Bestemmingsplan Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie) toelichting regels en bijlagen (22.77)
Tekst van het document
4.5.4 Plasbrandaandachtsgebied Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen kan er sprake zijn een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden moet worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan bijvoorbeeld ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier. 33 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
4.5.5 Situatie plangebied 4.5.5.1
Algemeen Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van 18 woningen op het perceel Harderwijkerweg 35 in Laag-Soeren. De huidige horeca-gelegenheid de Harmonie wordt gesloten en gesloopt om de bouw van de 18 woningen mogelijk te maken. Op basis van de landelijke risicokaart is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een externe veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In afbeelding 4.1 is een uitsnede opgenomen van de landelijke risicokaart, waarbij het plangebied indicatief met zwarte ovaal is aangeduid.
Afbeelding 4.1: Uitsnede provinciale risicokaart (Bron: Provincie Gelderland) In de onderstaande tabel is de analyse van de omliggende veiligheidsriscobronnen weergegeven. Risicobron
Harderwijkerweg 35, Laag Soeren
Hogedruk aardgasleidingen op basis van
Op ca. 290 meter ligt
Besluit externe veiligheid buisleidingen
aardgastransportleiding N-559-20. Het
(Bevb)
invloedsgebied (70 meter) ligt niet over het plangebied.
Inrichtingen op basis van Besluit externe
Rondom het plangebied zijn geen BEVI
veiligheid inrichtingen (Bevi)
inrichtingen gelegen.
Transport gevaarlijke stoffen over de weg
Op ca. 560 meter ten oosten van het plan
op basis van Besluit externe veiligheid
ligt de Dierenseweg en Kanaalweg.
transportroute (Bevt)
Hierover vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied 355 meter ligt niet over het plangebied heen.
34 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Transport gevaarlijke stoffen over het
Het plangebied ligt niet binnen het
water op basis van het Besluit externe
invloedsgebied van een vaarweg waar
veiligheid transportroute (Bevt)
gevaarlijke stoffen overheen vervoerd worden.
De beoordeling van externe veiligheid wordt uitgevoerd voor twee risiconormen, namelijk het plaatsgebonden risico en groepsrisico. 4.5.5.2
Plaatsgebonden risico Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een Bevi inrichting, transportroute en hogedruk aardgastransportleiding. Dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.5.5.3
Groepsrisico Het plangebied ligt in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem – Zutphen. Daarmee hebben wijzigingen in het plangebied mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico van deze risicobronnen. Doordat de afstand tussen het plan en de risicobronnen meer dan 200 meter bedraagt, kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden maar enkel de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Beperkte verantwoording van het groepsrisico In de huidige situatie is het plangebied een horecabedrijf 'De Harmonie'. Dit horecabedrijf beschikt over een café/restaurant/feestzaal voor maximaal 140 gasten en hotel met 3 studio's. In de verantwoording van het groepsrisico is er vanuit gegaan dat er geen horeca aanwezig zijn. Door de bouw van de woningen zal het aantal personen in het plangebied beperkt toenemen ten opzichte van een gesloten horecabedrijf. Deze toename is echter dusdanig beperkt dat er geen sprake is van een relevante toename van het groepsrisico in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Dit is zeker het geval wanneer ook de gasten van het horecabedrijf in de verantwoording van het groepsrisico wordt betrokken.
Advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) De VGGM heeft bij monde van Brandweer Gelderland Midden het plan van algemeen advies voorzien (brief ons kenmerk. 200819-0008, dd. 19 augustus 2020). Hierin is aangegeven dat er ten aanzien van bereikbaarheid en opkomsttijd geen belemmeringen zijn. Verder dat er een ondergrondse brandkraan met een capaciteit van 30 m3 per uur binnen 100 meter aanwezig dienst te zijn. Aanvullend heeft de VGGM per mail op 13 juli 2021 het volgende geadviseerd over de spoorlijn Arnhem - Zutphen. In de omgeving van het plangebied vindt op enige afstand transport van gevaarlijke stoffen plaats via aardgastransportleidingen en vervoer via het spoor Arnhem Zutphen. Er kunnen daar de volgende incidentscenario's optreden: explosie, plasbrand, fakkelbrand en toxische wolk. De kans daarop is klein. Het plangebied ligt binnen de effectafstand van het relevante scenario toxische wolk. Door het plan is er sprake van een toename van het aantal aanwezigen binnen het effectgebied. Het ligt in de verwachting dat de aanwezige personen bij een incident op het spoor of met de aardgastransportleiding, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd, zich zelf in veiligheid kunnen brengen. In het kader van de verantwoording groepsrisico's is geen aanleiding om aanvullend te 35
Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
adviseren over de rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
4.5.6 Conclusie Het plan ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van de transportroutes met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van deze risicobronnen vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Door het plan is er geen relevante toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zutphen niet. Het groepsrisico vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Eén en ander brengt met zich mee dat het voornemen in overeenstemming is met weten regelgeving ter zake van externe veiligheid.
4.6
Verkeer
4.6.1 Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de gemeentelijke 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In de volgende subparagraaf wordt nader op de uitgangspunten ingegaan. De gemeente Rheden valt binnen de categorie 'matig stedelijk´. Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom in een gebied dat als ´centrum' gezien wordt.
4.6.2 Verkeer 4.6.2.1
Verkeersgeneratie Ten aanzien van het berekenen van de verkeersgeneratie wordt aangesloten bij de gemiddelde verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd.
Functie
Verkeergeneratie per Aantal
Verkeersgeneratie
woning Koop, huis, vrijstaand
7,7
2
15,4
Koop, huis,
6,8
10
68
5,1
6
30,6
tussen/hoek Koop, appartement, midden Totaal
114 De totale verkeersgeneratie als gevolg van de woningbouwontwikkeling bedraagt 114 verkeersbewegingen per dag. Van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen is hiermee geen sprake. Opgemerkt wordt dat in het kader van de voorliggende ontwikkeling, de ter plaatse aanwezige horecabestemming komt te vervallen evenals de daarbij behorende verkeersbewegingen. De toename van het aantal verkeersbewegingen is in planologische zin dan ook minder. Waarschijnlijk is er zelfs sprake van een afname van het aantal verkeersbewegingen.
36 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Tot slot wordt opgemerkt dat de Professor Huetlaan en de Harderwijkerweg van voldoende omvang is om de huidige en toekomstige verkeersgeneratie eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. 4.6.2.2
Ontsluiting Het plangebied word via een nieuw aan te leggen ontsluitingsweg veilig op de Professor Huetlaan ontsloten. Ter plaatse van de gewenste ontsluitingweg is sprake van een overzichtelijke en veilige verkeerssituatie.
4.6.3 Parkeren Bij het bereken van het aantal benodigde parkeerplaatsen is uitgegaan van de beleidsnotitie 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. De volgende uitgangspunten worden hierbij gehanteerd. Functie
Parkeernorm
Aantal
Parkeerbehoefte
Vrijstaande woning, 2
1,6 per woning
2
3,2
1,4 per woning
16
22,4
onder 1 kapwoning Eengezinswoning, rijwoning, appartement Op basis van de hiervoor beschreven uitgangspunten bedraagt de totale parkeerbehoefte van de gewenste ontwikkeling 3,2+22,4=25,6 afgerond 26 parkeerplaatsen. Er worden 22 openbare parkeerplaatsen in het plangebied gerealiseerd. De vier hoekwoningen hebben bovendien ruimte voor één parkeerplaats per woning op eigen terrein. Daarnaast wordt er op eigen terrein van de vrijstaande woningen in twee parkeerplaatsen voorzien. In totaal worden er dan ook 28 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er wordt dan ook in het benodigde aantal parkeerplaatsen voorzien.
4.6.4 Conclusie verkeer en parkeren Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.7
Water
4.7.1 Vigerend beleid 4.7.1.1
Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.
37 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
4.7.1.2
Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009).
4.7.1.3
Provinciaal beleid De Omgevingsvisie Gelderland is mede kader voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in het plangebied. Het waterplan is beschreven aan de hand van een aantal thema's zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Hierbij is rekening gehouden met de Europese kaderrichtlijn water en het beleid.
4.7.1.4
Beleid Vallei en Veluwe Op 30 september 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld. De afgelopen jaren is veel bereikt, maar tegelijk staan er voor de komende jaren nieuwe uitdagingen. In het waterbeheerprogramma beschrijft het waterschap haar ambities en doelen voor het waarborgen van de waterveiligheid, het zorgen voor voldoende én schoon oppervlaktewater, het zuiveren van afvalwater en het verder ontwikkelen van de vele samenwerkings- en innovatiemogelijkheden. Het Waterbeheerprogramma (WBP) geeft de koers aan die het waterschap wil gaan varen en beoogt daarmee twee dingen. Ten eerste inzicht geven aan alle gebruikers en partners in het werkgebied in de doelen en maatregelen die het waterschap de komende zes jaar gaat bereiken. Ten tweede de koers intern bij het waterschap, als spoorboekje, expliciet maken en vastleggen.
4.7.2 Waterparagraaf 4.7.2.1
Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).
38 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
4.7.2.2
Waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over voorliggend initiatief door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de 'normale procedure' van de watertoets is toegepast. De bijbehorende afsprakennotitie is als Bijlage 5 bijgevoegd. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is als Bijlage 6 bijgevoegd. Uit het geohydrologisch onderzoek volgt dat er in de gewenste situatie sprake is van 2.831 m2 aan verhard oppervlak. Er is circa 170 m3 aan waterberging nodig. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om in deze waterberging te voorzien. Vuilwater wordt rechtstreeks op het gemengde riool in de Harderwijkerweg aangesloten. Regenwater wordt gescheiden afgevoerd naar de hiervoor genoemde waterberging.
4.8
Archeologie en cultuurhistorie
4.8.1 Archeologie 4.8.1.1
Algemeen Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan dient de initiatiefnemer hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.
4.8.1.2
Situatie plangebied Het plangebied ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachting. De hoge archeologische verwachting geldt voor alle perioden (Paleolithicum tot en Nieuwe Tijd). Archeologische resten bevinden zich vlak onder het maaiveld en zijn daardoor kwetsbaar. Deze hoge archeologische verwachting is in het geldende bestemmingsplan doorvertaald in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Op gronden met een dergelijke dubbelbestemming geldt dat archeologisch onderzoek verplicht is bij het uitvoeren van bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 centimeter. De voorgenomen ontwikkeling gaat gepaard met grotere en diepere bodemingrepen, waardoor archeologisch onderzoek benodigd is. Laagland Archeologie heeft in dat kader een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek karterende fase uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 7 bijgevoegd. Hierna wordt op de onderzoeksresultaten ingegaan.
4.8.1.3
Onderzoeksresultaten Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is in de meeste boringen een plaggendek met daarin archeologische indicatoren (enkel aardewerkfragmentje, houtskoolspikkels en baksteen) aangetroffen. Verder is er voornamelijk een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen. Plaatselijk zijn afgedekte bodemhorizonten onder het plaggendek als resten van (afgedekte) podzolgronden aanwezig. Het karterende booronderzoek heeft echter geen enkele archeologische indicatoren opgeleverd binnen het potentiële archeologische niveau in de natuurlijke afzettingen. Daarom kan worden aangenomen dat het plangebied geen archeologische vindplaats bergt. Om deze reden wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren en het 39
Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
plangebied vrij te geven. De huidige archeologische dubbelbestemming wordt van het plangebied verwijderd, aangezien het plangebied vrij is gegeven.
4.8.2 Cultuurhistorie 4.8.2.1
Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan/wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.
4.8.2.2
Situatie plangebied In paragraaf 2.3.3 is uitgebreid ingegaan op de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Er wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een aantasting van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Om de bestaande waardevolle stedenbouwkundige structuur te beschermen zijn de gebiedsaanduidingen 'overige zone - stedenbouwkundig waardevol 1' en 'overige zone - stedenbouwkundig waardevol 2' in voorliggend bestemmingsplan overgenomen. Hiermee wordt het open stedenbouwkundige karakter en het representatieve straatbeeld beschermd. Het plangebied grenst aan het rijksbeschermde dorpsgezicht Laag-Soeren. Om de bijbehorende cultuurhistorische waarden te beschermen is een inrichtingsplan opgesteld die door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting juridisch in de regels is vastgelegd. Hiermee is geborgd dat er een goede overgang naar het landschap van het beschermd dorpsgezicht wordt gerealiseerd.
4.8.3 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Natuur
4.9.1 Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
4.9.2 Gebiedsbescherming 4.9.2.1
Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura
40 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
2000-gebied betreft de Veluwe op een afstand van circa 120 meter van het plangebied. Om de stikstofdepositie in kaart te brengen is een stikstofberekening uitgevoerd voor de aanlegfase, gebruiksfase en de referentiesituatie. Deze berekening en bijbehorende rapportage is als Bijlage 8 bijgevoegd. In volgende alinea worden de belangrijkste conclusies uiteengezet. Voor de aanlegfase van het voornemen is per saldo sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee sprake van een stikstofdepositie met mogelijke significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Daarentegen is in de gebruiksfase per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Aangezien binnen de berekening gebruik is gemaakt van een zogenaamde interne saldering, dient een Wet natuurbeschermingsvergunning te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Doordat in de aanlegfase ook na intern salderen nog sprake is van een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, wordt voor de aanlegfase beroep gedaan op stikstofruimte uit het stikstofregistratiesysteem (SSRS). Aangezien binnen de berekening gebruik is gemaakt van interne saldering, dient een Wet natuurbeschermingsvergunning te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Deze vergunning is inmiddels verleend en als Bijlage 10 bijgevoegd. 4.9.2.2
Gelders Natuurnetwerk Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De GNN is in de Omgevingsvisie Gelderland uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de GNN geldt het 'nee, tenzij' - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied ligt niet in het GNN. Aan zuidwestelijke zijde grens het plangebied aan het GNN. De invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling is lokaal en betreft enkel het plangebied zelf. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van het plangebied.
4.9.3 Soortenbescherming 4.9.3.1
Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Natuurbank Overijssel heeft een Quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage Bijlage 9 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen.
4.9.3.2
Onderzoeksresultaten De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied tot een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar tot een geschikt functioneel leefgebied voor beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdieren er een vaste verblijf- en/of voortplantingsplaats, bezetten sommige amfibieën er een (winter)verblijfplaats en nestelen er vogels. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen of reptielen een verblijfplaats bezetten in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondbonden zoogdier- en amfibieënsoorten en die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een 41
Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
vrijstelling van de verbodsbepalingen 'vangen' en het 'beschadigen en vernielen van verblijf- en voortplantingsplaatsen. Beschermde dieren mogen dus niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Voorgenoemde vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden tijdens de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, dienen ze weggevangen te worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing aangevraagd te worden, of dient er gewerkt te worden conform een toepasbare en door de Minister goedgekeurde Gedragscode. Eén van de voorwaarden voor het werken volgens een Gedragscode, is het opstellen van een ecologisch werkprotocol en het werken buiten de kwetsbare periode. Door uitvoering van de voorgenomen plannen, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied foeragerende diersoorten, niet aangetast.
4.10 Landschap Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen het Nationaal Landschap De Veluwe in het deelgebied zuidelijke IJsselvallei. Zie hiervoor ook afbeelding 4.2, waar het plangebied indicatief met rode lijn is aangeduid.
Afbeelding 4.2: Ligging plangebied in Nationaal landschap (Bron: Provincie Gelderland) In voorliggend geval maakt het plangebied deel uit van de kern Laag-Soeren en maakt 42 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
het daarmee deel uit van bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is namelijk in de structuurvisie aangeduid als onderdeel van 'historisch dorpsgebied en bebouwingslinten'. Er is hier geen sprake van een open landschap, waardoor er met het voorliggende plan geen sprake is van aantasting van het open landschap. Het plangebied dient als overgangsgebied naar het open landschap. Deze kwaliteit komt tot uitdrukking in de groene omranding van het perceel, zoals deze nu ook aanwezig is. Deze sluit aan op de groene rand rondom het zuidelijk gelegen instituut van Elver en staat ook specifiek als dusdanig benoemd op de ambitiekaart van de structuurvisie (Kleine Kernen, pag. 93) en dient in stand gehouden te worden.
4.11 Besluit milieueffectrapportage 4.11.1
Kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 en lid 2 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.(beoordelings)-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
43 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
4.11.2
Situatie plangebied
4.11.2.1
Passende beoordeling
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologische kaders voor het realiseren van achttien woningen. In het kader van deze ontwikkeling is een stikstofberekening uitgevoerd. Deze is als Bijlage 8 bijgevoegd. Voor de aanlegfase van het voornemen per saldo sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee sprake van een stikstofdepositie met mogelijke significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Daarentegen is in de gebruiksfase per saldo geen sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Aangezien binnen de berekening gebruik is gemaakt van een zogenaamde interne saldering, dient een Wet natuurbeschermingsvergunning te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Doordat in de aanlegfase ook na intern salderen nog sprake is van een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, wordt voor de aanlegfase beroep gedaan op stikstofruimte uit het stikstofregistratiesysteem (SSRS). Aangezien binnen de berekening gebruik is gemaakt van interne saldering, dient een Wet natuurbeschermingsvergunning te worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Deze vergunning is inmiddels verleend. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten.
Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 4.11.2.2
Drempelwaarde Besluit m.e.r.
Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van achttien woningen. Het plan voldoet daarmee aan de definitie van 'kaderstellend voor' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Voor de beoogde ontwikkelingen is onderstaande activiteit uit de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage relevant, namelijk 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing (oppervlakte van 100 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer). Dit betekent dat er geen sprake is van een directe m.e.r. plicht. Gezien de drempelwaarden (een aaneengesloten gebied van 2.000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht.
Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gehanteerd. Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 11 bijgevoegd. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er in dit geval geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.
44 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
4.11.3
Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Daarnaast zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
45 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
46 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 Procedurele en juridische aspecten
5.1
Procedure De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling op het beroepschrift.
5.2
Bestemmingsplan Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De kaart en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Zij zijn juridisch bindend voor de burger en de overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en bevat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, dat bij de totstandkoming van dit bestemmingsplan gevolgd moeten worden. Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming) van bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd voor de actualisatie van de bestemmingsplannen. De strekking van hetgeen in het thans voorliggende digitale plan wordt geregeld, sluit wel aan bij de werkwijze die voorheen werd gehanteerd. 47
Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
5.3
Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. In onderhavig bestemmingsplan worden de bestemmingen Groen, Tuin, Verkeer en Wonen opgenomen. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 5.4.
5.4
Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (Artikel 2). In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Die komt achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. In Hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingsmogelijkheden.
Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. Het zijn allemaal belangrijke regels die voor het gehele plan gelden: ze moeten daarom altijd goed gelezen worden vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Hierna worden de bestemmingen uit voorliggend bestemmingsplan toegelicht. Artikel 3 Groen Deze bestemming is gegeven aan die gedeeltes in het plangebied die binnen het woongebied bedoeld zijn voor de grotere aaneengesloten groenvoorzieningen. Binnen deze bestemming kan groen, maar ook een speelveld worden aangelegd. Paden zijn ook mogelijk. Daarnaast zijn doorsnijdende wegen ter ontsluiting van direct aangrenzende percelen mogelijk.
48 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Artikel 4 Tuin Deze bestemming is gegeven aan de niet openbare voortuinen. De gronden zijn bestemd voor tuinen, waterhuishoudkundige voorzieningen, andere bijbehorende voorzieningen en de ontsluiting van de direct aangrenzende percelen. Artikel 5 Verkeer De aan te leggen erfontsluitingsweg is specifiek bestemd. Parkeervoorzieningen en bermen zijn bij deze bestemming inbegrepen. Artikel 6 Wonen De bestemming Wonen is aan de te realiseren woningen en bijbehorende erven toegekend. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor woningen, een beroep aan huis en overige voorzieningen. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak toegestaan. De bouwhoogte bedraagt hoogstens 10 meter, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. Hoofdgebouwen mogen uit maximaal 2 bouwlagen bestaan, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. Daarnaast zijn regelingen voor bijgebouwen en overkappingen en overige bouwwerken opgenomen. Om de gewenste dakhelling van het appartementengebouw en de rijwoningen mogelijk te maken is de minimale dakhelling ter plaatse van deze gebouwen specifiek op de verbeelding aangeduid.
5.5
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt getoetst aan het dan geldende kader.
49 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
50 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. In het voorliggende geval wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen, zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
51 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
52 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Vooroverleg en inspraak
7.1.1 Het rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.
7.1.2 Provincie Gelderland Voorliggend bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg met de Provincie Gelderland gedeeld.
7.1.3 Waterschap Vallei en Veluwe De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een normale procedure. Het plan wordt dan ook aan het waterschap voorgelegd in het kader van vooroverleg.
7.2
Overleg met de bevolking/belanghebbenden Op 4 december 2019 heeft er overleg met Soerens Belang plaatsgevonden. Op 26 juli 2020 heeft er een informatieavond voor omwonenden plaatsgevonden. In de daaropvolgende periode hebben er daarnaast individuele gespreken met omwonenden plaatsgevonden.
7.3
Zienswijzen De beantwoording van ingediende zienswijzen zal te zijner tijd als een bijlage worden opgenomen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft met het ontwerpbesluit van donderdag 16 september 2021 tot en met woensdag 27 oktober 2021 voor een ieder ter inzage gelegen. De tervisielegging is bekendgemaakt op de gemeentelijke pagina, de Rhedenaar, in een huis-aan-huis blad, de Staatscourant en op de gemeentelijke website www.rheden.nl. Via www.ruimtelijkeplannen.nl kon het ontwerpbestemmingsplan worden ingezien en worden gedownload. De verbeelding op papier lag eveneens ter inzage in het gemeentehuis en in het gemeentelijk informatiecentrum te Dieren. De beantwoording van de ingediende zienswijzen zal plaatsvinden via een bijlage bij het raadsbesluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. 53
Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Velp | Rheden | De Steeg | Ellecom | Dieren Spankeren | Laag-Soeren | Landelijk gebied
Gemeentehuis Hoofdstraat 3 | 6994 AB De Ste postbus 9110 | ZJ De Steeg T 026 4976911 026 4976518 | gemeente@rhed | www.rheden.n
gemeente Rheden
Bestemm Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). Bijlagen Bij De Toelichting
Velp
Rheden
De Steeg
Ellecom
Dieren
Spankeren
Laag-Soeren
Landelijk gebied
Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie).
2 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
7
Bijlage 2
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
55
Bijlage 3
Spuitzones toelichting
139
Bijlage 4
Beperkte verantwoording groepsrisico
147
Bijlage 5
Afsprakennotitie Waterschap
151
Bijlage 6
Geohydrologisch onderzoek
155
Bijlage 7
Archeologisch onderzoek
167
Bijlage 8
Stikstofberekening
219
Bijlage 9
Quickscan flora en fauna
287
Bijlage 10 Wnb vergunning
321
Bijlage 11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
347
Bijlage 12 Ontwerpraadsbesluit
357
3 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
4 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Bijlagen bij de toelichting
5 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
6 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
7 Laag-Soeren, locatie Harderwijkerweg 35 (locatie De Harmonie). (vastgesteld)
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Laag-Soeren, Harderwijkerweg 35
Juni 2022
Status: Definitief
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI HARDERWIJKERWEG 35, LAAG-SOEREN
Status:
Definitief
Datum:
Juni 2022
Projectnummer:
2020-338
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1
ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 5
2.2
ZONE LANGS WEGEN ................................................................................................................................... 5
2.3
GRENSWAARDEN ........................................................................................................................................ 6
2.4
BEREKENEN GELUIDSBELASTING ..................................................................................................................... 6
2.5
GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID ...................................................................................................................... 7
HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 8 3.1
SITUATIE PROJECTGEBIED ............................................................................................................................. 8
3.2
VERKEERSGEGEVENS.................................................................................................................................... 9
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN .............................................................................. 10 4.1
BEREKENINGEN ........................................................................................................................................ 10
4.2
GELUIDSBELASTING ................................................................................................................................... 10
4.3
MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING .................................................................................................. 13
HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 15 BIJLAGEN
............................................................................................... 16
BIJLAGE 1
REKENMODEL ...................................................................................................................................... 17
BIJLAGE 2
ITEMEIGENSCHAPPEN ............................................................................................................................ 18
BIJLAGE 3
RESULTATENTABELLEN........................................................................................................................... 19
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Aan de Hardewijkerweg 35 in Laag-Soeren (gemeente Rheden) bevindt zich het café en zalencentrum “De Harmonie” met een daarachter liggende tuin. Het voornemen bestaat om alle aan- en bijgebouwen van de Harmonie te verwijderen en daar in totaal 18 woningen voor te realiseren. Eén van deze woningen worden in het te behouden hoofdgebouw, de Harmonie, gerealiseerd. Deze woningen worden in het kader van Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Het projectgebied is gesitueerd op de hoek van de Harderwijkersweg en de Professor Huetlaan. In afbeelding 1.1 is de directe omgeving van het van het projectgebied weergegeven (rode omlijning).
Afbeelding 1.1
Ligging projectgebied in Laag-Soeren (Bron: PDOK)
Ten behoeve van het voornemen moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen (geluidgevoelige objecten) te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
HOOFDSTUK 2 2.1
WETTELIJK KADER
Algemeen
Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.
2.2
Zone langs wegen
Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buiten stedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer Tabel 1
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buiten stedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl).
De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •
Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.
De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •
Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
2.3
Grenswaarden
In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke grenswaarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven. Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied Tabel 2
Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)
Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij moet afgewogen worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.
2.4
Berekenen geluidsbelasting
De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend worden en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •
5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;
Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •
4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57 dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.
Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
2.5
Gemeentelijk geluidsbeleid
De hoogst toelaatbare geluidsbelasting wordt de voorkeurswaarde genoemd. Als er niet aan de voorkeurswaarde voldaan kan worden, is het mogelijk om af te wijken van deze waarde, door een hogere waarde toe te staan. Burgemeesters en wethouders zijn binnen de gemeentelijke grenzen bevoegd om hogere waarden vast te stellen. De hogere waarden moeten vastgesteld worden voordat het desbetreffende bestemmingsplan door de gemeente wordt vastgesteld. In de Nota Hogere waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 wordt aangegeven hoe de gemeente Rheden invulling geeft aan het vaststellen van hogere waarden. Burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden hebben op 1 juni 2008 de notitie ‘Hogere grenswaarden Wet geluidhinder’ vastgesteld, welke in 2015 is herzien. Bij dit besluit zijn de regels vastgesteld die gebruikt worden voor het verlenen van hogere waarden bij het realiseren van geluidsgevoelige objecten. 2.5.1 wettelijk kader In artikel 110a en 110b van de Wet geluidhinder zijn de bevoegdheden van het college van Burgemeester en wethouders vastgelegd. De voorkeursgrenswaarden en de maximale te verlenen waarden verschillen per geluidsbron en zijn ook afhankelijk van de ligging van de geluidgevoelige bestemming. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 110a lid 5 en lid 6 van de Wet geluidhinder alleen hogere waarden vaststellen als is gebleken dat: • •
• 2.5.2
de geluidsbelasting niet kan worden verlaagd tot de voorkeurswaarde; de geluidsbelasting kan worden verlaagd tot de voorkeurswaarde, maar dat dit leidt tot overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard; de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. inbreidingslocaties
In de gemeente is er vaak sprake van inbreidingslocaties zoals vrijkomende bedrijfslocaties. Voor deze locaties kunnen de maximale hogere waarden worden verleend. Voorwaarde is wel, dat de nieuwe woningen/geluidsgevoelige bestemming de bestaande bebouwing vervangt zorgt voor een afscherming van de bestaande geluidgevoelige bestemmingen, of dat de nieuwe woning/geluidsgevoelige bestemming een open plaats opvult tussen de bestaande bebouwing. Bij het verlenen van de hogere waarden zal ook bekeken worden of er één buitenruimte van de woning aan de geluidsluwe zijde ligt. 2.5.3 beschermingsniveau realiseren in de zone van een weg Voor woningen die niet ter vervanging komen voor oude bebouwing, geldt een maximale waarde van 63 dB.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Situatie projectgebied
Aan de Harderwijkerweg 35 in Laag-Soeren (gemeente Rheden) bevindt zich het café en zalencentrum “De Harmonie” met een daarachter liggende tuin. Het voornemen bestaat om alle aan- en bijgebouwen van de Harmonie te verwijderen en daar 18 woningen voor te realiseren. Het hoofdgebouw, de Harmonie, zal hierbij worden verbouwd tot één woning. De te realiseren woningen zullen gebouwd worden op het perceel 3187 en 3588. Afbeelding 3.1 geeft de gewenste verkaveling van het projectgebied weer. De achttien nieuwe woningen zijn genummerd zoals in het rekenmodel opgenomen.
Afbeelding 3.1
Gewenste situatie (Bron: Verhoeve & Faber)
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief In de nabijheid van het projectgebied ligt één weg met een wettelijke geluidszone, de N786, Harderwijkerweg. Daarnaast wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening de weg Prof. Huetlaan ook meegenomen in het onderzoek. De Harderwijkerweg kent een 50 km/uur regime en de Prof. Huetlaan een 30 km/uur regime. Formeel ligt het projectgebied ook binnen de wettelijke geluidszone van de Eerbeekseweg (50km/uur). Verwacht wordt echter dat door de ligging haaks op het projectgebied geen geluidsbelasting oplevert hoger dan 48 dB op één van de 18 woningen. Deze weg wordt om deze reden niet relevant geacht voor voorliggend onderzoek is en daarom niet meegenomen in het onderzoek. In tabel 3 is weergegeven welke uitgangspunten in het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Harderwijkerweg Vermindering geluidsbelasting Prof. Huetlaan
Stedelijk gebied 63 dB Ja 5 dB 5 dB
Tabel 3
Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu)
3.2
Verkeersgegevens
Er is in voorliggend geval voor de Harderwijkerweg en de Prof. Huetlaan gerekend met verkeersgegevens van de Omgevingsdienst Regio Arnhem die zijn aangeleverd door de gemeente Rheden . De aangeleverde gegevens zijn gebaseerd op een prognose voor het jaar 2029. Deze cijfers zijn doorberekend naar 2031 met een jaarlijkse autonome groei van 1%. In tabel 4 zijn de weg- en verkeersgegevens voor de Harderwijkerweg en Prof. Huetlaan uiteengezet. Dit zijn de hoogste intensiteiten die in het aangeleverde model van de gemeente/omgevingsdienst zijn opgenomen. Het model zelf, kent voor één weg vaak verschillende intensiteiten. Weg- en verkeersgegevens
Harderwijkerweg
Prof. Huetlaan
Etmaalintensiteit 2031 weekdag (prognose)
5991
704
Uurintensiteit dag/avond/nacht (%)
6,53/3,84/0,7
7/2,58/0,71
Lichte motorvoertuigen dag/ avond/ nacht (%) Middelzware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%) Zware vrachtwagens dag/ avond/ nacht (%) Wettelijke rijsnelheid (km/uur) Wegdektype
92,03/94,14/94,64 5,76/3,98/3,59 2,21/1,88/1,77 50 W4b-SMA-NL8
97,5/98/96,28 2,15/1,72/1,72 0,36/0,29/1 30 W4b-SMA-NL8
Tabel 4
Weg- en verkeergegevens Harderwijkerweg en Prof. Huetlaan (Bron: Gemeente Rheden/ Omgevingsdienst Regio Arnhem)
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Laag-Soeren, Harderewijkerweg 35 Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN
Berekeningen
De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 0,0 (akoestisch hard). In het model zijn de volgende zaken opgenomen: -