CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022-2025.pdf

Gemeenteraad 9 november 2021, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Programmabegroting 2022-202540.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Onbenutte belastingcapaciteit De omvang van de belastingcapaciteit is de ruimte tussen de feitelijk te verwachten opbrengst en de opbrengst die de gemeente zou moeten realiseren wanneer zij een beroep doet op artikel 12 van de Financiële verhoudingswet (de zogenaamde artikel 12-norm). Volgens die norm moeten de afvalstoffenheffing en het rioolrecht kostendekkend zijn. Dat uitgangspunt hanteren wij ook. Dan blijft de onbenutte capaciteit van de onroerende zaakbelasting over. Voor 2022 geldt daarvoor een factor van 0,1800% van de totale WOZ-waarde, hetgeen resulteert in een onbenutte belastingcapaciteit voor ReuselDe Mierden van afgerond € 1,035 miljoen. Ad d. Begrotingsruimte Indien sprake is van een positief begrotingssaldo wordt dit meegerekend in de weerstandscapaciteit. Stille reserves Stille reserves zijn activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd, maar die in principe direct verkoopbaar zijn. Van de omvang van de stille reserves is de volgende indicatie te geven:

24

Object Oppervl. Boekwaarde Aanduiding boekwaarde Waarde Basis waardeberekening Verschil Landbouwgrond, geliberaliseerde pacht 36,4 ha € € 3.094.000 364.000m² x € 8,50 € 3.094.000 Landbouwgrond, vaste pacht 102,7 ha € € 4.364.750 1.027.000 m² x € 8,50 x 0,5 € 4.364.750 Bossen, visvijver, landschapelementen 950 ha € € 8.075.000 9.500.000 m² x 0,85 € 8.075.000 Gemeentehuis/bibliotheek € 2.008.022 Boekwaarde 31-12-2020 € 3.246.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.237.978 Gemeentewerf Boekwaarde 31-12-2020 € 460.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 460.000 Sportzaal Den Houtert Lage Mierde Boekwaarde 31-12-2020 € 671.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 671.000 Sporthuis Reusel € 2.087.237 Boekwaarde 31-12-2020 € 2.400.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 312.763 Brede School Plus Lage Mierde (Opstap+Ster) € 2.323.347 Boekwaarde 31-12-2020 € 2.850.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 526.653 Basisschool De Akkerwinde Hooge Mierde € 508.201 Boekwaarde 31-12-2020 € 1.350.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 841.799 Basisschool St.

Clemens Hulsel € 3.533 Boekwaarde 31-12-2020 € 581.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 577.467 Basisschool De Torelaar Reusel € 282.750 Boekwaarde 31-12-2020 € 1.230.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 947.250 Basisschool De Leilinde Reusel € 1.540.736 Boekwaarde 31-12-2020 € 3.040.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.499.264 Basisschool De Klimop Reusel € 1.169.837 Boekwaarde 31-12-2020 € 1.390.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 220.163 CC De Kei Reusel € 52.159 Boekwaarde 31-12-2020 € 783.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 730.841 Brandweerkazerne Reusel € 145.417 Boekwaarde 31-12-2020 € 339.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 193.583 Sportpark Den Hoek Reusel € 553.185 Boekwaarde 31-12-2020 € 2.370.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 1.816.815 Sportpark De Leeuwerik Hooge Mierde € 201.490 Boekwaarde 31-12-2020 € 681.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 479.510 Sportpark D'n Daalacker Lage Mierde € 29.069 Boekwaarde 31-12-2020 € 632.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 602.931 Sportpark 't Kantje Hulsel € 59.416 Boekwaarde 31-12-2020 € 547.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 487.584 Gildeterrein Broekkant Lage Mierde Boekwaarde 31-12-2020 € 181.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 181.000 Woning Sportpark 1 Reusel Boekwaarde 31-12-2020 € 297.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 297.000 Kinderdagverblijf Dooleg Reusel € 126.944 Boekwaarde 31-12-2020 € 295.000 WOZ-waarde 1-1-2021 € 168.056 Gronden Kleine Hoeven voormalige fase 2 € 850.000 Boekwaarde 31-12-2020 € 850.000 taxatie 2017 € €

11.941.341 € 39.726.750 € 27.785.409

De stille reserves hebben dus een omvang van afgerond € 27,8 miljoen. Het is op basis van het Besluit begroting en verantwoording (Bbv) niet toegestaan om een waarde aan stille reserves toe te kennen en die waarde vervolgens mee te rekenen in de reservepositie. De reservepositie kan vanuit de stille reserves dus alleen toenemen door deze stille reserves om te zetten in geld (te gelde maken middels verkoop). 3.3.3. Risico’s De samenloop van risico’s is een ander aspect van het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te vangen (=weerstandsvermogen). Inventariseren van risico’s, een inschatting maken van de kans op deze risico’s en het beheersen en managen van risico’s is hierbij van wezenlijk belang. Hierna wordt een overzicht gegeven van de risico’s in het licht van het weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan dan afgezet worden tegen de samenloop van de geïnventariseerde risico’s, zodat ‘beoordeeld’ kan worden of het weerstandsvermogen afdoende is. De vertaling van deze risico’s in bedragen is gebaseerd op inschattingen. Indien er sprake is van nauwkeurige berekeningen van concrete verplichtingen is vorming van voorzieningen nodig. De gemeente Reusel-De Mierden raamt altijd zo reëel mogelijk. Het blijven echter ramingen, zodat er altijd een risico is, dat de werkelijkheid anders is dan de ramingen.

Wij achten dat risico niet dusdanig dat daarmee in de sfeer van weerstandsvermogen rekening moet worden gehouden. Reëel ramen betekent echter ook dat er geen ‘lucht’ in de ramingen zit ‘voor het geval dat’. Als bepaalde risico’s, zoals bijvoorbeeld inbraakschade, verzekerd zijn, dan ramen wij geen kosten voor die schade, óók niet voor een eventueel (beperkt) eigen risico. Mochten zich dan onverhoopt toch schades voordoen, dan kunnen ramingen dus tekort schieten. Daarover wordt dan gerapporteerd via bestuursrapportages. Hetzelfde geldt voor bijzondere omstandigheden. Zo kunnen extreme weersomstandigheden tot extra kosten leiden (extra gladheidbestrijding, stormschades enz.). Gelet op de ervaringen ter zake achten wij het niet nodig om op dit gebied in het kader van het weerstandsvermogen met bijzondere risico’s rekening te houden. Grondexploitatie / Bestemmingsplannen Op grond van artikel 6.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening bestaat de mogelijkheid dat onevenredige schade als gevolg van bestemmingswijziging moet worden vergoed. Hiervoor zijn geen specifieke middelen gereserveerd. In principe worden eventuele claims op de ontwikkelaars van een plan afgewenteld. Indien de gemeente de planschade moet vergoeden, wordt deze opgevangen binnen de grondexploitatie.

Daarnaast vormt de grondexploitatie zelf, als gemeentelijke activiteit, een voortdurend risico (economische ontwikkelingen, kredietbeleid van banken, stagnerende markten, veranderende wetgeving, fluctuerende rentes en dergelijke). Het feit dat deze activiteit in principe in vier kernen en op een kleinschalige wijze wordt uitgevoerd, versterkt dit risico. De markt is voor zowel woningbouwgrond als bedrijfsgrond op dit moment gunstig, hetgeen zich uit in een toegenomen vraag. De aanhoudende coronacrisis zorgt wel voor iets meer onzekerheid, maar we zien dat nog niet terug in de vraag.

25

De grondexploitaties worden jaarlijks opnieuw berekend, waarbij ook een inventarisatie plaatsvindt van risico’s dan wel te optimistische inschattingen. Op basis van de meest recente berekeningen zijn voorzieningen gevormd voor de gecalculeerde nadelige saldi. In rapportages, zoals die voor alle grondexploitaties zijn opgesteld, is een risicoanalyse en risicoberekening opgenomen. Het gaat dan om risico’s als extra hoge kostenstijgingen, grondprijsverlaging, rentestijgingen e.d.. Voor zover risico’s binnen de (positieve) resultaten van de grondexploitatie kunnen worden opgevangen, is geen aanvullend weerstandsvermogen nodig. Bij de plannen voor De Leeuwerik, Kleine Hoeven en Hart van Reusel is dat niet het geval. De risico’s voor die plannen zijn berekend op: De Leeuwerik Hart van Reusel Kleine Hoeven Totaal

€ 61.000 € 143.000 € 817.000 € 1.021.000

Doordat jaarlijks een actualisatie van de grondexploitatieprojecten plaatsvindt, inclusief een analyse van risico’s en kansen, zijn risico’s goed in beeld en kan tijdig gestuurd worden op risicobeperking. Intergemeentelijke samenwerking Onze gemeente neemt deel in een aantal verbonden partijen. Voor deze paragraaf zijn de belangrijkste: • GGD Brabant-Zuidoost • GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) • MRE (Metropoolregio Eindhoven) • VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) • KempenPlus • ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) • KBP (Kempisch Bedrijven Park) • Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant) • BeneGo (Belgisch Nederlands Grensoverleg) • Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost In de paragraaf verbonden partijen treft u meer gegevens aan over de gemeenschappelijke regelingen. Samenwerking binnen gemeenschappelijke regelingen geeft een risico in de vorm van beheersbaarheid van de eigen organisatie. Door deelname in de verschillende bestuurslagen van gemeenschappelijke regelingen heeft onze gemeente invloed op die organen, maar de gemeente moet zich aansluiten bij besluiten die in gezamenlijkheid genomen worden. Minderheidsstandpunten kunnen, hoe belangrijk deze voor individuele gemeenten ook mogen zijn, in het grote geheel te licht bevonden worden. Samenwerken is daarmee altijd een stukje inleveren van invloed.

Overigens leert de ervaring dat de ‘winst’ van het samen optrekken vooral zit in de toename van professionaliteit en kwaliteit die wordt bereikt en in het borgen van de continuïteit op vitale bedrijfsprocessen. In een aantal gevallen is er sprake van verplichte intergemeentelijke samenwerking. Zo zijn de Veiligheidsregio’s en Omgevingsdiensten bij wet opgelegde samenwerkingsvormen. Net als bij gemeenten worden ook door besturen van Gemeenschappelijke Regelingen besluiten genomen inzake wijzigingen in ambitieniveaus op basis van allerlei ontwikkelingen. Daardoor bestaat het risico, dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen (GR) sterker dan trendmatig gaan stijgen. Voor zover die ontwikkelingen meelopen in het begrotingsproces van de betreffende GR zijn deze tijdig in beeld. In die gevallen moeten de financiële gevolgen worden opgenomen in de gemeentebegroting. Er is dan dus geen sprake meer van risico. Daarnaast houden sommige verbonden partijen zelf een vorm van weerstandsvermogen aan. De vier grootste Gemeenschappelijke Regelingen (GGD, VRBZO, MRE en ODZOB) hebben samen afspraken gemaakt over het aan te houden weerstandsvermogen. Een verbonden partij als de GRSK houdt echter zelf helemaal geen weerstandsvermogen aan.

De ene verbonden partij legt in haar stukken een relatie tussen (gekwantificeerde) risico’s en de ander doet dat niet of slechts in beperkte mate. Dit is van belang voor de inschatting van de gemeentelijke risico’s. Immers als een verbonden partij haar risico’s zelf op kan vangen, is er geen risico voor de gemeente. Heeft een verbonden partij slechts deels of geen weerstandsvermogen, dan ontstaat er een risico voor de gemeente naar rato van haar deelname in die partij (bijvoorbeeld naar rato van inwonertal). Het risicobedrag waarmee de gemeente rekening moeten houden, is dus afhankelijk van de mate waarin verbonden partijen zelf weerstandsvermogen aanhouden. Dat is per partij verschillend. Om toch een inschatting te doen van risico’s voor de gemeente, gaan we uit van de jaarbijdrage van onze gemeente aan de diverse verbonden partijen. De meest recente gegevens (begrotingen 2022), afgerond op € 1.000 wat dat betreft zijn:

26

• • • • • • • • • •

GGD Brabant-zuidoost GRSK (Samenwerking Kempengemeenten) MRE (Metropoolregio Eindhoven) VRBZO (Veiligheidsregio Brabant Zuidoost) KempenPlus ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) KBP (Kempisch Bedrijven Park) Stichting Bizob (Bureau inkoop en aanbestedingen zuidoost Brabant Huis van de Brabantse Kempen Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost TOTAAL

€ 483.000 € 3.202.000 € 185.000 € 835.000 € 3.273.000 € 236.000 €0 € 83.000 € 20.000 € 3.000 € 8.320.000

We schatten het algemene risico in op kostenoverschrijdingen tot 10% met een kans op voordoen van 25%, hetgeen het risico bepaalt op 25% x 10% x € 8.320.000 = € 208.000. Er is sprake van een aantal ontwikkelingen, die aanvullende risico’s met zich meebrengen. Dit betreft de Omgevingswet, die per 1-7-2022 naar verwachting zal ingaan en die veel voorbereiding zal vragen vanuit diverse instanties. Van de verbonden partijen geldt dit met name voor ODZOB, GRSK en GGD. Specifiek voor de GRSK geldt dat de heroriëntatie op de Kempensamenwerking van betekenis kan zijn in het kader van risico’s. Een aantal uitgavenposten binnen de GRSK is incidenteel geraamd vanwege de onzekerheid over de toekomstige samenwerking. Wij achten het zinvol om vanwege deze extra risico’s rekening te houden met extra weerstandsvermogen ad € 300.000,-. KempenPlus is in 2020 geconfronteerd met een fraudezaak, welke zich uitstrekt over een reeks van jaren (vooral over de periode van de WVK-groep als voorloper van KempenPlus). Dat heeft veel inspanningen en energie gevergd, waardoor de vaststelling van de jaarrekening 2019 van KempenPlus vertraging heeft opgelopen en waardoor de samenstelling en vaststelling van de jaarrekening 2020 van KempenPlus nog moet plaatsvinden.

Uit de op 29 maart 2021 door het bestuur vastgestelde jaarstukken 2019 van KempenPlus blijkt dat de verhouding tussen het weerstandsvermogen en de risico’s, met name door de fraude, gedaald is tot onder de 1, namelijk 0,72. Conform het financieel kader is de norm voor het weerstandsvermogen minimaal 100% en maximaal 140% van de risico’s. Hierdoor ontstaat er formeel een bijstortingsplicht. Gezien het feit dat de jaarstukken 2020 binnen afzienbare tijd worden opgesteld heeft het bestuur besloten om bij de afwikkeling van de jaarstukken 2020 te bepalen hoe hiermee omgegaan wordt. Daarnaast kan er nog geen inschatting gemaakt worden van de bedragen die kunnen worden verhaald inzake de fraude. Deze kunnen nog een positief effect hebben op de bijstortingsplicht. Tegelijkertijd zijn er in 2020 en 2021 aanzienlijke kosten gemaakt voor het onderzoek naar de fraude en de afwikkeling van de jaarstukken 2019. De totale bijstortingsplicht op basis van uitsluitend de jaarstukken 2019 bedraagt (afgerond) € 1.294.00,- om op de norm van 1 te komen. De bijstorting per gemeente kan op diverse manieren bepaald worden. Daarover moet te zijner tijd nog besluitvorming plaatsvinden. Op basis van de verdeelsleutel (inwonertallen) die is gebruikt bij de inbreng van het vermogen bij de oprichting van KempenPlus, zou het aandeel van Reusel-De Mierden in de bijstortingsplicht € 239.000,- bedragen.

Dit zou aangeduid kunnen worden als de minimumvariant. Maar denkbaar is ook dat verdeling plaatsvindt op basis van de WVK-norm (elke gemeente 25%) omdat de oorzaak vooral in de WVK-periode ligt. Dan zou het aandeel Reusel-De Mierden uitkomen op afgerond € 324.000,-. Dit zou de maximumvariant kunnen heten. Let wel, het gaat dan alléén om de bijstortingsplicht op basis van de jaarstukken 2019. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de stille reserves in de BV’s waarvan KempenPlus de eigenaar is. Het voorlopige geconsolideerde vermogen van de BV’s bedraagt naar verwachting € 888.000. Als die stille reserves worden ingezet dan moet ook daarvan nog bepaald worden op basis van welke verdeelsleutel het aandeel per gemeente bepaald wordt. Voor nu gaan wij uit van de maximumvariant van € 324.000,- ten behoeve van deze risicoparagraaf. Het totale risico in relatie tot verbonden partijen komt daarmee op € 208.000 + € 300.000 + € 324.000 = € 832.000,-. Informatiebeveiliging De gemeente verwerkt en beheert voor de uitvoering van haar taken informatie en persoonsgegevens. Informatie moet beschikbaar, integer en vertrouwelijk zijn. Daarnaast mogen informatie en persoonsgegevens alleen voor bevoegden inzichtelijk zijn. Door het nemen van passende beveiligingsmaatregelen verlagen we het risico op beveiligingsincidenten en beperken we mogelijke

27

negatieve impact van dergelijke incidenten op privacy en de gemeentelijke informatievoorziening en daarmee ook het risico op imago- en financiële schade. De hoogte van mogelijke financiële schade is op voorhand uitermate moeilijk in te schatten en kan, afhankelijk van de omvang, het soort en het tijdsverloop van een incident, zeer divers zijn. Daarnaast is het verzekeren van deze schade in de praktijk erg lastig, aangezien van te voren niet kan worden ingeschat waartegen verzekerd zou moeten worden. Hierdoor lopen de kosten van een dergelijke verzekering aanzienlijk op. Daarom richten wij ons vooral op preventieve acties en hangen wij aan dit risico op dit moment geen weerstandsvermogen. Het afgelopen jaar zijn, op basis van het activiteitenplan informatiebeveiliging 2019-2021, verschillende maatregelen uitgevoerd om de technische en organisatorische beveiliging te ondersteunen. Omdat menselijk handelen een van de grootste risico’s blijft, zijn naast technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen verschillende acties opgepakt om ook het bewustzijn voor informatiebeveiliging en privacybescherming te vergroten. Hierbij is tevens aandacht is geweest voor bijvoorbeeld thuiswerken en het gebruik van mobiele apparatuur buiten het gemeentehuis.

Deze maatregelen en acties worden ook in 2022 verder voortgezet omdat bewustwording over informatiebeveiliging en privacy een proces is dat continu de aandacht vraagt. Gegarandeerde geldleningen De gemeente staat garant voor de betaling van rente en aflossing over een aantal door derden aangegane geldleningen. Daarbij is een onderscheid te maken tussen garantstellingen aan woningcorporaties op basis van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en overige garantstellingen. Voor geldleningen onder het regime van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geldt dat bij problemen eerst het WSW aangesproken wordt en pas als deze niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen, staan Rijk en gemeenten ieder voor 50% garant. Het totaalbedrag waarvoor onze gemeente onder het regime van het WSW een afgeleide garantstelling heeft afgegeven bedroeg per 31 december 2020 € 27 miljoen. De totale WOZ-waarde van de onroerende zaken waarop de garantie betrekking heeft, bedraagt bijna € 119 miljoen. Wij hebben geen signalen, die zouden kunnen duiden op een concreet risico dat wij binnen afzienbare termijn aangesproken worden op onze waarborgverplichtingen. In het kader van het WSW is de verhouding tussen afgegeven garanties in relatie tot de waarde van het daar tegenover staande woningbezit nog dermate gunstig, dat de risico’s in de praktijk erg klein zijn.

Er is geen sprake meer van overige garantstellingen. De gemeente is terughoudend in het afgeven van garanties. Claims Attero i.v.m. aanbod brandbaar huishoudelijk afval Voor de periode 1-2-1997 t/m 1-2-2017 hebben de 6 Brabantse gewesten (vertegenwoordigd door de Vereniging van Contractanten (VvC)), namens de Brabantse gemeenten, een overeenkomst gesloten met Afvalsturing Brabant (nu: Attero) voor de verwerking van huishoudelijk restafval. Daarbij is o.a. afgesproken dat de Brabantse gemeenten jaarlijks tenminste 510 kiloton (de volumeplicht) restafval ter verwerking (verbranding) aan moeten leveren. Omdat het afvalbeleid steeds meer gericht is op het terugdringen van de hoeveelheid restafval, werd in 2011 voor het eerst niet meer aan die volumeplicht voldaan. Dat is voor Attero reden geweest om aan de Brabantse gewesten een naheffing op te leggen wegens het niet nakomen van de volumeverplichting over de periode 2011 t/m 2014. In een arbitraal eindvonnis heeft het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) Attero m.b.t. die naheffing in het ongelijk gesteld. Deze kwestie was hiermee afgedaan. Voor de jaren 2015, 2016 en januari 2017 (einde contractperiode) heeft Attero een nieuwe naheffing opgelegd voor het niet nakomen van de volumeplicht. Tot veler verrassing heeft het NAI in een eindvonnis nu Attero in het gelijk gesteld.

Het NAI heeft geoordeeld dat, in tegenstelling tot de jaren 2011-2014, de Brabantse gewesten en gemeenten verplicht zijn een naheffing te betalen voor de minderlevering. Naar aanleiding hiervan is de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. Het Hof heeft op 29 juni 2021 uitspraak gedaan in het voordeel van de gewesten. Het oordeel van het NAI is vernietigd en Attero is veroordeeld in de proceskosten. Attero kan tegen deze uitspraak nog in cassatie gaan. De termijn waarbinnen dat moet gebeuren is nog niet voorbij. Wij gaan er echter vanuit dat het vonnis van het Gerechtshof in stand blijft en dat ook deze naheffing dus definitief van de baan is. Wij ramen hiervoor dus geen risico meer in. Sociaal domein Voor de uitvoering van de Jeugdzorg en de Wmo (begeleiding) zijn de uitkeringen van het Rijk op basis van de circulaires van het gemeentefonds een gegeven. Op de ontwikkeling van de kosten van met name Jeugdzorg is de invloed van de gemeenten niet altijd voldoende groot. Hoewel er zowel vanuit het Loket van A tot Z als vanuit het CJG+ een sterke inzet is op preventie van (dure) zorgkosten, is dat niet altijd door de gemeente te beïnvloeden. Vanuit bijv. de huisartsen en rechtbanken is er een zelfstandige verwijsbevoegdheid van jeugdigen naar zorgaanbieders. Hoewel het de voorkeur heeft om alle zorgvragen

28

via het CJG+ te laten verlopen, is dat in de praktijk soms anders, ondanks het feit dat de contacten met huisartsen en andere partijen zo goed mogelijk onderhouden worden (inmiddels voor alle partijen gereguleerd en vereenvoudigd door digitale uitwisseling). Ook de min of meer toevallige noodzaak van een of meer dure zorgtrajecten kan een grote invloed hebben op het kostenpatroon. Er is dan ook sprake van een open-eind systeem, waaraan in de kostensfeer risico’s zijn verbonden. Wij ramen 50% kans op € 250.000 aan extra kosten. Claims intensieve dierhouderij Rondom de intensieve dierhouderij spelen al geruime tijd tal van ontwikkelingen, welke doorwerken in regelgeving vanuit de landelijke en provinciale overheid, maar ook in gemeentelijk beleid, zoals omgevingsvisie, bestemmingsplannen en dergelijke. Al deze ontwikkelingen kunnen wellicht beperkingen inhouden voor de ontwikkeling van een aantal bedrijven in die sector. Daarbij zullen sommige ondernemers zich benadeeld voelen door de nieuwe regelgeving en proberen dat nadeel gecompenseerd te krijgen door daartoe claims in te dienen. Het is op dit moment geenszins in te schatten wat de slagingskans voor dat soort claims zal zijn en om hoeveel gevallen het zou kunnen gaan. Desalniettemin moeten we rekening houden met de kosten van afhandeling van eventuele claims en bestaat altijd het risico dat claims toegewezen worden.

Vooralsnog maken wij een inschatting van 50% kans op € 100.000 aan afhandelingskosten en 10% kans op € 1 miljoen aan claims, derhalve in totaal een risico van € 150.000. Voorzieningen De voorzieningen worden bij de opstelling van de jaarrekening herrekend op basis van de dan bekende, meest recente informatie. Dat zijn echter altijd momentopnamen, zodat er altijd een risico bestaat dat voorzieningen onvoldoende hoog zijn. De onzekerheid over het al dan niet toereikend zijn van voorzieningen kan toe- of afnemen door tijdsverloop of door de aard van de voorziening. De voorzieningen voor wegen en gebouwen en riolering worden eens in de 4 à 5 jaar geactualiseerd. Voor wegen en riolering is dat recent gebeurd. De actualisering van de onderhoudsvoorziening gebouwen heeft in 2019 plaatsgevonden. Voorzieningen voor wachtgeld- en Appa-verplichtingen worden jaarlijks geactualiseerd voorafgaand aan de samenstelling van de jaarrekening. De voorziening wachtgelden is gebaseerd op inschattingen ten aanzien van met name de duur van de wachtgeldverplichting. Die duur is meestal redelijk nauwkeurig te bepalen, maar kan onzeker worden als zich zaken voordoen als arbeidsongeschiktheid tijdens de wachtgeldperiode. Daardoor kan de wachtgeldverplichting langer doorlopen, terwijl de tijd dan moeilijk in te schatten is.

De gemeente Reusel-De Mierden heeft één doorlopende wachtgeldverplichting vanwege arbeidsongeschiktheid. Op basis van nu bekende gegevens is de duur ingeschat. Omdat alle voorzieningen op basis van de meest recente gegevens zijn berekend, achten wij het niet nodig om hiervoor een aanvullend risicokapitaal aan te houden. Covid-19 Covid-19 heeft in 2020 en 2021 het leven in zijn greep gehad. Veel inspanningen zijn verricht en veel kosten zijn gemaakt om de gevolgen van deze pandemie te verachten. Het Rijk heeft daarvoor extra middelen beschikbaar gesteld, ook richting de gemeenten. Voor zover de middelen nog niet besteed zijn, hebben wij deze beschikbaar gehouden voor het doel waarvoor ze verstrekt zijn. Ook in 2021 en in 2022 zijn en worden nog middelen ter bestrijding van de effecten van Covid-19 beschikbaar gesteld. Ook deze gelden zullen wij besteden aan c.q. beschikbaar houden voor het doel waarvoor de gelden zijn verstrekt. Voor zover de pandemie geleid heeft tot extra kosten, bijvoorbeeld als gevolg van meer uitkeringsgerechtigden, is daarmee in deze begroting rekening gehouden. Intussen constateren we dat de economie minder van de pandemie geleden heeft dan voorheen gevreesd werd. Hoewel we corona nog niet helemaal achter ons hebben gelaten, zijn de toekomstverwachtingen positief.

Het is en blijft lastig in te schatten in welke mate Covid-19 (financiële) gevolgen kan hebben voor de toekomst. Dat is van veel factoren afhankelijk. Vallen bedrijven later alsnog om omdat ze tijdens de pandemie toch teveel hebben ingeleverd en stijgt als gevolg daarvan de werkloosheid? Wat zal op de iets langere termijn de invloed zijn op de fysieke en geestelijke gezondheid van mensen met mogelijk hogere zorgkosten als gevolg? We weten het allemaal niet en het met 100% zekerheid aan elkaar linken van effecten aan de pandemie zal ook onmogelijk zijn. Wij kunnen daarom geen bedrag noemen van het risico dat we als gemeente in dit kader lopen. Herverdeling gemeentefonds Op basis van de laatste inzichten hebben wij in de voorliggende begroting een stelpost opgenomen voor de effecten van de herverdeling van het gemeentefonds, die voor onze gemeente negatief dreigt uit te vallen. Wij hebben rekening gehouden met een daling van de inkomsten uit het gemeentefonds van € 200.000 in 2023, oplopend naar € 600.000 in 2025. Het is daarom niet nodig om hiermee nog rekening te houden in het weerstandsvermogen.

29

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport In het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) van de Rijksoverheid worden voor een periode van 10 jaar speerpunten bepaald op deze onderwerpen. Op het gebied van Mobiliteit wordt hierop door de Kempengemeenten gezamenlijk al input gegeven en meegewerkt aan uitwerking hiervan. De wens is om vanuit alle disciplines van het MIRT, dus ook vanuit ruimtelijke en economische deelopgaven, ons binnen de Kempen te verenigen en gezamenlijk een ontwikkelagenda hieruit op te stellen. Het is nog onduidelijk wat dit betekent in het kader van eigen inzet of inzet van expertise en de kosten die dit met zich meebrengt. Strategische Kempen Agenda Op dit moment wordt bekeken hoe we de Strategische Kempen Agenda gaan oppakken. Vragen die daarbij naar boven komen zijn: Wat gaat de structuur worden? Wat betekent dit voor de capaciteit die geleverd moet worden vanuit de verschillende Kempengemeenten? Et cetera. Het is op dit moment nog onduidelijk wat dit betekent en welke consequenties dit heeft voor onze begroting. Opnieuw verbinden Het traject opnieuw verbinden buigt zich over de toekomst van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten. Op de diverse terreinen van de gemeenschappelijke regeling lopen op dit moment onderzoeken hoe de samenwerking het beste kan worden vormgegeven.

Hierbij zullen keuzes gemaakt worden om zaken terug te laten komen naar de gemeente of de samenwerking in een andere vorm voort te zetten. Over het algemeen geldt de regel dat samenwerken goedkoper is dan zaken als gemeente zelf op te pakken. Dit heeft natuurlijk als nadeel dat de sturing minder direct is. Het is nog onduidelijk wat de besluiten vanuit het traject opnieuw verbinden voor financiële consequenties hebben.

3.3.4. Resumé risicobedragen Samenvatting beschreven risico

Benodigde weerstand

(Bedragen in €)

Grondexploitaties Intergemeentelijke samenwerking Sociaal domein Intensieve dierhouderij Totaal

1.021.000 832.000 125.000 150.000 2.128.000

Het geblokkeerde deel van de algemene reserve dient op basis van het in juli 2020 door uw raad vastgestelde beleid bepaald te worden op 1,8 maal de gekwantificeerde risico’s, dus op 1,8 x € 2.128.000 = € 3.830.400,-. 3.3.5. Kengetallen Op basis van artikel 11 van het Bbv moet de begroting en ook de jaarrekening in de risicoparagraaf een tabel met een aantal kengetallen bevatten. De volgende cijfers kunnen gegeven worden:

Kengetallen

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

Solvabiliteit

26,2%

26,3%

26,4%

26,4%

Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

69,1%

73,0%

65,9%

64,3%

69,1%

73,1%

65,9%

64,3%

Grondexploitatie

46,0%

51,6%

44,5%

44,0%

Structurele exploitatieruimte Belastingdruk

2,4%

0,8%

-0,2%

-0,6%

88,55%

88,55%

88,55%

88,55%

Enige uitleg over de betekenis van deze kengetallen is nodig. De netto schuldquote en de netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen, weerspiegelen het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten op de exploitatie. Omdat onze gemeente nauwelijks gelden heeft uitgeleend, zijn de beide percentages nagenoeg gelijk. In beginsel is een zo laag mogelijke quote het meest gunstig. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Een hoge schuld hoeft bijvoorbeeld geen probleem te zijn als er ook sprake is van veel eigen vermogen. De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger deze quote, hoe beter de gemeente er voorstaat.

30

Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond in exploitatie) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Aan deze quote is eigenlijk geen kwalificatie goed of slecht te hangen. Wel is een hoge quote een teken van grotere voorraad nog uit te geven grond, waardoor het risico op dat gebied groter is. Een lagere quote voor grondexploitatie betekent dus in het algemeen dat de gemeente minder risico’s loopt op dat gebied. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (begrotingsoverschot). Uiteraard is hier een hogere quote altijd gunstiger. Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de gemeentelijke woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing) ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Hierbij zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning leidend. De kwalificatie van deze quote is afhankelijk van politieke keuzes c.q. voorkeuren. Het hoeft geen doel te zijn om een lager belastingniveau te hebben dan het landelijk gemiddelde. Een score van 100% zou betekenen dat de gemeente precies op het landelijk gemiddelde zit.

Als we de kengetallen bezien, dan zien we over de gehele linie een verbetering van de ratio’s, hetgeen goed verklaarbaar is vanwege de afnemende schuldpositie en verbeterde reservepositie. Ook ten aanzien van de grondexploitaties zien we aan de ratio dat de voorraad uit te geven grond afneemt. De belastingdruk is niet alleen afhankelijk van eigen beleid, maar ook van de landelijke gemiddelde. Een grotere landelijke stijging leidt tot een gunstiger score voor onze gemeente. Het overall beeld ten aanzien van de financiële kengetallen mag tot tevredenheid stemmen, maar vraagt tevens om waakzaamheid ten aanzien van de toekomst, want ratio’s kunnen door omstandigheden snel veranderen. Er mag een redelijke verwachting zijn dat er de komende jaren nog winstnemingen uit grondexploitaties zullen optreden, waardoor de quotes voor solvabiliteit en schulden weer zullen verbeteren. Maar ook ons investeringsniveau zal zijn weerslag hebben op met name de schuldpositie. In die zin geven dit soort kengetallen goede indicaties voor ontwikkelingen, maar moeten ze wel bezien worden in het licht van allerlei andere ontwikkelingen.

31

3.4 Financiering 3.4.1. Algemeen De gemeente maakt gebruik van zogenaamde totaalfinanciering (geen projectfinanciering). Dat betekent dat zowel de lopende uitgaven als de investeringen worden gedekt door de lopende inkomsten en eigen (financierings)middelen (liquide middelen, reserves e.d.) en opgenomen kort- en langlopende geldleningen. De zorg voor het permanent aanwezig zijn van voldoende financiële middelen behoort tot de treasuryfunctie. De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: • het tijdig aantrekken van voldoende middelen om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid); • het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie); • het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (rente-optimalisatie); • het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). De gemeentelijke liquiditeiten worden beïnvloed door de uitgaven- en de inkomstenstromen. Bij de uitgavenstromen is er naast de redelijk constante stroom van min of meer dagelijkse uitgaven, sprake van beïnvloeding door grote projecten, welke voor tijdelijke pieken in de uitgaven zorgen.

Bij de inkomstenstromen zorgen de uitkeringen van het Rijk en de belastinginkomsten voor de redelijk constante stroom van inkomsten. Echter ook de inkomsten uit bijvoorbeeld bouwgrondverkopen hebben een grote invloed op de liquiditeitspositie. Als gevolg van de economische crisis hebben we een reeks van jaren gekend, waarin de inkomsten uit grondexploitaties achterbleven bij de verwachtingen. Inmiddels zijn de verkopen voor zowel woningbouw als bedrijven weer behoorlijk aangetrokken. Bij de grondexploitaties is het merendeel van de kosten in het verleden gemaakt, zodat verkoopopbrengsten zich direct zullen vertalen in een lagere behoefte om geldleningen aan te trekken (een lagere leningenportefeuille). De situatie op de financiële markten heeft geleid tot een ongekend lage rente op aan te trekken financieringsmiddelen. Dat geldt voor zowel de langlopende geldleningen (looptijd > 1 jaar) als voor kort geld (looptijd < 1 jaar). Met behulp van prognoses van onze geldstromen proberen we continu onze behoefte aan geld of kapitaal zo slim mogelijk af te dekken, waardoor we zoveel mogelijk profiteren van de huidige lage rentestand. 3.4.2. Treasury en renteontwikkeling Voor de te hanteren rentepercentages gelden op basis van het Bbv regels die er eenvoudig gezegd op neer komen dat de rente die de gemeente hanteert meer geënt moet zijn op de werkelijke rente.

Het Bbv maakt daarbij onderscheid tussen de rente die aan de grondexploitatie mag worden toegerekend en de rente die aan producten wordt toegerekend (middels de kapitaallasten). Dat onderscheid heeft te maken met het feit dat de gemeente gebruik maakt van totaalfinanciering, dus alle investeringen worden gefinancierd met een mix van eigen vermogen en vreemd vermogen. Voor de berekening van de te hanteren rentepercentages heeft het Bbv een standaard model ontwikkeld, dat gebruik maakt van gegevens uit de geprognosticeerde balans. Daaruit volgen de volgende cijfers: Externe rentelast (lasten minus baten) Externe rente % (=rentelast/schulden) Externe rente projectfinancieringen Externe rente % excl. projecten Rente eigen vermogen Rente voorzieningen Rente% grondexploitaties Rente grondexploitaties

€ 87.578 0,58% €0 0,58% €0 €0 0,37% € 70.463

Omslagrente Om de rente die wordt gebruikt bij de berekening van kapitaallasten enigszins stabiel te houden, wordt ook nog gewerkt met een omslagrente. Die wordt berekend door de geraamde netto te betalen rente in 2021 te delen door de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2021. De uitkomst daarvan mag naar boven afgerond worden op een veelvoud van 0,5%. Aangezien er sprake is van een per saldo te betalen rente, bedraagt de renteomslag 0,5% (inclusief afronding het kleinst mogelijke percentage).

32

Renteresultaat Met de eerder in deze paragraaf vermelde gegevens kan het renteresultaat berekend worden, dat als baat in de begroting is opgenomen.

Schema renteberekening 2022 € 87.578 €0 € 87.578

a b

Externe rentelasten Externe rentebaten

c

Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

d1 d2 e f

€ 70.463 € 17.115 €0 €0 € 17.115 -/- € 191.990 -/- € 174.875

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat

3.4.3. Leningenportefeuille Onze gemeente heeft per 1 januari 2022 naar verwachting voor een bedrag van afgerond € 15 miljoen aan opgenomen langlopende geldleningen. Afhankelijk van wanneer we inkomsten ontvangen uit met name grondverkopen zou de leningenportefeuille kunnen afnemen. Een toename is echter meer voor de hand liggend vanwege de grote investeringen die de komende jaren op stapel staan. 3.4.4. Kasgeldlimiet Onder kasgeldlimiet wordt verstaan het maximale bedrag dat de gemeente met kortlopend geld mag financieren. Dit kan bijvoorbeeld door ‘rood’ staan bij de bank of door het aantrekken van kasgeld. Wettelijk is vastgesteld dat de kasgeldlimiet 8,5% van de jaarbegroting (exclusief btw) is. De gemeente is verplicht om per kwartaal de kasgeldlimiet te toetsen en de provincie te informeren als deze meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Berekening kasgeldlimiet op basis van de begroting 2022: Omvang begroting (exclusief lijst nieuw beleid) Toegestane limiet Ruimte kasgeldlimiet

€ 35.641.000 8,50% € 3.029.000

3.4.5. Renterisiconorm De renterisiconorm op basis van de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maximaal 1/5e deel van de langlopende schulden aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. In onderstaand overzicht is deze norm voor de komende begrotingsjaren afgezet tegen de ingeschatte aflossingen.

Renterisiconorm Bedragen x € 1.000

1 Renteherzieningen

2022

2023

2024

2025

0

0

0

0

2 Aflossingen

4.031

3.836

3.013

1.023

3 Renterisico (1+2)

4.031

3.836

3.013

1.023

4a Begrotingstotaal van betreffend jaar

35.643

32.648

34.061

33.303

4b Percentage regeling

0

0

0

0

4 Renterisiconorm (20% van het begrotingstotaal)

7.129

6.530

6.812

6.661

5a Ruimte onder de renterisiconorm (4>3)

3.097

2.693

3.799

5.637

5b Ruimte boven de renterisiconorm (3>4)

0

0

0

0

Zichtbaar is dat we alle jaren onder de renterisiconorm blijven. Overigens trachten wij renterisico’s zoveel mogelijk te beperken door nieuwe leningen zoveel mogelijk in looptijd te spreiden. Zodoende voorkomen we dat veel leningen op hetzelfde moment moeten worden geherfinancierd, waarbij we dan afhankelijk zijn van de rentestand op dat moment.

33

3.4.6. EMU-saldo Het Economische en Monetaire Unie (EMU)-saldo is het vorderingensaldo van de totale overheid (Rijk, decentrale overheden en premie gefinancierde sectoren als zorg en sociale zekerheid). Het EMU-tekort mag maximaal 3% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedragen. Hiermee wil men voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMU-landen ontsporen. Zolang de uitkomst van onderstaand overzicht positief is, levert de gemeente geen bijdrage aan een (te) hoog Europees begrotingstekort, want dan zijn de uitgaven in EMU-opzicht lager dan de inkomsten. Er is geen directe sanctie op overschrijding van het EMU-saldo door een individuele gemeente. Op basis van de Wet Hof (Wet Houdbare overheidsfinanciën) komt een sanctie pas in beeld als sprake is van structurele overschrijding van de norm én na uitgebreid overleg. Zoals in onderstaand overzicht ook goed zichtbaar is, spelen de (geraamde) opbrengsten van grondverkopen in de grondexploitaties een grote rol in de bepaling van het EMU-saldo. In de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds is de individuele referentiewaarde van het EMUsaldo voor Reusel-De Mierden bepaald op 1.252. Deze individuele referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat onze gemeente heeft in de gezamenlijke (landelijke) norm.

In de referentiewaarden van individuele overheden is naast het eigen aandeel ook het aandeel van openbare lichamen (verbonden partijen) opgenomen. Pas als nationaal blijkt dat de gemeenten en hun verbonden partijen gezamenlijk het plafond van het EMUtekort gaan overschrijden, kan van gemeenten worden gevraagd het individuele EMU-tekort van de lopende begroting te verminderen. EMU-saldo Omschrijving

1.

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)

2.

Mutatie (im)materiële vaste activa

3.

Mutatie voorzieningen

4.

Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

5.

Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

Berekend EMU-saldo (=1-2+3-4-5)

2021

2022

2023

x € 1000,Volgens realisatie tot en met sept. 2021, aangevuld met raming resterende periode -800

x € 1000,Volgens begroting 2022

x € 1000,Volgens meerjarenraming in begroting 2022

-171

-310

1.000

1.000

-1.453

600

-94

-41

-1.500

358

-1.810

0

0

0

300

-1.623

2.912

34

35

3.5. Verbonden partijen 3.5.1. Algemeen Een verbonden partij is een instelling, buiten de eigen organisatie, waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (Bbv, art. 1b). Met een zetel in het bestuur van een instelling of met stemrecht heeft de gemeente een ‘bestuurlijk belang’. Onder een ‘financieel belang’ wordt verstaan het ter beschikking stellen van middelen die de gemeente kwijtraakt bij faillissement van de verbonden partij of die bij financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente verhaald kunnen worden. We kunnen een verbonden partij zien als één van de drie vormen waarmee gemeenten hun taken (laten) uitvoeren: door een eigen dienst, een commerciële partij of door een verbonden partij. Er kan een aantal redenen zijn, waarom een gemeente samenwerkt met een verbonden partij. Bijvoorbeeld vanwege de mogelijkheden van spreiding van risico’s over de verschillende deelnemers of om een efficiëntere uitoefening van een wettelijke taak te realiseren. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen in de programma’s. De raad dient hiervoor kaders te stellen en de verbonden partijen te controleren op de realisatie van de doelstellingen. Naast bovengenoemde taken is deze paragraaf belangrijk voor de raad vanwege de kosten en de financiële risico’s die de gemeente kan lopen met verbonden partijen.

De wijze waarop de raad in voldoende mate invloed kan hebben op verbonden partijen is onderwerp van voortdurende aandacht. Mogelijke verbeteracties vinden mede plaats op basis van rekenkameronderzoek en landelijke ontwikkelingen. 3.5.2. Onderscheid gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en privaatrechtelijke verbondenheden Op een aantal gebieden is binnen de gemeente sprake van verbonden partijen. Het belangrijkste onderscheid dat daarbij gemaakt kan worden, is dat in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en andere privaatrechtelijke verbondenheden. Bij gemeenschappelijke regelingen betaalt onze gemeente jaarlijks een bedrag voor exploitatiekosten van die gemeenschappelijke regeling naar rato van deelname in de regeling. Evenals bij stichtingen is bij de oprichting bijgedragen in de oprichtingskosten. Naar rato van de bijdragen loopt onze gemeente risico in een eventueel liquidatiesaldo van een gemeenschappelijke regeling/stichting. Verder lopen wij het risico dat een andere partij, die deelneemt in een gemeenschappelijke regeling/stichting, uittreedt. Op dat moment zal die partij uittreedkosten moeten betalen, die meestal bestaan uit kosten in de vorm van wachtgelden aan personeel.

Voor de achterblijvende deelnemende partijen zal de bijdrage in de exploitatiekosten dan veelal stijgen, doordat algemene kosten, bijvoorbeeld overheadkosten, over minder deelnemers omgeslagen kunnen worden. Ook kan het draagvlak van een gemeenschappelijke regeling/stichting verminderen bij uittreding van een partner. Een volgend risico is er voor ons wanneer wij zelf uit een gemeenschappelijke regeling stappen. Op dat moment zijn wij ook verplicht tot het betalen van de eerder genoemde kosten. Via de afvaardiging van leden in besturen van gemeenschappelijke regelingen kunnen risico’s beïnvloed worden. De stem van de gemeente is meestal naar rato van de verhouding ten opzichte van het totaal aantal bestuursleden. Naast gemeenschappelijke regelingen/stichtingen heeft onze gemeente ook belangen in partijen op privaatrechtelijke grondslag. Het financiële risico van dit soort belangen is beperkt tot de waarde van de effecten c.q. de geaccepteerde verantwoordelijkheid. 3.5.3. Overzicht verbonden partijen Hieronder volgt een overzicht van de verbonden partijen van onze gemeente. Naast het openbaar belang worden ook de relevante ontwikkelingen toegelicht.

36

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang: Financieel belang:

GGD Brabant-Zuidoost Eindhoven Programma 6: Sociaal Domein De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Belangenbehartiging op het gebied van gezondheidszorg. Gemeentelijke bijdrage 2022: Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 3.540.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 12.021.000 *Geprognosticeerde balans

Ontwikkelingen:

De ontwikkelingen waarmee de GGD te maken heeft zijn beschreven in de kadernota en het meerjarenbeleidsplan van de GGD. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: ▪ Bestrijden van de gezondheidskundige effecten van de Coronacrisis. ▪ Het borgen van publieke gezondheid in de omgevingswet en -plannen van de gemeenten. ▪ Het verkleinen van sociaal-economische gezondheidsverschillen. ▪ Optimaal inzetten van Jeugdgezondheidszorg als collectieve basisvoorziening in de jeugdzorgketen en in het sociale domein. ▪ Ondersteunen van onze gemeenten bij de lokale preventie akkoorden. ▪ Uitvoeren van de meerjaren agenda m.b.t. monitoring en onderzoek. ▪ Het doorontwikkelen van het Meldpunt Wvggz waar burgers en professionals hun zorgen kunnen melden over personen die verward of onbegrepen gedrag tonen. ▪ Tekorten op de arbeidsmarkt van verpleegkundigen en artsen. ▪ Implementatie van het Lean gedachtengoed (continu verbeteren) binnen de GGD ▪ Uitvoeren van de bestuursopdracht aan de GGD is gegeven.

€ 483.000 € 3.755.000 € 12.523.000

(NB: verdere ontwikkelingen agv de corona-crisis waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2022 nog niet bekend, en effecten voor 2022 zijn ook nu nog niet in te schatten; deze ontwikkelingen zullen afzonderlijk aan bestuur en gemeenten worden gerapporteerd)

Risico’s:

Om risico's te beheersen wordt jaarlijks bij de begrotingsbehandeling een actuele financiële risico-inventarisatie opgesteld door de GGD. Daarnaast wordt een actief risicomanagement ontwikkeld. In de jaarrekening worden telkens alle geïnventariseerde risico’s uitgebreid beschreven. Als belangrijkste nieuwe of toegenomen risico’s worden nu geïdentificeerd: ▪ Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden. ▪ Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden. Toegenomen regeldruk maken dit risico pregnanter. ▪ Het risico dat er zich beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, cybercrime en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. ▪ O.a. vanwege de verhoging per 2021 van de ABP-premie en de nog af te sluiten nieuwe CAO, is het risico van stijging van de salariskosten boven de indexering actueel. ▪ Verder blijft het risico van afname van markttaken voor derden (m.n. forensische diensten voor de politie) en daaraan verbonden vergoeding actueel.

▪ De huidige Corona-crisis maakt duidelijk dat rampen en pandemieën een enorme impact op de werkzaamheden van de GGD kunnen hebben. Veelal zal het Rijk de kosten daarvan echter vergoeden, zoals ze nu ook voor de Coronakosten heeft toegezegd; de daarvoor toegekende vergoedingsregeling vanuit VWS geeft op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een verslechterde algemene gezondheidssituatie van de burgers in onze regio.

37

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma:

Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Kempisch Bedrijvenpark (KBP) Bladel Programma 3: Economie Vertegenwoordiging in dagelijks en algemeen bestuur. Het ontwikkelen en realiseren van een kwalitatief hoogwaardig en uit financieeleconomisch oogpunt aanvaardbaar bedrijvenpark gelegen binnen het rechtsgebied, binnen de door het bevoegd gezag te stellen ruimtelijke en andere publiekrechtelijke randvoorwaarden. Bovenstaande met inachtneming van de nader te formuleren sectorale doelstellingen en uitganspunten. Gemeentelijke bijdrage 2022: €0 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 14.652.000 € 16.268.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 7.448.000 € 3.500.000 Resultaat 2022: € 1.6.16.000 *Geprognosticeerde balans De 4 samenwerkende gemeenten participeren risicodragend in de realisatie van het plan. Eventuele verliezen of winsten worden gelijkelijk door de gemeenten gedragen of over de deelnemende gemeenten verdeeld. Actuele grondexploitatieberekeningen tonen aan dat een sluitende exploitatie mogelijk is. Op dit moment wordt geen voorziening voor negatieve exploitatie nodig geacht. Van de uitgeefbare grond (69 ha) is 68% verkocht (medio 2021). De planning voor uitgifte in 2021 is 9.5ha. Medio 2021 is 3,1ha verkocht. De planning voor uitgifte in 2022 is 5.0ha. Voor het woonbos zijn medio 2021 zijn 29 van de 30 kavels verkocht. Uiterlijk op 1 januari 2023 worden alle kavels afgenomen.

Het belangrijkste risico is vertraging in de gronduitgifte. Het tempo van de uitgifte heeft invloed op het eindresultaat van de exploitatie. Indien het break-evenpoint nog niet is bereikt, heeft dit een impact op het resultaat, omdat de financieringslasten langer doorlopen. Omdat de financieringslasten laag zijn, is de impact ook klein.

Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK) Reusel Programma 0: Bestuur en ondersteuning / diversen voor programmakosten. De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen en dagelijks bestuur. Het, met behoud van de huidige bestuurlijke schaal, vergroten van de bestuurskracht door bundeling van ambtelijke expertise op strategisch, tactisch en operationeel niveau, met als resultaat verhoogde kwaliteit, continuïteit en efficiëntie. Gemeentelijke bijdrage 2022: € 3.202.000 Eigen vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020):* € 315.000 € 860.000 Vreemd vermogen (1-1-2020 / 31-12-2020):* € 7.226.000 € 6.255.000 Resultaat 2020:* € 460.000 *Jaarrekening 2020 Samenwerking Kempengemeenten is de afgelopen jaren flink gegroeid. Door deze ontwikkelingen is de organisatie van de Samenwerking Kempengemeenten zo groot geworden dat het bestuur van mening is dat opnieuw gekeken moest worden naar de organisatie en aansturing van onze samenwerking. De gemeentesecretarissen zijn in 2019 aan de slag gegaan met het tegen het licht houden van de organisatie van deze samenwerking. Doelstelling was het realiseren van een versterking om daarmee een fundament te leggen voor de toekomst van de samenwerking in de Kempen. Inmiddels heeft het DB van de SK besloten om het project “Opnieuw Verbinden” op te starten, waarbij de organisatie van de SK in zijn geheel vernieuwd wordt.

In 2022 worden de voorbereidingen getroffen, waarna de implementatie wordt opgestart. De verandering van de organisatie wordt in 2023 afgerond. Besloten is om in het verband van de SK geen eigen vermogen te vormen of aan te houden. Dit impliceert dat de SK niet kan beschikken over weerstandscapaciteit bij onvoorziene omstandigheden. In voorkomende gevallen zal dan teruggevallen moeten worden op de deelnemende gemeenten, conform de overeengekomen regeling Samenwerking Kempengemeenten. Metropoolregio Eindhoven (MRE) Eindhoven Programma 0: Bestuur en ondersteuning Programma 3: Economie Programma 5: Sport, cultuur en recreatie De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerken op regionale taken op het terrein van: ▪ Economie

38

Financieel belang:

Ontwikkelingen:

Risico’s:

Naam: Vestigingsplaats: Relatie programma: Bestuurlijk belang: Openbaar belang:

Financieel belang:

▪ Transitie landelijk gebied ▪ Energietransitie ▪ Mobiliteit Daarnaast is het Regionaal historisch centrum Eindhoven (RhcE) een samenwerkingsitem en overkoepelend is er samenwerking op het gebied van bestuurlijke samenwerking, organisatie, regionale strategie, overhead en landgoed Gulbergen. Gemeentelijke bijdrage 2022 (incl. brainport en stimuleringsfonds) € 131.000 Gemeentelijke bijdrage 2022 RHCe € 54.000 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 13.809.000 € 13.309.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 12.848.000 € 12.182.000 *Geprognosticeerde balans Ten behoeve van een slagvaardigere organisatie is in het “Samenwerkingsakkoord 2019-2022 MRE” opgenomen dat de MRE zich gaat focussen op de thema’s Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. In 2022 gaan we het volgende hiervoor doen: ▪ Economie: Versterking van de balans tussen welvaart en welzijn en daarvoor goede verbindingen onderhouden tussen economie en mobiliteit, transitie landelijk gebied en energietransitie; Stimuleren van kennisontwikkeling en innovatie; Versterking van de basiseconomie door verbreding van de economische basis van onze regio, mede door de ontwikkeling van nieuwe economische dragers in relatie tot de versterking van de stand-land-opgave.

▪ Transitie landelijk gebied: Kennisuitwisseling en afstemming tussen gemeenten om op relevante onderwerpen binnen dit thema samen te werken en beleid subregionaal en lokaal verder vorm te geven; Belangenbehartiging van de regio op verschillende schaalniveaus (hogere overheden, strategische partners); Doorontwikkeling van het streefbeeld voor de transitie van het landelijk gebied naar een programmatische aanpak ten behoeve van een leefbare fysieke leefomgeving. ▪ Energietransitie: Vaststelling van de Regionale Energietransitie (RES) 1.0 door de raden van 21 gemeenten; Versnelling van de energietransitie door het verbinden van partijen. MRE biedt ondersteuning aan de gemeenten door het verbinden van partijen, de lobby bij Rijk en provincie voor financiering en ruimte in wet- en regelgeving en het uitwisselen van kennis. ▪ Mobiliteit: Verbinding van het MRE-gebied met andere economische centra (nationaal en internationaal); Verbetering van de bereikbaarheid in de regio, met een slimme inzet van meerdere vervoersmodaliteiten en aandacht voor leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid en de koppelkansen met andere thema’s; Doorontwikkeling van het regionaal mobiliteitssysteem. De benodigde weerstandscapaciteit heeft een directe relatie met de activiteiten van de organisatie Metropoolregio Eindhoven.

Vanaf 2017 zijn de uitvoerende SRE taken merendeels afgebouwd en resten er alleen nog werkzaamheden voor de nieuwe netwerkorganisatie en voor (het landgoed) Gulbergen. De risico’s van Gulbergen worden afgedekt door de voorziening Gulbergen. De risico’s die voortvloeien uit de reguliere werkzaamheden worden afgedekt door de algemene reserve van de Metropoolregio Eindhoven.

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Eindhoven Programma 1: Veiligheid De gemeente is vertegenwoordigd in het algemeen bestuur. Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Taken op het terrein van brandweerzorg, gemeenschappelijke meldkamer, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, ambulancezorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Gemeentelijke bijdrage 2022: € 835.000 Eigen vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 4.773.000 € 2.218.000 Vreemd vermogen (1-1-2022 / 31-12-2022):* € 33.071.000 € 40.492.000

39

*Geprognosticeerde balans Ontwikkelingen:

Risico’s:

▪ De ontwikkeling van de loonkosten op de lange termijn is onzeker, zowel voor de CAO lonen als de sociale premies. Op dit moment bestaat nog extra onzekerheid over de CAO lonen omdat de eerste CAO nieuwe stijl voor de gezamenlijke veiligheidsregio’s nog moet worden afgesloten. ▪ De verwachting is dat de loonkosten voor vrijwilligers zullen stijgen als gevolg van aanpassingen in de rechtspositie van vrijwilligers. Kort samengevat: vrijwilligers voeren hetzelfde werk uit als beroepsmedewerkers, maar vrijwilligers en beroepsmedewerkers krijgen niet dezelfde beloning. Zowel landelijk als regionaal wordt gezocht naar manieren om de kostenstijging te beperken. Een exacte raming kan daarom nog niet gemaakt worden. ▪ Per 1 januari 2022 moeten inwoners en bedrijven in onze regio volgens de voorschriften uit de Omgevingswet een vergunning kunnen aanvragen, een melding kunnen doen, dan wel op basis van proforma omgevingsplannen van de gemeenten moeten kunnen afwegen waar in onze regio welk initiatief mogelijk is zónder vergunning dan wel melding. Vergunningen moeten binnen maximaal 8 weken worden verleend (waar dat nu maximaal 26 weken is). Daarnaast dient er integraal toezicht gehouden te worden of initiatiefnemers zich houden aan de (deels nieuwe) wet- en regelgeving, bepalingen uit het omgevingsplan en de voorschriften uit de vergunning.

▪ In de periode tussen 2022 en 2029 zullen omgevingsvisies en omgevingsplannen met omgevings-waarden moeten worden opgesteld. Tevens moet gebiedsinformatie uit onder meer omgevingsplannen juist en volledig ontsloten worden in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). ▪ GGD Brabant-Zuidoost en de VRBZO hebben de afgelopen jaren de uitvoering van de ambulancezorg in enkele stappen samengevoegd binnen de GGD. De Veiligheidsregio heeft inmiddels geen echte ambulancezorg taken meer. Vanwege wetgeving had de VRBZO echter de formele aanwijzing tot RAV behouden en bleef daarmee houder van het budget voor ambulancezorg. Inmiddels is bekend dat ook de laatste stap in de samenvoeging van taken genomen is; de nieuwe vergunning is door het ministerie van VWS in 2021 verleend aan GGD Brabant-Zuidoost. Het is voor de VRBZO daarom niet meer nodig het budget voor ambulancezorg op te nemen in de begroting. ▪ Zowel Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) en de VRBZO ontvingen tot en met eind 2020 een subsidie van het rijk voor activiteiten op het gebied van externe veiligheid. Deze rechtstreekse subsidie wordt beëindigd en ondergebracht in de uitkering van het gemeentefonds aan gemeenten en provincies. De taken op het gebied van omgevingsveiligheid blijven gelijk, alleen de financieringsstroom wordt anders.

▪ Eind 2016 is het Rijksmaterieel voor het grootschalig brandweeroptreden overgedragen aan de veiligheidsregio’s. Dit betekent dat VRBZO vervangingsinvesteringen zelf moet verzorgen. Het systeem voor het Grootschalig Watertransport (GWT) moet worden vernieuwd omdat het technisch en economisch is afgeschreven. Hiernaast voldoet het huidige systeem niet meer aan de nieuwe landelijke prestatienorm voor het peloton grootschalig watertransport. Met het streven om zoveel mogelijk te voldoen aan de landelijke norm is een alternatieve én verantwoorde invulling van een nieuw GWT uitgewerkt die gebaseerd is op samenwerking met de regio Limburg-Noord. De alternatieve invulling voor onze regio bestaat uit twee eenheden watertransportsysteem over 1.500 meter (WTS1500). De investering voor onze regio bedraagt circa € 750.000 incl. BTW en kent daardoor een afschrijving van ongeveer € 50.000 per jaar. Zonder de samenwerking met Limburg Noord zouden de kosten twee keer zo hoog zijn. ▪ De rente die de VRBZO betaald voor leningen daalt. Waar vorig jaar voorzichtigheidshalve in de begroting nog werd uitgegaan van een constant renteniveau, wordt nu voorgesteld de rente-prognose te verwerken in het meerjarenperspectief van de begroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=437876b3-cac8-4820-b380-ddbfc54d9521