Programmabegroting 2025-2028 gecorrigeerd
Tekst van het document
Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed. Overigens leert
23
de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen. Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan, maar KempenPlus doet dat wel. En de ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s.
Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente. Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moet houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen. De meest recente gegevens (begrotingen 2025 van de betreffende partijen), afgerond op € 1.000, wat dat betreft zijn:
GGD Brabant-zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost TOTAAL
€ 609.000 € 3.795.000 € 220.000 € 937.000 € 4.581.000 € 490.000 € 123.000 € 1.000 € 5.000 € 10.761.000
We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 10.761.000 = € 269.000 (afgerond). Informatiebeveiliging en privacy De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens en werkt daarnaast met persoonsgegevens die ook regelmatig worden uitgewisseld met andere partijen. Informatie moet beschikbaar, integer en vertrouwelijk zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Cyberdreigingen komen op gemeenten af in een tijd waarin ze voor steeds meer taken verantwoordelijk zijn en dus ook steeds meer data in beheer hebben. Dit maakt gemeenten interessant voor cybercriminelen. Tegelijkertijd is het beveiligen van de systemen een grote kostenpost geworden die niet iedere gemeente even makkelijk kan betalen. De rekening van preventie staat echter niet in verhouding tot de kosten van een incident. Naast de impact van een incident op medewerkers is een getroffen organisatie vaak weken of maanden bezig om de ICT en de bedrijfsprocessen weer aan de praat te krijgen. Verder schaden beveiligings- en privacy-incidenten het vertrouwen van inwoners in de overheid en de reputatie van de gemeente en haar bestuurders. Het aantal cyberaanvallen op Nederlandse gemeenten is de afgelopen jaren steeds toegenomen.
Uit het Dreigingsbeeld 2023-2024 van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) bleek dat er in de afgelopen jaren 5 grote cyberincidenten bij gemeenten zijn geweest. Ook zijn er twee keer zo veel risicovolle, zwakke plekken in de software van gemeenten opgespoord.
24
Het aantal incidenten neemt dus toe, het wordt steeds complexer om ze het hoofd te bieden en de impact is steeds ernstiger. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen proberen we het risico op beveiligingsincidenten te verlagen en beperken we de mogelijke negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening en daarmee ook het risico op imagoen financiële schade. Ook om onderbreking van de dienstverlening in het geval van een cyberaanval zoveel mogelijk te beperken zijn deze maatregelen van belang. Daarvoor is in 2023 een crisisplan vastgesteld wat in 2024 en 2025 verder wordt uitgewerkt. De hoogte van mogelijke financiële schade is op voorhand echter moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van de omvang, het soort en het tijdsverloop van een incident, zeer divers zijn. Om die reden nemen we voor dit risico in 2025 geen concreet bedrag aan weerstandsvermogen op. Het afgelopen jaar zijn er binnen onze gemeente verschillende beveiligingsmaatregelen uitgevoerd.
Omdat menselijk handelen een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook de bewustwording op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Dit onderwerp heeft voortdurend de aandacht binnen onze organisatie, door uitleg en training, nieuwsbrieven, berichten op intranet en het elkaar aanspreken op onveilig gedrag. Voor het trainen van medewerkers is in 2024 gestart met een nieuw bewustwordingsplatform waar monitoring van de voortgang mogelijk is. Deze monitoring wordt in 2025 verder opgepakt en opgevolgd. Ook het laagdrempelig melden en bespreken van incidenten en datalekken wordt gestimuleerd. Als een van de technische maatregelen is overal 2-factorauthenticatie nodig om in te loggen op het netwerk. Daarnaast is in 2024 een wachtwoordentool geïmplementeerd waarmee complexe wachtwoorden afgedwongen worden. In 2025 wordt het gebruik hiervan breder uitgerold. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen.
Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2023 € 31,8 miljoen. De totale marktwaarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedroeg in 2023 € 128,3 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn. Daarom is het niet nodig hiermee in de berekening van de weerstandscapaciteit rekening mee te houden. Er is geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties. Sociaal domein Binnen het sociaal domein is vrijwel altijd sprake van open-eind regelingen. De kosten voor de gemeente hangen enerzijds af van de prijs zorgproducten en anderzijds van de vraag naar die producten.
Getracht wordt om de ontwikkelingen in de vraagzijde zo goed mogelijk in te schatten en op basis daarvan zo realistisch mogelijk te ramen. Maar sommige zorgtrajecten zijn erg duur, soms wel € 100.000 per persoon per jaar. Als een relatief kleine gemeente dan geconfronteerd wordt met een afwijkend vraagpatroon, is de impact op de ramingen meteen aanzienlijk. Heel actueel is tegenwoordig de indexering van de kostprijs, welke door loon- en prijsontwikkelingen veel hoger is dan we gewend zijn. Ook hiervoor maken we gebruik van de reguliere methodieken om dit soort indexeringen in te schatten. Het is echter niet uit te sluiten dat kosten zich toch in korte tijd anders ontwikkelen dan was ingeschat (bijvoorbeeld als gevolg van CAO-afspraken). Gemeenten hebben de plicht om realistische tarieven te betalen voor afgenomen zorg. Het kan dan ook voorkomen dat zorgaanbieders een beroep doen op aanvullende indexering van tarieven omdat zij
25
anders hun financiën niet meer rond krijgen en daardoor de noodzakelijke zorg niet meer kunnen verlenen. Zeker bij zeer specialistische zorg is er dan al snel een probleem, waarvan de zorgvrager de dupe wordt als gemeenten niet bijspringen. In hoeverre de reguliere en extra indexeringen gecompenseerd worden door hogere uitkeringen van het Rijk is op voorhand niet te zeggen. Er is dus sprake van een risico op kostenoverschrijdingen. Wij ramen 50% kans op € 500.000 aan extra kosten, hetgeen neerkomt op € 250.000. Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen al geruime tijd tal van ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Daarbij zullen sommige ondernemers zich benadeeld voelen door de nieuwe regelgeving en proberen dat nadeel gecompenseerd te krijgen door daartoe claims in te dienen. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor dat soort claims zal zijn en om hoeveel gevallen het zou kunnen gaan. Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden.
Op basis van min of meer vergelijkbare toegekende schadevergoedingen kan een gemiddelde schade van circa € 65.000 per casus berekend worden. Vooralsnog maken wij een inschatting op 2 casussen per jaar, waarvoor naast de schadevergoedingen ook afhandelingskosten worden gemaakt. Wij houden daarom rekening met een risico van in totaal € 150.000. Er is op dit moment sprake van een (mogelijke) claim van een dierhouderij. Dat er sprake is van een nadeel voor betrokkene is inmiddels in een procedure bevestigd. Hoe groot die schade is, moet nog worden bepaald. Betrokkene moet daarvoor gegevens aanleveren, hetgeen tot nu toe niet is gebeurd. In welke orde van grootte gedacht moet worden is op dit moment niet te zeggen. Voor zover deze procedure daadwerkelijk eindigt in een te betalen bedrag voor de gemeente, zal dat dus volledig voor rekening van de gemeente komen. Vooralsnog is geen risicobedrag te bepalen. Zodra daarover meer bekend wordt, zal daarvoor wellicht een voorziening moeten worden gevormd. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn.
De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat recent gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de wachtgeldverplichting. Die duur is meestal redelijk nauwkeurig te bepalen, maar kan onzeker worden als zich zaken voordoen als arbeidsongeschiktheid tijdens de wachtgeldperiode. Daardoor kan de wachtgeldverplichting langer doorlopen, terwijl de tijd dan moeilijk in te schatten is. De gemeente Reusel-De Mierden heeft één doorlopende wachtgeldverplichting vanwege arbeidsongeschiktheid. Deze loopt af in de loop van 2025. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden. Krapte arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt laat zich in toenemende mate voelen, ook in onze organisatie.
Mensen maken in deze tijden eerder een overstap maken naar een nieuwe functie, zodat er meer vacatures ontstaan. Afgelopen jaar hebben we een bijna 25% aan personeelsverloop gekend. Dat betekent niet alleen een kennislek, lokale kennis moet opnieuw worden opgebouwd. Maar niet ingevulde vacatures vormen ook een bedreiging voor de voortgang van het werk. Daarom moet er meer ingehuurd worden en dat kost geld. Het is de verwachting dat er voorlopig geen verbetering in de arbeidsmarktsituatie op zal treden. Daarom achten wij het wijs om in de bepaling van het weerstandsvermogen rekening te houden met extra lasten ter grootte van 10% van de totale salarissom., derhalve afgerond € 900.000.
26
3.3.4. Resumé risicobedragen Samenvatting beschreven risico
Benodigde weerstand
Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Sociaal domein Claims Krapte arbeidsmarkt Totaal
709.000 269.000 250.000 150.000 900.000 2.278.000
(Bedragen in €)
Het geblokkeerde deel van de algemene reserve dient op basis van het in juli 2020 door uw raad vastgestelde beleid bepaald te worden op 1,8 maal de gekwantificeerde risico’s, dus op 1,8 x € 2.278.000 = € 4.100.000 (afgerond). 3.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden: Kengetallen Begroting Begroting Begroting Begroting 2025
2026
2027
2028
Solvabiliteit
41,1%
37,8%
36,9%
36,4%
Netto schuldquote
52,8%
65,9%
63,1%
62,4%
Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
52,9%
65,9%
63,1%
62,4%
Grondexploitatie
5,3%
5,2%
5,3%
1,0%
Structurele exploitatieruimte
1,3%
-1,8%
-1,9%
-1,4%
100,8%
100,8%
100,8%
100,8%
Belastingcapaciteit
Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is.
Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit. Als we de kengetallen bezien, dan zien we ten opzichte van de begroting 2024 een verslechtering van de ratio’s voor solvabiliteit en schuldquotes, hetgeen goed verklaarbaar is vanwege dalende reserveposities (als gevolg van onder meer negatieve begrotingssaldi) en een naar verwachting oplopende schuldpositie (vanwege een hoog investeringsniveau). Desondanks laten deze kengetallen nog acceptabele waarden zien.
27
Ten aanzien van de grondexploitaties zien we een lage ratio. Dat heeft te maken met het feit dat de lopende exploitaties de komende jaren worden afgesloten. Daar komen zeer waarschijnlijk nieuwe exploitaties voor in de plaats, maar dat is nu nog niet concreet te maken en daardoor niet zichtbaar in dit kengetal. De ratio voor belastingdruk is niet alleen afhankelijk van eigen beleid, maar ook van het landelijke gemiddelde. Een grotere landelijke stijging leidt tot een gunstiger score voor onze gemeente. Na de stijging in de rioolheffing op basis van het eind vorig jaar vastgestelde Plan water en Riolering, zien we nu een sterke stijging in de afvalstoffenheffing vanwege sterk oplopende kosten. Bovendien werkt het voorstel inzake ophoging van de OZB-tarieven tot op het niveau van het landelijke gemiddelde door in dit kengetal. Met name door het hoge investeringsniveau en de afnemende winsten uit grondexploitaties is een verbetering van de kengetallen de komende jaren niet te verwachten.
28
3.4 Financiering 3.4.1. Algemeen De gemeente maakt gebruik van zogenaamde totaalfinanciering (geen projectfinanciering). Dat betekent dat zowel de lopende uitgaven als de investeringen worden gedekt door de lopende inkomsten en eigen (financierings)middelen (liquide middelen, reserves e.d.) en opgenomen kort- en langlopende geldleningen. De zorg voor het permanent aanwezig zijn van voldoende financiële middelen behoort tot de treasuryfunctie. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: het tijdig aantrekken van voldoende middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid); het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie); het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (rente-optimalisatie); het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). De gemeentelijke liquiditeiten worden beïnvloed door de uitgaven- en de inkomstenstromen. Bij de uitgavenstromen is er naast de redelijk constante stroom van min of meer dagelijkse uitgaven, sprake van beïnvloeding door grote projecten, welke voor tijdelijke pieken in de uitgaven zorgen.
Bij de inkomstenstromen zorgen de uitkeringen van het Rijk en de belastinginkomsten voor de redelijk constante stroom van inkomsten. Echter ook de inkomsten uit bijvoorbeeld bouwgrondverkopen hebben een grote invloed op de liquiditeitspositie. De situatie op de financiële markten heeft een aantal jaren achtereen geleid tot een ongekend lage rente op aan te trekken financieringsmiddelen. Dat geldt voor zowel de langlopende geldleningen (looptijd > 1 jaar) als voor kort geld (looptijd < 1 jaar). Inmiddels is de situatie op de geld- en kapitaalmarkt meer genormaliseerd, zijn negatieve rentepercentages verleden tijd en vertonen rentetarieven een stijgende trend. Met behulp van prognoses van onze geldstromen proberen we continu onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk af te dekken. 3.4.2. Treasury en renteontwikkeling Voor de te hanteren rentepercentages gelden op basis van het Bbv regels die er eenvoudig gezegd op neer komen dat de rente die de gemeente hanteert meer geënt moet zijn op de werkelijke rente. Het Bbv maakt daarbij onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag (moet) worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten).
Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Eenvoudig gezegd komt het erop neer dat aan grondexploitaties uitsluitend rente mag worden toegerekend van opgenomen geldleningen en dus niet indirect een rentevergoeding voor het ingezette eigen vermogen. Voor de berekening van de te hanteren rentepercentages heeft het Bbv een standaard model ontwikkeld, dat gebruik maakt van gegevens uit de geprognosticeerde balans. Daaruit volgen de volgende cijfers:
29
RENTESCHEMA 2025 1 Externe rentelasten over de korte en lange financiering (te betalen rente)
306.673
2 Externe rentebaten over de korte en lange financiering
80.000
3 SALDO rentelasten en rentebaten
226.673
4 Doorbelaste rente naar grondexplotatie
56.878
5 Doobelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden
0
6 Rentebaat van doorverstrekte leningen in het kader van projectfinanciering naar taakvelden
0
7 AAN TAAKVELDEN TOE TE REKENEN RENTE
169.795
8 Rente over eigen vermogen
0
9 Rente over voorzieningen
0
10 TOTAAL AAN TAAKVELDEN TOE TE REKENEN RENTE
169.795
11 De aan taakvelden toegerekende rente
251.613
12 RENTERESULTAAT op taak veld treasury
-81.818
13 Aan taakvelden toe re rekenen externe rente (= 10)
169.795
14 Vast activa boekwaarde 1-1-2025
67.051.400
15 GEMIDDELDE RENTE
0,25323%
OMSLAGRENTE (= gemiddelde rente, afgerond naar boven op 0,5%)
0,5%
RENTE GRONDEXPLOITATIES (=gemiddelde rente)
0,25%
Omslagrente Om de rente die wordt gebruikt bij de berekening van kapitaallasten enigszins stabiel te houden, wordt gewerkt met een omslagrente. Die wordt berekend door de geraamde netto te betalen rente in 2025 te delen door de (geraamde) boekwaarde van de investeringen per 1 januari. De uitkomst daarvan mag naar boven afgerond worden op een veelvoud van 0,5%. De berekende omslagrente (zie renteschema) bedraagt 0,5%. Renteresultaat Met de eerder in deze paragraaf vermelde gegevens wordt ook het renteresultaat berekend, dat als baat in de begroting is opgenomen. Het voordelige renteresultaat in 2025 bedraagt afgerond € 82.000. 3.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 1 januari 2025 naar verwachting voor een bedrag van afgerond € 15,3 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. Afhankelijk van wanneer we inkomsten ontvangen uit met name grondverkopen zou de leningenportefeuille kunnen afnemen. Een toename is echter meer voor de hand liggend vanwege de grote investeringen die de komende jaren op stapel staan. 3.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat de gemeente met kortlopend geld mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aantrekken van kasgeld. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief btw) is.
De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie te informeren als deze meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Berekening kasgeldlimiet op basis van de begroting 2025: Omvang begroting Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet
€ 39.854.000 8,50% € 3.387.590
30
3.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In onderstaand overzicht is deze norm voor de komende begrotingsjaren afgezet tegen de ingeschatte aflossingen.
Renterisiconorm
2025
2026
2027
2028
1 2 3 4a
0 3.323 3.323 39.854
0 2.425 2.425 40.950
0 1.150 1.150 41.788
0 1.100 1.100 42.228
0 7.971
0 8.190
0 8.358
0 8.446
4.648
5.765
7.208
7.346
0
0
0
0
Bedragen x € 1.000
4b 4
Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1+2) Begrotingstotaal van betreffend jaar Percentage regeling Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)
5a 5b
Ruimte onder de renterisiconorm (4 > 3) Ruimte boven de renterisiconorm (3 > 4)
Zichtbaar is dat we alle jaren onder de renterisiconorm blijven. Overigens trachten wij renterisico’s zoveel mogelijk te beperken door nieuwe leningen zoveel mogelijk in looptijd te spreiden. Zodoende voorkomen we dat veel leningen op hetzelfde moment moeten worden geherfinancierd, waarbij we dan afhankelijk zijn van de rentestand op dat moment. 3.4.6. EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren als zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees begrotingstekort, want dan zijn de uitgaven in EMU-opzicht lager dan de inkomsten. Er is geen directe sanctie op overschrijding van het EMU-saldo door een individuele gemeente. Op basis van de Wet Hof (Wet Houdbare overheidsfinanciën) komt een sanctie pas in beeld als sprake is van structurele overschrijding van de norm én na uitgebreid overleg. Zoals in onderstaand overzicht ook goed zichtbaar is, spelen de (geraamde) opbrengsten van grondverkopen in de grondexploitaties en het investeringsniveau een grote rol in de bepaling van het EMU-saldo.
De individuele referentiewaarde van het EMU-saldo voor Reusel-De Mierden is in de septembercirculaire 2024 bepaald op 2.138. Landelijk wordt nagedacht over een andere normering voor het EMU-saldo van gemeenten. Gebleken is dat gemeenten niet of nauwelijks kunnen sturen op het EMU-saldo in relatie tot een individuele referentiewaarde. Deze individuele referentiewaarde betreft overigens geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente heeft in de gezamenlijke (landelijke) norm. In de referentiewaarden van individuele overheden is naast het eigen aandeel ook het aandeel van openbare lichamen (verbonden partijen) opgenomen. Pas als nationaal blijkt dat de gemeenten en hun verbonden partijen gezamenlijk het plafond van het EMU-tekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen.
31
EMU-saldo Omschrijving
2024
2025
2026
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1.000
x € 1.000
Volgens realisatie tot en met sept. 2024, aangevuld met raming resterende periode
Volgens begroting 2025
Volgens meerjarenraming in begroting 2025-2028
Volgens meerjarenraming in begroting 2025-2028
Volgens meerjarenraming in begroting 2025-2028
-519
2027
2028
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-2.945
306
-1.262
-703
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
3.780
4.775
2.975
-1.725
675
3.
Mutatie voorzieningen
-270
56
27
-53
-121
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
0
570
-14
83
-1.751
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
0
0
0
0
0
-6.995
-4.983
-4.196
886
436
Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)
32
3.5 Verbonden Partijen 3.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling, buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, art. 1b). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn, waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen.
De wijze waarop de raad in voldoende mate invloed kan hebben op verbonden partijen is onderwerp van voortdurende aandacht. Mogelijke verbeteracties vinden mede plaats op basis van rekenkameronderzoek en landelijke ontwikkelingen. 3.5.2. Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden, is dat in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt onze gemeente risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen, die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel.
Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is meestal naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de effecten c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 3.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.
33
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:
GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Belangenbehartiging op het gebied van gezondheidszorg. Gemeentelijke bijdrage 2025: Eigen vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 3.935.000 Vreemd vermogen (1-1-2024 / 31-12-2024):* € 27.932.00 *Geprognosticeerde balans
Ontwikkelingen:
De ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft zijn beschreven in de kadernota en het meerjarenbeleidsplan van de GGD. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: De gevolgen van Covid-19 voor de volksgezondheid. Verkleinen van gezondheidsverschillen. Bevorderen van een gezonde leefstijl in een gezonde leefomgeving. Bevorderen van een mentaal gezonde samenleving. Bevorderen van de seksuele gezondheid. Een signalerende regionale functie bieden in de openbare geestelijke gezondheidszorg. Zorg coördinatie bij spoedeisende hulp (waaronder Ambulancezorg). Vernieuwing van de Jeugdgezondheidszorg. Het eerder in gang gezette programma Nu Niet Zwanger krijgt de komende jaren zijn vervolg. Versterking algemene Infectieziektebestrijding en Pandemische Paraatheid. Er wordt landelijk onderzocht of de uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (RVP) voor volwassenen bij de GGD'en kan worden ondergebracht. Ondersteunen van gemeenten bij het uitwerken en implementeren van het Gezond en Actief Leven Akkoord en Integraal Zorg Akkoord, waarbij meer moet worden ingezet op preventie zodat de gezondheidszorg in de toekomst haalbaar en toegankelijk te houden. Het op orde brengen van informatieveiligheid, de informatiehuishouding en risicomanagement. Toenemende samenwerking met GGD Hart van Brabant bij forensische geneeskunde.
Extra inspanningen nodig door de groeiende groep nieuwkomers/immigranten. De omgevingswet betekent een taakuitbreiding (ondersteunende rol) van de GGD. Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. Het risico dat er zich beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, cybercrime en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek covid), de geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG (Publieke Gezondheidszorg) als AZ (Ambulancezorg) beheert, wordt de omvang van dit risico hoger ingeschat. . De Corona-, M-Pox en Oekraïne-crises maken duidelijk dat rampen en pandemieën een enorme impact op de werkzaamheden van de GGD kunnen hebben. Veelal zal het Rijk de kosten daarvan echter vergoeden, zoals ze nu ook voor de genoemde crises heeft toegezegd; de daarvoor toegekende vergoedingsregeling vanuit VWS geeft op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden.
Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een verslechterde algemene gezondheidssituatie van de burgers in onze regio.
Risico’s:
€ 608.870 € 3.915.000 € 27.411.000
34
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma:
Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning / diversen voor programmakosten. De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur. Het, met behoud van de huidige bestuurlijke schaal, vergroten van de bestuurskracht door bundeling van ambtelijke expertise op strategisch, tactisch en operationeel niveau, met als resultaat verhoogde kwaliteit, continuïteit en efficiëntie. Gemeentelijke bijdrage 2025: € 3.794.600 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 856.952 € 19.814 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 12.601.953 € 15.355.913 Resultaat 2023: -/- € 100.808
Evaluatie governance GRSK Bijzondere bijstand is ingaande 2024 overgegaan naar KempenPlus Wijziging regelingen (informatiebeveiliging, Wet open overheid, Hervormingsagenda Jeugd enz. Gemeente Oirschot heeft in een voorlopig besluit aangegeven dat het de uitvoering van front-office taken Wmo, uitgevoerd door MD te willen beëindigen. In de begroting 2025 is hiermee rekening gehouden. Mogelijke frictiekosten veroorzaakt door de beëindiging zullen bij gemeente Oirschot in rekening worden gebracht. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie Programma 5: Sport, cultuur en recreatie (RhcE) De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerken op regionale taken op het terrein van: Economie Transitie landelijk gebied Energietransitie Mobiliteit Daarnaast is het Regionaal historisch centrum Eindhoven (RhcE) een samenwerkingsitem en overkoepelend is er samenwerking op het gebied van bestuurlijke samenwerking, organisatie, regionale strategie, overhead en landgoed Gulbergen. Gemeentelijke bijdrage 2025 (incl. brainport en stimuleringsfonds) € 159.397 Gemeentelijke bijdrage 2025 RhcE € 60.615 Eigen vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 12.334.208 € 11.984.208 Vreemd vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 14.736.800 € 14.503.432 *Geprognosticeerde balans
Realisatie en uitvoering regionale ruimtelijke strategie MRE. Betrekken gemeenteraden bij Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Uitwerken dorpenstrategie met subregio’s. Versnelling woningbouw. Uitvoering aanpak (H)OV-knopen. Realisatie van projecten uit de Bereikbaarheidsagenda, KTA(korte termijn aanpak) Brainport e.d. Toekomstig energiesysteem. Duurzame opwekking van energie. Verduurzaming gebouwde omgeving. Toekomstbesteding en robuust economisch systeem. Toekomstbesteding landelijk gebied. Transitie voedselketen. Ontoereikendheid doelvermogen eeuwigdurende nazorg Gulbergen. Het niet of minder realiseren van externe financiering in relatie tot de uitbreiding van de taken in het samenwerkingsakkoord 2023-2026 en de omvang van de organisatie van de MRE qua personeel en middelen. Bezuinigingen bij gemeenten met als gevolg lagere gemeentelijke bijdragen MRE/RHCe.
35
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Taken op het terrein van brandweerzorg, gemeenschappelijke meldkamer, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, ambulancezorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Gemeentelijke bijdrage 2025: € 937.449 Eigen vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 2.167.498 € 4.049.062 Vreemd vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 40.926.085 € 38.548.567 *Geprognosticeerde balans Nieuw regionaal beleidsplan. Versterking (boven)regionale crisisbeheersing. Toekomstvaste brandweerzorg (herijking beroepsbrandweer, verloop vrijwilligers, duurzame inzetbaarheid). Dynamisch risicoprofiel brandweerzorg.
Versterken weerbare samenleving Loonkosten in relatie tot vrijwilligers en WNRA 2e loopbaanbeleid Vakbekwaamheid Aansprakelijkheid bij brand boven verzekerd bedrag Beschikbaarheid voldoende vrijwilligers Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident Kostenverhoging in verband met kwaliteitsslag Gebruikersonderhoud huisvesting Informatieveiligheid Wet open overheid Eigen risico WW Stijgende rentekosten Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven Programma 7: Volksgezondheid en milieu Programma 8: VHROSV De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur Belangenbehartiging op het gebied van: Uitvoeren verplichte taken uit het landelijke basistakenpakket op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving; Advisering over verzoektaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Gemeentelijke bijdrage 2025: € 490.389 Eigen vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 2.217.432 € 2.465.966 Vreemd vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 7.527.503 € 7.377.503 *Geprognosticeerde balans
Voldoen aan robuustheidscriteria uit het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel. Fitte organisatie. Verbetering informatiehuishouding. Ransomware (informatieveiligheid) Imagoschade door negatieve publiciteit Hoog ziekteverzuim Niet kunnen beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel / kennisverlies als gevolg van uitstroom.
KempenPlus Bladel Programma 6: Sociaal domein De gemeente is vertegenwoordigd in het bestuur. Uitvoering van taken op het gebied van sociale werkvoorziening ingevolge de Wsw, Werk en Inkomen (m.u.v. bijzondere bijstand) ingevolge de Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz.
36
Financieel belang:
Gemeentelijke bijdrage 2025: Eigen vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* Vreemd vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* *Geprognosticeerde balans
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang:
Openbaar belang:
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:
€ 6.010.000 € 8.772.000
€ 4.581.000 € 6.294.000 € 8.890.000
Strategische verkenning KempenPlus Implementatie nieuw zaaksysteem en ERP-systeem Landelijke evaluatie Participatiewet Wijzigingen in doelgroepen (hogere instroom, wijziging arbeidspotentieel) Wegvallen goed renderende klanten Concurrentie door lage lonenlanden en/of robotisering Cybercrime
Stichting Regionaal Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (Bizob) Oirschot Programma 0: Bestuur en ondersteuning Het verzorgingsgebied wordt ingedeeld in 5 clusters (cluster 1: “BOV en De Kempen”, cluster 2: “A2 gemeenten en Dommelregio”, cluster 3: “Peelgemeenten”, cluster 4: “Noordoost” en cluster 5: “Overig”). Onze gemeente maakt deel uit van het cluster 1. Per cluster worden twee bestuurders gekozen m.u.v. cluster 5 “Overig” (bijv. VRBZO). Daarnaast worden twee secretarissen toegevoegd aan het bestuur en is de voorzitter van het bestuur een burgemeester. Tevens neemt één bestuurder van de gemeente zitting in de Vergadering van Aangeslotenen. Het ondersteunen van de deelnemende gemeenten en aangesloten organisaties bij het uitvoeren van diverse inkoopacties voor het behalen van voordelen op zowel financieel, kwalitatief als procesmatig gebied. Gemeentelijke bijdrage 2025: € 122.745 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 976.745 € 1.302.202 Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 1.209.552 € 1.973.315 *) Bron: Jaarrekening 2023 Bizob Concreet zijn er actiepunten geformuleerd waar in 2025 extra aandacht naar toe gaat: Inkoop- en contractmanagement data; Programmatisch inkopen Verduurzaming maatschappelijk vastgoed; Verkorten doorlooptijd en afstemmen vraag en aanbod; ICT opdrachten en verder ontwikkelen van roboticering en kunstmatige intelligence.
De 36 aangesloten organisaties (24 gemeenten en 12 aan deze gemeenten gelieerde organisaties) zijn aansprakelijk voor eventuele exploitatie tekorten. NV Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Programma 0: Bestuur en ondersteuning Aandeelhouder (0,019% van alle aandelen) BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Gemeentelijke bijdrage 2025: €0 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 4.615 mln € 4.721 mln Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 107.459 mln € 110.819 mln *) Bron: Jaarrekening 2023 BNG
NV Brabant Water ’s-Hertogenbosch Raakt diverse programma’s. Aandeelhouder (zeer beperkt aandeel) Het leveren van water en het in stand houden van de benodigde infrastructuur om water te distribueren. Gemeentelijke bijdrage 2025: €0 Eigen vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 690 mln € 699 mln Vreemd vermogen (1-1-2023 / 31-12-2023):* € 579 mln € 614 mln
37
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Financieel belang:
Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost (ZVHBZO) Helmond Programma 1. Veiligheid Het ondersteunen van de gemeenten bij zeer complexe zorg-/veiligheidscasussen en het bevorderen van de integrale samenwerking tussen partners. Bij veroorzakers van ernstige overlast of criminaliteit met complexe problemen op diverse gebieden zijn vaak meerdere partijen (zorgorganisaties, justitiële organisaties en/of gemeente) betrokken. Bij de aanpak van deze personen is het effectiever om de inspanningen van deze verschillende partijen op elkaar af te stemmen. Het ZVHBZO verzorgt onder andere de procesregie op complexe casuïstiek met het doel (nieuwe) strafbare feiten te verminderen en te voorkomen. En om te komen tot passende zorg voor de betrokken personen. Met deze aanpak levert het Zorg- en Veiligheidshuis een belangrijke bijdrage aan de veiligheid in alle 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Gemeentelijke bijdrage 2025: € 4.803 Eigen vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € 353.000 € 648.000 Vreemd vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* €0 €0 *) Bron: begroting 2025 ZVHBZO
Ontwikkelingen
Casuïstiek-op-maat; procesregie in complexe casuïstiek met een knelpunt en een veiligheidsrisico; de PGA Radicalisering, deze is gericht op personen die (mogelijk) radicaliseren; de PGA Jeugd, die zich richt op jongeren met overlast gevend en/of crimineel gedrag; de PGA Personen met onbegrepen gedrag, die een gevaar (kunnen) zijn voor zichzelf of de omgeving; MDA++, gericht op huishoudens waarin het niet lukt om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken. Verbinding met de omgeving en kennis & expertise (netwerk, bevordering samenwerking aanpak radicalisering, kennisknooppunt) Pilot multidisciplinaire aanpak.
Risico’s:
Onvoorziene budgetoverschrijdingen Krapte op de arbeidsmarkt
Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:
Belgisch Nederlands Grensoverleg (BENEGO) Baarle-Hertog Programma 0. Bestuur en Ondersteuning De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. BENEGO heeft aandacht voor een aantal thema’s aan de grens en het oppakken van knelpunten. Gemeentelijke bijdrage 2025: € 1.000 Eigen vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025):* € n.b. € n.b. Vreemd vermogen (1-1-2025 / 31-12-2025): €0 €0 *) gegevens niet beschikbaar
Financieel belang:
Ontwikkelingen:
Risico’s:
De aanbevelingen van het rapport “BENEGO, hét grensnetwerk” op te pakken met als doel BENEGO te ontwikkelen tot een lerend netwerk. Dit doel wordt bereikt door het: actueel houden van de website en regelmatig een nieuwsbrief uit te brengen; organiseren van netwerkbijeenkomsten; opvolgen van bovenlokale aanpak van grensobstakels; opsporen en het signaleren van(Europese) subsidiemogelijkheden; initiëren van projecten. Geen risico’s
38
3.6 Onderhoud kapitaalgoederen 3.6.1. Algemeen Het is van belang om inzicht te hebben in de beleidskaders omtrent het onderhoud van kapitaalgoederen. Die beleidskaders zijn er zowel inhoudelijk als financieel-administratief. Inhoudelijk gaat het dan bijvoorbeeld om het vastgestelde onderhoudsniveau. Dit is het eindresultaat van enerzijds de kwaliteit die we voor ogen hebben en anderzijds de budgettaire mogelijkheden. Er is ook een financieel beleidskader. Dat gaat over de mate waarin financiële ruimte wordt gecreëerd voor onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Hiervoor gelden de volgende ‘spelregels’: Alle vaste activa worden tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs geactiveerd. Uitzonderingen zijn: investeringen in de openbare ruimte die via de grondexploitatie worden verhaald; kunstvoorwerpen met een historische waarde; indien sprake is van een ideaalcomplex (aanschaf en afstoot zijn in een zodanig ritme dat elk jaar hetzelfde bedrag wordt besteed). De laatste twee uitzonderingen doen zich binnen onze gemeente niet voor. Op vaste activa met een beperkte levensduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de toekomstige gebruiksduur. Een uitzondering hierop is de afschrijvingsduur van immateriële vaste activa. Deze worden incidenteel ten laste gebracht van de exploitatie.
Het beleid rond afschrijving is vastgelegd in een beleidsnota. In het afschrijvingsbeleid (‘Nota reserves, voorzieningen en afschrijvingsbeleid 2020’, vastgesteld 7 juli 2020, riolering gewijzigd november 2023), zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Soort investering Gebouwen (permanent)
Termijn in jaren 40
Soort investering Riolering (excl. pompen/gemalen drukriolering)
Termijn in jaren 60
Gebouwen (semipermanent)
15
Software
6
Groen (korte levensduur)
40
Speeltoestellen / sportattributen
15
Groen (lange levensduur)
80
Straatmeubilair
25
Hardware
4
Straatverlichting (armaturen)
20
Inrichting
15
Straatverlichting (masten)
40
Kunststof (gras)velden/banen: ondergrond
40
15
Kunststof (gras)velden/banen: toplaag
20
Technische installaties (waaronder pompen/gemalen drukriolering) Vervoermiddelen
Machines
10
Wegen (aanleg, reconstructie) en waterkundige werken
40
10
3.6.2. Wegen en verkeer A. Beleidskader In september 2017 is door de gemeenteraad het Wegenbeleidsplan 2018-2027 vastgesteld. Daarin is vastgelegd hoe we als gemeente invulling geven aan de wettelijke taken en verplichtingen. In lijn met de wettelijke en maatschappelijke verplichtingen hanteren we een sobere doch doelmatige kwaliteitsnorm voor het wegbeheer met een gezonde balans in kwaliteit en kosten. De kwaliteitsnorm van de gemeente sluit hierbij aan op kwaliteitsniveau C van de CROW publicatie 288. Hierbij wordt gestuurd op het beheersen van risico’s (veiligheid en kapitaalvernietiging) van het gehele wegenareaal en is geen differentiatie gemaakt in wegtypen of gebieden. In september 2017 is door de gemeenteraad tevens het Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan (GVVP) vastgesteld. Daarin wordt met name ingezet op mensgerichte en integrale maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid in onze gemeente. Het GVVP dient in 2025 vernieuwd te worden zodat er een nieuw mobiliteitsplan per begin 2026 ligt. Gladheidbestrijding op wegen waarvoor de gemeente de verantwoordelijkheid draagt, vindt momenteel plaats door de eigen buitendienst op basis van het beleidsplan gladheidbestrijding 20182028.
39
B. Financiële consequenties Exploitatie - Wegen, straten en pleinen + GVVP Bedragen in €
"Klein" onderhoud wegen "Groot" onderhoud wegen (voorziening wegen) GVVP Gladheidsbestrijding Kunstwerken Diverse kosten groen Overige kosten (salarissen / belastingen etc) Kapitaallasten Totaal exploitatie
2025 220.000 473.000 129.000 42.000 7.000 62.000 385.000 723.000 2.041.000
Begroting 2025 2026 2027 224.000 227.000 473.000 473.000 131.000 134.000 43.000 44.000 13.000 23.000 63.000 64.000 402.000 418.000 720.000 717.000 2.069.000
2.100.000
2028 234.000 473.000 138.000 45.000 23.000 66.000 435.000 714.000 2.128.000
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Wegen, straten en pleinen + GVVP Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2024):* Rehabilitatiekrediet wegen 2020 Rehabilitatiekrediet wegen 2021 Rehabilitatiekrediet wegen 2022 Rehabilitatiekrediet wegen 2023 Rehabilitatiekrediet wegen 2024 GVVP deel 2018 en 2019 GVVP deel 2019 en 2020 GVVP 2021 GVVP 2022 GVVP 2023 GVVP 2024 Reconstructie Turnhoutseweg N284 Nieuwe aansluiting N284 en opwaardering infrastructuur Kleine Hoeven Vervangen wegen dorpskern Lage Mierde KTM Randweg A2 incl. mobiliteitshub en F67
Begroting 2024
2025
Begroting 2025 2026 2027
950.000 497.000 200.000
950.000 950.000 150.000
2028
-210.000 -150.000 27.098 267.000 950.000 283.000 679.000 501.000 185.000 497.000 497.000 4.000 113.000 1.635.680 301.012
Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2025-2028):** Rehabilitatiekrediet wegen 2025 t/m 2028 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) 2025 t/m 2028 Kwaliteitsimpuls dorpspleinen
950.000 500.000 -
950.000 500.000
Totaal investeringen 5.579.790 1.647.000 2.050.000 1.450.000 1.450.000 *Stand per 19 september 2024 ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product wegen en GVVP, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.
3.6.3. Gebouwen A. Beleidskader Het beheerplan gebouwen is in 2019 volledig geactualiseerd en door de raad vastgesteld. De dotaties aan de onderhoudsvoorziening gebouwen zijn reeds afgestemd op dit onderhoudsplan. Daarbij wordt opgemerkt dat inmiddels een nieuwe Kei in aanbouw is. Het onderhoudsbedrag is in verband daarmee niet aangepast, dus we houden het onderhoud voor De Kei op het bestaande niveau. Zodra de nieuwe Kei gereed is, zal daarvoor een onderhoudsplanning opgesteld worden.
B. Financiële consequenties Exploitatie - Dotaties voorziening onderhoud gebouwen +
Dotatie voorziening onderhoud Brandweerkazerne Reusel Dotatie voorziening onderhoud De Kei Dotatie voorziening onderhoud Schuilhut Reusel Dotatie voorziening onderhoud Den Houtert Dotatie voorziening onderhoud Gemeentehuis Dotatie voorziening onderhoud Gemeentewerf Dotatie voorziening onderhoud Kdv Nummereen Reusel Dotatie voorziening onderhoud Oeverzwaluwwand Reusel Dotatie voorziening onderhoud Kapel, pomp, vvv-bord HoLaHu Dotatie voorziening onderhoud VOV halte Reusel Dotatie voorziening onderhoud Pompgemalen Reusel (gebouwtjes) Dotatie voorziening onderhoud Beheerderswoning sportpark Dotatie voorziening onderhoud De Ster Lage Mierde Dotatie voorziening onderhoud Pergola Hulsel Totaal exploitatie
2025 13.000 33.000 1.000 26.000 221.000 21.000 13.000 250 2.000 8.000 250 2.000 26.000 500 367.000
Begroting 2025 2026 2027 13.000 13.000 33.000 33.000 1.000 1.000 26.000 26.000 221.000 221.000 21.000 21.000 13.000 13.000 250 250 2.000 2.000 8.000 8.000 250 250 2.000 2.000 26.000 26.000 500 500 367.000 367.000
2028 13.000 33.000 1.000 26.000 221.000 21.000 13.000 250 2.000 8.000 250 2.000 26.000 500 367.000
40
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Onderhoud gebouwen Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2024):* De Kei
Begroting 2024
Begroting 2025 2026 2027
2025
2028
6.333.000
Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2025-2028):** Verbouwing Plint ten behoeve van MD
pm
Totaal investeringen
6.333.000
-
-
-
-
3.6.4. Riolering en watertaken A. Beleidskader In het najaar van 2023 is het nieuwe programma Riolering en Water bestuurlijk vastgesteld. In dit plan inclusief kostendekking zijn alle noodzakelijke middelen opgenomen voor de dekking van de kosten van de riolering en andere watersystemen en grote vervangingen. De exploitatie betreft het klein en groot onderhoud aan de riolering en watersystemen alsmede onderzoeken naar de kwaliteit van het areaal, het vegen van straten, reinigen van kolken onderhoud aan de drukriolering en vacuumriolering. Deze exploitatielasten zijn geborgd tot en met 2028. B. Financiële consequenties Exploitatie - Riolering Bedragen in € "Klein" onderhoud riolering Planvorming Onderzoek Energiekosten Overige kosten (salarissen/ inhuur / applicatie etc.) Voorzieningen Kapitaallasten Totaal exploitatie
2025 396.000 30.000 31.000 113.000 321.000 34.000 490.000 1.415.000
Begroting 2025 2026 2027 404.000 413.000 30.000 23.000 31.000 32.000 116.000 118.000 356.000 384.000 -42.000 -104.000 488.000 486.000 1.383.000 1.352.000
2028 422.000 23.000 33.000 121.000 358.000 -85.000 482.000 1.354.000
2025
Begroting 2025 2026 2027
2028
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Riolering Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2024):* Vervanging riolering 2019 Vervanging riolering 2020 Vervanging riolering 2021 Vervanging riolering 2022 Vervanging riolering 2023 Nieuwe investeringen (voor specificatie zie lijst nieuw beleid 2025-2028):** Vervanging riolering 2025 Vervanging riolering 2026 Vervanging riolering 2027 Vervanging riolering 2028
Begroting 2024 13.000 504.000 128.000 592.000 617.000
2.304.000 1.591.000 2.752.000
Totaal investeringen 1.854.000 2.304.000 1.591.000 2.752.000 *Stand per 19 september 2024. ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product riolering, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.
2.215.000
2.215.000
3.6.5. Openbare verlichting A. Beleidskader Onderhoud van de openbare verlichting gebeurt op basis van het Beleidsplan Openbare Verlichting 2018-2030 en vormt de basis voor het vervangen en aanpassen van de openbare verlichting. We streven naar het realiseren en in stand houden van een duurzame en betrouwbare openbare verlichting, waarbij de gebruiker zich veilig voelt in het openbaar gebied. Hierbij wordt de benodigde verlichtingskwaliteit gerealiseerd tegen economisch en maatschappelijk verantwoorde kosten en levert de gemeente een bijdrage om de doelstellingen van het Energieakkoord te halen.
41
B. Financiële consequenties Exploitatie - Openbare verlichting Bedragen in €
"Klein" onderhoud openbare verlichting Beheerkosten Energiekosten Overige kosten (salarissen / overige kosten etc.) Kapitaallasten Totaal exploitatie
2025 30.000 11.000 101.000 14.000 54.000 210.000
Begroting 2025 2026 2027 31.000 31.000 11.000 11.000 101.000 101.000 14.000 15.000 54.000 54.000 211.000 212.000
2028 32.000 11.000 101.000 15.000 54.000 213.000
2025
Begroting 2025 2026 2027
2028
16.500 40.500
141.500 153.000
218.000 102.500
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Openbare verlichting Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2024):* Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2020 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2021 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2021 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2023 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2023 Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) 2024 Vervanging openbare verlichting door LED (masten) 2024
Begroting 2024 45.000 57.000 93.000 66.000 90.000 5.000 12.000
Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2025-2028):** Vervanging openbare verlichting door LED (armaturen) Vervanging openbare verlichting door LED (masten)
102.500 197.000
Totaal investeringen 368.000 57.000 294.500 299.500 320.500 *Stand per 19 september 2024. ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product openbare verlichting, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.
3.6.6. Groenvoorziening A. Beleidskader In november 2021 heeft de gemeenteraad het Beleidsplan Openbaar Groen 2022-2031 vastgesteld en daarmee de visie en kaders bepaald. Naast de beleidsambities zijn de bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) bepaald en opgenomen in de begroting. Daarnaast is er sprake van een jaarlijkse vervangingsinvesteringen van totaal € 310.000 om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden waarbij sprake is van de gewogen afschrijftermijnen van 40 en 80 jaar. B. Financiële consequenties Exploitatie - Groenvoorzieningen 2025 793.000 -64.000 214.000 26.000 969.000
Begroting 2025 2026 2027 805.000 816.000 -65.000 -66.000 224.000 235.000 26.000 26.000 990.000 1.011.000
2025
2026
2027
2028
Nieuwe investeringen (lijst nieuw beleid 2025-2028):** Deken van der Weepark Vervanging groen 2025-2028 (40jr afschrijving)
pm 131.000
pm 131.000
pm 131.000
pm 131.000
Vervanging groen 2025-2028 (80jr afschrijving)
179.000
179.000
179.000
179.000
Totaal investeringen 733.000 310.000 310.000 310.000 *Stand per 19 september 2024. ** Kapitaallasten zijn nog niet doorgerek end naar het product groen, omdat de lijst nieuw beleid nog vastgesteld moet worden.
310.000
Bedragen in €
Groenonderhoud Verkoop hout uit bossen (inkomsten) Overige kosten (salariskosten / belastingen / ontvangen bijdragen) Kapitaallasten Totaal exploitatie
2028 838.000 -68.000 245.000 26.000 1.041.000
C. (Geplande) investeringen Investeringsoverzicht - Groenvoorzieningen
Begroting Bedragen in €
Lopende investeringen (restant budgetten 2024):* Vervanging groen 2022 (80jr afschrijving) Vervanging groen 2023 (40jr afschrijving) Vervanging groen 2023 (80jr afschrijving) Vervanging groen 2024 (40jr afschrijving) Vervanging groen 2024 (80jr afschrijving) Herinrichting dorpsplein 2023