordt gestreefd, ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de OZB. Hiervoor geldt als uitgangspunt dat maximaal de inflatiecorrectie wordt gehanteerd. Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit voortaan bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten omdat deze door dat uitgangspunt momenteel feitelijk niet aanwezig is. Voor de hoogte van de OZB geldt overigens ook geen voorgeschreven norm, behalve bij een eventuele “artikel 12-aanvraag”, dan geldt een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen. In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. Op basis van die norm bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de gemeente Rheden afgerond € 3 miljoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen.
Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio.
78
Weerstandsratio A Totale weerstandscapaciteit
Begroting 2022 € 11.259.753
B Risicoprofiel
€ 6.020.000
Weerstandsratio
1,9
Weerstandsratio Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Weerstandsratio > 2,0
Betekenis Uitstekend
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
1,0 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1,0
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Conclusie Ten opzichte van de jaarrekening 2020 (laatste actualisatie) zijn zowel het risicoprofiel als de weerstandscapaciteit licht gedaald. De weerstandsratio is hierdoor op een gelijk niveau gebleven als ten opzichte van de jaarrekening 2020 (laatste actualisatie), namelijk 1,9. Hoewel nog steeds (ruim) voldoende, is deze waardering onvoldoende om ook de solvabiliteit al op het gewenste niveau te brengen. Van belang daarvoor blijft dat we de komende jaren rekeningsoverschotten creëren en daarmee onze algemene reserve (lees weerstandscapaciteit) kunnen verhogen.
Financiële Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht. Verloop van de kengetallen Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
R 2020
GB 2021
B 2022
B 2023
B 2024
B 2025
68%
81%
91%
98%
97%
94%
65% 19% 0,16% 0,29% 90%
77% 14% -1,30% 0% 90%
87% 16% 1,60% 0% 90%
94% 15% 1,00% 0% 90%
93% 15% 0,90% 0% 90%
90% 16% 0,00% 0% 90%
Voor de goede orde: bovenstaande kengetallen zijn een resultaat van de cijfers in de meerjarenbegroting op basis van bestaande beleid. Toelichting Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog 79
(oranje). Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone (rood). Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie. Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties.
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de passage hierover bij de weerstandscapaciteit op de vorige pagina's). Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen. Door de Provincie Gelderland wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven. Ontwikkeling financiële positie Handreiking beoordeling
Categorie A (minst risicovol)
Netto schuldquote
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 - 50 %
< 20 %
Structurele exploitatieruimte
BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %
BEGR én MJB < 0 %
Grondexploitatie
< 20 %
20 - 35 %
> 35 %
Belastingcapaciteit
< 95 %
95 - 105 %
> 105 %
Categorie B
Categorie C (meest risicovol)
Conclusie: De netto schuldquote komt door toename van afgesloten leningen boven de 90% en daarmee in categorie B. Het is van belang om onze schuldenlast in komende jaren te verlagen. De solvabiliteitsratio is verbeterd ten opzichte van de vorige begroting, maar is nog steeds minder dan 20%. Een toename van de algemene reserve (door realisatie van rekeningoverschotten) zal 80
moeten leiden tot verbetering van onze vermogenspositie. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn, ook op basis van het bestaande beleid, stabiel en vallen in categorie A.
81
C. Onderhoud Kapitaalgoederen De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte bestaat uit verschillende kapitaalgoederen (wegen, riolering, groen, openbare verlichting, speelvoorzieningen en gebouwen) welke dienen te worden onderhouden om de continuïteit te kunnen waarborgen. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het beleidskader en de financiële consequenties van het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het onderhoud van de kapitaalgoederen wordt zoveel mogelijk in samenhang met de diverse projecten uitgevoerd in integrale projecten.
Wettelijke eisen en informatievoorziening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de bepalingen opgenomen waaraan de verslaglegging inzake het onderhoud kapitaalgoederen moet voldoen. In de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ zijn eveneens bepalingen opgenomen. Daarbinnen zijn met name Artikel 12 van het BBV en Artikel 18 lid 1 en 2 van de Financiële verordening van belang. In de uitwerking van deze paragraaf zijn deze bepalingen als uitgangspunt gehanteerd.
Openbare ruimte In 2020 is de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. In 2022 worden de beheerplannen geïmplementeerd. De Beheernota is de integrale vertaling van de (politieke) visie en het vastgestelde beleid van de gemeente op de openbare ruimte (voor de groene, grijze en blauwe assets) tot een financieel, technisch en kwalitatief uitgangspunt voor de beheerplannen. Aan de hand van de Beheernota Openbare Ruimte en de beheerplannen zal de organisatie beter kunnen inspelen op kansen, ontwikkelingen en risico’s. Het is noodzakelijk om in een vroegtijdig stadium inzicht te hebben in de uit te voeren gemeentelijke projecten in de openbare ruimte. Hierdoor is het mogelijk de afzonderlijke planningen van de diverse disciplines op elkaar af te stemmen en prioriteiten hierin te stellen. Een dergelijke afstemming maakt uitvoering van integrale projecten mogelijk. Integrale uitvoering betekent per definitie dat bepaalde werkzaamheden vervroegd of vertraagd worden uitgevoerd ten opzichte van de optimale technische en financiële planning van de afzonderlijke disciplines. Op termijn (cyclische onderhoudsperiode) nivelleert echter dit verschil. Een integrale planning (“werk met werk maken”) heeft uit financieel en maatschappelijk oogpunt de voorkeur.
Ontwikkelingen De vraag naar uitvoerend personeel, bouwmaterialen en grondstoffen stijgt, waardoor we verwachten dat de prijzen verder stijgen. De prijzen zijn in 2021 ten opzichte van 2020 6,5% gestegen (GWW-index CBS). In 2022 is de prognose dat de prijzen verder gaan stijgen. In de begroting van 2022 is er rekening gehouden met een stijging van 3%. Wanneer de stijging groter of lager is kan dat leiden tot bijstelling van de beschikbare budgetten voor het beheer en herinrichting van de openbare ruimte. Daarnaast kan er bij leveringen vertraging ontstaan, welke een langere doorlooptijd tot gevolg kunnen hebben. Hieronder wordt per onderwerp ingegaan op kerncijfers, het beleidskader en ontwikkelingen. Indien van toepassing worden ook eventuele risico’s genoemd.
82
Riolering en water Riolering: Infiltratieriool: Persleiding: Oppervlakte binnenwater:
Kerncijfers 244.065 m1 22.372 m1 38.516 m1 266 hectare
Kaders De gemeente heeft een verplichting tot het vaststellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan, op grond van de Wet milieubeheer. Hierin dient verwoord te zijn hoe de gemeente aan haar (wettelijke) zorgplicht, voor een doelmatige inzameling en transport van afvalwater, invulling geeft. Water en riolering zijn verweven met onze omgeving. We hebben de openbare ruimte nodig voor een goed, toekomstbestendig stedelijk waterbeheer. Anderzijds zijn water en riolering nodig om de omgeving goed te laten functioneren. De afvalwaterketen moet bijdragen aan een goede, schone en prettige werk- en leefomgeving met als belangrijkste doel de volksgezondheid. Daarbij moeten de doelen doelmatig worden gerealiseerd tegen minimale kosten. Uw raad heeft in 2020 de beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast. De kadernota vormt de basis om het beleid uit te werken tot concreet beheer in het watertakenplan. Het Watertakenplan Olburgen 2018-2022 (voorheen het GRP) is samen met de partners gemeente Bronckhorst, gemeente Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel opgesteld en is door het college begin 2018 vastgesteld.
Uit te voeren in 2022 • Uitvoeren geplande maatregelen uit het WTPO • Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten. • We actualiseren het Watertakenplan Olburgen 2018 - 2022 en stellen deze opnieuw vast voor de periode 2023-2027 Ontwikkelingen Wanneer de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking treedt, worden vele wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet, geïntegreerd. Dit houdt in dat de wettelijke planverplichting van het GRP komt te vervallen. Met andere woorden, dan komt het GRP niet terug als verplicht programma. Echter bepaalt artikel 3.14 van de Omgevingswet wel dat de gemeente een (onverplicht) gemeentelijk rioleringsprogramma vast kan stellen. Het klimaat heeft grote invloed op het water- en rioolbeheer en op de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. In de Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) hebben alle overheden samen de ambitie vastgelegd om Nederland voor 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Dat het klimaat verandert staat vast, maar het is nog onzeker hoeveel en hoe groot de effecten op het beheer zullen zijn. We nemen klimaatadaptie structureel mee in onze opgaven.
83
Wegen Asfalt Elementen Beton Overig
Kerncijfers 1.228.290 m² 1.340.421 m² 93.564 m² 50.192 m²
Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast. Planning uit te voeren in 2022 • Groot onderhoud conform jaarplanning; • Klein onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering deels door Buurtbeheer gemeente Rheden deels door aannemers); • Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten zoals aangeven bij riolering en water.
Openbare Verlichting Lichtmasten Armaturen Lichtbronnen
Kerncijfers 7.050 stuks 7.288 stuks 7.405 stuks
Planning uit te voeren in 2022 • Implementatie van het in 2021 vastgestelde beleidsplan openbare verlichting. Hierbij gaan we voor een duurzamer beheer van onze OVL. Tevens gaan we verder met de uitrol naar 100% duurzame verlichting wat we uiterlijk in 2030 gerealiseerd willen hebben (64% is nu reeds duurzame LED verlichting).In 2022 vervangen we 178 stuks lichtmasten en armaturen. • Klein en groot onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering door aannemer); • Uitvoering, zover van toepassing, geven aan de integrale investeringsprojecten zoals aangeven bij water en riolering. Risico’s Door het uitvoeren van de grootschalige vervanging zijn de risico’s teruggebracht naar het geringe niveau van een defecte lamp. Wel zien we meer en meer dat het (verouderde) net van Liander storingen veroorzaakt waardoor het lijkt alsof de verlichting stuk is maar de oorzaak in het net moet worden gezocht. Ontwikkelingen De armaturen en masten die worden vervangen zijn vanaf 2021 100% circulair. Vanwege de vervanging is er een besparing op energieverbruik te verwachten voor 2022.
84
Groen en spelen Openbaar groen Bomen (in de openbare ruimte) Speelplaatsen Speeltoestellen
Kerncijfers 157 ha 13.159 st 95 st 424 st
Kaders De gemeenteraad heeft in 2020 de Beheernota Openbare Ruimte vastgesteld. Op basis van de Beheernota en het in 2021 vastgestelde integrale beheerplan maakt de gemeenteraad een onderbouwde keuze voor integraal beleid en beheer van de openbare ruimte. De gemeenteraad legt hiermee het beleid, de kwaliteit en bijbehorende budgetten vast. Uit te voeren in 2022 • Uitvoering geven aan de integrale investeringsprojecten. • Op basis van inspecties en meerjaren-onderhoudsplanning wordt per jaar een jaarprogramma groen en spelen uitgevoerd. • We stellen een biodiversiteitsplan op en dit wordt in 2022 aan de raad voorgelegd. • We stellen in 2022 een nieuwe speelruimtebeleid vast. Ontwikkelingen In 2022 continueren wij het proces om ons openbaar groen klimaatbestendiger in te richten en beheren. Het proces richt zich op gebruik van plantsoorten en het verwerken van groenafval. Duurzaamheid en circulariteit hangen hiermee samen. Een ontwikkeling die we de laatste jaren zien is de toename van het groenareaal. Dit heeft meerdere oorzaken. Nieuwbouw, minder verharding en percelen die uit de pacht komen.
Gebouwen Gebouwen 1 Beleidsvolgend vastgoed Sport Sporthal De Dumpel
Gruttostraat 14 Velp
Gymzaal Jan Luijkenlaan
Jan Luijkenlaan 2-a Velp
Sporthal De Hangmat
Ijsselsingel 9 Rheden
Openluchtbad Rheden
IJsselsingel 9 Rheden
Gymzaal Bloemershof
Burg. Bloemerstraat 3 Dieren
Sporthal Theotorne
Ericaplein 3 Dieren
Gymzaal Huijgenslaan
Huijgenslaan 44 Dieren
Kleedruimte De Pinkenberg
De Pinkenberg 5-a Rozendaal
Biljoenbad
Gruttostraat 3 Velp
De Kroeseboom
Haverweg16/16a Rheden
Kon. Emmaschool
Hogestraat 31 Dieren
Onderwijs
Dorpshuizen MFA Het Kasteel
Heeckerenstraat 201 Velp
MFA Van Voorhuizenschool
Schoolstraat 12 Velp
MFA Nieuw Bergstein
Binnenweg 40-a Ellecom 85
MFA De Oase
Ericaplein 1 Dieren
De Bundel
Ericaplein 5 Dieren
Openluchttheater De Pinkenberg
De Pinkenberg 6 Rozendaal
Muziektent Velp
Overbeeklaan 7 Velp
Muziektent Rheden
Havelandseweg 90 Rheden
Muziektent Ellecom
Binnenweg 40 c Ellecom
Muziektent Spankeren
Kerkplantsoen 2 Spankeren
Muziektent Laag-Soeren
Bosrichterlaan 1 Laag-Soeren
Parkeergarage Dieren
Hardewijkerweg 2 Dieren
Brandweergarage Velp
Noorder Parallelweg 21 Velp
Brandweergarage Rheden
Worth Rhedenseweg 66 Rheden
Cultuur
Parkeren Brandweer
Cultureel erfgoed Kerktoren NH-kerk Oude Jan Velp
Kerkstraat 56 Velp
Kerktoren NH-kerk Rheden
Dorpsstraat 51 Rheden
Kerktoren NH-kerk Ellecom
De Friedhof 6 Ellecom
Kerktoren NH-kerk Spankeren
Kerkweg 2 Spankeren
Poort Overbeek
Overbeeklaan ong. Velp
Dorpspomp Velp
Kerkstraat ong. Velp (bij kerk)
Gemaal De Volharding
Lathumseweerweg 2 Velp
Emmapyramide Velp
Kluizenaarsweg ong. Rozendaal
Dorpspomp Rheden
Dorpsstraat ong. Rheden
Veerwachtershuisje Dieren
Aan ’t Veer 1 Dieren
Israëlische begraafplaats
Bernard Zweerslaan 1 Dieren
Priesnitzmonument
Priesnitzlaan 25 Laag-Soeren
2 Eigen huisvesting Gemeentehuis De Steeg
Hoofdstraat 3 De Steeg
Gemeentewerf Velp
Biljoen 8-10 Velp
Gemeentewerf Dieren
Meidoornlaan 2 Dieren
Begraafplaats Heiderust
Lentsesteeg 21 Rheden
Begraafplaats Imboslaan
Imboslaan 63 Dieren
Begraafplaats Harderwijkerweg
Harderwijkerweg 3 Dieren
3 Overig vastgoed Woning sportpark Velp
De Pinkenberg 5 Rozendaal
Bedrijfsruimte
Den Heuvel 32 Velp
Woning Heiderust
Lentsestraat 21 Rheden
Koepel De Kaap
Beekhuizenseweg 2 Rheden
Woning Sportpark
Ijsselsingel 89 Rheden
Woning Sportpark
Adm. Helfrichlaan 97 Dieren
Bedrijfsruimte
Adm. Helfrichlaan 97-a Dieren
Woning
Kappersweg 1 Spankeren
Woonwagenstandplaats
Van Aldenburglaan 38 De Steeg
Woonwagenstandplaats
Van Aldenburglaan 40 De Steeg
IJsselsingel 95 (WIK huis)
Ijsselsingel 95 Rheden
Woning
Jan Luijkenlaan 2 Velp
86
Evenementen- en marktaansluitingen
9 evenementenkasten
Onderhoud vastgoed Er wordt voor het planmatig onderhoud gewerkt met een voorziening, genaamd “Onderhoud vastgoed”. De meerjarenonderhoudsplannen worden vierjaarlijks geactualiseerd. Een groot deel van het onderhoud is aanbesteed zodat de continuïteit en de kwaliteit van het onderhoud gewaarborgd blijft. Uit te voeren in 2022 • Verduurzaming Theothorne • Onderhoud conform jaarplanning; Ontwikkelingen • Verduurzaming gemeentelijk vastgoed • De verduurzaming van onze kantoorgebouwen krijgt in 2022 prioriteit vanwege de wettelijke verplichting om alle kantoorgebouwen op 1 januari 2023 minimaal naar Energielabel C te hebben gebracht.
87
D. Financiering In de paragraaf financiering wordt de financieringsfunctie uiteengezet. In de financiële verordening is opgenomen dat het college zorgdraagt voor de uitoefening van de financieringsfunctie. De kaders daarvoor zijn vastgelegd in het treasurystatuut, vastgesteld in 2014. Deze paragraaf bevat o.a. de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend. Daarnaast geeft het inzicht in de financieringsbehoefte van de gemeente. In deze paragraaf zijn de volgende onderdelen opgenomen: · Algemene ontwikkelingen · Doelstelling van de treasuryfunctie · Risicobeheer treasuryfunctie · Beleid inzake financiering en financieringspositie · Rentemethodiek
Algemene ontwikkelingen Rente ontwikkeling De rente op de geld- en kapitaalmarkt wordt voornamelijk bepaald door het beleid van de centrale banken. De verwachting is dat de rente die zeer laag is, voorlopig ook laag wordt gehouden door de Europese centrale bank. Langlopende leningen In 2021 heeft een herfinanciering plaatsgevonden van € 15 miljoen met een looptijd van 5 jaar tegen een negatieve rente van 0,26%. Verder is in 2021 de leningenportefeuille uitgebreid met 10 miljoen voor 6 jaar tegen een negatieve rente van 0,20%. Door het aantrekken van deze lening voldoet de gemeente aan de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet is het maximale bedrag dat de gemeente met kort geld mag lenen. Kasgeldleningen Voor kortlopende financieringsbehoefte kan de gemeente een kasgeldlening afsluiten. In de huidige situatie wordt bij een kasgeldlening een negatieve rente gerekend. Omslagrente Als gevolg van onder andere de negatieve rente bij langlopende leningen (tot een bepaalde periode) en kasgeldleningen is de omslagrente in de begroting 2022 berekend op 0,35%. Zie voor een nadere toelichting het onderdeel "Rentemethodiek".
Doelstelling treasuryfunctie Aantrekken van middelen Bij het aantrekken van middelen wordt gestreefd naar het optimaliseren van de renteresultaten en het beperken van renterisico’s. De looptijd van nieuw aan te trekken leningen worden afgestemd op de actuele rente ontwikkeling en de verwachte liquiditeitsbehoefte. Verstrekking van leningen en garantstellingen Ingevolge de Wet FIDO kan de gemeente slechts leningen en garanties verstrekken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. De gemeente Rheden hanteert bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak de volgende uitgangspunten: a) de activiteit waarvoor een lening of garantie wordt gevraagd dient bij te dragen aan de realisering van één of meerdere voor de gemeente Rheden maatschappelijk relevant geachte doelstellingen, blijkende uit beleidsplannen en/of de begroting.
88
b) de kredietrisico’s dienen aanvaardbaar te zijn. Het college zal hiervoor een schriftelijk advies vragen van een intern- en/of extern financieel deskundige over de kredietwaardigheid van de aanvrager; c) de aanvrager heeft schriftelijk verklaard dat de benodigde financiering niet kon worden verkregen bij derden in de vorm van subsidies etc.; d) de aanvrager heeft schriftelijk aangetoond in het bezit te zijn van alle eventueel voor de activiteit noodzakelijke (publiekrechtelijke en onherroepelijke geworden) vergunningen en eventueel benodigde privaatrechtelijke toestemmingen; e) de aanvrager verleent medewerking aan de door de gemeente geëiste voorwaarden, waaronder de lening c.q. garantstelling tot stand zal komen. Deze voorwaarden betreffen onder meer de beperking van de financiële risico’s voor de gemeente, onder meer door het –zo mogelijk- vestigen van een zakelijk zekerheidsrecht (b.v. hypotheekrecht), een looptijd van de lening of garantstelling van maximaal 10 jaar na ondertekening van de overeenkomst, een vooraf bepaald aflossingsschema en de informatieplicht bij het niet nakomen van de betalingsplicht; f) het college verleent geen medewerking aan een aanvraag voor een lening of garantie van een winst beogende (commerciële) instelling’, als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Vennootschapsbelasting.
In bijzondere omstandigheden, dan wel onbillijkheden van overwegende aard, kan het college van deze voorwaarde afwijken. g) Voor het begrotingsjaar 2022 wordt uitgegaan van een maximale hoofdsom van leningen en garanties van € 1.000.000 welke door het college mag worden aangegaan. Het is het college niet toegestaan om dit budget te overschrijden, zonder instemming van de raad. Wij nemen, gelet op bovengenoemde voorwaarden, een beslissing of we zullen meewerken aan het verstrekken van een lening of een garantie. We stellen de aanvrager van de lening of garantstelling schriftelijk in kennis van (de argumenten van) het genomen besluit. Uw raad zal vooraf in kennis worden gesteld bij het verstrekken van leningen of garantstellingen voor een bedrag hoger dan € 250.000 per aanvraag. Wij zullen in deze gevallen in onze besluitvorming de zienswijze van de raad meenemen.
Risicobeheer treasuryfunctie Hieronder wordt een analyse gegeven van de risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente Rheden. Wij gaan daarbij in op de renterisico’s, kredietrisico’s, en debiteurenrisico. Renterisico’s Voor het renterisicobeheer worden de normen gehanteerd conform de Wet FIDO. Het gaat hierbij om de kasgeldlimiet, waarbij een beperking wordt opgelegd aan de omvang van de netto vlottende schuld én de renterisiconorm. De renterisiconorm bepaalt het maximum aan leningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer die geherfinancierd moeten worden of waarvan de rente herzien moet worden. Deze normen zijn ingesteld om de invloed van rentewijzigingen op het resultaat te beperken. Hieronder wordt een berekening gegeven van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Berekening kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) Begrotingstotaal (bedrag) Toegestane kasgeldlimiet (percentage) Kasgeldlimiet (bedrag)
2022 124.819 8,5% 10.610
De kasgeldlimiet geeft de maximale omvang van de netto vlottende schuld aan. De netto vlottende schuld is het saldo van rekening courant kredieten en tegoeden, het kasgeld en de opgenomen gelden met een oorspronkelijke rent typische looptijd van korter dan één jaar.
89
Indien 3 kwartalen achtereen de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder (de provincie) geïnformeerd worden en een plan worden ingediend. Wanneer de netto vlottende schuld boven de kasgeldlimiet uitkomt, wordt door omzetting naar een langlopende lening ruimte gecreëerd. Door middel van een goede planning en monitoring wordt de kasgeldlimiet bewaakt. Berekening renterisiconorm (bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen
2022
2023
2024
2025
0
0
0
0
2. Aflossingen 3. Renterisico (=1+2) 4a. Begrotingstotaal 4b. Percentage cf. ministeriële regeling 4. Renterisiconorm (=4ax4b) 5. Ruimte binnen de norm (=4 -3)
10.000 10.000 124.819 20% 24.964 14.964
20.000 20.000 122.651 20% 24.530 4.530
20.500 20.500 121.158 20% 24.232 3.732
0 0 121616 20% 24.323 24.323
De renterisiconorm geeft de som aan van het bedrag aan vaste schuld waarvan de rente mag worden herzien of het bedrag dat in aanmerking komt voor herfinanciering. Hiermee wordt nagestreefd dat de vaste leningenportefeuille zodanig gespreid is dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren zijn verdeeld. De renterisiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen én voor welk deel van de vaste schuld op basis van de leningsvoorwaarden de rente wordt herzien. Het aldus berekende bedrag geeft dan het bedrag aan waarover renterisico’s worden gelopen. Kredietrisico’s Kredietrisico’s worden gelopen bij het uitzetten van overtollige middelen en het verstrekken van leningen en garantstellingen. Kredietrisico’s worden beperkt door de eisen die de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) stelt aan tegenpartijen en producten op de geld- en kapitaalmarkten en door de specifieke eisen die de gemeente stelt aan de partij waaraan middelen worden verstrekt. De verwachting is dat er in 2022 geen overtollige middelen worden uitgezet. Eventuele tijdelijke overtollige kasmiddelen zullen worden uitgezet conform de wettelijke kaders inzake het schatkistbankieren.
Op de reeds verstrekte leningen is het risico minimaal gezien de geldnemers en de looptijd. Het gaat hier een achtergestelde lening aan Alliander, AV Gelre, Starterslening VROM, SVN duurzaamheids-leningen en SVN blijvers leningen. Begin 2021 bedraagt het saldo ca. € 5,1 miljoen. Daarnaast neemt de gemeente Rheden deel in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Middels een achtervangovereenkomst staat de gemeente per 31-12-2020 garant voor ca. € 186,7 miljoen aan leningen die zijn verstrekt aan woningcorporaties. Gezien de vermogenspositie van het WSW, de goede controle en toetsing door dit fonds en de spreiding van de risico’s over de deelnemende gemeenten en het feit dat er nog nimmer een beroep op de achtervang is gedaan, is dit als een zeer laag risico te kwalificeren. Debiteurenrisico’s De debiteuren worden in de balans gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor dubieuze debiteuren. Periodiek worden de posten beoordeeld op inbaarheid. Eventuele oninbare vorderingen worden afgeboekt ten laste van de voorziening. De hoogte van deze voorziening wordt jaarlijks bij de jaarrekening opnieuw vastgesteld. 90
Beleid inzake financiering en financieringspositie De financieringskosten worden in de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2025 opgenomen op basis van een geactualiseerde middellange financieringsprognose. Hierbij wordt de financieringspositie van de gemeente berekend en over het overschot c.q. tekort rente gecalculeerd. In de begroting 2022-2025 is voor het verwachte financieringstekort, gelet op de negatieve rente, een rentekostenvoet gehanteerd van 0%. In het volgende overzicht wordt de verwachte financieringsbehoefte weergegeven. Berekening financieringstekort (x € 1.000) Materiële vaste activa Immateriële vaste activa Financiële vaste activa Erfpachtgronden Totaal vaste activa
31-12-2021 113.114 350 4.022 690 118.394
31-12-2022 140.310 309 4.859 690 146.168
8.778 8.146 4.454 90.500 6.516
11.491 12.964 5.650 90.500 25.563
Algemene reserve Bestemmingsreserve Voorzieningen Vreemd vermogen lang Financieringstekort
Het verwachte financieringstekort is groter dan de kasgeldlimiet. Onderstaand is een overzicht opgenomen van de financieringsportefeuille voor langlopende leningen. Financieringsportefeuille voor langlopende leningen Jaar LoopRente Jaar Stand 1-1Aflossing tijd laatste 2022 aflossing 2013 2017 2018 2018 2018 2019 2019 2021 2021 2022 2022
10 5 10 5 5 5 5 5 6 PM PM
2,62% 0,19% 1,26% 0,35% 0,43% 0,265% -0,01% -0,26% -0,20% PM PM
2023 2022 2028 2023 2023 2024 2024 2026 2027 PM PM
10.000 10.000 15.000 5.000 5.000 12.500 8.000 15.000 10.000 0 0 90.500
10.000
10.000
(bedragen x € 1.000) HerfinanStand 31ciering/ 12-2022 extra lening 10.000 0 15.000 5.000 5.000 12.500 8.000 15.000 10.000 10.000 10.000 15.000 15.000 25.000 105.500
Rentemethodiek Met ingang van het begrotingsjaar 2017 worden de rentelasten toegerekend aan de taakvelden. Bij de toerekening van de rentelasten is de rente-omslag-methode voorgeschreven. Het totaal van de rentelasten wordt omgeslagen over het geheel van de investeringen. Als rentelasten worden beschouwd:
91
▪ ▪
Voor de externe financiering: het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen en de kortlopende financiering minus de renteopbrengsten van overtollige middelen. Voor de interne financiering: de bespaarde rente over de reserves en voorzieningen.
Door toepassing van de rente-omslag-methode worden de rentelasten op basis van de stand van de investeringen toegerekend aan de taakvelden in de programmabegroting. De gedachte achter het toerekenen van bespaarde rente over de reserves en voorzieningen is dat het voor de kostprijsberekening niet uitmaakt of hiervoor externe financiering is aangetrokken of dat dit uit eigen middelen gefinancierd is. Voor 2022 bedraagt het voorgecalculeerde omslagpercentage 0,35%. Berekening omslag rente (Bedragen x € 1.000) Externe rentelasten Externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente minus: Rente doorberekend aan de grondexploitatie Saldo door te rekenen rente plus: Rente over eigen vermogen per 1-1 Rente over voorzieningen Saldo aan taakvelden toe te rekenen rente *) Rente omslag (= toe te rekenen rente/waarde vaste activa per 1-1
482 202 280 6 274 126 28 428 0,35%
*) Inclusief taakveld Overhead
92
E. Bedrijfsvoering Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde om als ambtelijke organisatie te kunnen voldoen aan onze maatschappelijke opgaven en kwaliteit te leveren in de dienstverlening aan inwoners, organisaties en bedrijven. Een goede bedrijfsvoering is geen doel op zich, maar gaat erom dat we middelen (medewerkers & financiën) inzetten om onze processen efficiënt, effectief en rechtmatig te laten verlopen. Juist in deze tijd van grote opgaven en financiële krapte is het van belang te blijven investeren in de kwaliteit van onze bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op Personeel & Organisatie, Communicatie, Informatiemanagement & automatisering en Planning & Control. Doel Bijdrage leveren aan de realisatie van organisatiedoelen: Professionele organisatie voor optimale dienstverlening aan onze inwoners, met gerichte sturing op inzet van mensen en middelen. Resultaat 1. Toename van de kwaliteit van werk en daardoor afname van wachtlijsten, klachten en bezwaren/beroepen. 2. Doorontwikkeling programmabegroting en bestuurlijke P&C cyclus (aansluiten bij behoefte en tijdige communicatie planning). Voor de consultancy op de inrichting van de applicaties is een werkbudget van eenmalig 10 duizend euro waarvan structureel 5 duizend euro gewenst. 3. Verhoogde kwaliteit van (voortgangsrapportages) aan bestuur. 4. Meer grip op financiën (bijv.
BI-rapportages, sturen op arbeidskosten en grip op arbeidskosten). Hier draagt de pilot datagedreven werken aan bij. Eenmalige incidentele kosten voor de pilot bedragen 50 duizend euro voor de inrichting van de omgeving. 5. Competente medewerkers, die toegerust zijn voor hun werk nu en in de toekomst. 6. Toename van vitaliteit van medewerkers en lager ziekteverzuim. Daarbij afname van externe inhuur (kosten). 7. Rechtmatigheid geborgd in processen en tegelijk efficiënter maken (onderdeel aanpak t.b.v. rechtmatigheidsverantwoording). 8. Geactualiseerde financiële beleidsdocumenten (bijv. treasurystatuut en nota risicomanagement). 9. Verbeterplan op financiële processen n.a.v. bevindingen Interne - en Externe Controle.
Personeel & Organisatie Welke context speelt er? (kader, achtergrond, actualiteit, ontwikkeling) Organisatie Dat ‘onzekerheid’ normaal is in deze tijd weten we en al langer sturen we op een wendbare organisatie. Te kunnen schakelen wanneer bijvoorbeeld de financiële situatie wijzigt, de maatschappij wat anders vraagt of nieuwe wetgeving wordt ingevoerd. Afgelopen jaar was de coronacrisis een goed voorbeeld hoe adequaat te reageren op veranderingen in de wereld en daarmee de omstandigheden van ons werk. We lieten zien dat professionaliteit en betrokkenheid bij het werk hielpen om de dienstverlening op peil te houden. In tijden van crisis en gedwongen thuiswerken is meer behoefte aan duidelijke doelen en sturing daarop. In 2021 is daarom op basis van een organisatievisie “Samenwerken aan een sterke
93
organisatie” een eerste wijziging in de hoofdstructuur aangebracht door beleid en uitvoering dichter bij elkaar te brengen in één afdeling en de sturing in de organisatie te versterken. We streven naar een lerende organisatie met een winnaarsmentaliteit. Een organisatie, met een optimale dienstverlening, waar medewerkers hun talenten inzetten, inzet tonen en presteren, leren en werkplezier hebben. We willen de successen meer in het licht zetten en vieren en zo ook van fouten leren. Ook dat is een succes. We kunnen in 2022 de eerste veranderingen in de aansturing van de organisatie effectueren. Daarbij denken we uiteraard in eerste instantie aan de dienstverlening aan onze inwoners en een betere beheersing van kwaliteit en kosten. We bereiden ons voor op veranderingen van buitenaf, zoals de invoering van de Omgevingswet en opeenvolgende veranderingen in het sociaal domein. Dat gaat samen met de wijze waarop we werkprocessen inrichten, samenwerken vanuit vertrouwen, met medewerkers in gesprek gaan, naar hen luisteren en ideeën ruimte geven. Met het project Sturen op arbeidskosten krijgen we zicht op de uitgaven in het personeelsbudget en kunnen we daar beter op sturen ofwel grip op houden. Het streven is met minder externe inhuur onze doelen te bereiken, waardoor we de kennis in eigen huis opdoen en behouden en tevens kosten besparen.
Het monitoren van de arbeidskosten inclusief externe inhuur is inmiddels geautomatiseerd, waardoor nu een sneller en accurater inzicht is in het verloop van de kosten en er op kan worden gerapporteerd. Samen optimaal werken in 2022 werken we vanwege de nieuwbouw van het gemeentehuis in tijdelijke huisvesting op diverse locaties. Opnieuw vraagt dat wat van ons allemaal, omdat het ‘normale’ van voor de coronacrisis niet terugkeert. We hebben noodgedwongen in de tussentijd beleid voor hybride werken vorm gegeven. Het management en de medewerkers zijn gefaciliteerd en begeleid in het ‘hoe werk je samen op afstand: hoe blijf je in verbinding en houd je werkplezier’. Dat krijgt in 2022 opnieuw aandacht, zowel in de ondersteuning van de inzet van ICT-hulpmiddelen als verbinding en vitaliteit. Dan blijkt of de maatregelen hun uitwerking hebben en zullen we zien of wat bedacht is ook past bij de nieuwe manier van (hybride) werken, de dienstverlening en bedrijfsvoering. HR-beleid Het HR beleid is een afgeleide van het organisatiebeleid. De agenda is gevuld met thema’s die daaraan bijdragen aan de professionalisering. Vanuit de doelstelling onze inwoners kwaliteit te leveren in de dienstverlening streven we naar een professionele organisatie, waarin onze medewerkers graag voor de gemeente Rheden werken en hun bijdrage leveren aan de resultaten.
We bieden goed werkgeverschap, vertaald naar inhoudelijk interessant en uitdagend werk met goede arbeidsomstandigheden in de breedste zin van het woord. Hoe meer we goed werkgeverschap tonen, hoe meer dat bijdraagt aan het in werkplezier en kwaliteit van het werk. We willen samen met onze medewerkers vorm en inhoud geven aan de manier waarop we samen werken, processen inrichten en continue leren. Vanuit vertrouwen en respect voor ieders rol en verantwoordelijkheid. Belangrijk daarbij zijn afwisselende en uitdagende taken, ontwikkelingsmogelijkheden, communicatie en medezeggenschap, duurzame inzetbaarheid en vitaliteit, arbeidsvoorwaarden, waardering en een veilige werkplek. Samen met het management en onze Ondernemingsraad onderzoeken we wat de thema’s voor de komende tijd zijn.
94
We introduceren in 2021 De Rheden Academie, een platform voor online leren. Daarmee bieden we onze medewerkers trainingen, opleidingen en een platform voor kennisdelen. Ook zetten we dit in om nieuwe medewerkers op een goede manier snel de weg te wijzen in onze organisatie. De recente wijzigingen in de organisatie, maar ook de veranderingen in de (regionale) arbeidsmarkt vragen om te kijken naar ons functiegebouw en de vertaling daarvan in HR21profielen. We hebben sinds september 2021 twee trainees in dienst voor een periode van 24 maanden. Zij doen naast hun vervolgstudie ervaring op bij de gemeentelijke overheid. Bedoeld als ‘verfrissing’ voor onze en voor hen kennismaking met en een beter beeld van de overheid. Ook bieden we stagiaires van (V)MBO en HBO kansen om bij ons werkervaring op te doen. Begroting Personeelsbudget 2022 Sturen op Arbeidskosten in €
2021
2022
Verschil
Formatie begroting
24.909.188
24.729.672
-179.516
Inhuurbudgetten
540.147
308.546
-231.601
Totaal personele lasten
25.449.335
25.038.218
-411.117
We zijn genoodzaakt om de organisatie tegen het licht te houden. In de kadernota is reeds aangegeven dat er sprake is van kwantitatieve en kwalitatieve knelpunten in het personeelsbudget en de personele bezetting. De formatie begroting 2021 is gebaseerd op de cijfers per 1-1-2021 inclusief CAO ontwikkelingen t/m 2020 en verhogingen premies sociale lasten per 1-1-2021. In de begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met de CAO ontwikkelingen 2021-2022. Op het moment van opstellen van de begroting was er nog geen akkoord. Zoals gemeld in de Kadernota is voor een eventuele verhoging als gevolg van de nieuwe CAO in de begroting 2022 een stelpost opgenomen van € 383.000 ( 1,5%). De bedragen uit de formatie begroting betreft de vaste loonkosten. Daarnaast zijn er nog kleine budgetten bedoeld voor variabele loonkosten. De afname van de formatiebegroting komt voort uit een kleine afname van de totale formatie. De grootste mutaties betreft het wegvallen van de tijdelijke formatie toegang ingaande 1-1-2022 en realisatie van enkele bezuinigingen RFS, maar daar staan enkele toevoegingen tegenover, o.a. de overheveling formatie bestuurssecretariaat medio 2021. De bedragen in bovenstaande tabel zijn exclusief de kosten van versterking ambtelijke organisatie, zie toelichting bij onderdeel 'Financiële positie' op pagina 10 van deze begroting.
Communicatie Welke context speelt er? (kader, achtergrond, actualiteit, ontwikkeling) De organisatie ontwikkelt zich verder in het omgevingsbewust werken, zodat belangen van de samenleving, bestuur en medewerkers van meet af aan meegenomen worden. Keuzes moeten bij voorkeur rekenen op draagvlak vanuit de samenleving. Partnerschap (inwoners, bedrijven, onderwijs, etc.) staat centraal bij het behalen van onze resultaten. We maken daarbij gebruik van de kracht in de samenleving. Communicatie en participatie dragen in grote mate bij aan diverse ontwikkelingen. De resultaten daarvan zijn terug te vinden in de beleidsparagrafen. Transparante en tijdige communicatie, waarbij Klare Taal nog steeds het uitgangspunt vormt, met inwoners en (digitale) bereikbaarheid van de gemeente is essentieel voor een goede samenwerking. Hiervoor zetten we een uitgebreide mix in van online (website, mail, Twitter, 95
Facebook) en offline middelen (kranten, brieven, folders, bijeenkomsten), aangevuld relevante participatie- en communicatievormen. Communicatief vaardige organisatie De rol van communicatie, participatie en partnerschap wordt steeds belangrijker. De samenleving zijn we samen, en als gemeente willen we een goede verstandhouding met onze inwoners, bedrijven en onderwijsinstellingen. We zetten in 2022 daarom in op het communicatief (maar ook participatief) vaardiger maken van onze organisatie, met als doel dat communicatie en partnerschap onderdeel wordt van ons DNA. Medewerkers krijgen trainingen, coaching en tools, met als doel de communicatieve vaardigheden te professionaliseren. De vakgroep Communicatie begeleidt dit proces en adviseert bij strategische vraagstukken. Samen optimaal werken In het kader van Samen Optimaal Werken, is het voor de bedrijfsvoering van belang dat medewerkers worden ondersteund en gefaciliteerd op het gebied van communicatie. Het doel is de communicatie van medewerkers verder te professionaliseren en de communicatieve wisselwerking tussen samenleving en gemeente te verbeteren. Hiertoe worden verschillende tools en instrumenten ontwikkeld, zowel voor de verbetering van de interne communicatie als voor externe communicatie. In 2022 wordt het sociaal intranet verder uitgerold. Dit draagt bij aan een optimale samenwerking en kennisdeling.
Ook de tijdelijke huisvesting en het nieuwe gemeentehuis vergen een intensieve communicatie-inzet, waarbij verbinding en betrokkenheid essentieel zijn. Het is daarbij van groot belang dat inwoners ons gemeentehuis blijven vinden zowel fysiek als in de digitale wereld. Organisatieontwikkeling De organisatie is voortdurend in ontwikkeling. In 2021 is de organisatievisie “samenwerken aan een sterke organisatie” opgesteld. Deze visie geeft een beeld van de richting die we willen op gaan. Om dit te ondersteunen, is een verandercommunicatieplan opgesteld dat de komende jaren wordt uitgevoerd. Doel is de medewerkers mee te nemen in en te betrekken bij de ontwikkelingen naar de flexibele, toekomstgerichte organisatie die we willen zijn. Een organisatie waar servicegerichtheid en integrale dienstverlening centraal staan, maar we meer oog hebben voor kostenbeheersing en kwaliteit.
Informatiemanagement & automatisering Welke context speelt er? (kader, achtergrond, actualiteit, ontwikkeling) De veranderende samenleving maar ook veranderde wetgeving (Omgevingswet, Baseline Informatiebeveiliging Overheid en Algemene Verordening Gegevensbescherming), stellen eisen aan onze informatievoorziening. We zien onze rol steeds meer verschuiven naar partner. We werken in een keten. Om deze keten goed te laten functioneren, moet je goed samenwerken met de ketenpartners. Dit vraagt veel afstemming en een forse doorontwikkeling van de informatievoorziening noodzakelijk. Speerpunten voor 2022 zijn: • Werken aan 1 nieuwe ICT werkplek voor alle medewerkers in de regio (voor Arnhem, Renkum, Arnhem en de Connectie). Deze nieuwe werkplek is modern, gebruiksvriendelijk en zorgt voor minder beheer (kosten efficiënt). • Veilig en makkelijk digitaal samen kunnen werken. Dit gaan we doen door de verdere uitrol van Microsoft Office 365 (samen met Arnhem, Renkum en De Connectie).
96
•
• •
• • •
Coördineren en faciliteren organisatie breed project “samen optimaal werken” om ons werk effectiever, efficiënter en plezieriger te maken door de medewerker centraal te stellen en hem/haar, binnen bepaalde grenzen, de ruimte te geven om hybride te werken. Data gedreven werken. De leerervaringen gaan we gebruiken om data gedreven werken steeds meer als manier van werker breder in onze organisatie te implementeren. Harmoniseren, automatiseren en professionaliseren van administratieve processen. We gaan met onze regionale partners de harmonisatie van processen oppakken. Binnen uitvoerende processen komen vaak zich herhalende taken voor. Deze zijn vervelend voor de medewerker en kosten tijd die niet aan het helpen van een inwoner kan worden besteed. We gaan verder het uitvoeren van een oplossing die terugkerende handelingen kan automatiseren en professionaliseren om systemen en applicaties optimaal te gebruiken. Een interactief en goed toegankelijk intranet. We ondersteunen met intranet samenwerken en het makkelijk kunnen vinden van relevante informatie. Het vernieuwen en harmoniseren van het telefonieplatform voor vaste en mobiele telefonie, samen met Arnhem, Renkum en De Connectie. Implementatie van de Omgevingswet. Onze huidige systemen voor vergunningverlening en bestemmingsplannen worden zodanig ingericht dat ze voldoen aan de eisen van de Omgevingswet.
Met onze systemen gaan we ook aansluiten op het digitaal stelsel van de omgevingswet (DSO). Het DSO is de motor achter de Omgevingswet. Binnen het DSO zorgt het omgevingsloket dat alle gegevens over de fysieke leefomgeving geografisch (op de kaart) en tekstueel (wet- en regelgeving) bij elkaar gepresenteerd en uitgewisseld worden. Basisregistraties en Geo-data zijn belangrijke pijlers waarop het DSO rust. Deze moeten dus up to date zijn. Het DSO zorgt voor samenhang, eenvoud en duidelijkheid. Door middel van 1 loket zorgt het DSO dat alles samenkomt zodat goede, integrale afwegingen worden gemaakt op het gebied van vergunningverlening.
De informatiebeveiliging en privacy zullen met de toenemende digitalisering van werkprocessen en dienstverlening steeds belangrijker worden. Speerpunten voor 2022 zijn: • Uitvoeren van (technische) verbetermaatregelen informatiebeveiliging op basis van de landelijke standaard (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Deze maatregelen worden in samenwerking met regionale partners en De Connectie uitgevoerd. • Nemen van noodzakelijke (technische) maatregelen. We nemen de noodzakelijke maatregelen om te voldoen aan ons beleid. Met als doel risicobeheersing en controle op maatregelen. • Verhogen bewustwording op het gebied van informatieveiligheid en privacy. Wij continueren de bewustwordingscampagne informatieveiligheid en privacy. Met als doel privacy en informatiebeveiliging steeds meer onderdeel uit te laten maken van het dagelijkse processen.
Planning & Control Welke context speelt er? (kader, achtergrond, actualiteit, ontwikkeling) De Planning en Controle cyclus beschrijft hoe we als organisatie sturen op bestuurlijke doelen en rapporteren op voortgang en afwijkingen. De (bestuurlijke) P&C cyclus mondt uit in de rapportages aan de raad en omvat daarnaast alles wat onderliggend nodig is om grip te houden op de voortgang en (financiële) kaders. Speerpunten voor 2022 zijn: •
Doorontwikkeling programmabegroting en bestuurlijke P&C cyclus. Samen met de financiële commissie en de raadswerkgroep programmabegroting wordt er gewerkt aan het
97
•
•
•
•
•
verbeteren van de opzet van de programmabegroting. Ook wordt de jaarplanning voor deze documenten vanaf 2022 eerder vastgesteld en besproken, zodat er voldoende tijd genomen kan worden voor bestuurlijke behandeling. Datagedreven werken. Als gemeente willen we meer gebruik maken van beschikbare data, om aan de hand van deze data gefundeerd keuzes te maken. De hoeveelheid beschikbare data en het aantal bronnen neemt de laatste jaren fors toe, dit levert uitdagingen op maar ook kansen. Door slim gebruik te maken van data uit verschillende bronnen ontstaan nieuwe inzichten. Inzichten die we goed kunnen gebruiken, want de maatschappelijke opgaven worden complexer en de verwachtingen van de inwoners zijn steeds hoger. We constateren we dat het samenbrengen van data, verklaren van data en maken van rapportages een specialistische functie is. Binnen de huidige personeelsbegroting is hier niet in voorzien. Deze functie wordt business intelligence specialist of data-analist genoemd en richt zich op het creëren van inzicht om gefundeerde keuzes mogelijk te maken. Daarnaast zal zij/hij een belangrijke rol spelen in de Verbijzonderde Interne Controle (zgn. datagedreven audits) en daarmee de rechtmatigheidsverantwoording. Toenemende aandacht voor rechtmatigheid. Per boekjaar 2022 is de rechtmatigheidsverantwoording verplicht.