260424-0509941 aanmeldnotitie planmerbeoordeling haveland gemeente rheden
Tekst van het document
Pagina | 28
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
3.2.4
Noodzakelijke en mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: Maatregelenonderzoek bij geluidbelasting weg- en spoorwegverkeer hoger dan de standaardwaarde Als gevolg van de hoge geluidbelastingen vanaf de provinciale weg A348 en de spoorlijn Arnhem-Zutphen op het gemengde woon-werkgebied moeten maatregelen onderzocht worden om de geluidbelasting op de geluidgevoelige gebouwen te reduceren, bijvoorbeeld door het aanbrengen van raildempers op de sporen en het plaatsen van geluidschermen langs het spoor en de provinciale weg. Hiervoor is eerst een onderzoek naar de effectiviteit van verschillende geluidsmaatregelen nodig. Geadviseerd wordt om in dit onderzoek de volgende voorkeursvolgorde aan te houden: ▪ Oplossing vinden in het ontwerp en situering van het plan; ▪ Onderzoek naar bronmaatregelen (zoals snelheidsverlaging of ander wegdektype); ▪ Overdrachtsmaatregelen (geluidwallen, afscherming door niet-geluidgevoelige gebouwen, etc.). Naast mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen aan het spoor is het voor de leefbaarheid en ETFAL (Evenwichtige toedeling van functies aan locaties) van belang dat de uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan waarborgen dat de woningen een natuurlijke geluidluwe zijde krijgen.
Verkleining gezoneerd industrieterrein Het onderzoek naar de invloed van de bedrijvigheid op de transitie van Haveland naar een werk- en woongebied geeft veel inzichten in de noodzaak en mogelijkheden voor het verkleinen van het gezoneerd industrieterrein, zodat woningen en andere geluidgevoelige gebouwen op delen binnen het plangebied mogelijk zijn. Een traject in samenwerking met de omgeving is nodig om de functies juridisch-planologisch mogelijk te maken.
3.3
Luchtkwaliteit De stoffen in de lucht die schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid zijn onder andere fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofoxiden (NO2). In de Omgevingswet is de belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit vastgelegd. De concentratie stikstofdioxide ( NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) zijn maatgevend voor de beoordeling van de luchtkwaliteit. De Omgevingswet bevat de rijksomgevingswaarden voor deze stoffen, deze zijn gebaseerd op de EU-richtlijn luchtkwaliteit 2008/50/EG. De gemeentelijke ambitie is om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiertoe heeft de gemeente Rheden in 2021 het Schone Lucht Akkoord ondertekend. Bij het aanbesteden van werkzaamheden in het openbare gebied hanteert de gemeente duurzaamheidseisen, die resulteren in een lagere uitstoot van luchtverontreiniging. De World Health Organization (WHO) heeft in 2005 advieswaarden gepubliceerd die gezondheidskundige grenzen aangeven voor de concentratie van verontreinigende stoffen in de buitenlucht. Op 22 september 2021 zijn door de World Health Organization (WHO) nieuwe advieswaarden voor de luchtkwaliteit gepubliceerd, deze zijn aanzienlijk verlaagd ten opzichte van de eerdere richtlijnen uit 2005. De herziene advieswaarden zijn gebaseerd op recent wetenschappelijk bewijs dat sterke verbanden heeft aangetoond tussen luchtverontreiniging en gezondheidseffecten.
De Europese Commissie heeft een voorstel gepubliceerd voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit voor 2030. In Tabel 3-7 zijn de wettelijke grenswaarden, de WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit uit 2005 en 2021 en het voorstel voor de nieuwe richtlijn luchtkwaliteit naast elkaar weergegeven. Het naleven van deze advieswaarden is belangrijk om de negatieve gezondheidseffecten van luchtverontreiniging te verminderen en de algehele kwaliteit van de lucht te verbeteren.
Pagina | 29
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden Tabel 3-7 Wettelijke grenswaarden en WHO-advieswaarden luchtkwaliteit Stof
Toetsingsperiode
Europese grenswaarde (2008)/ rijksomgevingswaarde
WHO-advieswaarde (2005)
Aangescherpte WHOAdvieswaarde (2021)
Nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit 2030 (2024)6
NO2
Jaargemiddeld
Maximaal 40 μg/m3
Maximaal 40 μg/m3
Maximaal 10 μg/m3
Maximaal 20 μg/m3
Jaargemiddeld
Maximaal 40 μg/m3
Maximaal 20 μg/m3
Maximaal 15 μg/m3
Maximaal 20 μg/m3
Jaargemiddeld
Maximaal 25 μg/m3
Maximaal 10 μg/m3
Maximaal 5 μg/m3
Maximaal 10 μg/m3
PM10 PM2,5
3.3.1
Huidige situatie Stikstofdioxide NO2 Stikstofdioxide (NO2) ontstaat bij verbranding, vooral bij hoge temperaturen (zoals bij de motor van een auto en bij mobiele werktuigen). NO2-emissies zijn voornamelijk afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen (diesel, benzine, gas en olie) (CBS, 2016). In de huidige situatie ligt de jaargemiddelde concentratie NO2 in het plangebied (Figuur 3-8) onder de nieuwe luchtkwaliteitsnormen 2030 (20 μg/m3). De hoogste concentraties van circa 14-16 μg/m3 liggen in het zuidoosten. Dit is ruim onder de vastgestelde rijksomgevingswaarden (40 μg/m3) en de WHO-advieswaarden uit 2005 (40 μg/m3). De nieuwe WHO-advieswaarden voor NO2 (10 μg/m3) uit 2021 worden in de huidige situatie niet gehaald.
Figuur 3-8 Stikstofdioxide concentraties (NO2) in het plangebied (bron: Atlas Leefomgeving/ RIVM, 2023)
Fijnstof PM10 en PM2,5 Fijnstof is een verzamelnaam voor alle stofdeeltjes van verschillende groottes in de lucht. We onderscheiden daarbij fijn stofdeeltjes kleiner dan 10 micrometer (PM10) en stofdeeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer (PM2,5). PM2,5 is daarmee ook een onderdeel van PM10. In de huidige situatie ligt de jaargemiddelde concentratie PM10 in het plangebied (Figuur 3-9) onder de nieuwe luchtkwaliteitsnormen 2030 (20 μg/m3). De hoogste concentraties van circa 16-18 μg/m3 liggen in het oosten van het plangebied. De jaargemiddelde concentratie in het plangebied ligt onder de vastgestelde rijksomgevingswaarden (40 μg/m3) en de WHO-advieswaarden uit 2005 (20 μg/m3). De nieuwe WHOadvieswaarden voor PM10 (15 μg/m3) uit 2021 worden in de huidige situatie niet gehaald.
6
De Europese Raad nam op 14 oktober 2024 de nieuwe Europese richtlijn voor luchtkwaliteit formeel aan. Vanaf 2030 gaan er strengere eisen gelden voor bijvoorbeeld fijnstof en stikstofdioxide. Binnen twee jaar moet Nederland de Europese regels omzetten naar nationale wetgeving.
Pagina | 30
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Figuur 3-9 Fijnstof concentraties (PM10) in het plangebied (bron: Atlas Leefomgeving/ RIVM, 2023)
In de huidige situatie ligt de jaargemiddelde concentratie PM2,5 in het plangebied (Figuur 3-10) onder de nieuwe luchtkwaliteitsnormen 2030 (10 μg/m3). De hoogste concentraties van circa 9-10 μg/m3 liggen in het oosten van het plangebied. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 ligt onder de vastgestelde rijksomgevingswaarden (25 μg/m3). De jaargemiddelde concentraties van PM2,5 grenzen aan de WHO-advieswaarden uit 2005 van 10 μg/m3. De nieuwe WHO-advieswaarden voor PM2,5 (5 μg/m3) uit 2021 worden niet gehaald in de huidige situatie.
Figuur 3-10 Fijnstof concentraties (PM2,5) in het plangebied (bron: Atlas Leefomgeving/ RIVM, 2023)
3.3.2
Effecten Haveland Voor de transformatie van het industrieterrein naar een gemengd woon-werkgebied met 1.015 extra woningen en 144.500 m2 bvo voorzieningen en bedrijvigheid is een worst-case berekening 7 van de verkeersgeneratie uitgevoerd (12.700 – 15.400 motorvoertuigen, zie paragraaf 3.1.2). Uitgaande van deze worst-case berekening, neemt het verkeer van en naar het plangebied toe. Hierdoor kan de uitstoot van auto’s en daardoor de concentraties stikstofdioxide enigszins toenemen langs de hoofdontsluitingswegen (zoals de Arnhemsestraatweg) ten opzichte van de huidige situatie. Anderzijds neemt door de transitie het aantal industriefuncties en daarmee gepaarde uitstoot van bedrijfsactiviteiten af ten opzichte van de huidige situatie. Er 7
In de berekening is nog geen rekening gehouden met het verplaatsen van bedrijvigheid en daaraan gerelateerde afnemende verkeersgeneratie naar andere locaties buiten Haveland.
Pagina | 31
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
is een kans op overschrijding van de rijksomgevingswaarden en EU-richtlijn luchtkwaliteit 2030 op basis van de huidige concentraties (PM2,5). Tijdens de realisatiefase kan sprake zijn van een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit door de uitstoot van bouwmaterieel en aan/afvoer van materiaal door vrachtwagens. Gezien de aard van de planontwikkeling is deze uitstoot beperkt en tijdelijk. Bij aanbestedingen en bouwprojecten streeft de gemeente naar de inzet van schone en emissie loze bouwmethoden (ook relevant voor het stikstofeffect op natuur, zie verder).
3.3.3
Conclusie De transitie van het industrieterrein naar een gemengd woon-werkgebied heeft mogelijk invloed op de concentraties luchtverontreinigende stoffen, enerzijds kan er sprake zijn van een toename aan concentraties als gevolg van het extra autoverkeer, anderzijds neemt door de transitie de uitstoot van bedrijfsactiviteiten af. Indien aan de rijksomgevingswaarden en EU-richtlijn luchtkwaliteit per 2030 worden voldaan, zijn er geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten. Aanbevolen wordt om bij de nadere uitwerking een luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren en rekening te houden met de rijksomgevingswaarden en EU-richtlijn luchtkwaliteit per 2030.
3.3.4
Noodzakelijke en mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: Luchtkwaliteitsonderzoek Bij de verdere planuitwerking wordt aanbevolen om een luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren en in dit onderzoek te toetsen of de ontwikkeling leidt tot overschrijding van de rijksomgevingswaarden, WHOadvieswaarden en de nieuwe EU-richtlijn luchtkwaliteit.
3.4
Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid betreft het voorkomen en beperken van risico's voor mensen en het milieu als gevolg van mogelijke incidenten met gevaarlijke stoffen, branden, explosies of andere calamiteiten in de leefomgeving. Dit omvat zowel preventieve maatregelen als responsstrategieën om de gevolgen van dergelijke incidenten te minimaliseren.
3.4.1
Huidige situatie In Figuur 3-11 zijn de aandachtsgebieden (brand, gifwolk en explosie), plaatsgebonden risicocontouren 10-6, kwetsbare gebouwen en activiteiten met gevaarlijke stoffen in en nabij het plangebied weergegeven: ▪ Direct ten noorden van het plangebied ligt de spoorlijn Arnhem – Zutphen en een ondergrondse aardgastransportleiding. Het plangebied ligt binnen aandachtsgebieden van deze buisleiding en het spoortraject Arnhem-Zutphen; ▪ In het plangebied ligt vanaf de noordzijde parallel aan de Pinkelseweg een aftakking van een ondergrondse aardgastransportleiding. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is voornemens om de ligging van deze buisleiding te wijzigen. Dit is in de Staatscourant middels kennisgeving gepubliceerd op 11 maart 2026. 8 Het plangebied ligt binnen het aandachtsgebied van deze ondergrondse buisleiding. Daarnaast is het plaatsgebonden risico van deze afgetakte ondergrondse aardgastransportleiding relevant voor de gebiedsontwikkeling; ▪ Ter hoogte van de Pinkelseweg is een locatie waarvoor een vergunning voor een bovengrondse propaanopslagtank is verleend. Een deel van het plangebied van Haveland ligt binnen de risicocontouren van deze propaantank; ▪ Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich over de rivier de IJssel transport van gevaarlijke stoffen plaats.
De IJssel maakt deel uit van een vervoersnetwerk voor gevaarlijke stoffen over water. Het plangebied ligt binnen het aandachtsgebied van het vervoersnetwerk over de IJssel.
8
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2026.
Pagina | 32
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Figuur 3-11 Omgevingsveiligheid in en nabij plangebied. In zwart: plangebied Haveland (bron: Ministerie IenW, 2026)
3.4.2
Effecten Haveland De Omgevingsdienst Groene Metropool (ODGM) heeft in opdracht van de gemeente Rheden advies gegeven met betrekking tot de omgevingsveiligheid op het stedenbouwkundig plan voor ontwikkeling van deelgebied 1 Haveland9 (zie Figuur 3-12). Het plan maakt de realisatie van 270 woningen mogelijk. De analyse is uitgevoerd voor twee aspecten: 1) de ligging van het initiatief binnen aandachtsgebieden en 2) de ligging van het initiatief ten opzichte van de norm voor het plaatsgebonden risico 10-6/jaar.
Figuur 3-12 Uitsnede locatie Pinkelseweg/Haveland, deelgebied 1 (zwarte polygoon = ligging plangebied deelgebied 1) (bron: Atlas Leefomgeving/ ODGM, 2026)
9
ODGM, 2026.
Pagina | 33
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Uit het advies van ODGM (2026) kan onderstaande geconcludeerd worden: Plaatsgebonden risico Het plangebied (deelgebied 1) ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een transportroute en hogedruk aardgastransportleiding ten noorden van het plangebied. Dit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de afgetakte ondergrondse aardgastransportleiding ter hoogte van de Pinkelseweg ligt op de buisleiding zelf. Aanvullend op het advies van ODGM is geconstateerd dat de aardgasleiding daarnaast een 100% letaliteitscontour heeft, die overlapt met het plangebied. De letaliteitscontour betekent dat iedereen die binnen of buiten een gebouw overlijdt als een calamiteit (steekvlam) recht er voor plaatsvindt. Het is aan de gemeente om een afweging te maken ten aanzien van bouwen/projecteren van zeer kwetsbare gebouwen, (beperkt) kwetsbare gebouwen/locaties binnen een 100% letaliteitscontour. Deze buisleiding wordt mogelijk gesaneerd, indien dat nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Het plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de bovengrondse propaanopslagtank overlapt ook deels het plangebied. Binnen dit gebied zijn geen (zeer/beperkt) kwetsbare gebouwen of (beperkt) kwetsbare locaties toegestaan. Dit vormt een belemmering voor het plan. De propaantank wordt gesaneerd, indien dat ook nodig is voor de beoogde ontwikkeling.
Aandachtsgebieden (groepsrisico) Het plangebied (deelgebied 1) ligt binnen aandachtsgebieden van de twee ondergrondse buisleidingen en het spoortraject Arnhem-Zutphen. Wijzigingen in het aandachtsgebied van deze risicobronnen hebben invloed op de hoogte van het groepsrisico. De wetgever heeft aangegeven dat er rekening gehouden moet worden met het groepsrisico. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden verricht worden: ▪ Conform het motivatie onderdeel van het Bkl artikel 5.15 moet in het omgevingsplan rekening gehouden worden met het groepsrisico; ▪ Conform het motivatie onderdeel van het Bkl artikel 5.2 moet in een omgevingsplan rekening gehouden worden met het belang van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Hiervoor moet advies worden gevraagd bij de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM). De ontwikkeling van Haveland bevat geen nieuwe risicobronnen. Er is daarmee geen toename van risico’s op de omgeving. Maar de ontwikkeling van Haveland leidt wel tot een toename van het aantal mensen dat woont, werkt en verblijft in de nabijheid van bestaande risicobronnen en aandachtsgebieden. Het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied van het spoor en het vervoersnetwerk over water liggen binnen het plangebied en hebben daarmee effect op het plangebied.
Bij stedelijke ontwikkelingen wordt het risico van ongelukken met gevaarlijke stoffen zorgvuldig meegewogen, en veiligheidsmaatregelen zijn bedoeld om de gevolgen voor mensen binnen risico- en aandachtsgebieden te beperken. Er is een onderscheid gemaakt in de plaatsing van gebouwen. Zeer kwetsbare gebouwen zoals basisscholen, kinderdagverblijven en zorginstellingen mogen vanwege de beperkte zelfredzaamheid van de gebruikers niet in explosieaandachtsgebieden, 200 meter vanaf het spoor worden geplaatst.
3.4.3
Conclusie Een deel van het plangebied ligt binnen de plaatsgebonden risicocontour 10 -6 van een vergunde bovengrondse propaanopslagtank en een deel van het plangebied ligt binnen de 100% letaliteitszone van een aftakking van de ondergrondse aardgastransportleiding. Beide risicobronnen worden gesaneerd, indien dat nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Het plangebied ligt binnen aandachtsgebieden van de twee ondergrondse aardgastransportleidingen, het spoortraject Arnhem-Zutphen en het vervoersnetwerk van gevaarlijke stoffen over de IJssel. Daarmee hebben wijzigingen in het aandachtsgebied van deze risicobronnen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Het bevoegd gezag dient te rekening houden met het groepsrisico waarin zij het restrisico beschouwt, accepteert of maatregelen voor treft.
Pagina | 34
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
3.4.4
Noodzakelijke en mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: ▪ Sanering van een vergunde bovengrondse propaanopslagtank en een aftakking van de ondergrondse aardgastransportleiding, indien dat nodig is voor de beoogde ontwikkeling; ▪ Onderzoek naar omgevingsveiligheid tijde van uitwerking van het desbetreffende deelgebied; ▪ Bij keuzes in het kader van het gemeentebrede omgevingsplan ook omgevingsrisico’s voor de beoogde transformatie betrekken.
3.5
Trillingen
3.5.1
Huidige situatie Treinverkeer en vrachtverkeer vormen een belangrijke bron van trillingen in bebouwd gebied. Bij geen van de bedrijven is sprake van relevante trillinghinder.
3.5.2
Effecten De ontwikkeling van Haveland leidt op zichzelf niet tot wezenlijke nieuwe trillingsbronnen en daarmee niet tot wezenlijke toename van trillingshinder in en rond het plangebied. Ten noorden van het plangebied is een spoorverbinding aanwezig. Voor woningen langs het spoor gelden geen specifieke instructieregels van het Rijk. Wel moet bij nieuwe gevoelige functies rekening worden gehouden met mogelijke trillinghinder, conform de SBR‑B ‘Hinder voor personen in gebouwen’ (2006) en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. In opdracht van gemeente Rheden heeft Witteveen+Bos een QuickScan spoortrillingen (2024)10 uitgevoerd als onderdeel van het project Rheden Pinkelseweg (deelgebied 1). Dit bouwproject ligt op korte afstand van het spoor en daarmee binnen het invloedsgebied van spoortrillingen. Uit de quickscan kan worden geconcludeerd dat er geen risico wordt verwacht voor woningen die worden gerealiseerd op een afstand van minimaal 100 meter uit het spoor. Er bestaat wel een risico op trillingshinder voor de bouw van hogere gebouwen in de nabijheid van het spoor. Er moet rekening gehouden worden met de situatie dat er eventuele mitigerende (bouwkundige) maatregelen nodig zijn om de trillingshinder te beperken.
3.5.3
Conclusie Bij het ontwerp dient in nabijheid van de spoorlijn bij hogere gebouwen rekening gehouden te worden met factoren als de bouwwijze, de materiaalkeuzes en de afmetingen die het risico op trillingen beïnvloeden en dat mogelijk aanvullende mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn om het risico op trillingshinder te beperken. Dit is een aandachtspunt en hiervoor is een nader onderzoek noodzakelijk.
3.5.4
Noodzakelijke en mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: ▪ Het risico op trillingshinder kan beperkt worden door het realiseren van een pand met een stijve funderingsconstructie en een stijve bovenbouw, en het voorkomen van vloeren met overspanningen waarmee de eigenfrequentie van deze vloeren overeenkomt met de dominante frequenties van spoortrillingen; ▪ Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen met welke voorzieningen en maatregelen trillingshinder in de woongebouwen voorkomen zal worden.
3.6
Geur De ontwikkeling ondervindt geen wezenlijke geurhinder vanuit de omgeving. Bij geen van de aanwezige bedrijven zijn relevante stof- en geuremissies bekend. De ontwikkeling van Haveland leidt niet tot wezenlijke nieuwe geurhinder veroorzakende bronnen.
10
Bezener-Krijnen, 2024.
Pagina | 35
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Voor het thema ‘geur’ worden er dus geen aanzienlijke milieugevolgen verwacht.
3.7
Licht De ontwikkeling ondervindt geen wezenlijke lichthinder vanuit de omgeving. De ontwikkeling van Haveland leidt tot een verandering in licht uitstralende bronnen. Kunstmatige verlichting kan vier soorten negatieve effecten veroorzaken. In het plangebied is reeds kunstverlichting aanwezig, die verandert door de voorziene ontwikkeling. Het is daarbij belangrijk dat gelet wordt op het voorkomen van: hinder voor de mens (1), hinder langs wegen (2), verstoring van de natuur (3) en voorkomen horizonvervuiling (4). De groenstructuur rondom Haveland mitigeert punt 4. Er is hier sprake van een bestaande bebouwde situatie waarbij in het stedelijk plan ook rekening moet worden gehouden met de mens (punt 1) en het verkeer (punt 2). Het principe 'gebruik bij verlichting niet meer licht dan nodig is: verlicht alleen wat verlicht moet worden en slechts zo lang als het verlicht moet worden’ zorgt dan voor het voorkomen van extra lichthinder voor de Veluwe. Door het versterken van de groenstructuur rondom Haveland en het toepassen van slimme verlichting kan een deel van de uitstralende lichtbronnen richting de omgeving worden beperkt. De gemeente Rheden heeft in oktober 2025 intentieverklaring donkere Veluwe ondertekend. Dit betekent dat zij rekening moet houden met het toevoegen van lichtbronnen met het beschermen van omgevingswaarde donkerte.
Voor het thema ‘licht’ worden er daarom op voorhand geen aanzienlijke milieugevolgen verwacht.
3.8
Energie en circulariteit
3.8.1
Huidige situatie Energieverbruik Er zijn geen gegevens beschikbaar over het huidige energieverbruik binnen het plangebied. Netcongestie Netcongestie treedt op wanneer de behoefte aan transportcapaciteit van het elektriciteitsnetwerk groter is dan de actuele capaciteit van het netwerk. Veel regio’s in Nederland, waaronder Rheden, hebben te maken met structurele congestie van het elektriciteitsnetwerk. In Rheden is momenteel een tekort aan transportcapaciteit en is er een wachtrij voor nieuwegrootverbruik aansluitingen op het net (zie Figuur 3-13).
Figuur 3-13 Capaciteit energienet (bron: Netbeheer Nederland, 2026)
Duurzame energieopwekking Het aandeel zon en wind in de opwek is in gemeente Rheden procentueel lager dan het gemiddelde van Nederland. In 2023 bedroeg de totale hoeveelheid opgewekte hernieuwbare elektriciteit in Rheden 2.320 MJ per inwoner, terwijl dit landelijk 7.834 MJ per inwoner was. Het percentage woningen met geregistreerde zonnepanelen was 32% in de gemeente Rheden in 2024 en 36% in Nederland. Pagina | 36
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Rheden valt onder de RES-regio (regionale energiestrategie) Arnhem Nijmegen. Deze RES-regio bestaat uit 16 gemeenten, de provincie en de waterschappen. Arnhem Nijmegen heeft in de RES de doelstelling vastgelegd om in 2030 1,62 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. De realisatie van windturbines, zonnevelden en zonnepanelen op grote daken levert het grootste deel van deze duurzame elektriciteit op. Momenteel is er sprake van netcongestie. Dat wil zeggen dat er op dit moment te weinig capaciteit is om extra afname en terug levering van (duurzame) energie op het net te faciliteren. Circulariteit De gemeente Rheden volgt het landelijk beleid met betrekking tot circulariteit en zet daarbij in op het verbinden van economische, sociale en ecologische waarden.
3.8.2
Effecten Haveland Energie De gemeente werkt aan een warmteprogramma (waarvoor een mer-procedure wordt doorlopen) voor de gehele gemeente. Hierin wordt ook voor Haveland een geschikt warmtekoudesysteem onderzocht en aanbevolen. Vooruitlopend daarop is al verkend welke warmtesysteem mogelijk geschikt is voor Haveland: ▪ Een collectieve lage-temperatuur warmtevoorziening op basis van warmte uit oppervlaktewater (aquathermie) en zon-gedreven warmtesystemen (zonthermie). Beide bronnen zijn lokaal beschikbaar en passen bij de schaal en het karakter van Haveland. Door deze bronnen te combineren ontstaat een systeem dat het hele jaar kan voorzien in de warmtevraag. Dit net vormt de basis voor de warmtevoorziening van nieuwe functies in het gebied. Binnen dit systeem is het idee om grootschalige warmtebuffers toe te passen. Hierdoor kunnen pieken in warmtevraag worden opgevangen. Het overschot kan mogelijk in de toekomst gebruikt worden om andere huishoudens in Rheden van warmte te voorzien of kan later aan een regionaal warmtenet worden geleverd. ▪ In Haveland is toepassing van een WKO-systeem niet toegestaan. De gemeente zet daarom in op het benutten van dakoppervlak voor warmteopwekking, waarbij minimaal 40% van het bestaande en nieuwe dakoppervlak wordt voorzien van PVT-panelen of heat pipes, bij voorkeur in combinatie met een groen dak.
▪ Daarnaast onderzoekt de gemeente de realisatie van een HTO-systeem (hogetemperatuuropslag) om seizoensopslag van warmte mogelijk te maken. In het plan wordt tevens ruimte gereserveerd voor de benodigde technische installaties; ▪ Niettemin wordt dit nader onderzocht en uitgewerkt in het warmteprogramma. Naast warmteopwekking wordt ook de productie van elektriciteit zoveel mogelijk collectief georganiseerd (per gebouw of groep gebouwen). Op gebouwen en voorzieningen binnen Haveland wordt elektriciteit duurzaam opgewekt en wordt deze binnen het gebied verdeeld. De opgewekte elektriciteit wordt lokaal gebruikt of opgeslagen, waarbij per deelgebied afspraken worden gemaakt over de verdeling van de productie en het gebruik. Dit draagt bij aan het verminderen van de netbelasting en ondersteunt het Local for Local-principe11. Maar de vraag naar elektriciteit is groter dan wat er in Haveland opgewekt wordt. De aanleg van de energievoorziening verloopt parallel aan de gebiedsontwikkeling. In de eerste fase wordt beoogd de hoofdstructuur van het warmtenet aan te leggen, inclusief de eerste broninstallaties en warmtebuffers. In latere fasen worden aanvullende warmte- en elektriciteitsbronnen gerealiseerd en worden nieuwe deelgebieden aangesloten. De precieze fasering wordt afgestemd op de voortgang van de transformatie van Haveland.
De broninstallaties, het warmtenet en de warmtebuffers worden per deelgebied uitgebreid, zodat de infrastructuur aansluit bij de geleidelijke ontwikkeling van Haveland. Kortom, momenteel werkt de gemeente aan een warmteprogramma, waarin voor Haveland een geschikte WKOsysteem wordt onderzocht en aanbevolen. Voor de verdere uitwerking moet onderzoek plaatsvinden naar de inrichting van de collectieve warmte- en elektriciteitsvoorziening zodat per deelgebied inzichtelijk is welke warmtebronnen, warmtebuffers, netstructuren en vormen van lokale elektriciteitsopwekking het meest geschikt zijn, passend bij de fasering en stedenbouwkundige ontwikkeling. In een nadere planfase moet worden
11
Het Local for Local-principe houdt in dat warmte en elektriciteit die in Haveland worden opgewekt, ook in Haveland worden gebruikt. Dit vergroot de leveringszekerheid, ondersteunt de betaalbaarheid en voorkomt onnodig gebruik van bovenregionale infrastructuur.
Pagina | 37
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
onderzocht in hoeverre de uitkomsten van het een energieonderzoek daadwerkelijk worden meegenomen in de uiteindelijke invulling van de gebiedstransformatie. Circulariteit De gemeente volgt wat betreft circulariteit het landelijk beleid voor duurzame gebiedsontwikkeling van Haveland waarbij eerst wordt ingezet op reductie van grondstoffengebruik, onder meer door beperking van autogebruik, vervolgens op hergebruik van bestaande gebouwen en materialen en optimalisatie van bestaande stromen, daarna op circulaire alternatieven en ten slotte op efficiënt beheer van grondstoffen en energie. Collectieve en modulair ontworpen installaties zouden kunnen bijdragen aan efficiënter gebruik van middelen en het beperken van verspilling. Ook voor het aspect circulariteit moet in een latere fase onderzocht worden welke maatregelen daadwerkelijk worden toegepast.
3.8.3
Conclusie De transformatie draagt bij aan de gemeentelijke opgave om Rheden in 2040 aardgasvrij te maken. De energiestrategie richt zich op een collectieve warmte- en elektriciteitsvoorziening die gebruik maakt van lokaal beschikbare duurzame energiebronnen. De ontwikkeling van Haveland biedt kansen voor duurzame energie en circulariteit. De uiteindelijke aanpak wordt nog uitgewerkt in een nadere fase.
3.8.4
Noodzakelijke en mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: Onderzoek inrichting collectieve warmte- en elektriciteitsvoorziening ▪ Er dient onderzocht te worden naar de optimale inrichting van de collectieve warmte- en elektriciteitsvoorziening. Zodat per deelgebied inzicht ontstaat in welke warmtebronnen, warmtebuffers, netstructuren en vormen van lokale elektriciteitsopwekking het meest geschikt zijn, passend bij de fasering en de gewenste stedenbouwkundige ontwikkeling.
3.9
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
3.9.1
Huidige situatie Ontwikkelingsgeschiedenis Rheden is in de middeleeuwen ontstaan aan de voet van de stuwwal, op de overgang met de IJsselvallei. De Rheder Enk was de gemeenschappelijke landbouwgrond bij het dorp. Tot aan de 19 e eeuw groeide het dorp amper en leefde men hoofdzakelijk van de landbouw. De Rheder Enk is dan een open landschap van bouwlanden en veldwegen met verspreide bebouwing. In de loop van de 19e en vooral 20e eeuw ontstond werkgelegenheid in de industrie (Figuur 3-14). Rheden was een aantrekkelijke vestigingsplaats door de verbindingen over de IJssel en het spoor. Begin twintigste eeuw vestigden zich een aantal bedrijven op het terrein tussen de IJssel en het spoor, op de Rheder Enk. Die stonden aanvankelijk nog als losse bedrijfsgebouwen in het agrarisch landschap (Figuur 3-14). In de periode na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Rheden zich vooral als forensendorp. In die periode breidde Rheden zich vooral uit met woningen in zuidwestelijke richting. Aan de oostzijde, ter plaatse van Haveland, betekenden de naoorlogse jaren juist een enorme groei en bloei van de industrie (Figuur 3-14). Tijdens de wederopbouwperiode was er een enorme vraag van betonproducten van de Meteoor. Motorenfabriek Thomassen maakte allerhande producten voor de olie- en gasindustrie in eigen land en over de hele wereld. Daarnaast was er de NV Nationale Staal-en aluminiumindustrie.
Deze drie bedrijven drukten een grote stempel op dit deel van het dorp. De oorspronkelijke bedrijfsgebouwen worden uitgebouwd of vervangen en er worden nieuwe bedrijfsgebouwen op de bedrijfskavels ontwikkeld. Eind jaren '60 van de 20e eeuw is Haveland voor een groot deel vol gebouwd. In iets meer dan een halve eeuw is de Rheder Enk omgevormd van een agrarisch landschap tot een industrieterrein van belang. In deze periode domineert de industrie en is er weinig aandacht voor de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van het gebied. Kenmerkend is de sloop van het oude Veerhuis in 1969.
Pagina | 38
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
In de periode vanaf 1970 heeft de bedrijvigheid zich bestendigd (Figuur 3-15). Door de aanleg van de snelweg en het verleggen van de IJssel verandert de relatie met de rivier (Figuur 3-14). De oude IJsselarm wordt een zijtak, en een deel van de IJssel wordt gedempt ten gunste van de industrie. De Meteoor legt zich toe op stelcon betonplaten en dwarsliggers voor het spoor. Thomassen blijft (opgesplitst in verschillende bedrijfsonderdelen) op Haveland gevestigd. De productie van de Nationale Staal-en Aluminiumindustrie gaat (onder verschillende namen) nog lange tijd door. Uiteindelijk is de productie in Rheden gestaakt. Dat deel van het terrein ligt sinds kort grotendeels braak.
Figuur 3-14 Ontwikkelingsgeschiedenis (bron: Huurman, 2024)
Figuur 3-15 Luchtfoto (2023) met het terrein van de Meteoor (1), Motorenfabriek Thomassen (2) en het voormalige terrein van de NV Nationale Staal- en Aluminiumindustrie (3) (bron: Huurman, 2024)
Pagina | 39
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Landschap en cultuurhistorie In 2024 is een cultuurhistorische verkenning12 uitgevoerd om inzicht te krijgen in de cultuurhistorische waarde van de gebouwen in het plangebied, binnen de stedenbouwkundige en landschappelijke context. Het industriële gebruik van de afgelopen 100 jaar kenmerkt, samen met de historische stedenbouwkundige onderlegger met historische linten en de loop van de IJssel, de huidige cultuurhistorische waarden van Haveland. De nog aanwezige structuren en onderdelen in het landschap zijn: ▪ Historisch wegenpatroon (veldwegen en schaapsdriften); o Havelandseweg o Pinkelseweg o Veerweg o Schaarweg (voormalig lijnpad) o Dorpsstraat o Laakweg ▪ Oude IJsselloop met steile oever; ▪ Spoorlijn en (delen van) tracé voormalig industriespoor. De nog aanwezige structuren en onderdelen in de stedenbouw: ▪ Havelandseweg met (eenzijdig restant van dubbele) bomenrij; ▪ Opeenvolging arbeiderswoningen (kleinschalige korrel) langs Havelandseweg met hofjes als sluitstuk.
De nog aanwezige structuren en onderdelen in bebouwing: ▪ Machinehal als kern van Thomassen terrein, daaromheen kenmerkende bedrijfsgebouwen die het verhaal van de wederopbouw vertellen; ▪ Loswal/kraanbaan Meteoor en bedrijfsgebouwen uit de wederopbouwperiode; ▪ Aluminiumwerkplaats als restant van de NV Nationale staal- en Aluminiumindustrie; ▪ Muziektent, hoek Veerweg/Havelandseweg; ▪ Boerderij Melkpad/Pinkelseweg.
Figuur 3-16 Historische verbindingen van Haveland met de omgeving (bron: Huurman, 2024)
12
Huurman, 2024.
Pagina | 40
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Waardering panden Als onderdeel van de cultuurhistorische verkenning is een eerste waardering opgesteld van de individuele panden in Haveland. De waardering richt zich vooral op de historische waarden, waarbij vier categorieën worden gehanteerd13 (zie Figuur 3-17): 1. Basis/ indifferent: dit zijn panden met een lage cultuurhistorische waarde (maar wellicht wel met een bijzonder beeldbepalend karakter dat mede de sfeer van het gebied bepaalt). Vanuit de cultuurhistorie bezien is hier ruimte voor ontwikkeling; 2. Positieve waarde: dit zijn panden die een zekere cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen. Behoud heeft de nadrukkelijke voorkeur, maar daarbij zijn ingrepen voorstelbaar, bijvoorbeeld om een herbestemming mogelijk te maken; 3. Hoge waarde: dit zijn cultuurhistorisch waardevolle panden waarvoor een conserverende vorm van behoud het uitgangspunt is; 4. Onbekend; hiervan is de waarde op basis van dit onderzoek nog niet te bepalen. Nader onderzoek is noodzakelijk.
Figuur 3-17 Cultuurhistorische waarden panden in Haveland (bron: Huurman, 2024)
Archeologie Langs de hele oostelijke flank van het Veluwemassief is veel erosiemateriaal afgezet in de vorm van uitgestrekte uitspoelingwaaiers. In de laatste ijstijd werden delen van dit landschap afgedekt door dekzand. Lokaal werden uitgestrekte complexen van dekzandruggen en -welvingen gevormd. Het hele gebied werd doorsneden door beken die het water van de Veluwe naar de Rijn afvoerden. In dit beekdalstelsel ontstond in de Laat Romeinse tijd de Gelderse IJssel als een noordelijke zijtak van de Rijn. Rond Rheden, in het zuidelijke deel van de IJsselvallei, domineerde het groot grondbezit. De vruchtbare kleigronden langs de rivier, economische basis voor verschillende landgoederen, overstroomden regelmatig. De stuwwal van de Oostelijke Veluwe kent ter hoogte van de gemeente Rheden zeer reliëfrijke flanken. Er is dan ook sprake van een groot aantal meer of minder steile hellingen. Dit is voornamelijk het gevolg van hellingprocessen en smeltwatererosie tijdens zowel het Saalien als Weichselien. Archeologische beleidskaart Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Rheden (zie Figuur 3-18) wordt onderscheid gemaakt in vier zones: archeologisch aandachtsgebieden; archeologische onderzoeksgebieden; gebieden met een lage 13
In de cultuurhistorische verkenning zijn ook objecten aangegeven waar nader onderzoek plaats moet vinden naar de cultuurhistorische waarden. Over het algemeen betreft het gebouwen waar een bouwhistorisch onderzoek op locatie in combinatie met archiefonderzoek uitsluitsel moet geven over de architectuurhistorische waarde, de gaafheid en zeldzaamheid, en daarmee het belang.
Pagina | 41
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
archeologische verwachting; en waterbodems. De uitgangspunten voor de archeologische beleidskaart, inclusief onderzoeksverplichting per categorie, zijn: ▪
Archeologische aandachtsgebieden. Hiervoor geldt dat onderzoek bij bodemingrepen groter dan 100 m 2 en dieper dan 30 centimeter noodzakelijk is. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’: o terrein van (hoge) archeologische waarde zoals vermeld op de archeologische monumentenkaart Gelderland (2011) met rondom een bufferzone van 25 m; o historische stads- of dorpskernen met rondom een bufferzone van 25 m; o gebieden met een zeer hoge archeologische verwachting;- kasteelterreinen en historische buitenplaatsen met rondom een bufferzone van 25 m;- verhoogde huisplaatsen (pollen); o archeologische vindplaatsen (puntlocaties, incl. elementen erfgoedkaart en WO2-elementen); o sprengbeken met rondom een bufferzone van 10 m. met rondom een bufferzone van 25 m.
▪
Archeologische onderzoeksgebieden zijn gebieden met een hoge en middelmatige archeologische verwachting (Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’). Hiervoor geldt dat onderzoek bij bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 centimeter noodzakelijk is.
▪
Gebieden met een lage archeologische verwachting/ overige verwachtingszones en waterbodems (Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’). Hiervoor geldt dat onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 30 centimeter. Uit de archeologische beleidskaart van de gemeente Rheden blijkt dat het zuidoostelijke deel van het plangebied een lage archeologische verwachting kent. Vanwege het reliëf en bodemerosie is de kans op het voorkomen van structurele archeologische resten gering (lage verwachte dichtheid aan archeologische resten).
Samenvattend kan worden gesteld dat Haveland, ondanks verstoring, nog archeologische (verwachtings)waarden kan bevatten.
Figuur 3-18 Archeologische beleidskaart Rheden (bron: Gemeente Rheden, Archeologische beleidskaart)
Pagina | 42
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
3.9.2
Effecten Haveland Landschap en cultuurhistorie De ontwikkeling draagt bij aan de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische samenhang van het gebied door: ▪
Het herstellen van historische routes en structuren waaronder: o
o o ▪
het wegenpatroon van veldwegen en schaapsdriften dat deels verloren is gegaan, waaronder de route naar het Rhedens veer, Pinkelsweg, Havelandseweg, Schaarweg, Dorpsstraat en de verbinding Valkenberg-Meteoor IJssel. De schaapsdriften verbinden Haveland over het spoor met het Veluwelandschap; het voormalig industriespoor langs de IJssel opnieuw betekenis geven als route; de laanstructuur van de Havelandseweg.
Bij te dragen aan de versterking van het onderscheidende industriële karakter van het gebied, door de objecten met een hoge of positieve waarde en de beeldbepalende objecten als karakterdragers te behouden en versterken. Bij transformatie van het gebied wordt onderzocht hoe deze objecten kunnen blijven bijdragen: o
Voor objecten met een hoge cultuurhistorische waarde is het uitgangspunt conserverend behoud;
o
Voor objecten met een positieve cultuurhistorische waarde is het uitgangspunt behoud/ behoud door transformatie;
o
Voor objecten met een indifferente waarde, is ruimte is voor sloop/nieuwbouw, tenzij ze een beeldbepalend karakter hebben.
▪
Opnieuw betekenis geven aan het cultuurhistorisch knooppunt en plek van het verdwenen Veerhuis. Dit leidt tot een verbetering van de zichtrelatie Valkenberg met de Steegse Haven (voormalige IJsselloop) en de beleefbaarheid van de verbinding tussen het dorp en de IJssel.
▪
Het uitbreiden en verbinden van Dorpspark de Laak met de Steegse Haven. Door het groen inrichten van de stelplaats van de Meteoor wordt het Dorpspark gekoppeld aan de Steegse Haven en haar groene randen. Het doortrekken van het Dorpspark de Laak en de groene zoom leidt tot het versterken en uitbreiden van de hoofdgroenstructuren van het dorp. De groene zoom bestaat uit een aaneenschakeling van groene ruimtes langs het Melkpad en de Veerweg waarin begraafplaats de Pinkel en de muziekkiosk zijn opgenomen. De oude linten (Pinkelseweg, Havelandseweg, en Veerweg) krijgen een groen karakter. Bestaande bomen worden ingepast en nieuwe bomenrijen worden toegevoegd. Parallel aan de rijbaan komen groene bermen. Dit leidt tot een verbetering van de natuurwaarden in het gebied en versterkt de zichtbaarheid en samenhang van historische landschapselementen. Ter hoogte van het nautisch recreatief cluster komen groenblauwe verbindingen samen;
▪
Het doortrekken van het lange verbindende wandelpad en het koppelen aan de autoluwe Schaarweg versterkt de samenhang en beleefbaarheid van het gebied. Hiermee wordt de groene omarming van het dorp afgerond en wordt het enkenlandschap ten zuidwesten van Rheden via het dorpspark verbonden met het water, De Steeg en kasteel Middachten;
▪
Het inzetten op een maximale groene uitstraling en beleving van de hele wijk. De kern van het plangebied bestaat uit een mozaïek van gebouwen en openbare ruimtes. Stelconplaten en bestaande verhardingen worden waar mogelijk behouden en/of hergebruikt in het gebied waardoor het industriële karakter bij de inrichting van de buitenruimte benadrukt wordt. Bestaande bomen en bestaand groen worden zo veel mogelijk ingepast. Daarnaast realiseert de gemeente groen op en aan gebouwen.
Archeologie In Haveland is een aantal dubbelbestemmingen opgenomen voor archeologie, waarmee archeologische waarden van de gronden in Haveland beschermd worden. Bij de ontwikkeling van Haveland is er sprake van graafwerkzaamheden en mogelijk de verstoring van archeologische (verwachtings)waarden. Ter hoogte van de archeologische aandachtsgebieden is onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter. Ter hoogte van archeologische onderzoeksgebieden (hoge en middelmatige archeologische verwachting) geldt dat onderzoek bij Pagina | 43
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
bodemingrepen groter dan 250 m2 en dieper dan 30 centimeter noodzakelijk is. Ter hoogte van de gebieden met een lage archeologische verwachting en waterbodems geldt dat onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 30 centimeter.
3.9.3
Conclusie Landschap en cultuurhistorie Het planvoornemen leidt tot een versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische samenhang in het gebied. Door het behoud en herstellen van het historisch wegenpatroon van veldwegen en schaapsdriften, het behouden en benutten van karakteristieke (industriële) elementen en het versterken van groenblauwe verbindingen en deze te koppelen aan omliggende natuur, neemt de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het landschap toe. Daarnaast draagt de uitbreiding en verbinding van bestaande groenstructuren, zoals Dorpspark De Laak en de groene zoom, bij aan een robuuster en samenhangend landschap waarin historische landschapselementen beter tot uitdrukking komen. Voor het ontwikkelen van het plangebied is een landschapsplan nodig om de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en de samenhang tussen groenstructuren en historische elementen zorgvuldig landschappelijk in te passen. Daarnaast is aanvullend cultuurhistorisch onderzoek nodig bij objecten waarvan de cultuurhistorische waarden nog niet bekend zijn. Archeologie In het plangebied komen archeologische waarden voor.
Om te voorkomen dat archeologische waarden worden vernietigd zonder dat die zijn onderzocht, dan moet een rapport worden overlegd waarin de archeologische waarden van deze gronden, die blijkens de aanvraag zullen of kunnen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Voor het opstellen van dit rapport moet een archeologisch (bureau)onderzoek plaatsvinden, eventueel gevolgd door een veldonderzoek met behulp van archeologische boringen. Hiervoor dient een gespecialiseerd bureau te worden ingeschakeld. Indien hieraan wordt voldaan worden voor het aspect ‘archeologie’ geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.
3.9.4
Noodzakelijke en mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: ▪ Landschappelijke inpassing in het stedenbouwkundig- en landschapsplan; ▪ Beeldkwaliteitsplan opstellen om ruimtelijke kwaliteit beter te borgen; ▪ De cultuurhistorisch waardevolle objecten dienen meegenomen te worden in de landschappelijke- en stedenbouwkundige inpassing. Het uitgangspunt hierbij is de versterking van de belevingswaarde en karakteristiek van het bestaande. Hierbij dient onderzocht te worden hoe de objecten met een hoge of positieve waarde en beeldbepalende objecten kunnen blijven bijdragen bij de transformatie van het gebied en is het zinvol om de stedenbouwkundige en/of landschappelijke aanknopingspunten naast de individuele waardering te leggen. Daarnaast is aanvullend onderzoek nodig bij objecten waarvan de cultuurhistorische waardes nog niet bekend zijn; ▪ Gericht (bureau)onderzoek, eventueel gevolgd door een veldonderzoek met behulp van archeologische boringen, is noodzakelijk om de aanwezigheid, gaafheid en datering van mogelijke vindplaatsen vast te stellen en om archeologische resten veilig te stellen voordat de geplande bouw- en infrastructuurwerkzaamheden starten.
3.10
Natuur
3.10.1 Huidige situatie Natura 2000 Het plangebied Haveland bevindt zich in directe nabijheid van Natura 2000-gebieden (zie Figuur 3-19). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Veluwe ligt op 100 meter ten noorden van het gebied en de Rijntakken op 500 meter ten zuiden van het gebied. Het Natura 2000-gebied de Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. Het Natura 2000-gebied Rijntakken omvat 4 deelgebieden: uiterwaarden IJssel, uiterwaarden Neder-Rijn, de Gelderse Poort en uiterwaarden Waal. Nabij het Pagina | 44
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
plangebied bevindt zich het deelgebied uiterwaarden IJssel bestaande uit de rivier de IJssel, de aanliggende oeverwallen en de uiterwaarden.
Veluwe
Rijntakken
Figuur 3-19 Natura 2000-gebieden in de omgeving van Haveland (bron: Natura 2000-gebieden, 2026)
NNN NNN-gebieden (in dit geval het Gelders Natuurneterwerk) zijn bestaande of nieuw aan te leggen natuurgebieden. Zo ontstaat er een netwerk waardoor planten en dieren met elkaar verbonden zijn op nationale schaal. Deze verbinding versterkt de biodiversiteit. Er ligt geen NatuurNetwerk Nederland (NNN-gebied) in het plangebied. Wel liggen er in de directe omgeving NNN-gebieden. De ligging van deze NNN-gebieden is in Figuur 3-20 weergegeven. De gebieden overlappen deels met de Natura 2000-gebieden.
Figuur 3-20 NatuurNetwerk Nederland (bron: NNN, 2026)
Beschermde plant- en diersoorten De NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) laat zien waar, wanneer en welke planten- en diersoorten in Nederland zijn waargenomen. De km-hokken in NDFF waarin het plangebied ligt, geven hoge aantallen aan waarnemingen van soorten weer (ca. 6000 – 16.000 waarnemingen). Dit kan worden verklaard door de aanwezigheid van natuurgebied Veluwezoom binnen de km-hokken. In de Nota biodiversiteitsplan Rheden is wel beschreven dat op het terrein een bijzondere waarneming is gedaan, namelijk de waarneming van de teunisbloempijlstaart (beschermde nachtvlinder). Pagina | 45
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
3.10.2 Effecten Haveland Natura 2000 Het voornemen zou kunnen leiden tot verstoring op Natura 2000-gebieden als gevolg van de activiteiten binnen het plangebied en als gevolg van het feit dat de nieuwe bewoners in de directe omgeving kunnen gaan recreëren. Daarnaast leidt de bouw en de aanwezigheid van woningen (met name het verkeer van en naar die woningen) tot stikstofdepositie. Woningbouw zou ook kunnen leiden tot verdroging doordat het natuurlijke watersysteem wordt verstoord. Door de aanleg van huizen, wegen en tuinen kan regenwater minder goed in de bodem trekken, wat kan leiden tot een daling van de grondwaterstand. Geluid, licht, visuele verstoring De effectafstanden van de storingsfactoren, zoals verstoring door geluid, verstoring door licht en visuele verstoring treden lokaal op of hebben een invloedsgebied variërend van enkele 10-tallen tot 100-en meters en tot maximaal 1,5 km van het plangebied. Het plangebied ligt op korte afstand van Natura 2000-gebied Veluwe, maar tussen het plangebied en de Veluwe ligt nog de Arnhemsestraatweg en de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Het gebruik van deze weg en de spoorlijn zullen maatgevend zijn voor de actuele verstoring van dit Natura 2000-gebied. Daarnaast is er reeds in de huidige situatie sprake van geluidbelasting, lichtuitstraling e.d. van de huidige bedrijfsactiviteiten.
Daarom wordt voor de Veluwe geen relevante (toename van) verstoring verwacht door de activiteiten binnen het plangebied. Het plangebied ligt ook op korte afstand van Natura 2000-gebied Rijntakken. Aangezien er reeds in de huidige situatie sprake is van geluidbelasting, lichtuitstraling e.d. van de huidige bedrijfsactiviteiten, wordt ook op de Rijntakken geen relevante (toename van) verstoring verwacht. Kortom, voor deze storingsfactoren is er geen sprake van een negatief effect door de transformatie van het industrieterrein Haveland naar een gemengd woon-werkgebied. Recreatieve verstoring Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden kan een eventuele toename van de recreatiedruk optreden in Natura 2000-gebied Veluwe en Rijntakken. Rijntakken Voor Natura 2000-gebied Rijntakken is de recreatiedruk vooral een knelpunt voor vogelsoorten wanneer de recreatieve toegankelijkheid van leefgebieden wordt vergroot. Dat is niet het geval. De ontwikkeling van Haveland heeft dan ook niet of nauwelijks een extra verstorend effect op. Bovendien ligt er al een recreatieve voorziening in het deelgebied Uiterwaarden IJssel in de omgeving van het plangebied; het Rhederlaag. Veluwe De Veluwezoom (onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe), en dan met name de Posbank, heeft een grote recreatieve aantrekkingskracht vanwege de bijzondere afwisseling van heide, bossen, landgoederen en heuvels.
Zowel de recreatiezonering van de Veluwe, als het Masterplan en Uitvoeringsprogramma Veluwezoom stroomlijnen de recreatiedruk op Natura 2000-gebied Veluwe. Hieronder is dit nader toegelicht. Provincie Gelderland werkt aan een betere balans tussen natuur en recreatie door recreatiezonering. Hiervoor heeft de provincie het Recreatiezoneringsplan Veluwe (2022) opgesteld. Het plan is tot stand gekomen met inbreng van natuurterreineigenaren en -beheerders, bewoners, ondernemers en recreatieve gebruikers, en onderbouwd met ecologisch onderzoek. Dit plan is een uitwerking van het Natura 2000-beheerplan Veluwe. Natura 2000-gebied Veluwe is opgedeeld in vier zones (A, B, C, D) die in grote lijnen weergeven op welke plek de nadruk meer ligt op recreatie of op natuur. Het resultaat staat op de recreatiezoneringskaart (zie Figuur 3-21).
Pagina | 46
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Figuur 3-21 Recreatiezonering Veluwe ter hoogte van Haveland (bron: Provincie Gelderland, 2022)
Nabij het plangebied Haveland ligt met name Zone A en Zone B: ▪ Zone A: Deze gebieden liggen vooral dicht bij de woonkernen, bezienswaardigheden en recreatieterreinen. Er zijn veel voorzieningen als horeca, speelterreinen en bezoekerscentra. De gebieden zijn het startpunt van routes voor korte en lange wandelingen, fietstochten en ruitertochten. Er zijn volop picknickplaatsen en parkeergelegenheid. ▪ Zone B: Hier liggen fiets-, ruiter- en wandelpaden die zijn verbonden met paden van zone A, de wat langere gemarkeerde routes zijn hier ook te vinden. De dichtheid van de paden is minder dan in zone A, waardoor er meer ruimte is voor de natuur. Daar waar gebieden aangewezen zijn waar intensieve recreatie is toegestaan, dus met name in zone A, is ruimte voor extra recreatiedruk vanuit Haveland, want het uitgangspunt is dan dat er beperkte natuurwaarden aanwezig zijn. Natuurmonumenten is al langere tijd bezig om op en rond het Nationaal Park Veluwezoom een betere recreatieve routing en spreiding van bezoekers te realiseren. Natuurmonumenten, gemeente Rheden en gemeente Rozendaal hebben gezamenlijk een Masterplan en Uitvoeringsprogramma Veluwezoom (2022) opgesteld. In het Masterplan is aangegeven op welke wijze de partijen de balans tussen natuur en recreatie in de komende jaren wil herstellen.
In het Uitvoeringsprogramma zijn de (deel)projecten opgenomen die ervoor moeten zorgen om de visie uit het Masterplan te realiseren. Voorbeeldprojecten zijn een betere recreatieve routing en spreiding van bezoekers en regulering van de verkeersstromen en parkeerplaatsen. Voor de verschillende projecten is door de deelnemende partijen budget beschikbaar gesteld. Hieruit blijkt ook dat er vanuit Natuurmonumenten en gemeente Rheden en Rozendaal ruime aandacht is voor het stroomlijnen van de recreatiedruk. Kortom, volgens de recreatiezonering van Natura 2000-gebied Veluwe in combinatie met Masterplan Veluwezoom is er vanuit provincie, Natuurmonumenten, gemeente Rheden en Rozendaal ruime aandacht voor de recreatiedruk op dit Natura 2000-gebied. Bovendien is er in de directe omgeving van het plangebied een grote oppervlakte aanwezig waar intensieve recreatie is toegestaan (zone A) waar ruimte is om de extra recreatiedruk vanuit Haveland op te vangen. Daarnaast kan door het vroegtijdig realiseren van toegankelijke en aantrekkelijke recreatiemogelijkheden in en nabij Haveland (zoals buurtparken, speelplekken, wandel- en fietsroutes, hondenlosloopgebieden) de recreatiedruk op de omliggende Natura 2000-gebieden verder worden beperkt.
Bij de verdere uitwerking van het plan is nader onderzoek nodig (bijvoorbeeld in de vorm van een voortoets) om significant negatieve effecten uit te sluiten. Als mitigerende maatregel kan het meegroeien van het recreatief groen, natuur, water en landschap met het stijgende aantal woningen worden meegenomen. Pagina | 47
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Hydrologie De ontwikkeling heeft geen effecten op de hydrologische situatie in de Natura 2000-gebieden. Als gevolg van de ontwikkelingen neemt de verharding niet toe. Vermesting en verzuring Het plangebied ligt op ongeveer 100 meter km afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe en op 500 meter van de Rijntakken, beide natuurgebieden bevatten stikstofgevoelige habitats. Echter, de mate waarin er sprake is van een stikstofknelpunt in het Natura 2000-gebied is verschillend bij beide gebieden. Het stikstofknelpunt (areaal aan natuur dat overbelast is met stikstof) is voor de Veluwe veel groter (zie Figuur 3-22).
Figuur 3-22 Stikstofbelasting Rijntakken (boven) en Veluwe (onder) (AERIUS Monitor 2025). Donkergroen is de oppervlakte die niet overbelast is en ook niet naderend overbelast is14.
Ontwikkeling van woningen en voorzieningen kunnen leiden tot een toename van stikstofuitstoot en daarmee mogelijk tot toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden, zowel mogelijk in de gebruiksfase (na realisatie: door verkeer en bedrijfsbronnen) en in de aanlegfase (o.a. door bouwmaterieel en aan- en afvoer van bouwmateriaal). In opdracht van Gemeente Rheden heeft Soundforceone B.V. een stikstofdepositieonderzoek (2025)15 uitgevoerd voor de transformatie van het industrieterrein Haveland in Rheden. Om voldoende inzicht te bieden in de stikstofdepositie-effecten zijn verschillende varianten/situaties doorgerekend: ▪ Referentiesituatie 2018 en huidig 50% van CBS kentallen (zie toelichting op de 50% hieronder) ▪ Referentiesituatie 2018 en huidig 25% van CBS kentallen (zie toelichting op de 25% hieronder) ▪ Aanlegfase 200 woningen of 25.000 m2 arbeidsplaatsen per jaar ▪ Aanlegfase 100 woningen 12.500 m2 arbeidsplaatsen per jaar ▪ Gebruiksfase 1.000 woningen en 1.000 arbeidsplaatsen
14
Elke habitat of leefgebied van een soort heeft een kritische depositiewaarde (KDW). Onder de KDW wordt verstaan (Van Dobben et. al, 2012): de grens waarboven het risico niet kan worden uitgesloten dat de kwaliteit van het habitattype significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische depositie. Bij een overbelaste situatie ligt de huidige depositie boven de KDW Bij een naderende overschrijding (habitattype of leefgebied is dan naderend overbelast) is er geen sprake van een overschrijding van de KDW, maar is het verschil tussen achtergronddepositie/actuele depositie en de KDW minder dan 70 mol N/ha/jr. 15 Dolman, 2025.
Pagina | 48
Plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haveland Rheden projectnummer 0509941.100 24 april 2026 revisie 04 Gemeente Rheden
Door de vergelijking van de stikstofeffecten met de referentiesituatie wordt rekening gehouden met de salderingsruimte van de bedrijven die vertrekken. Aangezien het feitelijk gebruik en emissies van de bedrijven op het terrein van Haveland voor 2018 en de huidige situatie nog niet bekend zijn, is een reductie van in eerste instantie 50% op de door kentallen bepaalde emissies toegepast. Zodoende is sprake van een worst-case inschatting en is geen sprake van “rijkrekenen”. Tevens is een doorkijk gegeven naar de gevolgen van een reductie van 75% ten opzichte van de bovenstaande kentallen. Provinciale beleidsregels stikstof Op 3 februari 2026 heeft het college van Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland het ontwerpbesluit tot wijziging van de Omgevingsverordening Gelderland 2025-2026 vastgesteld. Het ontwerpbesluit bevat wijzigingen over onder andere het stikstofreductiegebied (strokenbeleid). Onderdeel van dit strokenbeleid zijn nieuwe regels, beperkingen en normeringen (in stroken van maximaal 500 m rondom o.a.de Veluwe) om de stikstofemissie in en rond stikstofgevoelige en overbelaste Natura-2000 habitats te verminderen. De regels gaan onder andere over stookinstallaties, minder gasverbruik bij bedrijven, kunstmest en modernisering van stallen. De regels hebben – met het besluit van 3 februari - geen invloed op de beoogde ontwikkeling van Haveland.