CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief NRD - Nota Beantwoording Zienswijzen NRD PlanMER RES GMR.pdf

Raadsvergadering 25 april 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau GMR RES58.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

Liander

Verbetervoorstellen NRD: In de genoemde net impact bepalings rapportage (NIBR) is sprake van meerdere criteria om te komen tot systeemefficiën e, wij stellen voor om deze integraal te hanteren en niet selec ef: <a eelding>

Dank voor uw aandachtspunten. Na afstemming met uw organisa e blijkt het niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.

red: belangrijkste informa e in de a eelding: 1. Beter benu en van de restcapaciteit op het bestaande energienet 2. Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie 3. Evenwich ger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon 4. Clusteren van duurzame opwekprojecten 5. Overige oplossingen: aansluiten wind en zon op één aanslui ng (cable pooling), a oppen van piek produc e en benu en reservecapaciteit

29

Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie

Liander

Hoe zien wij het graag? De adviezen zoals deze ook zijn genoemd in de reac e op de RES 1.0 zijn in principe nog steeds van toepassing. Deze inzichten zijn ook nader te verwerken in het integraal programmeren en prioriteren dat de komende ook de RES planologie gaat beïnvloeden.

Dank voor uw aandachtspunten. Na afstemming met uw organisa e blijkt het niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.

Beter benu en van de restcapaciteit Niet alle 150 kV sta ons zijn verwerkt in de oorspronkelijke variant: Er is gekozen voor een deelselec e van 150 kV sta ons op basis van netruimte na inpassing van de RES 1.0 plannen. Het uitsluiten van sta ons op basis van de RES doorrekening doet geen recht aan de mogelijkheid om opwek te combineren de poten e om plannen slimmer aan te sluiten en het energienet slimmer te benu en In de variant zijn alleen de 150 kV Sta ons besproken. Grote plannen zijn echter ook aan te sluiten op 50 kV sta ons. Indien er een afstandscriterium gehanteerd wordt dan is het verstandig om ook naar deze sta ons te kijken. . <a eelding 'Ruimteverdeling voor opwek per HS sta on in 2030'> Energievraag en -aanbod combineren: minimaliseren van transport van energie Grote projecten (zoals in de RES) sluiten aan op de grote sta ons. Grote sta ons zijn in het algemeen gebaseerd op grote energievraag. Het is daarom aan te bevelen om de plannen niet alleen af te wegen op de afstand tot het sta on maar ook naar de omvang van het sta on (idealiter restcapaciteit maar deze data is nog in ontwikkeling) Verhouding zon/wind Voor de verhouding zon wind is aandacht in de NRD, zoals wij het lezen worden vooral zoekgebieden op geschiktheid gecombineerd. Het is echter ook goed om rekening te houden met het aansluiten op bestaande ontwikkelingen.

Clusteren van duurzame opwek Indien de ruimte voor opwek niet in de nabijheid van ondersta ons gelegen is dan verdient het aanbeveling om de opwek te clusteren en gezamenlijk aan te sluiten (Cable-pooling) Provincie

Liander

Wat zijn de aanbevelingen? 1. Beging met het vaststellen van de aanslui ngen voor bestaande opwek als een vaststaand gegeven. 2. Kijk naar de nabijheid van alle beschikbare sta ons en beperk niet tot sta ons met rest capaciteit op basis van de doorgerekende RES 1.0 plannen 3. Kijk niet alleen naar 150 kV sta ons maar kijk ook naar 50 kV sta ons 4. Benut bestaande en nieuwe aanslui ngen maximaal, bijvoorbeeld door gebruik te maken van piekshaving etc. 5. Ontwikkel zon bij wind-en wind bij zon indien mogelijk op dezelfde aanslui ng door te streven naar gelijke verhouding zon en wind op dezelfde aanslui ng (“50/50 ”) 6. Ontwikkel nieuwe gebieden zoveel mogelijk nabij Ondersta ons (50 kV) en in combina e zon wind

Dank voor uw aandachtspunten. Na afstemming met uw organisa e blijkt het niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.

En wellicht ten overvloede: Betrek al jd de netbeheerder bij het ontwerpen van visies op het netwerk om op deze manier integrale afwegingen te maken op het toekomstvast energienet. Niet alleen op duurzame opwek maar op de gehele integrale opgave dus ook woningbouw, bedrijventerreinen, duurzame mobiliteit, warmtetransi e, etc. Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

De regio Arnhem Nijmegen gaat een planMER uitvoeren voor de Regionale Energiestrategie (RES). In de RES 1.0 is afgesproken om in 2030 tenminste 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken binnen de regio. Het doel van de planMER is om milieueffecten volwaardig mee te laten wegen in de besluitvorming. In de No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD) wordt beschreven wat onderzocht gaat worden, en hoe. Daarbij wordt voorgesteld om in de planMER ook de milieueffecten van het gebruik van warmtebronnen te onderzoeken.

Dank voor uw uiteenze ng.

We zien voordelen van het uitvoeren van een planMER. Dit helpt ons om het goede gesprek te voeren over de transi e van fossiele naar duurzame energie. Het is een goed instrument om met een meer regionale blik tot een gedragen, goed onderbouwde en uitvoerbare RES 2.0 te komen. Waarbij we wel de urgen e in de gaten moeten houden: we hebben geen jd te verliezen. Onze voorstellen voor de NRD hebben we al in het voortraject ingebracht. Enkele daarvan zijn overgenomen. In deze zienswijze vragen we aandacht voor een beperkt aantal belangrijke onderwerpen. Daarbij sorteren we voor op het proces rich ng de RES 2.0 en de concrete uitvoering van de plannen. Over het geheel vinden we dat de NRD logisch in elkaar zit en een goed beeld gee van de te onderzoeken aspecten, ook per alterna ef. Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

Welke alterna even: De NRD benoemt als centrale vraag voor de planMER: “Welke gebieden zijn vanuit milieueffecten geschikt, geschikt te maken, of ongeschikt voor de ontwikkeling van ten minste 1,62 TWh duurzame elektriciteitsambi e, regionale warmtebronnen en de benodigde energie-infrastructuur binnen de regio, en hoe kan dit naast de referen e RES 1.0 - worden ingevuld aan de hand van vier thema sche alterna even?”

Dank voor uw uiteenze ng.

Tijdens de Omgevingsdialoog, die werd georganiseerd in het traject naar de opstelling van de NRD, hebben wij aangegeven niet enthousiast te zijn over de onderzoeksopzet met déze voorgestelde vier alterna even naast de RES 1.0. In een brief, mede namens de samenwerkende energiecoöpera es, Natuurmonumenten, LTO Noord en ZLTO, hebben we voorgesteld een ‘regionaal op male variant’ in de planMER op te nemen. Dit is niet overgenomen, en wij begrijpen waarom. Het RES 1.0-bod is democra sch gelegi meerd via de vaststelling door gemeenteraden, waterschapsbesturen en provinciale staten. Het is dan niet opportuun om al vóórdat de planMER is uitgevoerd een van de RES 1.0 afwijkend alterna ef te schetsen. Het werk naar uitvoering is gelukkig al begonnen, met de trajecten voor onderzoek en zo mogelijk realisa e van wind- en zonneparken in reeds benoemde zoekgebieden. Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

Input voor een RES 2.0: De gegevens die de planMER op tafel zal leggen, kunnen wél de grondslag zijn voor een gesprek met alle stakeholders om tot een meer regionaal op male RES 2.0 te komen. Dat is zéker nodig. De regio Arnhem-Nijmegen hee in de RES 1.0 een bod gedaan dat in opgesteld vermogen bestaat uit 89% zon en 11% wind. Deze verhouding is erg onevenwich g; er is daarom bij de vaststelling afgesproken om te werken aan een betere verhouding tussen zon en wind. De planMER kan de informa e aanleveren die nodig is, met name voor de opwekking van windenergie in extra gebieden. Daarbij kunnen andere relevante aspecten die het onderzoek van de verschillende varianten aan het licht zal brengen, worden benut om die extra gebieden met zorg te kiezen.

Dank voor uw uiteenze ng. De regiogemeenten en provincie delen de wens om posi eve koppelkansen in het vervolgproces te iden ficeren en te benu en.

Een belangrijke uitdaging is om de ruimtelijke puzzel van de energietransi e te combineren met de opgaves voor woningbouw, bedrijvigheid, klimaatadapta e, waterbeheer, natuur, landbouwtransi e, recrea e, landschapsherstel etc. Door de gekozen methodiek van het werken met vier themagerichte alterna even worden posi eve koppelkansen, zo vrezen wij, onderbelicht in de planMER. Des te belangrijker is het om dergelijke kansen in het vervolgproces wél op te pakken.

30

Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

Hogere doelstelling nodig?: In het licht van de landelijk verhoogde doelstelling van 55% CO2-reduc e in 2030 en de mogelijk s jgende elektriciteitsvraag hebben verkenningen plaatsgevonden hoe dit gehaald kan worden. Voor wind en zon op land was de doelstelling uit het Klimaatakkoord 35 TWh. De boden van de 30 RES-regio’s, inmiddels overal bestuurlijk en poli ek vastgesteld, tellen bij elkaar op tot 55 TWh. In haar eindadvies Bouwen aan de brug, terwijl we er overheen lopen (15 december 2022) schrij Greetje Bos dat een formele verhoging van de doelstelling naar bijv. deze 55 TWh tot onnodige discussie en vertraging zal leiden. Die jd hebben we juist hard nodig om ons gezamenlijk volledig op de uitvoering van de plannen te richten.

Dank voor uw uiteenze ng.

Dit betekent voor de regio Arnhem-Nijmegen dat we alles op alles moeten ze en om de 1,62 TWh in 2030 gerealiseerd te krijgen. Dat kan alleen maar lukken als in het RES 2.0 méér zoekgebieden worden aangewezen1. Dit is nodig omdat de ervaring leert dat niet op alle beoogde loca es daadwerkelijk projecten gerealiseerd zullen (of kunnen) worden, en er vertraging zal optreden. Het is daarom belangrijk - en als we het goed lezen voorziet de NRD daarin - dat de planMER zicht gee op álle loca es waar winden/of zonne-energie ontwikkeld kunnen worden (waaronder de Verkenningsgebieden uit de RES 1.0). 1 Om de angst voor ‘te veel’ projecten te beteugelen, zou dit in het uitvoeringsprogramma eventueel gepaard kunnen gaan met een jdsvolgorde voor ontwikkeling, gerelateerd aan de versterking van het net. Anderzijds, 2030 nadert al rap, dus eigenlijk moeten alle zoekloca es die de RES 2.0 benoemt zo snel mogelijk groen licht krijgen. Vergunningverlening uiterlijk op 1 januari 2025 is officieel nog steeds het doel. Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

Vragen bij de alterna even: Vraag 1: in het planMER-onderzoek (in elk geval in het alterna ef ‘energiesysteem’) zien wij graag meegenomen: a) de mogelijkheid van op malisa e door voorzieningen voor opslag (ba erijen of omze ng in waterstof) b) benu ng ter plaatse (directe kabelverbinding tussen opwekloca e en gebruiker(s) en flexibele benu ng meelopend met aanbod).

1 en 2. Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.

Vraag 2: graag zien we in beeld gebracht of er wellicht een of meer loca es zijn te iden ficeren, op méér dan 10 kilometer van een bestaand of gepland ondersta on, waar een grootschalige combina e van wind plus zon mogelijk is. Dit zou een extra te realiseren ondersta on kunnen rechtvaardigen.

3. We gaan uit van zonneparken met ruimte voor inpassing, op welke manier dan ook. Op regionaal niveau is het niet passend om dermate specifiek in te zoomen. Wij zien wel de meerwaarde in de voorgestelde maatregelen en in het vervolgproces kunnen deze in overweging worden genomen.

Vraag 3: in het alterna ef ‘natuur’ vragen we ons af hoe wordt omgegaan met kánsen voor de natuur bij zonnevelden. We vinden het van belang om zonnevelden niet te plaatsen ten koste van de natuur, maar met zorgvuldig geplaatste zonnepanelen kunnen natuurwaarden worden teruggebracht, bijvoorbeeld op loca es waar de bodemkwaliteit momenteel slecht is. Op loca es waar de landbouw te maken krijgt met bijvoorbeeld bufferzones vanwege s kstof en water, kan een combina e van zonnepanelen en natuur wellicht een nieuw verdienmodel zijn. In het proces rich ng RES 2.0 zullen wij aandacht vragen voor wat wij ‘natuurinclusieve energietransi e’ noemen. Het Loket Energie & Natuur van de Natuur en Milieufedera es, dé kennisplek en ideeënmotor voor biodiversiteit in zonne- en windparken op land, is vanaf nu geopend. Lokale overheden, energiecoöpera es en maatschappelijke organisa es kunnen bij het Loket terecht voor kennis, ervaring en ideeën over de natuurinclusieve energietransi e. Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

Onderzoek warmte: We zijn blij dat een oriënterend onderzoek naar de milieueffecten van het gebruik van warmtebronnen in de planMER wordt meegenomen, en zien uit naar de resultaten daarvan.

Dank voor uw uiteenze ng.

Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

Communica e: Eén van onze voorstellen in het voortraject, níet overgenomen in de NRD, is het in de planMER posi ef benoemen van een aantal kansen. Denk daarbij aan par cipa ef ontwerpen, lokaal eigendom, meeprofiteren door direct omwonenden, lokale werkgelegenheid en inze en van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Dank voor uw uiteenze ng. We stellen voor om uw sugges es als overwegingen mee te nemen in het vervolgproces.

Wij stellen voor om in de communica e rondom de planMER en het proces naar RES 2.0 veel aandacht aan deze mogelijkheden te besteden. Gemeenten, en ook de RES-regio Arnhem-Nijmegen, kunnen via hun beleid op deze aspecten sturen. Dit is belangrijk om een antwoord te bieden op de maatschappelijke weerstand tegen windenergie en grote zonnevelden, en te sturen op draagvlak en accepta e en ac eve deelname van inwoners en bedrijven. Provincie

Natuur en Milieu Federa e Gelderland

Tot slot: We kijken uit naar de resultaten van de planMER en wensen u veel succes met het verwerken van de zienswijzen.

Provincie

Pure Energie

Hierbij ontvangt u hierbij de zienswijze van Pure Energie Wind B.V., Postbus 3141, 7500 DC Enschede (hierna Pure Energie) op de concept No voor de Regionale Energiestrategie van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (hierna: NRD).

Dank voor uw zienswijze

Provincie

Pure Energie

Achtergrond: Pure Energie is een duurzaam energiebedrijf uit Enschede dat elke dag hard werkt aan de verduurzaming van Nederland. Pure Energie denkt dan ook graag mee met de totstandkoming van beleid en regels op het gebied van duurzame energie. Dit geldt ook voor de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, waar wij windprojecten hebben gerealiseerd en in voorbereiding hebben.

Dank voor uw uiteenze ng.

Provincie

Pure Energie

Inleiding: De NRD hee tot doel om betrokkenen en belanghebbenden te informeren over de inhoud en diepgang van het op te stellen planMER en hen te raadplegen over hun zienswijzen. De reac es worden betrokken bij de verdere uitvoering van het onderzoek. Daarnaast worden in deze NRD de kaders voor de milieuonderzoek bepaald en is de NRD daarmee een belangrijke stap in de procedure rich ng de RES 2.0. De bevoegde bestuursorganen stellen de NRD en de reac enota gezamenlijk vast. Ze vormen hiermee de uitgangspunten voor het opstellen van het planMER. Wij leveren met deze zienswijze graag onze bijdrage aan het formuleren van deze uitgangspunten.

Dank voor uw zienswijze.

Provincie

Pure Energie

Op pagina 31 van de NRD wordt aangegeven dat "Grotere windturbines (in omvang en vermogen) worden momenteel enkel gerealiseerd op zee, mede vanuit toenemende omgevingseffecten (geluid, slagschaduw, visuele verstoring) naarmate de windturbine in hoogte toeneemt."

Het uitgangspunt is een reali sche bandbreedte te onderzoeken. De twee turbinetypen (120 en 166m) bieden deze bandbreedte. In het planMER wordt toegelicht waarop de omgevingseffecten zijn gebaseerd. In de NRD is benoemd welke belemmeringen als hard zijn beschouwd. Tussen de twee typen windturbines is geen onderscheid gemaakt in het aantal belemmeringen. Er is dus geen sprake van een onjuist verband, zoals wordt verondersteld. Wel is er een verschil in afstanden. In het planMER wordt dit verschil nader toegelicht.

e Reikwijdte en Detailniveau

Reac e Pure Energie Het verband dat hier gelegd wordt tussen omvang en vermogen van een windturbine enerzijds en toenemende omgevingseffecten anderzijds is onjuist. AIle windturbines moeten ongeacht hun omvang en vermogen voldoen aan dezelfde regelgeving omtrent geluid en slagschaduw. Het is dus onjuist te stellen dat grotere windturbines in omvang en vermogen leiden tot toenemende omgevingseffecten. Het tegendeel is vaak zelfs waar. Door het kunnen toepassen van innova eve technieken bij moderne (en daarmee vaak grotere windturbines) kunnen de omgevingseffecten bij grotere windturbines vaak verkleind worden. Bovendien is het zo dat door de (veel) grotere energieopbrengst van grote windturbines er (veel) minder van nodig zijn om een gegeven energieopgave in te vullen. Dat maakt dat het invullen van een energieopgave met grote windturbines leidt tot (veel) minder omgevingseffecten dan met kleiner windturbines. Het onjuiste verband wordt ten onrechte versterkt door het verschil tussen de a eeldingen 4.3 en 4.6. Het beeld wordt hier geschetst dat een windturbine van 120 meter minder harde belemmeringen kent dan een windturbine van 166 meter. Ons voorstel is om in het defini eve NRD dit onjuiste beeld aan te passen. Provincie

Pure Energie

Op pagina 31 wordt gesteld dat de genoemde referen eturbines een realis sche bandbreedte van mogelijke windturbines weergeven. Een windturbine op land met een ashoogte van 120 meter, een rotordiameter van 117 meter en een vermogen van 3,6 MW zou daarbij de ondergrens zijn. Een windturbine op land met een ashoogte van 166 meter, een rotordiameter van 166 meter en een vermogen van 7,0 MW zou daarbij de bovengrens zijn (zie ook a eelding 4.1) Boven de a eelding wordt de term "innova eve" voor het woord windturbines geplaatst.

Dank voor uw zienswijze

De zienswijze gee geen aanleiding het planMER aan te passen. Met de gekozen turbinetypen wordt een bandbreedte onderzocht om te beoordelen welke gebieden geschikt, ongeschikt en geschikt te maken zijn voor de ontwikkeling van windparken. In het planMER wordt de term 'innova ef' vervangen door '166 meter' windturbines.

Reac e Pure Energie Wij denken dat deze weergave niet realis sch is en ons voorstel is om aanslui ng te zoeken bij de bandbreedte welke wordt gehanteerd voor de landelijke planMER windturbine bepalingen. In dit planMER worden windturbines op land met een ashoogte van 150-180 meter, een rotordiameter van 170-200 meter en een vermogen van 5-8 MW onderzocht. Tevens stellen wij voor het woord innova eve te verwijderen, dan wel in het defini eve NRD uit te leggen wat hieronder wordt verstaan. Provincie

Pure Energie

Wij verzoeken u om onze voorstellen in deze zienswijze te verwerken in de defini eve NRD voor de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen.

Dank voor uw zienswijze.

Uiteraard zijn wij graag bereid om onze zienswijze nader toe te lichten. Hiervoor kunt u contact opnemen met <naam medewerker>. Hij is bereikbaar via <emailadres>.

31

Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie

Statkra Pure Energy

Met interesse hebben wij kennis genomen van bovengenoemde NRD. Ziet eruit als een gedegen stuk werk met een logische aanpak. We willen er graag het volgende over We sluiten inderdaad graag aan bij het recente besluit van de provincie mbt de wespendief en de Veluwe (20 december). In de opmerken met betrekking tot de opgesomde harde belemmeringen (o.a. hoofdstuk 3.4). Het is logisch om gebieden met harde belemmeringen uit te sluiten, maar de vraag 1 km zone rond de Veluwe blijven windmolens prak sch onmogelijk. We stellen dan ook voor om deze zone in het is of met name opgenomen ‘harde belemmeringen’ die met natuur te maken hebben wel zo hard zijn. We zouden willen oproepen om met name de belemmering milieueffectonderzoek te behouden als harde belemmering. ‘Wespendief’ anders te kwalificeren. Dat past ook bij het recente besluit van de provincie mbt de wespendief en de Veluwe (20 december), waar duidelijk gewezen wordt op de jdelijkheid van dit besluit. Er is veel in ontwikkeling om vogelslachtoffers door windturbines te voorkomen. Zo zijn er diverse mi ga emaatregelen in ontwikkeling die In de 1 tot 8 km zone zijn windmolens voorlopig ook verboden, op een tweetal ini even na die doorgang vinden. Er lopen veelbelovend zijn.

Met name op het gebied van cameradetec e verwachten wij in de nabije toekomst tot mi ga emaatregelen te komen die instandhoudingsdoelen niet in verschillende onderzoeken naar het verminderen van aanvaringen van Wespendieven met windmolens. Daarbij kan het herstel gevaar brengen. Ons verzoek is dan ook om in de PlanMER meer ruimte in te bouwen voor een ‘ja,mits’ benadering waar het gaat om natuurbelemmeringen die van de Wespendiefpopula e op de Veluwe er in komende jaren toe leiden dat ini a even in de 1 tot 8 km zone weer mogelijk weggenomen kunnen worden door mi ga emaatregelen. We zullen alle ruimte die we kunnen vinden voor windprojecten in de regio hard nodig hebben om de klimaat- en worden. Met andere woorden: jdelijkheid is een belangrijk element in het verbod in de 1 tot 8 km zone. Dit energiecrisis te bestrijden! milieueffectonderzoek kijkt verder dan sec dit moment, op die manier kan het ook van nut zijn voor de faseringsvraag van de ontwikkeling van elektriciteitsprojecten en warmte. We stellen daarom voor om de 1 tot 8 km zone als zachte belemmering te handhaven in het milieueffectonderzoek.

Provincie

Edelweiss Renewables

Hierbij dienen wij een zienswijze in op het document Concept No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de Regionale Energiestrategie van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen d.d. 21 september 2022, zoals opgesteld door Wi eveen + Bos Raadgevende ingenieurs B.V.

Dank voor uw zienswijze.

Wij zijn als ontwikkelaar betrokken bij de hieronder genoemde windparken in diverse gemeenten in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, t.w.: - Gemeente Duiven (Windparken Innofase en De Liemers [deels]); - Gemeente Overbetuwe (Windparken Elst en Heteren); en - Gemeente Zevenaar (Windparken De Liemers [deels] en Zevenpoort). Wij verzoeken u vertrouwelijk om te gaan met onze project-specifieke informa e naar derden toe. Provincie

Edelweiss Renewables

Verruiming doelstelling voor wind Alle kleinschalige zon-PV-systemen (< 15 kWp) tellen niet mee voor de bepaling van de RES-doelstellingen, ongeacht of dit grondgebonden, zon op dak of zon op water projecten zijn. De RES-doelstelling van 0,49 TWh aan zonne-energie > 15 kWp is niet haalbaar, gelet op de groo e van te gebruiken kostbare grond (vereist meer dan 500-600 hectare aan zon). Hiernaast is de businesscase van grootschalige zon (> 15 kWp), gebaseerd op de SDE++, niet rendabel. Wij verwijzen hierbij naar het hoge percentage (ca. 50%) van zonneprojecten (dak, water en grondgebonden) met een SDE-beschikking aangevraagd bij RVO voor 2021 en 2022, welke nu al niet meer rendabel zijn en dus niet meer gebouwd worden.

Dank voor uw uiteenze ng. Het milieueffectonderzoek richt zich op geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden voor de ontwikkeling van minimaal 1,62 TWh aan duurzame elektriciteit en warmtebronnen. Haalbaarheid van businesscases en subsidies vormen geen milieuaspect en worden niet onderzocht. De onbalans in het RES 1.0 bod tussen wind en zon is een van de aanleidingen voor dit milieueffectonderzoek. Om zo inzicht te krijgen in kansrijke gebieden voor addi onele zoekgebieden voor windenergie.

Hiernaast is de verhouding van 82% zon en 18% wind, zoals benoemd in a eelding 3.4, ook nog al jd subop maal ten aanzien van een efficiënte benu ng van het elektriciteitsnetwerk. Dit gezien de verhouding voor beze ng van het netwerk voor eenzelfde vermogen met zon 3-4 zo groot is als voor wind. Conclusie: de opgave voor wind dient groter te zijn en hierop aangepast te worden. Provincie

Edelweiss Renewables

Wespendief De huidige situa e van de beperking van het aantal windturbines binnen de 1-8 km zone rondom de Veluwe, zoals aangekondigd op 20 december jl., betre een jdelijke maatregel en hiernaast worden er voorwaarden gesteld, waardoor plaatsing van windturbines binnen deze zone mogelijk blij .

We sluiten inderdaad graag aan bij het recente besluit van de provincie mbt de wespendief en de Veluwe (20 december). In de 1 km zone rond de Veluwe blijven windmolens prak sch onmogelijk. We stellen dan ook voor om deze zone in het milieueffectonderzoek te behouden als harde belemmering.

Wij zijn reeds met de Provincie Gelderland in contact en blijven in contact over de bepaling van de randvoorwaarden, om deze toe te passen op onze projecten.

In de 1 tot 8 km zone zijn windmolens voorlopig ook verboden, op een tweetal ini even na die doorgang vinden. Er lopen verschillende onderzoeken naar het verminderen van aanvaringen van Wespendieven met windmolens. Daarbij kan het herstel Het effect van de wespendief op onze projecten: deze bevinden zich alle buiten de 1 km zone, waarbij drie windparken zich bevinden binnen de 8 km zone, zijnde Windpark van de Wespendiefpopula e op de Veluwe er in komende jaren toe leiden dat ini a even in de 1 tot 8 km zone weer mogelijk Innofase (ca. 6 km op een klein gedeelte van het randgebied van de Veluwe), Windpark Elst (gedeeltelijk, ca. 7,3-7,8 km) en Windpark Heteren (ca. 3,5-6 km). worden. Met andere woorden: jdelijkheid is een belangrijk element in het verbod in de 1 tot 8 km zone. Dit milieueffectonderzoek kijkt verder dan sec dit moment, op die manier kan het ook van nut zijn voor de faseringsvraag van de Conclusie: gezien genoemde projecten zich buiten de 1 km zone bevinden, wij (voor zover mogelijk en uitvoerbaar) invulling zullen geven aan de mi gerende maatregelen/ ontwikkeling van elektriciteitsprojecten en warmte. We stellen daarom voor om de 1 tot 8 km zone als zachte belemmering te randvoorwaarden binnen de 8 km zone en met inachtneming van de conclusies in het rapport van Altenburg & Wymenga, concluderen wij, dat deze projecten niet handhaven in het milieueffectonderzoek.

uitgesloten kunnen worden voor een zoekgebied en/of opname in de RES 2.0 vanwege het aspect wespendief. Provincie

Edelweiss Renewables

Provincie

Edelweiss Renewables

Provincie

Edelweiss Renewables

Belemmeringen Waarom worden de huidige geluidscontouren voor kwetsbare objecten niet gehanteerd (o.a. in a eelding 4.6)? Waarom worden de in de markt gangbare afstanden tot woningen (250-300 meter) op basis van de huidige geluidscontouren niet gehanteerd? Graag de huidige geluidscontouren (47 dB Lden en 41 dB Lnight) en afstanden toepassen.

Het is niet duidelijk welke 'huidige' geluidcontouren hier worden bedoeld. Rond kwetsbare objecten is een minimale contour bepaald; De afstand die is gehanteerd is 385 meter. Dit geldt voor alle kwetsbare objecten. De uitgangspunten hiervoor worden in het planMER nader toegelicht;

Conclusie: de geluidscontouren en afstanden zijn geen belemmering in onze projecten. Voor sommige loca es, voor zover relevant, zullen wij enkele woningen als molenaarswoning gaan toepassen. Hierbij concluderen wij, dat deze projecten niet uitgesloten kunnen worden voor een zoekgebied en/of opname in de RES 2.0 vanwege het aspect geluid en afstand.

In het planMER wordt een gevoeligheidsanalyse voor molenaarswoningen uitgevoerd. Het gaat om de theore sch mogelijkheden in een toest achteraf, omdat op voorhand voor ieder kwetsbaar object hetzelfde beschermingsniveau geldt. De molenaarsanalyse laat de poten ële mogelijkheden zien in het bepalen van geschikte gebieden. Dit is een vervolgstap en vormt niet de basis voor het onderzoeken van de effecten.

Welke veiligheidscontouren voor kwetsbare objecten zijn aangehouden in a eelding 4.6? De a eelding 4.7 gee o.a. buisleidingen weer. Voor onze projecten betreffende buisleidingen hebben wij specifieke afspraken gemaakt met de Gasunie.

In het planMER wordt dit nader toegelicht. Daarbij gaan we uit van algemene principes, waarbij geen loca especifieke uitzonderingen worden gemaakt. De genoemde projecten zijn daarmee geen voorwaardelijk principe in de effectenbepaling.

Conclusie: de veiligheidscontouren zijn geen belemmering in onze projecten en waar nodig zijn specifieke afspraken gemaakt. Hierbij concluderen wij, dat deze projecten niet uitgesloten kunnen worden voor een zoekgebied en/of opname in de RES 2.0 vanwege het aspect veiligheid. Welke weidevogelgebieden zijn aangehouden in a eelding 4.6? Graag ontvangen wij hiervoor een meer specifieke kaart.

Weidevogelgebieden komen voort uit de provinciale verordening en zijn via de provincie op te vragen. Vogelweidegebieden vormen een harde belemmering voor de ontwikkeling van zowel wind als zonne-energie. De wet schrij hier een zorgplicht Betreffende de mogelijke weidevogelgebieden, die bij onze projecten van toepassing zijn, zullen de grondeigenaren mogelijk niet overgaan tot verlenging van de voor die ontwikkelingen verbiedt, zonder mogelijkheid om hier van af te wijken. overeenkomsten dienaangaande met de betrokken (weidevogel)verenigingen, dan wel is men in overleg om windturbines en weidevogelgebied te combineren, aangezien er de eerste 90-100 meter alleen een mast aanwezig is en geen rotor. Hoe gaan wij om met gronden die worden ingetekend als weidevogelgebied jdens de ontwikkeling van windparken, zoals bij ons project Windpark Heteren? Conclusie: op grond van het voorgaande zien wij weidevogelgebieden niet als harde belemmering voor onze projecten.

Provincie

Edelweiss Renewables

A eelding 4.8 gee de kansen en belemmeringen weer. Voor onze projecten zoals hierboven weergegeven zien wij voor onze projecten geen belemmeringen. De kansen en belemmeringenkaarten zijn gebasseerd op de tabellen in hoofdstuk 3 van de NRD. U gee aan voor uw projecten Conclusie: gezien er geen belemmeringen zijn in onze projecten, verzoeken wij de kaarten met harde en zachte belemmeringen hierop aan te passen en concluderen wij, dat geen belemmeringen te zien in rela e tot a eelding 4.8. We concluderen dat er dan ook niets aan te passen valt. deze projecten niet uitgesloten worden voor een zoekgebied en/of opname in de RES 2.0.

32

Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie

Edelweiss Renewables

Provincie

Edelweiss Renewables

Alterna ef Energiesysteem Waarop is de afstand van 10 km tot netaanslui ngen gebaseerd? Aangezien de projecteigenaren de kosten voor netaanslui ngen dragen en dit daarmee geen maatschappelijke kosten zijn, ligt de keuze voor het al dan niet investeren in een mogelijk langere netaanslui ng bij het project. Conclusie: wij zijn hier niet mee akkoord, aangezien soms langere afstanden noodzakelijk zijn en/of worden opgelegd door de netbeheerder. Referen ewindturbines Betreffende de stelling in 4.1, dat windturbines met een ashoogte hoger dan 166 m en een phoogte van meer dan 246 m rich ng 2030 de bovengrens zijn, zijn wij niet akkoord en kan dit niet zomaar gesteld worden.

Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem. Haalbaarheid van businesscases en subsidies vormen geen milieuaspect en worden niet onderzocht. Het hanteren van deze referen eturbines is getoetst bij de Vereniging van energiecoopera es en de Vertegenwoordiging van ontwikkelaars van wind-zon (NWEA).

Hetzelfde geldt ten aanzien van de stelling, dat grotere windturbines (in omvang en vermogen) momenteel enkel gerealiseerd worden op zee. Dergelijke windturbines zijn vanwege de huidige SDE++ ook op land noodzakelijk om een levensvatbare business case te krijgen en worden als zodanig ook al sinds langere jd toegepast voor projecten. Tenslo e verzoeken wij, aangezien met inachtneming van het door ons boven gestelde de geschikte gebieden een stuk groter zullen zijn, hierbij ook de kaart voor Alterna ef Energiesysteem voor windturbines met een ashoogte van +166-190 m en een rotordiameter van +160-190 m op te nemen. Conclusie: deze configura e van windturbines is noodzakelijk voor een haalbare businesscase. Hiernaast hebben bovengenoemde windturbines kleinere geluidscontouren en zijn deze uiteindelijk minder van impact op de omgeving. Provincie

Edelweiss Renewables

Zoals reeds hierboven gemeld, kijken wij nu met weidevogel- en natuurverenigingen naar het effect van windturbines op natuur in het algemeen en meer specifiek op vogels, vleermuizen, etc., omdat deze effecten sterk verminderen doordat het rotorblad van een windturbine pas begint op 90-100 m hoogte vanaf maaiveld.

Dank voor uw uiteenze ng.

Provincie

Edelweiss Renewables

Tenslo e ontvangen wij graag de digitale kaarten zoals opgenomen in de concept NRD, aangezien deze nu niet alle even goed leesbaar (bij inzoomen) en herkenbaar zijn. Wij vernemen graag indien project specifieke informa e over onze projecten gewenst is, zoals o.a. kaartmateriaal.

Dit milieueffectonderzoek kent de gehele regio als onderzoeksgebied en beschouwt daarbij gebieden en geen specifieke loca es. Het kaartmateriaal sluit daarop aan en past bij dit doel. Wel wordt bekeken of in het PlanMER hogere resolu e kaartmateriaal kan worden opgenomen om aan uw wens tegemoet te komen.

Provincie

Edelweiss Renewables

Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende geïnformeerd te hebben.

Dank voor uw zienswijze.

Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

Voorwoord Via deze zienswijze wil het Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald / Tegenwind in het Reichswald e.V. (verder BI genoemd) haar visie geven op het concept No e Reikwijdte en Detailniveau van de RES Arnhem-Nijmegen. Het BI gaat slechts voor een beperkt deel in op de inhoud van het concept. Het grootste gedeelte bestaat uit het beschrijven van de situa e t.a.v. de energietransi e in Duitsland. Daarmee wordt o.i. een realis sch beeld geschetst van de nabije toekomst van Nederland, en daarmee ook van de RES Arnhem-Nijmegen. Het beeld dat daaruit oprijst met de daaraan gekoppelde aanbevelingen en waarschuwingen zouden naar onze mening een weg moeten vinden in het uiteindelijke plan van aanpak v.w.b. de energietransi e van deze regio.

Dank voor uw zienswijze.

Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

1.Huidig Duitsland is de nabije toekomst van Nederland De onderbouwing van deze zienswijze zal voor een belangrijk deel gebruikmaken van, vergelijken met en verwijzen naar de Duitse energietransi e. Dit omdat het gegevens uit de prak jk oplevert waardoor er een realis sch(er) beeld ontstaat van hoe een land ervoor staat na een jarenlange inzet op het opwekken van duurzame energie.

Dank voor uw uiteenze ng.

1.1 Korte terugblik Duitsland ging na de ramp in Fukushima (2011) over tot de zgn. “Energiewende”. Net als momenteel in Nederland werd er des jds besloten in te ze en op het terugschroeven van het gebruik van fossiele brandstoffen en het realiseren van biomassacentrales en windturbine- en zonneparken. Dit alles met als belangrijkste doelstellingen: het terugdringen van de broeikasgassen, sluiten van kerncentrales, ona ankelijk worden van buitenlandse energie en het doorgeven van ’n schone(re), duurzame(re) wereld aan de volgende genera e. In figuur 1 staat het energieverbruik in Duitsland in 2021, uitgesplitst naar de energiebronnen waarbij het aandeel “Erneuerbare” (duurzame energie) verder is onderverdeeld. Om de verdeling goed te interpreteren is het noodzakelijk te weten dat er in 2021 ca. 32.000 windturbines1 en 2 miljoen zgn. “Photovolaikanlagen”2 ac ef waren. Een Photovoltaikanlage is een installa e van zonnepanelen. Zo’n installa e kan bestaan uit enkele zonnepanelen (bv. op daken) tot honderden of zelfs duizenden zonnepanelen (bv. zonnevelden). Het exacte totale aantal zonnepanelen in Duitsland in 2021 is niet bekend maar dat het meerdere entallen miljoenen waren, lijkt een realis sche inscha ng. 1 www.wind-energie.de/themen/zahlen-und-fakten/ 2 www.eon.de <Figuur 1. Verdeling van het energieverbruik in Duitsland 2021.

Bron: Bundesministerium für Wirtscha und Klima> De cijfers en gevolgtrekkingen: • Windenergie leverde in 2021 3,5% voor het totale energieverbruik • Fotovoltaïsche cellen (zonnepanelen) leverden in 2021 1,6% voor het totale energieverbruik • Ca. driekwart van de energie werd (en wordt) uit fossiele brandstoffen betrokken • Ongeveer de hel van de geproduceerde duurzame energie werd verkregen uit biomassa. Omdat hierin niet de uitstoot van CO2 wordt verdisconteerd, is dit een hoogst discutabele vorm van groene energie. Ook in Nederland wordt nog al jd vastgehouden aan de stelregel dat in ovens verbrand materiaal (o.a. hout) CO2-neutraal is. Dit zeer tegen de zin in van deskundigen. Het verbranden van biomassa belast het klimaat meer dan steenkool en zelfs twee tot driemaal zoveel als aardgas3. Wordt het aandeel biomassa-energie (daarom) niet meegerekend, dan bedroeg het aandeel duurzame energie na een decennium investeren 8,8 procent van het totale energieverbruik. • Het aandeel wind- en zonne-energie was in 2015: 2,3% windenergie, 1% zonne-energie; en in 2017: 2,8% windenergie, 1,1% zonne-energie4. M.a.w.: van een substan ële uitbouw van duurzame energie uit zon en wind gedurende de laatste jaren is geen sprake. • Duitsland hee bij aanvang van de ‘Energiewende’ zich een aandeel van 30% windenergie op de totale energie rond 2030 als doel gesteld5.

Met de huidige opbrengst betekent dat dus meer dan een verachtvoudiging van het huidige aantal turbines voor de komende zeven jaar. 3 www.volkskrant.nl/columns-opinie/aanpak-klimaatbeleid-kan-bij-het-brandhout~badbe709/ 4 www.bmwi.de 5 www.wind-energie.de/themen/zahlen-und-fakten/

33

Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

1.2 Nadelige effecten van windenergie Het aandeel windenergie in 2021 bedroeg dus 3,5%. En hoewel het beoogde aandeel van 30% in 2030 prak sch gezien onhaalbaar lijkt, blij de overheidsstrategie onverminderd om in zo kort mogelijke jd zoveel mogelijk windturbines te realiseren. Dat werpt de vraag op: is een (onbeperkte) uitbouw van windenergie mogelijk zonder schadelijke effecten? Voor het antwoord op die vraag zouden we eigenlijk in de toekomst moeten kijken. Dat gaat niet. Wat we wel kunnen is een inventarisa e maken van het afgelopen decennium. Welke gevolgen hee de Duitse grootschalige inzet van windenergie op de natuur, het landschap, het welbevinden en op de maatschappij? Hierbij beperkt het BI zich tot windturbines op land.

Dank voor uw uiteenze ng.

Flora & fauna 1. Naast slachtoffers onder roof- en trekvogels vallen er ook veel doden te betreuren onder vleermuizen. Jaarlijks sterven er in Duitsland 250.000. Dit aantal ligt (veel) hoger omdat veel vleermuizen sterven door inwendige bloedingen als gevolg van drukgolven van de rotorbladen. Hierdoor kunnen ze nog even doorvliegen om uiteindelijk kilometers verder te sterven. Deze worden niet rondom een turbine gevonden en worden dus ook niet in de tellingen opgenomen. Dit fenomeen doet zich vooral voor onder migrerende vleermuizen 6. 2. Verdich ng van de bodem. Niet alleen het betonnen fundament zorgt voor een verdich ng van de bodem, ook een oppervlakte ter groo e van twee voetbalvelden wordt met puin en stenen afgedekt. Hierdoor komt de dynamiek van het bodemleven, zoals (micro-)organismen en capillaire werking, nagenoeg tot s lstand. Ondanks de verplich ng om de grond na a ouw weer in oorspronkelijke staat terug te brengen, gebeurt dit in de prak jk niet of nauwelijks. 3. Geluidsoverlast, slagschaduw en duisternisvervuiling. 4. Behalve de kap van bomen en/of vernie ging van andere natuur ten behoeve van de standplaats voor een windturbine, ontstaat er ook vaak extra schade door nieuw aan te leggen infrastructuur. Denk hierbij aan het graven van kabelgoten en nieuwe wegen voor het transport van de turbineonderdelen. 5.

De bouw en werking van een turbine hee een grote nega eve impact op de natuurlijke omgeving waarin hij staat. Deze omgeving, biotoop, raakt verstoort. Dit hee op zijn beurt weer een nega ef effect op de aangrenzende biotopen en de onderlinge ecologische a ankelijkheid die tussen deze biotopen bestaat. 6. Veel windturbines worden in bossen gebouwd. De gerooide “eilanden” die daardoor ontstaan zijn extra gevoelig voor weersextremen: korte, felle buien spoelen de bodem weg; stormen hebben meer vat op de bosranden; hi e en droogte hebben door een gebrek aan schaduw meer impact. 7. Realisering van windturbines (en zonneparken) in bossen en natuurgebieden leidt tot fragmenta e. Dit gaat ten koste van de weerbaarheid en gezondheid van het bos/natuurgebied als geheel. 8. Optreden van het zgn. ‘Wake-effect’. Dit fenomeen treedt op verschillend wijzen op. Ten eerste bij turbines die in een lijn achter elkaar staan opgesteld. De voorste turbine neemt de wind, en dus het rendement, weg van de turbine die erachter staat. De turbine die daar weer achter staat, hee een nog lager rendement, enzovoort. Het tweede aspect treedt op bij turbines die in lijn naast elkaar staan. Uit onderzoek blijkt dat de lucht achter zo’n opstelling droger en warmer wordt. Er is dus minder neerslag en hogere temperaturen waarneembaar, met een reikwijdte van wel > 100 km. 9.

Milieuproblemen bij de a ouw van windturbines. Nu in Duitsland de eerste genera e turbines vervangen worden door nieuwe modellen, ziet men zich geconfronteerd met nauwelijks te verwijderen fundamenten en het vrijkomen van zeer schadelijke kunststofdeeltjes bij het kleinzagen van de rotorbladen. 10. Windturbines en m.n. zonnevelden hebben in verhouding tot hun rendementen veel grond nodig. Een kerncentrale met een vermogen van 1 Gigawa neemt een oppervlakte van 3 hectare in beslag. Een zonneveld met hetzelfde vermogen hee 1000 hectare nodig. Dit is grond dat in toenemende mate ten koste gaat van bossen, landbouwgrond en natuurgebieden. 6 www.izw-berlin.de/pressemi eilung/gefaehrlicher-flug-in-den-windpark.html Welzijn, landschap, maatschappij en economie Windturbines nemen in Duitsland niet alleen in aantallen toe maar ook in groo e. En hoe groter de turbine, des te groter het effect en bereik van de ontstane trillingen. Dat hoorbaar geluid een nega ef effect hee is evident. Onderzoek wijst echter steeds meer op de schadelijke effecten van ook onhoorbare trillingen, het zgn. infrageluid. Naar het zich nu laat aanzien bestaat er een direct verband tussen een con nue blootstelling aan infrageluid enerzijds en fysieke en psychische problemen anderzijds7. Naast alle fysieke gevolgen hee windenergie ook een impact het op maatschappelijk-economische vlak.

Denk hierbij aan een ingrijpende verandering van de (leef)omgeving, waardedaling van persoonlijk bezit en een daling in toerisme-inkomsten. Verder treedt er door de standplaatsen van wind- en zonneparken een (verdere) polarisa e op tussen stad en pla eland. Elke strategie die kansrijk wordt geacht in de energietransi e behoe ondersteuning. Echter, de entallen miljarden aan subsidies die het afgelopen decennium in m.n. de windenergie zijn gestoken werpen vooralsnog niet hun vruchten af. Ondanks belo es over het aanbieden van goedkope stroom, behoort de stroomprijs in Duitsland nog al jd tot de hoogste van Europa. Het grote geld is voornamelijk verdiend door een selecte groep van projectontwikkelaars, energiereuzen en grootgrondbezi ers. De nadelen en schade komen op rekening van de natuur en omwonenden. Dit werkt een verdere verwijdering tussen burger en overheid in de hand. 7 www.zdf.de/dokumenta on/planet-e/planet-e-infraschall---unerhoerter-laerm-100.html Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

1.3 Waarom blijven de opbrengsten achter bij de verwach ngen en doelstellingen? Dank voor uw uiteenze ng. Vanzelfsprekend zijn ze in Duitsland bij de energietransi e niet over een nacht ijs gegaan. Alvorens de eerste spa de grond in ging zijn er stapels rapporten opgesteld waar de doelstellingen uit zijn gedis lleerd. Ondanks deze voorbereiding blijven de cijfers achter bij de verwach ngen. Daar zijn vijf hoofdoorzaken voor aan te wijzen: 1. Tijdens transport van stroom gaat een aanzienlijk deel verloren. Naarmate de afgelegde weg van het stroomtransport langer wordt, neemt het verlies toe. Ook het aantal distribu enetwerken waar de stroom wordt langs gevoerd hee een nega eve invloed. Dit is vooral van toepassing op windenergie vanaf zee. 2. Opslag van stroom is nu (nog) nauwelijks mogelijk. Dit zorgt er mede voor dat bij piekmomenten het stroomnet overbelast wordt. Stroomopslag in de vorm van accu’s is kostbaar en hee een grote CO2-voetafdruk. Bovendien zijn de accu’s beperkt houdbaar en leveren ze bij ontmanteling milieuproblemen op. Waterstof is veelbelovend maar is vooralsnog kruimelwerk. 3. Technische storingen bv. als gevolg van blikseminslag, kortslui ng en vervuiling (m.n. bij zonnepanelen) 4. Grilligheid van het weer 5. Te op mis sche cijfers van producenten van windturbines en zonnepanelen. E.e.a. hangt samen met punt 4.

Rendementen die worden gebruikt door producenten van windturbines en zonnepanelen en (dus) beleidsmakers en projectontwikkelaars van wind- en zonneparken gaan meesten jds uit van ideale omstandigheden. Wanneer een zonnepaneel of turbine onder ideale omstandigheden (precies genoeg wind, precies genoeg zonlicht met ideale invalshoek) haar maximaal vermogen levert dan is er sprake van een ‘vollastuur’. Zonnepanelen leveren momenteel in zo’n 11 procent van de jd een maximaal rendement en windenergie rond de 22 procent. Dit laatste percentage is van windenergie op zee en op land bij elkaar opgeteld. Turbines enkel op land hebben een aanmerkelijk lager rendement. Ter vergelijking: geothermie en kernenergie hebben een vollastpercentage van resp. 95 en 88 procent. Bovendien zijn deze regelbaar, i.t.t. zonne- en windenergie. Punt 5 is belangrijk omdat het de discrepan e aangee tussen de theorie en de prak jk. In theorie zouden de 32.000 windturbines in 2021 in ca. 10% van het totaalenergieverbruik moeten voorzien. Maar uit figuur 1 blijkt dat dit in de prak jk slechts 3,5% was. Dit verschil tussen prak jk en theorie komt bij de vertaalslag naar Nederland verder aan bod.

34

Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

2. (Geen) terugdringing broeikasgasemissies

Dank voor uw uiteenze ng.

Momenteel staat het rapport van de Club van Rome weer volop in de belangstelling. De Club van Rome concludeerde al in 1972 dat de grenzen aan de groei zijn bereikt. De nega eve gevolgen van ons handelen vallen grofweg uiteen in drie categorieën: 1. Klimaatverandering. Door de uitstoot van broeikasgassen warmt de aarde en de atmosfeer (in een steeds sneller tempo) op. 2. Verlies van en schade aan natuur en milieu. De mens hee een ons lbare honger naar fossiele brandstoffen, ertsen, mineralen en andere grondstoffen. Voorts is hij con nu op zoek naar ruimtes voor de uitbouw van landbouw, woningbouw, wegen en industrie. Om in deze behoe es te voorzien, worden natuurlandschappen gecul veerd. Daarbij treedt niet alleen vaak verlies aan natuur op maar ook vervuiling van bodem, lucht en water. Hierdoor dreigt de samenhang tussen de bio sche systemen verloren te gaan met een mogelijke fatale disbalans van het mondiale ecologisch evenwicht tot gevolg. 3. Biodiversiteitsverlies. Als gevolg van het vernie gen, fragmenteren en vervuilen van de levensruimtes voor flora en fauna neemt de biodiversiteit af. Zo is volgens het Wereldnatuurfonds het aantal dieren sinds 1970 met 68 procent afgenomen en staan 1 miljoen soorten (flora en fauna) op het punt van uitsterven. Inmiddels is in Nederland en Duitsland 75 procent van de totale popula e insecten verdwenen.

Insecten vormen een cruciale schakel binnen de voedselketen, en dus ook voor de biodiversiteit. Elke van deze drie ontwikkelingen afzonderlijk hee op termijn grote gevolgen voor het aanzien van de planeet zoals we die kennen. Een combina e van ontwikkelingen zal de gevolgen versterken. Het is daarom van cruciaal belang ac viteiten te ontplooien die een verandering in gang ze en zodat de drie bovenstaande ontwikkelingen worden afgeremd en op termijn worden teruggedraaid. Het meest ideale zou zijn om een plan van aanpak te bedenken die de drie ontwikkelingen min of meer gelijk jdig bestrijdt; dit reduceert ook de nega eve invloed die ze op elkaar hebben. Helaas gebeurt dat vooralsnog te weinig. Beleidsmakers beperken zich voornamelijk tot punt 1, de klimaatverandering. En zelfs binnen dit thema wordt de discussie – en dus ook de aanpak – vernauwd en versimpeld tot de energietransi e. Er wordt een beeld gecreëerd dat wanneer er maar genoeg zonnepanelen, windturbines en biomassacentrales worden gerealiseerd, we dan van al onze problemen verlost zijn.

Maar is deze (eenzijdige) strategie gerechtvaardigd? Kan met deze aanpak daadwerkelijk een halt worden toegebracht aan de gevolgen van de klimaatverandering, en bij voorkeur ook de andere twee categorieën? Een deel van de antwoorden daarop vinden we in het voorafgaande: (kort door de bocht) zonne- en windenergie leveren nauwelijks iets op en hebben veel nadelige gevolgen. De bijdrage aan het terugdringen van het biodiversiteitsverlies en verlies aan natuur en milieu is sowieso nagenoeg nihil. Een ander deel van het antwoord kunnen we terugvinden in de uitstoot van broeikasgassen. In onderstaande diagram staat de uitstoot van de Duitse broeikasgassen in de periode 1990-2020. De trend is een dalende lijn. Eenzelfde trend zien we ook in Nederland en in vrijwel alle andere West-Europese landen. Dit komt door o.a. spaarzamere apparaten en betere isola e. Echte scherpe dalingen zien we bij de bankencrisis (2008-2009) en de coronacrisis (2020). Dit bewijst dat een significante daling in de uitstoot vooralsnog niet behaald wordt door duurzame energie, maar veeleer door een (dras sche) stagnering in economische ac viteiten, kortom, door een vermindering van energie(verbruik). Overigens is de uitstoot in 2021 en 2022 t.o.v. 2020 weer gestegen. <Figuur 2. Uitstoot van broeikasgassen in Duitsland 1990-2020. Bron: Umweltbundesambt>

Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

2.1 EROEI EROEI staat voor Energy Returned on Energy Invested. Het getal gee aan hoeveel energie je terugkrijgt voor de energie die je erin stopt. Als het getal bv. gelijk is aan 10, dan is er 1 kWh nodig om 10 kWh op te wekken. Hoe lager het EROEI-getal, hoe moeilijker het is om de energie op te wekken. Als het getal gelijk is aan 1, dan wordt alle energie verbruikt door de winningsmethode. In onderstaand overzicht staan verschillende vormen van energieopwekking met hun EROEI-getal.

Dank voor uw uiteenze ng.

<Tabel met EROEI data> Het lage EROEI-getal van zonne- en windenergie komt voor een belangrijk deel door winning en transport van de grondstoffen, in combina e met de geringe opbrengsten. Daar komt bij dat wanneer deze energie wordt opgeslagen, het EROEI-getal aanzienlijk daalt. Dit verklaart ook dat, ondanks de wereldwijde, intensieve uitbouw van deze alterna eve energiebronnen, zonne- en windenergie mondiaal gezien nog al jd maar in 3,6% van de energiebehoe e voorziet. Ongetwijfeld gaat dit percentage de komende jaren s jgen. Maar hoe graag we ook zouden willen, het is een illusie om te denken dat ze de fossiele brandstoffen volledig zullen vervangen. Het tegendeel lijkt vooralsnog eerder het geval: kijkend naar het EROEI-getal, de impact op natuur en milieu, het areaalgebruik en de niet-aflatende (mondiale) toename van broeikasgassen, vervangen we niet het ene energiesysteem voor de ander, maar voegen we er een systeem aan toe. Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

3. Duitsland anno 2022/2023

Dank voor uw uiteenze ng.

Na bijna twaalf jaar Energiewende is het de hoogste jd voor reflec e. Dat hee de nieuwe Duitse regering dan ook gedaan. Het hee zich daarbij niets aangetrokken van de marginale rendementen in combina e met de broeikasgasemissies en de nega eve effecten op natuur, milieu, landschap en welbevinden, maar hee het zijn oor vooral laten hangen naar de lobbyisten van zonne- en (m.n.) windenergie. Dat zit als volgt. De laatste jaren zijn er nog nauwelijks windturbines bijgebouwd, grotendeels vanwege conflicten met natuur en milieu. Om de uitbouw een doorstart met minder obstakels te geven, zijn – mede door invloed van de windlobby – voorstellen om we en ter bescherming van natuur, milieu en landschap uit te kleden in het regeerakkoord neergedaald. Door de oorlog in Oekraïne is de drang tot een grootschalige uitbouw van zonne- en windenergie alleen maar toegenomen. Dit om niet langer a ankelijk te willen zijn van Russisch gas. Bij het presenteren van het ‘Osterpaket’ (april 2022) sprak de minister van ’Wirtscha & Klimaschutz’ Robert Habeck van een zaak van na onaal belang en zelfs van na onale veiligheid. Door het naar dit niveau te llen, beoogt de regering de uitbouw van duurzame energie zonder noemenswaardige weerstand te laten verlopen.

Zelf beschouwen ze hun plan volledig verenigbaar met de natuur (“naturverträglich”) maar natuurorganisa es vrezen dat hierdoor de we en ter bescherming van natuur en milieu en biodiversiteit nóg verder ondergeschikt worden gemaakt aan de uitbreiding van duurzame energie. Naast de inperking van natuurwetgeving is ook het recht op inspraak dras sch beknot en zijn procedures voor de ontwikkeling van zonne- en windenergie verkort en vereenvoudigd. Met dit laatste is de zorgvuldigheid die juist vereist is bij dergelijk gecompliceerde ondernemingen, overboord gekieperd. Onlangs is het hele pakket aan nieuwe wetgeving aangenomen en de verwach ng is dat deze in het voorjaar 2023 van kracht wordt. De nieuwe Duitse regering stree naar een verdubbeling, sommigen spreken over een verdrievoudiging, van het huidige aantal windturbines. Met een oppervlakte van 357.000 km² wordt het nog een heel karwei om daar 65.000 – 100.000 turbines in te plaatsen. Nog los van de vraag hoe het land er dan komt uit te zien, windenergie zal dan nog al jd maar voor 7 – 11% in het energieverbruik voorzien.

35

Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

4. Vertaalslag naar Nederland, en dus ook naar RES Arnhem-Nijmegen

Dank voor uw uiteenze ng.

De energieverdeling en het energieverbruik per hoofd van de bevolking zijn in Nederland en in Duitsland goed met elkaar te vergelijken. Zo is in beide landen het aandeel elektriciteit ca. 17 procent van de energiehuishouding; warmte neemt ca. 42 procent voor haar rekening. In beide landen voorzien fossiele brandstoffen voor 75-85% in de energiebehoe e (zie o.a. figuur 1). Omdat beide landen goed te vergelijken zijn, valt er dus ook een realis sche inscha ng te maken over de benodigde hoeveelheid windturbines in Nederland; het is immers dezelfde wind die (niet) waait. Maken we v.w.b. windenergie een vertaalslag naar Nederland (inwoners gedeeld door turbines), dan zijn er voor een vergelijkbaar aandeel van 3,5% windenergie bijna 7.000 windturbines nodig. Met een aantal van 350 komt dit neer op gemiddeld 20 turbines per gemeente. In het geval van de RES Arnhem-Nijmegen betekent dit: 16 (gemeentes) x 20 = ca. 320 windturbines. Maar ook op het vlak van de energietransi e is Nederland goed te vergelijken met de oosterburen. Met een (hoofdzakelijke) inzet op zon, wind en biomassa kiest het immers voor een vrijwel iden eke strategie. Dit betekent dat de effecten zoals we die in de afgelopen 12 jaar in Duitsland hebben gezien – uiteengezet in de voorafgaande pagina’s – ook in Nederland (en dus ook in de regio Arnhem-Nijmegen) zullen optreden.

Sterker, enkele van de ontwikkelingen waar Duitsland (in het begin) mee te maken kreeg, en in sommige gevallen nog steeds mee te maken hee , komen nu al aan de oppervlakte in Nederland: - Onduidelijkheid over de geluidsnormen en afstandsregeling8. E.e.a. hee te maken met (verouderde) wetgeving die achter de nieuwste ontwikkelingen aanhobbelt. - Het plaatsen van turbines nabij en zelfs in (beschermde) natuurgebieden. Inmiddels zijn dat er vier op de en9. - Discussie over infrageluid. Dit sleept zich in Duitsland al meer dan en jaar voort. In het concept NRD wordt in dit verband verwezen naar publica es van het RIVM, die geen bezwaren onderkent. Echter, experts dringen steeds vaker en steeds nadrukkelijker aan op nader onderzoek. Dit geldt ook (voor het menselijk oor) hoorbaar geluid. - Weerstand vanuit omwonenden (bv. door de komst van datacenters die alle duurzaam geproduceerde energie opeisen). - Weerstand vanuit de buitengebieden, omdat daar de bulk van de beoogde duurzame energie vandaan moet komen. Dit speelt al in Groningen en Drenthe. - Discussie over natuurbehoud versus technologische aanpak. Hoewel in onze op ek de strijd voor natuurbehoud en de aanpak van de klimaatverandering niet uit elkaar dient te worden getrokken, lijkt het er steeds meer op dat louter voor technologische op es wordt gekozen (d.i.

uitbouw van zonne- en windenergie, CO2-afvang/opslag, biomassacentrales etc.), waarbij de natuur steeds vaker het onderspit del . - Een sterke groei aan duurzame energie in het begin van de energietransi e (in Duitsland waren dat m.n. de eerste 4 jaar) - Een ontoereikend stroomnet voor de toevloed aan aangeboden elektriciteit Kijken we naar het vervolg van de effecten en ontwikkelingen, dan ligt het in de lijn der verwach ng dat Nederland – en dus ook de regio Arnhem-Nijmegen – de komende jaren te maken krijgt met (in willekeurige volgorde): - Na een aanvankelijk snelle, op mis sch stemmende groei van geproduceerde duurzame energie, komt er betrekkelijk snel de klad in. Voor een belangrijk deel komt dat vanwege de fysieke beperkingen en juridische procedures. - Tegenvallende rendementen - De verre van schone energie uit biomassa gaat de boeken in als producent van bijna de hel van de totale hoeveelheid duurzame energie - Er treedt geen sterke daling op van de broeikasgasemissies - Ook in Nederland valt te vrezen dat bij het uitblijven van een significant aandeel duurzame energie, we en dusdanig worden aangepast gaan worden waarbij de natuur, milieu en omwonenden de dupe worden. Overigens lijkt het erop dat in navolging van de veranderingen in de wet- en regelgeving in Duitsland ook op Europees niveau vergelijkbare aanpassingen gaan worden doorgevoerd.

Mochten die er daadwerkelijk komen, dan zal dat verstrekkende gevolgen hebben voor het aanzien van het Nederlandse landschap, de Nederlandse natuur en het welzijn van mens en dier10. - Een (niet aflatende) hoge stroomprijs - In het concept NRD wordt gestreefd naar clustering van windturbines. Ook dit was in Duitsland lang het streven. Vanwege de tegenvallende resultaten in rendement en beperking van de uitstoot van broeikasgassen is deze ambi e echter losgelaten. Het gevolg is dat er nu in een hoog tempo individuele turbines gebouwd worden. 8 www.bnnvara.nl/zembla/ar kelen/geluidsoverlast-door-windmolens-dit-is-wat-zembla-erover-ontdekte 9 www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/vier-op-de- en-nieuwe-windmolens-worden-in-of-naast-beschermd-natuurgebied-gebouwd~b08da111/ 10 www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/energiecrisis-noopt-europa-tot-versnelling-bouw-zonnevelden-en-windmolens-hoe-werkt-de-aangekondigde-noodwet~bb5614 /

Provincie

Bürgerini a ve Gegenwind im Reichswald/ Tegenwind in het Reichswald e.V.

5. Sugges es en aanbevelingen

Dank voor uw uiteenze ng.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=a66bb658-8277-4134-98f5-dc7f28c8d76f