Agendabundel
Tekst van het document
Waar de toevoeging van extra sociale huurwoningen aantoonbaar leidt tot sterk bovengemiddelde leefbaarheidsproblematiek kan voor die woningbouwlocatie uitgaan worden van een lager aandeel sociale huurwoningen in de nieuwbouw, dit ten behoeve van meer variatie. Zij compenseert dit elders in de gemeente. Mocht dit niet mogelijk en ook niet wenselijk zijn vanwege een te eenzijdige sociaal-economische opbouw van de kern met een hoog percentage sociale huur, dan zet de gemeente in op de bouw van extra betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Gemeenten onderbouwen dit naar elkaar en naar de provincie. Zij verklaren zich voor die situaties onderling solidair om in totaal regionaal 30% sociale huur in de nieuwbouw te realiseren. De provincie moet in kunnen stemmen met de onderbouwing van deze vorm van maatwerk. 12. In de Nationale Prestatieafspraken tussen Rijk, VNG, Aedes en Woonbond is opgenomen dat het aantal woningen met een huurprijs tot € 550 (prijspeil 2020) in de totale corporatievoorraad niet afneemt. In de regio Arnhem-Nijmegen had in 2020 naar schatting rond 40% van de corporatiewoningen in de voorraad een huurprijs van € 550 of minder. De inzet bij lokale prestatieafspraken is dat dit niveau tot ten minste 2025 gelijk blijft. 13.
Om de woningen in het betaalbare en middensegment bij de juiste doelgroep terecht te laten komen, ze langjarig betaalbaar te houden en (onder)verhuur te voorkomen zullen Rijk, provincie en regio expertise delen (bijvoorbeeld via gezamenlijke kennissessies) over instrumenten als zelfbewoningsplicht, opkoopbescherming, kettingbedingen, etc.
11
2.3 Huisvesting aandachtsgroepen ONZE INZET • Voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. • Gezamenlijk inzet voor het huisvesten van jong talent om zo bij te dragen aan de kenniseconomie. Door realisatie van voldoende studentenhuisvesting en inzet op voldoende aanbod voor jonge starters. Wat betreft studentenhuisvesting is het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting (LAS) leidend. AFSPRAKEN 14. De regio is koploperregio in het kader van het programma Een thuis voor iedereen. Dit betekent dat zij voorop loopt als het gaat om het maken van een (regionale) woonzorgvisie en regionale afstemming over de huisvestingsopgave voor aandachtsgroepen. Dit proces pakt de regio op in samenwerking met bewonersorganisaties, woningcorporaties, zorg- en welzijnspartijen. De regio wordt hierin ondersteund door het Rijk, VNG, Provincie, RVO en Platform31. In het programma wonen en zorg voor ouderen en het programma Een thuis voor iedereen zijn als aandachtsgroepen benoemd: ouderen, dak- en thuisloze mensen, statushouders, sociaal en medisch urgenten, uitstromers uit een instelling, internationale medewerkers, woonwagenbewoners en studenten. In de uit te werken regionale woonzorgvisie wordt aandacht besteed aan de huisvestingsopgave en daaraan gerelateerde ondersteunings- en zorgopgave van deze aandachtsgroepen.
Daarbij is er ook aandacht ook aandacht voor een goede aansluiting op de leefomgeving en voor afstemming met het Zorgkantoor en de zorgaanbieders. De aanpak van de koploperregio kent de volgende mijlpalen: • Eerste kwartaal 2023 is er een analyse van de huisvestingsvraag en het -aanbod voor alle aandachtsgroepen. Daarbij wordt toegewerkt naar een zoveel mogelijk uniforme benadering met gelijke definities. Dit wordt ook onderdeel van het regionale behoefteonderzoek en de monitoring. • Dit leidt eind 2023 tot nadere regionale afstemming over de opgave en een regionale woonzorgvisie. • De aantallen die hieruit komen worden in een herijking van de woondeal voor 2024 en in prestatieafspraken met woon- en zorgpartijen meegenomen. • Alle gemeenten stellen in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ in 2023 lokaal een integrale woonzorgvisie op. Uitgangspunt hierbij is dat elke gemeente haar fair-share neemt in de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen (zie afspraken). In het kader van de koploperregio werken gemeenten, betrokken partijen en provincie de regionale woonzorgvisie uit. De exacte invulling hiervan moet in 2023 geconcretiseerd worden en vorm en inhoud krijgen. 15. Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers.
Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woonvormen die ook geschikt zijn voor ouderen. Ook is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Deze opgave worden regionaal en lokaal verder uitgewerkt in de woonzorgvisies. 16. Ten behoeve van studenten voegt SSH& over de periode 2021 t/m 2030 (netto) minimaal 1.000 eenheden in Nijmegen en minimaal 200 in Arnhem toe. Op basis van het woningbehoefteonderzoek en de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting wordt door zowel de gemeente Nijmegen als de gemeente Arnhem – in
12
overleg met SSH&, onderwijsinstellingen en huurdersorganisatie SPH – gekeken wat de aangepaste ambitie is voor 2024 en verder.
2.4 Klimaatadaptief, conceptueel en circulair bouwen ONZE INZET Verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bouwsector en vermindering van bouwkosten, doordat circulair en conceptueel bouwen de norm is bij woningbouw. We willen in 2030 komen tot de reductie van 55% tot 60% CO2-uitstoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030. Hierop monitoren we periodiek en sturen bij indien nodig. Met klimaatadaptief bouwen en beheren beperken we de overlast van de gevolgen van klimaatverandering. Dit gaat hand in hand met natuurinclusief bouwen. AFSPRAKEN 17. Partijen werken in nauwe samenwerking met de woningcorporaties en de werkorganisaties Citydeal conceptueel en circulair bouwen en Cirkelstad aan een regionaal programma ‘Circulair en conceptueel bouwen’. Dit programma bevat concrete ‘bouwstenen’ die bijdragen aan het versnellen en opschalen van de transitie naar circulair en conceptueel bouwen. De regio spant zich in om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% van het aantal woningen industrieel te laten bouwen. En om in 2025 minimaal 25% en in 2030 minimaal 50% minder primaire grondstoffen in projecten te gebruiken. Deze verschuiving leidt onder meer tot een betere betaalbaarheid, kortere bouwtijd, minder stikstofuitstoot op de bouwplaats en een betere milieuprestatie. 18.
Gemeenten leggen concrete en meetbare doelstellingen vast in beleid en projectuitvragen en de regio monitoort de regionale voortgang rondom: 1. Het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, door toe te werken naar een volledig circulaire bouweconomie op basis van hernieuwbare (biobased) grondstoffen en oneindig kunnen gebruiken van bouwmaterialen. 2. Het vergroten van de losmaakbaarheid en hergebruikpotentie van materialen en grondstoffen. 3. Het verminderen van het milieu-effect van bouwen. Door binnen aanbestedingen in te zetten op het verbeteren van de milieuprestatie tot minimaal een Milieuprestatie Gebouwen (MPG-norm) van 0,5. Aanvullend hierop sturen de gemeenten op de directe CO2 impact van woningbouw. Dit bereiken zij door aansluiting op landelijke initiatieven en ontwikkelingen, zoals het ‘Manifest 2.0 – bouwen binnen de grenzen van onze planeet’. We meten op projectniveau en monitoren op regionaal niveau of de woningbouwopgave in lijn is met deze doelstellingen, zodat we indien nodig kunnen bijsturen. We zetten daarvoor de circulaire impactladder als instrument in op projectniveau, onderzoeken welke instrumenten aanvullend nodig en beschikbaar zijn om te sturen op milieu-impact en losmaakbaarheid en breiden de regionale planmonitor uit met duurzaamheidsindicatoren.
Daarnaast onderzoeken hoe we aan kunnen sluiten op de landelijke ontwikkeling en implementatie van Het Nieuwe Normaal (HNN) als meetinstrument en dragen we projecten aan voor de projectevaluaties op basis van Het Nieuwe Normaal. 19. De regio adviseert en ondersteunt gemeenten en woningcorporaties en werkt aan een uniforme werkwijze in beleid en in projecten (prestatieafspraken, inkoop- en tenderstrategie en -voorwaarden, publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instrumenten). Hierdoor wordt een duidelijk signaal en duidelijke verwachtingen aan de markt afgegeven en zijn we als overheden voorspelbaar en betrouwbaar. 20. Gemeenten werken samen aan het creëren van een level playing field, en scheppen daarmee de voorwaarden die nodig zijn om conceptueel en circulair bouwen een gelijke kans of voordeel te geven.
13
Circulair bouwen met biobased of hergebruikte materialen is (op dit moment) vaak nog duurder dan conventionele methodes, zoals betonbouw. Dit maakt dat deze vorm van bouwen op prijs moeilijk kan concurreren met betonbouw, terwijl de maatschappelijke baten (CO2, stikstof, grondstoffen, gezondheid) wel een stuk hoger liggen. Door CO2-beprijzing (en waardering) ontstaat inzicht in de maatschappelijke baten van circulair bouwen. Dit inzicht is nodig om eerlijke afwegingen en keuzes binnen projecten te maken. 21. Voor projecten waar gemeentes of corporaties geen grond- of vastgoedeigendom (private gronden) hebben en doelstellingen of prestatie-eisen niet via publiekrechtelijke of privaatrechtelijke weg opgelegd kunnen worden, werkt de regio aan een publiek-privaat ‘convenant circulair en conceptueel bouwen’, waarin concrete en bindende afspraken staan over doelstellingen en prestaties op het vlak van circulair en conceptueel bouwen. 22. Gemeenten, provincie en marktpartijen nemen klimaatbestendigheid mee in het ontwerp van gebouwen en buitenruimte. Hierbij zijn water en bodem een sturend principe en wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de kennis en concepten van het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Energietransitie en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad 23.
In navolging op de woondeal uit 2020 werken alle gemeenten in de regio met een transitievisie warmte, waarin is opgenomen in welke wijken de gemeenten voor 2030 werken aan de energietransitie. 24. In navolging van de woondeal uit 2020 maken partijen in de wijkuitvoeringsplannen inzichtelijk wat de investeringen in verduurzaming/ energietransitie zijn die op gebouweigenaren, huurders en gemeenten afkomen, mede in relatie tot andere benodigde woningaanpassingen. Extra aandacht daarbij verdient het tegengaan van energiearmoede. Rijk, provincie en regio bespreken aan de hand van dit inzicht welke gerichte ondersteuning nodig is. Het verduurzamen van de woningvoorraad moet onverminderd leiden tot betaalbare woningen en mag niet leiden tot hogere woonlasten. Hierover wordt afgestemd met de (regionale) bouw- en installatiebranche.
2.5 Leefbaarheid en stadsvernieuwing ONZE INZET • In de eerste woondeal uit 2020 hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over het verbeteren van de leefbaarheid in een aantal wijken, met bovenmatige, specifieke en complexe leefbaarheidsproblematiek. Specifiek voor Arnhem Oost zijn de sociaal-maatschappelijke problemen zeer complex: werk, onderwijs, jongeren, veiligheid, ondermijning, zorg en wonen hebben allen, integraal, extra aandacht nodig. Het Rijk, de provincie en de gemeente hebben daarom over Arnhem Oost concrete afspraken gemaakt in het Nationaal Programma Leefbare en Veilige wijken (NPLV) en gaan een langjarige samenwerking aan om de leefbaarheid en veiligheid van de Arnhem-Oost wijken (Arnhemse Broek, Geitenkamp, Klarendal, Malburgen en Presikhaaf) in vijftien tot twintig jaar op orde te brengen en het perspectief van de bewoners te verbeteren. Dit betreft continuering van de afspraken uit 2020. AFSPRAKEN 25. De regio spant zich in om sterke, toekomstbestendige en gemengde/gedifferentieerde wijken te realiseren. In samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen wordt gestreefd om meer middenhuur, betaalbare koopwoningen en vrijesectorwoningen toe te voegen in kwetsbare gebieden. 26.
De provincie Gelderland draagt bij aan het versterken van toekomstbestendige wijken in de regio door de inzet van instrumenten en middelen uit de programma’s Wijken van de Toekomst, Integrale Wijkaanpak, SteenGoed Benutten, Leefbaarheid en Klimaatadaptatie.
14
27. Partijen houden gezamenlijk in het kader van het NPLV een vinger aan de pols of de in 2021-2022 uitgevoerde een verkenning naar knellende en/of ontbrekende wet- en regelgeving met betrekking tot de leefbaarheid voldoende navolging krijgt en leidt tot doorbraken. Indien aan de orde en wenselijk kunnen met betrekking hierop pilots naar knellende en/of ontbrekende wet- en regelgeving met betrekking tot de leefbaarheid in Arnhem Oost en Velp-Zuid worden opgezet. 28. De minister en de regio hebben afspraken gemaakt over Arnhem-Oost. Op lokaal niveau draagt Arnhem zorg voor het delen van lessen en het betrekken van Nijmegen (Kanaalzone) en Velp-Zuid die kampen met wijken met gelijksoortige opgaven. Op nationaal niveau wordt binnen het NPLV kennis en doorbraken gedeeld en ontsloten via het kennis- en leernetwerk WijkWijzer.
2.6 Verstedelijking en gebiedsontwikkeling ONZE INZET • Realisatie van de woningbouwopgave als bouwsteen en binnen de kaders van de gezamenlijke Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen/Foodvalley. AFSPRAKEN 29. Arnhem Nijmegen is samen met Food Valley aangewezen als één van de zestien NOVEX-gebieden in het land, waar grote ruimtelijke opgaven samen komen en verstedelijking een centrale opgave vormt. Partijen (Rijk, provincies Gelderland en Utrecht, Regio Foodvalley, de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, de 26 regiogemeenten en drie waterschappen) werken sinds 2019 samen aan een gezamenlijke strategie voor de verstedelijking van de regio in de periode tot 2040. Deze is uitgewerkt in het verstedelijkingsconcept ‘Meer landschap, meer stad’, dat in 2021 door alle gemeenteraden en Staten en in het BO Verstedelijking is vastgesteld. In de verstedelijkingsstrategie wordt de ambitie voor de bouw van 100.000 woningen t/m 2040 uiteengezet. In de woondeals wordt de woningbouwopgave regionaal (voor Foodvalley, en voor Arnhem-Nijmegen) t/m 2030 uiteengezet en uitgewerkt. De regionale woondeals zijn de basis voor de regionale woningbouwprogrammering t/m2030. Het verstedelijkingsconcept is het integrerend kader voor de grote ruimtelijke opgaves in de regio.
Het verstedelijkingsconcept beschrijft welke voorwaarden en uitgangspunten er zijn voor de ontwikkeling van nieuwe locaties om te wonen en te werken. Daarvoor zijn vier bouwstenen benoemd: leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen. Nieuwe woningen worden bij voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied geprogrammeerd en nabij (H)OV-knopen. Daarmee worden bestaande steden, regio- en dorpskernen versterkt en wordt tegelijkertijd het landschap gekoesterd. Het doel is leefomgevingen te maken met een menging van functies (wonen/werken/voorzieningen) en voldoende groen (zoals recreatieve uitloopgebieden, sportvelden, natuur en hydrologische buffers). Voor de vier bouwstenen leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen zijn de volgende ambities gesteld: 1) De realisatie van een groene en gezonde leefomgeving voor de inwoners in en om steden en dorpen door een balans in de ontwikkeling van stad en landschap en de realisatie en/of ontsluiting van 5.000 hectare recreatieve uitloopgebieden; 2) Een goede bereikbaarheid van de woon- en werklocaties dankzij duurzame ontsluiting; 3) Het streven naar realisatie van voldoende arbeidsplaatsen en werklocaties daarvoor om te komen tot een balans van wonen en werken; 4) Tot 2040 de realisatie van 100.000 kwalitatief goede en voldoende betaalbare woningen – met name geconcentreerd in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties.
Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven de partijen ernaar om deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende
15
werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. Rijk en regio werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken met onder andere: o verplaatsing bedrijvigheid, opheffing hindercirkels, o aanpak stikstof, o versterking van het landschap, nieuwe natuur o bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte). In de ‘’bestuurlijke afspraken Verstedelijking regio Arnhem Nijmegen Foodvalley” zijn op het BO MIRT Oost 2022 afspraken opgenomen over de realisatie van de doelen en de bijbehorende randvoorwaarden en de verdere samenwerking binnen het NOVEX-gebied Arnhem, Nijmegen, Foodvalley. Zo wordt het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied verder uitgewerkt in een verstedelijkingsprogramma. 30. Rijk, provincie en gemeenten zetten gezamenlijk en gecoördineerd menskracht en financiële middelen in op grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem-Oost. In Spoorzone Arnhem-Oost is streven naar het realiseren van 12.000 woningen in de verschillende deelgebieden binnen het grootschalige woningbouwgebied in de periode tot en met 2040. De grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Spoorzone Arnhem-Oost biedt tot en met 2030 ruimte voor de realisatie van 5.400 woningen.
Tweederde deel van de woningen die tot en met 2030 wordt gerealiseerd bevindt zich in het betaalbare segment. Hierbij zijn twee deelgebieden onderscheiden: het deelgebied Presikhaaf (rondom de KennisCampus Arnhem) en het deelgebied Rijnpark. In het deelgebied Presikhaaf worden tot en met 2030 2.300 woningen gebouwd. Voor het deelgebied Rijnpark gaan Rijk en regio gezamenlijk de ontwikkelopgave verder verkennen en een gefaseerde ontwikkelstrategie uitwerken. Het deelgebied Rijnpark van en om het spooremplacement biedt uitstekende kansen voor een grootschalige gebiedsontwikkeling langs de Rijn, dicht tegen het centrum van de stad. Op deze locatie kan een (hoog-)stedelijk milieu worden ontwikkeld. Het deelgebied Presikhaaf leent zich bij uitstek voor het toevoegen van woningen om te komen tot meer gedifferentieerde wijken. Beide woningbouwlocaties dragen daarmee ook nadrukkelijk bij aan de versterking van de leefbaarheid en leefomgeving in Nationaal Programma Leefbaarheid & Veiligheid Arnhem-Oost. De voortgang van deze grootschalige NOVEX- woningbouwlocatie zal ook besproken worden op de woondealtafel. In Nijmegen zijn er twee grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied en Nijmegen Kanaalzone. In de woondeal uit 2020 staat een omvschrijving vand gebieden en de opgaven.
Tot en met 2030 worden er in het Stationsgebied circa 3.500 woningen gerealiseerd en 1.000 woningen na 2030. Het aandeel sociaal/middensegment c.q. betaalbaar bedraagt gemiddeld 65%. Vanuit het Mobiliteitsfonds wordt een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor een pakket mobiliteitsmaatregelen. Een groot deel van de opgave in het Stationsgebied wordt reeds bekostigd uit eerdere MIRT afspraak (2020) station, Woningbouwimpuls (Wbi) en versnellingsafspraken. Nijmegen Kanaalzone betreft meerdere bestaande wijken en bedrijfsterreinen langs het MaasWaalkanaal, waarbij de grootste transformaties in Winkelsteeg en Dukenburg plaatsvinden. Tot en met 2030 worden er in het gebied Kanaalzone-Winkelsteeg circa 4050 woningen gerealiseerd en 400 woningen na 2030, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Tot en met 2030 worden er in het gebied Dukenburg ca. 1.200 woningen gerealiseerd, waarvan gemiddeld 65% betaalbaar. Vanuit het Mobiliteitsfonds is tijdens het BO MIRT Oost 2022 een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor mobiliteitsmaatregelen. De regio zet zich de komende periode in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 8.750 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld. 16
Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven partijen ernaar deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. De gemeente Nijmegen start hiervoor gebiedsontwikkelingen, de voortgang wordt besproken op de Woondeal Tafel.
2.7 Overige thema’s 31.
In Nederland bevinden zich bijna 4.000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. De provincie inventariseert op verzoek van de minister in 2023 in samenwerking met de gemeenten het potentieel van te transformeren vakantieparken in Gelderland en meldt de resultaten daarvan aan de minister. De verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke transformatie van vakantieparken ligt bij de individuele gemeenten en parkeigenaren.
32. Stikstof: Stikstofruimte is een belangrijke randvoorwaarde om de woningbouwambities waar te kunnen maken. Daarbij is en blijft het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) het instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Het Rijk spant zich in voor voldoende stikstofruimte voor woningbouw. Zij stimuleert het gebruik van schoon en emissieloos bouwmaterieel met een bijdrage van een extra €400 miljoen, bovenop de € 500 miljoen die al beschikbaar was. Op de korte termijn (oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen door middel van kengetallen/ vuistregels, met als doel om voor initiatiefnemers de administratieve lasten als gevolg van de extra onderzoeksplicht zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kunnen bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Waar in concrete projecten stikstof een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. 33.
Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen: Bij tijdig aanvragen van projecten leidt de beschikbare netcapaciteit op het elektriciteitsnet vooralsnog niet tot vertraging van woningbouwprojecten. Om te zorgen voor voortgang in projecten dragen gemeenten zorg voor tijdige aanvragen voor aansluitingen van (woningbouw)projecten bij de netbeheerder. Het Rijk (EZK en BZK) houdt in samenspraak met medeoverheden en netwerkbeheerders vinger aan de pols waar er knelpunten kunnen ontstaan, en spant zich in om eventuele knelpunten tijdig weg te nemen, zodat de woningbouw en de
bijbehorende voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. Waar in concrete projecten netcapaciteit een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. De P-MIEK-tafels zijn het platform om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Regionale en landelijke versnellingstafels leggen hun signalen neer bij deze tafels. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK-tafels, dan agenderen deze tafels dit bij het landelijke MIEK overleg.
34. Woningcorporaties Gemeenten zien in de corporaties hun eerste partner als het gaat om realisatie van sociale huurwoningen. Zij nodigen de corporaties uit om samen met hen de aanpak vorm te geven om corporaties beter in positie in te brengen bij gebiedsontwikkelingen, en daarbij concreet invulling te geven aan een efficiënte en effectieve samenwerking en procedures. De samenwerking behelst niet alleen de
17
nieuwbouw, maar ook de verbetering van de bestaande voorraad, leefbaarheid en thema’s als bijzondere woonvormen. 35. Water en bodem sturend: Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verder richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.
3 Uitvoering en samenwerking 3.1 Monitoring en rapportage 36. De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven teneinde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. In de Groene Metropoolregio wordt jaarlijks de planvoorraad, de bouwproductie en toevoegingen in de bestaande voorraad gemonitord en besproken met marktpartijen en woningcorporaties. Deze monitor is in beginsel algemeen toegankelijk. Het regionaal monitoringssysteem is een dynamisch systeem dat aanpasbaar is en kwantitatieve en kwalitatieve wijzigingen in de planvoorraad snel op kaart inzichtelijk maakt.
Periodiek wordt de landelijke monitor voortgang woningbouw van VNG, IPO en BZK voorzien van geactualiseerde gegevens uit deze regionale monitor. Het regionale monitoringssysteem gaat over de breedte van de woondeal. Daarmee groeit de monitor mee met de opgaven waarvoor de regio staat. Als voorbeeld: zo moet de monitor inzicht gaan bieden in de duurzaamheidsprestaties van onze woningbouwopgave in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen, zodat we indien nodig kunnen bijsturen. De regionale monitor sluit zoveel mogelijk aan op de uniforme definities van de landelijke monitor voortgang woningbouw. 37. Opgebouwde ervaringen met de woondeal deelt de regio met aan andere delen van Gelderland en het land, zodat leereffecten van de woondeal breed gedeeld worden. Te denken is aan ervaringen met monitoring, flexpools of samenwerking.
3.2 Overlegstructuur 38. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken voeren we periodiek overleg over de realisatie van de woningbouwopgave tussen het Ministerie van BZK, provincie Gelderland en de regio. Dit overleg bestaat minimaal uit de volgende onderdelen: a. Een regulier overleg op ambtelijk niveau (kernteam) tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK, provincie Gelderland, de Groene Metropoolregio, gemeenten Arnhem en Nijmegen vindt maandelijks plaats, of zoveel vaker als nodig is.
18
b.
c.
d.
Een BO Woondeal tussen de directeur Woningbouw en bestuurders van provincie Gelderland, van de stedelijke gemeenten en bestuurlijke vertegenwoordigers van de Groene Metropoolregio vindt periodiek plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Via het kernteam, het provinciale versnellingsteam en de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel worden eventuele knelpunten in het BO Woondeal geagendeerd. Het BO Woondeal wordt voorbereid door directeuren / managers van de genoemde partijen. De bestuurlijke afspraken worden jaarlijks herijkt. De prognose voor de woningbouwbehoefte tot 2030 wordt jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot 2030 wordt bijgewerkt op basis van de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals.
Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken. Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.
39. Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is: ‘los het op, of schaal het op’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.
3.3 Ondersteuning 40. Realisatie van de woningbouwopgave is complex, met invloed en afhankelijkheid van veel direct en indirect betrokken (bouw)partijen en externe factoren, waaronder prijsontwikkelingen, de rente en de beschikbaarheid van locaties, bouwmaterialen, bouwpersoneel en energie-infrastructuur. Kritische succesfactoren dienen aangepakt te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is inzet vanuit het Rijk nodig en vanuit provincie en gemeenten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke en locatie-specifieke ondersteuning. 41. De generieke ondersteuning voor de Groene Metropoolregio bestaat uit: ▪ Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woondeal middels procesgeld. Dit geld kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeal. Dit procesgeld wordt uitgekeerd
19
▪ ▪
via de provincies. De provincie is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s. Via het Actieplan Wonen ondersteunt de provincie gemeenten bij het realiseren van de woningbouwopgave. De provincie werkt in het voorjaar 2023 uit hoe zij de noodzakelijke bijdrage voor de continuering en versterking van de uitvoeringsorganisatie van deze woondeal vorm geeft, uitgaande van de geformuleerde ambities.
42. In bijlage 3 wordt locatie-specifiek bij de sleutelprojecten aangegeven op welke wijze Rijk en provincie ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave.
20
Bijlagen: Bijlage 1: Provinciale woningbouwopgave De woningbouwopgave 2022 zoals vastgesteld in de ‘Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 provincie Gelderland’ op 13 oktober 2022. Het gaat in totaal om 100.000 huizen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. Betaalbaarheid Te realiseren
Netto plan-
Sociale
Midden-
Betaalbare
Betaalbaar-
Woningen door
woningen bruto
capaciteit
huur3
huur4
koop5
heid totaal
woningcorporaties
2022
11.100
13.200
3.400
1.300
2.100
6.800
2.200
2023
12.800
15.700
3.700
1.500
2.600
7.800
3.300
2024
12.400
17.300
3.100
1.000
3.100
7.200
2.600
2025
13.500
13.300
3.500
1.400
3.100
8.000
2.700
2026
11.600
11.400
3.200
1.300
2.700
7.200
2.800
2027
10.100
10.600
2.900
1.000
2.400
6.300
2.600
2028
9.500
9.800
2.600
900
2.300
5.800
2.500
2029
9.500
8.500
2.600
900
2.200
5.700
2.400
2030
9.500
4.800
2.500
1.000
2.100
5.600
2.200
Totaal
100.000
104.600
27.500
10.300
22.600
60.400
23.300
100%
105%
28%
10%
23%
60%
23%
Het college van GS heeft in haar bod aan de minister van 29 september 2022 aangegeven dat het voor realisatie van de opgave nodig is dat het Rijk tegemoet komt aan vier randvoorwaarden: A. Investeringen in bereikbaarheid Grootschalige woningbouw vereist verbetering van de bereikbaarheid. Want als er meer mensen in een regio gaan wonen, gaan er meer mensen gebruik maken van de trein, de bus, fietspaden en wegen. Om de woningbouwopgave verantwoord te realiseren, is steun nodig voor diverse bereikbaarheidsknelpunten in Gelderland. B. Financiering van onrendabele toppen Bij woningbouw is er vaak extra geld nodig om daadwerkelijk betaalbare woningen te realiseren. Cofinanciering vanuit de rijksoverheid van deze onrendabele toppen is een randvoorwaarde om betaalbare woningbouw in Gelderland mogelijk te maken. Er is waardering voor de Woningbouwimpuls, maar er is langjarig meer budget nodig en meer zekerheid over waar dit instrument daadwerkelijk gaat bijdragen aan de opgave. C. Voldoende goede ambtelijke capaciteit Voor de woningbouw is het belangrijk dat er structureel financiën beschikbaar komen om de ambtelijke capaciteit van gemeenten te vergroten. Onderzoeken laten zien dat hier een groot en reëel knelpunt ligt. Ook zijn nieuwe HR-instrumenten ten bate van instroom nodig en mensen moeten over voldoende competenties en doorzettingskracht beschikken. D.
Voldoende stikstofruimte Zonder stikstofruimte kan voor veel woningen geen vergunning worden verleend. Omdat Gelderland bijna de helft van alle stikstofgevoelige Natura 2000 binnen haar grenzen heeft, is voldoende 3 Huurwoningen tot de sociale huurgrens van circa 763 euro per maand.
4 Huurwoningen van de sociale huurgrens van circa 763 euro tot maximaal 1.000 euro per maand.
5 Betaalbare koop zijn conform het beleid van de minister woningen tot 355.000 euro, dit is gelijk aan de grens
van de Nationale Hypotheek Garantie in 2022. Diverse gemeenten vinden dit niet voldoende betaalbaar en hanteren daarnaast ook een lagere prijsgrens.
21
stikstofruimte onmisbaar. Dit speelt vooral rond de Veluwe: bij Arnhem, Ede, Harderwijk en Apeldoorn. Het college van GS roept het kabinet op haar toezegging na te komen om te zorgen voor voldoende stikstofruimte voor de woningbouw. Daarbij is afgesproken dat de minister voor VRO de opgaven coördineert die samenhangen met woningbouw en zich maximaal inzet voor tegemoetkoming aan de randvoorwaarden.
Bijlage 2: Woningbouwopgave per gemeente (130%)
Onderverdeling per gemeente van tabel 1 (paragraaf 2.1) op basis van ‘reality-check’ t.b.v. bod provincie oktober 2022. Subtotalen afgerond. In periode 2026 t/m 2030 gemiddelden per jaar genomen.
Arnhem Te realiseren woningen bruto 800
Sloop 40
Te realiseren woningen netto 760
Totale plancapaciteit 1.040
Harde plancapaciteit 1.040
800
X
800
1.040
1.040
2024
900
X
900
1.170
1.170
2025
1.000
X
1.000
1.300
750
2026
1.200
80
1.120
1.560
0
2027
1.200
X
1.200
1.560
0
2028
1.200
X
1.200
1.560
0
2029
1.200
X
1.200
1.560
0
2030
1.200
X
1.200
1.560
0
Totaal
9.500
120
9.380
12.350
4.000
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023
Sociale huur totaal 225
Sociale huur corporaties 225
Middenhuur totaal 90
Middenhuur corporaties X
Betaalbare koop 50
Betaalbaar totaal 365
225
225
140
X
50
415
2024
225
225
170
X
50
445
2025
300
300
150
X
100
550
2026
360
360
150
X
220
730
2027
360
360
150
X
220
730
2028
360
360
150
X
220
730
2029
360
360
150
X
220
730
2030
360
360
150
X
220
730
Totaal
2.775
2.775
1.300
X
1.350
5.425
29%
xx%
14%
xx%
14%
57%
2022 2023
22
Berg en Dal Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 100 105 120 140 150 140 150 150
100 140 140 150 190 190 190 190 190
100
10
2030
80 100 110 120 150 150 150 150 150
Totaal
1.160
25
1.135
1.480
250
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
5
10
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
10 30 40 40 50 50 50 50 50
10 10 10 10 20 20 20 20 20
10
2030
10 30 40 40 50 50 50 50 50
Totaal
370
370
32%
32%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
120 30 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0
10
10 20 20 20 30 30 30 30 30
30 60 70 70 100 100 100 100 100
140
60
220
730
12%
5%
19%
63%
0 5 5 10 10 10
Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 25 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.
23
Beuningen Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
90 180 100 190 210 210 210 210 210
90
X
2030
70 140 80 150 160 160 160 160 160
X
70 140 80 150 160 160 160 160 160
Totaal
1.240
X
1.240
1.610
240
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties 30
2030
30 50 10 20 30 30 30 30 30
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
120 30 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
30
0 20 10 10 20 20 20 20 20
x
0 10 20 50 50 50 50 50 50
30 80 40 70 100 100 100 100 100
260
260
140
X
330
720
21%
21%
11%
xx%
27%
59%
50 10 20 30 30 30 30
Middenhuur totaal
x x x x x x x
24
Doesburg Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
40 70 25 55 40 40 40 40 40
40
X
30 60 0 0 30 30 30 30 30
390
50
Sloop
2030
30 60 20 40 30 30 30 30 30
Totaal
300
60
240
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X 20 40 X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 10 10 40 0 0 0 0 0
20 10 10 40 0 0 0 0 0
Totaal
80 27%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
10 0 0 0 0 0 0 0 xx%
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 10 0 0 0 0 0 0 0
x
x
10 10 0 0 20 20 20 20 20
30 30 10 40 20 20 20 20 20
80
10
X
120
210
27%
3%
xx%
40%
70%
x x x x x x x
Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 60 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.
25
Druten Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
100 90 170 300 110 110 110 110 110
30
X
2030
80 70 130 230 80 80 80 80 80
X
80 70 130 230 80 80 80 80 80
Totaal
910
X
910
1.210
340
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 10 40 120 20 20 20 20 20
0 10 40 100 70 20 0 0 0
Totaal
270 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
150 150 10 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 0 0 10 10 10 10 10
x
x
60 30 30 30 30 30 30 30 30
60 40 70 150 60 60 60 60 60
240
50
X
300
620
27%
5%
xx%
33%
68%
x x x x x x x
26
Duiven Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 90 50 140 130 130 130 130 130
60
X
2030
60 70 40 110 100 100 100 100 100
X
60 70 40 110 100 100 100 100 100
Totaal
780
X
780
1.000
170
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
2030
20 30 20 40 25 25 25 25 25
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
70 40 0 0 0 0 0 0
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 30 20 40 25 25 25 25 25
10 10 0 0 0 5 5 5 5
x x x x x x x x x
0 10 10 30 40 40 40 40 40
30 50 30 70 65 70 70 70 70
235
235
40
X
250
525
30%
30%
5%
xx%
32%
67%
27
Heumen Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
80 70 160 100 160 160 160 160 160
60
X
60 50 60 80 120 120 120 120 120
Sloop
2030
60 50 120 80 120 120 120 120 120
Totaal
910
X
850
1.210
100
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X 60 X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties 20
2030
20 20 40 20 30 30 30 30 30
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
30 10 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
20
0 20 10 0 20 20 20 20 20
x
20 10 10 10 30 30 30 30 30
30 40 60 20 80 80 80 80 80
250
190
130
X
200
550
27%
xx%
14%
xx%
22%
60%
20 30 20 20 20 20 20
Middenhuur totaal
x x x x x x x
28
Lingewaard Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
160 270 300 330 160 160 160 160 160
120
20
2030
120 210 230 250 120 120 120 120 120
X
100 210 140 250 120 120 120 120 120
Totaal
1.410
X
1.300
1.860
320
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 90 X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 20 20 130 50 50 50 50 50
20 20 20 130 50 50 50 50 50
Totaal
440 31%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
200 0 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 20 20 20 10 10 10 10 10
x
x
30 40 50 50 20 20 20 20 20
50 70 90 230 100 100 100 100 100
440
110
X
270
940
31%
8%
xx%
19%
67%
x x x x x x x
29
Montferland Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
150
90
200
160
230
50
250
10
220
10
220
10
220
10
220
10
220
10
10
2030
120 150 180 190 170 170 170 170 170
X
120 150 170 190 170 170 170 170 170
Totaal
1.490
X
1.470
1.930
360
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 10 X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
40 40 60 50 50 50 50 50 50
30 30 50 50 40 40 40 40 40
Totaal
440 30%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 20 10 0 0 0 0 0
x
80
x
50 50 70 60 50 50 50 50 50
360
30
X
480
930
24%
2%
xx%
32%
62%
x x x x x x x
80 150 120 100 100 100 100 100
30
Mook en Middelaar Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
2022 2023
20
X
20
30
30
40
X
40
50
50
2024
80
X
80
110
2025
80
X
80
100
2026
60
X
60
80
2027
20
X
20
30
2028
20
X
20
30
2029
20
X
20
30
2030
20
X
20
30
Totaal
360
x
360
490
80
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal 5
2022 2023
5 15
10
15
2024
45
45
45
2025
20
40 10 10 10 10 10
60
2026
5
5
15
2027
5
5
2028
5
5
2029
5
5
2030
5
5
Totaal
90
80
20
X
90
200
25%
22%
6%
xx%
25%
56%
15 15 15 15
31
Nijmegen Te realiseren woningen bruto*
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
2.900 1.940 970 2.150 1.810 1.810 1.810 1.810 1.810
2.230
180
2030
1.230 1.990 1.250 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
X
1.050 1.990 1.090 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390
Totaal
13.070
350
12.720
17.010
8.560
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 160 X X X X X
Sociale huur totaa*l
Sociale huur corporaties 700
2030
720 460 130 520 520 520 520 520 520
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
1490 750 1040 610 610 610 610 610
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
500
520 200 80 360 310 310 310 310 310
x
130 180 150 250 180 180 180 180 180
1.360 840 370 1.130 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020
4.430
4.240
2.710
X
1.610
8.800
34%
xx%
21%
xx%
12%
67%
Middenhuur totaal
440 100 500 500 500 500 500
x x x x x x x
* inclusief 1.000 eenheden voor studenten SSH&
32
Overbetuwe Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
10
130
X
120 240 270 60 60 60 60 60
180 160 320 345 85 85 85 85 85
140
X
2030
140 120 240 270 60 60 60 60 60
Totaal
1.070
X
1.060
1.425
330
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 60 80 80 40 40 40 40 40
20 60 80 80 40 40 40 40 40
Totaal
430 40%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
120 70 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 20 20 0 0 0 0 0 0
x
x
50 50 20 100 20 20 20 20 20
100 120 110 180 60 60 60 60 60
430
60
X
320
810
40%
6%
xx%
30%
76%
x x x x x x x
33
Renkum Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
10
10
90
90
150
150
150
150
160
0
160
0
160
0
160
0
160
0
X
2030
10 70 120 120 120 120 120 120 120
X
10 70 120 120 120 120 120 120 120
Totaal
920
X
920
1.200
400
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 10 20 20 40 40 40 40 40
0 10 20 20 40 40 40 40 40
Totaal
250 27%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 10 20 20 10 10 10 10 10
x x
x
0 20 20 20 10 10 10 10 10
0 30 60 60 60 60 60 60 60
250
100
X
110
450
27%
11%
xx%
12%
49%
x x x x x x
34
Rheden Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
20
70 70
10
-10
X
X
150 100 100 100 100 100
120 90 0 200 130 130 130 130 130
90
X
2030
90 70 0 150 100 100 100 100 100
Totaal
810
X
780
1.060
230
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
20 20 0 20 10 10 10 10 10
20 20 0 20 10 10 10 10 10
Totaal
110 14%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
60 0 80 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
20 20 0 50 20 20 20 20 20
x
x
20 10 0 70 50 50 50 50 50
50 50 0 140 70 70 70 70 70
110
190
X
350
590
14%
23%
xx%
43%
73%
x x x x x x x
35
Rozendaal Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
10 0 0 0 0 0 0 0 0
10 0 0 0 0 0 0 0 0
X
2030
10 0 0 0 0 0 0 0 0
X
10 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal
10
X
10
10
10
xx%
xx%
xx%
10
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
Totaal
0 0%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 0 0 0 0 0 0 0
x
x
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
0
0
X
0
0
0%
0%
xx%
0%
0%
x x x x x x x
36
Westervoort Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
Harde plancapaciteit
60 80 80 80 75 75 75 75 75
40
10
2030
50 60 60 60 60 60 60 60 60
X
40 60 60 60 60 60 60 60 60
Totaal
530
X
520
670
80
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
0 20 20 20
2030
0 20 20 20 20 20 20 20 20
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
40 0 0 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
x
10
20 20 20 10 10 10 10 10 10
x
20 10 10 10 10 10 10 10 10
40 40 40 40 30 30 30 30 30
160
110
120
X
100
310
30%
xx%
23%
xx%
19%
58%
10 10 10 10
Middenhuur totaal
x x x x x x x
37
Wijchen Te realiseren woningen bruto
Sloop
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
90 230 350 380 250 350 350 350 350
Harde plancapaciteit
10
2030
70 180 270 290 190 270 270 270 270
X
60 180 270 290 190 270 270 260 270
Totaal
2.080
X
2.060
2.700
750
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X X X X X X 10
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
Middenhuur totaal
2030
50 50 40 60 70 70 70 70 60
50 50 40 50 70 70 70 60 60
Totaal
540 26%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
90 230 300 130 0 0 0 0 0
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
0 0 10 20 20 10 20 10 20
x
x
0 50 60 80 50 60 50 60 50
50 100 110 160 140 140 140 140 130
520
110
X
460
1.110
25%
5%
xx%
22%
53%
x x x x x x x
38
Zevenaar Te realiseren woningen bruto
Te realiseren woningen netto
Totale plancapaciteit
X
80 165 270 210 150 150 150 150 150
100 250 350 300 190 190 190 190 190
Sloop
Harde plancapaciteit
2030
80 190 270 230 150 150 150 150 150
Totaal
1.520
45
1.475
1.950
775
xx%
xx%
xx%
xx%
xx%
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
X 25 X 20 X X X X
Sociale huur totaal
Sociale huur corporaties
2030
10 90 70 40 50 45 45 45 45
Totaal
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029
80 220 210 180 50 25 10 0 0
Middenhuur totaal
Middenhuur corporaties
Betaalbare koop
Betaalbaar totaal
10 90 70 40 50 45 45 45 45
0 0 60 0 0 15 15 15 15
x x x x x x x x x
20 50 50 100 75 35 35 35 35
30 140 180 140 125 95 95 95 95
440
440
120
X
435
995
29%
29%
8%
xx%
29%
65%
39
Bijlage 3: Versnellingslocaties en kritische succesfactoren [PM Nader in te vullen in gesprek tussen regio, provincie en rijk. Doel: per sleutelproject zo concreet mogelijk maken wat de knelpunten zijn en daarover - waar mogelijk – concrete afspraken maken over hoe daarmee om te gaan en hoe provincie en Rijk gaan steunen.] Projectkenmerken
Kritische succesfactoren
Andere knelpunten
Onrendabele top
Schuytgraaf
Arnhem
1.500
In uitvoering
Centrum-Oost
Arnhem
866
In uitvoering
Vredenburg-Kronenburg
Arnhem
1.844
2023
√
√
√
Nijmeegseweg/Olympuskwartier
Arnhem
430
2025
√
√
√
Spoorknoop-Oost
Arnhem
9.800
2022
√
√
HES-Klingelbeek
Arnhem-Renkum
563
2023
√
Wolfheze Pro Persona
Renkum
500
2025
√
IJsseldistrict
Rheden
800
2024
√
√
√
Driegaarden
Lingewaard
512
2022
√
√
√
De Pas
Overbetuwe
348
2025
Plakseweide
Duiven
300
2025
√
√
√
Ploen-Noord
Duiven
300
2030
√
√
√
Noord
Westervoort
475
2025
√
√
√
Holtkamp-Het Hof
Zevenaar
226
In uitvoering
√
Kanaalzone-Zuid
Nijmegen
4.600
2022
√
√
Stationsgebied
Nijmegen
4.200
In uitvoering
√
√
Waalsprong
Nijmegen
5.600
In uitvoering
Ewijk-Zuid/west
Beuningen
300
2023
√
√
√
√
Winssen-Zuid
Beuningen
345
2023
√
√
√
√
Deest
Druten
253
2023
√
√
Kanaalzone
Heumen
735
2024
√
√
Huurlingsedam
Wijchen
483
2022
Wijchen-West
Wijchen
1.300
2025
’s-Heerenberg/Lengel Oost
Montferland
500
2025
Didam Noordoost
Montferland
350
2025
Start bouw
Stikstofruimte
Gemeente
Bereikbaarheid
Capaciteit en kennis
Naam project
Aantal woningen
√
√ √
√
√
√
√
√
√ √
√
√
√
40
Memo Datum
: 7 december 2022
Betreft
: Verwerking reacties op concept Woondeal
Bespreekpunten op basis van ingebrachte reacties. Vier punten vragen op voorhand een nadere gedachtewisseling: 1. 30% sociale huur en 2/3 deel betaalbaar: vraag is in welke mate dit aansluit bij de behoefte? Uit het regionale woningbehoefteonderzoek blijken deze aantallen in verhouding te staan tot de regionale behoefte. De doorvertaling naar gemeenten kan in februari 2023 een ander beeld laten zien. Bij de interpretatie geldt op dat moment de volgende redeneerlijn. De inzet op 30% sociaal is gebaseerd op het uitgangspunt fair-share. Dus expliciet niet gebaseerd op de behoefte per gemeente (wel regionaal). Elke gemeente neemt haar eerlijke aandeel van deze woningbouwopgave. Zo wordt voor de sociale huur enkel op regioniveau de behoefte gevolgd. De 2/3 deel betaalbaar is door het Rijk meegegeven als kader. Dit sluit nu aan bij de regionale behoefte. Van die 2/3 betaalbaar is 30% ingevuld door het fair-share-gedeelte sociale huur. De overige 35% à 40% wordt wel ingevuld op basis van het woningbehoefteonderzoek per gemeente. Hierop kan iedere gemeente haar eigen beleid aanpassen. Deze ruimte voor lokale invulling biedt de woondeal. 2. Betaalbare koop tot € 250.000 is heel gewenst, maar moeilijk haalbaar. De ene partij zit de extra knip in het betaalbare koopsegment zeer wenselijk, omdat voor veel woningzoekers een woning van € 355.000 echt niet bereikbaar is.
De andere partij ziet bezwaren in de haalbaarheid van dit product. Het is vooral zoeken naar creativiteit om het product toch aan te bieden. Ook al is het aanbod momenteel zeer lastig haalbaar, we willen marktpartijen uitdagen om met oplossingen te komen; in het belang van de woonconsument en zijn behoefte / betaalmogelijkheden. 3. Ambities circulariteit: de genoemde ambities worden door sommigen als (te) ambitieus gezien. Anderen vinden deze ambities waardevol maar missen kennis om die toe te passen. Voorstel is om deze ambities wel te laten staan, omdat dit een belangrijke gezamenlijke basis is voor de gemeenten in de Groene Metropoolregio. Daarmee heeft de regio een koploperrol. Dit is niet altijd makkelijk. Door de inzet van aanjagers wordt de markt verleid om circulair te bouwen. De landelijke normen volgen hier kort op; het rijk kijkt nadrukkelijk mee met de werking in de Groene Metropoolregio. 4. Randvoorwaarden zijn cruciaal: Nagenoeg elke reactie geeft aan dat de ambities en doelen hoog zijn. Deze zijn alleen in te vullen als er voldoende menskracht en middelen zijn. Ook moeten randvoorwaarden rond infrastructuur, netcapaciteit en stikstof zijn ingevuld. Zonder dat deze randvoorwaarden zijn ingevuld is de woondeal een geduldig afsprakenkader.
Essentieel is om in de samenwerking tussen Rijk, provincie en gemeenten gedegen de randvoorwaarden door te nemen en oplossingen te zoeken. Dit is nu nog niet afdoende ingevuld. Tegelijkertijd vraagt de samenleving om deze ambities en zijn de doelen maatschappelijk noodzakelijk. Daarom moet je die vasthouden en de indringende samenwerking met Rijk en provincie continueren. Wel vragen we het rijk expliciet om invulling te geven aan de randvoorwaarden. Het Rijk blijkt namelijk tot op heden de belangrijkste actor om de randvoorwaarden in te vullen, en blijft daarbij in de uitvoering nog achter. Dit is indringend onderwerp van de komende bestuurlijke overleggen.
1
Hierna beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke reacties. De meer tekstuele reacties zijn afzonderlijk verwerkt. Reactie Gemeente Radenbijeenkomst • Als niet alle gemeenten meedoen of als de gemeente in haar woonvisie andere kaders meegeeft. Wat betekent dit voor onderhandelingen?
Verwerking •
• •
•
Alle gemeenten zijn gebonden aan inspanningsverplichtingen. Betekent dit dan ook dat uiteindelijk alle gemeenten rechtstreeks enige vorm van bijdrage/tegenprestatie vanuit Rijk dan wel Provincie kunnen verwachten? Zijn investeringen die samenhangen met deze verplichtingen (rioleringen, wegennetten, electriciteitsnet, wateraanvoer, etc.) voor rekening van de gemeenten of is hierin een tegemoetkoming te verwachten van Rijk of Provincie? Vaak stellen projectontwikkelaars dat de afspraken over betaalbare woningen niet haalbaar zijn of al eerder zijn vastgelegd. Hoe kunnen we op basis van de woondeal toch meer betaalbare en sociale woningen bouwen?
•
Bij sociale huur staat de eis van 30%, tenzij….. Is dit dan ook geen harde eis?
•
Bij de definitie van sociale huur is een instandhoudingstermijn opgenomen van 25
De raad is aan zet om kaders mee te geven voor het woonbeleid en vervolgens vertaling hiervan naar ruimtelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd kiest het Rijk voor een steviger regie, met sturing op een betaalbaar en sociaal woningbouwprogramma. Op basis van deze regierol maakt het Rijk afspraken met provincies en vervolgens gemeenten. Door mee te doen aan deze afspraken kunnen provincie en gemeenten mee richting geven aan de inhoud en randvoorwaarden. Doe je niet mee, dan bestaat een reëel risico dat Rijk en vervolgens provincie voor de individuele gemeenten beslissen, zonder invulling van de randvoorwaarden. Bespreekpunt tijdens Regio Overleg(t) Leidt niet tot aanpassing woondeal.
•
In Woondeal nog explicieter randvoorwaardelijkheid van de opgave aangeven en vanuit Rijk en Provincie vragen om een reactie in deze fase op deze randvoorwaarden.
•
Leidt niet tot aanpassing woondeal.
•
In de eerste plaats zorgt de woondeal ervoor dat op alle plekken dezelfde regels gelden voor ontwikkelaars. Dit geeft duidelijkheid naar ontwikkelaars, wat ook zekerheid geeft over hun exploitatie. In de tweede plaats hebben we in de woondeal bewust opgenomen dat vanaf een bepaalde datum (1.7.2023 of 1.1.2024 – bespreekpunt voor Regio Overleg(t)) alle nieuwe anterieure overeenkomsten en bestemmingsplannen / omgevingsplannen moeten voorzien in het programma uit de woondeal. Leidt niet tot aanpassing woondeal. 30% geldt overal en is een harde eis waar de provincie vanuit haar toezichtsrol op toeziet. Een enkele uitzondering is mogelijk in heel specifieke situaties waar een sociaal programma de leefbaarheid (verder) onder druk zet. Dan ligt de bewijslast bij de gemeente. In beginsel geldt dan dezelfde instandhoudingstermijn en liever langer. Echter
• •
•
2
Reactie jaar voor particuliere verhuurders. Wat is deze termijn voor woningcorporaties of zorgwoningen. Enkele technisch inhoudelijke vragen: • Bij de woningbouwbehoefte zijn percentages van respectievelijk 27 en 43% genoemd. Betreft het hierbij percentage behoefte bij de nieuw te bouwen woningen? Of betreft het de behoefte gezien over de gehele woningvoorraad? • De Woondeal mikt op een woningtekort op 2%, waarom wordt er niet op verzadiging van de vraag naar woningen gestuurd?
Gemeente Doesburg • Hierbij laat ik jou weten dat het college van B&W van Doesburg tevreden is over het feit dat het voorstel van haar wethouder om “genuanceerder naar de 30% -norm voor sociale huur te kijken” is overgenomen. De ruimte die wordt geboden, zoals verwoord in afspraak 11, doet recht aan de situatie in Doesburg waar het aandeel sociale huur van oudsher hoog ligt. • Met betrekking tot het aantal toe te voegen woningen in onze gemeente constateer ik dat deze conform onze laatste prognoses is aangepast. Gemeente Zevenaar • Afspraak 6 over sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures is geen afspraak maar een constatering. • Hoe kun je in particuliere huur toewijzen aan de doelgroep voor sociale huurwoningen en aan aandachtsgroepen als uitstromers, urgenten en statushouders. Hoe moet dat in de
Verwerking bij corporaties is dit reeds onderdeel van hun statuten en maatschappelijke opgave. Daarom is het niet nodig om dit nader te specificeren. •
Hier gaat het om de gewenste netto toevoeging aan de woningvoorraad (en dus niet het aandeel woningen binnen de totale woningvoorraad)
•
Het sturen op een zeker woningtekort is Rijksbeleid. Achtergronden hierbij zijn dat hiermee leegstand wordt voorkomen en daarmee een suboptimaal gebruik van de schaarse ruimte. Bovendien zorgt deze schaarste voor waardevastheid van het bezit.
•
Voor kennisgeving aannemen
•
Voor kennisgeving aannemen
•
Dit komt uit het landelijke format. Rijk hecht aan deze constatering (onderdeel programma woningbouw). Dit leidt niet tot aanpassing van de tekst. Wel tot de noodzaak om regionaal kennis uit te wisselen over te maken afspraken met particuliere investeerders in sociale huurwoningen, en de verantwoording door hen van de toewijzing.
•
praktijk worden uitgevoerd, wie gaat de toewijzing doen en controleren?
Gemeente Heumen • Op pagina 8 (paragraaf 2.2) is aangegeven dat ook voor kleine, over de regio verspreide plannen financiële ondersteuning voor het afdekken van de onrendabele toppen als gevolg van het grotere aandeel betaalbare woningen noodzakelijk is. Wij merken daarover op dat wat de gemeente Heumen betreft deze financiele ondersteuning voorwaardelijk is om het grotere aandeel betaalbare woningen daadwerkelijk waar te kunnen maken. Komt deze financiële ondersteuning er niet, dan
•
Voorstel is dit sterker aan te zetten in de woondeal en ook expliciet reactie hierop te vragen van provincie en Rijk.
3
•
kunnen wij wel aan de kwantitatieve opgave voldoen maar hoogstwaarschijnlijk niet aan de differentiatieopgave; een hoger aandeel duur dan gewenst, zal dan vrijwel zeker onvermijdelijk zijn. Wij twijfelen sterk aan het realiteitsgehalte van de op pagina 10 (paragraaf 2.2) benoemde inzet op de realisatie van “écht” goedkope koopwoningen met een maximale prijs van € 250.000. Onzes inziens is het in de huidige marktomstandigheden vrijwel onmogelijk voor deze prijs een woning te realiseren met een behoorlijk kwaliteitsniveau en toekomstbestendigheid. Maar we laten ons met concrete voorbeelden graag overtuigen van het tegendeel
Gemeente Overbetuwe De Woondeal kent nu een nieuw voorgestelde norm van 66,67% betaalbaar. Dit op gespannen voet met invulling van (alle) segmenten op basis van behoefte. Suggesties daartoe: •
•
•
•
Gebruik het woonbehoefteonderzoek zoals dat begin 2023 verschijnt als richtsnoer voor het percentage betaalbaar. Dat betekent dus dat wij nu nog een voorbehoud maken bij de 2/3 betaalbaar als streven of afspraak (paragraaf 2.2, afspraak 8 en 9). Neem het woonbehoefteonderzoek vervolgens ook als richtsnoer voor de onderverdeling van (betaalbare) prijssegmenten. Daarmee is het voorbehoud ook van toepassing op het streven in paragraaf 2 en afspraak 8. Kies vooruitlopend op dit woonbehoefteonderzoek nog geen prioritering van betaalbare prijssegmenten, waarbij het belang van middenhuur tot € 1.026 gelijkgesteld wordt aan goedkope koop tot € 250.000. De volgorde in afspraak 9 herkennen wij namelijk niet bij voorbaat. Wij zien ruimte voor een substantieel aantal flexwoningen. Dergelijke flexibele woonconcepten vinden we belangrijk voor woningzoekenden die snel een (betaalbare) woning nodig hebben. Op basis van onderzoek van Platform31 gaan we ervan uit dat circa 10% van de woonbehoefte voor spoedzoekers is. We vragen de getallen in afspraak 4 niet als minimum maar als richtsnoer te formuleren, omdat het toepassen van dit percentage afhankelijk is van termijn (tot 2025, 2030 of 2040) en doelgroep (aandachtsgroepen met zorgbehoefte en/of andere bijzondere doelgroepen).
•
Herkenning op de complexiteit. De opgave zal lokaal verder ingevuld moeten worden en met concrete voorbeelden worden aangevuld. Dit zal een punt moeten zijn in de verdere uitwerking van de woondeal.