Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Wat heeft het gekost? Wat mag het kosten?
-) R 2024
PB 2025
GB 2025
R 2025
Afwijking
Lasten 0.1 Bestuur
3.310
2.644
2.966
5.108
-2.141
0.2 Burgerzaken
2.003
1.726
1.858
2.088
-230
0.4 Overhead
22.732
21.025
24.622
25.573
-951
0.5 Treasury
-103
-1.198
-1.198
-87
-1.111
0.61 OZB woningen
714
730
730
750
-20
55
0.62 OZB niet-woningen
0
0
0
0
0
0.63 Parkeerbelasting
0
0
0
0
0
0.64 Belastingen overig
2
0
0
0
0
0.7 Alg. uitk. e ov. uitk. gem.fonds
0
0
0
0
0
0.8 Overige baten en lasten
-8
4.652
944
2.353
-1.410
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
0
0
0
0
0
28.650
29.579
29.921
35.784
-5.863
0.1 Bestuur
97
0
50
80
30
0.2 Burgerzaken
988
840
840
1.036
196
0.4 Overhead
1.111
227
247
543
297
0.5 Treasury
886
719
719
1.069
350
0.61 OZB woningen
7.869
10.582
10.163
9.438
-724
0.62 OZB niet-woningen
2.690
2.854
2.690
3.560
869
0.63 Parkeerbelasting
0
4
4
5
1
0.64 Belastingen overig
149
185
85
151
66
0.7 Alg. uitk. e ov. uitk. gem.fonds
102.361
104.206
105.799
109.614
3.815
0.8 Overige baten en lasten
0
300
300
0
-300
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
0
0
0
0
0
Subtotaal
116.152
119.916
120.897
125.497
4.601
Saldo van baten en lasten
87.502
90.337
90.975
89.713
-1.263
Subtotaal Baten
Belangrijkste afwijkingen Taakveld (afwijkingen per taakveld => 75.000) 0.1 Bestuur
1.000
Inc. / Struct.
-2.111
I/S
Lasten -2.141K, baten 30K. Per saldo -2.111K nadeel. Mutatie voorziening pensioen bestuur -1.846K. Momenteel zijn de pensioenen van wethouders ondergebracht in de Algemene pensioenen uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa). Bij de behandeling van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) heeft de Eerste Kamer de regering verzocht de pensioenen van politici op dezelfde wijze te regelen als voor de rest van Nederland. Dit heeft geleid tot het besluit deze pensioenen per 1 januari 2028 over te dragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Om de overstap naar het ABP mogelijk te maken worden opgebouwde pensioenaanspraken overgeheveld naar het ABP. Dit vraagt een noodzakelijke incidentele ophoging met 1.846K van de betreffende pensioenvoorziening op basis van actuariële waardeberekeningen.
56
Een lastenoverschrijding van 253K heeft te maken met de uitvoering van de 5 opgaven van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Deze zijn niet in de begroting 2025 verwerkt, maar hier heeft wel afzonderlijke besluitvorming van de raad op plaatsgevonden (raadsbesluit 25-2-2025). Daarnaast 42K diverse lastenoverschrijdingen kleiner dan 75K. Aan de batenkant is een niet verder te specificeren voordeel behaald van 30K (<75K). 0.2 Burgerzaken
-34
I
Lasten -230K, baten 196K. Per saldo 34K nadeel. De hogere lasten worden veroorzaakt door hogere afdracht rijksleges 136K en 75K hogere huur. Kleine lastenafwijkingen (< 75K): 19K. Aan de batenkant is een extra opbrengst van 196K gerealiseerd door hogere opbrengsten rijksleges en leges burgerzaken, door een grotere afgifte van reisdocumenten. 0.4 Overhead
-654
I
In 2025 is meer uitgegeven, een nadeel van -951K. Aan de batenkant is een voordeel behaald van 297K. Totaal per saldo 654K nadelig. Afwikkeling kosten nieuwbouw gemeentehuis 884K Betreft voordelige afwikkeling t.a.v. nog te verrichten werkzaamheden nieuwbouw (werkelijke nog te betalen bouwkosten waren lager dan ingeschat bij afsluiting investeringskrediet). Communicatie 321K Voordeel op communicatiebudget vooral als gevolg van besparing ad 250K op inhuur personeel. Facilitaire kosten gemeentehuis 187K Betreft voordeel ad 174K op geraamde rentelasten en overige afwijking op exploitatielasten van per saldo 13K. De Connectie -/- 744K De werkelijke betaalde vergoeding in 2025 bedroeg afgerond 9.492K versus een begrote last van 8.748K wat resulteert in een nadeel van 744K. De werkelijke bijdrage, inclusief maat- en meerwerk, voor 2025 viel 144K hoger uit dan voorzien. Daarnaast is de taakstelling van 600K in 2025 niet gerealiseerd. Salariskosten en teambudgetten -/- 683K Het totaaloverzicht van de formatie is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Op dit taakveld (0.4) is het resultaat van salaris- en teambudgetten afgerond 683K nadelig. Het totale resultaat op personeelskosten is toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Leaner en digitaler -/- 244K De geraamde besparing op overheadlasten door meer lean en digitaler te werken is in 2025 niet gerealiseerd.
P&O sociale wetgeving -/- 169K Dit betreft meerkosten arbodienstverlening. Mutatie voorziening spaarverlof -/- 113K De voorziening spaarverlof (personeel) wordt jaarlijks geactualiseerd. Dit leidt tot een dotatie van 113K. Overige afwijkingen (< 75K), per saldo nadeel 93K
57
0.5 Treasury
-761
I/S
Op lasten is een nadeel gerealiseerd van -1.111K en op baten een voordeel van 350K. Totaal saldo -761K. Lasten Op betaalde rente geldleningen is een voordeel behaald van 166K (betaalde rente 2.298K versus 2.464K begrote rentelasten). Aan toegerekende rente is op dit taakveld een nadeel gerealiseerd van 1.277K. Dit laatste aspect wordt veroorzaakt omdat er in de begroting van 2025 gerekend is met een omslagpercentage van 2,242% voor toegerekende rente, terwijl het werkelijk berekende omslagpercentage voor 2025 uitgekomen is op 1,504%. Dit leidt tot een nadeel (d.w.z. lagere doorberekening) op dit taakveld. Daartegenover staan voordelen in de vorm van lagere rentelasten op diverse taakvelden binnen de drie programma's, per saldo een budgetneutrale afwijking. Baten Er zijn niet begrote rentebaten gerealiseerd ad 357K vanuit Schatkistbankieren (dit betreft rente van overtollige middelen die uitgezet zijn bij het Rijk). Daarnaast diverse overige kleine verschillen (< 75K) ad -7K. 0.61 OZB woningen
-745
I
Lasten: -20K, baten -724K. Voor de OZB woningen is aan de lastenkant 20K meer uitgegeven dan begroot (afwijkingen <75K). 0.62 OZB niet-woningen
869
I
Baten 0.61 en O.62: Het voordelige effect op de OZB is met name het gevolg van andere WOZ-waarden dan waarmee in de begroting 2025 rekening is gehouden. Minderopbrengst bij woningen bedraagt -724K en meeropbrengst OZB bij niet-woningen bedraagt 869K. Deze verschillen zijn ontstaan omdat de ombuigingsmaatregel (verhoging OZB) op één taakveld (0.61) is verwerkt. Totaal voordeel taakvelden 0.61 en 0.62 bedraagt 125K. 0.63 Parkeerbelasting
1
I
66
I
3.815
I
Geen nadere toelichting vereist. 0.64 Belastingen overig Geen nadere toelichting vereist. 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds (GF)
De effecten van de september- en decembercirculaire gemeentefonds 2025 zijn niet meer verwerkt in de begroting 2025, maar komen tot uitdrukking in voorliggende jaarrekening. Dit betreft een voordeel van 2.774K (septembercirculaire) en 250K (decembercirculaire), dus totaal 3.024K (zie ook nadere toelichting in de raadsinformatiebrieven van 21-102025 en van 3-2-2026). Daarnaast heeft een voordelige afwikkeling plaatsgevonden ad 299K over de jaren 2022 t/m 2024. Het restantverschil van 492K is veroorzaakt door wijzigingen in gewichten en maatstaven die toegepast worden bij de berekening van de algemene uitkering. 0.8 Overige baten en lasten
-1.710
I
Lasten -1.410K, baten -300K. Per saldo 1.710K nadeel. Het nadeel op geraamde lasten betreft in hoofdlijnen: naheffing BTW 2020 t/m 2024 (incl. rente) - 2.130K niet ingezette stelpost prijsstijgingen 1.826K afboeking dubieuze debiteuren -186K 58
ombuiging op bedrijfsvoering -250K ombuiging op salariskosten -828K stelpost kostenontwikkeling 129K stelpost incidentele ruimte 45K stelpost ziektevervanging 74K budget opleidingskosten 50K overige mutaties -140K Lagere baten ad 300K betreft de niet gerealiseerde rijksbijdrage voor compensatie hoge energielasten (is verwerkt via het gemeentefonds). Per saldo een nadeel van 1.710K. 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb)
0
I
-1.263
I/S
Geen nadere toelichting vereist. Totaal
Kansengelijkheid en inclusie Welke doelen zijn gerealiseerd? Doel
Voortgang
Wij geven elke inwoner gelijke kansen. (Dorus Klomberg) Met het vaststellen van de inclusie-agenda (januari 2025) zijn de randvoorwaarden en de uitgangspunten vastgesteld om tot uitvoering over te gaan. Zie ook verantwoording inclusie.
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Resultaat
Voortgang
Behorend bij Doel: Wij geven elke inwoner gelijke kansen. (Dorus Klomberg) In 2025 stellen wij een uitvoeringsagenda inclusie op De inclusieagenda is door de gemeenteraad op 28 januari 2025 vastgesteld. Met deze kaderstellende inclusieagenda geven wij aan wat we onder inclusie verstaan, wat wij als gemeente doen en hoe wij samen met inwoners en ondernemers inclusie nastreven. Na vaststelling van de agenda is een werkgroep met ervaringsdeskundigen en belanghebbenden ingericht die ons met raad en daad bijstaat in de te ontwikkelen inclusie-onderwerpen.
Inwonersparticipatie Welke doelen zijn gerealiseerd? Doel
Voortgang
De inzet van structurele, inwoner- en overheidsparticipatie levert kwalitatief sterke plannen, projecten en beleid op. (Dorus Klomberg)
59
In 2025 is verdere invulling gegeven aan kwalitatief sterkere participatie door het borgen van participatiekaders in reguliere werkprocessen. Participatie is hierdoor niet langer uitsluitend incidenteel of projectmatig ingezet, maar nadrukkelijk aan de voorkant van trajecten meegenomen. Daarmee is de kwaliteit van plannen, projecten en beleidsvoorstellen versterkt: keuzes zijn beter onderbouwd, belangen zijn eerder inzichtelijk gemaakt en alternatieven zijn explicieter afgewogen. De aansluiting op vastgestelde kaders heeft gezorgd voor meer eenduidigheid in aanpak, rolverdeling en verwachtingen. Dit draagt bij aan voorspelbaarheid, transparantie en professionalisering van participatie binnen de organisatie. Enkele praktische voorbeelden hiervan volgen hieronder. Er is in 2025 gewerkt aan de voorbereiding van de juridische doorvertaling van het eerder door de raad vastgestelde participatiebeleid in een participatieverordening. Er is werk gemaakt van het praktisch vormgeven van het Participatie Expert Team (PET). Daarbij is er een kern projectteam samengesteld dat tweewekelijks bij elkaar komt om lopende trajecten met elkaar te bespreken en mee te denken bij actuele participatiezaken. We hebben een toolkit ontwikkeld voor collega's, om te zien hoe zij participatie praktisch het beste kunnen doorvertalen.
Deze toolkit bevat onder meer een checklist om te zien of er ruimte is voor participatie in het betreffende project of programma. Het bevat verder een uitvoerig stappenplan voor waardevolle en succesvolle participatie. We organiseerden bijeenkomsten voor de hele organisatie over het participatiebeleid. We organiseerden een interne roadshow, waarbij leden van het PET verschillende teams bezochten om meer te vertellen over ons participatiebeleid en over het online platform Meedenken in Rheden.
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Resultaat
Voortgang
Behorend bij Doel: De inzet van structurele, inwoner- en overheidsparticipatie levert kwalitatief sterke plannen, projecten en beleid op. (Dorus Klomberg) Verschillende formats bevatten invulvelden voor de beschrijving van de keuzes in het kader van participatie In 2025 zijn participatiekaders toegepast in formats voor (raads)voorstellen en projectopdrachten, zodat participatie vroegtijdig en expliciet is meegewogen bij keuzes en besluitvorming. Inwoners en ondernemers tonen begrip voor gemaakte beleidskeuzes die tot stand gekomen zijn middels een participatietraject. Er is ingezet op participatietrajecten waarbij iedereen zoveel mogelijk gezien en gehoord wordt, dat zorgt voor meer wederzijds begrip bij gemaakte keuzes. Bewonersoverlegorganisaties (BOO's), lokale organisaties waarin bewoners zich verenigen om de belangen van hun buurt of wijk te behartigen en/of de leefbaarheid te verbeteren, zijn geactiveerd om meer samen te werken en de krachten te bundelen waar mogelijk. Inwoners en medewerkers van gemeente Rheden kunnen elkaar steeds beter vinden voor samenwerking. 60
Het PET is in 2025 meer betrokken bij uiteenlopende beleids- en projecttrajecten. Daarbij is nadrukkelijk aan de voorkant geadviseerd over de participatieaanpak, doelgroepen, mate van invloed en terugkoppeling. Dit heeft geleid tot bewustere keuzes in het procesontwerp en tot een meer consistente toepassing van participatie binnen de organisatie. Hierdoor worden er bewustere keuzes gemaakt in participatieproces, waardoor de samenwerking tussen inwoners en medewerkers van de gemeente werd verbeterd. Er is werk gemaakt van de implementatie van het participatiebeleid en van de Wet open overheid (WOO). Door de bijbehorende transparante terugkoppeling en betere dossiervorming is zichtbaar gemaakt hoe input is benut. Dat vergroot de uitlegbaarheid van gemaakte keuzes. Er is een toolkit die gebruikt wordt in alle lagen van de organisatie en beschikbaar is ter inspiratie voor inwoners en ondernemers die een participatie-initiatief hebben. We hebben een toolkit ontwikkeld voor collega's, om te zien hoe zij participatie praktisch het beste kunnen doorvertalen. Deze toolkit bevat onder meer een checklist om te zien of er ruimte is voor participatie in het betreffende project of programma. Het bevat verder een uitvoerig stappenplan voor waardevolle en succesvolle participatie.
Regionale samenwerking en internationale betrekkingen Welke doelen zijn gerealiseerd? Doel
Voortgang
Verhoging rendement regionale samenwerking. (Dorus Klomberg) Wij investeren doorlopend in samenwerking met andere gemeenten via verschillende verbanden. Hierin is onze inzet om door samenwerking kwaliteit en kostenvoordelen te halen. In hoeverre wij daarin in slagen is mede afhankelijk van onze samenwerkingspartners. Een nadere toelichting per samenwerkingsverband is te lezen in de paragraaf verbonden partijen. Versterking positie gemeente door regionale samenwerking. (Carol van Eert) Binnen de samenwerking met buurgemeenten, proberen we de lokale opgaven daar aan te pakken waar voor de oplossingen de beste kansen liggen. Of daar waar het ook een logisch aangrijpingspunt is voor onze inwoners. Door als gemeente actief te participeren in die regionale samenwerking kunnen de belangen voor onze inwoners het beste gediend worden door de invloed die Rheden dan daarbij heeft. Bijdrage aan internationale bestuurlijke ontwikkeling. (Carol van Eert) Al bijna 20 jaar participeert de gemeente Rheden met haar ambtenaren en Gemeenten. Onze expertise stellen we beschikbaar om in landen elders op de wereld te ondersteunen in de verbetering van de lokale democratie, de lokale economie en de rol en positie van vrouwen.
61
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Resultaat
Voortgang
Behorend bij Doel: Verhoging rendement regionale samenwerking. (Dorus Klomberg) Onderzoeksresultaten Samenwerkingen worden continu geëvalueerd in de regulier begrotingscycli van de betreffende partij. In 2025 zijn keuzes gemaakt om sommige samenwerkingen te intensiveren of aanpassen. Het voorbeeld van intensivering is het onderbrengen van enkele gemeentelijke taken, zoals de inkoop van contractpartijen voor inburgering, bij de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling sociaal domein. Het voorbeeld voor aanpassen van de samenwerking waarbij de uitvoeringstaak van de Connectie bij de gemeente Arnhem is komen te liggen. Behorend bij Doel: Versterking positie gemeente door regionale samenwerking. (Carol van Eert) Position-paper: hoe te verhouden tot verdere intergemeentelijke samenwerking Door intensieve deelname bij de regionale samenwerking binnen de Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen hebben we subsidies verkregen voor de aanpak van het herstel van het Soerens Beekdal en ondersteuning bij de lokale woningbouwontwikkelingen. De intensieve betrokkenheid bij het onderzoek naar een mogelijke fusie van Rheden met Brummen heeft bij raad, college en organisatie een binding met de gemeente Brummen opgeleverd, die een prachtige basis vormt voor het feitelijke fusieproces dat begin volgend jaar van start kan gaan. Behorend bij Doel: Bijdrage aan internationale bestuurlijke ontwikkeling.
(Carol van Eert) Bestuurlijk-organisatorische ontwikkeling in ontwikkelingsgebieden In de periode 2023-2026 heeft onze gemeente deelgenomen aan het programma voor Noord-Irak. Meerdere bezoeken van ambtenaren en bestuurders hebben bv de introductie van een Economic Board in de regio Duhok opgeleverd, een verbeterde visie op afvalscheiding en plastic verwerking en ondersteuning bij nieuwe oplossingen voor de vluchtelingenkampen.
Ontwikkeling organisatie Welke doelen zijn gerealiseerd? Doel
Voortgang
Rheden wil een professionele, klantgerichte en toekomstbestendige organisatie zijn, waar de inrichting van de organisatie ondersteunend is aan de visie en doelen. (Dorus Klomberg)
62
In 2025 is we de organisatievisie verder uitgewerkt. Eind 2025 is een plan opgesteld voor het verder uitrollen van de kernwaarden in Expeditie Rheden: oprecht nieuwsgierig, samenwerken, persoonlijk leiderschap en experimenteren. In Expeditie Rheden werken we verder aan de organisatie ontwikkeling naar een slanke en wendbare organisatie. Verder zien we een geleidelijke afname op de vaste formatie en bouwen we inhuur de organisatie, hierin werd toegelicht waar we staan met betrekking tot deze onderwerpen. Tot slot is er een grote stap gezet in het werken met jaarplannen in de afdelingen en teams, en we maken onderscheid tussen vaste processen en taken (going concern) en tijdelijke, opgavegerichte, programmatische of projectmatige werkzaamheden (growing concern).
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Resultaat
Voortgang
Behorend bij Doel: Rheden wil een professionele, klantgerichte en toekomstbestendige organisatie zijn, waar de inrichting van de organisatie ondersteunend is aan de visie en doelen. (Dorus Klomberg) Bijgestelde strategische personeelsplanning. Om een professionele, klantgerichte en toekomst bestendige organisatie te zijn die klaar is voor een veranderlijke maatschappij is het instrument strategische personeelsplanning (spp) belangrijk. Dit wordt gefaseerd ingevoerd. Op de verschillende afdelingen hebben teams het spp verder uitgewerkt. Zo is er bijvoorbeeld bij IBOR en WMO al een goed beeld van het verloop en de kansen in het team. De gefaseerde invoering levert maatwerk op per team afhankelijk van de specifieke opgave per team. Spp is cyclisch (structureel)ingericht en komt dus jaarlijks terug als onderdeel in het jaarplan van elk team. Ook is in 2025 ingezet op kennisontwikkeling in het management door het opzetten van maandelijkse managementthemabijeenkomsten die onderdeel zijn van management development. Dit geeft een basis voor doorontwikkeling van een wendbare organisatie in 2026. Werving en selectie Vanwege de ombuiging en prioritering hebben we in 2025 geen vervolg gegeven op het project strategisch arbeidsmarktbeleid. De going concern taken binnen werving en selectie zijn uitgevoerd volgens bestaande afspraken en de meeste vacatures zijn tijdig vervuld.
Behouden en ontwikkeling In verschillende teams is een teamontwikkeltraject opgezet en uitgerold. Zo is versterken financiële functie daar een goed voorbeeld van, net als de opzet voor plan Expeditie Rheden voldoende doelen voor behoud en professionalisering van De uitstroom uit de organisatie is relatief hoog in 2025 en de interne doorstoom is gering. Middels inzicht door strategische personeelsplanning kijken managers meerjarig vooruit om de veroudering die we zien op te vangen.
63
Vangnet financiële ombuiging personeelslasten De aangescherpte besluitvormingsroute omtrent aannamebeleid blijft van kracht voor sturing op kosten en prioriteiten. De ombuiging op formatie is in 2025 financieel gezien gerealiseerd.
Integrale veiligheid Welke doelen zijn gerealiseerd? Doel
Voortgang
Het veiligheidsgevoel van onze inwoners blijft tenminste gelijk aan afgelopen jaren (Carol van Eert) De afgelopen jaren is het cijfer van veiligheidsgevoel licht gestegen. De resultaten van 2025 ontvangen we medio april 2026. We intensiveren en verbreden de samenwerking in de jeugdketen (van vroeg signalering tot repressie) om zodoende eerder te signaleren en een sluitende aanpak te creëren. (Carol van Eert) De aanpak jeugdgroepen gemeente Rheden is geactualiseerd en er wordt gewerkt volgens de 7 stappen methode. Ook de persoonsgerichte aanpak is lokaal goed neergezet met de procesregisseurs zorg en veiligheid, veiligheidsconsulenten en de samenwerking binnen de keten gaat goed. Wat komend jaar nog volgt, is het op papier zetten van deze persoonsgerichte aanpak. We zorgen voor een sluitende aanpak op het gebied van zorg en veiligheid. (Carol van Eert) Samen met de Procesregisseurs Zorg en Veiligheid en de Veiligheidsconsulenten is gestart met het implementeren van de aanpak Voorkomen Escaleren (AVE). We vergroten de weerbaarheid van inwoners (van jong tot oud), bestuurders, medewerkers en ondernemers op het gebied van ondermijning en digitale veiligheid (Carol van Eert) We hebben ons in 2025 voornamelijk gericht op jeugd. We hebben voorlichtingen georganiseerd in samenwerking met politie/jongerenwerk en bibliotheek. We hebben acties gevoerd op de actiedag 'Echt niet Vandaag'.
Hierbij hebben we pauze takeovers gedaan op middelbare scholen en jongeren persoonlijk aangesproken en voorgelicht. Dit beviel de scholen erg goed. Halt-lessen zijn gegeven. De politie heeft ook informatie gegeven aan de ouderen in de gemeente. Voor ondermijning hebben we bij alle ondernemers op de bedrijventerreinen Dieren Oost en Kanaal I en II voorlichting gegeven We blijven onze informatiepositie verbeteren, zodat we beschikken over een actueel ondermijningsbeeld. (Carol van Eert) We hebben integrale controles georganiseerd op de bedrijventerreinen Dieren Oost en Kanaal I en II en inzichtelijk gebracht welke bedrijven hier zitten.
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Resultaat
Voortgang
Behorend bij Doel: Het veiligheidsgevoel van onze inwoners blijft tenminste gelijk aan afgelopen jaren (Carol van Eert) Het veiligheidsgevoel wordt door de inwoners tenminste gewaardeerd met een 7,6 64
De afgelopen jaren is het cijfer van veiligheidsgevoel licht gestegen. De resultaten van 2025 ontvangen we medio april 2026. Behorend bij Doel: We intensiveren en verbreden de samenwerking in de jeugdketen (van vroeg signalering tot repressie) om zodoende eerder te signaleren en een sluitende aanpak te creëren. (Carol van Eert) De lokale persoonsgerichte aanpak (LPGA) voor individuele zorg- en veiligheidscasuïstiek wordt vastgesteld. De lokale Persoonsgerichte Aanpak (LPGA) is nog niet vastgesteld. Wel wordt individuele casuïstiek volgens het de persoonsgerichte aanpak behandeld. Het convenant "aanpak jeugdgroepen Rheden" is vastgesteld Convenant is vastgesteld. Behorend bij Doel: We zorgen voor een sluitende aanpak op het gebied van zorg en veiligheid. (Carol van Eert) We hebben een aanpak voorkomen escaleren (AVE) opgesteld. De aanpak voorkomen escaleren is nog niet vastgesteld, maar er wordt al wel als zodanig gewerkt. Ook wordt in het komende jaar samen de lokale persoonsgerichte aanpak opgesteld.
Behorend bij Doel: We vergroten de weerbaarheid van inwoners (van jong tot oud), bestuurders, medewerkers en ondernemers op het gebied van ondermijning en digitale veiligheid (Carol van Eert) We organiseren minimaal drie voorlichtingsbijeenkomsten per jaar over ondermijnende criminaliteit en/of digitale veiligheid We hebben voor ondermijning meerdere bewustwordingssessies gehouden, zoals een kennisdag zorgfraude voor consulenten en een weerbaarheids- en integriteitstraining bij uw Raad. Behorend bij Doel: We blijven onze informatiepositie verbeteren, zodat we beschikken over een actueel ondermijningsbeeld. (Carol van Eert) We voeren zes integrale controles per jaar uit op het gebied van ondermijning. We hebben 12 integrale controles gehouden.
Wat heeft het gekost? Wat mag het kosten?
-) R 2024
PB 2025
GB 2025
R 2025
Afwijking
Lasten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer
3.107
3.201
3.364
3.421
-58
1.2 Openbare orde en veiligheid
1.465
1.152
1.106
1.324
-218
4.573
4.353
4.470
4.746
-276
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
11
6
6
7
1
1.2 Openbare orde en veiligheid
468
21
21
213
192
479
26
26
219
193
Subtotaal Baten
Subtotaal
65
Saldo van baten en lasten
-4.093
-4.327
-4.444
-4.526
-82
Belangrijkste afwijkingen Taakveld (afwijkingen per taakveld => 75.000) 1.1 Crisisbeheersing en brandweer
1.000
Inc. / Struct.
-56
I
-26
I
Geen nadere toelichting vereist, omdat afwijkingen <75K zijn. 1.2 Openbare orde en veiligheid Lasten -218K Nadeel. Baten 192K voordeel. Met de doorbelasting van personele lasten is -221K gemoeid. Afwijkingen <75K bedragen 3K positief. Gezien de ontwikkeling in het Boa team zijn er hogere kosten gemaakt voor personeelslasten, teamcoaching, training en cursussen. Op de uitgaven voor het wijkveiligheidsplan wordt het voordeel verklaard door een lagere afrekening 2024 door verminderde inzet. Aan de batenkant is sprake van een voordeel op doorberekening personeelskosten van 161K (inclusief doorbelasting kosten BOA's aan Doesburg). Afwijkingen <75K bedragen 31K. Totaal
-82
I
Nieuwkomers Welke doelen zijn gerealiseerd? Doel
Voortgang
We willen dat nieuwkomers kansen krijgen geboden om zich te ontplooien en mee te kunnen doen in de Rhedense samenleving. (Dorus Klomberg) In 2025 is gewerkt aan het opstellen en vaststellen van lange termijn beleid om nieuwkomers de kans te bieden zich te ontplooien en mee te kunnen doen in de samenleving.
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Resultaat
Voortgang
Behorend bij Doel: We willen dat nieuwkomers kansen krijgen geboden om zich te ontplooien en mee te kunnen doen in de Rhedense samenleving. (Dorus Klomberg) We voldoen aan de ons opgelegde taakstellingen voor de opvang van asielzoekers, opvang van ontheemde Oekraïners en de huisvesting van statushouders In november is het beleidskader nieuwkomers vastgesteld, waarmee we in 2026 verder zullen werken aan dit doel.
66
Wat heeft het gekost? Wat mag het kosten?
-) R 2024
PB 2025
GB 2025
R 2025
Afwijking
Lasten 6.1 Samenkracht en burgerparticip.
9.802
15.120
13.243
16.913
-3.670
9.802
15.120
13.243
16.913
-3.670
14.842
15.120
18.862
24.567
5.704
Subtotaal
14.842
15.120
18.862
24.567
5.704
Saldo van baten en lasten
5.040
0
5.620
7.654
2.034
Subtotaal Baten 6.1 Samenkracht en burgerparticip.
Belangrijkste afwijkingen Taakveld (afwijkingen per taakveld => 75.000) 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
1.000 2.034
Inc. / Struct. I
De uitvoering van dit taakveld bevat zowel een structurele als een tijdelijke taak en daarom is ervoor gekozen om te verwachten baten niet te begroten, maar pas op te nemen in de begroting als deze gerealiseerd zijn. De komende jaren werken we stapsgewijs aan het borgen van de structurele taken in onze organisatie en daarmee ook in het Rijk uitgekeerde normvergoeding voor de opvang van zowel Oekraïners op 3 verschillende locaties als van vluchtelingen aan de Broekstraat ruim voldoende is om de uitgaven te dekken. Totaal
2.034
I
Compliance Welke doelen zijn gerealiseerd? Doel
Voortgang
We handelen rechtmatig (Dorus Klomberg) De diverse resultaten zijn conform planning bereid. De begrotingsrichtmatigheid over 2025 zal de komende maanden worden bepaald. We werken effectief en efficiënt aan realisatie van strategische en operationele doelen. (Dorus Klomberg) Via o.a. de snelkookpan-sessies rechtmatigheid en de ontwikkeling van managementrapportages zijn we steeds beter in staat om risico's te onderkennen en waar nodig bij te sturen. Daarnaast is een collegeonderzoek uitgevoerd naar de inzet van indicatoren in de programmabegroting.
67
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Resultaat
Voortgang
Behorend bij Doel: We handelen rechtmatig (Dorus Klomberg) Bewustwording op Informatiebeveiliging In december 2025 heeft een onderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek heeft tot goede bevindingen geleid, waar we in 2026 en verder mee aan de slag gaan. Behorend bij Doel: We werken effectief en efficiënt aan realisatie van strategische en operationele doelen. (Dorus Klomberg) Integraal risicomanagement Voorbereidingen zijn gestart. Rapportages (visualisaties) Dit betreft een doorlopend resultaat. Het deel wat buiten planning is betreft een rapportage Mens en Middelen, die mede na aanleiding van de raadbijeenkomst zal worden ontwikkeld. Werkwijze collegeonderzoeken Er is een werkwijze ontwikkeld en beproefd met een onderzoek naar de inzet van (maatschappelijke effect) indicatoren in de programmabegroting.
Verbonden partijen Voor het bereiken van de doelstellingen van het programma Bestuur en organisatie, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, heeft de gemeente Rheden zich met een aantal partijen verbonden waarin zij een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Het gaat hier om de volgende organisatie: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM); Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen; The Economic Board; Gelders Archief; Gemeenschappelijke regeling intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie De Connectie; Alliander N.V.; N.V. Bank Nederlandse Gemeenten. In de paragraaf Verbonden Partijen geven we inzicht in de beleidsmatige en financiële betrokkenheid en de risico's.
Wat heeft het gekost? Programma 3. Bestuur en organisatie Rekening
2024
Primi- Gewijzig- Rekening Afwijking tieve de begro- (realisatie) begroting ting 2025
2025
2025
2025
Lasten
43.025
49.052
47.633
57.443
-9.809
Baten
131.473
135.062
139.785
150.283
10.498
Saldo van baten en lasten
88.448
86.011
92.151
92.841
689
68
Reserves Toevoeging
7.503
871
2.061
5.523
-3.462
Onttrekking
3.096
3
2.487
6.794
4.307
Resultaat
84.041
85.143
92.577
94.112
1.535
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Rekening
Begroting
Gewijzigde begroting
Rekening
2024
2025
2025
2025
Alg. uitkering gemeentefonds
102.361
104.206
105.799
109.614
Onroerend zaakbelasting
10.553
13.425
12.842
12.992
Hondenbelasting
142
71
71
146
Toeristenbelasting
440
517
517
575
Forensenbelasting
111
89
89
27
Dividend Alliander
75
49
49
41
Dividend BNG
404
469
469
469
Overig dividend
0
0
0
0
Overige dekkingsmiddelen
46
33
33
44
Totaal baten (per saldo)
114.132
118.858
119.869
123.908
Belangrijkste afwijkingen Taakveld (afwijkingen per taakveld => 75.000) 0.10 Mutaties reserves
1.000
Inc. / Struct.
846
I
functiewaarderingssysteem (HR21). Dit bedrag is via resultaatbestemming bij de jaarstukken 2024 gestort in een aparte reserve. Middelen waren bedoeld ter dekking van de kosten nabetaling salarissen over 2023 en 2024. Zie nadere toelichting in paragraaf bedrijfsvoering, onderdeel personeelskosten. verlof. Totaal
846
I
69
Paragrafen
70
Lokale Heffingen De lokale heffingen maken een substantieel deel uit van de inkomsten van een gemeente. Voor het heffen van belastingen en retributies is er sprake van een financiële noodzaak, aangezien het Rijk bij haar bepaling van de algemene uitkering uitgaat van de mogelijkheid om eigen inkomsten te genereren. Bij de tariefberekeningen houdt de gemeente rekening met de jaarlijkse inflatoire effecten. Voor de diverse lokale heffingen gelden wettelijke voorschriften, zo geldt voor retributies dat de opbrengsten maximaal 100% van de kosten mogen bedragen. Voorbeelden van deze retributies zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor overige lokale heffingen heeft de gemeente een grotere beleidsvrijheid in de bepaling van de tarieven.
Werkelijke opbrengsten uit lokale heffingen Onderstaande tabel geeft inzicht in de werkelijke opbrengsten uit lokale heffingen ten opzichte van de begroting (inclusief begrotingswijzigingen en kwijtscheldingen). 2025 begroting
2025 jaarrekening
Verschil
Mutatie (%)
Onroerende zaakbelastingen
12.842
12.992
150
1,2%
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten
5.386
4.601
-785
-14,6%
Rioolheffing
5.574
4.805
-769
-13,8%
Bouwleges
500
860
360
72,1%
Parkeerbelastingen
4
5
1
32,0%
Hondenbelasting
71
148
77
109,6%
Toeristenbelastingen
517
575
58
11,2%
Secretarieleges
534
594
60
11,2%
Begraafrechten
501
548
47
9,4%
Forensenbelasting
89
27
-62
-69,7%
Marktgelden
9
20
11
123,0%
121 26.147
136 25.311
15 -836
12,4% -3,20%
Overige heffingen/leges Totaal
Ten opzichte van de begroting na wijzigingen vallen de opbrengsten uit lokale heffingen in 2025 836K lager uit. De afwijkingen worden hieronder nader toegelicht.
Het voordelige effect op de OZB is met name het gevolg van andere WOZ-waarden dan waarmee in de begroting 2025 rekening is gehouden. Meeropbrengst OZB bij niet868K 724K. Deze verschillen zijn ontstaan omdat de ombuigingsmaatregel (verhoging OZB) op één taakveld (0.61) is verwerkt. Daarnaast is er een
Afgelopen jaar zijn er te veel opbrengsten begroot. De realisatie van de omzet bleef achter.
Afgelopen jaar zijn er te veel opbrengsten begroot. De realisatie van de omzet bleef achter.
71
Voordeel wordt grotendeels veroorzaakt door een paar grote bouwprojecten in boekjaar 2025.
De werkelijke opbrengsten zijn hoger dan begroot.
Gehanteerde tarieven 2025 Onderstaand de door de Raad vastgestelde tarieven, zoals deze in 2025 zijn gehanteerd. OZB uitgedrukt in percentage van onroerende zaak Woningen - eigenaar
0,1199%
Niet-woningen
- eigenaar
0,3211%
- gebruiker
0,2515%
Afvalstoffenheffing Basisbedrag
38,57
140 liter container
167,20
180 liter container
214,46
240 liter container
284,74
Verzamelcontainer hoogbouw
167,20
Reinigingsrecht Basisbedrag
262,00
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en reinigingsrecht 7.3 Afval 0.4 Overhead 0.5 Rente 0.64 Belastingen overig 0.8 Overige baten en lasten 2.1 Verkeer en vervoer 6.3 Inkomensregelingen Btw compensatie Totale kosten
Begroot in 2025
Werkelijk in 2025
4.477.689 86.318 7.365 110.000 -70.336 60.000 175.200 800.685 5.646.921
4.187.126 87.996 4.941 110.000 -70.336 60.886 183.701 723.933 5.288.248
-5.974.054 105,79%
-5.295.475 100,14 %
Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
In 2025 is is gestort in de bestemmingsreserve afvalverwerking.
-/-
Rioolheffing Eigenaar Gebruiker
78,15 < 300 m3
139,47
300-999 m3
394,63
1000-9999 m3
3.259,60
> 9999 m3
25.618,81
72
Kostendekkendheid rioolheffing 7.2 Riolering 1.4 Overhead 0.5 Rente 0.64 Belastingen overig 2.1 Verkeer en vervoer 6.3 Inkomensregelingen Btw compensatie Inzet voorziening riool Totale kosten Opbrengst heffingen
Begroot in 2025
Werkelijk in 2025
2.932.936 935.000 1.293.658 158.000 227.905 180.000 507.525 -203.517 6.031.507 -6.031.507
2.889.692 953.178 753.639 158.000 227.905 126.517 467.261 -287.497 5.288.696 -5.288.696
100,00%
100,00%
Dekkingspercentage Over 2025 is riolering. Toeristenbelasting Overnachtingen (vakantieonderkomens)
2,85
Seizoenstandplaatsen
364,80
Jaarstandplaatsen
434,91
Overnachtingen (mobiele kampeeronderkomens)
2,40
Seizoenstandplaatsen
307,20
Jaarstandplaatsen
366,24
Forensenbelasting Basistarief
374,96
Opslag
1,43
Hondenbelasting 1e hond
40,20
2e hond
46,28
3e hond
52,35
4e hond
58,41
5e hond
64,36
Elke volgende meer
6,09
Kenneltarief
86,48
Ontwikkeling lokale lastendruk De Provincie Gelderland houdt de jaarlijkse ontwikkeling van de lokale lasten per gemeente bij. Op basis van deze cijfers kan een vergelijking gemaakt worden tussen de lokale lastendruk van naburige gemeenten. In onderstaande overzichten is - in bedrag per inwoner - de lastendruk 2025 van de gemeente Rheden weergegeven in vergelijking tot diverse Gelderse gemeenten. Tevens is de belastingdruk afgezet tegen het Provinciaal gemiddelde. Onze totale gemeentelijke lasten liggen onder het Provinciale gemiddelde.
73
OZB Gemeente
2024
afvalstoffenheffing
2025
2024
2025
rioolrechten
totale belastingdru k
2024
2024
2025
2025
Renkum
335
434
132
132
171
127
639
694
Arnhem
374
384
138
152
106
105
618
641
Brummen
326
336
84
90
164
170
573
597
Zevenaar
328
332
91
104
113
115
532
551
Provinciaal gemiddelde
304
325
108
117
106
110
519
551
Rheden
255
307
116
110
110
131
482
548
Lingewaard
284
318
109
124
98
102
491
544
Duiven
258
300
123
139
96
98
477
538
Doesburg
217
249
138
158
119
127
474
534
Doetinchem
245
252
149
155
111
116
505
523
Zutphen
298
305
131
134
78
82
508
521
Bronckhorst
239
271
110
113
135
124
484
508
Westervoort
251
259
107
121
119
124
477
504
Rozendaal
279
279
119
126
92
87
489
492
Overbetuwe
204
226
128
147
51
101
383
474
Bron: Provincie Gelderland, https://geldersefinancien.nl d.d. 20-02-2026. * De begrotingen van gemeenten dienen voor de Provincie als basis voor de publicatie van bovenstaande cijfers. Door amendementen en begrotingsbijstellingen kunnen deze cijfers in enige mate afwijken.
Kwijtscheldingsbeleid Rheden kent de mogelijkheid tot kwijtschelding van belastingen. Hierbij hanteren wij een grens van 100% van de uitkeringsnorm. Kwijtschelding is in 2025 mogelijk voor de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing (gedeeltelijk). Daarnaast ook voor de leges van een ID-kaart of voor hondenbelasting (gedeeltelijk) en begraven. In 2025
313.881 aan kwijtschelding verleend. Dit bedrag is lager 8.682.
74
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Om inzicht te krijgen hoe de gemeente Rheden er financieel voorstaat, is het van belang om inzicht te hebben in de financiële positie en de financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre wij in staat zijn om mogelijke tegenvallers (de risico's) op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid en het voorzieningenniveau van onze inwoners in gevaar komt. Met behulp van financiële kengetallen die betrekking hebben op de balans en de begroting kan een beeld worden geschetst van onze financiële positie. De normen worden zoveel mogelijk aangesloten op de richtlijnen van de provinciaal toezichthouder. De kengetallen zijn bedoeld om in relatie tot elkaar te beschouwen. Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie moet worden beoordeeld. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie, maar is dat afhankelijk wat er aan eigen vermogen en baten tegenover die schuld staat en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om één individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie.
Het weerstandsvermogen en de kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van onze financiële positie. Het risicoprofiel wordt bepaald en gepresenteerd aan de hand van de grootste financiële risico's.
Risicoprofiel Overzicht van de grootste risico's met peildatum 31-12-2025: Risico-inventarisatie R2025 nr.
Risico
Kans
Financieel gevolg
Invloed
1
Het niet volledig realiseren van ingeboekte ombuigingen.
25%
2.000.000
22%
2
Mogelijke hogere uitgaven voor WMO en Jeugdzorg.
50%
1.750.000
19%
3
Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk
50%
1.000.000
11%
4
Standaard risico met betrekking tot de Participatiewet: a) Hogere lasten dan begroot omdat het aantal uitkeringsgerechtigden minder hard daalt dan het landelijk gemiddelde. b) Tegenvallende inkomsten van het Rijk (BUIG-gelden).
50%
1.000.000
11%
5
Ontwikkeling algemene uitkering uit Gemeentefonds.
75%
500.000
5%
6
Minima- en armoedebeleid: hogere kosten a.g.v. economische ontwikkelingen.
75%
500.000
5%
7
Kosten van personele inzet. Door nieuwe taken is huidige personele inzet niet altijd voldoende, dit i.c.m. krapte op arbeidsmarkt. Daarnaast staat het personeelsbudget onder spanning a.g.v. ingeboekte ombuigingen.
50%
500.000
5%
8
Overheveling SPUK-uitkeringen naar gemeentefonds.
25%
500.000
5%
9
Kosten voor klimaatopgave
50%
250.000
3%
75
10
Beheer openbare ruimte en vastgoed: mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen materialen en grondstoffen en door vertraging agv stikstofproblematiek.
50%
250.000
3%
11
Implementatie Omgevingswet
50%
250.000
3%
12
Aanvullende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen i.v.m. mogelijke negatieve exploitatie.
25%
250.000
3%
13
Overige risico's (stelpost)
50%
500.000
5%
Totaal risicoprofiel bij jaarrekening 2025:
9.250.000
100%
Toelichting op de kolommen (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is een inschatting van het het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 5 risico's 68% uitmaken van alle mogelijke risico's. Voor deze paragraaf merken we het totaalbedrag aan als risicoprofiel. Ten opzichte van de begroting 2026 (laatste bijstelling) is de totale omvang van het risicoprofiel 9.250.000. Hieronder geven we een toelichting op
1. Ombuigingen
ermee rekening houden dat niet alle ombuigingen volledig gerealiseerd zullen worden. Hiervoor
Beheersmaatregel: Ombuigingsmaatregelen concreet invullen door gerichte plannen en uitvoering van bijbehorende acties. Periodiek monitoren op realisatie en tijdig bijstellen indien nodig. 2. Hogere uitgaven WMO en Jeugdzorg De zorgvragen blijven een onvoorspelbaar karakter dragen in wanneer zij zich gaan voordoen, wat de aard en duur ervan is en tot welk financieel beslag dit leidt. Bij het opstellen van de begroting 2025-2028 is een omvangrijk pakket ombuigingen opgenomen. In dit pakket zijn, vanaf 2026, substantiële bijstellingen / verlagingen van de budgetten Wmo en Jeugdzorg verwerkt. De budgetten blijven onder druk staan onder andere door het wegwerken van achterstanden. Vanwege de wettelijke zorgplicht en de afgesloten contracten met aanbieders tot en met 2026 is de beïnvloeding gering. In de begroting 2026 / MJB 2027-2029 zijn de budgetten voor jeugdzorg 1.750K is ongewijzigd t.o.v. de PB2026. Beheersmaatregel: Monitoren, proactief acteren en indien nodig en mogelijk, maken van nieuwe keuzes in het proces van het koersdocument sociaal domein. 3. Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk Het ministerie van financiën heeft in augustus 2023 een ombuigingslijst opgesteld en deze lijst overheidsfinanciën te verbeteren. Dit overzicht van ombuigingen biedt technische ondersteuning voor politieke keuzes. In deze lijst zijn o.a. besparingen opgenomen m.b.t.
de gemeentelijke financiën. Daarnaast heeft het vorige kabinet besluitvorming voor zicht uitgeschoven t.a.v. stikstof, klimaat, druk op het zorgstelsel en veiligheid. Het huidige kabinet zal hierin keuzes moeten maken, 76
zoals bijvoorbeeld het vrijmaken van middelen voor defensie. Al met al ontwikkelingen die naar verwachting zullen leiden tot een grillig verloop van de rijksfinanciën voor gemeenten. PB2026). Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG en (lokale) media. 4. Participatiewet Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. De bestaanszekerheid van inwoners met een laag inkomen staat onder druk. Het inkomensbeleid vanuit het Rijk is niet altijd toereikend; gemeenten moeten de negatieve financiële effecten op inwoners opvangen. 1.000K is ongewijzigd t.o.v. de PB2026. Beheersmaatregel: Adequate toepassing van wettelijke regelgeving en gerichte inzet van reintegratiemiddelen. Monitoren op uitvoering en resultaten en tijdig bijsturen waar nodig en mogelijk. 5. Ontwikkeling algemene uitkering Vanaf 2023 is het nieuwe verdeelmodel gemeentefonds ingevoerd. Gemeente Rheden is een zgn. nadeelgemeente. Vanaf 2027 is sprake van vervolgstappen m.b.t. het ingroeipad naar de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De huidige suppletie-uitkering (als onderdeel van de algemene uitk worden afgebouwd. Het tempo waarin dit gebeurt is nog ongewis.
In de meicirculaire van het gemeentefonds 2026 zal naar verwachting hierover meer info worden verstrekt. In onze neerjarenbegroting 2026-2029 is rekening gehouden met afbouw van deze suppletie-uitkering.
Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG.
In deze inventarisatie is conform voorgaande P&C documenten een stelpost opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningtekorten en kostenstijgingen bij diverse projecten. Deze stelpost is t.o.v. de vorige inschatting (PB2026) 500K, dit i.v.m. de huidige onzekere tijden als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen. Frauderisico's We hebben in deze paragraaf expliciet aandacht voor de preventie en inventarisatie van frauderisico's. Belangrijke beheersingsmaatregelen hierbij zijn de functiescheiding (met name in het proces voor betalingen) en het vier-ogenprincipe. Er heeft zich geen fraude voorgedaan in het boekjaar 2025. Beheersmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels op korte termijn door ons of door ons alleen niet te beïnvloeden zijn. Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel direct of samen met anderen invloed op hebben (zgn. beheersing), dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen. Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing. Onderdeel van dit proces is de 'Nota risicomanagement' die door de Raad op 28-1-2025 is vastgesteld. Invulling geven aan deze nota draagt bij aan de gewenste professionaliseringsslag.
77
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit (peildatum 31-12-2025): Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen
Omvang
Algemene reserve (stand jrrk. 2025 per 31 dec)
20.923.959
Bestemming resultaat 2025 (toevoegen alg.reserve) Begrotingssaldo 2026 (na decembercirculaire)
1.303.000
Bijstelling o.b.v. 1e berap 2026
pm
Incidentele begrotingsruimte
45.000
Totale weerstandscapaciteit
27.973.398
De stand van de algemene betreft het saldo zoals in deze jaarrekening is opgenomen conform het overzicht reserves. Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit is bij 'Bestemming resultaat 2025' uitgegaan van het voorlopige rekeningresultaat en de voorgestelde resultaatbestemming. 27,9 miljoen. Dit is afgerond 7 miljoen hoger ten opzichte van de meeste recente herziening van de weerstandscapaciteit (in de begroting 2026). Deze forse verhoging wordt vooral veroorzaakt door een hoger saldo algemene reserve als gevolg van (voorlopige) bestemming van het voordelige rekeningresultaat over 2025. Algemene reserve De algemene reserve is meegeteld in de berekening van de weerstandscapaciteit omdat op deze reserve geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserves. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar 100% kostendekkendheid wordt gestreefd. Ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de OZB. Hiervoor geldt als uitgangspunt dat maximaal de inflatiecorrectie wordt gehanteerd. Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten omdat deze door dat uitgangspunt feitelijk niet aanwezig is.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Weerstandsratio
Jaarrekening 2024
Begroting 2026
Jaarrekening 2025
Totale weerstandscapaciteit
21.054.368
20.953.634
27.973.398
Risicoprofiel
9.850.000
9.000.000
9.250.000
2,1
2,3
3,0
Weerstandsratio
78
Weerstandsratio Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Weerstandsratio
Betekenis
> 2,0
Uitstekend
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
1,0 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1,0
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Conclusie Het risicoprofiel is ten opzichte van de begroting 2026 250.000 en de weerstandscapaciteit is fors toegenomen met 7 miljoen. Als gevolg van deze mutaties stijgt de weerstandsratio van 2,3 (stand begroting 2026) naar 3,0 met de uitstekend Dit is conform het streven zoals opgenomen in (toelichting bij artikel 22 van) de vigerende Financiële verordening.
Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht. Cat.
Rekening
Begroting
Rekening
2024
2025
2025
Netto schuldquote
75%
87%
58%
A
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
71%
83%
55%
A
Solvabiliteitsratio
14%
12%
17%
C
Structurele exploitatieruimte
1,6%
0,8%
1,3%
B
Grondexploitatie
-2%
0%
-2%
A
Belastingcapaciteit
92%
92%
98%
B
Kengetallen:
Toelichting De kengetallen tezamen geven een beeld van de financiële gezondheid van onze gemeente. Daarbij zijn voor zowel de netto schuldquote en de solvabiliteit normen afgesproken, die verankerd zijn in de financiële verordening. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog. Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De norm voor de netto schuldquote is lager dan 130%. 79
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De norm voor de solvabiliteitsratio is minimaal 20%. De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie. Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde.
De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze. Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen. Door de Provincie Gelderland is wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven.
Handreiking beoordeling
Categorie A (minst risicovol)
Categorie B
Categorie C (meest risicovol)
Netto schuldquote
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 - 50 %
Structurele exploitatieruimte
BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %
BEGR én MJB < 0 %
Grondexploitatie
< 20 %
20 - 35 %
> 35 %
Belastingcapaciteit
< 95 %
95 - 105 %
> 105 %
< 20 %
Conclusie Drie van de zes kengetallen laten een score zien die thuishoort bij categorie A (minst risicovol). De netto schuldquotes zijn gedaald t.o.v. de jaarrekening 2024 en zijn lager dan 90% en belanden daarmee in categorie A. Dit geldt ook voor kengetal 'grondexploitatie'. De solvabiliteitsratio is verbeterd ten opzichte van de jaarrekening 2024 en komt uit op 17%, maar is nog onder de streefwaarde van 20% en blijft daarmee in categorie C. Om de solvabiliteitsratio te verbeteren, is het zaak om ons vreemd vermogen te verminderen en onze algemene reserve op te hogen. Op die manier zorgen we voor een betere verhouding tussen ons eigen en vreemd vermogen en daarmee voor een verbetering van onze financiële positie. De 80
structurele exploitatieruimte blijft ongewijzigd in categorie B door de geraamde begrotingstekorten in jaarschijf 2028 en 2029. Ook de score voor belastingcapaciteit zit in categorie B als gevolg van de gestegen belastingtarieven.
81
Onderhoud Kapitaalgoederen Inleiding De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte bestaat uit een aantal kapitaalgoederen (wegen, riolering, groen, openbare verlichting, speelvoorzieningen en gebouwen) die onderhouden moeten worden. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het beleidskader en de financiële consequenties van het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het onderhouden van kapitaalgoederen legt een grote claim op de begroting. Transparantie ten aanzien va derhalve van groot belang. Het onderhoud van de diverse vakgroepen zal de komende jaren zoveel mogelijk in samenhang met de diverse projecten worden uitgevoerd in integrale projecten.
Wettelijke eisen en informatievoorziening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de bepalingen opgenomen waaraan de jn hieronder de van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bepalen. In de uitwerking van deze paragraaf zijn deze bepalingen als uitgangspunt gehanteerd.
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Artikel 12 De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat tenminste de volgende kapitaalgoederen: Riolering en Water; Wegen; Openbare Verlichting; Gebouwen; Groen. Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven: Het beleidskader; De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Financiële verordening gemeente Rheden Artikel 18, lid 1
het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, riolering, wegen, kunstwerken/straatmeubilair en onderhoud gebouwen en eveneens de normkostensystematiek en gehanteerd dan vier jaar dan zal het college de raad informeren. Artikel 18, lid 2 Bij de begroting en het jaarverslag doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over:
82
de beschikbare nota's en de beleidsuitgangspunten betreffende het onderhoud van de kapitaalgoederen; de hieruit voortvloeiende financiële consequenties; de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Openbare Ruimte In december 2022 heeft de Raad het Watertakenplan WTPO Olburgen 2023-2027 vastgesteld. Het watertakenplan 2023 t/m 2027 is samen met de partners gemeente Bronkhorst, Doesburg en Rheden en het Waterschap Rijn en IJssel opgesteld. In het Watertakenplan hebben gemeenten en het Waterschap een gezamenlijke visie opgesteld en uitgewerkt voor de riolering en zuivering: Het WTPO Olburgen 2023-2027 beschrijft het beleid en planning voor de periode 2023 t/m 2027. De drie gemeente en het Waterschap werken samen om hun inspanning op elkaar af te stemmen, van elkaar te leren gezamenlijke projecten te ondernemen. Zodoende kunnen we effectiever en efficiënter werken. De taken die binnen een integrale planning op elkaar afgestemd worden zijn: rioleringswerkzaamheden, weg- en groenonderhoud, openbare verlichting, verkeersveiligheid, woningbouwplannen en het aanbrengen van voorzieningen voor mindervaliden en slechtzienden. De werkzaamheden voortkomend uit het WTPO Olburgen 2023-2027 en woningbouwplannen zijn leidend en worden afgestemd op de Integrale Wijkaanpak. Het betreft hier werken waar een wettelijke termijn aan gesteld is, waar politiek een duidelijke prioriteit ligt of waar veiligheidsaspecten mee gemoeid zijn.
Integrale uitvoering betekent per definitie dat bepaalde werkzaamheden vervroegd of vertraagd worden uitgevoerd ten opzichte van de optimale technische en financiële planning van de afzonderlijke disciplines. Op termijn (cyclische onderhoudsperiode) nivelleert echter dit verschil. de voorkeur. In 2025 is de Nota Kapitaalgoederen 2026-2029 door de raad van de gemeente Rheden vastgesteld. In de nota is de financiële doorrekening voor de kosten van vervanging en onderhoud uitgewerkt. Hierbij is gekeken naar de huidige situatie, de komende 4 jaar en een doorkijk naar de komende 60 jaar. Op 6 januari 2026 zijn ook de onderliggende beheerplannen riolering, groen, wegen en spelen vastgesteld door het College. Hieronder wordt per onderwerp ingegaan op kerncijfers, het beleidskader en ontwikkelingen.
Riolering en water Kerncijfers:
Begroting
Rekening
Vrijverval
244.200 m1
246.022 m1
Infiltratieriool
22.547 m1
23.190 m1
Persleiding
36.471 m1
36.303 m1
83
Kaders Uw raad heeft in december 2022 het Watertakenplan WTPO Olburgen 2023-2027 vastgesteld. In dit Watertakenplan is het meerjarenplan en de financiële onderbouwing vastgesteld. In 2025 zijn er verschillende maatregelen uit het Watertakenplan Olburgen 2023-2027 uitgevoerd.En zijn er verschillende integrale investeringsprojecten in voorbereiding gegaan, zie ook programma Leefomgeving: inrichting en beheer openbare ruimte.
Financiële consequenties In onderstaand overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de begrote en werkelijke kosten en baten die verband houden met riolering. Post
Begroting 2025
Werkelijk 2025
Verschil
Baten rioolheffing
5.754.207
4.931.678
-822.529
Kwijtschelding rioolheffing
-180.000
-126.517
53.483
5.574.207
4.805.161
-769.046
Rente
1.293.658
753.639
540.019
Afschrijving
1.149.393
935.915
213.478
Totaal rente en afschrijving
2.443.051
1.689.554
753.497
exploitatie werkzaamheden
2.932.936
2.889.692
43.244
Totaal lasten
5.375.987
4.579.246
796.741
Btw compensatie
-507.525
-467.261
40.264
-309.305
-241.346
67.959
Baten
Per saldo inkomsten Lasten:
Overig Per saldo mutatie
Wegen Kerncijfers Asfalt
1.135.092 m²
Elementen Beton Overig
1.288.245 m² 88.044 m² 44.261 m²
Kaders In 2020 is de nieuwe Beheernota Openbare Ruimte en de actualiteitenrapportage vastgesteld. Hierin zijn de ambitieniveaus vastgesteld, de budgetten en de wettelijke kaders opgenomen. Aansluitend is in 2021 het integraal beheerplan openbare ruimte vastgesteld, met daaronder het beheerplan wegen, groen en spelen. Op basis van inspecties, genoemd totaaloverzicht en de landelijke CROW-norm wordt per jaar een jaarprogramma vastgesteld en uitgevoerd.
84
De gemeente wil een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte realiseren binnen haar kernen. In dit kader is het begrip Integraal Beheer Openbare Ruimte van belang. Dit betekent dat zowel de technische kwaliteit als de belevingskwaliteit van wegen, straatverlichting, groen en speelvoorzieningen op elkaar zijn afgestemd. In 2025 is er conform jaarplanning, klein en groot onderhoud gepleegd aan de wegen in de gemeente Rheden, o.a. de Valkenbergweg, de Schietbergseweg in Rheden en de Hoofdstraat in De Steeg zijn gerealiseerd.
En zijn er verschillende integrale investeringsprojecten gerealiseerd, zie ook programma Leefomgeving: inrichting en beheer openbare ruimte.
Verloop reserve Beheerplan onderhoud wegen Saldo 1-1-2025
2.751.290
Toevoeging 2025
279.000
Saldo 31-12-2025
3.030.290
Openbare Verlichting Kerncijfers:
Begroting
Rekening
Lichtmasten
7.352
7.044
Armaturen
7.469
7.351
Lichtbronnen
7.469
7.472
Kaders In 2025 zijn weer verder stappen gezet in de implementatie van het in 2021 vastgestelde beleidsplan openbare verlichting. Hierbij gaan we voor een duurzamer beheer van onze OVL en gaan we door met het verdere verlaging van het energieverbruik van de OVL. 5 is circa 83 % van de gemeente Rheden in duurzame energiebesparende verlichting ten opzichte van 79 % in 2024. Tevens gaan we verder met de uitrol naar 100% duurzame verlichting wat we uiterlijk in 2031 gerealiseerd willen hebben; Er is in 2025 klein en groot onderhoud conform jaarplanning (klachtenonderhoud maakt hier deel van uit, uitvoering door aannemer) uitgevoerd; We hebben in 2025 uitvoering, zover van toepassing, gegeven aan de integrale investeringsprojecten zoals aangeven bij water en riolering.