CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025-2028 gecorrigeerd

Gemeenteraad 5 november 2024, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: 1e termijn behandeling Programmabegroting 2025-202836.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programmabegroting 2025-2028 Datum: 05-11-2024

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................................................... 1 Aanbiedingsbrief ................................................................................................................................... 3 Leeswijzer............................................................................................................................................... 5 1. Coalitieprogramma en prioriteiten ................................................................................................... 6 2. Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2025-2028 ............................................................................ 9 3. Paragrafen ........................................................................................................................................ 13 3.1 Bedrijfsvoering .............................................................................................................................. 14 3.2 Lokale heffingen ........................................................................................................................... 17 3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...............................................................................

21 3.4 Financiering .................................................................................................................................. 29 3.5 Verbonden Partijen ....................................................................................................................... 33 3.6 Onderhoud kapitaalgoederen ..................................................................................................... 39 3.7 Grondbeleid .................................................................................................................................. 43 3.8 Openbaarheidsparagraaf .............................................................................................................. 47 4. Programma’s .................................................................................................................................... 49 Programma 0. Bestuur en ondersteuning ......................................................................................... 50 Programma 1. Veiligheid ..................................................................................................................... 53 Programma 2. Verkeer en vervoer ..................................................................................................... 55 Programma 3.

Economie .................................................................................................................... 57 Programma 4. Onderwijs .................................................................................................................... 59 Programma 5. Sport, cultuur en recreatie ......................................................................................... 60 Programma 6. Sociaal Domein ........................................................................................................... 63 Programma 7. Volksgezondheid en milieu ....................................................................................... 68 Programma 8. Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Stedelijke vernieuwing (VHROSV) ...... 71 4. Bijlagen ............................................................................................................................................. 75 Bijlage 1. Verschillenanalyse ............................................................................................................. 76 Bijlage 2. Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen 2025-2028 .................................................. 78

1

Bijlage 3. Geprognosticeerde balans ................................................................................................ 86 Bijlage 4. Totaal van lasten en baten per programma ..................................................................... 87 Bijlage 5. Staat van incidentele baten en lasten inclusief toelichting............................................ 88 Bijlage 6. Meerjaren staat van reserves en voorzieningen ............................................................. 90 Bijlage 7. Beleidsindicatoren.............................................................................................................. 91

2

Aanbiedingsbrief De begroting 2024-2027 was voor het jaar 2024 nog structureel sluitend, maar de jaren daarna lieten fors oplopende tekorten zien. In de 1e berap 2024 werd voor 2025 een structureel tekort voorzien van € 718.000. Doordat we onder andere vanwege het nog vast te stellen wegenbeheerplan, vanuit de Gemeenschappelijke Regelingen en in het Sociaal Domein hogere lasten verwachten, hebben we in voorliggende begroting al stappen moeten zetten, onder de noemer ‘Spoor 1’ en ‘Spoor 2’, om het begrotingsjaar 2025 sluitend te maken. Daarbij hebben we deels voorgesorteerd op de problemen die we vanaf 2026 verwachten. Onder ‘Spoor 1’ is er kritisch gekeken naar ruimte op bestaande posten met weinig beleidsmatig effect. Omdat daarmee het negatieve saldo van 2026 nog niet opgelost is, kiezen wij ervoor om de Onroerendezaakbelasting en Toeristenbelasting qua tarieven op te hogen naar het landelijk gemiddelde. Deze aanzet van ‘Spoor 2’ maakt dat we voor 2025 een positief structureel saldo kunnen presenteren. Maar net zo belangrijk vinden wij het dat daarmee ook de saldi in de jaren ná 2025 wat minder rampzalig worden. Mede daardoor wordt het dan aanvaardbaarder om de negatieve saldi in 2026 en 2027 vooralsnog op te lossen door de inzet van een deel van het surplus in de Algemene Reserve als dat dan nodig mocht zijn.

Normaliter wordt dit gezien als incidentele dekking, maar voor nu is deze methode toegestaan door de toezichthouders om actuele knelpunten op te lossen, zolang de solvabiliteit voldoende hoog is en blijft. Daardoor ontstaat meer tijd om in ‘Spoor 2’ maatregelen te nemen om uiteindelijk te komen tot een regulier structureel sluitende begroting. Vooralsnog zien we dat het Rijk de onzekerheid over 2026 en verder laat bestaan. Het jaar 2026 wordt al enige tijd het ‘ravijnjaar’ genoemd omdat het Rijk vanaf dat jaar minder middelen aan de gemeenten gaat verstrekken. Dat is ook in deze begroting goed zichtbaar. Daarom proberen wij, samen met de VNG en andere gemeenten het Rijk voldoende argumenten te geven om gemeenten structureel van voldoende financiële middelen te voorzien, passend bij het steeds groter wordende takenpakket. Als die pogingen geen of onvoldoende resultaat opleveren, zullen wij en met ons heel veel gemeenten, er niet aan ontkomen om ons ambitieniveau bij te stellen en mogelijk moeten overwegen om Rijkstaken af te stoten. Dat willen we niet. Het begrotingsbeeld in de voorliggende begroting ziet er als volgt uit: (bedragen in €)

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Structureel Saldo

313.262

1.215.092-

503.771-

323.963-

Incidenteel Saldo

454.500

230.000

69.000

94.000

Saldo baten en lasten

767.762

985.092-

434.771-

229.963-

In 2024 hebben we gewerkt aan het robuust maken van de ambtelijke organisatie. Hiermee zijn we beter ingericht op de taken die we moeten en willen uitvoeren. We schrijven hier bewust ‘moeten en willen’ omdat we enerzijds verplicht taken uit ‘moeten’ voeren, maar dat doen we op het niveau dat wij passend vinden, anderzijds hebben we ook eigen ambities waarmee we aan de slag ‘willen’ om onze inwoners en bedrijven van dienst te kunnen zijn. Met de programmabegroting staan we stil bij de ontwikkelingen die we om ons heen zien. We zien dat onze omgeving razendsnel verandert en dat er uitdagingen zijn voor onze gemeente en gemeenschap op verschillende gebieden. Ontwikkelingen als de hoge inflatie, stijgende bouw- en grondstoffenkosten, de overspannen woningmarkt, de krappe arbeidsmarkt, het teruglopende aanbod vrijwilligers en de vluchtelingenproblematiek worden ook in Reusel-De Mierden gemerkt en gevoeld. De stijgende kosten voor levensonderhoud zorgen ervoor dat meer inwoners moeite hebben om rond te komen. Ouderen wonen steeds langer zelfstandig thuis. Het levert druk en zorg op bij de mensen om hen heen. Eenzaamheid is aan de orde van de dag en er wordt steeds meer gevraagd van mantelzorgers. Maar de zorg is er ook wat betreft onze jeugd. De groei van de inzet van de specialistische jeugdhulp is zorgelijk. We steunen hen die het nodig hebben.

Het is van groot belang om naar elkaar om te blijven zien en te helpen daar waar dat kan. In zijn algemeenheid zien we de

3

kosten van het sociaal domein stijgen door de toename van de veelheid en complexheid aan taken die aan gemeenten worden opgedragen. Reusel-De Mierden is gelegen in een regio die een bijzondere ontwikkeling doormaakt. De hightechindustrie en hoogwaardige maakindustrie groeien snel. De regio groeit daardoor tot 2040 naar verwachting met 100.000 woningen. Ook het inwoneraantal zal toenemen. Dit heeft grote gevolgen voor woningbouw, bedrijventerreinen, mobiliteit, maar zeker ook voorzieningen en natuur en heeft een grote impact op sociaal-maatschappelijke structuren en welzijn van alle inwoners. Reusel-De Mierden werkt enerzijds aan de gevolgen en stelt anderzijds met de andere Kempengemeenten een toekomstvisie en ontwikkelstrategie met brede welvaart op om zelf zoveel mogelijk te kunnen sturen. Vanuit klimaatverandering en duurzaamheidsambities zijn verschillende transities noodzakelijk op het gebied van energie, warmte, stikstof, natuur, landbouw en klimaatadaptatie. Deze ingewikkelde puzzels hebben grote impact op de gemeente, inwoners en bedrijven, met name in het landelijk gebied. We werken aan een leefomgeving die groener is en uitnodigt tot verblijf, een openbare ruimte die intact en schoon is, en een gebouwde omgeving die gebruikt maakt van duurzame energie en woningen die energiezuinig zijn.

Meer ruimte bieden aan de natuur en het groen in onze gemeente zorgt ervoor dat het fijn is om in de buitenruimte te zijn, ook in de toekomst. Als gemeente laten we ons leiden door wat er buiten nodig is en voeren we onze gemeentelijke taken uit op een manier die daarbij past. We willen een gemeente zijn waarin iedereen mee kan doen. Zo werken we aan een toekomstbestendige en complete gemeente waar het fijn is te wonen, te werken en te recreëren. Het uitgangspunt is dat we blijven voortbouwen op de kracht van Samen Doen!

Burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden, de secretaris, de burgemeester, dhr. J.P.P.S. Ruyters. mw. A.J.M.H. van de Ven.

4

Leeswijzer In hoofdstuk 1, coalitieprogramma en prioriteiten, wordt vooral ingegaan op zaken die vanuit het collegeprogramma 2022-2026 ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ op de voorgrond staan en op andere relevante zaken die van belang zijn in relatie tot de prioriteiten die in deze begroting hun beslag hebben gekregen. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten voor de voorliggende programmabegroting weergegeven. De uitgangspunten worden met een korte opsomming aangehaald. Ook het meerjarenbegrotingsbeeld vindt u in dit hoofdstuk. Hoofstuk 3 bevat de paragrafen. De gemeente dient op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) 7 verplichte paragrafen op te nemen in de begroting. In de paragrafen wordt als een soort van dwarsdoorsnede over alle programma’s heen informatie gegeven over een aantal belangrijke thema’s. De programma’s komen in hoofdstuk 4 aan bod. Een programma is een geheel van activiteiten om beoogde maatschappelijke effecten te bereiken. In een programma is dus een bepaalde samenhang tussen de activiteiten aanwezig. In onze gemeente is ervoor gekozen om de programma-indeling gelijk te laten zijn aan de wettelijk voorgeschreven indeling in taakvelden. De programmabegroting bestaat uit 9 programma’s, die in onze situatie overeenkomen met de taakvelden die vanuit het BBV zijn voorgeschreven.

Ieder programma is onderverdeeld in producten en heeft een vaste indeling, waarin het volgende is opgenomen:  Ambitie: Hier is een korte samenvatting opgenomen van wat de ambitie is.  Maatschappelijk resultaat: Hier wordt kort aangegeven welke maatschappelijke effecten we verwachten van ons handelen.  Inspanning 2025: De verwachte inspanningen die we in 2025 gepland hebben om de gestelde ambitie c.q. het maatschappelijke resultaat te bereiken (of daar naar toe te groeien). We hebben getracht daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met zaken die in het collegeprogramma zijn opgenomen. Hierbij moet bedacht worden dat het reguliere werk niet in deze beschrijvingen is meegenomen. Er zijn dus bijvoorbeeld geen omschrijvingen opgenomen van paspoorten of omgevingsvergunningen die we afgeven, want dat is regulier werk.  Wat mag het kosten? Hier worden de kosten van het programma weergegeven, gesplitst per product. Middels bijlagen worden enkele aspecten nog nader uitgediept of toegelicht. Een van de belangrijkste bijlagen is ongetwijfeld de bijlage ‘Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’. De begroting gaat uit van bestaand beleid en in de ‘lijst nieuw beleid en vervangingsinvesteringen’ brengen we de consequenties in beeld van nieuwe beleidsvoornemens.

Nieuw beleid kan noodzakelijk zijn vanuit Rijksbeleid, maar kan ook ingestoken worden vanuit prioriteiten of wensen vanuit de raad. Op de lijst nieuw beleid staan ook de vervangingsinvesteringen vermeld. Ofschoon vervanging van afgeschreven activa geen nieuw beleid is, brengen we ze toch op deze lijst in beeld omdat het vervangingsmoment vaak een goed moment is om na te denken of doelstellingen wellicht op een andere wijze beter zouden kunnen worden gerealiseerd. De geprognosticeerde balans en het totaaloverzicht van baten en lasten met staat van incidentele baten en lasten zijn verplichte bijlagen. Als laatste is er een bijlage met beleidsindicatoren. Voor de indicatoren wordt een beroep gedaan op bestaande cijfers, veelal vanuit de site waarstaatjegemeente.nl. Die indicatoren zijn niet altijd even actueel en daarom is het jaar vermeld waarop de indicator betrekking heeft. Indien een indicator niet beschikbaar is, wordt dit aangegeven met ‘gegevens niet beschikbaar’. Naast de verplichte indicatoren voor Reusel-De Mierden zijn de vergelijkende gemiddelde indicatoren voor gemeenten tot 25.000 inwoners uit heel Nederland vermeld. Wij wijzen erop dat een eenvoudige vergelijking tussen gemeentelijke cijfers en de landelijke gemiddelden vaak lastig zal zijn omdat verschillende gemeenten anders in elkaar steken.

5

1. Coalitieprogramma en prioriteiten

6

1.1 Coalitieakkoord 2022-2026: ‘Samen werken aan een vitale samenleving’ Na de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 hebben de partijen Samenwerking Reusel-De Mierden en VVD een coalitie gevormd en hun ambities voor de jaren 2022-2026 vastgelegd in het coalitieakkoord. Met het coalitieakkoord wordt richting gegeven aan de bestuurlijke koers van de gemeente Reusel-De Mierden voor de huidige raadsperiode. Belangrijke thema’s uit het coalitieprogramma zijn: Aandacht voor de schaalsprong-ontwikkelingen die in de Brainportregio op ons afkomen We proberen van deze krachtige economische ontwikkeling te profiteren en daarmee juist een hefboomeffect te creëren om onze samenleving een impuls te geven. We trekken daarin gezamenlijk op met andere gemeenten. Dit vergt een integrale benadering waarbij wonen, mobiliteit, economie en energietransitie zich in samenhang met elkaar ontwikkelen. Dit alles kan bijdragen aan het verhogen van de leefbaarheid in onze kernen op allerlei gebieden, zoals meer woningbouw, voorzieningen en verbeteren bereikbaarheid. Behoud van leefbare kernen staat voorop Dat betekent dat er in elke kern voldoende woningbouw naar behoefte moet zijn, elke kern een ontmoetingsruimte en basisschool moet hebben en dat de bereikbaarheid zowel in de kern als daarbuiten goed moet zijn.

Nu de meeste omleidingsroutes gereed zijn gaan we echt werk maken van het weren van het zwaar vracht- en landbouwverkeer uit de kernen. In onze kernen zit veel vitaliteit en kracht die op een positieve wijze bijdraagt aan het nemen van meer verantwoordelijkheid door inwoners zelf om de leefbaarheid en het welzijn van de eigen kern te behouden. Als gemeente betekent dit dat we willen luisteren naar ideeën van inwoners en ruimte willen geven om te experimenteren om mooie dingen in onze samenleving te laten ontstaan. Dat is voor ons ‘Samen Doen’. Hierdoor wordt de eigen kracht van onze inwoners alleen maar beter benut. Voorkomen is beter dan genezen We richten onze aandacht op preventie en vroeg-signalering en op het stimuleren van een gezonde leefstijl in het kader van vitaliteit. Hiermee willen we voorkomen dat inwoners in een situatie komen die deelname aan de maatschappij in de weg staat. Een integrale aanpak is nodig zodat de beweging van nazorg naar voorzorg vanuit alle beleidsvelden actief en met overtuiging wordt ingezet. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar onze jongeren, die hun hele toekomst nog voor zich hebben, maar ook naar onze ouderen en mensen met een beperking. ‘Iedereen doet mee’, wat ons betreft.

In de afgelopen jaren heeft het gemeentebestuur hard gewerkt om de basis op orde te krijgen, in de komende vier jaren bouwen we samen verder aan een vitale samenleving. Want dat is nodig. De huidige ontwikkelingen in de wereld vragen om een samenleving die vitaal is en kijkt naar de toekomst.

1.2

Collegeprogramma 2022-2026

Op basis van het coalitieakkoord is door het college een meerjarig uitvoeringsprogramma opgesteld in de vorm van een collegeprogramma. Het collegeprogramma bevat de nadere uitwerking op de aspecten te bereiken resultaten, inhoud en planning. De financiële uitwerking is terug te vinden in de jaarlijkse programmabegroting. Het college wil met het collegeprogramma aan de raad een leidraad bieden voor haar kaderstellende en controlerende rol. Het college wil aanspreekbaar zijn en werken vanuit verbinding met inwoners, organisaties en ondernemers en aanwezig zijn waar de energie in de samenleving is om zaken voor elkaar te krijgen. We stellen ons ten doel ondernemerschap in de samenleving te stimuleren en kennis en ervaring te benutten. We hebben regelmatig overleg met onze verschillende partners in de kernen en vragen hen mee te denken over het gemeentelijk beleid. Zij weten doorgaans heel goed wat er in hun omgeving speelt en wat de gemeente daarin kan betekenen. Daarnaast werken we aan een goede samenwerking met andere (Kempen)gemeenten en verbonden partijen en focussen daarbij op wat we in verbinding met elkaar kunnen bereiken. Het college wil transparant zijn en in begrijpelijke taal communiceren met de inwoners. Daarbij is persoonlijk contact altijd mogelijk maar ook onze digitale dienstverlening willen we op een goed niveau houden.

We geven daarbij uitvoering aan onze servicenormen. Zo weet een inwoner wat hij of zij mag verwachten en wat hij of zij zelf kan doen om snel en goed geholpen te worden.

7

Op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen liggen er veel mooie plannen, zoals het centrumplan Reusel, waarvoor het bestemmingsplan nu onherroepelijk is, zodat we komende jaren ook daadwerkelijk de realisatie ter hand kunnen gaan nemen. Daarnaast biedt onze mooie groene omgeving veel uitdagingen in het samenspel tussen bedrijvigheid, recreatie en vervoer. Ook in die trajecten biedt het college aan inwoners en ondernemers de mogelijkheid om mee te denken. Het Sociaal Domein is en blijft een aandachtspunt. Het Rijk vraagt gemeenten om steeds meer zelf op te lossen en dat is niet altijd gemakkelijk. Gelukkig hebben we in onze gemeente een groot aantal vrijwilligers die hulp wil bieden aan mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Dit sociale netwerk verbetert de kwaliteit van zorg en leven. Hulp dicht bij huis is belangrijk, bovendien kan het eventuele mantelzorgers en naasten ontlasten. Het is voor iedereen met een hulpvraag belangrijk om zoveel mogelijk op eigen kracht te kunnen blijven doen. Daarom gaan we samen op zoek naar wat het beste past bij de hulpvraag. Ook dat is Samen Doen. Preventie is belangrijk om problemen in de toekomst te voorkomen. Het college zet in op tijdig signaleren en bieden van zorg, omdat dit mede ten goede kan komen aan de veiligheidsbeleving van onze inwoners.

Want inwoners voelen zich in het algemeen in onze gemeente veilig en letten op elkaar. De meldingsbereidheid op het gebied van veiligheid is laag. We stimuleren onze inwoners om eerder een signaal af te geven als er zaken niet ‘pluis’ voelen. Het is in het kader van vitaliteit belangrijk om jong en oud, met of zonder beperking, in beweging te krijgen. Bewegen is gezond en vergroot ook het sociale netwerk, zodat iedereen voortaan echt mee kan doen. Het college streeft naar het gezond houden van de gemeentelijke financiën. Dat wordt steeds moeilijker doordat steeds meer nieuwe taken op het bordje van de gemeente worden geschoven en die taken ook toenemen in complexiteit. Daarbij kort het Rijk op bijbehorende budgetten. De huidige economische situatie maakt op Rijksniveau bezuinigingen noodzakelijk, terwijl gemeenten zich inspannen om van het Rijk méér middelen te ontvangen, zodat taken en middelen weer meer met elkaar in evenwicht komen. Samen met oplopende kostenniveaus op heel veel terreinen, maakt dat we voor immens grote uitdagingen staan om de begroting de komende jaren sluitend te houden c.q. te krijgen.

Het college vertrouwt erop dat het collegeprogramma 2022-2026 en de uitwerking daarvan in de voorliggende programmabegroting 2025-2028 een goede basis biedt om in deze raadsperiode samen verder te bouwen aan een vitale samenleving en de doelstellingen uit het coalitieakkoord in concrete daden om te zetten. Ontwikkelingen in en buiten onze gemeente leiden niet zelden tot doorkruising van plannen en beperkingen in de realisatiemogelijkheden. Daar zullen we flexibel op moeten inspelen indien en voor zover dat mogelijk is.

8

2. Uitgangspunten en begrotingsbeeld 2025-2028

9

2.1.

Uitgangspunten

In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten geformuleerd, die bij de samenstelling van de begroting 2025-2028 zijn gehanteerd. Vanzelfsprekend sluiten deze zoveel mogelijk aan bij de uitgangspunten, zoals die in voorgaande jaren zijn vastgesteld. Wij volstaan hier met een korte opsomming: 1. Bestaand beleid uit de begroting 2024-2027 inclusief inflatie Het vertrekpunt voor het opstellen van de begroting wordt gevormd door ongewijzigd beleid zoals opgenomen in de begroting 2024-2027. Bij het opstellen van de begroting wordt rekening gehouden met prijsontwikkelingen (inflatie). De meicirculaire houdt inflatiecijfers aan voor de berekening van de hoogte van de algemene uitkering. Het is dan ook voor de hand liggend om in de meerjarenbegroting dezelfde percentages te hanteren. In de meicirculaire is de inflatie 2,3% voor materiële zaken, 2,2% voor overheid en 4,4% voor lonen. 2. Personeelsbudget In de begroting 2025-2028 vormt de huidige formatieomvang het uitgangspunt voor de raming van de personeelsbudgetten (exclusief nieuw beleid). De loonkostenontwikkeling op basis van de CAR/UWO zal gevolgd moeten worden. Tevens zijn de algemene salariskostenontwikkelingen van invloed op de personeelskosten. Bij de meerjarige berekeningen van de loonkosten gaan wij uit van het stijgingspercentage zoals is opgenomen in de meicirculaire 2024. 3. Rente A.

Omslagrente (= rente die aan taakvelden toegerekend wordt) De omslagrente dient te worden berekend aan de hand van de geraamde rentelasten en de geraamde boekwaarden van investeringen, afgerond op een veelvoud van 0,5%. De omslagrente bedraagt 0,5% en de berekening treft u aan in paragraaf 3.4. B. Rente toe te rekenen aan alléén de grondexploitatie In onze gemeente is de grondexploitatie (net als alle andere activa) gefinancierd door een mix van vreemd vermogen (geldleningen) en eigen vermogen (reserves). Echter, aan de grondexploitatie mag op basis van het Bbv (Besluit begroting en verantwoording) géén rente worden toegerekend over het eigen vermogen. Dit betekent dat op de gemiddelde rente, zoals die hiervoor bij A. is berekend, nog een correctie moet worden toegepast naar rato van de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen van de gemeente. 4. Algemene uitkering In de begroting 2025-2028 is de algemene uitkering opgenomen op basis van de meicirculaire 2024. In 2025 wordt een eenmalige korting toegepast op de algemene uitkering ad € 416.800. De provinciale toezichthouders keuren het goed dat deze korting als incidenteel wordt aangemerkt. Hierdoor is het structurele deel van de algemene uitkering hoger. Tevens hebben wij de onderbesteding van het BTW-compensatiefonds ingecalculeerd.

Indien het BTW-compensatiefonds niet volledig wordt benut, wordt het overschot (achteraf) teruggestort in de algemene uitkering. Dit mag structureel meegenomen worden. Dat deden wij tot dusverre niet, maar vinden nu dat dit een verdedigbare keuze is. Vanwege de begrotingstekorten, waar veel gemeenten mee te maken hebben of krijgen, is de verwachting dat onderbesteding van het BTWcompensatiefonds meer voor de hand ligt. Bezuinigingen leiden immers tot minder uitgaven en dus ook tot minder BTW-compensatie. 5. Belastingen en heffingen Ten aanzien van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt een kostendekkende tariefstelling aangehouden. In de raadsvergadering van 14 november 2023 is de nieuwe Visie Water en Riolering vastgesteld. Op basis daarvan is ook een Plan Water en Riolering opgesteld. Op dit plan zijn zowel de exploitatielasten als de investeringen gebaseerd. En uiteraard is ook de rioolheffing gebaseerd op de tarieven die in de nieuwe plannen zijn benoemd. Voor de OZB-opbrengst vinden wij het vanwege een achterstand in de indexering en de fors negatieve begrotingssaldi noodzakelijk om een extra verhoging voor te stellen. Wij stellen voor het tarief te richten op het landelijk gemiddelde tarief. Dat betekent voor onze gemeente een extra verhoging met 23%.

Dit betekent voor een gemiddelde woning een stijging van de OZB met € 78,- per jaar ten opzichte van uitsluitend aanpassing van het tarief met de reguliere index van 2,2%.

10

Bij de aanpassing van het tarief om de beoogde opbrengst te behalen, houden wij rekening met de waardeontwikkeling. Om te kunnen komen tot een gelijkblijvende opbrengst zal bij dalende waardes sprake zijn van hogere tarieven en bij stijgende waardes zal sprake zijn van een daling van de tarieven. Ook is gerekend met een toename van het areaal, hetgeen geen invloed heeft de hoogte van het tarief, maar wel leidt tot een hogere opbrengstenraming. Toeristenbelasting Voor de Toeristenbelasting heeft de raad bij amendement besloten om het tarief niet jaarlijks te verhogen met het inflatiepercentage maar eens in de paar jaren met iets grotere stappen verhogingen te verwerken, voor het eerst ingaande het jaar 2025. Op basis hiervan stijgt het tarief in 2025 van € 1,60 naar € 1,76. Net als bij de OZB stellen wij echter voor om een extra verhoging door te voeren, gebaseerd op een landelijk gemiddelde in 2024. Wij stellen daarom voor 2025 een tarief voor van € 2,34 per overnachting. Woonforensenbelasting Ook voor de Woonforensenbelasting gaan wij uit van een inflatiecorrectie van 2,2%. Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. Winst maken op het totaal van legesopbrengsten is niet toegestaan. Uiteraard speelt inflatiecorrectie een rol in de tariefberekening. Ook in deze begroting hanteren wij het uitgangspunt van kostendekkendheid.

Wij hebben echter de indruk dat we naar huidige wet- en regelgeving meer kosten toe zouden kunnen rekenen. Dat zou dus betekenen dat we de 100% kostendekking niet halen en dat we dus extra opbrengsten zouden kunnen genereren. Om zo’n berekening volledig te doen en daar meteen een relatief eenvoudig bij te houden c.q. te actualiseren model onder te hangen, is echter een hels karwei en dat gaat voor 2025 niet meer volledig lukken. We gaan er echter wel mee aan de slag, zodat we in de loop van 2025 volledig inzicht krijgen in de kosten en opbrengsten van de leges. Daarin nemen we uw raad mee. 6. Basisgegevens Voor de aantallen inwoners en woningen vormen de werkelijke aantallen per 1 januari 2024 het uitgangspunt. Ramingen voor aantallen inwoners en woningen worden gebaseerd op globale inschattingen vanuit ervaringsgegevens. Bovendien wordt voor iedere begrotingscyclus de uitgangssituatie bepaald op de laatst bekende werkelijke aantallen. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met concrete woningbouwplannen en de status van die plannen. De financiële impact van dit soort relatief geringe inschattingsafwijkingen zijn dermate klein, dat het niet lonend is om veel tijd te steken in een verdere nauwkeurigheid van de schattingen.

Als concrete bouwprojecten zover gevorderd zijn dat deze in het begrotingsjaar gereed zijn, wordt daar rekening mee gehouden indien dat substantieel afwijkt van de reguliere inschattingen.

2.2.

Methodiek

De meerjarenbegroting wordt op basis van lopende prijzen vastgesteld. Dit wil zeggen dat in de verschillende jaren de verwachte inflatie, loonontwikkelingen en inkomensmutaties verwerkt zijn. Resultaat is een begroting die een reëler inzicht in het meerjarenperspectief geeft. De begroting maakt onderscheid tussen structurele en incidentele middelen. Structurele middelen zijn jaarlijks terugkerende middelen. Incidentele middelen zijn eenmalig of voor een beperkt aantal jaren terugkerende middelen en welke naar hun aard in elk geval een zeker eindmoment hebben. Om het huishoudboekje van de gemeente gezond te houden is het van belang om de jaarlijks terugkerende lasten te kunnen betalen uit de jaarlijks terugkerende inkomsten. Dat heet dan een structureel en reëel sluitende begroting. Uitgangspunt is dat de begroting bestaat uit structurele lasten en baten. Incidenteel is de uitzondering en de uitzondering moet altijd goed gemotiveerd worden. Verder is vooral de aard van de last (of baat) bepalend voor de vraag of sprake is van incidenteel of structureel. Als tweede uitgangspunt is ook de looptijd van de last (of baat) van belang. In zijn algemeenheid geldt dat een langere looptijd eerder aanleiding geeft om een last of baat als structureel te (moeten) beschouwen.

11

2.3.

Begrotingsbeeld

De meerjarenbegroting laat het volgende begrotingsbeeld zien (inclusief nieuw beleid): (bedragen in €)

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Structureel Saldo

313.262

1.215.092-

503.771-

323.963-

Incidenteel Saldo

454.500

230.000

69.000

94.000

Saldo baten en lasten

767.762

985.092-

434.771-

229.963-

Voor een verklaring van de verschillen verwijzen wij naar de analyse daarvan in bijlage 1 van deze programmabegroting. In bijlage 4 is een overzicht van baten en lasten per programma opgenomen en in bijlage 5 een nadere toelichting bij het incidentele saldo.

12

3. Paragrafen

13

3.1 Bedrijfsvoering 3.1.1. Inleiding De afdeling Bedrijfsvoering heeft een belangrijke rol in het ontzorgen van de organisatie in de realisatie van de beleidsdoelen van de gemeente. Het ondersteunt de primaire processen, dienstverlening aan burgers en beleids- en bestuurlijke processen. Wij streven naar een bedrijfsvoering die zodanig is ingericht, dat de uitvoering van de programmabegroting door de ambtelijke organisatie op een zo efficiënt mogelijke wijze kan gebeuren. In deze paragraaf geven we inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen en ambities in 2025 op het gebied van bedrijfsvoering. De belangrijkste ambities vanuit de raad en het college met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn:  Vergroten van de bestuurskracht;  Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie;  Verbeteren van de communicatie;  Adequate en zorgvuldige dienstverlening;  Financiële huishouding gemeente op orde. 3.1.2. Vergroten van de bestuurskracht Als kleine gemeente is de zeggenschap in de regio, richting provincie, het rijk en ook internationaal beperkt. Daarom is het voor Reusel-De Mierden belangrijk om continu de samenwerking met anderen op te zoeken om haar doelen te bereiken en onze inwoners beter te vertegenwoordigen in de regio, richting de provincie, het rijk en internationaal.

Dit doen we door kansen te benutten van (internationale) samenwerking met aangrenzende gemeenten. Internationaal blijven we deelnemen aan Benego (Belgisch Nederlands grensoverleg). Daarnaast werken we zoveel mogelijk samen op gebieden waar dit de kwaliteit van de dienstverlening aan onze inwoners ten goede komt, gebaseerd op drie pijlers: kwaliteit, efficiency en het voorkomen van kwetsbaarheid. Tot slot zijn we sinds 2022 aangesloten bij de K-80 (kleine gemeentes) met als doel een grotere stem richting het Rijk te hebben en vinden er samenwerkingsvormen op allerlei gebied plaats met andere Kempengemeenten. In 2025 zijn de 21 gemeenten uit de regio Brainport Eindhoven samen met de provincie NoordBrabant gastregio voor het VNG Jaarcongres 2025. Niet eerder kwam het voor dat zo’n grote groep gemeenten in samenwerking met de provincie het congres organiseerde. De congresdagen vinden plaats op 17 en 18 juni 2025 en onze gemeente is een van de kartrekkers hierin. 3.1.3. Samen Doen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie Samen Doen is onze visie binnen onze manier van werken. Voor onze medewerkers is het onderdeel van hun dagelijks werk. Samen met onze inwoners hebben we al veel projecten op kunnen pakken en dit zal ook in 2025 een vervolg krijgen.

Doorontwikkeling van Samen Doen is en blijft belangrijk om nog beter te kunnen voorzien in wat onze inwoners van ons nodig hebben. In 2025 willen we hiertoe onze organisatie nog verder ontwikkelen. 3.1.4. Verbeteren van de communicatie In 2025 blijft de focus op proactieve communicatie en richten we ons ook op bewegend beeld om in te zetten, bijvoorbeeld om als organisatie te kunnen laten zien wie we zijn en waar we voor staan. We willen enerzijds vernieuwend blijven en anderzijds aanhaken bij en tegemoet blijven komen aan de behoefte op dit gebied van onze inwoners. 3.1.5. Adequate en zorgvuldige dienstverlening In het kader van het uitvoeringsprogramma dienstverlening heeft in 2024 een onderzoek naar de bereikbaarheid van de gemeentelijke organisatie (zowel telefonisch als per e-mail) plaatsgevonden. Met de resultaten van dit onderzoek gaan we in 2025 verder aan de slag zodat we nog beter uitvoering kunnen geven aan onze servicenormen en net dat stapje extra zetten voor onze inwoners. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv), die naar verwachting per 1 januari 2025 in werking treedt, regelt dat burgers en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Zij krijgen daarmee het recht om officiële berichten, zoals aanvragen voor vergunningen en bezwaarschriften, elektronisch aan het bestuursorgaan te zenden.

Daarnaast verbetert hun rechtspositie in het digitale contact met de overheid. De mogelijkheid om per post met de overheid te communiceren blijft; inwoners en bedrijven hebben de keuze tussen de

14

papieren of de digitale weg. Wij blijven de digitale ontwikkelingen volgen om blijvend te voldoen aan de wens van de inwoner om zaken snel en eenvoudig vanuit huis te regelen. Deze dienstverlening blijft uiteraard ook fysiek vanuit het gemeentehuis mogelijk. 3.1.6. Financiële huishouding De meerjarige financiële doorkijk in de voorliggende begroting geeft een substantieel ander beeld dan dat van de begroting 2024-2027. Daar waar het jaar 2024 nog structureel sluitend te krijgen was met een klein positief saldo, lieten de jaren 2025 – 2027 substantiële tekorten zien. Deze tekorten worden gedeeltelijk veroorzaakt door de enorme verlaging van de inkomsten vanuit het Rijk (via het Gemeentefonds) en voor het andere deel door eigen ambities. Om in de huidige begroting voor het jaar 2025 de begroting sluitend te krijgen is een 2 sporen aanpak ingezet, waarbij in Spoor 1 is gekeken naar de budgetten, investeringen en reserves waar geen tot een beperkte beleidskeuze voor gemaakt hoeft te worden. Wij rekenen erop dat het Rijk mogelijkheden vindt om vanaf 2026 de gemeentefondsuitkering meer in verhouding te brengen met het takenpakket van de gemeenten. Maar ook voor onze eigen organisatie staan we voor de uitdaging om in Spoor 2 voor de jaren na 2025 te kijken naar beperking van lasten en waar mogelijk verhoging van inkomsten. 3.1.7.

Informatiebeveiliging Informatiebeveiliging betreft het totale pakket aan maatregelen om de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van de gemeentelijke informatiesystemen te waarborgen. Sinds 1 januari 2020 was de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht als uniforme normenkader informatiebeveiliging voor de gehele Nederlandse overheid. Eind 2024 wordt de BIO 2.0 van kracht welke in 2025 verder zal worden geïmplementeerd als nieuwe normenkader. Als gevolg van de BIO 2.0 en de NIS2-richtlijn zal ook het informatiebeveiligingsbeleid herzien moeten worden. De gemeente verantwoordt zich jaarlijks aan de gemeenteraad en betrokken ministeries over informatiebeveiliging via het verantwoordingsstelsel ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Omdat een van de belangrijkste factoren die van invloed is op de mate van informatieveiligheid de factor ‘mens’ is, wordt er veel tijd gestoken in bewustwording onder medewerkers. Dit blijft een constant proces en behoeft regelmatig aandacht. Met behulp van het in 2024 geïntroduceerde bewustwordingsplatform kan hier in 2025 ook concreter op gestuurd en gemonitord worden. 3.1.8.

Personeel & Organisatie In 2024 is gewerkt aan het vorm gegeven van de structuur binnen de organisatie (leidinggevend kader op orde) en in de loop van het jaar zijn steeds meer vacatures ingevuld waarvoor in de begroting 2024 budget was aangevraagd. In 2025 is het de bedoeling om de organisatie samen door te ontwikkelen en verdere stappen te zetten in de teamontwikkeling. Ook in 2025 blijven we inzetten op het invullen van openstaande vacatures met aandacht voor het proces van onboarding en daarnaast ook het ‘binden en boeien van medewerkers’ teneinde uitstroom te voorkomen. Hierbij gebruiken we nieuwe manieren van werven, zoals ook het gebruik maken van bewegend beeld om te laten zien wie we als organisatie zijn en waar we voor staan. Een aantal projecten op P&O-gebied, zoals vitaliteit en in- en externe veiligheid, zijn opgestart en krijgen een vervolg in 2025. Daarnaast zetten we de vervolgstappen in het proces van overgang naar de landelijke functieprofielen (HR21) en strategisch HR-beleid. 3.1.9. Personeelsbudget Onderstaand een overzicht van het begrote personeelsbudget per 1 januari 2025, zoals dat in deze meerjarenbegroting is opgenomen:

15

Organisatieonderdeel / team: Bedragen in €

Loonkosten inclusief sociale lasten 2025

2026

2027

2028

Gemeenteraad Burgemeester en wethouders

267.000

278.800

291.000

303.800

500.900

522.900

545.900

570.000

Griffie

149.600

156.200

163.000

170.200

Gemeentesecretaris

151.500

158.200

165.100

172.400

128.000

133.600

139.500

145.700

Team Ruimtelijke Ontwikkeling

1.687.800

1.762.000

1.839.500

1.920.500

Team Ruimtelijk Beheer

1.920.900

2.005.400

2.093.600

2.185.700

Team Maatschappelijke ontwikkeling

1.589.000

1.658.900

1.731.900

1.808.100

128.000

133.600

139.500

145.700

Team Concern en Control

1.381.100

1.441.900

1.505.300

1.571.500

Team Interne Dienstverlening

1.297.500

1.354.200

1.413.500

1.475.300

Totale loonkosten inclusief sociale lasten:

9.201.300

9.605.700

10.027.800

10.468.900

Afdeling Ontwikkeling en Dienstverlening Hoofd Ontwikkeling en Dienstverlening

Afdeling Bedrijfsvoering Hoofd Bedrijfsvoering

3.1.10 Gebruik gemeentehuis In het najaar van 2024 -nadat de nieuwe Kei in gebruik is genomen- zal een groot aantal tijdelijke gebruikers het gemeentehuis verlaten. Daarna zal het gemeentehuis gereed worden gemaakt voor de huisvesting van de collega’s van de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening van de Kempensamenwerking. Dat zal nog wel een aanpassing van het gebouw vergen, want er moet dan ook gekeken worden naar sanitaire ruimtes, vergaderruimtes etc. Tegelijkertijd is dit een natuurlijk moment om het gebruik van het gemeentehuis als geheel te analyseren en daar waar mogelijk te optimaliseren. Doel is en blijft het hebben en houden van een toegankelijk gemeentehuis voor onze inwoners en een goede werkomgeving voor onze medewerkers.

16

3.2 Lokale heffingen 3.2.1. Algemeen De lokale heffingen zijn een integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid. De uitvoering van gemeentelijk beleid raakt daarmee elke burger, bedrijf of instelling direct in zijn/haar portemonnee. Zij wensen -terecht- waar voor hun geld. Lokale belastingen en heffingen staan dan ook sterk in de belangstelling. Het doel van deze paragraaf is om integraal informatie te geven over alles wat met lokale heffingen te maken heeft. 3.2.2. Geraamde opbrengsten Een totaaloverzicht van de opbrengsten belastingen en heffingen: Rekening

Soort Bedragen in €

Begroot 2024*

2025

2026

2027

2028

3.001.000

3.147.000

4.030.000

4.168.000

4.260.000

4.355.000

Toeristenbelasting

306.000

145.000

200.000

205.000

209.000

214.000

Woonforensenbelasting

45.000

27.000

27.000

28.000

28.000

29.000

Afvalstoffenheffing

765.000

919.000

1.144.000

1.170.000

1.197.000

1.224.000

Rioolheffing

1.374.000

1.652.000

1.707.000

1.721.000

1.765.000

1.809.000

Marktgelden

32.000

38.000

38.000

38.000

39.000

40.000

Leges omgevingsvergunningen

462.000

615.000

609.000

615.000

622.000

637.000

Onroerende zaakbelasting

2023

Leges bestemmingsplannen

23.000

74.000

73.400

74.600

75.700

77.500

Overige leges (burgerzaken, rijbewijzen, reisdocumenten, bijzondere wetten enz.)

212.000

173.000

171.000

174.000

176.000

180.000

6.220.000

6.790.000

7.999.400

8.193.600

8.371.700

8.565.500

Totaal * Inclusief nieuw beleid en begrotingswijzigingen

Doordat onderliggende aantallen in de loop van de tijd wijzigen, zijn de bedragen in bovenstaande tabel niet altijd te herleiden naar een bijstelling met het inflatiepercentage van 2,2%. 3.2.3. Ontwikkelingen Wet Waardering onroerende zaken (WOZ) De WOZ-waarde wordt vastgesteld naar het waardepeil per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het belastingjaar. In 2025 wordt de waarde dus vastgesteld naar het peil van 1 januari 2024. Volgens de voorlopige waarden 2025 is er nog steeds sprake van een lichte waardestijging. Wat al die ontwikkelingen precies gaan betekenen voor de OZB-tarieven is nog niet duidelijk. Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures is tussen 2020 en 2024 verdrievoudigd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de no-cure-no-pay (nccp) bureaus. Vanuit het Rijk zijn er wetswijzigingen doorgevoerd per 1 januari 2024, welke wel invloed op het aantal bezwaren. In 2024 is het aantal bezwaarschriften met 25% gedaald ten opzichte van 2023. Hoe dit zich verder ontwikkelt is nog afwachten, maar de tendens is hoopgevend. Helaas heeft de Hoge Raad weer een uitspraak gedaan, waardoor de ncnp bureaus toch weer meer proceskostenvergoeding kunnen vergaren. Leges Voor de leges geldt het uitgangspunt van kostendekkendheid. Winst maken op het totaal van legesopbrengsten is niet toegestaan. Uiteraard speelt inflatiecorrectie een rol in de tariefberekening.

Ook in deze begroting hanteren wij het uitgangspunt van kostendekkendheid. Wij hebben echter de indruk dat we naar huidige wet- en regelgeving meer kosten toe zouden kunnen rekenen. Dat zou dus betekenen dat we de 100% kostendekking niet halen en dat we dus extra opbrengsten zouden kunnen genereren. Om zo’n berekening volledig te doen en daar meteen een relatief eenvoudig bij te houden c.q. te actualiseren model onder te hangen, is echter een hels karwei en dat gaat voor 2025 niet meer volledig lukken. We gaan er echter wel mee aan de slag, zodat we in de loop van 2025 volledig inzicht krijgen in de kosten en opbrengsten van de leges. In de kosten, die ten grondslag liggen aan de legestarieven wordt rekening gehouden met de te betalen BTW én met de overheadkosten. De overheadkosten en de BTW worden niet geraamd en verantwoord op de programma’s en producten. De overhead wordt centraal inzichtelijk gemaakt op het taakveld ‘overhead’ in de begroting. Zoals bij dat taakveld is beschreven, worden de overheadkosten extracomptabel bepaald ten behoeve van de tariefbepaling. De systematiek, welke daarvoor wordt gebruikt, is beschreven in de ‘Financiële Verordening’ en komt erop neer dat de overheadkosten worden verdeeld naar rato van het aantal uren dat aan een product wordt besteed.

17

Berekening kostendekkendheid leges

Bedragen in €

(kosten incl. overhead)

Omgevingsvergunningen

602.940

Bestemmingsplannen

74.341

Burgerzaken c.a.

134.881

Overige

72.830

Totaal lasten

884.992

Opbrengst leges

850.403

Dekkingspercentage

96,09%

3.2.4. Beleid en tariefstelling Algemene uitgangspunten De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van de gemeente. De gemeentelijke belastingen en heffingen zijn de belangrijkste, door de gemeente te beïnvloeden, inkomstenbronnen. Bij de riool- en afvalstoffenheffing en de leges is 100% kostendekking het uitgangspunt. De tarieven worden dus bepaald door de raming van de kosten. De overige tarieven stijgen in beginsel met het inflatiepercentage van 2,2%, waarmee ook in de algemene uitkering wordt gerekend. OZB-tarieven Het OZB-tarief wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. De nieuwe WOZ-waardes voor 2025 zijn nog niet allemaal bekend. Bij de definitieve vaststelling van de verordeningen met de tarieven voor 2025 zullen de tarieven uiteraard aangepast worden aan de waardemutaties (lagere tarieven bij een waardestijging of hogere tarieven bij een waardedaling). Voor de OZB-opbrengst wordt in deze begroting uitgegaan van een aanpassing met inflatiecorrectie (2,2%), een extra verhoging naar het landelijk gemiddelde rekentarief (23%), alsmede met een toename van het areaal. Tarief afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing 2025 worden de ervaringen van de afgelopen jaren meegenomen bij het vaststellen van de nieuwe tarieven. De tarieven voor 2025 worden zoals gebruikelijk in de raadsvergadering van december vastgesteld.

Op basis van huidige inzichten gaan we uit van € 4,00 (was € 3,35) voor een tariefzak voor restafval en € 3,72 per lediging (was € 2,48) van een 140-liter GFT-container. Het vastrecht stijgt naar € 142,92 (was € 120,96). Berekening kostendekkendheid

Bedragen in €

Afvalstoffenheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente

1.090.004

Inkomsten taakveld excl. heffingen

228.090

Netto kosten taakveld

861.914

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente

69.013

BTW en Vpb

213.011

Totale kosten

1.143.938

Opbrengst heffingen

1.143.635

Dekkingspercentage

99,97%

18

Tarief rioolheffing Voor de rioolheffing geldt als algemene regel dat de lasten worden gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2024-2028. Het verschil tussen lasten en baten wordt geëgaliseerd via de egalisatievoorziening riolering. Zodoende worden grote pieken en dalen in de tarieven voorkomen. In december 2023 is de Visie Water en Riolering 2024-2028, de opvolger van het VGRP, in de raad vastgesteld. Hierbij zijn ook nadrukkelijker de nieuwe wettelijke taken met betrekking tot de watertaken betrokken. Het bredere takenpakket heeft ook gevolgen voor de Verordening Rioolheffing. Hierdoor is in 2024 het tarief al flink verhoogd, van € 1,98 naar € 2,43 per m³ waterverbruik. Op basis van het door de raad vastgestelde beleidsplan wordt het bedrag in 2025 € 2,88 per m³ waterverbruik. Berekening kostendekkendheid

Bedragen in €

Rioolheffing Kosten taakveld incl. (omslag)rente Inkomsten taakveld excl. heffingen Netto kosten taakveld

1.430.993 1.430.993

Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente

298.910

BTW

210.235

Totale kosten

1.940.138

Opbrengst heffingen

1.973.534

Dotatie egalisatievoorziening riolering Totaal inkomsten Dekkingspercentage

-33.396 1.940.138 100,00%

Voorzieningen riolering en afvalstoffenheffing Voor de rioolheffing en voor de afvalstoffenheffing bestaan egalisatievoorzieningen waaraan eventuele overschotten in de opbrengsten worden toegevoegd of waaruit eventuele tekorten worden gedekt. Kosten en opbrengsten worden dus verevend. In de begroting lijken de opbrengsten de uitgaven te overstijgen. Dat komt doordat de BTWcomponent en de overhead wel worden doorberekend middels de tarieven, maar niet worden geraamd en verantwoord op deze producten. Toeristenbelasting en woonforensenbelasting Voor de Toeristenbelasting heeft de raad in 2021 bij amendement besloten om de tarieven niet jaarlijks met de inflatiecorrectie aan te passen, maar periodiek te verhogen met iets grotere stappen, voor het eerst ingaande 2025. Voor 2025 wordt het tarief verhoogd met de inflatiecorrectie over de afgelopen 4 jaren, en daarnaast nog eens met 33% naar het landelijk gemiddelde tarief. Voor het tarief voor de Woonforensenbelasting houden we rekening met inflatiecorrectie van 2,2%. Omdat de waarde hier mede bepalend is voor het tarief, kunnen we het exacte tarief nu nog niet melden. Voor deze heffing geldt een maximum per woning van € 1.390. 3.2.5.

Lokale lastendruk 2025 per huishouden Uitgangspunten:  OZB: gemiddelde woningwaarde € 433.000 (schatting), tarief eigenaren verhoogd van 0,081% naar 0,1010% (gecorrigeerd voor gemiddelde stijging woningwaarde, inflatiecorrectie van 2,2% en voorgestelde verhoging met 23%)  Afval: 7 GFT-ledigingen à € 3,72 + 2,2 restafvalzakken à € 4,00 + vastrecht € 142.92  Riool: 117 m³ waterverbruik à € 2,88 (tarief volgens vastgestelde Visie Water en Riolering)

19

Op basis van de meest actuele gegevens is een inschatting gemaakt van de basisgegevens, zoals gemiddelde woningwaarde, aantal GFT-ledigingen en afvalzakken en gemiddeld waterverbruik. De gegeven uitgangspunten leiden tot het volgende beeld van de gemiddelde belastingdruk per huishouden: Raming Werkelijk Raming Bedragen in € 2023* 2025 2024* Onroerende zaakbelastingen eigenarengedeelte

€ 335,01

€ 334,53

€ 437,33

Afvalstoffenheffing

€ 122,80

€ 149,61

€ 175,16

Rioolheffing

€ 246,71

€ 294,03

€ 336,96

Totaal per huishouden

€ 704,52

€ 778,17

€ 949,45

*Werkelijk 2023 en raming 2024 afkomstig uit respectievelijk jaarstukken 2023 en het raadsvoorstel belastingtarieven 2024 (RA 23.089).

20

3.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.3.1. Algemeen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit (de middelen waarover de gemeente beschikt / kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en het totaal aan gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen, verzekeringen zijn afgesloten of waar ook anderszins geen beheersmaatregelen tegenover staan. Voor de raad is het weerstandsvermogen van belang omdat er nooit een situatie zal zijn, waarin geen risico’s meer bestaan. De raad moet vanuit de kaderstellende en controlerende taak inzicht hebben in de ruimte die er is om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Als die ruimte onvoldoende groot is, moeten aanvullende maatregelen genomen worden. 3.3.2. Beleid Bij raadsbesluit van 7 juli 2020 is de nota ‘Reserves, voorzieningen & afschrijvingsbeleid’ herzien. Hierin zijn onder andere regels opgenomen over hoe om te gaan met reserves en voorzieningen en op welke wijze afschrijving plaatsvindt op activa. In het kader van deze paragraaf is van belang dat in het beleid is bepaald dat de algemene reserve bestaat uit 2 delen:  Een niet besteedbaar deel wat nodig is ter dekking van de gekwantificeerde risico’s, vermenigvuldigd met de vastgestelde ratio (1,8);  Een vrij besteedbaar deel. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende onderdelen: a.

Algemene reserve b. Post onvoorzien c. Onbenutte belastingcapaciteit d. Begrotingsruimte Ad a. Algemene reserve De stand van de algemene reserve per 1-1-2025 € 16.678.396  Niet besteedbaar ter afdekking van risico’s (incl. ratio) € 4.100.000  Vrij besteedbaar € 12.578.396 Voor de bepaling van het niet besteedbare deel van de algemene reserve zijn de regels toegepast uit het in juli 2020 vastgestelde beleid op dit gebied. Daarom zijn de gekwantificeerde risico’s ad € 2.278.000 vermenigvuldigd met een factor 1,8, hetgeen tot een bedrag leidt van afgerond € 4.100.000. De bestemmingsreserves laten we buiten de berekening van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves moeten min of meer gezien worden als verplichtingen (er staat een bestedingsdoel tegenover). Daarom nemen we die niet mee in de berekening. De raad is overigens te allen tijde bevoegd om de bestemming van reserves aan te passen. Ad b. Post onvoorzien Jaarlijks wordt in de begroting een post onvoorzien opgenomen ter grootte van € 1,- per inwoner, bedoeld voor bijzondere, niet voorziene kosten (€ 14.000). Ad c. Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm).

Volgens die norm moet de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. De meest recente factor daarvoor bedraagt 0,1614% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor Reusel-De Mierden van afgerond € 1,63 miljoen (40,45%). Ad d. Begrotingsruimte Indien sprake is van een positief totaal begrotingssaldo wordt dit meegerekend in de weerstandscapaciteit.

21

Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven:

De stille reserves hebben dus een omvang van € 31,7 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). Dat neemt niet weg dat in relatie tot de capaciteit om onverhoopte tegenvallers op te vangen de stille reserve wel een betekenis hebben. 3.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig.

Deze paragraaf geeft dan ook geen raming van budgetten die worden aangehouden om tegenvallers op te vangen, maar slechts een indicatie van het vermogen om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat vermogen zit dan vooral in de reserves. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen. Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moeten worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op de ervaringen ter zake achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden.

22

Grondexploitatie / Bestemmingsplannen De mogelijkheid bestaat dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed. Hiervoor zijn geen specifieke middelen gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie. Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s als extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d..

Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval. De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal

€ € € €

26.000 214.000 469.000 709.000

Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. De meeste grondexploitaties zijn ook zover gevorderd dat de risico’s kleiner worden. Immers aan het begin van een grondexploitatieproject moeten gronden nog verworven worden, kunnen planschades optreden, kunnen er tegenvallers zijn in kosten van bouwrijp maken enz. De risico’s zijn dan groter. De nu actieve grondexploitaties zijn zover gevorderd dat daarin geen grondverwerving meer hoeft plaats te vinden, bouwrijp maken al achter de rug is en zelfs woonrijp maken deels al heeft plaatsgevonden. Daardoor zijn de risico’s afgenomen. Bij het opstarten van nieuwe grondexploitatieprojecten kunnen de risico’s weer toenemen. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen.

Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste:  GGD Brabant-Zuidoost  GRSK (Samenwerking Kempengemeenten)  MRE (Metropoolregio Eindhoven)  VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost)  KempenPlus  ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant)  Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant)  BeNeGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg)  Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Het betreft deels verplichte samenwerkingen (VRBZO, ODZOB), deels samenwerkingen die weliswaar vrijwillig zijn, maar waar nauwelijks een reëel alternatief voor bestaat (GGD, MRE), maar ook deels volledig vrijwillige samenwerkingsvormen (GRSK, KempenPlus, KBP enz.). Ook al zijn samenwerkingen vrijwillig, kunnen er wel ingrijpende gevolgen kleven aan uittreding uit de betreffende partij. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=7bc15a08-df97-47ad-8310-55ddf4f1878c