CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 17 maart 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Buitenplaats Beekhuizen23.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de recreatiezoneringsmaatregelen; De recreatiezoneringskaart geeft in grote lijnen weer op welke plek meer nadruk ligt op recreatie en op welke plek meer op natuur. De recreatiezoneringskaart brengt daarmee in beeld welke intensiteiten en recreatieve faciliteiten op welke plek passend zijn. Deze ruimtelijke herschikking van recreatieniveaus, zorgt dat de natuurdoelen gewaarborgd worden én dat de kwaliteit van natuurbeleving verbetert. Dat is echter alleen het geval als de recreatiezoneringskaart ook doorwerking krijgt in de natuurterreinen zelf. Daarvoor moeten zoneringsmaatregelen genomen worden. Op sommige plekken zijn de recreatiezoneringsmaatregelen vooral gericht op het realiseren van meer rust voor de natuur, op andere plekken worden maatregelen ook genomen voor het verbeteren van de recreatieve kwaliteit.

35/441

Afbeelding 3.4 Uitsnede recreatiezonering (Bron: Provincie Gelderland) Toetsing aan het Recreatiezoneringsplan Veluwe Het projectgebied is aangewezen als 'intensief recreatief gebruik'. De gronden grenzend aan het projectgebied zijn aangewezen als 'rustig gebied met extensief recreatief medegebruik'. Daaromheen zijn de gronden weer aangewezen als 'matig intensief recreatief medegebruik'. Zone A intensief recreatief gebruik ‘De poorten van de Veluwe’ liggen dichtbij de dorpen en recreatieterreinen. Er zijn veel voorzieningen als horeca, speelterreinen en bezoekerscentra. De gebieden zijn het startpunt van routes voor korte en lange wandelingen, fietstochten en ruitertochten. Er zijn volop picknickplaatsen en parkeergelegenheid. De poorten van de Veluwe zijn bosrijk en je vindt er dieren als de grote bonte specht, koolmees, merel en de eekhoorn' Zone B: matig intensief recreatief medegebruik 'In 'het visitekaartje van de Veluwe' vinden we de mooie, toegankelijke Veluwse natuur. Er liggen fiets-, ruiter-en wandelpaden die zijn verbonden met paden van zone A en de wat langere gemarkeerde routes zijn hier ook te vinden. Zone B vormt de overgang tussen zones A en C. De dichtheid van de paden is minder dan in zone A, waardoor er meer ruimte is voor de natuur.

Je vindt hier soorten die in Nederland nog op veel plaatsen voorkomen maar ook meer zeldzame soorten als de zwarte specht en de boomklever voelen zich hier thuis. Soms zie je het wilde zwijn of edelherten rondlopen.' Zone C Rustig gebied met extensief recreatief medegebruik 'Hier ervaar je, verder weg van parkeerplaatsen, dorpskernen en verblijfsrecreatie, de ‘stille, eindeloze Veluwe’. In deze gebieden ligt de nadruk op natuurbeleving en de rustige recreatie die daarbij past. Je kunt er wandelen, fietsen en paardrijden, maar er zijn minder paden, routes en bankjes dan in zone A en B. Er zijn aaneengesloten natuurgebieden waar je de natuur echt kunt beleven. Naast bos vind je hier ook uitgestrekte heidevelden en zandverstuivingen. De kwetsbare dieren die hier beschermd worden zijn de zwarte specht, wespendief, draaihals, boommarter en hazelworm.' Met onderhavig plan vinden uitsluitend ontwikkeling plaats binnen zone A. Met onderhavige ontwikkeling is het niet noodzakelijk om deze zone uit te breiden of te veranderen. Daar staat tegenover dat de huidige receptie, die nu in zone C is gelegen, wordt gesloopt en wordt samengevoegd in het nieuwe hoofdgebouw. De gebruiksfunctie van het restaurant pas uitstekend binnen dit gebied en versterkt de beleving van de omliggende natuur (zone B).

Gelet op het vorenstaande is het voornemen passend binnen het recreatiezoneringsplan voor de Veluwe. 3.2.4 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid De voorgenomen ontwikkeling is passend binnen het provinciaal beleid.

36/441

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Buitengebied Op 29 oktober 2019 heeft de gemeente Rheden de omgevingsvisie Buitengebied ter inzage gelegd. Deze omgevingsvisie is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving. Het bevat de strategische hoofdkeuzen van de gemeente Rheden voor de lange termijn. De visie heeft drie werkdoelen. Ten eerste gebruikt de gemeente, de visie om initiatieven om te beoordelen en te begeleiden. Daarnaast wordt het gebruikt om het gemeentelijk beleid te coördineren. Ten derde is het bedoeld inspiratie én kennisdocument. In de omgevingsvisie worden per deelgebied gebiedsplannen geformuleerd. De voorliggende locatie is gelegen in het deelgebied ‘Velp tot Rheden’(afbeelding 3.5)

Afbeelding 3.5 Uitsneden visiekaart (bron: omgevingsvisie buitengebied) Toetsing aan de omgevingsvisie Uit afbeelding 3.4 blijkt dat het projectgebied is aangewezen als Recreatief knooppunt. en dat de naastgelegen Beekhuizenseweg, wordt afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. Hieronder wordt per thema de visie over deze twee onderdelen beschreven en vervolgens getoetst. Thema Toerisme en recreatie De gemeente ziet goede mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van de toeristisch-recreatieve sector. In deze omgevingsvisie zetten wordt ingezet op een gecoördineerde aanpak om die ontwikkeling ook daadwerkelijk mogelijk te maken. De gemeente wil aan verblijfsrecreatie zoals campings, recreatiewoningen, B&B’s en nieuwe vormen van toeristisch overnachten extra mogelijkheden bieden. Binnen de daarvoor bestemde verblijfsrecreatieterreinen wordt ontwikkelingsruimte geboden aan ondernemers om in te kunnen spelen op trends en ontwikkelingen en daarmee de aantrekkelijkheid van de gemeente voor toeristische overnachtingen te behouden. Deze ontwikkelingsruimte kan een bepaalde flexibiliteit inhouden voor verschillende vormen van

37/441

overnachtingsmogelijkheden, van bijbehorende voorzieningen en de inzet van een bepaald bouwvolume. Bij dergelijke ontwikkelingen wordt verwacht van ondernemers dat zij aangeven hoe zij met hun initiatieven bijdragen aan de gebiedsdoelen. Beleid Van toerwegen naar toegangswegen De kleine wegen op de Veluwe hoeven geen toerwegen te zijn. Het is in principe vol doende als je met de auto, bus en motor de Veluwe op kunt tot aan een parkeerplaats. De discussie over het veranderen van de autoinfrastructuur in dit gebied loopt al vele jaren. De parkeerplaatsen worden toegangen met voorzieningen. De afsluiting van de Beekhuizenseweg voor doorgaand verkeer wordt gefaseerd. Toetsing Onderhavige locatie betreft een bestaand verblijfsrecreatieterrein. Binnen dit terrein wordt over een oppervlakte van 2,5 ha ruimte geboden voor 56 verhuuraccommodaties. In opdracht van de gemeente Rheden is onderzocht hoe vitaal het verblijfsrecreatieterrein is, zie bijlage 4. Hieruit blijkt dat met de huidige invulling van het terrein het verblijfsrecreatieterrein veel perspectief heeft met een hoge kwaliteit. 'Het perspectief beoordelen wij als zeer positief. De verhuuraccommodaties worden vrijwel uitsluitend gebruikt door toeristische gasten en voor kortdurende verhuur.

In de afgelopen jaren zag het bedrijf de financiële resultaten sterk stijgen en ook voor de toekomst wordt een stijging van de resultaten verwacht. De bezettingsgraden zijn goed en ook hier is de verwachting dat deze gaan stijgen. Er wordt veel geïnvesteerd in het park, zoals onlangs de realisatie van de forest cabins' 'Het terrein is heuvelachtig en het ligt midden in de bossen van Velp. Daarmee is de ligging zeer aantrekkelijk voor een bezoeker. Het onderhoud van de accommodaties en het terrein is zeer goed op orde en het park heeft een avontuurlijke en eigentijdse uitstraling.' In het rapport (bijlage 4) is tevens een advies geformuleerd. Hierin wordt het park als zeer vitaal beoordeeld, 'Een zeer eigentijds en goed onderhouden bedrijf, die zich duidelijk onderscheidt in de markt. De ligging in het bos is prachtig en er wordt veel rekening gehouden met de natuur'. Uit het vitaliteitsonderzoek, blijkt dat het park zeer vitaal is, en als een voorloper in de markt. Een park dat zeer eigentijds, die zich duidelijk onderscheidt in de markt. De ligging in het bos is prachtig en er wordt veel rekening gehouden met de natuur. Deze 'nieuwe' manier van kamperen sluit uitstekend aan bij de het Thema recreatie en toerisme uit de omgevingsvisie. Onderhavige locatie ligt, na de toekomstige afsluiting van de Beekhuizenseweg, op het eindpunt van deze weg.

Zoals beschreven wil de gemeente op deze locaties parkeerplaatsen met toegang tot voorzieningen realiseren. Het beoogde hoofdgebouw past uitstekend binnen dit plan. Door met de ontwikkeling ruimte te bieden voor een zelfstandige exploitatie kunnen de initiatiefnemers voorzien in deze voorzieningen. Bij het restaurant zijn er (invalide)toiletten en kan de locatie desgewenst als informatiepunt kan dienen.

38/441

Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling past binnen de omgevingsvisie. 3.3.2 Beleidsvisie Landelijk Gebied In het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' is de beleidsvisie voor het landelijk gebied van de gemeente Rheden opgenomen. Rheden heeft een multifunctioneel landelijk gebied met bijzondere kwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie, natuur en landschap. De kunst is om een juiste balans te vinden tussen behoud en versterking van de bestaande kwaliteiten enerzijds en het toestaan van een bepaalde dynamiek voor functies als wonen, werken en recreatie en toerisme anderzijds. In zijn algemeenheid is het beleid ten aanzien van het landelijk gebied van Rheden als volgt: bescherming en ontwikkeling van de landschappelijke, natuur en cultuurhistorische kwaliteiten; het bieden van continuïteit aan grondgebonden agrarische bedrijven; geen nieuwe bouwlocaties toevoegen aan het landelijk gebied; mogelijkheden scheppen voor extensieve (verblijfs)recreatie; ruimte bieden voor nieuwe economische dragers op landgoederen; flexibiliteit bieden op bestaande bouwkavels. Binnen de Gemeente Rheden zijn drie gebieden te onderscheiden met ieder specifieke eigenschappen in de ruimtelijke en functionele opbouw. Deze gebieden zijn de Veluwe, de overgangszone en de IJsselvallei.

Onderhavige locatie is gelegen in het gebied 'Veluwe' Veluwe 'De Veluwe wordt gekenmerkt door zijn geomorfologische verschijningsvorm: stuwwal. De erosiedalen en stuifzanden zorgen voor een grillig patroon van hoogteverschillen. Sprengkoppen op de flanken zorgen voor schoon water in de lager gelegen delen van de gemeente. Bossen en heide bepalen het beeld. In dit gebied is natuur de belangrijkste functie. Een groot deel valt onder het Nationaal Park Veluwezoom, daarnaast wordt het gerekend tot het Natura 2000 gebied Veluwe. Dit deelgebied omvat ook grondgebied van een aantal landgoederen. Bebouwing is beperkt aanwezig, vaak met een recreatieve functie. Recreatief medegebruik is overigens een van de belangrijkste nevenfuncties die het gebied kent.' Toetsing aan het beleidsvisie landelijk gebied De nieuwe functie en het permanent toestaan van de accommodaties past als is een recreatievorm die past binnen de beleidsvisie. Met de ontwikkeling worden bestaande, verspreid liggende, gebouw samengevoegd. Hierdoor heeft de bebouwing in totaliteit minder invloed op het landschap en wordt goed landschappelijk ingepast. De nieuwe economische drager (zelfstandige exploitatie restaurant) zorgt ervoor dat het park als economische eenheid kan blijven behouden en door deze economische impuls kan het park ecologisch worden versterkt.

Hiermee sluit het voornemen aan op de beleidsvisie landelijk gebied. 3.3.3 Biodiversiteitsplan 2022-2032 Het biodiversiteitsplan 2022-2032 van de gemeente Rheden focust op het herstellen, beschermen en versterken van biodiversiteit in de regio. Net als veel andere gebieden in Nederland, heeft Rheden te maken met een aanzienlijke achteruitgang van biodiversiteit door intensieve landbouw, verstedelijking en klimaatverandering. Kernpunten van het plan:

39/441

1. Herstel van biodiversiteit: Er wordt gestreefd naar herstel van landschapselementen zoals heggen en bloemrijke akkerranden die essentieel zijn voor verschillende dier- en plantensoorten. 2. Ondersteunen van lokale initiatieven: De gemeente werkt samen met lokale natuurorganisaties en agrariërs om initiatieven te ondersteunen die biodiversiteit bevorderen, zoals het aanleggen van bijenlinten en het herstellen van natuurlijke habitats. 3. Duurzame landbouw: De gemeente wil de agrarische sector betrekken bij de verduurzaming van landbouwpraktijken, met oog voor natuur en milieu. Dit omvat maatregelen als het verminderen van het gebruik van meststoffen en het herstellen van ecosystemen. 4. Versterken van ecologische verbindingen: Er wordt ingezet op het verbeteren van verbindingen tussen natuurgebieden, zodat dieren zich beter kunnen verplaatsen. 5. Bewustwording en educatie: Er wordt veel aandacht besteed aan het vergroten van bewustwording onder inwoners over het belang van biodiversiteit, bijvoorbeeld door voorlichting en educatieprogramma’s. Belangrijke acties binnen het plan zijn onder andere het herstellen van verdwenen landschapselementen, zoals heggen, die als leefgebied en voedselbron voor dieren dienen. Daarnaast richt het plan zich op duurzame landbouw, het verbeteren van het beheer van natuurgebieden en het stimuleren van groene daken en tuinen in dorpskernen.

Het plan streeft naar een duurzame balans tussen natuur, landbouw en bebouwde omgeving. Toetsing aan het biodiversiteitsplan 2022-2032 Het voorliggend initiatief maakt bij de nieuwe bebouwing ook een nectarkroeg en plaats daarbij een informatiebord. De nectarkroeg is onder andere voor de Veluwse vlinders (heivlinder). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan het biodiversiteitsplan en sluit het voornemen er op aan. Daarnaast wordt met het planvoornemen ook ecologische inrichtingsmaatregelen genomen om de ecologie ter plaatse te versterken (zie bijlage 15). 3.3.4 Economische visie Op 1 november 2022 is een nieuwe economische visie en uitvoeringsprogramma voor de gemeente Rheden vastgesteld. Met de nieuwe economische visie en uitvoeringsprogramma wil de gemeente bereiken dat de economische ontwikkeling in de gemeente Rheden zich positief ontwikkelt. Belangrijk hierbij is dat dit op een duurzame, circulaire en inclusieve manier gaat plaatsvinden. Economische bloei in de gemeente Rheden gaat over kansen benutten door samen te werken, op basis van een gezamenlijke economische visie met 3 leidende principes: 1. Unieke kwaliteiten van de gemeente Rheden optimaal benutten Gemeente Rheden heeft heel veel te bieden. De gemeente streeft naar een duurzame economische bloei die bijdraagt aan versterking van het unieke karakter van de gemeente. 2.

Duurzaam economisch ondernemerschap de ruimte geven Economische bloei is nodig om de maatschappij in de gemeente Rheden vitaal te houden en het voorzieningenniveau in stand te houden. Het zijn de ondernemers die de kansen zien om onderbenutte kwaliteiten van de gemeente in te zetten voor versterking van de kwaliteit van de gemeente. 3. Samenwerken vanuit lokale betrokkenheid en begrip voor elkaar We realiseren de economische visie door goed met elkaar samen te werken. Ondernemers, onderwijsinstellingen, (vrijwilligers)organisaties, inwoners en de gemeente kunnen soms verschillende invalshoeken hebben, maar delen

40/441

altijd hun grote betrokkenheid bij de gemeente Rheden. Deze 3 leidende principes zijn worden vertaald naar 7 inhoudelijke thema's. Voor elk thema zijn verschillende doelen geformuleerd: 1. Duurzame economische ontwikkeling: 2. Schone werkgelegenheid en innovatie 3. Ondernemerschap stimuleren 4. Strategische samenwerking versterken 5. Kansen toerisme en recreatie verzilveren 6. Verstevigen van de winkelgebieden 7. Inclusievere samenleving Toetsing aan de economische visie en uitvoeringsprogramma Binnen het thema 'Kansen toerisme en recreatie verzilveren' streeft de gemeente naar een sterke branding van het aanbod en de kwaliteiten van de gemeente Rheden. Daarnaast wil de gemeente kansen verzilveren voor meer werkgelegenheid op het gebied van recreatie en toerisme, in aansluiting op de beroepsbevolking en in evenwicht met de (groene) leefomgeving. Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan deze doelen. Zoals blijkt uit het vitaliteitsonderzoek van de gemeente wordt het park zeer vitaal beoordeeld. Door de tijdelijke vergunning om te zetten aan een permanente vergunning worden de kwaliteiten, 'Een zeer eigentijds en goed onderhouden bedrijf, die zich duidelijk onderscheidt in de markt. De ligging in het bos is prachtig en er wordt veel rekening gehouden met de natuur', verzilverd.

Het park heeft een verduurzamingsambitie (zie hiervoor bijlage 1) die past bij het Thema Duurzame economische ontwikkeling. De gemeente Rheden zet in op een duurzame economische ontwikkeling, die zich kenmerkt door duurzame relaties die terugkomen in de fysieke leefomgeving, de energievoorziening, het grondstoffenverbruik en het voedselsysteem. Met de beoogde nieuwbouw, zie paragraaf 2.3.3, kan het park op diverse onderdelen verduurzamen. Na realisatie van de nieuwbouw is het niet meer nodig om te verwarmen met pelletkachels of op gas te koken. Het toestaan van gasten buiten het park en een permanente vergunning voor de verblijfsaccommodatie draagt bij aan de toekomstbestendigheid van het park, één van de opgave zoals beschreven in de visie. Hiermee sluit het voornemen aan op de economische visie en het uitvoeringsprogramma van de gemeente Rheden.

41/441

3.3.5 Recreatie & toerisme De visie op recreatie en toerisme van de gemeente Rheden (2024) richt zich op het vinden van een balans tussen natuurbehoud en toeristische activiteiten. Het belangrijkste doel is het spreiden van bezoekersstromen, vooral rondom de drukbezochte Posbank, om de druk op de natuur te verminderen. Daarnaast wil de gemeente de dorpen en bijzondere locaties, zoals de IJssel, aantrekkelijker maken voor toeristen door het aanbod van activiteiten te verrijken.Met de verwachte groei van de woningbouw in regio's zoals Arnhem en Nijmegen, wordt ook een toename van bezoekers verwacht. Om deze druk op te vangen, streeft de gemeente naar een betere bereikbaarheid van natuurgebieden via openbaar vervoer en (huur)fietsen. Bovendien wil Rheden meer verblijfstoeristen aantrekken, waarvoor kleinschalige accommodaties in de dorpen worden gestimuleerd. Deze toeristen dragen bij aan het lokale economische leven door langere verblijven, wat gunstig is voor winkels en restaurants.Andere speerpunten zijn onder andere het versterken van promotie en informatievoorziening en het verspreiden van bezoekers in tijd en ruimte om de natuurlijke leefomgeving te ontlasten.

Bij de ambitie van de visie horen de volgende strategische uitgangspunten: Recreatie en toerisme draagt bij aan het behouden en versterken van de natuur, maar ook aan een gezonde lokale economie met voldoende werkgelegenheid op verschillende niveaus én ruimte voor ondernemers. Ondernemers mogen meeprofiteren. Samen verzilveren we de kansen voor recreatie en toerisme. Er is ruimte voor toeristische en recreatieve ontwikkelingen met name in de kernen en het agrarische gebied. De gemeente Rheden accepteert de organische (zie uitleg in visie) groei van het aantal inwoners en bezoekers, maar zet niet actief in op extra groei van het aantal bezoekers. Daarbij is het opvangen van de natuurlijke groei van het aantal inwoners en bezoekers door onder andere de woningbouwopgave nadrukkelijk een regionale opgave. Wij vinden het belangrijk dat de hele regio de groei op gaat vangen door voldoende recreatieve voorzieningen ‘dichtbij huis’ aan te bieden, zodat de druk op onze goedbezochte natuurgebieden en openbare ruimte niet nog hoger wordt. Daar zullen we ons hard voor maken in regionale lobby en samenwerkingen. De toeristisch-recreatieve potentie van de gehele gemeente moet worden benut en de gemeente moet in zijn geheel profiteren van de positieve effecten van recreatie en toerisme terwijl de negatieve effecten tot een minimum worden beperkt.

De balans tussen aantal bezoekers en draagkracht van de natuur- en leefomgeving en leefbaarheid beperkt zich tot incidenteel een piek en wordt teruggedrongen op de plekken waar de balans nu negatief is. Alle inwoners vinden passend openbaar toegankelijk recreatieaanbod in de gemeente Rheden. Zowel inwoners als ondernemers zijn zich bewust van de voordelen die bezoekers met zich meebrengen. We stimuleren duurzaam reizen zowel naar de (natuur)gebieden toe als in de (natuur)gebieden zelf en perken gemotoriseerd verkeer op de Veluwezoom in. We hechten waarde aan ondernemers die serieus bezig zijn met duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen (denk aan drinkwaterbesparing,CO2-reductie, consuminderen en afname lokale producten). We staan positief tegenover initiatieven met aantoonbaar aandacht voor het milieu, de natuuren leefomgeving. Daggasten dragen financieel bij aan onderhoud en beheer van de recreatieve infrastructuur. Toetsing aan Recreatie en Toerisme Met het voorliggend initiatief wordt het aantal toegestane verblijfsaccommodaties op het terrein verminderd.

42/441

De initiatiefnemer richt zich op een uniek markt van mensen die graag verblijven in de natuur en heeft dan ook accommodaties die met zorg in het landschap en natuur zijn geplaatst. Met de gewenste ontwikkeling wordt zekerheid geboden aan de initiatiefnemer waardoor geinvesteerd kan worden in het maken van een toekomstbestendig recreatiepark. Zodat invulling gegeven kan worden aan het ambitieplan (zie ook bijlage 1) om het park te verduurzamen. Gelet hierop sluit de voorgenomen ontwikkeling aan op het gemeentelijk beleid.

43/441

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

In een ruimtelijke onderbouwing moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke motivering vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. Bij het beoordelen van milieu- en omgevingsaspecten wordt ingegaan op de volgende thema's: verkeer en parkeren, milieuzonering, geluid, ecologie, water, bodem, archeologie & cultuurhistorie, luchtkwaliteit, externe veiligheid, kabels, leidingen en zoneringen en de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In het kader van de ontwikkeling vindt daarnaast een Melding Activiteitenbesluit bij de gemeente plaats vanwege de veranderingen bij het bedrijf.

4.1

Verkeer en parkeren

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling, zie ook paragraaf 2.3, wordt het aspect bereikbaarheid, verkeer en parkeren nader toegelicht. 4.1.1 Bereikbaarheid Voor voetgangers is het projectgebied goed ontsloten door een uitgebreid wandelnetwerk. Deze routes worden veel gebruikt door wandelaars en hardlopers vanuit de dorpen. Door het uitgebreide, vaak gescheiden, fietsnetwerk is het projectgebied eveneens goed tot zeer goed bereikbaar met de fiets. Met de auto is het projectgebied te bereiken vanuit Velp, Rozendaal en van oudsher via de Posbank. De Beekhuizenseweg is afgesloten in weekende en in de zomerperiode. Als in de toekomst, zie paragraaf 3.3.1, het autoverkeer over de Posbank in het weekend en de zomerperiode afgesloten wordt, zal het projectgebied enkel vanuit Velp bereikbaar zijn. 4.1.2 Verkeersgeneratie Om te bepalen of de beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename dient de verkeersgeneratie in de beoogde situatie te worden vergeleken met de referentiesituatie. Voor de referentiesituatie kan voor de camping echter worden uitgegaan van de situatie gedurende de tijdelijke vergunning of de daarvoor geldende invulling van het plangebied. Beide situaties zijn voor het totaal beeld doorgerekend. Planologische situatie In de planologische situatie is een camping met toiletgebouwen toegestaan, waarbij per toiletgebouw 50 standplaatsen voor tenten geldt.

Planologisch gezien is er verder geen begrenzing opgelegd op het maximale aantal standplaatsen, waarmee uitgaande van de aanwezigheid van 3 toiletgebouwen 150 standplaatsen waren toegestaan. In de referentiesituatie in 2000 bestond de feitelijke invulling van de camping echter uit 3 toiletgebouwen, 70 standplaatsen voor tenten en 3 trekkershutten, waarbij de camping 274 dagen per jaar geopend was. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie behorende bij de bezoekers is aangesloten bij de uitgangspunten uit het 'Stikstofdepositieonderzoek Camping Buitenplaats Beekhuizen' van Royal Haskoning DHV uit mei 2020. In de onderstaande tabel zijn het aantal verkeersbewegingen op jaarbasis voor de bezoekers in de

44/441

referentiesituatie weergegeven. Tabel 2 Verkeersgeneratie bezoekers camping in de referentiesituatie

Naast de verkeersgeneratie van de bezoekers dient ook rekening te worden gehouden met de verkeersgeneratie behorende bij het personeel. Hiervoor wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit het onderzoek van RHDHV, waarin is opgenomen dat in de referentiesituatie er geen personeel aanwezig was, anders dan de beheerder van het terrein. De verkeersgeneratie van het personeel is dan ook beperkt tot het woon-werkverkeer van de beheerder, wat neerkomt op 2 voertuigbewegingen per dag. In de referentiesituatie was de camping 274 dagen per jaar geopend, wat leidt tot (2 x 274 =) 548 verkeersbewegingen per jaar ten behoeve van het personeel. In de onderstaande tabel is de totale verkeersgeneratie van de camping in de oude situatie weergegeven. Tabel 3 Totaal verkeersgeneratie referentiesituatie

Vergunde situatie In de (tijdelijke) vergunning zijn 56 accommodaties toegestaan verdeeld over meerdere typen accommodaties. Ten opzichte van de referentiesituatie wordt in de vergunde situatie uitgegaan dat de accommodaties gedurende het gehele jaar beschikbaar zijn, met uitzondering van de zomertenten. Net als voor de referentiesituatie wordt voor het berekenen van het aantal verkeersbewegingen voor de bezoekers aangesloten bij de uitgangspunten uit het 'Stikstofdepositieonderzoek Camping Buitenplaats Beekhuizen' van Royal Haskoning DHV uit mei 2020. Tabel 4 Verkeersgeneratie bezoekers camping in de tijdelijk vergunde situatie

In tegenstelling tot de referentie situatie is het personeel in de tijdelijk vergunde situatie niet beperkt tot de beheerder van het terrein. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van het personeel is gebruik gemaakt van

45/441

bedrijfsinformatie. De omvang van het woon-werkverkeer verschilt op basis van de openingsdagen van het restaurant. Gedurende de 295 dagen per jaar dat het restaurant geopend is bestaat het woon-werkverkeer uit gemiddeld 6 auto's per dag, wat neerkomt op 12 verkeersbewegingen per dag. Voor de overige 70 dagen van het jaar dat het restaurant niet geopend is bedraagt het woon-werkverkeer van het personeel slechts gemiddeld 3 auto's per dag, wat neerkomt op 6 verkeersbewegingen per dag. Hiermee bedraagt de verkeersgeneratie van het personeel in totaal ((12 x 295) + (6 x 70)=) 3.960 verkeersbewegingen per jaar. Per etmaal komt dit neer op een verkeersgeneratie van (3.960 / 365 =) 10,8 verkeersbewegingen. Alhoewel het restaurant van de camping in de tijdelijk vergunde situatie al aanwezig is, wordt er geen rekening gehouden met bezoekersverkeer voor het restaurant. De reden hiervoor is dat het restaurant in de tijdelijk vergunde situatie enkel is ingericht voor de gasten van de camping en daarmee geen eigen bezoekers trekt. In de onderstaande tabel is de totale verkeersgeneratie van de camping in de tijdelijk vergunde situatie weergegeven. Tabel 5 Totaal verkeersgeneratie tijdelijk vergunde situatie

Beoogde situatie In de beoogde situatie wordt rekening gehouden met het toestaan van 50 recreatieve verblijfsaccommodaties. In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van de bezoekers van de verblijfsaccommodaties berekend aan de hand van de uitgangspunten van RHDHV. Tabel 6 Verkeersgeneratie bezoekers camping in de beoogde situatie

Ten opzichte van de tijdelijk vergunde situatie vindt er geen wijziging plaats betreffende het personeel. Net als voor de tijdelijk vergunde situatie wordt er dan ook rekening gehouden met een verkeersgeneratie van ((12 x 295) + (6 x 70)=) 3.960 verkeersbewegingen per jaar. Naast de verblijfsaccommodaties wordt in de beoogde situatie het gebruik van de restaurantfunctie op de camping gelegaliseerd en uit gebreid omdat in de huidige situatie het restaurant enkel bestemd is voor gebruik door de bezoekers van de camping. In de beoogde situatie is het restaurant ook toegankelijk voor gebruik door externe gasten, wat leidt tot een toename in de verkeersgeneratie van het restaurant. De omvang van de beoogde verkeerstoename is uitgewerkt in de 'Mobiliteitsnotitie Buitenplaats Beekhuizen' door Kwirkey uit oktober 2024. Hierin is uitgewerkt dat in de beoogde situatie de externe gasten zorgen voor een

46/441

verkeerstoename van gemiddeld 6 voertuigbewegingen per dag. Het restaurant is 295 dagen per jaar geopend, wat leidt tot (6 x 295 =) 1.770 verkeersbewegingen per jaar voor het restaurant. In de onderstaande tabel is de totale verkeersgeneratie van de camping in de beoogde situatie weergegeven. Tabel 7 Totaal verkeersgeneratie beoogde situatie

Conclusie In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van buitenplaats Beekhuizen per situatie weergegeven. Tabel 8 Overzicht verkeersgeneratie per situatie

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat het aantal verkeersbewegingen in de beoogde situatie op jaarbasis toeneemt zowel ten opzichte van de referentiesituatie als ten opzichte van de tijdelijke vergunde situatie. Kijkend naar het aantal verkeersbewegingen op etmaalbasis blijkt echter dat de beoogde verkeerstoename beperkt is tot 6 mvt/etmaal ten opzichte van de referentiesituatie en 2 mvt/etmaal ten opzichte van de tijdelijk vergunde situatie. Het plangebied is gelegen aan de Beekhuizenseweg. De Beekhuizenseweg is ingericht als een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom, met een rijbaanbreedte van circa 5,0 meter. Op basis van het 'CROW Handboek Wegontwerp 2013' wordt voor een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een rijbaanbreedte van 5 meter aangehouden dat een verkeersintensiteit van 1.150 à 1.400 mvt/etmaal probleemloos vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Ten opzichte van de capaciteit van de Beekhuizenseweg is de beoogde verkeerstoename van 2 tot 6 mvt/etmaal dermate kleinschalig dat wordt geconcludeerd dat het effect op het omliggende wegennet verwaarloosbaar is. 4.1.3 Parkeerbalans Recreatiepark Voor het bepalen van de parkeerbehoefte in de beoogde situatie is in eerste instantie aangesloten bij de 'Nota Parkeernormen Rheden 2015'. Binnen de gemeentelijke parkeernormen is echter geen parkeernorm opgenomen voor een camping.

Conform het gemeentelijke parkeernormenbeleid dient in het geval dat een functie niet is opgenomen binnen het gemeentelijk beleid, gebruik te worden gemaakt van de parkeerkencijfers uit de meest recente CROW-publicatie, zijnde CROW-744. Voor campings hanteert het CROW een parkeerkencijfer van 1,1 parkeerplaatsen per standplaats, wat voor de accommodaties leidt tot een parkeerbehoefte van (50 x 1,1 =) 55 parkeerplaatsen. Binnen het park zijn 55 parkeerplaatsen beschikbaar, waarmee de beoogde parkeerbehoefte van de camping volledig op eigen terrein wordt opgevangen. Hiermee wordt aangesloten op het parkeerbeleid van de gemeente Rheden en wordt de parkeerbehoefte op eigen terrein opgevangen. Restaurant

47/441

Om te kunnen vaststellen of voldoende parkeercapaciteit beschikbaar is voor het onderdeel horeca, zijn in de mobiliteitsnotitie berekeningen uitgevoerd voor zowel de huidige situatie en de beoogde situatie. Daarnaast zijn het aantal beschikbare parkeerplaatsen in de omgeving inbeeld gebracht. De theoretische parkeervraag (art. 2.1.1) en de aanwezigheidspercentages (art. 2.2.1) van functies zijn bepaald op basis van de vigerende parkeernorm van de gemeente Rheden (Nota Parkeernormen Rheden 2015, vastgesteld op 18 mei 2015). In onderstaande tabellen is de theoretische parkeervraag berekend voor zowel de huidige als de toekomstige situatie. * Op basis van metingen is gebleken dat het percentage bezoekers in het restaurant dat tevens gast is van of Buitenplaats Beekhuizen of van Boutique Hotel Beekhuizen 54% is. Deze gasten roepen daarmee geen extra parkeervraag op daar deze al parkeren bij de accommodatie. Dit percentage is als reductie op de parkeervraag toegepast. Tabel 1: Parkeerbalans huidige situatie (bron: mobiliteitsnotitie, bijlage 6)

Tabel 9: Parkeerbalans beoogde situatie (bron: mobiliteitsnotitie, bijlage 6). Uit de berekening blijkt dat de theoretische parkeervraag in de beoogde situatie met 5,4 auto's, op het maatgevend moment van de week, toeneemt. De werkelijke toename zal lager liggen door de hoeveelheid gasten die als wandelaar of als fietser de locatie

48/441

bezoeken. Daarnaast is sprake van combinatiebezoek van recreatieve bezoekers van de omgeving en bezoekers van scouting, tennis en de hockey die tevens een bezoek aan het restaurant brengen. In alle gevallen is voldoende parkeercapaciteit aanwezig op Parkeerterrein Beekhuizen om deze vraag op te vangen op het maatgevend moment. Daarnaast is de parkeercapaciteit van Tennisvereniging Beekhuizen ook beschikbaar als overloop.

4.2

Milieuzonering

VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In de VNG-brochure wordt onderscheid gemaakt tussen een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Voor een rustige woonwijk wordt een strenger toetsingsregime gehanteerd. Een rustige woonwijk is een gedefinieerd als een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Hier komen naast wijkgebonden functies, geen ander functies, zoals bedrijven en voorzieningen voor. Ook is er weinig verstoring door verkeer. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen hier ook andere functies, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven voor. Geplande ontwikkeling De aanvraag betreft het exploiteren van een restaurant, het permanent toestaan van accommodaties en de realisatie van een facilitair hoofdgebouw en drie bijgebouwen.

Op basis van het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3) is binnen het projectgebied 'kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)' toegestaan. Deze bedrijfsactiviteiten vallen op basis van de VNG-brochure onder milieucategorie 3.1. Hierbij geldt als grootste richtafstand 50 meter voor geluid. Het zelfstandige exploiteren van een restaurant vergroot deze afstand niet. Een zelfstandig restaurant val namelijk binnen milieucategorie 1 met een grootste richtafstand van 10 meter. Rondom het projectgebied bevinden zich verschillende recreatieve (bedrijfs)functies. De omliggende bedrijfsfuncties zijn geen gevoelige functies en de voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. In de directe omgeving zijn geen woningen aanwezig. De dichtstbijzijnde woning liggen, in zuidelijke richting, op minimaal 600 meter. Daarmee wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Conclusie Gelet op het bovenstaande wordt gesteld dat het aspect 'milieuzonering' geen belemmering vormt voor de in deze ruimtelijke motivering besloten ontwikkeling en dat bij de omliggende gevoelige functies sprake is van een (blijvend) goed woon- en leefklimaat.

49/441

4.3

Geluid

Algemeen Veel ruimtelijke plannen hebben te maken met geluid; als ontvanger van geluid of als veroorzaker van geluid. Het aspect geluid wordt geregeld in diverse wet- en regelgeving. De belangrijkste wet- en regelgeving omtrent het aspect geluid betreffen: Wet geluidhinder Wet milieubeheer Activiteitenbesluit Wet ruimtelijke ordening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het begrip 'geluidgevoelige objecten' is in de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer bepaalt. De Wet geluidhinder maakt onderscheid in de volgende drie categorieën: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen: onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven (Besluit geluidhinder artikel 1.2); geluidsgevoelige terreinen: woonwagenstandplaats en ligplaatsen voor woonschepen (Besluit geluidhinder artikel 1.2). In de Wet milieubeheer wordt dit onderscheid niet gemaakt, maar deze wet gaat wel uit van dezelfde objecten. Als middels een plan een geluidbron of een geluidgevoelig object wordt mogelijk gemaakt, of een uitbreiding van een geluidbron of een geluidgevoelig object plaatsvindt, dan is een toetsing in het kader van geluid nodig. Voor voorliggend plan is een toets aan de Wet geluidhinder en de Wet ruimtelijke ordening doorlopen.

Wet geluidhinder In de Wgh zijn regelingen opgenomen ten behoeve van geluid in de omgeving afkomstig van de drie geluidbronnen wegen (met uitzondering van rijkswegen), spoorwegen (met uitzondering van hoofdspoorwegen) en industrielawaai. Deze geluidbronnen hebben een geluidzone. Bij plannen waarbij binnen deze geluidzones een geluidgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, of een uitbreiding plaatsvindt van een geluidgevoelig object dient de geluidbelasting op dit object te worden getoetst. Onderzoek De beoogde ontwikkeling bestaat uit het exploiteren van een restaurant, het permanent toestaan van accommodaties en de realisatie van een facilitair hoofdgebouw en bijgebouwen. Deze functies worden niet gezien als geluidgevoelig object op basis van de Wgh. Akoestisch onderzoek op basis van de Wgh is niet noodzakelijk. Daarnaast grenst het projectgebied aan de Beekhuizenseweg. Conclusie In paragraaf 4.2 (Milieuzonering) is nader ingegaan op de (akoestische) invloed van het de activiteiten op omliggende geluidsgevoelige objecten. Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor het plan.

50/441

4.4

Ecologie

4.4.1 Algemeen Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Gezien de liggen, midden in de Veluwe, een Natura 2000-gebied, is voor de aanvragen van de omgevingsvergunning een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 9. Ecogroen heeft een quickscan natuurtoets uitgevoerd om na te gaan welke gevolgen op beschermde natuurwaarden kunnen optreden door het toestaan van de ontvangst van externe gasten in het restaurant. En voor het slopen van het huidige restaurant, receptie, linnenhok en groepstent, en de bouw van nieuw(e) hoofdgebouw, housekeepinggebouw, fietsenstalling en mini-sauna. 4.4.2 Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd.

Het projectgebied ligt binnen Natura 2000-gebied Veluwe en op ongeveer 2,5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied Rijntakken. Voor de beoogde ontwikkeling is door Ecogroen een Passende Beoordeling opgesteld waarin de gevolgen voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden in kaart gebracht zijn en beoordeeld. De Passende Beoordeling is opgenomen in Bijlage 7. Negatieve gevolgen op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Rijntakken en verder weggelegen Natura 2000-gebieden zijn, met uitzondering van gevolgen door stikstofdepositie, uitgesloten vanwege de aard en omvang van het project en de afstand tot het projectgebied. In de Passende Beoordeling van Ecogroen is daarom voornamelijk gekeken naar de Veluwe. Uit de effectbeoordeling volgt dat – na toepassing van het instrument intern salderen – geen sprake is van (significant) negatieve gevolgen door oppervlakteverlies, verstoring, hydrologische effecten of een netto toename van stikstofdepositie. Overige effecten zijn op voorhand uitgesloten en daarmee niet aan de orde. Het initiatief draagt – in vergelijking met de referentiesituatie – bij aan een verbetering van de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van kwalificerende soorten. Omdat intern salderen is toegepast, is voor het project een natuurvergunning op grond van de Wnb aangevraagd.

Er is door de provincie verklaard op 10 november 2025 dat de ontwerpbesluit tot verlening van de vergunning naar verwachting in januari 2026 wordt gepubliceerd. Het project is daarmee uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming Gelders Natuur Netwerk (GNN)

51/441

Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is de provinciale uitwerking van Natuurnetwerk Nederland wat de kern van het Nederlandse natuurbeleid is. Het GNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Rondom het GNN ligt de Groene ontwikkelingszone (GO). GO is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Uit de Omgevingsverordening Gelderland (zie paragraaf 3.2.2) blijkt dat het projectgebied is aangewezen als een Groene Ontwikkelingszone (GO) en is omringd door het Gelders Natuurnetwerk. Uit paragraaf 3.2.2 en Bijlage 8 blijkt dat aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden - gevat in de kernkwaliteiten en de ontwikkelingsdoelen van het GNN - voorhand worden uitgesloten. Door de voorgenomen ontwikkelingen zijn er geen negatieve gevolgen voor het oppervlakte van het GNN en geen effecten op de kernkwaliteiten, ontwikkelingsdoelen en samenhang van zowel de GO als het GNN. Voor de GO is het echter wel noodzakelijk om een versterkingsplan op te stellen. Dit versterkingsplan is opgenomen in Bijlage 8.

De getroffen en de nog te treffen natuurmaatregelen leveren samen 2.110 versterkingspunten op. Dit is ruim meer dan de versterkingsopgave. Hiermee is aangetoond dat de aanwezige kernkwaliteiten per saldo en naar rato van de ingreep in ruime mate worden versterkt en de samenhang van de GO niet verloren gaat. De nog te nemen natuurmaatregelen worden conform de eisen en adviezen uit het activiteitenplan en advies over ecologische inrichtingsmaatregelen uitgevoerd.

4.4.3 Soortenbescherming Wat betreft de soortenbescherming is de Wet natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden gevraagd. Ter plaatse van het projectgebied is daarom een quickscan uitgevoerd. In bijlage 9 is het gehele onderzoek opgenomen. Flora Uit het onderzoek blijkt dat geen beschermde plantensoorten worden verwacht in het projectgebied. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is niet aan de orde. Zoogdieren Uit het onderzoek blijkt dat in de omgeving van het projectgebied verschillende soorten zoogdieren aanwezig zijn. Uit de resultaten blijkt dat als gevolg van de geplande werkzaamheden en het gebruik geen verblijfplaatsen verloren gaan. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebied zijn eveneens niet aan de orde. Voor beschermende zoogdieren zijn geen nadere vervolgstappen noodzakelijk. Vogels In en om het projectgebied komen verschillen vogelsoorten voor. Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee

52/441

categorieën met een verschillende beschermingsregime. Van veel broedvogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat de nestlocaties inclusief de functionele leefomgeving jaarrond beschermd zijn. Jaarrond beschermde vogels Bij de voorgenomen werkzaamheden verdwijnen geen nestlocaties of onmisbaar foerageergebieden van huismus of andere jaarrond beschermde nesten. Vervolgstappen voor deze soort is niet aan de orde. Vogels zonder jaarronde beschermde nesten Door de ligging in een bosrijke omgeving biedt het projectgebied geschikt broedbiotoop voor diverse algemene vogelsoorten die alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is het advies om zo veel mogelijk binnen de periode 1 november en 15 februari op te starten en uit te voeren. Amfibieën Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens wordt voortplanting en overwintering van in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën uitgesloten. Vervolgstappen zijn voor deze amfibieën niet aan de orde. Reptielen In het projectgebied is geschikt leefgebied voor hazelworm aanwezig in de vorm van bosranden, takkenhopen en rommelhoekjes, zoals de opslag achter het huidige linnenhok.

Omdat er alleen sprake is van verlies van suboptimaal leefgebied van hazelworm en in 2022 meerdere waarnemingen van hazelworm zijn gedaan – en daardoor duidelijk is dat de soort voorkomt op het campingterrein – wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming bij de provincie Gelderland is noodzakelijk voor hazelworm. Het ontwerpbesluit heeft op 12 juni 2024 voor zes weken ter inzage gelegen. Voor de overige beschermde reptielen worden negatieve effecten uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen voor is niet aan de orde. Overige soorten Bij de geplande ontwikkelingen worden geen boswilgen of sleedoorns verwijderd. Potentiële over-winteringsplekken van grote vos blijven ongemoeid. Er verdwijnt derhalve geen leefgebied van sleedoornpage, grote weerschijnvlinder en grote vos. De aanwezigheid van vliegend hert in het projectgebied wordt op basis van de habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. Ook zijn voor ongewervelden geen vervolgstappen aan de orde.

53/441

4.4.4 Conclusie Uit de Passende Beoordeling en GNN- en GO-toets van Ecogroen blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen significant negatief effect heeft op beschermde natuurgebieden ten opzichte van de referentiesituatie. De provincie heeft verklaart dat de wnb-vergunning naar verwachting in januari 2026 wordt gepubliceerd. De natuurmaatregelen uit het versterkingsplan worden conform de eisen en adviezen uit het activiteitenplan en advies over ecologische inrichtingsmaatregelen uitgevoerd. Hiermee is het project uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit het onderzoek blijkt dat voor de Hazelworm een ontheffing Wet natuurbescherming bij de provincie Gelderland noodzakelijk is. Aan het verkrijgen van een ontheffing worden voorwaarden gesteld aan de periode van uitvoering (buiten kwetsbare perioden), wijze van uitvoering (vooraf soorten verdrijven uit hun verblijfplaats of leefgebied), en daarnaast is het (tijdelijk) aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen nodig.

4.5

Water

Waterbeheer en watertoets De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het projectgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vallei en Veluwe, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld. Europa: Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal: Nationaal Waterplan (NW) Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) Waterwet Provinciaal Provinciaal Waterplan Europees- en rijksbeleid Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is op 18 maart 2022 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2022-2027, met een vooruitblik richting 2050.

Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen.

54/441

In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 wordt allereerst de nationale belangen opgesomd: waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Provinciaal beleid - Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3 /jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie.

Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Beleid waterschap Rijn en IJssel Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. In de Keur geeft het waterschap regels ten aanzien van waterkeringen en oppervlaktewateren. In de Legger geeft het waterschap de gewenste staat van de watergangen en waterkeringen aan. Onderhavig deel van de gemeente is gelegen binnen het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerplan 2016-2021 geeft het waterschap haar doelen aan. Dit komt voort uit de Watervisie 2030 (2013). Voor het plan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor

55/441

waterbeheer op elkaar worden afgestemd. Aan de hand van de Handreiking Watertoets is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Hierbij wordt opgemerkt dat het in dit geval om een beperkte ontwikkeling betreft. Watertoets Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Geplande ontwikkeling Het projectgebied ligt in het beheersgebied van Waterschap Rijn en IIssel. Er worden waterschapsbelangen geraakt. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap (Aanvraagnummer: 00009678). Vanuit het waterschap is nog geen reactie ontvangen daarom is als bijlage de uitgevoerde vergunningcheck opgenomen, bijlage 10. Uit de watertoets blijkt dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Het Waterschap Rijn en IJssel geeft in de 'Handreiking Watertoets' de inhoudelijke thema's voor de watertoets.

Deze vormen de basis voor de planbeoordeling door het waterschap en het daaruit voortvloeiende wateradvies. In onderstaande watertoetstabel zijn de voor plan van belang zijnde waterhuishoudkundige thema's opgenomen. Thema Veiligheid

Toetsvraag Relevantie 1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een Nee waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed Nee van een rivier? Riolering en 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1m3/uur? Nee Afvalwaterketen 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het Nee waterschap? Nee

Intensiteit# 2

Wateroverlast 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer (oppervlaktewate dan 2.500m2? r) 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

56/441

2 2 1 1

Oppervlaktewate rkwaliteit Grondwateroverl ast

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op Nee oppervlaktewater geloosd? 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de Nee ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? Nee 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? Nee

4. Beoogt het plan aanleg van drainage? Grondwaterkwali 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een teit drinkwateronttrekking? Inrichting en 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in beheer eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? Volksgezondheid 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Natte natuur 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Verdroging Recreatie

Cultuurhistorie

1 1 1 1

Nee Ja

1 1

Nee

1

Nee Nee

2 1

Nee

1

Nee

2

Nee

2

Nee

1

ja

1

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? Nee 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied Nee aanwezig?

1 2

1

De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op bovenstaande vragen. Als er op een categorie 2 vraag een 'ja' is geantwoord is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Is er op geen van de categorie 2 vragen een 'ja' geantwoord dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. In dit geval geldt op grond van de tabel de verkorte watertoets. Op twee vragen na zijn alle vragen ontkennend beantwoord, het projectgebied ligt namelijk in een Natura 2000-gebied en een water intrekkingsgebied. Dit heeft verder geen gevolgen voor de uitkomst. Ook is nagegaan of de voorgenomen kelder negatieve invloed heeft op de (grond)waterstromen op het terrein en in de nabije omgeving. Daarvoor heeft een geohydrologisch onderzoek plaatsgevonden waaruit blijkt dat er geen sprake is van negatieve invloed op de (grond)waterstromen op het terrein. In bijlage 14 is het onderzoek bijgevoegd.

57/441

Er speelt geen waterschapsbelang bij dit plan In de beoogde situatie wijzigt het bebouwde en verharde oppervlak van de planlocatie wel, met het voornemen is straks sprake van minder verharding. Hemelwater werd en wordt geïnfiltreerd in de bodem. De bij dit project gebruikte materialen logen niet uit. Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect water.

4.6

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek Voor het projectgebied is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd, zie bijlage 11. Uit het historisch onderzoek blijkt dat de locatie in gebruik is geweest als bos, wat in de jaren '50 van de 20e eeuw een kampeerplaats is geworden. In 1993 is een historisch vooronderzoek uitgevoerd waarin geconcludeerd is dat er op het terrein zich nooit activiteiten hebben voorgedaan die als bodembedreigend beschouwd moeten worden. Ook uit het locatieonderzoek blijkt dat op de locatie geen bodembedreigende activiteiten/situaties aanwezig zijn.

Uit het vooronderzoek blijkt tevens dat het grondwater zich ruim dieper dan 5 meter onder het maaiveld bevindt, en dus wordt het grondwater in dit onderzoek niet onderzocht. Veldonderzoek Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot circa 0,5 meter uit een humeuze zandlaag bestaat, waaronder niet-humeus zand ligt met bijmenging van grind. In de bovengrond is baksteen aangetroffen, en ter plaatse van het huidige restaurant sporen verbrandingsresten. Deze sporen verbrandingsresten zijn afkomstig van houtvuur dat op de locatie heeft gebrand. Naar aanleiding van de analyseresultaten is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. Uit de analyseresultaten blijkt dat door het aantreffen van lichte verontreinigingen in de bovengrond de hypothese 'locatie is onverdacht' formeel verworpen te worden. Naar aanleiding van de analyseresultaten is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het terrein is op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. Conclusies Het aspect bodem vormt geen beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. In het kader van de uitvoerbaarheid

58/441

van het plan hoeft de bodemkwaliteit niet verder in beeld te worden gebracht.

4.7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=70b52fde-20de-4131-ae6e-3a97b06d48a2