Definitief NRD - Nota Beantwoording Zienswijzen NRD PlanMER RES GMR.pdf
Tekst van het document
In tabel 2.1 (pag. 19) staat vermeld dat de omgevingsvisie van Rheden in ontwikkeling is. Wij vinden deze toelich ng te summier en zien graag een verwijzing naar vigerend (ruimtelijk) beleid. Voor onze gemeente zijn dit o.a. de Omgevingsvisie Buitengebied Rheden (2019), het beleidskader Energie en Landschap (2021) en de Transi evisie Warmte (2021). Rheden
Gemeente Rheden
Wij bedanken u voor de gelegenheid om onze zienswijze uit te brengen en zien uw reac e graag tegemoet.
Dank voor uw zienswijze.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Hierbij maken wij van de gelegenheid gebruik een zienswijze in te dienen op de concept No Arnhem-Nijmegen van 21 september 2022.(NRD)
Dank voor uw zienswijze en uiteenze ng.
e Reikwijdte en Detailniveau planMER RES Groene Metropoolregio
De opmerkingen richten zich met name op de voorgestelde beperkte onderzoeken naar de lee aarheid, gezondheid en hinder voor mensen in aaneengesloten woongebieden. Daarnaast maken wij ons erns ge zorgen over lage waardering die toegekend wordt aan natuur en landschap. Wij hebben eerder, in het proces voor vaststelling van RES 1.0, aangegeven dat de aanvullende zoekloca e voor zowel zon als wind in de uiterwaarden bij Velp een onevenredig grote impact hee op inwoners van Velp zuidoost. De lee aarheid en gezondheid van veel bewoners komt in het gedrang. Daarnaast maken wij ons erns g zorgen over de gevolgen voor natuur en landschap. Beide laatsten zijn zeer belangrijk voor de inwoners van Velp, voor de gemeente Rheden, maar zelfs op landelijk en op Europees niveau is het landschap van onze gemeente van belang. Een eerlijk, evenwich g en grondig onderzoek vinden wij daarom van groot belang. Dat is een eerste vereiste om tot een goede PlanMER te komen. Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
In de NDR worden de effecten voor aangesloten woongebied niet aangegeven. Dit vinden wij een groot gemis. Er wordt uitsluitend gerept over individuele objecten. Wij vinden het noodzakelijk dat het aantal getroffenen en de zwaarte van het nega eve effect voor woongebieden goed zichtbaar wordt gemaakt. Bij de beoordeling van de alterna even moet dit meegewogen worden. Wij verzoeken daarom inzichtelijk te maken hoe met de som; “effect x aantal getroffenen”, wordt omgegaan.
In het milieueffectonderzoek wordt aan iedere woning een gelijke bescherming toegekend. Achteraf wordt een gevoeligheidsanalyse op molenaarswoningen uitgevoerd. Hiermee brengen we de ruimte in beeld die ontstaat als bij verspreid liggende woningen indien een woningeigenaar zijn/haar woning tot molenaarswoning maakt. Dit wil niet zeggen dat hier niet hoe te worden voldaan aan de wet- en regelgeving en individuele bescherming van de bewoners. Het effect x aantal getroffenen is bij uitstek een keuze die gemaakt kan worden door besturuders in het proces rich ng RES 2.0. In het milieueffectonderzoek wordt het nega eve effect voor woongebieden niet apart beoordeeld.
18
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
De geluidsbelas ng op de woningen in Velp zuidoost is vanwege de A12 en de A348 al verschrikkelijk hoog (vaak > 65 dB). Dat is bij U, de gemeente en bij de provincie In het milieueffectonderzoek wordt binnen het alterna ef leefomgeving rekening gehouden met de huidige geluidbelas ng. bekend. Door het plaatsen van windturbines zal een cumula e van geluid van verschillende bronnen (snelweg/windmolens) plaatsvinden. Dit zal grote invloed hebben op de Hierbij is 63 dB aangehouden als grenswaarde, overeenkoms g het Gelders ac eplan geluidbelas ng. Het gezondheid van bewoners. milieueffectonderzoek brengt de effecten op hoofdlijnen in beeld. Mocht er te veel geluidbelas ng zijn, dan zullen gebieden Wij vinden het noodzakelijk dat in de PlanMER inzicht wordt gegeven in de totale geluidbelas ng bij woongebieden. Nu ontbreekt daarvoor enige ac e in de NRD. aangemerkt worden als ongeschikt en/of als gebieden waar mi gerende maatregelen nodig zijn. De keuze voor loca es volgt niet uit dit milieueffectonderzoek. Dit valt in het vervolgproces rich ng de RES 2.0 . Hierna volgt uitwerking van de gebieden en kan voor projecten loca especifiek onderzoek worden gedaan.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
In de NRD wordt ( voorlopig) vastgehouden aan de minimalis sche - en sterk verouderde normen. Zij zijn gebaseerd op kleine windmolens met een capaciteit van 2 MW en een max phoogte van 150 meter. De implica es van de voorgestelde windturbines met een hoogte van 245 m worden door het gebruik van oude normen en uitgangspunten sterk onderschat. Dit geldt voor geluid en ook voor de zichtbaarheid vanuit woonkernen op de zeer grote windturbines. Aandacht voor de nega eve landschappelijk effecten van de windturbines, gezien vanuit woonkernen , dient danook opgenomen te worden in de NRD.
De gebruikte uitgangspunten zijn gebaseerd op onderzoeken die elders in Nederland zijn uitgevoerd. De bewering dat de normen verouderd zijn wordt niet onderbouwd, hierop kunnen wij daarom inhoudelijk niet ingaan. Er wordt in het planMER aandacht gegeven aan de landschappelijke effecten. Op projectniveau kan dit loca especifiek onderzocht worden, evenals de normen voor o.a. geluid.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Gelet op de nieuwe inzichten ten aanzien van geluidshinder zou uitgegaan moeten worden van het hanteren van het voorzorgprincipe. Dit betekent bepaling van effecten binnen een afstand tot de woonomgeving van 10 x de phoogte ( 2450 m). Wij verzoeken u in de PlanMER de hinder binnen de cirkel van 10 x phoogte voor de omgeving inzichtelijk te maken en mee te wegen bij de opstelling van alterna even.
Dit planMER onderzoekt de effecten op regionale schaal op hoofdlijnen en gebiedskarakteris eken in plaats van loca especifieke kenmerken. Het is niet zinvol om de effecten op loca eniveau te beoordelen, omdat dit in dit stadium weinig bijdraagt aan keuzes op gebiedsniveau. Dit kan in een verdere uitwerking van een project wel plaatsvinden.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Ter illustra e vindt u hieronder een beeld van de grote impact van twee windturbines in de Velperwaarden op de stedelijke omgeving. Binnen dit gebied worden binnen In het planMER worden geen keuzes gemaakt voor loca es. In de NRD en straks in het planMER wordt uiteengezet waarom enkele jaren nog 800 woningen toegevoegd. De lee waliteit in het gebied van de blauwe cirkel wordt aangetast. Wij vinden dat dergelijke ingrijpende effecten nu niet in de slagschaduwonderzoek geen onderdeel uitmaakt van het milieueffectonderzoek. Kort samengevat is dit aspect vanwege te PlanMER zichtbaar worden gemaakt en dus niet worden meegewogen. Daarom verzoeken wij hiervoor extra inspanning te doen via de NRD. treffen mi gerende maatregelen niet onderscheidend in een keuze voor zoekgebieden voor windturbines.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Wij maken ons erns ge zorgen over de waardering van de kernkwaliteiten van het landschap. Ook de waardering van de natuur en de samenhang in Natura 2000 gebied en In het planMER wordt de onderzoeksmethodiek verder uitgewerkt en toegelicht. Daarbij begrijpen wij dat de benaming de ecologische verbindingszone’s komt onvoldoende in beeld en wordt daardoor onvoldoende gewaardeerd bij de weergave van de alterna even. Veel wordt gewaardeerd quickscan verwarring gee . Het betre een analyse op hoofdlijnen uitgevoerd door experts, die vaker dergelijke onderzoeken op basis van quick-scans. Ons inziens worden de quick-scans te veel ingezet. Wij pleiten voor gedegen onderzoek en daarmee ook voor transparan e. De quick-scans worden uitvoeren. De onderzoeken dragen bij aan het in beeld brengen van de effecten van wind en zon voor de regio. Op niet toegelicht en ook de methoden worden niet aangegeven. projectniveau is in veel gevallen aanvullend onderzoek nodig.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Wij vrezen dat via de quick-scans toegewerkt wordt naar het doel om zoveel mogelijk windturbines te plaatsen. Het oprekken van de restric es is een heilloze weg, waarbij landschap en natuur, en in het bijzonder de samenhang in de ecologische verbindingszone`s, wordt opgeofferd voor het energiedoel.
Het planMER brengt in beeld welke gebieden geschikt, ongeschikt en/of ongeschitkt te maken zijn voor wind- en zonne-energie (en warmte). Het planMER onderzoekt de effecten. Het planMER gaat uit van de doelstelling uit de RES 1.0 om 1,62 TWh duurzame energie op te wekken. In de RES 2.0 kunnen keuzes voor aanvullende zoekgebieden worden gemaakt.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Wij missen bij de bepaling van effecten in de uiterwaarden ook de gevolgen voor bouwen in uiterwaarden voor de bescherming tegen hoogwater. Ook voor de toekomst dient de ruimte voor het doorlaten bij hoogwater nog verruimd te worden en niet verminderd.
Dit wordt in het planMER op hoofdlijnen beschouwd onder het thema water en veiligheid.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Wij begrijpen de wens vanuit het RES en de netbeheerder om een technisch betere balans tussen wind en zon na te streven. Dit mag echter niet onevenredig ten koste gaan Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te de lee aarheid van inwoners , van natuur en van landschapskwaliteiten. Wij zien in de NRD geen ingangen om de nega eve effecten van de lee aarheid, landschap en staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit natuur inzichtelijk te maken bij het technisch alterna ef. Graag daarom in de NRD hiervoor aandacht. alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Tenslo e vinden wij het ontoelaatbaar dat in de Plan-MER volgens de NRD geen rekening wordt gehouden met de nega eve effecten bij de aanleg van wind- en zonneparken. Met name in uiterwaarden, Natura 2000 gebied, GNN-gebied zullen de effecten erg verstorend zijn voor flora en fauna. Naar onze mening zullen dit geen jdelijke effecten zijn. De ingreep zal veelal grote onomkeerbare schade veroorzaken. Deze onomkeerbare effecten dienen in de PlanMER te worden meegewogen.
De effecten worden indien relevant onderzocht. Echter we zien veelal dat de effecten in de aanlegfase slechts jdelijk impact hebben en dat de effecten jdens de gebruiksfase significanter zijn. De gebruiksfase is in dit geval de situa e dat de windturbines er daadwerkelijk staan en de zonnevelden er liggen. Het planMER neemt de effecten dus al mee, indien relevant voor de regionale keuzes die voorliggen rich ng herijking van de RES.
Rheden
Belangengroep Velp Zuidoost
Wij vertrouwen erop dat U bovenstaande wensen verwerkt in de defini eve NRD.
Dank voor uw zienswijze.
Renkum
Inwoner
Er zijn veel ontwikkelingen rondom warmtene en. Die zie je terug in de z.g. Vijfde-genera e-warmtene en: h ps://exper secentrumwarmte.nl/themas/technische+oplossingen/techniekfactsheets+energiebronnen/5e+genera e+warmte-+en+koudene en/default.aspx Met deze techniek is het mogelijk om als groeimodel kleinschalige warmtenetsystemen aan te leggen (ordegroo e vanaf enkele entallen woningen). Dat wordt gerealiseerd met bijv. de toepassing van diverse warmte-opslagsystemen (bijv. thermische bassins onder grasveldjes), ne en voor zeer lage temperatuurniveaus (12-15 graden C), collec eve warmte-opwek en de inpassing van verschillende soorten warmtebronnen door verschillende par jen.
We zien dit inderdaad als belangrijke innova es in de warmtetransi e. 5e genera e warmtene en vallen binnen het milieueffectonderzoek onder warmtene en in het algemeen, er wordt dus geen expliciete uitsplitsing gemaakt. Wel kijken we of het mogelijk is om (lokale) warmteopslag mee te nemen in het milieueffectonderzoek en op welke wijze we dit op het generieke regioniveau kunnen onderzoeken.
<Illustra e slagschaduw en belanghebbenden>
Deze ontwikkeling zal ook in de vergunningensfeer impact hebben, en daarom zou deze ontwikkeling ook in de NRD benoemd kunnen worden. Ik kan mij echter voorstellen, dat dit impliciet is meegenomen in de tekst over warmtene en, en dan vervalt dit verzoek natuurlijk. Rozendaal
Gemeente Rozendaal
In de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen werken zes en gemeenten, de provincie Gelderland, drie waterschappen en netbeheerder Liander samen aan duurzame energie met een Regionale Energie Strategie (RES). In de RES staat hoe we in onze regio van fossiele energie overschakelen op duurzame elektriciteit en duurzame warmte.
Dank voor uw zienswijze.
De afspraken uit de RES 1.0 moeten worden vertaald naar omgevingsbeleid. Hiervoor is verder onderzoek nodig: een Milieueffectrapportage (planMER). Om te bepalen welke milieueffecten hiervoor onderzocht gaan worden en op welke wijze dit gaat gebeuren is een concept No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. De concept No e Reikwijdte en Detailniveau ligt ter inzage tot en met vrijdag 23 december 2022, met de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Graag maken wij gebruik van deze gelegenheid. Binnen de gemeentegrenzen van de Rozendaal is geen zoekgebied opgenomen voor grootschalige opwek van energie via wind of zon, hierdoor zal de impact van de RES 2.0, en de daarvoor uitgevoerde Milieueffectrapportage, voor Rozendaal ook gering zijn. Met deze zienswijze willen wij waardering uitspreken voor de nu voorliggende concept No e Reikwijdte en Detailniveau, waarin helder is verwoord op welke wijze en met welke diepgang het milieueffectenonderzoek wordt uitgevoerd om zo het milieubelang volwaardig af te wegen. De gemeenteraad wenst de Groene Metropoolregio succes met de verdere uitwerking van een breed gedragen Milieueffectrapportage voor de RES 2.0. Westervoort
Gemeente Westervoort
In verband met de actualisa e van de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 van de Groene Metropoolregio (GMR) in een RES 2.0 wordt eerst een milieueffectrapportage (MER) gemaakt. Hiervoor wordt de we elijk voorgeschreven procedure gevolgd. De raad van de gemeente Westervoort hee kennis genomen van de gepubliceerde concept-No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De raad hee op 19 december 2022 besloten hierop een zienswijze in te dienen. Deze luidt: ‘houdt rekening met het gevoerde intensieve par cipa eproces voorafgaande de RES 1.0 en de onderzoeken die daarvoor bijvoorbeeld al zijn uitgevoerd op lokaal niveau in Westervoort ’.
Dank voor uw zienswijze. Van uw par cipa eproces voorafgaande de RES 1.0 en de documenten die dat hee opgeleverd is kennis genomen. Het leidt niet tot wijzigingen in het voorgenomen milieueffectonderzoek, maar is waarde in het vervolgproces rich ng herijking van de RES.
Graag zien wij in de defini eve NRD terug hoe u met onze zienswijze rekening zal houden. Voor nadere toelich ng kunt u zich wenden tot de genoemde contactpersoon, de <naam werknemer>.
19
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Wijchen
Inwoner
Hierbij zend ik u mijn zienswijze met betrekking tot de Concept No e Reikwijdte en Detailniveau planMER RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. De kaarten zijn erg onduidelijk en onoverzichtelijk. Het is maar gissen waar loca es zich bevinden.
Dank voor uw zienswijze. Dit milieueffectonderzoek hee de gehele regio als onderzoeksgebied en hee als doel om geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden te iden ficeren voor de opwek van tenminste 1,62 TWh duurzame elektriciteitsopwek en warmte. De kaarten en de resolu e van de kaarten lenen zich voor dat doel. Het iden ficeren van specifieke loca es is in dit onderzoek niet aan de orde. Wel wordt bekeken of in het PlanMER hogere resolu e kaartmateriaal kan worden opgenomen om aan uw wens tegemoet te komen.
Wijchen
Inwoner
Gemeentelijk beleid. "Gedragscode Windenergie Wijchen" ontbreekt in het lokaal beleid en dient wel meegenomen te worden in het totale proces.
In dit milieueffectonderzoek wordt gemeentelijk beleid, waaronder de genoemde gedragscode, niet meegenomen. Voor de ontwikkeling van windenergie is de provincie bevoegd gezag. Nadere regels, zoals een gedragscode, mogen dan ook alleen worden opgelegd door de provincie. Dat gezegd hebbenden, hechten alle overheden in de regio aan een passende betrokkenheid van omwonenden bij planvorming en -realisa e. Op regionaal niveau worden de milieueffecten voor wind- en zonne-energie onderzocht. Het resultaat is een ona ankelijk milieuonderzoek, waarbij duidelijk wordt wat de milieueffecten zijn op gebiedsniveau. Het is vervolgens aan de regio om dit te vertalen naar mogelijke nieuwe zoekgebieden en de RES 2.0.
Wijchen
Inwoner
In de quickscan wordt geen rekening gehouden met de gevolgen bij aanleg. De kwetsbare infrastructuur van de Maasbandijk met zijn landelijke toegangswegen waar jdens Dit milieueffectonderzoek hee de gehele regio als onderzoeksgebied. Tijdelijke milieueffecten, zoals de gevolgen bij aanleg de aanleg van zo'n megaproject geen rekening mee gehouden hoe te worden, lijkt mij niet verkoopbaar. Hoe denkt Rijkswaterstaat hierover? zijn zeer loca especifiek. Daardoor zijn ze in een regionaal milieueffectonderzoek niet of nauwelijks in beeld te brengen. Op het moment dat een concreet project zich aandient, wordt - met name voor windprojecten - een passende m.e.r.-beoordeling of projectMER opgesteld. Hierin kunnen jdelijke effecten en gevolgen bij aanleg worden onderzocht.
Wijchen
Inwoner
Er wordt, mijns inziens, met de toegepaste criteria onvoldoende rekening gehouden met het belang van de natuur in de directe omgeving van dicht bevolkte kernen. Door in Dit milieueffectonderzoek hee de gehele regio als onderzoeksgebied en hee als doel om geschikte, geschikt te maken en buitengebieden aansluitend aan de kernen windparken te plaatsen, zijn deze bewoners genoodzaakt om elders hun rust en ontspanning te gaan zoeken. Meer kilometers ongeschikte gebieden te iden ficeren voor de opwek van tenminste 1,62 TWh duurzame elektriciteitsopwek. Zowel 'natuur' als vervoer en ophoping van mensenmassa's op andere natuurgebieden zoals de problema ek bij de Veluwe al duidelijk maakt. 'leefomgeving' zijn daarin twee alterna even om dit doel te bereiken. Vanuit beide oogpunten wordt de ontwikkeling van duurzame elektriciteit dus expliciet onderzocht.
Wijchen
Inwoner
Daarnaast is het gebruik van warmtebronnen onderdeel van de RES 1.0. In de RES 1.0 is een eerste basis gelegd met betrekking tot warmte. Er is echter geen specifieke doelstelling aan het gebruik van warmtebronnen gekoppeld. Gemiste kans met de hedendaagse ontwikkelingen en technieken. Zou wel aan de orde moeten zijn.
Wijchen
Inwoner
Het opstellen van een planMER helpt om alle (ruimtelijke) belangen en claims zichtbaar te maken en onderling af te wegen. De gevolgen voor onder meer het landschap, de In het RES 1.0 bod is 89% zonne-energie voorzien en 11% wind. Vanuit het stroomnet bezien is een 50%-50% verdeling op natuur en de leefomgeving worden op een navolgbare- en toetsbare wijze in beeld gebracht. De provincie Gelderland stelt gelijk jdig een windvisie op. De resultaten van elektriciteitssta onsniveau wenselijk. De disbalans in het RES-bod is één van de redenen om dit milieueffectonderzoek uit te het planMER van de regio worden opgenomen in de windvisie van de provincie. voeren. Om zo - vanuit milieuaspecten - zicht te krijgen op geschikte, geschikt te maken, en ongeschikte gebieden voor de ontwikkeling van extra windenergie. De wijze waarop dat wordt onderzocht is volledig ona ankelijk en via het opgenomen De nadruk ligt van begin af aan op wind, in het voor ons althans op één na slechtste gebied qua opbrengst. Worden onderzoekkeuzes gemaakt aan de hand van wenselijke beoordelingskader in de NRD ook voor iedereen volledig transparant en navolgbaar. Daarnaast beoordeelt de landelijke verwach ngen of zijn de onderzoekkeuzes volledig ona ankelijk? commissie m.e.r. zowel deze No e Reikwijdte en Detailniveau (NRD), als het het opvolgende milieueeffectonderzoek op al haar face en.
Wijchen
Inwoner
De bevoegde bestuursorganen zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor de keuze van zoekgebieden voor de opwek van wind- en zonne-energie. Zijn zij verantwoordelijk voor de keuze van zoekgebieden. Wordt daarmee aangegeven dat menselijke invloed bepaalt of een gebied wel of niet meegenomen wordt in het zoeken naar de meest geschikte loca es? Of lees ik het verkeerd en is het gehele gebied ona ankelijk onderzocht en is het de verantwoording van de bevoegde bestuursorganen of zij wel of niet kiezen voor een bepaald gebied om verdere ontwikkelingen uit te werken?
Het gaat inderdaad om uw tweede interpreta e. De hele regio wordt - vanuit milieuaspecten - ona ankelijk onderzocht op geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden voor de opwekking van tenminste 1,62 TWh aan duurzame elektriciteit en warmte. Het is vervolgens aan de bevoegde bestuursorganen of zij wel of niet kiezen voor een bepaald gebied om verdere ontwikkelingen uit te werken.
Wijchen
Inwoner
In paragraaf 2.7.1 zijn de ‘Instruc eregels windturbines’ opgenomen. Ar kel 2.62 stelt dat een bestemmingsplan dat de oprich ng van een windturbine of windturbinepark mogelijk maakt, aandacht besteedt aan: 1 de ruimtelijke kenmerken van het landschap; 2 de maat, schaal en inrich ng in het landschap; 3 de visuele interferen e met een nabijgelegen windturbine of windturbines; 4 de cultuurhistorische achtergrond en waarden van het landschap; 5 de beleving van de windturbine of het windturbinepark in het landschap.
In het ar kel wordt verwezen naar een bestemmingsplan. Dit is de ruimtelijke borging van een gebied op gemeentelijk niveau en is daarmee in dit regionale milieuonderzoek niet aan de orde. Op het moment dat een ini a ef voor een windproject zich aandient wordt op projectniveau een passende m.e.r. beoordeling of ProjectMER opgesteld . Op dat moment worden de milieueffecten op lokaal niveau onderzocht en wordt gekeken naar de lokale inpassing, draagvlak en beleving.
Wijchen
Inwoner
Tijdelijke effecten in het planMER: Tijdelijke effecten die na de aanlegfase voorbij zijn (zoals een jdelijke invloed op het landschap of op ruimtegebruik door aanlegwerkzaamheden), beschouwen we in het planMER niet, tenzij deze een risico vormen voor de uitvoerbaarheid. Tijdelijke effecten zijn over het algemeen niet bepalend voor de keuze van gebieden of een keuze tussen de verschillende energie- en warmtetechnieken. Effecten die weliswaar optreden jdens de aanlegfase, maar een langere doorwerking hebben (zoals s kstofdeposi e), worden eveneens niet beschouwd in het planMER. Dit kan, evenals overige jdelijke effecten, worden beschouwd in een projectMER voor concrete projecten. In het planMER wordt nader toegelicht welke effecten niet worden beschouwd en waarom.
Wijchen
Inwoner
Navolgbaarheid zoekgebieden RES 1.0 - Advies Commissie m.e.r. op RES 1.0: ‘Het is op basis van de beschikbare informa e voor de Commissie niet duidelijk op basis van welke (milieu)afwegingen de zoekgebieden tot stand zijn gekomen. De RES 1.0 gee namelijk goede belemmeringenkaarten én een duidelijk eindbeeld/kaart, maar het is onvoldoende navolgbaar hoe dit eindbeeld zijn vorm hee gekregen’.
De reden hiervoor is terug te voeren op het na onale Klimaatakkoord. Daarin is de RES regio's gevraagd om een doelstelling te formuleren voor de opwek van duurzame elektriciteit en is tegelijker jd de regie voor de warmtetransi e bij de individuele gemeenten gelegd.
Ook de beleving voor de direct omwonenden? Hoe gaan we dat terugzien. Waaruit blijkt dat er daadwerkelijk naar ons geluisterd gaat worden? Aan het belang van deze effecten wordt niet getwijfeld. Ze zijn echter - op regioniveau - niet bepalend voor de keuze van gebieden of een keuze tussen de verschillende energie- en warmtetechnieken. Daar komt bij dat jdelijke effecten veelal sterk loca egebonden zijn. Iets waar in een regionaal milieueffectonderzoek weinig over te beschijven valt in algemene zin. Op het moment dat zich een concreet energieproject aandient zal in veel gevallen een m.e.r. beoordeling of projectMER worden uitgevoerd. Daarin kunnen de jdelijke effecten worden onderzocht.
Jammerlijk mankement aan planMER omdat ook deze effecten van belang zijn.
Mag ik hieruit concluderen dat dit onderzoek naar de juiste zoekgebieden, gebaseerd op en uitgaande van RES 1.0, voortborduurt op een niet goed gedocumenteerde basis? Kan, mag en wilt u op deze onduidelijke basis verder beleid maken met alle gevolgen voor mens en dier? En zijn er onderzoeken die al reeds uitgevoerd zijn door andere par jen zoals ini a efnemers meegenomen in deze opstelling NDR? In hoeverre zijn deze ona ankelijk opgesteld? Is de RES 1.0. dan wel het juiste uitgangspunt? Zie ook onderdeel uit onderstaand ar kel Wijchen
Inwoner
Sturende criteria: Op basis van de effectanalyses die in stap 2 zijn uitgevoerd en het par cipa eproces, worden sturende criteria in beeld gebracht. Dit zijn criteria die voorkeuren aangeven (posi ef sturende criteria) of gebieden juist minder wenselijk maken (nega ef sturende criteria). De sturende criteria volgen uit de RES 1.0, het par cipa eproces met bestuurders, ambtenaren en regionale stakeholders, maar ook uit een quickscan natuur die in het kader van deze NRD is uitgevoerd.
Door middel van dit miliueueffectonderzoek wordt gehoor gegeven aan het advies van de Commissie m.e.r. Namelijk enerzijds door in het basisalterna ef de milieueffecten voor de zoekgebieden van de RES 1.0 te onderzoeken. En anderszijds door juist breder te kijken dan de RES 1.0 en in de gehele regio vanuit de alterna even 'natuur', 'leefomgeving' en 'landschap' te zoeken naar geschikte, geschikt te maken en ongeschikte gebieden voor de ontwikkeling van tenminste 1,62 TWh duurzame elektriciteit en warmte. Daarmee repareren we zogezegd de onduidelijke basis waaraan u refereert. Bestaande en lopende milieueffectrapportages nemen we mee als onderzoeksbasis. Milieueffectrapportages zijn per defini e ona ankelijk opgesteld en worden ook gecontroleerd/beadviseerd door de Commissie m.e.r. Het gaat om een nieuwe quickscan. De quickscan is terug te vinden in bijlage II van dit NRD.
Zijn er daadwerkelijk nieuwe quickscans uitgevoerd of zijn het nog de oude. Data uitvoering wordt nl. niet vermeld.
20
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Wijchen
Inwoner
Bandbreedte turbines wordt bepaald door vervallen van de SDE-subsidie? Is dat een criteria betreffende een milieueffect. Lijkt mij niet.
De bandbreedte van te onderzoeken turbines (referen eturbines) is een onderzoekskeuze. In dit NRD wordt voorgesteld om enerzijds de mogelijkheden voor een referen eturbine van 3,6 MW te onderzoeken en anderzijds de mogelijkheden voor een referen eturbine van 7,0 MW. 3,6 MW turbines vormen op dit moment - vanwege de verstrekking van SDE subsidies - een logische ondergrens van turbines die nog gerealiseerd worden. 7,0 MW turbines vormen op dit moment - vanwege milieueffecten - een logische bovengrens van turbines die gerealiseerd worden. Voor deze referen eturbines zijn kansen- en belemmeringenkaarten opgesteld op basis van wetgeving: de uitsluitende criteria in tabellen 3.1 en 3.2. Vanuit deze kansen- en belemmeringenkaarten wordt in de NRD voorgesteld om een viertal thema sche alterna even te onderzoeken. Deze alterna even komen tot stand op basis van sturende criteria, terug te vinden in paragraag 4.3. Een overzicht van de belangrijkste onderzoekskeuzes is opgenomen in de infographic behorend bij de NRD en terug te vinden op h ps://www.groenemetropoolregio.nl/res/plan-mer-res-groene-metropoolregio-arnhem-nijmegen/
Wijchen
Inwoner
Grotere windturbines (in omvang en vermogen) zorgen voor toenemende omgevingseffecten (geluid, slagschaduw, visuele verstoring). Dat geldt dus ook al voor de turbines Het feit dat grotere windturbines zorgen voor toenemende omgevingseffecten is terug te zien in de kansen- en van 166 meter ashoogte t.o.v. 120 meter ashoogte. Wordt dit aspect voldoende meegenomen in de beoordeling geschikt of ongeschikt, mede omdat cijfers over overlast belemmeringenkaarten: a eelding 4.5 voor de referen eturbines van 3,6 MW en a eelding 4.8 voor de referen eturbines slagschaduw, geluid, invloed, langdurige uitwerking op mens en dier nog bij lange na niet bekend zijn. van 7,0 MW. In de NRD wordt voorgesteld om te toetsen op basis van de windturbinenormen uit het Ac viteitenbesluit. Voor het alterna ef leefomgeving wordt getoetst op een strengere geluidsnorm. Een nadere uitleg is terg te vinden in paragraag 5.5 van de NRD.
Wijchen
Inwoner
Onderstaande kaart is totaal niet leesbaar: A eelding 4.13 Model 3 - Onderscheidende landschappen - indica e alterna ef landschap (H+N+S)
A eelding 4.13 Model 3 gee een eerste indica e van het alterna ef landschap. Dit alterna ef wordt nader uitgewerkt in het milieueffectonderzoek, in lijn met de overige alterna even.
Wijchen
Inwoner
Deze eveneens: A eelding 6.1 Warmtekaart (RES 1.0, maart 2020)
A eelding 6.1 is overgenomen uit de RES 1.0 en is in de RES 1.0 in hogere resolu e beschikbaar. Terug te vinden op h ps://www.regioan.nl/media/A0-RSW-ArnhemNijmegen.pdf
Wijchen
Inwoner
Par cipa e is een belangrijk onderdeel van deze NRD (zie hoofdstuk 7). De RES GMR stree naar nieuwe energie van, voor en door de regio. Daarom worden belanghebbenden vroeg jdig betrokken bij dit onderzoek.
Er zijn meer dan 40 regionale belanghebbende par jen aangeschreven om dit NRD mee op te stellen. Een volledig overzicht van organisa es die hebben geholpen bij de totstandkoming van dit NRD is terug te vinden in bijlage 3 van de NRD. Met deze organisa es zijn drie avonden georganiseerd binnen de regio: drie omgevingsdialogen. De betrokken par jen hebben zo voor een belangrijk deel bijgedragen aan de inhoud van dit NRD.
Dit zal nog moeten blijken, ervaring leert anders. Wiens taak wordt dit? Hoe wordt aan die vroeg jdige betrokkenheid gehoor gegeven en hoe wordt dat gecontroleerd?
De RES-organisa e acteert op regioniveau. De RES gemeenten acteren op lokaal niveau en voeren het gesprek met bewoners en lokale maatschappelijke organisa es. U kunt in dat kader al jd contact opnemen met uw gemeente. Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Namens Windpark Wijchen-A50 maken wij graag gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de No Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (hierna: de NRD).
e Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER RES Dank voor uw zienswijze.
Allereerst willen we onze waardering uitspreken voor de concept NRD en de gevolgde opzet. Wij hechten belang aan heldere, goed onderbouwde normen om zo maatschappelijk verantwoord te kunnen ondernemen. Daarnaast zijn wij ook van mening dat de ontwikkeling van duurzame energie (zon en wind) nodig is voor het klimaat en dat de milieueffecten meegenomen/overwogen moeten worden. We onderschrijven de aanleiding (p6) dat er in het bod van de RES een betere verhouding moet komen tussen zon en wind, en dat daarom de regio extra gebieden verkent boven op de huidige zoekgebieden voor wind. We zijn van mening dat de concept NRD hiervoor een goede basis vormt. Wel denken we dat deze aanleiding onvoldoende terug komt in de formulering van de scope van de planMER (p9). Op onderdelen hebben we een aantal vragen en opmerkingen, welke we graag met u delen. Deze zijn hieronder gerangschikt per paragraaf. Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Paragraaf 1.4 Doel van de NRD: Er wordt genoemd dat de bevoegde bestuursorganen de NRD en de reac enota gezamenlijk vaststellen. Het is niet duidelijk wie de bevoegde bestuursorganen zijn. Kan specifieker opgenomen worden per fase van concept NRD en planMER welke bestuursorganen bevoegd zijn om (tussen-)documenten vast te stellen en op grond waarvan zij die bevoegdheid hebben?
In paragraaf 1.6 wordt hier nader op ingegaan. Voor het vaststellen van de NRD en reac enota zijn dat de colleges van B&W en GS. Het PlanMER zelf is geen beslisdocument en wordt niet vastgesteld. Het PlanMER vormt een bouwsteen voor de RES 2.0 en de herijking van het provinciale Windbeleid. De RES 2.0 geldt als programma onder de Omgevingswet. Formeel dient een dergelijk programma ook te worden vastgesteld door colleges van B&W en GS, plus de DB's van de betrokken waterschappen. Het RES 2.0 proces wordt op dit moment nog opgesteld. Gezien de impact van de RES 2.0, kan er ook voor worden gekozen op deze vast te laten stellen door gemeenteraden, PS en de AB's van de betrokken waterschappen.
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Paragraaf 1.5 Scope van het planMER: In deze paragraaf wordt gesproken over welke gebieden vanuit milieueffecten geschikt zijn voor de ontwikkeling van ten minste 1.62 TWh duurzame elektriciteitsambi e. Hierin mist dat er hierbij ook rekening gehouden moet worden met de balans tussen ontwikkeling van wind en zon.
In het RES 1.0 bod is 89% zonne-energie voorzien en 11% wind. Vanuit het stroomnet bezien is een 50%-50% verdeling op elektriciteitssta onsniveau wenselijk. De disbalans in het RES-bod is één van de redenen om dit milieueffectonderzoek uit te voeren. Om zo - vanuit milieuaspecten - zicht te krijgen op geschikte, geschikt te maken, en ongeschikte gebieden voor de ontwikkeling van extra windenergie. De scope van het milieueffectonderzoek (paragraaf 1.5) sluit daar naar ons idee goed op aan. We wijzen er graag op dat dit een onderzoek betre . De uiteindelijke keuze voor het aldanniet toevoegen van nieuwe zoekgebieden, voor ofwel wind, ofwel zon, ligt bij de bevoegd gezaggen.
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Paragraaf 2.3 provinciale kaders: Gelders Klimaatplan We missen in deze uiteenze ng dat de ambi e van het Gelders Energie Akkoord 8,3 TWh is. Dit is in onze ogen de doelstelling van de provincie, en niet de geciteerde 3,4 TWh voor deze regio (zoals wordt gesuggereerd op basis van het Klimaatplan).
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Paragraaf 3.4 Stap 1: kansen en belemmeringskaarten: Harde belemmering slagschaduw: In deze paragraaf (p23) is slagschaduw opgenomen als een harde belemmering die Een harde belemmering hoe niet al jd maatgevend te zijn, zoals in het geval van slagschaduw. Dat neemt niet weg dat geldt vanuit het Ac viteitenbesluit. Echter, uit tabel 3.1 (p26) en tabel 5.3 (p48) blijkt dat slagschaduw niet maatgevend is in het beoordelingskader. Omdat slagschaduw slagschaduw een we elijke beperking is. Echter, deze is wel te mi geren, dus niet-maatgevend. eenvoudig te mi geren is, vinden wij het terecht dat slagschaduw niet maatgevend moet zijn. Derhalve kan punt 2 slagschaduw op pagina 23 uit de tekst verwijderd worden.
Er wordt gerefereerd aan een realis sche 3,4 TWh. Dit is a oms g uit het Klimaatplan. Het afgesproken doel binnen de RES is 1.62 TWh.
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Paragraaf 3.6: Gevoeligheidsanalyse: Op pagina 29, bij punt 2 wordt gesproken over aanvullende verkenningsgebieden wind. Is onze aanname terecht dat dit gaat over aanvullende verkenningsgebieden bovenop de RES 1.0 zoekgebieden (zoals ook benoemd als aanleiding voor deze concept NRD)?
Op pagina 29 wordt alleen bij punt 1 gesproken over aanvullende verkenningsgebieden wind. In de RES 1.0 zijn enkel de zoekgebieden vastgesteld, niet de aanvullende verkenningsgebieden wind. Wat dat betre klopt uw aanname.
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Paragraaf 4.1 Het voornemen: Er wordt aangegeven dat de planMER helpt om de milieueffecten van de mogelijke invullingen van het bod van 1,62 TWh uit RES 1.0 inzichtelijk te maken. Hierin mist het voornemen om ook de milieueffecten inzichtelijk te maken van de aanvullende zoekgebieden voor wind.
In de RES 1.0 zijn zoekgebieden voor de ontwikkeling van wind en zon opgesteld, met als doel om 1,62 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030. Dit PlanMER toetst in eerste instan e of dit doel haalbaar is binnen de aangewezen zoekgebieden. Daarnaast kunnen de gemeenten en provincie ervoor kiezen om extra zoekgebieden aan te wijzen voor zon of wind. Ófwel omdat de 1,62 TWh niet haalbaar blijkt te zijn binnen de bestaande zoekgebieden van de RES 1.0, ófwel om de balans wind-zon op ondersta onniveau te verbeteren. Om dat mogelijk te maken reikt de scope van dit milieueffectonderzoek verder dan sec de zoekgebieden en wordt de gehele regio beschouwd. Dat voornemen staat in de huidige tekst beschreven.
21
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Paragraaf 4.3 Stap 2: ontwikkelingen reële alterna even: Sturende criteria alterna ef Landschap: wat wordt bedoeld met ‘windturbines in nieuwe open plekken van natuur’? Wat zijn nieuwe open plekken en waarom zijn deze sturend voor de posi e van windturbines vanuit het aspect Landschap? Alterna ef Landschap: Er zijn geen sturende criteria opgenomen bij het alterna ef Landschap. Wel staan er gebieden die vermeden worden. Zijn dat de sturende criteria? Sturende criteria alterna ef Energiesysteem: Dit alterna ef hee als doel zoekgebieden voor wind en zon te definiëren die rekening houden met de beschikbare netcapaciteit en de samenhangende maatschappelijke kosten. Dit laatste doel (maatschappelijke kosten beperken) ondersteunen we. Echter, in de vertaling van dit doel naar sturende criteria is een afstandscriterium van 10 km van een ondersta on met netcapaciteit opgenomen ter onderbouwing voor uit te sluiten gebieden. Dit is niet correct: immers deze kosten voor aanslui ng zijn voor rekening van de ini a efnemer en dus géén maatschappelijke kosten. Daarnaast wordt met een dergelijk uitslui ngscriterium voorbij gegaan aan het feit dat het toekoms g energiesysteem zich anders gaat ontwikkelen. Er zijn namelijk tal van andere mogelijkheden om de opgewekte stroom af te ze en, waarbij er geen of beperkte capaciteit gevraagd wordt van het openbare net.
Ten eerste is het mogelijk dat een project gaat cable poolen met een nabij gelegen zonne- of windpark, waarbij er gebruik gemaakt wordt van bestaande kabels. Ten tweede is er geen of beperkte ne npassing nodig als de stroom direct lokaal wordt afgezet bij een lokale afnemer, waarbij vraag en aanbod efficiënt worden afgestemd. Hierdoor kan er door een project ook bijgedragen worden aan andere ambi es, zoals verduurzamen van bedrijventerreinen, bijdragen aan de warmtetransi e en stabiele en betaalbare onderlinge afspraken maken voor de stroomprijs. Door het s muleren van het “delen” van kabels en het lokaal afze en van energie wordt er juist gestuurd op efficiënt netgebruik, of in de meest gewenste situa e tot geen netgebruik doordat er een volledig zelfvoorzienende energiehub gecreëerd wordt met opwekkers en afnemers in één consor um.
We onderschrijven dat het alterna ef landschap binnen dit NRD nog erg basaal en op hoofdlijnen staat beschreven. We stellen voor om dit alterna ef in het milieueffectonderzoek verder uit te werken tot een niveau vergelijkbaar met de overige alterna even. We zijn niet van mening dat de afstand tot het ondersta on niet samenhangt met maatschappelijke kosten. Immers, de kosten die gemaakt moeten worden om aan te sluiten op een ondersta on verlagen de haalbaarheid van het project en de omvang van de bedragen terugvloeien naar de omgeving. Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Het niet als alterna ef beschouwen als het project op meer dan 10 km afstand ligt van een ondersta on is daarom onterecht. Wijchen
Windpark Wijchen-A50
5.5 Beoordelingskader Landschap, cultuurhistorie en archeologie: Zoals ook ingebracht in de stakeholdersbijeenkomsten, hebben met name de criteria landschap en cultuurhistorie een hoge mate van subjec viteit (smaak en mening) in zich. Daarnaast is de landschappelijk impact pas echt inzichtelijk te maken op projectplan niveau op basis van een nadere studie. Om deze twee redenen vinden wij het niet verdedigbaar dat beide criteria als maatgevend zijn opgenomen.
In het planMER wordt op regionaal niveau een landschappelijke analyse uitgevoerd en worden cultuurhistorische aspecten uiteengezet. Het is juist dat dit op projectniveau verder uitgewerkt dient te worden, echter op hoofdlijnen kan deze analyse wel een bijdrage leveren om zoekgebieden in beeld te brengen die geschikt, niet geschikt en geschikt te maken zijn.
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Gezondheid Terecht wordt hier onderbouwd waarom gezondheid niet meegenomen wordt als apart criterium in het planMER. Er wordt de sugges e gedaan om gezondheid De GMR Arnhem-Nijmegen vindt gezondheid een zeer belangrijk thema. Echter vindt op dit moment op landelijk niveau al een als apart criterium te behandelen in een projectMER, maar om diezelfde reden als dat het niet opgenomen is in deze planMER, hoe gezondheid ook niet meegenomen te uitgebreid onderzoek plaats naar gezondheidseffecten van windturbines. Indien nodig of gewenst, kan op projectniveau moeten worden als apart criterium in een projectMER. specifieker onderzoek worden uitgevoerd. Deze conclusie blij onverminderd van toepassing in het planMER.
Wijchen
Windpark Wijchen-A50
Tot slot: Hartelijk dank voor het meenemen van onze overwegingen. Indien u vragen hee , kunt u contact opnemen met <naam indiener>. Zie daarvoor bovenstaande contactgegevens.
Dank voor uw zienswijze.
Wijchen
Inwoner
Pg 12: in de alinea over de Na onale omgevingsvisie wordt in de laatste zin gesproken over betrokken zijn, invloed hebben en meeprofiteren in de opbrengsten. Dit komt in de verdere uitwerking van de NRD niet meer terug en dat is een gemiste kans. Het gaat volgens klimaatakkoord om 50% lokaal eigendom, en dat is meer dan alleen financieel bijdragen en profiteren van dividend! Zie het advies NPRES hierover. Ik stel het op prijs als in de NRD de basis wordt gelegd voor ontwikkelingen in opwek van duurzame energie waarbij lokaal eigendom wordt vertaald naar energie gemeenschappen. Dit is in lijn met voorstellen van de EU en versterkt het bewustzijn over duurzaam energiegebruik en kosten voor de infrastructuur. Indien u dat wenst vertel ik u graag meer over mijn eigen ervaring in het project WindenergieA16 (Noord-Brabant) waarbij 25% lokaal eigendom is gerealiseerd voor de lokale gemeenschap, in samenwerking met 9 ontwikkelaars, in een gebied van 33 km lengte en 2,5km breed. Dit is ook in Gelderland mogelijk, mits de aanpak goed is voorbereid.
Lokaal eigendom en lokaal draagvlak zijn belangrijke thema's binnen de regio en de regionale energiestrategie. Dit wordt door alle 16 gemeenten en de provincie onderschreven. Zo zijn de regionale energiecoopera es als belanghebbende betrokken bij het PlanMER proces en wordt in het milieueffectonderzoek gerefereerd aan het belang van lokaal eigendom. Tegelijker jd gaat het hier om een onderzoek naar milieueffecten en is het gesprek over lokaal eigendom vooral onderdeel van het proces rich ng de herijking van de regionale energiestrategie dat daarop volgt.
Wijchen
Inwoner
Pg. 29: geprojecteerde zoekgebieden wind liggen o.a. aan de rand van het RES-gebied. Daarmee is het beoogde effect mogelijk ook grensoverschrijdend. Hoe wordt dat in beeld gebracht?
Enkel zoekgebied WZ.8b voor wind ligt aan de grens van het RES-gebied, namelijk langs de A15 in de gemeente Overbetuwe. In de algemeenheid geldt dat de risicocontouren (met name de geluidscontour geldt hier als beperkend) ook in acht worden genomen vanuit bebouwing buiten het RES gebied. Met andere woorden: voor bebouwing buiten het RES gebied worden dezelfde standaarden gehanteerd als voor bebouwing binnen het RES gebied. Op de kansen- en bepelemmeringenkaarten geven we uiteraard enkel het RES gebied weer.
Wijchen
Inwoner
Worden van de omliggende RES-gebieden, dus ook in NO-Brabant, de effecten van zoekgebieden op Gelderland ook in beeld gebracht?
Contact met de overige Gelderse RES'en vindt via een provinciaal pla orm plaats, contact met de RES'en in omringende provincies vindt plaats op het niveau van de procesregisseur en via het Na onaal Programma RES (NPRES). De Groene Metropoolregio is een van de eerste Nederlandse regio's die een milieueffectonderzoek uitvoeren. De overige Gelderse RES'en zijn hier inmiddels ook mee gestart. De wijze waarop de RES regio Noord-Oost Brabant de milieueffecten onderzoekt is op dit moment nog niet bekend. Alle omliggende RES'en (plus het Kreis Kleve en de Duitse regio Nordrhein-Wes alen) zijn ac ef geinformeerd over het feit dat de No e Reikwijdte en Detailniveau ter inzage is gelegd. Hieruit zijn geen ontwikkelingen gekomen die leiden tot ruimtelijke beperkingen.
Wijchen
Inwoner
Hoe worden burgers uit aangrenzende RES-gebieden betrokken bij de NRD en planMER?
Wijchen
Inwoner
Pg 31: Er wordt verwezen naar een referen e windturbine met 120m ashoogte. Dit is niet meer reëel omdat een dergelijk type niet meer gangbaar / leverbaar is, anders dan Het gebruik van referen eturbines is bedoeld om de bandbreedte weer te geven van de milieukansen en -belemmeringen voor tegen extreem hoge kosten. De planMER zou een ander referen etype moeten gebruiken. Eens dat de 166m hoge windturbine ook wel de bovengrens vertegenwoordigd, de ontwikkeling van windenergie. Daarbij zijn bewust de onder- en bovengrenzen opgezocht. Dit staat los van de turbines waar vooral ook door radar en vliegbewegingen. De toepassing van referen e turbines in het onderzoek zou verduidelijkt moeten worden. ini a efnemers op projectniveau voor kiezen. Op projectniveau worden de milieueffecten van windenergie op termijn onderzocht in een projectMER.
Voor burgers buiten de RES regio geldt dezelfde mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen als voor burgers binnen de RES regio. Het geven van een zienswijze op ruimtelijke plannen is mogelijk voor 'eenieder'.
Wijchen
Inwoner
Pg. 31: Dat de 166m hoge turbine als innova eve wordt aangeduid is m.i. misleidend. Dat hee niet met hoogte van de turbine te maken maar met de technologie die wordt De termen 'regulier' en 'innova ef' zijn inderdaad wat ongelukkig gekozen in de NRD. We stellen voor om ze in het planMER te ingezet. De innova eve toepassing hee invloed op o.a. geluid, s lstandvoorziening ivm slagschaduw en radardetec e voor vogels, lichtsignalering. Een verheldering van het benoemen als '120 meter' en '166 meter' turbines. begrip zou op zijn plaats zijn.
Wijchen
Inwoner
Pg 31 Een opstelling van 2 windturbines wind ik wel een hele beperkte opva ng. Om reden van energie efficiën e en op male energie infrastructuur zou ik, net als bij een cluster, uitgaan van een minimum van 3 turbines in een lijn.
We zien dat er in de regio een aantal windprojecten zijn en worden ontwikkeld van twee turbines. We willen daarom graag de mogelijkheden in beeld brengen voor windprojecten van twee turbines of meer. In de RES 1.0 is afgesproken om een 'confe ' van windturbines in het landschap te voorkomen. Clustering van meerdere turbines blij binnen de regio dan ook het uitgangspunt.
Wijchen
Inwoner
Pg. 36 e.v.: deze gaan in op zon op land. Ik mis de rela e van wind én zon. Juist bij de opstelling van wind zou je om reden van systeem efficiën e moeten kiezen voor de combina e met zon. In de beoordeling zou dat ook beter mogen scoren dan een gescheiden oplossing / opstelling. Overigens komt op pg. 39 in de kaart de combi wind en zon wel terug, hetgeen een goede zaak.
In het milieueffectonderzoek onderzoeken we beiden ona ankelijk van elkaar om zo van beide energievormen vanuit milieuaspecten de mogelijkheden goed in beeld te krijgen. Tegelijker jd vinden we uw sugges e een erg nu ge. Het combineren van wind- en zonprojecten hee vanuit het elektriciteitsnet en efficien e namelijk inderdaad de voorkeur. Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Wijchen
Inwoner
Verder mis ik bij zon op land de aandacht om dat te combineren met geluidswerende schermen langs snelwegen of kunstma ge taluds. Er zijn voorbeelden beschikbaar die laten zien dat er veel meer mogelijk is dan opstelling in het pla e vlak.
Het uitganspunt voor zonprojecten is mul func onaliteit, dus de combina e met andere func es. In het milieueffectonderzoek onderzoekenwe de mogelijkheden vanuit milieuaspecten. Op projectniveau dient de keuze te worden gemaakt met welke andere func e of func es het zonproject gecombineerd wordt. Dat kan bijvoorbeeld gaan om geluidswerende schermen of kunstma ge taluds.
22
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Wijchen
Inwoner
PG 38 ev.: In de beschreven alterna even voor het energiesysteem op pg 38 en 43 mis ik een belangrijk alterna ef. Wat mij betre hee het lokaal matchen van vraag en aanbod van energie de voorkeur. Dit verdient ook een bijbehorend model en infrastructuur. Een alterna ef zou moeten worden toegevoegd waarin dat tot ui ng komt.
Via een zienswijze hee Liander kenbaar gemaakt niet achter de data en uitgangspunten van het alterna ef Energiesysteem te staan. Het blijkt echter niet mogelijk om samen jdig de juiste data en uitgangspunten te definiëren. Voorstel is daarom om dit alterna ef te vervangen door een gevoeligheidsanalyse achteraf, om de drie overige alterna even te toetsen op effecten op het energiesysteem.
Wijchen
Inwoner
Pg 39: ik mis het criterium dat windturbines niets mogen toevoegen aan het bestaande geluidsniveau in een gebied (bijv. langs snelwegen en provinciale wegen). We noemen dit cumula e. Ik acht het van belang het huidige geluidsniveau als bovengrens te hanteren.
In het alterna ef Leefomgeving wordt rekening gehouden met de bestaande geluidbelas ng. Bij concrete projecten kan de cumula eve geluidbelas ng worden onderzocht en dient te worden bepaald of dit binnen de we elijke normen blij . Dank voor uw voorstel het huidige geluidsniveau als bovengrens te hanteren. Wij maken in dit planMER hierin echter geen keuze, het kan wel ter tafel komen in het vervolgproces rich ng herijking van de RES.
Wijchen
Inwoner
Pg 53: deze kaart is helaas niet goed leesbaar. Zeker voor Wijchen ben ik geïnteresseerd in TEA en koppeling met restwarmte uit industrieterrein Loonse Waard. Het gaat mij Deze kaart komt uit de RES 1.0 en is in dat document in hoge resolu e beschikbaar. De basis voor deze kaart is de Gelderse om de poten ële combina e van die twee bronnen en dus ook een leidingsysteem vanaf Loonse Waard naar Wijchen-Zuid. Warmteatlas die openbaar online beschikbaar is.
Wijchen
Inwoner
Pg 57: een driepunts beoordelingsschaal voor warmtebronnen vind ik niet geschikt. Mijn voorkeur gaat uit naar een vijfpuntsschaal.
Er is gekozen voor deze beoordeling omdat de effecten van warmtebronnen (zoals ook benoemd in de NRD) nog niet geheel bekend zijn. De verwach ng is daarnaast (op basis van eerder soortgelijk onderzoek) dat er geen posi eve effecten te verwachten zijn. Derhalve stellen we voorm om de driepuntsschaal aan te houden.
Wijchen
Inwoner
Bijlage autonome ontwikkeling: verwezen wordt naar nieuwe woningbouw Wijchen-West, die is interessant ivm poten ële warmtene en. Bij de opsomming ontbreekt het verbreden van de A50.
Verbreding van de A50 nemen we in het milieueffectonderzoek op als autonome ontwikkeling.
Wijchen
Inwoner
Ik wil graag aanvullen dat qua autonome ontwikkeling die van het toekoms g hoogspanningssta on Wijchen ontbreekt. TenneT hee in haar plannen voor het stroomnet ingrijpende wijzigingen voorzien rondom Wijchen. Daar moet - als ik het goed heb begrepen een HS sta on komen ter ondersteuning van de de regio Brabant Noord-oost.
De realisa e van het 150/380 kV sta on van Tennet in Wijchen wordt opgenomen als autonome ontwikkeling. Kan ekening daarbij is dat dit sta on alleen dient voor de ontlas ng van de Enexis netwerken in Noord-Brabant en Limburg, ook al ligt de fysieke loca e in Gelderland.
Wijchen
Inwoner
Ik stel het op prijs als er een mogelijkheid komt om met elkaar in gesprek te gaan over de uitkomsten en onderzoeken van de planMER alvorens deze voor te leggen voor bestuurlijke besluitvorming. Zo kunnen inwoners nog inbreng leveren en kan dit worden meegenomen in de besluitvorming.
Over het milieueffectonderzoek zelf vindt geen bestuurlijke besluitvorming plaats. Het milieueffectonderzoek biedt immers enkel objec eve informa e over milieueffecten. Het onderzoek is daarmee een van de onderleggers voor het herijken van de RES. Het vervolgproces wordt op dit moment nog vormgegeven, dus wanneer en waar inbreng leveren mogelijk is, is nu nog niet duidelijk. Onder de Omgevingswet geldt de RES 2.0 als ruimtelijk programma, vast te stellen door het college van B&W. Bestuurders kunnen ervoor kiezen om de RES 2.0 vast te laten stellen door de gemeenteraden in de regio. In dat geval kan via zienswijzen een reac e worden gegeven op de RES 2.0.
Wijchen
Gemeente Wijchen
De Groene Metropoolregio coördineert het proces Milieueffectrapportage voor de Regionale Energiestrategie, waarvoor de 16 deelnemende gemeenten én de provincie bevoegd gezag zijn. De eerste stap in het proces is het vaststellen van een concept No e Reikwijdte en Detailniveau door alle colleges. U hee ons gevraagd hierover onze zienswijze kenbaar te maken uiterlijk 23 december 2022. Met deze brief voldoen wij aan dit verzoek.
Dank voor uw zienswijze.
Wijchen
Gemeente Wijchen
Wijchen pakt haar verantwoordelijkheid en zet stevige stappen op het gebied van klimaat, energie en duurzaamheid. Dat blijven we de komende jaren doen met realis sche Dank voor uw uiteenze ng. doelen volgens het landelijke tempo. Samen met onze inwoners en de regio werken we aan onze klimaatplannen en zoeken we kansen in de energietransi e. Wijchen neemt ook haar verantwoordelijkheid in een regionale opgave, vastgelegd in de Regionale Energie Strategie (RES). Als Wijchen hebben we een bijdrage gedaan in het bod RES 1.0 van 30 ha zonneparken en 3 windmolens bij Bijsterhuizen. Bij een nieuwe RES pakt Wijchen in gezamenlijkheid met de 15 gemeenten in de regio daar haar aandeel in. Het plan-MER traject van de Regionale energiestrategie, waarvan nu het resultaat van de eerste stap voorligt - de concept NRD - is voor ons een belangrijk proces. Dit zal ons en de regio helpen om objec eve informa e te verkrijgen over de effecten van energieopwekking op de leefomgeving, de natuur, het landschap en het energiesysteem. Die informa e gee ons de mogelijkheid om alle belangen op een goede manier af te wegen en op basis daarvan keuzes te maken die in de Regionale energiestrategie 2.0. zullen worden vastgelegd en in de regionale Verstedelijkingsstrategie worden afgewogen.
Wij onderschrijven de noodzaak, het doel, de scope, de kaders, de onderzoeksaanpak, de uitgangspunten, het detailniveau, de te onderzoeken alterna even, het beoordelingskader en de par cipa e-aanpak die in de concept-NRD zijn beschreven. We geven u daarnaast de volgende aandachtspunten mee voor de concept-NRD en het vervolgproces.
Wijchen
Gemeente Wijchen
Aandachts-en verbeterpunten Geschikt, ongeschikt en geschikt te maken onduidelijk voor Landschap In het concept-NRD worden verschillende alterna even beschreven die inzicht geven op hun eigen thema in de milieueffecten. Voor alle alterna even is uiteen gezet wat geschikt, ongeschikt of mogelijk geschikt is in hoofdstuk 4. Voor het alterna ef Landschap is dat echter niet eenduidig. Er worden principes gebruikt maar onduidelijk is hoe zich dat vertaald naar geschikt, ongeschikt of mogelijk geschikt.
We onderschrijven dat het alterna ef landschap binnen dit NRD nog erg basaal en op hoofdlijnen staat beschreven. We nemen uw advies ter harte en stellen voor om dit alterna ef in het milieueffectonderzoek verder uit te werken tot een niveau vergelijkbaar met de overige alterna even.
Wijchen
Gemeente Wijchen
Warmte Wij stellen het op prijs dat warmte een onderdeel vormt van het concept-NRD en het planMER. Zoals het concept-NRD beschrij bestaat er nog veel leemte op dit onderdeel. Het onderzoek hiernaar in het planMER kan helpen die leemte te dichten en moet ingezet worden om de RES 2.0 op dit onderdeel verder te brengen. De afspraak zoals deze is gemaakt in de RES 1.0 om in samenspraak tot een juiste verdeling te komen is belangrijk maar moet niet leiden tot vertraging van (lokale) processen die al lopen.
Dank voor uw uiteenze ng. Het milieueffectonderzoek is ondersteunend aan lopende processen. Voor de uitvoering van de RES 1.0 afspraken en lokale warmtetransi evisies hoe niet op het milieueffectonderzoek te worden gewacht. Het milieueffectonderzoek werkt daardoor niet vertragend.
Wijchen
Gemeente Wijchen
Omgevingsvisie Druten aanpassen naar Wijchen Dank voor uw ople endheid. Dit wordt aangepast. In paragraaf 2.5 van de concept NRD staat in tabel 2.1 op pagina 19 bij de gemeente Wijchen de Omgevingsvisie Druten opgenomen. Wij verzoeken u dit aan te passen naar Omgevingsvisie Wijchen.
Wijchen
Gemeente Wijchen
Windpark Bijsterhuizen opnemen bij autonome ontwikkelingen In bijlage I Autonome ontwikkelingen van de concept NRD ontbreekt op pagina 70 bij de opsomming van de autonome ontwikkelingen in de gemeente Wijchen het Windpark Bijsterhuizen. Wij verzoeken u dit toe te voegen in de opsomming. Daarbij gaan wij ervan uit dat Windpark Bijsterhuizen al wel is meegenomen in de ruimtelijke afwegingen die in de concept NRD zijn gemaakt om te bepalen waar nog geschikte ruimte over is voor zon, wind en warmte ontwikkelingen. Indien dit niet het geval is dan verzoeken wij u alsnog Windpark Bijsterhuizen mee te nemen in deze ruimtelijke afwegingen.
Dank voor uw ople endheid. Dit wordt aangepast.
23
Nota Beantwoording zienswijzen NRD PlanMER RES GMR Wijchen
Wijchen
Gemeente Wijchen
Gemeente Wijchen
Zone rondom de Veluwe vanwege Wespendief op kaartmateriaal niet aanmerken als ‘ongeschikt voor wind’ maar als ‘mogelijk geschikt voor wind’ Op pagina 25 is te lezen dat vanwege de aanwezigheid van de roofvogel Wespendief nog onderzoek wordt gedaan onder welke randvoorwaarden ac viteiten, zoals windmolens, in een zone van 1 tot 8km rondom de Veluwe wel mogelijk zijn. Daarbij wordt vooralsnog in het PlanMER uitgegaan van zachte belemmeringen in deze zone. Dit uitgangspunt zien wij echter niet terug op het kaartmateriaal op pagina 33 en 35 (a eelding 4.5 en 4.8). Op deze kaartjes valt af te lezen dat de Veluwe en een zone van 8km eromheen ongeschikt is voor windenergie. Door de aanwezigheid van de Wespendief aan de noordzijde van onze RES-regio zou zodoende een groot gebied afvallen waar windenergie opgewekt kan worden. Daardoor zou de ruimtelijke druk op andere gemeenten in onze RES-regio toenemen. Vandaar dat wij u verzoeken om, conform het uitgangspunt op pagina 25, deze zone rondom de Veluwe in de a eeldingen 4.5 en 4.8 aan te passen van ‘ongeschikt voor windenergie’ naar ‘mogelijk geschikt voor windenergie’.
In a eeldingen 4.5 en 4.8 op pagina 33 en 35 van de NRD is de 1 tot 8 km zone reeds opgenomen als zachte belemmering en niet als harde belemmering. Deze zone is dus reeds aangemerkt als 'mogelijk geschikt voor windenergie'. Dit sluit aan bij het recente besluit van de provincie m.b.t. de wespendief en de Veluwe (20 december jl.). In de 1 km zone rond de Veluwe blijven windmolens prak sch onmogelijk. We stellen dan ook voor om deze zone in het milieueffectonderzoek te behouden als harde belemmering.
Afstemming met aangrenzende RES-regio’s opnemen In de concept No e Reikwijdte en Detail wordt niet duidelijk op welke wijze onze RES-regio contact hee over ontwikkelingen in aangrenzende RES-regio’s. Ontwikkelingen in aangrenzende regio’s kunnen wellicht leiden tot ruimtelijke beperkingen in ons RES-gebied en vice versa. Wij zouden daarom onder meer graag in de No e Reikwijdte en Detail opgenomen willen zien op welke wijze onze RES-regio contact onderhoudt over ontwikkelingen aan de overzijde van de Maas in Noord-Brabant met de RES-regio Noordoost Brabant. Ook zien we graag terug hoe deze ontwikkelingen worden meegenomen in de vervolgonderzoeken van het PlanMER.
Contact met de overige Gelderse RES'en vindt via een provinciaal pla orm plaats, contact met de RES'en in omringende provincies vindt plaats op het niveau van de procesregisseur en via het Na onaal Programma RES (NPRES).
In de 1 tot 8 km zone zijn windmolens voorlopig ook verboden, op een tweetal ini even na die doorgang vinden. Er lopen verschillende onderzoeken naar het verminderen van aanvaringen van Wespendieven met windmolens. Daarbij kan het herstel van de Wespendiefpopula e op de Veluwe er in komende jaren toe leiden dat ini a even in de 1 tot 8 km zone weer mogelijk worden. Met andere woorden: jdelijkheid is een belangrijk element in het verbod in de 1 tot 8 km zone. Dit milieueffectonderzoek kijkt verder dan sec dit moment, op die manier kan het ook van nut zijn voor de faseringsvraag van de ontwikkeling van elektriciteitsprojecten en warmte. We stellen daarom voor om de 1 tot 8 km zone als zachte belemmering te handhaven in het milieueffectonderzoek. Dat ligt in lijn met uw zienswijze op dit punt.