Agendabundel
Tekst van het document
•
Leidt niet tot aanpassing woondeal.
•
Bespreekpunt met bestuurders Er is ruimte om binnen 2/3 betaalbaar te differentiëren op basis van het onderzoek. Het onderzoek biedt op regionaal niveau wel een onderbouwing. Gelet op de lijn die het rijk en de provincie inzetten en de besprekingen tot op heden, is er geen aanleiding de tekst nu aan te passen.
4
•
Tenslotte constateren we dat de focus in afspraak 3 op grote ontwikkelingen (vanaf 250 of 500 woningen) ook risico’s kent. In het vorige decennium is gebleken dat in een afkoelende markt juist hier als eerste vertraging optreedt terwijl kleinere ontwikkelingen toen merendeels nog doorgingen. Daarom het pleidooi om de ondergrens van 100 woningen uit de Woondeal 1.0 niet te wijzigen én meer aandacht te besteden aan generieke maatregelen
•
•
Het is onduidelijk waarom voor de periode na 2030 met de Novex-woningbouwlocaties (met name in Arnhem) nu al een voorzet wordt gedaan voor een onderverdeling in de regio. Immers, onzeker is of de integrale randvoorwaarden daarvoor aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld ook aan het mobiliteitsnetwerk waar we in de Gebiedsaanpak AN325 nu eerst trachten de druk op de noord-zuid routes proberen te verminderen, met maatregelen voor alle modaliteiten, ook in relatie tot de aansluitende oost-west verbindingen. Daarom vraagt Overbetuwe: • De aantallen voor na 2030 vooruitlopende op het woonbehoefteonderzoek - nu in afspraak 27 als indicatief weer te geven. • Te verduidelijken hoe de Novexwoningbouwlocaties in bijlage 1 zijn inbegrepen in de cijfers tot 2030 in de bijlage. Onderbelicht blijft dat de nationale woningmarktaanpak bestaat uit zes sporen. Hiervan worden alleen 'Een thuis voor iedereen' en 'Leefbaarheid en veiligheid' concreet benoemd. Dit ervaren wij als te smal. Vraag is om hier in de woondeal meer in de breedte aandacht aan te besteden, ook met verwijzing naar de nationale prestatieafspraken. In onze Routekaart Duurzaam Overbetuwe staan de effecten benoemd die we nastreven bij circulariteit.
De manier waarop nu in afspraak 16 voorgesteld wordt dit concreet en meetbaar te maken, past niet in een bestuursovereenkomst op hoofdlijnen én kan op gespannen voet staan de wijze waarop we andere duurzaamheidsthema’s concreet en meetbaar toepassen in projecten. Daarom verzoeken we dit in (met name het 1e lid van) afspraak 16 te abstraheren.
•
•
•
We onderkennen dit risico. Tegelijkertijd zien we dat versnippering van aandacht schaarse ambtelijke capaciteit vraagt. De woondeal kende een groot aantal versnellingslocaties. Die waren rijp en groen. Maar het leidde wel tot de beruchte versnippering. Dit zien we ook op lokaal niveau gebeuren. Marktpartijen noemen ook dit risico. Daarom is deze focus in de woondeal opgenomen. Dit neemt niet weg dat ook kleinere locaties kunnen rekenen op inzet. Daar is binnen de woondeal volop ruimte voor via generieke maatregelen. Geen aanpassing van de woondeal nodig. De NOVEX-opgave is essentieel om de woningbehoefte in de regio te accommoderen. Dat een deel van de grootschalige woningbouwlocaties buiten de tijdshorizon van 2030 ligt, doet hier niets aan af. De aantallen zijn de afronding te kenmerken als indicatief. In de bijlage zijn de cijfers inclusief NOVEX opgenomen, al worden die nog aangescherpt op basis van de nieuwste inzichten. Geen aanpassing van de woondeal nodig.
•
Vanuit het rijk ligt het zwaartepunt bij de nu genoemde thema’s. In de regio is er breed behoefte aan meer integraliteit in de aanpak. Tegelijkertijd geldt ook hier dat er behoefte is aan focus. Daarom houden we vast aan de huidige (beperktere) focus.
•
Dit vraagt een nadrukkelijke taak van de regio. De aanjagers conceptueel en circulair voorzien hierin. Regio wil dit graag. Maar niet iedereen staat heeft hierin dezelfde doelen. De woondeal geeft hier de richting voor aan. De tekst is geabstraheerd. Bespreekpunt bestuurlijk
•
5
•
Sneller, slimmer en efficiënter inrichten van processen graag in afspraak 6 niet beperken tot de bezwaarprocedure. Het belang van daadwerkelijke oplevering van gebouwde woningen maakt dat wij hier vragen de processen tot en met realisatie te beschouwen. Daar blijken immers ook procesverbeteringen mogelijk.
BZK • In de woondeal staat de woningbouwopgave
•
•
centraal. Uiteraard is de samenhang met verstedelijkingsstrategie ook belangrijk om te noemen, maar niet als eerste. Volgorde: Aantallen, betaalbaarheid, versnelling, overige.. Afspraak 1 herformuleren naar: “In deze regionale woondeal wordt een doorvertaling naar gemeenten gemaakt van de afspraken tussen Rijk en provincie Gelderland. De gemeenten zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van de opgave in tabel 1. Het gaat in de regio Arnhem-Nijmegen om de realisatie van 33.000 huizen in de periode tot en met 2030 als bijdrage aan de provinciale en nationale opgave, waarvan XX% betaalbaar en inclusief XX% sociale huurwoningen. In bijlage X zijn uitsplitsingen per jaar en per gemeente te vinden. “ Écht goedkope koopwoningen neerzetten als: betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens’
•
We verruimen de tekst.
•
Vanuit de regio is de verstedelijkingsstrategie het ruimtelijk kader. Daarom staat deze bovenaan. Voorstel is om het zo te laten staan.
•
Materieel is deze afspraak niet anders dan de huidige formulering, met uitzondering van de suggestie dat de gemeenten hiermee uitvoering geven aan het rijks- en provinciale beleid, terwijl gemeenten hierin net als Rijk en provincie hun gelijkwaardige verantwoordelijkheid hebben. Hiermee zouden gemeenten uitvoeringsorganisaties worden van Rijk en provincie. Dit is strijdig met het Huis van Thorbecke. Voorstel is om dit niet te wijzigen.
•
Zie eerder punt over betaalbare koop.
•
Wel laten staan, wens van de regio.
•
Voorstel is om dit percentage om te zetten naar 35% tot 40%.
•
Niet eens. De benadering versterkt verschillen binnen de regio, ipv fair-share. Huidige formulering heeft draagvlak bij gemeenten en provincie.
Daarnaast kun je je afvragen of deze extra toevoeging noodzakelijk is. Welk product bieden we hiermee aan en kan de ‘markt’ dit ook realiseren.
•
•
•
Wellicht meer procesafspraak van maken dat gekeken wordt hoe dit regionaal neerslaat. Vanuit Rijkszijde hebben we hier in ieder geval geen aparte middelen voor beschikbaar. Bij sociale huur is een kwaliteitsdefinitie opgenomen. We zouden ons dus kunnen voorstellen om deze extra eis niet op te nemen. Misschien zou, indien de kwaliteitseis blijft staan, om onduidelijkheid te voorkomen dan nog extra uitleg kunnen worden toegevoegd over dat deze eis regionaal maatwerk is en waarom hiervoor is gekozen.
35% middenhuur en betaalbare koop omzetten naar 40%, in aansluiting op landelijk beleid. Dit zou ten koste gaan van sociale huur. Afspraak 11, wil het rijk omzetten naar landelijk format waarbij gemeenten met minder dan 30% sociale huur bij toevoegingen een groter aandeel dan het huidige aandeel
6
•
•
realiseren. Dat zou voldoende borging moeten zijn. Toevoegen extra afspraak: Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woonvormen die ook geschikt zijn voor ouderen. Ook is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Deze opgave worden regionaal en lokaal verder uitgewerkt in de woonzorgvisies. Toevoegen randvoorwaarden Stikstof en Netcapaciteit:
•
Overnemen.
•
Teksten zijn conform verwerkt
Stikstof: Stikstofruimte is een belangrijke randvoorwaarde om de woningbouwambities waar te kunnen maken. Daarbij is en blijft het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) het instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Het Rijk spant zich in voor voldoende stikstofruimte voor woningbouw. Zij stimuleert het gebruik van schoon en emissieloos bouwmaterieel met een bijdrage van een extra €400 miljoen, bovenop de € 500 miljoen die al beschikbaar was. Op de korte termijn (oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen door middel van kengetallen/ vuistregels, met als doel om voor initiatiefnemers de administratieve lasten als gevolg van de extra onderzoeksplicht zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kunnen bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Waar in concrete projecten stikstof een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel.
Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen: Bij tijdig aanvragen van projecten leidt de beschikbare netcapaciteit op het elektriciteitsnet vooralsnog niet tot vertraging
7
van woningbouwprojecten. Om te zorgen voor voortgang in projecten dragen gemeenten zorg voor tijdige aanvragen voor aansluitingen van (woningbouw)projecten bij de netbeheerder. Het Rijk (EZK en BZK) houdt in samenspraak met medeoverheden en netwerkbeheerders vinger aan de pols waar er knelpunten kunnen ontstaan, en spant zich in om eventuele knelpunten tijdig weg te nemen, zodat de woningbouw en de bijbehorende voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. Waar in concrete projecten netcapaciteit een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. De P-MIEK-tafels zijn het platform om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Regionale en landelijke versnellingstafels leggen hun signalen neer bij deze tafels. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK-tafels, dan agenderen deze tafels dit bij het landelijke MIEK overleg.
Gemeente Renkum • Hoe realiseren we woningen met een max van 250.000,--? Dat gaat ons niet lukken, zeker als we een kwalitatief goede woning willen. • Wij zijn benieuwd wat er uit het behoefteonderzoek komt en wat de consequenties zijn van dit onderzoek op de inhoud van de woondeal. • Bouwen voor senioren moet een prominente rol krijgen, aangezien we een golf van vergrijzing over ons heen krijgen. Dus niet alleen voor het doorstromen hebben we het nodig, ook ten aanzien van voldoende passende woningen voor alle 80-jarige straks. • We hebben gezamenlijk een woondeal, maar denk ook dat we gezamenlijk naar oplossingen moeten zoeken. Denk aan flexwoningen midden huur. Dit is echt rendabel als je een investering doet van 300 woningen. Dit kan je als kleine gemeente niet alleen. Dus samen optrekken met andere gemeenten en de voorraad woningen verdelen over verschillende projecten grens overstijgend. • herplaatsingsladder: wat houdt dit in? •
Sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures: denk dat ook aan het integraal werken van ministeries en binnen de provincie. Vraag die niet alleen aan de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan stikstofruimte opkopen (lees boerderijen in onze Provincie) om een snelweg te verbreden,
•
Zie eerder punt over betaalbare koop.
•
Toelichten in de inleiding van de woondeal welke ruimte er is na vaststelling van de woondeal voor lokale verdieping obv het behoefteonderzoek Artikel toegevoegd obv landelijk format.
•
•
Geen aanpassing woondeal. Wel punt voor nadere uitwerking, samenwerking en kennisdeling
•
Geen aanpassing woondeal Toelichting rijk gewenst. Tekst aanpassen en verruimen.
•
8
•
echter waarom heeft dit voorrang versus de woningbouw? Denk aan stikstofaanpak van Parenco versus de woningbouwmogelijkheden binnen de gemeente/dorp Renkum? In het programma wonen en zorg zouden ook arbeidsmigranten meegenomen worden, omdat dit een ‘aandachtsgroep’ is. Dit was in het verleden niet echt het geval: hun huisvesting werd veelal aan de markt overgelaten.
Gemeente Nijmegen • Belangrijkste punt is dat de randvoorwaardelijkheden die nodig zijn om de afspraken uit de Woondeal na te komen nadrukkelijk(er) benoemd worden. Zonder invulling hiervan kunnen de afspraken niet worden nagekomen. Hier dient ook in de besluitvorming in colleges en raden aandacht voor te zijn. • Lees de woondeal naar de geest van de tekst en niet naar de letter. •
•
•
•
We sluiten in deze woondeal aan bij landelijke ontwikkelingen rond circulariteit, duurzaamheid en kwaliteit van de woningen en gaan er daarmee vanuit dat de andere woondeals in Nederland vergelijkbare voorwaarden hebben op dit punt. Advies is om, in lijn met de voorlopige uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek en tegen de achtergrond dat de plancapaciteit in de regio waarschijnlijk verder toeneemt, het totaal aantal woningen op te hogen naar 35.000 woningen Definitie sociale huur: termijn aanpassen in minimaal 20 tot 25 jaar en referentiekwaliteit woonstandaard is niet reëel. Corporaties hanteren zelf vaak 20 jaar en geven aan dat woonstandaard niet haalbaar is. Pleiten voor behoud van het huidig budget. De opgaven worden groter, procesgeld dient dus minimaal gelijk te blijven. In 2020 in € 1 miljoen gereserveerd. Dit is na 3 jaar vrijwel besteed. Inzet: jaarlijks € 3 ton procesgeld.
Gemeente Arnhem De ambities op aantallen en betaalbaar zijn (terecht) hoog, waarbij nog niet duidelijk is hoe deze randvoorwaardelijk worden ingevuld. De grote hoeveelheid ambities lijkt niet aan te sluiten bij de organisatiecapaciteit bij gemeenten die flink onder druk staat en bij de omgevingsfactoren die momenteel de voortgang van woningbouw flink
•
Dit is conform het Rijksprogramma Thuis voor iedereen. Daarom laten we het staan. Terminologie trekken we gelijk
•
Zie eerdere opmerkingen. Bespreekpunt met bestuurders
•
De woondeal is meer dan de ‘geest van de tekst’. We willen hiermee daadwerkelijk de beweging tot stand brengen. Dit is nu niet het geval. De woondeal loopt rond het thema circulair voor op andere regio’s in Nederland. Daarmee heeft de Groene Metropoolregio als continuering van de bestaande woondeal een koplopersrol. Tekst is iets geabstraheerd. Dit lijkt haalbaar op basis van de actuele planningslijsten. Voorstel is vast te houden aan 33.000 maar met als richting waar mogelijk meer te bouwen.
•
•
•
Woondeal niet aanpassen, zie eerdere reactie bij Rijk
•
Punt is herkenbaar. In de Dit krijgt geen plek in de woondeal, wel in het gesprek met de contractpartijen.
• •
Zie eerdere constateringen. Bespreekpunt met bestuurders
9
bemoeilijken. Dit spanningsveld wordt wel beschreven, maar er ontbreekt perspectief hoe dit concreet ingevuld wordt. Op welke wijze gaan provincie en Rijk zich verbinden aan de afspraken? We hebben echt commitment van Rijk en provincie nodig om dit te kunnen realiseren. Vanuit provincie en Rijk zou hierop meer concrete toezeggingen gedaan moeten worden. Ook afspraken over de inzet van corporaties ontbreken. Hoe helpt de Woondeal de corporaties bij hun uitvoeringskracht? Die staat, net als bij de gemeenten, flink onder druk. De monitoring door gemeenten van deze afspraken vraagt om sturing. Op dit moment (huidige Woondeal) ziet daar niemand op toe en is er niemand die gemeenten actief aanspreekt om de data op orde te hebben. Via de systematiek van de huidige regionale woningmarktmonitor worden überhaupt veel zaken die in de nieuwe Woondeal staan niet gemeten. Gelet op hoeveel tijd het vergt om gemeenten al de basisdata voor die monitor te laten aanleveren, vraagt dit onderdeel commitment/afspraken van partijen. We kunnen ons vinden in de focus op locaties met substantiele omvang. Echter, de minimale omvang van 500 woningen kan voor Arnhem in een aantal gevallen net te hoog zijn. Voorstel is om de eis van 500 minder ‘hard’ te formuleren. Dus “bij voorkeur 500 woningen of meer in Arnhem en Nijmegen, en bij voorkeur 250 woningen of meer buiten deze twee steden”.
Met de huidige bouwkosten en stijgende financieringskosten verwachten we dat ontwikkelaars geneigd zullen zijn om bestaande projecten te temporiseren, bijvoorbeeld door het uitsmeren van de bouw over meerder jaren. We zouden graag met het Rijk in gesprek gaan over (juridisch) instrumentarium om dit soort zaken zoveel mogelijk te voorkomen. Dus bijvoorbeeld in nieuwe projecten een bouwplicht op te nemen, etc. De voorliggende tekst van de woondeal richt zich op capaciteit, en kennisdeling, maar in het verkennen van overige (juridische) intstrumenten. Dit zouden we graag toegevoegd zien bij afspraak 5 of 6. We hechten zeer aan de fair share benadering voor het realiseren van voldoende sociale huurwoningen in iedere gemeente, om zodoende een meer evenwichtige verdeling over de regio te bewerkstellingen. Als gemeente met een flink aantal kwetsbare wijken vinden wij dat het mogelijk moet zijn om in wijken waar de leefbaarheid onder druk staat minder dan 30% sociale huur toe te voegen. Echter, om te voorkomen dat we in de regio als geheel onvoldoende sociale huur realiseren, stellen wij voor om in artikel 11 toe te voegen dat in eerste instantie wordt gekeken naar
•
Aandachtspunt bij uitvoering, geen aanpassing van de woondeal.
•
Aanpassen in de woondeal.
•
Toevoegen in de woondeal
•
De huidige benadering legt wel de eerste verantwoordelijkheid op lokaal niveau (pas toe of leg uit). Dit vullen we iets verder aan. Aanscherping in de toezichtsrol van de provincie moet een te makkelijke escape voorkomen.
10
compensatie elders binnen de eigen gemeente. Dus daar waar in de gemeente minder sprake is van leefbaarheidsgevolgen, meer dan 30% realiseren. Voorstel is om artikel 23 en 24 te vervangen voor: “De afspraken over de Arnhem-Oost aanpak lopen via het nationaal programma Arnhem-Oost. Via dit programma kunnen afspraken gemaakt worden over regionale samenwerking op dit gebied, bijvoorbeeld voor het uitwisselen van kennis en ervaring voor wijken met gelijksoortige opgaven in andere regiogemeenten, of voor pilots naar knellende en/of ontbrekende wet- en regelgeving met betrekking tot de leefbaarheid" De concepttekst bevat geen aandacht voor groen, landschap, natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit (afspraak 24, 27, 28 in de huidige woondeal) en de energietransitie in bestaande wijken (afspraak 25 en 26 in de huidige woondeal). Dit zijn voor Arnhem hele belangrijke thema’s. Voorstel is om de afspraken 24 tot en met 28 in de geactualiseerde woondeal te handhaven.
Gemeente Rheden Bij afspraak 10 wekt het kaartje onhaalbare verwachtingen voor Rheden, zeker ten aanzien van aantal sociale huurwoningen. Daarom voorstel kaartje weg te laten. Bij aanpak leefbaarheid wordt verwijzing naar situatie in Velp gemist. Dit geldt voor de ‘kern van de woondeal’ en bij afspraak 24- Arnhem Oost aanpak. Daar staat nu: “Gemeente Rheden zal waar nodig deelnemen aan de samenwerkingstafel.” Dit moet gewijzigd worden in: “Gemeente Rheden zal deelnemen aan de samenwerkingstafel” Bij 2.4 De eisen voor circulair bouwen moeten nu per gemeente worden ingevoerd. Afdwingen van deze eisen is alleen mogelijk bij eigen grond of eventueel in prestatieafspraken. In veel gevallen kunnen we als gemeente dus alleen ambities meegeven. De ambitie is hoog, maar ambtelijk is er meestal weinig kennis over dit onderwerp en voor ontwikkelaars is het een nieuwe eis erbij. We hebben nog geen zicht op de uitkomsten van het nieuwe woningbehoefteonderzoek. Stel dat er voor Rheden geen toevoeging van nieuwe sociale huurwoningen nodig is, dan hebben we al ingestemd met de Woondeal waarin staat dat we wél akkoord gaan met 30% sociale huur in de nieuwbouw.
•
In de huidige woondeal is verwezen naar delen van Nijmegen en Velp. Deze verwijzing blijft gewenst. Teksten worden aangepast.
•
Bespreekpunt met bestuurders, ook in het kader van stapeling van ambities. Teksten zijn aangevuld om klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit te borgen.
•
Overnemen in woondeal
•
Overnemen in woondeal
• •
Zie eerdere opmerkingen. Bespreekpunt met bestuurders
•
Punt is herkenbaar voor andere segmenten dan de sociale huur. Bij sociale huur is op regioniveau de behoefte leidend. Dit ligt op netto 27%, bruto dus hoger vanwege eventuele sloop en verkoop. De 30% is daarmee passend voor de regio. De vertaling hiervan naar de gemeenten gaat niet op basis van behoefte, maar op basis van fair-share. Elke gemeente neemt hierin zijn verantwoordelijkheid. Fair share en bouwen voor behoefte staan dus op gespannen voet. Op dit punt daarom geen aanpassing van de woondeal. 11
Gemeente Rozendaal Ziet praktisch weinig mogelijkheden om bijdrage te leveren aan regionale woningbouwopgave. Als kansen zich aandienen werkt de gemeente in de richting van de woondeal. Gemeente Beuningen Voor wat betreft de faire share, die gaat nu uit van 30% sociale huur in nieuwe plannen in iedere gemeente. We zouden graag zien dat bij de uitwerking van het WBO nog eens kritisch gekeken wordt wat die behoefte is en of de 30% sociaal inderdaad moet gelden per gemeente. En of een faire share op basis van de huidige sociale huurvoorraad ook een uitgangspunt kan zijn. Doelgroepen 2.3, blz 12; We onderschrijven dat er voldoende voldoende woningen voor aandachtsgroepen moeten komen en uitwerking in beleid (samen met provincie en regio). Wat onduidelijk is in de tekst wat er bij afspraak 14 (blz 12) nog moet gebeuren met de andere aandachtsgroepen we onderschrijven het belang van voldoende ambtelijke capaciteit en financiële middelen. Gemeente Wijchen / Druten Wij onderschrijven de ingezette lijn door de regio en de provincie dat de geformuleerde ambities alleen mogelijk zijn als ook invulling gegeven wordt aan de gestelde randvoorwaarden zoals omschreven in bijlage 1 (onder andere dekking onrendabele toppen). Onze regionale ambitie om sociale huur woningen te realiseren ligt met 30% hoger dan de landelijk lijn van 28% en de inzet van de gehele provincie Gelderland.
Wij vragen u deze nuance in de afspraken vast te leggen. Zodat duidelijk is dat wij de ambitie niet nog hoger leggen dan landelijk. Eerder is aangegeven dat de Woondeal voortaan ook als regionale Woonagenda gaat gelden. Bij de recente totstandkoming van de Woondeal is hier echter niet of nauwelijks aandacht voor geweest. Is dit nog steeds de opzet? Graag houden wij de mogelijkheid open om in afwijking van de afspraken extra in te zetten op bijvoorbeeld ‘échte’ betaalbare koop tot €250.000 ten koste van andere ambities. Het stapelen van ambities in de sociale huur én ‘échte’ betaalbare
•
Waar het gaat om middenhuur en betaalbare koop kan behoefteonderzoek wel leiden tot lokale verschillen. Deze ruimte moet duidelijker in de woondeal naar voren komen. Bespreekpunt met bestuurders.
•
Geen aanpassing van de woondeal.
•
Zie toelichting bij eerste opmerking van gemeente Rheden.
•
Dit is nader toegelicht in de tekst.
•
Zie eerdere punten
•
Zie eerdere punten
•
De formulering is in lijn met de bedoelingen in de Nationale Woon- en Bouwagenda en het programma woningbouw. De verschillen betreffen nuanceverschillen. We werken nu net aan toe naar 30% en dan mag er geen uitval zijn. Daarom nu niet aanpassen. Ja, voor een belangrijk deel wel. Volgend jaar moet die agenda verder aangevuld worden voor onderwerpen die niet in de woondeal aan de orde komen, ook in afwachting van de provinciale vereisten. Geen aanpassing woondeal, wel bespreken in bestuurlijk overleg.
•
•
12
koop zal niet leiden tot de beoogde versnelling. Wij stellen ons daarbij voor dat we hierover in de regio het gesprek aangaan. Gemeente Duiven/Westervoort bij rollen en verantwoordelijkheden staat bij het waterschap dat bij een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties, dat daarbij het uitgangspunt “water en bodem sturend” is. Vanaf 2025 zorgt iedere gemeente binnen de nieuwbouw voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000,-). Daarbij geldt dat voor plannen waar per 1 juli 2023 nog geen vastgesteld bestemmingsplan, omgevingsplan of overeenkomst voor is dit programma de richtlijn is. Graag een nadere onderbouwing/ verduidelijking van de datum1 juli 2023, waarom de keuze voor een vastgesteld BP of OP en wat is een overeenkomst (intentieovk of anterieureovk)? Verder is het van belang te weten hoe de provincie haar “nieuwe” rol gat oppakken en hoe gaan de plantoetsers van de provincie met deze afspraak om. Want dit programma zal niet altijd per BP of OP gehaald gaan worden omdat er andere keuzes gemaakt worden.
•
Principe water en bodem is sturend, is toegevoegd conform landelijk format woondeal
•
Grens is gekozen om heldere richtlijnen voor de uitvoering te geven. Overeenkomst betreft een anterieure overeenkomst. Overigens geldt de 30% sociale huur en minimaal 35% à 40% middenhuur en betaalbare koop op het niveau van het gemeentelijke woningbouwprogramma vanaf 2025. De gemeente voert regie op de samenstelling van dit programma. De borging hiervan in bestemmingsplannen of omgevingsplannen betreft een middel om dit programmatische doel te halen, en geeft als richting duidelijkheid naar grondeigenaren / ontwikkelaars. Het is aan de gemeente om per plan afhankelijk van de omstandigheden te differentiëren in het aandeel sociale huur / middenhuur / betaalbare koop, binnen de kaders van het programma. Rol van de provincie over plantoetsing is ter nadere uitwerking komende tijd. Dit is opgenomen in het woningmarktonderzoek (bijlage bij woondeal) Dit is vastgelegd in de huidige woondeal. Het gaat om minder ten opzichte van 1990.
• Graag een onderbouwing van de maximale prijs van echte goedkope woningen. Nu € 250.000, afspraak 16. Gemeenten leggen concrete en meetbare doelstellingen vast in beleid….. Minimaal XX% minder. Ten opzichte van welk jaartal? afspraak 26. Jammer dat dit alleen voor de Novexgebieden is beschreven. De hier beschreven uitgangspunten van de verstedelijkingsstrategie gelden regio breed voor alle woningbouwontwikkelingen en niet alleen voor de drie Novex-gebieden Gemeente Montferland Gewenste toevoeging van versnellingslocaties Lengel-Oost bij ’s-Heerenberg en Didam Noordoost De ambitie om betaalbare woningen tot € 250.000 te realiseren en als gemeente hierop in te zetten onderschrijven we, maar als deze grens in de praktijk niet haalbaar blijkt en (streef)afspraken hieromtrent niet (kunnen) worden nagekomen door de diverse gemeenten moeten we heroverwegen of we hier dan wel afspraken willen maken en wat de meerwaarde ervan is. Danwel de betaalbare koopgrens toch wat hoger leggen en meer in lijn met de praktijk (en meer afgestemd met de markt).
• • •
De grootschalige woningbouwlocaties hebben een nationale status die in de overeenkomst met het rijk bevestigd is.
•
Overgenomen, want passend binnen verstedelijkingsstrategie Zie eerdere opmerkingen over dit onderwerp. Bespreekpunt voor bestuurlijk overleg, geen aanpassing van de woondeal.
•
13
Percentage 11% zeer betaalbare woningen tot € 550 suggereert dat in de gemeente heel goedkope woningen zijn (terughoudend huurbeleid is gevoerd) tot slot vragen we aandacht voor de wederkerigheid in de afspraken vanuit de provincie en rijk Gemeente Lingewaard Zoals terecht opgenomen in de inleiding, hangt het behalen van de nieuwe doelen in belangrijke mate af van voorwaarden zoals voldoende ambtelijke capaciteit, voldoende stikfstofruimte, voldoende ruimte op het elektriciteitsnetwerk e.d. Ook is voldoende budget om de bereikbaarheid te verbeteren en medewerking van de verschillende partijen hierbij, een essentiële randvoorwaarde om woningbouw te kunnen realiseren. Dit moet allemaal nog geconcretiseerd worden. Dit geldt ook met betrekking tot afspraken die nog vaag zijn zoals: “het beter benutten van bestaande voorraad”, “verduurzaming van jaren zestig/zeventig wijken”, “investeren in groen” e.d. Ook zijn we benieuwd hoe een bijdrage geleverd kan worden aan onrendabele toppen. De aanpassing van de programmering van veel reeds langer lopende (zachte) projecten, zal namelijk tot discussie en mogelijke vertraging leiden. Wij willen u vragen deze randvoorwaarden hoog op de agenda te zetten bij gesprekken met provincie en Rijk. Ze bepalen voor een belangrijk mate of gestelde doelen gehaald zullen worden.
Daarnaast zal in deze gesprekken met het Rijk nadrukkelijk aandacht gevraagd moeten worden voor meer duidelijkheid over de keuzes en de invoering van de Omgevingswet. Verder hierbij ook aandacht voor de druk op het gemeentefonds. Het wegnemen van de spanningen hier is van groot belang voor aanpak van de werkvoorraad en de realisatiekracht van gemeenten. Provincie Gelderland Bij afspraak 11 over uitzondering van 30% sociale huur de rol van de provincie benoemen Onderzoek vakantieparken vraagt andere redactie
•
•
Dit percentage is verkeerd ingeschat, op basis van de voorraad tot de kwaliteitskortingsgrens, in plaats de grens van € 550. Feitelijk ligt het aandeel in de regio rond 40% of meer. Zie eerdere opmerkingen over randvoorwaarden
•
Zie eerdere randvoorwaarden
•
Dit is aangepast
•
Dit is aangepast
opmerkingen
over
14
DATUM
28 november 2022
PROJECTNUMMER
2202.118
OPDRACHTGEVER
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Woningbehoefteontwikkeling Groene Metropoolregio In opdracht van de Groene Metropoolregio voert Companen momenteel het regionale woningmarktonderzoek uit, als bouwsteen voor de nieuwe regionale woondeal en nieuw lokaal beleid. Met vertraging is recent de nieuwe provinciale huishoudensprognose beschikbaar gekomen. Dit is een belangrijke bouwsteen voor de raming van de ontwikkeling van de woningbehoefte. In deze notitie brengen we de eerste uitkomsten met betrekking tot de ontwikkeling van de woningbehoefte op regioniveau in beeld. Later volgt een nadere uitwerking van de ontwikkeling van de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte op gemeentelijk en subregionaal niveau. Deze uitkomsten zullen medio januari 2023 in concept gereed zijn. Het regionale woningmarktonderzoek wordt eind februari afgerond.
Kwantitatieve woningbehoefte: inloop woningtekort en meer huishoudens Het aantal huishoudens in de regio neemt de komende jaren verder toe. Tegelijk is sprake van een fors woningtekort, veel mensen slagen er niet in op redelijke termijn een woning te vinden die past bij hun budget. We brengen in beeld hoe de woningbehoefte zich ontwikkelt door de huishoudensgroei en wat het betekent om het woningtekort deels in te lopen. Daarbij zien we dat het wonen voor veel groepen minder betaalbaar is geworden. We geven een eerste beeld van wat dit betekent voor de woningvraag in verschillende prijssegmenten. Aanmerkelijke versnelling nodig Met de Woondeal 1.0 had de regio een aantal ambities. Op grond van deze ambities zijn afspraken gemaakt over het toevoegen van 20.000 woningen in de periode 2020 – 2025 en 35.000 woningen in de periode 2020 – 2030. Hiervan zijn in 2020 en 2021 al zo’n 6.700 woningen toegevoegd. Toch is het gevoel dat de druk op de woningmarkt is toegenomen. De nieuwe prognose onderschrijft dit. Het aantal extra benodigde woningen om te voorzien in de huishoudensontwikkeling en het inlopen van het woningtekort ligt de komende jaren hoger dan de afspraken in het kader van de Woondeal 1.0. Er moeten nog 35.550 tot 37.300 woningen worden toegevoegd in de periode tot en met 2030. Dat zijn jaarlijks in de regio 4.000 tot 4.400 woningen.
Er is dus een aanmerkelijk versnelling nodig ten opzichte van de laatste jaren. De extra woningbehoefte in de komende jaren komt voort uit het huidige woningtekort en de toename van het aantal huishoudens in de regio.
Tivolilaan 205 6824 BV Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem www.companen.nl info@companen.nl 026 351 25 32
KvK-nummer: 09035291 BTW-nummer: NL001826517B01
Inlopen woningtekort In de Groene Metropoolregio is momenteel sprake van een fors woningtekort. Bij een tekort van zo’n 2% is sprake van een gezonde marktdruk, het tekort in de regio is groter. We gaan er in de berekening van de woningbehoefte vanuit dat het woningtekort in de regio in de periode tot en met 2030 wordt ingelopen tot een tekort van 2%. Dat brengt een extra opgave met zich mee. Tabel 1:
Groene Metropoolregio. Procentueel tekort en extra benodigde woningen om het tekort in te lopen tot 2% in 2031 Gebied Procentueel tekort Extra benodigde woningen om tekort in te lopen tot 2% in 2031 Subregio Arnhem 4,35% +3.700 Subregio De Liemers 1,76% +0* Subregio Nijmegen 5,58% +5.200 Totaal Groene Metropoolregio +8.900 * Het gemiddelde woningtekort in de subregio De Liemers is kleiner dan 2%. Echter is de ervaring dat de woningmarktdruk in de subregio sterk verschilt tussen gemeenten. De gemeenten dicht bij Arnhem ervaren door het grotere woningtekort in de subregio Arnhem en in de stad Arnhem een hogere druk dan de andere gemeenten in de subregio. Bron: Primos Datawonen.nl, bewerking Companen
Het woningtekort is niet gelijk gespreid binnen de regio. In de subregio’s Arnhem en Nijmegen is sprake van een woningtekort van meer dan 2%. In deze regio’s wordt daarom gerekend met het inlopen van een deel van het tekort. In De Liemers is het woningtekort minder dan 2%. Statistisch gezien zijn in De Liemers dus geen extra woningen nodig boven op de huishoudensontwikkeling. Zoals in de voetnoot bij de bovenstaande tabel beschreven zullen in de praktijk door waterbedeffecten van de woningmarktdruk in de regio Arnhem wel degelijk extra woningen nodig zijn. De extra woningbehoefte om het woningtekort in te lopen, is in de subregio Arnhem 3.700 woningen en in de subregio Nijmegen 5.200 woningen. Voor de hele Groene Metropoolregio moeten dus 8.900 extra woningen worden toegevoegd om het woningtekort in 2031 terug te brengen naar 2%. Huishoudensontwikkeling Het aantal huishoudens in de regio neemt de komende jaren toe. Dat komt door de gezinsverdunning – er komen meer kleinere huishoudens -, de trendmatige migratie naar de regio en door de natuurlijke groei. Er zijn twee varianten uitgewerkt die in samenhang een beeld geven van de bandbreedte van de ontwikkeling van het extra aantal huishoudens.
Figuur 1:
Groene Metropoolregio. Jaarlijkse toename aantal huishoudens volgens twee prognosevarianten (2022 – 2040)
5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
Primos
Trendvariant
Bron: Primos provincie Gelderland, bewerking Companen
• Primos. Dit is de standaardraming van Primos. Primos is het prognosemodel dat door de Rijksoverheid en door de provincie Gelderland wordt gebruikt. Primos is een trendraming die de toekomstige huishoudensontwikkeling benadert vanuit een langjarige trend. • Trendvariant. De trendvariant is ook een trendraming, maar gebaseerd op de ontwikkelingen in het recente verleden. Hierbij is gekeken naar de binnenlandse migratietrends in de periode 2017 – 2021. Deze variant geeft een beeld van de ontwikkelingen in de huidige woningmarktcontext. De Trendvariant komt hoger uit dan de referentieraming van Primos. De referentieraming en de Trendvariant geven samen een bandbreedte voor de huishoudensontwikkeling in de komende jaren. Ontwikkeling totale woningbehoefte 2022 tot en met 2030 en tot en met 2040 De huishoudensontwikkeling en de beoogde inloop van het woningtekort bepalen samen de netto extra woningbehoefte in de komende jaren. Tabel 2:
Groene Metropoolregio. Ontwikkeling woningbehoefte op basis van huishoudensontwikkeling en inloop woningtekort in de perioden 2022 t/m 2030 en 2022 t/m 2040 volgens verschillende prognosevarianten Prognosevariant Extra Extra Huishoudenswoningbehoefte Huishoudenswoningbehoefte ontwikkeling Inclusief inloop ontwikkeling Inclusief inloop 2022 t/m 2030 tekort 2022 t/m 2040 tekort Primos +26.600 +35.500 +39.250 +48.150 Trendvariant +29.900 +38.800 +42.350 +51.250 Bronnen: Primos provincie Gelderland, ABF, bewerking Companen
• Volgens de Primos prognose neemt het aantal huishoudens in de regio in de periode tot en met 2030 toe met 26.600. Inclusief de extra 8.900 woningen voor het inlopen van het woningtekort,
bedraagt de extra woningbehoefte op basis van deze prognosevariant dus 35.500 woningen. Voor de periode tot en met 2040 gaat het om 48.150 woningen. • De Trendvariant, gebaseerd op de woningmarktontwikkelingen in de laatste jaren, komt uit op een hogere huishoudensontwikkeling dan de referentieraming Primos. Uitgaande van de actuele woningmarktontwikkelingen neemt het aantal huishoudens in de periode tot en met 2030 toe met 29.900. De woningbehoefte komt daarmee uit op 38.800 woningen in die periode en 51.250 woningen in de periode tot en met 2040.
Kwalitatieve woningbehoefte: in alle segmenten behoefte Op basis van de Trendvariant van de huishoudensprognose, met inloop van het woningtekort tot 2% in 2031, is de kwalitatieve woningbehoefte berekend. Beleid voor 2/3 deel betaalbaar en 30% sociale huur in lijn met de behoefte De verdeling van de extra woningbehoefte naar eigendom en prijssegment sluit goed aan op de verdeling 30% sociale huur en twee derde in het betaalbare segment waar in de Nationale Woonen Bouwagenda op wordt aangestuurd. Daarnaast blijkt dat lage middeninkomens opteren voor een goedkope koopwoning. Dit aanbod is onvoldoende aanwezig. De grens van € 355.000 zoals vastgelegd in het rijksbeleid is voor veel woningzoekers te hoog. Een grens van € 250.000 past meer bij hun bestedingsmogelijkheden. Als dit aanbod niet aanwezig is, dan biedt de vrije-sectorhuur voor deze vraag een alternatief. Dit is echter niet de primaire behoefte. Afbakening huishoudens met een middeninkomen en goedkope en betaalbare koopsector Voor het bepalen van het goedkope en het betaalbare prijssegment in de koopsector gaan we uit van de leencapaciteit van huishoudens met een middeninkomen.
We bakenen de groep huishoudens met een middeninkomen als volgt af: • Eenpersoonshuishoudens met inkomen tussen € 41.000 en € 57.000 • Meerpersoonshuishoudens met inkomen tussen € 45.000 en € 76.000 De ondergrenzen sluiten aan op de afbakening van de corporatiedoelgroep. De bovengrenzen van € 57.000 en € 76.000 worden vaak gebruikt en sluiten aan op de afbakening van de groep huishoudens met een middeninkomen in het kader van de inkomensafhankelijke huurverhoging. De leencapaciteit voor het kopen van een woning van een huishoudens met een inkomen van € 57.000 bedraagt op dit moment ongeveer € 250.000. Voor een huishoudens met een inkomen van € 76.000 is dit ongeveer € 365.000. Dat bedrag ligt net iets boven de huidige NHG-grens van € 355.000. Deze grens zal ook in 2023 door de Rijksoverheid worden gehanteerd als de betaalbaarheidsgrens. Het ligt daarom voor de hand om de grens van € 355.000 te gebruiken als de grens voor het betaalbare koopsegment. We gaan op basis hiervan vooralsnog uit van de volgende prijsgrenzen in het koopsegment: • Goedkoop: tot € 250.000 • Betaalbaar: € 250.000 tot € 355.000 • Duur: vanaf € 355.000
Figuur 2:
Groene Metropoolregio. Kwalitatieve woningbehoefte op basis van Trendvariant (netto woningbehoefte), 2022 tot en met 2030 Sociale huur
27%
Vrije sectorhuur
0%
Goedkope koop (<250.000)
24%
Betaalbare koop (<355.000)
19%
Dure koop >355.000
32% -5%
5%
15%
25%
35%
45%
55%
Bron: Primos provincie Gelderland, bewerking Companen
• De extra behoefte aan sociale huurwoningen in de periode tot en met 2030 bedraagt 27% van de totale extra woningbehoefte in deze periode. Het gaat om de netto extra behoefte; als rekening wordt gehouden met herstructurering en verkoop zijn er méér sociale huurwoningen nodig om in de ontwikkeling van de behoefte aan woningen in dit segment te voorzien en zal het aandeel sociale huurwoningen op de totale extra woningbehoefte hoger zijn. • De extra behoefte in het betaalbare segment (sociale huur, middenhuur en koopwoningen in de prijsklasse tot € 355.000, de NHG-grens) bedraagt 68% van de totale extra woningbehoefte in de periode tot en met 2030. Maar niet voor iedereen is een woning in het betaalbare koopsegment tot de NHG-grens betaalbaar. Met name (koop)starters die niet profiteren van de gestegen huizenprijzen omdat zij nog geen koopwoning hebben vallen op de huidige woningmarkt tussen wal en schip. Er zijn daarom ook extra veel woningen nodig in de prijsklasse tot € 250.000. • Het is lastig om woningen toe te voegen in het prijssegment tot € 250.000. In de praktijk zal een deel van de mensen die een woning in dit prijssegment willen kopen een huurwoning in de vrije sector betrekken.
Het is niet de eerste wens van veel mensen (daarom is er op basis van de woonwensen per saldo op regioniveau geen extra behoefte); de middenhuur is een substitutiemarkt voor de goedkope koopsector. • De behoefte aan dure koopwoningen bedraagt 32% van de extra woningbehoefte in de periode tot en met 2030.
Woondeal 2020-2022
Selectie ondersteuningsmiddelen
Rheden Arnhem
€ 3 miljoen IJsseldistrict • Voormalige hockeyvelden Dieren en stikstof • Selectieprocedure Imboslaan
€ 8 miljoen Vredenburg-Kronenburg € 82 miljoen Spoorknoop-Oost
Versnellingsteam
• Ontwikkelperspectief Elderveld • Flexwonen Merwedeterrein
Renkum • Advies selectieprocedures Talsmalaan en scholenstrip • Herontwikkeling scholenstrip Bram Streeflandweg • +2e ronde
€ 2 miljoen Ploen-Noord
Overig: huisvesting aandachtsgroepen € 2 miljoen
• Transformatie 3 schoollocaties • +2e ronde
Overbetuwe Samenwerking projectontw/corporatie
Ballastterein
Overig: subsidie flex- en transformatiewoningen: € 1 miljoen
Montferland Lingewaard Versnellingsteam
Subsidie flexibele inzet versnelling woningbouw
Versnellingsteam
Versnellingsteam
Vm locatie basisschool Horizon de Ooi
• Woningbouwontw. Ewijk-Zuid en –West • Duurzaamheidsopgave Winssen-Zuid • +2e ronde
Druten
€ 5 miljoen Wijchen-West
Beuningen
Doesburg
€ 1 miljoen winssen-Zuid
Versnellingsteam
€ 4 miljoen Wijchen-West
Naast de hier gepresenteerde maatregelen is er ook andere inzet geweest.
• Versnellingsteam • Subsidie flexibele inzet versnelling woningbouw • Subsidie inzet doorbraakprojecten
Versnellingsteam
Wijchen
Duiven/Westervoort
• Versnellingsteam • Subsidie inzet doorbraakprojecten
Zevenaar Centrumontwikkeling Zevenaar +2e ronde
Nijmegen
Algemene ondersteuning
€ 14 miljoen Stationsgebied en Kanaalzone-Zuid
Berg en Dal Onderzoek geitenhouderij en nieuwbouw
€ 146 miljoen Stationsgebied en Kanaalzone-Zuid Toolbox binnenstedelijk bouwen • Subsidie flexibele inzet versnelling woningbouw • Subsidie inzet doorbraakprojecten Overig: subsidie € 12 miljoen voor aandachtsgroepen en flex- en transformatiewoningen
Kerstraat Didam locatie Zwem
Heumen € 3 miljoen Kanaalzone • Versnellingsteam • Subsidie inzet doorbraakprojecten
WBI (tranche 1 t/m 5) BOL en BO-MIRT (gekoppeld aan woningbouw) Flexpool regionaal Selectie van maatregelen uit provinciale actieagenda
Expertise en ondersteuning op thema’s » Programmamanager en kernteam Versnelling » Regisseur circulair en conceptueel bouwen » Regisseur huisvesten internationale medewerkers » Regisseur wonen&zorg voor ouderen Instrumenten » circulaire impactladder » dashboard regionale woningmarktmonitor Definities en gelijk speelveld » Regelingen en ondersteuning » woonzorgvisie koploperregio ‘Een thuis voor iedereen’ » flexwonen
Motie vreemd aan de orde van de dag: De jeugd heeft de toekomst - Jeugdraad of jongerenpanel? De gemeenteraad in vergadering bijeen op 26 april 2022. Constaterende dat: 1. Dat maar 4 op de 10 jongeren interesse heeft in de politiek (CBS); 2. Dat jongeren wel willen mee denken met het bestuur van de gemeente maar het als ingewikkeld ervaren (I&O Research); 3. Bestuurders niet altijd goed op de hoogte zijn van de leefwereld van jongeren (I&O Research); 4. In onze raad jongeren ondervertegenwoordigd zijn. Overwegende dat: a. Praten over politiek en debatteren met jongeren volgens de organisatie 'onderwijsvanmorgen' een effectieve manier is om jongeren meer te interesseren in de politiek. b. Jongeren bij het opstellen van Rhedens beleid meer betrokken zouden moeten worden. Draagt de raad en het college op: 1.
2. 3. 4. 5. 6.
Voor 1 januari 2023 een voorstel aan de Raad voor te leggen met daarin meerdere opties hoe er bijvoorbeeld een Jeugdraad of Jongerenpanel gevormd kan worden in de Gemeente Rheden waar jongeren tussen de 12 en 24 jaar zitting in hebben; De wensen van jongeren voor een Jeugdraad of Jongerenpanel te onderzoeken; In het voorstel aan te geven hoe bijvoorbeeld deze Jeugdraad of Jongerenpanel zijn bevindingen kan terugkoppelen aan onze raad; De ervaringen van andere gemeenten mee te nemen in dit voorstel; Met een begrotingsvoorstel en financiële dekking te komen voor de uitvoering en structurele borging van het voorstel; De griffie te betrekken bij het proces tot het komen tot een voorstel.
En gaat over tot de orde van de dag
Fractie VVD Jelte Kolkman
RAADSVERGADERING 2 6 APR. 2022
No
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/13/4-op-de-10-iongeren-geinteresseerd-in-politiek https://www.onderwiisvanmorgen.nl/ovm/iongeren-betrekken-bii-politiek-hoe-doe-ie-dat/ https://www.ioresearch.nl/wp-content/uploads/2021/02/rapport-iongeren-en-democratie.pdf
Agendavoorstel van fracties: VVD, GL, PVDA, GPRB, CDA, VPR, BR en CU. Titel: Jeugdparticipatie Inleiding: Agendapunt om stand van zaken omtrent de uitvoering van de motie ‘De jeugd heeft de toekomst’ te bespreken. Dit naar aanleiding van de raadsinformatiebrief ‘afhandeling Motie “De jeugd heeft de toekomst” en de oriënterende avond van 07-02-2023. Met als doel om informatie over de uitvoering te verkrijgen en als raad onze visie en prioriteit over jeugdparticipatie verder te delen.
Antwoord schriftelijke vragen (artikel 36 RvO) van VVD en CDA over de raadsinformatiebrief afhandeling Motie “De jeugd heeft de toekomst – jeugdraad of jongerenpanel?” Datum vraag: 20-01-2022 Indiener: Jelte Kolkman (VVD) en Cyril Weijers (CDA) Nummer: S23/20 Datum antwoord: 24-01-2023 Aanleiding: In de raadsvergadering van 26 april 2022 heeft de voltallige gemeenteraad ingestemd met de motie “De jeugd heeft de toekomst”. Het college heeft vanaf dit moment getracht aan deze motie uitvoering te geven maar dat heeft ons inziens nog niet tot het gewenste resultaat geleid. Het college heeft middels een raadsinformatiebrief de stand van zaken met betrekking tot de afhandeling van de motie met de Raad gedeeld, waarvoor dank. Wij zijn tevreden om te lezen dat het college van mening is dat jongeren de toekomst zijn en dat het daarom belangrijk is om ze mee te nemen met wat er in de gemeente gebeurd. Voordat we een aantal inhoudelijke vragen stellen hebben wij een aantal opmerkingen over het proces. Het lijkt ons van belang om eerst de opdracht van de motie nog eens duidelijk neer te zetten. De motie vraagt aan het college om meerdere opties aan de raad voor te leggen op welke wijze er in Rheden jeugdparticipatie uitgevoerd kan gaan worden.
Hierbij was en is de opdracht aan het college om de wensen van jongeren, ervaringen van andere gemeenten en een financiële dekking mee te nemen in het voorstel. Hierna zouden in de raad de verschillende opties en achterliggende informatie besproken kunnen worden. Vanaf dit punt kan de raad met informatie van de verschillende opties een weloverwogen keuze kunnen maken welke vorm of combinatie van vormen van jeugdparticipatie past / passen in Rheden en verder uitgewerkt moet / moeten worden. Vanaf dit punt is het college dan ook in eerste instantie naar wat wij hebben waargenomen enthousiast aan de slag gegaan voor de zomer van 2022. Twee portefeuillehouders zijn bezig geweest om in een goede vorm hiermee te beginnen. In deze aanpak kwamen inderdaad de verschillende eerder genoemde punten naar voren tot onze tevredenheid. Echter is na de zomer van 2022 deze aanpak niet verder uitgevoerd wegens capaciteitsgebrek. Hierna heeft de griffier als initiatiefnemer gesprekken georganiseerd met onder andere de ambtelijke organisatie en de indiener van deze motie (Jelte Kolkman). Uit deze gesprekken zijn een aantal concept uitgangspunten gekomen die door de gesprekspartners werden onderschreven om verder uit te werken. Daarnaast zijn in de gesprekken ook onderwerpen besproken die kunnen leiden tot mogelijke doelstellingen rondom jeugdparticipatie.
De afdronk van deze gesprekken resulteerde namelijk tot de volgende mogelijke doestellingen: 1. We bieden Rhedense jongeren ruimte voor de thema’s die zij zelf interessant vinden; 2. We bieden Rhedense jongeren een adviesgevende functie aan de raad om resultaat besluitvorming (rondom projecten en beleid) te verbeteren; 3. We boeien en binden Rhedense jongeren aan de gemeente en hun omgeving; 4. We versterken de deelname van Rhedense jongeren aan de maatschappij. Deze doelstellingen zijn natuurlijk nog abstract en dienen verder uitgewerkt te worden. Na het scherp hebben van de intentie van de motie en het proces hoe deze motie tot heden is uitgevoerd zijn bij het ontvangen van de raadsinformatiebrief een aantal vragen bij ons ontstaan. Vraag 1: Kan het college zich vinden in de manier waarop de inhoud en de bedoeling van de motie staat omschreven en wordt deze ook op de beschreven manier verder uitgevoerd? Antwoord: Het college kan zich vinden in de inhoud en de bedoeling van de motie.Op dit moment zijn we participatiebeleid aan het ontwikkelen en jongeren als doelgroep krijgen binnen dat nieuwe
participatiebeleid een speciale plek dat tegemoet komt aan de inhoud en de bedoeling van de motie. Vraag 2: Hoe kijkt het college terug op de uitvoering van deze motie tot heden en kan het college zich vinden in de gegeven analyse over het doorgelopen proces in de aanleiding? Antwoord: We weten even niet naar welke analyse wordt verwezen. Als wij kijken naar het proces en de uitvoering van de motie tot nu toe dan kunnen we concluderen dat we na een verkennend gesprek hebben aangegeven dat jongerenparticipatie in het beleid wordt meegenomen. Het concretiseren van o.a. jongerenparticipatie werken we verder uit in een toolbox. In de komende periode komen we hierop terug; ook tijdens de oriëntatieavond zal jongerenparticipatie onderdeel van de discussie zijn. Vraag 3: Kan het college zich vinden in de doelstellingen die wij zien voor het te vormen jeugdparticipatie beleid en worden deze (minstens) gehanteerd en verder uitgewerkt bij het op te stellen jeugdparticipatie beleid? Antwoord: We zijn aan de slag gegaan met de uitvoering van de motie. Enkele doelstellingen raken direct het functioneren van de Raad zelf (zie bijvoorbeeld de tweede doelstelling). We doen dat graag zorgvuldig en in samenspraak met Uw Raad. Dit vraagt ook tijd. Na het concretiseren van het beleid is het aan de raad om de doelstellingen verder mee te nemen.
Vraag 4: Kan het college een concrete planning geven wanneer wij de eerste stappen van jeugdparticipatie in de praktijk kunnen gaan voorzien? Antwoord: Nee. Dat kan pas na het vaststellen van het beleid.
Participatie Gemeenteraad Rheden
Voorstellen Antea Group: • Emanuel Borninkhof • Mirle van Huët • Naomi Zijderveld
Wat is het doel van deze avond? • Meenemen voortgang participatienota • Input ophalen raad visie op participatie t.b.v. de participatienota • Stand van zaken Jongerenparticipatie
Hoe ziet de avond eruit? Voortgang participatienota en interactieve sessie (19.45) Meenemen voortgang participatienota (19.45) • Waar willen we naar toe? • Waar staan we nu? • Uitgangspunten Participatienota • Wettelijke participatie-eisen • Veranderende rol van de overheid Vragen (20.30) Interactieve sessie: input ophalen voor participatienota (20.40) • Beantwoorden van stellingen • Deze informatie wordt verwerkt in het concept participatienota Jongerenparticipatie (21.30)
Meenemen voortgang Participatienota Gemeenteraad Rheden
Over welke participatie hebben we het vanavond? • Omgevingswet is de aanleiding om vandaag het gesprek aan te gaan • Het gaat niet over ‘arbeidsmarktparticipatie’, ‘overheidsparticipatie’, ‘maatschappelijke participatie’ • Participatie is breder dan de Omgevingswet We hebben het over: inwoner en stakeholderparticipatie bij voorbereiden, uitvoeren en evalueren van beleid en plannen
Wat vindt u goede participatie?
Participatienota Rheden: waar willen we naar toe? Coalitieakkoord Rheden: • ‘Dichterbij, socialer, groener’ • ‘De gelukkige inwoner’ • Samen en samenwerking • Betrouwbaarheid • Integriteit • Transparantie • Betrokkenheid • Bestuurlijke vernieuwing; ‘intensieve inwonersparticipatie vraagt om een heroriëntatie op de bestuurlijke verhoudingen’
Waar staan we nu? Participatienota
• In concept klaar • Scope: participatie bij beleid en plannen in fysiek en sociaal domein • Op basis van o.a. coalitieakkoord, collegeprogramma, moties, gesprekken met wethouder en ambtenaren, bestaande participatienota’s en kennis experts
Participatiehandboek
• In de maak • Op basis van de kaders uit de nota • Doelgroep: ambtenaren (bijv. projectleiders) en externe initiatiefnemers
Raakvlakken andere onderdelen programma Omgevingswet • Omgevingsvisie en Omgevingsplan
Wat zijn de uitgangspunten van de participatienota? • Geldt voor fysiek en sociaal • Participatie is…:
Duidelijk Eerlijk Flexibel Proactief Respectvol Tijdig Transparant Zorgvuldig
Missen we nog uitgangspunten?
Ga naar MENTI.COM en vul de code in: 6346 1396
Wat zijn de wettelijke participatie-eisen? Verplichtingen participatie (en communicatie) zijn vastgelegd in: • Wet Open Overheid (Woo) • Omgevingswet (alleen fysieke domein) • Wet zegt dat er moet participatie plaatsvinden, niet hoe. • Motie Nooren • Amendement van Eijs
• Wetsvoorstel versterking participatie op decentraal niveau • Legt ‘Right to Challenge’ vast in de wet • Inspraakverordening > participatieverordening • Betreft ook sociaal domein
De wetten versterken elkaar maar hebben ieder een andere tijdspad.
Wat zijn de wettelijke participatie-eisen? Verplichtingen participatie (en communicatie) zijn vastgelegd in: • Wet Open Overheid (Woo) • Omgevingswet (alleen fysieke domein) • Wet zegt dat er moet participatie plaatsvinden, niet hoe • Motie Nooren • Amendement van Eijs
• Wetsvoorstel versterking participatie op decentraal niveau • Legt ‘Right to Challenge’ vast in de wet • Inspraakverordening > participatieverordening • Betreft ook sociaal domein
Welke betekenis heeft participatie voor de instrumenten van de Omgevingswet? • Omgevingsvisie • Programma • Omgevingsplan • Omgevingsvergunning De motiveringsplicht en kennisgeving stimuleren het bevoegd gezag tot participatie, de aanvraagvereiste stimuleert de initiatiefnemer.
Participatie en de Omgevingswet Kerninstrument
Regels
Details
Omgevingsvisie:
Motiveringsplicht
Het bevoegd gezag geeft aan hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen betrokken heeft bij de voorbereiding en wat er met de resultaten is gedaan.
Programma:
Motiveringsplicht
,,
Omgevingsplan (Decentrale regel)
Kennisgeving + Motiveringsplicht
Kennisgeving: gemeente geeft aan hoe zij de participatie zal gaan vormgeven. Kennisgeving voorafgaand opstellen omgevingsplan, motivatieplicht bij besluitvorming omgevingsplan In de kennisgeving staat: 1) wie worden betrokken, waarover en wanneer, 2) wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer en 3) waar meer informatie beschikbaar komt.
Motiveringsplicht: het bevoegd gezag (gemeente) geeft aan hoe zij burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen betrokken heeft bij de voorbereiding en wat er met de resultaten is gedaan. Wie de gemeente bij de vroegtijdige participatie betrekt, hangt af van het type omgevingsplan, de aard, de omvang en invloed op de fysieke leefomgeving. De verplichtingen voor participatie bij het omgevingsplan staan in artikel 10.2 lid 1 en 2 van het Omgevingsbesluit.
Omgevingsverordening (Decentrale regel)
Motiveringsplicht
Waterschapverordening (Decentrale regel)
Motiveringsplicht
Projectbesluit:
Kennisgeving (+ Motiveringsplicht)
Omgevingsvergunning:
Aanvraagvereiste participatie
Initiatiefnemer moet aangeven of en zo ja, hoe deze aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten daarvan zijn. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging Bij een omgevingsvergunning kan het gaan om een binnenplanse omgevingsactiviteit of buitenplanse omgevingsactiviteit (zie volgend hoofdstuk voor meer informatie) Bij een buitenplanse omgevingsactiviteit kan het bevoegd gezag (gemeente)
Verantwoordelijk voor volgen van de participatieregels? Bevoegd gezag: Gemeente (raad), Provincie of Rijk Bevoegd gezag: Gemeente (college van B&W), Provincie, Waterschap of Rijk Bevoegd gezag: Gemeente (raad)
Initiatiefnemer (is verantwoordelijk voor het naleven van de participatieregels). Bevoegd gezag heeft bij een omgevingsvergunning een toetsende rol. Bevoegd gezag kan zijn Gemeente, Provincie, Waterschap of Rijk Voor de gemeente is het bevoegd gezag het College van B&W Raad kan advies geven bij een buitenplanse omgevingsactiviteit Bevoegd gezag kan eisen stellen aan de participatie.
Motie Nooren Motie aangenomen dat: “[…] een plicht ontstaat voor gemeenten, provincies en waterschappen om het participatiebeleid op te stellen waarin vastgelegd wordt hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden, en dit participatiebeleid vast te stellen door respectievelijk gemeenteraad […], en te bevorderen dat de medeoverheden hier zo snel mogelijk mee beginnen, liefst voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.” Samengevat: • Gemeente dient kaders, doelstellingen en werkwijze voor participatie in beleid op te nemen. • Gemeente is verplicht eigen beleid te volgen.
Amendement Van Eijs “De gemeenteraad kan gevallen van activiteiten aanwijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan worden gedaan”. Samengevat: • Gemeenteraad dient keuzes te maken voor gevallen waar participatie verplicht is.
Initiatief
Toegestaan op grond van Omgevingsplan
Aan de slag!
- Het bevoegd gezag mag niet weigeren om een aanvraag in behandeling te nemen, omdat er geen participatie is geweest.
Vergunning nodig op grond van Omgevingsplan
Te verlenen op grond van binnenplanse beoordelingsregels
Aan de slag!
Vergunning nodig wegens strijd omgevingsplan
Niet te verlenen op grond van binnenplanse beoordelingsregels
- Een omgevingsvergunning kan per definitie alleen worden aangevraagd voor concrete en afgebakende activiteiten. - Er wordt beoogd om zoveel mogelijk af te stemmen met aanvrager voordat de formele procedure wordt gestart.
Te verlenen als voldaan wordt aan ETFAL en instructies / regels van Rijk en Provincie
Wijziging omgevingsplan
Inspraakprocedure, kan participatie niet verplichten
BOPA
Gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarvoor participatie verplicht is.
wijziging Omgevingsplan: - algemene regels; herhaalde toepassing mogelijk - na wijziging OP moet mogelijk nog een omgevingsplan-activiteitvergunning worden verleend Bopa: - eenmalige toestemming om activiteit uit te voeren - is meteen een omgevingsplanactiviteitvergunning
Vragen?
Interactieve sessie Input ophalen voor de Participatienota
Participatieniveau’s MEEBEPALEN
Bij meebepalen gaat het over samen doen en co-creatie. Deelnemers hebben veel invloed op de keuzes die gemaakt worden (het definitieve besluit ligt bij het bevoegd gezag).
MEEWERKEN
Bij meewerken hebben belanghebbenden een actieve rol en zijn ze onderdeel van het gesprek. Deelnemers hebben invloed op het proces, de inhoud en het resultaat.
MEEDENKEN
Bij meedenken kunnen belanghebbenden hun meningen, ideeën en adviezen delen. Er wordt een inventarisatie gemaakt door vragen te stellen en reacties op te halen.
MEEWETEN
Bij meeweten gaat het om informeren. Goede communicatie met de omgeving is de basis van participatie. Kies de passende boodschap, kanaal en middel voor elke doelgroep.
Voorbeelden participatievormen • Participatievormen, kanalen en middelen moeten passen bij de beoogde doelgroep • Voorbeelden van participatievormen: • Persoonlijke gesprekken • Burgerberaad • Enquête • Project safari (fysiek met elkaar door projectgebied lopen en kennis delen/ophalen) • Informatieavond (fysiek en/of digitaal)