CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing Fraterwaard 2 versie 2.2 (21.13)

Raadsvergadering 30 maart 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Fraterwaard 2, Ellecom (21.13)25.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Figuur 5.

Overzicht van plangebied (rode pijl) met ligging t.o.v. het Gelders NatuurNetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. (Bron: http://www.gelderland.nl)

Omdat de nieuwbouw plaatsvindt op het bestaande bouwblok is er geen sprake van aantasting van de Groene ontwikkelingszone. Er zijn dan ook geen extra maatregelen noodzakelijk. 17

Natuurtoets 22 januari 2019

6.2

Wet natuurbescherming - Natura 2000 gebieden - Voortoets

Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet in het Natura 2000 gebied Rijntakken, maar is het wel omgeven door dit Natura 2000-gebied. In dit hoofdstuk wordt gekeken of de sloop en nieuwbouw effect hebben op de aangewezen Natura-2000-instandhoudingsdoelen. De effecten van stikstofdepositie hebben we niet in deze beoordeling meegenomen, dat wordt door de opdrachtgever, ForFarmers, zelf uitgevoerd.

Figuur 6.

Ligging van het plangebied (rode pijl) nabij Natura 2000-gebieden. (Bron: website www.gelderland.nl).

6.2.1 Doelen Rijntakken Voor de onderstaande habitattypen en habitatrichtlijnsoorten zijn in het Natura 2000-aanwijzingsbesluit voor het Rijntakken instandhoudingsdoelen geformuleerd. Habitattypen: H3150 H3260B H3270 H6120 H6430A H6430C H6510A H6510B H91E0A H91E0B H91F0

Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden Beken en rivieren met waterplanten (grote fonteinkruiden) Slikkige rivieroevers Stroomdalgraslanden Ruigten en zomen (Moerasspirea) Ruigten en zomen (droge bosranden) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver) Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (grote vossenstaart) Vochtige alluviale bossen (zachthoutooibossen) Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen) Droge hardhoutooibossen

Habitatrichtlijn: H1095 Zeeprik H1099 Rivierprik H1102 Elft H1106 Zalm H1134 Bittervoorn H1145 Grote modderkruiper 18 Natuurtoets 22 januari 2019

H1149 H1163 H1166 H1318 H1337

Kleine modderkruiper Rivierdonderpad Kamsalamander Meervleermuis Bever

Vogelrichtlijn: A021 A022 A037 A038 A045 A068 A119 A122 A140 A151 A197 A229 A272

Roerdomp Woudaap Kleine zwaan Wilde zwaan Brandgans Nonnetje Porseleinhoen Kwartelkoning Goudplevier Kemphaan Zwarte stern IJsvogel Blauwborst

Verder is het gebied aangewezen voor de volgende andere geregeld voorkomende trekvogels waarvoor het gebied van betekenis is als broed-, rui- en/of over winteringsgebied en rustplaatsen in hun trekzones A004 Dodaars A005 Fuut A017 Aalscholver A039 Toendrarietgans A041 Kolgans A043 Grauwe gans A048 Bergeend A050 Smient A051 Krakeend A052 Wintertaling A053 Wilde eend A054 Pijlstaart A056 Slobeend A059 Tafeleend A061 Kuifeend A125 Meerkoet A130 Scholekster A142 Kievit A153 Watersnip A156 Grutto A160 Wulp A162 Tureluur A249 Oeverzwaluw A298 Grote karekiet

6.2.2 Mogelijke effecten sloop en bouw op habitattypen In een straal van 1 kilometer liggen er geen aangewezen habitattypen. Effecten van bouw en sloop op habitattypen zijn derhalve uitgesloten.

6.2.3 Mogelijke effecten aanleg sloop en bouw op Habitatrichtlijnsoorten 6.2.3.1 Aangewezen vissoorten Een aantal van de aangewezen vissoorten zit in de Dierensche Hank. Deze ligt om voldoende afstand om ervan verzekerd te zijn dat effecten door de bouw of sloop zijn uitgesloten.

19

Natuurtoets 22 januari 2019

6.2.3.2 Meervleermuis Er zijn geen waarnemingen van (Meer)vleermuizen uit het gebied en er is ook geen verblijfplaats aangetroffen. Effecten op Meervleermuizen worden derhalve ook niet verwacht.

6.2.3.3 Bever Soort komt name voor in de Dierensche Hank ten zuiden van de N317. Er zijn geen burchten of legers bekend binnen de invloedsfeer van de te slopen en te bouwen opstallen. Er zijn geen effecten op Bevers.

6.2.4 Mogelijke effecten aanleg sloop en bouw op EU-Vogelrichtlijnsoorten Voor de effecten op de vogelrichtlijnsoorten is gebruik gemaakt van de leefgebiedenkaart van de provincie Gelderland. Ten aanzien van de broedvogels is duidelijk te zien dat soorten als Dodaars, IJsvogel en Aalscholver sterk gebonden zijn aan de slenk. Het leefgebied van de Oeverzwaluw gaat wel over het bedrijf heen, maar er is geen directe kolonie in de omgeving en foerageren op e rond het bedrijf blijft mogelijk. Voor de overige broedvogels worden er ook geen effecten verwachten. De N317 vormt een strakke barrière tussen het bedrijf en de slenk ten zuiden van de N317. Voor de niet broedvogels gaat het met name om soorten die op grasland foerageren en slapen op en rond de nattere delen in de omgeving. Het gaat hierbij om ganzen (Brandgans, Grauwe gans, Toendrarietgans en Kolgans), eenden (Smient, Wintertaling, Krakeend, Pijlstaart, Krakeend, Wilde eend en Slobeend), zwanen (Wilde zwaan en Kleine zwaan) en weidevogels (Kievit, Wulp, Tureluur, Scholekster en Goudplevier). Doordat de sloop en bouw plaats vindt centraal op het bedrijf, omgeven door de woonboerderij, de bestaande grote ligboxstal, de sleufsilo’s en de N317 is de verstoring naar de omving van de sloop en bouwwerkzaamheden zeer gering.

Met name groepen ganzen (Kolgans, Grauwe gans en Brandgans) kunnen tijdelijk verstoord worden door de werkzaamheden. De leefgebiedenkaarten laten ook zien dat er ruim voldoende leefgebied in de directe omgeving aanwezig is om deze tijdelijke verstoring op te vangen. Na oplevering is er geen sprake van een gewijzigd gebruik, dat leidt tot nieuwe effecten. Het leefgebied van de aangewezen soorten blijft intact en behoudt zijn functie. Significante effecten zijn dan ook met zekerheid uitgesloten.

6.2.5 Natura 2000-beheerplan Rijntakken In het natura 2000-beheerplan staat in paragraaf 6.1.2 Landbouw het volgende: “Veel vogelsoorten zoals ganzen, Smienten, Zwanen en ook de Kwartelkoning zijn sterk gebonden aan agrarisch grasland. Voortzetting van het bestaande agrarische gebruik is niet alleen vrij van vergunningplicht maar ook een bestaansvoorwaarde voor een aantal Natura2000-soorten.” Ook het betreffende bedrijf is van groot belang voor het beheer van de graslanden in de Fraterwaard. In de paragraaf worden geen beperkingen gesteld aan het vervangen van opstallen.

Significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden zijn derhalve met zekerheid uitgesloten.

20

Natuurtoets 22 januari 2019

7

Conclusies

7.1

Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten)

Werkzaamheden dient men buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning (Gemeente Rheden) te laten bevestigen. Het is eventueel ook raadzaam, om het rapport voor te leggen ter beoordeling aan de provincie Gelderland. Tabel 6.

Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Ingreep verstorend

Nader onderzoek noodzakelijk

Wnbontheffing noodzakelijk

Bijzonderheden / opmerkingen

Nee,mits

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.1 (werk starten buiten broedseizoen)

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.1

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.2

Vliegroutes

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.2

Overige zoogdieren

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.3

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.4

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.4

Vissen

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.4

Libellen en vlinders

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.5

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.6

Vogels

Broedvogels

Vleermuizen

7.2

Conclusie Gelders NatuurNetwerk / Groene ontwikkelingszone

Er zijn geen effecten op de GNN/GO-gebieden te verwachten.

7.3

Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden)

Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. Een vergunning op grond van Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk. Wel adviseren wij u om deze conclussie ook aan het bevoegd gezag ter beoordeling voor te leggen. De effecten van stikstofdepositie hebben we niet in deze beoordeling meegenomen, dat wordt door de opdrachtgever, ForFarmers, zelf uitgevoerd.

21

Natuurtoets 22 januari 2019

8

Bronnen

8.1

Literatuur

• • • • • • • • •

8.2 • • • • • • • • •

22

Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Rapport 08-173, Culemborg. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. SOVON 1987, Atlas van de Nederlandse Vogels. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden. SOVON & CBS 2005, Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk, SOVONinformatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.

Geraadpleegde websites www.sovonatlas.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl

[verspreidingsgegevens vogels, 2018] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]

Natuurtoets 22 januari 2019

BIJLAGE 1

Algemene verbodsbepalingen Wnb

§ 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.

De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 23

Natuurtoets 22 januari 2019

BIJLAGE 2

Proces beoordeling ontheffing Wnb

Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer

24

Natuurtoets 22 januari 2019

BIJLAGE 3

Jaarrond beschermde vogels

Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

25

Natuurtoets 22 januari 2019

Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Nederlandse naam

Categorie Nederlandse naam

Categorie

Blauwe reiger

5

Ruigpootuil

5

Boerenzwaluw

5

Spreeuw

5

Bonte vliegenvanger

5

Tapuit

5

Boomklever

5

Torenvalk

5

Boomkruiper

5

Zeearend

5

Bosuil

5

Zwarte kraai

5

Brilduiker

5

Zwarte mees

5

Draaihals

5

Zwarte roodstaart

5

Eidereend

5

Zwarte specht

5

Ekster

5

Huismus

2

Gekraagde roodstaart

5

Kerkuil

3

Glanskop

5

Oehoe

3

Grauwe vliegenvanger

5

Ooievaar

3

Groene specht

5

Ransuil

4

Grote bonte specht

5

Roek

2

Hop

5

Slechtvalk

3

Sperwer

4

Huiszwaluw

5

Steenuil

1

IJsvogel

5

Wespendief

4

Kleine bonte specht

5

Zwarte wouw

4

Kleine vliegenvanger

5

Boomvalk

4

Koolmees

5

Buizerd

4

Kortsnavelboomkruiper

5

Gierzwaluw

2

Oeverzwaluw

5

Grote gele kwikstaart

3

Pimpelmees Raaf

5 5

Havik

4

26

Natuurtoets 22 januari 2019

BIJLAGE 4

Samenvatting NDFF

Wnb - Vogelrichtlijn Bergeend

Houtduif

Roodborsttapuit

Blauwborst

Huismus

Scholekster

Bonte Vliegenvanger

Huiszwaluw

Slobeend

Boomkruiper

Kauw

Sperwer

Boomvalk

Kievit

Spotvogel

Bosrietzanger

Kleine Karekiet

Spreeuw

Braamsluiper

Kleine Plevier

Sprinkhaanzanger

Bruine Kiekendief

Kneu

Tjiftjaf

Buizerd

Knobbelzwaan

Tuinfluiter

Dodaars

Koekoek

Tureluur

Fazant

Koolmees

Turkse Tortel

Fitis

Krakeend

Vink

Gaai

Kuifeend

Visdief

Geelgors

Meerkoet

Waterhoen

Gele Kwikstaart

Merel

Waterral

Gierzwaluw

Nachtegaal Paapje

Wilde Eend

Goudvink Grasmus

Pimpelmees

Wulp

Grauwe Gans

Putter

Zanglijster

Groene Specht

Rietgors

Zomertaling

Grote Zilverreiger

Ringmus

Zwarte Kraai

Grutto

Roek

Zwarte Roodstaart

Heggenmus

Roodborst

Zwartkop

Bever

Poelkikker

Ruige dwergvleermuis

Otter

Rugstreeppad

Winterkoning

Holenduif

Wnb - Habitatrichtlijn

Wnb - andere soorten Bastaardkikker

Egel

Ree

Bosmuis

Gewone pad

sleedoornpage

Bruine kikker

Haas

Steenmarter

Bunzing

Kleine watersalamander

Vos

Das

Konijn

27

Natuurtoets 22 januari 2019

BIJLAGE 5

POV Gelderland

Soortenvrijstellingslijst voor ruimtelijke ingrepen en bestendig beheer of onderhoud Behorende bij de Omgevingsverordening Gelderland Soorten als bedoeld in artikel 3.7.2.3.

28

Natuurtoets 22 januari 2019

BIJLAGE

4: LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

Ruimtelijke onderbouwing Fraterwaard 2 Ellecom

42

Lijsterbes Zwarte Els

Gewijzigd 21-11-2018

BIJLAGE

5: ARCHEOLOGISCH ONDERZOEKSRAPPORT

Ruimtelijke onderbouwing Fraterwaard 2 Ellecom

43

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom Gemeente Rheden

Opdrachtgever ForFarmers FarmConsult dhr. J. Oude Hengel Postbus 91 • NL-7240 AB Lochem +31 6 22 37 35 81 jan.oudehengel@forfarmers.eu

Projectnummer 192181 Kenmerk EKU/DIR/HAMA/192181

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

Paraaf

Datum

30-01-2019

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Colofon Opdrachtgever

ForFarmers FarmConsult

Project

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom

Projectnummer

192181

Titel

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom Gemeente Rheden

Datum en versie

30-01-2019, versie 1.1 (concept)

Auteurs

drs. E.E.A. van der Kuijl en mw. D. Woolschot MSc

Kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl (sr. KNA Archeoloog / sr. KNA prospector)

Afbeelding voorzijde:

Luchtfoto van het plangebied, met het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

2 van 17

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 4 1.

2

3

4

Inleiding.................................................................................................................................... 6 1.1

Inleiding en onderzoekskader ......................................................................................... 6

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek en veldonderzoek ............................... 7

1.3

Werkwijze........................................................................................................................ 8

1.4

Beleidskaders ................................................................................................................. 9

1.5

Administratieve gegevens ............................................................................................. 12

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 13 2.1

Landschapsgenese ....................................................................................................... 13

2.2

Historische ontwikkeling plangebied ............................................................................. 16

2.3

Archeologische waarden............................................................................................... 19

2.4

Archeologisch verwachtingsmodel................................................................................ 21

2.5

Synthese ....................................................................................................................... 24

Booronderzoek....................................................................................................................... 26 3.1

Werkwijze Booronderzoek ............................................................................................ 26

3.2

Resultaten ..................................................................................................................... 26

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 29 4.1

Conclusie ...................................................................................................................... 29

4.2

Selectieadvies ............................................................................................................... 29

4.3

Voorbehoud .................................................................................................................. 29

Gebruikte Bronnen ........................................................................................................................ 31 Gebruikt Literatuur ..................................................................................................................... 31 Geraadpleegde Websites .......................................................................................................... 31 BIJLAGEN ..................................................................................................................................... 32

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

3 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van ForFarmers FarmConsult namens dhr. E. Uenk een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd en een verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Fraterwaard 2 te Ellecom, gemeente Rheden. Aanleiding voor het onderzoek is het nieuwbouwplan voor een jongveestal met kelder. Hiervoor is een omgevingsvergunning benodigd. De oppervlakte van de stal bedraagt ca. 225 m². De exacte verstoringsdiepte is meer dan 2,61 m-mv. Op grond van de archeologische verwachting “terrein van cultuurhistorische waarde, opgehoogd erf” dient conform de beleidskaart van gemeente Rheden, bij het uitgraven van meer den 100m² en dieper dan 30 cm door de initiatiefnemer een KNA conform archeologisch rapport te worden aangeleverd, waaruit blijkt dat met de geplande bodemingreep geen archeologische waarden worden verstoord. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Omgevingsvergunning te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA 4.1 conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld. In 2011 is voor een eerdere ontwikkeling van een melkveestal een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd.

Relevante delen van deze onderzoeken zijn met goedkeuring van de heer J. Habraken opgenomen in deze rapportage.

Conclusie bureauonderzoek Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied een hoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode Vroege Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd en Tweede Wereldoorlog. Voor de periode van de prehistorie tot Romeinse Tijd is sprake van een lage trefkans door de aanwezigheid van de IJssel. Het plangebied is vanaf 1773 nabij het erf van “Boerderij Cabenter” gelegen. Tegenwoordig is het plangebied tuin en erf maar is nooit bebouwd geweest. Er kan een ondiepe verstoring door agrarische bewerking en tuin- en erfinrichting zijn opgetreden. Er mag worden aangenomen dat deze verstoring niet dieper dan 0,50 m-mv bedraagt. Uit eerder onderzoek is gebleken dat er een oude antropogene ophooglaag op een diepte van 0,90-1,10 m-mv aanwezig kan zijn behorend bij de oorspronkelijke boerderijterp. De nieuwe bebouwing zorgt voor een nieuwe bodemverstoring met een diepte van meer dan 2,61 cm-mv. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek.

Conclusie veldwerk Op basis van het verkennend booronderzoek kan geconcludeerd worden dat er in het plangebied geen aanwijzingen zijn aangetroffen voor menselijke bewoning in het verleden. De natuurlijke ondergrond is direct onder de subrecente bouwvoor aangetroffen, op een diepte van maximaal 40 cm-mv. Het plangebied ligt deels op komafzettingen en deels op oever- (op kom)afzettingen van de IJssel, buiten de woonterp. Er is geen sprake van bodemvorming of ontkalking van het bodemprofiel en tijdens het booronderzoek zijn, hoewel dit niet het doel van het onderzoek was, geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Selectieadvies Hamaland Advies adviseert om wegens het ontbreken van een intacte top van de natuurlijke ondergrond, het ontbreken van bodemvorming, het ontbreken van ontkalking van de bodem door menselijk handelen in het verleden en de ligging buiten de woonterp geen vervolgonderzoek uit te voeren. De kans dat met de geplande bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan wordt gering geschat en derhalve adviseren wij het plangebied vrij te geven voor de toekomstige ontwikkelingen.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

4 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Voorbehoud Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Rheden), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de verantwoordelijke ambtenaar van de gemeente Rheden (mw. M. Sanderman) en diens archeologisch adviseur (dhr. J. Habraken).

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

5 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van ForFarmers FarmConsult namens dhr. E. Uenk een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd en een verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Fraterwaard 2 te Ellecom, gemeente Rheden. Aanleiding voor het onderzoek is het nieuwbouwplan voor een jongveestal met kelder. Hiervoor is een omgevingsvergunning benodigd. De oppervlakte van de stal bedraagt ca. 225 m². De exacte verstoringsdiepte is meer dan 2,61 m-mv. Op grond van de archeologische verwachting “terrein van cultuurhistorische waarde, opgehoogd erf” dient conform de beleidskaart van gemeente Rheden, bij het uitgraven van meer den 100m² en dieper dan 30 cm door de initiatiefnemer een KNA conform archeologisch rapport te worden aangeleverd, waaruit blijkt dat met de geplande bodemingreep geen archeologische waarden worden verstoord. Het plangebied dient door de overschrijding van de vrijstellingsgrens voorafgaand aan de vergunningverlening in het kader van de Omgevingsvergunning te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA 4.1 conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Voorafgaand aan het veldonderzoek is een Plan van Aanpak opgesteld. In 2011 is voor een eerdere ontwikkeling van een melkveestal een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd.

Relevante delen van deze onderzoeken zijn met goedkeuring van de heer J. Habraken opgenomen in deze rapportage. Het bevoegd gezag, de gemeente Rheden en diens adviseur, de Regionaal Archeoloog van Regio Arnhem (drs. J. Habraken), zullen de resultaten van het bureauonderzoek en het veldonderzoek toetsen.

Afbeelding 1: Topografische kaart met plangebied binnen het rode kader (Archis3)

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

6 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Afbeelding 2: Kadastrale huisnummerkaart met plangebied binnen het rode kader (Archis3)

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek en veldonderzoek Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld en wordt dit verwachtingsmodel getoetst middels boringen in het veld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld1: Bureauonderzoek 1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest. 4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? 5.

Welke natuurlijke Formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 6. Met welke culturele Formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 7. Welke Formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 8. Wat is de aard (mobilia [materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden], immobilia, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek (prospectiekenmerken, geografisch en stratigrafisch)? 1

Habraken, 2014

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

7 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNA-leidraden. Verkennend Booronderzoek 11. Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? 12. Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? 13. Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 14. Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? 15. Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen 16.

Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring? Karterend Booronderzoek 17. Uitgaande van de onderzoeksstrategie: zijn de verwachte vondst- en/of spoorcomplexen (archeologische indicatoren) binnen het onderzoeksgebied aanwezig? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie. 18. Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, in hoeverre komen de uitkomsten overeen met de resultaten van het bureauonderzoek? Geef de mate van zekerheid of onzekerheid aan en licht toe met een beargumenteerde interpretatie. 19. Uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, hoe adequaat is de gekozen zoekstrategie geweest? Licht beargumenteerd toe. Indien archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn: 20. Wat is de (mogelijke) omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit van deze archeologische vondst- en/of spoorcomplexen? Licht toe met een beargumenteerde interpretatie. 21. Wat is de diepteligging van de top van het niveau met archeologische vondst- en/of spoorcomplexen (‘vondstlaag’) ten opzichte van het maaiveld en NAP? Wat is de dikte van deze vondstlaag of vondstlagen? Licht toe aan de hand van een beargumenteerde interpretatie van boorprofielen. 22.

In hoeverre is deze vondstlaag/vondstlagen of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor die in de diepere bodem? 23. In hoeverre is de vondstlaag of het vondstmateriaal op, of in, de bodem representatief voor de ligging en verbreiding van een eventueel sporenniveau? 24. Hoe kan men de resultaten vertalen in termen van conservering/ kwaliteit, en/of verdere zoek- of waarderingsstrategie? 25. Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? 26. Welke mogelijkheden zijn er, of welk perspectief is er, voor in situ behoud? Wat zijn daarvoor de randvoorwaarden? Hoe dienen deze randvoorwaarden tijdens de waarderende fase te worden onderzocht?

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.1) en bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01); 2. beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); 3. beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3);

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

8 van 44

Project Kenmerk

4. 5.

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijke kenmerken (KNA LSO4); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5).

Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het onderzoek zijn met name ontleend aan de eisen van Habraken, J., 2014; Handboek archeologisch onderzoek binnen de regio Arnhem, 2014, Eisen en kaders voor onderzoek en beoordeling van rapporten: • Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; • geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; • Archeologische kaart gemeente Rheden; • archeologische rapporten en publicaties;

1.4

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valetta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-K). Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

9 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland t.a.v. cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma2. Zij wil bewerkstelligen: • Versterken van de functionaliteit van erfgoed • Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk • Stimuleren van innovatie en nieuwe ontwikkelingen • Verankeren van de geschiedenis van Gelderland in de identiteit van de Gelderse regio’s • Versterken van de maatschappelijke rol van musea • Versterken van de presentatie van collecties beeldende kunst die verbonden zijn met onze provincie, de ‘Gelderse school’ • Stimuleren van kwalitatief hoogwaardig cultuuronderwijs op basisscholen.

Cultuureducatie heeft een vaste plek in het lesaanbod binnen het basisonderwijs • Stimuleren van cultuur- en erfgoedparticipatie In de programmaperiode 2017-2020 gaat de provincie aan de slag met: • Klimaat en duurzaamheid met betrekking tot onderhoud van erfgoed in de provincie; • Samenwerking met kennis- en onderwijsinstellingen zoals Universiteiten en Hogescholen over instandhoudingstechnologie (innovaties van materialen, methoden en technieken) • Archeologische en cultuurhistorische Beleidsadvieskaarten van gemeenten toegankelijk maken voor een breder publiek; • Actualisatie Kennisagenda Archeologie van Gelderland en samen met gemeenten implementatie van de Erfgoedwet; • Het actief omgaan met nieuwe opgaven zoals het (laten) verrichten van onderzoek leegstand van monumentaal vastgoed; • Inventarisaties groen, haalbaarheidsonderzoeken of strategische beheervisies, gemeentelijke visies; • Bescherming erfgoedwaarden door inzet deskundigheid en maatwerk in de regelgeving.

Voor de Limes voorbereiding van de aanwijzing als Werelderfgoed; • Instandhouding en beleefbaar maken door afsprakenkaders met gemeenten, restauratie fysieke projecten, functieverandering en duurzaamheidsbevordering; • Programmatische samenwerking door een netwerk van alle relevante partijen; • De uitvoering van projecten als de Vliegende startprojecten, Kennisagenda archeologie, Landgoederen en buitenplaatsen, Landgoed Sevenaer. Provinciale kennisagenda Rivierenland3 Deze agenda heeft de volgende thema’s: - De Romeinse Limes in Gelderland: Locatie van de limesweg en de bijbehorende castella met hun bewoners. Focus op het verdedigingsmechanisme van het Romeinse rijk en de rol van bruggen, wachttorens en vici hierin. - Het militaire verleden vanaf de Middeleeuwen: In de Liemers en Ellecom en ommelanden lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Ellecom speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef. De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17e en 18e eeuw en van 1815 tot 1940. - Het rituele landschap: Sporen van rituelen zijn gevonden in kommetjes, moerasbossen, restgeulen en rivierbeddingen. Het grafritueel in de vroege prehistorie, Romeinse tijd en vroege middeleeuwen is nog niet goed in beeld gebracht.

- Het rivierenlandschap als bron van economische ontwikkeling: Al vanaf de prehistorie worden goederen in het rivierengebied geïmporteerd en geëxporteerd, waarbij de rivieren als verbindingswegen een grote rol speelden. Om welke grondstoffen en producten gaat het? Waar bevonden zich de winlocaties en productiecentra?

2 3

www.gelderland.nl zie hoofdstuk 3; Kennisagenda Archeologie Rivierengebied; Bruning L. 2012

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

10 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Gemeentelijk beleid Met de invoering van de Wet op de archeologische monumentenzorg in 2007 (thans Erfgoedwet) is de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief gedelegeerd aan gemeenten. Gemeente Rheden beschikt over eigen archeologiebeleid. Er is een vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart4 en een Archeologische Vindplaatsen en Verwachtingskaart5. Deze plannen zijn gebruikt is als toetsingskader voor de archeologische verwachting. In 2014 is er in opdracht van de gemeenten in de Regio Arnhem een Handboek archeologisch onderzoek binnen de regio Arnhem6 opgesteld. De richtlijnen van dit beleid zijn, indien relevant, bij het opstellen van onderhavig onderzoek toegepast.

4

RAAP, 2012 RAAP, 2012 6 Habraken, 2014 5

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

11 van 44

Project Kenmerk

1.5

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever

ForFarmers FarmConsult

Projectnaam

Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom

Uitvoerder, Beheer en plaats documentatie

Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

Bevoegd gezag

Gemeente Rheden

Provincie, Gemeente, Plaats

Gelderland, Rheden, Ellecom

Adres en Toponiem

Fraterwaard 2 te Ellecom

Kaartblad

40E

X, Y coördinaten plangebied

X,Y plangebied

205.030, 448.842

ZW

205.005, 448.846

Gemeente Rheden, Sectie S perceel 1089 (deels)

12

14

Huidig grondgebruik

Toekomstig grondgebruik

11

4668600100 225 m²

Oppervlakte onderzoeksgebied

13

225 m² Tuin

15

16

17

Bodemtype extrapolatie Grondwatertrap extrapolatie

Periode

ZO

n.v.t.

10

Oppervlakte plangebied

21

205.015, 448.856

9,12 m+NAP

Archis Onderzoekmeldingsnummer

Geologie

NW

205.013, 448,844

Kadastrale gegevens

18

205.030, 448.842

9

CMA/AMK Status en nr.

Geomorfologie

NO

8

Centrumcoördinaat Hoogte plangebied

7

Bebouwing (jongveestal) 3L43HD

Welvingen in rivierafzettingen

Rd90A

kalkhoudende ooivaaggronden, zware zavel en lichte klei

VI

GHG 40-80 cm-mv, GLG >120 cm-mv

19

20

Formatie van Echteld op formatie van Kreftenheye Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

7

Archis3 Archis3 Archis3 10 Archis3 11 Archis3 12 Archis3 13 Archis3 14 Archis3 15 Archis3 16 Archis3 17 Archis3 18 Archis3 19 GHG: gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) 20 GLG: gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) 21 Archis3 in combinatie met dinoloket 8 9

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

12 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

2

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie Vanaf de totstandkoming van de verbinding tussen de Rijn en de Oude IJssel in de vroege middeleeuwen is de IJssel onderdeel van het afvoersysteem van de Rijn. De IJssel komt in korte tijd tot volle bloei. De periode tussen de Romeinse tijd en de systematische aanleg van dijken in de Late Middeleeuwen (ongeveer 300-1300 na Christus) is sterk bepalend voor het landschap van het IJsseldal en voor de huidige loop van de IJssel. In deze periode zijn in het stroomdal van de IJssel rivierafzettingen uit het Pleistoceen en het Holoceen omgewerkt, geërodeerd en herafgezet. De afzettingen van kalkrijke zware zavel en lichte klei uit deze periode zijn aangeduid als oude stroomgordelafzettingen van de IJssel. De meanderende IJssel heeft zich steeds verder richting het oosten verlegd. Tegelijkertijd werd in de binnenbocht sediment afgezet waardoor hier zandruggen zijn ontstaan. Deze vorming ging min of meer gelijk op met oevererosie in de buitenbocht, waardoor een wisselend patroon is ontstaan van ruggen en geulen.22 De atlas Archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied23 geeft in het plangebied een afgedekt predeltaïsch landschap (gebied buiten beddinggordels) aan. De beddinggordel van de IJssel heeft in het traject langs de Veluwezoom van nature veel bochten en een hoge sinuositeit.

Bij Rheden werden gestuwde afzettingen door de IJssel aangesneden en ondergraven. De andere IJsselmeanders langs de Veluwezoom snijden stuwwalflankerende afspoelingswaaiers aan bestaande uit relatief grof materiaal. De betreffende meanders zijn in 1969 afgesneden ten behoeve van de scheepvaart en de aanleg van de snelweg A348. Hun kronkelwaarden zijn daarna voor zand- en grindwinning gebruikt. Ook verder stroomafwaarts zijn de kronkelwaarden sterk ontwikkeld, vooral bij Doesburg24. De Fraterwaard is een kronkelwaard die in 1954 afgesneden is van de hoofdgeul t.b.v. scheepvaart (cv 207-450). De Lamme IJssel (cv 205-447) resteert als fragment van de natuurlijke geul die verlaten is na het graven van een nieuwe loop van de IJssel dichter langs Doesburg in de Late Middeleeuwen (ca. 1552 AD)25;

Afbeelding 3: Uitsnede uit het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) waarop de oude rivierbeddingen als diepe geulen te zien zijn. Het plangebied bevindt zich binnen de rode cirkel. (Archis3)

22

Berendsen, 2005 i.c.m. Habraken 2011 Cohen, 2014 Bijlage G Cohen, 2009, 76 25 Cohen, 2009 naar Haans, 2008. 23 24

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

13 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Aan het begin van de 17e eeuw hadden de kronkelwaarden van de IJssel al min of meer hun huidige vorm26. Typische concentrische vormen met series zandige ruggen met laagtes ertussen (vullingen tot 3 m dik) markeren de daadwerkelijke kronkelwaard in de binnenbocht van de hoofdgeul. Die morfologie markeert de zone waarbinnen de hoofdgeul van de Gelderse IJssel lateraal gemigreerd, op de kaart weergegeven als de beddinggorden. Op grotere afstand van de hoofdgeul is het pakket zand afkomstig van de IJssel echter aanmerkelijk dunner (1-2 meter) en missen de zandige ruggen het typische concentrische seriële kronkelwaardpatroon27. Het contrast tussen de daadwerkelijke kronkelwaard en de zone met een chaotischer netwerk van secundaire geulen is bijvoorbeeld te zien bij Olburgen, westelijk van de Fraterwaard (cv 206-449), bij Brummen, westelijk van Cortenoever (cv 210-457); en ook oostelijk van Gorssel (cv 209-468). Deze geulen zijn te beschouwen als nevengeulen uit de tijd van het ontstaan van de Gelderse IJssel. Op enkele plaatsen lijken de secundaire geulen over relatief korte afstand een van lokale beeklopen overgeërfde richting te volgen. Op de kaart is dit weergegeven als dek van IJsselzanden (‘zandige laag binnen 1 à 2 m’, legenda-eenheden 18 en 19) over ‘Pleistoceen zand op aangegeven diepte’. 1.

Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? Het plangebied bevindt zich in het IJssellandschap in de Fraterwaard, een kronkelwaard die in 1954 werd afgesneden van de hoofdgeul van de IJssel. De ondergrond bestaat uit IJsselafzettingen met grof zand van de Formatie van Kreftenheye waarop kleiige gronden van de Formatie van Echteld zijn gevormd.

Geomorfologie De Geomorfologische kaart28 typeert het plangebied aan als ‘Welvingen in rivierafzettingen’ (code 3L43HD, zie Afbeelding 4). Uit archeologisch oogpunt zijn alleen de hoger gelegen gronden langs rivieren (stroomruggen, rivierduinen en oeverwallen) van oudsher een vestigingsplaats voor mensen. De overige gebieden hebben een meer semi permanente bewoningsgeschiedenis. De bedijkingen vanaf de 12e eeuw brachten hier echter verandering in. Welvingen in rivierafzettingen 3L43LD

22R43 Restgeul

Niet geclassificeerd: weg 22R43 Restgeul

Afbeelding 4: Uitsnede uit de Geomorfologische kaart met de situering van het plangebied binnen het rode kader (Archis3)

26

Hesselink, 2002. Cohen, 2009, 78 28 Archis3 27

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

14 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)?

Bodem Het plangebied ligt op de bodemkaart29 in de bebouwde kom waar geen bodemgegevens zijn verzameld. Extrapolatie van bodemgegevens uit de oostelijke omgeving typeert het dichtstbijzijnde bodemtype als kalkhoudende ooivaaggronden, zware zavel en lichte klei (Rd90A) Deze grondsoort vertoont weinig tekenen van bodemvorming. Dit bodemtype komt voor in het rivierengebied. Een halve meter onder het maaiveld kan het bodemprofiel tekenen van oxidatie vertonen. Deze bodems komen alleen in gebieden met weinig verstoring voor. Ooivaaggrond Rd90A

Poldervaaggrond Rn47C

IJssel

Afbeelding 5: Uitsnede uit de Bodemkaart met het plangebied in het rode kader (Archis3)

De paleogeografische ontwikkeling30 geeft voor het plangebied een ouderdom tussen 0 en 500 jaar Bp. Op de zandbanenkaart van de provincie Gelderland31 heeft plangebied geen deklagen en ligt de top van het pleistocene zand tussen de 1,0m-mv en 2,0 m-mv.

Grondwater Het plangebied heeft na extrapolatie van de bodemkaart32 grondwatertrap VI met een gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) tussen de 40 en 80 cm onder het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand (zomer) van meer dan 120 cm onder maaiveld.

Hoogte Het maaiveld van het plangebied heeft op het actuele hoogtebestand Nederland33 een hoogte van 9,12 m +NAP. Bij bezoek van de locatie op 29 januari 2019 is geconstateerd dat het maaiveld van het plangebied ca 30-50 cm lager ligt dan de directe omgeving. Vanwege de kleine hoogteverschillen op het terrein en in de omgeving, en de daardoor zeer slecht te onderscheiden kleurverschillen, is de hoogtekaart van het plangebied niet afgebeeld.

29

Archis3 Berendsen, 2001 http://ags.prvgld.nl/GLD.Atlas/(S(j23nkc453p3bji552f0gtcn4))/default.aspx?applicatie=Zandbanen 32 Archis3 33 Archis3 30 31

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

15 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Bodemloket, Historisch onderzoek grondvervuiling en Dinoloket Het Bodemloket geeft inzicht in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit van de omgeving in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Er is voor het plangebied geen bodemverontreiniging bekend.34 Het project bevindt zich in de fase van de aanvraag van de Omgevingsvergunning ter voorbereiding op de planvormingfase. Derhalve zijn nog geen actuele milieutechnische- en geotechnische rapporten voorhanden bij de opdrachtgever. Uit het dinoloket35 is één geologische boring bekend 400 meter ten noorden van het plangebied. Het betreft hier een boring B40E1240 uit 1969 tot 3,90 meter minus maaiveld. De boring typeert de bodem tot 1,30 als fijn tot matig fijn, siltig zand. Daarna is één meter dikke kleilaag aanwezig tot 2,30m -mv. Hieronder is afwisselend klei en zand aanwezig, een pakket van in totaal 1,10m dik. Deze laag behoord tot de Formatie van Kreftenheye. Op 3,90 meter komt zwak siltig zand voor dat behoort tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden..

2.2

Historische ontwikkeling plangebied Het plangebied ligt op de rand van de Veluwe tussen Ellecom en Doesburg in het IJsseldal. Op historische kaarten is het plangebied als volgt aangegeven: - In de Blaeu-atlas “Tooneel der Steden van ’s Konings Nederlanden in twee banden” uit 1649 staat het plangebied als onbebouwd aangegeven. De IJsselarm, nabij het plangebied, die in de huidige tijd bevaren wordt, is als smal stroompje aangegeven. - Op de kaart van B. Elshof uit 1730 is aangegeven dat de gronden ten noorden van de huidige Ellecomsedijk als toponiem “Den Diergaerden” heeft. Dit betekent dat het gebied werd gebruikt voor de jacht. - De boerderij met de naam “Boerderij Cabenter” behorende bij het plangebied is een gemeentelijk monument geregistreerd onder nummer 276. Deze boerderij wordt voor het eerst afgebeeld op een kaart van Herman van Hooff uit 1773-1779. (zie Afbeelding 6). - Op de Kadastrale kaart 181736 is het plangebied gelegen op perceel 80 met een weidefunctie. De “Boerderij Cabenter” ‘is aanwezig ten zuidwesten van het plangebied. (zie Afbeelding 7). - Op de Topografische militaire kaart 1830-1850 (Kadaster, kaartnummer 42-2rd) zijn er geen wijzigingen zichtbaar en is het plangebied nog onbebouwd. - Op het eerste Bonneblad van 1864 is het plangebied weiland bij de “Boerderij Cabenter” (zie Afbeelding 8) - Dit veranderd niet tot in de huidige tijd.

- Op de topografische kaart van 1986 is ten noorden van het plangebied een stal gebouwd (zie Afbeelding 9) -

34

http://kaarten.gelderland.nl/viewer/app/thema_bodemverontreinigingen en bodemloket.nl https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens 36 Dieren, Gelderland, sectie F, Blad 01 via http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl 35

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

16 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Afbeelding 6: Situatie 1773-1794 met de globale ligging van het plangebied in het rode kader (Herman van Hooff 1773-1779).

Afbeelding 7: Situatie 1817 met het plangebied binnen het rode kader. (Kadastrale kaart 1811-1832, minuutplan Dieren, Gelderland, sectie F, blad 01).

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

17 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Afbeelding 8: Situatie in 1866 met het plangebied in het rode kader. (Topotijdreis.nl).

Afbeelding 9: Situatie in 1986 met het plangebied in het rode kader. (Topotijdreis.nl).

3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? Historische kaarten geven aan dat het onderzoeksgebied nooit bebouwd is geweest. Ten noorden en ten westen van het plangebied is een stal in 1986 gebouwd. Het onderzoeksgebied maakt deel uit van het erf van “Boerderij Cabenter” dat stamt uit de 18e eeuw.

Gelders Archief37 Bij het Gelders Archief zijn geen voor het plangebied relevante gegevens voorhanden. Wel is informatie voorhanden van “Boerderij Cabenter”, maar deze geeft voor het plangebied geen nadere informatie. 37

www.geldersarchief.nl en Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg

© Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933

18 van 44

Project Kenmerk

: BO en IVO Plangebied Fraterwaard 2 te Ellecom : EKU/DIR/HAMA/192181

Luchtfoto’s Op de aanwezige luchtfoto’s38 zijn geen archeologische sporen waargenomen.

Tweede Wereldoorlog Over de IJssel is vanaf de oudste kaarten een doorlaatbrug en tolhuis aanwezig. In de Tweede Wereldoorlog was de doorlaatbrug onderdeel van de IJssellinie en van groot strategisch belang. Hiermee kon het achterliggende land onder water worden gezet. Delen van de IJssellinie zijn als kazematten terug te vinden. Kazematten zijn kleine militaire werken van beton die dienden als gevechtsopstelling van mitrailleurs of geschut. Ten behoeve van de landsverdediging werden in de jaren dertig van de 20e eeuw verscheidenen kazemattenlinies aangelegd om een aaneengesloten vuurfront te vormen. De kazematten langs de IJssel stonden op de linkeroever aan de rand van het zomerbed. Nabij het plangebied hebben verschillende kazematten gelegen. De heer Hagen schrijft over de Cabenterkazemat (S-kazemat 84) die tijdens de Duitse inval zwaar onder vuur heeft gelegen. Direct ten oosten van het plangebied aan een uitloper van de IJssel (Dierensche Hank) is deze kazemat aanwezig en ligt half begraven aan de oever. Tijdens de oorlogshandelingen kan er munitie zijn achterbleven of kunnen eventueel munitiedumps en dichtgeschoven bomkraters aanwezig zijn nabij het plangebied. Er is voor het plangebied geen historisch onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE).

Er zijn geen gedetailleerde luchtfoto’s van het plangebied beschikbaar uit de Tweede Wereldoorlog.

Gelderland in beeld39 Deze informatiebron bevat geen relevante informatie voor of over het plangebied.

2.3

Archeologische waarden Het gebied maakt deel uit van een eerder onderzoek dat is uitgevoerd vanwege de realisatie van een nieuwe melkveestal in 2011. Hierbij is een bureauonderzoek40 en een inventariserend veldonderzoek41 uitgevoerd (onderzoeksnummer 2340740100). In het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat het gebied in stroomgordelafzettingen van de IJssel ligt die dateren van na de Romeinse Tijd. Archeologische resten van voor die tijd zijn daarom niet te verwachten door de erosieve werking van de IJssel. In de middeleeuwen zijn de hogere delen beschermd tegen overstromingen en geschikt voor (semi) permanente bewoning. De locatie ligt op een verhoging die van onbekende datum is. De locatie ligt nabij de boerderij Cabenter die uit de periode 17731779 stamt. Het is niet duidelijk of er voorgangers van deze boerderij zijn geweest. Nabij de locatie is een doorlaatbrug die in de Tweede Wereldoorlog sterk is bevochten. Er worden archeologische vondsten verwacht uit de periode Vroege Middeleeuwen tot de Nieuwe Tijd. Er wordt aanbevolen om een veldonderzoek uit te voeren. Het in 2011 door Hamaland Advies uitgevoerde veldonderzoek omvatte drie boringen. In boring 2 is een ‘terplaag’ zonder archeologische indicatoren aangetroffen. In boring 1 is een recente ophooglaag aangetroffen. De oudere ophooglaag was verdwenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=0f86a652-fe1b-4061-97d8-f1dbf0274a49