Bestemmingsplan Spankeren 2021 Toelichting VA (21.41)
Tekst van het document
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Spankeren 2021 routes voor mensen met een beperking. Ook de relatie met voorzieningen en dorpshuizen is hierbij belangrijk.
Welstandsnota De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan de omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefkwaliteit groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk. Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van de welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruit gaat. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen.
3.4.2
Structuurvisie Kleine Kernen
Deze structuurvisie Kleine k ernen geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen voor De Steeg, Ellecom, Spankeren en Laag-Soeren. De visie beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op lange termijn en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte termijn met als doel de leefbaarheid van de dorpen en hun omgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. In dit onderhavige actualisatie bestemmingsplan zijn in principe geen nieuwe ontwikkelingen meegenomen.
3.4.3
Komend beleid
Bij de voorbereiding van de 10-jaarlijkse actualisatie van de bestemmingsplannen is geconstateerd dat nog nieuw beleid in voorbereiding is. Nieuw beleid kan aanleiding zijn om het nu voorliggende geactualiseerde bestemmingsplan -op onderdelen- te herzien. Dit geldt bijvoorbeeld voor de uitvoeringsnota van het evenementenbeleid.
28
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Hoofdstuk 4
Beschrijving bestemmingsplan
Zoals in hoofdstuk 1 al is aangehaald, kent onderhavig bestemmingsplan dat volgens de huidige digitale vereisten is opgezet, andere bestemmingen ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan. Ook zijn de laatste wijzigingen in regelgeving en beleid hierin verwerkt. Niet gewijzigd is het uitgangspunt van flexibele bestemmingsplannen. De geldende bestemmingsplannen zijn hiervoor als startpunt gebruikt. Ook zijn enige beperkingen aangebracht (bijvoorbeeld ten aanzien van aantallen, goothoogte en bouwlagen) zoals hieronder wordt beschreven.
4.1
Systematiek
Bouwmogelijkheden In het plangebied liggen niet bebouwde bouwvlakken. Deze waren al bestemd in het geldende plan. Er bestaat geen aanleiding om deze mogelijkheden niet over te nemen. Hier is juridisch-planologisch gezien geen sprake van nieuwe mogelijkheden. Het plan bevat geen nieuwe woningbouwmogelijkheden. De bestaande bouwvlakken zijn overgenomen tenzij dit niet meer actueel is, dan is het bouwvlak aangepast aan een verleende vergunning.
Maatvoering De regeling voor de maatvoering wijzigt generiek ten opzichte van de voorheen geldende bestemmingsplannen. In plaats van alleen een bouwhoogte, zoals in de voorheen geldende bestemming Werken of Voorzieningen, wordt in de dorpen thans ook het maximale aantal bouwlagen geregeld in andere bestemmingen dan de bestemming Wonen. Dit voorkomt dat in de woonomgeving hoge plat afgedekte gebouwen worden gerealiseerd, hetgeen niet passend wordt gevonden binnen de stedenbouwkundige structuur ter plekke. In de bestemming Bedrijventerrein wordt niet gewerkt met bouwlagen tenzij de ligging daarom vraagt.
Gebruik Geconstateerd kan worden dat niet alle gegeven gebruiksmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan nog actueel zijn. Het betreft vooral de functies die door middel van aanduidingen in een woonbestemming waren toegelaten. Panden zijn ook in zijn geheel als woning in gebruik. De panden waarin wonen en andere functies aan elkaar gelijk waren gesteld, worden in dit plan bestemd als Gemengd. Aan de hand van de actuele situatie is gekeken naar de toedeling van toegelaten ander gebruik binnen de bestemming Gemengd. Waar in de loop der jaren zich een ander gebruik heeft ontwikkeld, is dit beoordeeld. Niet alleen op de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid maar ook vanuit andere beleidsvelden en regelgeving.
Stedenbouwkundige waarden De stedenbouwkundige waarden die voorheen in een Beschrijving-in-Hoofdlijnen waren verwoord, krijgen thans waar zij als juridisch bindend zijn te beschouwen, rechtstreeks een plaats op de verbeelding en in de regels. Het instrument Beschrijving- in-Hoofdlijnen is namelijk niet meer opgenomen in de Wet ruimtelijk e ordening en kan daarom niet meer worden toegepast.
- goot- en bouwhoogtes Het stedenbouwkundige beeld wordt in zijn algemeenheid zoals hierboven al onder maatvoering is gesteld, beter geborgd door in elke bestemming te werken met bouwlagen. Zo nodig kan ook bij hoofdgebouwen gewerkt worden met goot- en bouwhoogtes als hiertoe stedenbouwkundig aanleiding toe
Toelichting (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Spankeren 2021 is. Denk aan gebieden met een stedenbouwkundig waardevolle uitstraling. In die gevallen is de doelstelling het bewerkstelligen dat bij ver- of nieuwbouw optimaal wordt aangesloten op de bestaande, waardevol bevonden ruimtelijke uitstraling van een gebied. Buiten de gebieden met een stedenbouwkundig waardevolle uitstraling blijft uitgangspunt de systematiek van bouwlagen en bouwhoogtes. Deze systematiek biedt meer architectonische variatiemogelijkheden.
- onbebouwde gronden grenzend aan het openbare gebied De openheid van die onbebouwde gronden wordt in zijn algemeenheid bij woningen geborgd door de toekenning van de bestemming Tuin en bij overige bestemmingen door het niet aanduiden van deze gronden als een gebied waar bijgebouwen kunnen worden geplaatst.
Cultuurhistorische waarden Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het herkenbaar houden van de ontwikkelingsgeschiedenis van belang. Op stedenbouwkundig schaalniveau kan dat door de hoofdstructuur, gevormd door de oude linten en later geheel nieuw aangelegde of doorgetrokken ontsluitingswegen te behouden. Het bestemmingsplan voorziet hierin. Het bestemmingsplan legt voorts het bestaande bebouwingspatroon vast in bouwvlakken en maatvoeringen.
- monumenten Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden zijn ook de maatvoeringen van de beschermde monumenten nader bezien. Hier wordt een conserverende regeling voor goothoogte en bouwhoogte geïntroduceerd om in het bestemmingsplan meer aansluiting te zoeken bij de regelgeving ten aanzien van monumenten. Monumenten zijn op de verbeelding ter herkennen door de aanduiding specifiek e bouwaanduiding - hoogtemaatvoering (sba-hm).
- archeologie Verder valt het plangebied binnen de werkingssfeer van het bestemmingsplan Parapluplan Rheden Archeologie 2013. De krachtens dat plan geldende dubbel bestemmingen voor archeologie zijn overgenomen in het voorliggende plan, met bijbehorend beschermingsregime. Opgemerkt wordt dat de begrenzing van de verschillende types van archeologische waarden op een aantal plekken cirkelvormig is. Het voorliggende plan heeft geen zelfstandige, nieuwe ambities ten aanzien van de bescherming van de aanwezige waarden. Milieuzonering Bij de totstandkoming van de planregeling is het uitgangspunt geweest dat geen hoger niveau van potentiële overlast mag ontstaan. Om dit te bewerkstelligen, zijn de toegestane activiteiten gekoppeld aan diverse lijsten. Deze zijn zodanig van opzet dat deze activiteiten binnen het gebiedstype acceptabel worden geacht. In het bestemmingsplan wordt nu direct aangeduid tot welke milieucategorie een functie is toegelaten, er hoeft anders dan voorheen het geval was geen berekening per locatie meer te worden verricht. Dit biedt meer duidelijkheid vooraf. Reeds aanwezige/toegelaten functies die niet passen binnen de algemene bestemmingsregeling, worden gerespecteerd door middel van een specifieke aanduiding. Er bestaat geen aanleiding tot het 'wegbestemmen' van deze functies. Voorts geldt dat voor alle activiteiten de parkeernormen van toepassing zijn.
Dit kan gevolgen hebben voor de toelaatbaarheid van de activiteiten.
30
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
4.2
Toedeling van bestemmingen
Bestemming Agrarisch Deze bestemming ziet op de gronden welke niet bij de woonpercelen behoren en een agrarisch gebruik c.q. een agrarische uitstraling kennen/gaan kennen. De rijbak en een bijgebouw voor het hobbymatig houden van dieren is middels een aanduiding weergegeven. Deze mogen uitsluitend op de aangegeven locatie worden gerealiseerd. Het plan kent de vereiste van een omgevingsvergunning voor nader genoemde werken en werkzaamheden. Van belang is, dat beplantingen en bomen die worden aangebracht in het kader van de landschappelijke inpassing, niet vergunningsplichtig zijn. Het verwijderen daarvan evenwel is wel vergunningsplichtig.
Bestemming Bedrijventerrein De omvang van het terrein IJsselsteyn, de aard van de bedrijvigheid en de opname van dit bedrijfsterrein in het Integrale Bedrijventerrein Informatie Systeem van de provincie is aanleiding om de bestemming Bedrijventerrein te gebruiken. Op dergelijke terreinen wordt de aanvaardbaarheid van het gebruik ook in dit bestemmingsplan geregeld door een categorie-indeling gebaseerd op de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering. Voor de afwijkingsmogelijkheden is aansluiting gezocht bij het geldende bestemmingsplan en de geamendeerde Visie op flexiblilisering/functieverruiming op de bedrijventerreinen in de gemeente Rheden. Daarbij wordt gedacht aan perifere detailhandel, lesuire en wellness. In het geldende bestemmingsplan Bedrijventerrein Kanaalzone zijn expliciet gebieden aangewezen voor diverse vormen van perifere detailhandel toelaatbaar zou kunnen zijn. Onderhavig terrein valt daarbuiten. De gemaakte afweging doet nog steeds opgeld. Zodat qua flexibilisering/functie een afwijkingsbevoegdheid is opgenomen voor leisure en wellness. Voor de bevoegdheid is aansluiting gezocht bij de regeling in het recente bestemmingsplan voor het bedrijventerrein De Beemd in Velp. Dit geldt ook voor de toelaatbaarheid van internethandel.
Bestemming Bos Het bosperceel (Kraaijenbos) binnen het plangebied is bestemd voor de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden alsmede voor productiebos. Gebouwen zijn niet toegestaan.
Bestemming Cultuur en ontspanning De bestemming Cultuur en ontspanning is gelegd daar waar het volgens de landelijke systematiek nodig is.
Bestemming Gemengd - 2 Op diverse plekken is sprake van een combinatie met andere gelijkwaardige functies. In de geldende (thans te herziene) bestemmingsplannen is gewerkt met aanduidingen waaruit blijkt dat tevens die andere gelijkwaardige functie is toegelaten. In het overgrote deel van de gevallen gaat het om woningen die ook in zijn geheel voor andere functies mogen worden aangewend. De mate waarin andere functies werden toegelaten was per pand verschillend. Ook vallen in de thans te herziene bestemmingsplannen de geldende bestemmingen uiteen in meer bestemmingen. Voor beide gevallen voorziet onderhavig bestemmingsplan in mengbestemmingen. Gekozen is voor een onderverdeling in verschillende bestemmingen Gemengd. De bestemming Gemengd - 2 wordt gebruikt voor percelen die zowel mogen worden gebruik voor een woning als voor de één (of meer) andere, aangeduide nevengeschikte functies. In het voorliggende geval
Toelichting (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Spankeren 2021 is de herberg De Luchte onder deze bestemming gebracht mede vanwege het gemengde karakter van het aanwezige bedrijf. Als bijvoorbeeld de aanduiding (h) is geplaatst, mag het pand en de gronden in zijn geheel of gedeeltelijk worden gebruikt ten behoeve van een woning of ten behoeve van horeca. Ook zijn er 2 recreatiewoningen toegestaan daar waar dat op de verbeelding is aangegeven. Opgemerkt wordt dat dit dus verschilt van de situatie waarin een pand geheel of gedeeltelijk als woning wordt gebruikt en is bestemd voor Wonen. Dan mag de bewoner van die woning aan huis een beroep of bedrijf uitoefenen. In dat geval zijn de voorwaarden opgenomen in bijlage 8 en in artikel 8.4 van toepassing zoals bijvoorbeeld een maximale oppervlaktemaat voor een kantoor aan huis.
Bestemming Groen Doordat het openbare gebied niet meer dezelfde bestemming krijgt als de aan grenzende gronden zoals in het geldende bestemmingsplan (alleen de doorgaande verkeersroutes werden apart bestemd) ontstaat de mogelijkheid om groen voorzieningen apart te bestemmen. Daar waar sprake is van structureel groen wordt deze functie in het voorliggende plan afzonderlijk bestemd (de bestemming Groen). Hierdoor wordt het structurele karakter beter geborgd. Overigens zijn doorsnijdende paden rechtstreeks mogelijk; deze zijn deels ook al aanwezig.
Bestemming Maatschappelijk - 1 De bestemming Maatschappelijk - 1 voorziet in een vrij brede maatschappelijk bestemming. Met een lijst is aangegeven welke functies hieronder worden begrepen. Bij de totstandkoming van de lijst is de mate van hinder voor de omgeving betrokken. Het gaat om maatschappelijk voorzieningen zoals scholen, kerken, buurthuizen, gezondheidscentra. De begraafplaats bij de Petrusk erk is nader aangeduid op de verbeelding Daar waar ook een ander gebruik plaatsvindt, is dit door middel van een aanduiding toegelaten. Voor zover in de bestemming functieaanduidingen zijn geplaatst, kan de algemene wijzigingsbevoegdheid van toepassing zijn. Voor de beschrijving van de bevoegdheid die burgemeester en wethouders hebben, wordt verwezen naar het hierboven gestelde bij de bestemming Gemengd - 1.
Bestemming Recreatie - volkstuin De aanwezige volkstuintjes hebben deze bestemming gekregen.
Bestemming Tuin De bestemming Tuin is toegekend aan perceelsgedeelten (bij woningen) waarvoor bebouwing met gebouwen/overkappingen vanwege de ruimtelijke uitstraling aldaar uitdrukkelijk niet gewenst wordt gevonden. Die perceelsgedeelten hebben in de geldende bestemmingsplannen de bestemming Wonen waarbij geen bijgebouwen zijn toegelaten. Door de bestemming Tuin wordt nadrukkelijker dan voorheen in beeld gebracht dat de betreffende gronden vrij van gebouwen dienen te blijven. Opgemerkt wordt dat inherent aan het gebruik als tuin is dat daarin mag worden geparkeerd. De bestemming Tuin wordt eveneens gebruikt daar waar het achtererf grenst aan het landelijke gebied en een overgang tussen dorp en de openheid van het landschap nodig wordt gevonden. Ook daar worden vergunningvrije bouwwerken vanwege de gewenste overgang nadrukkelijk als stedenbouwkundig en landschappelijk ongewenst aangemerkt. Gezien de doelstelling van de bestemming Tuin wordt deze niet gebruikt om bij diepe achtertuinen op binnenterreinen de gronden aan te wijzen waarop in de geldende bestemmingsplannen geen bijgebouwen worden toegelaten. Daar is namelijk onvoldoende ruimtelijk belang aan de orde. Om die reden zijn die diepe achtertuinen thans volledig voorzien een bestemming die bijgebouwen (en daarmee ook vergunningvrije bouwwerken) toelaten.
32
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Bestemming Verkeer Wegen zijn ondergebracht in de bestemming Verk eer. Daarmee is de aanwezige verkeersstructuur uitgangspunt. Binnen deze bestemming mag worden geparkeerd. Ook binnen deze bestemming zijn onder andere ook groenvoorzieningen mogelijk, echter hier vindt geen borging plaats van deze functies.
Bestemming Verkeer - railverkeer Deze bestemming is gebruikt voor de bestaande spoorlijn van Arnhem naar Zutphen.
Bestemming Wonen De bestemming Wonen is gegeven aan panden waar wordt gewoond en geen andere activiteit (meer) wordt ontplooid. Dat wil zeggen geen andere activiteit dan die niet onder een beroep aan huis of een toegelaten bedrijfsmatige activiteit aan huis begrepen kan worden. Binnen de bestemming Wonen blijven bestaande ondergeschikte andere functies toegelaten uit het geldende bestemmingsplan. Met betrekking tot het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis is de regeling geactualiseerd.
- aantal woningen In de bestemming Wonen is het aantal toegelaten woningen in een bouwvlak gefixeerd op het bestaande aantal of, indien dit meer is, het bestaande planologische aantal. Aldus ligt de ruimte die geboden wordt om nieuwe woningen te bouwen in het bestemmingsplan vast en kan op een goede wijze invulling worden gegeven aan de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking die op grond van het Bro moet worden gedaan als -in een op te stellen bestemmingsplan- nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan de orde zijn. Overigens werd in de praktijk zeer zelden zonder een herziening van het bestemmingsplan, een vergunning verleend om ter plaatse van een woning meer woningen te mogen bouwen.
- kamerbewoning Nieuw is een regeling met betrekking tot kamerbewoning. Dit wordt in beperkte mate toegelaten. Met deze regeling krijgt het bepaalde in de APV ook ruimtelijk zijn beslag en wordt dit voorzien van een duidelijk kader. Standaard kan een huishouden in de woning 2 kamers verhuren. In onderhavig plan kan niet worden gesproken van functioneel gemengde wijken. Het plan biedt daarom conform het kamerverhuurbeleid in beperkte mate de gelegenheid tot het realiseren van meer dan 2 kamers in een woning. Het verhuren moet altijd geschieden in combinatie met de bewoning door de eigenaar of huurder. Vervolgens geldt dat maximaal 1% van de woningen in het plangebied hiervoor mag worden aangewend waarbij de onderlinge afstand tussen de kamerverhuurpanden ten minste 50 m moet bedragen. Daarbij geldt -zoals in hoofdstuk 3.4.1 al is beschreven- dat voor grondgebonden woningen geen exploitatievergunning wordt verleend. Omdat in het verleden ook op basis van een bouwvergunning of omgevingsvergunning kan zijn meegewerkt aan het volledig gebruiken van een pand voor kamerbewoning, is zekerheidshalve in de regels bij de bestemming Wonen opgenomen dat dit gebruik in bestaande legale situaties is toegelaten.
Bestemming Leiding - Riool Deze bestemming is gebruikt voor een bestaande rioolpersleiding.
Toelichting (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Spankeren 2021
Bestemming Waarde - Archeologie Deze bestemmingen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan en zijn afgestemd op de mate waarin vondsten verwacht kunnen worden.
Bestemming Waterstaat - waterstaatkundige functie De waterstaatkundige functie van de gronden langs de IJssel zijn geregeld en beschermd middels de dubbelbestemming Waterstaat - waterstaatk undige functie. Het gaat met name om de veilige afvoer van hoogwater, sediment, ijs en de water- huishouding, een veilige scheep- en recreatievaart en vergroting van de afvoer- capaciteit. Binnen deze bestemming mogen in principe passende voorzieningen worden aangelegd ten behoeve van onderhoud en verbetering van de hoofd- waterkering, het aanpassen van bestaande kribben, plaatsen van bakens en het constructief aanpassen van aanmeergelegenheden. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bouwregels onder voorwaarde dat de waterstaatkundige belangen niet worden geschaad.
Bedrijfswoningen De bestaande bedrijfswoningen zijn opgenomen in de betreffende bestemming. Nieuwe bedrijfswoningen worden niet toegestaan in het plan.
Vergaderaccommodatie Deze aanduiding is nieuw en is toegekend aan zaalruimten die hiervoor beschikbaar zijn en niet zijn gelegen in de gebruikelijke bestemming voor vergaderaccommodaties. In onderhavig geval gaat het om het gebouw De Kerk horst die beschikbaar is als vergaderlokaliteit.
Cultureel medegebruik Eveneens nieuw is de aanduiding cultureel medegebruik. Hierdoor blijven deze activiteiten die in kerken worden uitgeoefend mogelijk.
Niet-gesprongen explosieven Vanwege de zorgplicht van de gemeente ter zake van de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog is in de regels een onderzoeksplicht opgenomen voor die gebieden waarvoor die verdenking bestaat. De gebieden zijn aangeduid op de verbeelding.
Parkeren Tenslotte zijn vanwege de regelgeving met betrekking tot het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening, de parkeernormen thans vastgelegd in het bestemmingsplan. Ook deze zijn bezien op hun actualiteit en vloeien voort uit de Nota Park eernormen Rheden 2015. Binnen de relevante bestemmingen is het gebruik gekoppeld aan parkeernormen. Deze normen, waaraan moet worden voldaan, zijn opgenomen in een bijlage bij de regels.
34
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Hoofdstuk 5
Haalbaarheid en afweging
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt verantwoording afgelegd volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro inzake de onderbouwing van de behoefte.
5.1
Het rijksbelang
Geconcludeerd kan worden dat in onderhavig bestemmingsplan geen onderwerpen aan de orde zijn zoals bedoeld in het Barro. Het plangebied ligt niet in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen EHS) en in het rivierbed van de IJssel vinden geen riviergebonden en niet-riviergebonden activiteiten plaats. Een beperkt deel van het plangebied is aangewezen als stroomvoerend deel van het rivierbed. Het betreft gronden tussen de rivier de IJssel en de Zutphensestraatweg. Zie onderstaande afbeelding. Het voorliggende plan voorziet niet in andere bouwmogelijkheden dan in het geldende bestemmingsplan. Gezien de aanwijzing is voor de betreffende gronden de bestemming Waterstaat – waterstaatk undige functie opgenomen zodat eventuele effecten voor de waterstand en voor de bergingscapaciteit getoetst worden.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat Natura 2000-gebied Rijntak k en, waaronder de Uiterwaarden IJssel, grenst aan het plangebied. Het gaat om de bestaande woonpercelen ten zuiden van de Zutphensestraatweg. Nieuwe ontwikkelingen worden evenwel niet mogelijk gemaakt in het plangebied. De mogelijkheden die het plan bevat, betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Besluit ruimtelijk e ordening. Een toetsing aan de ladder voor duurzame stedelijking kan daarom
Toelichting (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Spankeren 2021 achterwege blijven Het onderhavige bestemmingsplan wordt passend geacht binnen de kaders van het rijksbeleid.
5.2
Het provinciale belang
Geconcludeerd kan worden dat de aard van het bestemmingsplan zodanig is dat het provinciale beleid, anders dan vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, niet aan de orde is. Gelezen de omgevingsverordening gaat het om de volgende onderwerpen. Woningbouw In subregionaal verband worden de gemeentelijke woningbouwprogramma's op elkaar afgestemd. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de planningslijsten woningbouw. Geconstateerd is dat tot 2025 nog een behoefte bestaat aan 9.098 woningen (subregionaal). Voor de gemeente Rheden geldt dat in de planninglijst woningbouw rekening is gehouden met de realisatie van 440 woningen (planningslijst 2016). In het plan zijn geen woningbouwmogelijkheden opgenomen. Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone en Nationaal landschap Uit de Omgevingsverordening Gelderland blijkt dat een klein deel van het plangebied grenst aan de Groene Ontwik k elingszone. Het plangebied grenst voor een groot deel aan het Nationaal Landschap. In paragraaf 5.4.6 Natuurwaarden wordt hier verder op ingegaan.
5.3
Het waterschapsbelang
In de Waterbeheerplannen van het waterschap Vallei en Veluwe zijn geen projecten beschreven waarvoor een regeling in onderhavig plangebied nodig is. Of een bestemmingsplan het belang van het waterschap raakt, wordt door het waterschap getoetst. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen.
5.4
Onderzoek
Hier wordt de afweging beschreven die gemaakt is bij het leggen van de toepasselijke bestemmingen. Indien noodzakelijk bij nieuwe ontwikkelingen, wordt ingegaan op het opgestelde rapport. 5.4.1
Milieuzonering
kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven
36
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021 en Milieuzonering uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Van het omgevingstype gemengd gebied is sprake in een gebied met een variatie aan functies. In de directe nabijheid zijn bijvoorbeeld winkels, horeca en bedrijven aanwezig. Ook gebieden die direct liggen langs de hoofdinfrastructuur behoren tot het omgevingstype gemengd gebied.
In een dergelijk gebied bestaat al een hogere milieubelasting zodat de richtafstanden voor een rustige woonwijk daarvoor niet gebruikt hoeven te worden. Zij worden met één afstandsstap verlaagd. In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. Deze nota is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van inrichtingen in onderhavig plangebied en bij de indeling van de lijsten met toe te laten functies binnen de gegeven bestemmingen Rondom de kern Spankeren liggen een aantal bedrijventerreinen. Deze terreinen zijn opgenomen in het bestemmingsplan Bedrijventerrein Kanaalzone. Voor het bestemmingsplan Kanaalzone is inzichtelijk gemaakt welke bedrijfscategorieën (maximaal) kunnen worden toegestaan. Vanuit de woonbebouwing die aanwezig is in het plangebied en in het dorp Spankeren is deze zonering tot stand gekomen. Een van de aspecten bij milieuzonering is geluidhinder. De zonering is geen onderdeel van het bestemmingsplan Spankeren maar dus onderdeel van het bestemmingsplan Kanaalzone.
beoordeling Het plangebied kan worden gekarakteriseerd als gebied waar voor een groot deel functiemenging plaatsvindt. Aan de Zutphensestraatweg, langs de spoorlijn, en in de nabijheid van het bedrijventerrein is er sprake menging van functies. Vanwege de gebiedstypering gebied met functiemenging is het mogelijk om voor de milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan voor een rustige woonwijk wordt geadviseerd. Andere delen van het dorp kunnen qua milieuzonering worden aangemerkt als rustige woonwijk. De bestaande inrichtingen in het plangebied vallen onder de toegelaten bestemmingen en categorieën. aanduiding cm (cultureel medegebruik ) De kerk in het plangebied, is bestemd voor Maatschappelijk - 1. Door middel van de aanduiding cm is hier het gebruik voor muziekuitvoeringen, lezingen, rouw- en trouwbijeenkomsten toegelaten. Dit is qua milieuzonering mogelijk. conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
5.4.2
Bodem
kader Daar waar het nieuwe bestemmingsplan directe mogelijkheden voor functiewijziging of uitbreidingsmogelijkheden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden biedt en die verdacht wordt van de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging, dient bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
Toelichting (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Spankeren 2021
beoordeling Het plan maakt geen ontwikkelingen mogelijk, er is geen sprake van een evidente functiewijziging. Er hebben zich geen ontwikkelingen voorgedaan die vragen om een bodemonderzoek.
conclusie Het aspect bodemverontreiniging vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
5.4.3
Niet-gesprongen explosieven
kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. beoordeling Voor de uit het vorige bestemmingsplan overgenomen bouwlocaties geldt dat dit onderzoek, indien dit aan de orde is, kan worden uitgesteld tot bij de omgevingsvergunning voor de activiteit bouw. Het plan voorziet niet in nieuwe mogelijkheden. Vanwege het conserverend karakter van het voorliggende bestemmingsplan is geen onderzoek naar niet-gesprongen explosieven nodig. conclusie Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
5.4.4
Geluid
kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.
De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient
38
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021 akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden.
beoordeling Railverkeer In de onderstaande figuur staan de geluidscontouren aangegeven van de spoorlijn in Spankeren.
Wegverkeer In de onderstaande figuur staan de geluidscontouren (Lden, situatie 2026) aangegeven van het wegverkeer in Spankeren. (Bron: Icinity gemeente Rheden).
Toelichting (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Spankeren 2021
In de bovenstaande gegevens is rekening gehouden met de geluidscorrectie volgens artikel 110 Wgh. Hierbij worden de wegen met een wettelijk toegestane snelheid van 70 km/h en hoger gecorrigeerd met 2 dB en alle wegen met een wettelijk toegestane snelheid onder de 70 km/h gecorrigeerd met 5 dB. conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan indien in het plan voorwaarden worden opgenomen.
5.4.5
Externe veiligheid
kader Externe veiligheid gaat over het beperken van de blootstelling van mensen aan een verhoogd gevaar als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Denk aan de productie, het behandelen of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Dat kan door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en kwetsbare objecten. Dat zijn woningen, scholen, gezondheidscentra en dagverblijven. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen/voorzieningen zoals kantoren, winkels en bedrijven. Voor transportassen -dat wil zeggen verkeerswegen, spoorwegen en vaarwegen- zijn de regels vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), voor buisleidingen in het Besluit
40
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021 externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor bedrijven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarnaast wordt in deze paragraaf ook aandacht besteed aan de gasdruk regel- en meetstations. Al die besluiten hanteren dezelfde risicobenadering. Daarbij worden twee soorten risico's beschouwd. Het gaat in de eerste plaats over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, oftewel het plaatsgebonden risico (PR). Het PR is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. De veiligheidszone wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden, en of in de directe omgeving mag worden gebouwd. In de tweede plaats gaat het om het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers. Tevens wordt het GR als maat voor de maatschappelijke ontwrichting beschouwd die kan ontstaan ten gevolge van een ongeval. Daarnaast kan er bij het vervoer van gevaarlijke stoffen sprake zijn van een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand.
Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier. Ook wordt in deze paragraaf aandacht besteed aan de gasdrukregel- en meetstations.
beoordeling externe veiligheid Aan de orde is opnieuw vaststellen van een bestemmingsplan voor Spankeren. In het plan zijn geen nieuwe ontwikkelingen voorzien.
Risicoveroorzakende activiteiten In en direct rond het plangebied is een inventarisatie gedaan naar risico veroorzakende activiteiten. Dit heeft het volgende overzicht opgeleverd: a. Vervoer van gevaarlijk e stoffen over wegen, spoorwegen en water Voor het wegverkeer is de N348 en de N786 relevant. De spoorlijn doorkruist het plangebied. De IJssel ligt ten zuiden van het plangebied. b. Vervoer van gevaarlijk e stoffen door buisleidingen In en nabij het plangebied in de gemeente Rheden liggen geen hogedruk aardgastransportleidingen. c. Bedrijven die vallen onder het Bevi Binnen het plangebied bevindt zich geen Bevi-bedrijf. Buiten het plangebied bevindt zich één bedrijf, Linde Gas Benelux B.V. Dit bedrijf is van invloed is op het plangebied.
ad a. Vervoer van gevaarlijk e stoffen over wegen, spoorwegen en water In het plangebied ligt de spoorlijn Arnhem – Zutphen en N348. Het plangebied ligt op sommige stukken ook enkele tientallen meters van de N786 en de vaarweg IJssel. Over al deze transportroutes worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Op basis van de Regeling Basisnet is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de spoorlijn en de IJssel niet over het plangebied is gelegen. Ten aanzien van de N348 en de N786 is in het kader van traverse Dieren door de Omgevingsdienst Regio Arnhem een risicoberekening opgesteld voor beide wegen (zie QRA N348/N786 traverse Dieren, d.d. juli 2011, projectnummer: 236832). Uit deze risicoberekening blijkt dat voor beide wegen geen 10-6 risicocontour wordt berekend. Het plaatsgebonden risico vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig plan.
Toelichting (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Spankeren 2021
Ten aanzien van het groepsrisico is het plan gelegen binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem – Zutphen, N348, N786 en de IJssel. Daarmee hebben wijzigingen in het plangebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico van deze risicobronnen. Aangezien het plan conserverend van aard is (geen toename aantal aanwezige personen), zal dit geen wijzigingen opleveren in de hoogte van het groepsrisico. Hierdoor kan conform Bevt worden volstaan met beperkte verantwoording groepsrisico en hoeft enkel nog de aspecten zelfredzaamheid en beheersbaarheid te worden beschouwd. Ter volledigheid: de hoogte van het groepsrisico voor de spoorlijn Arnhem - Zutphen ter hoogte van de kern Spankeren, is lager dan 0,3 maal de oriëntatiewaarde (conform rapport Basisnet Spoor, d.d. 20-9-2011). De hoogte van het groepsrisico voor N348 en N786 bedraagt maximaal 0,034 maal de oriëntatiewaarde (zie rapport QRA N348/N786 traverse Dieren). De hoogte van het groepsrisico voor de IJssel is lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (Conform Handleiding risicoanalyses transport bijlagen, paragraaf 1.4.5.2). Verder heeft de IJssel een plasbrandaandachtsgebied van 25 meter uit de oeverlijn. Aangezien het bestemmingsplan conserverend van aard is (staat geen nieuwe objecten toe), hoeft het plan hier niet aan getoetst te worden. Er is sprake van een beperkte verantwoording van het groepsrisico,
ad c. Bedrijven die vallen onder het Bevi Buiten het plangebied bevindt zich, aan de Kanaaldijk 4a, het bedrijf Linde Gas Benelux B.V. Het bedrijf is van invloed is op het plangebied. Bij het bedrijf vindt onder andere de opslag van gevaarlijke stoffen plaats. Hiervoor is een risicoberekening uitgevoerd ten behoeve van de omgevingsvergunning (QRA Lindegas Dieren, 8 juli 2010 versie B). Uit de QRA blijkt dat de berekende 10-6 risicocontour niet over het plangebied is gelegen. Dit vormt dan ook geen belemmering voor het plan. Ten aanzien van het groepsrisico bedraagt het invloedsgebied 220 meter. Het plangebied is hierbinnen gelegen. Daarmee hebben wijzigingen in het plangebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Aangezien het plan conserverend van aard is (geen toename aantal aanwezige personen), leidt dit niet tot wijzigingen in de hoogte van het groepsrisico. Uit de opgestelde risicoberekening bij de verleende omgevingsvergunning blijkt dat er geen groepsrisico wordt berekend. Dit komt omdat er pas wordt gesproken over een groepsrisico bij meer dan tien berekende dodelijke slachtoffers. Wel moet conform het Bevi het groepsrisico uitgebreid verantwoord worden.
Verantwoordingsplicht Hieronder staat per risicobron de verantwoordingsplicht. Onderdelen verantwoordingsplicht
Verantwoording
RAIL, WEG en VAARWEG Beperkte verantwoordingsplicht mogelijkheden rampenbestrijding
42
Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van een incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dichtbij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dichtbij de risicobron. Omdat het plan conserverend van aard is, wijzigt de mate van bestrijdbaarheid niet.
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
mogelijkheden zelfredzaamheid
Voor het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij de dreiging van, of het bestaan van een gevaarlijke situatie wordt de term zelfredzaamheid gebruikt. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vlucht- mogelijkheden een rol. Uit het advies van de VGGM blijkt dat de aanwezigen mits tijdig gewaarschuwd voldoende zelfredzaam zijn. Daarnaast kunnen mensen gericht worden gewaarschuwd door NL-Alert.
LINDE GAS BENELUX Uitgebreide verantwoordingsplicht aanwezige dichtheid van Het bestemmingsplan is conserverend van aard waardoor er geen toename is personen in het van het aantal personen. Voor de kern Dieren geldt een gemiddelde invloedsgebied aanwezigheid van 25 personen per hectare conform PGS 1 deel 6 aanwezigheidsgegevens. groepsrisico per inrichting
Uit de risicoberekening voor het bedrijf Linde Gas Benelux B.V. blijkt dat er geen groepsrisico berekend wordt. Dit komt omdat er pas gesproken wordt over een groepsrisico bij meer dan 10 berekende dodelijke slachtoffers.
maatregelen ter beperking van het groepsrisico/maatregelen aan de bron
Omdat het bestemmingsplan conserverend van aard is, ziet de gemeente Rheden geen mogelijkheid om het groepsrisico verder te beperken. In het verleden zijn voor de inrichting aanvullende veiligheidsmaatregelen opgenomen in de omgevingsvergunning. De gemeente Rheden is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken.
mogelijkheden rampenbestrijding
Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dichtbij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheids- voorzieningen en het aantal aanwezigen dichtbij de risicobron. Omdat het plan conserverend van aard is, wijzigt de mate van bestrijdbaarheid niet.
mogelijkheden zelfredzaamheid
Voor het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij de dreiging van, of het bestaan van een gevaarlijke situatie wordt de term zelfredzaamheid gebruikt. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vlucht- mogelijkheden een rol. Uit het advies van de VGGM blijkt dat de aanwezigen mits tijdig gewaarschuwd voldoende zelfredzaam zijn. Daarnaast kunnen mensen gericht worden gewaarschuwd door NL-Alert.
nut en noodzaak van de Het betreft een conserverend bestemmingsplan waarbij de bestaande situatie ontwikkeling en voor- en wordt bestemd. nadelen van alternatieven
Het bestemmingsplan geeft de VGGM geen reden om een nader advies uit te brengen. Dit advies is opgenomen in Bijlage 2 Reactie Veiligheidsregio bij deze toelichting.
conclusie externe veiligheid Gelet op het voorgaande wordt het groepsrisico als aanvaardbaar beschouwd. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
Toelichting (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Spankeren 2021
Gasdrukregel- en meetstations In het plangebied zijn geen gasdruk regel- en meetstation gelegen.
5.4.6
Natuurwaarden
kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk , Groene ontwik k elingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt de Wet natuurbescherming .
Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermings- zones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwik k elingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwik k elingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwik k elingszone.
Daarnaast wordt worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap.
Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen.
beoordeling Gebiedsbescherming
44
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntak k en. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een mogelijk effect hebben op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden zijn met een groene arcering aangeduid op onderstaande afbeelding.
Bron: Omgevingsverordening Gelderland
Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als Gelders Natuurnetwerk . Een aantal bestaande woonpercelen ten zuiden van de Zutphensestraatweg met de nummers 114, 116, 2b en 2d ligt binnen de Groene Ontwik k elingszone. Het bestemmingsplan maakt overigens geen nieuwe functies/ontwikkelingen mogelijk die significant effect zouden kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In onderstaande afbeelding is het GNN met een donkergroene kleur aangeduid, het GO met een lichtgroene kleur.
Toelichting (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Spankeren 2021
Bron: Omgevingsverordening Gelderland
In de Omgevingsverordening Gelderland is voorts vastgelegd de ligging van het Nationaal Landschap (groene arcering). Voor zover gelegen binnen het plangebied heeft dit - vanwege het conserverend karakter van het bestemmingsplan- geen gevolgen voor de bestaande bestemmingen en functies.
Bron: Omgevingsverordening Gelderland
Soortenbescherming
46
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient altijd onderzocht te worden of zich ter plaatse beschermde soorten zouden kunnen bevinden en of de voorgenomen activiteit zou kunnen leiden tot overtreding van de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. In het plangebied worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die negatieve effecten op beschermde soorten kunnen hebben.
conclusie Het aspect natuurwaarden is geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat ten allen tijde rekening moet worden gehouden met de zorgplicht die voortvloeit uit de Wet natuurbescherming.
5.4.7
Cultuurhistorie
Vanaf 2007 geldt de verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden die onder andere de Monumentenwet 1988 vervangt. Ten aanzien van archeologie blijven belangrijke punten: nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven; toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek; maar is het vergunningenstelsel voor opgravingen vervangen door een certificeringstelsel. Alleen conform de bepalingen van de Erfgoedwet gecertificeerde bedrijven en overheidsdiensten mogen een opgraving verrichten. In de wet is voorzien in een overgangsbepaling. Daarnaast dient in deze toelichting beschreven te worden de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
beoordeling De mate waarin een verwachting op het aantreffen van relicten bestaat, is vastgelegd in een paraplubestemmingsplan. Dat recente bestemmingsplan is in onderhavig bestemmingsplan geïncorporeerd. Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd zijn. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijk) waardevolle relicten. Dat melden dient terstond te gebeuren bij de Rijk sdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS). In het plangebied worden geen nieuwe ontwikkeling mogelijk gemaakt. Ten aanzien van de bovengrondse cultuurhistorische waarden wordt in onderhavig bestemmingsplan (wederom) op perceelsniveau de ligging van het hoofdgebouw vastgelegd. Voor bestemmingen waarbij in het geldende bestemmingsplan eerst alleen een bouwhoogte was voorgeschreven, is nu ook het aantal bouwlagen vastgelegd, tenzij het pand is gelegen een bedrijventerrein. De waarden worden ook beschermd door het toelaten van bijgebouwen tot een afstand van (meestal) 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw. Voor de monumenten is een 'specifieke bouwaanduiding - hoogtemaatvoering' opgenomen waarbij de bestaande goot- en bouwhoogte leidend is.
conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaat geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over
Toelichting (vastgesteld)
47
bestemmingsplan Spankeren 2021 te gaan.
5.4.8
Water
kader Aan de hand van de Handreik ing Watertoets is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoud- kundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding.
beoordeling Hierbij wordt opgemerkt dat het in dit geval het actualiseren van bestemmingsplannen betreft. Dit betekent dat bestemmingen worden gelegd op bestaande bebouwing en nagenoeg altijd volgens bestaand gebruik. Bij dit plan is het omgaan met hemelwater aan de orde. In dit verband wordt als volgorde gehanteerd: water zoveel mogelijk vasthouden, vervolgens het overtollig water tijdelijk bergen en in de laatste plaats het afvoeren van water. Het realiseren van nieuwe watergangen is niet aan de orde, binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor onderhavig bestemmingsplan relevant zijn.
48
waterhuishoudkundig aspect
relevant omschrijving
1
veiligheid
ja
In het plangebied liggen gronden die behoren tot het gebied rond de IJssel. Het Barro is aan de orde.
2
wateroverlast
nee
Er is geen toename van verhard oppervlak met meer dan 500 m² dat loost op oppervlaktewater.
3
riolering
ja
Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater wordt afgevoerd via het riool (vasthouden-bergenafvoeren). Zie verder de toelichting.
4
watervoorziening
nee
Het plangebied betreft bestaand bebouwd gebied. Het plangebied ligt niet in een regionaal waterbergingsgebied.
5
volksgezondheid
nee
Het plangebied betreft bestaand bebouwd gebied. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. (in de omgeving van het plangebied is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van de IJssel en het Apeldoorns Kanaal).
6
bodemdaling
nee
In het plangebied gaat het hoofdzakelijk om zandige ondergrond. Eventuele zettingen zijn niet relevant.
7
grondwateroverlast
nee
In het grootste deel van het plangebied is geen sprake van hoge grondwaterstanden.
8
oppervlaktewaterkwaliteit
nee
niet van toepassing.
9
grondwaterkwaliteit
nee
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021
10 verdroging
nee
Het plangebied is grotendeels bestaand bebouwd gebied. Verdroging speelt geen rol.
11 natte natuur
nee
Het plangebied is grotendeels bestaand bebouwd gebied en bevat geen hydrologische beïnvloedingszones rond natuurgebieden of ecologische wateren.
12 inrichting en beheer
nee
Binnen het plangebied bevinden zich geen oppervlaktewateren die in beheer zijn van het waterschap. Rioleringswerken zijn in beheer bij de gemeente.
De uitkomsten van de tabel geeft aanleiding voor de volgende toelichting.
Ad 1 Veiligheid Een klein deel van het zuidwestelijk plangebied valt binnen het rivierbed van de IJssel en valt daarmee onder de Beleidslijn grote rivieren. Rijkswaterstaat is bevoegd gezag voor activiteiten binnen dit gebied.
Uitsnede kaartblad 085 Beleidsregels grote rivieren.
Toelichting (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Spankeren 2021
Ad 3 Riolering In het plangebied wordt afvalwater ingezameld en afgevoerd via de riolering. Voor de afvoer van afvalwater naar de openbare riolering is de gemeentelijke aansluitverordening van toepassing. De riolering in het gebied moet het afvalwater doelmatig inzamelen en afvoeren. Riooloverstortingen (bij regenbuien) op oppervlaktewater moeten worden beperkt. Dit wordt onder andere bereikt door het afkoppelen van hemelwater en de aanleg van bergingsvoorzieningen. In het plangebied is overwegend een gemengd rioolstelsel aanwezig. Er is plaatselijk een gescheiden riolering aangelegd dat wil zeggen een afzonderlijk vuilwater- en hemelwaterriool. Het is niet toegestaan grondwater af te voeren via het gemengde riool. Het streven is om ook het hemelwater niet af te voeren via het gemengde riool. Bij nieuwe ontwikkelingen moet met hemelwater worden omgegaan overeenkomstig de Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015. Het hemelwater en huishoudelijk afvalwater dienen van elkaar gescheiden aangeboden te worden op de erfgrens. In het plan zijn alle rioleringsvoorzieningen toegestaan, onder andere boven- en ondergrondse infiltratievoorzieningen, bergingskelders, rioleringen en IBA´s (Individuele Behandeling Afvalwater). Ter voorkoming van bodem- en/of grondwaterverontreiniging moeten uitlogende en verontreinigende materiaaltoepassingen vermeden worden.
Binnen het plangebied ligt ook een rioolpersleiding. Aangezien het onderhavige plan betreft het actualiseren van bestemmingsplannen voor een reeds bebouwd gebied, zal alleen in het voorkomende geval uit onderzoek moeten blijken welke maatregelen mogelijk zijn.
conclusie Vanuit het aspect water bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
5.4.9
Luchtkwaliteit
kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerk ingsprogramma Luchtk waliteit (NSL) Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betek enende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen. beoordeling Dit bestemmingsplan is conserverend van aard: het legt de bestaande situatie vast en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk anders dan al was toegelaten in de geldende bestemmingsplannen. Dit draagt niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit. Dit betekent dat de luchtkwaliteit niet zal
50
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Spankeren 2021 verslechteren als gevolg van het vaststellen van het bestemmingsplan. Op grond van de Wet milieubeheer is het daarom niet nodig de luchtkwaliteit te onderzoeken. Er wordt immers voldaan aan artikel 5.16 lid b Wm: de luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan. conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
5.4.10 Milieueffectrapportage kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in: activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben milieu (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu.
Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. beoordeling Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De conclusie is dat het kan worden uitgesloten dat het bestemmingsplan belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Er geldt daarom geen m.e.r-plicht, geen m.e.r.-beoordelingsplicht en ook is het niet noodzakelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.