Definitief NRD - Nota Beantwoording Zienswijzen NRD PlanMER RES GMR.pdf
Tekst van het document
De Groene Metropoolregio is een van de eerste Nederlandse regio's die een milieueffectonderzoek uitvoeren. De overige Gelderse RES'en zijn hier inmiddels ook mee gestart. De wijze waarop de RES regio Noord-Oost Brabant de milieueffecten onderzoekt is op dit moment nog niet bekend. Alle omliggende RES'en (plus het Kreis Kleve en de Duitse regio Nordrhein-Wes alen) zijn ac ef geinformeerd over het feit dat de No e Reikwijdte en Detailniveau ter inzage is gelegd. Hieruit zijn geen ontwikkelingen gekomen die leiden tot ruimtelijke beperkingen.
Wijchen
Gemeente Wijchen
Wij vertrouwen erop met deze zienswijze bij te dragen aan een zorgvuldig MER-proces.
Dank voor uw zienswijze.
Provincie
PSP '92
In hoeverre is er inspraak en par cipa e mogelijk op de Gelderse Windvisie?
De actualisa e van de Beleidslijn Windenergie Gelderland gebeurt in twee keer. Inspraak en par cipa e hangt mede af van de hardheid van zaken die worden aangepast. Inspraak op de verordening is gebruikelijk, inspraak op beleid niet of in mindere mate. Hoe de provincie omgaat met par cipa e en inspraak op de beleidslijn wordt nog bepaald. Momenteel doorloopt de provincie een milieueffectonderzoek ter voorbereiding op een actualisa e van de Beleidslijn Windenergie Gelderland. In januari gaat de NRD voor de provinciale plan MER ter inzage, hierop kan iedereen een zienswijze indienen.
Provincie
PSP '92
Wij zijn voorstander van de doortrekking van de A15, maar tegenstander van de Railterminal in Overbetuwe en van de Woningbouw in Stadsblokken/Meinerswijk in Arnhem. In de lopende trajecten hebben wij dit onderbouwd. Graag verzoeken wij u met deze standpunten rekening te houden.
In het milieueffectonderzoek nemen we deze ontwikkelingen op als autonome ontwikkelingen. Dit past bij de defini e van een autonome ontwikkeling, namelijk "op zichzelf staande ontwikkelingen waarover reeds besluitvorming hee plaatsgevonden of waarover besluitvorming in voorbereiding is, die zonder de voorgenomen ac viteiten ook zouden plaatsvinden." De railterminal zal als autonome ontwikkeling binnen de gemeente Overbetuwe worden opgenomen in de lijst. Het standpunt van de provincie is hierin niet leidend.
Provincie
PSP '92
Rondom het Na onaal Milieubeleidspian (NMP) hebben wij een no dit traject?
De no e is ons onbekend en is via de provincie Gelderland bij u opgevraagd. Indien relevant en kaderstellend, zullen wij deze betrekken bij dit traject.
Provincie
PSP '92
Hoe worden de Regionale Energie Strategieën verankerd in de Nieuwe Gelderse Kaart waar gedeputeerde Peter Kerris aan puzzelt?
De RES’en 1.0 zijn voor het thema energietransi e een bouwsteen in deze kaart. De verdere uitwerking van de RES (RES 2.0 en verder) zal in die samenhang verder vormgeven en uitgewerkt worden, rekening houdend met andere bouwstenen in de ruimtelijke puzzel.
Provincie
PSP '92
Kunt u ons informeren of en wanneer de andere Regionale Energie Strategieën voorzien worden van een No bekend?
Momenteel doorloopt de provincie een planMER ter voorbereiding op een actualisa e van de Beleidslijn Windenergie Gelderland. Dit planMER dient tevens als basis voor de andere Regionale Energie Strategieen. In januari gaat de NRD voor de provinciale planMER ter inzage, hierop kan iedereen een zienswijze indienen.
Provincie
Rijksvastgoedbedrijf | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrela es
Ik heb het concept NRD van de Plan MER RES Groene Metropool Arnhem-Nijmegen ontvangen en doorgenomen. De defensiebelangen zijn hierin als maatgevend aangegeven, ik mis echter het RVB/Defensie in de lijst van stakeholders. Het lijkt mij in dit kader goed om het RVB (namens Defensie) als stakeholder op te nemen, met name in het kader van de rela e windturbines met radarverstoring en de aanwezigheid van een militair vliegveld. Mijn gegevens kunnen als contactgegevens worden opgenomen.
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie Deze zienswijze wordt ingediend namens bovengenoemde energiecoöpera es, ac ef in de regio Arnhem-Nijmegen. Ze is geschreven vanuit het oogpunt dat een snelle en Coöpera e ValleiEnergie doortastende energietransi e een belangrijk onderdeel vormt van het beheersbaar houden van de opwarming van de aarde. Dat lokaal eigendom van de nieuwe, Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) klimaatvriendelijke, energieproduc e een voorwaarde is voor maatschappelijke inbedding en accepta e. En dat het op een goede manier, lokaal organiseren van de Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) energietransi e ook veel kansen biedt voor een democra sche, betaalbare energievoorziening die bijdraagt aan de lokale economie. Energiecoöpera e Heumen Energiecoöpera e Leur Het is mogelijk dat een of meer coöpera es ook nog een aparte, aanvullende zienswijze indienen. Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) Rijn en IJssel Energiecoöpera e Wij pleiten voor een planMER als eerste stap naar een RES 2.0. die de nieuwe landelijke ambi e van 60% reduc e van broeikasgassen tegen 2030 steunt. Windcoöpera e Wijchen Vanuit die ambi e stellen wij de volgende vragen.
Dank voor uw zienswijze
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 1. Centrale vraag voor de planMER Coöpera e ValleiEnergie In hoofdstuk 1.5. van de NRD wordt als doelstelling geformuleerd om “tenminste 1,62 TWh” (inclusief 0,49 TWh zon-op-dak) te realiseren in onze regio. In hoofdstuk 2 over Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) de kaders waarmee rekening gehouden moet worden wordt ook uitgebreid ingegaan op het provinciale kader, waarin centraal staat een 55% broeikasgasreduc e in 2030. Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) Energiecoöpera e Heumen Echter, er wordt niet vermeld dat RES 1.0. zelf die 55% doelstelling al noemt als streven voor het opstellen van RES 2.0. Evenmin wordt vermeld dat in die RES 1.0. (pag. 25) Energiecoöpera e Leur wordt getoond dat voor het halen van die doelstelling (pag. 25) tegen 2030 3,5 TWh aan zon- en windproduc e gehaald zal moet worden. Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) Rijn en IJssel Energiecoöpera e Onze eerste vraag is daarom waarom de in RES 1.0. genoemde doelstelling van 3,5 TWh niet terugkomt in de NRD. Onze tweede vraag is om dit alsnog erin op te nemen. Windcoöpera e Wijchen
In de RES 1.0 zijn afspraken gemaakt over het realiseren van 1,62 TWh aan duurzame elektriciteitsopwek binnen de regio. Die afspraak is het uitgangspunt van dit milieueffectonderzoek. Het getal van 3,5 TWh aan duurzame elektriciteitsopwek staat weliswaar genoemd in de RES 1.0, maar over deze hoeveelheid elektriciteitsopwek zijn geen afspraken gemaakt binnen de regio. Om die reden wordt dit getal niet opgenomen in de NRD.
e over Milieu en Milieuhygiëne opgesteld. Bent u bereid om deze no
e en reflec e te betrekken bij
e voor Reikwijdte en Detailniveau? Is er een planning
Dank voor uw zienswijze. We zijn dit met u eens en zien het Rijksvastgoedbedrijf / Defensie als regionaal belanghebbende. We stellen voor om u als vertegenwoordiger van het Rijksvastgoedbedrijf / Defensie uit te nodigen voor aankomende omgevingsdialogen.
24
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 2. De uitdaging om balans te brengen tussen zon- en wind door méér wind Coöpera e ValleiEnergie De NRD verwijst terecht naar de onbalans in RES 1.0. in de streefcijfers voor vermogen in 2030 tussen wind (11%) en zon (89%). Maar een concreet streven om dit recht te Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) trekken ontbreekt. Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) Bovendien, in haar brief van 19 oktober 2022 over “Tussenbalans Regionale Energiestrategieën” schrij Gedeputeerde Staten Gelderland aan Provinciale Staten: “Wat nu Energiecoöpera e Heumen nog op papier staat als ambi e om te realiseren in de Regionale Energie Strategieën moet zo snel mogelijk uitgevoerd worden. Daarnaast moeten er meer windturbines Energiecoöpera e Leur worden gebouwd voor een efficiënt gebruik van de energie ne nfrastructuur en het beperken van maatschappelijke kosten.” Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) Rijn en IJssel Energiecoöpera e Onze derde vraag is daarom waarom er geen expliciete doelstelling in de NRD staat om te streven naar een efficiënte balans tussen zonnevelden en windturbines van Windcoöpera e Wijchen 50%-50% opgesteld vermogen, bij voorkeur naast elkaar en in een intern grid (cable pooling). Een combina e die curtailment mogelijk maakt.
Onze vierde vraag is om dit alsnog te doen, ac ef te zoeken naar extra windloca es om dit doel te realiseren en daarbij ook aandacht te besteden aan voorzieningen zoals opslag-ter-plaatse en directe kabelverbindingen tussen opwek-loca e en gebruikers van elektriciteit om ook daarmee de efficiency van de opwekking en het net te verbeteren.
Het streven naar een betere belans tussen wind en zon staat beschreven als aanleiding voor dit milieueffectonderzoek. De onderzoeksvraag ligt daarmee in lijn en omdat het milieueffectonderzoek de gehele regio beschouwt, komen kansrijke loca es voor de ontwikkeling van duurzame elektriciteit en warmte naar voren. Een 50%-50% doelstelling is een beleidsdoelstelling en zowel dit NRD als het milieueffectonderzoek zijn geen beleidsdocumenten, maar onderzoeksdocumenten. Aandacht voor opslag-ter-plaatse en directe kabelverbindingen tussen opwek en gebruik vragen een detailniveau dat niet past bij een milieueffectonderzoek op regioniveau. Op projectniveau kan hier via een passende m.e.r. beoordeling of ProjectMER onderzoek naar worden gedaan.
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 3. RES 1.0. en alterna even De alterna even zijn om drie redenen relevant. Ten eerste inderdaad om te onderzoeken welke gebieden in aanmerking komen Coöpera e ValleiEnergie Onze vijfde vraag is wat er precies bedoeld wordt met “alterna even”? Zijn die alleen relevant als blijkt dat de huidige zoek- en verkenningsgebieden vastgelegd in RES 1.0. voor het behalen van de 1,62 TWh aan duurzame elektriciteitsopwek, op het moment dat dit niet mogelijk blijkt binnen de Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) te weinig ruimte bieden voor “tenminste 1.62 TWh”? Aangezien 1,62 TWh de ondergrens is en, zoals hierboven beargumenteerd, we naar minimaal verdubbeling moeten zoekgebieden van de RES 1.0. Ten tweede om te onderzoeken of en gebieden zijn met minder nadelige gevolgen voor het Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) streven, is het belangrijk om ook in de alterna eve scenario’s zo ver als mogelijk te gaan in het vaststellen welke gebieden die niet in RES 1.0. voorkomen geschikt te maken milieu, in vergelijking met de RES 1.0 zoekgebieden en ten derde om zicht te krijgen op mogelijke gebieden voor de opwek van Energiecoöpera e Heumen zijn, zodat het poten eel in onze regio boven dit minimum kan uitgaan. windenergie, omdat in de RES 1.0 sprake is van een onbalans tussen zon en wind.
Energiecoöpera e Leur Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) We verwijzen met name naar pag. 28 onder 3.5, waar te lezen staat dat alterna even worden onderzocht die “mogelijk minder nadelige gevolgen hebben voor het milieu”. Het aanwijzen van zoekgebieden is een beleidsvraagstuk. Dit milieueffectonderzoek is geen beleidsdocument, maar enkel een Rijn en IJssel Energiecoöpera e We nemen aan dat bedoeld wordt dit te vergelijken met RES 1.0. gebieden: echter, we hebben in totaal méér gebieden nodig als we de regio willen voorbereiden op 2030. onderzoeksdocument. Op basis van het onderzoek kunnen milieuoverwegingen een volwaardige plek krijgen in de afwegingen Windcoöpera e Wijchen die gemeenten en provincie maken ten aanzien van zoekgebieden voor wind en zon, maar ook warmtebronnen. Onze zesde vraag is daarom niet zozeer alterna eve scenario’s te ontwikkelen maar te streven naar het aanwijzen van zoveel mogelijk extra zoekgebieden buiten die reeds in RES 1.0. zijn aangewezen.
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 4. Energiesysteem centraal Coöpera e ValleiEnergie In de NRD wordt er uitgegaan van 4 alterna even: energiesysteem, landschap, natuur en leefomgeving. Deze alterna even worden daarbij behandeld als gelijkwaardige Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) en teiten. Dat zijn ze echter niet. Het beschrijven en aanwijzen van een energiesysteem kan veelal objec ef gebeuren. De waardering van een landschap is daarentegen in Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) hoge mate subjec ef. De aandacht is in de publieke discussie vooral gericht op de subjec eve aspecten. De NRD dient hier rich ng in te geven en man en paard te noemen. Energiecoöpera e Heumen Uitgaande van de urgen e, de klimaatverandering, zou de inpassing in het net zo snel mogelijk en vanuit de netbeheerder bekeken zo op maal mogelijk moeten worden Energiecoöpera e Leur opgepakt. Niets doen verandert het landschap permanent in nega eve zin, Het plaatsen van windmolens en zonneparken verandert het landschap maar jdelijk (25 of 30 Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) jaar). Rijn en IJssel Energiecoöpera e Windcoöpera e Wijchen Onze zevende vraag is daarom om het energiesysteem centraal te stellen en dat niet te beperken tot het beschrijven van de huidige stand van zaken.
En om met name in de planMER inzicht te geven hoe het huidige net aangevuld kan worden met de meest gewenste en op korte termijn haalbare aanpassingen gericht op een realisa e zo snel mogelijk. En daarbij specifiek aandacht te besteden aan de perspec even van wind- en zonnevelden loca es gecombineerd met opslagcapaciteiten en/of geïntegreerde en/of nabijgelegen afname van de opgewekte stroom.
De alterna even zijn een denkrich ng en geven ieder een 'hoek van het speelveld' weer. Vanuit de omgeving is er veel aandacht gevraagd voor natuur, landschap en leefomgeving. Deze onderdelen zijn gelijkwaardige en teiten, juist omdat het denkrich ngen zijn. Het is niet het doel om één alterna ef te kiezen, maar vanuit de alterna even te komen tot gebieden die geschikt zijn. In het vervolgproces rich ng herijking van de RES kan vervolgens een afweging worden gemaakt tussen de gebieden.
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 5. Koppelkansen – een integrale aanpak Coöpera e ValleiEnergie De RESsen zijn uiteindelijk bedoeld om een afdoende antwoord te hebben op de dreiging van onbeheersbare en schadelijke klimaatverandering. Schadelijk niet alleen voor Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) de mens maar ook voor al het leven op aarde. Om voldoende te kunnen opschalen moet niet alleen gekeken worden naar loca es voor zon of wind (en opslag), maar ook Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) naar op male combina es daarvan en integra e met zowel onvermijdelijke als gewenste ontwikkelingen mbt. wonen, werken, recreëren en natuurbehoud. Energiecoöpera e Heumen Energiecoöpera e Leur Door de gekozen methodiek van het werken met vier alterna even kunnen posi eve koppelkansen onderbelicht raken. Bijvoorbeeld: geïntegreerde wind/zon complexen, Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) inclusief ba erijen, geplaatst in de nabijheid van de gebruikers of knooppunten van het energiesysteem, onder bepaalde voorwaarden, posi eve effecten hebben mbt. Rijn en IJssel Energiecoöpera e net-ontlas ng, terwijl ze ook een bijdrage kunnen leveren aan biodiversiteit en geïntegreerde landschappen van de economie van de toekomst. Onze achtste vraag is Windcoöpera e Wijchen daarom om voor het vinden van dergelijke koppelkansen combina es voor een procedure op te nemen in de NRD.
Dit zijn relevante vragen rich ng de RES 2.0, maar het zijn geen milieuvraagstukken. We stellen daarom voor om deze vragen en afwegingen mee te nemen in het vervolgproces, maar ze geen onderdeel te maken van de NRD of het milieueffectonderzoek.
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 6. Geschikt te maken – daar moet de focus op liggen Coöpera e ValleiEnergie Het iden ficeren van ongeschikte en geschikte gebieden lijkt het makkelijkste, hoewel ook daar zorgvuldig naar gekeken moet worden. Daar zijn objec eve criteria voor. De Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) essen e van een succesvolle energietransi e ligt echter in het “geschikt maken”. Wij vinden de NRD hierin onduidelijk. Er worden zachte belemmeringen opgesomd, maar Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) het wordt niet duidelijk wat de planMER gaat betekenen in het mi geren van die belemmeringen. Onze negende vraag is daarom dit aspect meer uit te werken en het te Energiecoöpera e Heumen concre seren. En daarbij met name ook te kijken naar de werkelijke situa e in de gebieden die in de (inmiddels gedateerde?) kaartjes in de NRD als met zachte Energiecoöpera e Leur belemmeringen worden aangeduid. Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) Rijn en IJssel Energiecoöpera e Windcoöpera e Wijchen
In het planMER worden de 'zachte' belemmeringen nader toegelicht. Het zijn aandachtspunten waarover keuzes gemaakt moeten worden of waarvoor aan we elijke voorwaarden moet worden voldaan. Het planMER maakt geen keuzes over wat moet worden gemi geerd, maar gee wel de mogelijkheden aan die bestaan als bepaalde maatregelen zouden worden genomen.
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 7. Uitleg nodig over grote verschillen geschikt (te maken) gebieden windmolens. Coöpera e ValleiEnergie De kansen- en belemmeringenkaarten voor windturbines (a eeldingen 4.5. en 4.8) verschillen aanzienlijk. Ze laten zien dat voor “innova eve” turbines veel minder ruimte Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) zou zijn dan voor “opera onele” turbines. Onze ende vraag is daarom dit grote verschil te verklaren, met name ook omdat onder de in tabellen 3.1. en 3.2. genoemde Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) harde en zachte belemmeringen er maar weinig zijn die gerelateerd zijn aan de rotordiameter. Energiecoöpera e Heumen Energiecoöpera e Leur Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) Rijn en IJssel Energiecoöpera e Windcoöpera e Wijchen
In het planMER wordt onderbouwd welke afstanden zijn gehanteerd. Voor 166 meter windturbines is bijvoorbeeld een grotere afstand tot woningen aangehouden dan voor de 120 meter windturbines.
Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 8. Vergelijking tussen de alterna even moeilijker door verschillend uitgangspunt We begrijpen dat dit voor onduidelijkheid zorgt. In het planMER worden de alterna even apart inzichtelijk gemaakt en per Coöpera e ValleiEnergie Voor de alterna even leefomgeving en natuur wordt blijkbaar uitgegaan van innova eve turbines (ashoogte 166 meter, zie a eeldingen 4.13 en 4.14), voor het alterna ef turbinetype (en zonneveld) onderzocht. Dit is een wijziging ten opzichte van het NRD. Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) energiesystemen wordt daarentegen uitgegaan van opera onele windturbines (ashoogte 120 meter, zie a eelding 4.15), en voor het alterna ef landschappen zijn blijkbaar Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) turbines met diverse capaciteiten meegenomen. Dat maakt het niet makkelijk deze alterna even te vergelijken. Onze elfde vraag is uit te leggen waarom die verschillende Energiecoöpera e Heumen uitgangspunten gekozen zijn, en onze twaalfde vraag is vervolgens om voor alle invalshoeken varianten uit te werken zowel met opera onele als met innova eve turbines. Energiecoöpera e Leur Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) Rijn en IJssel Energiecoöpera e Windcoöpera e Wijchen
Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
25
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie
Coöpera e Lingewaard Energie 9. Kleine zonnevelden en solitaire molens Het betre hier een uitgangspunt komt uit de RES 1.0. Kleinere of andere zonnevelden worden niet uitgesloten, maar worden Coöpera e ValleiEnergie In principe steunen wij de focus op grootschalige clustering zoals geciteerd uit de Na onale Omgevingsvisie (pag 12). Echter, wij lezen in de defini e van zonnevelden op niet onderzocht in het milieueffectonderzoek. Energiecoöpera e Energierijck (gemeente Berg en Dal) pag. 31 alsof de planMER velden kleiner dan 2 MW zou uitsluiten. Onze der ende vraag is daarom hierover geen misverstanden te laten bestaan, en te specificeren dat Energiecoöpera e EnergieVoorVier (Beuningen) hoewel dergelijke kleine velden geen onderwerp van onderzoek zijn, ze daarmee niet uitgesloten worden, maar dat ze door middel van projectMER’s individueel beoordeeld Energiecoöpera e Heumen moeten worden. En onze veer ende vraag is om een dergelijke verklaring op te nemen bij de defini e van een windpark, ook op pag. 31. Energiecoöpera e Leur Energiecoöpera e WPN (Nijmegen) Rijn en IJssel Energiecoöpera e Windcoöpera e Wijchen
Provincie
Lee aarheidsgroep Hernen Leur Lee aarheidsgroep Batenburg Lee aarheidsgroep Ni rik Buurtvereniging Buurtschap Lienden Duurzaam Batenburg S ch ng Tegenwind Buitengebied Wijchen S ch ng Het Batenburgs Erfgoed
Als bezorgde bewoners van het Wijchense Buitengebied, georganiseerd in verschillende belangengroepen, zijn we onlangs bij elkaar geweest met onze wethouder en zijn programmamanager duurzaamheid, omdat op provinciaal niveau ons woongebied kennelijk weer als zoekgebied voor windturbines op de kaart is gezet. We zijn ons terdege bewust van de urgen e van de energietransi e en daarover al jarenlang in goed overleg met de gemeente. Gezamenlijk hebben we ons de afgelopen jd ingespannen om wind- en zonne-energieprojecten in een democra sch proces zo goed mogelijk in te passen in onze lokale situa e. Al in 2015 jdens de ontwikkeling van de Wijchense Gedragscode voor windenergie en in 2020 bij het opstellen van een bod in het kader van de RES 1.0. De gemeente hee mede op basis van dit overleg uiteindelijk met instemming van de gemeenteraad een bod kunnen doen, dat zelfs hoger ligt dan de opdracht van de RES: drie windturbines op Bijsterhuizen, twee zonneakkers ten noorden en ten zuiden van Hernen langs de A50, aangevuld met veel lokale ini a even bij bedrijven en par culieren. Dit zien wij als het resultaat van de “gezamenlijke aanpak”, die in het provinciale rapport Gaaf Gelderland (H. 4,1) wordt aanbevolen om de energietransi e te realiseren.
Lokaal draagvlak en ook lokaal eigendom zijn belangrijke thema's binnen de regio en de regionale energiestrategie. Dit wordt door alle 16 gemeenten en de provincie onderschreven. Zo is het concept NRD tot stand gekomen met medewerking van meer dan 40 regionale belangenorganisa es en wordt in het milieueffectonderzoek o.a. gerefereerd aan het belang van regionaal eigendom.
We geven via deze weg graag aan dat dit milieueffectonderzoek zich mede baseert op de omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Ook wordt het thema landschap als een van de vier alterna even meegenomen in het milieueffectonderzoek. Hierbij gelden landelijke en provinciale belemmeringen t.a.v. landschap als uitgangspunt. Op basis van uw zienswijze nemen we kennis van de landschapsno e van uw ondertekenaar, maar dit document is niet kaderstellend in het milieueffectonderzoek. Kaderstellend Tijdens de vele discussies, die in Wijchen over de invulling van die transi e zijn gevoerd, kwam steeds naar voren, dat de Provinciale- en Rijksoverheid aandacht mist voor zijn: wetgeving, autonome ontwikkelingen en beleid zonder afwijkmogelijkheid. Via een projectMER of m.e.r.-beoordeling landschappelijke kwaliteiten, terwijl deze volgens het CPB juist zo’n belangrijk rol spelen in het leven en de iden teit van de bewoners. Het ontbreekt zowel aan visie als aan kunnen landschapselementen nader beschouwd op lokaal niveau. regie. (NOVI) De drie windturbines op Bijsterhuizen staan in de NRD nog niet genoemd als autonome ontwikkeling. Deze nemen we mee. Een van de ondertekenaars van deze brief, <naam ondertekenaar>, hee een no e geschreven over wat het plaatsen van een groep 250 meter hoge industriële windturbines in een kleinschalig landelijk buitengebied betekent.
Te downloaden op www.hetbatenburgserfgoed.nl/ac viteiten/landschap/ Titel is: “Wat Statenleden moeten weten: het landschap, windturbines en het belang van overheidsregie”. Hierin wordt ook ingegaan op hoe rampzalige beleidsbeslissingen hierover kunnen worden voorkómen. Zo’n grote defini eve ingreep vraagt van overheden om een duidelijke langetermijnvisie op de ruimtelijke ordening, waarin ook de landschappelijke en historische waarden van dat buitengebied worden meegewogen. Daarmee kan worden voorkomen, dat elke plek waar geen we elijke restric es zijn, in gebruik kan worden genomen door wind- of zonneparken, alléén omdat de ruimte er is. En zeker, als het gemeentelijke beleid er jarenlang op gericht is geweest om juist deze ruimte als buitengebied kleinschalig, landelijk, open en s l te houden. Mede op grond van de landschappelijke en historische waarden van ons gebied is in Wijchen op 20 mei 2021 een par culier ini a ef Windpark A50, na een intensief democra sch proces, door de voltallige gemeenteraad afgewezen. De turbines waren gepland op de drempel van de historische stad Ravenstein, middenin een eeuwenoude ring van kerkdorpen ten zuidwesten van Wijchen (Neerlangel, Demen, Ni rik, Batenburg, Bergharen, Hernen en Leur) en pal naast de buurtschap Lienden. Een slechtere plek voor windturbines is moeilijk denkbaar.
Het dreigt nu echter van bovenaf weer als zoekgebied voor te plaatsen windturbines te worden aangewezen. Zonder overleg met de gemeente of de omwonenden. We weten al uit vele rapporten: het van bovenaf droppen van plannen die veel mensen in hun leven nega ef raken gaat niet werken. Daar komt veel stress van, boosheid en bi erheid. Met als gevolg lange gerechtelijke procedures. Het ondermijnt bovendien erns g het vertrouwen in de overheid. Maar het gaat niet alleen om vertrouwen in de overheid. Het gaat ook om vertrouwen op de kleine schaal, vertrouwen in de buurt, je veilig voelen in je woonomgeving. Vele omwonenden hebben zich vanaf de eerste kennismaking met de ini a efnemers van Windpark A50 door hen geschoffeerd en niet serieus genomen gevoeld. Een aantal grondeigenaren werd geïn mideerd met het verhaal, dat de windturbines er sowieso zouden komen. Komen ze niet op hun grond, dan op die van de buren waardoor ze jaarlijks grote vergoedingen mislopen. Het hee geleid tot onrust in de gemeenschappen. We beseffen, dat de windturbines tot grote, onoverbrugbare tegenstellingen kunnen leiden. Het werkt ontregelend. Waar wij in 2015 al voor waarschuwden is nu daadwerkelijk aan het gebeuren: zorgvuldig opgebouwde burenverbanden in onze gemeenschappen gaan verloren. Beste Statenleden, wij houden u graag aan uw toezegging.
Om uw rapport “Gaaf Gelderland” te citeren: “er is meer nodig: een gezamenlijke regionale aanpak. Samen met onze partners moeten we bepalen waar we de noodzakelijke extra meters (voor de energietransi e) kunnen maken en waar ini a even zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken.” (Gaaf Gelderland: H. 4,1) Graag nemen we die uitnodiging aan. Wij vragen u dringend om in het buitengebied van Wijchen geen zoekplaatsen voor windenergie te creëren of plaatsing van windturbines te faciliteren, totdat in goed overleg tussen gemeente en burgers in Wijchen is gebleken op welke loca es er draagvlak is voor plaatsing van turbines en zonne-energievelden; totdat er een tenminste provinciaal (bij voorkeur landelijk) beleid ten aanzien van een landschapsinclusieve ruimtelijke ordening is vastgesteld. In de verwach ng, dat u onze bijdrage kunt zien als een bijdrage aan een Gaaf Gelderland, dat ons zeer ter harte gaat, wensen wij u veel wijsheid toe bij uw besluit. En we nodigen u van harte uit om bij ons te komen kijken en van gedachten te wisselen.
Provincie
ProRail
De No e Reikwijdte en Detailniveau PlanMER RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (NRD), welke met ingang van week 43 tot en met 23 december 2022 ter inzage ligt, gee ProRail aanleiding om de volgende zienswijze in te brengen. Verder verzoekt ProRail uw gemeente om haar - vooruitlopend op de Omgevingswet - ac ef te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan. Zonnevelden: Uit een risicoanalyse moet blijken dat het toekoms ge zonneveld c.a. geen nega ef effect hee op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagne sche comptabiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aanslui ng op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet "overstraald" kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen.
Dank voor uw zienswijze. Net als jdens de NRD-fase, zullen we Prorail als regionale betrokken par j blijven uitnodigen voor de omgevingsdialogen van het milieueffectonderzoek en het vervolgproces. We stellen tegelijker jd helaas vast dat Prorail tot dusverre niet op deze uitnodigingen is ingegaan.
Provincie
ProRail
Provincie
ProRail
Verder wil ProRail u nog wijzen op de beperkingengebieden. De beperkingengebieden staan vermeld in ar kel 21 van het Besluit hoofdspoorweginfrastructuur h ps://we en.overheid.nl/BWBR0017626/2017-01-01 en in de Regeling omgevingsregime hoofdspoorwegen h ps://we en_overheid.nl/BWBR0038197/2016.-10-01. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten ac viteiten op grond van ar kel 19 van de Spoorwegwet een vergunning van ProRail vereist.
Dank voor het wijzen op deze beperkingengebieden en de vergunningseis die daarvoor geldt.
Provincie
ProRail
Spoorwegwetgeving: Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de nabijheid van de spoorbaan dient rekening gehouden te worden met het bepaalde in ar kel 19 van de Spoorwegwet, waarnaar ProRail u kortheidshalve verwijst. Voor nadere informa e kunt u contact opnemen met ProRail via het emailadres vergunningaanvraag@prorail.nl.
Dank voor het wijzen op deze informa e.
ProRail adviseert u om deze risico's te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisa e van het zonneveld ProRail te voorzien van de uitkomsten.
Het doel van het milieueffectonderzoek is om inzichtelijk te maken welke gebieden geschikt, geschikt te maken en ongeschikt zijn voor wind- en zonne-energie. In het milieueffectonderzoek wordt voor zonnevelden een afstand aangehouden van 5 meter tot spoorinfrastructuur. Wij begrijpen uw zorgen met betrekking tot nega eve effecten en de wens voor berekeningen. Voor het milieueffectonderzoek wordt dit niet uitgevoerd. Op projectniveau geldt uiteraard dat ze voor een vergunning moeten voldoen aan de gestelde eisen. Om die reden stellen we voor om de genoemde punten (EMC-berekening, weerkaatsing van licht) opnemen als leemte in kennis.
26
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie
ProRail
ProRail merkt in dit kader nu reeds op dat onder de Omgevingswet - voor ini a even binnen het beperkingengebied hoofdspoor - uw gemeente het bevoegde gezag is voor Dank voor het wijzen op deze informa e. meervoudige aanvragen, waarbij vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming hee gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blij de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen.
Provincie
ProRail
Percelen ProRail: In de NRD zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. (verder te noemen "ProRail"). ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schri elijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar we elijke taken en voor eventuele toekoms ge (uitbreidings)plannen. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen jde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt u tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de bestemming VerkeerRailverkeer.
Dank voor het wijzen op deze informa e. Het voorgenomen milieueffectonderzoek leidt tot een onderzoeksrapport. Het gaat enkel om een onderzoek en geen beleidsdocument. In dat kader zullen geen bestemmingen worden toegewezen of veranderd.
Provincie
ProRail
Overwegen: Overwegen vormen een gevaarpunt tussen weg- en spoorverkeer. ProRail verzoekt uw gemeente daarom contact op te nemen met ProRail indien de door uw gemeente voorgestelde visie en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen effect kunnen hebben op de bestaande overwegen in uw gemeente. U kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan gewijzigd gebruik door het realiseren van een ontslui ngsroute voor een nieuwe woonwijk of bedrijventerrein. Ook verwijst ProRail uw gemeente graag naar de Beleidsagenda Spoorveiligheid 2020 -2025 waarin het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: lenW) haar visie op overwegveiligheid hee beschreven. Het streven van lenW is om samen met ProRail, decentrale overheden, recrea eve belangenorganisa es en burgers te zorgen voor nul dodelijke slachtoffers en nul verstoringen op en rondom overwegen om een veilige, vlo e en duurzame mobiliteit (trein- en wegverkeer) te kunnen garanderen. Meer informa e hierover vindt u hier: h ps://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/02/05/beleidsagenda-spoorveiligheid-2020-2025.
Dank voor het wijzen op deze informa e.
Provincie
ProRail
Waterpeil/Stabiliteit: In verband met het borgen van de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag het waterpeil niet wijzigen. Tevens dient uw gemeente te borgen dat werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen.
Dank voor het wijzen op deze informa e.
Provincie
ProRail
Spoorwegdoeleinden: ProRail verzoekt u zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de bestemming Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze bestemming ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail uw gemeente om geen dubbelbestemmingen mogelijk te maken.
Dank voor het wijzen op deze informa e. Het voorgenomen milieueffectonderzoek leidt tot een onderzoeksrapport. Het gaat enkel om een onderzoek en geen beleidsdocument. In dat kader zullen geen bestemmingen worden toegewezen of veranderd.
Provincie
ProRail
Ondersta ons: De binnen het plangebied aanwezige ondersta ons mogen niet komen te vervallen. Deze ondersta ons zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail u ervoor zorg tedragen dat de ondersta ons - net als in de huidige situa e - te allen jde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten.
Dank voor het wijzen op deze informa e. Het voorgenomen milieueffectonderzoek leidt tot een onderzoeksrapport. Het gaat enkel om een onderzoek en geen beleidsdocument. In dat kader zullen geen bestemmingen worden toegewezen of veranderd.
Provincie
ProRail
ProRail neemt aan u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd en behoudt zich het recht voor in de verdere procedure aanvullende c.q. nieuwe zienswijzen kenbaar te maken.
Dank voor uw zienswijze.
Provincie
Renewable Factory Services
Met interesse hebben wij kennis genomen van de concept No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Deze NRD is onderdeel van het proces om de Regionale Energie Strategie 2.0 (RES 2.0) op te stellen voor de Groene Metropoolregio (GMR) Arnhem Nijmegen. De GMR hee het Rijk in de RES 1.0 een bod gedaan om in 2030 1,62 TWh duurzame energie op te wekken door windturbines, zonnevelden en zon op dak. Daarnaast onderzoekt de GMR de mogelijkheden voor het gebruik van diverse warmtebronnen in de regio.
Dank voor uw zienswijze en uiteenze ng.
Als ontwikkelaar van duurzame energieprojecten zijn we erg tevreden met de brede scope en de gedegen aanpak van de no e. Wij ontwikkelen een zonne-energieproject (reeds vergund) en een windenergieproject in Druten en willen middels deze zienswijze eraan bijdragen dat de poten e van deze projecten volwaardig worden meegenomen in de m.e.r.-procedure. Vanwege de brede scope en het grote plangebied is het voor de lezer niet al jd evident dat een loca e volwaardig zal worden meegenomen in het MER. Middels deze zienswijze willen we – wellicht ten overvloede – aantonen dat de loca e thuis hoort in de verschillende opstellingsalterna even. Daarnaast hebben we enkele opmerkingen waar we denken dat de no e iets gewijzigd kan worden. Onze concrete opmerkingen / voorgestelde wijzigingen staan beknopt in BLAUW beschreven. Provincie
Renewable Factory Services
Het zonne-energieproject Dank voor uw uiteenze ng. Op 28 september 2021 is door de gemeente Druten de omgevingsvergunning verleent voor de plaatsing van Zonnepark Zevent. Het projectgebied van Zonnepark Zevent hee een oppervlakte van ca. 25 hectare waarvan ca. 20 hectare ingepast wordt met zonnepanelen. Dit zal goed zijn voor de produc e van hernieuwbare energie van ca. 35 MWp en voor ca. 8.000 huishoudens. Het beoogde zonnepark bestaat uit twee delen: oost en west. Het zonnepark zal door middel van dubbel ruimtegebruik met onder andere windenergie, ecologische meerwaarde, het behoud van de agrarische func es door middel van schapen en een nieuwe recrea eve func e een uitstekende bijdragen leveren aan de energiedoelstellingen. Het project is terecht genoemd als autonome ontwikkeling in bijlage 1 van de No e reikwijdte en detailniveau. <Figuur 1 Overzichtskaart zonnepark Zevent (vergund op 28 sep 2021)>
Provincie
Renewable Factory Services
Het windenergieproject In de directe nabijheid van het geplande zonneproject ontwikkelen wij ook een windenergieproject welke gebruik zal maken van dezelfde netaanslui ng als het zonneproject. Deze loca e is reeds in de RES 1.0 genoemd als onderzoeksgebied voor de RES 2.0: <Figuur 2 Onderzoeksgebied windenergie in RES 2.0.> Wij onderschrijven het belang van het meenemen van dit verkenningsgebied in de m.e.r. t.b.v. RES 2.0 vanwege de ruimte voor windenergie, de reeds aanwezige netaanslui ng en de goed mogelijke landschappelijke inpassing. Wij zien op deze loca e mogelijkheden voor een breed gedragen windpark met ruim voldoende afstand tot woningen van derden en woonkernen. Zie onderstaande gele lijn waar een lijn van windturbines mogelijk is. De grondposi es en molenaarswoningen zijn reeds afgestemd.
Dank voor uw uiteenze ng.
Provincie
Renewable Factory Services
1. Kansrijk windgebied dreigt niet volwaardig meegenomen te worden vanwege ‘dikke’ begrenzing van RES-gebied. Het windenergie-ini a ef zoals gegeven in bovenstaand figuur bevindt zich exact op de grens van het RES-gebied. Door de lijndikte welke gehanteerd is in de figuren in de NRD t.a.v. van het RES-gebied valt dit gebied regelma g weg. We willen er voor waken dat hierdoor een poten ële loca e - een reëel MER-alterna ef – verloren gaat. Zie onderstaand voorbeeld:
In het planMER wordt explicieter toegelicht welke harde en zachte belemmeringen zijn meegenomen, welke data hiervoor is gebruikt en welke afstanden zijn gehanteerd. De analyse t.a.v. molenaarswoningen betre een gevoeligheidsanalyse achteraf. Hierin willen we benadrukken dat dit enkel is bedoeld om een beeld te scheppen van de theore sche mogelijkheden die daarmee ontstaan. Op projectniveau en per loca e kan aanvullend en in hoger detailniveau beoordeeld worden hoe de in beeld gebrachte mogelijkheden kunnen worden benut.
A eelding 4.8 uit de NRD (pag. 36/64) Op de kansen en belemmeringenkaart voor innova eve windturbines valt de loca e van ons ini a ef visueel bijna weg, terwijl er wel degelijk ruimte is. Het zwarte kader ontneemt nu het zich op dit vlak. PS: de ruimte voor (innova eve) windturbines is nog ruimer vanwege de aanwezigheid van molenaarswoningen. Het wordt vanuit de beschrijving van de NRD niet duidelijk op welke manier de loca e wordt meengenomen. Wij zijn van mening dat de loca e in elke reëel alterna ef thuis hoort, de overwegingen zijn hieronder gegeven. Provincie
Renewable Factory Services
2. Windloca e Druten dient onderdeel uit te maken van ‘Alterna ef RES 1.0’ In de RES 1.0 is reeds aangegeven dat het verkenningsgebied in Druten verder onderzocht moet worden t.b.v. RES 2.0. Het is daarmee vanzelfsprekend dat de loca e onderdeel uitmaakt van dit alterna ef.
In de RES 1.0 zijn enkel de zoekgebieden vastgesteld. Daarnaast zijn er een aantal addi onele verkenningsgebieden benoemd, waaronder de loca e waar u op doelt. Deze zijn echter niet door alle gemeenteraden vastgesteld en geen formeel onderdeel van de RES 1.0. Dat neemt niet weg dat het milieueffectonderzoek de gehele regio als onderzoeksgebied hee en daarmee ook dit gebied wordt onderzocht.
Provincie
Renewable Factory Services
3. Windloca e Druten dient onderdeel uit te maken van ‘Alterna ef Leefomgeving’ Uit de belemmeringenkaart (figuur 4.1.3 uit de NRD) blijkt dat de loca e voldoet aan de gehanteerde uitgangspunten (zowel voor de grote als kleine windturbineklassen): <Figuur 3 Alterna ef Leefomgeving.>
In het planMER worden geen keuzes gemaakt. Er wordt enkel in beeld gebracht welke gebieden geschikt, geschikt te maken en ongeschikt zijn. Windpark Druten is niet opgenomen als autonome ontwikkeling en als zodanig niet beschouwd als bekende ontwikkeling die expliciet benoemd wordt in één van de alterna even.
27
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie
Renewable Factory Services
a. Hecht speciale waarde aan woonkernen t.o.v. verspreid liggende woningen. In de beschreven aanpak zijn cirkels rond woningen getrokken waarmee deze gebieden worden uitgesloten. Een verspreid liggende woning is hierin gelijk behandeld als een woning in een woonkern. Wij zouden in het ‘alterna ef Leefomgeving’ meer waarde toegekend willen zien worden aan het aantal gehinderden waarmee een woonkern zwaarder zal moeten worden meegewogen dan een verspreid liggen woning. Denk bijvoorbeeld aan een aparte score op basis van afstand tot woonkern, of een score op basis van een ligging binnen 750 meter tot een woonkern.
Er wordt in het milieueffectonderzoek geen onderscheid gemaakt tussen afstanden voor woningen in bebouwd gebied en buitengebied. Iedere kwetsbaar object verdient immers hetzelfde beschermingsniveau. In de gevoeligheidsanalyse t.a.v. molenaarswoningen worden de theore sche mogelijkheden in beeld gebracht van een minder grote afstand tot individuele woningen.
Provincie
Renewable Factory Services
b. Hanteer verspreid liggende woningen niet als harde belemmering. De gevoeligheidsanalyse op molenaarswoningen wordt achteraf uitgevoerd. Op die manier worden de theore sche Zoals op pagina 25 van de NRD beschreven dient er speciale aandacht uit te gaan naar de Molenaarswoning. Echter, met de huidige aanpak (eerst gebieden uitsluiten) aanvullende mogelijkheden in beeld gebracht voor verspreid liggende woningen. Het past niet om dit op voorhand te doen, kunnen er loca es reeds worden uitgesloten vóórdat er gekeken wordt naar ruimte die ontstaat vanwege de aanwezigheid van een molenaarswoning. In ons plangebied zie aangezien de beslissing om een woning aan te merken als molenaarswoning al jd ligt bij de woningeigenaar. wij bijvoorbeeld veel meer ruimte voor windenergie dan nu verbeeld op bovenstaand figuur aangezien de grondeigenaren van ons ini a ef ook als molenaarswoning zullen gaan fungeren. De huidige aanpak hee het risico dat gebieden worden uitgesloten waar verregaande kansen zijn vanwege woningeigenaren die zich reeds gecommi eerd hebben aan een windproject.
Provincie
Renewable Factory Services
4. Windloca e Druten dient onderdeel uit te maken van ‘Alterna ef Landschap’ Windloca e Druten is gekoppeld aan de ligging van de provinciale weg N322. Vanwege de afwezigheid van vaar-, spoor- en snelwegen in dit deel van het RES-gebied vormt de provinciale weg (i.c.m. hoogspanningslijnen) de voornaamste ‘lijn’ in het landschap. <Figuur 4 N322 vormt de belangrijkste lijn in het landschap in Druten.>
In het planMER wordt explicieter toegelicht welke harde en zachte belemmeringen zijn meegenomen, welke data hiervoor is gebruikt en welke afstanden zijn gehanteerd. Op projectniveau en per loca e kan aanvullend en in hoger detailniveau beoordeeld worden hoe de in beeld gebrachte mogelijkheden kunnen worden benut. Daarbij geven we graag aan dat de alterna even denkrich ngen vormen, 'hoeken van het speelveld'. Ze vormen daarmee een opmaat voor het gesprek over herijking van de RES, maar er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
Provincie
Renewable Factory Services
5. Windloca e Druten dient onderdeel uit te maken van ‘Alterna ef Natuur’ Figuur 4.1.4 uit de NRD toont duidelijk dat de windloca e Druten goed past in het alterna ef Natuur.
In het planMER worden de uitgangspunten die zijn gehanteerd explicieter toegelicht. De voor het alterna ef Natuur gehanteerde principes worden hierbij eveneens toegelicht. In het planMER worden geen keuzes gemaakt. Er wordt enkel in beeld gebracht welke gebieden geschikt, geschikt te maken en ongeschikt zijn. Windpark Druten is niet opgenomen als autonome ontwikkeling en als zodanig niet beschouwd als bekende ontwikkeling die expliciet benoemd wordt in één van de alterna even. Daarbij geven we graag aan dat de alterna even denkrich ngen vormen, 'hoeken van het speelveld'. Ze vormen daarmee een opmaat voor het gesprek over herijking van de RES, maar er kunnen geen rechten aan worden ontleend.
Provincie
Renewable Factory Services
6. Windloca e Druten dient onderdeel uit te maken van ‘Alterna ef Natuur’ Windpark Druten kan aangesloten worden op de reeds gecontracteerde netaanslui ng van zonnepark Zevent. Hiermee sluit dit ini a ef naadloos aan op de uitgangspunten van dit alterna ef. Echter, in de NRD lijkt de loca e niet tot dit alterna ef te behoren vanwege een fout in de uitgangspunten; het gebied is uitgesloten omdat er geen aansluitcapaciteit zou zijn binnen 10 km. Echter, het ini a ef beschikt al over een gecontracteerde aanslui ng vanwege het vergunde zonnepark.
Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Provincie
Renewable Factory Services
a. Sluit gebieden rondom reeds gecontracteerde aanslui ngen niet uit. Gebieden op meer dan 10 km afstand van een ondersta on met capaciteit worden niet beschouwd. Hiermee wordt windgebied Druten ook uitgesloten. Echter, dit ini a ef kan aangesloten worden op de netaanslui ng van het zonnepark. Hiermee is dit ini a ef bij uitstek passend in dit alterna ef.
Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Provincie
Renewable Factory Services
b. Score gebieden waar gegarandeerd dubbel gebruik kan worden gemaakt van gecontracteerde aanslui ngen juist posi ef. Met de huidige aanpak valt het windgebied Druten ten onrechte buiten dit alterna ef. Echter, de aanwezigheid van een vergund zonnepark met netaanslui ng zou juist moeten resulteren in een specifieke posi eve score. Immers, het zonnepark is reeds vergund, de netaanslui ng is reeds gecontracteerd en de eigenaar van de aanslui ng hee een windenergie-ini a ef. Hiermee zijn dit juist de loca es die rela ef snel gerealiseerd kunnen worden.
Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Provincie
Renewable Factory Services
Wij vernemen graag per alterna ef op welke manier ons ini a ef wordt meegenomen in het MER. Aangezien we al langere jd aan de ontwikkeling van het windpark werken zijn er veel uitgewerkte details die de beoordeling van de loca e sterk kunnen beïnvloeden. Zo is de netaanslui ng reeds gecontracteerd en zijn er molenaarswoningen aangewezen. We zouden graag het ini a ef toelichten in een gesprek zodat deze loca e op een juiste en realis sche wijze wordt beoordeeld in het MER. We denken graag mee en zijn bereid om de zienswijze mondeling toe te lichten.
Dank voor uw zienswijze.
Provincie
GGD Gelderland-Zuid GGD Gelderland-Midden / VGGM
GGD Gelderland-Zuid en GGD Gelderland-Midden/VGGM hebben de No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD) die voorafgaat aan het milieueffectonderzoek van de Regionale Energiestrategie (RES) vanuit een gezondheidsperspec ef beschouwd en geven graag het volgende advies mee. De brandweer van onze twee regio’s dienen zelfstandig hun zienswijze in.
Dank voor uw zienswijze.
Provincie
GGD Gelderland-Zuid GGD Gelderland-Midden / VGGM
Algemeen: Van de vier alterna even zien wij het alterna ef Leefomgeving, met maximaal aandacht voor de leefomgeving, als een worst-case uitwerking op gezondheid. In het licht van de RES zijn brede gezondheidsopgaven als het verminderen van de milieu gerelateerde ziektelast (gezondheidsbescherming)[1] en het vergroten van het gezondheidspoten eel van kwetsbare groepen (gezondheidsachterstanden en kansengelijkheid) belangrijk. Waar de energietransi e per saldo posi ef is voor gezondheid (schonere lucht, afname geluidbelas ng als gevolg van de elektrifica e) zijn er op lokale schaal nega eve gezondheidseffecten te verwachten door hinder van geluid en slagschaduw. Vanwege de zorgen die hierover zijn en het (gezondheids)belang om poten ële omwonenden vroeg te betrekken vinden wij dat de hierboven genoemde gezondheidsopgaven onder de noemer van gezondheid (een aparte gezondheidsparagraaf) ook een uitwerking moeten krijgen in het planMER. Het is onvoldoende te verwijzen naar een latere uitwerking van de zoekgebieden.
We wijzen er graag op dat dit NRD en deze onderzoeksaanpak mede tot stand is gekomen via een drietal omgevingsdialogen, waarbij ook de GGD Zuid en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) aanwezig waren. De gezondheidseffecten van windenergie worden op dit moment uitvoerig onderzocht in het na onale milieueffectonderzoek naar windturbinenormen. Op het moment dat de resultaten daarvan bekend zijn, kunnen eventuele nieuwe normen worden getoetst in een passende m.e.r. beoordeling of ProjectMER wanneer een windenergieproject zich aandient.
Wel hebben we de vraag hoe om te gaan met windturbinenormen in dit onderzoek expliciet voorgelegd bij de commissie m.e.r.. Op basis daarvan stellen we bij wijze van gevoeligheidsanalyse voor om in het alterna ef Leefomgeving op een GGD-gezondheidsinforma e en -criteria met betrekking tot windturbines staan hier beschreven: Windmolens en gezondheid · GGD Leefomgeving. Naast hinder zijn er geen strengere contour van 700 meter te toetsen. bewijzen voor een directe rela e tussen andere gezondheidseffecten en de blootstelling aan geluid van windturbines. Wij adviseren om het aantal mensen dat (erns ge) hinder ervaart door windturbines zoveel mogelijk te beperken. Bedenk dat bij de 45dB Lden contour die als criterium wordt toegepast al jd nog ongeveer 10% van de We stellen daarnaast voor om hier in het milieueffectrapport een paragraaf aan te wijden. omwonenden erns ge geluidshinder ervaart buitenshuis. En dat er hierbij sprake is van een jaargemiddelde, omwonenden melden ook last te hebben van piekbelas ng. De harde belemmering voor geluidgevoelige objecten zoals woningen op basis van 47 dB Lden (pagina 26) vinden wij dan ook geen juiste keuze.
De contouren van de bestaande geluidbelas ng boven de 63 dB Lden vanuit het cumula eve geluidniveau (plandrempel volgend uit het Ac eplan Geluid 2018-2022 van de provincie Gelderland) vinden wij vanuit gezondheidsperspec ef ook een onjuiste keuze. De methodiek ‘Gezondheidseffectscreening’ waarnaar verwezen wordt in dit verband is enige jd terug door GGD GHOR Nederland teruggetrokken. Voor het cumula eve geluid verwijzen wij naar de GGD-richtlijn medische milieukunde: omgevingsgeluid en gezondheid | RIVM (2019) waarin wordt geadviseerd te streven naar een werkelijke cumula eve geluidbelas ng op de gevels van woningen die lager is dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight. Dit zal in de prak jk niet al jd haalbaar zijn maar het zijn wel belangrijke gezondheidscriteria om in beeld te brengen. In alles geldt dat bewoners/bestuurders voor gezondheid inzicht krijgen in wat er gebeurt. Hiervoor is het ook gewenst dat de alterna even niet alleen naast de referen esitua e worden gelegd maar ook naast de huidige actuele situa e (dus exclusief autonome ontwikkelingen). Provincie
GGD Gelderland-Zuid GGD Gelderland-Midden / VGGM
Vragen en opmerkingen: Voor zogenaamde molenaarswoningen of woningen in de sfeer van de inrich ng (pagina 25) mag de geluidbelas ng hoger zijn dan de we elijke normen. Hiermee bescherm je de gezondheid van (huidige en toekoms ge bewoners) niet. Graag zien wij dan ook een antwoord op de vraag of dit ook geldt voor omliggende woningen die niet deelnemen en meeprofiteren, en wat er gebeurt als een woning wordt verkocht.
Voor omliggende woningen van molenaarswoningen geldt het algemene onderzochte beschermingsniveau. Indien een molenaarswoning wordt verkocht, zal de bestaande situa e op het moment van verkoop de geldende situa e zijn. Met andere woorden: de keuze van een vastgoedeigenaar om zijn of haar woning beschikbaar te stellen als molenaarswoningen kan gevolgen hebben voor de waarde en verkoopbaarheid van de woning. De afweging of dat opweegt ligt bij de vastgoedeigenaar.
Provincie
GGD Gelderland-Zuid GGD Gelderland-Midden / VGGM
Beoordelingskader, tabel 5.3. (pagina 49): De methoden waarmee geluid en slagschaduw voor gezondheid in beeld wordt gebracht (kwan ta eve- en GIS-analyse In het milieueffectrapport worden de methoden voor geluid toegelicht. Slagschaduw is (op regioniveau) niet maatgevend en geluidcontouren respec evelijk kwalita eve analyse o.b.v. contouren slagschaduw) is ons niet duidelijk. Hierop ontvangen wij graag een nadere toelich ng zodat we hier nog dient op projectniveau onderzocht te worden. Dit omdat er op dit projectniveau vaak mi gerende maatregelen mogelijk zijn. op kunnen adviseren. Ook is ons niet duidelijk hoe dit doorwerkt in de keuzes voor de zoekgebieden en de hogere ambi es die genoemd staan in het Gelderse Dit milieueffectonderzoek brengt de geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden voor de opwekking van duurzame Energieakkoord. elektriciteit en warmte vanuit milieuperspec ef in beeld. De keuze voor zoekgebieden of het aansluiten bij hogere ambi es ligt uiteindelijk bij het bevoegd gezag.
28
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie
Liander
Via het bestuurlijk pla orm en ambtelijk pla orm hebben wij de eerste versie van het NRD ontvangen. Wij zijn blij met de gestructureerde aanpak door de regio en in het bijzonder de aandacht voor het thema efficiën e in dit stadium van het proces.
Provincie
Liander
Systeemefficiën e in de NRD: We zien dat er aandacht is voor netconges e, netconges e kan deels worden gezien als een gebrek aan systeemefficiën e. De conges e van Dank voor uw uiteenze ng. nu wordt niet direct gekoppeld aan de mogelijkheden voor de RES, dit is terecht omdat het perspec ef van de RES betrekking hee op de middellange termijn in de rich ng van 2030 en niet op de korte termijn. Er wordt gerekend met standaard vermogens voor zon en wind (Blz 30/31) Dit is begrijpelijk en terecht ook al is het goed te beseffen dat er door het inpassen van slimme oplossingen ook andere kentallen kunnen ontstaan.
Dank voor uw zienswijze.
Ten opzichte van de RES 1.0 komen steeds meer varianten op het reguliere aansluiten beschikbaar, hier wordt in de NRD nog geen aandacht aan besteed. Wel is er aandacht voor de verhouding tussen vermogen en oppervlakte van de zonneparken. Ook wordt er verwezen naar het combineren van de func es zoals bij cablepooling het geval is. Het is goed om hierbij te le en op de eerder genoemde kentallen en ook op de a akening tussen zon op gebouw en zonneweides in het nieuwe begrippenkader voor de RES. Provincie
Liander
Alterna ef Energiesysteem: De belangrijkste paragraaf vanuit netbeheerderspecpec ef is het alterna ef energiesysteem, voor de volledigheid hier nogmaals herhaald:
Dank voor uw uiteenze ng.
“Het alterna ef Energiesysteem hee als doel zoekgebieden voor wind en zon te definiëren die rekening houden met de beschikbare netcapaciteit en de samenhangende maatschappelijke kosten. Om kansrijke gebieden voor wind en zon te definiëren die aansluiten bij het doel van dit alterna ef, worden in het alterna ef de volgende gebieden vermeden: gebieden op meer dan 10 km afstand van de ondersta ons Arnhem, Elst, Ka enberg, Nijmegen, Renkum en de tot 2030 te realiseren ondersta ons Oosterhout, nabij Zevenaar/Duiven en nabij Nijmegen-Oost/Berg en Dal1 (er is uitgegaan van een zoekgebied en geen specifieke loca e); gebieden die niet geschikt zijn voor zowel wind- als zonne-energie. Het alterna ef gaat vanuit de principes netefficiën e en op male inpasbaarheid op het stroomnet, uit van gecombineerde wind- en zongebieden. Sturende criteria alterna ef Energiesysteem Voor een zo efficiënt mogelijk gebruik van de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet en de laagste maatschappelijke kosten voor verzwaring van het elektriciteitsnet, zijn de volgende sturende criteria toegepast: windturbines en zonnevelden worden al jd gecombineerd vanuit de principes netefficiën e en op male inpasbaarheid op het stroomnet.
Ook maakt dit een gecombineerde aanslui ng op dezelfde elektriciteitskabel mogelijk; een grotere afstand tot ondersta ons leidt tot langere elektriciteitskabels en zorgt voor hogere kosten; alleen ondersta ons met beschikbare netcapaciteit tot 2030 worden meegenomen in het alterna ef, hierbij is rekening gehouden met geplande ondersta ons (zie voetnoot 17); gebieden op meer dan 10 km afstand van een ondersta on met capaciteit worden niet beschouwd in het alterna ef2; zonnevelden met oost-west opstelling zijn beter voor de netcapaciteit, omdat deze een consisten e in opbrengst kennen verspreid over de dag; windturbines met ashoogte van 120 m worden hier beschouwd, omdat dit zorgt voor grotere zoekgebieden, hierdoor worden gebieden die mogelijk geschikt zijn voor windenergie niet op voorhand uitgesloten.
Voor de beoordeling van de mate van geschiktheid in het kader van het energiesysteem is onderscheid gemaakt in de volgende categorieën: ongeschikt: gebieden waar realisa e van een gecombineerd wind- en zonneveld juridisch niet haalbaar wordt geacht in het kader van de wet- en regelgeving (harde belemmeringen) en/of waar een afstand van meer dan 10 km geldt tot de genoemde ondersta ons; mogelijk geschikt: gebieden waar de realisa e van een gecombineerd wind- en zonneveld op een afstand van 5 tot 10 km rond de hierboven genoemde ondersta ons mogelijk is; geschikt: gebieden waar de realisa e van een gecombineerd wind- en zonneveld binnen 5 km rond de hierboven benoemde ondersta ons mogelijk is. A eelding 4.15 toont de gebieden die overblijven als bovengenoemde gebieden vermeden worden en de sturende criteria worden toegepast. De overgebleven gebieden vormen samen het alterna ef Energiesysteem. ” Het minimaliseren van transport van energie is een van de ontwerpprincipes van netbeheerder Liander om op maal gebruik te maken van het energiesysteem. De toegepaste afstanden van 0 - 5 km en 5 - 10 km passen bij de systema ek van Liander. Ogenschijnlijk lijken veel gebieden buitengesloten die nu in de prak jk wel succesvol zijn aangesloten. Dit is deels te verklaren door de gehanteerde aannames. In het volgende deel doen wij een aantal verbetervoorstellen voor dit onderdeel. Provincie