CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 17 maart 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen Buitenplaats Beekhuizen23.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Archeologie

Toetsingskader Voor het aspect archeologie is de Erfgoedwet van toepassing. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. De gemeenteraad heeft op 26 februari 2013 een gemeentelijke nota vastgesteld waarin de archeologische beleidskaarten zijn geactualiseerd. Op deze kaarten staan de archeologische waarden en de archeologische verwachtingen weergegeven. Volgens de gemeentelijke archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart (Afbeelding 4.1) ligt het projectgebied in een zone met een middelmatige archeologische verwachting voor resten uit alle perioden. De locaties liggen hierbij in een zogenoemd onderzoeksgebied. De archeologische waard(kaart) zijn in het parapluplan 'Bestemmingsplan Archeologie' vertaald naar regels. Op basis van dit parapluplan zijn de gronde ter plaatse van het projectgebied gelegen in een zone 'Waarde Archeologie 2' De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de aldaar in of op de grond aanwezige archeologische waarden.

Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend. Hierbij moet middels onderzoek worden aangetoond dat er geen archeologische waarden worden geschaad. Onderzoek Het beoogde gebouw heeft een oppervlakte van 311 m² en met de realisatie van de kelder wordt dieper gegraven dan 30 centimeter. Voor de ontwikkeling heeft dan ook een archeologisch onderzoek plaatsgevonden waarbij rekening is gehouden met een grotere oppervlakte dan 311 m2. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 12. Uit de resultaten blijkt dat tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren en/of vondsten waargenomen zijn, anders dan de baksteenresten. Deze zijn niet verzameld maar enkel genoteerd in de boorbeschrijvingen omdat deze toegeschreven worden aan (sub)recente verstoringen, niet zijnde archeologie. Conclusie Op basis van de resultaten van het uitgevoerde archeologische bureauonderzoek en het aansluitende verkennende booronderzoek wordt de kans dat bij de voorgenomen bodemingrepen archeologische waarden worden verstoord of aangetroffen, klein geacht. Hiertoe wordt aan het plangebied een lage archeologisch verwachting toegeschreven.

Er wordt geadviseerd om geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk te achten voorafgaande aan de realisatie van het hiervoor beschreven beoogde ruimtelijke plan. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de nieuwe ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten op

59/441

de aanwezige archeologische waarden. Wanneer bij de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, moet hiervan direct melding gemaakt worden bij de bevoegde overheid.

4.8

Cultuurhistorie

Besluit ruimtelijke ordening Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorische kaart Om de cultuurhistorische waarden vast te stellen is de cultuurhistorische kaart van de provincie Gelderland geraadpleegd (zie afbeelding 4.1). De kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren op provinciale schaal van betekenis zijn.

Afbeelding 4.1 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (Bron: provincie Gelderland) Geplande ontwikkeling Het projectgebied zelf kent, op basis van de Cultuurhistorische waardenkaart provincie Gelderland, geen bijzondere cultuurhistorische waarden. In de nabijheid van het projectgebied is, Biljoen: historische tuin- en parkaanleg, gelegen. Deze historische tuin- en parkaanleg rondom kasteel Biljoen en op Beekhuizen dateert in oorsprong uit het einde van de 18de eeuw, toen ze werd aangelegd binnen een oudere, formele structuur van (deels nog bestaande) lanen, tracés en waterlopen.

60/441

Met de voorgenomen ontwikkeling wordt deze historische tuin, gezien de ruime afstand, niet in zijn cultuurhistorische waarden geschaad. Daarnaast zijn de beoogde functies reeds in het gebied aanwezig en verandert het gebruik minimaal. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er geen nader onderzoek benodigd is en er geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

4.9

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: • woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; • woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; • kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Geplande ontwikkeling

61/441

In het voorliggend geval is aan de hand van de NIBM-tool nagegaan of de theoretische toename van het aantal verkeersbewegingen (zie paragraaf 4.1) bijdraagt aan de luchtverontreiniging (zie afbeelding 4.2). Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling en de uitkomst van de NBIM-tool wordt gesteld dat het voorliggend 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Conclusie Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmeringen voor voorliggend initiatief.

Afbeelding 4.2 Uitsnede ingevulde NBIM-tool (Bron: Rijksoverheid)

4.10 Externe veiligheid Toetsingskader In de huidige wetgeving zijn de begrippen risicobron, (beperkt) kwetsbaar object, plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico van belang. Het plaatsgebonden risico (PR) is een maat voor de kans per jaar dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het groepsrisico GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) is van toepassing op het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar, bij een ruimtelijke ontwikkeling moet aan deze normen worden voldaan. Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het groepsrisico, maar wel geldt hiervoor een verantwoordingsplicht in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde.

62/441

Vervoer van gevaarlijke stoffen Op het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet van toepassing; het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes. Hiermee wordt geanticipeerd op de beperkingen voor ruimtelijke ontwikkelingen die samenhangen met deze plasbrandaandachtsgebieden. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden.

Onderzoek Het plan maakt geen risicobronnen mogelijk. Het park wordt niet gezien als risicovolle inrichting. Binnen het projectgebied worden ook geen kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Toetsing op het gebied van externe veiligheid is daarom niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel de Risicokaart/ atlas voor de leefomgeving geraadpleegd, zie hiervoor afbeelding 4.3 het plangebied is hierin weergegeven met rood omlijnd.

63/441

Afbeelding 4.3 Uitsnede risicokaart (bron: atlas voor de leefomgeving. Uit afbeelding 4.3 blijkt dat in de omgeving geen risicovolle inrichting of buisleidingen liggen. Tevens vindt er geen vervoer gevaarlijke stoffen plaats. Het projectgebied is wel gelegen in een kwetsbaar gebied voor natuurbranden. Dit houdt in dat het gebied, vooral bij droogte, kwetsbaar is voor natuurbranden en dat hier rekening mee gehouden moet worden. Onderhavige ontwikkeling vergroot dit risico niet. In de huidige situatie wordt hier al rekening mee gehouden. Op de website en bij de receptie van het park wordt actuele informatie bijgehouden over het brandgevaar. Indien open vuur mogelijk is, wordt dit alleen toegestaan op de daarvoor aangewezen plekken. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van risicovolle bronnen.

4.11 Kabels, leidingen en zoneringen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

64/441

Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Algemeen In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is vastgelegd dat voorafgaand aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming noodzakelijk is; Een plan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het plan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). Een plan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het plan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordelingsplichtig. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden.

Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor een plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. Onderzoek en conclusie Voor een plan waarvoor een Passende Beoordeling opgesteld is geldt een plan-mer-plicht op basis van artikel 7.2a Wet milieubeheer (behalve als het gaat om kleine gebieden of wijzigingen, zie artikel 3 Besluit mer). In dit geval betreft het echter een omgevingsvergunning. Dit houdt in dat er sprake is van een projectbesluit en niet van een plan.

Hierdoor is een plan-mer-plicht niet aan de orde. Wel geldt mogelijk een project-mer-(beoordelings)plicht op basis van het Besluit milieueffectrapportage. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. De geplande ontwikkeling valt onder categorie D11.2 'De aanleg,

65/441

wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' met een drempelwaarde van 'een oppervlakte van 100 hectare of meer' of 'een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer'. De ontwikkeling valt ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld waarover het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbeslissing neemt of wel of geen MER nodig is. Op basis van de aanmeldingsnotitie heeft het bevoegd gezag besloten dat het doorlopen van een volledige m.e.r. procedure niet noodzakelijk is. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in bijlage 5. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

66/441

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een ontwikkeling. In dat verband wordt onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Er bestaan op voorhand geen belemmeringen voor het verlenen van medewerking aan de beschreven ontwikkeling, door het doorlopen van een procedure ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een ieder wordt in de gelegenheid gesteld om tegen het besluit tot verlenen van de omgevingsvergunning in bezwaar en beroep te gaan (uitgebreide omgevingsvergunningprocedure). Overleg omgeving Voor de omliggende bedrijven en omwonenden wordt een participatiebijeenkomst georganiseerd. Gezien de met de gemeente gemaakte afspraken over de processtappen, zal dit parallel lopen aan het traject van vergunningverlening.

5.2

Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het project is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze waarop gemeentelijke kosten op het plan worden verhaald (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De financiële haalbaarheid is niet in het geding. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit project geldt dat er sprake is van een omgevingsvergunning waarmee een wordt afgeweken van het bestemmingsplan en een nieuw hoofdgebouw met bijgebouwen wordt opgericht.

De gemeente sluit hiervoor met de aanvrager een anterieure overeenkomst, waarin onder andere ook het aspect planschade is geregeld. Het vaststellen van een grondexploitatieplan is daarom niet noodzakelijk. Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Dit project maakt ten opzichte van het geldende bestemmingsplan geen bouwplannen mogelijk waarop de

67/441

grondexploitatieregeling van toepassing is.

68/441

Hoofdstuk 6 6.1

Afweging en conclusie

Aanleiding

Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee verschillende ontwikkelingen tegelijk worden geregeld. Het voornemen bestaat namelijk uit verschillende onderdelen, waarvoor een tijdelijke vergunning is verleend of die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan. Permanente vergunning (behoud) verblijfsaccommodaties Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn op het terrein uitsluitend mobiele kampeermiddelen toegestaan. Om te voorkomen dat in 2026 de eerste verblijfsaccommodaties moeten worden verwijderd, wordt een permanente vergunning (voor onbepaalde tijd) aangevraagd. Om een vitaal bedrijf te blijven, is op termijn vervanging van de eerste accommodaties noodzakelijk (zie bijlage 1). Variatie en vernieuwing mits passend in het landschappelijk beeld is en blijft van waarde. Het is voor de toekomstbestendigheid dan ook van belang dat er binnen de consistente lijn van de landschapsvisie en beeldkwaliteit, een vernieuwing mogelijk is. Het bedrijf heeft behoefte aan planologische zekerheid. Het voorliggend voornemen voorziet op: 1. het toestaan van maximaal 50 recreatieve verblijfsaccommodaties2 voor verblijfsrecreatie waarbij; a. maximaal 21 verblijfsaccommodaties van 19 m2 en 6 m2 terras betreft met een bouwhoogte van 2,7 meter; b.

maximaal 22 verblijfsaccommodaties van 45 m2 en 16 m2 terras betreft met een bouwhoogte van 3,4 meter; c. maximaal 7 verblijfsaccommodaties van 49 m2 en 16 m2 terras betreft met een bouwhoogte van 3,3 meter; 2. het toestaan van maximaal 2 (werk)pods als werkplek voor het personeel waarbij; a. de oppervlakte 19 m2 en 6 m2 terras per werkpod bedraagt; b. de bouwhoogte maximaal 2,7 meter bedraagt; 3. het bouwen en gebruiken van een hoofdgebouw, inclusief kelder, met daarin de receptie, personeels- en dienstruimte en horeca (restaurant) voor ook niet-parkgasten; a. maximale oppervlakte bedraagt 311 m2; b. maximale bouwhoogte 5,2 meter; c. maximale bouwdiepte 3,5 meter; d. maximaal aantal zitplaatsen is 120; 4. de bouw van een housekeeping-gebouw van 149 m2 a. maximale bouwhoogte van 5,5 meter; 5. de bouw van een fietsenstalling van 30 m2 a. maximale bouwhoogte van 3 meter; 6. de bouw van een mini-sauna van 20 m2; a. maximale bouwhoogte van 2,5 meter;

69/441

7. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bij recht in de vergunning gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; 8. de instandhouding van de toegevoegde landschappelijke kwaliteiten, zie blz 11 en blz 28 in bijlage 2. Gebruik restaurant Op basis van het geldende bestemmingsplan is horeca ondergeschikt/ ondersteunend aan de verblijfsrecreatie, in de vorm van een keuken, toegestaan. Het gebruik van de huidige horeca is een combinatiegebruik van eigen gasten en bezoekers van het gebied, waardoor de bestemming niet meer aansluit op het huidige gebruik. Gevraagd wordt om de functie horeca toe te staan. Realisatie hoofdgebouw en bijgebouwen De huidige receptie staat 'buiten' het terrein op naastgelegen grond van de gemeente. Om deze (onwenselijke) situatie te wijzigen is het noodzakelijk om een nieuw gebouw te realiseren waarin de receptie, personeels- en dienstruimte maar ook het restaurant worden samengevoegd in één hoofdgebouw. In onderstaande tabel is de footprint van de gebouwen in oppervlakte weergegeven. In bijlage 13 zijn de locaties van het hoofdgebouw en bijgevoegen weergegeven, in bijlage 3 een overzicht van alles. Tabel 10 verschil berekening bebouwingsoppervlakte

6.2

Afweging

Het project vormt een aanvulling op het vigerende bestemmingsplan. Voor zover er in de huidige tijdelijke situatie sprake was van met het vigerende bestemmingsplan strijdig gebruik of bouwen, wordt dit beëindigd en vervangen voor een duurzame inpassing, geheel in overeenstemming met overige relevante beleidskaders op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau (Hoofdstuk 3). Vervolgens is het project getoetst aan milieu- en omgevingsaspecten (Hoofdstuk 4). Voor diverse aspecten is onderzoek uitgevoerd. Uit het bodemonderzoek blijkt dat milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Voor het aspect archeologie is eveneens geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. Het onderzoek wordt voor advies voorgelegd aan de archeologisch adviseur van de gemeente Rheden en de provincie Gelderland, zie hiervoor paragraaf 4.7. Ten aanzien van de overige omgevingsaspecten zijn geen belemmeringen geconstateerd.

70/441

Tot slot wordt de uitvoerbaarheid van het plan beoordeeld (5). De aanvraag inclusief relevante stukken wordt ter inzage gelegd. Eventuele zienswijzen worden meegewogen bij het besluit tot het verlenen van de vergunning. Het kostenverhaal is geregeld in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Rheden en de initiatiefnemer. Met het bovenstaande in acht genomen, is het project in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten op alle niveaus en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving.

6.3

Conclusie

Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en daarmee ruimtelijk aanvaardbaar.

71/441

72/441

Bijlagen

73/441

74/441

Bijlage 1

75/441

Ambitieplan verduurzaming Buitenplaats Beekhuizen

Ambitieplan verduurzaming Auteur: 2e lezer: Datum:

Buitenplaats Beekhuizen Velp 22 november 2022 / update 1-10-2024

Inleiding In 2016 is Buitenplaats Beekhuizen begonnen als eigentijds kleinschalig vakantieconcept met aandacht voor de natuur o.b.v. een tijdelijke vergunning voor 10 jaar. Wat is anno 2022 het doel van de Buitenplaats? o Bestendigen van de toekomst van Buitenplaats Beekhuizen o Ons inzetten voor de natuur van Nationaal Park Veluwezoom o Verduurzaming van het vakantieconcept en daarin voorop lopen in de branche o Meedenken en investeren in lokale verbeteringen in de meeste brede zin van het woord

In het kader van de toekomst plannen van Buitenplaats Beekhuizen heeft Sweco de mogelijkheden verkend om de duurzame ambities verder te ontwikkelen tot plannen. De uitkomst hiervan vindt u in dit Ambitiedocument.

2

Inhoudsopgave 1. Ambitie verduurzaming 2. Relevantie 3. Warmte/Elektriciteit/Ventilatie A. Duurzame Warmte B. Duurzame Elektriciteit C. Duurzame Ventilatie

4. Duurzaam Water 5. Stilte 6. Circulariteit en natuurlijke materialen Conclusie

3

1. Ambitie verduurzaming De ambitie van Buitenplaats Beekhuizen voor de komende jaren is om: • • • •

4

Een voorbeeld te zijn voor bedrijven in de recreatieve sector De keten van leveranciers mee te nemen in onze ambitie Lokale samenwerking nog meer te benadrukken Samenwerking met natuurorganisaties uit te breiden om meer kennis te delen over de natuur en om een officiële host te worden van Nationaal Park Veluwezoom

2. Verduurzaming De wereld is in transitie. We zullen anders moeten omgaan met resources. Of dat nu ruimte, energie, materialen, water of andere schaarse goederen zijn. Dat vergt duurzaamheid in de bedrijfsvoering. Binnen de Buitenplaats is ‘Sustainability by Design’ een leidend principe, zowel in de bedrijfsvoering als binnen lopende projecten als het initiatief voor vervangende nieuwbouw van restaurant/receptie en housekeeping-gebouw. Maar ook bij noodzakelijke toekomstige vernieuwing van de accommodaties, en bij het bepalen van de benodigde installaties voor comfort en tapwater. Dat betekent onder andere dat wordt uitgegaan van:

•

Efficiënte voorziening van warmte, elektriciteit en ventilatie

•

Gebruik van lokale bronnen

•

Fossielvrije energie

•

Waterbesparing

•

Hergebruik van regenwater

•

Toepassing van stille apparatuur

•

Circulariteit en Natuurlijke materialen

5

7 Jaar

2. Verduurzaming

5 Jaar

Routekaart 3 Jaar Heden

Nieuwe boilers tenten Lokale zonne energie 2 Jaar

Toevoeging zonnepanelen 4 tenten Duurzaam “sfeervuur”

Duurzaamheidstoeslag

Vervanging facilitaire gebouwen

Biopropaan

1 Jaar

Green-Key 6

Elektrische laadpalen Ventilatie met WTW, pods/forest cabins

Start verduurzaming/ vernieuwing pods

3. Efficiënte voorziening van warmte, elektriciteit en ventilatie In de huidige situatie heeft Buitenplaats Beekhuizen geen duurzame opwekking van energie. Hier valt dus een grote slag te maken! Er zijn drie belangrijke aandachtspunten binnen de Buitenplaats. - Duurzame warmte - Duurzame elektriciteit - Duurzame ventilatie In de nieuwe situatie is geen plaats meer voor aardgas. Verder is het de wens de benodigde elektriciteit voor de all-electric installaties zoveel mogelijk uit duurzame bronnen te halen. In de volgende pagina’s wordt de huidige situatie op de Buitenplaats besproken om vervolgens duurzame alternatieve te bespreken op gebied van warmte, elektra en ventilatie.

7

3.Huidige situatie Voorzieningen

Restaurant o Elektra o Water o Internet o Riolering o Gasaansluiting voor de keuken o Verwarming: pelletkachel en elektrisch luchtgordijn Accommodaties o Elektra o Water (elektrische boiler) o Internet (via WIFI) o Riolering o Verwarming o Pods: elektrische verwarming of elektrische vloerverwarming o Lodgetenten: petroleumkachel of pelletkachel

8

3. Huidige situatie

Warmtevraag restaurant

In het nieuwe gebouw worden receptie, restaurant en ontmoetingsruimte gecombineerd. De totale oppervlakte van het gebouw wordt groter en hierdoor is de verwachting dat de warmtevraag stijgt. Tegelijkertijd zal het nieuwe gebouw veel beter geïsoleerd zijn. De warmtebehoefte per m² is daardoor significant lager dan voorheen. Conceptberekening o.b.v. aanwezige gegevens ten tijde opstellen van de eerste versie van het ambitiedocument: Restaurant warmtevraag huidige situatie

Nieuwe situatie warmtevraag

Pelletkorrels (gemiddeld per jaar)

Maximaal verbruik 90 kWh/m2/jaar (BENG-eis)

7.5x65x15kg = 7300 kg per jaar

Totaal oppervlakte 284(BG)+202(kelder) = 486 m3

LHV = 17.5 MJ/kg

90*486 = 43.740, kWh/jaar

7300*17.5 = 128.000, MJ

Warmtevraag nieuwe situatie (max.): 43.740, kWh/jaar Opmerking: Dit is het maximaal toegelaten verbruik volgens BENG. Het werkelijke verbruik kan variëren. .

128000/3.6 = 35.500, kWh/jaar +Frico elektrisch luchtgordijn (max 2500 kWh/jaar)

Warmtevraag huidig restaurant: 38.000, kWh/jaar. 9

3. Huidige situatie

Energiebehoefte

Restaurant huidige situatie Apparatuur: 49.770, kWh/jaar (Verbruik restaurant 2021-2022 ) Warmtevraag: 38.000, kWh/jaar (Verbruik Pellets + luchtgordijn) Koken (gas): 50.000, kWh/jaar (Verbruik restaurant 2017/2018, keuze

voor de meest conservatieve waarde)

Totale energievraag ≈ 143.510 kWh/jaar

Elektriciteitsverbruik Buitenplaats Beekhuizen [kWh] 350.000 300.000 250.000

Elektriciteitsverbruik totale Buitenplaats

Wanneer er gekeken wordt naar het elektriciteitsverbruik van de gehele Buitenplaats valt het op dat deze tot nu toe ieder jaar toeneemt. Dit is logisch gezien de fasering in accommodaties die heeft plaatsgevonden. Medio 2021 zijn de laatste 7 eeheden (forest cabins) geplaatst. Ook met de nieuwe plannen zal het elektriciteitsverbruik toenemen, dit komt mede doordat er straks in het restaurant elektrisch wordt gekookt.

10

200.000 150.000 100.000 50.000 0 2018

2019

2020

2021

3a. Duurzame Warmte Wanneer we kijken naar de warmtevraag op Buitenplaats Beekhuizen valt ten eerste op dat het restaurant nog hout pellets stookt. Dit zal bij de nieuwbouw niet het geval zijn. De toekomst is een elektrische installatie met een duurzame bron. Het propaan in de tenten wordt vervangen door bio propaan, dit is identiek aan normaal propaan maar wordt gewonnen uit biologische grondstoffen. Dit milieuvriendelijker en duurzamer alternatief eist geen verdere ingrepen in de tenten. Volgens de routekaart staat er over 7 jaar een vernieuwing van de pods op de planning. Op dat moment kan de stand qua techniek opnieuw worden bekeken voor verdere verduurzaming op het gebied van onder andere warmtevraag.

11

daikin.nl

3a. Duurzame Warmte

Warmtepomp restaurant

Voor de nieuwbouw wordt uitgegaan van een oplossing met een warmtepomp. Hierdoor kan, afhankelijk van de warmtebron, 3,5 tot 5 kWh warmte worden opgewekt met slechts 1 kWh elektriciteit. Naast elektriciteit heeft de warmtepomp een warmtebron nodig. Hiervoor zijn twee opties: 1. De bodem. Ter plaatse blijkt deze zeer geschikt voor de levering van warmte. Het nabijgelegen Boutique Hotel Beekhuizen gebruikt al enkele jaren bodemenergie. SCOP 5

daikin.nl

Warmtevraag 43.740 kWh (uitgaand van BENG-eis), benodigd stroomverbruik 8.748 kWh/jaar.

2. De buitenlucht. Mits een geschikte opstellingsplaats wordt gekozen is de luchtwarmtepomp een gunstig alternatief. SCOP 3,5 Warmtevraag 43.740 kWh (uitgaand van BENG-eis), benodigd stroomverbruik 12.497 kWh/jaar.

3. Collectoren. Een water/water warmtepomp wordt ook onderzocht. In de ontwerpfase zal Sweco bepalen wat de best passende techniek is. 12

wkotool.nl

3.a. Duurzame Warmte Duurzame koudemiddelen Een warmtepomp gebruikt een koudemiddel. Om het milieueffect van de warmtepomp te bepalen moet er gekeken worden naar het type koudemiddel dat word gebruikt in de warmtepomp. Traditionele koudemiddelen versterken de opwarming van de aarde. In het restaurant gebruiken wij moderne schone Koudemiddelen met lage GWP(Global warming potential). Zoals bijvoorbeeld CO2 of Propaan.

13

3.b. Duurzame Elektriciteit De bosrijke omgeving zorgt voor veel schaduw. Het plaatsen van zonnepanelen op het merendeel van de Buitenplaats is hierdoor niet zinvol. Wel komen hier zo’n 4 tenten voor in aanmerking, aangezien ook de accommodaties elektriciteit verbruiken is dit een oplossing om deze hier deels van te voorzien. De overige duurzame energie zal echter vanuit de omgeving moeten worden gehaald. Hiervoor lopen gesprekken met lokale samenwerkingspartners. BELANGRIJK: Het is op dit moment niet mogelijkheid om elektriciteit terug te leveren via de elektra aansluiting van Buitenplaats Beekhuizen, hierdoor daalt de geschiktheid van zonnepanelen. Wel zou het minimale constante verbruik door middel van zonnepanelen kunnen worden gecompenseerd. In dat geval is een kleiner aantal panelen voldoende. Denk hierbij aan het verbruik van constante koeling en apparatuur.

14

3.b. Duurzame Elektriciteit

Elektrische laadpalen/gedrag

Duurzaam gedrag wordt gestimuleerd op de Buitenplaats. Dit komt terug in een stuk kennisoverdracht over het bos en de natuur. Ook komt dit terug in de aanwezigheid van elektrische laadpalen bij het nabijgelegen hotel. Zo wordt gestimuleerd om met een elektrische auto naar de Buitenplaats te komen. Het is de ambitie om laadpalen op eigen terrein toe te voegen. Onderzocht moet worden hoe dit kan worden gerealiseerd. Laadpalen zullen met name in combinatie met de zonnepanelen interessant zijn.

15

3.c. Duurzame Ventilatie Om een gezond binnenklimaat te creëren moeten ruimtes goed worden geventileerd, schone lucht wordt de ruimte ingelaten en vervuilde lucht wordt afgevoerd. Wanneer lucht in een ruimte zit wordt deze opgewarmd, een van de belangrijke aandachtspunten bij het ventileren is dat de warmte uit deze lucht wordt teruggewonnen (WTW). Ook is het belangrijk zo efficiënt mogelijk te ventileren, dit kan bijvoorbeeld bereikt worden door bijvoorbeeld CO2 regeling te toe te passen. Vaak gebeurt dit aan de hand van mechanische toe- en afvoer. Een van de overige opties die interessant zou kunnen zijn is het toepassen van een plantenwand, dit zou een deel van de ventilatie op zich kunnen nemen en de mechanische ventilatie dus ondersteunen. Wanneer we denken aan de ventilatie bij de tenten zijn deze accommodaties erg open, hierdoor is er sprake van veel natuurlijke ventilatie, het toepassen van een ventilatiesysteem per accommodatie is hierom niet logisch. Echter vind er bij de forest cabins en pods mechanische afvoer plaats. Dit zou vervangen kunnen worden voor een ventilatie systeem met warmteterugwinning, met bijvoorbeeld een Brink air 70 systeem. Door dit systeem zal er minder warmteopwekking nodig zijn in de ruimtes.

16

plantenman.nl

brink.nl

4. Duurzame waterbron: Regenwater Schoon drinkwater is één van de belangrijkste levensbehoeften. Maar zelfs in ons waterrijke Nederland wordt dit steeds schaarser. Best bijzonder dat we dit kostbare water gebruiken voor laagwaardige toepassingen zoals het spoelen van toiletten. Bij de ontwikkeling van het nieuwe restaurantgebouw kan dit anders. In Nederland valt jaarlijks gemiddeld 850 liter regenwater per m². Met een dakoppervlakte van 241 m² vangt het gebouw jaarlijks 200m³ regenwater. Dit water kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor schoonmaakwerkzaamheden of 25.000 toiletspoelingen. Om hier aan te voldoen zal er gewerkt worden met een buffervat. Die fungeert als tussenopslag tussen regenval en het watergebruik. Een buffervat zou mogelijk geplaatst kunnen worden in/naast de kelder. Het gebruik kan extra interessant zijn voor het gebied aangezien Velp in een kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied zit. Referentiebeeld

17

5.Stilte Gezien de ligging van Buitenplaats Beekhuizen is het een nadrukkelijke wens om de stilte ‘s nachts niet te verstoren. Daarom zal er zoveel mogelijk stille apparatuur worden toegepast in combinatie met doordachte plaatsing met eventuele omkasting. Ook bij plekken waar mensen samenkomen kan geluid gedempt worden. Dit kan bijvoorbeeld door plantenwanden en geluiddempende wanden toe te passen.

18

6.Circulariteit en Natuurlijke materialen Het ‘Sustainability by Design’ wordt ook meegenomen tijdens de bouw van de constructies op het terrein. Zo mogelijk wordt er gebouwd met lokaal hout. In dit bouwmateriaal zit CO2 opgeslagen en door de lokale aard zal er geen onnodig transport hebben plaatsgevonden. Ook wordt er vóór de bouw nagedacht over the end of life, wat gebeurd er met de materialen aan het einde van de levenscyclus. Dit is meegenomen in de materiaalkeuzes.

19

Conclusie Buitenplaats Beekhuizen heeft mogelijkheden tot verduurzaming en neemt stappen naar onderstaande ambitiedoelen: • Verduurzaming van het vakantieconcept en een voorbeeld zijn voor andere bedrijven in de recreatieve sector • De keten van leveranciers meenemen in en stimuleren om deel te nemen aan onze duurzaamheidsambitie • Lokale samenwerking nog meer nastreven en concretiseren • Uitbreiding van de samenwerking met natuurorganisaties voor kennisdeling Qua voorzieningen met betrekking tot warmte, elektriciteit en ventilatie zal een warmtepomp, duurzame lokaal opgewekte elektriciteit en aanstuurbare ventilatie met warmteterugwinning een oplossing bieden. Hierbij zal de warmtebron van lucht of bodem nog nader worden onderzocht. Ook wordt er gekeken naar het watergebruik: het nieuwe dak van het restaurant biedt mogelijkheden rondom de opvang van regenwater, wat gebruikt zou kunnen worden in bijvoorbeeld toiletten. Een geschikte plaatsing voor een buffervat is waarschijnlijk in/naast de kelder. Ten slotte is ook circulair bouwen een aandachtspunt bij Buitenplaats Beekhuizen, hier zal rekening worden gehouden met materiaalkeuze en de levenscyclus van het te gebruiken materiaal. Door het vormgeven van haar duurzaamheidsambities is Buitenplaats Beekhuizen een inspirerend voorbeeld voor de sector.

20

96/441

Bijlage 2

97/441

Landschapsvisie en beeldkwaliteit Buitenplaats Beekhuizen

Buitenplaats Beekhuizen Landschapsvisie en uitgangspunten beeldkwaliteit oktober 2024

2/31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=70b52fde-20de-4131-ae6e-3a97b06d48a2