CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

20241104_Energievisie_Werkdokument_0.2

Informatiebijeenkomst sessie 2 10 december 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Toelichting eerste versie energievisie24.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Elektrisch Duurzame energie

Energiebehoefte

Nu 268 Tj 11 Tj

Werkdocument 0.2

Na transitie 448 Tj

Pagina 35 van 56

8.4

Energieverbruik bedrijfsprocessen

Het elektriciteitsverbruik van bedrijven zal de komende jaren stijgen. Een belangrijke reden hiervoor is dat aardgas steeds vaker vervangen wordt door elektriciteit, bijvoorbeeld door elektrische warmtepompen in plaats van gasgestookte ketels. Bedrijven gaan ook steeds meer elektrische machines en apparaten gebruiken om productieprocessen te verduurzamen en te verbeteren/versnellen. Dit zorgt ervoor dat bedrijven steeds meer stroom nodig hebben. Deze veranderingen vragen om een goede voorbereiding, want het elektriciteitsnet moet genoeg capaciteit hebben om aan deze nieuwe vraag te voldoen. Als bedrijven overstappen op elektriciteit, kan dit leiden tot pieken in het stroomverbruik, vooral als meerdere bedrijven tegelijk veel stroom nodig hebben. Daarom is het belangrijk dat we vooruit plannen en ervoor zorgen dat het elektriciteitsnet sterk genoeg is om deze toenemende vraag aan te kunnen. Ook moeten bedrijven goed nadenken over wanneer ze stroom verbruiken en hoe ze pieken kunnen vermijden, bijvoorbeeld door energie op te slaan of verbruik te spreiden. De overstap naar meer elektrische oplossingen zorgt voor een grotere vraag naar stroom bij bedrijven, en daar moeten we nu al rekening mee houden om leveringsproblemen te voorkomen en de energietransitie soepel te laten verlopen. Aardgas Elektrisch Duurzame energie

Energiebehoefte

Nu onbekend onbekend onbekend

Werkdocument 0.2

Na transitie onbekend onbekend

Pagina 36 van 56

8.5

Nieuwbouw

De energietransitie heeft ook gevolgen voor de nieuwbouw van woningen en andere gebouwen. 

Duurzaamheid en Energieprestatie Nieuwbouw moet voldoen aan strengere regels om de uitstoot van CO2 te verminderen. Volgens de EU-richtlijn 2024/1275 moeten gebouwen tegen 2030 emissievrij zijn. Dit betekent dat gebouwen geen CO2 meer mogen uitstoten en heel energiezuinig moeten zijn. De nadruk ligt op het efficiënt gebruik van energie en het inzetten van hernieuwbare energiebronnen, zoals zonne-energie. Warmtetransitie Er komt steeds meer aandacht voor het gebruik van duurzame warmtebronnen in plaats van fossiele brandstoffen. In nieuwbouwprojecten worden daarom vaker warmtenetten en warmtepompen toegepast, vooral in dorpen waar collectieve oplossingen voor verwarming mogelijk zijn. Decentralisatie van het energiesysteem In Gelderland wordt gewerkt aan een meer lokaal en stevig energiesysteem. Hierbij spelen nieuwbouwprojecten een belangrijke rol. Dit betekent dat nieuwbouwwijken hun eigen energie gaan opwekken of gebruikmaken van slimme oplossingen, zoals energieopslag en flexibiliteit. Infrastructuur en Netcongestie De vraag naar elektriciteit groeit door de elektrificatie van nieuwbouw, waardoor het energienet moet worden uitgebreid. Dit brengt uitdagingen met zich mee, zoals overbelasting van het net (netcongestie). Om dit aan te pakken, zijn op termijn slimme oplossingen nodig om de capaciteit van het net te vergroten en de energievraag in balans te houden.

Netbewust bouwen Netbewust bouwen is een manier van bouwen waarbij er rekening wordt gehouden met de beperkingen van het elektriciteitsnet. Het doel is om gebouwen zo te ontwerpen dat ze minder afhankelijk zijn van het bestaande net. Dit gebeurt door slimme technologieën en energiezuinige oplossingen te gebruiken, zoals zonnepanelen, warmtenetten en energieopslag. Hierdoor gebruiken gebouwen minder energie van het net en kunnen ze soms hun eigen energie opwekken. Dit helpt ook om het net minder te belasten. Beleidsintegratie en Ruimtelijke Plannen De keuzes rondom de energietransitie worden opgenomen in bouw- en ruimtelijke plannen. Hierbij zijn energievoorziening en infrastructuur belangrijke uitgangspunten. Dit betekent dat duurzame energiebronnen en energieverbruik van invloed zijn op het ontwerp en de uitvoering van nieuwbouwprojecten.

Samengevat zal de energietransitie leiden tot duurzamere, efficiëntere en meer zelfvoorzienende energiesystemen in nieuwbouw, met een sterke focus op hernieuwbare energiebronnen en het verminderen van fossiele brandstoffen.

Energiebehoefte

Werkdocument 0.2

Pagina 37 van 56

8.6

Beschikbare energie

Er zijn meerdere mogelijkheden om energie op te wekken of op te halen. Duurzame energie moet verkregen worden door een nieuw energiesysteem.

8.6.1

Zonnepanelen

Zonnepanelen (PV-systemen) zetten zonlicht direct om in elektriciteit door middel van fotovoltaïsche cellen. Ze zijn een van de meest gebruikte vormen van hernieuwbare energie, met als groot voordeel dat ze zonder directe CO2-uitstoot werken en de opgewekte energie lokaal kunnen worden gebruikt voor huishoudens, bedrijven en openbare voorzieningen. Op dit moment wordt er door kleinverbruikers al stroom opgewekt. Het opgesteld vermogen is 25.118 kWp dat levert 17.739.MWh aan stroom op. In bijlage A is een onderzoek gedaan door Initiatiefgroep A348 waarbij ze hebben onderzocht waar mogelijk grootschalige opwek geplaats zou kunnen worden. Tevens is bekeken wat de potentie is ongeveer 13.650 MWh. De werkgroep Dieren-West heeft onderzoek gedaan naar energie opwek boven een parkeerplaats Dit heeft een potentieel van 0,49 MWh    

Het Potentieel op daken voor het opwek 1.468.176 m2 ongeveer 40% bruikbaar Het Potentieel op utiliteitsgebouwdaken voor het opwek 332742 m2 ongeveer 40% bruikbaar. Het Potentieel op land voor het opwek opwek 94500 m2 ongeveer 100% Per m2 rekenen we met 220 Wp met een opbrengst van 184 kWh Op daken woningen Op daken utiliteitsbouw Op land

8.6.2

Nu 17.739.MWh Onbekend 0,5 MWh

Potentieel 108.057 MWh 24.490 MWh 13.900 MWh

Zonnecollectoren

Zonnecollectoren gebruiken de warmte van de zon om water te verwarmen. Dit warme water kan vervolgens worden gebruikt voor huishoudelijk gebruik, zoals warm tapwater of ruimteverwarming. Zonnecollectoren zijn efficiënter dan zonnepanelen voor het leveren van thermische energie en zijn een duurzame oplossing voor het verlagen van de warmtevraag.     

Het Potentieel op daken voor het opwek 1.468.176 m2 ongeveer 40% bruikbaar Het Potentieel op utiliteitsgebouwdaken voor het opwek 83947 m2 ongeveer 40% bruikbaar. Het Potentieel op land voor het opwek 94500 m2 is 100% Per m2 rekenen we met 200 Wp met een opbrengst van 168 kWh Per m2 rekenen we met 1 Gj opbrengst Op daken woningen Op daken utiliteitsbouw Op land

Energiebehoefte

Nu Onbekend Onbekend Onbekend Onbekend 0,5 MWh -

Werkdocument 0.2

Potentieel 98.661 MWh 1.149 Tj 5.641 MWh 34 Tj 13.900 MWh 94,5 Tj

Pagina 38 van 56

8.6.3

Heatpipes of Vacuum panelen

Heatpipes zijn een geavanceerdere versie van zonnecollectoren en worden vaak toegepast in zonneboilers. Ze zijn bijzonder efficiënt in het absorberen en transporteren van warmte, zelfs bij lage zoninstraling of in koudere klimaten. Ze werken met een vacuümbuis waardoor warmteverlies minimaal is en zijn daarom zeer geschikt voor situaties waarin maximale warmteopname vereist is.    

Het Potentieel op daken voor het opwek 1.468.176 m2 ongeveer 40% bruikbaar Het Potentieel op utiliteitsgebouwdaken voor het opwek 83947 m2 ongeveer 40% bruikbaar. Het Potentieel op land voor het opwek opwek 94500 m2 ongeveer 100% Per m2 rekenen we met 2,5 Gj opbrengst Op daken woningen Op daken utiliteitsbouw Op land

Energiebehoefte

Nu Onbekend Onbekend 0,5 MWh

Werkdocument 0.2

Potentieel 1468 Tj 84 Tj 236 Tj

Pagina 39 van 56

8.6.4

Restwarmte

Restwarmte verwijst naar de warmte die vrijkomt bij industriële processen of elektriciteitsproductie en anders ongebruikt zou blijven. Deze warmte kan worden opgevangen en hergebruikt in warmtenetten of voor andere doeleinden zoals ruimteverwarming, wat het energieverbruik verlaagt en de energie-efficiëntie verhoogt. De restwarmte verschild per bedrijfstak/productieproces bijvoorbeeld.   

Supermarkt heeft een potentie van 500 Gj/Jaar/supermark Bakkerij heeft een potentie van 300 Gj/jaar/bakkerij RWZI heeft een potentie van 630201 GJ/jaar/waterzuivering

Het potentieel van de restwarmte is om ca 7500 woningen (WEQ) te verwarmen. De AVR heeft het potentieel om in de transitieperiode nog eens 5000 woningen WEQ) te verwarmen 

Aquathermie Aquathermie maakt gebruik van de warmte die wordt opgeslagen in oppervlaktewater, grondwater of afvalwater. Dit water kan worden gebruikt om warmte te onttrekken en te leveren aan gebouwen via warmtenetten. Het is een innovatieve en duurzame manier om warmte uit natuurlijke waterbronnen te benutten. Afvalwater Warmte uit afvalwater (bijvoorbeeld uit riolering of afvoeren) kan worden gebruikt voor het verwarmen van gebouwen of het leveren van warm tapwater. Dit proces maakt gebruik van warmtewisselaars om de warmte uit het afvalwater te halen, wat een innovatieve manier biedt om verloren energie terug te winnen. Restwarmte uit productieprocessen In veel productieprocessen, zoals in de staal- en chemische industrie, komt warmte vrij die vaak niet volledig benut wordt. Deze restwarmte kan worden opgevangen en ingezet voor verwarming van gebouwen of in industriële processen, waardoor de totale energie-efficiëntie van het productieproces toeneemt. Restwarmte uit afvalverbranding Bij de verbranding van afval in afvalverbrandingsinstallaties komt een aanzienlijke hoeveelheid warmte vrij. Deze restwarmte kan worden gebruikt in warmtenetten voor de verwarming van woningen of industriële toepassingen. Het is een duurzame manier om energie uit niet-recyclebaar afval te halen, terwijl de hoeveelheid afval die naar stortplaatsen gaat vermindert.

Energiebehoefte

Werkdocument 0.2

Pagina 40 van 56

8.7

Overzicht Energiepotentieel Behoefte

Heatpipe

Zonthermie

ZonPV

1.552 Tj en onbekend restwarmte en onbekend Aquathermie of

1.183 Tj 104.302 MWh en onbekend restwarmte en onbekend Aquathermie of

146.447 MWh en onbekend restwarmte en onbekend Aquathermie

4.988 MWh 225 Tj 92.331 MWh 1.127 Tj 448 Tj 45.330 MWh Onbekend MWh Onbekend Tj

Energiebehoefte

Werkdocument 0.2

Pagina 41 van 56

9

OPLOSSINGSRICHTINGEN

Bij de energietransitie in de gemeente Rheden streven we naar zoveel mogelijk collectieve oplossingen voor de dichtbevolkte gebieden, zoals warmtenetten, waarbij warmte wordt getransporteerd door middel van een watergedragen systeem. Dit watergedragen systeem kan zowel worden gebruikt voor verwarming als voor het leveren van warm tapwater, wat zorgt voor een efficiënte en duurzame manier van warmtevoorziening. Voor de meer afgelegen gebieden, zoals woningen in bosrijke omgevingen en verspreid liggende huizen, zal de nadruk liggen op individuele oplossingen. Hier kunnen systemen zoals warmtepompen of zonneboilers een belangrijke rol spelen. Deze systemen maken eveneens gebruik van water als medium voor warmteoverdracht, wat aansluit bij het uitgangspunt dat verwarmings- en tapwatersystemen watergedragen moeten zijn. Tegelijkertijd is het van belang dat elektriciteit zoveel mogelijk wordt ingezet voor andere essentiële toepassingen, zoals huishoudelijk gebruik, koken, en mobiliteit. Elektrische kookplaten en inductiefornuizen worden de norm, terwijl elektrische voertuigen het transport verduurzamen. Deze focus op het gebruik van elektriciteit voor specifieke taken helpt de energievraag te balanceren en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen.

Door een combinatie van collectieve en individuele oplossingen, met een duidelijke scheiding tussen de functies van water en elektriciteit, kunnen we de energietransitie in Rheden effectief en duurzaam vormgeven.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 42 van 56

De voorgestelde energietransitie in Rheden, met een focus op collectieve oplossingen zoals warmtenetten in dichtbevolkte gebieden en individuele oplossingen zoals warmtepompen voor afgelegen huizen, vraagt om nieuwe vormen van energiecorporaties die de infrastructuur en samenwerking kunnen organiseren. Deze nieuwe energiecorporaties kunnen de collectieve warmtenetten beheren en ervoor zorgen dat de opwekking, opslag en distributie van warmte op een efficiënte en duurzame manier verloopt. Door gemeenschappelijke belangen te bundelen, kunnen deze corporaties de kosten van investeringen in duurzame energievoorzieningen verdelen en zo schaalvoordelen creëren. Dit bevordert de betrokkenheid van de lokale gemeenschap en maakt het eenvoudiger om collectieve oplossingen breed te implementeren. Daarnaast kunnen energiecorporaties een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van bewoners in de meer afgelegen gebieden door hen te helpen bij de installatie en het onderhoud van individuele systemen zoals warmtepompen en zonneboilers. Door kennis te delen en gezamenlijke inkoop van apparatuur te organiseren, kunnen deze corporaties de overgang naar duurzame energieoplossingen toegankelijker en betaalbaarder maken.

Ze bieden een platform voor samenwerking en innovatie, wat essentieel is om de uiteenlopende energiebehoeften in zowel stedelijke als landelijke gebieden te vervullen binnen het kader van de energietransitie.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 43 van 56

9.1

Warmtenetten

In de gemeente Rheden bieden warmtenetten een uitstekende oplossing voor een duurzame en efficiënte warmtevoorziening. Vooral laagtemperatuur (LT) en zeerlaagtemperatuur (ZLT) warmtenetten spelen een sleutelrol. Deze netten werken op lagere temperaturen en passen goed bij goed geïsoleerde gebouwen en wijken, wat aansluit op de duurzaamheidsdoelen van Rheden.

9.1.1

Zeer-laagtemperatuur warmtenetten (ZLT) of bronnetten

Zeer-laagtemperatuur warmtenetten, ook wel bronnetten genoemd, werken met temperaturen onder de 30°C en gebruiken bronnen zoals zeer lage temperatuur geothermie en restwarmte van processen met een lage temperatuur. Deze netten zijn speciaal geschikt voor wijken met een lage warmtevraag, zoals goed geïsoleerde nieuwbouw en bestaande woningen die na verduurzaming minder warmte nodig hebben. ZLT-warmtenetten worden vaak gecombineerd met individuele warmtepompen in woningen, waardoor elk huishouden de warmte verder kan verhogen naar eigen behoefte. Dit levert comfort op met lage energiekosten en draagt bij aan de verduurzaming.

9.1.2

Laagtemperatuur warmtenetten (LT)

Laagtemperatuur warmtenetten hebben een temperatuurbereik tussen 30°C en 50°C. Ze maken gebruik van duurzame bronnen zoals lage temperatuur geothermie, zonthermische systemen, en restwarmte van supermarkten en industriële processen. Deze netten zijn bijzonder geschikt voor goed geïsoleerde nieuwbouw en bestaande gebouwen waarvan de warmtevraag is verlaagd door isolatiemaatregelen. Vaak worden deze netten gecombineerd met warmtepompen, zodat de temperatuur naar behoefte verder kan worden verhoogd. Door deze combinatie bieden LT-warmtenetten een energiezuinige en comfortabele verwarmingsoplossing, ideaal voor onze duurzame buurten in Rheden.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 44 van 56

9.1.3

Middentemperatuur warmtenetten (MT)

Middentemperatuur (MT) warmtenetten hebben een temperatuurbereik tussen 50°C en 75°C en maken gebruik van warmtebronnen zoals elektriciteit uit zonne-energie (warmtepomp), zonneboilers, restwarmte van industrieën en of opgewaardeerde restwarmte uit supermarketen enz. Deze netten worden toegepast in zowel nieuwbouwprojecten als gerenoveerde oudere wijken, waar de warmtebehoefte lager is door verbeterde isolatie.

9.1.4

Individuele of decentrale warmtenetten

Individuele of decentrale warmtenetten zijn kleinschalige netwerken die één of een paar gebouwen bedienen. Ze gebruiken warmtebronnen zoals biomassaketels, zonthermische systemen, kleine geothermische installaties, en zelfs restwarmte van nabijgelegen industrieën of supermarkten. Deze netten worden vaak toegepast in kleine gemeenschappen, woonwijken of op het platteland.

9.1.5

Hybride warmtenetten

Hybride warmtenetten maken gebruik van een combinatie van verschillende warmtebronnen, zoals restwarmte, biomassa en zonne-energie. Deze netten zijn flexibel in gebruik en kunnen afhankelijk van de vraag en beschikbaarheid diverse bronnen inzetten, wat bijdraagt aan een stabieler en duurzamer netwerk.

9.1.6

Open warmtenetten

Open warmtenetten onderscheiden zich doordat ze openstaan voor meerdere aanbieders en afnemers van warmte, wat concurrentie en innovatie binnen de sector stimuleert. Deze netwerken zijn vooral effectief in gebieden met een diversiteit aan warmteproducenten, zoals industrieën en datacenters, die flexibel warmte aan het netwerk kunnen leveren. Een goed voorbeeld van dergelijke netwerken is te vinden in Denemarken, waar verschillende warmteproducenten bijdragen aan het netwerk, wat leidt tot een efficiënter en duurzamer energiegebruik.

9.1.7

Gecombineerde warmtenetten gemeente Rheden

Een gecombineerd systeem voor laag- en zeer-laagtemperatuur warmtenetten is een duurzame manier om warmte te leveren aan gebouwen. Dit systeem gebruikt warmtebronnen met temperaturen tussen 18°C en 50°C. Het systeem is flexibel en kan verschillende soorten warmtebronnen combineren, zoals zonne-energie, restwarmte van fabrieken en/of supermarkten. Het laagtemperatuurdeel van het systeem is geschikt voor gebouwen die goed geïsoleerd zijn, zoals moderne woningen of gerenoveerde gebouwen. Hier kan het worden gebruikt voor verwarming en warm water. Het voordeel van een gecombineerd systeem is dat het flexibel is en aangepast kan worden aan de behoeften van verschillende soorten gebouwen. Het systeem maakt gebruik van energiebronnen die dichtbij zijn, wat energieverlies vermindert en de efficiëntie verhoogt. Bovendien helpt het om minder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, wat beter is voor het milieu. In een dergelijk systeem kunnen verschillende warmtebronnen naast elkaar werken, waardoor de warmtevoorziening stabiel en betrouwbaar blijft, zelfs als één bron tijdelijk minder warmte levert. Dit maakt het een slimme en duurzame oplossing voor zowel stedelijke als landelijke gebieden.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 45 van 56

9.1.8

Toepassing warmtenetten

Warmtenetten zijn een belangrijk onderdeel van de energietransitie omdat ze gebruik kunnen maken van duurzame en efficiënte warmtebronnen, zoals restwarmte, geothermie, en biomassa. Ze helpen bij het verminderen van de CO₂-uitstoot door de afhankelijkheid van individuele gasgestookte ketels te verminderen. Door verschillende warmtenetconcepten te combineren, kan een optimaal gebruik van beschikbare energiebronnen worden bereikt, passend bij de behoeften van verschillende gebieden en toepassingen.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 46 van 56

9.2

Individuele oplossingen

Zonthermische systemen kunnen zeer effectief worden gecombineerd met warmtepompen om een duurzaam en efficiënt verwarmingssysteem te creëren voor zowel waterverwarming als ruimteverwarming. Hieronder volgt een uitleg over hoe deze combinatie werkt en welke voordelen het biedt: Zonthermische Systemen Gecombineerd met Warmtepompen 

Beschrijving Zonthermische systemen, die warmte van de zon verzamelen door middel van collectoren zoals platte zonnecollectoren of vacuümbuiscollectoren, kunnen worden geïntegreerd met warmtepompen. De warmtepomp verhoogt de efficiëntie van het systeem door de verzamelde zonne-energie te gebruiken om de verdampingstemperatuur in de warmtepompcyclus te verhogen. Dit resulteert in een lager energieverbruik van de warmtepomp, omdat deze minder werk hoeft te verrichten om de gewenste warmte te leveren. Werking In dit hybride systeem wordt de door de zonnecollectoren geabsorbeerde zonneenergie gebruikt om het koudemiddel in de warmtepomp te verwarmen voordat het de verdamper bereikt. Hierdoor kan de warmtepomp efficiënter werken, omdat de temperatuur van het koudemiddel al verhoogd is door de zonneenergie, waardoor minder elektrische energie nodig is om de vereiste verwarmings- of koelingsniveaus te bereiken. Toepassingen Deze combinatie is bijzonder geschikt voor zowel het verwarmen van water als voor ruimteverwarming. Het is ideaal voor gebruik in residentiële woningen, waar consistentie in de warmtevoorziening essentieel is, vooral in klimaten met significante seizoensvariaties.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 47 van 56

Voordelen De integratie van zonthermische systemen met een warmtepomp biedt meerdere voordelen, zoals een verhoogde algehele efficiëntie, lagere operationele kosten en een verminderde milieu-impact. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen wordt verlaagd, wat bijdraagt aan duurzamere energiepraktijken. Bovendien kan het systeem worden ontworpen om overtollige zonne-energie op te slaan voor gebruik tijdens minder zonnige perioden, waardoor de betrouwbaarheid van het systeem verder toeneemt. Efficiëntie Door de combinatie van zonne-energie en warmtepomptechnologie kunnen gebruikers genieten van hogere efficiëntieniveaus vergeleken met het gebruik van elk systeem op zich. Dit komt omdat de warmtepomp minder elektriciteit nodig heeft wanneer deze wordt voorverwarmd door zonne-energie, wat resulteert in een lagere energierekening en een verminderde CO2-uitstoot.

Dit gecombineerde systeem van zonthermische energie en warmtepompen is dus een uitstekende keuze voor huiseigenaren die op zoek zijn naar een duurzame en kosteneffectieve oplossing voor hun verwarmingsbehoeften. Het biedt een betrouwbare en milieuvriendelijke manier om comfort te bieden door het hele jaar heen.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 48 van 56

9.3

Samen duurzaam

Er zijn verschillende vormen van energiecoöperaties in Nederland, elk met een eigen focus en opzet. Vanuit de gedachte om lokaal energie op te wekken en lokaal te gebruiken vraagt om nieuwe vormen van Energiecorporaties. Met de invoering van de nieuwe energiewet en de Wet collectieve warmte zullen er meer mogelijkheden ontstaan voor hybride vormen van energiecoöperaties. Dit kan betekenen dat verschillende oplossingen gecombineerd worden om optimaal in te spelen op de behoeften van een specifieke buurt of wijk. Deze nieuwe wetgeving zal meer ruimte bieden voor samenwerking tussen coöperaties en andere energie-initiatieven, waardoor lokale energieproductie verder kan worden uitgebreid en gestimuleerd. 

Lokale energiecoöperaties Deze coöperaties richten zich op de opwekking van duurzame energie binnen een specifieke gemeenschap of regio. Ze opereren vaak kleinschalig en werken aan projecten zoals zonnepanelen op daken van lokale gebouwen of het opzetten van windmolens. Deze coöperaties worden meestal gerund door vrijwilligers en hebben als doel om hun gemeenschap te verduurzamen en opbrengsten lokaal te herinvesteren( Zonnecoöperaties Deze coöperaties richten zich voornamelijk op zonne-energie. Leden van de coöperatie kunnen investeren in zonnepanelen, die bijvoorbeeld op het dak van een bedrijf of school worden geplaatst. Dit is ideaal voor mensen die zelf geen geschikt dak hebben voor zonnepanelen, zoals huurders. Via zonnecoöperaties kunnen zij toch bijdragen aan en profiteren van duurzame energie. Energiegemeenschappen Energiegemeenschappen kunnen worden opgericht door burgers, bedrijven of lokale overheden en richten zich op het gezamenlijk opwekken en beheren van energie, vaak met een nadruk op hernieuwbare bronnen zoals zonne- of windenergie. Ze verschillen van traditionele coöperaties doordat ze mogelijk breder gericht zijn, bijvoorbeeld op energieopslag of lokale warmtenetten. Een belangrijk kenmerk van deze gemeenschappen is dat ze gericht zijn op lokale participatie en de voordelen lokaal houden.

Hernieuwbare energiegemeenschappen Dit type coöperatie is breder opgezet en richt zich niet alleen op opwekking, maar ook op distributie en soms opslag van hernieuwbare energie. Hernieuwbare energiegemeenschappen moeten worden gerund door leden die in de buurt van het project wonen. Postcoderooscoöperaties Deze zijn specifiek gericht op het gezamenlijk opwekken van energie binnen een bepaalde postcode. Leden krijgen belastingvoordeel voor de stroom die zij gezamenlijk opwekken en gebruiken, zoals bij projecten met zonnepanelen op daken van bedrijven in de buurt.

Elk van deze vormen biedt burgers de kans om direct bij te dragen aan de energietransitie, afhankelijk van hun situatie en de mogelijkheden in hun regio.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 49 van 56

9.3.1

Maatschappelijke Energiedienstenorganisatie

De Maatschappelijke Energiedienstenorganisatie (MEDO) is een nieuw idee ontwikkeld door Klimaatverbond Nederland om de energietransitie op lokaal niveau te ondersteunen. MEDO's zijn organisaties die zich richten op het verduurzamen van woningen en het verlagen van de warmtevraag. Daarna kunnen ze de rol van een energiecoöperatie op zich nemen. Het doel is om samen energie op te wekken en te beheren, met de nadruk op hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie of restwarmte. Door woningen beter te isoleren en efficiënte verwarmingssystemen te installeren, wordt er minder energie gebruikt. Dit maakt de overstap naar duurzame energiebronnen zoals warmtenetten en zonnepanelen gemakkelijker en efficiënter. Een belangrijk onderdeel van een MEDO is dat het ook als energiecoöperatie kan functioneren. Dit betekent dat de organisatie energie kan leveren aan de bewoners van de wijk of gemeenschap. De bewoners kunnen meedoen als leden van het project. Dit geeft hen niet alleen inspraak, maar ook voordelen, zoals lagere energiekosten en duurzame oplossingen die aansluiten bij wat de wijk nodig heeft. Het MEDO-model speelt een belangrijke rol in de energietransitie door lokale samenwerking te bevorderen. Het brengt verschillende partijen samen, zoals bewoners, gemeenten en bedrijven, om samen projecten op te zetten die de CO₂-uitstoot verminderen en de bebouwde omgeving duurzamer maken.

Dit model kan worden gebruikt in allerlei soorten gemeenschappen, van steden tot landelijke gebieden. Een belangrijk onderdeel van dit proces is het verduurzamen van woningen door energieefficiënte maatregelen. Dit houdt in dat daken, muren en vloeren beter worden geïsoleerd, dat ramen worden voorzien van hoogrendementsglas en dat efficiënte verwarmingssystemen worden geïnstalleerd. Door deze aanpassingen verbruiken woningen minder energie en kunnen bewoners makkelijker overstappen op duurzame energie.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 50 van 56

Een ander voordeel van MEDO's is dat ze bijdragen aan lokale werkgelegenheid en kennis. De verduurzaming van woningen en de opzet van energieprojecten creëren banen in de bouw- en energiesector. Vaak worden lokale bedrijven en vakmensen betrokken bij deze projecten, wat de lokale economie versterkt. Daarnaast kunnen bewoners via MEDO's hun energieverbruik en energieopwekking samen regelen. Door gezamenlijk projecten op te zetten, kunnen de kosten worden verlaagd en zijn bewoners beter beschermd tegen stijgende energieprijzen. Bovendien zorgt de lokale opwekking van energie voor meer energieonafhankelijkheid en een stabielere energievoorziening. MEDO's bieden een goede oplossing voor de energietransitie. Ze combineren woningverduurzaming en collectieve energieopwekking, waardoor gemeenschappen zelf de controle krijgen over hun energie. Dit levert voordelen op voor het milieu en voor de lokale economie.

9.3.2

Holarchisch energiesysteem

Het holarchisch energiesysteem draait om lokale energiegemeenschappen die zelfstandig energie opwekken en gebruiken, maar ook rekening houden met het grotere energiesysteem. Dit betekent dat een holon, zoals een buurt of een wijk, eigen beslissingen kan nemen over energie, zoals het gebruik van zonnepanelen of warmtenetten. Tegelijkertijd houdt een holon er ook rekening mee dat het onderdeel is van een groter netwerk, zoals het nationale elektriciteitsnet. Een holon werkt samen met andere holons om energie slimmer te gebruiken. Bijvoorbeeld, als er op bepaalde momenten veel zonne-energie beschikbaar is, kan een holon dat efficiënt inzetten. Het doel van dit systeem is om lokale energievoorziening en -verbruik in balans te houden, zonder problemen te veroorzaken voor het grotere energiesysteem. Het holarchisch energiesysteem is belangrijk voor de energietransitie omdat het helpt om energie duurzaam en lokaal te organiseren, terwijl het grotere netwerk stabiel blijft. Het Het holarchisch energiesysteem kan uitstekend worden toegepast in samenwerking met de MEDO. Omdat beide modellen gericht zijn op het creëren van zelfvoorzienende energiegemeenschappen die bijdragen aan de energietransitie. Een holon is een energiegemeenschap die zowel lokaal autonoom opereert als rekening houdt met het grotere energiesysteem.

Dit sluit goed aan bij het MEDO-model, waarbij gemeenschappen collectief energie opwekken en beheren, vaak met hernieuwbare bronnen zoals zonne-energie en restwarmte. Door deze aanpak wordt niet alleen de energievraag verminderd, maar wordt er ook efficiënt omgegaan met de beperkte netcapaciteit, een probleem dat de energievisie ook erkent. Bovendien kunnen holons, net als de MEDO’s, flexibiliteit in het systeem brengen door vraag en aanbod van energie lokaal in balans te houden. Hierdoor kunnen pieken in het elektriciteitsnet worden voorkomen, wat belangrijk is om het bredere systeem stabiel te houden. Daarnaast bevordert het holarchie-concept samenwerking tussen verschillende actoren (bijv. huishoudens en bedrijven), wat perfect aansluit bij de kern van de MEDO's om collectieve oplossingen te bieden voor duurzame energieprojecten Door deze samenwerking tussen holons en MEDO's ontstaat een sterk, flexibel netwerk dat zowel de lokale als de bredere energiedoelen ondersteunt.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 51 van 56

9.3.3

Energiecorporaties en warmtebedrijven

De gemeente Rheden wil buurt-warmtebedrijven opzetten, waarin bewoners samen zorgen voor hun eigen duurzame warmtevoorziening. Deze buurt-warmtebedrijven worden gedragen door de bewoners zelf en kunnen in de vorm van een buurt-energiecorporatie worden opgericht. Het idee is dat inwoners hierdoor zelf meer invloed hebben op hun warmtevoorziening en actief kunnen bijdragen aan betaalbare en duurzame warmte in hun wijk.

9.3.4

Samenwerking met gemeente en regio

Deze buurt-energiecorporaties vallen onder een gemeentelijk warmtebedrijf. Dit gemeentelijke warmtebedrijf zorgt ervoor dat alle buurt-warmtebedrijven goed ondersteund worden en werkt aan de betrouwbaarheid en kwaliteit van de warmtevoorziening. Uiteindelijk kan het gemeentelijk warmtebedrijf samenwerken met een regionaal warmtebedrijf. Dit regionale niveau maakt het mogelijk om op een grotere schaal duurzame warmtebronnen te gebruiken en zorgt ervoor dat de warmtevoorziening ook op lange termijn goed blijft werken.

9.3.5

Bewoners

Met buurt-warmtebedrijven wil gemeente Rheden bereiken dat bewoners betrokken zijn bij hun eigen warmtevoorziening en dat de warmte betaalbaar blijft. Door deze samenwerking op lokaal niveau worden inwoners actief betrokken bij de keuzes en kunnen zij invloed uitoefenen op de manier waarop warmte wordt geleverd. De gemeente zorgt ervoor dat de wensen en mogelijkheden van bewoners centraal staan in deze plannen en werkt samen met andere overheden om de overgang naar duurzame warmte haalbaar en betaalbaar te maken. Met dit plan wil de gemeente Rheden niet alleen bijdragen aan de warmtetransitie, maar ook de samenhang en betrokkenheid in buurten vergroten. Dit zorgt voor een toekomstgerichte en sterke warmtevoorziening die aansluit bij de wensen en behoeften van de inwoners.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 52 van 56

9.4

Ruimtelijke impact

De energietransitie heeft aanzienlijke ruimtelijke impact omdat de infrastructuur die nodig is voor hernieuwbare energie, zoals zonneweides, technische ruimtes en hoogspanningskabels, veel ruimte vereist. Dit vraagt om een zorgvuldige planning en coördinatie, aangezien de beschikbare ruimte in gemeente Rheden al beperkt en intensief gebruikt is voor andere doeleinden, zoals landbouw, natuur en stedelijke ontwikkeling. Bovendien kan de nabijheid van deze nieuwe infrastructuren leiden tot lokale weerstand, vooral in dichtbevolkte gebieden. Ruimtelijke ordening Fig. 9.4.1 Ruimtelijke puzzel 2050 Bron Gasunie speelt daarom een cruciale rol in het integreren van energie-infrastructuur zonder negatieve effecten op andere maatschappelijke functies. Daarnaast brengt de decentralisatie van energieopwekking energie dichter bij waar mensen wonen en werken, wat extra ruimtelijke spanningen kan veroorzaken. Traditioneel gebeurde energieproductie op enkele centrale locaties, maar de verschuiving naar duurzame energie leidt tot een meer verspreid netwerk van energieproductielocaties. Dit vereist een nauwe samenwerking tussen energie-experts, lokale overheden en ruimtelijke planners om de benodigde infrastructuur zoals transformatorstations, laadpalen en kabels te integreren in de leefomgeving.

De energietransitie vraagt ook om flexibiliteit in het ontwerp van nieuwe Buiten gebieden en buurten. Duurzaamheidscriteria en energie-efficiëntie worden steeds belangrijker bij nieuwe bouwprojecten. Klimaatadaptatie, zoals het omgaan met veranderende weersomstandigheden, speelt ook een rol. Dit betekent dat bij het ontwerpen van nieuwe infrastructuur niet alleen rekening moet worden gehouden met de energiebehoefte van vandaag, maar ook met toekomstige ontwikkelingen en veranderingen in het klimaat. De ruimte die nodig is voor de energietransitie is een belangrijk vraagstuk dat vraagt om een geïntegreerde aanpak tussen verschillende disciplines om de ruimtelijke, maatschappelijke en ecologische uitdagingen op een duurzame manier te adresseren. De Gemeente Rheden zal op dit moment geen eigen grond verkopen. Het behoud van eigen grond is essentieel om onze gezamenlijke doelen voor de energietransitie te halen. Er is namelijk ruimte nodig voor projecten zoals energie opslag, transportgebouwen om onze ambitie te ondersteunen om in 2040 CO₂-neutraal te zijn. Ook is het belangrijk om te zorgen dat uw grond niet door verjaring in het bezit komt van anderen die het gebruiken. Verjaring betekent dat wanneer iemand onze grond langdurig gebruikt zonder afspraken, deze persoon na verloop van tijd eigenaar kan worden. Dit willen we voorkomen.

Door onze grond te behouden en te beschermen, helpt het ons mee aan een duurzame toekomst en maakt het ons mogelijk om ruimte beschikbaar te houden voor belangrijke energieprojecten, water buffering, biodiversiteit in onze gemeente.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 53 van 56

9.4.1

Technische zone openbare ruimte

Fig. 9.4.1.1 Pieter van Leeuwen, bedenker van de kabeletagère. © Foto Peter Franken

Het creëren van technische zones in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol in het beter beheersen van infrastructuur, vooral voor de energie-infrastructuur die de komende jaren sterk zal veranderen. Een technische zone zorgt ervoor dat verschillende soorten infrastructuur, zoals elektriciteit, warmte, water en telecommunicatie, op een efficiënte manier samengebracht en beheerd kunnen worden. Dit verbetert niet alleen de coördinatie, maar minimaliseert ook de verstoringen tijdens onderhoud of uitbreidingen, omdat alle leidingen en kabels binnen één gebied zijn gebundeld. Dit vereenvoudigt reparaties en toekomstige uitbreidingen, wat op de lange termijn

kostenbesparingen oplevert. Op de langere termijn helpt dit model bij kostenreductie omdat er minder herhaaldelijk ingegraven hoeft te worden bij onderhoud, vervanging of het toevoegen van nieuwe infrastructuren. Bovendien vermindert een integrale benadering van technische zones de kans op onverwachte uitval van infrastructuur, waardoor grote kosten en ongemakken van spoedreparaties kunnen worden voorkomen. Dit is al eerder gebleken bij infrastructurele renovatieprojecten, waar onverwachte problemen tot dure en complexe reparaties leidden. Daarnaast is het centraal beheren van deze zones cruciaal voor de energietransitie, aangezien de vraag naar elektriciteit en duurzame energieopslag snel toeneemt. Door vroegtijdig technische zones op te zetten, kunnen nieuwe, decentrale energienetwerken, zoals voor zonne- en windenergie, beter worden geïntegreerd in stedelijke gebieden. Dit voorkomt toekomstige knelpunten en zorgt ervoor dat energie-infrastructuur toekomstbestendig is. Technische zones bevorderen een efficiënter beheer van infrastructuur en zijn kostenbesparend op de lange termijn, omdat ze onderhoud en uitbreiding makkelijker en goedkoper maken.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 54 van 56

9.5

Seizoensopslag

Seizoensopslag is cruciaal voor de energietransitie in de Gemeente Rheden, gezien de ambities om in 2040 volledig aardgasvrij te zijn en een CO₂-neutrale samenleving te creëren. De belangrijkste reden hiervoor is de ongelijke opwek en vraag naar duurzame energie gedurende het jaar. In de zomermaanden produceren zonne-energie en andere duurzame bronnen vaak een overschot aan energie, terwijl in de winter juist meer energie nodig is, vooral voor verwarming. Het opslaan van deze zomerse energieoverschotten en deze beschikbaar maken in de koudere maanden is essentieel om een continue, stabiele energievoorziening te waarborgen. De Gemeente Rheden heeft geen mogelijkheden voor het opwekken van energie door windmolens. Hierdoor richt de gemeente zich vooral op zonne-energie en restwarmte als primaire bronnen voor duurzame energieopwekking. Deze bronnen zijn echter seizoensgebonden. Zonne-energie levert in de zomermaanden veel meer op, terwijl de vraag naar warmte en energie voor verwarming vooral in de winter piekt. Dit betekent dat zonder seizoensopslag, een groot deel van de duurzaam opgewekte energie verloren zou gaan, of dat de gemeente zou moeten terugvallen op fossiele brandstoffen om aan de wintervraag te voldoen.

Seizoensopslag, zoals ondergrondse thermische energieopslag (UTES), biedt de mogelijkheid om de zomerse energieopbrengsten op te slaan en deze later te gebruiken wanneer de vraag het hoogst is. De Gemeente Rheden onderstreept ook het belang van warmteoplossingen, zoals warmtenetten en het benutten van restwarmte, in de transitie naar een aardgasvrije samenleving. Seizoensopslag kan deze netten ondersteunen door ervoor te zorgen dat er altijd voldoende warmte beschikbaar is, zonder afhankelijk te zijn van nieuwe opwek in de wintermaanden. Dit maakt de energietransitie niet alleen duurzamer, maar ook betrouwbaarder en betaalbaarder voor de inwoners van Rheden. Seizoensopslag is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de duurzaam opgewekte energie in de zomer efficiënt wordt benut en beschikbaar blijft voor de winter. Het helpt de gemeente Rheden om haar klimaatdoelen te halen en tegelijkertijd te zorgen voor een stabiele energievoorziening, zonder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen. Met de implementatie van UTES-systemen en andere vormen van seizoensopslag kan de gemeente optimaal gebruikmaken van de beschikbare duurzame energiebronnen en een belangrijke stap zetten richting een CO₂-neutrale toekomst.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 55 van 56

9.6

Mobiliteit

Slim laden is essentieel voor het versnellen van de energietransitie en het voorkomen van overbelasting van het elektriciteitsnet. Naarmate het gebruik van elektrische voertuigen (EV's) toeneemt, stijgt de vraag naar elektriciteit, vooral tijdens piekmomenten wanneer veel mensen hun auto's gelijktijdig opladen. Dit kan leiden tot ernstige pieken in de elektriciteitsvraag, wat lokale overbelasting van het elektriciteitsnet veroorzaakt en leidt tot hoge kosten voor netverzwaring als dit niet goed wordt beheerd. Slim laden biedt een oplossing door de vermogensvraag van EV’s beter te verdelen over de dag en deze af te stemmen op de beschikbaarheid van duurzame energie, zoals zonneen windenergie. Hierdoor kunnen pieken in de vraag worden afgevlakt en wordt het elektriciteitsnet efficiënter benut, wat helpt om de kosten laag te houden en de energietransitie te ondersteunen. Centrale aansturing is hierbij cruciaal om op lange termijn problemen te voorkomen. Zonder coördinatie zouden EV-gebruikers mogelijk hun voertuigen tegelijkertijd opladen, bijvoorbeeld tijdens de avonduren wanneer ook veel huishoudelijke apparaten worden gebruikt. Dit zou leiden tot onnodig hoge piekbelastingen, wat het net onder druk zet.

Door slim laden centraal aan te sturen, kunnen netbeheerders ervoor zorgen dat voertuigen opladen op momenten dat er voldoende capaciteit op het net beschikbaar is, of wanneer er een overschot aan hernieuwbare energie is. Dit voorkomt de noodzaak voor dure aanpassingen aan het netwerk en maakt het mogelijk om de groei van het aantal EV's en duurzame energiebronnen te faciliteren zonder dat dit tot grote netproblemen leidt. In dit kader spelen laadpleinen een cruciale rol. Laadpleinen, waar meerdere laadpunten op één netaansluiting zijn aangesloten, maken het mogelijk om efficiënter gebruik te maken van het elektriciteitsnet. Dit vermindert de noodzaak voor nieuwe aansluitingen en versnelt de realisatie van laadinfrastructuur. Bovendien kunnen laadpleinen met behulp van slimme laadstrategieën de laadvraag spreiden en piekbelastingen minimaliseren, wat bijdraagt aan de stabiliteit van het net. Het gebruik van laadpleinen maakt het ook mogelijk om flexibel te laden op basis van de beschikbare netcapaciteit, wat niet alleen het elektriciteitsnet ontlast, maar ook kostenbesparingen oplevert. Slim laden en het strategisch inzetten van laadpleinen zijn onmisbare componenten in de energietransitie. Ze zorgen voor een stabiel elektriciteitsnet, maken efficiënter gebruik van hernieuwbare energie, en verminderen de noodzaak voor kostbare netuitbreidingen.

Een centraal gestuurde aanpak, gecombineerd met de uitrol van slimme laadpleinen, is essentieel om de groei van EV's en de integratie van duurzame energie soepel en zonder grote problemen te laten verlopen.

Oplossingsrichtingen

Werkdocument 0.2

Pagina 56 van 56

Bijlage A. BUURTEN IN DE GEMEENTE RHEDEN A.1

Dieren-Zuid

Dieren-Zuid, gelegen beneden de spoorlijn, is een levendige en gevarieerde buurt met een rijke mix van residentiële en

recreatieve functies. De buurt combineert een dorps karakter met stedelijke invloeden, wat resulteert in een aantrekkelijke leefomgeving voor een diverse bevolking.

A.1.1

Woonomgeving

De woonomgeving in Dieren-Zuid wordt gekenmerkt door een variëteit aan woningtypes. Er is een bewuste inspanning gedaan om de demografische ontwikkelingen te weerspiegelen in het woningaanbod, waardoor er zowel plek is voor jonge gezinnen als voor ouderen. Dit

draagt bij aan een ongedeelde samenleving met meer kansengelijkheid en veerkracht. A.1.1.1

Sociale kenmerken

De energietransitie staat centraal in het streven naar duurzame energieoplossingen, maar de bereidwilligheid van huishoudens om hieraan deel te nemen varieert sterk. Deze variatie wordt beïnvloed door factoren zoals huishoudenssamenstelling, herkomst van bewoners en leeftijdssamenstelling binnen gemeenschappen. Een diepgaande analyse van deze factoren onthult dat eenpersoonshuishoudens, huishoudens zonder kinderen en huishoudens met kinderen elk unieke motivaties en uitdagingen hebben in hun benadering van de energietransitie. Bovendien speelt educatie, toegankelijkheid van informatie en financiële stimulansen een cruciale rol in het vergroten van de bereidheid tot deelname aan duurzame initiatieven. Door deze diversiteit te begrijpen en effectieve strategieën te ontwikkelen, kunnen beleidsmakers en energiebedrijven een inclusieve en impactvolle transitie naar duurzame energie bevorderen.

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 1 van 493

A.1.1.2

Huishoudenssamenstelling

Samenstelling Huishoudens

Eenpersoonshuis houdens

26% 39%

35%

Huishoudens zonder kinderen

De bereidwilligheid van huishoudens om deel te nemen aan de energietransitie kan variëren afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. Hier zijn enkele inzichten over hoe de samenstelling van huishoudens invloed kan hebben op hun bereidwilligheid:

Huishoudens met kinderen

Fig. A.1.1.2.1 samenstelling huishoudens bron: CBS 2023

Eenpersoonshuishoudens (28%) 

 

Motivaties: Eenpersoonshuishoudens kunnen gemotiveerd zijn door kostenbesparingen en gemak. Ze zijn mogelijk meer geneigd om energieefficiënte apparaten te kopen die direct merkbare besparingen opleveren. Uitdagingen: Mogelijk beperkt budget en minder tijd of interesse om zich te verdiepen in complexe energietransitie-opties. Bereidwilligheid: Matig tot hoog, vooral als de oplossingen eenvoudig te implementeren en kosteneffectief zijn.

Huishoudens zonder kinderen (34%) 

 

Motivaties: Dergelijke huishoudens kunnen gemotiveerd zijn door milieubewustzijn en de wens om duurzame keuzes te maken. Ze hebben vaak meer financiële middelen en kunnen investeren in duurzame energieoplossingen zoals zonnepanelen. Uitdagingen: De kosten van initiële investeringen kunnen een barrière zijn, evenals een gebrek aan tijd of kennis over beschikbare opties. Bereidwilligheid: Hoog, vooral als ze goed geïnformeerd zijn over de lange termijn voordelen en beschikbare subsidies.

Huishoudens met kinderen (39%) 

Motivaties: Deze huishoudens zijn vaak geïnteresseerd in het creëren van een duurzame toekomst voor hun kinderen en kunnen sterk gemotiveerd zijn door de milieueffecten. Ze hebben ook een groter energieverbruik, wat hen gevoeliger maakt voor kostenbesparingen door warmtevraag. Uitdagingen: De kosten van energie-efficiënte upgrades kunnen hoog zijn, en deze huishoudens hebben mogelijk minder tijd om zich te verdiepen in energiebesparende maatregelen door drukke gezinslevens. Bereidwilligheid: Hoog, vooral als ze worden ondersteund met financiële prikkels en praktische hulp bij implementatie.

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 2 van 493

Algemeen Financiële stimulansen: Alle groepen zijn meer bereid om deel te nemen aan de energietransitie als er subsidies, belastingvoordelen of financieringsmogelijkheden beschikbaar zijn om de initiële kosten te verlagen. Voorlichting en educatie: Goede voorlichting over de voordelen van energiebesparende maatregelen en duurzame energieoplossingen kan de bereidwilligheid verhogen. Huishoudens zijn eerder geneigd om deel te nemen als ze begrijpen hoe ze kunnen profiteren en welke stappen ze moeten nemen. Gemak en toegankelijkheid: Oplossingen die eenvoudig te implementeren zijn en weinig onderhoud vergen, zullen aantrekkelijker zijn voor alle huishoudens. Door rekening te houden met de specifieke kenmerken en behoeften van verschillende soorten huishoudens, kunnen beleidsmakers en energiebedrijven effectievere strategieën ontwikkelen om de bereidwilligheid voor deelname aan de energietransitie te vergroten. Samenstelling Huishoudens 50%

0% Buurt Eenpersoonshuishoudens

Rheden

Nederland

Huishoudens zonder kinderen

Huishoudens met kinderen Fig. A.1.1.2.2 samenstelling huishoudens bron: CBS 2023

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 3 van 493

A.1.1.3

Herkomst bewoners

Herkomst bewoners 6%

Nederland

7%

Europa

Buiten Europa 87% Fig. A.1.1.3.1 Herkomst bewoners bron: CBS 2023

De bewoners groep komen voornamelijk uit Nederland. De groep bewoners die uit het buitenland komen is relatief laag. Om de bewoners in deze buurt mee te nemen in de energietransitie zorgen we voor uitgebreide voorlichting over de voordelen van duurzame energie en de noodzaak van de energietransitie. Dit kan via lokale informatiebijeenkomsten, nieuwsbrieven, websites en sociale media.

Door de relatief kleine groep bewoners, die niet uit Nederland komen, is het belangrijk om maatwerk te leveren voor deze specifieke groep in communicatie en programma's. Dit kan betekenen dat informatie beschikbaar is in meerdere talen of afgestemd op specifieke culturele contexten. Herkomst bewoners 100% 80% 60% 40% 20% 0% Buurt Nederland

Rheden Europa

Nederland Buiten Europa

Fig. A.1.1.3.2 Herkomst bewoners bron: CBS 2023

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 4 van 493

A.1.1.4

Leeftijdssamenstelling

Leeftijd samenstelling

0 tot 15

11%

15 tot 25

10%

32%

25 tot 45 17%

0 tot 15 jaar: Deze leeftijdsgroep omvat 11% van de totale populatie. Dit geeft aan dat er een relatief klein aantal kinderen en jongeren in de bevolking aanwezig is. 

45 tot 65 65 en ouder

32% Fig.A.1.1.4.1 Leeftijd samenstelling bron: CBS 2023

Invloed: Jongeren in deze leeftijdsgroep hebben weinig directe invloed op beleidsbeslissingen of financiële investeringen in de energietransitie. Bereidwilligheid: Hun betrokkenheid is meestal indirect via onderwijsprogramma's en bewustwordingscampagnes. Ze kunnen echter sterk beïnvloed worden door milieueducatie, wat hun toekomstige gedrag positief kan beïnvloeden.

15 tot 25 jaar: Ook deze groep vertegenwoordigt 11% van de bevolking, wat suggereert dat de jongvolwassenen even groot zijn in aantal als de kinderen.  

Invloed: Deze groep begint net hun volwassen leven en heeft vaak beperkte financiële middelen. Bereidwilligheid: Jongeren in deze groep zijn doorgaans goed geïnformeerd over milieukwesties en vaak gemotiveerd om duurzame keuzes te maken. Ze kunnen actief deelnemen aan klimaatprotesten en duurzaamheidscampagnes.

25 tot 45 jaar: Personen in deze leeftijdscategorie vormen 17% van de totale populatie. Dit is een iets grotere groep en omvat een belangrijk deel van de werkende bevolking.  

Invloed: Dit is een cruciale groep voor de energietransitie, omdat zij vaak in hun professionele en gezinsleven stabieler zijn. Bereidwilligheid: Mensen in deze leeftijdsgroep hebben vaak de middelen en motivatie om te investeren in duurzame technologieën zoals zonnepanelen, elektrische voertuigen en energiezuinige apparatuur. Ze kunnen ook invloed uitoefenen binnen hun werkkring om duurzame praktijken te implementeren.

45 tot 65 jaar: Met 31% is deze groep de grootste in de leeftijdssamenstelling. Dit wijst erop dat een aanzienlijk deel van de bevolking zich in de latere werkende jaren bevindt, wat invloed kan hebben op de arbeidsmarkt en pensioenplanning.  

Invloed: Deze groep heeft meestal de grootste financiële slagkracht en invloed op beleidsbeslissingen binnen bedrijven en gemeenschappen. Bereidwilligheid: Mensen in deze leeftijdsgroep kunnen significant bijdragen aan de energietransitie door grote investeringen in duurzaamheid, zowel privé als zakelijk. Ze hebben ook de mogelijkheid om beleid en strategieën te beïnvloeden binnen hun organisaties.

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 5 van 493

65 jaar en ouder: Deze groep vormt 30% van de bevolking, wat aangeeft dat een groot deel van de bevolking gepensioneerd is of binnenkort met pensioen zal gaan. Dit kan belangrijke gevolgen hebben voor de gezondheidszorg, sociale diensten en pensioenvoorzieningen.  

Invloed: Oudere volwassenen zijn vaak minder bereid om grote veranderingen aan te brengen die hen financieel of fysiek belasten. Bereidwilligheid: Deze groep kan minder geneigd zijn om te investeren in langetermijn duurzaamheidsprojecten, gezien de onzekerheid over terugverdientijden. Ze kunnen echter wel betrokken zijn bij initiatieven die direct energie besparen en de kosten verlagen, zoals isolatie van woningen en het gebruik van energiezuinige apparaten.

De grootste leeftijdsgroepen zijn de 45-65-jarigen en de 65-plussers, samen goed voor 61% van de totale bevolking. Dit wijst op een vergrijzende populatie, wat belangrijke sociaal-economische implicaties heeft, zoals een toenemende vraag naar gezondheidszorg en pensioenvoorzieningen.

Leeftijd samenstelling 40% 30% 20% 10% 0% Buurt 0 tot 15

Rheden 15 tot 25

Nederland 25 tot 45

De leeftijdssamenstelling van de 45 tot 65 65 en ouder bevolking heeft een aanzienlijke Fig. A.1.1.4.2 Leeftijd samenstelling bron: CBS 2023 impact op de energietransitie. Jongere generaties zijn milieubewust maar hebben beperkte middelen, terwijl middengroepen (25-65 jaar) zowel de middelen als de motivatie hebben om significante bijdragen te leveren. Oudere generaties zijn voorzichtiger met investeringen maar kunnen wel deelnemen aan kostenbesparende initiatieven. Een succesvolle energietransitie vereist strategieën die rekening houden met de verschillende motivaties en mogelijkheden van elke leeftijdsgroep.

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 6 van 493

A.1.1.5

Opleiding In de buurt Dieren-Zuid is het opleidingsniveau van de bevolking als volgt verdeeld:

Opleidingsniveau Laag 19% 40%

 Midden

 

41%

Hoog

Laag opgeleid: Ongeveer 19% van de inwoners. Middelbaar opgeleid: Ongeveer 41% van de inwoners. Hoog opgeleid: Ongeveer 40% van de inwoners.

Dit betekent dat een relatief groot deel van de bevolking in deze buurt een hoog opleidingsniveau heeft

Fig. A.1.1.5.1 Opleidingsniveau bron: CBS 2023

bereikt, vergeleken met het aantal laag opgeleiden. Opleidingsniveau vergelijken 50% 40% 30% 20% 10% 0% Buurt Laag

Rheden

Nederland

Midden

Hoog

Fig. A.1.1.5.2 Opleidingsniveau bron: CBS 2023

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 7 van 493

A.1.1.6

Werkende buurt

Arbeid

Personen die niet werkt

12% 31%

57%

Personen in loondienst

Personen werkend als zelfstandige

Fig. A.1.1.6.1 Arbeid bron: CBS 2023

Voor de buurt Dieren-Zuid is ongeveer 32% van de inwoners 65 jaar of ouder, wat een aanzienlijke invloed heeft op de verdeling tussen werkenden en niet-werkenden. Een deel van deze bevolking is waarschijnlijk met pensioen, wat de verhouding beïnvloedt. De werkenden vallen vooral in de leeftijdsgroep van 25 tot 65 jaar, die ongeveer 49% van de inwoners omvat. Hier is dan 17% zelfstandig en 83% in loondienst.

Arbeid 100% 50% 0% Buurt

Rheden

Nederland

Personen die niet werkt Personen in loondienst Personen werkend als zelfstandige Fig. A.1.1.6.2 Arbeid bron: CBS 2023

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 8 van 493

A.1.1.7

Inkomen

Inkomen

40% Huishoudens met een laag inkomen

25% 35%

40%

Huishoudens met een gemiddeld inkomen 20% Huishoudens met een hoog inkomen

De inkomensverdeling in DierenZuid toont een gemengd beeld, met een substantieel aantal huishoudens die zich in het lagere inkomenskwartiel bevinden, terwijl een kleiner deel tot het hogere kwartiel behoort. De buurt heeft een gemiddelde woningwaarde die de afgelopen jaren flink is gestegen, wat ook invloed kan hebben op de vermogenspositie van de inwoners.

Het gemiddelde besteedbare inkomen per huishouden in de buurt Dieren-Zuid ligt gemiddeld rond € 34.300,- per jaar. De gemiddelde WOZ waarde in 2023 is €388.000,Fig. A.1.1.7.1 Inkomen bron: CBS 2023

Inkomen vergelijken 50%

0% Buurt

Rheden

Nederland

40% Huishoudens met een laag inkomen Huishoudens met een gemiddeld inkomen 20% Huishoudens met een hoog inkomen Fig. A.1.1.7.1 Inkomen bron: CBS 2023

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 9 van 493

A.1.1.8

Voorzieningen

Dieren-Zuid biedt een breed scala aan basisvoorzieningen. Bewoners kunnen gemakkelijk toegang krijgen Afstand tot school tot winkels zoals de bakker en groenteboer, die een essentieel Afstand tot onderdeel vormen van het dagelijks kinderdagverblijf leven. Het Intercitystation Dieren Afstand tot supermarkt speelt een cruciale rol als Afstand tot verbindingshub, wat de buurt goed huisartsenpraktijk toegankelijk maakt voor zowel werk als recreatie. Dit station fungeert ook 0 0,5 1 1,5 als startpunt voor wandelingen en Fig. A.1.1.8.1 Afstand tot voorzieningen bron CBS: 2021 fietstochten op de Veluwe, waardoor het een belangrijke rol speelt in het stimuleren van buitenactiviteiten en toerisme. Afstand tot voorzieningen (km)

Afstanden tot voorzieningen (km) 2

0 Buurt

Rheden

Nederland

Afstand tot huisartsenpraktijk

Afstand tot supermarkt

Afstand tot kinderdagverblijf

Afstand tot school

Fig. A.1.1.8.2 Afstand tot voorzieningen bron CBS: 2021

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 10 van 493

A.1.1.9

Voorzieningen overzicht

Zorg

Tandarts

2

2 Huisarts

6 Gezondheid

1 Dierenarts

3 Primair

Voortgezet

Middelbaar

Hoger

Wetenschappelijk

1 Religie

Supermarkt

Voeding

Kleding

6 Kapper

1 Hotel/B&B

Café

4 Restaurant

1 Snackbar

Sport

Fig. A.1.1.9.1 Afstand tot voorzieningen bron: KvK 2024

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 11 van 493

A.1.2

Klimaatadaptatie

Klimaatadaptatie in Dieren Zuid richt zich op het verminderen van de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittegolven, droogte en wateroverlast, en het verhogen van de leefbaarheid. Maatregelen zoals vergroening, waterdoorlatende bestrating en meer schaduwrijke plekken helpen om hittestress te beperken en regenwater beter te laten afvoeren. De huidige focus in deze regio vooral op het voorkomen van wateroverlast en het omgaan met extreme temperaturen, die steeds vaker voorkomen. Er wordt echter nog verdere actie ondernomen om bewoners bewuster te maken van de noodzaak van klimaatadaptatie op lokaal niveau.

A.1.2.1

Hittestress

De gevoelstemperatuur is iets anders dan de luchttemperatuur. De luchttemperatuur geeft aan hoe warm het buiten is. De gevoelstemperatuur geeft aan hoe warm een persoon het heeft in een bepaalde weersituatie. Als de gemeten luchttemperatuur bijvoorbeeld 30 ºC is, kan Huidige situatie Situatie 2050 het in de volle zon en uit Fig. A.1.2.1.1 en Fig. A.1.2.1.2 Gevoelstemperatuur bron: Klimaateffectatlas de wind voelen als 40 ºC. Daarnaast hebben ouderen en mensen met overgewicht vaak eerder last van een hogere gevoelstemperatuur, doordat ze hun warmte minder kwijt kunnen aan de omgeving. De hittekaart gevoelstemperatuur laat op iedere plek in Nederland de gevoelstemperatuur zien tijdens een extreem hete zomermiddag. De linkerkaart toont de situatie in het huidige klimaat. Hiervoor is gebruik gemaakt van weermetingen op 1 juli 2015. Dit is een hete dag die ongeveer eens in de 5,5 jaar voorkomt in het huidige klimaat. De rechterkaart toont de situatie in 2050 bij sterke klimaatverandering Gevoelstemperatuur 2,6%

Nederland

36,3%

Rheden

51,7%

50,7%

Buurt

40,5%

16,6%

0% 23-28°C

20%

9,4%

68,1%

40%

29-34°C

8,8% 15,3%

60%

80%

35-40°C

100%

41-49°C

Fig. A.1.2.1.3 Gevoelstemperatuur op een hete zomerdag bron: Klimaateffectatlas

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 12 van 493

A.1.2.2

Schaduw

Schaduw wandel- en fietspaden

Nederland

40,96%

Rheden

53,50%

Buurt

37,67% 0%

20%

40%

Fig. A.1.2.2.1 Schaduw op wandel- en fietspaden bron: Klimaateffectatlas

A.1.2.3

60%

In de buurt speelt schaduw een belangrijke rol bij het verminderen van hittestress en het verbeteren van de leefbaarheid. Door schaduw kunnen oppervlaktetemperaturen dalen, wat zorgt voor verkoeling tijdens warme dagen. Dit helpt gezondheidsrisico's te verminderen en maakt buitenruimtes aangenamer om te verblijven, vooral voor kwetsbare groepen zoals ouderen en kinderen. Het creëren van schaduwrijke plekken in de buurt draagt dus bij aan een gezondere en aangenamere leefomgeving.

Wateroverlast Ongeveer tien procent van de gebouwen in Nederland heeft bij een zeer hevige bui die gemiddeld eens in de 1000 jaar voorkomt een kans op wateroverlast. Laaggelegen verharde delen zijn in het bijzonder gevoelig voor wateroverlast.

De kaart toont de resultaten van computersimulaties en geeft een indicatie van de maximale waterdiepte die op een bepaalde plek kan optreden als gevolg van hevige neerslag. Een locatie die op de kaart is Fig. A.1.2.3.1 Wateroverlast bron: Klimaateffectatlas aangemerkt als ‘droog’, kan in werkelijkheid nog steeds onder water komen te staan. Dit geldt bijvoorbeeld voor kelders. Ook kan een locatie met een indicatieve waterdiepte in werkelijkheid droog blijven, bijvoorbeeld vanwege genomen maatregelen. De kaart toont de maximale waterdiepte voor het stedelijk gebied en het buitengebied, voor twee extreme buien: 70 mm neerslag in 2 uur. Deze buien komen in het huidige klimaat op een bepaalde locatie gemiddeld eens per 100 voor. Door klimaatverandering kunnen die kansen aan het einde van de eeuw twee keer zo groot zijn.

Dieren-Zuid

Werkdocument 0.2

Pagina 13 van 493

A.1.2.4

Bomen, groen en bestrating

Bomen, Groen, Grijs en Water Nederland

31,5%

18,8%

Rheden

36,7%

61,3%

Buurt

21,7%

0% Boom

10,0%

15,4%

20%

40%

13,1%

24,1%

53,3%

9,6%

60%

Laag groen

4,7%

80%

Grijs

100% Water

Fig. A.1.2.4.1 Bomen, groen, grijs en water bron: klimaateffectatlas

Bomen, gras, struiken en ander groen spelen een belangrijke rol bij een klimaatbestendige inrichting. Groen biedt veel kansen om wateroverlast te verminderen, gebieden te verkoelen en droogte tegen te gaan. De Basiskaart Groen en Grijs laat per buurt zien hoeveel procent bestaat uit bomen, uit laag groen en uit grijs. Verstening maakt steden extra kwetsbaar voor de gevolgen van extreme regenbuien, droogte en

hoge temperaturen. Want door Groen en grijs openbaar verstening kan neerslag maar beperkt in de bodem infiltreren, wat tot droogte 41,7% 24,3% 34,1% Nederland én wateroverlast kan leiden. Daarnaast kan op warme dagen de 66,2% 10,5% 23,3% Rheden gevoelstemperatuur door het vele steen op sommige plekken erg hoog 30,5% 0,0% 50,7% Buurt worden. Door een gebied te vergroenen, zorg je ervoor dat het 0% 20% 40% 60% 80% 100% water juist vrij in de bodem kan Boom Laag groen Grijs infiltreren, bomen en planten water kunnen opnemen en het vervolgens Fig. A.1.2.4.2 Groen en grijs openbaar bron: klimaateffectatlas verdampen of het grondwater ermee aanvullen. Daarnaast draagt groen niet alleen bij aan klimaatadaptatie, het versterkt ook de leefbaarheid en biodiversiteit. Groen en grijs niet-openbaar Nederland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=c7da556c-969f-4c74-a072-770113bf36e9