Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Raadsvergadering van 28 februari 2023 1 2 2.a 3
3.a
3.b 3.c 4
5
6
7
8
9
Opening en vaststellen agenda Agenda_Raadsvergadering_28_februari_2023.docx Rondvraag Rondvraag.odt BESPREEKSTUKKEN (waarover debat en besluitvorming plaatsvindt) Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen (23.07) Raadsvoorstel Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen (23.07) Raadsbesluit Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen (23.07).pdf Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen (23.07) Reactienota concept Woondeal (23.07) Notitie woningbehoefte Groene Metropoolregio (23.07) Infographic Woondeal 2020-2022 (23.07) Jeugdparticipatie De jeugd heeft de toekomst - Jeugdraad of jongerenpanel (1).pdf Agendavoorstel Jeugdparticpatie.docx S23 20 antwoord vragen VVD en CDA raadsinformatiebrief afhandeling Motie Jeugd (1).pdf Sessie Participatie Gemeenteraad Rheden 20230207 (1).pdf UTF-8Format agendavoorstel oriënterende vergadering raad participatie.pdf UTF-8Raadsinformatiebrief afhandeling Motie De jeugd heeft de toekomst – jeugdraad of jongerenpanel.pdf Raadsinformatiebrief terugblik orientatieavond 7 februari participatiebeleid.docx Beantwoording mondelinge vraag Kolkman.pdf Motie vreemd aan de orde volwaardig ziekenhuis Zutphen HAMERSTUKKEN (waarover alleen besluitvorming plaatsvindt) Vaststelling bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Dr. W.
Portheinestraat (23.08) De raad voor te stellen om te besluiten: a.in te stemmen met de Nota van zienswijzen zoals opgenomen in bijlage I bij dit besluit; b.aan te geven, dat gebruik is gemaakt van een ondergrond die ontleend is aan de GBKN kaart, aangevuld met kadastrale grenzen en kadastrale bebouwing, met bestandsnaam o_NL.IMRO.0275.BPVZ27-VA01; c.met inachtneming van het hiervoor gestelde in het dictum langs elektronische weg, en met een volledige verbeelding daarvan op papier, gewijzigd vast te stellen het bij dit besluit behorende bestemmingsplan ‘Velp-Zuid 2016, locatie Dr. W. Portheinestraat’ met de daarbij behorende toelichting, als vervat in de bestandenset met de planidentificatie NL.IMRO.0275.BPVZ27-VA01 d.geen exploitatieplan vast te stellen. 2308V Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Velp-Zuid 2016 locatie Dr. W. Portheinestraat (23.08).docx 2308B AANGEPAST Raadsbesluit Vaststelling bestemmingsplan Velp-Zuid 2016 locatie Dr. W. Portheinestraat (23.08).pdf Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Dr. Portheindestraat Regels (23.08) Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Dr.
Portheindestraat Toelichting (23.08) Akoestisch onderzoek buitenunits 2 gecumuleerd (23.08) Nota van zienswijzen Recordterrein 3 woningen (23.08) Verbeelding NL.IMRO.0275.BPVZ27-ON01 (23.08) Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006 (23.06) Raadsvoorstel Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006 (23.06) Raadsbesluit Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006 (23.06).pdf Benoeming twee leden Raad van Toezicht Stichting Scholengroep Veluwezoom Raadsvoorstel Benoeming twee leden Raad van Toezicht Stichting Scholengroep Veluwezoom (23.10) Raadsbesluit Benoeming twee leden Raad van Toezicht Stichting Scholengroep Veluwezoom (23.10).pdf Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 (23.12) Raadsvoorstel Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 (23.12) Raadsbesluit Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 (23.12).pdf Was- wordt lijst Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Rheden 2023 (23.12) Antwoord op vraag hr. Kooijmans over kwijtschelding.pdf Ingekomen brieven Onderstaand de verzamellijst van ingekomen brieven van de afgelopen maand met een voorstel ter afhandeling. De raad wordt gevraagd deze afhandelvoorstellen vast te stellen. Brievenlijst raad 28 februari 2023.docx Besluitenlijst van de raadsvergadering van 31 januari 2023
10 10.a
10.b
10.c
10.d
10.e 10.f
10.g 10.h
10.i 10.j
10.k
10.l
11
Besluitenlijst_Raadsvergadering_31_januari_2023 concept.docx Stukken ter kennisname Onderstaand de stukken van het college van burgemeester en wethouders aan de raad. De raad wordt gevraagd kennis te nemen van deze stukken. College Werkprogramma 2022-2026, Bestuurlijke Speerpunten BWvoorstel Bestuurlijke Speerpunten 20230124 RdR2 College werkprogramma 2022-2026 24 januari 2023 Def2 Verbeelding College Werkprogramma 2023 v2 Informatiebrief uitvoeringsdruk en maatregelen jeugdgezondheidszorg B&W voorstel brief stand van zaken uitvoeringsdruk JGZ januari 2023 Jaarrekening 2021 Scholengroep Veluwezoom B&W-voorstel Jaarrekening 2021 scholengroep Veluwezoom memo raad jaarrekening 2021 Veluwezoom Aanbieding gemeente Rheden, jaarrekening 2021 Jaarbeeld 2021 bestuursjaarverslag en financieel jaarverslag Veluwezoom 2021 Definitief samengevoegd Tijdelijke Subsidieregeling Witgoed 2023-2024 BW voorstel subsidieregeling Witgoed Mandaatbesluit uitvoering subsidieregeling Tijdelijke Subsidieregeling Witgoed 2022-2024 Tijdelijk subsidieregeling Witgoed Rheden 16 januari 2023 Raadsinformatiebrief - maatregelen inzake Pluryn Raadsinformatiebrief - maatregelen inzake Pluryn.pdf Raadsinformatiebrief Financieel loket Rheden 20220124 B&W voorstel raadsbrief financieel loket.docx Raadsinformatiebrief samenwerking financiele keten.pdf Samenwerkingsverbanden Rheden MEMO Samenwerkingsverbanden Rheden
31012023 RdR.docx Raadsbrief n.a.v. Motie ‘Woonwijk leefbaar, ruimte voor bedrijven’ Collegevoorstel motie bedrijven woongebieden.docx Raadsbrief n.a.v. motie woonwijk leefbaar ruimte voor bedrijven.pdf Bijlage bij Raadsbrief - Lijst bedrijvenbestemming in woonwijken def.pdf Beantwoording - Motie Help (sport)verenigingen de winter door - Jan 2023 Beantwoording - Motie Help (sport)verenigingen de winter door - Jan 2023 Benoeming lid Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Rheden Benoeming Anne van Schaijk in CRK.docx Beknopt cv Anne van Schaijk.docx Voortgang regionale Koersnota wegennet Eerbeek-Loenen BW-voorstel Voortgang Koersnota wegennet Eerbeek-Loenen.docx Bijlage 1 Voortgangsnotitie Concept Regionale Koersnota Wegennet Eerbeek-Loenen.pdf Bijlage 2 Reactienota Regionale Koersnota Wegennet Eerbeek-Loenen Deel 1.pdf Bijlage 3 Brief aan provincie over inhoud proces Koersnota wegennet Eerbeek-Loenen.docx Energietoeslag studenten 20230130 collegevoorstel vaststellen beleidsregels tot wijziging van de beleidsregels eenmalige energietoeslag ivm studenten (3).docx 20230130 beleidsregels tot wijziging van de beleidsregels eenmalige energietoeslag Rheden 2022 Kopie (3).docx Sluiting
Agenda Raadsvergadering Datum
28-02-2023
Tijd
19:30 - 22:30
Locatie
Raadzaal, Stadhuis Arnhem
Voorzitter
C. van Eert
Griffier
Coen Knipping
1
Opening en vaststellen agenda
2
Rondvraag BESPREEKSTUKKEN (waarover debat en besluitvorming plaatsvindt)
3
Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen (23.07) HAMERSTUKKEN (waarover alleen besluitvorming plaatsvindt)
4
Vaststelling bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Dr. W. Portheinestraat (23.08)
5
Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden 2006 (23.06)
6
Benoeming twee leden Raad van Toezicht Stichting Scholengroep Veluwezoom
7
Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2023 (23.12)
8
Ingekomen brieven
9
Besluitenlijst van de raadsvergadering van 31 januari 2023
10
Stukken ter kennisname
10.a
College Werkprogramma 2022-2026, Bestuurlijke Speerpunten
10.b
Informatiebrief uitvoeringsdruk en maatregelen jeugdgezondheidszorg
10.c
Jaarrekening 2021 Scholengroep Veluwezoom
10.d
Tijdelijke Subsidieregeling Witgoed 2023-2024
10.e
Raadsinformatiebrief - maatregelen inzake Pluryn
11
Sluiting
Rondvraag PvdA, Goos Hageman: Rhedens noodplan
Vlak voor de kerst gaf de Raad goedkeuring aan het voorstel 'ondersteunende maatregelen energiearmoede'. Door ons is dit steeds verwoord als 'Rhedens noodplan' en dat hebben we niet voor niets gedaan. Immers, de financiële bestaanszekerheid van een aantal van onze inwoners staat onder druk door de hoge energieprijzen. En wie de afgelopen maanden een nieuw energiecontract kreeg aangeboden weet precies wat dat betekent. Een gemiddelde verhoging van de maandlasten van vaak vele honderden euro's. Het prijsplafond, hoe nuttig op zichzelf ook, biedt daartoe onvoldoende bescherming. De afgelopen maanden zijn veel van onze inwoners in financiële problemen gekomen. Daar hebben we via onze campagne inmiddels veel signalen over gekregen. Vooral senioren met een klein pensioen hebben het moeilijk' Dit zijn de mensen die met de thermostaat op 17% de winter aan het doorkomen zijn. Dat is een feit. Inmiddels zijn we meer dan twee maand verder en vraagt mijn fractie zich met de inwoners van deze gemeente af: Wat is er van het Rhedens Noodplan tot nu toe terecht gekomen? Want inwoners die dat nodig hebben zitten daar NU op te wachten. Gelukkig zijn enkele kleine maatregelen uit het noodplan al uitgevoerd of staan ze nu op de rol, zoals het verhogen van de vermogensnorm voor de bijzondere bijstand.
Maar het hart van het Noodplan bestaat uit de uitkering van € 1300 voor inwoners met een inkomen tussen 120 en 150% van het sociaal minimum. En de vraag is dus: Wanneer kunnen de inwoners van Rheden rekenen op deze bijdrage? En wanneer kunnen ze deze aanvragen? Kan dat op korte termijn en zo nee, waarom dan niet? Wij willen ook graag weten wanneer de toegezegde GELDKRANT verschijnt waarin alle maatregelen van het noodplan worden gecommuniceerd. Op dit moment verkeren veel inwoners in het ongewisse over maatregelen die hen nu al kunnen helpen. Als de geldkrant niet op korte termijn verschijnt is het wellicht verstandig om nu al gericht te gaan communiceren over maatregelen die wel al kunnen worden uitgevoerd. Alle beetjes helpen. Overweegt het college om daarover te starten met gerichte communicatie. Ons laatste rondvraagpunt betreft de start van de uitkering van de landelijk toegezegde 1300 euro voor inkomens tot 120% van het sociaal minimum voor het jaar 2023. Wij zien dat in diverse gemeenten in Nederland in maart begonnen wordt met de uitkering van de 1e tranche van € 500. Wat is de planning daarvoor in deze gemeente en waarom zijn wij nu nog niet begonnen?
Vragen: 1.
Wat is er van het Rhedens Noodplan tot nu toe terecht gekomen?
2.
Wanneer kunnen de inwoners van Rheden rekenen op deze bijdrage? En wanneer kunnen ze deze aanvragen? Kan dat op korte termijn en zo nee, waarom dan niet?
3.
Wanneer verschijnt de toegezegde GELDKRANT waarin alle maatregelen van het noodplan worden gecommuniceerd?
4.
Overweegt het college om daarover te starten met gerichte communicatie?
5. Wat is de planning voor de uitkering van de landelijk toegezegde € 1.300 en waarom is Rheden nog niet begonnen met de uitkering van de 1e tranche van € 500?
23.07
Raadsvoorstel portefeuillehouder
begrotingsprogramma
draagt bij aan Global Goal(s)
Gea Hofstede
Leefomgeving
11 Duurzame steden en landschappen
b en w-vergadering
agendapunt
bijlage(n) ter inzage
10 januari 2023
7
Woondeal 2.0 regio AN Reactienota concept Woondeal Notitie woningbehoefte GMR Infographic Woondeal 2020-2022
rol raad
soort document
Ter besluitvorming
Raadsvoorstel en besluit
voorbereidende vergadering
agendapunt
14 februari 2023 raadsvergadering
agendapunt
28 februari 2023 onderwerp
Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen. INHOUD VOORSTEL De Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen als uitgangspunt te hanteren bij de herijking van lokaal ruimtelijk en volkshuisvestelijk beleid met daarin de volgende inzet: • In lijn met de nationale doelstelling naar 2/3 betaalbaar een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters, te realiseren. • Te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. • Vanaf 2025 binnen de nieuwbouw te zorgen voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000,00). • Een op basis van het woningbehoefteonderzoek per gemeente te bepalen deel in het middensegment uit betaalbare koopwoningen voor de lagere inkomens met een prijs van maximaal € 250.000,00 of middenhuur te laten bestaan. • In te zetten op verduurzaming en het toekomstbestendig maken van de bouwsector en vermindering van bouwkosten, door circulair en conceptueel bouwen de norm te laten zijn bij woningbouw. Zo bij te dragen aan de reductie van 55% tot 60% CO2-uitstoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030. • Met klimaatadaptief bouwen en beheren de overlast van de gevolgen van klimaatverandering te beperken en dit hand in hand te laten gaan met natuurinclusief bouwen.
• Beter benutten van de bestaande voorraad als kans te zien voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens en het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken. 1 Waartoe is het voorstel gedaan? • De woonopgaven zijn onverminderd groot; versterkte samenwerking nodig In 2019 werd geconstateerd dat de regio tot de top 3 in Nederland behoorde met het grootste woningtekort. In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Het partnerschap is vastgelegd in de Woondeal uit 2020. Uit de notitie ‘Woningbehoefteontwikkeling Groene Metropoolregio’ in de bijlage blijkt dat het woningtekort onverminderd hoog is en de behoefte aan betaalbare woningen in de sociale huur en het middensegment groot is.
pagina
1
ons kenmerk
23.07V
23.07
Versterkte samenwerking tussen regio(gemeenten), provincie en Rijk is nodig ten behoeve van een passende bijdrage van iedere gemeente aan deze opgave. •
Samenwerking via Woondeal levert resultaat op De huidige samenwerking via de Woondeal heeft de regio veel gebracht. De urgentie voor het oplossen van de woningnood, realisatie van betaalbare, circulaire en conceptuele woningen, werken aan leefbare wijken en huisvesting van aandachtsgroepen, en het creëren van een gelijk speelveld, wordt breed gedeeld. Concrete resultaten zijn: uitbreiding van plancapaciteit, toevoeging van nieuwe locaties en gebieden, ombuiging naar meer betaalbare programma's, een functionerende woningmarktmonitor, een circulaire impactladder, extra handen en expertise via flexpools en aanjagers. Alle partijen hebben extra middelen beschikbaar gesteld voor toevoeging van nieuwe woningen en gebiedsontwikkelingen. De Rijksbijdragen aan (randvoorwaarden voor) woningbouw in deze regio tellen in afgelopen 3 jaar op naar circa € 400 miljoen. Dit is cofinanciering voor gebiedsontwikkelingen en de bouw van 19.320 woningen. Lokale en regionale overheden, marktpartijen en corporaties investeren een veelvoud. In Rheden heeft het 2,7 miljoen WBI (Woningbouwimpuls) geld en 800.000 euro provinciaal geld opgeleverd voor het project IJssel District. Een korting van 12.500,00 euro per nieuwbouwwoning op de verhuurdersheffing van woningcorporaties. Inzicht in de woningbouwopgave op regionaal en lokaal niveau.
Advies en ondersteuning vanuit de flexpool, onder andere bij IJssel District. En kennis met betrekking tot circulair en modulair bouwen en stikstofbeleid.
•
Naast kwantitatieve, ook kwalitatieve afspraken Het Rijk gaat met alle regio’s woondeals afsluiten. Dat zijn alleen maar afspraken over aantallen. Onze regio heeft ook kwalitatieve afspraken. Dit komt voort uit de Woondeal, die in 2020 is afgesloten als één van de eerste regio's in Nederland. Hierin waren ook kwalitatieve afspraken opgenomen, die in deze Woondeal worden geactualiseerd. Vandaar dat er ook afspraken in staan over duurzaamheid, huisvesting van aandachtsgroepen, wonen met zorg en leefbaarheid. Door deze afspraken wordt dit een gezamenlijke verantwoordelijkheid van partijen.
2 Wat is de aanleiding? Vanuit de Nationale Woon- en Bouwagenda stuurt het Rijk op realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030, waarvan twee derde deel betaalbaar. De uitwerking hiervan vindt plaats via bestuurlijke afspraken tussen Rijk en provincie en via woondeals in alle regio’s. Daarnaast is in de bestuurlijke afspraken over de Verstedelijkingstrategie afgesproken de woonopgaven nader uit te werken via actualisatie van de Woondeal. 3 Wat is het bestaand beleid c.q. kader? • De Verstedelijkingsstrategie Arnhem/Nijmegen/Foodvalley 2022. • De Woonvisie ‘Samen wonen in Rheden’ 2020-2026. • De Visie Wonen, Welzijn, Zorg 2016. • Verkenning en visie huisvesting arbeidsmigranten en zorgcliënten in balans 2020. • Regionaal beleidskader internationale werknemers GMR 2022. • De Huisvestingsverordening 2020. 4 Wat willen wij bereiken? Het actualiseren van de Woondeal sluit aan bij de ambitie om een regio te zijn met een gevarieerd woningaanbod dat aansluit bij de vraag van nieuwe en bestaande bewoners. De afspraken in de Woondeal zijn in lijn met de behoefte. Wij gaan uit van een regionale woningbouwopgave van 33.000 woningen tot en met 2030. Voor de gemeente Rheden is de opgave t/m 2030 820 woningen. Wij zetten in de Woondeal in op realisatie van twee derde deel betaalbare woningen vanaf 2025.
Daarnaast wordt vanuit de ‘fair share’ gedachte vanaf 1 juli 2023 per gemeente ingezet op minimaal 30% sociale huurwoningen in de planvorming. De gemeente Rheden heeft nu 29% sociale huurwoningen.
pagina
2
ons kenmerk
23.07V
23.07
Als wij in de nieuwbouw 30% sociale huur op gaan nemen, betekent dit dat de sociale huurvoorraad in Rheden ca. 29% à 30% zal blijven. Woningbouwplannen waarvan al een bestemmingsplan of omgevingsplan is vastgesteld of waar al een anterieure overeenkomst over is afgesloten per 1 juli 2023 vallen niet onder de nieuwe uitgangspunten van de Woondeal. IJssel District valt niet onder de Woondeal 2.0 De vier Partijen (drie initiatiefnemers en gemeente) in het plangebied van het IJssel District verwachten te contracteren voor 1 juli 2023. Mocht dit niet haalbaar blijken, dan is er de uitspraak van de gedeputeerde van de provincie P. Kerris en directeur Wonen van het ministerie van BZK (bestuurlijk overleg Woondeal 16 december 2022) dat het IJssel District fase 1 (plangebied) niet onder de Woondeal 2.0 valt. De gemeente heeft met goede argumenten: leefbaarheid, context, woningbehoefteonderzoek, financiële haalbaarheid laten zien dat het plan onhaalbaar is als er nu beleidswijzigingen worden doorgevoerd. Voor het plangebied is een WBI subsidie ontvangen. Deze tekorten subsidie is gebaseerd op het ingediende programma met veel minder dan 30% sociale huur. Met meer sociale huur in het programma is het plan financieel niet haalbaar. Bovendien zal het planproces om te komen tot een uitwerking van het Masterplan opnieuw moeten worden doorlopen wanneer het programma veranderd.
De kans dat het lukt om te voldoen aan de subsidievoorwaarde om binnen 2 jaar te bouwen wordt dan klein. 5 Wat gaan wij ervoor doen? In de Woondeal staan afspraken over continuïteit en versnelling van de bouwproductie, verstedelijking en gebiedsontwikkeling, huisvesting van aandachtsgroepen, klimaatadaptieve-, conceptuele en circulaire woningbouw en leefbaarheid. Op al deze punten zijn de afspraken uit 2020 geactualiseerd en waar gewenst ook geconcretiseerd. Voornaamste wijziging is het uitgangspunt dat elke gemeente inzet op realisatie van twee derde deel betaalbare woningen vanaf 2025. In de huidige Woondeal is de doelstelling van 50% betaalbare woningen op regioniveau opgenomen. Daarnaast wordt vanuit de ‘fair share’ gedachte vanaf 1 juli 2023 per gemeente ingezet op minimaal 30% sociale huurwoningen bij nieuwe plannen. De recent verschenen provinciale huishoudensprognose ondersteunt deze afspraak. Voor de verdere verdeling van de behoefte aan betaalbare woningen per regiogemeente (verdeling tussen middenhuur, koop tot € 250.000,00 en koop tot € 355.000,00) zal het nieuwe regionale woningbehoefteonderzoek de basis vormen. Nadere informatie hierover treft u aan op pagina 1 van de bij dit raadsvoorstel gevoegde reactienota. De partners, waaronder de eigen gemeente, die de Woondeal ondertekenen gaan samen aan de slag met de uitvoering hiervan.
De samenwerking in de Woondeal biedt de mogelijkheid om lokale vraagstukken (boven)regionaal te agenderen en op te pakken, zoals de opgave op het gebied van Wonen met zorg. Afwijken huidig beleid Met de uitgangspunten uit de Woondeal zullen wij het huidige beleid uit de Woonvisie 2020-2026 op een aantal punten moeten aanpassen: Huidige Woonvisie 2020-2026 70% betaalbaar 100 nieuwe sociale huurwoningen in veerkrachtige wijken in combinatie met een afname van 100 sociale huurwoningen in minder veerkrachtige wijken Betaalbare koopwoning gekoppeld aan NHG grens
pagina
3
Uitgangspunten Woondeal 2/3 deel (67%) betaalbaar 30% sociale huurwoningen in de nieuwbouwopgave Betaalbare koopwoning is max. 355.000,00 euro, waarvan een deel in de echt goedkope koop < 250.000,00 euro afhankelijk van WBO per gemeente
ons kenmerk
23.07V
23.07
Middenhuur is 650 – 1.000 euro per maand
Bij nieuwbouwprojecten 25% circulair bouwen
Middenhuur heeft een huurprijs boven de liberalisatiegrens en met een maximale prijs, gelijk aan 187 Woningwaarderingsstelselpunten (€ 1.026,00, prijspeil 2023). Uitgangspunt is aansluiten bij de bovengrens van het reguleringsvoorstel van middenhuur van het Rijk Circulair en conceptueel bouwen de norm laten zijn bij woningbouw. Zo bij te dragen aan de reductie van 55% tot 60% CO2-uitstoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030
Bij de actualisering van hoofdstuk 4 ‘Toevoegen van de juiste kwaliteit woningen’ uit de Woonvisie 2020-2026 zullen wij de uitgangspunten uit de Woondeal meenemen. Daarnaast kijken wij naar de uitkomsten van het nieuwe Woningbehoefteonderzoek dat beschikbaar komt in februari 2023. De actualisering van de Woonvisie zal gereed zijn in de tweede helft van 2023. 6 Wat zijn de financiële consequenties? Bij de ondertekening van de Woondeal in 2020 zijn procesmiddelen door Rijk en provincie beschikbaar gesteld voor de uitvoering. In het eerste half jaar van 2023 kan op basis van het budget voor de Woondeal uit 2020 uitvoering worden gegeven aan de nieuwe afspraken. Voor de uitvoering van de Woondeal 2.0 en 5 andere nieuwe woondeals in Gelderland heeft het Rijk procesmiddelen aan de provincie toegekend. De provincie Gelderland besluit over de verdeling hiervan en over eventuele aanvullende procesmiddelen. De verwachting is dat voor invulling van de afspraken extra financiële inzet nodig is. Dit wordt benadrukt bij provincie en Rijk. Indien nadere uitwerking van de afspraken in lokaal beleid of bij nieuwe woningbouwplannen begrotingsconsequenties hebben zal de uitwerking vergezeld gaan met een begrotingswijziging. 7 Wat zijn de risico’s? • Haalbaarheid afhankelijk van externe factoren Samenwerking binnen de Woondeal verbetert de aanpak van de woonopgaven.
Invulling van de woonopgaven is echter voor een belangrijk deel afhankelijk van onzekerheden die buiten de scope van deze samenwerking vallen, zoals economische ontwikkelingen, stijgende bouwkosten, migratie. Juist het bespreken en het maken van afspraken over hoe partijen omgaan met deze ontwikkelingen is één van de meerwaarden van de samenwerking. •
Bij de Woondeal horen enkel procesmiddelen Er worden in de Woondeal geen afspraken gemaakt over concrete financiële bijdragen aan projecten. De Woondeal is de samenwerkingsconstructie waarbinnen partijen hier nadere afspraken over kunnen maken. Bijvoorbeeld over inzet van extra personeel of over kansrijke rijks- en provinciale regelingen voor deze regio.
8 Wat is het draagvlak voor dit voorstel? De concept Woondeal is akkoord bevonden en vrijgegeven voor politieke vaststelling in het bestuurlijk portefeuillehoudersoverleg wonen in de regio op 7 december 2022. Woondeals zijn een vorm van afspraken tussen de (dagelijks) besturen van overheden waarbij wordt samengewerkt met marktpartijen en woningcorporaties. Verschillende partijen (o.a. NEPROM, IVBN, Bouwend Nederland en Woonkr8 namens de woningcorporaties) hebben in 2020 hun steun aan de Woondeal betuigd.
pagina
4
ons kenmerk
23.07V
23.07
De Woondeal 2.0 is met deze partijen besproken, zodat zij in de gelegenheid zijn om ook bij deze actualisatie weer hun steun te betuigen. Met een steunverklaring spreken partijen commitment uit over samenwerking en betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van de woondeal. Onderdeel van die samenwerking is ook de erkenning van elkaars verschillende posities en verantwoordelijkheden: zo zijn overheden verantwoordelijk voor de keuze van locaties. 9 Hoe en met wie wordt er gecommuniceerd? Het is de bedoeling dat alle raden uiterlijk in februari 2023 instemmen met de uitgangspunten van de Woondeal 2.0. Aan woningcorporaties en marktpartijen wordt een steunbetuiging gevraagd. Begin maart 2023 zal de Woondeal ondertekend worden door Rijk, provincie en gemeenten uit de Groene Metropoolregio. Er zal dan ook een persbericht uitgaan. 10 Wordt er een evaluatie uitgevoerd? De afspraken uit de Woondeal worden gemonitord en jaarlijks geëvalueerd. De Steeg, 10 januari 2023 Burgemeester en wethouders van Rheden, Carol van Eert, burgemeester. Nadja Renkema, secretaris.
pagina
5
ons kenmerk
23.07V
23.07
gemeente Rheden
Raadsvergadering 28 februari 2023 Agendapunt 3 DR
Raadsbesluit De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 januari 2023; besluit:
de Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen als uitgangspunt te hanteren bij de herijking van lokaal ruimtelijk en volkshuisvestelijk beleid met daarin de volgende inzet: • In lijn met de nationale doelstelling naar 2/3 betaalbaar een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters, te realiseren. • Te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. • Vanaf 2025 binnen de nieuwbouw te zorgen voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000,00). • Een op basis van het woningbehoefteonderzoek per gemeente te bepalen deel in het middensegment uit betaalbare koopwoningen voor de lagere inkomens met een prijs van maximaal € 250.000,00 of middenhuur te laten bestaan. • In te zetten op verduurzaming en het toekomstbestendig maken van de bouwsector en vermindering van bouwkosten, door circulair en conceptueel bouwen de norm te laten zijn bij woningbouw. Zo bij te dragen aan de reductie van 55% tot 60% C02-uitstoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030. • Met klimaatadaptief bouwen en beheren de overlast van de gevolgen van klimaatverandering te beperken en dit hand in hand te laten gaan met natuurinclusief bouwen.
• Beter benutten van de bestaande voorraad als kans te zien voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens en het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken. Arnhem, 28 februari 2023
voorzitter.
pagina
1
ons kenmerk
23.07B
Woondeal 2.0 regio Arnhem – Nijmegen Samenwerkingsagenda voor de woningbouwopgave in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Kern van de Woondeal 2.0 Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen De gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, (Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar), Gemeente Arnhem, Gemeente Nijmegen, Provincie Gelderland en het Rijk - via de Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening - werken samen aan de woningmarktopgaven in de Groene Metropoolregio.
Waarom een woondeal? In 2020 zijn gemeenten binnen de Groene Metropoolregio, provincie Gelderland en Rijk een langjarig partnerschap aangegaan voor een beter werkende woningmarkt. Aanleiding was de constatering dat de regio in de top 3 van regio’s met het hoogste woningtekort stond, de woonopgaven bovengemiddeld zijn en de uitvoering onder druk staat. Het regionale woningbehoefteonderzoek herbevestigt dat de woonopgave het lokale niveau overstijgt; versterkte samenwerking tussen regio(gemeenten), Provincie en Rijk is nodig ten behoeve van een passende bijdrage van iedere gemeente aan deze opgave. Landelijk is sindsdien de opgave steeds manifester geworden. Nationaal wordt daarom ingezet op de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven dat hiervan minimaal 2/3 deel betaalbaar is. In vervolg op deze nationale ambitie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en de provincie Gelderland over de realisatie van 100.000 woningen tot en met 2030. Dit krijgt nadere invulling via deze woondeal. Het partnerschap is vastgelegd in de woondeal uit 2020. Marktpartijen en woningcorporaties hebben hun ondersteuning hierbij uitgesproken. Daarmee is een constructieve samenwerking van de grond gekomen die heeft gezorgd voor gezamenlijke focus en commitment van alle partijen.
Om gezamenlijk verder te werken aan de gestelde ambities actualiseren en concretiseren de betrokken partijen de bestaande afspraken. Bovengemiddelde inzet nodig Een bovengemiddelde opgave vraagt ook om een bovengemiddelde inzet. Dit kan alleen gehaald worden als Rijk, provincie en gemeenten gezamenlijk, en samen met onze partners, de komende jaren stevig en gericht blijven sturen. Dit betekent zoveel mogelijk barrières wegnemen en, als het tegenzit, met elkaar aanpakken te bedenken hoe we onze ambitie dan wel kunnen halen. Als we de benodigde gezamenlijke inzet niet realiseren, worden de gestelde doelen niet gehaald; noch in betaalbaarheid, noch in kwaliteit of aantallen. De woondeal moet de basis zijn om de komende jaren de noodzakelijke extra inzet te kunnen garanderen. Deze inzet bestaat onder andere uit het leveren van extra capaciteit en expertise, het beschikbaar stellen van subsidieregelingen, en het doen van ondersteunende investeringen voor de brede ruimtelijke investeringen die nodig zijn om de groei van de regio in goede banen te leiden. Een woondeal, met de organisatie die daarbij hoort, is randvoorwaardelijk voor deze extra inzet.
Wat hebben we bereikt sinds 2020? De urgentie voor het oplossen van de woningnood, realisatie van betaalbare, circulaire en conceptuele woningen, werken aan leefbare wijken en huisvesting van aandachtsgroepen wordt breed gedeeld. Concrete
1
resultaten zijn: een functionerende woningmarktmonitor, uitbreiding van plancapaciteit, toevoeging van nieuwe locaties en gebieden, ombuiging naar meer betaalbare programma's, een circulaire impactladder, extra handen en expertise via flexpools en aanjagers. Alle partijen hebben extra middelen beschikbaar gesteld voor toevoeging van nieuwe woningen en gebiedsontwikkelingen. De Rijksbijdragen aan woningbouw in deze regio tellen in afgelopen 3 jaar op naar circa € 400 miljoen. Dit is cofinanciering voor gebiedsontwikkelingen en de bouw van 19.320 woningen. Lokale en regionale overheden, marktpartijen en corporaties investeren een veelvoud.
Voortbouwen van de samenwerking in de Woondeal Met deze geactualiseerde Woondeal onderkennen partijen de bovengemiddeld grote woonopgave, continueren de samenwerking uit 2020 en geven het partnerschap verder vorm. Bovendien zorgen we hiermee voor continuïteit en zekerheid richting marktpartijen en woningcorporaties. Op enkele aspecten is dit een actualisatie, vooral waar het gaat om het ‘hoe’? Hoe zorgen we ervoor dat we samen resultaat boeken?
Wat willen we de komende jaren bereiken? We zijn er nog niet. Voor het langjarig toevoegen van voldoende woningen, ruimtelijk goed ingepast binnen het concept ‘meer stad én meer landschap’ blijft ieders inzet en betrokkenheid noodzakelijk. Rijk, provincie en gemeenten zetten in op: • Realisatie van de woningbouwopgave als bouwsteen en binnen de kaders van de gezamenlijke Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen/Foodvalley. • Een gezonde woningmarkt met een woningtekort van 2% in 2030. Daarom zetten we conform de provinciaal bestuurlijke afspraak in op de bouw van 33.000 woningen tot en met 2030. En richting 2040 zo’n 55.000 woningen. Circa 20.000 van deze woningen worden gerealiseerd in 3 grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem Oost en 17.000 woningen in de 17 andere focusgebieden. • Ophoging van de woningproductie van 3.300 naar zo'n 3.700 woningen per jaar; onder andere door inzet op flexwoningen en ruimte voor alternatieve woonvormen. • Gezamenlijk inzet voor het huisvesten van jong talent om zo bij te dragen aan de kenniseconomie. Door realisatie van voldoende studentenhuisvesting en inzet op voldoende aanbod voor jonge starters. Het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting (LAS) wordt hierbij als uitgangspunt gehanteerd.
• Beter benutten van de bestaande voorraad als (onderbelichte) kans voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens, als kans voor het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken, én voor het realiseren van de ambities van de verstedelijkingsstrategie ‘meer landschap meer stad’. • In lijn met de nationale doelstelling naar 2/3 betaalbaar een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters. We zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. • Op dit moment is 31% van de woningen in de regio een corporatiewoning. Iedere gemeente zorgt vanaf 2025 binnen de nieuwbouw voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000). Op basis van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek zet de regio zich ervoor in dat een op basis van het woonbehoefteonderzoek per gemeente te bepalen deel in het middensegment bestaat uit betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens met een prijs van maximaal € 250.000 of middenhuur. • Verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bouwsector en vermindering van bouwkosten, doordat circulair en conceptueel bouwen de norm is bij woningbouw.
Zo dragen we bij aan de reductie van 55% tot 60% CO2-uitstoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030. Met klimaatadaptief bouwen en beheren beperken we de overlast van de gevolgen van klimaatverandering. Dit gaat hand in hand met natuurinclusief bouwen.
2
Wat gaan we samen doen om de doelen te halen? Momenteel telt de regio tot en met 2030 een voldoende omvangrijke harde en zachte planvoorraad. Op grond hiervan is het realiseren van 33.000 woningen tot en met 2030 haalbaar. Het vraagt een blijvende intensieve samenwerking van Rijk, provincie en gemeenten, samen met corporaties en marktpartijen. Per opgave zijn de hoofdactiviteiten voor de uitvoering door Rijk, provincie en gemeenten aangegeven. De verdieping is opgenomen in de artikelsgewijze uitwerking van de woondeal. Alleen als we al deze activiteiten in samenhang uitvoeren, kunnen we onze inzet voor een gezonde woningmarkt realiseren. Continuïteit en versnelling van de bouwproductie o Adequate financiële ondersteuning voor (ruimtelijke inpassing van) betaalbare woningen conform de brede verstedelijkingsstrategie vanuit het principe meer landschap meer stad. o Partijen focussen op woningbouwgebieden die voldoende omvangrijk zijn (minimaal 500 woningen in Arnhem en Nijmegen, minimaal circa 250 woningen buiten deze twee steden), snel in uitvoering zijn met inzet vanuit markt en overheid, en regionale betekenis hebben op grond van de Verstedelijkingsstrategie.
o o o
Beter benutten bestaande voorraad door experimentele aanpak in vastgoed en waar nodig het creëren van regelruimte. Versterken uitvoeringsorganisatie door inzet provinciale Actieplan Wonen en personele inzet gemeenten. Aanpak stikstofproblematiek en netcongestie op het elektriciteitsnet door het Rijk.
Betaalbare woningen voor lage en middeninkomens o In lijn met nationale doelstelling rondom sociale huur en betaalbaarheid nemen gemeenten hun fair share in de bouwopgave voor lage en middeninkomens. Zij werken dit binnen de kaders van de woondeal lokaal uit op basis van behoefte. o Gemeenten brengen toegelaten instellingen maximaal in positie om hun aandeel in de woningbouwopgave te kunnen realiseren. o Afdekken onrendabele toppen met rijks- en provinciale middelen, gelet op ambities 2/3 betaalbaar, stijgende bouw- en financieringskosten, en de bouw voor aandachtsgroepen. Verstedelijking en gebiedsontwikkeling o Partijen bewaken de samenhang van de nieuwbouw met de bestaande stad zodat dit bijdraagt aan groene, vitale, leefbare wijken en steden. Kwalitatief goede woningen moeten bereikbaar zijn en goed ingepast in de stad en in het landschap. o Gezamenlijke en gecoördineerde inzet van menskracht en financiële middelen op grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem Oost. Speciale aandacht voor huisvesting van aandachtsgroepen o Gemeenten nemen hun fair share in de huisvestingsopgave van aandachtsgroepen. o Gezamenlijke inzet als koploperregio om in 2023 te komen tot een (regionale) woonzorgvisie.
Klimaatadaptieve, conceptuele en circulaire woningbouw als hefboom voor versnelling en leidend motief voor verduurzaming o Gemeenten en provincie werken samen aan het versnellen en opschalen van de transitie naar conceptueel en circulair bouwen. o Inzet circulaire impactladder bij woningbouwontwikkeling; in 2023 bij minimaal 25 projecten. o Gemeenten, provincie en marktpartijen werken samen aan het klimaatbestendig en natuurinclusief maken van zowel gebouwen als buitenruimte. Leefbaarheid o Het Rijk en de gemeente Arnhem dragen bij aan de Arnhem-Oost aanpak, inclusief Velp Zuid, en delen de ervaringen met de regio. 3
Totale inzet is randvoorwaardelijk voor slagen woondeal Partijen onderkennen dat het realiseren van de doelstellingen ambitieus is, afhankelijk is van veel factoren, en in het huidige tijdsgewricht onder druk staat. Alle genoemde activiteiten zijn daarom in samenhang hiervoor minimaal noodzakelijk. In de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley en bijbehorende bestuurlijke afspraken (november 2022) zijn bij de ambities randvoorwaarden benoemd over het toevoegen van 100.000 woningen in beide regio’s tot 2040. Ook in het provinciale bod (per brief aan de minister, met kenmerk 2022-006793, d.d. 27 september 2022) zijn randvoorwaarden benoemd, als voorloper op de afspraken met het Rijk. Deze randvoorwaarden gelden ook voor de realisatie van deze woondeal: • Investeringen in bereikbaarheid • Financiering van onrendabele toppen • Voldoende goede ambtelijke capaciteit • Voldoende stikstofruimte • Voldoende netcapaciteit op het electriciteitsnet Met deze woondeal onderkennen de partijen het belang van het invullen van deze randvoorwaarden voor het effectief uitvoeren van de afspraken. Daarbij is continuïteit en versterking van de uitvoeringsorganisatie essentieel om de gewenste ontwikkelingen uit deze woondeal vlot te trekken.
Daarnaast zijn veranderende omstandigheden op zichzelf al reden zijn voor het niet halen de doelen, zoals verder stijgende bouwkosten, een blijvend gebrek aan personeel, of het ontbreken van middelen om onrendabele toppen af te dekken. We erkennen dat (onvoorziene) marktomstandigheden en achterblijvende inzet van partijen van invloed zijn op de voortgang van de bouwproductie. Partijen spreken daarom af met elkaar in gesprek te blijven op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid, en bereid zijn doelstellingen bij te stellen als deze niet realistisch blijken te zijn.
Leeswijzer bij het vervolg Dit kerndocument geeft aan waar we met deze woondeal met prioriteit aan werken. Om dit nauwgezet te verankeren in de samenwerking tussen Rijk, provincie en gemeenten is dit in het vervolg uitgewerkt in een 40tal artikelen/afspraken. Dit is ook van belang voor bovenregionale afstemming en het kunnen invullen van de rollen van alle partijen in de regie op de woonopgave.
4
Partijen ▪
▪ ▪ ▪ ▪
Deelnemers aan de Regeling Groene Metropoolregio, zijnde de gemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar, handelend ter uitvoering van het besluit van de colleges van burgemeester en wethouders en middels volmacht rechtsgeldig vertegenwoordigd door de voorzitter van het gemeenschappelijk orgaan Groene Metropoolregio, de heer H.M.F. Bruls, hierna gezamenlijk te noemen: GMR*; Gemeente Arnhem, op grond van artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer. A. Marcouch, burgemeester; Gemeente Nijmegen, op grond van artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer H.M.F. Bruls, burgemeester; Provincie Gelderland, op grond van artikel 176 van de Provinciewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer P. Kerris, Portefeuillehouder Wonen, hierna te noemen: provincie; Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer H. de Jonge, hierna te noemen: minister / Rijk.
* Alle 18 gemeenten samen worden aangeduid als: regio Oranje gemarkeerde teksten verwijzen naar het landelijke / provinciale format.
1 Rollen en verantwoordelijkheden Gemeenten, provincie, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: • Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. • Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties.
Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ‘’water en bodem sturend’’. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats in het programma water en bodem sturend. • De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma1 vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande
1
PM eventueel in deze voetnoot de desbetreffende documenten per provincie noemen
5
•
voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Daarbij kunnen provincies rekening houden met specifieke situaties in regio’s waarbij het toegroeien naar 30% evident niet logisch of haalbaar is. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.
2 Werkafspraken 2.1 Woningbouwopgave en versnelling ONZE INZET • Een gezonde woningmarkt met een woningtekort van 2% in 2030. Daarom zetten we conform de provinciaal bestuurlijke afspraak in op de bouw van minimaal 33.000 woningen tot en met 20302. En richting 2040 zo’n 55.000 woningen. Circa 20.000 van deze woningen worden gerealiseerd in 3 grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem Oost en 17.000 woningen in de 17 andere focusgebieden. • Ophoging van de woningproductie van 3.300 naar zo'n 3.700 woningen per jaar; onder andere door inzet op flexwoningen en ruimte voor alternatieve woonvormen. • Beter benutten van de bestaande voorraad als (onderbelichte) kans voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens, als kans voor het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken, én voor het realiseren van de ambities van de verstedelijkingsstrategie ‘meer landschap meer stad’. AFSPRAKEN 1. Partijen hebben het streven om 33.000 woningen van 2022 tot en met 2030 toe te voegen; dit betekent een ophoging van de realisatie van nu 3.300 woningen per jaar naar zo’n 3.700 woningen per jaar.
Op dit moment is er voor de periode tot en met 2030 voldoende plancapaciteit van minimaal 48.000 woningen, waarvan 13.800 woningen harde plancapaciteit. Deze plancapaciteit ligt geleidelijk boven 130% van de geambieerde nieuwbouw van 33.000 woningen. Daarmee is er in theorie voldoende plancapaciteit en zijn er mogelijkheden om eventueel een grotere productie te realiseren ten behoeve van een toenemende woningbehoefte.
2 Dit getal is in lijn met de 35.000 woningen uit de Verstedelijkingsstrategie die over een iets andere periode gaat, en is in lijn met het bod
dat de provincie aan de rijksoverheid heeft gedaan.
6
Tabel 1: Regionaal aandeel in de provinciale en nationale opgave Betaalbaarheid 1) Te realiseren Netto Sociale Middenwoningen bruto plancapaciteit huur huur Arnhem 9.500 12.350 2.775 1.300 Berg en Dal 1.160 1.480 370 140 Beuningen 1.240 1.610 260 140 Doesburg 300 390 80 10 Druten 910 1.210 270 50 Duiven 780 1.000 235 40 Heumen 910 1.210 250 130 Lingewaard 1.410 1.860 440 110 Montferland 1.490 1.930 440 30 Mook & Middelaar 360 490 90 20 Nijmegen 13.070 17.010 4.430 2.710 Overbetuwe 1.070 1.425 430 60 Renkum 920 1.200 250 100 Rheden 810 1.060 110 190 Rozendaal 10 10 0 0 Westervoort 530 670 160 120 Wijchen 2.080 2.700 540 110 Zevenaar 1.520 1.950 440 120 Totaal 38.070 49.555 11.570 5.380 30% 14%
Betaalbare koop 1.350 220 330 120 300 250 200 270 480 90 1.610 320 110 350 0 100 460 435 6.995 18%
BetaalbaarWoningen door heid totaal woningcorporaties 5.425 2.775 730 430 720 260 210 80 620 240 525 235 580 190 820 440 950 360 200 80 8.750 4.240 810 430 460 250 650 110 0 0 380 110 1.110 520 995 440 23.935 11.190 63% 29%
1) betaalbaarheid conform definities in afspraak 8.
2.
De gemeenten dragen zorg voor tijdige vaststelling van bestemmings- of omgevingsplannen, en het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie van de in tabel 1 benoemde woningbouwopgave in de regio.
3.
Partijen focussen op gebieden waar een groot aandeel van de regionale productie moet komen. Deze focus moet eraan bijdragen dat de woningproductie in de regio voldoende omvang heeft. Voor deze kansrijke gebiedsontwikkelingen worden ondersteunende middelen vanuit Rijks- en provinciale regelingen met prioriteit ingezet. De gerichte aanpak van exploitatietekorten bij deze gebieden is nodig om de ambities uit deze woondeal waar te kunnen maken: door het afdekken van de publieke onrendabele top en de onrendabele top door een omvangrijker betaalbaar programma. Bij deze focus gaat het om: 1) Grootschalige NOVEX woningbouwlocaties a. Spoorzone Arnhem Oost b. Nijmegen Kanaalzone c. Nijmegen Stationsgebied 2) Regionaal significante gebieden die voldoen aan meerdere van onderstaande voorwaarden:: • met toekenningen vanuit de Woningbouwimpuls (Wbi) of Mobiliteitsfonds, waaronder Kanaalzone Heumen, IJsseldistrict Rheden, Kronenburg-Vredenburg Arnhem, Wijchen-West en Ploen-Noord Duiven. • voldoende omvangrijk zijn: vanaf circa 500 woningen in Arnhem en Nijmegen, vanaf circa 250 woningen buiten deze twee steden. • snel in uitvoering zijn: start realisatie op afzienbare termijn en met focus vanuit markt (realitycheck) en overheid. • regionale betekenis hebben: vanwege de logische samenhang met de regionale verstedelijkingsstrategie en mobiliteit.
3) Per gemeente: belangrijke locaties (maatwerk).
7
Locaties die vallen hiervoor genoemde categorieën 1 en 2
Schuytgraaf Centrum-Oost Vredenburg-Kronenburg Nijmeegseweg/Olympus Spoorknoop-Oost (NOVEX) HES-Klingelbeek Wolfheze Pro Persona IJsseldistrict Driegaarden De Pas Plakseweide Ploen-Noord
Arnhem Arnhem Arnhem Arnhem Arnhem Arnhem-Renkum Renkum Rheden Lingewaard Overbetuwe Duiven Duiven
Noord Holtkamp-Het Hof Lengel-Oost Didam Noordoost Kanaalzone-Zuid (NOVEX) Stationsgebied (NOVEX) Waalsprong Ewijk-Zuid/west Winssen-Zuid Deest Kanaalzone Huurlingsedam Wijchen-West
Westervoort Zevenaar Montferland Montferland Nijmegen Nijmegen Nijmegen Beuningen Beuningen Druten Heumen Wijchen Wijchen
Kleine plannen verspreid over de regio behouden hun waarde. De aandacht voor die plannen komt primair vanuit de lokale gemeentelijke inzet en generieke maatregelen. Ook voor deze plannen is financiële ondersteuning voor het afdekken van de onrendabele toppen als gevolg van een groter aandeel betaalbare woningen noodzakelijk. 4.
Aanvullend op het bouwprogramma zetten de partners in op extra kansen door: • Betere benutting van de bestaande woningvoorraad. De vastgoedvoorraad wordt thans suboptimaal benut. Gebouwen staan leeg, of in grote woningen wonen weinig mensen. Sommige woningen sluiten niet aan op de lokale behoefte en is herstructering of transformatie gewenst door bijvoorbeeld: vervangende nieuwbouw, sloop en grootschalige renovatie. Gemeenten zetten zich met hulp van provinciale en landelijke regelingen in voor een betere benutting van het herbergend vermogen van de bestaande vastgoedvoorraad. Transformatie van zelfstandige woningen naar woonruimten voor meerdere kleine huishoudens met gemeenschappelijke voorzieningen biedte hierbij kansen: het levert naast meer woonruimte ook “sociale winst” op. Partijen richten zich hierbij op het inventariseren en oplossen van belemmerende regelgeving. De regio zet zich zo in om een nader te bepalen aantal woningen door transformatie te realiseren, waarmee wordt bijgedragen aan de landelijke opgave om 15.000 transformatiewoningen per jaar te realiseren. Dit aantal is onderdeel van de totale opgave opgenomen in tabel 1. • Flexibele en tijdelijke woningen en/of vernieuwende bouwconcepten, waardoor op een snelle
8
manier voorzien worden in de woningbehoefte. Regionaal gaat het om Aantallen geplande flexcirca 1.800 tijdelijke woningen in de periode 2022 tot en met 2030 (zie woningen, zoals in tabel). Bij een eventueel achterblijvende bouwproductie bieden flexnajaar 2022 bekend bij woningen een passend alternatief, zodat het woningtekort niet oploopt. provincie Gelderland Mits dit niet ten koste gaat van leefbaarheid, woonkwaliteit, en ruimtelijke Nijmegen 660 kwaliteit. Gemeenten gaan hiertoe in gesprek met grondeigenaren en/of Overbetuwe 325 stellen eigen grondposities beschikbaar. Met woningcorporaties maken Arnhem 150 gemeenten prestatieafspraken over realisatie van deze woningen. Deze Beuningen 90 tijdelijke woningen worden beschikbaar gesteld aan een brede doelgroep, Renkum 100 waaronder internationale medewerkers, studenten, jongeren, Rheden 30 spoedzoekers en andere woningzoekenden op de huidige wachtlijsten Duiven 100 voor huurwoningen. Gemeenten maken gebruik van de mogelijkheden die Lingewaard 100 de Stimuleringsaanpak Flexwonen van het Rijk biedt, waaronder deelname Wijchen 150 aan de versnellingskamers en garantstelling voor investeringen Zevenaar 30 (Garantiefonds). Ook de provincie brengt kennisuitwisseling, Montferland 20 ondersteuning en garantstelling rond flex-wonen in, als onderdeel van het Doesburg 15 Actieplan Wonen.
Omdat het woningen betreft op tijdelijke locaties stelt Druten 60 het Rijk een herplaatsingsgarantie beschikbaar. Gemeenten, regio en provincie doorlopen een gemeenschappelijke herplaatsingsladder, waarmee de kans vergroot wordt dat na de tijdelijke exploitatie in de betreffende gemeente, regio of provincie een volgende locatie beschikbaar komt voor de flexwoningen. De inzet via de woondeals maakt onderdeel van de herplaatsingsladder uit. De gemeenten Nijmegen (€ 6 mln) en Wijchen (€ 1 mln) hebben reeds gebruik gemaakt van stimuleringsmaatregelen. 5.
Om de afspraken uit deze woondeal uit te voeren is aanvullende ambtelijke capaciteit en kennis in de gehele regio noodzakelijk. Met name in kleine gemeenten ontbreekt het veelal aan specifieke kennis en in de gehele regio speelt een gebrek aan ambtelijke capaciteit. Rijk en provincie ondersteunen de regio bij het invullen van aanvullende expertise (zoals middels het expertteam woningbouw en financiële ondersteuning van een regionale flexpool), met maatregelen uit het provinciale Actieplan Wonen en waar nodig met ambtelijke capaciteit en het verkennen van alternatieve (juridische) instrumenten.
6.
Vanwege de grote urgentie van de opgave is het nodig dat woningen sneller worden gerealiseerd; sneller dan de gemiddeld 10 jaar die nu landelijk gebruikelijk is. Het is daarom cruciaal dat er wordt gewerkt aan het sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures die bij de realisatie van woningbouw van toepassing zijn. Hierbij bezien we het gehele bouwproces. Ook vraagt dit integraal werken van ministeries en binnen de provincie voor een vlotter lopend bouwproces. Ook is het van belang samen een goed participatieproces in te richten, informeel en formeel. Door BZK is in overleg met medeoverheden en marktpartijen een actieplan Versnellen Processen en Procedures opgesteld. Het volgende wordt (regionaal) gezamenlijk opgepakt; • Bij de initiatieffase, bij het organiseren van het plan- en realisatieproces, zorgen voor heldere beslismomenten en benodigde mandaten. Dit zorgt voor het efficiënt en binnen termijnen doorlopen van procedures. • Versterking van de samenwerking tussen provincie en gemeenten bij het zo efficiënt mogelijk inzetten van de beschikbare ambtelijke capaciteit en expertise. Dit gebeurt via de regionale flexpools en het Actieplan Wonen, en samenwerking met onderwijsinstellingen. • Actueel houden van ruimtelijke beleidskaders en beleid rondom participatie en ruimtelijke plannen ten behoeve van een transparant en zorgvuldig proces.
7.
De regionale versnellingstafel wordt uitgebouwd, zodat afspraken gemaakt kunnen worden om specifieke woningbouwprojecten te versnellen en thematische knelpunten op te lossen. Naast de provincie, gemeenten en het Rijk, sluiten ook marktpartijen en corporaties, en afhankelijk van 9
het vraagstuk waterschappen, kennisinstellingen en bewonersorganisaties aan. De Groene Metropoolregio organiseert deze versnellingstafel. Partners aan deze tafel prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedsspecifieke thema’s. Indien er sprake is van landelijke thema’s kunnen deze worden doorgezet naar de landelijke versnellingstafel. Het is van belang bij vertraging samen naar oplossingen te zoeken.
2.2 Betaalbare woningen voor lage en middeninkomens ONZE INZET • Vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters. We zorgen in lijn met de nationale doelstellingen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. • Op dit moment is 31% van de woningen in de regio een corporatiewoning. Iedere gemeente zorgt vanaf 2025 binnen de nieuwbouw voor 30% sociale huur en minimaal tussen 35% à 40% middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000). • Op basis van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek zet de regio zich in voor realisatie van een deel hiervan als betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens of middenhuurwoningen (met een prijs van maximaal € 250.000 of een vergelijkbare acceptabele huurprijs op basis van het inkomen) AFSPRAKEN 8. Op regionaal niveau werken we toe naar twee derde deel betaalbare huur- en koopwoningen. Om dit te bewerkstelligen werkt elke gemeente toe naar een nieuwbouwprogramma met minimaal 67% betaalbare woningen en minimaal 30% in de sociale huur. Voor plannen waar per 1 juli 2023 nog geen vastgesteld bestemmingsplan, omgevingsplan of anterieure overeenkomst voor is, geldt dit nieuwbouwprogramma als richtlijn. Hierdoor zal vanaf circa 2025 het programma op lokaal niveau gaan voorzien in de ambitie.
De (verdere) invulling van de betaalbare segmenten in de regiogemeenten gebeurt op basis van de behoefte. Hierbij gelden de volgende definities: • Sociale huurwoningen definiëren we als huurwoningen: • met aanvangshuurprijs tot de liberalisatiegrens (€ 763,47, prijspeil 2022), • bij nieuwbouwplannen geldt als aanvullende eis dat de woning minimaal 25 jaar met bovenstaande voorwaarden wordt aangeboden (rijkslijn),die wordt toegewezen aan de doelgroep voor sociale huurwoningen conform de Woningwet en ook aan aandachtsgroepen als uitstromers, urgenten en statushouders, • en die een kwaliteit hebben die in de corporatiesector gebruikelijk is. • Middenhuurwoningen definiëren we als huurwoningen: • met een huurprijs boven de liberalisatiegrens en met een maximale prijs, gelijk aan 187 Woningwaarderingsstelsel- punten (€ 1.026, prijspeil 2023). Uitgangspunt is aansluiten bij de bovengrens van het reguleringsvoorstel van middenhuur van het rijk; • met een instandhoudingstermijn van minimaal 15 jaar; • voor 1 persoonshuishoudens met een inkomen niet hoger dan € 56.527 en voor meerpersoonshuishoudens niet hoger dan € 75.369 (prijspeil 2022 voor huishoudinkomens in 2020) • Betaalbare koopwoningen definieert het Rijk als: • koopwoningen met een verkoopprijs van maximaal € 355.000 • bij de inzet van Rijksmiddelen wordt deze prijsgrens gehanteerd.
• in lijn met het woningbehoefteonderzoek zet de regio zich in voor realisatie van betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens met een maximale prijs van € 250.000. • de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek zijn richtinggevend voor de verdeling van deze woningen in de regio, waarbij gemeenten voor de 35% à 40% middenhuur- en betaalbare
10
koopwoningen, waarvan een op basis van het woonbehoefteonderzoek te bepalen deel als middenhuur en / of betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens. Genoemde prijzen worden geïndexeerd conform landelijke normen. 9.
Met de percentages sociale huur, middenhuur en betaalbare koopwoningen realiseert de regio 2/3 deel van de productie in het betaalbare segment. Daarbij is er op basis van het woningbehoefteonderzoek ruimte voor uitwisseling tussen de segmenten, met dien verstande dat er voldoende sociale huurwoningen en middenhuur en / of betaalbare koopwoningen voor de lagere inkomens worden toegevoegd.
10. Elke gemeente neemt een fair share van de regionale opgave. In de Nationale prestatieafspraken met de corporatiesector, VNG en Woonbond is opgenomen dat corporaties verantwoordelijk zijn voor de bouw van nationaal 250.000 sociale huurwoningen en 50.000 middenhuurwoningen. De corporaties in de regio zetten zich in voor de realisatie van 10.000 sociale huurwoningen in de regio Arnhem-Nijmegen. De bijdrage aan middenhuur moet nog nader uitgewerkt worden. Deze aantallen worden, wat betreft de nieuwbouwopgave, leidend voor de lokale prestatieafspraken die gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties maken. Hiertoe zetten zij de volgende stappen: • Partijen (gemeente, provincie en Rijk) zorgen, in lijn met de Nationale prestatieafspraken, voor voldoende steun en locaties om de afgesproken aantallen sociale huurwoningen daadwerkelijk te realiseren. • Gemeenten spannen zich maximaal in om toegelaten instellingen in positie te brengen om sociale huurwoningen daadwerkelijk te kunnen realiseren. Zij nemen dit op in hun lokale woonbeleid, informeren bouwgrondeigenaren in hun gemeente hierover, en brengen deze eigenaren actief in onderhandeling met de corporatie(s). • Partijen ondersteunen dit verder door het inzetten van reguleringsinstrumentarium, actief grondbeleid, en / of door het afdekken van onrendabele toppen via daartoe bestemde fondsen. 11.